Herontwikkeling-middengebied-FruitMasters-Toelichting.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan - Toelichting -
Herontwikkeling middengebied FruitMasters Gemeente West Betuwe
BESTEMMINGSPLAN - Toelichting -
Herontwikkeling middengebied FruitMasters Gemeente West Betuwe
IDN-nummer:
NL.IMRO.1960.GMDdeilseweg7-ONT1
Status:
ontwerp
Datum:
december 2022
Locatie Nijmegen St. Stevenskerkhof 2 6511 VZ Nijmegen
Locatie Rosmalen Berlicumseweg 6D 5248 NT Rosmalen
024 - 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl www.pouderoyentonnaer.nl
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding
5
1.1 1.2 1.3 1.4
5 5 6 6
Aanleiding en doel Ligging plangebied Geldende bestemmingsplannen Leeswijzer
Hoofdstuk 2 Plangebied
7
2.1 2.2 2.3
7 7 8
Globale ligging plangebied Historische ontwikkeling Ruimtelijke en functionele structuur
Hoofdstuk 3 Planvoornemen
11
3.1 3.2 3.3 3.4
11 11 13 18
Historie en ontwikkelingsbehoefte Planvoornemen Vormgeving Afwijking geldend bestemmingsplan
Hoofdstuk 4 Beleidskaders
19
4.1 4.2 4.3
19 20 26
Nationaal beleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid
Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten
29
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10
Bedrijven- en milieuzonering Geluid Geur Externe veiligheid Luchtkwaliteit Bodem Natuur Archeologie en cultuurhistorie Verkeer en parkeren Water
29 29 29 30 33 33 33 35 38 40
Hoofdstuk 6 Juridische regeling
43
6.1 6.2 6.3
43 43 43
Inleiding De regels Bestemmingen
Hoofdstuk 7 Economische en maatschappelijke haalbaarheid
bestemmingsplan Herontwikkeling middengebied FruitMasters
45
3
7.1 7.2
Economische haalbaarheid Maatschappelijke haalbaarheid
Toelichting
4
bestemmingsplan Herontwikkeling middengebied FruitMasters
45 45
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding en doel
Op de locatie Deilseweg 7 in Geldermalsen is het hoofdkantoor van het fruitverwerkingsbedrijf FruitMasters gevestigd. Dit fruitverwerkingsbedrijf betreft een afzetorganisatie waarbij ruim 400 fruittelers aangesloten zijn. Het bedrijf begeleidt de fruittelers met het sorteren, verpakken en de marketing van producten. De bedrijfslocatie aan de Deilseweg 7 beschikt naast een hoofdkantoor over een facilitair en logistiek centrum met verschillende bedrijfsgebouwen. Initiatiefnemer is voornemens om het middenterrein van het bedrijfscomplex aan de Deilseweg 7 te herontwikkelen. Deze herontwikkeling omvat de sloop van ca. 8.540 m2 aan bedrijfsgebouwen en de realisatie van ca. 20.200 m2 aan vervangende bebouwing. Deze (per saldo) toename van bebouwing is binnen de vigerende regeling niet mogelijk vanwege het feit dat met de bestaande oppervlakte bebouwing het maximale bebouwingspercentage, dat toegestaan is binnen het geldend bestemmingsplan 'Bedrijventerreinen', reeds is bereikt. Ook worden met de uitbreiding bouwhoogtes beoogd die de maatvoeringen binnen het bouwvlak overstijgen. Een herziening van het geldend bestemmingsplan is daarom noodzakelijk. Voor de herontwikkeling van het middenterrein van het fruitverwerkingsbedrijf is door de gemeente West Betuwe een principeakkoord verleend, hetgeen resulteert in een herziening van het geldend bestemmingsplan 'Bedrijventerrein'.
Deze toelichting voorziet in de benodigde ruimtelijke onderbouwing van deze herontwikkeling. In samenhang met de nieuw opgestelde verbeelding en planregels vormt dit de juridische basis om de herontwikkeling toe te kunnen staan, en om op deze wijze het bedrijventerrein toekomstbestendig te maken.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied omvat het gehele perceel van de bedrijfslocatie Deilseweg 7. Het bouwvlak is ca. 158.400 m2 groot en omvat alle bedrijfsgebouwen van het fruitverwerkingsbedrijf, inclusief het hoofdkantoor.
Ligging en begrenzing plangebied
bestemmingsplan Herontwikkeling middengebied FruitMasters
5
1.3
Geldende bestemmingsplannen
Op het plangebied is het bestemmingsplan 'Bedrijventerrein' van toepassing, vastgesteld op 6 november 2019. Op grond van dit bestemmingsplan rust op de locatie de enkelbestemming 'Bedrijventerrein' en de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 2' en 'Waterstaat - Waterbergingsgebied'. Voor de bedrijfslocatie is een bouwvlak opgenomen. Dit bouwvlak kent een maximum bebouwingspercentage van 60%, en een gedifferentieerde bouwhoogte van 10 en 15 meter. De bouwhoogte 10 meter is opgenomen aan de noord-, oost- en zuidrand van het bouwvlak. Op het middenterrein van het bouwvlak is de bouwhoogte 15 meter opgenomen.
Uitsnede geldend bestemmingsplan Ook zijn binnen het bouwvlak functieaanduidingen opgenomen voor verschillende bedrijfsonderdelen van het fruitverwerkingsbedrijf. Ook rusten er een drietal gebiedsaanduidingen op het plangebied: 'vrijwaringszone molenbiotoop' en 'overige zone - voorlopige voorziening' (beiden zuidzijde van het bouwvlak) en 'veiligheidszone - bevi' (oostzijde van het bouwvlak). Naast het bestemmingsplan 'Bedrijventerreinen' is ook het 'Paraplubestemmingsplan Parkeren 2019' geldig op het plangebied. Dit parapluplan is vastgesteld na inwerkingtreding van de Reparatiewet BZK 2014, waardoor stedenbouwkundige voorschriften uit de gemeentelijke bouwverordening in een bestemmingsplan geregeld moeten worden. Doorwerking van de implicaties van dit parapluplan worden besproken in 5.9 Verkeer en parkeren.
1.4
Leeswijzer
Na dit inleidende hoofdstuk wordt in Hoofdstuk 2 het besluitgebied en het voornemen nader toegelicht. In Hoofdstuk 4 wordt het voornemen getoetst aan geldende beleidskaders op Rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. In Hoofdstuk 5 wordt het voornemen getoetst aan geldende milieu- en omgevingsaspecten. Tenslotte worden in Hoofdstuk 7 de economische en maatschappelijke haalbaarheid van het voornemen besproken.
6
bestemmingsplan Herontwikkeling middengebied FruitMasters
Hoofdstuk 2 2.1
Plangebied
Globale ligging plangebied
FruitMasters ligt op een bedrijventerrein ten westen van de kern van Geldermalsen. De planlocatie en de kern van Geldermalsen worden gescheiden door de spoorlijn van Utrecht naar 's-Hertogenbosch. Ten noorden van het plangebied, aan de overzijde van de Linge, ligt de kern Tricht. Ten westen van het plangebied is er sprake van karakteristieke lintbebouwing aan de Linge tot aan de kern Deil.
Ligging plangebied ten opzichte van de kern Geldermalsen
2.2
Historische ontwikkeling
Het karakter van het gebied van de Linge wordt mede door de situering van de dorpen en de dijken langs de rivier bepaald. Langs het kronkelende stroomgebied van de Linge zijn in de loop van de tijd verschillende kernen ontstaan, waaronder Geldermalsen. Geldermalsen is van alle kernen langs de Linge één van de grootst ontwikkelde. Toch is Geldermalsen, net als de andere kernen, ontstaan uit kleine nederzetting op afzettingen van zand en grind uit de rivier. Deze hoger gelegen stroomruggen en oeverwallen zijn nu ook nog terug te zien in het landschap, mede doordat veel van de wegenstructuur in de omgeving geënt is op deze geomorfologische structuur. De situering van kernen langs de dijk heeft geleid tot een lineaire bebouwings- en wegenstructuur op of evenwijdig aan de dijk. Haaks op de dijk staan vaak verbindingswegen naar het achterland. Lange tijd zijn alleen deze hoger gelegen gronden geschikt geweest voor bewoning, begrazing of als bouwland. Verder van de rivier af vonden minder afzettingen plaats en werden alleen fijnere kleideeltjes afgezet. Zo ontstonden de lager gelegen, nattere komgronden. Pas na de bedijking van de Linge kon men overgaan tot de ontginning van de komgronden om aan de grotere behoefte aan landbouwgrond te kunnen voldoen.
Het onderscheid tussen de stroomrug en de komgronden is ook nu nog in het landschap waar te nemen door het verschillende grondgebruik; de stroomruggen worden overheerst door de fruitboomgaarden en de kommen door open uitgestrekte graslanden.
bestemmingsplan Herontwikkeling middengebied FruitMasters
7
Ontwikkeling omgeving plangebied (bron: TopoTijdreis) Het plangebied is gelegen in het uiterwaardengebied van de Linge. Al sinds 1900 ligt het in de oksel van het stroomgebied van de Linge aan de noordzijde en de spoorlijn Utrecht-Den Bosch. Op de gronden van het plangebied is lange tijd een bietsuikerfabriek gevestigd geweest (van 1866-1935/36). Dit fabriekscomplex is pas rond 1972/1973 gesloopt, waarna een herontwikkeling plaats heeft gevonden naar een bedrijventerrein op de locatie. Van de kernen in de omgeving was Tricht (ten noorden van het plangebied aan de overzijde van de Linge) qua grootte gelijkwaardig aan Geldermalsen. Rondom de jaren '60 en '70 is aan de overzijde van het spoor ten oosten van het plangebied begonnen met de ontwikkeling van Geldermalsen-West. In de periode tussen de jaren '60/'70 tot aan nu is deze wijkontwikkeling vastgegroeid aan de historische kern van Geldermalsen, waardoor een middelgrote kern is ontstaan in het Betuwegebied en Geldermalsen de grootste kern is in de huidige gemeente West-Betuwe.
2.3
Ruimtelijke en functionele structuur
FruitMasters is een afzetorganisatie waarbij ruim 400 fruittelers zijn aangesloten en waarvan het hoofdkantoor is gevestigd in Geldermalsen. Op de locatie Geldermalsen worden verschillende soorten zachtfruit, appels en peren van Nederlandse bodem verzameld, verpakt en gedistribueerd naar winkels of kleinere magazijnen. FruitMasters draagt zorg voor de vermarkting van hun fruit in zowel het binnenland als in het buitenland. Daarbij begeleidt FruitMasters het fruit vanaf de teelt tot aan de aanschaf door de consument. Van sorteren en verpakken tot en met marketing en winkelvloerpresentatie. Mede door de aangesloten fruittelers is FruitMasters in staat Nederlands kwaliteitsfruit direct van de bron te leveren aan (inter)nationale handelshuizen en retailers. De bedrijfslocatie van FruitMasters in Geldermalsen wordt ontsloten aan de zuidzijde. De Deilseweg is de doorgaande weg op de bedrijfslocatie en ontsluit de gebouwen aan de oostzijde, zowel voor in- als uitrijden. Direct aan de entree aan de westzijde staat het hoofdkantoor van FruitMasters. In totaal is er in de huidige situatie sprake van 96.600 m2 aan bestaand bebouwd oppervlak. Hiermee is in de huidige situatie ca. 61 % van het bestaand oppervlak van het bouwvlak bebouwd.
8
bestemmingsplan Herontwikkeling middengebied FruitMasters
Dit bestaande bebouwingsoppervlak bestaat onder andere uit gebouwen zoals het hoofdkantoor en het veilinggebouw als ook andere bouwwerken zoals laadkuilen. De verwerking en distributie vindt vooral plaats in het gebouw op het middenterrein. Overige gebouwen op het terrein zijn voornamelijk bedoeld voor (gekoelde) opslag van diverse soorten hard en zachtfruit. Als Bijlage 1 is een tekening bijgevoegd met de bestaande bebouwing op het bouwvlak.
bestemmingsplan Herontwikkeling middengebied FruitMasters
9
10
bestemmingsplan Herontwikkeling middengebied FruitMasters
Hoofdstuk 3 3.1
Planvoornemen
Historie en ontwikkelingsbehoefte
De telerscoöperatie FruitMasters is van oudsher geworteld in hét fruitcentrum van ons land; de Betuwe. In 1904 richtten 34 telers de 'Veiling Vereeniging Geldermalsen en Omstreken' op. Nog steeds is de coöperatie en veiling gevestigd naast het station aan de Deilseweg in Geldermalsen. In de loop der jaren is FruitMasters sterk gegroeid. Tegenwoordig zijn zo'n 400 Nederlandse telers en hun families aangesloten bij de coöperatie. Bovendien is FruitMasters een belangrijke werkgever voor veel bewoners uit deze en aangrenzende gemeenten. Het is de taak van FruitMasters om mensen overal te laten genieten van het gezonde fruit van onze telers. Tegenwoordig vind je de appels, peren en al het andere fruit van de telers in vrijwel iedere Nederlandse supermarkt. Gezonde groei Door de ontwikkelingen van de laatste jaren, is dringend de behoefte aan meer ruimte en moderne apparatuur voor de afwikkeling van de producten. Het terrein van FruitMasters in Geldermalsen is de afgelopen 70 jaar bebouwd. In dit proces zijn regelmatig oude gebouwen vervangen voor nieuwe. FruitMasters ligt ingebed tussen de dijk, spoorlijn, Linge en naastgelegen bedrijven. Hierdoor is geen ruimte om uit te breiden, maar wel om 'in te breiden'. Daarnaast staan de ontwikkelingen op het gebied van automatisering en verduurzaming ook in deze sector niet stil. Er bestaat behoefte aan vernieuwing en modernisering.
Centraal binnen dit plan staan automatisering, robotisering en het centraliseren van de activiteiten binnen één gesloten omgeving. Door deze aanpassingen stroomt het verse fruit snel door het bedrijf. Die hoge doorloopsnelheid zorgt voor verse producten in de winkel. Zo kan worden voorzien in de verwachte stijgende vraag naar fruit en kan de leidende rol van West Betuwe als fruitgemeente van Nederland, worden verstevigd. Om het sorteren en verpakken van fruit duurzaam, innovatief en concurrerend te kunnen blijven uitvoeren is vernieuwing noodzakelijk. Deze vernieuwing(en) moeten architectonisch en stedenbouwkundig goed ingepast worden in de omgeving.
3.2
Planvoornemen
Het planvoornemen betreft een herontwikkeling van het middengebied van het terrein van FruitMasters. Het voornemen bestaat uit de sloop van bestaande bebouwing op dit middenterrein en de realisatie van vervangende bebouwing. Concreet wordt er met het planvoornemen ca. 8.540 m2 aan bebouwing gesloopt, en ca. 20.200 m2 aan vervangende bebouwing gerealiseerd. Hiermee stijgt het bebouwingspercentage binnen het bouwvlak van ca. 61 % naar ca. 68,3 %.
bestemmingsplan Herontwikkeling middengebied FruitMasters
11
De te slopen bebouwing (rood) (zie ook Bijlage 2)
De op te richten bebouwing (blauw) (zie ook Bijlage 3)
De herontwikkeling gaat gepaard met een hogere bouwhoogte voor het middengebied, daar waar de nieuwbouw wordt gesitueerd. Door de hogere bouwhoogte kan er verticale opslag (en eventuele verwerking) van goederen plaatsvinden, iets wat de bedrijfsefficiëntie van FruitMasters ten goede komt. Voor een gedeelte van het bouwvlak wordt daarom een bouwhoogte van 23 meter toegestaan. De herontwikkeling van het middenterrein hangt samen met de logistieke opwaardering die FruitMasters voor ogen heeft. Door verouderde gebouwen te slopen en op te waarderen naar nieuwe gebouwen die voldoen aan huidige standaarden, kan het bedrijf een verduurzamingsslag maken die passend is bij de ontwikkelingsrichting van het bedrijf. Een van de doelen is de bouw van een nieuw pakstation, om centraal te kunnen sorteren, in plaats van het sorteren bij de telers. Dit betekent een hogere efficiëntie en minder verkeersbewegingen hetgeen bijdraagt aan
12
bestemmingsplan Herontwikkeling middengebied FruitMasters
het meer duurzaam maken van de bedrijfsvoering. Er wordt in dit plan interne ontwikkelingsruimte gecreëerd. Uitbreiding van het bedrijventerrein is niet mogelijk, de ontwikkelingsruimte moet derhalve gezocht worden in de inbreiding. De ontwikkelingsruimte krijgt eveneens vorm in een verhoging van het huidige bebouwingspercentage. Deze verhoging maakt het mogelijk om bijvoorbeeld een luchtbrug te creëren en het terrein doelmatiger en daarmee duurzamer te kunnen inrichten. In het kader van de doelmatige bedrijfsvoering en duurzaamheid is het bebouwingspercentage verhoogd tot 80 % (was 60% in het bestemmingsplan, wordt ca 68,3 % na de bovengenoemde sloop en herbouw). Van belang daarbij is dat sprake is van een introvert, reeds volledig verhard terrein, waardoor het mogelijk maken van meer bebouwing niet leidt tot gebruiksverandering en daarmee niet leidt tot specifieke omgevingseffecten. Met de uitvoering van de huidige nieuwbouwplannen wordt het oorspronkelijke bebouwingspercentage overschreden. Aangezien het bebouwingspercentage zich richt op zowel gebouwen als op bouwwerken geen gebouwen zijnde, is er ook in de nabije toekomst behoefte aan aanvullende ruimte, met name voor bouwwerken zoals verbindingsbruggen, luifels en laadkuilen.
De noodzaak tot het verruimen van het bebouwingspercentage komt mede voort uit het feit dat de regels rond voedselveiligheid steeds strenger worden. Hierdoor mogen een deel van de vrachten niet meer in de open lucht gelost worden, maar moet aangedockt kunnen worden en mag het product niet meer door de buitenlucht de gebouwen ingereden worden, maar moet de vrachtwagen rechtstreeks verbonden zijn met het gebouw. Dit betekent: meer laadkuilen en bijbehorende ontvangstruimtes. Daarnaast komt er (terecht) steeds meer aandacht voor een gesloten koudeketen, waardoor de kwaliteit van het fruit zo hoog mogelijk blijft. Een deel van de koelhuizen op het terrein voorziet hier nog niet in, en deze zullen op afzienbare termijn alsnog gerealiseerd moeten worden. Het nieuwe bebouwingspercentage maakt het verduurzamen van het bedrijventerrein in de vorm van het efficiënter opzetten van vervangende nieuwbouw als ook het toevoegen van bouwwerken geen gebouwen zijnde zoals laadkuilen, mogelijk.
3.3
Vormgeving
Bovenstaande ontwikkeling is ingegeven door de behoefte aan efficiënte , meer moderne en duurzame bedrijfsvoering. Alhoewel de interne productielijnen en het gebruik voor een belangrijk deel de vormgeving en maatvoering bepalen, heeft FruitMasters samen met de gemeente het ruimtelijk kwaliteitskader bepaald: zijnde kwalitatieve uitgangspunten voor de vormgeving. 3.3.1 Ruimtelijk kwaliteitskader Op 18 februari 2022 is in een workshop met FruitMasters, de architect, de gemeente, welstandsarchitecten en stedenbouwkundigen onderzocht hoe de ruimtelijke kwaliteit van de westzijde van het station Geldermalsen kan verbeteren en hoe onderhavig bestemmingsplan hierin kan bijdragen. De workshop heeft geleid tot de formulering van een ruimtelijk kwaliteitskader voor het veilingterrein (zie Bijlage 1 van de regels). Aangegeven is dat beeldkwalitatief de volgende zones zijn te onderscheiden: de spoorzone, de dijkzone en de lingezone. De dijk - en spoorzone ontmoeten elkaar voor de stationsentree.
bestemmingsplan Herontwikkeling middengebied FruitMasters
13
Beeldkwalitatieve zones, groen cirkel: omgeving stationsentree en blauwe cirkel: middengebied Lingezone Aan de zijde van de Linge is het landschap dominant en de bedrijfsbebouwing vanaf de zijde van de Linge nauwelijks zichtbaar. De voorgenomen nieuwbouw raakt deze zone niet. De maximale hoogtemaat van 10 m blijft in stand. Dijkzone De dijkzone (langs de Deilseweg) vormt een schakel met het Lingelandschap en het dorp Geldermalsen. De vormgeving voor dit deel van het terrein zou 'trager, aardser, kleinere korrel / korte lijnen' kunnen zijn. Vooralsnog worden de gebouwen gelegen aan de dijkzone niet aangepast; met uitzondering van de koelcel op de hoek; in het zicht vanaf de stationsentree en de Burgemeester Roozeveld v.d. Venlaan + beginpunt van bebouwing langs de dijk. De gevel van de koelcel wordt meer herkenbaar gemaakt. (zie par. 3.3.3.) Spoorzone De spoorzone begeleidt als het ware het spoor; aan dit deel van het bedrijventerrein grenst de P+R parkeervoorziening. Voor de spoorzone zijn de specifieke beeldkwalitatieve kenmerken: gebiedsoverstijgend, snelheid, grote korrel /lange lijnen, bouwhoogte is hier minder kritisch, omdat deze in verhouding tot de lange lijnen altijd lager overkomt (uitgezonderd de bebouwing nabij de Linge). De voorgenomen nieuwbouw vindt plaats in deze zone; in het (in de afbeelding hierboven aangeduid als blauwe cirkel) middengebied.
De bouw voegt zich naar beeldkwalitatieve uitgangspunten voor de spoorzone. (zie par 3.3.2.) De bouwhoogte wordt voor spoorzone verhoogt van 10 m. naar 12 m.
14
bestemmingsplan Herontwikkeling middengebied FruitMasters
3.3.2 Bouwvoornemen nieuwbouw Om optimaal van de beschikbare ruimte gebruik te maken is het noodzakelijk voor FruitMasters in het 'middengebied' een hoog geautomatiseerd stapelmagazijn te bouwen.
Middengebied FruitMasters
Detail vormgeving nieuwbouw middengebied Het middengebied is het hart van het bedrijf, met aan de randen van het terrein voornamelijk (gesloten) gebouwen voor (gekoelde) opslag van producten.
Middengebied, spoorzone
bestemmingsplan Herontwikkeling middengebied FruitMasters
15
Vormgeving nieuwbouw, aanzicht vanaf het spoor. Daar (middengebied) waar de snelheid hoog is (auto's en trein) wordt gewerkt met eenvoudige grote elementen.
De kleurstelling van de nieuwbouw in het middengebied zijn lichtgrijze kleurtinten. Daar waar er activiteiten plaatsvinden wordt gewerkt met donkere accenten. Ten behoeve van personen en goederen vervoer zal er een extra luchtbrug worden geïntegreerd binnen de totale planopzet. De luchtbrug heeft als doel om een (voedsel)veilige oversteek mogelijk te maken op de meest economische wijze.
16
bestemmingsplan Herontwikkeling middengebied FruitMasters
3.3.3 Gevel omgeving stationentree Voor voorbijgangers wordt het beeld dat FruitMasters geeft voornamelijk beleefd aan de zijde van het station. Vanuit stedenbouwkundig oogpunt dient daarom het accent niet bij het middengebied, maar bij de stationsentree te liggen.
Straataanblik stationszijde De planinvulling bestaat uit een 'leesbaar' gebouw; daar waar mensen vergaderen, pauzeren en lopen worden de gevels 'open', waar mensen werken wordt het - waar mogelijk- halfopen en bij gekoelde ruimten zal het gebouw gesloten zijn. Restyling gevel spoorzijde Om te voldoen aan de gemeentelijke eisen wordt in de hoek van het terrein de momenteel weinig sprekende gevel van het koelhuis aan de stationszijde herkenbaar gemaakt. Deze activiteiten passen reeds binnen het vigerende bestemmingsplan en vormen een relevante kwalitatieve toevoeging aan het plan. Daar waar de snelheid laag is (voetgangers en fietsers bij de stationsentree) wordt een beleefbaar, leesbaar en gedetailleerd accent voor het koelhuis gecreëerd.
Aanblik gebouw spoorzijde
Het ruimtelijk kwaliteitskader (zie Bijlage 1van de regels) is opgenomen bij de regels, teneinde als toetsingskader voor de nadere eisen te kunnen fungeren.
bestemmingsplan Herontwikkeling middengebied FruitMasters
17
3.4
Afwijking geldend bestemmingsplan
Met het planvoornemen wordt een herontwikkeling beoogd op het middenterrein van FruitMasters, waar in het vigerende bestemmingsplan bouwhoogten gelden van respectievelijk 10 meter en 15 meter. Met het voornemen wordt herontwikkeling van gebouwen beoogd die deze bouwhoogten overschrijden. (Deels van 15 naar 23 m op het middengebied, langs de spoorzone van 10 naar 12 m) Daarnaast wordt met het bestemmingsplan het maximale bebouwingspercentage van 60 % in de geldende regeling overschreden. Om het bedrijf toekomstbestendig te laten opereren, wordt daarom met het bestemmingsplan een verhoging van het bebouwingspercentage beoogd van 60 % naar 80 %. (zie ook par. 3.2.) Om bovenstaande mogelijk te maken, is een herziening van het geldend bestemmingsplan 'Bedrijventerreinen' noodzakelijk.
18
bestemmingsplan Herontwikkeling middengebied FruitMasters
Hoofdstuk 4 4.1
Beleidskaders
Nationaal beleid
4.1.1 Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is door het rijk opgesteld. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 wordt hierin de langetermijnvisie in beeld gebracht. Op nationale belangen wil het Rijk (net als nu) sturen en richting geven. Hiervoor worden vier prioriteiten onderscheiden: Ruimte voor klimaat adaptatie. Duurzaam economisch groeipotentieel. Sterke en gezonde steden en regio's. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Met de NOVI wordt gebouwd aan sterke, aantrekkelijke en gezonde steden, waarbij wordt gestreefd naar de verdere ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. De wens is om daar naar toe te groeien en een goed bereikbaar netwerk van steden en regio's te realiseren. FruitMasters is een logistiek fruitbedrijf met een nationale afzetmarkt. De herontwikkeling van het middenterrein van dit bedrijf draagt bij aan het verder verduurzamen van de bedrijfsvoering van het bedrijf. Geldermalsen is, gezien de centrale ligging in de Betuwe en de ligging nabij knooppunt Deil (A2/A15), een logistiek logische locatie om het bedrijf verder te ontwikkelen. FruitMasters is een belangrijk bedrijf voor het economisch groeipotentieel van de kern Geldermalsen en de Betuwe in zijn algemeenheid.
Hiermee ligt de verdere ontwikkeling van een bestaand bedrijf op een bestaand bedrijventerrein in lijn met de wensen die gesteld worden in de NOVI. 4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De wetgever heeft in de Wro, ter waarborging van nationale en provinciale belangen, de besluitmogelijkheden van lagere overheden begrensd. Indien nationale of provinciale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken, kunnen bij of krachtens Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) respectievelijk provinciale verordening regels worden gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel bekend als de AMvB Ruimte, zijn 13 nationale belangen opgenomen die juridische borging vereisen. Het Barro is op 30 december 2011 deels in werking getreden en met enkele onderwerpen aangevuld per 1 oktober 2012. Het besluit is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Het plangebied ligt niet binnen zoneringen die beschermd worden door de regels in het Barro. Hiermee levert het Barro geen verdere belemmeringen op voor het planvoornemen. 4.1.3 Bro: motivering duurzame verstedelijking Daarnaast is ook het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) per 1 oktober 2012 op onderdelen gewijzigd.
In artikel 3.1.6 van het Bro is de 'ladder voor duurzame verstedelijking' opgenomen. Deze ladder stelt eisen aan de onderbouwing in bestemmingsplannen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken. Hiervoor moeten dan 3 stappen worden doorlopen: 1. 2.
er wordt beschreven dat een voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een actuele regionale behoefte (trede 1); er wordt beschreven in hoeverre de behoefte zoals beschreven in trede 1 binnen bestaand stedelijk
bestemmingsplan Herontwikkeling middengebied FruitMasters
19
gebied kan worden opgevangen (trede 2); indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden opgevangen wordt aanvullend beschreven in hoeverre locaties buiten bestaand stedelijk gebied passend ontsloten zijn of zodanig worden ontwikkeld, gebruik makend van verschillende middelen van vervoer. De eerste vraag is echter: is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Het begrip stedelijke ontwikkeling is als volgt gedefinieerd: “ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen”. 3.
De ladder heeft tot doel leegstand te voorkomen en zuinig ruimtegebruik te stimuleren. Ten aanzien van de beoogde ontwikkeling geldt dat er sprake is van een herontwikkeling in de vorm van sloop en nieuwbouw, met als doel duurzaamheid en efficiency. De gronden waarop de ontwikkelingen plaatsvinden zijn reeds volledig bestemd voor bedrijfsmatige activiteiten. De actuele behoefte van de uitbreiding van het bebouwingspercentage komt voort uit de behoefte aan meer efficiency en verduurzaming van het bedrijventerrein.
4.2
Provinciaal beleid
4.2.1 Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Op 19 december 2018 hebben de Provinciale Staten de nieuwe omgevingsvisie van de provincie Gelderland vastgesteld. De omgevingsvisie is op 1 maart 2019 in werking getreden. De Omgevingsvisie 'Gaaf Gelderland' is een structuurplan van de provincie Gelderland, met als doel een gaaf Gelderland te behouden en te ontwikkelen voor de toekomst. Daarbij staat een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. In de omgevingsvisie is een zevental ambities opgenomen. Deze omvatten, in grote lijnen, de volgende onderwerpen: Energietransitie: van fossiel naar duurzaam Klimaatadaptatie: omgaan met veranderend weer Circulaire economie: sluiten van kringlopen Biodiversiteit: werken met de natuur Bereikbaarheid: duurzaam verbonden Vestigingsklimaat: een krachtige, duurzame topregio Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam De provincie Gelderland geeft invulling aan voorgenoemde ambities door de zogenoemde 'DOE-principes': Doen: Er wordt breed gekeken en consequent gewerkt vanuit het perspectief van duurzaam én verbonden én economisch krachtig.
Waar nodig worden regels en kaders gesteld; Laten: zaken die niet aansluiten op de omgevingsvisie worden niet gestimuleerd; Zelf: het goede voorbeeld wordt zelf gegeven, de nodige verantwoordelijkheid wordt genomen, en er is voldoende doorzettingsvermogen; Samen: er wordt met open vizier gewerkt en gebouwd aan gezamenlijke agenda's met partners, en er worden kansen voor innovatie en kennisdeling gestimuleerd. De provincie Gelderland heeft een unieke ligging op de oostwest-as en noordzuid-as van Nederland, wat de provincie tot een strategische en aantrekkelijke locatie maakt te midden van andere sterke regio's. De Gelderse economie heeft sterke troeven: bedrijven in de sectoren Health, Energy, Tech, Food, Logistiek en een sterk midden- en kleinbedrijf. De provincie wil bedrijven in deze sectoren volop de ruimte geven, maar wel op voorwaarde dat ook bijgedragen wordt aan het duurzaamheidsvraagstuk. FruitMasters is een bedrijf met een nationale afzetmarkt. De locatie van het hoofdkantoor en logistiek centrum in Geldermalsen is, zoals de provincie in de omgevingsvisie noemt, een zeer geschikte locatie op de kruising tussen de oostwest-as (A15) en de noordzuid-as (A2). Een herontwikkeling van het middenterrein zorgt voor het toekomstbestendig houden van de bedrijfsvoering van FruitMasters.
Door het slopen van oude gebouwen en realiseren van nieuwe gebouwen, kan door FruitMasters een investeringsslag op het gebied van
20
bestemmingsplan Herontwikkeling middengebied FruitMasters
duurzaamheid gedaan worden. Ook het mogelijk maken van centraal sorteren van hard fruit op de locatie in Geldermalsen draagt bij aan verduurzaming van het logistieke proces. Gelet hierop ligt de herontwikkeling op de planlocatie in lijn met de wensen die de provincie Gelderland stelt aan haar bedrijvenbestand. 4.2.2 Omgevingsverordening Gelderland De Omgevingsverordening (laatste actualisatie vastgesteld 5 juli 2022) vormt de juridische doorwerking in regels van het beleid uit de Omgevingsvisie. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. In dit bestemmingsplan worden de volgende provinciale thema's nader toegelicht: Klimaatadaptatie Bescherming Molenbiotoop KlimaatadaptatieArtikel 2.65b Artikel 2.65b van de verordening bepaalt het volgende: 1.
Voor zover een bestemmingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, bevat de toelichting bij het bestemmingsplan een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico’s van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. 2. In de beschrijving worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken: a. waterveiligheid; b. wateroverlast; c. droogte; en d. hitte. 3. De beschrijving wordt opgesteld na overleg met in ieder geval het dagelijks bestuur van het waterschap waar de activiteit wordt verricht of de ontwikkeling plaatsvindt. In het bestemmingsplan zijn, vanuit efficiëntie en duurzaamheid, de bouwmogelijkheden op een bedrijventerrein voor een deel verruimd. Het bedrijventerrein is volledig verhard. De uitbreiding van de gebouwen vinden plaats op nu reeds verhard terrein. De effecten op de waterhuishouding in relatie tot klimaatadaptatie zijn opgenomen in de nadere beschouwing van de waterhuishouding in paragraaf 5.10. en in Bijlage 8 Molenbiotoop: Artikel 2.64 (bescherming windvang molen) a. Een bestemmingsplan maakt voor gronden binnen een Molenbiotoop geen nieuwe bebouwing of beplanting mogelijk als daardoor de windvang van een molen wordt beperkt.
In de Verordening is de instructieregels opgenomen dat in bestemmingsplannen die betrekking hebben op gronden gelegen binnen een molenbiotoop geen nieuwe bebouwing danwel beplanting is toegestaan, tenzij in de toelichting bij het bestemmingsplan wordt aangetoond dat het functioneren van de molen door middel van windvang niet wordt beperkt. Hierbij is het begrip 'molenbiotoop' gedefinieerd als 'de omgeving van een molen gelegen binnen een straal van 400 m, gerekend vanaf het middelpunt van de molen'. Het plangebied is deels gelegen binnen deze molenbiotoop.
bestemmingsplan Herontwikkeling middengebied FruitMasters
21
Omvang en ligging Molenbiotoop Er kan op basis van de instructieregels van de provincie het volgende worden geconstateerd: a. b.
De molenbiotoop ligt over een beperkt deel van het plangebied. Voor dit deel van de gronden veranderen de hoogtematen, die opgenomen zijn in de vigerende bestemmingsplanregeling, niet. Voor de gronden gelegen buiten de molenbiotoop, geldt uitdrukkelijk geen instructie van de provincie; de verordening richt zich uitsluitend op de gronden gelegen 'binnen een Molenbiotoop'.
Het bouwvoornemen, in de vorm van het mogelijk maken van grotere bouwhoogten, ligt buiten de molenbiotoop. Echter, ter onderbouwing van een goede ruimtelijke ordening, is voor de gronden gelegen binnen de molenbiotoop nagegaan of en in hoeverre bouwactiviteiten op het bedrijventerrein de windvang van de molen zouden kunnen beperken. De Poldermolen De molenbiotoop biedt bescherming aan de windvang van de Poldermolen aan de Watermolenstraat 8 te Geldermalsen.
De Poldermolen
22
bestemmingsplan Herontwikkeling middengebied FruitMasters
Ligging Poldermolen Ten behoeve van de bescherming van de windvang, dient de hoogte van de nieuwe bebouwing getoetst te worden aan de molenbiotoopformule. Met de molenbiotoopformule kan op een eenvoudige manier de maximaal aanvaardbare hoogte van obstakels rond een molen worden berekend, dusdanig dat de molen hier geen onoverkomelijke hinder van ondervindt. De biotoopformule wordt dus vooral toegepast om te kunnen bepalen of een obstakel op een bepaalde afstand van de molen al dan niet ‘te hoog’ is. De eerste 100 meter dient vrij te zijn van obstakels. Vanaf 100 meter geldt een oplopende lijn die met de volgende formule te bepalen is: H(x) = x/n+c*z waarin: H(x) = maximale toelaatbare hoogte van een obstakel op afstand x (in meters) x = afstand van een obstakel tot de molen (in meters) n = een constante, afhankelijk van de ruwheid van de omgeving en de maximaal toelaatbare windreductie. Hiervoor worden de volgende waarden gebruikt: 140 voor open, 75 voor ruw en 50 voor gesloten gebied. c = een constante, afhankelijk van de maximaal toelaatbare windreductie, gewoonlijk met de waarde 0,2 z = askophoogte (helft van lengte gevlucht + eventueel de hoogte van de belt, berg of stelling) De kortste afstand van de molen tot de grens van het bouwvlak van de gronden gelegen binnen de molenbiotoop is ca 250 m.
De toegestane bouwhoogte vanaf de grens van het bouwvlak is resp 10 en 12 m, op een afstand van 290 m is de toegestane hoogte 15 m. In het gebied tussen de molen en het plangebied zijn enkele solitaire bomen en laanbeplanting aanwezig. Noordelijk en oostelijk van de molen bevindt zich bedrijfsbebouwing. Op grond van deze omgevingskarakteristiek is deze in dit verband gekarakteriseerd als 'ruw'. In 2012 is door Peutz BV een onderzoek uitgevoerd naar de effecten van de molen op een voorgenomen bouwplan ten zuidoosten van de Poldermolen (Peutz BV, Rapportnummer O 15321-1-RA-002 d.d. 20 november 2012). Aangezien het dezelfde molen betrof, zijn de rekenkundige uitgangspunten van de molen uit deze analyse waar van toepassing overgenomen: x = 250 meter (minimale afstand tot het besluitgebied)
bestemmingsplan Herontwikkeling middengebied FruitMasters
23
n = 75 (omgevingsclassifcatie = 'ruw') c = 0,2 (toelaatbare windreductie) z = 13,9 m (askophoogte) x/n+c*z in nader ingevuld met : Gemeten ter plaatse van de grens bouwvlak plangebied met toegestane bouwhoogte 12 / 10 m.: 250/75 + 0,2 * 13,9 = 6,11 m Gemeten ter plaatse van de grens bouwvlak plangebied met toegestane bouwhoogte 15 m: 290/75+ 0,2*13,9 = 6,64 m De toegestane bouwhoogten zijn binnen de molenbiotoop hoger dan volgens de berekeningen voor gebouwen en bebouwing (en beplanting) binnen de molenbiotoop zou mogen. Echter, voor de gronden gelegen binnen de molenbiotoop veranderen de hoogtebepalingen voor de gebouwen en bouwwerken binnen het nieuw vast te stellen plan niet. De aanduiding molenbiotoop blijft intact. De gronden die worden herontwikkeld liggen buiten de molenbiotoop. Om na te kunnen gaan wat het effect van deze bestaande mogelijke bouwhoogten op de windvang van de molen zou kunnen zijn, is de ligging van de molen en de overheersende windrichting nader onderzocht. Nadere analyse verwachte effecten van het bouwplan op windvang De poldermolen bevindt zich op een locatie die aan noord- en oostzijde wordt begrensd door bestaande hoge (bedrijfs)bebouwing. Deze vormt in de huidige situatie een significante belemmering voor windvang uit noordelijke, noordoostelijke en oostelijke richting.
De windvang uit westelijke, zuidwestelijke en zuidelijke richting is onbelemmerd, met dien verstande dat de laanbeplanting langs de Watermolenweg en Provincialeweg Oost en solitaire bomen binnen het bereik van de molenbiotoop zijn gesitueerd.
Gebouwen en bestaande beplanting rondom Poldermolen De laanbeplanting bestaat overwegend uit volwassen, loofbomen met een geschatte hoogte van 10-15 meter. De mate waarin deze laanbeplanting en solitaire bomen van invloed zijn op de windvang, is mede afhankelijk van het seizoen en de aanwezigheid van blad in de kruin.
24
bestemmingsplan Herontwikkeling middengebied FruitMasters
De laanbeplanting langs de Provincialeweg Oost (foto links) en langs de Watermolenweg (foto rechts)
Overheersende windrichting De overheersende windrichting in Nederland is zuidwestelijk, gevolgd door pal zuid en west:
Procentuele verdeling windrichting per maand (bron: Weerplaza, 2020) Op grond van de bestaande ruimtelijk-fysieke karakteristiek van de omgeving van de molen en de overheersende windrichting, wordt geconstateerd dat de molen in de huidige situatie in de overheersende windrichtingen (zuidwest en zuid) een betrekkelijk onbelemmerde windvang heeft. Op basis van de bestaande fysieke belemmeringen zoals deze binnen de molenbiotoop aanwezig zijn, is het noordelijk, noordoostelijk, oostelijk en een deel van het zuidoostelijk kwadrant van de molenbiotoop als verstoord aan te merken, voor zover het onbelemmerde windvang betreft.
bestemmingsplan Herontwikkeling middengebied FruitMasters
25
Indicatie van de zone binnen de molenbiotoop (in rood) waar de windvang als verstoord mag worden verondersteld door bestaande bebouwing en (laan)beplanting De bouwmogelijkheden van de gronden binnen het onderhavige bestemmingsplan wijzigen, voorzover gelegen binnen de molenbiotoop, niet. Er vinden geen specifieke bouwontwikkelingen op deze gronden plaats. Mocht dit in de toekomst wel het geval zijn, dan kan met bovenstaande analyse worden aangetoond, dat bebouwing aan de noordzijde van de Deilseweg, geen specifieke beperking zal of kan vormen voor de windvang van de Poldermolen. De voorgenomen bouwontwikkeling in het middengebied van het bedrijventerrein van FruitMasters, ligt geheel buiten de molenbiotoop. Maar ook hier geldt, dat de ligging aan de noordoostzijde van de molen maakt, dat geen sprake kan zijn van een substantiële verslechterende invloed op de windvang van de Poldermolen.
4.3
Gemeentelijk beleid
4.3.1 Omgevingsvisie West Betuwe De gemeenteraad van West Betuwe stelde op 22 februari 2022 de Omgevingsvisie 1.0 vast. De Omgevingsvisie West Betuwe schetst de ambities en visie voor de gemeente West Betuwe in 2040. West Betuwe is een middelgrote gemeente met ruim 50.000 inwoners. Van de 26 kernen in de gemeente is Geldermalsen met ruim 10.000 inwoners veruit de grootste; de andere 25 kernen vormen het thuis van enkele honderden tot enkele duizenden inwoners. De karakteristieke kernen, het herkenbare rivierenlandschap, de bedrijvigheid en de mensen zorgen voor herkenbare kwaliteiten en kernwaarden. Deze kernwaarden zijn: Inclusief en dorps. Agrarisch en ondernemend. Landschappelijk en beleefbaar. De gemeente West Betuwe heeft ook drie kernambities geformuleerd in de omgevingsvisie. Deze luiden als volgt: De gemeente West Betuwe zet in op toekomstbestendige en leefbare kernen. Als gemeente West Betuwe ontwikkelen we ons tot dé fruitgemeente van Nederland. De gemeente West Betuwe versterkt haar beleefbaar rivierlandschap waarin kleinschaligheid en de ‘dorpse sfeer’ de boventoon voeren. West Betuwe is een bedrijvige en ondernemende gemeente, met fruit als 'unique selling point'. Door de vruchtbare rivierklei in de gemeente heeft de West Betuwse fruitteelt kunnen uitgroeien tot een grootschalige economie.
De fruitteelt is bepalend voor het landschap, maar ook voor de economie en de werkgelegenheid.
26
bestemmingsplan Herontwikkeling middengebied FruitMasters
FruitMasters neemt als logistiek fruitbedrijf een centrale positie in, in de Betuwse fruitteelt. De komende jaren gaat naar verwachting de arbeidsmarkt in de regio veranderen. Digitalisering en robotisering zullen de inhoud van de praktijk-geschoolde banen veranderen. Ook de verduurzaming van productieprocessen en bedrijfsvoering zal verder toenemen. De komende jaren wil de gemeente West Betuwe verder inzetten op het benutten van de economische kracht van West Betuwe. De gemeente zet daarvoor in op vier grote toekomstbestendige en goed bereikbare economische clusters, waaronder in Geldermalsen. De ambitie voor de gemeente is om te excelleren in fruitproductie en -verwerking met Europa als thuismarkt. Met de verdere ontwikkeling van de locatie van FruitMasters in Geldermalsen wordt verder ingezet op de ontwikkeling van de fruitsector in West Betuwe en de bedrijvigheidscluster aan de westzijde van Geldermalsen in algemene zin. Gelet hierop, ligt het voornemen in verlengde met hetgeen de gemeente wenselijk acht in de Omgevingsvisie West Betuwe. De omgevingsvisie West Betuwe vormt geen belemmering voor het planvoornemen. 4.3.2 Verordening afvoer hemel- en grondwater en rioolaansluitverordening De twee verordeningen zijn een actualisatie en harmonisatie van beleid uit de voormalige gemeenten. Het kader hiervoor is vastgelegd in het Water- en Rioleringsplan (WRP).
Verordening afvoer hemel- en grondwater Door klimaatverandering neemt de kans op onder andere wateroverlast en overstromingen toe. Dat vraagt om maatregelen, die samen met bewoners en projectontwikkelaars genomen moeten worden. Daarbij wordt nadrukkelijk onderscheid gemaakt tussen nieuwbouw en bestaande bouw. Het planvoornemen heeft betrekking op een herontwikkeling, waarbij sprake is van nieuwbouw van nieuwe gebouwen. Daarvoor is in artikel 4 van de verordening het volgende bepaald: 1.
Met het oog op het beperken van wateroverlast, het beperken van verdroging en het doelmatig beheer van afvalwater wordt alleen hemelwater vanaf nieuwe gebouwen in een openbaar riool geloosd, als een hemelwaterberging is aangebracht en in stand gehouden. 2. De minimale capaciteit van de hemelwaterberging is: 3. 20 l per m2 verhard oppervlak op het perceel als de totale omvang van het verhard oppervlak niet meer is dan 500 m2 ; of 4. 43,6 l per m2 verhard oppervlak op het perceel als de totale omvang van het verhard oppervlak 500 m2 of meer is. 5. In afwijking van het tweede lid, aanhef en onder b, is de minimale capaciteit van de hemelwaterberging 20 l per m2 verhard oppervlak, als al compenserende waterberging is gerealiseerd op grond van de keur van het waterschap. 6. De hemelwaterberging wordt zo ontworpen en in stand gehouden dat deze tussen 1 en 3 dagen weer voor 90% beschikbaar is, tenzij het opgevangen hemelwater bestemd is voor hergebruik. 5. De hoeveelheid hemelwater die niet kan worden geborgen, kan worden geloosd in het openbare riool of in de openbare ruimte. De effecten op de waterhuishouding zijn opgenomen in de nadere beschouwing van de waterhuishouding in paragraaf 5.10. en in Bijlage 8
bestemmingsplan Herontwikkeling middengebied FruitMasters
27
28
bestemmingsplan Herontwikkeling middengebied FruitMasters
Hoofdstuk 5 5.1
Milieu- en omgevingsaspecten
Bedrijven- en milieuzonering
Vanuit het aspect 'goede ruimtelijke ordening' dient er voldoende ruimtelijke scheiding te zijn tussen hinderveroorzakende (o.a. bedrijven) en hindergevoelige functies (waaronder woningen). Voorgaande moet op twee manieren getoetst worden. Enerzijds wordt er gekeken of het perceel zelf veroorzaker is van hinder en anderzijds wordt bekeken of het perceel kwetsbaar is voor hinder. Voor de inventarisatie van milieuzonering is de VNG-publicatie "Bedrijven en milieuzonering, editie 2009" leidend. Hierin wordt per bedrijfssoort en soort inrichting aangegeven welke milieu-invloed (in de vorm van geur, stof geluid en gevaar) hiervan kan uitgaan en welke afstand hierbij (minimaal) in acht genomen dient te worden (de richtafstand). De handreiking is oorspronkelijk bedoeld als hulpmiddel bij de ruimtelijke planvorming. Uit de rechtspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State vloeit voort dat de handreiking als hulpmiddel is erkend. Met het planvoornemen worden geen nieuwe hindergevoelige functies mogelijk gemaakt. Ook worden er geen geografische wijzigingen doorgevoerd aan het plangebied; de begrenzing blijft op dezelfde plek liggen. Hiermee verandert er in wezen niets aan de bestaande uitgangspunten op basis waarvan de milieuzoneringen zijn vastgesteld in het geldend bestemmingsplan 'Bedrijventerreinen'.
In de navolgende paragrafen zullen in het kader van een goede ruimtelijke ordening de verschillende relevante milieu- en omgevingsaspecten doorlopen worden.
5.2
Geluid
Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient op basis van de Wet geluidhinder (Wgh) te worden onderzocht of sprake is van geluidsoverlast, in het bijzonder in verband met verkeer, spoor of bedrijven. In de Wet geluidhinder is bepaald dat ten aanzien van zogenoemde 'geluidgevoelige objecten' wettelijke eisen gelden ten aanzien van de maximale geluidsbelasting. In het kader van het planvoornemen vindt een herontwikkeling plaats op het terrein van FruitMasters. Met deze herontwikkeling wordt het bouwvlak niet anders ingericht dan in de huidige situatie; enkel de bouwhoogtes worden op onderdelen verhoogd en het bebouwingspercentage wordt uitgebreid naar 75%. Dit leidt niet tot een wezenlijk andere uitgangssituatie met betrekking tot het aspect industrielawaai. Met het voornemen worden geen nieuwe geluidsgevoelige objecten mogelijk gemaakt. Het aspect spoorweglawaai, industrielawaai of wegverkeerslawaai is daarom niet relevant in omgekeerde werking; er hoeft niet getoetst te worden of er sprake is van geluidhinder op de te herontwikkelen gebouwen. Ook leidt het planvoornemen niet tot verkeerstoename op de Deilseweg; er wordt met de herontwikkeling naar centraal sorteren juist een afname van het aantal verkeersbewegingen van en naar het plangebied verwacht (zie 5.9). Een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai wordt derhalve ook niet noodzakelijk geacht.
5.3
Geur
De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) is op 1 januari 2007 in werking getreden. Met de Wet geurhinder en veehouderij geldt één toetsingskader voor vergunningplichtige veehouderij in de gehele gemeente. Voor niet vergunningverplichte veehouderijen en overige agrarische niet-vergunningplichtige bedrijven is het Activiteitenbesluit het toetsingskader. De Wet geurhinder en veehouderij bevat normen en afstanden die bedrijven moeten aanhouden ten opzichte van geurgevoelige objecten. Daarnaast geeft de Wet geurhinder en veehouderij gemeenten de beleidsvrijheid om maatwerk te leveren dat is afgestemd op de ruimtelijke en milieuhygiënische feiten en omstandigheden in een concreet gebied en de gewenste (toekomstige) ruimtelijk inrichting.
bestemmingsplan Herontwikkeling middengebied FruitMasters
29
Met het planvoornemen vindt een herontwikkeling plaats van het middenterrein van het terrein van Fruit Masters. Hiermee worden geen nieuwe geurgevoelige objecten opgericht of activiteiten uitgebreid die mogelijke geurhinder kunnen veroorzaken voor omliggende geurgevoelige objecten. Het aspect geur levert hiermee geen belemmeringen op voor vaststelling van het bestemmingsplan.
5.4
Externe veiligheid
Externe veiligheid heeft betrekking op locaties waar een ongeval met gevaarlijke stoffen kan plaatsvinden, waardoor personen die geen directe relatie hebben tot de risicovolle activiteit zouden kunnen komen te overlijden. Bij een ruimtelijk besluit voor het toelaten van (beperkt) kwetsbare objecten moet worden getoetst aan risiconormen en veiligheidsafstanden. Dit is met name relevant op korte afstand van risicobronnen. Indien een (beperkt) kwetsbaar object wordt toegelaten binnen het invloedsgebied van een belangrijke risicobron, moet ook het groepsrisico worden verantwoord. Bovendien is het van belang om af te wegen in hoeverre nieuwe risicobronnen binnen een plangebied worden toegestaan. Voor de beoordeling van een ruimtelijk plan moet voor externe veiligheid worden vastgesteld of het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van specifieke risicovolle inrichtingen, relevante transportroutes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen of relevante buisleidingen. Toetsingskaders zijn het "Besluit externe veiligheid inrichtingen" (Bevi), het "Besluit externe veiligheid transportroutes" (Bevt) en het "Besluit externe veiligheid buisleidingen" (Bevb). Daarnaast zijn in het Vuurwerkbesluit en het Activiteitenbesluit milieubeheer veiligheidsafstanden genoemd die rond stationaire risicobronnen, niet zijnde een inrichting die valt onder het Bevi, moeten worden aangehouden.
Tenslotte zijn in de beleidsvisie externe veiligheid van de gemeente ambities opgenomen over het al dan niet toelaten van risicovolle activiteiten. Op het bedrijventerrein van FruitMasters is in het vigerende bestemmingsplan een gebiedsaanduiding 'veiligheidszone - bevi' opgenomen aan de oostzijde. Deze veiligheidszone is opgenomen vanwege de opslag van ammoniak. Ammoniak wordt gebruikt als natuurlijk koudemiddel in de koelhuizen van FruitMasters, maar is tevens een stof die onder hoge blootstelling schadelijk kan zijn voor de gezondheid. In onderstaande risicokaart is de PR10-6 countour uit het bestemmingsplan overgenomen.
Uitsnede risicokaart ter plekke van het plangebied
30
bestemmingsplan Herontwikkeling middengebied FruitMasters
Nieuwe situatie Het bestaande koelhuis (met PR 10-6 contour) ter plaatse van de huidige risicocontour wordt gesloopt. Het nieuwe koelhuis wordt uitgerust met een ammoniak koelinstallatie zonder een PR 10-6 contour. De overige koelhuizen met een ammoniak koelinstallatie hebben nog steeds tot gevolg dat sprake is van een Bevi inrichting, echter zonder dat sprake is van een PR 10-6 risicocontour. De situatie voor het onderwerp externe veiligheid verbetert ten opzichte van de reeds vergunde situatie. In het nieuwe bestemmingsplan kan de risicocontour 10-6 worden verwijderd, er is geen sprake meer van een vermelding in het register voor EV. Het doel van deze bestemmingsplanherziening is modernisering en verduurzaming . Daartoe worden de bouwhoogte en bebouwingspercentage aangepast, maar dit heeft zeker niet tot gevolg dat het aantal aanwezige mensen toeneemt. Het feitelijk gebruik op het bedrijventerrein wijzigt niet met deze planherziening. Vanuit het oogpunt van externe veiligheid wordt met de planherziening geen functionele of ruimtelijke wijzigingen voorgestaan, waardoor er negatieve veranderingen in het kader van de externe veiligheid zouden kunnen plaatsvinden. In 2016 is door de gemeente een bestemmingsplan 'bedrijventerreinen' vastgesteld voor alle bedrijventerreinen binnen de gemeente Geldermalsen. Hierin is tevens de bedrijventerrein van Fruitmasters opgenomen.
In het bestemmingplan is door de veiligheidsregio geoordeeld dat er geen aanleiding bestaat om het advies dat is afgegeven met het vaststellen van het oorspronkelijke plan, aan te passen. Er is geen nieuwe verantwoording van het groepsrisico opgenomen. Voor de wijziging van de koelinstallaties geldt dat de risico's afnemen. De nieuw te bouwen koelinstallatie is dermate beperkt in capaciteit dat deze feitelijk met een melding Activiteitenbesluit kan worden afgedaan. De installatie staat immers vermeld in §3.2.6, het in werking hebben van een koelinstallatie. De inhoud van de aanwezige ammoniak is minder dan 1.500 kg. Het nieuwe koelhuis wordt uitgerust met een ammoniak koelinstallatie zonder een PR 10-6 contour. De overige koelhuizen met een ammoniak koelinstallatie hebben nog steeds tot gevolg dat sprake is van een Bevi inrichting, echter zonder dat sprake is van een PR 10-6 risicocontour. De situatie voor het onderwerp EV is dus duidelijk verbeterd ten opzichte van de reeds vergunde situatie. In het bestemmingsplan kan de risicocontour 10-6 worden verwijderd, er is geen sprake meer van een vermelding in het register voor EV. Er is echter nog steeds sprake van een risicovolle inrichting.
Risico's vanuit nabijgelegen transportlijnen Naast het Bevi dat veiligheidsaspecten vanuit de inrichting naar buiten projecteert (en in dit geval geen nadelige gevolgen meer heeft) is ook het Besluit externe veiligheid voor transport (Bevt) van toepassing, dat de risico's vanuit het spoor naar de omgeving omvat. In het Bevt zijn enkele verplichtingen opgenomen bij het vaststellen van een nieuw bestemmingsplan. De bebouwing van Fruitmasters ligt binnen de 200 meter contour die vanuit de transportroute (hier het spoor) is vastgesteld door het Bevt. Artikel 7 van het Bevt stelt dat in het plan een onderbouwing moet zijn opgenomen over de voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op het spoorweg. Ook dient de verantwoording te worden opgenomen voor de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien zich op het spoorweg een ramp voldoet. Het huidige bestemmingsplan laat bebouwing tot 10 meter hoogte tot o.a. de oostelijk bouwgrens/ grens plangebied toe. Het nieuw bestemmingsplan omvat geen bouwmogelijkheden die – ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan – dichter naar spoor kunnen worden gebouwd. Gezien het feit dat het nieuwe bestemmingsplan geen wezenlijke veranderingen met betrekking tot het bouwen in de 200 m contour beoogt
bestemmingsplan Herontwikkeling middengebied FruitMasters
31
en mogelijk maakt, is er geen aanleiding om een nieuwe verantwoording van het groepsrisico op te nemen. De personen die werkzaam zijn bij Fruitmasters worden geïnstrueerd ten aanzien van ontruiming bij calamiteiten en er geen sprake is van personeel dat dusdanige lichamelijke beperkingen heeft, dat een snelle evacuatie belemmert. Voor art 8 Bevt geldt dat in de ruimtelijke onderbouwing moet worden ingegaan op de dichtheid van personen die aanwezig zijn binnen de inrichting. Hiervoor is een afwijking mogelijk (art. 8, lid 2b) indien met het wijzigen kan worden aangetoond dat de dichtheid niet meer toeneemt dan 10% van de oorspronkelijke situatie. De voorgenomen ontwikkelingen bij FruitMasters hebben niet tot gevolg dat het aantal medewerkers wordt uitgebreid. Een en ander betekent dat geen nieuwe verantwoording van het groepsrisico hoeft te worden uitgewerkt. Artikel 9 van het Bevt is niet van toepassing omdat de VR eerder heeft aangegeven geen aanleiding te zien in een herziene verantwoording van het groepsrisico. Artikel 10 Bevt is niet van toepassing omdat er geen sprake is van een plasbrandaandachtsgebied. Risico's vanuit nabijgelegen transportwegen In de omgeving van FruitMasters is tevens de A15 en de Betuweroute gesitueerd.
Omdat het invloedsgebied van deze transportroutes niet over het bedrijventerrein valt, hoeven deze transportroutes niet verder te worden uitgewerkt in dit bestemmingsplan. Nieuwe situatie met toekomstige wet- en regelgeving en omgevingsvergunning milieu Ook met het in werking treden van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) geldt dat het invloedsgebied voor de nieuwe situatie niet relevant is. Met het in werking treden van de Omgevingswet en het Bkl wordt het begrip groepsrisico namelijk anders gedefinieerd. Er worden in sommige situaties aandachtsgebieden aangewezen waarvoor specifieke voorschriften kunnen worden opgenomen ten aanzien van zelfredzaamheid voor aanwezige personen of specifieke voorschriften aan bouwwerken, bijv. ten aanzien van ventilatie van verblijfsruimten. Of er sprake is van een aanwijzing aandachtsgebied, is per situatie beschreven in de bijlagen van het Bkl. Voor de ammoniak koelinstallaties in de overige koelhuizen op het plangebied en de nieuw te realiseren koelhuis geldt dat bijlage 7, tabel B1 van toepassing is. De voorwaarden voor toepassing van tabel B1 zijn, dat er minder dan 10 ton ammoniak per installatie aanwezig is en de maximale doorsnede van de vloeistofleidingen 80 mm bedraagt. Uit tabel B1 volgt dat in die gevallen het aandachtsgebied niet hoeft te worden berekend.
Aan deze voorwaarden wordt voldaan, zodat voor de nieuwe situatie onder de nieuwe wet- en regelgeving de conclusie is dat de PR 10-6 contour verdwijnt en er geen aandachtsgebied hoeft te worden berekend. De voorgenomen wijziging moet worden vergund met een Wabo omgevingsvergunning. Voor de wijziging van de koelinstallaties geldt dat de risico's afnemen. Tevens is de nieuwe koelinstallatie dermate beperkt in capaciteit dat deze feitelijk met een melding Activiteitenbesluit kan worden afgedaan. De installatie staat immers vermeld in §3.2.6, het in werking hebben van een koelinstallatie. De inhoud van de aanwezige ammoniak is minder dan 1.500 kg. De overige koelinstallaties zijn al eerder vergund en blijven ongewijzigd. Conclusie Gelet op bovenstaande kan gesteld worden dat er met het planvoornemen niet direct nieuwe kwetsbare objecten mogelijk gemaakt worden. De ligging van nabijgelegen transportlijnen heeft geen effect op ontwikkelingen in het plangebied met betrekking tot externe veiligheid. Met betrekking tot koelinstallaties op het terrein zijn ook geen belemmerende situaties te verwachten. Gelet hierop levert het aspect externe veiligheid geen belemmeringen op voor de uitvoerbaarheid van het voornemen.
32
bestemmingsplan Herontwikkeling middengebied FruitMasters
5.5
Luchtkwaliteit
In hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer (hierna ook: Wm), zijn de belangrijkste bepalingen inzake de luchtkwaliteit opgenomen. Dit hoofdstuk staat ook wel bekend als de 'Wet luchtkwaliteit'. Het doel van titel 5.2 Wm is om de mens te beschermen tegen de negatieve gevolgen van luchtverontreiniging op hun gezondheid. In de wet- en regelgeving zijn de richtlijnen uit de Europese regelgeving opgenomen, waaraan voorgenomen ontwikkelingen dienen te voldoen. Wanneer een project aangeduid kan worden als 'Niet in betekenende mate bijdragen' aan de luchtverontreiniging (NIBM), vormen de luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid van een bestuursorgaan ex artikel 5.16 Wm. In het besluit NIBM wordt gesteld dat een project NIBM is wanneer een activiteit maximaal 3% van de jaargemiddelde grenswaarde bijdraagt aan de concentraties fijnstof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met een toename van maximaal 1,2 µg/m3 voor zowel PM10 als NO2. Het planvoornemen voorziet in een verwachte afname aan verkeersgeneratie door de herontwikkeling, doordat er met een nieuw pakhuis centraal gesorteerd kan worden op de bedrijfslocatie. Hiermee wordt er met het voornemen naar verwachting een verbetering van de luchtkwaliteit gerealiseerd.
Gelet hierop levert het aspect luchtkwaliteit geen belemmeringen op voor de uitvoerbaarheid van het voornemen.
5.6
Bodem
Op basis van artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening zijn gemeenten verplicht om in de toelichting bij een bestemmingsplan een paragraaf over de bodemkwaliteit op te nemen. In deze paragraaf dient gemotiveerd te worden of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van de bodem. Uitgangspunt van een goede ruimtelijke ordening is dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde bestemming en de daarin toegestane gebruiksvormen. Zo mag een eventuele aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico opleveren voor de gebruikers van de bodem en mag de bodemkwaliteit niet verslechteren door grondverzet. In het kader van de ontwikkeling dient aangetoond te worden dat de bodem geschikt is voor het beoogd gebruik. De precieze afbakening van de onderzoeksplicht en onderzoeksstrategie dient in overleg met de Omgevingsdienst Rivierenland nog nader bepaald te worden. In de procedure van de aanvraag omgevingsvergunning voor bouwen wordt bovenstaande aangetoond. Voor de planvorming en de uitvoerbaarheid van de voorgestane ontwikkeling vormt het aspect bodem geen belemmering.