CConstaterende datWest Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

1. GENL4_startnotitie_erfgoed_20210201-def.pdf

Informatie en Ontmoeten 2 (Beeldvorming) 9 maart 2021, gemeente West BetuweBij agendapunt: 20.02: Beeldvorming harmonisatie erfgoedbeleid13.333 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

29

Figuur 4. De waarderingskaart van historisch cultuurlandschap (kaartbijlage 5).

30

Figuur 5. De legenda bij de waarderingskaart landschap (kaartbijlage 5).

3.3.3

Toelichting op de keuzes

De borging van cultuurhistorische waarden in het bestemmingsplan is een uitvloeisel van een bepaling in artikel 3.1.6, lid 5a, in het Besluit ruimtelijke ordening: [De toelichting van een bestemmingsplan bevat] een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Dat rekening houden geven we handen en voeten door middel van de beoogde dubbelbestemming, en zijn equivalent in het latere omgevingsplan. De selectie van de gebieden is gebaseerd op de waardering van de landschappelijke eenheden, zoals toegelicht in RAAP-rapport 4150, deel 3, p. 6-9 (methodiek) en 103-104 (inhoudelijke toelichting). Het advies om te 31

kiezen voor gebieden van zeer hoge en hoge waarde is gebaseerd op een totaaloverzicht van het landschappelijk erfgoed: welke deelgebieden doen er qua waarde het meest toe én vormen samen een representatieve afspiegeling van het gemeentelijk erfgoed. De gebieden van zeer hoge waarde voldoen wel aan het eerste, maar niet aan het tweede criterium: het is een heel a-selecte ‘collectie’. Daarom is de categorie ‘hoge waarde’, die aan beide criteria voldoet, ook in de selectie betrokken. Wat betekent zo’n bescherming dan? De maatschappij en het landschap zijn het meest gebaat bij het blijvend kunnen ontwikkelen van gebieden. Een planologische bescherming betekent dus niet dat er niets meer kan. Wél betekent het, dat aanwezige waarden betrokken moeten worden in de afweging bij een ontwikkeling. Wat dat dan in de praktijk betekent, kan heel verschillend zijn.

Dat heeft ook met het soort terrein te maken: is het een heel fijn, kwetsbaar gebied (zoals een landgoedkern met veel opgaande beplanting), een gebied van middelmatige kwetsbaarheid zoals de opener stroomruggen waar vooral de verkaveling met enige beplantingsrelicten een rol speelt, of een robuust, weerbaar gebied, zoals een komgebied? In het laatste geval kunnen we ons voorstellen dat er veel mogelijk is en toch de essentie van het gebied (de openheid in de lengterichting, de compartimentering met wegen/lanen met erven in de breedte) behouden kan blijven. Door een planologische borging op te nemen ontstaat er een afwegingsmoment, waarbij in een onderzoek door de initiatiefnemer het effect van de ingreep op de aanwezige waarden kan/moet worden aangetoond.

Vragen aan de raad: Landschappen 4. Harmonisatie 19: Gebiedsbescherming - willen wij een eenduidige planologische bescherming voor de landschappen? 5. Zo ja, kiezen wij voor de gebieden met een zeer hoge en hoge waarde? Landschapselementen 6. Harmonisatie: Objectbescherming - Willen wij daarnaast een specifiekere objectbescherming voor landschapselementen die op de kenmerkenkaart zijn weergegeven?

19

W e zien dit als een basis voor cultuurhistorisch landschapsbeleid, maar tegelijk is het in zekere zin een verbreding omdat al leen Neerijnen op specifieke onderdelen nu zo’n borging in de verbeelding kent.

32

4, 5 en 6

KOSTEN opnemen van een planologische bescherming voor landschappen – gebieden en/of objecten

3.4

Gebouwd erfgoed: bescherming

3.4.1

Uitdaging en consequenties

intern pm (incidenteel en structureel 20)

extern ? 21

opmerkingen Loopt mee in opstellen definitief omgevingsplan. In- en externe kosten zitten in begeleiden en uitvoeren van planologische werkzaamheden. Externe kosten zijn ervan afhankelijk of gemeente opstellen omgevingsplan zelf oppakt of extern laat uitvoeren.

De drie voormalige gemeenten Geldermalsen, Neerijnen en Lingewaal hadden hun eigen beschermingsregimes voor gebouwd erfgoed c.q. monumentenlijsten met eigen accenten. Dat leidt feitelijk tot een drietal aandachtspunten: −

− −

Harmonisatie: De monumentenlijsten van de respectievelijke gemeenten hadden een verschillende zwaarte. Neerijnen had bijvoorbeeld een vrij forse gemeentelijke monumentenlijst in relatie tot de aanwezige waarden, en Lingewaal juist een relatief bescheiden lijst, waardoor daar meer waardevolle panden onbeschermd zijn. Dat leidt tot een onevenwichtigheid. Herijking: Sommige erfgoedcategorieën, zoals wederopbouwerfgoed, zijn ondervertegenwoordigd op alle drie de lijsten. Daar is dus vanuit het erfgoedperspectief een herijking c.q. actualisatieslag wenselijk. Ambitie: Naast de inhoudelijke aandachtspunten is er ook een politiek uitgangspunt: waar ligt je ambitieniveau op het gebied van erfgoedbescherming, en welk doel dient het? Dient het beschermen van erfgoed bijvoorbeeld de toeristisch-recreatieve doelstellingen van de gemeente?

Het aanpakken van deze aandachtspunten heeft consequenties. Bescherming van meer erfgoed leidt tot hogere kosten, zowel incidenteel als structureel. Incidenteel denken we daarbij aan de in- en externe kosten die gepaard gaan met het aanpassen van het omgevingsplan en/of de uitbreiding van de monumentenlijst, structureel aan de ambtelijke kosten voor erfgoed, de kosten voor vergunningverlening via ODR en de kosten voor onderhoudssubsidies. Aan het eind van § 3.4 komen we op die kosten terug.

20

Incidenteel: ‘vullen’ omgevingsplan, structureel: vergunningverlening.

21

Externe kosten zullen nihil zijn als gemeente omgevingsplan zelf opstelt.

33

3.4.2

Rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten en karakteristieke objecten

Waar hebben we het nu inhoudelijk over als het gaat om het gebouwd erfgoed? In de actuele erfgoedkaart is, deels op basis van een nieuwe inventarisatie, het gebouwde erfgoed van de gemeente West Betuwe samengebracht. Het gaat daarbij om: -

Rijksmonumenten Gemeentelijke monumenten Overige orde-1-objecten (potentiële gemeentelijke monumenten) Orde-2-objecten (onderdeel inventarisatie Geldermalsen, gedeeltelijke inventarisatie Lingewaal en Neerijnen).

De selectie vormt het uitgangspunt voor het toekomstig beleid ten aanzien van bescherming van de waarden en kwaliteiten van deze objecten. Met behulp van een set criteria zijn de objecten gewaardeerd. De totaalscore per object is een indicatie voor het in te zetten erfgoedbeleid. In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de aantallen in de erfgoedkaarten opgenomen waardevolle bebouwing, te weten:

34

Voormalige Gemeente

Rijksmonumenten (op basis van aantal items op de chw)

Gemeentelijke monumenten (op basis van aantal items op de chw)

Orde 1 Potentiële Gemeentelijke monumenten (op basis van aantal items op de chw)

Geldermalsen Lingewaal Neerijnen

135 112 98

192 50 161

250 92 42

Totaal

345**

403***

384

Orde 2 Potentiële Karakteristieke objecten (op basis van aantal items op de chw)

300 55* 39*

394 *geen volledige inventarisatie **De officiële RM-lijst meldt 281 objecten; in de chw zijn rijksmonumentregistraties die uit meerderen objecten bestaan (bijv. een boerderij met bijschuur en bakhuis, of een uit verschillende items bestaande verdedigingslinie) opgesplitst. Dat verklaart het hogere aantal items op de chw. ***De officiële GM-lijst meldt 316 objecten; in de chw zijn gemeentelijk monumentregistraties die uit meerdere objecten bestaan (bijv. een boerderij met bijschuur en bakhuis) opgesplitst. Dat verklaart het hogere aantal items op de chw.

De orden verwijzen naar de waarderingsklasse (zie figuur 7), dus hoe lager het ordenummer, hoe hoger de waarde: -

Zeer hoge cultuurhistorische kwaliteit (orde 1) Hoge cultuurhistorische kwaliteit (orde 2) Positieve / beeldondersteunende kwaliteit (orde 3)

35

3.4.3

Toelichting op categorieën

ORDE 1: ZEER HOGE CULTUURHISTORISCHE WAARDE Het betreft zeer hoogwaardige onderdelen (gebouwen, objecten en ensembles), die vanwege de voornamelijk hoge ruimtelijke waarden, de historische waarden en de objectwaarden van wezenlijk en onlosmakelijk belang zijn voor ofwel de gehele gemeente West Betuwe ofwel één van de kernen, de historische ensembles ofwel de historisch-ruimtelijke gebiedskarakteristieken. Wanneer ze zouden worden getoetst aan de algemeen gehanteerde monumentenselectiecriteria dan is de kans zeer groot dat ze voldoende waarden bezitten voor de kwalificatie gemeentelijk monument. Integrale instandhouding is derhalve zeer gewenst. Orde 1 kan dan ook als ‘monumentwaarde’ worden gekenschetst. Mocht er in de toekomst overgegaan worden tot het actualiseren van de gemeentelijke monumentenlijst dan is dit de topcategorie, waaruit geselecteerd kan worden. Rijks- en gemeentelijke monumenten scoren vanwege hun hoge cultuurhistorische kwaliteiten eveneens vrijwel altijd Orde 1. ORDE 2: HOGE CULTUURHISTORISCHE WAARDE Betreft karakteristieke objecten die vanwege de voornamelijk hoge én positieve ruimtelijke waarden en historische waarden van grote betekenis zijn ofwel de gehele gemeente West Betuwe ofwel één van de kernen, de historische ensembles ofwel de historisch-ruimtelijke gebiedskarakteristieken. Instandhouding van het gevelbeeld en/of hoofdvormen is wenselijk. 3.4.4

Aanbevelingen monumentenlijsten

RIJKSMONUMENTENLIJST Geen mutaties aanbevolen GEMEENTELIJKE MONUMENTENLIJST Met betrekking tot de bestaande gemeentelijke monumentenlijst kan uit de eerste inventarisatieresultaten worden geconstateerd dat in het gehele gebied van de gemeente West Betuwe nog 384 objecten aanwezig zijn, die op basis van de waarderingscriteria de score “orde 1” bezitten, dus een monumentkwaliteit bezitten, maar niet beschermd zijn als gemeentelijk monument. De score “orde 1” is een indicatie voor een waardering op gemeentelijk monumentniveau. Het gaat om zo’n 250 objecten binnen het gebied van de voormalige gemeente Geldermalsen, 92 in Lingewaal en 42 in Neerijnen. De grote verschillen zijn te verklaren in de omvang van de vroegere gemeentelijke grondgebieden en het uiteenlopende aantal kernen. Het relatief lage aantal niet beschermde “orde 1” objecten in de voormalige gemeente Neerijnen is te verklaren uit het feit dat voor dit gebied reeds een vrij uitgebreide gemeentelijke monumentenlijst bestaat (161 stuks). Lingewaal had juist een vrij beperkte 36

gemeentelijke monumentenlijst (50 stuks), ondanks de aanwezigheid van enkele belangrijke historische stads- en dorpskernen. Hier ontbreken naar verhouding de meeste waardevolle objecten op de lijst. “Orde 1” objecten komen in aanmerking voor verder onderzoek en beoordeling aan de hand van monumentenwaarderingscriteria. Ze zijn naar alle waarschijnlijkheid een relevante aanvulling voor de bestaande gemeentelijke monumentenlijst van West Betuwe. De nieuwe selectie omvat onder meer enkele erfgoedcategorieën die op de huidige gemeentelijke monumentenlijst niet of nog onvoldoende vertegenwoordigd zijn. Het gaat bijvoorbeeld om objecten uit de periode na de Tweede Wereldoorlog (naoorlogs erfgoed, in het bijzonder naoorlogse woningbouw, boerderijen en een aantal oorlogsmonumenten) en objecten uit de interbellumperiode. Ook betreft het gebouwen, die een hoge waarde bezitten juist vanwege hun ouderdom en sterk vermoede bouwhistorische kwaliteiten. Zo’n 20 reeds beschermde objecten hebben in de inventarisatie niet de hoogste score “orde 1” gehaald. Het is te overwegen deze objecten nog eens kritisch te beoordelen of de gemeentelijke monumentenstatus nog verdedigbaar is. 3.4.5

Planologische borging: karakteristieke objecten

Zowel de orde-1- als de orde-2-objecten komen zonder meer in aanmerking voor eventuele planologische bescherming via bestemmingsplan e.d., op basis van de eerder genoemde bepaling in het Besluit ruimtelijke ordening. In totaal gaat het om 778 objecten, de orde-1-objecten meegerekend. In de voormalige gemeente Geldermalsen is een volledige inventarisatie van objecten met orde 2 kwaliteit voorhanden. In de harmonisatie-inventarisatie in de voormalige gemeenten Lingewaal en Neerijnen is gekozen voor het in de eerste plaats in kaart brengen van objecten met tenminste een gemeentelijke monumentkwaliteit (orde 1). Evenwel is toch al een ruime selectie objecten met een orde-2-kwaliteit in de inventarisatie opgenomen (94 stuks). Voor een deel betreft het objecten die in de eerder samengestelde waardenkaarten zijn opgenomen en nu zijn herbeoordeeld, vaak als karakteristieke onderdelen in hoogwaardevolle ensembles (Asperen, Heukelum, Herwijnen); deels gaat het om enkele gemeentelijke monumenten die de hoogste score niet meer halen en ten slotte een selectie van voor de historie van de gemeente West Betuwe relevante wederopbouw- en ruilverkavelingsboerderijen, die nog om verdiepend onderzoek en nadere waardering vragen. In de praktijk betekent een dergelijke bescherming, dat er een vergunningplicht wordt gekoppeld aan het wijzigen van deze panden.

Daarmee wordt voorkomen dat panden die als waardevol worden aangemerkt, onherstelbaar kunnen worden beschadigd of gesloopt. De mate van bescherming c.q. de zwaarte van de last voor de burger is aanmerkelijk geringer dan bij een aanwijzing als monument, maar er zijn ook minder mogelijkheden voor bescherming. Doorgaans wordt aangehouden dat de bescherming alleen geldt voor ontwikkelingen met een ruimtelijke impact (bepaalde aspecten van het exterieur), en daardoor vallen veelal het interieur en soms ook zijden die vanuit de openbare ruimte minder zichtbaar zijn bijvoorbeeld buiten de reikwijdte van planologische borging. Wat er bij elk pand beschermd is onder een dergelijke regime, is maatwerk.

37

3.4.6

Bijzondere ensembles

Zoals in paragraaf 2.6.1 is vermeld kent de gemeente West Betuwe drie rijksbeschermde gezichten (Waardenburg-Neerijnen, Acquoy en Beesd). Deze zijn via de planologische weg geborgd (juridisch bindende borging van erfgoedwaarden via het bestemmingsplan). Dat betekent, dat de waarden in de beschermde gezichten zijn vertaald naar de betreffende bestemmingsplannen. In de erfgoedkaart is naast de beschermde gezichten een aantal bijzondere gebouwde ensembles opgenomen, onder andere een groot aantal historische stads- en dorpskernen, dijklinten en voor- en naoorlogse dorpsuitbreidingen. In onderstaande tabel zijn de aantallen weergegeven. De rangschikking in “orden” is gebeurd op basis van een waardering aan de hand van criteria. De ensembles met score “orde 1” bezitten de hoogste ruimtelijke en cultuurhistorische waarden. Voormalige Gemeente

Rijksbeschermde dorpsgezichten

Ensembles met orde 1, niet beschermd

Ensembles met orde 2

Ensembles met orde 3

Geldermalsen Lingewaal Neerijnen

2 0 1

10 4 1

9 2 8

9 14

Totaal

3

15

19

23

De ordenummers verwijzen naar de volgende waarden: -

Zeer hoge waarde: orde 1 Hoge waarde: orde 2 Positieve waarde: orde 3

De hoogst gewaardeerde ensembles (orde 1) komen zonder meer in aanmerking voor een stevige en afgewogen planologische borging van aanwezige waarden. Voor de “orde 2” en “orde 3” zou een mildere vorm van instandhouding kunnen worden geregeld. Tevens valt te overwegen uit de collectie gebieden met de score “orde” 1 een aantal beschermde stads- en dorpsgezichten te selecteren. 3.4.7

Verwijzing

Zie voor een toelichting op de inventarisatie en waardering van bouwkunst en ensembles RAAP-rapport 4150, deel 3, p. 16-27 (methodiek) en p. 226-240 (inhoudelijk).

38

3.4.8

Omgeving van het monument

Onder de nieuwe Omgevingswet geniet ‘de omgeving van het monument’ expliciete wettelijke bescherming. Anders dan voorheen is nu niet alleen meer het kadastrale perceel van het monument beschermd, maar ook de omgeving, in lijn met het Verdrag van Granada. Wat de omgeving van het monument dan is, zal in overleg tussen erfgoed en vergunningverlening bepaald moeten worden. Leidende begrippen zijn daarbij aanzicht, ligging, zichtbaarheid, relaties, waardering omgeving en afbakening. Concrete voorbeelden en richtlijnen voor boerderijen, historische panden in een stedelijke context en buitenplaatsen zijn te vinden in een brochure van het Gelders Genootschap: DEF_Omgevingswet__de_omgeving_van_het_monument_3.pdf (geldersgenootschap.nl). Daar wordt ook benadrukt dat met de ‘omgeving van het monument’ niet bedoeld is, dat de omgeving zelf beschermd zou worden. Differentiatie naar de aard en ligging van een monument, en dus maatwerk, is belangrijk om te zien wat er van belang is. 3.4.9

Handhaving op verwaarlozing

Het aantal gevallen waarbij gehandhaafd moet worden op ernstige verwaarlozing van een monument is op dit moment heel gering. Te verwachten is derhalve dat uitbreiding van de monumentenlijst c.q. het planologisch borgen van waarden niet zal leiden tot een ruimere inzet van handhaving en dus evenmin tot hogere kosten. 3.4.10 Gemeentelijk monumentaal vastgoed

De gemeente bezit een aantal rijks- en/of gemeentelijke monumenten. Zij is van mening dat de gemeente een voorbeeldfunctie dient te bekleden waar het gaat om beheer en onderhoud van de monumenten en de daarin of op aanwezige waarden. Samenwerking tussen Erfgoed en Vastgoed binnen de gemeente zijn daarbij van belang. In het vastgoedbeleid wordt rekening gehouden met de gemiddeld hoger onderhoudskosten voor monumentaal gemeentelijk vastgoed.

39

Figuur 6. De waardering van historische bouwkunst en ensembles. De bouwkunst is zelf door de schaal niet te zien; zie kaartbijlage 7.

40

Figuur 7. Legenda van de waarderingskaart historische bouwkunst (kaartbijlage 7).

41

Vragen aan de raad: Zowel onder de objecten als onder de ensembles benoemen we steeds eerst de mogelijkheid voor een planologische bescherming van álle waardevolle objecten, en daarna een monumentenstatus voor de meest waardevolle/een nader te bepalen selectie, ruimer of minder ruim. Hoe ruim die selectie is, kan worden bepaald op basis van a) de waardering en b) het beschikbare budget, en is dus geen ‘alles-of-niets’-kwestie. Objecten 7. Willen we de niet-beschermde panden van orde-1 en/of 2 planologisch beschermen? 8. Willen we een nader te bepalen deel daarvan als gemeentelijk monument aanwijzen? 22 9. Willen we ook de niet-monumentwaardige, maar wel karakteristieke panden van Lingewaal en Neerijnen (orde 2) ten behoeve van planologische bescherming in beeld krijgen? Ensembles 10. Willen we een planologische borging van de onbeschermde, waardevolle ensembles, zoals de kern van Heukelum binnen de stadsmuren? 11. Willen wij de meest waardevolle ensembles een monumentenstatus toekennen (gemeentelijk beschermd gezicht) ? Voor alle duidelijkheid: zowel voor objecten als ensembles geldt dat planologische bescherming een ‘basisbescherming’ geeft, van waaruit ‘doorgroei’ naar de gemeentelijke monumentenlijst c.q. beschermd gezicht mogelijk is als daarvoor wordt gekozen.

22

In het kader van deze herziening van de monumentenlijst is het ook mogelijk om eventueel (te) laag scorende panden die nu nog op de gemeentelijke monumentenlijst staan, aan een nade r onderzoek te onderwerpen en eventueel af te voeren.

42

7

KOSTEN opnemen van dubbelbestemming ‘waarde cultuurhistorie’ voor beschermenswaardige, (nog) niet als monument aangewezen panden

toelichting Opstellen korte omschrijvingen met waardering voor alle beschermenswaardige panden in orde 1 en orde 2 t.b.v. planologische borging, zolang geen monumentenstatus voor orde 1 geregeld is. Circa 800 stuks. Uitgaande van beknopte beschrijving van de karakteristieken en waardering, in catalogusvorm.

intern incidenteel pm

23

toekennen van een monumentenstatus aan de monumentwaardige, nog niet beschermde panden

opmerkingen Loopt mee in opstellen definitief omgevingsplan. Inen externe kosten zitten in begeleiden en uitvoeren van planologische werkzaamheden.

structureel * Behandelen vergunningaanvragen: pm 23

Alternatief: Beknopte beschrijving + waardering, verwerkt in database GIS/CHWK, eveneens voor 800 stuks 8

extern incidenteel € 13.000,- (= 200 uur) maximale variant

incidenteel € 8.450,- (= 130 uur) geringe variant

Nadere inventarisatie en opstellen van rgo’s van potentiële gemeentelijke monumenten, na preselectie, uitgaande van 350 stuks (maximale variant). 350 rgo’s volgens standaardmodel, inclusief archiefwerk, correcties, overhead.

incidenteel pm 25

incidenteel € 125.125,- (= 1925 uur) maximale variant

structureel * Behandelen aanvragen onderhoudssubsidie: ca 10 minuten per extra monument per jaar 26

Sterk afhankelijk hoe je dit regelt, bijvoorbeeld of ook deze objecten via een monumentencommissie lopen. Aannemelijk is dat werkzaamheden voor vergunningverlening beperkter zullen zijn dan voor monumenten, bijvoorbeeld omdat doorgaans interieurs niet planologisch beschermd zijn, en ook niet altijd alle aspecten v an het exterieur. Uiteraard gaan de panden die ‘promoveren’ naar de status van monument af van het aantal dat nog planologisch te borgen valt.

25

Ambtelijke inzet: sterk afhankelijk van welke onderdelen worden opgepakt, de aantallen objecten/ensembles en de uitvoeringsperiode. De druk w ordt in het geval van de gemeentelijke monumenten

26

Betekend naar het feit dat er jaarlijks gemiddeld 44 uur besteed moet worden voor de behandeling van onderhoudssubsidieaanvra gen voor de binnenkomende selectie (gemidde ld 22 aanvragen) uit

vooral groot tijdens de aanwijzingsprocedure, dus we adviseren niet te grote aant allen tegelijk op te pakken. Een fte voor een jaar, anderhalf jaar is al gauw reëel. in totaal 316 door de gemeente geregistreerde gemeentelijke monumenten.

43

* Budget onderhoudssubsidie: € 120,- per extra monument per jaar 27 * Behandelen vergunningaanvragen monumenten: 50% (maximale variant) of 10% (geringe variant) meer dan op dit moment 28

Of als voorbeeld een bescheidener aantal (bijvoorbeeld 75 stuks). Alternatief: 75 rgo’s volgens standaardmodel 24

incidenteel € 27.625,- (= 425 uur) geringe variant

9

uitvoeren van een nadere inventarisatie om Lingewaal en Neerijnen m.b.t. orde-2-panden op een gelijke stand als Geldermalsen te brengen (zie ook de onderzoeksagenda onder ‘landschap’)

Methodiek volgens Geldermalsen / CHWK 2020

incidenteel zeer beperkt

incidenteel € 2.275,- (= 36 uur)

10

opnemen van een dubbelbestemming ‘waarde – cultuurhistorie’ voor beschermenswaardige gebieden, voor zover (nog) niet als gemeentelijk beschermd gezicht aangewezen

Opstellen korte beschrijvingen met waarderingen voor ensembles orde 1-3 tbv planologische borging, 57 stuks. Korte beschrijving, opsomming van waardevolle kenmerken en waardering.

incidenteel pm

incidenteel € 7.410,- (= 114 uur) maximale variant

structureel * Behandelen vergunningaanvragen: pm

Alternatief:

incidenteel

24

De geringe variant gaat uit van een willekeurig lager aantal. Ook andere aantallen zijn uiteraard mogelijk.

27

Ten aanzien van de onderhoudssubsidie: per jaar komen gemiddeld 22 aanvragen op een totaal van 316 door de gemeente geregistr eerde gemeentelijke monumenten. Het jaarlijkse budget van €

28

Op dit moment zijn er ongeveer 36-48 aanvragen voor omgevingsvergunningen m.b.t. een monumen t per jaar. In de maximale

38.178 is daarbij niet uitgeput. Uitbreiding van de lijst betekent derhalve een extra benodigd jaarlijks onderhoudsbudget van € 120 per geregistreerd monument. variant zou dat naar 54-76 gaan, in de geringe variant naar 40-53. Per object gaat het om behandeling in de monumentencommissie en om 9 à 10 uur aan vergunningswerkzaamheden. Uitbreiding met 50% zou dus gaan om ongeveer 180-240 uur per jaar extra, uitbreiding met de geringe variant met 40 -50 uur per jaar extra voor de ODR.

44

11

toekennen van de status ‘gemeentelijk beschermd gezicht' aan de monumentwaardige, nog niet beschermde ensembles

Beknopte beschrijving + waardering, verwerkt in database GIS/CHWK Nadere inventarisatie en opstellen redengevende beschrijvingen van 15 gezicht-waardige gebieden, conform model RCE. Per gebied een apart document met beschrijving, omschrijving cultuurhistorisch waardevolle kenmerken en waardering, begrenzingskaartje.

€ 3.705,- (= 57 uur) geringe variant incidenteel pm 29

structureel * Behandelen vergunningaanvragen: @@

! bij alle projectonderdelen zijn uren voor overleg, presentatie, evaluatie nodig. Inschatting, sterk afhankelijk van gemaakte keuzes.

3.5

incidenteel € 13.000,- (= 200 uur)

incidenteel 60 uur

incidenteel € 4.800,- (= 60 uur)

Actualisatie van de kaarten

De kennisonderlegger van het beleid, de erfgoedkaarten, zijn een momentopname. Ze bevatten bijvoorbeeld de archeologische vindpl aatsen die nu bekend zijn, geven de huidige stand van kennis over de morfologie van de ondergrond en bevatten heel specifieke the ma’s ten aanzien van gebouwd en landschappelijk erfgoed. Het is zaak de periodieke actualisatie van de kaarten goed te plannen. Daarbij denken we, vooruitlopend op het digitaal stelsel van de Omgevingswet, aan het volgende ritme:

29

•

Elke 2 jaar een ‘kleine actualisatie’, d.w.z. het verwerken van de nieuw bijgekomen vindplaatsen, het afvoeren van sterk verbouwde of afgebroken panden die onderdeel uitmaken van de bouwkunstinventarisatie, etc.

•

Elke 5 jaar een modulaire verbetering van de inhoudelijke kennis (‘gro te actualisatie’), zoals het toevoegen van relevante thema’s, het verder harmoniseren van de landschapselementenlagen, etc. Het is belangrijk daarvoor een agenda op te stellen: wat zijn dan onderwerpen die, met wat er nu ligt, een nadere bijwerking verdienen?

Zie hiervoor onder gebouwde objecten.

45

Vragen aan de raad:

12. Willen wij elke twee jaar een ‘kleine actualisatie’ van onze erfgoedkaarten laten doorvoeren? 13. Willen wij elke vijf jaar een ‘grote actualisatie’ laten doorvoeren, en zo ja, willen wij daarvoor een agenda laten opstellen ?

12 13

KOSTEN Het doorvoeren van een ‘kleine actualisatie’, elke twee jaar Het opstellen van een agenda t.b.v. periodieke actualisatie & doorontwikkeling van erfgoedkaart, ten behoeve van vijfjaarlijkse ‘grote actualisaties’

3.6

Benutting

3.6.1

Inleiding

intern n.t.b.

extern € 6.000,-

n.t.b.

€ 5.000,- 30

opmerkingen

Erfgoed is een verantwoordelijkheid, maar vooral ook een grote rijkdom die je als gemeente – als gemeenschap! – hebt. Het draagt bij aan de aantrekkelijkheid van wonen in de gemeente, en is daarnaast van groot belang bij de toeristisch-recreatieve ontsluiting ervan. Vanuit die twee invalshoeken – aantrekkelijkheid van de inwoners en aantrekkelijkheid van bezoekers – kun je verder denken over de inzet van erfgoed in dat streven. 3.6.2

Toerisme en recreatie

In de eerste plaats biedt de erfgoedkaart een schat aan informatie ter verdere inspiratie van en uitwerking in het toeristisch-recreatief beleid. Zo kent de gemeente een groot aantal kastelen, buitenplaatsen en landgoederen, deels nog bestaand en deels in het bodemarchief bewaard gebleven. Met wat uitleg

30

Dit bedrag betreft een ruwe inschatting voor een actualisatie - en doorontwikkelingsagenda van de kaarten voor archeolo gie, landschap én bouwkunst. W anneer sprake is van een onderzoeksagenda voor onderzoek dat los staat van de kaartbeelden, zoals een richtsnoer bij het uitvoeren van AMZ -onderzoek, worden de kosten hoger.

46

ligt hier een enorme kans – dit draagt bij aan kwalitatief inhoudelijk toerisme en recreatie, én spreiding over de gemeente. Hetzelfde geldt voor het ‘gevecht tegen het water’ en de heroïsche jaren van de ruilverkaveling: kolonisatie van de kom in eigen land! 3.6.3

Gebruik van erfgoed in maatschappelijke opgaven

Behalve een hoofdstuk met de plannen voor bescherming van erfgoed willen we ook een hoofdstuk opnemen over hoe de gemeente West Betuwe haar erfgoed meer kan benutten – op allerlei manieren. Daaraan hangen we een uitvoeringsprogramma met een aantal concrete ideeën, die in een volgende stap verder uitgewerkt zouden moeten worden. Daarbij kan het gaan om projecten als: -

-

ontwikkelen van een visie op duurzaamheid in/op waardevolle bebouwing en in waardevolle landschappen; inzetten van verdiepend onderzoek bij transformatieplannen om tot betere plantoetsing en borging van waarden te komen (denk aan verdiepend gebiedsonderzoek, bouwhistorisch onderzoek, tuinhistorisch onderzoek, etc.). aandacht voor herbestemming van kerken, bij voorkeur in de vorm van een kerkenvisie (incl. subsidieaanvraag bij de RCE); nader onderzoek naar en beleid op het gebied van immaterieel erfgoed (zie ook Kadernota Cultuur en Kunst); inventarisatie van en beleid op het gebied van historische interieurs; ontwikkelen van een onderzoeksagenda op het gebied van onder- en bovengronds erfgoed; ontwikkelen van een visie op de lokale vermarkting van erfgoed, met als mogelijke onderdelen het definiëren en inzetten van kernidentiteiten van West Betuwe in relatie tot erfgoed (bijvoorbeeld fruit), het uitwerken van beleid op de visualisering van onzichtbaar (ondergronds) erfgoed en het verbinden van erfgoedinformatie met toeristisch-recreatieve infrastructuur (denk aan informatiepunten in het landschap, opzetten van een lokale erfgoedreeks i.s.m. historische verenigingen, etc.) (zie ook Toeristisch-recreatief beleid); het opstellen van ‘blauwe lijnen’: regionale verhaallijnen, waarbij er verbanden ontstaan tussen de verhaallijnen van Gelderland, van Rivierenland en West Betuwe.

Is reeds een actiepunt vanuit het portefeuillehoudersoverleg Cultuur (zie ook Kadernota Cultuur en Kunst); Het opstellen van een Canon van West Betuwe; ontwikkelen van een visie op samenwerking met publieke en private partijen om daarmee de kwaliteit van het erfgoed te vergroten; aandacht voor wederopbouwerfgoed; aandacht voor militair erfgoed in het bredere kader van de (UNESCO-aanwijzing van de) Nieuwe Hollandse Waterlinie (zie ook Kadernota Cultuur en Kunst).

Bij bovenstaande projecten is het steeds goed om na te gaan of hiervoor landelijke of provinciale cofinanciering mogelijk is, zoals via de Erfgoed Deal van het rijk. Uiteraard hangt de haalbaarheid van alleen al het binnenhalen van die cofinanciering niet alleen af van de kwaliteit van het voorstel, maar ook van de mogelijkheid om überhaupt fte vrij te maken om tijd aan de aanvraag en de ontwikkeling van een project te besteden.

47

Tot slot: er is een duidelijke overlap tussen de Kadernota Cultuur en Kunst, het toeristisch-recreatief beleid en deze ideeën voor het erfgoedbeleid. De beleidsnota zoals we die nu opstellen bevat nog geen uitvoeringsprogramma, dat is een vervolgstap. Daarin moet de fijnafstemming met de andere uitvoeringsprogramma’s worden opgepakt. Vragen aan de raad: 14. Verbreding: Zijn er onderwerpen of algemene danwel concretere thema’s die in de beleidsvisie en het uitvoeringsprogramma ten minste zouden moeten terugkomen? Behoren de hierboven genoemde ideeën daartoe?

Van enkele van de genoemde benuttingsaspecten hebben we enige informatie over de kosten opgenomen. Verder is het ter nadere uitwerking. 14

14

14

KOSTEN opstellen van een visie op duurzaamheid in/op waardevolle bebouwing en in waardevolle landschappen

intern pm

extern pm

opmerkingen Sterk afhankelijk van of hiervoor reeds plannen vanuit beleidsveld duurzaamheid bestaan, wordt bij voorkeur integraal opgepakt met voldoende aandacht voor het erfgoedveld.

inzetten van verdiepend onderzoek bij transformatieplannen

*

*

* Externe kosten verschillen per

aandacht voor herbestemming van leegstaande kerken

pm

opgave en moeten derhalve in projectbudgetten worden meegenomen. Intern moeten de onderzoeken uitgezet en begeleid worden, uitvoering extern. In het geval gekozen wordt voor een kerkenvisie: € 25.000,- voor 1 t/m 19 kerkgebouwen € 50.000,- voor 20 t/m 39 kerkgebouwen

48

Rijkssubsidie 2019-2021, voortzetting daarna onbekend. Subsidie afhankelijk van aantal te betrekken kerkgebouwen.

14

inventarisatie en beleidsvorming immaterieel erfgoed

pm

€ 75.000,- voor 40 of meer kerkgebouwen € 20.000,-

14

inventarisatie en beleidsvorming historische interieurs

pm

€ 60.000,-

14

opstellen en uitvoeren onderzoeksagenda

14

ontwikkelen visie op vermarkting erfgoed

Voorstelbaar dat dit een samenwerking tussen gemeente en historische verenigingen wordt. Afhankelijk van ambtelijke mogelijkheden qua tijdbesteding kan het in- of extern gecoördineerd worden, met bijbehorend budget. Opgenomen bedrag is ruwe inschatting als het hoofdzakelijk extern begeleid wordt. Externe kosten grove inschatting.

Zie ook hiervoor (actualiserings- en doorontwikkelingsagenda kaarten). Nader te definiëren, dan pas bedrag aan te koppelen. pm

pm

49

Hangt heel sterk af van invulling, nog lastig bedrag op te plakken.

3.7 Concrete acties in het kader van de invoering van de Omgevingswet De RCE heeft met het oog op de invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2022 een aantal concrete acties benoemd die elke gemeente gedaan moet hebben ten aanzien van erfgoed: -

Benoem en installeer een nieuwe gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit en bepaal waarover de commissie moet adviseren.31 Maak interne processen gereed om omgevingsvergunningen voor rijksmonumentenactiviteiten te kunnen verlenen. Maak interne processen gereed om omgevingsvergunningen voor omgevingsplanactiviteiten te kunnen verlenen. Pas de reguliere voorbereidingsprocedure aan op de participatieverplichting. Pas toezicht en handhaving aan op de Omgevingswet.

Aandachtspunten die de RCE benoemd heeft: -

31

Houd rekening met cultureel erfgoed en werelderfgoed (evt. Nieuwe Hollandse Waterlinie); Aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten (verwerkt in de nieuwe archeologische beleidskaart); Houd rekening met de omgeving van beschermde monumenten.

Leg hierin een verband met een eventuele omgevingsvergunningplicht voor landschappen en beeldbepalende/karakteristieke panden. Opgenomen op raadsplanning voor 2021.

50

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.westbetuwe.nl/api/v1/meetings/297/documents/6363