Verslag gemeenteraad 11 maart 2021
Tekst van het document
Voorzitter, dat staat straks in ontwerpomgevingsvisie, daar gaan we het uitgebreid met elkaar over hebben in oktober. Of dat nou al dan niet uitgebreid moet worden of minder uitgebreid, hoe dan ook, maar in oktober gaan we de omgevingsvisie wat ons betreft vaststellen. Op het moment dat het vastgesteld is lijkt me dat eerder een moment waarop je gaat nadenken over waar ga ik dan alternatieven zoeken in het kader van waterberging dan dat ik dat doe, op dit moment, via deze motie. Ik zou dus om die reden, voorzitter, de motie willen ontraden en de discussie met betrekking tot waterberging willen voeren bij de bespreking van omgevingsvisie in oktober. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik mevrouw Blommestein het woord. Er waren wat raadsleden die, zo heb ik het geconcludeerd, ook nog graag van mevrouw Blommestein een toelichting wilden hebben bij de motie. Zij heeft het woord in de tweede termijn, dan kan ze meteen zowel op de opmerkingen van de wethouder, als die van haar collega raadsladen ingaan. Mevrouw Blommestein. Mevrouw Blommestein: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, mevrouw Van Dalen heeft natuurlijk gelijk. We moeten dit zoveel, zo min mogelijk aandacht geven want het is en blijft een onzinnig plan. Vijftien jaar geleden toen we ook in de raad ‘…’ de eerste keer mee kwam vonden wij dat ook al. En toen is het ook afgeschoten.
Het was eigenlijk mijn bedoeling om dat nog even te onderstrepen. Inderdaad, wat de wethouder zegt: een streep erdoor en wat mij betreft ook definitief. En dan toch nog even aandacht vragen voor de waterberging maar de
wethouder zegt: dat we dat met de omgevingsvisie gaan bespreken. Dus, ja, dat was het eigenlijk wat mij betreft, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik of er nog leden van de raad zijn die het woord willen voeren voordat ik het voorstel in stemming breng. Mevrouw Van Dalen wil toch nog wat zeggen. Gaat uw gang, mevrouw Van Dalen, namens de fractie van de VVD. Mevrouw Van Dalen: Yes, dank u wel, voorzitter. Ja, het is misschien niet helemaal duidelijk, maar het lijkt erop of mevrouw Blommestein wil intrekken. Als je dat niet gaat doen, en de uitleg is dus: we willen een extra streep door dit onzinnige plan, dan kunnen we daar bijna niet tegen zijn, want wij vinden het een onzinnig plan. Ik wil nog wel graag zeggen, dat wil ik eigenlijk per interruptie doen, was even mislukt, aan de heer Renzenbrink. Er werden op een gegeven moment toeristische belangen vermengd met belangen in de raad. Ik ben absoluut tegen de Achtergracht. Wij als VVD zijn tegen de Achtergracht, maar diegenen die daar voor zijn, zijn dat niet vanuit een ander belang, want die zijn dat al heel lang en ik vind het geen mooie manier van politiek bedrijven om daar andere belangen bij te vermengen. Dus die wilde ik nog even zeggen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Boom nog, tweede termijn. De heer Boom: Ja, heel kort, voorzitter.
Ik ben scenarioschrijver en ik schrijf verhalen, en ik denk juist dat met het opengraven van de Achtergracht we het verhaal van Weesp schrijven. Dat was het, dank u. De voorzitter: Anderen nog een tweede termijn? Niemand meer? Ik zie geen handjes. De wethouder heeft geen vraag meer gekregen de tweede termijn, dus ik neem aan dat hij ook geen behoefte heeft aan de tweede termijn. De wethouder, ik kijk hem even aan. De heer Vos: Ik hoorde mevrouw Van Dalen een vraag stellen: trekt u die motie nu in, mevrouw Blommestein? Maar daar heb ik nog geen antwoord op gekregen. Mevrouw Blommestein: Nee, ik trek de motie niet in, meneer Vos. De heer Vos: Dan wilde ik uitsluitend toevoegen, voorzitter, dat de ‘onzinnigheid’ van dit plan, als woord mij vervelend overkomt, niet in de laatste plaats omdat ik, zoals u weet, een wat langere geschiedenis heb in deze gemeente en de eerste keer dat ik hoorde van de zijde van de Partij van de Arbeid ‘…’ de Achtergracht te voorzien opnieuw van water, van de zijde van uw voormalig collega de heer Fleming, zo onzinnig kunt u dat niet noemen, voorzitter. Dank u wel.
De voorzitter: Voordat we de geschiedenis van de hele Achtergracht erbij halen zou ik willen voorstellen: ik had mevrouw Blommenstein niet horen zeggen dat ze de motie wilde intrekken, ik snap de vraag van mevrouw Van Dalen wel, maar ik heb niet gehoord, ze heeft er ook niet op gereageerd dus ik was ervan uitgegaan we brengen de motie in stemming en dat gaan we dan nu ook doen. Ik breng de motie in stemming, dat is bij agendapunt 15, de motie onder M 2021/107 Strategie waterberging in Weesp. Ik ben bij de heer Boom. De heer Boom: Lars Boom, van de WSP, stemt tegen deze motie. De voorzitter: Mevrouw Kwakman. Mevrouw Kwakman: Mevrouw Kwakman, van de WSP, stemt tegen deze motie.
De voorzitter: De heer Bierwolf. De heer Bierwolf: Meneer Bierwolf, van de WSP stemt tegen deze motie. De voorzitter: Mevrouw Booij. Mevrouw Booij-van Willigen: Voorzitter, mevrouw Booij, van de WSP, is tegen deze motie. De voorzitter: Mevrouw Hilders. Mevrouw Hilders: Katinka Hilders, CDA, ‘voor’. De voorzitter: De heer Sluyk. De heer Sluyk: Kees Sluyk, CDA, ‘voor’. Ja. De voorzitter: De heer Renzenbrink. De heer Renzenbrink: Jan Renzenbrink, CDA, ‘voor’. De voorzitter: Dan ben ik bij de heer Van der Does. De heer Van der Does: Jan van der Does, van GroenLinks, voor… tegen! Sorry, ‘tegen’. De voorzitter: U kunt uw stem altijd herstellen. De heer Ogier. Mevrouw Ogier: Carin… De voorzitter: Mevrouw Ogier, sorry. Carin Ogier, sorry. Mevrouw Ogier: Dank u wel. Carin Ogier, van GroenLinks, is ‘tegen’. De voorzitter: Dan ben ik bij de heer Pfeiffer. De heer Pfeiffer: De heer Pfeiffer, van GroenLinks, is ook ‘tegen’. De voorzitter: Mevrouw Van Dalen. Mevrouw Van Dalen: Mevrouw Van Dalen, van de VVD Weesp, is ‘voor’. De voorzitter: De heer Rahimi. De heer Rahimi: Voorzitter, ook de heer Rahimi van de VVD is ‘voor’. De voorzitter: En mevrouw Vermeer. Mevrouw Vermeer: Dank u wel, Jolien Vermeer, van de VVD, is ‘voor’. De voorzitter: Mevrouw Ter Kuile.
Mevrouw Ter Kuile: Saskia ter Kuile, van D66, is ‘tegen’. De voorzitter: De heer ’t Hart. De heer ’t Hart: Rob ’t Hart, van D66, is ‘tegen’. De voorzitter: De heer Keesman. De heer Keesman: Bert Keesman, van de Partij van de Arbeid, is ‘voor’. De voorzitter: Mevrouw Blommestein. Mevrouw Blommestein: Anneke Blommestein, Partij van de Arbeid, het zal u niet verbazen, is ‘voor’. De voorzitter: Ja, dat verbaast me niet. Ik kom tot de conclusie dat er 8 stemmen zijn uitgebracht voor het voorstel, de motie, moet ik zeggen, en 9 daartegen. Dus de motie is verworpen. En als ik niet goed geteld heb zal de griffier mij corrigeren, maar ik denk… De griffier: Is correct, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar agendapunt 14, benoeming van een wethouder. 14. Benoeming mevrouw C.B.M. Ogier als wethouder voor de gemeente Weesp De voorzitter: En ik geef het woord aan de heer Van der Does, namens de fractie van GroenLinks. De heer Van der Does: Dank u wel, voorzitter. Geacht college, leden van de raad en toehoorders, en natuurlijk mevrouw Ogier. De raad voor ons onverwachte aftreden van de heer Miden als wethouder, ruim een maand geleden, ben ik blij dat GroenLinks Weesp Carin Ogier als wethouder mag voordragen. Carin Ogier heeft zich als raadslid voor GroenLinks de afgelopen jaren met verve ingezet genoeg voor een groener en socialer Weesp.
Vooral op het gebied van groen beleid en duurzaamheid heeft zij met overtuiging het GroenLinksgeluid laten horen. Ik hoop dan ook dat Karin als zij benoemd wordt in het laatste jaar dat ons nog is, haar expertise, overtuigingskracht en daadkracht zal inzetten om een grote stap te zetten op deze dossiers van groen beleid en duurzaamheid en we zullen natuurlijk altijd de inbreng als raadslid dan missen, maar ik wens Carin nu alvast een goed jaar toe, mocht zij zo meteen verkozen worden. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Wil één van de leden van de raad bij dit voorstel nog het woord? Mevrouw Van Dalen, namens de fractie van de VVD. Mevrouw Van Dalen: Dank u wel, voorzitter. Allereerst willen wij zeggen dat we ons voor Weesp wel een beetje zorgen maken om deze wisseling van wethouder. Het was natuurlijk een interne GroenLinks kwestie die ging om over windmolens en nou is er vandaag iets bekend geworden over de Diemerscheg-windmolens. Dat gebied is gepromoveerd, of je dat zo positief kunt omschrijven, wat ons betreft niet. Naar voorkeurlocatie voor de windmolen. Ik heb begrepen dat we in dit stukje vragen mogen stellen aan de beoogde wethouder. Dus ik heb de volgende vraag voor de beoogde wethouder, of wij hebben de vraag voor de beoogde wethouder.
Kunt u, u heeft namelijk in een GroenLinks-statement gezegd dat er draagvlak moet zijn, dat draagvlak is er niet vanuit Weesp voor de Diemerscheg, dus kunt u hierbij bevestigen dat u alles zal doen om die windmolens tegen te houden? Dat horen wij graag. Dank u wel.
De voorzitter: Anderen nog? Ik ga zo straks mevrouw Ogier straks gelegenheid geven ‘…’. Zijn er nog andere leden van de raad die bij dit agendapunt het woord wensen te voeren? Dat is niet het geval, stel ik vast. Dan geef ik mevrouw Ogier het woord om te reageren op de vraag van mevrouw van Dalen. Het is overigens zo, dat zeg ik erbij, mevrouw Ogier is lid van de raad en u kunt elkaar vragen stellen, dat is toegestaan. Mevrouw Ogier heeft het woord. Mevrouw Ogier: Ja, dank u wel, voorzitter. Nou volgens mij hebben wij inderdaad in de vorige cyclus, heeft de raad een aantal moties in ieder geval ingebracht en heeft de wethouder gezegd dat de zorgen worden overgebracht naar Amsterdam. Dat is inmiddels gebeurd, daar zijn ook brieven naar toegestuurd en wat ik heb begrepen is dat Amsterdam in ieder geval ook de zorgen heeft ontvangen van de Weespers. Ik denk dat heel belangrijk is dat Amsterdam ook in de participatie Weespers daarin meeneemt over de verdere uitwerking van het zoekgebied en dat is ook wat er gaat gebeuren. Dat wou ik daar over zeggen, dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Van Dalen. Mevrouw Van Dalen: Ja, volgens mij gaat het ook over Diemen, voornamelijk. In ieder geval, kan ik hier dus uit concluderen dat u tegen Diemen bewoners bent, voor alle duidelijk, zonder ‘een vosje te doen even’, helder.
De voorzitter: Mevrouw… Mevrouw Ogier: U vraagt: worden die zorgen overgebracht? Nou, volgens mij worden die overgebracht en het is denk ik aan Diemen en Amsterdam om daar ook de besluiten over te nemen en niet aan de wethouder en het college in Weesp, maar de zorgen worden zeker overgebracht. De voorzitter: Daarmee hebben wij deze gedachtewisseling gehad en ga ik verder naar de vervolgstappen die we hier moeten zetten en ik stel vast dat wij een commissie voor het onderzoek van de geloofsbrieven moeten instellen en ik stel u voor die commissie te laten bestaan uit mevrouw Van Dalen, de heer Boom en de heer Keesman. Mag ik aannemen dat u dit voorstel steunt? Dat blijkt het geval, dan stel ik vast dat dat is gebeurd. Vooruitlopend op het besluit wat u neemt, in het licht van de omstandigheden waarin wij verkeren heeft de onderzoekscommissie haar werk gedaan, en ik kijk eventjes naar de voorzitter van de onderzoekscommissie of hij kan de uitkomst van het onderzoek melden. De heer Keesman: Dank u wel, voorzitter… De voorzitter: Meneer Keesman heeft het woord, namens de onderzoekscommissie. De heer Keesman: Ja, dank u wel, voorzitter. Wij hebben inderdaad voorafgaand aan deze vergadering de geloofsbrieven van mevrouw Ogier uitvoerig bestudeerd en volledig in orde bevonden.
Dat wil zeggen dat wij geen enkel beletsel zien in de benoeming van mevrouw Ogier als wethouder voor de gemeente Weesp. Dank u wel. De voorzitter: Als zij zo door de raad wordt gekozen, dat is dan nog eventjes het daarbij behorende voorbehoud. Ik stel u voor, dames en heren, om mevrouw Van Dalen, de heer Boom en de heer Keesman ook te benoemen tot de commissie die de stembrieven gaat tellen. Kunt u daarmee instemmen? Dat is het geval. Dan zijn zij hierbij benoemd. Dan gaan we zo meteen over tot de stemming op de manier zoals dat met u is afgesproken, maar ik maak nog even een paar opmerkingen vooraf. We gaan zo meteen aan de stemming beginnen, dat betekent dat de voorzitter dan de vergadering schorst en u krijgt op enig moment in de loop van
de avond, u weet dan het verdere proces, u krijgt dan in de loop van de avond via de app een berichtje van de griffier dat de voorzitter voornemens is over 5 minuten de vergadering te openen. Op dat ogenblik zal ik 5 minuten na verschijnen van de app de vergadering heropenen, de schorsing opheffen, en dan horen we hoe het met de uitkomst is gegaan. Er ligt een voorgesteld besluit, dat kent u allemaal en ik moet die u nog melden dat op dit ogenblik de vergadering wordt verlaten door mevrouw Kwakman en door de heer Renzenbrink. Zij verlaten de vergadering, zodat wij 15 leden hebben die zullen deelnemen aan de stemming en ik schors de vergadering en u gaat over op de stemming zoals we dat hebben afgesproken. Ik schors de vergadering. Dames en heren, het is 20 uur 43, ik vraag aan de griffier of ik de vergadering kan heropenen. De griffier: Ja voorzitter, alle raadsleden, alle 17, zijn aanwezig. De voorzitter: Dank u wel. Dames en heren, ik heropen de vergadering en ik geef het woord aan de voorzitter van de commissie die de stemming heeft opgemaakt maar voordat ik dat doe zou ik in ieder geval even een opmerking willen herhalen, die zo in de app werd gemaakt door mevrouw Booij, dacht ik, waarin ze zei: bedankt, het is allemaal heel mooi geregeld. Ik denk dat dat een terechte opmerking is.
Ik zou de griffier in ieder geval willen dank zeggen voor datgene wat hij allemaal heeft geregeld en dan vraag ik aan de heer Keesman of het allemaal goed verlopen is. De voorzitter van de telcommissie heeft het woord. De heer Keesman: Dank u wel, voorzitter. De commissie heeft inderdaad vastgesteld dat de stemming naar behoren is verlopen, wat een niet geringe prestatie is onder de huidige omstandigheden, waarvoor ook onze complimenten. Er zijn in totaal vijftien stemmen uitgebracht, twaalf stemmen voor en drie stemmen tegen. Dank u wel. Mevrouw Booij-van Willigen: Microfoon, voorzitter. De heer Keesman: Wij kunnen u nu niet horen. De voorzitter: Nee, dank u wel. Fijn dat u mij erop wijst, ik word er voortdurend op gewezen dat ik hem uit moet zetten en zet ik hem uit, en is het ook weer niet goed. Maar in dit geval was ’t een beetje lastig, dus met andere woorden, ik constateer dat de stemmen zijn uitgebracht en dat er inderdaad voldoende stemmen zijn uitgebracht op mevrouw Ogier. Ik stel voor dat ik haar vraag of zij de benoeming aanvaardt, de raad voor of zij kan instemmen met het voorgestelde besluit. In het voorgestelde besluit in te stemmen met de beëdiging van mevrouw Ogier per direct tot wethouder van de gemeente Weesp met een tijdsbestedingsnorm van 0,85 FTE. Kunt u daarmee instemmen? Mag ik… De heer Boom: Jazeker.
De voorzitter: ‘…’ door het uitbrengen van uw stemmen mee kan instemmen. Dan kan ik zeggen dat mevrouw Ogier daarmee benoemd is tot wethouder en ik wil haar, voordat ik haar de daartoe geldende belofte afneem, vragen of zij die benoeming aanvaardt? Mevrouw Ogier: Dank u wel, voorzitter. Die aanvaard ik zeker en allen hartelijk dank voor het vertrouwen. De voorzitter: Mooi. Dan ga ik nu voorlezen. Normaal moeten we allemaal staan en zo, maar dat is allemaal wat lastig in deze omstandigheden. Ik ga ervanuit dat we dat op deze manier hier doen en dan zal ik de belofte hier voorlezen en dan moet u aan het eind, als ik daarmee klaar ben, antwoorden met: dat verklaar en beloof ik. Mevrouw Ogier, ik lees voor, ik verklaar dat ik, om tot wethouder benoemd te worden, rechtstreeks noch
middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik verklaar en beloof dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik beloof dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als wethouder naar eer en geweten zal vervullen. En uw antwoord daarop is? Mevrouw Ogier: Dat verklaar en beloof ik. De voorzitter: Dank u wel. Nog feliciteer ik u met uw aantreden en benoeming tot wethouder van de gemeente Weesp en ik nodig u uit om aanstaande vrijdag, morgenochtend dus, u moet vroeg beginnen om 9:00 uur, aanwezig te zijn bij de eerste collegevergadering die wij zullen beleggen. Dames en heren, ik constateer dat wij aan het eind gekomen zijn van deze raadsvergadering.… De griffier: Voorzitter… De voorzitter: Ja, ik ben nog niet zo ver. Ik begrijp uw opmerking. Meneer de griffier heeft het woord. De griffier: Er zijn nog bloemen. De voorzitter: Voordat ik dat doe moet ik zeggen dat er ook nog als het goed is ook de heer Renzenbrink mevrouw Kwakman weer hebben aangegeven bij de vergadering aanwezig te zijn. Er zijn nog bloemen. Ja, er zijn nog bloemen. Die moeten dan wel komen, natuurlijk. Er zijn nog bloemen. Ja! Mevrouw Ogier zegt: waar zijn de bloemen? Daar kan ik nu ook even niks aan doen.
De bloemen zijn onderweg, die zijn onderweg. Ik weet hoe het gaat. Ik weet hoe het gaat met die bloemen. Dus we zitten even te wachten. Kijk, daar zijn de bloemen, helemaal goed. Dank jullie wel voor het helpen aanreiken van de bloemen, zou ik willen zeggen. Dat hebben jullie heel mooi gedaan. Dank daarvoor. 16. Sluiting De voorzitter: Dames en heren, wij zijn gekomen bij het einde van deze raadsvergadering. Ik wil u allemaal heel hartelijk danken voor het feit dat u het mogelijk heeft gemaakt om op deze manier over te kunnen gaan tot de verkiezing van de wethouder. U heeft haar los van de organisatie, die ik al gecomplimenteerd heb, allemaal aan bijgedragen dat dat op een hele goede manier heeft kunnen verlopen, ik dank u ervoor. Ik zou willen zeggen: pas goed op jezelf en allen die je dierbaar zijn. Blijf gezond. Ik sluit de vergadering. Mevrouw Booij-van Willigen: Succes, Carin. De griffier: Gefeliciteerd, Carin.