CConstaterende datWest Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

D07 Bijlage 2 Aanvullend onderzoek alternatieve locaties radarstation.pdf

Lijst ingekomen stukken 28 juni 2022, gemeente West BetuweBij agendapunt: D: D Voor kennisgeving aannemen14.963 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Aanvullend locatieonderzoek zuidelijke SMART-L radar

Datum Status

19 november 2021 Definitief

Definitief | Aanvullend locatieonderzoek zuidelijke SMART-L radar | 19 november 2021

Colofon

Rijksvastgoedbedrijf Directie Vastgoedbeheer Korte Voorhout 7 Postbus 16169 2500 BD Den Haag

Bijlagen

vijf

Auteur

Pagina 2 van 56

Definitief | Aanvullend locatieonderzoek zuidelijke SMART-L radar | 19 november 2021

Inhoud Inleiding 1. Aanleiding 2. Doelstelling van het onderzoek 3. Onderzoeksopzet 3.1. Een andere antennehoogte 4. Vaststellen van het aanvullende zoekgebied (stap 1) 4.1. Zicht op de Randstad 4.2. Zicht op Nederland voor zover niet afgedekt door Wier 4.3. De zoekgebieden gecombineerd 5. Verfijnen van het aanvullende zoekgebied (stap 2) 5.1. Grootschalige infrastructuur 5.2. Windturbines 5.3. Hoogspanningsmasten 5.4. Stedelijke gebieden, hoge gebouwen en objecten 5.5. Aangewezen natuurgebieden 5.6. De uitsluitingsgebieden gecombineerd 5.7. Bebouwde kommen en afzonderlijke woningen 5.8. Militaire terreinen binnen het (aanvullende) zoekgebied 6. Selectie van potentiële locaties binnen het aanvullende onderzoeksgebied (stap 3) 6.1. Selectie van door te rekenen locaties 6.2. De locaties Vrachelse Heide en vliegbasis Gilze-Rijen 6.2.1. Militair oefenterrein Vrachelse Heide 6.2.2. Vliegbasis Gilze-Rijen 7. Beoordeling van de locaties (stap 4 en 5) 7.1. Inleiding 7.2.

Beoordeling vanuit operationeel perspectief (stap 4) 7.2.1. Beoordeling van de dekking in oppervlakte 7.2.2. Beoordeling van de verstoringen en het verlies aan bereik 7.2.3. Enkele kanttekeningen bij de operationele beoordeling

7.3.

Beoordeling aan de hand van andere, niet-operationele criteria (stap 5) 7.3.1. Afstand tot woningen en bebouwde kommen 7.3.2. Vergelijking stralingsblootstelling 7.3.3. Toegankelijkheid directe omgeving 7.3.4. Geluidbelasting van de omgeving 7.3.5. Beschouwing van de geselecteerde locaties 7.3.6. Eigendomssituatie 7.3.7. Ontsluiting van de locaties 7.3.8. Realisatietijd

7.4.

Een shortlist van alternatieve locaties

8. Samenvatting en conclusies (stap 6) Pagina 3 van 56

Definitief | Aanvullend locatieonderzoek zuidelijke SMART-L radar | 19 november 2021

Bijlagen A. Motie Van Helvert c.s. 30 november 2020; Motie Belhaj 8 december 2020; Kamerbrief Staatssecretaris van Defensie februari 2021 B. Memorandum TNO mei 2021 (vaststelling zoekgebied) C . Afzonderlijke zoekgebieden na de zeefanalyse D. Line-of-sight-kaarten van de doorgerekende locaties E. Memorandum TNO september 2021 (SMART-L bijdrage samengestelde blootstelling)

Pagina 4 van 56

Definitief | Aanvullend locatieonderzoek zuidelijke SMART-L radar | 19 november 2021

Inleiding

Ten behoeve van het project Zuidelijke SMART-L radar heeft het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) in 2020 een onderzoek uitgevoerd naar eventuele alternatieve locaties voor de vestiging van de SMART-L radar die door Defensie was voorzien op een perceel aan de Broekgraaf 1 te Herwijnen. Uit dat onderzoek kwamen drie locaties naar voren waar een SMART-L radar een vergelijkbare operationele prestatie zou kunnen leveren als op de locatie in Herwijnen. Om meerdere redenen gaven deze locaties echter geen aanleiding om van het voornemen tot vestiging in Herwijnen af te zien. Vanuit het perspectief van Defensie waren er geen substantiële voordelen aan verbonden en zou realisatie veel langer gaan duren dan voortzetting van het project bij Herwijnen. De drie locaties (“Nieuwpoort”, “Goudriaan” en “Meerkerk”) zijn sindsdien in beeld als een vrij te houden locatie voor de vestiging van de radar als de politieke besluitvorming daar aanleiding voor geeft. Dit betekent dat deze locaties bij de beoordeling van windenergieprojecten volwaardig moeten worden meegenomen alsof daar een radar staat, gelijk aan de locatie Herwijnen. De politieke realiteit rond “Herwijnen” leidde er eind 2020 toe dat de Tweede Kamer in een motie de staatssecretaris van Defensie heeft verzocht nog meer alternatieve locaties te onderzoeken. Dit onderzoek geeft daaraan invulling.

Pagina 5 van 56

Definitief | Aanvullend locatieonderzoek zuidelijke SMART-L radar | 19 november 2021

1.

Aanleiding

Met de motie Van Helvert c.s. van 30 november 2020 (Kamerstuk nr. 35570-X-24; bijlage A1) heeft de Kamer de staatssecretaris van Defensie verzocht om een vergelijkend onderzoek te doen met alternatieve locaties voor het plaatsen van de zuidelijke SMART-L radar waarbij de motie de locaties Vrachelse Heide en Gilze-Rijen expliciet noemt. In de motie werd aangegeven dat de onderwerpen cumulatieve straling, afstand tot bewoning, toegankelijkheid van de directe omgeving en de verschillende hoogten van de plaatsing van de radar dienden te worden meegenomen. Met de motie Belhaj (kamerstuk nr. 35570-X-61 1; bijlage A2) heeft de Kamer gevraagd om onderzoek naar de effecten van plaatsing hoger dan 24 meter van de radar op de stralingsbelasting van de directe omgeving. Met haar brief van 2 februari 2021 (BS2020025597; bijlage A3) heeft de staatssecretaris van Defensie beide moties geïnterpreteerd. Daarbij heeft zij overwogen dat een onderzoek naar aanvullende alternatieve locaties zinvol is wanneer een hogere plaatsing van de radarantenne dan oorspronkelijk voorzien in Herwijnen, wenselijk zou zijn. Alsdan zou dan automatisch ook een groter zoekgebied naar eventuele alternatieven ontstaan. Een van de uitkomsten van het onderzoek naar aanleiding van de motie Belhaj was dat een hogere plaatsing van de radarantenne mogelijk is tot 34 meter boven het plaatselijke maaiveld.

Daarmee was een uitgangspunt voor een aanvullend locatieonderzoek gecreëerd. Het Rijksvastgoedbedrijf is opgedragen het aanvullende locatieonderzoek uit te voeren.

1

Ge wijzigde motie van het lid Belhaj te r ve rvanging van die gedrukt onder nr. 29, voorgesteld 8 de ce mber 2020 Pagina 6 van 56

Definitief | Aanvullend locatieonderzoek zuidelijke SMART-L radar | 19 november 2021

2.

Doelstelling van het onderzoek

De voornaamste doelstelling is om te onderzoeken of er meer locaties zijn die als alternatief kunnen dienen voor de vestiging van de zuidelijke SMART-L radar dan uit het locatieonderzoek uit 2020 reeds was gebleken. Daarbij zullen de locaties “Vrachelse Heide” en “(vliegbasis) Gilze-Rijen” mede worden onderzocht. De verschillende locaties zullen op de in de motie Van Helvert genoemde onderwerpen, voor zover dat mogelijk is, met de locatie Herwijnen en de eerder geselecteerde locaties “Nieuwpoort”, “Goudriaan” en “Meerkerk” worden vergeleken. Om het onderzoek te kunnen gebruiken als een aanvullend onderzoek, is zoveel mogelijk aangesloten bij de wijze waarop het locatieonderzoek uit 2020 is gedaan. De eisen die aan de te selecteren locaties moeten worden gesteld zijn daarom onder andere ook dat een daar mogelijk te bouwen radar minimaal dezelfde prestaties als in Herwijnen moet kunnen leveren.

Pagina 7 van 56

Definitief | Aanvullend locatieonderzoek zuidelijke SMART-L radar | 19 november 2021

3.

Onderzoeksopzet

De aanpak van het onderzoek is in beginsel gelijk aan het locatieonderzoek uit 2020. Dezelfde stappen worden doorlopen om geschikt lijkende locaties te selecteren en te beoordelen. Daarbij zijn dezelfde rekenprogramma’s van TNO gebruikt als bij het eerste onderzoek 2. Kortheidshalve wordt verwezen naar paragraaf 2.3. van dat onderzoek. De ervaring uit het onderzoek uit 2020 heeft geleerd dat uitsluitend locaties binnen het (aanvullende) zoekgebied zinvol zijn om te onderzoeken omdat buiten het zoekgebied niet aan de operationele eisen (van voldoende vierkante kilometers zicht) kan worden voldaan. 3.1.

Een andere radarantennehoogte De enige manier om een groter zoekgebied te kunnen vaststellen, is door een hogere positie voor de radarantenne te bepalen. Een radarsysteem zoals dat van de SMART-L kan niet voorbij de horizon objecten detecteren, althans niet op lage hoogten. Dat betekent dat hoe hoger de radar wordt geplaatst, hoe verder zijn horizon komt te liggen. En hoe verder de horizon, hoe groter het zoekgebied. Het locatieonderzoek uit 2020 ging uit van de hoogte van het voorliggende ontwerp van de radartoren. De hoogte waarop de radarantenne in dat ontwerp is geplaatst, is 24 meter boven maaiveld. Het gebruikte zoekgebied was daarop gebaseerd. In de discussies over de komst van de radar naar Herwijnen is vaak geopperd dat de radarantenne (veel) hoger had kunnen worden geplaatst zodat zelfs vanaf Nieuw Milligen de gestelde operationele doelen zouden kunnen worden gehaald. Dat dit daar een toren van meer dan 140 meter boven het lokale maaiveld zou betekenen, was voor de discussie geen beletsel. De vraag voor dit aanvullende onderzoek is wat de maximaal acceptabele hoogte daadwerkelijk zou kunnen zijn. Het onderzoek dat is uitgevoerd ten behoeve van de Motie Belhaj (TNO 2021 R10627, september 2021) heeft op deze vraag het antwoord geboden. De conclusie komt op het volgende neer. Een radarantenne op 34 meter boven het maaiveld is de maximaal acceptabele hoogte.

Komt de positie van de radarantenne hoger te staan, dan wordt de operationele bruikbaarheid minder groot door toenemende grondreflecties van de uitgezonden radarsignalen. Daarom wordt voor dit onderzoek 34 meter boven maaiveld aangehouden als maximale plaatsingshoogte. De start van het aanvullende locatieonderzoek heeft moeten wachten tot dit resultaat van het onderzoek ten behoeve van de Motie Belhaj gereed was.

2

De re k e nprogramma’s worde n door TNO actueel gehouden. Daardoor k unnen afrondingsverschillen tussen de verschillende jaren ontstaan. Kaarten van verschillende jaren k unnen daardoor onderling ve rschillen. Pagina 8 van 56

Definitief | Aanvullend locatieonderzoek zuidelijke SMART-L radar | 19 november 2021

4.

Vaststellen van het zoekgebied (stap 1)

Voor de achtergronden waar het zoekgebied aan moet voldoen, wordt verwezen naar het locatieonderzoek van het RVB uit 2020. Wederom zijn de criteria “volledige afdekking van de Randstad op 1000 voet” en een “optimale afdekking van Nederland voor zover niet primair afgedekt door de radar van Wier” aangehouden als de bepalende factoren. De berekeningen die TNO heeft uitgevoerd om de gebieden vast te stellen die bij deze criteria horen, zijn door TNO verantwoord in een memorandum dat bij dit onderzoek als bijlage B is gevoegd. De volgende afbeeldingen zijn uit dit memorandum afkomstig. 4.1.

Zicht op de Randstad Op de kaart in figuur 1 is in blauw zichtbaar waar in Nederland, op basis van het rekenmodel C ARPET van TNO, de radar geplaatst zou kunnen worden om de volledige afdekking van de Randstad (op 1000 voet) mogelijk te maken. Door uit te gaan van een plaatsing op 34 meter hoogte (boven maaiveld) wordt het zoekgebied ten opzichte van de 24 meter uit het eerdere onderzoek groter, maar niet naar alle zijden evenveel. (Nb: de drie groene stippen op deze kaarten verbeelden respectievelijk de locaties “Herwijnen”, “Vrachelse Heide” en “Gilze-Rijen”. De laatste twee vallen buiten het zoekgebied maar geven daarmee wel een goede referentie tot waar het zoekgebied zich uitstrekt)

Figuur 1 theoretische plaatsingsmogelijkheden wanneer volledige afdekking van de Randstad het doel is, met een radarhoogte op 34 meter boven maaiveld.

Pagina 9 van 56

Definitief | Aanvullend locatieonderzoek zuidelijke SMART-L radar | 19 november 2021

4.2.

Zicht op Nederland voor zover niet afgedekt door “Wier” Op de kaart in figuur 2 is in blauw aangegeven waar, op basis van het rekenmodel C ARPET van TNO, de optimale plek gevonden moet worden om het grootste deel van Nederland te zien dat niet primair wordt afgedekt door de radar in Wier. Evenals in het locatieonderzoek uit 2020 heeft het bereik van Herwijnen daarbij als een drempelwaarde gefunctioneerd. Dit betekent dat een potentiële alternatieve locatie op 34 meter hoogte minimaal een gelijk aantal vierkante kilometers Nederland moet kunnen zien als vanuit Herwijnen op 24 meter te zien kan zijn. Zonder een drempelwaarde zou heel Nederland (behoudens dat deel dat primair wordt afgedekt door de radar in Wier) in figuur 2 blauw zijn geweest. Dan zou dit criterium niet hebben kunnen bijdragen aan het vaststellen van het zoekgebied. Zonder de drempelwaarde van het bereik van Herwijnen, zou in het vervolg van dit onderzoek er geen goede vergelijking met de locatie Herwijnen mogelijk zijn geweest. Dit aanvullende zoekgebied is naar alle zijden duidelijk groter dan het zoekgebied uit het oorspronkelijke locatieonderzoek. Dit geldt zowel voor het centrale in het rivierengebied gelegen deel, als op de delen die op de Utrechtse Heuvelrug en in het Rijk van Nijmegen zijn gelegen.

Figuur 2 Plaatsingsmogelijkheden van een optimale afdekking van Nederland in aanvulling op "Wier", met een radarhoogte op 34 meter boven maaiveld

Pagina 10 van 56

Definitief | Aanvullend locatieonderzoek zuidelijke SMART-L radar | 19 november 2021

4.3.

De zoekgebieden gecombineerd Om het definitieve aanvullende zoekgebied te kunnen vaststellen, zijn de beide bovenbeschreven zoekgebieden gecombineerd. Het gebied dat in beide deelgebieden voorkomt, vormt het gebied waar de zuidelijke SMART-L radar geplaatst zou kunnen worden. Buiten dit zoekgebied kan de radar in beginsel niet de resultaten leveren die er in Herwijnen mogen worden verwacht. Het aanvullende zoekgebied dat resulteert is, zoals te verwachten, groter dan het zoekgebied uit het locatieonderzoek van 2020. Echter, aan de west- en de zuidwestzijde blijkt er maar weinig verschil met de begrenzing van het ‘oude’ zoekgebied. Wat daar de precieze oorzaken van zijn, is voor dit locatieonderzoek verder niet relevant.

Figuur 3 Het gecombineerde zoekgebied voor de Zuidelijke SMART-L radar In figuur 4 is op een topografische ondergrond het ‘nieuwe’ zoekgebied voor de radar op 34 meter (in roze) geprojecteerd achter het ‘oude’ zoekgebied op 24 meter (in rood) uit 2020. Hieruit blijkt dat het aanvullende zoekgebied vooral is gelegen in de Krimpenerwaard, de Lopikerwaard, de Vijfheerenlanden, de westelijke Betuwe, Bommelerwaard en delen van het Land van Altena en de Langstraat. In het westen en zuidwesten ligt de grens nagenoeg gelijk aan het oude zoekgebied.

Pagina 11 van 56

Definitief | Aanvullend locatieonderzoek zuidelijke SMART-L radar | 19 november 2021

Figuur 4 De gepubliceerde kaart van het aanvullende zoekgebied (roze) (De groene stip is locatie Herwijnen)

Het aanvullende locatieonderzoek richt zich primair op het gebied dat is gelegen buiten het in 2020 vastgestelde zoekgebied. Zoals uit stap 2 zal blijken, zal er echter ook nog naar enkele locaties binnen het oorspronkelijke zoekgebied worden gekeken, alsmede, vanwege de motie Van Helvert, naar de locaties “Vrachelse Heide” en “vliegbasis Gilze-Rijen”.

Pagina 12 van 56

Definitief | Aanvullend locatieonderzoek zuidelijke SMART-L radar | 19 november 2021

5.

Verfijnen van het zoekgebied (stap 2)

Met het vaststellen van het zoekgebied is de buitengrens vastgesteld van het gebied waar de radar op 1000 voet de Randstad kan ‘zien’ en, aanvullend op de radar van Wier, de rest van Nederland optimaal kan afdekken. In het gebied zijn echter vele belemmeringen aanwezig waardoor een radar niet overal kan worden geplaatst. Evenals in het locatieonderzoek uit 2020, worden in deze tweede stap de verschillende uitsluitingscriteria in beeld gebracht waarna de werkelijk potentiële vestigingsgebieden overblijven. 5.1.

Rivieren en grootschalige infrastructuur Een radarstation kan redelijkerwijs niet in het water (dan wel buitendijks gebied) worden gebouwd en evenmin op een doorgaande route van snel- of spoorwegen. In het zoekgebied vervallen daardoor meerdere gebieden.

Figuur 5 Grootschalige infrastructuur, rivieren en grote wateroppervlakten

5.2.

Windturbines Radars zijn gevoelig voor verstoring door windturbines omdat deze groot zijn en omdat de rotorbladen van turbines draaien. Daardoor ontstaat verlies aan bereik en door de draaiende bladen neemt de detectiekans van vliegende objecten af. Ervaring van TNO heeft geleerd dat tenminste 4 km afstand van turbines moet worden aangehouden om deze effecten niet te groot te laten zijn. Voor dit onderzoek

Pagina 13 van 56

Definitief | Aanvullend locatieonderzoek zuidelijke SMART-L radar | 19 november 2021

betekent dit dat rond bestaande, vergunde en geplande windturbines cirkels van 4 km worden aangehouden waarbinnen de radar niet geplaatst zal kunnen worden. De afgebeelde turbinelocaties zijn primair gebaseerd op het door TNO voor haar radartoetsingen (conform art. 2.5 van de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening) gehanteerde actuele scenario (gebaseerd op data van “Windstats” en aangevuld met bij TNO bekende projecten). Het beeld van windturbines in dit aanvullende onderzoek wijkt op een aantal punten af van het beeld dat in het oorspronkelijke onderzoek is gebruikt. Dit wordt veroorzaakt doordat het scenario (“baseline”) van TNO is geactualiseerd en ook omdat gebruik is gemaakt van de RES 1.0 rapporten die dit voorjaar zijn vastgesteld in de verschillende RES-regio’s 3. In deze rapporten zijn concrete projectlocaties en zoekgebieden voor windenergie aangewezen. Deze zijn vertaald naar de kaart in figuur 6.

Figuur 6 Gerealiseerde en geplande windturbines in en rond het zoekgebied. Een beige cirkel verbeeldt een zone van vier kilometer rond een turbine. 5.3.

Hoogspanningsmasten Hoogspanningsmasten vormen vanwege de grote hoeveelheden staal in combinatie met de tussen de masten hangende kabels een in de praktijk lastig te doordringen ‘muur’ voor radars die op lage hoogten moeten kijken. TNO adviseert minimaal een afstand van 2,2 km tot deze masten aan te houden om er geen onacceptabele verstoring van te ondervinden. Gelet op de aanwezige tracés in en om het zoekgebied ontstaat het beeld van figuur 7. 3

Ne de rland is verdeeld in 30 regio’s waarbinnen de samenwe rkende overheden met re levante om gevingspartijen e en strategie hebben opgesteld om de noodzakelijk e energietransitie vorm te ge ven. Zie https://www.re gionale-energiestrategie.nl Pagina 14 van 56

Definitief | Aanvullend locatieonderzoek zuidelijke SMART-L radar | 19 november 2021

Figuur 7 Bestaande hoogspanningsmasten in en rond het zoekgebied. Een gele cirkel verbeeldt een zone van 2,2 kilometer rond een hoogspanningsmast. 5.4.

Stedelijke gebieden, hoge gebouwen en objecten In stedelijke gebieden is niet snel geschikte ruimte te vinden voor een radarstation dat ook op lage hoogten goed zicht moet hebben. In beginsel is een vrije horizon noodzakelijk terwijl in stedelijke gebieden hoge bebouwing doorgaans in grote concentraties aanwezig is. Aangenomen mag worden dat in steden en grotere kernen geen potentiële vestigingslocaties te vinden zijn. Dat is echter niet op voorhand vast te stellen en zal uit eventuele berekeningen in een latere fase van het locatieonderzoek moeten blijken. In het zoekgebied van het locatieonderzoek uit 2020 bleken twee objecten gelegen die door hun hoogte en omvang een grote belemmerende invloed hadden op de mogelijkheden om een radarlocatie te vinden. Dit betrof de energiecentrale Geertruidenberg met zijn koeltoren en enkele bijbehorende hoge gebouwen, alsmede hoge silo’s bij Poederoijense Hoek. Beide locaties hebben ook nu invloed op het zoekgebied. In en in de directe omgeving van het aanvullende zoekgebied zijn vooralsnog geen vergelijkbare solitaire hoge en omvangrijke objecten aangetroffen die een dergelijke belemmering opleveren voor radars, of het zou de Gerbrandytoren in IJsselstein moeten zijn (maar die is vooral hoog). Daarom zijn er ook geen aanvullende uitsluitingsgebieden aangewezen.

De grote stedelijke gebieden als Rotterdam, Utrecht, Drechtsteden, Gouda, Tilburg en Den Bosch functioneren op een vergelijkbare wijze als belemmering (dat bleek duidelijk uit het locatieonderzoek van 2020), maar daar is niet eenvoudig een afstandsmaat aan te koppelen zodat daarvan is afgezien. Uit de berekening van de belemmeringen bij de te selecteren locaties zal blijken hoe omvangrijk de belemmeringen zijn.

Pagina 15 van 56

Definitief | Aanvullend locatieonderzoek zuidelijke SMART-L radar | 19 november 2021

Figuur 8 de samengevoegde uitsluitingsgebieden rond de centrale van Geertruidenberg en de silo's bij Poederoijense Hoek die in het zuiden en zuidoosten deels over het aanvullende zoekgebied liggen. 5.5.

Aangewezen natuurgebieden Om praktische redenen is het plaatsen van een radarstation in een aangewezen natuurgebied (Natura 2000 of Natuurnetwerk Nederland) nauwelijks mogelijk. Alleen als er bijvoorbeeld sprake is van een nationaal belang, er geen redelijke alternatieve locaties bestaan en als er aantoonbaar geen beschermde habitats en/of soorten worden bedreigd, behoort dit tot de mogelijkheden. Omdat vanuit dit perspectief “Herwijnen” per definitie een redelijk alternatief is, zijn dit soort gebieden niet erg kansrijk voor de vestiging van een radarstation. In figuur 9 zijn alleen de N2000 gebieden aangegeven. De gebieden die vallen binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN) waren als actueel databestand niet beschikbaar. Bedacht moet echter worden dat dit een flinke aanvulling op de N2000 gebieden zou betekenen. Het grootste deel van de Utrechtse Heuvelrug, veel laaggelegen gebieden in de Zuid-Hollandse waarden en polders alsmede grote gebieden rond rivieren hebben een dergelijke natuurstatus.

Pagina 16 van 56

Definitief | Aanvullend locatieonderzoek zuidelijke SMART-L radar | 19 november 2021

Figuur 9 Aangewezen N2000 gebieden (groen) in en rond het zoekgebied

5.6.

De uitsluitingsgebieden gecombineerd Wanneer de in 5.1. tot en met 5.5. beschreven uitsluitingsgebieden worden gecombineerd, ontstaat het verkleinde zoekgebied zoals is te zien in figuur 10. Vanuit de invalshoek om een operationeel geschikte locatie voor een radar te vinden, zou in beginsel hierna met de inperking van het zoekgebied kunnen worden gestopt. De meest kansrijk ogende gebieden voor een aanvullende potentiële vestigingslocatie voor de radar liggen aansluitend aan de in het eerdere locatieonderzoek naar voren gekomen gebieden. Vooral ten noorden van de Lek in de Krimpener- en Lopikerwaard. Ook in de Vijfheerenlanden, de westelijke Betuwe en in de Bommelerwaard lijken enkele aaneengesloten gebieden zonder zwaarwegende belemmeringen aanwezig. Daarnaast zijn er nog enkele kleinere locaties die ook zullen moeten worden onderzocht zoals in de omgeving van Schalkwijk en nabij de Loonse en Drunense Duinen. Van het grotere zoekgebied op de Utrechtse Heuvelrug is niet zo veel extra overgebleven na het toepassen van de verschillende uitsluitingscriteria. De voornaamste extra ruimte is te vinden op ook al eerder onderzochte militaire oefenterrein Leusderheide.

Pagina 17 van 56

Definitief | Aanvullend locatieonderzoek zuidelijke SMART-L radar | 19 november 2021

Figuur 10 Het resterende aanvullende zoekgebied (roze) na toepassing van de uitsluitingscriteria 5.7.

Bebouwde kommen en afzonderlijke woningen Om recht te doen aan de wensen voor ruime afstanden tot woningen en andere verblijfsplaatsen zal, net als in het locatieonderzoek uit 2020, het zoekgebied verder worden ingeperkt door een minimale afstand tot deze kwetsbare bestemmingen aan te houden. Hoewel er geen normen voor bestaan, wordt daartoe wordt een afstand van 400 meter aangehouden. Op basis van een databestand van woonadressen zijn op de kaart in figuur 11 cirkels met een straal van 400 meter getrokken rond deze adressen. De kaart in figuur 11 is vanwege dicht bij elkaar liggende kleuren helaas moeilijk leesbaar. Duidelijker is het beeld in figuur 13. In die kaart zijn de uitsluitingscriteria weggelaten waardoor de definitieve zoekgebieden beter zichtbaar zijn. Het toepassen van dit extra criterium betekent dat de aanvullende zoekruimte verder versnipperd raakt. Alleen in de Lopikerwaard zijn enkele ogenschijnlijk ruime zoekgebieden overgebleven. Alle andere, inclusief die op de Utrechtse Heuvelrug, zijn sterk verkleind. In stap 3 van het aanvullende locatieonderzoek worden binnen de resterende zoekgebieden representatieve potentiële vestigingslocaties geselecteerd.

Pagina 18 van 56

Definitief | Aanvullend locatieonderzoek zuidelijke SMART-L radar | 19 november 2021

Figuur 11 Het overgebleven aanvullende zoekgebied (roze) na toepassing van 400 meter-cirkels rond woningen (lila) 5.8.

Militaire terreinen binnen het (aanvullende) zoekgebied In de paragrafen 5.1. tot en met 5.7. is beschreven hoe het vastgestelde aanvullende zoekgebied is teruggebracht tot een aantal gebieden waarbinnen geen op voorhand belemmerende activiteiten aanwezig zijn. De (operationele) bruikbaarheid van de gebieden voor een gevechtsleidingsradar heeft daarbij voorop gestaan. Of er in het zoekgebied ook defensieterreinen, of andere rijksoverheidsterreinen aanwezig zijn waar de vestiging van een nieuwe radar wellicht iets eenvoudiger en sneller zou kunnen verlopen, is daarom geen selectiecriterium geweest. Voor een volledig beeld wordt in deze paragraaf daar alsnog bij stilgestaan. Het (aanvullende) zoekgebied is gelegen in het grensgebied van de provincies ZuidHolland, Utrecht, Noord-Brabant en Gelderland, alsmede voor een deel op de Utrechtse Heuvelrug. In totaal zijn hier zes militaire terreinen gelegen. Zie voor een indicatieve ligging van de locaties de kaart in figuur 12. Het aantal Defensielocaties is in het westelijke rivierengebied van oudsher niet erg groot als wordt afgezien van de voormalige forten en inundatiegebieden in de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Binnen het zoekgebied voor een radarantenne op 24 meter hoogte (het zoekgebied uit het locatieonderzoek uit 2020) is nabij Keizersveer (provincie Noord-Brabant) de oefenlocatie “Overdiepse Polder” gelegen.

Deze locatie ligt tegenwoordig grotendeels buitendijks en is daarmee wat betreft geschikte oppervlakte klein geworden. Daarnaast is (de hoogbouw van de) de Amercentrale op 4,5 km afstand gelegen en zijn er vele hoogspanningstracées alsmede windmolens in de nabije omgeving. De

Pagina 19 van 56

Definitief | Aanvullend locatieonderzoek zuidelijke SMART-L radar | 19 november 2021

locatie is daarom ongeschikt voor een radarstation. Verder zijn in het zoekgebied delen van het oefenterrein Leusderheide gelegen. Vanwege de relatief hoge ligging is dit voor een radar een interessant gebied, maar uit het locatieonderzoek uit 2020 kwam reeds naar voren dat de locatie operationeel erg slecht scoorde in verband met de hoogbouw van de agglomeratie Utrecht waardoor het zicht op cruciale delen van de westelijke Randstad onder de maat was. Tevens gaven de berekeningen van TNO aan dat de windparken in Flevoland grote verstoringen in de radarbeelden zouden veroorzaken.

Figuur 12 Indicatieve ligging van de bestaande militaire terreinen in het zoekgebied In het aanvullende zoekgebied voor een radarantenne op 34 meter hoogte zijn er in de gemeente Lopik (provincie Utrecht) twee ‘actieve’ defensielocaties aanwezig en daarnaast zijn er nog enkele terreinen rond de Leusderheide op de Utrechtse Heuvelrug. De ene Defensielocatie in Lopik betreft een brandstofdepot nabij de Lek (bij Lopikerkapel). Deze locatie is volledig vol gebouwd en tevens op korte afstand gelegen van veel woonbebouwing. Daarnaast valt de locatie binnen de 4 km-zone van meerdere (geplande) windturbines. De andere Defensielocatie in de gemeente Lopik betreft een opslaglocatie ten noorden van de kern Lopik. Deze locatie is potentieel interessant omdat er – op twee dienstwoningen na – geen woonbebouwing op korte afstand is gelegen. Daarentegen zijn er drie windmolens pal naast het complex gelegen. Dat maakt dat binnen de criteria van dit locatieonderzoek deze locatie ongeschikt is om verder te onderzoeken. Het aanvullende zoekgebied op de Utrechtse Heuvelrug is weliswaar iets ruimer dan in het onderzoek uit 2020, maar nogal versnipperd. Toch valt een groter deel van het oefenterrein Leusderheide binnen het zoekgebied, alsmede delen van het

Pagina 20 van 56

Definitief | Aanvullend locatieonderzoek zuidelijke SMART-L radar | 19 november 2021

oefenterrein “Vlasakkers” en de logistieke complexen in Soesterberg. Voor de Leusderheide gelden dezelfde bezwaren als in het onderzoek uit 2020. Aangenomen mag worden dat dit ook het geval zal zijn voor de ten noorden van de A28 gelegen defensieterreinen (die ook nog iets minder hoog liggen dan de Leusderheide), maar een extra belemmering bestaat daar uit een aan het spoor Utrecht – Amersfoort parallel lopende hoogspanningsleiding (welke helaas niet is opgenomen op de kaart in figuur 7). Ook is er veel woonbebouwing in de directe omgeving van de provinciale weg. Al met al is dit deel van het zoekgebied te veel versnipperd en zijn er te veel belemmeringen aanwezig om hier een radarlocatie te kunnen selecteren die aan de gestelde criteria kan voldoen. C oncluderend kan worden vastgesteld dat de in het (aanvullende) zoekgebied aanwezige militaire terreinen niet geschikt zijn voor de vestiging van een radarstation vanwege te weinig ruimte op de locatie, vanwege een eerder vastgestelde negatieve operationele beoordeling, dan wel vanwege aanwezige uitsluitingscriteria. Het onderzoeken of aanwezige uitsluitingscriteria kunnen worden opgeheven, valt buiten de opdracht van dit locatieonderzoek.

Pagina 21 van 56

Definitief | Aanvullend locatieonderzoek zuidelijke SMART-L radar | 19 november 2021

6.

Selectie van potentiële vestigingslocaties (stap 3)

De overgebleven gebieden binnen het (aanvullende) zoekgebied zouden in beginsel geschikt moeten zijn voor de vestiging van een radarstation aangezien de hiervoor behandelde uitsluitingscriteria hier niet van toepassing zijn. Deze gebieden zijn in figuur 13 nogmaals in beeld gebracht. De gele gebieden in deze kaart zijn dezelfde als de resterende roze gebieden uit figuur 11, maar dan zonder de eromheen geprojecteerde uitsluitingscriteria en daarom is de kaart in figuur 13 beter leesbaar.

Figuur 13 het verfijnde zoekgebied (geel)

In figuur 13 is ook zichtbaar dat de overgebleven zoekgebieden niet alleen in het aanvullende (roze) zoekgebied zijn gelegen, maar deels ook in het oorspronkelijke (rode) zoekgebied. De reden daarvoor is dat een daar geplande windturbine niet zal worden gerealiseerd. Hierdoor is een extra stukje zoekgebied beschikbaar gekomen ten opzichte van het oorspronkelijke locatieonderzoek. 6.1.

Selectie van door te rekenen locaties De in figuur 13 zichtbare gebieden zijn in bijlage C afzonderlijk genummerd en in beeld gebracht. Wanneer deze gebieden apart worden bezien, blijkt dat sommige duidelijk ongeschikt zijn (te klein, of nauwelijks bereikbaar). Andere liggen erg dicht bij elkaar waardoor er geen wezenlijke verschillen in de uitkomsten van de verstoringsberekeningen mogen worden verwacht. Mede op basis van de ervaringen uit het eerste locatieonderzoek en in afstemming met TNO zijn daarom ‘handmatig’

Pagina 22 van 56

Definitief | Aanvullend locatieonderzoek zuidelijke SMART-L radar | 19 november 2021

representatieve locaties geselecteerd. Zo centraal als mogelijk in het zoekgebied in verband met de afstanden naar woningen. Met eigendomsverhoudingen of planologische bestemmingen is hierbij bewust geen rekening gehouden. In figuur 14 zijn de aanvullende locaties in beeld gebracht.

Figuur 14 geselecteerde door te rekenen aanvullende locaties Indachtig de motie Van Helvert zijn ook de locaties Vrachelse Heide en Gilze-Rijen doorgerekend. In figuur 14 zijn deze, evenals de locatie Herwijnen en de eerder geselecteerde potentiële alternatieve locaties Nieuwpoort, Goudriaan en Meerkerk met een groene ster aangeduid. Omdat TNO de Leusderheide als referentielocatie ook heeft doorgerekend en deze locatie in het navolgende ook is opgenomen, is deze eveneens in figuur 14 aangeduid. Door TNO zijn in het kader van dit locatieonderzoek de volgende locaties op verschillende wijzen doorgerekend: Herwijnen Nieuwpoort Goudriaan Meerkerk Krimpenerwaard Lopikerwaard Zuid Polsbroek C abauw Polsbroek Vlist Hoenkoop Snelrewaard

Locatie H in figuur 14 Locatie N Locatie G Locatie M Locatie 1 Locatie 2 Locatie 3 Locatie 4 Locatie 5 Locatie 6

Pagina 23 van 56

Definitief | Aanvullend locatieonderzoek zuidelijke SMART-L radar | 19 november 2021

Montfoort Ottoland Noordeloos Schoonrewoerd Schalkwijk Tricht Nederhemert Drunen Nieuwkuijk Vrachelse Heide Vliegbasis Gilze-Rijen Leusderheide

6.2.

Locatie 7 Locatie 8 Locatie 9 Locatie 10 Locatie 11 Locatie 12 Locatie 13 Locatie 14 Locatie V Locatie GR Locatie L

De locaties Vrachelse Heide en vliegbasis Gilze-Rijen Deze locaties zijn in de Motie Van Helvert c.s. genoemd als locaties die moeten worden onderzocht als potentiële alternatieve vestigingslocatie voor de zuidelijke SMART-L radar. Beide locaties liggen buiten het aanvullende zoekgebied (zie figuren 3 en 14) en komen daarom uit zichzelf niet in aanmerking voor verder onderzoek. TNO heeft beide locaties wel doorgerekend op de te verwachte effecten op het radarbeeld indien hier een radar zou worden geplaatst.

6.2.1.

Militair oefenterrein Vrachelse Heide De Vrachelse Heide is eigendom van het ministerie van Defensie. Het ligt in de gemeente Oosterhout, ingeklemd tussen woonkernen ten noordoosten van Breda. Aan de oostzijde van het terrein liggen een school, werkterreinen van Brabant Water NV en vakantiepark “De Katjeskelder”. Aan de west- en noordzijde van het terrein liggen recreatiebestemmingen en verspreide woningen. Het is een voormalig stuifzandgebied en daarom reliëfrijk. Het is grotendeels bebost. Het oefenterrein heeft tegenwoordig geen specifieke militaire inrichting meer en wordt voor algemene militaire oefeningen gebruikt. Daarentegen is het een uitermate intensief recreatief gebruikt terrein, mede door de ligging direct naast Oosterhout en de vele recreatieparken. Ondanks het intensieve gebruik van het terrein zijn de natuur- en landschapswaarden aanzienlijk. Als op de Vrachelse Heide een radargebouw moet worden gerealiseerd, dan zal dat ergens midden op het terrein moeten gebeuren om enige afstand in acht te nemen tot kwetsbare bestemmingen. Er zijn echter weinig locaties te vinden waar meer dan 500 meter afstand tot woningen en verblijfsrecreatie te vinden is. Deze locatie zal daarnaast de aanleg van een verharde weg vereisen alsmede een grote open te maken ruimte in verband met de beveiliging van het radarstation. Er is geen energie- en databekabeling in het gebied.

Er mag op het terrein op dit moment niets worden gebouwd. Indien het aanvullende zoekgebied zich tot over de Vrachelse Heide zou hebben uitgestrekt, dan zou de locatie zijn afgevallen vanwege de beperkte afstanden tot windturbines en hoogspanningstracés en omdat het is gelegen op enkele kilometers afstand van de hoge bebouwing (o.a. de koeltoren) van de Amercentrale bij Geertruidenberg.

6.2.2.

Vliegbasis Gilze-Rijen De militaire vliegbasis Gilze-Rijen is gelegen in de gemeente Gilze en Rijen en is de thuisbasis van het Defensie Helikoptercommando (DHC ). De vliegbasis is aan alle

Pagina 24 van 56

Definitief | Aanvullend locatieonderzoek zuidelijke SMART-L radar | 19 november 2021

zijden omgeven door de bebouwing van Rijen, Molenschot, Gilze en Hulten. Aan de noord- en westzijde zijn direct naast de basis uitgebreide recreatieparken. Daarvan mag worden aangenomen dat er permanent langdurig veel personen verblijven. Mede door het operationele gebruik van de basis, lijkt de beste locatie om een radar te plaatsen de westzijde van het complex. Bij de effectberekeningen is TNO daar vanuit gegaan. De afstand tot de genoemde recreatieparken, maar ook tot een bij de noordwestingang gesitueerd kinderdagverblijf is dan echter nog geen 500 meter. (Geplande) windturbines en hoogspanningstracés liggen op voldoende afstand. De denkbare locatie op de basis ligt wel op exact 15 kilometer van de hoogbouw van de Amercentrale bij Geertruidenberg, maar blijft daarmee net buiten de als ongewenst aangemerkte afstand van de centrale.

Pagina 25 van 56

Definitief | Aanvullend locatieonderzoek zuidelijke SMART-L radar | 19 november 2021

7.

Beoordeling van de locaties (stap 4 en 5)

7.1.

Inleiding Het locatieonderzoek uit 2020 was gebaseerd op de Motie Voordewind c.s. (Kamerstuk 31.936, nr. 655) waarbij geen specificaties waren meegegeven om de te onderzoeken alternatieve locaties op te beoordelen. Om de uit dat onderzoek naar voren gekomen operationeel acceptabele alternatieve locaties te kunnen beoordelen, zijn deze op verschillende aspecten vergeleken met de locatie Herwijnen waarbij de nadruk lag op de afstanden tot omliggende woningen en de te verwachten tijd die realisatie van een alternatieve locatie met zich mee zou brengen. Het voorliggende aanvullende locatieonderzoek is gebaseerd op de motie Van Helvert (Kamerstuk nr. 35570-X-24) waarbij expliciet is gevraagd een vergelijkend onderzoek te doen. Daarbij zijn ook de (ten minste) te betrekken onderwerpen genoemd. Dit sluit goed aan bij het onderzoek dat in 2020 is uitgevoerd. Ten opzichte van het eerdere locatieonderzoek zal thans nadrukkelijk aandacht worden besteed aan het onderwerp straling, in het bijzonder de samengestelde blootstelling. In de voorgaande hoofdstukken zijn de te onderzoeken aanvullende locaties geselecteerd. In dit hoofdstuk worden de bevindingen op de verschillende onderwerpen voor deze locaties genoteerd en zullen deze, voor zover mogelijk, worden vergeleken.

Ook met de locatie Herwijnen en de drie eerder vastgestelde alternatieve locaties zodat kan blijken of er wezenlijke verschillen zijn tussen de verschillende locaties. Indien mogelijk zou dit ook (per aandachtsgebied) voorkeurslocaties kunnen opleveren. De beoordeling van de geselecteerde locaties wordt in twee fasen uitgevoerd. In paragraaf 7.2. (stap 4) worden de locaties beoordeeld vanuit een (militair-) operationeel perspectief. Op grond daarvan kan het zijn dat locaties afvallen omdat ze niet blijken te kunnen voldoen aan de operationele eisen. De operationeel acceptabele locaties worden in paragraaf 7.3. (stap 5) beoordeeld op andere dan (militair-) operationele criteria. Om de operationele beoordelingen te kunnen vergelijken met de resultaten uit het eerdere locatieonderzoek, zijn de potentiële locaties (inclusief Herwijnen en de drie oorspronkelijke alternatieven) wederom doorgerekend met de rekenmodellen van TNO, maar dan vanaf de maximale radarhoogte van 34 meter boven het maaiveld. Voor een korte beschrijving van de rekenprogramma’s C ARPET en PERSEUS wordt verwezen naar het kader in paragraaf 2.3. van het eerste locatieonderzoek uit 2020.

7.2.

Beoordeling vanuit operationeel perspectief (stap 4)

7.2.1.

Beoordeling van de dekking in oppervlakte Met behulp van het programma C ARPET is door TNO berekend hoeveel vierkante kilometer dekking (op 1000 voet) de locaties zouden moeten opleveren. Aan de hand van de criteria “Randstad” en “Nederland in aanvulling op Wier”, is vast te stellen op welke locaties de grootste dekking is te verwachten. De berekeningen zijn gebaseerd op zichtlijnkaarten van de verschillende locaties. Bepalend voor de score zijn daarmee de omstandigheden van de locatie waarbij vooral nabijgelegen obstakels veel impact kunnen hebben. De berekeningen zeggen

Pagina 26 van 56

Definitief | Aanvullend locatieonderzoek zuidelijke SMART-L radar | 19 november 2021

niets over de prestaties van de betreffende radar (voor elk type radar zullen deze berekeningen gelijk zijn) en zijn daarom ook niet vertrouwelijk. Deze berekeningen zeggen ook niets over de mate waarin aanwezige obstakels werkelijk verstoren. In figuur 15 is als voorbeeld de zichtlijnkaart (criterium “zichtbaarheid in aanvulling op Wier”) van Herwijnen afgebeeld. Ze zijn alle opgenomen in bijlage D.

Figuur 15 Zichtlijnkaart locatie "Herwijnen" (zonder legenda) Uit de scores van de locaties vallen de volgende conclusies te trekken. Vanuit het perspectief “zichtbaarheid van de Randstad” (op 1000 voet) maakt het voor veel potentiële locaties niet veel uit of de radarantenne op 24 meter hoogte, dan wel op 34 meter hoogte wordt geplaatst omdat de Randstad (zoals in dit onderzoek gedefinieerd) een vaste omvang in vierkante kilometers heeft. Meer dan 100% kan daarvan niet worden gezien. Echter, niet alle aanvullende locaties blijken op 24 meter hoogte de Randstad volledig te kunnen zien. Op 34 meter hoogte kan vanaf deze locaties wel méér van de Randstad worden gezien, maar nog steeds niet vanaf alle locaties helemaal, zoals bij Drunen Nieuwkuijk, Schalkwijk en Tricht. Dat de laatstgenoemde locaties wél binnen het aanvullende zoekgebied vallen heeft waarschijnlijk te maken met het relatief grove raster dat bij de berekeningen daarvan is gebruikt, terwijl uit deze locatiespecifieke berekeningen blijkt dat er binnen zo’n raster dus verschillen kunnen bestaan. Het gaat daarbij om relatief kleine verschillen. Zowel Schalkwijk en Tricht als Drunen Nieuwkuijk liggen aan de

Pagina 27 van 56

Definitief | Aanvullend locatieonderzoek zuidelijke SMART-L radar | 19 november 2021

uiterste rand van het zoekgebied (zie figuur 14) en het mag daarom ook weinig verwondering wekken dat ze minder scoren op het aantal vierkante kilometers Randstad dat ze zien. Ook niet vreemd is dat de locaties Vrachelse Heide en GilzeRijen (veel) lager scoren dan de andere locaties omdat ze nu eenmaal buiten het (aanvullende) zoekgebied liggen. De score blijft ook bij een verhoging van de radarantenne naar 34 meter relatief laag. Vanuit het perspectief “zichtbaarheid Nederland in aanvulling op Wier” blijkt het wél veel uit te maken of de radarantenne op 24 of 34 meter hoogte vanaf het maaiveld wordt geplaatst. Omdat de horizon van de radar bij een plaatsing op 34 meter hoogte ca. 6 km verder weg komt te liggen, scoren alle locaties meer vierkante kilometers zicht. Dat is vanuit de doelstelling voor de SMART-L radar zonder meer interessant. De omvang van het (op 1000 voet) zichtbare gebied verschilt per locatie. Bij de verhoging naar 34 meter verandert de volgorde ten opzichte van 24 meter nauwelijks. Enkele locaties gaan er iets meer op vooruit dan andere. Dat kan alleen worden verklaard doordat met het verschil van 10 meter extra over sommige obstakels eenvoudiger heen kan worden gekeken. De locaties Schalkwijk en Tricht scoren bij beide hoogtes de minste vierkante kilometers. Ook Snelrewaard en Montfoort doen het bij dit criterium niet geweldig.

Ottoland en Noordeloos, alsmede de locaties uit het onderzoek van 2020 (Nieuwpoort, Goudriaan en Meerkerk) zitten hierbij echter in de ‘voorhoede’. Opgemerkt wordt dat ook in dit onderzoek de locatie Herwijnen in beide opzichten heel goed scoort, meer dan de meeste andere locaties. Dat betekent dat de ruimtelijke omstandigheden van de locatie Herwijnen voor het plaatsen van een radar op zichzelf kennelijk gunstig zijn. Wellicht speelt hierbij mee dat de radarlocatie Herwijnen al sinds 2016 planologisch is beschermd waardoor met name windparken al jaren in hun ontwerp rekening moeten houden met Herwijnen. Als nuancering op het voorgaande wordt opgemerkt dat TNO ook de locatie Leusderheide heeft doorgerekend. Deze locatie was als geschikt alternatief al in het onderzoek van 2020 afgevallen. Maar omdat deze locatie zoveel hoger ligt dan de andere onderzochte locaties, scoort Leusderheide zowel op 24 als op 34 meter hoogte boven maaiveld ruimschoots meer vierkante kilometers zicht dan de andere locaties. Dit betekent dat omvang van het zichtbare gebied nog niet zaligmakend is voor het plaatsen van een radar. 7.2.2.

Beoordeling van de verstoringen en het verlies aan bereik Met het programma PERSEUS kan gedetailleerd worden berekend wat er gebeurt met de radarbeelden vanaf een bepaalde locatie. Zo kan TNO met behulp van dit rekenmodel toetsen of een geprojecteerd windpark, dan wel hoogbouw in het algemeen, voor verstoringen zorgt in de radarbeelden. Defensie kan vervolgens beoordelen of de te verwachten verstoringen acceptabel zijn of niet. De uitkomsten van een berekening met PERSEUS zijn ook zichtbaar in een diagram. In figuur 16 is als voorbeeld de detectiekans weergegeven van de verkeersleidingsradar Leeuwarden. Dit diagram is illustratief omdat duidelijk zichtbaar is welke impact de hoogbouw in de binnenstad van Leeuwarden heeft op het radarbeeld (c.q. op de detectiekans van een vliegend object op 1000 voet). Eveneens is duidelijk welke gevolgen de komst van het windpark “Fryslân” in het IJsselmeer heeft. Minder opvallend, maar ook zichtbaar is het effect van het reeds gebouwde windpark “Urk” bij de Noordoostpolder.

Pagina 28 van 56

Definitief | Aanvullend locatieonderzoek zuidelijke SMART-L radar | 19 november 2021

Door de relatief dichtbij de radar gesitueerde hoogbouw in Leeuwarden ontstaat een grote beperking van het bereik van de radar naar het zuidoosten. Door de vele wieken van het windpark “Fryslân” ontstaat boven het park een zone met verstoring waardoor de detectiekansen aldaar enorm afnemen. Deze op zich onacceptabele verstoring kon enkele jaren geleden worden opgeheven door de komst van een extra verkeersleidingsradar bij De Kooy (Den Helder). Een dergelijke samenwerking tussen radarsystemen is voor gevechtsleidingsradars geen optie omdat deze solitair moeten kunnen functioneren. Het getoonde voorbeeld van Leeuwarden betreft een bestaande radar. Ten behoeve van deze locatiestudie heeft TNO van de geselecteerde locaties vergelijkbare diagrammen gemaakt op basis van de prestaties van de SMART-L radar waarbij de radarantenne op 34 meter boven het plaatselijke maaiveld is gesitueerd. Omdat de gegevens van de SMART-L radar vertrouwelijk zijn, kunnen de diagrammen niet in dit rapport worden afgedrukt. Het betreft echter soortgelijke beelden als in figuur 16.

Figuur 16 voorbeeld van een detectiekansdiagram (MASS Leeuwarden) Opgemerkt wordt dat TNO de berekeningen heeft uitgevoerd aan de hand van de “Baseline 2021”. De Baseline is de meest actuele configuratie van obstakels die het radarzicht kunnen beïnvloeden. De baseline bestaat uit de hoogtegegevens van bestaande stedelijke hoogbouw en (geplande) windturbines 4. Zoals in stap 2 is geconstateerd moet de baseline actueel worden gehouden en zijn er reeds nieuwe hoogbouw- en turbineprojecten bekend die nog niet in de baseline zijn verwerkt. Geheel afhankelijk van de precieze ligging van die projecten ten opzichte van de geprojecteerde radarlocaties, zullen die projecten invloed hebben op het radarbeeld dat uit de huidige berekeningen is voortgekomen.

4

De baseline is niet in alle opzichten actueel. De baseline bestaat uit de bouwwe rk e n die aanwe zig ware n tussen 2007 e n 2012 tijdens de opnames voor de Algemene Hoogtekaart Ne de rland (AHN2). Dat deel is nog niet geactualiseerd. De baseline 2021 slaat alleen op windturbines: alle per 1 januari 2021 gebouwde turbines aangevuld met de geplande turbines waarvan he t type re eds bekend is. Pagina 29 van 56

Definitief | Aanvullend locatieonderzoek zuidelijke SMART-L radar | 19 november 2021

Een voorbeeld van een groot project dat nog niet in de baseline zit en dat waarschijnlijk invloed op het radarbeeld zal krijgen wanneer het wordt gerealiseerd, is het windpark C ulemborg. Uit de eerder opgestelde berekening door TNO voor het project C ulemborg bleek dat de te verwachten verstoringen voor de alternatieve locaties Nieuwpoort, Goudriaan en Meerkerk groter waren dan de vastgestelde norm. Voor het zuidelijker gelegen Herwijnen kon wel aan de norm worden voldaan. Dit heeft te maken met de ligging van de lijnopstelling van “C ulemborg” ten opzichte van de eventueel te plaatsen radar. Die opstelling is min of meer haaks op de kijkrichting van Herwijnen (hetgeen doorgaans minder verstoring veroorzaakt) terwijl de drie alternatieve locaties meer in het verlengde van C ulemborg zijn gelegen. Het valt dan ook niet uit te sluiten dat in ieder geval de locaties Schoonrewoerd en Noordeloos hiervan een effect zullen ondervinden. De 14 doorgerekende locaties zijn door de Koninklijke Luchtmacht beoordeeld. Primair ten opzichte van de gestelde doelen voor de zuidelijke SMART-L radar en daarnaast ten opzichte van de locatie Herwijnen en onderling. Aanvullend zijn ook de locaties Vrachelse Heide en Gilze-Rijen doorgerekend.

De locatie Herwijnen en de eerder geselecteerde locaties Nieuwpoort, Goudriaan en Meerkerk zijn door TNO ook met de radarantenne op 34 meter boven maaiveld doorgerekend. Ten opzichte van de 24 meter uit het oorspronkelijke locatieonderzoek, blijkt dat het radarbereik op 1000 voet dan naar alle zijden ca. 6 km groter wordt. Dat maakt het radarbeeld op zichzelf iets robuuster en aan het eind van het bereik iets minder grillig. Het beeld dat ten opzichte van 24 meter hoogte ontstaat wordt echter niet wezenlijk anders. Bestaande inbreuken op het bereik, zoals van de watertoren Meerkerk, de Asfaltcentrale in Hoogblokland, het windpark Deil, of de Amercentrale in Geertruidenberg zijn dan ook niet verdwenen. De conclusie is dat deze vier locaties alle op 34 meter boven maaiveld net zo operationeel acceptabel zijn als in het eerste onderzoek. Gelet op het iets gunstiger verstoringsbeeld dat met een radarantenne op 34 meter ontstaat, zou uit operationeel oogpunt overwogen kunnen worden om een grotere hoogte dan 24 meter toe te gaan passen op alle locaties. De ten noorden van de Lek gelegen locaties Krimpenerwaard, Lopikerwaard-zuid, Polsbroek C abauw, Polsbroek Vlist, Hoenkoop, Snelrewaard en Montfoort zijn alle operationeel acceptabel beoordeeld. Dat wil niet zeggen dat ze alle hetzelfde radarbeeld opleveren.

Alle locaties hebben in meer of mindere mate last van de hoogbouw in Utrecht, maar de beperkingen die daaruit voortkomen zijn operationeel acceptabel. De meer westelijk gelegen locaties hebben ook zichtbaar invloed van de hoogbouw in Rotterdam, maar ook die zijn nog operationeel acceptabel. De in de Alblasserwaard en de Vijfheerenlanden gelegen locaties Ottoland, Noordeloos en Schoonrewoerd zijn eveneens operationeel acceptabel al scoort Ottoland daarbij maar net positief. Deze locatie heeft veel last van de hoogbouw in de Drechtsteden en Rotterdam. De locaties Tricht en Schalkwijk liggen ten opzichte van Utrecht relatief oostelijk waardoor de belemmeringen als gevolg van de hoogbouw aldaar groot zijn en het zicht op de noordelijke Randstad onvoldoende. Tricht heeft boven het Rijnmondgebied ook nauwelijks voldoende bereik. Aanvankelijk werden beide locaties nog als operationeel acceptabel beoordeeld. Daarom zijn ze verder ook in dit rapport verwerkt. Mede gelet op de latere bevindingen, zoals bijvoorbeeld

Pagina 30 van 56

Definitief | Aanvullend locatieonderzoek zuidelijke SMART-L radar | 19 november 2021

opgemerkt in paragraaf 7.2.3., is het oordeel gewijzigd naar operationeel niet acceptabel. Voor de locatie Nederhemert is het bereik net voldoende om operationeel acceptabel te zijn. Er zijn betrekkelijk weinig grote inbreuken op het bereik, maar de locatie ligt al behoorlijk zuidelijk. De zuidelijke ligging van de locatie Drunen Nieuwkuijk is te ver weg om de Randstad op 1000 voet voldoende te kunnen afdekken. Daarom scoort deze locatie niet operationeel acceptabel. De locatie Vrachelse Heide ligt te zuidelijk om de noordelijke Randstad op 1000 voet te kunnen zien. Daarnaast zorgt, zoals te verwachten, de Amercentrale in Geertruidenberg voor een grote inbreuk op het zicht naar het noorden. Datzelfde geldt ook voor dichtbij gelegen hoogbouw in Oosterhout. Deze locatie is operationeel niet acceptabel. Voor de locatie vliegbasis Gilze-Rijen geldt dat deze duidelijk te zuidelijk ligt om de noordelijke Randstad op de gewenste hoogte te kunnen zien. Daar bovenop komt nog dat deze locatie duidelijk wordt gehinderd door de hoogbouw van Breda in het westen en Tilburg in het oosten waardoor het bereik sterk wordt beperkt. Ook is de relatieve nabijheid van de Amercentrale in Geertruidenberg zichtbaar in een grote beperking van het zicht naar het noorden. Deze locatie is voor een radar die op lage hoogten moet kunnen kijken dan ook niet operationeel acceptabel.

Uitsluitend de zuidelijke locaties “Drunen Nieuwkuijk”, “Vrachelse Heide” en “GilzeRijen” vallen om operationele redenen direct af. Aan de hand van de berekeningen van TNO, blijven – naast Herwijnen, Nieuwpoort, Goudriaan en Meerkerk - de overige geselecteerde locaties over als voor de Koninklijke Luchtmacht operationeel acceptabele locaties. 7.2.3.

Enkele kanttekeningen bij de operationele beoordeling Dat de meeste locaties door de Koninklijke Luchtmacht operationeel acceptabel worden geacht is omdat het zicht op de operationeel essentieel geachte gebieden daar vandaan als voldoende wordt gekwalificeerd. In de wetenschap echter dat enkele van de beoordeelde locaties slechts ‘met de hakken over de sloot’ acceptabel zijn beoordeeld en dat de baseline 2021 van TNO niet in alle opzichten actueel is, alsmede dat het aantal hoogbouw-obstakels in Nederland verder toeneemt, kunnen vraagtekens worden geplaatst bij de (operationele) houdbaarheid op termijn van enkele locaties. Het is aannemelijk dat de verstoringen van het bereik door hoogbouw verder zullen toenemen. Locaties als Schalkwijk en Tricht, maar ook Krimpenerwaard en Ottoland, lijken daar kwetsbaar voor te zijn. Het beeld ontstaat dat binnen het (aanvullende) zoekgebied de meest westelijk en oostelijk gelegen locaties het minst aantrekkelijk zijn vanuit een operationeel perspectief.

Pagina 31 van 56

Definitief | Aanvullend locatieonderzoek zuidelijke SMART-L radar | 19 november 2021

De bovenstaande bevindingen kunnen in de volgende tabel worden samengevat. Locatie

Gemeente

Opp. Rs 24 m

Opp. Rs 34 m

Opp. NL 24 m

Opp. NL 34 m

Verstoring en bereik 5

Operationele beoordeling

Herwijnen Nieuwpoort Goudriaan Meerkerk Krimpenerwaard Lopikerwaardzuid Polsbroek C abauw Polsbroek Vlist Hoenkoop Snelrewaard Montfoort Ottoland Noordeloos Schoonrewoerd Schalkwijk Tricht Nederhemert Drunen Nieuwkuijk Vrachelse Heide Vlb Gilze-Rijen Leusderheide

West Betuwe Molenlanden Molenlanden Vijfheerenlanden Krimpenerwaard Lopik

+ + + + + +

+ + + + + +

+++-

++ + + + ++

+ + + + ++

+ +++++

Lopik

+

+

-

+-

+

+

Krimpenerwaard Oudewater Oudewater/Montfoort Montfoort Molenlanden Molenlanden Vijfheerenlanden Houten West Betuwe Zaltbommel Heusden

+ + + + + + + + ++ --

+ + + + + + + + + + -

+ + ----

++++ + + --+ +-

+ + ++++ + + +-

+ + ++++++--

Oosterhout Gilze en Rijen Amersfoort/Leusden

-+

++

+ -++

++ + +++

----

----

7.3.

Beoordeling op grond van andere criteria (stap 5)

7.3.1.

Afstand tot woningen en bebouwde kommen Reeds bij de selectie van de door te rekenen locaties is gestreefd naar zo veel mogelijk afstand van woningen en bebouwde kommen. Door de manier waarop de locaties zijn bepaald zijn die afstanden altijd minimaal 400 meter. Aan de hand van luchtfoto’s kan een goede indruk worden gegeven van de afstanden. Opgemerkt wordt dat, evenals in het onderzoek uit 2020, de geselecteerde locaties indicatief zijn 6. Dat wil zeggen dat er geen enkele zekerheid is dat bij een eventuele realisatie op precies de nu aangehouden plek zal worden gebouwd. Ondanks het indicatieve karakter, is duidelijk dat de gemiddelde afstanden tot de eerste woningen voor de locaties in de Krimpenerwaard en de Lopikerwaard groter zijn dan bij de locaties in de Alblasserwaard, de Vijfheerenlanden en de westelijke Betuwe. De verklaring daarvoor is dat er tussen de oorspronkelijke ontginningsassen in de Krimpener- en Lopikerwaard geen boerderijen in de jaren vijftig en zestig van De be rekeningen van TNO hielden geen re kening met in ontwik keling zijnde windparken zoals “C ulemborg”. Enige voorzichtigheid is hier dan ook gewe nst. Deze is verwe rk t in de laatste k olom. 6 De ge selecteerde locaties zijn indicatief aangegeven m et e en rode cirk el. De aangegeven afstanden naar woningen e n bebouwde kommen zijn daarom e veneens indicatief. 5

Pagina 32 van 56

Definitief | Aanvullend locatieonderzoek zuidelijke SMART-L radar | 19 november 2021

de vorige eeuw zijn bijgebouwd. In de andere gebieden was dat wel het geval. Bij de overige locaties is het beeld gemengd. Zie de afsluitende tabel in deze paragraaf. In het navolgende zijn luchtfotokaarten opgenomen van de verschillende locaties met de afstanden tot de nabijgelegen woningen. Ter vergelijking met de aanvullende locaties zijn de locaties Herwijnen, Nieuwpoort, Goudriaan en Meerkerk eveneens weergegeven.

Figuur 17 afstanden tot nabijgelegen woningen en bebouwde kommen "Herwijnen"

Figuur 18 afstanden tot nabijgelegen woningen en bebouwde kommen "Nieuwpoort" Pagina 33 van 56

Definitief | Aanvullend locatieonderzoek zuidelijke SMART-L radar | 19 november 2021

Figuur 19 afstanden tot nabijgelegen woningen en bebouwde kommen “Goudriaan”

Figuur 20 afstanden tot nabijgelegen woningen en bebouwde kommen "Meerkerk"

Pagina 34 van 56

Definitief | Aanvullend locatieonderzoek zuidelijke SMART-L radar | 19 november 2021

Figuur 21 Afstanden tot nabijgelegen woningen en bebouwde kommen "Krimpenerwaard"

Figuur 22 afstanden tot nabijgelegen woningen en bebouwde kommen “Lopikerwaard-zuid”

Pagina 35 van 56

Definitief | Aanvullend locatieonderzoek zuidelijke SMART-L radar | 19 november 2021

Figuur 23 afstanden tot nabijgelegen woningen en bebouwde kommen "Polsbroek Cabauw"

Figuur 24 afstanden tot nabijgelegen woningen en bebouwde kommen "Polsbroek Vlist"

Pagina 36 van 56

Definitief | Aanvullend locatieonderzoek zuidelijke SMART-L radar | 19 november 2021

Figuur 25 afstanden tot nabijgelegen woningen en bebouwde kommen "Hoenkoop"

Figuur 26 afstanden tot nabijgelegen woningen en bebouwde kommen "Snelrewaard"

Pagina 37 van 56

Definitief | Aanvullend locatieonderzoek zuidelijke SMART-L radar | 19 november 2021

Figuur 27 afstanden tot nabijgelegen woningen en bebouwde kommen "Montfoort"

Figuur 28 afstanden tot nabijgelegen woningen en bebouwde kommen "Ottoland"

Pagina 38 van 56

Definitief | Aanvullend locatieonderzoek zuidelijke SMART-L radar | 19 november 2021

Figuur 29 afstanden tot nabijgelegen woningen en bebouwde kommen "Noordeloos"

Figuur 30 afstanden tot nabijgelegen woningen en bebouwde kommen "Schoonrewoerd"

Pagina 39 van 56

Definitief | Aanvullend locatieonderzoek zuidelijke SMART-L radar | 19 november 2021

Figuur 31 afstanden tot nabijgelegen woningen en bebouwde kommen "Schalkwijk"

Figuur 32 afstanden tot nabijgelegen woningen en bebouwde kommen "Tricht"

Pagina 40 van 56

Definitief | Aanvullend locatieonderzoek zuidelijke SMART-L radar | 19 november 2021

Figuur 33 afstanden tot nabijgelegen woningen en bebouwde kommen "Nederhemert" De afstanden tot woningen en bebouwde kommen zijn voor de geselecteerde locaties samen te vatten in de volgende tabel: Locatie

Gemeente

Dichtstbijzijnde woning

Herwijnen Nieuwpoort Goudriaan Meerkerk Krimpenerwaard Lopikerwaard-zuid Polsbroek C abauw Polsbroek Vlist Hoenkoop Snelrewaard Montfoort Ottoland Noordeloos Schoonrewoerd Schalkwijk Tricht Nederhemert

West Betuwe Molenlanden Molenlanden Vijfheerenlanden Krimpenerwaard Lopik Lopik Krimpenerwaard Oudewater Oudewater/Montfoort Montfoort Molenlanden Molenlanden Vijfheerenlanden Houten West Betuwe Zaltbommel

370/450 m 8 600 m 670 m 600 m 810 m 950 m 1100 m 970 m 1000 m 950 m 850 m 780 m 705 m 700 m 710 m 660 m 700 m

Aantal woningen < 900 m 8 Kom 7 5 8 0 0 0 0 0 5 3 5 15 10 14 Kom

Afstand tot kom 7 960 m 850 m 1100 m 1000 m 1200 m 950 m 1600 m 1200 m 1430 m 1400 m 1600 m 1680 m 1250 m 2200 m 1200 m 1300 m 850 m

7

Be bouwingslinten zoals in de langgerekte nederzettingen in de Hollandse e n Utrechtse polders zijn hierbij niet als bebouwde kom gezien. De bebouwde kom in die gevallen betreft e e n duidelijke “(nieuwbouw)wijk ” aansluitend aan die nederzettingen. 8 De aanduiding 370/450 m ve rwijst naar de bij “Herwijne n” dichtstbij liggende boerderij. O p de ze boerderij ligt de bedrijfswoning op (afgerond) 450 meter van de beoogde radarlocatie. In e e n ve rbouwde schuur is echter ook e en tijdelijk e woning gerealiseerd. Deze is gelegen op (afgerond) 370 meter van de beoogde radarlocatie. Pagina 41 van 56

Definitief | Aanvullend locatieonderzoek zuidelijke SMART-L radar | 19 november 2021

7.3.2.

Vergelijking stralingsblootstelling De kern van de discussie of het verantwoord is om de zuidelijke gevechtsleidingsradar bij Herwijnen te plaatsen, draait om de vraag of er al dan niet verantwoorde effecten zijn te verwachten op de volksgezondheid, specifiek op die van de nabij wonende bevolking. De algemene veronderstelling daarbij is dat hoe verder weg de radar kan worden geplaatst van woningen, hoe beter dat is voor de gezondheid van de bewoners. Hetzelfde geldt voor de hoogteplaatsing van de radarantenne. Op basis van de in paragraaf 7.3.1. bepaalde afstanden tot de dichtstbijzijnde woningen, heeft TNO berekeningen uitgevoerd om vast te stellen of de afstand tot woningen inderdaad wezenlijke verschillen oplevert tussen de geselecteerde locaties en of in het algemeen kan worden vastgesteld of de bijdrage van de (SMART-L) radar relevant is voor de totale stralingsbelasting op woningen. Haar bevindingen naar aanleiding van deze berekeningen heeft TNO in een apart memorandum vastgelegd. Dit memorandum is als bijlage E opgenomen bij dit rapport. TNO stelt vast dat een exacte berekening van de totale stralingsbelasting op een willekeurige plaats in Nederland ondoenlijk is. De stralingsblootstelling van een locatie is afhankelijk van de verschillende aantallen en soorten stralingsbronnen in de omgeving, maar ook van de manier waarop de bronnen actief zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.westbetuwe.nl/api/v1/meetings/499/documents/10404