CConstaterende datWest Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

D43 Uitspraak RvS bp Brede school en woningen Spijk (anoniem).pdf

Lijst ingekomen stukken 28 september 2021, gemeente West BetuweBij agendapunt: D: D Voor kennisgeving aannemen10.960 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Raad varì5tate

Pagina I van I

,'\ ti i,' I I I I :-i [rr-'rl i l t I t-n t-t' i' I r t :1r ¡,¡.¡ It

0 2 SEP. 20¿l

I

ffirilffi ill il|]ililffi1mlffi ffi ilil ilfi ffi P121013880

Raad van de gemeente West Betuwe

Postbus 1 1 2

4190 CC GELDERMALSEN

Drtum

Ons nummer

1 september 2021

2018091 25t4t\1

Uw kenmerk

Inlichtingen

Onderwcrp

Mw. l. Velsink 070-4264835

Lingewaal Bp. Brede School en woningen SPijk

Procedure

Beroep

Geachte heer/mevrouw,

ln de bovenvermelde procedure is uitspraak gedaan. De procedure is daarmee beëindigd. Een afschrift van deze uitspraak treft u hierbij aan. Aangezien dit bericht geautomatiseerd is aangemaakt, is dit niet ondertekend. Hoogachtend, de griffier

i't,.i-ijì:r'\,

Postbus 20019 - 2500 EA Den Haag -T 070 426 44 26 - F 070 365 13 80 - wwwraadvanstate.nl IJij correspondentic de dattun cn het nur¡rr¡rer van deze briefverrnelclcn

Raad

van$tate 2018091 25t4tq1. Datum uítspraak: 1 sePtember 2421

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

i

', wonend te Spijk, gemeente West Betuwe,

appellant, en

de raad van de gemeente West Betuwe, verweerder.

201 809125t4tR1

2

1 september 2O21

Procesverloop Bij tussenuitspraak van I april 2020, ECLI:NL:RVS:2020;1014, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 20 weken na de verzending daarvan het gebrek in het besluit van 23 april 2O19 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Brede school en woningen, Spijk" te herstellen. Deze tussenuitspraak is aangehecht.

Bij beschikking van 26 juni 2O2Qheett de Afdeling op verzoek van de raad de bij de tussenuitspraak bepaalde term¡jn verlengd tot en met 1 oktober

2020. Ter uitvoering van de tussenuitspraak heeft de raad het bestemmingsplan ,,Brede school en woníngen, spijk" bij besluit van 29 september 2020 gewijzigd vastgesteld {hierna: het herstelbesluit) r heeft een zienswiize naar voren gebracht'

De raad heeft, daartoe bij brief van I januari 2021 in de gelegenheid gereageerd op de zienswijze van '

gesteld,

heeft, daartoe bij brief van 15 maart 2021 ln de gelegenheid gesteld, gereageerd op de reactie van de raad' De Afdeling heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft en heeft

het onderzoek gesloten' Overweg!ngen Tussenuítspraak 1

.

De tussenuitspraak is gedaan naar aanleiding van het beroep van De Afdeling heeft daarin, onder 12'6, vastgesteld dat

) op zijn perceel Spíjkse Kweldiik (hierna: het perceel van Bor, het ll van bijlage van *ogåtijLn"Oen heeft om binnen het kader vergunningvrij een mantelzorgwoning in zijn achtertuin te bouwen en daar binnen het kader van het plan "Spijk", dat is vastgesteld op 4 december 2OO8, een bijgebouw te realiseren. ln de tussenuitspraak heeft de Afdeling onder 12.7 overwogen dat de raad bij het afwijken van de richtafstanden die in de brochure "Bedrijven en milieuzonering" van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten uit 2009 {hierna: de VNG-brochure) zijn opgenomen de met betrekking tot de beoordeling van de akoestische gevolgen van de op maatschappelijke gronden met de gemengde bestemming voorziene is voorziening in de vorm van onderwijs en kinderopvang, ten onrechte niet uitgegaan van de voornoemde maximale planologische en vergunningvrije Daarom is overwogen dat bouwmogelijkheden op het perceel van het besluit in zoverre in strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht {hierna: de Awb) niet met de vereiste zorgvuldigheid is

voorbereid.

201 809125t4/R1

3

1 september 2021

2.

Gelet op wat in de tussenuítspraak is overwogen, is het beroep van tegen het besluit van 23 april 2019 gegrond' Dit besluit dient, voor zover daarbij de bestemming "Gemengd" aan de gronden binnen het plangebied is toegekend, wegens strijd met artikel 3:2 van de Awb te worden vernietigd. Herstelbesluít

3.

ln de tussenuitspraak heeft de Afdeling de raad opgedragen het gebrek in het besluit van 23 april 2019 te herstellen. De raad diende hiertoe, met inachtneming van hetgeen onder 23 en 24 van de tussenuitspraak is overwogen, opnieuw te beoordelen of als gevolg van de voorziene ontwikkel¡ng op de gemengde bestemming het woon- en leefklimaat voor niet onaanvaardbaar wordt aangetast. Daarbij diende de raad uit te gaan van een gemengd gebied in de zin van de vNG-brochure en de op basis van bijlage ll van rnogelijkheden om op het perceel van , - plan "Spijk" van 4 papieren het van basis en op het Bor vergunningvrij op te richten. woonfuncties van december 2008 bebouwing ten behoeve de erfafscheiding van Verder gaf de Afdeling in overweging om de hoogte af te stemmen op de hoogte van een langs het perceel van voor zover het nodig is dat deze ter geluidwerende voorziening noodzakelijke wel diende de raad tot een dan plaatse van de erfgrens wordt opgericht plangebied te komen' andere invulling van dit deel van het Ter uitvoering van de tussenuitspraak heeft de raad het herstelbesluit genomen en het plan gewijzigd vastgesteld. De raad heeft nader onderzoek laten uitvoeren naar de akoestische situatie.

De raad is op basis hiervan tot de conclusie gekomen dat een nieuw plan kan worden vastgesteld overeenkomstig het oorspronkelijke plan, met dien verstande dat in het bestemmingsplan op de gronden met de bestemming "Gemengd" voor I een zone moet worden het deel dat grenst aan het perceel van deel uitmakende gronden daarvan de opgenomen, waar het verboden is om te lebruiken als schoolplein, kinderspeelplaats of sportveld. Daartoe is aan het noordoostelijke gedeelte van het plandeel met de bestemming ,,Gemengd" tevens de functíeaanduiding "specifieke vofm van gemengd uitgesloten - schoolplein" toegekend en is in artikel 3'3'1, onder c, van de planregels een regeling voor een zone met een gebruiksverbod opgenomen.

4.

Gelet op artikel 6:19, eerste lid, van de Awb is het herstelbesluit , wordt geacht mede te onderdeel van dit geding. Het beroep van aan de hand van de naar Afdeling de zal zijn gericht tegen dit besluit. Hierna het gewijzigd met raad voren gebrachte zienswijze beoordelen of de vaststellen van het plan heeft voldaan aan de opdracht in de tussenuitspraak'

5.

Plan reg elin g h erstel beslu ít

Blijkens de verbeelding zijn aan het deel van het plangebied dat I de bestemming "Gemengd", de grenst aan het perceel van bouwaanduiding "specifieke bouwaanduiding - groene geluidwerende voorziening" en de functieaanduiding "specifieke vorm van gemengd uitgesloten - schoolplein" toegevoegd. Artikel 3.1 van de planregels luidt:

6,

2018091 25t4t\1

5

1 september 2021

is niet hoger dan 35 dB{A). Het dagperiode bij de woning van' r in de hoogste berekende maxímale geluidniveau bij de woning van'" plaatse van woning van de ter Daarmee kan is 69 dB(A). dagperiode ' aan de waarden in het Activiteitenbesluit milieubeheer worden voldaan. Voorts heeft een beoordeling plaatsgevonden vanuit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening, inclusief het stemqeluid van de kinderen. is opgenomen in Het berekende geluidniveau bij de woning van paragraaf 3.4. ln figuur 5 staan de resultaten voor het langtijdgemiddeld geluidniveau en in figuur 6 voor het maximale geluidniveau. Het hoogste berekende langtijdgemiddeld geluidniveau in de dagperiode bij de woning van . is 58 dB(A). Het hoogste berekende maximale geluidniveau is 83 dB{A). Deze waarden zijn hoger dan de grenswaarden als bedoeld in tabel 2.17a van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Daarom is onderzocht wat de effecten op de geluidbelasting zijn bij de toepassing van de in het plan voorziene geluidwerende voorziening met een hooote van van 2,5 m tussen '. ln figuur 7 staan de voorziene "brede school" en de woning van figuur I voor het geluidniveau in en de resultaten voor het langtijdgemiddeld maximale geluidniveau.

Volgens het onderzoek zijn in dat geval het langtijdgemiddelde en het maximale geluidniveau in de dagperiode ter plaatse niet hoger dan de grenswaarden als bedoeld ín van de woning van tabel 2.17a van het Activiteítenbesluit milieubeheer' 7.1 .

Naar aanleiding van de tussenuitspraak van 8 april 2O20 is aanvullend onderzoek gedaan naar het woon- en leefklimaat ter plaatse van gehouden met de situering van het perceel van ' " Daarbij is rekening een bijgebouw met of van de gevel van een mantelzorgwoning

geluidgevoelige functie, die vergunningvrij of planologisch het dichtst bij de in het plan voorziene brede school kan worden opgericht en welke afstand minder bedraagt dan de richtafstand van 10 m die in de VNG-brochure is opgenomen en waarvan de raad in het oorspronkelijke akoestisch onderzoek is uitgegaan. De resultaten van dit onderzoek zijn neergelegd in het nader akoestisch rapport "Geluidbelasting brede school op mantelzorgwoning" van 26 augustus 2O2O van het bureau LBP Sight {hierna: aanvullend akoestisch onderzoek). Daarbij is een drietal mogelijkheden onderzocht waarbinnen een mantelzorgwoning nabij de grens met het perceel van de voorziene brede school gerealiseerd kan worden. Geconcludeerd is dat ter plaatse sprake kan zijn van een aanvaardbare geluidbelasting als, in aanvulling op de plaatsing van het geluidscherm van 2,5 m hoog, een zone met een gebruiksverbod voor spelende kinderen in het plan wordt opgenomen. Het gebied, alwaar dat gebruiksverbod zou moeten gelden, ligt op een afstand van 5,5 m tot het geluidscherm voor de eerste 5 m vanaf het schoolgebouw en die afstand loopt op 1ot 12 m langs de grens van het schoolplein en de groenstrook, aldus het aanvullend akoestisch onderzoek.

Volgens het onderzoek zal het maximale geluidniveau in de dagperiode na effectuering van de toegelaten planologische en vergunningvrije bouwmogelijkheden op het perceel van ter plaatse van die bebouwing niet hoger zijn dan 70 dB{A)' Zorgvuldigheid aanvullend akoestisch onderzoek

B.

heeft de juistheid van de uitkomst van het aanvullend akoestisch rapport bestreden door middel van een tegenrapport, namelijk het

20't8091 25l4lR1

4

1 september 2421

"De voor'Gemengd' aangewezen gronden zijn bestemd voor: "a. maatschappelijke voorzieningen in de vorm van onderwijs en kinderopvang; b. wonen;

[,..]" Artikel 3.2.1 luidt: "Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: gebouwd; a. gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden

[...]'

Artikel 3.2.2luidt: ,'Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: m a. de bouwhoogte van erf- en terreínafscheidingen mag maximaal2 terreinafscheidingen en voor erfbedragen, met dien verstande dat de hoogte uoo, ior". gelegen voor de voorgevellijn maximaal 1 m mag bedragen; mag b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer dan 2,5 m bedragen," Artikel 3.3'1 luidt: ,,Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: t...1

van een b. onderwijs en kinderopvang zonder de aanleg en instandhouding met openingen' zonder met groen aangeklede geluidwerende voorziening, 10 een minimale bouwhoolte van 2,5 m en een massa van minimaal kg/m' schermoppervlak ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - groene geluidwerende voorziening'i c.eenschoolplein,kinderspeelplaatsofsportveldterplaatsevande met aanduiding 'speciTieke vorm van gemengd uitgesloten schoolplein" dien verstande dat de opslag van speelmaterialen wel is toegestaan"' (Aanvullend) akoestisch onderzoek Voor de beoordeling van de geluidbelasting van de voorziene kinderopvang maatschappelijke voorziening in de vorm van onderwiis en van dit heeft de raad akoestisch onderzoek laten uitvoeren' De resultaten "Brede school en onderzoek zijn neergelegd in het akoestisch rapport (hierna: akoestisch woningen, spijk" uãn n april 201g van sAB adviseurs staat dat bii de onderzoek onderzoek). ln paragraat 2.1.1 van het akoestisch die vaststelling van heiplan de richtafstanden uit de vNG-brochure, hebben indicatief zijn voor eLn goede ruimtelijke ordening, als handreiking gebied gemengd een voor gediend. Daarbij is van netang dat de richtwaarden

7.

overeenkomenmetdegrenswaardenalsopgenomenintabel2.lTavan het artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit milieubeheer' Voor langtijdgemiddeldbeoordelingsniveauzijndatdewaarden50,45en40 Voor het dB(A) voor onderscheidenlijk de dag-, avond- en nachtperiode' voor de dB{A) 60 en 65 maximale geluidniveau zijn dat de waarden van 70, dag-, avond- en nachtPeriode. van de De berekende geluidniveaus, exclusief het stemgeluid 3.3 van paragraaf in ,zijn opgenomen kinderen, bij de woning van het voor het akoestisch onderzãek. tn figuur 2 staan de resultaten langtijdgemiddeld geluidniveau en in figuur 3 voor het maximale geluidniveau in de geluidniveau. Het ñoogste berekende langtijdgemiddelde

6

2018O91 25l4lR1

1 september 2021

rapport ,,Beoordeling akoestisch onderzoek van 26 augustus 2O2O" van 13 november 2O2O van het bureau Sain milieuadvies (hierna: de contraexpertise). Hij voert aan dat het aanvullend akoestisch onderzoek gebrekkig is, omdat het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau niet is onderzocht' Verder wijst hij erop dat identificaties van de gemodelleerde bodemgebieden in de figuren en de tabellen ontbreken waardoor de berekeningen volgens 'ì aan dat de gehanteerde hem niet controleerbaar zi!n. Voorts voert bronhoogte van 1,25 m in het aanvullend akoestisch onderzoek ten onrechte niet is gemotiveerd. Hij wijst er hierbij op dat in het akoestisch onderzoek een bronhoogte van 1,30 m wordt aangehouden, Daarnaast is volgens in het aanvullend akoestisch rapport niet van de maximale representatieve bedrijfssituatie uitgegaan, zodat de geluidbelasting in feite groter is. Hij vfeest in dit verband dat het schoolgebouw na schoolt¡jd zal worden gebruikt voor andere activiteiten, zoals voor ouderavonden, I tegen de voorwaardelijke cursussen en vieringen. ook voert verplichting zoals neergelegd in artikel 3.3.1, aanhef en onder b, van de planregels, aan dat deze onvoldoende is om te waarborgen dat er, om aan te sluiten bij de uitgangspunten van het geluidsonderzoek, een absorberend scherm - en geen reflecterend scherm of wal - wordt opgericht.

8.1.

Ðe raad heeft betoogd dat

1

| in zijn zienswijze nieuwe

beroepsgronden heeft aangevoerd, en wijst hierbij op hetgeen ' het kader van het aanvullend akoestisch onderzoek aanvoert over de representatieve bedri.ifssituatie van de brede school' geen Naar het oordeel van de Afdeling is er wat betreft dit aspect ter argument sprake van een nieuwe beroepsgrond, maar van een nader onderbouwing van de beroepsgrond dat het plan leidt tot onaanvaardbare geluidoverlast ter plaatse van zijn woning' in

Naar aanleiding van de door

tegen het aanvullend gewezen op de akoestisch onderzoek ingebrachte bezwaren, waarbij hij heeft contra-expertise, heeft de raàd een aanvullend rapport "Beantwoording (hierna: nader vragen beroep" van '16 december 2Q2O van bureau LBP Sight aanvullend akoestisch rapport) ingezonden'

8.2.

Over de berekening van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau volgt heeft de raad gesteld dat uit het oorspronkelijke akoestisch onderzoek van de dat de grenswaarde terzake bij deze beoordeling ook na effectuering het op bouwmogelijkheden toegelaien planologische en vergunningvrije niet wordt overschreden. ln het aanvullend akoestisch perãeel van ' onderzoek is daarom alleen onderzoek gedaan naar de maximale geluidniveaus van spelende kinderen op het schoolplein. Daarbij is rekening voor een bijgebouw tehouden met de maximale planologische mogelijkheden dan wel met de vergunningvrije bouwmoqeliikheden voor een . Daarbij is uitgegaan van mantelzorgwoning op het perceel van

8.3.

d iverse plaatsingsalternatieven.

De raad heeft in het nader aanvullend akoestisch rapport voor de volledigheid het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau vanwege spelende kinderen in de situaiie met het gebruiksverbod berekend' De berekende

waarde is, zo volgt uit bijlage I van het nader aanvullend akoestisch rapport, in de dagperiode voor de drie mogelijkheden waarop een mantelzorgwoning nabij de grens met het perceel van de op het perceel van '

2018091 25t4tR1

7

1 september 2O21

voorziene brede school, niet hoger dan 45 dB(A), zodat het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau van 50 dB{A) voor de dagperiode niet wordt overschreden.

¡¡eent dat het aanvullend akoestisch Voor zover t niet is vermeld van welk geluidabsorberend is omdat ondeugdelijk onderzoek vermogen voor het schoolplein is uitgegaan, heeft de raad in het nader aanvullend akoestisch rapport hieromtrent toegelicht dat, zoals volgt uit bijlage ll, is uitgegaan van een absorptiefactor van O,5. Dit komt overeen met de standaard bodemfactor van O,5 die, zoals in paragraat 3.2.2 van het akoestisch onderzoek is vermeld, in het akoestisch onderzoek als uitgangspunt is gebruikt. Gelet hierop ziet de Afdeling in de stelling van r dat niet controleerbaar is met welke absorptiefactor is gerekend, geen aanleiding voor het oordeel dat het aanvullend akoestisch rapport om die reden n¡et aan de besluitvorming over het herstelbesluit ten grondslag kon worden gelegd.

8.4.

heeft aangevoerd over de Ten aanzien van hetgeen gehanteerde bronhoogten, overweegt de Afdeling als volgt. ln het akoestisch onderzoek, paragraaf 3.2.1, staat dat de uitgevoerde akoestische berekeningen in overeenstemming zijn met de richtli.inen en aanwijzingen voor het berekenen van de geluiduitstraling naar de omgeving en de geluidbelasting op de gevels van de geluidgevoelige bestemmingen als vastgelegd in de "Handleiding meten en rekenen industrielawaai {1999)". Hierbij is gebruik gemaakt van het "programma Geomilieu", dat oorspronkelijk in Winhavik {versie 8.87) is gemaakt. ln deze rekenmethode wordt, zo staat in het nader aanvullend akoestisch rapport vermeld, gerekend met een bronhoogte van 1,25 m. Deze bronhoogte voor basisschoolkinderen sluit, aldus dir rapport, aan bij de eigen praktijk van LBP Sight. De Afdeling is niet gebleken dat deze rekenmethode in zoverre onjuist is toegepast. over de dat in het akoestisch onderzoek een bronhoogte van stelling van 1,30 m is gehanteerd, heeft de raad toegelicht dat het een afgeronde waarde betreft en het effect van een 5 cm hogere rekenhoogte niet significant is. Dit standpunt komt de Afdeling niet onaannemelijk voor.

Voor zovet' betoogt dat LBP Sight in het aanvullend akoestisch onderzoek een bronhãogte van 1,G0 m overeenkomstig de Duitse richtlijn VDL RL 3770 "Emissionskennwerte von Schallquellen Sport- und Freizeitanlagen" (hierna: de VDL-richitijn) r'uo moeten toepassen, volgt de Afdeling dat betoog niet. Daartoe bestond geen gehoudenheid en ook anderszins geen aanleiding' Volgens het akoestisch onderzoek, voetnoot 1, is van die VDL-richtlijn alleen gebruik gemaakt om het bronvermogen van het praten met luide stem te

8.5.

bepalen.

dat in het Met betrekking tot het betoog van representat¡eve van een geluidonderzoek ten onrechte niet is uitgegaan bedrijfssituatie, overweegt de Afdeling het volgende' Voorop staat dat in een akoestisch onderzoek moet worden uitgegaan van een representat¡eve invulling van de maximale planologische mogelijkheden. ln paragraaf 3'1'1'2 van het akoestisch onderzoek staat dat de activiteiten ten behoeve van de 7O kinderen voor de school en de 16 kinderen voor de kinderopvang volgens de schoolgids van cBS De Hoeksteen tussen 7.0o uur en 19.O0 uur worden verricht. Wat betreft de mogelijkheid van buitenschoolse activileiten na

8.6.

2018091 25l4lR1

I

1 september 2021

schooltijd is van belang dat op grond van artikel 3.1 van de planregels alleen onderwijsvoorzieningen en een buitenschoolse opvang zijn toegestaan. Buitenschoolse activiteiten die daaraan niet z¡jn gerelateerd, zijn dus niet toegestaan. ln het licht van het voorgaande ziet de Afdeling in hetgeen heeft aangevoerd geen aanleiding voor het oordeel dat de raad de bedrijfsactiviteiten die zijn betrokken in het aanvullend akoestisch onderzoek' niet in redelijkheid als de representatieve bedrijfssituatie heeft kunnen ' genoemde aanmerken. Daarbij betrekt zii dat voor zover de door ì ernstige tot niet deze plaatsvinden act¡viteiten na schooltijd al kunnen geluidoverlasl zullen leiden, omdat dat dan in het schoolgebouw zal gebeuren.

Gelet op het voorgaande heeft de raad naar het oordeel van de Afdelino in redelijkheid kunnen aÍzien van het opnemen in de planregels van, beoogt, een verbod voor het gebruiken van de school en de zoals kinderopvang in de avond- en nachtperiode. Over het betoog ten aanzien van de voorwaardelijke verplichting planregels' zoals neergelegd in artikel 3'3"t, aanhef en onder b, van de ou"r*""gide Afdeling als volgt. ln het nader aanvullend akoestisch rapport staat dat het voor de leluidberekeningen in dit geval niet uitmaakt of gerekend wordt met een reflecterend of absorberend scherm. om een n¡idr.g" te leveren aan de geluidbelasting bij een op het perceel van

8.7.

.aandezijdevandevoorzienebredeschoolaanwezige

het scherm mantelzorgwoning of bijgebouw moeten geluidreflecties in geval alleen sprake in dit er optreden ãan de zijde van die bebouwing, zodat geeft wat hierop is van direct geluid en niet van reflecterend geluid' Gelet geen heeft aangevoerd naar het oordeel van de Afdeling geluidwerende aanleiding voor de cãnclusie dat de omschrijving van de b, van de planregels onder voorziening als bedoeld in artikel 3,3.'1, aanhef en akoestisch niet aansluit bij de gehanteerde uitgangspunten in het aanvullend onderzoek. aanvullend Gezien al het vorenstaande is de conclusie dat aan het dit onderzoek dat of kleven gebreken akoestisch onderzoek geen zodanige ten zodanige leemten in kennis bevat dat de raad dit onderzoek niet grondsiag heeft kunnen leggen aan het herstelbesluit. Gelet hierop is de

8.8.

heeft ÃtO"ting van oordeel dat de raad zich in redelijkheid op het standpunt in mede perceel van '' kunnen stellen dat de geluidbelasting op het vergunningvrije en aanmerking genomen de daar toegelaten planologische is' bouwmogelijkheden, als gevolg van het plan aanvaardbaar Het betoog faalt' lJitvoerbaarheid en handhaafbaarheid planregels

9'betoogtdatdefunctieaanduiding,,specifiekevormVan hij aan gemengd uitgesloten - scñoolplein" niet uitvoerbaar is. Hiertoe voert gebruiken door dat het verbod om de gronden met deze functieaanduiding te

spelendekinderen'no"iti¡t.tehandhavenis.)Vreestinditverband

gebruik ervan dat het opslaan en opruimen van speelmateriaal dan wel het Voorts voor een fietsenstalling gepaard zal gaan met praten en schreeuwen. vreest hij dat handhaving van deze planregeling in de praktíik niet is gewaarborgd. Daartoe hãd volgens hem in de planregels een voorwaardelijke

2018091 25t4tq1

I

1 september 2021

verplichting moeten worden opgenomen teneinde de gronden met de functieaanduiding af te schermen van het schoolplein.

9,1.

De Afdeling overweegt dat de wijze van handhaving een kwestie van uítvoering is die in deze procedure níet aan de orde kan komen. Dat neemt niet weg dat planregels wel handhaafbaar dienen te zien. De Afdeling

overweegt daarover het volgende. Artikel 3.1 van de planregels van het bestemmingsplan bepaalt dat gronden binnen de bestemming "Gemengd" zijn aangewezen voor onder meer "maâtschappelijke voorzieningen in de vorm van onderwijs en kinderopvang". De gebouwen mogen alleen binnen het bouwvlak worden gebouwd. De gronden zonder bouwvlak kunnen worden aangewend als een buitenruimte ten behoeve van de school en het kinderdagverblijf. Aan het noordoostelijke gedeelte van het plandeel met de gemengde bestemming, is voor gronden buiten het bouwvlak de functieaanduiding "specifieke vorm van gemengd uitgesloten - schoolplein" toegekend. lngevolge artikel 3.3.1, onder c, van de planregels is het verboden deze gronden als een schoolplein, kinderspeelplaats of sportveld te gebruiken, met dien verstande dat de opslag van speelmaterialen wel is toegestaan. De Afdeling ziet geen grond voor het oordeel dat deze planregel onduidelijk is en daarmee niet handhaafbaar en niet uitvoerbaar is. Door middel van b¡jvoorbeeld het aanbrengen van een eenvoudige markering kan worden aangegeven, waar dit verbod geldt. Dit betreft echter een in deze procedure niet ter beoordeling staand uitvoeringsaspect van het plan. De raad heeft, onder verwijzing naar het aanvutlend akoestisch onderzoek, de toegekende functieaanduiding in redelijkheid passend kunnen achten.

Gelet op het vorenstaande heeft de raad naar het oordeel van de Afdeling in redelijkheid kunnen atzien van het opnemen van een voorwaardelijke verplichting in de planregels teneinde de gronden met de functieaanduiding af te schermen van het schoolplein' Het betoog faalt, -

Conclusie

10,

Het beroep tegen het besluit van 29 september 2020 is ongegrond Met deze uitspraak komt de in de tussenuitspraak in de beslissing onder lV getroffen voorlopige voorziening te vervallen. Pro c es kostenv e ro o rd e I ín g

De raad dient vanwege de gegrondverklaring van het beroep tegen het besluit van 23 april 2019 op de hierna te vermelden wijze tot vergoeding

11,

van de proceskosten te worden veroordeeld.

vraagt om vergoeding van de kosten voor het door hem ingebrachte deskundigenrapport in de vorm van de contraexpertise, is van belang dat dit rapport is opgesteld en overgelegd na de tussenuitspraak. De Afdeling ziet blijkens de voorgaande overwegingen geen grond voor het oordeel dat het besluit van 29 september 2O2O dient te worden vernietigd. De Afdeling ziet daarom reden om de gemaakte deskundigenkosten in verband met dat rapport niet in de proceskostenveroordeling te betrekken'

12.

voor zover

2018091 25l4lA1

'l september 2421

10

Beslíssing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

l.

ll. lll. tv,

V

verklaart het beroep van . - tegen het besluit van de 23 april 2019 tot van raad van de gemeente West Betuwe vaststelling van het plan "Brede school en woningen, Spijk" gegrond; uern¡et¡gt het onder I bedoelde besluit, voor zover daarbij de bestemming "Gemengd" aan de gronden binnen het plangebied is toegekend; verklaart het beroep tegen het besluit van de raad van de gemeente west Betuwe van 29 september 2Q2Q tat het gewijzigd vaststellen van het plan "Brede school en woningen, SPijk" ongegrond; veroo rdeelt de raad van de gemeente West Betuwe tot vergoeding r in verband met de behandeling van het van bij beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1'870,00 {zegge: duizendachthonderdzeventig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; gelast dat de raad van de gemeente West Betuwe aan het door hem voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 170,00 (zegge: honderdzeventig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. J.E.M. Polak, voorzitter, en mr. J. Hoekstra en mr. H.J.J,M. Pans, leden van de meervoudige kamer. in tegenwoordigheid van mr. P.A. Melse, griftier.

De voorzitter is verhinderd de uitspraak te

ondertekenen.

De griffier is verhinderd de

uitspraak te ondertekenen.

Uitgesproken in het openbaar op 1 september 2021

191-890 Verzonden: 1 september 2021

Raad

vari$tate 20180912511|R1. Datum uitspraak: I april 2O2O

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak, onderscheidenliik tussenuitspraak met toepassing van artikel 8:51d van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb), in het geding tussen:

, wonend te Spijk, gemeente West Betuwe, ), wonend te Spijk, gemeente West Betuwe,

1.

2. 3.

4.

)

ì wonend te Spíjk, gemeente West Betuwe' I

wonend te Spijk, gemeente West Betuwe'

appellanten, en

de raad van de gemeente West Betuwe' verweerder.

201 809 1 2511 lR1

I april 2O2O

2

Procesverloop

Bij besluit van '11 oktober 20't8 heeft de raad van de gemeente Lingewaal, thans de gemeente west Betuwe, het bestemmingsplan "Brede school en woningen, Spijk" vastgesteld' Tegen dit beslu¡t hebben ¡ ¡ngesteld.

beroeP

De raad heeft een verweerschrift ingediend' Desgevraagd heeft LOGOS, Stichting voor Protestants Christelijk Onderwijs {hierna: LOGOS}, een schriftelijke uiteenzetting gegeven' De raad heeft een nader stuk ingediend.

Betuwe Bij besluit van 23 april 20'19 heeft de raad van de gemeente west het bestemmingsplan "Brede school en woningen, Spijk" (híerna: het herstelbesluit) gewiizigd vastgesteld' r heeft een zienswijze ingediend'

en LOGOS hebben nadere stukken ingediend' De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 14

januari 2o2O, waar

vertegenwoordigd door t rechtsbijstandverlener te Leusden, en vergezeld van

'

i en I de raad, vertegenwoordigd door verschenen. Voorts is LOGOS, vertegenwoordigd door partij gehoord.

'

I

zttn als

Overwe otnoen lngevolge artikel 8:51d van de Awb, voor zaver hier van belang, het bestreden kan de Afdeling het bestuursorgaan opdfagen een gebrek in besluit te herstellen of te laten herstellen'

1'

lnleíding

"Wonen" en Het plan voorziet ter plaatse van de bestemmingen "Gemengd" bestemming de - 1" in 10 woningen en ter plaatse van Hoeksteen De in een brede school ten behoeve van Christelijke basisschool

2.

,,wonen

diethansgevestigdisaandeSpijkseKweldijkg4,danwel4woningen.

plaats in het kader van de Volgens dã plantoelichting vindt deze ontwikkeling ,,Het Manifest van Lingewaal,'Van 28 januari 2o1o, waarin is uitvoering van in de kernen vastgelegd dat de gemeente zorgdraagt voor basisvoorzieningen van van de deelgemeenten om de leefbaarheid en de toekomstbestendigheid de kernen te waarborgen.

2018091 25t1tql

I april 2020

3

Het plangebied is gelegen aan de zuidoostzijde van de kern spijk. I wonen op aangrenzende percelen aan de noord- en westzryde van het plangebied. Zi.i kunnen zich niet met het plan verenigen, aangezien ziivrezen voor aantasting van hun woon- en leef klimaat.

?.

Herstelbesluit Bij besluit van 23 april 2019 heeft de raad het bestemmíngsplan gewijzigd vastgesteld. Met dit besluit wordt het plan uitsluitend aangepast in díe zin dat de raad een nieuw akoestisch onderzoek heeTt verricht, hetgeen heeft geleid tot het verhogen van de geluidwerende voorziening ten noorden van het voorziene schoolgebouw ter plaatse van de bestemming "Gemengd" en de bouwaanduiding "specifieke bouwaanduiding - groene geluidwerende voorziening,,. ook zijn er geluidwerende voorzieningen opgenomen bij de nieuwe woningen in het bestemmingsplan ten zuiden van het voorziene

4.

schoolgebouw.

Artikel 6:19, eerste lid, van de Awb luidt als volgt: ,,Het bezwaar of beroep heeft van rechtswege mede betrekking op een besluit tot intrekking, wijziging of vervangen van het bestreden besluit tenzij partijen daarbij onvoldoende belang hebben."

5.

De Afdeling merkt het besluit van 23 april 2019 dat strekt tot herstel van een door de raad geconstateerd gebrek in het besluit van11 oktober 2O18, aan als een besluit zoals bedoeld in artikel 6:19 van de Awb, nu dat betrekking heeft op planonderdelen waartegen de beroepen van

6.

t zich richten' Gelet op art¡kel 6:19,

eerste lid, van de Awb worden de beroepen van

gericht tegen het besluit van 11 oktober 2018 geacht mede te zijn komt tegemoet tegen het bàsluit van 23 april 2019, omdat dit besluit niet aan hun beroepen.

t

7.

De Afdeling zal eerst de beroepen van tegen het besluit van 23 april 2Q19 beoordelen' Vervolgens zal de Afdeling bezien of er nog belang bestaat bij een beoordeling van de beroepen

van i .'

ltegenhetbesluit

van 1 1 oktober 201 B. Vo o rb e re id ín g sp r o c e d u re

8.

\

- -r

I betogen dat de bestemmingsplanprocedure

onzorgvuldig is doorlopen, aangezien bij de totstandkoming van het bestreden besluit onvoldoende gelegenheid tot inspraak is geboden. Zij onderbouwen dit door erop te wijzen dat, ondanks dat in een vroeg stadium door de gemeente is aangegeven de omwonenden bij de totstandkoming van het plan te betrekken, reeds in oktober 2017 een uitgewerkt plan beschikbaar was. Voor omwonenden was daarbij geen mogelijkheid geboden Ook zijn de gemaakte een reactie te geven, aldus ' opmerkingen en gestelde vragen tijdens de inloopavond op 5 april 2018 voor een groot deel onbeantwoord gebleven, aldus

2018091 25l1lR1

4

8 april 2O2O

8.1,

Vast staat dat het ontwerpbestemmingsplan blijkens de kennisgeving met ingang van2l juni 2018 zes weken ter inzage is gelegd' hebben op bij de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) voorgeschreven wijze kennis kunnen nemen van de plannen van de raad en ' hebben daarop kunnen reageren' Gelet op het voorgaande zijn in zoverre geen mogelijkheden ontnomen hun bezwaren kenbaar te maken.

Het bieden van inspraak voorafgaande aan de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan maakt geen onderdeel uit van de in de wro en het Besluit ruimteli.ike ordening {hierna: Bro) geregelde bestemmingsplanprocedure. Het niet bieden van inspraak in deze fase heeft daarom geen gevolgen voor de rechtmatigheid van de bestemmingsplanprocedure en het bestemmingsplan. overigens bevat de fase inspraakverordening van de gemeente West Betuwe geen regels over de zichzelf voorafgaand aan het ontwerpplan. De Afdeling begri,ipt op in een eerdere fase overleg met de gemeente hadden . dat willen voeren met betrekking tot de voorziene ontwikkeling, maar dat heeft geen gevolgen voor de rechtmatigheid van dit bestemmingsplan' De betogen falen.

8.2.

Zienswíize

I I stelt dat zijn zienswijze op meerdere punten onbeantwoord

L is gebleven.

9.1.

De Afdeling begrijpt het betoog van '

aldus dat de wijze

waaropderaaddedoorhemnaarVorengebrachtezienswijzeheeft van de Awb behandeld in strijd is met artikel 3:46 van de Awb. Artikel 3:46 weergeeft' verzet zich er niet tegen dat de raad de zienswijzen samengevat afzonderlijk Dat niet op ieder urgu*"nt ter ondersteuning voor een zienswijze het bestreden dat oordeel het is ingegaan, is op zichzelt geen aanleiding voor bepaalde besluit niet voldoende is gemotiveerd. Niet is gebleken dat bezwaren of argumenten níet in de overwegingen zijn betrokken. Het betoog faalt' Toetsingskader Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad van bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit een oogpunt een goede ;uimtel¡jke ordening nodig acht. De raad heeft daarbii beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen' De Afdeling tot vaststelling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluil Afdeling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht' De goede stelt niet zelf vast of t'tut plan in overeenstemming is met een gronden of de die van hand de ruimtelijke ordening, maar beoordeelt aan plan het dat stellen raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening'

10.

201809125t1tR1

5

8 april2Q2O

Woon- en leefklimaat c.g. stedenbouwkundige bezwaren

,

betogen dat hun woon- en leefklimaat op een onaanvaardbare wijze wordt aangetast. Zij onderbouwen dit door erop te wijzen dat het uítzicht vanuit hun woníngen als gevolg van de voorgenomen betoogt in dit verband dat de raad niet woningbouw wordt beperkt. ' heeft aangetoond dat behoefte bestaat aan koopwoningen in het hoge segment, zoals in het voorliggende plan mogelijk wordt maakt. Hij wijst erop dat juist senioren(huurlwoningen en sociale eengezinswoningen noodzakelijk betoogt dat onduidelijk is wat en hoe op de gronden van het ziin. plangebied gebouwd zal gaan worden, zodat niet duidelijk is op welke wijze hij doorzichten behoudt op het agrarische landschap. Verder betoogt hij dat de raad ten onrechte niet heeft gemotiveerd waarom er behoefte is aan een nieuwe school in plaats van de huidige school in Spijk te renoveren' Hij wijst erop dat de prognose is dat het aantal leerlingen van de school in Spijk zal 11

dalen.

11.1. Artikel 1,lid 1.16, van de planregels geeft een definitie van het begrip "bijbehorend bouwwerk" en luidt: "uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan n¡et tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak;" Artikel 6, l¡d 6.1, aanhef en onder a, luidt, voor zover van belang: "De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a, wonen in aaneengesloten woningen, twee-aaneengebouwde, geschakelde en/of vri.istaande woningen, [...];" Artikel 6, lid 6.2.1, aanhef en onder e en f, luidt: ',e. de goothoogte mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte {m}, maximum bouwhoogte (m}'; f. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan is aangegeven ler plaatse van ,maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)'"' de aanduiding Artikel 6,lid 6.2.2, aanhef en onder d en e, luídt: "Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: d. de goothoogte bedraagt maximaal 3 m; e. de bouwhoogte bedraagt maximaal 5 m." Artikel 10, lid 10.1,luidt: gezamenlijk maximum aantal woningen binnen de bestemmingen "Het 'Wonen'en'Wonen - 1'mag niet meer dan 10 bedragen, waarvan maximaal 5 aaneengebouwde woningen." Artikel 12,lid 12.1 , aanhef en onder a, luidt: "Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van: a.

de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen, percentages tot maximaal 10% van die maten, afmetingen en percentages;

ln het plan "Spiik", dat is vastgesteld op 4 december 2008, was aan de gronden van het plangebied de bestemming "Agrarisch Landschapswaarden" toegekend. ln het algemeen kunnen aan een geldend bestemmingsplan geen blijvende rechten worden ontleend. De raad kan op grond van gewijzigde planologische inzichten en na afweging van alle

11.2.

2018091 25l1lR1

I april2O2O

6

betrokken belangen andere bestemmingen en regels voor gronden vaststellen, Her noordelijke deel van het plangebied voorziet in de bestemming 1 1.3. ,,Gemengd" met het oog op de brede school, het westel¡jke deel van het plangebied voorziet in de bestemming "wonerì" met het oog op onder meer de aaneengesloten woningen en het oostel¡jke deel van het plangebied met woningen' bestemming "Wonen - 1" voorziet in vri¡staande Aan de gronden die het dichtst bij de woning van "Wonen" en zijn gelegen, is in het voorliggende plan de bestemming de maatvoering "maximum bouwhoogte (m) = 10" en "maximum goothoogte = 6" toegekend. Op grond van artikel 6, l¡d 6'2'1' van de planregels, in samenhang gelezen met artikel 10, mogen hoofdgebouwen van de uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd en zijn ter plaatse bestemming "Wonen" ten hoogste 5 aaneengebouwde woningen I

toegestaan.

Vaststaatdatdeafstandtussendevoorzienewoningenende

circa'| m bedraagt en de afstand tot percelen van in de aan hun woningen circa 't 7,5 m bedraagt' Verder heeft de raad plan "spijk" aan belangenafweging betrokken dat op grond van het geldende

degrondenvandebestemming,,Wonen_2',is

toegekend. Binnen deze bestemming geldt eveneens een maximaal to.t"rt.n" bouwhoogte van 10 m en een goothoogte van 6 m' raad de Gelet op hei voorgaande is de Afdeling van oordeel dat de achten' De bouwmogelijkheden in redelijkheid aanvaardbaar heeft kunnen vormgeving de bij dat raad heeft daarbij ter zitting overigens nog toegelicht een conform van het plangebied, dat de gemeente in eigendom toebehoort' het gehouden wordt met aangenornen motie van de Chr¡rttnunie rekening percelen de op behóud van doorzichten vanuit de woningen het plangebied gelegen van spijkse Kweldijk 55,57 en 59 op het ten oosten agrarische landschaP. De betogen falen. aldus moet Ter zitting is gebleken dat het betoog van ' moeten krijgen' had indeling worden opgevat Oat net plangebied een andere het van indellng De raad heeft in dit verband toegelicht dat voor de 11

.4.

plangebiedisuitgegaanVanhetuitgangspuntdebredeschoolzodicht gelegen dorpshuis te mogelijk bij het terinoordwesten van het plangebied woningen aaneengesloten de gekozen realiseren. Voorts heeft de raad ervoor overgang open meer aan de dorpszijde van het plangebied te situeren en een te creëiren richting het buitengebied' voor ln bijlage 2 van de plantoelichting is het rapport "Toets Ladder van ontwikkeling ruimtelijke in duurzame verstedelijking" van sAB adviseurs is waarin 2g augustus 2018 ini"*u' rapport laddertoets) toegevoegd van het rapport ingegaan op de kwalitatieve behoefte. uit paragraaf 2.4'1 plan aansluiten bii laddertoets volgt dat de woningtypen in het onderhavige hetgeen staat bij en spijk de leefstijlen van de bewoners binnen de kern staat vermeld dat beschreven in de woonvisie Lingewaal2ol6-2025. Hierin dure en dure er behoefte is aan een gemengde vraag van goedkope' middel dat als woningen. Verde*t.ui¡n "Het Manifest van Lingewaal" beschreven

201809125t1tïl

7

I april2O2O

de gelegenheid zich voordoet de voorzieningen ín de kern worden gebundeld. Gelet op het voorgaande heeft de raad naar het oordeel van de Afdeling toereikend gemotiveerd op welke gronden hij voor deze indeling van het plangebied heeft gekozen. Het betoog faalt.

twijfelt of behoefte bestaat aan de Voor zover I 1 1.5. (verplaatsing van de) school, overweegt de Afdeling dat de raad erop heeft gewezen dat de bestaande school niet centraal in het dorp Spijk is gelegen' Nu in het manifest het uitgangspunt staat beschreven maatschappel¡jke voorzieningen te centraliseren in de dorpskernen, is de huidige locatíe van de school hier niet mee in overeenstemming. Verder heeft de raad toegelicht dat een nieuw schoolgebouw hoe dan ook moet worden gebouwd omdat het thans in gebruik zijnde schoolgebouw verouderd is, Daarom beoogt de raad met het voorliggende plan te voorzien in een centraal in het dorp gelegen, nieuw schoolgebouw. in dit verband voor de afname van het Over de vrees van aantal leerlingen, staat in paragraaf 3.1.3 van de plantoelichting beschreven dat de demografische ontwikkeling van de voormalige gemeente Lingewaal aantoont dat het aantaljongeren de komende jaren gelijk blijft, waardoor de behoefte aan de school eveneens blijft bestaan. De raad heeft naar het oordeel van de Afdeling ter zitting aannemelijk gemaakt dat ook behoefte aan de school bestaat als het aantal leerlingen zou afnemen. Gelet op het voorgaande is de Afdeling van oordeel dat de raad bij afweging van de betrokken belangen in redelijkheid heeft kunnen besluiten de bestaande school in Spijk te verplaatsen naar de beoogde locatie in het plangebied.

Het betoog faalt. Akoestisch onderzoek en maximaal planologische situatíe

12.

betoogt dat het rapport "Brede School en woningen, Spijk" van SAB adviseurs in ruimtelijke ordening van 17 april2O19 {hierna: akoestisch onderzoek) ten onrechte uitgaat van een gemengd gebied als bedoeld in de brochure "Bedrijven en milieuzonering" van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten uit 2O09 (hierna: de VNG-brochure). Anders dan de raad stelt, is de omgeving van de voorziene , niet aan te merken als een gemengd gebied, school volgens aangezien het plangebied niet langs de hoofdinfrastructuur ligt, er geen winkels of horecagelegenheden ziin en geen sprake is van agrarische op de uitspraak van de Afdeling bedrijvigheid. ln dit kader wijst van 17 april 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1265, waarin is overwogen dat in de omgeving van het plangebied met een bedrijfsbestemming en twee maatschappelijke bestemmingen sprake is van een rustige woonwijk. dat in het akoestisch onderzoek ten voorts betoogt gehouden met de aan zijn perceel toegekende geen rekening is onrechte functieaanduiding "achtertuin" in het plan "Spijk" op basis waarvan het planologisch is toegestaan zijn woning uit te bouwen. Ook staat in het akoestisch onderzoek, anders dan in paragraaf 3'2 hiervan geschreven staat, dat geen rekening wordt gehouden met de maximale bouwmogelijkheden in

20180912511|R1

I

I april 2O2O

het kader van vergunningvrij bouwen op grond van het Besluit omgevingsrecht {hierna: het Bor), aldus

12.1. De raad heeft zich op het standpunt gesteld dat het karakter van de

omgeving van het plangebied aanleiding geeft om de toetsing van het schoolgebouw aan de richtafstanden in de VNG-brochure aan te merken als ,rn grrn"ngd gebied, zodatde richtafstand 1O m bedraagt. Verder stelt de raad dat uit het akoestisch onderzoek volgt dat aan de grenswaarden van het Activiteitenbesluit milieubeheer wordt voldaan'

12.2. Artikel 1, lid 1,15, van de voorschriften van het plan "spijk", dat is

vastgesteld op 4 december 2008, geeft een definitie van het begrip "bijgebouw" en luidt: "een met het hoofdgebouw verbonden of daarvan vrijstaand gebouw, dat door zíjn ligging, constructie of afmeting ondergeschikt is aan dat hoofdgebouw. " Artikel 3, lid 3.1, aanhef en onder a en b, luidt: "De voor'Gemengd' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. maatschappelijke voorzieningen in de vorm van onderwijs en kinderopvang; b. wonen;"

Artikel 15, ¡id 15.2,9, aanhef en onder a, b en c' luidt: "Voor het bouwen van b¡jgebouwen gelden de volgende bepalingen: een bouwvlak en binnen de gronden a. de bijgebouwen rog"n u¡trluitend in,achtertuin' worden gebouwd;" die op dã plankaart zi.i; aangeduid als b. de minimale afstand tot de voorgevellijn bedraagt 3 m;

c. de gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen bij een hoofdgebouw plankaart ziin aangeduid bedraãgt maximaal Só r'op de gronden die op de ,achtertuin, met dien verstande dat bij bouwpercelen met een oppervlakte als van meer dan 5OO m2 de maximum oppervlakte van 50 m2 mag worden boven de vermeerderd met 1oo/o van het oppervlakte van het bouwperceel volgende b00 m2 tot een maximum van 100 m2, met inachtneming van de bepaling:

.minimaalSo%vandegrondendieopdeplankaartzijnaangeduidals 'achtertuin' dient onbebouwd en onoverdekt te blijven;" Artikel :1.2'3 van het Bro luidt: "1. Een [..,], plan, ['..] als bedoeld in artikel 1'2'1' eerste lid' in voorkomend geval met de daarbij behorende toelichting of onderbouwing, worden wordt elektronisch vastgesteld, van een zodanig elektronisch document gemaakt. tevens een papieren versie 2. lndien de inhoud van een elektronisch document als bedoeld in het eerste is het lid tot een andere uitleg aanleiding geeft dan de papieren versie, eerstgenoemde document beslissend"' Artikel 8.1 .1 luidt: ,,1. ln afwijking van artikel 1.2.3, eerste en tweede lid, mogen de in artikel geval met de 1.2,1, eerste lid, bedoelde ['..], plannen, t"'l in voorkomende januari 2010 in daarbij behorende toelichting of onderbouwing die voor 1 papieren vorm zijn vastgeleid en in ontwerp ler inzage zijn gelegd na dat een tijdstip in die vorm worden vastgesteld. ln zodanig geval wordt tevens verbeelding daarvan in elektronische vorm vastgesteld'

2018091 25t1tR1

I

I april 2O2O

2. lndien de inhoud van de [,..], plannen, ['.,] op papier, bedoeld in het eerste lid, en de inhoud van de verbeelding daarvan in elektronische vorm tot verschillende uitleg aanleiding geeft, is in afwijking van artikel 1.2.3, tweede lid, de inhoud van de papieren vorm beslissend." Artikel 2.'t, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo) luidt: "1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren, voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit: a. het bouwen van een bouwwerk, ['..1." lngevolge artikel 2.3, tweede lid, van het Bor, voor zover thans van belang, is in afwijking van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo geen omgevingsvergunning vereist voor de categorieên gevallen in artikel 2 van bijlage ll.

Artikel 1, eerste lid, van Bijlage ll bij het Bor geeft een definitie van achtererfgebied en luidt: "achtererfgebied: erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 m achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opn¡euw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen;" Artikel 1, eerste lid, geeft een definitie van mantelzorg en luidt: "mantelzorg: intensieve zotg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond;" Artikel 2, aanhet en onder 3, aanhef en onder b, sub 20, luidt: "Een omgevingsvergunning voor act¡v¡teiten als bedoeld in artikel 2'1, eerste lid, onder a of c, van de wet ¡s niet vereist, indien deze activiteiten betrekking hebben op: [...] een op de grond staand bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan in achtererfgebied, mits wordt voldaan aan de volgende eisen: voor zover op een afstand van meer dan 4 m van het oorspronkelijk hoofdgebouw: [,..]

functioneel ondergeschikt aan het hoofdgebouw, tenzij het betreft huisvesting in verband mot mantelTorg," Artikel 2, ainhef en onder 3, aanhef en onderf, sub 20, luidt: "De oppervlakte van al dan níet met vergunning gebouwde bijbehorende bouwwerken in het bebouwingsgebied bedraagt niet meer dan: ['..1 in geval van een bebouwingsgebied groter dan 100 m2 en kleiner dan of gelijk aan 300 m3: 50 m2, vermeerderd met Zjo/o vao het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 10O m2," De VNG-brochure maakt voor de te hanteren richtafstanden ten opzichte van bedrijvigheid een onderscheid tussen een rustige woonwijk en een gemengd gebied. Een rustige woonwijk is volgens de VNG-brochure een

12.3.

wooÀwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding' Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies {zoals bedrijven en kantoren) voor. Voor scholen ten behoeve van basisonderwijs geldt in een rustíge woonwijk een grootste richtafstand van 30 m ten

201 8091 25t1tR1

10

I april 2O2O

opzichte van gevoelige objecten voor het aspect geluid. lndien de omgeving is aan te merken als gemengd gebied, kunnen de richtafstanden volgens de VNG-brochure met één afstandsstap worden verlaagd , zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat. ln gemengd gebied wordt voor een school ten behoeve van basisonderwijs voor het aspect geluid een afstand van 1O m tot gevoelige objecten aanbevolen. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven' Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid, alsmede gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, kunnen volgens de VNG-brochure als gemengd gebied worden beschouwd. De raad heeft zich voor de typering van de omgeving als gemengd gebied gebaseerd op de aanwezige functies binnen de nabijgelegen

12.4.

bestemmingen "Maatschappelijk", "Agrarisch", "Gloen" en "Bedrijf" van het plan ,,spijk,,, dat is vastgesteld op 4 december 2oQ8. De maatschappel¡jke bestemming ten noordwesten van het plangebied ziet op het dorpshuis, ten oosten van het plangebied bevindt zich een bedrijfsloods en een schildersbedrijf, tussen deze bedrijven en het plangebied is een groenbestemming gelegen ter plaatse waarvan speelvoorzieningen ziin Gelet op de lerealiseerd en de agrarische bestemm¡ngen kennen landerijen. voorgaande functies in de naaste omgeving van het plangebied is de Afdeling van oordeel dat de raad zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat sprake is van een gemengd gebied als bedoeld in de VNG-brochure. Een en ander betekent ten aanzien van de beoogde activiteiten dat volgens de VNG-brochure voor de beoordeling van de ruimtelijke inpasbaarheid een naar de richtafstand van 10 m is aanbevolen. De verwijzing van niet voorgaande het maakt 2019 uitspraak van de Afdeling van 17 april waren uitspraak plangebied in die anders. Aan de gronden van het relevante nagenoeg alleen woonbestemmingen toegekend' Het betoog faalt in zoverre' I is gesitueerd op Niet in geschil is dat de woning van ln zoverre wordt school' brede ongeveer 14 m van de uiterste grens van de voldaan aan de in de VNG-brochure aanbevolen richtafstand van 10 m voor een gemengd gebied.

De Afdeling overweegt dat de in de VNG-brochure opgenomen afstanden indicatief zijn en dat hiervan gemotiveerd kan worden afgeweken' Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 2 april2A14, ECLI:NL:RVS:201 4:11731 gelden de richtafstanden volgens de VNG-brochure tussen enerzijds de grens van de bestemming die milieubelastende en milieugevoelige functies toelaat, in dit geval de brede school, en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunningvrij bouwen mogelijk is'

12.5.

zijn verdere betoog toegespitst op de mogelijkheden om vergunningvrij een mantelzorgwoning in zijn achtertu¡n te bouwen enerzijds en de mogelijkheden om op basis van het plan "spijk", dat is vastgesteld op 4 december 2OQ8, een bijgebouw in zijn achtertuin te

12.6. Ter zitting heeft

realiseren anderzijds.

201809125t1tR1

11

I april2O2O

De raad heeft ter zítting nader toegelicht dat aan het perceel van in het plan "Spijk" geen functieaanduiding "achtertuin" is toegekend, zodat op grond daarvan er geen mogelijkheid is tot het realiseren van een bijgebouw, Verder heeft de raad zich op het standpunt gesteld dat het op grond van artikel 2 van bijlage ll van het Bor mogelijk is tot een afstand van niet meer dan 4 m van het oorspronkelijke hoofdgebouw vergunningvrij een bouwwerk te realiseren. Daarom is het niet toegestaan binnen een afstand van 1O m tot de brede school bebouwing op te richten, aldus de raad. Ten aanzien van de functieaanduiding "achtertuin" verschillen partijen van mening over de vraag of aan het perceel Spijkse Kweldijk 49 de functieaanduiding "achtertuin" is toegekend. De Afdeling stelt vast dat aan de verbeelding van het plan "Spijk" van 4 december 2O08 dat te raadplegen is op www.ruimtelijkeplannen.nl, geen functieaanduiding aan het voornoemde perceel is toegekend, terwijl op de verbeelding van de papieren versie wel de functieaanduiding "achtertuin" is toegekend' Daarom ziet de Afdeling zich voor de vraag gesteld welke verbeelding doorslaggevend is' Op grond van artikel 1.2.3, eerste en tweede lid, en artikel 8.1.1, eerste en tweede lid, van het Bro is bepalend wanneer de ter¡nzagelegging van het ontwerp heeft plaatsgevonden.

Nu het plan "spijk" is vastgesteld op 2008 dateert de terinzageleggíng van het ontwefp van het plan

4 december ,,spijk" van voor 1 januari 2010. op grond van de genoemde bepalingen uit het Bro is in dat geval de papieren versie en niet de digitale versie van het bestemmingsplan beslissend. Gelet op het voorgaande stelt de Afdeling vast dat aan het perceel Spijkse Kweldijk 49 de functieaanduiding "achtertuin" is toegekend. Op grond van artikel 15, lid 15.2.3, van de voorschriften zijn de groñd"n met de functieaanduiding "achtertuin" bestemd voor het bouwen van bijgebouwen bij het hoofdgebouw met een gezamenlijke oppervlakte van maximaal 50 m2. Ten aanzien van de vergunningvrije bouwmogelijkheden stelt de ,i,de mogelijkheid heeft om in het achtererfgebied Afdeling vast dat \ op zijn þerceel - het deel van zijn perceel dat grenst aan het plangebied - op gronå van artikel 2, aanhef en onder 3, aanhef en onder b, van bijlage ll van het Bor ook een mantelzorgwoning te bouwen, zonder dat daarvoor een omgevingsvergunning is vereist, op grond van artikel 2, aanhet en onder 3, aanhef en onder f, sub 2o, van het Bor is het toegestaan dat dit bouwwerk maximaal 5O m2 bedraagt.

De uiterste situering van de gevel van een mantelzorgwoning of bijgebouw zal zowel in het geval van de bouwmogelijkheden op basis van de functieaanduiding "achtertuin" in het plan "Spijk" als op basis van de vergunningvrije bouwmogelijkheden als bepaald in Bijlage ll van het Bor dichter bij de brede school liggen dan de richtafstand van 1O m waarvan de raad in het besluit van 23 april 2019 is uitgegaan.

12.7. Bij het afwijken van de richtafstanden die in de

vNG-brochure zijn opgenomen dient in beginsel rekening te worden gehouden met de maximale planologische en vergunningvrije bou**ogrlijkheden ten behoeve van een woonfunctie op een perceel. Dat ten tijde van het bestreden besluit geen concrete plannen had voor de bouw van een mantelzorgwoning of een bijgebouw op zijn perceel,

20180912511|R1

12

8 april 2A2O

maakt dit niet anders. Naar het oordeel van de Afdeling is de raad bij de beoordeling van de akoestische gevolgen van de voorziene ontwikkeling ten onrechte niet uitgegaan van de uiterste situering van de gevel van een op grond mantelzorgwoning of bijgebouw die op het perceel van ' ll van artikel 2, aanhel en onder 3, aanhef en onder b, van bijlage van het plan Bor enerzijds en op grond van de functieaanduiding "achtertuin" van het ,,Spijk" anderzijds mogelijk is. Gezien het vorenstaande is het bestreden besluit in zoverre in strijd met artikel 3:2 van de Awb vastgesteld. Het betoog slaagt in zoverre' G el u id weren d e voo rzien in gen

l3.betoogtverderdathetgeluidschermterplaatsevande

,,Gemengd" niet is verzekerd in de bouwregels van art¡kel 3 van bestemmíng heeft op de planregels. Hij steit dat artikel 3 van de planregels betrekking niet erfafscheiding een gebouwen en bijbehorende bouwwerken, waaronder gerekend kan worden. Verder betoogt hij in dit kader dat voor erf- en terreinafscheidingen onrechte niet een maximale bouwhoãgt" uun 2 m geldt. De raad heeft ten van deze afwiikt m 2,5 van gemotiveerd waarom hij met het geluidscherm geen andere gemeente ñoogt", aldus' .r. Voorts stelt hij dat de en terreinafscheidingen zijn toegestaan met een erflocatie kent waar grotere hoogte dan 2 m'

ookishetgeluidscherminstrijdmeteengoederuimtelijke perceel ordening, aangezien het zijn uitzicht belemmert en licht op zijn wegneemt, aldus

13.1.Artikel3,lid3'2.2,aanhefenondera,vandeplanregelsluidt:

,,voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: en terreinafscheidingen mag maximaal 2 m a. de bouwhoogte u"n "rfbedragen [.,.1" Artikel 3, lid 3.3.1, aanhef en onder b, luidt: ,,Tot een str¡jdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: van een ó. onderwijs en kinderopvang zonder de aanleg en instandhouding met met groen aangeklede geluídwerende voorziening, zonder openingen, ^ minimaal 1O kg/m2 een minimale bouwhoogte van 2,5 m en een t"i"u van schermoppervlak ter plãatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding groene geluidwerende voorziening''"

13'2,DeAfdelingsteltvooropdatuitparagraaf3.Svanhetakoestisch

te onderzoek volgt dat om aan de grenswaarden uit de vNG-brochure hoogte ter geluidscherm een in voldoen onder meer dient te worden voorzien regels de en van 2,5 m ten noorden van de brede school. uit de verbeelding plaatse ter bij het voorliggende plan blijkt dat in de bestemming "Gemengd" groene bouwaanduiding vån de functieaanduiding "specifieke en geluidwerende voorziening" op grond van artikel 3, lid 3.3'1, aanhef in een geldt om ãnder b, van de planregels een voorwaardelijke verplichting van strook met een breedte van ongeveer 1 m langs het perceel Naar het realiseren' te voorziening geluidwerende aangrenzende gronden een er een oorJeel van de Afdeling is hiermee voldoende verzekerd dat

201 8091 25l1tR1

13

I april 2O2O

geluidwerende voorziening komt om geluidhinder van de school en kinderopvang te voorkomen dan wel te beperken. Of de geluidwerende voorziening in de plaats komt van een erfafscheiding met een hoogte van 2 m in de zin van artikel 3,\id3,2.2, aanhef en onder a, van de planregels is afhankelijk van de uiteindelijke situering van de geluidwerende voorziening binnen de strook met een breedte van ongeveer 1 m' Dat een geluidwerende voorziening 2,5 m en niet 2 m hoog dientte zijn heeft de raad onderbouwd met een akoestisch rapport. De keuze voor een geluidwerende voorziening met hoogte van 2,5 m berust blijkens de stukken op een afweging van de raad tussen de verschillende bij een goed woon- en leefklimaat betrokken aspecten, namelijk enerzijds geluid en anderzijds uitzicht en zoninval. Naar het oordeel van de Afdeling heeft de raad in redelijkheid aan het belang van het voorkomen dan wel beperken van geluidhinder in dit geval meer gewicht kunnen toekennen dan aan de beperking van het uitz¡cht en de zoninval. Het betoog faalt. Parkeren

vreest voor parkeeroverlast in de omgeving van het plangebied, Hij stelt in dit verband dat het parkeren bij het dorpshuis nu al een probleem is.

14.

14.1. Vaststaat dat bii de'!0 in het plan voorziene woningen

10 parkeerplaatsen worden gecreeérd. ln de plantoelichting is aangegeven dat daarnaast voor deze wonlngen in de openbare ruimte 9,25 parkeerplaatsen nodig zijn. Verder voorziet het plan in 3 leslokalen en een peuterspeelzaal. Gelet op de als bijlage 2 bij de planregels gevoegde parkeernormen hanteert, ziin er 2,25 parkeerplaatsen (0,75 parkeerplaatsen per leslokaal) voor de leslokalen en 0,75 parkeerplaats voor de peuterspeelzaal vereist. ln de openbare ruimte worden 14 parkeerplaatsen voorzien. De Afdeling overweegt dat het gehanteerde uitgangspunt is dat in beginsel binnen het plangebied in de eigen parkeerbehoefte dient te worden voorzien. Dit is opgenomen in artikel 11.1.1 van de planregels, waarin staat dat op eigen terrein ruimte dient te worden gereserveerd en dat dient te worden voldaan aan de als bijlage 2 bii de planregels gevoegde parkeernormen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.westbetuwe.nl/api/v1/meetings/385/documents/8100