CConstaterende datWest Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

20210610 Bijlage 2 Rapport DTNP bij vraag CU inzake detailhandelsvisie.pdf

Gemeenteraad 29 juni 2021, gemeente West BetuweBij agendapunt: 15: Voorstel tot vaststelling Detailhandelsbeleid West Betuwe 2020-202517.870 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

afstemmen op locaties centrumfuncties Actie

^ ^

vaststellen parkeerbalans aangeven logische rijroutes tussen parkeerlocaties

Betrokkenen Gemeente Geldermalsen, Grontmij

D R O O G H T R O M M E L E N E N PA R T N E R S

verbetering wissel-

voorzieningen Actie

^

afstemmen van promotie door de gezamenlijke organisatie en marketing van activiteiten, evenementen etc.

Betrokkenen Gemeente Geldermalsen, Gastvrij Geldermalsen

35

6

Beleidskader

Gemeentelijk detailhandelsbeleid

is toegestaan. Het bestemmingsplan (en

instantie alleen volumineuze detailhandel en

handhaving hiervan) is het meest krachtige

detailhandel in brand- en explosiegevaarlijke

instrument dat de gemeente tot haar beschik-

++~#@!#!=

king heeft om ruimtelijk beleid te voeren.

bezochte winkels (bijvoorbeeld in automaterialen) of winkels die vanwege de aard

Het ruimtelijk detailhandelsbeleid is met de vaststelling van de Nota Ruimte in 2005

Detailhandelsstructuur

van de goederen of diensten niet passen in

nadrukkelijker bij de gemeentelijke overheid

Wij adviseren de gemeente Geldermalsen om

&""!"&$ &#& +

komen liggen. Gemeenten dienen, binnen de

detailhandel alleen toe te staan in bestem-

!"@+#!"@!

randvoorwaarden zoals vastgesteld door het

mingsplannen af te bakenen winkelgebieden

worden bestemd. Voor overige detailhandel

Rijk en de Provincie, een eigen ruimtelijk

die opgesteld moeten worden na vaststelling

buiten de toekomstig gewenste detailhandels-

detailhandelsbeleid te formuleren. Op basis

van het masterplan. Nieuwe winkel-

structuur, adviseren wij geen substantiële

van dit ruimtelijke detailhandelsbeleid kunnen

ontwikkelingen worden afhankelijk van de

uitbreiding van bestaande winkels of

initiatieven worden getoetst en kan vertaling

aard en de omvang van het initiatief zoveel

ontwikkeling van nieuwe winkelruimten toe te

plaatsvinden naar de structuurvisies,

mogelijk ingepast in deze winkelgebieden:

staan. Indien mogelijk (bijvoorbeeld bij leegstand) kan tot functiewijziging worden

gebiedsvisies en bestemmingsplannen die in de toekomst worden opgesteld. Het

Streekcentrum: alle vormen van detailhandel

overgegaan, zodat de winkelfunctie buiten de

voorliggende onderzoek voorziet in het

toestaan, geen oppervlakte- of

beoogde winkelgebieden op den duur

ruimtelijk ontwikkelingskader voor de

branchebeperkingen.

verdwijnt. Bestaande solitaire supermarkten

detailhandel in de kern Geldermalsen.

Solitaire supermarkt: detailhandel met een

kunnen worden voortgezet. Nieuwe

buurtverzorgend karakter. De omvang van de

supermarkten buiten het centrum groter dan

Detailhandel en goede ruimtelijke ordening

supermarkt is maximaal 500 m² wvo.

500 m² wvo dienen te worden voorkomen.

Om een succesvol ruimtelijk detailhandels-

Perifere detailhandelsvestiging: detailhandel

beleid te kunnen voeren is het van belang dat

in volumineuze artikelen (woninginrichting,

Toetsingskader nieuwe ontwikkelingen

de uitkomsten van het onderzoek worden

doe-het-zelf) met een lokaal, streek of

Het voeren van ruimtelijk detailhandelsbeleid

vertaald in bestemmingsplannen. In het

regionaal verzorgend karakter.

is zinvol indien nieuwe winkelontwikkelingen

bestemmingsplan wordt door middel van

zorgvuldig worden getoetst. Onderstaand

bestemmingen en voorschriften structureel

Buiten het centrum van Geldermalsen

toetsingskader bepaalt hoe nieuwe initiatieven

bepaald waar wel en waar geen detailhandel

(streekcentrum) adviseren wij in eerste

getoetst kunnen worden aan de gewenste

36

D R O O G H T R O M M E L E N E N PA R T N E R S

detailhandelsstructuur. Bij toetsing van elk initiatief kan de gemeente de volgende stappen doorlopen:

3.

Past het initiatief op de beoogde locatie?

Gewenste initiatieven worden, indien zij op grond van bovenstaande stappen worden

1.

Geen nieuwe solitaire supermarkten > 500 m² wvo

Past het initiatief bij de verzorgings-

toegestaan, beoordeeld op de mate waarin zij

functie van het betreffende

inpasbaar zijn. Hierbij wordt gekeken naar de

winkelgebied?

fysieke ruimte en parkeercapaciteit op de

De verzorgingsfunctie van het initiatief wordt

beoogde locatie en de bereikbaarheid van de

vastgesteld. Deze dient overeen te komen met

beoogde locatie.

de verzorgingsfunctie van het betreffende winkelgebied. Indien de verzorgingsfunctie

Handhaving

van het initiatief de verzorgingsfunctie van het

Het voeren van ruimtelijk detailhandelsbeleid

betreffende winkelgebied overstijgt, is het

is vooral zinvol indien het vastgestelde beleid

initiatief niet passend. Gezocht kan worden

ook wordt gehandhaafd. Bij het nader

naar een winkelgebied met een verzorgings-

detailleren van branches, assortimenten,

functie die wel aansluit op die van het initiatief.

schaalgrootte of een ander criterium in afwijking van de algemene bestemming

2. Naast supermarkt geen andere winkels op Zeshoek

Grote winkels met volumineuze art. mogen perifeer

D R O O G H T R O M M E L E N E N PA R T N E R S

Past het initiatief binnen de branche-

detailhandel, moet worden bedacht dat

beperkingen van het betreffende

bestemmingsplannen handhaafbaar moeten

winkelgebied?

zijn. Een te strikte bestemmingsregeling is,

In dit onderzoek wordt uitgegaan van

afgezien van de juridische houdbaarheid en

inpassing van nieuwe winkelontwikkelingen in

praktische handhaafbaarheid, snel verouderd

het centrum van Geldermalsen. Voor het

en gaat voorbij aan de dynamiek in de

centrum gelden geen branchebeperkingen.

detailhandel. Het biedt geen ruimte voor

Winkels in de volumineuze branches kunnen

nieuwe of veranderende winkelconcepten. In

zich eventueel vestigen op een

het bestemmingsplan moet daarom een goed

bedrijventerrein, maar worden ook in het

  !=  €&#

centrum van Geldermalsen toegestaan.

en rechtszekerheid. 37

Bijlage 1

Begeleidingscommissie

Bijlage 2

Branche-indeling detailhandel en aanbodoverzicht

Tijdens het onderzoek heeft enkele malen overleg plaatsgevonden met een begeleidingscommissie bestaande uit:

Branche-indeling DTNP De heer M. Könings

Gemeente Geldermalsen (Wethouder)

De heer L. van Lith

Gemeente Geldermalsen

De heer S. Engels

Gemeente Geldermalsen

Mevrouw S. Timmermans

Gemeente Geldermalsen

Mevrouw V. van der Werf

Kamer van Koophandel Midden

Mevrouw S. van Kessel

Voorzitter Gastvrij Geldermalsen

De heer J. Temme

Café Diner Malsen

De heer G. van Ekeren

Taveerne ’t Pandje

De heer G. van Brenk

Van Brenk Makelaardij

Nederland

Branchegroep

Branche ^

Voedings- en genotmiddelen (o.a. supermarkt, versspeciaalzaak, slijter, tabak en lectuur)

Frequent benodigde non-food

^ ^ ^

Persoonlijke verzorging Huishoudelijke- en cadeauartikelen Bloemen, planten, dierbenodigdheden

Modisch recreatief

^ ^

Kleding en modeaccessoires Schoenen en lederwaren

Overig recreatief

^ ^ ^ ^ ^ ^ ^

Optiek, juwelier, antiek Sport en spel Hobby Boeken, lectuur, cd, kantoorartikelen Warenhuis Bruin- en witgoed Fietsen en autoaccessoires

^

Woninginrichting (o.a. meubelen, keukens, sanitair, vloerbedekking) Doe-het-zelf Tuincentra

Voedings- en genotmiddelen

Gerichte non-food

^ ^ ^

Overige detailhandel

38

Overige detailhandel (o.a. tweedehandsartikelen, souvenirs, partijgoederen)

D R O O G H T R O M M E L E N E N PA R T N E R S

Overzicht winkelaanbod centrum Geldermalsen en centra van vergelijkbare omvang Hoofdbranche

Centrum Geldermalsen

Centra van kernen van gelijke omvang

Voedings- en genotmiddelen

3.311

3.308

Frequent benodigde non-food Persoonlijke verzorging Huishoudelijke- en cadeau art. Bloemen, planten, dibevo

2.176 904 1.001 271

1.855 753 648 455

Modisch recreatief Kleding Schoenen en lederwaren

3.387 3.132 255

3.850 3.028 823

Overig recreatief Optiek, juwelier, antiek Sport en spel Hobby Boeken, lectuur, CD, kantoorart. Warenhuis Bruin- en witgoed JX"!!

2.588 496 390 103 330 1.021 248 0

3.045 385 595 175 438 613 525 315

Gerichte non-food Woninginrichting Doe-het-zelf Tuincentra

1.418 1.418 0 0

1.733 1.313 368 53

0

350

Overige detailhandel

D R O O G H T R O M M E L E N E N PA R T N E R S

39

Bijlage 3

Trends in detailhandel

populairste vrijetijdsbestedingen*. Het aantal dagtochten met als doel recreatief winkelen is de laatste jaren toegenomen. De afstanden die =&$ "+#$‚‚

Bezoekmotief Bij winkelbezoek hangt het gedrag van de consument vooral samen met

De attractiviteit van een recreatief winkelgebied wordt primair bepaald

het bezoekmotief. Globaal kunnen we een onderscheid maken tussen

door de omvang van het modisch recreatieve aanbod en de

boodschappen doen, recreatief winkelen en het doen van gerichte

aanwezigheid van landelijk bekende trekkers (V&D, Hema, H&M, etc.).

aankopen*. De drie typen kennen elk hun eigen ruimtelijke patroon.

Een ruim aanbod bijzondere speciaalzaken, aantrekkelijke horeca, een aangename sfeer en goede bereikbaarheid vergroten de attractiviteit van

Boodschappen doen

een recreatief winkelgebied. Naarmate consumenten de aankoop (en niet

[$&!="@@""+!\""@ " X

=$+@" !""###+!\"#

genotmiddelen en frequent benodigde non-food (o.a. drogist, bloemen)

kwaliteit belangrijker: optimale bereikbaarheid en een compleet

centraal. Verkrijgbaarheid (compleet assortiment) en gemak (reistijd,

assortiment in een zo compact mogelijke opzet.

parkeren, openingstijden) spelen een belangrijke rol. Dit type winkelgedrag is doorgaans vluchtig en vindt hoogfrequent plaats,

Figuur 1 De afstand van dagtochten met als doel recreatief winkelen

overwegend in de omgeving van de woning (wijk- en dorpscentra). De kwaliteit en omvang van de supermarkt zijn sterk bepalend voor de trekkracht van een boodschappencentrum.

Recreatief winkelen Bij recreatief winkelen gaat het om de aankoop van keuzegevoelige artikelen (mode, cadeau-artikelen, boeken etc.). Het rondkijken en ontspannen is bij recreatief winkelen net zo belangrijk of soms zelfs belangrijker dan de uiteindelijke aankoop. De frequentie en tijdsduur van dit winkelgedrag loopt sterk uiteen afhankelijk van individuele voorkeuren. Recreatief winkelen of funshoppen is in Nederland een van de

*

40

HBD (2004), Dynamische winkelgebieden

* CVTO (2006), Trendrapport toerisme, recreatie en vrije tijd 2005/2006 ** CBS (2008), Statline databank

D R O O G H T R O M M E L E N E N PA R T N E R S

Gerichte aankopen

artikelen, woonaccessoires ) steeds vaker in een behoefte aan vermaak

Bij doelgerichte aankopen gaat het om de aankoop van artikelen in de

en beleving. Bezoekers gaan hier op zoek naar ‘inspiratie’ en laten zich

branches woninginrichting, doe-het-zelf en tuincentra. Het winkelgedrag

verleiden tot impulsaankopen.

varieert per branche. In de branche woninginrichting staat de aankoop van keuzegevoelige artikelen centraal. Consumenten oriënteren en

Uitbreiding en schaalvergroting winkelstructuur

informeren zich vaak uitgebreid voorafgaand aan dit soort (dure)

'ƒ#" !#"+$ "=+

aankopen en zijn bereid om grote afstanden af te leggen om het aanbod

hiërarchische opbouw bestaande uit o.a. buurtcentra, wijkwinkelcentra en

in verschillende winkels te vergelijken of een grootschalig aanbodcluster

grote binnensteden. Deze traditionele voorzieningenstructuur is in de

te bezoeken.

afgelopen decennia aangevuld met nieuwe winkelgebieden zoals themacentra (o.a. Factory Outlet Centre Rosada, Gardenz Geleen),

In tegenstelling tot woninginrichtingsartikelen zijn een groot deel van de

#!#@"+!#!"J„@""=@

doe-het-zelfartikelen niet keuzegevoelig (hout, verf, plaatmateriaal,

grootschalige detailhandelsvestigingen (o.a. Amsterdam ArenABoulevard,

ijzerwaren). Kijken en vergelijken van producten vindt maar beperkt

Megastores Den Haag). Als gevolg hiervan en als gevolg van de

plaats, waardoor concentratie van winkels vanuit het oogpunt van de

voortdurende schaalvergroting in de reguliere winkelgebieden is het

consument niet nodig is. Winkels in deze branche worden doorgaans heel

winkelvloeroppervlak in Nederland in de afgelopen 25 jaar verdubbeld en

doel- en productgericht bezocht. Een goede vindbaarheid, bereikbaarheid

=+=

" "  #$



en verkrijgbaarheid zijn daarom belangrijk. Bouwmarkten en andere doe-

Figuur 2 Groei winkelvloeroppervlak

het-zelfzaken hebben een lokale en beperkt bovenlokale verzorgingsfunctie. Het winkelgedrag in tuincentra wordt enerzijds gekenmerkt door gemak +!\"$  ""&# [$"/

 "

omzet in de branche wordt gerealiseerd in het voorjaar, wanneer consumenten doelgericht de tuincentra bezoeken voor de aankoop van bloemen en planten. Een goede bereikbaarheid en een compleet assortiment zijn dan belangrijk, het vergroot de slaagkans van consumenten. De grootschalige tuincentra of groene warenhuizen voorzien daarnaast met een ruim aanbod niet-levende artikelen (cadeau-

D R O O G H T R O M M E L E N E N PA R T N E R S

41

Door de groei van het winkelvloeroppervlak zijn de keuzemogelijkheden

minimale maat van 2.000 m² wvo gehanteerd (bijv. Jumbo). Voor de

voor consumenten aanzienlijk toegenomen. In beginsel is de consument

komende jaren verwachten we een verdere afname van kleinschalige

gericht op het meest nabij gelegen winkelgebied dat in zijn behoefte kan

supermarkten (< 700 m² ) en een toename van het aantal grootschalige

voorzien, maar door de toenemende mobiliteit speelt afstand steeds

supermarkten (> 2.500 m²). Per saldo neemt het aantal supermarkten af

minder vaak een rol bij de keuze voor een winkelgebied. Voor



kleinschalige winkelclusters is het steeds moeilijker om aan de toenemende eisen van de moderne consument te voldoen. Die verwacht

Figuur 3 Schaalvergroting in supermarktbranche

een compleet aanbod en keuze, of het nu gaat om levensmiddelen, mode of meubelen. De noodzakelijke massa (aantal m² wvo) voor een winkelgebied neemt dan ook toe en daarmee weer het benodigde aantal consumenten. Op deze wijze vindt geleidelijk schaalvergroting plaats in de voorzieningenstructuur. Het gevolg is dat buurtcentra langzaam maar zeker uit de voorzieningen-structuur verdwijnen. Dit proces staat dikwijls op gespannen voet met de (maatschappelijke en beleidsmatige) wens voor winkels in de woonomgeving. Deze dragen immers bij aan de aantrekkelijkheid van een woonbuurt en zijn vooral

Het aantal grootschalige supermarkten in Nederland groeit, maar is nog

belangrijk voor niet mobiele inwoners (o.a. ouderen). Deze groep is

beperkt (± 25). In veel gevallen betreft het reeds lang geleden gevestigde

echter onvoldoende groot om een compleet dagelijks winkelaanbod op

winkels (o.a. Miro, Maxis) of vergrote supermarkten in wijk- en

buurtniveau in stand te houden. Hetzelfde zien we bij binnensteden en

stadsdeelcentra. Veel gemeenten zijn terughoudend bij initiatieven voor

woonboulevards, waar grote centra het winnen van kleinere.

nieuwe grootschalige supermarkten, vanwege de effecten op de bestaande winkelstructuur.

Schaalvergroting in alle branches Het gemiddelde winkelvloeroppervlak van winkels in alle branches is de

In kledingwinkels wisselen collecties elkaar steeds sneller af om

laatste jaren fors toegenomen. Ook in de supermarktbranche speelt

consumenten voortdurend te prikkelen en te verleiden tot aankopen.

schaalvergroting een grote rol. Een volwaardige servicesupermarkt heeft

Samen met de sterke concurrentie op prijs en assortiment zorgt dit ervoor

tegenwoordig een minimale omvang van 1.000 à 1.200 m² wvo. Bij

dat ook in de modebranche het aantal grootschalige winkels toeneemt.

nieuwe vestigingen wordt door enkele supermarktorganisaties een

Naast traditionele grootschalige aanbieders zoals C&A en Peek &

42

D R O O G H T R O M M E L E N E N PA R T N E R S

Cloppenburg vestigen zich nieuwe grootschalige (buitenlandse) modische

zogenaamde GDV-locaties. Uit onderzoek blijkt dat op de inmiddels

winkelformules met een brede doelgroep zoals The Sting (gemiddeld

ontwikkelde GDV-locaties 45% van de winkels niet voldoet aan de

± 800 m² wvo) en Zara (gemiddeld ± 1.150 m² wvo). De nieuwste

gestelde oppervlaktenorm. Verder blijkt dat maar liefst 75% van de

vestigingen van H&M in Nederland, in bijvoorbeeld het Mosae Forum in

winkelformules op GDV-locaties een vergelijkbare vestiging heeft in een

Maastricht of het Piazza Center in Eindhoven, hebben een omvang van

bestaand winkelgebied*. Zo zijn in de binnensteden van Enschede en

± 1.750 à 2.000 m² wvo.

Rotterdam grote vestigingen van MediaMarkt te vinden. Ook formules als Toys ‘R’ Us, Bristol en Kruidvat zijn zowel op GDV-locaties als in veel

Ook in andere branches zoals bruin- en witgoed/elektronica en sport en

grote binnensteden met een winkel van vergelijkbare omvang te vinden.

spel vindt schaalvergroting plaats. Het gemiddeld winkelvloeroppervlak van elektronicawinkel MediaMarkt bedraagt ± 3.600 m² wvo. Intersport

Supermarkt is trekker in boodschappencentra

heeft in de grote binnensteden een gemiddeld winkelvloeroppervlak van ±

De kwaliteit en omvang van de supermarkt zijn sterk bepalend voor de

1.400 m² wvo. Beide winkelformules richten zich op recreatief winkelend

trekkracht van een boodschappencentrum. In de afgelopen jaren is het

publiek en hebben weinig meer te maken met de traditionele bruin- en

aandeel van de supermarkt in de totale bestedingen aan voedings- en

witgoed of sportzaak. Door hun brede en diepe assortiment creëren zij

genotmiddelen sterk toegenomen ten koste van (vers)speciaalzaken.

hun eigen vraag en bezoekersstroom*. Omdat ze veel bezoekers trekken

Schaalvergroting en meer aandacht voor vers (relatief hoge marges) in

hebben winkelformules als MediaMarkt en Intersport een grote

supermarkten zijn hiervan de oorzaak. In 2007 kwam nog slechts 11%

toegevoegde waarde in recreatieve centra. Zij kunnen hier fungeren als

van de bestedingen aan aardappelen, verse groenten en vers fruit terecht

belangrijke trekkers/anchorstores. We zien echter ook dat dit soort

in de groentenwinkel. Bakkers scoorden een marktaandeel van ± 29% en

grootschalige winkels zich steeds vaker op solitaire locaties in de periferie

slagers ± 23%**.

wil vestigen. Deze locaties zijn doorgaans goedkoper en beter bereikbaar en omdat deze winkelformules hun eigen bezoekersstroom creëren en

Het stijgende marktaandeel van supermarkten zorgt ervoor dat

niet afhankelijk zijn van de trekkracht van andere winkels, kunnen ze hier

speciaalzaken het moeilijker krijgen. Tegelijkertijd zorgen supermarkten

ook prima functioneren.

in een winkelcentrum voor een grote bezoekers-stroom. Uit onderzoek* &#$"ˆ# "&""@ "&X

Om ruimte te bieden aan nieuwe, grootschalige formules heeft de rijksoverheid in de jaren negentig ruimte geboden voor ontwikkeling van

*

InRetail (2006), Media Markt versterkt winkelcentra

D R O O G H T R O M M E L E N E N PA R T N E R S

*

W. van Rooij/ DTNP (2003), GDV-beleid, een groot goed? Een analyse van grootschalige bewinkeling ** HBD (2009), Bestedingen en marktaandelen 2007 *** G.F.B. Stinstra/ DTNP (2005), Compleet anders?!

43

wijkcentra ook één of meer van de nabijgelegen speciaalzaken bezoekt.

Nederlandse markt. Het beperkte (± 700 producten), maar goedkope

Dit percentage varieert niet of nauwelijks met de omvang van de

assortiment van Aldi en Lidl viel vooral in de smaak bij gezinnen met een

supermarkt. Speciaalzaken kunnen daarom meer bezoekers verwachten

lager inkomen en bij gezinnen met kinderen*. Door de algehele

indien zij nabij een sterk supermarktaanbod gelegen zijn.

prijsverlagingen in de supermarktbranche is het onderscheidend vermogen van de harddiscounters echter afgenomen. De harddiscounters

Dynamiek in de supermarktbranche

proberen nu door meer verssproducten aan te bieden niet alleen hun

De supermarktbranche kan op basis van het service- en het prijsniveau

marge te verhogen, maar vooral ook winkeltrouw te bevorderen. Door

grofweg ingedeeld worden in de volgende drie marktsegmenten:

uitbreiding van het assortiment krijgen harddiscounters behoefte aan een

^

service (bijv. Albert Heijn, Super de Boer);

groter winkelvloeroppervlak. Een moderne discounter heeft een omvang

^

softdiscount (bijv. Dirk vd Broek, Jumbo);

van minimaal ± 800 m² wvo.

^

harddiscount (bijv. Aldi, Lidl).

Deze indeling is niet statisch, maar verandert voortdurend. We zien nu

Populariteit van winkelen via internet groeit

dat de service-supermarkt, softdiscounter en harddiscounter meer naar

De omzet van Nederlandse internetwinkels stijgt jaarlijks. Succesvolle

elkaar toe groeien*. Supermarkten opereren in een agressieve markt en

aanbieders zijn vaak bestaande winkel- en postorderbedrijven die hun

in het gevecht om de consument worden prijspeil en serviceniveau

activiteiten uitbreiden via internet (Mexx, Wehkamp, Kijkshop). Bijna de

aangepast. De druk op de servicesupermarkten om hun prijzen te

helft van de Nederlandse winkelketens heeft inmiddels een webwinkel.

verlagen heeft geleid tot een kleiner assortiment en uitbreiding van het

'$ " !ƒ#"""&$"

eigen huismerk. Dit gaat ten koste van de A-merken. Daarnaast worden

het kopen via internet waarschijnlijk minder belangrijk zal blijven dan

kosten gedrukt door minder service te verlenen, bijvoorbeeld op

bijvoorbeeld in de Verenigde Staten. In sommige branches (cd-winkels,

versafdelingen. Door daling van het prijspeil en de service bewegen

makelaars, banken, reisbureaus) is de invloed van internet toch sterk

servicesupermarkten zich naar het midden van het spectrum, in de

merkbaar. In 2007 heeft 55% van de Nederlanders een of meerdere

richting van de softdiscounters.

keren een product of dienst gekocht via internet. De omzet in de online thuiswinkelmarkt bedroeg in 2007 ± € 3,8 miljard. Dit is een groei van ±

Ook de harddiscounters passen hun strategie aan en bewegen zich

35% ten opzichte van 2006. Bijna 60% van de totale online bestedingen

enigzins richting de softdiscounters. Het lage prijspeil was de

&+ @ " #! # !

belangrijkste kracht van de harddiscounters bij hun introductie op het

De overige 40% van de omzet komt uit de verkoop van fysieke producten

*

*

44

Gfk (2008), Zomerrapport

GfK (2003), Kengetallen Aldi en Lidl

D R O O G H T R O M M E L E N E N PA R T N E R S

via internet*. Dit komt overeen met een bedrag van € 1,6 miljard (± € 98

Branchevervaging in de periferie neemt toe

per hoofd van de bevolking). Hier staat tegenover dat de bestedingen in

In veel sectoren binnen de detailhandel treden verschijnselen van

winkels per hoofd van de bevolking (toonbankbestedingen) circa

branchevervaging of -vervreemding op: het aangeboden assortiment is

€ 4.900,- per jaar bedragen.

anders dan gebruikelijk in de oorspronkelijke branchegroep. Zo zijn er drogisterijen die ook speelgoed verkopen en supermarkten waar ook

Vooralsnog gaan marktpartijen ervan uit dat het aandeel van internet als

computers worden verkocht. In normale winkelgebieden leidt dit niet tot

aankoopkanaal beperkt blijft en dat het geen substantiële invloed heeft

(planologisch-juridische) problemen, omdat de branchering niet in het

op de winkelstructuur als geheel. In de supermarktbranche wordt al een

bestemmingsplan kan worden opgenomen. Op locaties buiten de

aantal jaren geëxperimenteerd met kopen via internet. Ahold (albert.nl) is

# #!!""#="# #"#@!& +

op dit moment de enige substantiële aanbieder. De internet-supermarkt

via een vrijstelling geregeld (bijv. bouwmarkt op een bedrijventerrein).

verwerkt wekelijks ± 12.000 bestellingen en de gemiddelde besteding

Geconstateerd kan worden dat bedrijven, die vanwege de omvang van de

bedraagt ± € 120. De omzet van Albert.nl stijgt jaarlijks fors, maar draagt

artikelen buiten de reguliere winkelgebieden mogen vestigen, in

slechts in zeer beperkte mate (± 1%) bij aan de totale omzet van Albert

toenemende mate branchevreemde artikelen verkopen. Zo zijn er

Heijn. Groei van de omzet is in de afgelopen jaren vooral gerealiseerd in

bouwmarkten die ook speelgoed aanbieden en tuincentra die

de verkoop van versproducten. Albert.nl heeft (nog) geen landelijke

huishoudelijke artikelen verkopen. Om te voorkomen dat structuur-

dekking (±65%).

verstorende effecten ontstaan voor reguliere winkelgebieden is handhaving noodzakelijk.

Internet kan op langere termijn in kleinere verzorgingsgebieden (kleine kernen, maar ook kleine buurten of wijken) een interessant verkoopkanaal worden. Internetsupermarkten kunnen in de toekomst mogelijk een belangrijke bijdrage leveren aan het voorzieningenniveau en de leefbaarheid in kleine kernen of buurten waar vanwege het beperkte draagvlak geen winkels meer zijn.

*

Thuiswinkel.org (2007), Thuiswinkel Markt Monitor

D R O O G H T R O M M E L E N E N PA R T N E R S

45

Bijlage 4

Trends in de horeca

Dynamiek door nieuwe concepten In de cafés heeft het denken in concepten een grote vlucht genomen. Startende ondernemers denken steeds vaker en serieuzer na over de te

Categorie-indeling in de horeca

voeren formule of het te voeren concept (bijv. skihut, irish pub,

Horeca is het bedrijfsmatig aanbieden van dranken, spijzen, maaltijden

loungecafé). Filialisering vindt bij cafés nog slechts sporadisch plaats in

en/of logies voor verbruik ter plaatse. Horeca verdelen we onder in de

de vorm van caféformules (bijvoorbeeld Drie Gezusters). Wel zien we dat

volgende sectoren:

veel cafés direct of indirect door bierbrouwerijen worden geëxploiteerd.

^

drankensector (o.a. cafés);

Een goed en geslaagd voorbeeld van vernieuwing in de groep cafés is de

^

fastservicesector (o.a. snackbars);

introductie van het concept grandcafé. Met de opkomst van het grandcafé

^

restaurantsector (o.a. restaurants);

neemt de scheiding tussen dag- en avondhoreca af. Het horecabedrijf

^

hotelsector (o.a. hotels).

past zich gedurende de openingstijden aan aan het publiek: in de ochtend &$"+#!==X+@&#&#$

Aantal bedrijven drankensector daalt

diner, bar of dancing. Grandcafés hebben overdag dus een winkelonder-

De belangrijkste groep binnen de dranken-sector zijn de cafés. Andere

steunende functie, terwijl ze ‘s avonds een belangrijke uitgaansfunctie

horecabedrijven in deze sector zijn de discotheken, sportkantines,

hebben. Inmiddels heeft het sterke concept van het grandcafé een stevig

strandtenten en zalencentra. Het totale aantal drankverstrekkers in

plek ingenomen in het Nederlandse horecalandschap. Het aantal

Nederland daalt de laatste jaren langzaam.

vestigingspunten zal zich in de komende jaren stabiliseren*.

De groep cafés kent een zeer breed palet aan verschillende typen bedrijven. Ieder type heeft een eigen specialisme in zich en bedient zijn

Aantal fastservicebedrijven groeit verder

eigen publiek. In de afgelopen 10 jaar is het aantal cafés in Nederland vrij

De fastservicesector bestaat onder andere uit snackbars, lunchrooms en

stabiel gebleven. Binnen de groep heeft zich wel een sterke verschuiving

fastservice-restaurants. Behalve in kernwinkelgebieden en in buurt- en

voorgedaan waarbij met name de daling van het aantal traditionele

wijkwinkelcentra, treffen we dit type horecabedrijf in toenemende mate

buurtcafébedrijven opvallend is. Groei heeft de afgelopen jaren vooral

""@Š"+!#!"‹ ""! X "" $

plaatsgevonden door een toename van het aantal eetcafés, grandcafés.

(bijv. treinstations, tankstations, toeristische attracties). In de afgelopen

themacafés en muziek-/swingcafés. Desalniettemin is het traditionele

10 jaar is het aantal fastservice-bedrijven in Nederland met ± 5 procent

buurtcafé nog steeds het grootst in aantal binnen de groep cafés.

toegenomen. De groei werd vooral veroorzaakt door een toename van *

46

Hoofdbedrijfschap Horeca en Catering (2005), Drinken: café-/barbedrijven

D R O O G H T R O M M E L E N E N PA R T N E R S

het aantal fastservicerestaurants. Veelal betreft het (internationale)

professionalisering plaats door aansluiting bij samenwerkingsverbanden

ketenbedrijven (bijv. Pizzahut, Mc Donalds). Daarnaast is ook het aantal

of ketens, meer gezonde en verse producten, meer aandacht voor sfeer

#!=  &$ '#+"!Œ‹‘"/

en een gerichte marketing.

Figuur 4 Groei aantal fastservicebedrijven

De toenemende belangstelling voor gemaksvoedsel en het tussendoor en buiten de deur eten zal naar verwachting leiden tot een verdere groei van het aantal fastservice-bedrijven. Nederlanders eten nu al gemiddeld 6 van de 21 maaltijden buiten de deur. Bij jongeren tot 25 jaar is dat 12 keer*. Groei van het aantal fastservicebedrijven vindt naar verwachting vooral plaats in de nieuwe fastserviceconcepten die zich richten op gezond ‘snacken’ (bijv. Soup for you, Juicy details). Ook de detailhandel speelt in op de sterke groei van buitenhuisconsumptie, waardoor mengvormen tussen detailhandel en horeca ontstaan (bijv. Bakkerij Bart).

Leeftijd van invloed op horecavraag Het merendeel van de horecabedrijven in de fastservicesector behoort

Het bestedingspatroon in de Nederlandse horeca laat een duidelijke

tot de groep snackbars/cafetaria’s. Dit aantal neemt al jaren gestaag af.

#""#+$=!"!’ 

Sinds 2000 is het aantal traditionele snackbars afgenomen met 10% (van

bestedingen in de drankensector is afkomstig van jonge consumenten in

± 5.500 in 2000 tot ± 5.000 in 2006). Dit wordt niet alleen veroorzaakt

de leeftijd van 16 tot 34 jaar**. Bestedingen in de restaurant-sector zijn

door de groei van het aantal fastfoodrestaurants, maar ook door de

voor het merendeel afkomstig van oudere consumenten (> 50 jaar).

toename van het aantal eetcafés met een makkelijk menu voor een

Gezien de toenemende vergrijzing, is de seniorenmarkt een interessante

redelijke prijs.

groeimarkt voor de horecabranche. De groep oudere horecabezoekers

 "

(wealthy healthy older people) hecht veel waarde aan hygiëne en Daarnaast speelt het groeiende gezondheids-bewustzijn onder

gastvriendelijkheid in horecabedrijven***.

consumenten een rol*. Met name aan de onderkant van de markt is het verloop groot. Bij de betere snackbars vindt inmiddels verdere

*

Bedrijfschap Horeca en Catering (2006), Eten: cafetaria’s en snackbars

D R O O G H T R O M M E L E N E N PA R T N E R S

* Foodservice Instituut Nederland (2007), Trendrapport 2007 ** Bedrijfschap Horeca en Catering (2004), Barometer Special Consument *** Koninklijke Horeca Nederland (2006), ‘Whoppers’ houden van schone toiletten

47

Figuur 5 Horecabestedingen naar leeftijd

bepaald product (bijv. kip). Sleutelbegrippen voor succes zijn een sterke identiteit en goede kwaliteit. In Nederland is de kwaliteit van de restaurants de afgelopen jaren toegenomen. Het aantal restaurants met tenminste één Michelinster is toegenomen met 40% tot 81 restaurants in 2006*. Naar verwachting zal de groei van het aantal restaurants voortzetten. Dit leidt naar verwachting tot een nog grotere diversiteit aan keukens en specialistische concepten waarbij ‘levenstijl’ centraal staat (biologisch, vegetarisch etc.).

Schaalvergroting in de hotelsector Restaurantsector groeit in omvang en kwaliteit

Het aantal bedrijven in de hotelsector in Nederland is de laatste 10 jaar

De toegenomen welvaart heeft geleid tot een sterke groei van het

nagenoeg constant gebleven, terwijl het aantal overnachtingen jaarlijks

buitenshuis eten. Het aantal restaurants in Nederland is de laatste 10 jaar

toeneemt. Binnen deze sector vindt dan ook een sterke schaalvergroting

dan ook met ± 15 procent gegroeid tot ± 12.200 (Bedrijfschap Horeca en

plaats. Deze uit zich zowel in een toenemend aantal kamers per bedrijf,

Catering, 2006). Deze groei is vooral te danken aan de toename van het

als in een voortschrijdende internationalisering met ketens als Golden

aantal buitenlandse restaurants. Het aantal restaurants met een

Tulip, Best Western en NH hotel etc. Gemiddeld neemt ook de kwaliteit

Nederlands/Franse keuken is nauwelijks toegenomen. De gemiddelde

van het aanbod toe: het aantal 2- en vooral 1-sterrenkamers daalt, terwijl

omvang van restaurants is de afgelopen jaren slechts licht gestegen tot ±

het aantal kamers met 3 en meer sterren toeneemt. Van het totale

160 m². De groei van het aantal grotere bedrijven wordt gecompenseerd

aanbod bestaat het merendeel in Nederland uit 3- en 4- sterrenkamers

door de opkomst van kleinschalige restaurants, veelal met een

(samen ± 80%)**. De groei in de sector zal de komende jaren naar

buitenlandse keuken. Wel zien we bij restaurants de opkomst van ketens

verwachting voortzetten. Dit heeft voor een belangrijk deel te maken met

(Humphrey’s, Gauchos). De meeste restaurants zijn echter in handen van

het toenemende aantal (korte) vakanties in Nederland. Ook zal een

zelfstandige ondernemers. De concurrentie binnen de restaurantsector is

verdere integratie plaatsvinden van de overnachtingsfunctie met andere

groot. Om zich te onderscheiden van andere bedrijven, ontstaan meer

functies als congresruimte, horeca, sport, ontspanning en vermaak.

gespecialiseerde ‘restaurant-concepten’. Naast speciale keukens (bijv. Surinaams), ontstaan er restaurants die zich volledig richten op een

48

* Bedrijfschap Horeca en Catering (2006), Eten in de Nederlandse horeca ** Bedrijfschap Horeca en Catering (2007), Kenniscentrum Horeca Feiten en Cijfers

D R O O G H T R O M M E L E N E N PA R T N E R S

Bijlage 5

Trends in de dienstverlening

^

'##  &#  steeds eenvoudiger (legaal of illegaal) gedownload worden.

Publieksgerichte dienstverlening is een brede sector die in te delen is in

Uit de trends blijkt dat de videobranche het ook in de toekomst zeer

een tweetal categorieën: Maatschappelijke dienstverlening en

 """#$ “#"# " &!@

commerciële dienstverlening. Bij maatschappelijke dienstverlening kan

eerst op DVD of BlueRay bij de videotheek wordt aangeboden, zal er

"!= ""##&$ &#="X@

""&#$ ""# ;@=  "# "#@

dienstverlening (bijvoorbeeld bibliotheek). Voor commerciële

moment via een andere weg te verkrijgen zijn, zal de concurrentiepositie

dienstverlening kan een tweedeling gemaakt worden in ambachten en

van de videotheek steeds verderwegzakken. De moderne videotheek

baliefuncties. Voorbeelden van ambachten zijn kappers, schoenmakers,

verhuurt ook games. Voor games geldt echter ook dat de verkoop van

maar ook schoonheidsalons. De categorie baliefuncties bestaat uit onder

games sterk concureert met de moderne videotheek.

andere videotheken, reisbureau’s, uitzendbureaus, banken, postkantoren. Voor deze typen balifuncties volgt hieronder een trendverkenning.

Reisbranche kan zich onderscheiden door service en maatwerk Vakanties worden in steeds grotere mate geboekt op het internet. All-

Videotheken onder druk door concurrerende ontwikkelingen

inclusive vakanties, vliegtickets, hotelboekingen en kunnen online

Het aantal videotheken neemt de afgelopen decennia sterk af. Eind jaren

geboekt worden en met e creditcard worden betaald. Ook de informatie

’90 telt Nederland ca. 1.000 videotheken. 10 jaar daarvoor was dit aantal

over vakantiebestemmingen zijn eenvoudig op internet te vinden. Deze

nog drie keer zo hoog. De reden voor deze sterke terugloop van het

ontwikkeling zet de traditionele fysieke reisbureaus onder druk.

aantal videotheken heeft meerdere oorzaken*: ^

„# ""&@"&#"+#@$" 

Verder is sprake van concentratietendensen bij de grote-, en

^

De opkomst van digitale televisie zorgt er voor dat de consument

specialisatietendensen bij de middelgrote bureaus. De reisbureaus

steeds meer ‘on demand’ kan kijken. Films kunnen bekeken worden

worden geconfronteerd met individualistisch ingestelde consumenten die

wanneer de consument het uitkomt.

de ene keer maatwerk verwachten en de volgende keer met een druk op

DVD’s zijn bij winkelketens als Blokker, V&D en Free Recordshop. Op

de knop een standaardvakantie geboekt willen zien. Dit maakt zowel

 # " '~'‹ "" #++#"

forse investeringen in informatie-technologie noodzakelijk (pakketreizen)

prijs dan de verhuurprijs verkocht.

"#  "#!@# "" X ""

^

Dit kan alleen worden opgebracht door het aangaan van *

Kluwer (2007), Planologische kengetallen Baliefuncties

D R O O G H T R O M M E L E N E N PA R T N E R S

samenwerkingsverbanden van de reisbureaus onderling. 49

Als gevolg van bovengenoemde ontwikkeling is er in de reiswereld sprake

het winkelgebied (vindbaarheid), de huurprijs lager ligt dan centraal in het

van een schaalvergrotingstendens die er toe leidt dat het reisbureau zich

winkelgebied en de (auto)bereikbaarheid van het uitzendbureau goed is.

in de toekomst steeds meer zal vestigen in de grotere winkelcentra (vanaf > 5.000 m² bvo). De vestigingen in de buurtcentra verdwijnen, de

Fysieke bankgebouwen blijven belangrijk voor banken

ondergrens voor een vestiging ligt bij 20.000 inwoners in het

Deze meeste bankzaken regelt de consument van nu zelf op het internet

verzorgingsgebied (Kluwer, 2007).

(internetbankieren). De mogelijkheden die de informatietechnologie zowel de consument als de bank biedt heeft er in geresulteerd dat in de kleinere

Uitzendbureaus vestigen zich in aanloopstraten of wijkwinkelstraten

winkelcentra op buurt- en wijkniveau nauwelijks nog banken voorkomen.

Een uitzendorganisatie vormt een bemiddelende schakel tussen enerzijds

In deze winkelgebieden zijn meestal nog wel geldautomaten aanwezig.

het bedrijfsleven, dat tijdelijk personeel nodig heeft (vanwege piekwerkzaamheden, vakanties, ziekte van vast personeel, de wens om

Toch heeft juist de bank er behoefte aan om op gezette tijden de klanten

mensen eerst op proef te hebben) en anderzijds werkkrachten die een

ook daadwerkelijk in het bankgebouw te ontvangen. De face-to-face

periode van nietsdoen moeten overbruggen of die geen vaste betrekking

contacten vergroten immers de kans op de afzet van de diverse

ambiëren of kunnen krijgen. Sommige uitzendorganisaties specialiseren

bankproducten. Fysieke aanwezigheid van een bankgebouw in een

zich en richten zich op bepaalde groepen (studenten, gepensioneerden)

gebied waar veel mensen samenkomen zoals in een winkelcentrum

of bieden slechts werk in een bepaalde sector aan (paramedisch,

draagt bij aan het imago (kwaliteit en betrouwbaarheid) van de bank.

administratief, technisch/industrieel). Het uitzendbureau is in tegenstelling

kwaliteit en betrouwbaarheid uitstraalt.

tot de eerder genoemde dienstverleners gericht op de zakelijke markt in plaats van op de particuliere markt. Het aantal uitzendbureau’s varieert

Postkantoorfuncties integreren met bestaande winkelformules

dan ook sterk met de ontwikkeling van de economie (Kluwer, 2007).

Door faciliteiten als e-mail, fax en (mobiele) telefoon worden er steeds minder (zakelijke) brieven en rekeningen verstuurd. Alleen het versturen

Een uitzendbureau wordt in de regel niet regelmatig en bovendien zeer

van reclamedrukwerk heeft dit verlies enigszins kunnen compenseren.

doelgericht bezocht en voegt daarmee minder toe aan een winkelgebied

De particuliere consument heeft echter nog steeds vraag naar postzegels

dan andere publieke baliefuncties als postkantoor of videotheek.

en andere postdiensten die op een fysieke locatie plaats moeten vinden,

Vestiging aan de randen van kernwinkelgebieden (aanloopstraat) en op

zoals het afhalen en wegbrengen van pakketjes.

een B-locatie in wijkwinkelgebieden heeft daarom de voorkeur. De branche zelf vestigt zich hier ook graag doordat er wel een relatie is met

Postkantoor BV heeft in 1995 de Bruna-winkels gekocht van Koninklijk Beheer Bijenkorf (Kluwer, 2007). In deze winkels wordt naast de verkoop

50

D R O O G H T R O M M E L E N E N PA R T N E R S

van boeken, lectuur en kantoorartikelen een postkantoor gevoerd. De

Bijlage 6

Trends op de warenmarkt

combinatie Bruna en postkantoor wordt voornamelijk in wijkwinkelcentra en grotere dorpscentra geëxploiteerd. Ook de combinatie van een postkantoor in een Readshop komt voor. In binnensteden zagen we vaak

Professionalisering is noodzaak

de combinatie tussen het postkantoor en de Postbank. Nu de Postbank

De ambulante handel neemt een geheel eigen positie in binnen de

onderdeel van ING geworden is, is het de vraag welke combinatie er

detailhandel. Ambulante handel vindt plaats op braderieën en solitaire

tussen het postkantoor en ING of een andere winkelformule zal ontstaan.

standplaatsen, maar het overgrote deel van de ambulante handel vindt

Recentelijk is TNT Post met Albert Heijn een samenwerking aangegaan,

plaats op (wekelijkse) warenmarkten. Warenmarkten bestaan uit een

waarbij in de nabije toekomst tenminste 150 postkantoren in vestigingen

verzameling van kramen en verkoopwagens van waaruit kooplieden

van Albert Heijn zullen vestigen*. Postzaken kunnen dan aan de

artikelen verkopen. De kwaliteit van een warenmarkt is medebepalend

servicebalie van de supermarkt worden afgehandeld.

voor de aantrekkingskracht van een winkelcentrum. Ongeveer tweederde van de marktbezoekers combineert het marktbezoek immers met een bezoek aan de winkels. Voorwaarde hiervoor is dat de markt op korte afstand van de winkels ligt en dat er een zichtrelatie is tussenbeide. Combinatiebezoek met horeca komt veel minder vaak voor (± 25%)*. Marktbezoekers zijn trouwe klanten. Ze komen regelmatig en productgericht. Circa 60% van de totale bestedingen op de markt wordt besteed aan voedingsmiddelen. In deze branche wordt dan ook gemiddeld de hoogste omzet per openingsuur gerealiseerd. Bij kooplieden die voedingsmiddelen verkopen is het gebruik van eigen materiaal in opkomst. Met verkoopwagens kan aan strenge hygiëneeisen, bijvoorbeeld met betrekking tot de koeling van producten, worden voldaan. Het aantal specialistische marktbedrijven met een divers en kwalitatief goed versaanbod, zoals de biologische slagerij/poelier, salade- en sappenbar, paddestoelenkraam of noten- en olijvenkraam,

*

Retailnieuws (19-03-2009), TNT postkantoren trekken in bij AH

D R O O G H T R O M M E L E N E N PA R T N E R S

*

I&O Research (2004), Markt in zicht

51

groeit. Hiermee spelen ambulante handelaren in op de daling van het

De overige 40% van de consumptieve bestedingen op de warenmarkt

aantal verszaken in de gevestigde detailhandel en onderscheiden ze zich

wordt besteed aan non-foodproducten. Textielproducten (o.a. kleding,

van de supermarkten. Met de verkoop van kwaliteitsproducten kan een

stoffen), schoenen en bloemen en planten hebben hierin het grootste

nieuwe doelgroep met een gemiddeld hoger inkomen naar de markt

aandeel. In de non-food ligt de omzet per openingsuur gemiddeld lager

worden getrokken.

dan bij de verkoop van food.

De overige 40% van de consumptieve bestedingen op de warenmarkt wordt besteed aan non-foodproducten. Textielproducten (o.a. kleding, stoffen), schoenen en bloemen en planten hebben hierin het grootste aandeel. In de non-food ligt de omzet per openingsuur gemiddeld lager dan bij de verkoop van food. ”! =!= # """"#+!\@ doen en gaan vaak voorbij aan de warenmarkt. Marktbezoekers zijn doorgaans dan ook iets oudere consumenten. Niet alleen aan de vraagzijde is sprake van vergrijzing, ook aan de aanbodzijde speelt vergrijzing een rol. Warenmarkten worden bedreigd door een beperkte instroom van jonge ondernemers. Andere bedreigingen zijn de ruime winkel-openingstijden en de gemeentelijke regelgeving. Warenmarkten werken aan imagoverbetering en professionalisering om zodoende meer jonge ondernemers en jonge consumenten te trekken. Naast meer aandacht voor de uitstraling van de kraam of de verkoopwagen, wordt consumenten ook steeds vaker de mogelijkheid geboden om met pin te betalen. Verder zien we een voorzichtige opkomst van samenwerking tussen marktkooplieden in de vorm van de gezamenlijk inkoop van producten of franchising.

52

D R O O G H T R O M M E L E N E N PA R T N E R S

Bijlage 7

Rijksbeleid

Verder dienen provincies te reguleren dat: ^

bedrijven en voorzieningen die vanwege veiligheid, hinder en een verkeersaantrekkende werking niet inpasbaar zijn in woonbebouwing,

Nota Ruimte

ruimte wordt geboden op daarvoor te bestemmen (bedrijven)

Op 17 mei 2005 is de Nota Ruimte vastgesteld door de Tweede Kamer.

terreinen;

Vervolgens heeft op 17 januari 2006 de Eerste Kamer ermee ingestemd.

^

nieuwe en bestaande bedrijven en voorzieningen met omvangrijke

In de Nota Ruimte zijn het locatie-beleid uit de Vierde Nota (‘ABC-

goederenstromen en/of een omvangrijke verkeersaantrekkende

locatiebeleid’) en het locatiebeleid voor perifere en groot-schalige

werking en/of arbeids- en bezoekersintensieve functies, ruimte wordt

detailhandelsvestigingen (PDV/GDV-beleid) vervangen door één

geboden op locaties met een goede aansluiting op (bij voorkeur

integraal locatie-beleid voor bedrijven en voorzieningen. Doelstelling van

verschillende vormen van) verkeers- en vervoersverbindingen;

het integrale locatiebeleid is om ieder bedrijf een goede vestigingsplaats

^

nieuwe en bestaande bedrijven en voorzieningen met arbeids- en/of

te bieden zodat een optimale bijdrage wordt geleverd aan de kracht van

bezoekersintensieve functie ruimte wordt geboden op locaties in de

steden en dorpen*.

nabijheid van openbaar vervoersknooppunten en met een goede aansluiting op (bestaande) verkeers- en vervoersverbindingen.

Provincies en gemeenten zijn verantwoordelijk voor een voldoende en gevarieerd op de vraag afgestemd aanbod van locaties voor bedrijven en

IPO-richtlijnen

voorzieningen. Provincies concretiseren het integrale locatiebeleid voor

De provincies hebben in het Interprovinciaal Overleg (IPO) gezamenlijk

bedrijven en voorzieningen in het provinciale ruimtelijke en verkeers- en

richtlijnen opgesteld met betrekking tot branche-beperkingen voor

vervoersbeleid. Uitgangspunt is dat nieuwe vestigingslocaties voor

perifere detailhandel*. Het gaat om een minimumpakket aan richtlijnen,

detailhandel niet ten koste mogen gaan van de bestaande

een strenger beleid door individuele provincies is mogelijk.

detailhandelsstructuur in wijkwinkelcentra en binnensteden. Gemeenten krijgen de mogelijkheid om in bestemmingsplannen een aparte

^

bestemming op te nemen voor perifere detailhandel.

Het IPO geeft prioriteit aan de positie van de bestaande winkelgebieden. Ruimte voor veranderingen wordt geboden onder voorwaarde dat de bestaande voorzieningenstructuur niet duurzaam wordt aangetast;

*

Ministeries van VROM, LNV, VenW en EZ (2005), Nota Ruimte

D R O O G H T R O M M E L E N E N PA R T N E R S

*

Interprovinciaal overleg (23 februari 2006), Perifere detailhandel

53

^ ^ ^ ^

^

^

^

Vernieuwing of uitbreiding vindt bij voorkeur plaats binnen of

ineens is opgeheven. Het maakt immers nog onderdeel uit van het

onmiddellijk grenzend aan bestaande winkelgebieden;

vigerende ruimtelijke beleid op gemeentelijk en provinciaal niveau.

Vestiging van detailhandel in het buitengebied (weidewinkels) is niet

Gemeenten en provincies kunnen er bij het vaststellen van nieuw beleid

toegestaan;

voor kiezen hun ruimtelijke detailhandelsbeleid te wijzigen.

Grootschalige winkelvoorzieningen worden bij voorkeur geaccommodeerd op binnenstedelijke locaties;

De nieuwe Wro

Detailhandel voor niet-frequente doelgerichte aankopen is alleen op

De nieuwe Wet op de Ruimtelijke Ordening (Wro) is op 1 juli 2008 in

perifere locaties toegestaan als deze moeilijk inpasbaar is in

werking getreden. De invoering van de nieuwe Wro brengt een aantal

bestaande winkelgebieden vanwege de volumineuze aard, brand- en

belangrijke veranderingen met zich mee voor de wijze waarop ruimtelijke

explosiegevaar en dagelijkse bevoorrading;

plannen van overheden tot stand komen en gewijzigd worden*. Zo zijn

Thematische ontwikkelingen zijn alleen dan toegestaan als er geen

bijvoorbeeld de planologische kernbeslissing (Rijk), het streekplan

ruimte is aangrenzend aan bestaande centra en als het thema

(provincie) en het structuurplan (gemeente) vervangen door

@!""@+#!"&•

structuurvisies.

Grootschalige detailhandel met een bovenlokale verzorgingsfunctie sluit bij voorkeur aan op bestaande detailhandels-concentraties en

Met de nieuwe Wro zijn gemeenten verplicht om voor het hele

dient goed bereikbaar te zijn met openbaar vervoer en auto.

grondgebied actuele bestemmingsplannen op te stellen. Voor gebieden

Clusters van grootschalige detailhandel (eventueel in combinatie met

waar geen ruimtelijke ontwikkelingen worden voorzien, kan in plaats van

leisure) kunnen alleen worden geconcentreerd in stedelijke

een bestemmingsplan een beheers-verordening worden opgesteld.

netwerken nabij knooppunten met een bovenregionale functie; ^

Onderzoek moet aantonen dat de ontwikkeling van (een cluster van)

Het aantal buitenplanse vrijstellingen (art. 19 huidige WRO) is beperkt.

grootschalige detailhandel geen ontwrichting van de bestaande

Met de nieuwe Wro kunnen gemeenten gebruik maken van het

detailhandelsstructuur tot gevolg heeft.

projectbesluit als het bestemmingsplan een bepaalde ontwikkeling of een bepaald project niet toestaat. In een projectbesluit worden de

De IPO-richtlijnen zijn geaccordeerd door het kabinet*. Opgemerkt moet

belangrijkste elementen van het project beschreven. Realisatie van een

worden dat de werking van het PDV/GDV-beleid met de Nota Ruimte niet

project kan zo worden bespoedigd. Regeling van bijvoorbeeld de beheersaspecten volgt later bij de aanpassing van het bestemmingsplan.

*

54

Min. VROM en EZ (10 november 2006), Kabinetsreactie IPO richtlijnen perifere detailhandel

*

Ministerie VROM (2007), De nieuwe Wet ruimtelijke ordening geeft ruimte

D R O O G H T R O M M E L E N E N PA R T N E R S

Het bestemmingsplan moet binnen een jaar aangepast zijn om het

Bijlage 8

Distributieve mogelijkheden

projectbesluit onherroepelijk te maken*. De nieuwe Wro staat branchering in bestemmingsplannen toe. Gemeenten hebben de mogelijkheid om, ter bevordering van de ruimtelijk

Distributie planologisch onderzoek (dpo)

economisch kwaliteit, in een bestemmingsplan eisen te stellen ten

In vroegere dpo’s werd het haalbare winkelaanbod vaak nauwkeurig

aanzien van de vestiging van bepaalde branches van detailhandel. Met

berekend. Door grote onderlinge verschillen in typen winkelgebieden,

de beperking van bijvoorbeeld de vestiging van grote supermarkten aan

branches en winkelformules moeten dergelijke berekeningen

de rand van de stad kunnen gemeenten ongewenste ontwikkelingen voor

genuanceerd worden beoordeeld. De haalbaarheid van winkels wordt

de bestaande detailhandelsstructuur voorkomen/tegengaan. Hierbij dient

veel meer bepaald door de potentiële functie en kwaliteit van het

te worden opgemerkt dat de branchebeperkingen moeten worden

winkelgebied. Niettemin kan een kwantitatieve analyse van vraag en

gemotiveerd vanuit overwegingen van ruimtelijke kwaliteit en niet enkel

aanbod een indicatie geven van overbewinkeling of uitbreidingspotenties.

en alleen mogen worden gegrond op argumenten van concurrentiebeperking**.

Variabelen Bij deze kwantitatieve analyse gaat het om de verhouding tussen vraag en aanbod. De vraagzijde wordt bepaald door de landelijk gemiddelde omzet in winkels per hoofd van de bevolking, de omvang van het verzorgingsgebied (aantal inwoners), de mate waarin het omzetpotentieel terecht komt in het betreffende winkelgebied (koopkrachtbinding) en de mate waarin omzet van elders toevloeit (koopkrachttoevloeiing). Aan de aanbodzijde spelen de omvang (m² winkelvloeroppervlak) en benodigde omzet per m² wvo (vloerproductiviteit) een rol.

Verzorgingsgebied Tot het primaire verzorgingsgebied van het winkelaanbod kunnen naast de kern Geldermalsen, de kernen Meteren, Tricht en Buurmalsen gerekend worden (Groot Geldermalsen). Deze kernen liggen * Ministerie VROM (2008), Dossier Wet op de ruimtelijke ordening (www.vrom.nl) ** Ministerie VROM (2007), Bro Nota van Toelichting

D R O O G H T R O M M E L E N E N PA R T N E R S

aangrenzend aan Geldermalsen en zijn voor hun winkelbehoefte aangewezen op het aanbod in Geldermalsen. Op dit moment heeft Groot 55

Geldermalsen ±17.500 inwoners. Op basis van het

uit van de landelijk gemiddelde omzet per hoofd van de bevolking omdat

woningbouwprogramma van de gemeente Geldermalsen gaan we voor

hiervan recente gegevens beschikbaar zijn. Het verschil is dat bij de

2020 uit van ± 20.000 inwoners in Groot Geldermalsen*.

gemiddelde omzet per hoofd van de bevolking niet alleen bestedingen van consumenten zijn meegenomen maar ook bestedingen van

Gemiddelde omzet per inwoner

bedrijven. In Nederland is de totale omzet van winkels in 2007 circa

In veel distributieplanologische berekeningen wordt uitgegaan van de

€ 81,5 mld (exclusief BTW). Dit betekent een gemiddelde omzet per hoofd

bestedingen per branche. DTNP kiest ervoor te rekenen met winkels als

van de bevolking van € 4.974. Hiervan wordt € 1.891 omgezet in winkels

eenheden, omdat we in de distributieplanologie de uitbreidingsruimte van

voor voedings- en genotmiddelen en € 2.276 in winkels voor duurzame

winkelmeters berekenen. We maken onderscheid tussen winkels in

en overige goederen (zonder tuincentra, doe-het-zelfwinkels en winkels

voedings- en genotmiddelen (VGM) en winkels in duurzame en overige

in woninginrichting)*.

goederen (excl. tuincentra, doe-het-zelfzaken en woninginrichtingszaken) (DOG). Winkels in voedings- en genotmiddelen bestaan uit supermarkten

Wanneer het gemiddeld besteedbaar inkomen per inwoner in het

en versspeciaalzaken. Winkels in duurzame en overige goederen

verzorgingsgebied afwijkt van het Nederlands gemiddelde is het gewenst

bestaan uit winkels in frequent benodigde non-food (o.a. drogisterij,

de gemiddelde omzetcijfers per hoofd aan te passen. Voor voedings- en

huishoudelijke artikelen), modisch recreatief (o.a. kleding, lederwaren),

genotmiddelen is het gebruikelijk het omzetcijfer per hoofd aan te passen

overig recreatief (o.a. boeken, juwelier, warenhuis) en overige detail-

met een correctie van ¼ van het percentage dat het inkomen lager of

handel (o.a. tweedehands). In de methodiek van DTNP wordt de aankoop

hoger is dan het Nederlands gemiddelde. Voor duurzame en overige

van pannen (branche huishoudelijke artikelen) bij een supermarkt

goederen is het gebruikelijk een correctie door te voeren van ½ van het

gerekend tot een besteding in winkels in voedings- en genotmiddelen en

percentage dat het inkomen lager of hoger is dan het gemiddelde. Omdat

de aankoop van een Hemaworst (branche voedings- en genotmiddelen)

het gemiddeld besteedbaar inkomen in de gemeente Geldermalsen 9%

tot een besteding in winkels in duurzame en overige goederen.

boven het landelijk gemiddelde ligt (CBS, 2008), gaan we uit van iets hogere omzetcijfers per inwoner. Voor VGM gaan wij uit van € 1.934 (€

Daarnaast wordt doorgaans in distributieve berekeningen uitgegaan van

1.891 + (¼ x 9% x € 1.891)). Voor DOG gaan we uit van € 2.379 (€ 2.276

gemiddelde toonbankbestedingen per hoofd van de bevolking. Wij gaan

+ (½ x 9% x € 2.276)).

*

56

Gemeente Geldermalsen (2006), Wonen in Geldermalsen Gemeente Geldermalsen (2008), Ontwerp Structuurvisie De Plantage Geldermalsen

*

DTNP (2008), Omzetkengetallen 2007, o.b.v. gegevens van CBS, CBW, HBD

D R O O G H T R O M M E L E N E N PA R T N E R S

Koopkrachtbinding en -toevloeiing

koopkracht komt met name vanuit de overige kernen van de gemeente,

Niet alle bestedingen van inwoners in Groot Geldermalsen komen terecht

maar zal ook afkomstig zijn vanuit de regio en toerisme. We achten een

in het eigen winkelapparaat. Het aandeel van de totale bestedingen van

toekomstige koopkrachttoevloeiing van ± 30% haalbaar. Gezien de

inwoners uit Groot Geldermalsen dat terecht komt in de eigen winkels

nabijheid van het centrum van Tiel is de recreatieve binnensteden van

noemen we de koopkrachtbinding. Gezien het complete

Utrecht en ’s Hertogenbosch is meer koopkrachttoevloeiing niet reëel.

supermarktenaanbod dat in de toekomst nog verder wordt versterkt in het centrum, kan voor VGM een hoge koopkrachtbinding houden we een

Gemiddelde omzet per m2

binding aan van ± 95% in 2020*. De haalbare koopkrachtbinding voor

In Nederland bedraagt de gemiddelde omzet per m² (uit de verkoop aan

DOG is sterk afhankelijk van de kwaliteit van de ruimtlijk-economische

consumenten en bedrijven) in winkels voor voedings- en genotmiddelen

structuur van het centrum in de toekomst. Wanneer het aanbod zich op

circa € 6.760,- (excl. BTW). In winkels in duurzame en overige goederen

een aantrekkelijke wijze presenteert en de inwoners van Groot

(zonder tuincentra, doe-het-zelfwinkels en winkels in woninginrichting)

Geldermalsen er graag en makkelijk kunnen (blijven) komen gaan we uit

bedraagt de gemiddelde omzet per m² circa € 3.320,- (excl. BTW)*. Voor

van toekomstig haalbare binding ± 60%.

Groot Geldermalsen gaan wij uit van deze gemiddelde omzetten, aangezien we ons in een streekcentrum in het midden van het land

Behalve bestedingen van inwoners van Groot Geldermalsen (primair

bevinden.

verzorgingsgebied) ontvangen de winkels in Geldermalsen ook bestedingen van inwoners van buiten Groot Geldermalsen. Dit aandeel binnen de totale omzet noemen we de koopkrachttoevloeiing. Het aanbod in VGM in het centrum van Geldermalsen wordt versterkt op bereikbare locaties en is daardoor aantrekkelijk voor inwoners uit de rest van de gemeente en ook voor inwoners uit kernen als Buren, Enspijk en Est en toeristen. Door het complete supermarktenaanbod met zowel service- als discount-supermarkten gaan we voor 2020 uit van een koopkrachttoevloeiing van 20 à 25%. Voor het DOG-winkelaanbod geldt ook voor de koopkrachttoevloeiing dat deze sterk afhankelijk is van de toekomstige kwaliteit die het centrum van Geldermalsen krijgt. Toevloeiing van * *

E. J. Bolt (2003), Winkelvoorzieningen op waarde geschat

D R O O G H T R O M M E L E N E N PA R T N E R S

DTNP (2008), Omzetkengetallen 2007, o.b.v. gegevens van CBS, CBW, HBD, Locatus

57

Indicatie distributieve mogelijkheden Op basis van bovenstaande cijfers wordt een indicatieve berekening gemaakt van de distributieve mogelijkheden voor Groot Geldermalsen.

Indicatie distributieve mogelijkheden winkels VGM in Geldermalsen in 2020 Inwoners primair verzorgingsgebied (kern)

20.000

Omzet/inwoner (excl. BTW)

€ 1.930

Koopkrachtbinding Koopkrachttoevloeiing Totale potentiële omzet (excl. BTW) 2

Omzet/m (excl. BTW)

95% 20% à 25% € 45,9 à 49,0 mln € 6.760

Potentieel winkelaanbod m² wvo

6.800 à 7.200

Aanwezig winkelaanbod m² wvo

6.000

Uitbreiding winkelaanbod m² wvo

800 à 1.200

Indicatie distributieve mogelijkheden winkels DOG in Geldermalsen in 2020 Inwoners primair verzorgingsgebied (kern)

20.000

Omzet/inwoner (excl. BTW)

€ 2.380

Koopkrachtbinding

60%

Koopkrachttoevloeiing

30%

Totale potentiële omzet (excl. BTW) 2

€ 34,0 à 40,8 mln

Omzet/m (excl. BTW)

€ 3.320

Potentieel winkelaanbod m² wvo

12.300

Aanwezig winkelaanbod m² wvo

9.600

Uitbreiding winkelaanbod m² wvo

2.700

58

D R O O G H T R O M M E L E N E N PA R T N E R S

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.westbetuwe.nl/api/v1/meetings/320/documents/7465