CConstaterende datWeesp
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag gemeenteraad 11 maart 2021

Gemeenteraad 11 maart 2021, gemeente WeespBij agendapunt: Opening en mededelingen13.767 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

TRANSCRIPT VAN DE RAADSVERGADERING VAN GEMEENTE WEESP d.d. 11 maart 2021

1.

Opening en mededelingen De heer Van Engelshoven (griffier): Voorzitter … De heer Van Brochove (voorzitter): Goedenavond. De heer Van Engelshoven: … alle raadsleden zijn aanwezig. De voorzitter: Dank u wel. Goedenavond dames en heren, hartelijk welkom in deze raadsvergadering. Ik heet uiteraard in bijzonder welkom de leden van de gemeenteraad. Dat geldt ook voor de griffier en de medewerker van de griffie. Dat geldt voor alle belangstellenden die op één of andere manier met ons verbonden zijn en met ons meekijken. Ik zou bijna zeggen à la Theo… Dick van Rijn vroeger, waar ook ter wereld ter land, ter zee, of in de lucht, of waar ook ter wereld. Maar in ieder geval, dat kan allemaal. Overal kan men met ons meekijken en meeluisteren en dat geldt natuurlijk ook voor de leden van het college. Wij hebben vanavond een raadsvergadering en we beginnen vanavond vroeg, ook gezien de agenda.

2.

Vragenmoment voor raadsleden De voorzitter: Ik heb daarmee agendapunt 1, de openingen en de mededelingen afgerond en ik ben bij agendapunt 2: het vragenmoment voor raadsleden. Er zijn geen raadsleden die vragen hebben aangemeld.

3.

Beantwoording schriftelijke vragen ex artikel 40 Reglement van Orde De voorzitter: Ik ben vervolgens bij het beantwoorden van schriftelijke vragen ex artikel 40 van het reglement van orde. Er zijn geen vragen ingediend.

4.

Vaststelling agenda De voorzitter: En dan ben ik bij vaststelling van de agenda, geef ik het woord aan de heer Keesman. De heer Keesman: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik zou graag punt 8 van de hamerstukkenlijst willen afhalen, dank u wel. De voorzitter: Punt acht van de hamerstukkenlijst en dat maken we dan agendapunt 13b. En dan ga ik naar mevrouw Blommestein. Mevrouw Blommestein: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik wil graag een motie buiten de agenda indienen. De voorzitter: Dat hebben wij ook genoteerd en dat wordt agendapunt 15. Zijn er nog andere leden van de raad die bij het vaststellen van de agenda een opmerking willen maken? Ik zie niemand. Dan stel ik vast dat we de agenda op deze manier verder gaan afwerken.

Inspreken 5.

Spreekrecht burgers (over onderwerpen op deze agenda) De voorzitter: Ik ben bij het spreekrecht voor burgers, agendapunt 5. Er zijn geen aanmeldingen, dus dit agendapunt kan men als afgedaan beschouwen.

6.

Lijst van ingekomen stukken van 28 januari 2021 tot en met 3 maart 2021 De voorzitter: Dan ben ik bij de lijst van ingekomen stukken van 28 januari 2021 tot en met 3 mei 2001, 3 maart 2021, herstel. Het voorgestelde besluit is: instemmen met afdoeningsvoorstel. Mevrouw Booij-van Willigen: Voorzitter. De voorzitter: Eén van de leden van de raad. Ik kijk eventjes. Ik hoor iemand, maar ik zie nog niet wie dit is. Het is mevrouw Booij, denk ik. Mevrouw Booij-van Willigen: Ja, dank u wel… De voorzitter: Daar zie ik een handje. Mevrouw Booij–van Willigen: Ja… De voorzitter: Gaat uw gang. Mevrouw Booij-van Willigen: De SP wil graag brief 82 van de briefstichting Korenmolen De Vriendschap van de lijst afhalen en die in de commissie behandelen en brief 83 van de vereniging van eigenaren van Aquamarin, die in de commissie behandelen. Dank u wel. De voorzitter: Dat zullen wij doen. Anderen nog bij dit agendapunt? Ik zie verder geen handjes, dat is niet geval. Dan stel ik vast dat we agendapunt 7, ook met elkaar… Nee, agendapunt 6, met elkaar hebben afgehandeld.

7.

Vaststelling verslag van 4 februari 2021 De voorzitter: Dan ben ik bij agendapunt 7, dat is: vaststelling van het verslag van 4 februari 2021. Het voorstel is om dat agendapunt vast te stellen en het verslag daarmee vast te stellen. Dat kunt u mee instemmen, dan hebben we dat besloten.

HAMERSTUKKEN 9.

Zienswijze - Begrotingswijziging Energietransitie regio Gooi en Vechtstreek

10. Verordening tot wijziging Verordening Parkeerbelasting Korte Muiderweg 11. Preventie- en handhavingsplan alcohol en drugs 2021-2024 12. Verantwoording fractiebudgetten 2020 De voorzitter: Dan ben ik bij de hamerstukken en het betreft agendapunten 9, 10, 11 en 12. Ik zal zo meteen nog even aangeven wat de precieze onderwerpen zijn, maar u heeft allen aangegeven dat u over dat onderwerp verder langs één lijn kan stemmen, dan hamer ik dat in één keer af. Het betreft de begrotingswijziging energietransitie regio Gooi en Vechtstreek, de verordening tot wijziging verordening parkeerbelasting Korte Muiderweg, de Preventie en Handhavingsplan alcohol en drugs 2021 – 2024 en de verantwoording van het fractiebudget 2020. Hiermee zijn deze agendapunten vastgesteld. BESPREEKSTUKKEN 13a. Wijziging ruimtelijk kader Prinses Irenelaan De voorzitter: Dan ben ik bij de bespreekagenda en dat is de wijziging van het ruimtelijk kader van de Prinses Irenelaan en ik geef het woord aan, even kijken, onder andere, denk ik, mevrouw Van Galen… Mevrouw Vermeer, van de fractie van de VVD. Mevrouw Vermeer, u hebt het woord. Mevrouw Vermeer: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik wilde als eerste beginnen met een stukje in het Weespernieuws, daarin staat dat de raad er geen probleem mee heeft en zoals de plannen nu ligt heeft de gemeenteraad daar niets tegen. ‘…’ rechtzetten.

Nou ja, zowel D66, WSP en PvdA, hadden opmerkingen bij de gang van het proces en het CDA heeft ook duidelijk aangegeven bedenkingen te hebben over het proces, ‘…’ ook ‘…’ over het geluid van de verbouwing en het geluid van de school. En ik kan voor WSP… VVD Weesp spreken als ik zeg dat we het een heel lastig punt vinden. En dat is voornamelijk om de wethouder Vos. Zijn woorden waren: er komt geen extra bouwlaag bovenop maar een kapje. Nou, kapje, dat zou niet heel significant moeten zijn maar na mijn vraag hoe hoog het kapje is bleek dat het om 3 meter gaat. Het lijkt er gewoon op dat er met verkleinwoorden proberen de raad naar hun hand te zetten en ik vind dat een kwalijke zaak. Het is niet de eerste keer natuurlijk dat we hier een soort van Babylonische spraakverwarring hebben. Hoe de kaders van de raad hier opzijgeschoven worden zou voor ons echt een reden kunnen zijn om tegen dit plan te stemmen, of nou ja, tegen de wijziging van de kaders, laat ik dat zeggen. En natuurlijk de hoogte van de woningen an sich, die worden met 3 meter verhoogd. Het zorgt ervoor dat de woningen duurder verkocht kunnen worden en dat geeft een financieel profijt aan de projectontwikkelaar. Maar wat hebben we daar als Weespers aan? Het levert geen extra woningen op en het benadeelt enkel het beeld van de wijk.

Maar goed, natuurlijk moeten wij naar het hele plaatje kijken en voornamelijk naar het belang voor Weesp. Het is namelijk niet in het belang van Weesp om dit plan van tafel te halen omdat de wethouder niet binnen de lijntjes kleurt. Weespers hebben dringend woningen nodig en betaalbare woningen. Daarin voorziet het plan. En omdat deze behoefte zo urgent is hebben wij besloten om akkoord te gaan met het wijzigen van de kaders zodat de bouw van deze woningen doorgezet kon worden. Maar willen toch echt heel sterk duidelijk laten zijn dat wij deze gang van zaken echt niet goed vinden. Dankjewel.

De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Hilders, namens de fractie van het CDA. Mevrouw Hilders: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, voor ons ligt het raadsvoorstel wijziging ruimtelijk kader Prinses Irenelaan. Onze fractie hecht eraan dat raadsvoorstellen deugen. Een van de elementen daarvan is duidelijkheid want alleen dan het daaropvolgende besluit ook duidelijk zijn. Dit raadsvoorstel bevat onduidelijkheid. Want het bevat twee lezingen van het besluit 13 november 2017. Onder de kop ‘context en kaders’ staat de tekst van het voorgestelde besluit uit 2017 als die van het genomen besluit gepresenteerd. Op deze context en kaders is nu het voorgestelde raadsbesluit gefundeerd. Onder de bijlage die bij dit raadsvoorstel zijn gevoegd zit het op 13 november 2017 genomen besluit. Wij begrijpen niet waarom het college deze verwarrende toestand heeft geschapen en ook naar de commissie SOB handhaaft. Wij vinden dit zeer ongewenst. Voorzitter, het is duidelijk dat de CDA-fractie niet gecharmeerd is van wijzigingen van de ruimtelijke kaders bij het project Rabobank aan de Irenelaan. Wij blijven van mening dat de kaders die in 2017 duidelijk zijn met goede redenen om de kaders zo vast te stellen.

Van de e-mail die de CDA-fractie afgelopen week kreeg van de projectontwikkelaar, met daarin de waarschuwing dat de tekenkosten heel hoog gingen worden, kunnen wij niet onder de indruk zijn. Het is heel simpel: als je niet tekent binnen de kaders, dan neem je het risico dat het geld gaat kosten. Of heeft de projectontwikkelaar al eerder overlegd met de wethouder dat kaders in Weesp vaak van elastiek zijn? En dat er bij bouwen goed buiten de lijntjes gekleurd mag worden. Hee, weer die lijntjes. Voorzitter, nog een onhelder punt: de ingang van de parkeergarage. Kan het college toezeggen dat de inrit van de parkeergarage op het bouwvlak van de Rabobank komt te liggen? En niet loopt over de gemeentegrond die groen zal blijven? De open plek naast het huidige parkeerterrein van de Rabobank werd de ingang van de sportzaal en het groen dat eigendom is van de gemeente. In 2017 was de raad van mening dat alleen verstening niet goed is voor de leefbaarheid van Weesp en dat het aangrenzende gemeenteterrein open en groen moet blijven. In het nu liggende planvoorstel zie je ook dat de ingang van de parkeergarage gaat over dit stuk, naast het perceel van de Rabobank. Een kassa van het project staat dus op het perceel van de Rabobank en de inrit om dit te faciliteren lijkt een koste gaan van de open ruimte naast de scholen en naast het perceel van de Rabobank.

Dat de wethouder dit ontkende in de commissievergadering verbaast ons niet. De vraag is of de wethouder kan garanderen dat de inrit van de parkeergarage niet op het gemeenteterrein gaat komen. Het is wel zo dat wij wat aarzelend zijn over welke toezegging dan ook. Want als je kunt verdedigen dat pergola’s met klimop gedefinieerd kunnen worden als robuust groen, dan is er weinig vertrouwen dat het streven naar een groen grasveld, in plaats van rode bakstenen, verdedigd wordt bij weer een anterieure overeenkomst met een projectontwikkelaar. De wethouder gaf aan in de commissie dat het CDA het verkeerd zag, maar de teksten in de raadsbesluiten en de raadsvoorstellen zijn door iedereen te lezen. Een kadasterlijnen en perceelgrenzen zijn ook terug te vinden als openbare gegevens. De kaders spreken over een combinatie van eengezinshuizen en appartementen. Voorzitter, dat is bedacht om een natuurlijke overgang te krijgen richting de Van Houtenlaan. De Prinses Amaliahof is bij de kaderstelling voorgesteld als referentiekader voor de ontwikkeling van het project Prinses Irenelaan. Ook de Prinses Amaliahof heeft appartementen en aan de rand, de kant van de ING Bank, een aantal eengezinshuizen, die de overgang aantrekkelijker maken van nieuwe bebouwing naar oude bebouwing.

Die kaders zijn niet voor niets bedacht en ik heb geen enkel argument gehoord waarom deze kaders vanuit het gemeentebelang niet gerespecteerd zouden kunnen worden. Alleen dat het ongunstig is voor de projectontwikkelaar, maar dat is niet vreemd. Graag hoor ik van de wethouder of die argumenten er wel zijn. Tenslotte, hebben we ook nog even gezocht naar de betekenis van eengezinshuis. In de begrippenlijst van het Centraal Bureau voor de Statistiek staat onder betekenis en definitie: elke woning die tevens een geheel pand vormt. Hieronder vallen vrijstaande woningen, aaneengebouwde woningen, zoals twee-onder-één-kap-gebouwde, hele huizen, boerderijen met woningen, en voorts alle rijenhuizen. Voorzitter, daar is geen woord Spaans bij en hier valt in elk geval niet het gedachtespinsel onder ‘een appartement waar een gezin woont’. Daarom de vraag: waarom

ontneemt het college met dit gewijzigde voorstel Weesp opeens een aantal eengezinswoningen? Graag heldere argumenten. Voorzitter, wij blijven kritisch en tegen aanpassingen van de kaders, ondanks dat bouwen belangrijk is en zeker in de betaalbare sector. Maar alleen een stad met stenen is ook ongezond. Vandaar dat we erg hechten aan kaders en uitgangspunten die de leefbaarheid voor de Weespers voor een lange periode veilig moeten stellen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Hilders. En dan is nu het woord aan de heer Boom, namens de fractie van de WSP. De heer Boom: Ja, voorzitter, ik ben even teruggaan naar het verleden, te weten 2017, toen er ook een tekening was waar we allemaal ons jawoord aan hebben gegeven. Ook toen was de vierde verdieping voorzien van een soort hoedje, ik zal ‘m voor de duidelijkheid even ‘pet’ noemen, want een schuine hoed en een aantal hadden zo’n klein hoedje, maar wat minder schuin. Het verschil is nu dat er op die vierde verdieping, waar men zegt: ‘dit wordt 3 meter hoog’. Nee, dat blijft één verdieping, dat is geen extra verdieping namelijk, het is namelijk een verdieping met eigenlijk een puntmuts vergeleken bij de vorige tekening, toen was de vierde verdieping voorzien van een pet.

Dus er is eigenlijk geen verschil, misschien hooguit, maar dat zou je misschien moeten vragen, want de meters kan ik niet goed uitrekenen, misschien een verschil van 80 cm, en dan hebben we het letterlijk over het hoogste puntje van de punthoed. In die vorige tekeningen waren de eengezinswoningen vooral getekend op de plek waar toen het grasveld stond, waar we toen samen met het CDA en andere partijen een amendement of motie hebben ingediend, waarin we zeiden: ‘dit moet absoluut groen blijven’. Dat je zegt van ‘maar eengezinswoningen’, ik snap de uitleg die mevrouw van de Wetering… Hilders deed helemaal, hè, Katinka, Van de Wetering, Hilders, deed, en ik snap die uitleg, maar in een appartement kan namelijk ook een gezin wonen. Dus ik vind het eigenlijk meer een semantische discussie dan dat het echt recht doet aan de kwaliteit van het plan waar we hele goede woningen. Een hierbij wil ik het even laten, maar heb nog één vraagje aan de wethouder: namelijk de ingezonden brief van de bouwer, meneer… ben even de naam kwijt, die had het over dat ze dus heel veel voorrang geven aan Weespers voor deze huizen, die dus eigenlijk door een private partij gebouwd geworden.

Mijn vraag is: zitten dit soort afspraken in de anterieure overeenkomsten? Of is het zo dat als wij aan de wethouder vragen ‘wethouder, alstublieft, ga met elke private partijen in gesprek en zorg ervoor dat Weespers voorrang krijgen op de door u te bouwen woningen’. Dit was het, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, dan is nu het woord aan de heer Keesman, namens de fractie van de Partij van de Arbeid. De heer Keesman: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, nou, wij hebben natuurlijk hier ook al het nodige over gezegd in de commissie, al met al is dit niet fraai natuurlijk qua proces, want we willen geenszins de indruk wekken dat er met de kaders van de raad van Weesp te marchanderen valt en je zou dat zo wel kunnen interpreteren, hoewel het er ook op lijkt dat er wederzijds, ja, misschien interpretatiefouten zijn gemaakt, of echte fouten zijn gemaakt, we zullen het misschien nooit weten. Over een andere kant, het proces is niet fraai. De bebouwing vinden wij nog steeds nog steeds wel fraai en, nou ja, het feit dat er sociale woningen komen is voor ons natuurlijk heel belangrijk en wat ons betreft, ik herhaal het nog maar even, maken wij dan graag de deal met de ontwikkelaar.

Wij accepteren dat u buiten de lijntjes heeft gekleurd en accepteert u dan dat sociale woningen ook echt sociale woningen heten? Daar hebben wij ons eigenlijk zeer aan gestoord dat ze niet zo genoemd zullen worden, maar ze zijn het wel, we zijn blij dat ze er komen, noem ze ook zo. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, dan is nu het woord aan de heer ‘t Hart, namens de fractie van D66.

De heer ’t Hart: Dank u wel, voorzitter. Je kan natuurlijk over het proces van mening verschillen, of het goed of fout is gegaan, dan laat ik maar even in het midden. Je kan ook over de interpretatie van dit verhaal zeggen ‘…’. Waar het om gaat is: is dit plan zoals het er nu ligt acceptabel? En natuurlijk moet we niet van de kaders afwijken, maar mijn fractie vindt deze afwijking niet significant groot, zeg maar, om te zeggen van ‘ja, dan moet je het op zich ook niet doen’, want waar gaat het om? Ten eerste, de bewoners in de omgeving hebben geen bezwaar gemaakt. Ik woon er zelf naast, ik heb nooit wat van mijn medebewoners en ook mijn omgeving gehoord dat ze hier problemen hadden. Sterker nog, ze vinden het een aanwinst voor de Prinses Irenelaan. Dat wordt op zich ook wel genoemd, dat is op zich natuurlijk het visitekaartje van de gemeente bij de binnenkomst. Ik denk als je de tekeningen en visualisatie ziet, dat het echt een aanwinst is van de Prinses Irenelaan. Het tweede punt is, wat men natuurlijk ook niet onbelangrijk vinden, maar de voorgaande sprekers hebben dat ook al genoemd, het aantal sociale huurwoningen, en ik heb inmiddels begrepen van de heer Segers in zijn brief dat hij toezegt dat bij voorrang de Weespers, zeg maar, zullen helpen die daarvoor in aanmerking komen. Nou, is op zich een heel belangrijke toezegging.

Een ander punt, als je kijkt naar het stedenbouwkundig verhaal, natuurlijk is gezegd van ‘er moet aansluiting zoeken bij het Amaliahof’, dat gaat inderdaad over een kapje, of een kap, zoals je dat wil noemen, maar als je naar de omgeving kijkt, naar de overkant, waar wat ideeën en wat plannen zijn uitgewerkt al, ‘…’, dan zie je daar dat er veel hogere flatgebouwen komen te staan. Dus ik denk van, ja, beetje, dit al met al een plan is wat heel goed verdedigbaar is, waarvan ik denk: ja, het is gelopen zoals het is, maar laten we vooral zorgen dat heel snel die vergunning afgegeven wordt, zodat met de bouw gestart kan worden. En een aantal woningzoekenden, althans mensen die voor een sociale huurwoning in aanmerking komen, laten die inderdaad daar ook mooi gaan wonen. Dat was het, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, meneer ’t Hart. Dan geef ik nu het woord aan de heer Pfeiffer, namens de fractie van GroenLinks. De heer Pfeiffer: Ja, dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ik denk dat wij wel iets unieks gaan meemaken, ik heb het wel eens een tijdsbeeld genoemd. Wij gaan zien dat een gebouw dat amper 20 jaar oud is, dat is de Rabobank, met veel marmer, en eigenlijk het oude bankwezen voorspiegelt zoals wij dat jaren hebben gekend, met grote deftige kantoren, uit ons straatbeeld zal gaan verdwijnen. De Rabobank zal niet de eerste bank zijn en niet de laatste bank zijn die verdwijnt.

Ik denk dat de ING Bank hetzelfde lot zal ondergaan, op de hoek van de Prinses Irenelaan en Buitenveer. Op zich wel een interessante conclusie. Voorzitter, wij hebben natuurlijk binnen onze partij hiernaar gekeken, ook binnen onze partij, wij vinden niet dat dit de schoonheidsprijs verdient zoals het gegaan is. Maar ik denk dat we ons ook moeten realiseren, ook als raad, dat we in een overgangsfase zitten, we zitten in een transitie periode, waarin we een heleboel dingen aan het overdragen zijn, het ambtelijk apparaat is van onszelf naar Amsterdam gegaan, de welstandscommissie hebben we ondertussen ondergebracht bij Amsterdam. Ik denk dat we enige, nou ja, randverschijnselen, zoals we dat maar moeten noemen, daarin moeten accepteren. Ik denk ook niet dat dit dossier, dat dit dossier het laatste daarin is. Er is geen kwaad willendheid, volgens mij in het spel en ik denk dat het belangrijkste is. Toen ik het betoog van mevrouw Vermeer hoorde, toen vroeg ik mij af of ze weer bij haar oude partij was, eigenlijk. Want het ging heel erg richting Weespers eerst, we moeten op de markt sturen, maar gelukkig op het laatste moment trok ze toch de liberale kant er weer bij en liet ze het aan de markt over. Ik ben blij dat de VVD in beginsel het plan nu verder kan steunen. Mevrouw Hilders maakt twee interessante punten.

Ik ben ook wel benieuwd naar de ingang van de parkeergarage, ik ben benieuwd hoe het college dat ziet. Is dat iets waar wij invloed op hebben, als iemand een parkeergarage-uitgang naast de ‘…’, is er dan zoiets als een aansluitplicht misschien? Moeten wij dan zorgen dat dat op de openbare weg uitkomt? Liefst zien wij dat natuurlijk ook gewoon op eigen terrein. Mevrouw Hilders, van het tweede interessante punt, zij zei dat zij

eengezinswoningen mist in dit plan. Ik mis ze helemaal niet, eigenlijk. We zijn de hele polder aan het volbouwen met eengezinswoningen, dat worden er ongeveer 2500, als ik het zo even uit mijn hoofd zeg. Het lijkt me juist heel goed dat hier appartement komen en dat hier we hier deze keer geen eengezinswoningen bouwen, want ik denk dat er heel veel behoefte is aan de zorgappartementen en sociale woningen die er in komen en wat mij betreft is dat ook zo dicht bij het centrum, heeft dat de voorkeur. Dan kunnen we de rest van de eengezinswoningen gewoon in Weesperssluis gaan bouwen. Verder kwam ik nog op enige teleurstelling uit vandaag, naar het blijkt is Ymere helemaal niet zo happig met het toevoegen van sociale woningen. Ik dacht altijd dat het heel makkelijk zou zijn, dat als je sociale woningen zou bouwen, dat je ze dan allemaal bij Ymere zou kunnen aanbieden mogelijk, maar Ymere is daar kritisch in, naar ik nu begrijp en is het helemaal niet zo simpel om te stellen dat je zomaar sociale woningen aan je sociale woningenvoorraad kunt toevoegen. Ik ben erg blij met de toezeggingen van ontwikkelaars dat zij zullen kijken bij de verdeling van de woningen, om die zoveel mogelijk aan Weespers te laten vrijvallen. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan denk ik dat ik gekomen ben aan het eind van de eerste termijn van de kant van de raad.

Volgens mij hebben alle fracties het woord gevoerd en ga ik naar wethouder Vos. Hij zal namens het college antwoorden geven in de eerste termijn. De heer Vos: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, waar het om gaat dat is het aanpassen van kaders. En het aanpassen van de kaders is niet omdat we denken ‘het moet in één keer anders’ of ‘het moet veranderd worden’. Nee, deze aanpassing is het gevolg, één van de leden zei het al, is het gevolg van een verschil in interpretatie. Ons ambtenarencorps heeft in het verleden nagedacht over en hoe kunnen we aan de kaders voldoen en laten we zeggen, er zijn wat tekeningen gemaakt met kap, ik zal bewust het woord kapje niet meer gebruiken, voorzitter, met kap. Dan gaat de discussie ontstaan: betekent vier woonlagen met een kap erop? Is dat dan inclusief een kap of niet inclusief een kap? Op het moment dat de Amsterdamse ambtenaren de taak hebben overgenomen van de Weesper ambtenaren werd in elk geval duidelijk dat het bij hen onduidelijk was wat er nu precies mee bedoeld werd en het enige wat wij thans vragen, dat is ervoor te zorgen dat er geen onduidelijkheid meer is over die kaders en dat we de helderheid kunnen verschaffen in de richting van het plan dat deze helderheid omvat: vier bouwlagen, en dat die helderheid omvat, een kapje.

En dat die kap onderdeel uitmaakt van de vierde bouwlaag, maar dat die kap boven op de vierde bouwlaag staat. En of die nou 3 meter is, of 2,97 m, of 2,40 m, voorzitter, dat is in de kaders niet duidelijk tot uiting gekomen. Daar kun je natuurlijk zeggen, kan een projectontwikkelaar, maar kunnen ook onze ambtenaren, rustig nadenken over een eigen interpretatie als dat niet duidelijk is meegegeven. Kortom, voorzitter, dat is waar in feite om gaat. Die duidelijkheid moet nog verkregen worden omdat we in het kader van de procedure die duidelijkheid nodig hebben. Voorzitter, dan is een vraag gesteld met betrekking tot de gemeentegrond en de parkeergarage. Ik weet niet op dit moment of wij een overeenstemming hebben bereikt met de projectontwikkelaar over de ingebruikname van een stuk van de gemeentegrond, of de verkoop van een stuk van de gemeentegrond aan de projectontwikkelaar met het doel een parkeergarage van een inrit te voorzien over een deel van de gemeentegrond. Ik kan het op dit moment ook niet nakijken, heb ik zojuist gecheckt, dus ik zal het op dit moment even in het midden moeten laten, maar ik zal daar onderzoek naar doen om te kijken of dat nodig is. In het kader van de kaderstelling, voorzitter, weet u, is dat op dit moment niet relevant. En over de definitie van eengezinshuis, voorzitter, daar kun je natuurlijk ook weer over discussiëren.

Er kan rustig een definitie gegeven worden. De definitie in ieder geval die gegeven is, is misschien niet een kwestie van ‘ik moet die definitie accepteren’, maar is een kwestie van ‘hoe ga ik met de interpretatie om’. Je zou, zoals meneer Boom inderdaad aangeeft, rustig kunnen zeggen dat een appartement ook bedoeld kan zijn voor het huisvesten van een gezin. Meneer Boom had het over tekening met een 4 met een petje, in plaats van een hoedje. Ik vind het prima, die heeft vooral ook gevraagd naar de ingezonden brief van de bouwer, in het bijzonder met betrekking

op de woningverdeling. De bouwer heeft in ieder geval in zijn brief aangeven, u heeft dat allemaal kunnen lezen, dat voor zover dat past in de wettelijke mogelijkheden, Weespers of mensen met een Weesper verbinding, voorrang krijgen boven anderen. En daar gaan we de bouwer natuurlijk graag aan houden, dat staat ook in onze anterieure overeenkomst en vervolgens moet u zich voorstellen dat wij in alle andere anterieure overeenkomsten waar een dergelijke, nou ja, zeg maar, bepaling hebben, natuurlijk de bereidheid hebben en natuurlijk ook zullen inzetten op voorrang ten behoeve van Weespers. Want dat is het beleid dat we immers altijd gekozen hebben en dat staat ook in ons coalitieakkoord dat we zoveel mogelijk streven daarnaar. Met andere woorden, we proberen zo goed mogelijk uit te voeren en u moet zich daarbij voorstellen dat we de wettelijke kaders daar moeten volgen. U begrijpt omdat wij koopwoningen bijvoorbeeld niet aan Weespers via voorrang mogen verkopen, althans u mocht dat niet bedingen.

Of wij al dan niet buiten de lijntjes kleuren blijft een kwestie van interpretatie en ik ben ervan overtuigd dat ambtelijk geredeneerd dat met de beste bedoelingen is gedaan en niet met het idee van laten we nu maar eens even kijken of we buiten de lijntjes kunnen kleuren, er wordt gewoon gekeken naar hoe kan het resultaat het beste zijn op deze plek voor datgene wat de raad als kaders heeft gesteld. En meneer ’t Hart heeft gelijk: er zijn geen bezwaren gemaakt, althans bij mij niet bekend, van de bewoners in de onmiddellijke omgeving, en om te voorkomen dat het gevoel zou bestaan dat misschien de participatie niet maximaal was geweest wanneer we de kappen niet hadden meegenomen, is zelfs nog in de buurt gevraagd: ‘als u mogelijk bezwaren zou hebben, of hij zou zich willen uitlaten, dan kunt u nog tijdens de commissievergadering van afgelopen week daar uw woordje over doen in de commissie’. Voorzitter, … De voorzitter: Ik onderbreek u even. Ik zie dat mevrouw Hilders ‘…’. Mevrouw Hilders, ik zag een handje, maar u wil een vraag stellen? Mevrouw Hilders: Dat klopt, voorzitter. Nou, ik vraag me af of het niet verstandig is of de wethouder geen antwoord kan geven waar de inrit komt, of het niet verstandig is om dit even uit te stellen, tot hij wel antwoord kan geven waar de inrit komt.

De voorzitter: Ik denk dat de wethouder daar zo meteen op kan ingaan, als hij zo meteen even in zijn berichten kijkt, dan kan hij daar waarschijnlijk op ingaan. De wethouder vervolgt zijn ‘…’ termijn. De heer Vos: Dank u wel. Ik was aan het einde gekomen van mijn termijn, voorzitter, of in ieder geval de beantwoording. Ik denk dat ik alles besproken heb… De voorzitter: En als ik u vraag even naar de berichten te kijken, heeft u dan een antwoord waar de inrit komt? De heer Vos: De inrit is gesitueerd aan de Talmastraat, maar dat betekent nog niet dat ik hiervandaan kan waarnemen of dat wel of niet over een stukje grond van de gemeente gaat. De voorzitter: Oké. De heer Vos: Dank u wel. De voorzitter: Dan kijk ik even naar de behoefte van de tweede termijn van de kant van de raad. Kijk even wie er behoefte heeft aan de tweede kant. Dat is niet mevrouw Vermeer, zie ik. Dat is de heer Keesman, namens de fractie van de Partij van de Arbeid.

De heer Keesman: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, één klein dingetje. De wethouder die vraagt of er buiten de lijntjes gekleurd is, en lijkt dat niet zo te vinden, maar als dat niet zo was dan zaten we hier niet met dit voorstel, natuurlijk. Dus mijn punt is: er is buiten de lijntjes gekleurd en daarom zitten we nu met het voorstel, daar kunnen we het mee eens zijn of niet, maar dat wil ik wel even vaststellen, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, dan ga ik naar de heer Pfeiffer. GroenLinks. De heer Pfeiffer: Dank u wel, voorzitter. Meneer Pfeiffer zat even heel erg snel op Google Maps te kijken hoe dat dan zit met een parkeergarage, want daar was ik zelf eigenlijk ook wel benieuwd naar. Als de wethouder kan toezeggen dat dat dat inderdaad aan de kant van de Talmastraat gebeurt, dan is dat voor ons geen enkel probleem, want wij kijken ook wel even een beetje bezorgd over het groene strookje achter de scholen, dat daar niet nog meer van af geknibbeld wordt, dus ik hoor graag inderdaad van de wethouder nog even dan straks, ja, eigenlijk zei hij het al, maar dat hij nu niet ontkent dat hij zei dat hij aan de Talmastraat is gesitueerd.

Voor de rest, voorzitter: laten wij dat zo zeggen dat wij blij zijn, dat er sociale woningen bijkomen, dat er middelhuurwoningen bijkomen, dat er zorgappartementen bijkomen, dat we dit nu eens eindelijk gaan doen, dat er gebouwd gaat worden voor Weespers, dat er gebouwd gaat worden voor mensen die dat nodig hebben en die al zo lang in Weesp op de wachtlijst staan. En wij hopen, en wensen vooral, de ontwikkelaar veel voorspoedigheid toe met het bouwplan dat er toch alweer even voortduurt. Dank u wel. De voorzitter: Dan is nu mevrouw Hilders, namens de fractie van het CDA. Mevrouw Hilders: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ik begreep tijdens de commissievergadering dat we onze wensen konden aangeven aan de wethouder voor de invulling van het gemeentegroen op de Irenelaan. Dat is mooi, maar misschien moeten we niet onze stokpaardjes berijden zoals meer bomen vragen, maar het neerleggen in de buurt. We hebben een wethouder Participatie, nog wel, laat de buurt zelf aangeven hoe zij het groen het liefst ingevuld zien. En nog even over het voorstel dat voorligt, voorzitter.

Wat hebben onze vergaderingen voor zin als de wethouder niet uitvoert wat de raad van hem vraagt? Wat heeft het voor zin om kaders te stellen en daarna bij te stellen zodat de plannen van de projectontwikkelaars in nieuwe kaders passen? Heeft dit nu te maken met gebrek aan bestuurskracht? Wat onze fractie betreft zijn de kaders goed zoals de raad ze in 2017 heeft vastgesteld en we gaan niet instemmen met het aanpassen van deze nieuwe kaders. De voorzitter: Zag ik dat meneer Pfeiffer daar nog een opmerking wilde maken, of stond zijn handje nog gewoon omhoog op het verkeerde punt? De heer Pfeiffer: Dank u wel, voorzitter. De heer Pfeiffer wil inderdaad een opmerking maken, hij wilde eigenlijk net zeggen: laat maar zitten. Ik wilde mevrouw Hilders interrumperen dat ik het juist heel keurig vind dat de wethouder erachter komt dat de kaders knellen, dat hij terugkomt naar ons. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Hilders, had u uw betoog afgerond? U was gekomen bij de conclusie dat u niet met het voorstel wilde instemmen. Mevrouw Hilders: Nou, verder lijkt me niet te veel te zeggen hierover. Nee, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan zie ik ook geen andere leden van de raad die hierbij het woord willen voeren, ga ik naar de wethouder. Heeft hij in de tweede termijn nog een opmerking?

De heer Vos: Ja, voorzitter, dat ik bevestigd heb gekregen dat de inrit is gesitueerd aan de Talmastraat, even in de richting van meneer Pfeiffer. Dat is één. Buiten de lijntjes kleuren, even in de richting van de heer Keesman, buiten de lijntjes kleuren is natuurlijk iets wat niet gangbaar is, dat zou je eigenlijk niet moeten doen, het is in ieder geval niet netjes. Op het moment dat de lijnen echter niet heel donkerzwart zijn en helder zijn weergegeven, maar daar interpretatie inzit, weet je dus ook niet of je buiten de lijntjes kleurt of dat je, op basis van de kleuren, die het bouwplan heeft gegeven, de lijntjes zodanig duidelijk zouden moeten geven weergeven, dat je nog binnen de lijntjes blijft. Dat vraag ik me eigenlijk te doen: maakt u het plan passend binnen de lijnen die op een lijnpunt aanpast aan datgene wat misschien de bedoeling was, waarbij in ieder geval duidelijk moet worden in de richting van de projectontwikkelaar. De voorzitter: De heer Keesman… De heer Vos: Voorzitter… De voorzitter: De heer Keesman. De heer Keesman: Ja, zou de wethouder gewoon zonder verdere omhaal willen toegeven dat er met het aanvankelijke plan buiten de lijntjes is gekleurd. Ik denk dat we daar dan uiteindelijk geen moeite mee zullen hebben, maar ik stel het wel op prijs. Dank u. De voorzitter: De wethouder.

De heer Vos: Ik kan alleen maar herhalen wat ik zojuist gezegd heb gezegd over die lijntjes, voorzitter. De voorzitter: ‘…’. De heer Vos: Wat zegt u? De voorzitter: Nee, nee, ik zei niks. De heer Vos: Ten aanzien van de opmerking van mevrouw Hilders dat de buurt goed kan aangeven hoe groen en met welk groen kan worden ingevuld, u weet dat ik de commissie heb gezegd dat ik met de wethouder van Groen daar overleg zou gaan voeren, en dat ga ik ook doen. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, dan denk ik dat ik aan het einde ben gekomen van de behandeling in twee termijnen van dit voorstel en dat ik over kan gaan tot de stemming. Dat ga ik doen op de bekende manier zoals we die in het verleden hebben afgesproken. En dan begin ik netjes bovenaan mijn stemmingslijstje, die ik hier zo keurig door de medewerker van de griffie aangereikt heb gekregen. Ik begin bij de heer Boom. De heer Boom: Voorzitter, hier de heer Boom van de WSP, en hij stemt ‘voor’. De voorzitter: Mevrouw Kwakman. Mevrouw Kwakman: Mevrouw Kwakman, van de WSP, stemt ‘voor’. De voorzitter: De heer Bierwolf. De heer Bierwolf: Meneer Bierwolf, voorzitter, van de WSP stemt ook ‘voor’.

De voorzitter: Dan ben ik bij mevrouw Booij. Mevrouw Booij-van Willigen: Voorzitter, mevrouw Booij, van de WSP, stemt ‘voor’. De voorzitter: Dank u wel. Dan ben ik bij mevrouw Hilders. Mevrouw Hilders: Katinka Hilders, CDA, ‘tegen’. De voorzitter: Dan ben ik bij de heer Sluyk. De heer Sluyk: Kees Sluyk, CDA, stemt ‘tegen’. De voorzitter: Dan ben ik bij de heer Renzenbrink. De heer Renzenbrink: De heer Renzenbrink, CDA, ‘tegen’. De voorzitter: Dan ben ik bij de heer Van der Does. Meneer Van der Does speelt wat met z’n geluid, maar ik hoor nu… Uw geluid staat gewoon aan hoor. De heer Van der Does: Oh, dat zie ik niet op mijn scherm. Ik stem ‘voor’. Jan van der Does, van GroenLinks, stemt ‘voor’. De voorzitter: Dan ben ik bij mevrouw Ogier. Mevrouw Ogier: Carin Ogier, van GroenLinks, stemt ‘voor’. De voorzitter: Dan ben ik bij de heer Pfeiffer. De heer Pfeiffer: De heer Pfeiffer, ook van de fractie van GroenLinks, stemt ‘voor’. De voorzitter: Dan ben ik bij mevrouw Van Dalen. Mevrouw Van Dalen: Mevrouw Van Dalen, van de VVD Weesp, is ‘voor’. De voorzitter: Dan ben ik bij de heer Rahimi. De heer Rahimi: Voorzitter, ook de heer Rahimi is ‘voor’. De voorzitter: Dan ben ik bij mevrouw Vermeer. Mevrouw Vermeer: Voorzitter, Jolien Vermeer, van de VVD, is ‘voor’. De voorzitter: Dan ben ik bij mevrouw Ter Kuile. Mevrouw Ter Kuile: Saskia ter Kuile, van D66, is ‘voor’.

De voorzitter: De heer ’t Hart. De heer ’t Hart: Voorzitter, Rob ’t Hart, D66, is ‘voor’.

De voorzitter: Dan ben ik bij de heer Keesman. De heer Keesman: Voorzitter, Bert Keesman, van de Partij van de Arbeid, is ‘voor’. De voorzitter: Dan ben ik bij mevrouw Blommestein. Mevrouw Blommestein: Anneke Blommestein, Partij van de Arbeid, ‘voor’. De voorzitter: Dank u wel. Dan zijn de 17 stemmen uitgebracht, waarvan 3 tegen en 14 voor. Dus het voorstel is aangenomen. 13b. De hoogte van de woning garantie van eerste koop - Nijverheidslaan 14 De voorzitter: Dan ben ik bij agendapunt 13b: de Nijverheidslaan. Ik geef het woord aan de heer Keesman, namens de fractie van de Partij van de Arbeid. De heer Keesman: Ja, dank u wel, voorzitter. Wij hebben dit van de hamerstukkenlijst gehaald en daar hebben we een reden voor. Er is toch nog een puntje wat we aan de orde zouden willen stellen en dat is het volgende. Wij hebben hier uitgebreid over gesproken in de commissie. We hebben overigens ook unaniem onze grote waardering uitgesproken dat dit voorstel er zo snel is gekomen. Tijdens die beraadslagingen is ook op tafel gekomen dat, nou ja, er wordt dus door de gemeente een onafhankelijke taxatie gedaan van het pand en de manier waarop het in het voorstel staat is: oké, die taxatie, daar gaan we mee naar de huidige huurder en dan kan die huurder toestemmen of niet.

En toen hebben wij gevraagd: zal de bank nou niet ook nog een taxatie gaan doen? En de mening van de wethouder was: nee, die taxatie wordt ook gewoon overgenomen door de bank. Nou hebben wij, ja, dat toch nog eens gecheckt met mensen die daar echt verstand van hebben en zo werkt het in de praktijk niet. Dus, het is ons toch te verstaan gegeven dat de bank uiteindelijk ook een taxatie zal doen. Sterker nog, dat proces is nu al in gang gezet. En dan liggen er dus twee taxaties op tafel en er is ons ook verzekerd dat die vermoedelijk zeer weinig zullen verschillen. Maar wat wij wel van de wethouder zouden willen vragen is: zij heeft aangegeven, er zal enige coulance zijn, en toen ging het vooral over de termijnen die genoemd worden in het raadsvoorstel. Maar zou die coulance ook kunnen behelzen dat in ieder geval de taxatie van de bank ook gewoon normaal op tafel ligt tijdens de onderhandeling toch en dat daar gewoon normaal rekening mee gehouden wordt? Het zou dus zo kunnen zijn dat er twee marktconforme taxaties op tafel liggen. Nou, wat ons betreft, prima. En daar zal dan ergens een overeenstemming in gevonden moeten worden. Dat is wat wij graag zouden vragen van de wethouder. Wij hebben besloten dat niet per amendement ofzo te doen. Wij hebben eerder een coulante houding van de wethouder gezien en wij hopen daar nu weer op. Dank u wel.

De voorzitter: Dat is eerste termijn van de heer Keesman. Kijk ik even wie van de leden van de raad op dit punt nog meer het woord wil voeren. Er heeft zich niemand gemeld, dan ga ik naar de wethouder. Dat is mevrouw Heijstee, die namens het college zal ingaan op de opmerkingen die door de heer Keesman zijn gemaakt. Mevrouw Heijstee. Mevrouw Heijstee-Bolt: Ja, dank u wel, voorzitter. Waar zal ik beginnen? U geeft aan dat u gesproken hebt met mensen die daar echt verstand van hebben, van de taxatie. Ik ben natuurlijk ook in die zin een leek, dus ik heb ook gesproken, en dan heb ik het even over onze afdeling Vastgoed. Het is gebruikelijk dat een bank een onafhankelijke taxatie accepteert die volgens een bepaalde geaccrediteerd, volgens de bank is opgesteld. Dus, u zegt dan tegelijkertijd ‘ja, de bank is nu al bezig’, dat zou heel raar zijn want meneer of de huidige huurder

moet natuurlijk nog een plan, hij zou onze, dat was de eerste stap, hij krijgt kaarten van ons, vervolgens gaat de huurder een plan presenteren. Dus, het zou mij bevreemden als een bank op dit moment al bezig is met een taxatie, omdat er immers nog geen plan is, daar hebben we nog geen termijnen over afgesproken. Dus, ja, ik blijf dan, het voelt een beetje als welles-nietes. Ik blijf bij het gegeven dat een bank een onafhankelijke taxatie accepteert, dat is dus ‘…’. En het is ook even goed om te benoemen dat u dat expliciet in uw motie die ook unaniem is aangenomen aan ons zo heeft opgedragen, uitgaan van een onafhankelijke taxatie die voorgelegd wordt. Dus, zo moet u dat zien. Ik zou nog even over die coulance, wij hebben het vorige week gehad over coulance in het geval de huidige huurder ziek zou worden, of een ongeluk zou krijgen, of corona werd ook besproken, daar hebben we coulance op. Ik heb even niet gezegd, en dat is misschien wel goed om coulance ten aanzien van de termijnen, maar als iemand ziek wordt is er altijd coulance. Dus in die zin wou ik ook vasthouden aan eigenlijk de lijn van de vorige week. Wij willen in vertrouwen dit proces met de huidige huurder aangaan en laten we zo snel mogelijk dit proces van start laten gaan. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan ben ik even voor een korte tweede termijn.

Ga ik naar mevrouw Booij, van de fractie van de WSP. Mevrouw Booij-van Willigen: Dank u wel, voorzitter. Ik ben blij met de toezegging die de wethouder doet, maar ik wil dan toch nog iets zeker weten, want ik krijg nu tegenstrijdige berichten en daar ben ik nooit zo goed in. De wethouder zegt van ‘de bank zal het wel accepteren’ en de PvdA zegt van ‘nou, het komt wel meer voor, dat een bank dat doet’. Waar het ons om gaat is: stel nou dat de bank het wel doet en dat die ook dus met een taxatie komt, en stel nou dat die taxatie vijftigduizend euro uit elkaar ligt, ik noem maar wat, wat gaat er dan gebeuren? De voorzitter: De wethouder zal er zo meteen op ingaan, in haar tweede termijn. De heer Pfeiffer, namens de fractie van GroenLinks. De heer Pfeiffer: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik moest even, mijn laptop doet een beetje moeilijk. Voorzitter, ik denk dat we ons wel met z’n allen moeten beseffen dat we natuurlijk niet aan het knikkeren zijn hier. Het is iets wat van ons is, wat een bepaalde waarde vertegenwoordigt, wat wij gaan verkopen. Ik denk dat we met z’n allen wel een bepaalde coulance hebben laten zien als raad dat je iemand het recht van eerste koop geeft. Waar ik een beetje bang voor was, en wat ik ook nu weer een beetje begin te voelen, is dat de heer Keesman ook vraagt om een coulance in de prijs en dat gaat mij te ver.

Want, ik vind het nog steeds een heel mooi plan en ik steun de heer Van Bergeijk ook van harte, maar ik vind dat we wel een soort van gelijk speelveld moeten houden, ook zeg maar naar de mogelijke andere aanbieders die, als de heer Van Bergeijk het recht van eerste koop niet gebruikt, ook op toneel verschijnen. Als ik hoor dat er misschien een lagere taxatie moet zijn en er moet gekeken worden naar de prijs en er moet coulance komen op het gebied van mogelijke termijnen, niet als iemand ziek wordt, dan denk ik van: hoever gaan we deze grens oprekken? En wat zijn we dan eigenlijk aan het doen? Zijn we dan misschien, sterker nog, ben ik dan wel bang, dat we op een gegeven moment gewoon als overheid het helemaal niet kunnen maken omdat je toch betrouwbaar moet zijn en niet zeg maar iemand heel erg kan gaan voortrekken, en dat lijkt me ook niet eerlijk. Ik weet niet of de heer Keesman wel eens een huis heeft gekocht, ik ben ondertussen aan gewend, ten minste, toen ik een huis kocht deze zomer zijn er drie taxaties gemaakt. En natuurlijk komen die bij elkaar in de buurt, maar je zal toch altijd enig verschil hebben in de taxatiewaarde of hoe iemand dat interpreteert. Ik steun de wethouder volledig in het feit dat zij coulance verleent op het moment dat iemand ziek wordt.

Ik waak voor de verdere coulances op het gebied van prijs, want ik bang dat we dan in een knoop terecht komen waar we nooit meer uit zullen komen. Dank u wel.

De voorzitter: Goed, dank u wel, meneer Pfeiffer. Dan heb ik verder geen andere leden van de raad. Ja, de heer Rahimi, de heer Rahimi, namens de fractie van de VVD en zie ik daarna de heer Sluys, van de fractie van het CDA. De heer Rahimi. De heer Rahimi: Ja, dank u wel, voorzitter… De voorzitter: We zijn nog met de tweede termijn bezig, we zijn met onze tweede termijn bezig, wilt u daar alert op zijn? De tweede termijn, de heer Rahimi. De heer Rahimi: Dank u wel, ik heb het gehoord, voorzitter, dank u wel. Nee, ja, we twijfelden überhaupt inderdaad om dit wel of niet af te houden. Volgens mij gaat het hier gewoon om dat Car Casting Holland het meest gebaat is dat dit zo snel mogelijk gebeurt. Ik denk dat er zitten terechte punten in wat onze collega van PvdA zegt, voorzitter. De wethouder heeft gehoord en ik denk dat de ‘…’ haast moeten maken en dat dit over moet zijn, dus dat we niet veel verder moeten gaan. Dus, wij hopen dat dit zo snel mogelijk voorbij is en dat het proces van start kan gaan. Laten we ook daarbij houden. De voorzitter: De heer Sluyk, de heer Sluyk, namens de fractie van het CDA. De heer Sluyk: Ja, dank u wel, voorzitter.

Ik verbaas me een beetje over de opmerking van de heer Keesman dat de bank nu al aan het taxeren is, omdat de bank meestal een taxatie doet die noodzakelijk is voor het verkrijgen van de financiering, en volgens mij ligt er nog geen overeenkomst op tafel, dus een bank kan een inschatting maken, maar de bank kan nog niet de financieringsbehoefte peilen. Wat mij wel aannemelijk lijkt, is dat de heer Van Bergeijk naar een taxateur is gestopt en heeft gezegd: goh, schrijf eens een taxatie en kijk eens welke waarde daar uitkomt, dat kan ik me wel heel goed voorstellen. En dat de gemeente dat laat taxeren lijkt me ook heel juist. En ik heb al bij de commissiebehandeling gezegd, eerder bij de behandeling gezegd, in de vorige cyclus volgens mij, van: luister, mocht er nou die twee taxaties heel ver uit elkaar liggen, dan is het natuurlijk één hele simpele oplossing om met elkaar een derde bindende taxatie neer te leggen. En daar moeten de partijen het over eens zijn. Ik geloof in de coulance van de wethouder en de wethouder heeft ook, en vervolgens mij heeft meneer Keesman geroepen over de coulance, niet in de prijs, maar de coulance van de termijnen en ook in de coulance, misschien, in de stelling die de wethouder genoemd heeft: de prijs die op tafel ligt is de prijs en daarover bestaat geen verschil.

Nogmaals, ik kan mij voorstellen, als de heer Van Bergeijk een eigen taxateur in hand doet en de prijs enorm uit elkaar ligt, dan zouden partijen moeten kijken naar een derde bindende taxatie. Maar vooralsnog ga ik geheel met de wethouder mee. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik nog eventjes en denk ik dat ik iedereen de gelegenheid heb gegeven om tweede termijn… De heer Keesman: Nee. Nee, voorzitter, mij namelijk niet. De voorzitter: Meneer Keesman nog niet, hoe zou ik u kunnen vergeten? Meneer Keesman, gaat u gerust uw gang, u heeft uw tweede termijn. De heer Keesman: Ja, dank u wel. Ik begon mijn betoog met dat ik het voorgelegd had aan mensen die er echt iets van wisten, dat bedoelde ik ten opzichte van mijzelf. Ik weet er namelijk zelf zo weinig van, dus verder had ik daar niemand in betrokken. Maar uit de bijdrage van de heer Sluyk blijkt wel dat hij er ook het nodige van weet. Ik vind de uitweg, zo u wilt, of de oplossing die hij aandraagt eigenlijk bijzonder elegant. Mocht dat zich voordoen, want vooralsnog hebben we geen enkele reden om te denken dat dat zich voordoet. Laten we wel

wezen, wij vinden simpelweg, en dat staat natuurlijk ook in de raadstukken, dat er een marktconforme prijs uit moet komen, zo simpel is het. Dat hebben we met z’n allen gezegd, dat willen we ook. Daar wilde ik het bij laten. Dank u wel. De voorzitter: Dat horende zijn de verschillen eigenlijk niet zo groot. De wethouder in tweede termijn. Mevrouw Heijstee-Bolt: Ja, dank u wel, voorzitter. Volgens mij heb ik eigenlijk één concrete vraag van mevrouw Booij gehad. En eigenlijk heeft de heer Sluyk daar al antwoord opgegeven. Een bank taxeert nooit zelf, dus een bank kan een taxatie vragen in relatie tot een financiering of een lening en dan kan dus die onafhankelijke taxatie voor dienen. Ik wil nogmaals benadrukken, en dat is dan in herhaling, wij gaan dit pad in, wij gaan dit transparant in, op uw verzoek. U heeft aangegeven in een motie onafhankelijke taxatie dat ze wel, daarop kan de huurder zich beraden. Vanuit het college blijven wij die lijn vasthouden en willen we eigenlijk verzoeken het voorstel zoals het voorligt in stemming te brengen. De voorzitter: Dat gaan we zonder meer doen. Ik heb de termijnen afgesloten, de wethouder heeft in twee termijnen gereageerd en ik breng het voorstel nu in stemming. En dat doen we op de manier zoals we dat altijd doen. U kunt uw afweging maken gehoord de discussie. Ik ben bij de heer Boom, namens de WSP.

De heer Boom: Voorzitter, de heer Boom, Lars Boom, van de WSP, is ‘voor’. De voorzitter: Mevrouw Kwakman. Mevrouw Kwakman: Mevrouw Kwakman, van de WSP, is ‘voor’. De voorzitter: De heer Bierwolf. De heer Bierwolf: Meneer Bierwolf, van de WSP is ook ‘voor’. De voorzitter: Mevrouw Booij. Mevrouw Booij-van Willigen: Voorzitter, mevrouw Booij, van de WSP, is ‘voor’. De voorzitter: Mevrouw Hilders. Mevrouw Hilders: Katinka Hilders, CDA, ‘voor’. De voorzitter: Mevrouw… De heer Sluyk, bedoel ik. De heer Sluyk. Ik was even verder. De heer Sluyk: Kees Sluyk, CDA, ik stem ‘voor’. De voorzitter: De heer Renzenbrink. De heer Renzenbrink: Jan Renzenbrink, CDA, ‘voor’. De voorzitter: De heer Van der Does. De heer Van der Does: De heer Van der Does, van GroenLinks, stemt ‘voor’. De voorzitter: Mevrouw Ogier.

Mevrouw Ogier: Carin Ogier, van GroenLinks, stemt ‘voor’. De voorzitter: De heer Pfeiffer. De heer Pfeiffer: De heer Pfeiffer, ook van GroenLinks, stemt ook ‘voor’. De voorzitter: Mevrouw Van Dalen. Mevrouw Van Dalen: Mevrouw Van Dalen, van de VVD, stemt ‘voor’. De voorzitter: De heer Rahimi. De heer Rahimi: Voorzitter, ook meneer Rahimi stemt ‘voor’. De voorzitter: Mevrouw Vermeer. Mevrouw Vermeer: Voorzitter, Jolien Vermeer, van de VVD, stemt ‘voor’. De voorzitter: Mevrouw Ter Kuile. Mevrouw Ter Kuile: Saskia ter Kuile, van D66, stemt ‘voor’. De voorzitter: De heer ’t Hart. De heer ’t Hart: Rob ’t Hart, van D66, stemt ‘voor’. De voorzitter: De heer Keesman. De heer Keesman: Bert Keesman, van de Partij van de Arbeid, stemt ‘voor’. De voorzitter: En mevrouw Blommestein. Mevrouw Blommestein: Anneke Blommestein, Partij van de Arbeid, ‘voor’. De voorzitter: Dan is het voorstel unaniem aangenomen. Dames en heren, ik stel voor het volgende agendapunt te behandelen, agendapunt numero 15. Dat is een motie buiten de agenda om en daarvoor geef ik het woord aan, ik neem aan dat u daarmee instemt, dan kunnen we daarna de stemming afronden voor de wethouder, dan heeft dat ook allemaal zo z’n termijnen. 15.

Motie buiten de agenda om - M 2021/107 - PvdA - Strategie waterberging in Weesp De voorzitter: Ik stel voor dat we agendapunt 15 doen en dat is een motie en mevrouw Blommestein heeft op dit punt het woord. Mevrouw Blommestein: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik zal de motie even opzoeken en voorlezen. Het gaat over Strategie waterberging in Weesp. De raad van de gemeente Weesp in openbare vergadering bijeen op 11 maart. Constaterende dat Weesp in de toekomst een probleem zou kunnen hebben met de waterberging, overwegende dat volgens de raadsinformatiebrief RIB2016/69 getiteld ‘Uitkomsten onderzoek opengraven Achtergracht Weesp’ het opengraven van de Achtergracht bijdraagt aan het toevoegen van

waterbergingsmogelijkheden in de gemeente. Echter, in dezelfde RIB, onder het kopje besluit, wordt gesteld dat er vergeleken bij het opengraven van de Achtergracht betere alternatieven zijn voor het investeren in de Weesper waterstructuur. En verzoekt derhalve het college bij het verbeteren van de waterberging in Weesp te focussen op de betere alternatieven, zoals aangeven in vorige raadsinformatiebrief RIB 2016/69 en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Dat was wat u wilde zeggen? Mevrouw Blommestein: Dat was wat ik wilde zeggen, ja. De voorzitter: Oké, dank u wel. Dan kijk ik even of er andere leden van de raad op dit punt het woord willen voeren. Ik begin bij de heer Boom, namens de WSP, hij wilde het woord. De heer Boom: Ja, voorzitter. Als ik het goed begrijp dateert het uit 2016, dus voortschrijdend inzicht is sowieso al mooi, en daarnaast klopt er eigenlijk iets niet. Er is namelijk een verschil tussen ‘waterberging’ en ‘waterstructuur’. En indien men goed had gekeken in 2016 naar het rapport, dan kon men lezen en zien dat het ging om de waterstructuur die anders was, waarin men zei namelijk: de Voorgracht te verbinden met de Vecht, dan een beter alternatief was dan de Achtergracht. Dus dat had niets te maken de waterberging. En misschien weet u niet hoe groot de Achtergracht is.

Ik heb het vandaag weer even gelopen en dat is 500 meter en dan gaan we keer vijf, en dan gaan we bijvoorbeeld, laten we zeggen, 1,60 diep en dan hebben we het over vier miljoen liter, oftewel vierduizend kubieke meter. Dat is heel wat om dat elders te vinden. En daarnaast vergeet men helemaal hoe mooi Weesp weer wordt en dat de huizen ook weer duurder, of duurder willen we niet zeggen, maar het is ook voor meneer Keesman fijn, want zijn huis stijgt dan ook in waarde… De voorzitter: Maar, meneer, meneer Boom, ik onderbreek u even. Die twee dingen gaan wij even niet door mekaar halen in deze vergadering. Het is bepaald ongepast. Wilt u uw betoog op een gewone manier afronden? Dank u wel. De heer Boom: Is goed, is goed, is goed. Ik heb eigenlijk weinig te zeggen meer, maar wij zullen deze motie dus absoluut niet steunen. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Dalen, namens de VVD. Mevrouw Van Dalen: Dank u wel, voorzitter. Nou, wat ons betreft is de Achtergracht totaal geen optie, het opgraven ook niet. Het is eigenlijk bizar dat we het er nog over hebben. Maar, dat gezegd hebbende, geeft de PvdA hier weer een podium aan een totaal onzinnig plan. Wat ik niet helemaal snap aan de motie is dat er niet echt concreet staat ‘wat wil u nou dat het college gaat doen?’. Want er wordt alleen gezegd ‘ja, richt je nou op die alternatieven’.

Het is een beetje vaag en dan komt er ook nog eens geen toelichting bij, dus misschien kan mevrouw Blommestein nog even wat toelichting geven, specifiek: wat vraagt u nou? Want we weten nu niet waar we voor of tegen stemmen. Dank u wel. De voorzitter: Ik zal mevrouw Blommestein straks aan het begin van de tweede termijn even de gelegenheid geven. De heer Pfeiffer, GroenLinks. De heer Pfeiffer: Ja, dank u wel, voorzitter. Ah, de wekelijkse, of de maandelijkse, ‘anti-Achtergracht campagne’ is weer begonnen dacht ik toen ik de motie las. Dat is natuurlijk weer een speeltje van de coalitie en daar moet op geschoten worden vanuit de oppositie, dus we doen een motie, en dat vind ik wel leuk, want

dan hebben we weer een podium, zoals mevrouw Van Dalen zegt, en dan kunnen we gaan vertellen wat een fantastisch goed idee het is om de Achtergracht open te graven. Want, mevrouw Blommestein, als we de Achtergracht zouden opengraven, behalve dat we een enorme waterberging kunnen creëren in het centrum waarin, in deze tijden van klimaatverandering, zo verschrikkelijk veel water terecht kan komen als het weer eens zo hard regent, zodat die huisjes aan het singel niet gaan onderlopen, kunnen we regelen dat de Achtergracht. Wat we ook kunnen regelen met de Achtergracht is dat het economische toeristische potentie van Weesp een ontzettende boost krijgt, omdat de gracht zoals -ie nu is, is natuurlijk wel, het is een beetje een rare brede gracht. Dus als we daar weer water in terugbrengen brengen hebben we weer een prachtige gracht. En als we hem dan verbinden achter ’t Vosje en de Bolle Weversbuurt, met de Oudegracht en dat met de Vecht, dan hebben we twee rondjes die we kunnen varen met een boot. En waar iedereen ontzettend veel plezier van zal hebben. Dat was nou exact de reden waarom we dit in omgevingsvisie hebben laten zetten, niet omdat we morgen gaan scheppen in deze gracht en dan moeten we inderdaad oppassen, denk ik, met iedereen die zo langzamerhand wat we dan wel of niet mogen zeggen.

Maar we zeggen gewoon we zetten een stip op de horizon, in de verte, we zetten het als ultieme wens neer, daar komen we deze coalitieperiode helemaal niet aan. Sterker nog: ik denk dat we in de eerste periode van de bestuurscommissie ook helemaal niet afgesproken wordt. Dan laat dat lekker zo onze droom zijn en misschien komt er dan toch nog een mogelijkheid, zoals het in Utrecht ook is gebeurd. En ik wil u bedanken vanuit de grond van mijn hart dat wij weer hier vanavond zo mogen praten, zodat elke Weesper die meeluistert een warm hart kan krijgen bij het idee dat er weer water door gracht stroomt. Dank u wel. De voorzitter: Ik wou eigenlijk al zeggen: u heeft weer een mooi platform gekregen vandaag. Dan gaan we naar meneer ‘t Hart, namens de fractie van D66, want ik zag zijn hand omhooggaan, maar misschien dat hij niet de behoefte heeft, het hoeft niet, mag wel. De heer ’t Hart: Nou, voorzitter, ik kan kort zijn. Want ik vraag me af wat de relevantie is van deze motie, eerlijk gezegd. Dat iedereen nou, althans iedereen, een aantal leden losgaat op die Achtergracht, maar dit vind ik zoals het er nu voorstaat een gepasseerd station. Maar het gaat over deze motie en ik denk dan van: ja, moet dat dan via deze motie en wat is eigenlijk de portee. Dus ik zou aan mevrouw Blommestein willen vragen: licht nog eens toe.

Ik begrijp nu een beetje uit de verhalen dat dat het eigenlijk een soort verwarring is van begrippen, dat is het even, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. De heer Renzenbrink, van het CDA. De heer Renzenbrink: Dank u wel, voorzitter. Ondanks dat het toch een podium creëren is, aan de ene kant zaten wij te denken: wij steunen deze motie, want iedere mogelijkheid, iedere stap om dit onzinnige idee gewoon van tafel te krijgen moet je gewoon steunen. Aan de andere kant, is er natuurlijk, ben ik wel nieuwsgierig ook wat de wethouder op gaat zeggen. Er wordt gesproken over alternatieven. Ik denk dat de Gooi en Vechtstreek, het waterschap, er zijn ook andere alternatieven. En het plaatje wat natuurlijk gewoon geschetst wordt door de Achtergrachtadepten, van dat het allemaal zo mooi is, met veel toeristen, het is maar de vraag. Ik ken een stad hier vlakbij, die zijn alle kanten bezig om die toeristen van al die grachten een klein beetje weg te krijgen. Nou snap ik wel dat een aantal mensen, dan mag ik niet persoonlijk worden, maar ook weer toeristische belangen hebben om gewoon toeristen naar Weesp te halen. Maar laten we niet alles door elkaar heen halen. Ik denk dat het gewoon niet goed is en het mag hartstikke mooi zijn in allerlei plaatjes en goed zijn voor de woningen. We willen juist betaalbare woningen houden in Weesp, dan moeten we dit juist niet doen.

Maar aan de andere kant, de leefbaarheid van Weesp, daar hebben we het niet over. We moeten ons hier ook af en toe kunnen verplaatsen, als Weespers en die moet hier ook gewoon daarin de ruimte

hebben. En niet alleen maar, en daar hoort ook gewoon, dus het zou mooi zijn. En aan de andere kant, soms ben ik heel zachtjes blij met dit soort ideeën over de Achtergracht, dat we misschien dan toch Amsterdam wordt, het heeft soms z’n voordelen. Want die hebben natuurlijk ontzettend veel kilometers aan kaders en wallen waar ze miljoenen tekortkomen, dus we zullen afwachten hoe ze dit allemaal gaan doen. We willen even afwachten wat de wethouder zegt en we hopen dat ie zegt van: er lopen al plannen want er moeten alternatieven zijn voor water, daarvoor, waterberging, want er zijn meer plannen gewoon gaande dan alleen maar mooi weer-dingen, zoals Achtergracht opendraaien. Dus vandaar, wij zitten ook gewoon dubbel, die motie zou niet nodig moeten zijn en is ook denk ik niet nodig. Maar een andere kant, elk uitspraak die je kan doen, dat die Achtergracht er niet komt, en hij komt, ja, die willen we toch ook wel aangrijpen. Dus we wachten even op de reactie van de wethouder. De voorzitter: Ik dacht van: we gaan een motie behandelen voor de verkiezing, dat kan allemaal nog. Maar ik zie dat dat langzamerhand verkeerd gaat lopen, maar ik probeer de wethouder te verleiden tot een reactie. De heer Vos namens het college. De heer Vos: Alstublieft. Dank daarvoor ook, voorzitter.

Voorzitter, u weet: wij hebben een RIB gestuurd aan de raad met daarin de conclusies van het onderzoek naar subsidiemogelijkheden. En de conclusie was duidelijk: we gaan geen project opstarten voor de Achtergracht, simpelweg omdat het ons ontbreekt aan middelen en het ontbreekt ons aan capaciteit. Met die boodschap hebben we afgelopen commissievergadering gesproken over de Achtergracht, zeg maar. En begreep ik van de zijde van de Partij van de Arbeid dat gezegd werd, dan hebben we bij voorkeur helemaal geen, zeg maar, ontwikkelingen meer in de Achtergracht, doet u nou alstublieft het volgende, zet er nou gewoon een grote streep doorheen. En ik denk dat dat eigenlijk bedoeld wordt met deze motie want de toelichting, inderdaad, ontbrak en ik heb dezelfde vragen over die, hoe u dat precies bedoelt, gehoord binnen de raad en zelf heb ik die natuurlijk ook. Maar, voorzitter, wat ik wel belangrijk vind te onderstrepen dat is het volgende. Deze raad heeft ook een startnotitie vastgesteld met betrekking tot de omgevingsvisie, daar is expliciet gemeld dat het de bedoeling is dat we de Achtergracht in de omgevingsvisie opnemen. U weet ook dat we inmiddels ter visie hebben gelegd de ontwikkeling Achtergracht, of althans, het al dan niet mogelijk maken van waterberging in combinatie al dan niet met parkeren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9920377/3