CConstaterende datWeesp
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag commissie SOB 6, 7 en 13 april 2021

Commissie SOB 6 april 2021, gemeente WeespBij agendapunt: Opening en mededelingen van de voorzitter60.082 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 6

Voorzitter, dan ‘…’, als ik kijk naar de methodiek die toegepast wordt, wordt dat dan ook zo doorgestuurd naar de provincie? Dat is mijn vraag.

De voorzitter: Ja, dank u wel. Wethouder De Lange. De heer De Lange: Ja. Dank u wel voorzitter. Ja, ik begrijp de vraag van de heer Rahimi, uiteraard. Het is natuurlijk zo, op het moment dat er een raadsbesluit wordt opgetuigd, dat daar financiële afdelingen bij betrokken zijn die hier goed naar kijken. Het toezicht ziet niet toe op een begrotingsmethodiek. Het toezicht ziet toe op de begroting van de gemeente Weesp en of de genomen raadsbesluiten passen binnen de kaders van het financieel toezicht. Daar kijken ze naar. Ze kijken niet verder of daar mogelijke risico’s op zitten. Als er een aanvullende financiering moet plaatsvinden om wat voor reden dan ook, dan zal uw raad u het budgetrecht hebben. U neemt een besluit, maar uw besluit wordt voorgelegd aan de provincie, niet een raming of iets dergelijks. De voorzitter: Interruptie. Interruptie van mijnheer ’t Hart. Uw microfoon staat niet aan, mijnheer ’t Hart. De heer ’t Hart: Sorry voorzitter. Nee, het is meer even een checkvraag. Ik hoor hem inderdaad zeggen dat vooraf toetsing plaatsvindt.

Mag ik er dan vanuit gaan dat de toetsing heeft geleid dat er een positief oordeel wordt uit … Want ik snap best wel dat dat besluit, ja, goedkeuring moet naar Amsterdam en naar de provincie, maar het was inderdaad meer een checkvraag van mijn kant en ik denk van mevrouw Booij van: is het van tevoren ook al gecheckt? Maar ik begrijp uit uw bewoordingen dat dat inderdaad het geval is, dus positief. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder De Lange. De heer De Lange: Dank u wel voorzitter. Ja, het college werkt in de voorbereiding in besluitvorming werkt met een finaal advies, zoals het dan heet, waarin de informele toetsing inderdaad plaatsvindt. Maar het kan zo zijn, en dat zal te allen tijde ook zo blijven, dat een provincie op het moment dat er een formele goedkeuring wordt gevraagd toch een andere afweging zou kunnen maken. Maar goed, dat proberen wij natuurlijk van tevoren, dat hebben we met de provincie en met Amsterdam afgesproken. Dus ja, vrijwel zeker. Maar je weet het nooit zeker in het leven totdat het formele moment daar is. Dus is eigenlijk het antwoord wat ik daarop kan geven. Dan stelde mevrouw Booij nog een vraag over de voetgangers en de trap, of u dan, of de bestaande trap blijft. Nou, de bestaande trap, zoals hij zit, die blijft. Er wordt alleen inderdaad aan het … Het fietspad wordt wat versmald.

Daar komt een ook een smal voetpad komt er dan nog langs, waarover je dan nog langs het voetpad naar boven kan lopen zonder dat je dus die trap op hoeft of die hellingbaan, die daar zit. Dan mevrouw Hilders. Ja, het kan zo zijn, het werken met werk waar u op doelt, dat wij een groot project uitvoeren van in dit geval dan 1,1 miljoen exclusief btw en als wij dat van tevoren niet toetsen, dat werken met werk, dat dan een telecombedrijf drie weken later zegt: goh, wij moesten daar ook zijn. Ja, u heeft dat niet getoetst bij ons, dus ja, wij gaan uw werk van 1,1 miljoen gaan wij weer openbreken en dan gaan we de grond nog eventjes in om een leiding te vervangen. Dat is een onwenselijke ontwikkeling in de ogen van het college, want … Dat is ook niet uit te leggen naar de inwoners. Daarom doe je zo een exercitie met elkaar, om te voorkomen dat je daarmee het, nou ja, dit geld over de balk gooit. Waarom wij dan wel zeggen: voor subsidies, nou ja, dat gaat ons te veel tijd kosten, nou ja, dat is een afweging die wij op financiële grondslagen dan maken, waar wij zelf invloed op hebben. Daarvan zeggen we: nou, voor de ene tranche zijn we dan te laat, gaan we niet op wachten en voor de andere gaan we dan wel mee. Maar dat is eigenlijk de afweging die daar is gemaakt. Ja, dan de tellingen. Ja, we hebben natuurlijk met u afgesproken dat we nieuwe tellingen gingen uitvoeren.

Dan kunnen wij niet rekening houden als we die tellingen inplannen met het weer en wat u vertelt over de personeelsproblemen bij Ter Gooi, dat hoor ik nu voor het eerst. Nou is het ook niet zo dat ik die tellingen persoonlijk natuurlijk inplan, maar ik kan me ook voorstellen, als ik het al niet weet als Weesper, dat een bureau die de tellingen uitvoert dat al helemaal niet weet. Dus in die zin, ja, doen wij, komen wij onze toezegging na dat wij een hernieuwde telling uit gaan voeren, maar ja, dan komt dit eruit en dan zijn er

natuurlijk elementen waar je van te voren geen invloed op hebt. Die … Ik snap uw vraag heel goed, alleen, ja, ik probeer toch ook de … U heeft het over de nut en waarde van tellingen heb ik opgeschreven. Dan denk ik: ja, ze geven … Ze bewijzen het nut. Er zit een waarde aan de tellingen. Ja, en dus in die zin bepaalde elementen heb je geen zicht op. Dan lees ik over de T-splitsing: voorrangssituatie verhelderd voor fietsers. Nou, ik denk dat wel. We gaan in die T-splitsing gaan we het hele wegdek een beetje omhoog leggen, worden flink gemarkeerd dat daar iets anders gebeurd dan wat er zeg maar nu is. Dus ja, we zullen de gebruikers van de Bouhuijstunnel, de T-splitsing en de rotonde, die zullen goed moeten gaan ervaren als je vind dat het logisch is om een bepaalde route te nemen. Ja, ik ben wel van mening dat wij, nou, de situatie weldegelijk duidelijker maken voor fietsers. Terwijl ik dit zeg grijp ik nog even terug naar de nut en waarde van de tellingen, want ik krijg op dit moment een WhatsAppje binnen van één van de medewerkers. Die zegt dat er juist voor de lockdown er ook een correctie is uitgevoerd op de tellingen die er zijn gedaan. Dus dat is dus blijkbaar weldegelijk meegenomen. Ja, ik wil bijna zeggen: ja, op een gegeven moment, ja, we kunnen door blijven gaan met elkaar. We kunnen nog ergens een VRI neer gaan zetten. We kunnen nog ergens wat anders gaan doen.

Maar ja, op een gegeven moment moeten we ook aan het werk gaan. Wij hebben natuurlijk geprobeerd bij u alle wensen en bedenkingen op te halen in het najaar, die verwerkt en ook teruggekoppeld waar we dat niet doen. Dus in die zin heb ik er, snap ik alle goedbedoelde opmerkingen, maar misschien moeten we er op een gegeven ook een streep met elkaar onder zetten en zeggen van: nu gaan we door of we gaan niet door. Dat kan natuurlijk ook. Die keuze mag u zo meteen gaan maken. Maar wat mij betreft is dit het ontwerp en hiermee gaan we naar de gemeenteraad volgende week. Dan is de keuze verder aan u om nu te gaan zeggen: we gaan op een bepaalde plek nog een VRI toevoegen omdat dat ook misschien wel kan helpen, denk ik: ja, dan blijven we ook wel bezig. Maar dat is de afweging die u zult moeten gaan maken. Dan de heer Pfeiffer. Nou, complimenten aan de ambtenaren deel ik van de heer Pfeiffer. Het is … Mevrouw Hilders-de Wetering: Voorzitter, ik wil graag interrumperen. De voorzitter: Interrumperen van mevrouw Hilders. Ga uw gang. Mevrouw Hilders-de Wetering: Ik vind het echt ontzettend jammer wat u nu zegt, want dit is een mooi afscheidscadeau wat u Weesp had kunnen geven. Ik denk dat u zich nu star opstelt, want het is de enige zwakke plek. Het is ongelooflijk jammer als je gewoon het gaat eigenlijk deze goede oplossing gaat verpesten door dit niet op te lossen.

Want u zegt al: het wordt verduidelijkt. Ja, het wordt verduidelijkt, maar het wordt niet veiliger gemaakt. Het wordt niet veiliger gemaakt als je daar met je kinderen moet oversteken. Er wordt gezegd: het is … Er gaat zoveel veranderen. Ja, dat klopt. Er komen duizenden fietsers bij, want die hele wijk, die gaat groeien en als je naar het centrum wil van Weesp, dan kom je daar langs. Dan moet je oversteken. Ik … Ja, het … De enige oplossing dat fietsers daar veilig over kunnen steken, anders gaat het niet werken. Ja, ik vind het zo jammer dat u zegt van: dit is het en take it or leave it, want ik wil echt met een amendement komen dat er wel een VRI, en die hoeft van mij niet standaard te werken, maar op verzoek. Hij moet … Je moet met je kinderen daar veilig kunnen oversteken, anders wordt het niet gebruikt. De voorzitter: Mijnheer Pfeiffer wou ook even interrumperen, ga uw gang. De heer Pfeiffer: Ja voorzitter, dank u wel. Ik wilde graag opmerken dat ik zo bij ben dat mevrouw Hilders geleerd heeft tot verkeersdeskundige. Dank u wel. De voorzitter: De wethouder. Mevrouw Hilders-de Wetering: Dank u wel voorzitter.

De heer De Lange: Voorzitter, dank u wel. Ja, ik begrijp … Ik begrijp in alle oprechtheid de oproep van mevrouw Hilders. Ik vind het ook aardig dat u mij dit afscheidscadeau in die zin aan Weesp zou willen geven, maar zoals ik al eerder aangaf, er gaat op dit punt ook veel veranderen. Op het moment dat de ontsluitingsweg open is bijvoorbeeld, zal naar alle verwachting het autoverkeer ook gaan afnemen op die plek. Daarnaast heeft het ook te maken met doorstroming. We gaan daar op die T-splitsing snelheidsremmers toepassen. We gaan bebording toepassen. We gaan nog die knipperlichten gaan we verplaatsen. We verschuiven hem iets meer naar het midden, dat daar beter zicht is erop. Dus er gebeurt daar enorm veel. Dan probeer ik me niet star op te stellen, voorzitter. Dan probeer ik alleen aan te geven dat … Wij hebben juist hebben wij deze keuze met elkaar gemaakt in het najaar hebben we dit gesprek met elkaar gevoerd. Er is naar gekeken. De verkeerskundigen, die zeggen inderdaad: op deze manier krijg je het volgens allerlei methodieken, krijg je het veiliger. Een VRI erin toepassen, ja, dat gaat ook weer ten koste van de doorstroming van eventueel verkeer. Dus daarmee, waar je dan voor de één wat oplost, creëer je weer wat voor de andere. Alle verkeersvormen komen hier samen. Wij denken dat dit de beste oplossing is op deze plek.

Als mevrouw Hilders een andere mening is toegedaan, dan is dat ook helemaal goed. Dat is ook niet … Dan probeer ik niet star op te stellen. Ik zeg alleen: volgens mij moet je op een gegeven moment ook doorgaan. Weten wij met zijn allen dat die Bouhuijstunnel een letterlijk een bottle neck is? U vraagt me ook al sinds, ik weet niet meer precies, volgens mij was dat juli vorig jaar, om iedere commissie terug te koppelen hoe het zit met een tunnel onder het spoor. Dat doet u ook niet voor niets en die begrijp ik ook heel erg goed, want dat gaat namelijk de oplossing zijn om op een veiligere manier vanuit Weespersluis onder het spoor door te komen. Maar ja, dan op deze plek kijken we naar de mogelijkheden, kijken we naar de doorstroming en dan ben ik er echt van overtuigd dat dit weldegelijk een veilige oplossing gaat zijn, want er gaat daar heel veel veranderen. Op tekening zie je dat niet, maar in de realiteit gaat het wegdek omhoog, komt bebording. We doen daar alles aan om die automobilist te waarschuwen wat er gebeurt en dat de fietser krijgt vanaf het midden van die bocht een heel goed overzicht over wat daar allemaal gaat gebeuren. Als mevrouw Hilders toch met een amendement gaat komen, ja voorzitter, het is aan uw raad. Als uw raad vindt dat dit niet voldoende is, dan is dat zo. Dan stuurt u ons terug naar de tekentafel. Dat kan.

Maar ik denk dat dit de beste oplossing gaat zijn. De voorzitter: Dank u wel wethouder De Lange. Voor de tweede termijn … De heer De Lange: Ik wil nog een … Ik was nog niet klaar, voorzitter. De voorzitter: O sorry, neem me niet kwalijk. De heer De Lange: Nee hoor. Dat maakt niet uit. Nee, dit was op de interruptie van mevrouw Hilders waarop, waar ik nog op reageerde. Dan de heer Pfeiffer was ik mee begonnen. Die maakte eigenlijk zelf de opmerking over de tellingen. Ja, en de heer Pfeiffer maakt ook terecht de opmerking: ja, de situatie gaat natuurlijk veranderen. Dat gaf ik al aan. Of we nu te veel maatregelen doen, dat denk ik niet. Op een gegeven moment, we hebben weldegelijk de meldingen bijvoorbeeld vanuit de rotonde aan de Leeuwenveldse weg, dat dat tot situaties leidt waarvan je kunt zeggen: nou, daar doen we dan niets mee, want we gaan toch op een gegeven moment de boel open gooien. Maar goed, dat zou dan de signalen die we krijgen vanuit de samenleving teniet doen. Ik kan mij ook nog een levendig debat herinneren met de heer Rahimi die hier nu instemmend ook zit te knikken, die daar ook veelvuldig gebruiker is van die rotonde. Dus in die zin zou ik er niet voor willen pleiten en is het in mijn ogen dan ook geen weggegooid geld. We moeten daar maatregelen nemen. Dat is altijd ook een prioriteit geweest vanuit uw raad.

Voorzitter, volgens mij heb ik daarmee alle vragen proberen te beantwoorden. Dank u wel.

De voorzitter: Dank u wel wethouder De Lange. Dan gaan we naar de tweede termijn, als daar nog vragen zijn. Ik kijk even. Mevrouw Booij. Mevrouw Booij-van Willigen: Ja voorzitter, dank u wel. Ja, ik ondersteun toch wel een klein beetje het verhaal van dus mevrouw Hilders. Ik ken die VRI die ook in Driemond staat. Ik ben een fervent fietser en ik ben heel blij dat die daar staat om over te steken. Er is daar op dat circuit toch genoeg verkeersmaatregelen genomen om te kunnen laten zien of er een auto aankomt ja of nee. Maar toch vonden ze het nodig om daar een VRI neer te zetten. Maar ik begrijp ook u, voorzitter. Ik begrijp ook de wethouder. Maar het zakken in dit stuk vind ‘…’ nog steeds niet op die extra fietser wat er komt. Ik moet heel eerlijk zeggen dat ik daar nog steeds niet zoveel vertrouwen in heb of die fietser er ook werkelijk komt. Als die er niet komt, dan houdt dat in dat dit de enige snelle route vanuit Weespersluis naar het centrum wordt. Dan wordt het nog veel drukker als dat het nu is, want iedereen heeft het er wel over dat de Korte Muiderweg straks natuurlijk een heel andere verkeersdrukte krijgt. Maar iedereen schijnt ook voor de … Ja, er worden ook drieduizend woningen komen daar te staan. Daar komen ook mensen te wonen. Die mensen, die hebben ook een auto, dus die gaan ook wel Weesp in. Die gaan daar niet helemaal via de Hogeweyselaan hoor.

Dan is de snelste weg om naar Weesp te komen door de Bouhuijstunnel. Dus of het verkeer dan allemaal zoveel minder gaat worden, ik moet het zien. Ja, en ook een beetje zwak vind ik dat er gezegd wordt: doorstroming auto’s. We hebben een mobiliteitsvisie gezien, we hebben gisteren … We hebben … Vanavond ook weer. We horen het weer dat we moeten tegenhouden dat er auto’s moeten worden tegengehouden, dat de auto’s de snelheid eruit gehaald moet worden. Dus het gaat constant om die auto maar, laat ik het maar zo noemen … Een beetje autootje pesten om te zorgen dat mensen wat meer gaan fietsen, prima. Maar dan kun je zeggen dat dat een doorstroming van auto’s nu opeens belangrijk wordt. Want dan heb ik het idee dat we drie stappen achteruit gaan. Dus voorzitter, ja, zolang er nog geen duidelijkheid is over die fietstunnel, want dat lost natuurlijk heel veel problemen op, ja, voel ik er erg veel voor om daar toch een VRI neer te zetten. Want het wordt alleen maar drukker met fietsen vanuit het Weespersluis. Daar kan je op wachten de eerst komende tijden. Ja, ik moet u heel eerlijk zeggen: ik zou het niet op mijn geweten willen hebben. Dus … Ja, het hele plan kost zoveel geld, dan kan dat er ook wel bij. Zo zit ik erin. Maar ik moet het nog mee terugnemen naar mijn fractie. De voorzitter: Dank u wel mevrouw Booij. Dan ga ik naar mijnheer Van der Vlies.

De heer Van der Vlies: Ja, dank u wel mijnheer de voorzitter. Ja, ik ben het absoluut met de wethouder eens dat we niet niets moeten doen. Die rotonde is echt denk ik levensgevaarlijk en dat is wachten op een ongeluk. Dus ik denk dat we die echt moeten aanpakken. Dus en daar hoort de tunnel ook bij. Dus we zullen wel iets moeten, denk ik. Ik denk dat ik inderdaad met mevrouw Hilders eens ben dat de VRI een goede oplossing zou zijn. Ik zal dat zeker in de fractie bespreken. Verder mistte ik nog even een reactie van de wethouder op mijn vraag of er ook gekeken was naar shared voetgangers, fietsen, oplossing. Het hoeft van mij niet onderzocht te worden, maar is er überhaupt naar gekeken? Dat was de vraag die ik daarbij had. Dank u wel mijnheer de voorzitter. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Van der Vlies. Dan ga ik naar mijnheer Rahimi. De heer Rahimi: Ja, dank u wel voorzitter. Ja voorzitter, ja, wij zijn wel blij absoluut dat er gewoon wat gebeurt. Laat ik dat voorop stellen. Ik begreep net dat ik niet heel goed overkwam, mijn vorige microfoon. Daarom weet ik even niet goed of de wethouder goed mijn vraag heeft ontvangen. Daarom stel ik hem even nog ….

De voorzitter: Het is nog veel beter geworden, uw microfoon. Het is echt heel slecht geluid. Misschien kunt u hem beter even afzetten. De heer Rahimi: Is deze nu slecht? O jeetje. De voorzitter: Allemaal gekraak. De heer Rahimi: Oké. Oké, kunt u mij horen? De voorzitter: Ja, iets beter, maar er is ook nog wel achtergrondgeluid. Dus … Ja, zo is het beter. De heer Rahimi: Nou, bedankt voor de tip. Nou, concreet. Ja, wij zijn blij dat dit dus gebeurd. Maar heel concreet, de vraag die wij hadden is: juist omdat dit zo mooi goed uitgewerkt is voor de begroting en de budgettering, wordt de SKK-budgetteringsmethodiek toegepast. In dat document staat dat de kosten dus ook dertig procent misschien hoger kunnen uitkomen. Dus de 1,1 miljoen kan ook 1,43 miljoen zijn. Ja, en ik benoem het vooral ook omdat we het dan als raad ook, als commissie, maar straks als we het in de raad allemaal, dat het niet 1,1, maar ook 1,4 kan zijn. Dus want ook straks als dit naar de provincie gaat, is dit, weet iedereen dat … Dat is best wel een fors hoger bedrag. Vandaar dat ik hem nog even herhaal. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Rahimi. Dan ga ik naar mevrouw Hilders. Mevrouw Hilders-van de Wetering: Dank u wel voorzitter. Ik heb het meeste al in mijn opwelling eruit gegooid. Ja, ik wou nog even meegeven … Ik had hem opgeschreven. Een ketting is zo sterk als de zwakste schakel.

De zwakste schakel is die plek. Als we die ook sterk kunnen krijgen, dan krijgen we gewoon goede toekomst voor al die grote hoeveelheid fietsers krijgen we gewoon de beste oplossing en gewoon met boerenverstand kan je dat best wel volgen, mijnheer Pfeiffer. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik nu naar mijnheer Pfeiffer toe. De heer Pfeiffer: Ja, dank u wel voorzitter. Mijnheer Pfeiffer is maar een gewone stadsjongen, dus van inderdaad enig boerenverstand kan mij niet verweten worden. Dus dat … Daar moet ik mevrouw Hilders helemaal gelijk in geven. Voorzitter, ik wilde eigenlijk niet reageren tot ik mevrouw Booij hoorde praten voor ook verkeerslichten. Ik snap dat. Verkeerslichten zijn natuurlijk gevoelsmatig altijd heel fijn. Je kan op een knopje drukken en je krijgt voorrang. Zij zei: ja, ik verwacht dat al die huizen in Weespersluis, dat al die mensen met de auto toch door de Bouhuijstunnel gaan. Ik heb even de kaart van Weespersluis erbij gepakt, maar daar is duidelijk te zien dat de hoofdontsluitingsweg vanuit de wijk, die komt veel dichter bij de Hogeweyselaan te liggen dan bij de Bouhuijstunnel. Dus … Ik zie mevrouw Booij nee schudden. Ik kan mijn scherm niet delen, maar hij ligt echt heel dicht bij de Hogeweyselaan. Dus gevoelsmatig zeg ik dat mensen juist wel via de Hogeweyselaan Weesp binnengaan. Maar goed, dat zullen we altijd zien.

Dan denk ik overigens ook: daar kan je verkeerslichten achteraf nog plaatsen als het niet veilig genoeg blijkt te zijn. Ik denk dat dit al een heleboel maatregelen zijn. Wat ik ook er toch bij wil toevoegen, is dat er natuurlijk nog een tweede ontsluiting voor fietsers komt en hopelijk echt heel snel en hopelijk ter hoogte ook van de Papenlaan, waardoor hopelijk die druk op de rotonde ook wordt weggenomen. Waar ik een beetje voor … Ik snap alle reacties, maar ik denk dat … Hier hebben deskundigen aan gerekend. Het ambtelijk bureau, ik heb ze al gezegd, zijn in mijn ogen zeer deskundig. Ik … Ook hier ben ik eigenlijk net zoals gisteren een beetje bang bij de Kostverlorenlocatie dat we misschien een beetje te veel op de stoel van de uitvoerder gaan zitten, terwijl we ook wat vertrouwen mogen hebben in de ambtelijke ingenieurs die hiernaar kijken en dit soort, nou ja,

rotondes, wou ik bijna zeggen, dagelijks aanpakken, maar heel veel aanpakken en dat we daar ook wel wat vertrouwen in mogen stellen en altijd achteraf nog kunnen corrigeren. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Pfeiffer. Dan ga ik nu weer terug naar de wethouder voor het laatste gedeelte. Ga uw gang, mijnheer De Lange. De heer De Lange: Voorzitter, dank u wel. Ja, mevrouw Booij. Ja, ik vind het … Ik snap helemaal wat u zegt en ik snap ook uw scepsis eigenlijk wat u uit ten aanzien van de tweede, de extra fietstunnel of de extra onderdoorgang onder het spoor. Ik had hem eigenlijk later willen maken, want er staat ook nog een RIB met betrekking tot OV SAAL op de agenda en iedere commissie SOB moet ik altijd een terugkoppeling geven namens het college aan mevrouw Hilders en de rest van de commissie. Dat doe ik met alle plezier overigens. Maar in die RIB die later op de agenda ook wordt behandeld, wordt ook iets gezegd over de quick scan, dat we die gaan uitvoeren. Inmiddels zijn we alweer wat verder in de tijd. Die quick scan is uitgevoerd en de quick scan is een belangrijk instrument om tot een uiteindelijke stationsvisie te komen, zoals u allen weet. Dat zal na de zomer gebeuren. Maar één ding laat de quick scan wel zien, namelijk de positie waar de extra onderdoorgang onder het spoor eigenlijk moet gaan komen.

Wat ik de commissie wil gaan meegeven, is dat wij die ook gaan lostrekken uit de stationsvisie en dat wij de al richting planvorming gaan en eigenlijk bij de kadernota ook het één en ander willen gaan zeggen over de fietstunnel, over de extra onderdoorgang onder het spoor. Dus we halen hem los uit die stationsvisie. Dat geeft ook … Daar onderstreept de urgentie van die extra onderdoorgang. Ik vond dat nou eigenlijk meer een afscheidscadeautje, mevrouw Hilders, maar hij is zo moeilijk al in te tekenen, maar dat is wel iets waar we natuurlijk allemaal al heel lang voor strijden. Dus die tweede tunnel, die komt er. Die ligt er niet volgend jaar en ik denk ook niet binnen twee jaar, als ik even naar de planning kijk van ProRail, waar het gaat bijvoorbeeld om geluidsschermen. Dat duurt. Je moet onder een spoorlichaam door. Dat vergt vele afstemming. Maar we zijn echt goed op weg. Bij de kadernota zult u al daar meer over gaan zien. Dus hij gaat er komen en ook en dat vertrekt binnen afzienbare tijd, zal die er ook gaan zijn. Daarmee creëer je wat ik in de eerste termijn ook al aangaf, in mijn ogen een hele goede en veilige verbinding, een langzame verkeerverbinding vanuit Weespersluis onder het spoor door. Dus dat vond ik het … Nou, ik heb hem dan bij deze gemaakt en mevrouw Hilders, dat was eigenlijk ook de terugkoppeling die ik later wilde geven.

Dus als ik dan niet meer reageer, dan weet u waarom ik niet reageren. Dan mevrouw Booij, ja, u heeft het over autootje pesten versus doorstroming, dus eigenlijk in het kader van de mobiliteit en we gaan autoluw maken, langzaam verkeer. Nou ja, ik weet niet wat meer auto pesten is op het moment dat je files gaat creëren, want we hebben ook al geconstateerd dat we de rotonde aan de Leeuwenveldse weg eruit gaan halen nadat de nieuwe ontsluitingsweg na de A1 is geopend. Daar komt een stoplichtensituatie. Dan zou je aan de andere kant van de tunnel weer een stoplichtensituatie gaan krijgen. Ja, en alle verkeerskundigen zeggen: ja, er zitten grote risico’s in dat je daar echt opstoppingen gaat krijgen, filevorming voor auto’s en dat moet je niet willen. Die auto moet ook wellicht in een lagere snelheid, wat we dan in de mobiliteitsvisie ook proberen te zeggen, moet hij wel kunnen doorrijden. Het moet goed kunnen doorstromen met alle overzichtelijkheids- en veiligheidsaspecten die daarbij horen. Dus het is echt in die zin onwenselijk om daar een VRI te plaatsen. Dat zeggen ook in mijn WhatsApp die hier aan staat waar de verkeerskundigen mij ook souffleren. Nou ja, het staat er niet voor niets niet in. Wij denken allemaal dat dit echt de meest veilige oplossing is. Nou ja, en ik denk dat ik daar nu genoeg over heb gezegd, voorzitter. Dan de heer Van der Vlies.

Mevrouw Booij- van Willigen: Voorzitter, mag ik even ter interruptie? De voorzitter: Interruptie mevrouw Booij.

Mevrouw Booij-van Willigen: Dank u wel. Ik heb nog wel een vraagje aan de wethouder, waarom het dan zo is dat de fietser geen voorrang krijgt, want de auto heeft voorrang. Als ik dan ga kijken ’s morgens vroeg bijvoorbeeld naar het aantal fietsers daar, nou, dan kan ik verzekeren dat u een file krijgt aan fietsers met zijn allen achter elkaar die daar met zijn allen vorens het voorrangsoversteek gaan lopen wachten omdat ze moeten wachten op de auto’s. Maar ja, die stoppen ook niet. Dus hoe ziet u dat dan? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel mevrouw Booij. Wethouder De Lange. De heer De Lange: Voorzitter, dank u wel. Ik ga even kijken. Ik heb daar geen antwoord op, mevrouw Booij, op dit moment. Want ik ben zelf ook geen verkeerskundige. Dus ik … Zodra ik een antwoord binnenkrijg, dan hoort u die. Ik hoop dat dat zo meteen is, anders dan kom ik daar nog even schriftelijk bij u op terug. Mevrouw Hilders-van de Wetering: Mag ik interrumperen hierover? De voorzitter: Ja, ga uw gang mevrouw Hilders. Mevrouw Hilders-van de Wetering: Ja, ik weet dat u het een beetje lastig vindt, maar ik kan u wel vertellen hoe dat gaat. Dan gaan fietsers afstappen en dan gaan ze lopend naar het zebrapad toe met hun kinderen achter hen aan en dan gaan ze lopend het zebrapad over. Zo gaat het gebeuren. De voorzitter: Oké. Wethouder De Lange. De heer De Lange: Ja, ik hoor wat mevrouw Hilders zegt.

Ik denk dat wellicht in de praktijk het ook zo kan zijn, maar mevrouw Booij stelde een andere vraag. Daar wacht ik even op een reactie en misschien als het zo meteen bij mij binnenkomt, dan kom ik daar op terug en anders doe ik dat schriftelijk. Ja, de heer Van der Vlies. Nou ja, dank voor uw korte antwoord in die zin als reactie op de rotonde en de tunnel. Nou ja, ik heb net het één en ander gezegd over die VRI. U heeft het over shared space, was ik inderdaad … Had ik daar niet op gereageerd. Ja kijk, wat we natuurlijk zoveel mogelijk proberen te doen op deze plek, is het verkeer van elkaar te scheiden en dat een fietser niet op het voetpad loopt. Daar zit natuurlijk, ja, toch met beperkte ruimte een uitdaging in. Dan ga je kijken naar de intensiteit van het gebruik, dan … Ja, dan creëer je bijvoorbeeld als het ’s avonds donker wordt toch ook wel … Dan is de frequentie van fietsen valt dan ook wel weer mee of van lopen. Maar een, ja, het wordt wat gek als je een fietser als fietser aankomt en je ziet een voetganger plotseling voor je lopen. Dus je probeert daarmee toch die scheiding van verkeersstromen toch zoveel mogelijk, ja, in stand te houden.

Op het moment dat iemand toch even inhaalt over een fietspad omdat iemand met een rollator voor je loopt, ja, dan kan dat, maar dan kijk je toch ook even goed om en een fietser … Nou ja, dat zo een situatie in de praktijk ontstaan, dat is eigenlijk meer de opmerking die ik mevrouw Hilders ook net hoor maken. Ja, dan de heer Rahimi. Ja, ik heb uw vraag heel goed begrepen, alleen ik weet niet of u mijn antwoord dan … Misschien moet ik mijn antwoord nog een keer gaan herhalen. Maar dat ga ik niet doen, want dat … We hadden het over het financieel toezicht. In die SKK-raming is inderdaad een model waarin je, standaard model waarin je dit soort projecten ingiet. Er is natuurlijk bij alle projecten heb je natuurlijk, kun je niet alles van tevoren weten. Ik herinner mij nog in één van mijn eerste grote infrastructurele projecten, de As van Allure, dat wij een oude betonbak tegenkwamen. Ja, dat zijn van die dingen, die weet je niet van tevoren. Of allerlei kabels en leidingen die niet in kaart zijn gebracht. Die zie je pas op het moment dat je de grond in gaat. Daar probeer je natuurlijk rekening mee te houden, maar dat weet je niet van tevoren. Ga je dan het meest hoge bedrag bij u afvragen of ga je het dan op een realistisch bedrag zetten, maar geven wij wel op voorhand de waarschuwing dat wij niet alles weten en dat er dus een kans bestaat, en dan kijk ik toch nog even met een

schuin oog naar het vorige agendapunt terug, dat er wellicht nog naar de raad moet worden teruggekomen omdat er iets is aangetroffen wat wij van tevoren niet verwachten. Dus op basis daarvan doen we dat. De voorzitter: Mijnheer Rahimi wil alsnog interrumperen. De heer Rahimi: Ben ik goed te verstaan? De voorzitter: Ja. De heer Rahimi: Gelukkig. U hoeft er verder niet op in … Ik wil alleen een compliment geven, want omdat dit zo uitgebreid neergezet is, zie ik überhaupt dit. Normaal gesproken is het altijd dat je het ooit later hoort. Dus het was meer in de richting van de raad. Dus u hoeft daar verder niet op in te gaan. Dank u wel en complimenten dat het juist gedetailleerd is. Dat is alles. De voorzitter: Dank u wel. De wethouder De Lange. De heer De Lange: Nou voorzitter, daar geniet ik even van. Dank u wel mijnheer Rahimi, via u voorzitter. Dan … even kijken. Dan heb ik, ben ik eigenlijk bij het einde gekomen en heb ik nog geen reactie op de vraag van mevrouw Booij. Ik ga hem voor de zekerheid even halen, want daar kom ik dan schriftelijk op terug. Uw vraag was: kan de fietser bij de oversteek Herensingel Stationsweg dan niet een voorrangssituatie krijgen dat de auto moet wachten in die zin voor de fietser, voordat die oversteekt? Dat was volgens mij uw vraag en ik herhaal hem even, zodat we precies weten waar we op moeten reageren.

Mevrouw Booij-van Willigen: Voorzitter, krijg ik toestemming? De voorzitter: Ja hoor, ga uw gang. Mevrouw Booij-van Willigen: Inderdaad, wethouder, was dat mijn vraag, ook omdat ze nu op de rotonde ook de fietsers voorrang hebben. De heer De Lange: Ja. Dank u wel voorzitter. Inmiddels komt er een klein beetje annotatie binnen, waarin er wordt gezegd: op de wijkontsluitingswegen doe je dat eigenlijk nooit. Het is toch ook een soort van hoofdroute. Dat zou een gevaarlijke situatie creëren, omdat het voor een automobilist onverwachts in die zin ook gaat zijn. Maar ik kom daar wel even bij u schriftelijk op terug. Maar ik vermoed, gezien nu wat er binnendruppelt, dat dat, dat daar toch wel de nodige mitsen en maren in het kader van veiligheid aan vast zitten. Daarmee, voorzitter, is, heb ik volgens mij alle vragen beantwoord. De voorzitter: Mijnheer Pfeiffer had nog iets opgemerkt. De heer Pfeiffer: Had ik dat? Nee, ik dacht ook van niet. De voorzitter: Ja, ik heb genoteerd dat u iets gevraagd of gezegd had. Of was het alleen een compliment aan de wethouder? De heer Pfeiffer: Zoals altijd, voorzitter. De heer De Lange: Ik hoorde alleen: hup rugstreeppad. Maar dat was misschien bij een vorig gedeelte.

De voorzitter: Ja, ja. Goed. Dan zijn we klaar met dit onderwerp nu. Dan is mijn vraag aan u: is dit een bespreekstuk of een hamerstuk? De heer …: Bespreek. Mevrouw …: Een bespreek. De voorzitter: Goed. Dan gaat … Punt 8 wordt een bespreekstuk. TER BESPREKING 9.

Brief LIS 82 - Stichting Korenmolen De Vriendschap - reactie inventarisatie toeristische sector De voorzitter: Dan gaan we door op de agenda en dan gaan we naar de stukken ter bespreking. Op nummer 9 staat een brief van de Stichting Korenmolen De Vriendschap en een reactie van de leveranciers, toeristische sector. Mevrouw Booij heeft die op de agenda gezet, dus het woord is aan mevrouw Booij. Mevrouw Booij-van Willigen: Dank u wel voorzitter. Ik maakte het niet lang, maar ik … Mijn vraag is of het college de vraag van deze stichting gaat honoreren of dat ze op meerdere plekken gezet worden. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mag ik mevrouw … Mevrouw Heijstee-Bolt: Heijstee. De voorzitter: Heijstee daar de … Ga uw gang. Mevrouw Heijstee-Bolt: Ja, dank u wel voorzitter. Nou, ik zal het ook kort houden. Dit is inderdaad een omissie. We zullen dat corrigeren. Dus het wordt gecorrigeerd in een museale functie waar geen entree wordt geheven en dat is ook al doorgegeven intern aan de afdeling onderzoek informatie en statistiek. Dus dat wordt gecorrigeerd. De voorzitter: Goed. Dank u wel. Bent u tevreden, mevrouw Booij? Goed zo.

10. Brief LIS 83 - Vereniging van Eigenaren Aquamarin 1 - Omgevingsvergunning betreffende opbouw Aquamarin 1e blok De voorzitter: Dan gaan we door naar de volgende brief. Dat is de brief 83, van de Vereniging van Eigenaren van Aquamarin 1, omgevingsvergunning betreffende de opbouw op Aquamarin 1, blok, eerste blok. Ook die is door mevrouw Booij op de agenda gezet. Dus mevrouw Booij wederom het woord. Mevrouw Booij-van Willigen: Ja, dank u wel voorzitter. Nou, we hebben gisteren natuurlijk allemaal de inspreker gehoord. Er ligt nog een heel traject voor. Dus nou, ik begin gewoon. Voorzitter, Aquamarin, toen dit gebouw het werd is er met bewoners, gemeenten, de bouwer en de woningbouw afgesproken dat op de blokken één en twee geen dakopbouw mocht komen in verband met uitzicht van de bewoners van de Keulse Vaart. Dus toen er vorig jaar een aanvraag binnenkwam van vier woningen uit blok één voor een dakopbouw, zijn er bezwaren gemaakt tegen deze opbouw. Vanuit de gemeente kwam het geluid dat er nergens iets te vinden was over de afspraken die ik net genoemd heb. Na contact te hebben gehad met de heer Luker, de toenmalige wethouder, die mij wist te vertellen dat dit ook vastgelegd was in het bestemmingsplan, dachten

de bewoners dat één en ander geregeld was en dat er geen bouwvergunning zou worden afgegeven. Dit bleek niet zo te zijn. Deze was wel afgegeven. Je zou zeggen dat dit in samenspraak gaat met de VvE, maar in de brief heeft u kunnen lezen waarom dat allemaal fout gegaan is en ook met de inspreker. Er is door de bewoners van de De Veluwse Wagen een handtekeningenactie gestart die aan de gemeente is aangeboden door de heer Gijsen. Hierna is er nog contact geweest tussen de gemeente en sommige bewoners en volgens mijn informatie, voorzitter, was u er zelfs bij. Dat is me verteld door mevrouw Smit. Maar ook daar is niet op gekomen naar de bewoners. Ondanks dat deze afspraken in het bestemmingsplan stonden en zelfs in het koopcontract van deze huizen, zijn toch de bouwvergunningen afgegeven. In het bestemmingsplan stond het in de bijlage, waardoor het zwakker is en via het privaatrecht kan je de afspraken in het koopcontract gerechtelijk opheffen, wat een goede kans van slagen blijkt te hebben, omdat één van de aanvragers advocaat is. Dus ik geloof dit gelijk. Maar wat ik raar vind is dat wij als raadsleden en burgers denken dat als het in het bestemmingsplan staat, dat alles wel goed geregeld is en dat je er nu achter komt dat dit helemaal niet zo is. Aquamarin is een heel speciaal bouwwerk. De opbouwen worden ook allemaal via hetzelfde, volgens de architect, manier gedaan.

Ook de huizenblokken, dus de andere huizenblokken waarop wel gebouwd mag worden, die hebben een colonnade staan. Ook al hebben ze geen opbouw, maar die colonnade staat er zodat alle opbouwen er hetzelfde uitzien. Maar als bewoners heb je dus helemaal geen enkele kans om dit soort dingen tegen te houden, vooral omdat Aquamarin niet meer in de welstand valt. Voorzitter, wij komen hierop terug en ik wil de overige commissie dan ook oproepen om met mij te zorgen dat Aquamarin weer onder de welstand gaat vallen en wellicht ook nog wel andere wijken. De beslissingen worden nu ver weggenomen en wij moeten Weesp veilig houden. Voorzitter, dan ga ik nu verder in mijn deel twee, want van de brief gaan toch echt je haren overeind staan. Want hoe is het mogelijk dat burgers geen reactie op vragen krijgen? Ik maak een opsomming. Op 13 augustus 2020 dient, komt er een bezwaarschrift, krijgt nummer Z177482. In de reactie van de gemeente op 13-8, ontvangstbevestiging: het is doorgestuurd naar de betreffende omgevingsvergunning. Daarna niets meer vernomen. Op 26 augustus is MARS architecten contact gaan nemen met dus de gemeente of ze de bouwtekeningen van de vier aanvragers mochten inkijken. Dat was niet mogelijk, zei de gemeente Weesp. MARS architecten zei, en ik citeer: de gemeente Weesp blijkt niet erg meewerkend en flexibel te zijn. E-mail 26 oktober van de VvE naar de gemeente.

E-mail ontvangstbevestiging op 28 oktober. E-mail is wederom doorgestuurd naar de afdeling omgevingsvergunningen in verband bezwaarschrift. Daarna nooit meer iets vernomen. Dus voorzitter, diverse pogingen om bezwaar in te dienen binnen de daarvoor bestemde periode zijn niet gelukt. Om de bouwtekeningen te achterhalen is niet gelukt. Als klap op de vuurpijl kreeg de VvE te horen toen ze telefonisch contact probeerden te maken dat de afdeling vergunningen niet gebeld wilde worden. Op 16 februari werd door de heer ‘…’, een ambtenaar van Weesp, contact opgenomen met de briefschrijver met excuses dat alles zo gelopen is, want hij vreselijk erg vindt. Hij wil zich dan wel proberen in te zetten voor de colonnade. Als mevrouw wil kan ze een klacht bij de gemeente Weesp en Amsterdam neerleggen, wat dan geheel terecht is, ik citeer de ambtenaar. Nou, daar heb je wat aan als burger. Hij wil niet los. Voorzitter, dit is nu best wel het zoveelste geval dat Weesp en Amsterdam nog lang niet goed samenwerken. We willen toch echt weten wat we eraan gaan doen. Iedere keer als een burger tegen de ambtelijke molen aanloopt, dan horen wij: aanloopmoeilijkheden, we gaan erachteraan, maar dat zaken zo erg zijn zoals onderliggende brief, daar maken wij ons gewoon erg veel zorgen over. Er moet gewoon een manier zijn dat als burgers een bezwaarschrift willen indienen, dat ze dat ook kunnen doen.

Voorzitter, dat was het. Dank u. De voorzitter: Dank u wel mevrouw Booij. Dan ga ik naar wethouder Vos denk ik voor een antwoord hierop. Klopt dat? O, mijnheer Sluyk wil nog even …

De heer Sluyk: Ja, ja, voorzitter. Ik begrijp even één ding niet. Misschien heeft mevrouw Booij dat genoemd, maar dan heb ik het niet begrepen of verstaan. Wat is de reden geweest waarom die dakopbouwen op dat eerste, dat tweede blok, nooit zijn toegestaan? Dat is mij niet helder. Heeft dat te maken met het uitzicht van de bewoners van de flat? Maar dat wil ik even weten. De voorzitter: Mevrouw Booij. Mevrouw Booij: Daarop antwoorden, voorzitter. De heer …: Voorzitter. Mevrouw Booij-van Willigen: Er is … Dan praat ik natuurlijk ver voor mijn tijd. Er is een afspraak geweest omdat anders de bouw zal worden tegengehouden door de bewoners, want er stond natuurlijk niks. De mensen van dus de Keulse Vaart, die keken gewoon op de haven uit. Toen kwam Aquamarin, die werd er gebouwd. Dus er is met de toenmalige bewoners gewoon een overleg gevoerd en dit is de afspraak die daaruit is gekomen. Volgens mijnheer Luker is dat in de bijlage van dus het bestemmingsplan … Tenminste, hij dacht bestemmingsplan, maar het schijnt de bijlage van het bestemmingsplan te zijn. Het schijnt dus allemaal niet zo wettelijk stevig te zijn, maar dat heb ik van mijnheer Pfeiffer gehoord. De voorzitter: Dank u wel. Ja, ik zag mijnheer Pfeiffer ook even reageren. De heer …: Ik ook, voorzitter. De voorzitter: O. Sorry. Ja, eerst even mijnheer Pfeiffer. De heer Pfeiffer: Dank u wel voorzitter.

Voorzitter, ik vat het betoog van mijn gewaardeerde collega, mevrouw Booij, in twee delen samen. Eén is: de communicatie verloopt niet altijd goed en twee: we hebben een probleem met de welstandstoezicht in Weesp of die een geval met vergunning vrij bouwen, want daar komt het eigenlijk op neer. Het tweede deel … Op het eerste deel over dat contact met de ambtenaren kan ik helaas zelf uit eigen ervaring ook wel in grote delen meegaan dat dat op dit moment niet voldoende loopt. Ik vind dat heel moeilijk. Ik ben wel benieuwd hoe we daar, hoe de wethouder daarop reageert. Het tweede deel is: ik heb mezelf nooit politiek actief bemoeid voordat ik in de raad kwam, op één punt na en dat was op 4 april 2017. Ik heb het nog even nagezocht. Toen sprak ik in over deregulering van het welstandstoezicht. Toen heb ik letterlijk ongeveer gezegd wat er nu gebeurd is, wat zou gaan gebeuren in Weesp. Dat komt omdat ik daar vanuit mijn professie gewoon heel veel mee te maken heb. Ik weet precies hoe dat werkt, dat die procedures. Toen heeft de raad in 2017 besloten eigenlijk het oude centrum nog maar onder welstandsregime te laten vallen. Dat is echt een hele grote fout, want welstand beschermt … Veel mensen zien welstand als een hindernis. Dat is iets wat heel moeilijk is, als je een dakkapel wil, dan wil je naar welsstand en die gaan moeilijk doen en het moet geel en het moet groen.

Maar welstand doet iets heel anders. Welstand, dat zegt de naam al, zorgt voor een welomgeving, een mooie omgeving. Dat is één van de oudste wetgeving die wij hebben in Nederland. Dit zorgt precies ervoor dat vergunningen die worden aangevraagd of getoetst moeten worden aan bestemmingsplannen, dat die nog een menselijke toets krijgen en dat is eigenlijk heel actueel ook natuurlijk nu de overheid weer menselijker wil worden. Wat er nu gebeurt, is ook met Aquamarin, is dat een vergunningaanvraag komt binnen, die wordt getoetst aan drie punten. Dat is de brandveiligheid, dat is het bouwbesluit en dat is bestemmingsplan. Bestemmingsplan is over het algemeen heel vrij ruim en mevrouw Booij heeft gelijk, inderdaad, in de regels van het bestemmingsplan of in ieder geval van de bijlage van het bestemmingsplan staat wat over de dakopbouwen, maar die zijn niet rechtsgeldig in zoverre voor een

vergunningafweigering. De enige die dat kan voorkomen is een welstandstoets. Want die welstandstoets, die helpt ons om, ja, om te kijken of dingen passend zijn, of dat ook fijn is voor de buren, of het ook fijn is voor de in dit geval de bewoners van de flat die erop aankijken. Dat doet de welstand. Ik kan niet genoeg nog steeds onderschrijven hoe belangrijk het is dat we heel snel dat repareren. Ik heb ook al aangeboden achter de schermen om daar gewoon een initiatiefvoorstel desnoods nog heel snel voor de zomer in de raad te brengen, omdat in ieder geval voor de wijken Aquamarin en Zuid I te repareren, want dat zijn gevoelige wijken en dit is één van de eerste, maar het is niet de eerste. Er zijn al meerdere klachten binnengekomen over het welstandsvrij bouwen in Weesp. Ik zou, nou ja, een beroep op alle raadsleden hier willen doen om te kijken hoe we dat kunnen repareren. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Pfeiffer. Dan ga ik nog even naar mijnheer ’t Hart. De heer ’t Hart: Ja, dank u wel voorzitter. Afgezien van de verhalen van mevrouw Booij en de heer Pfeiffer waar ik me ook wel in herken hoor, wou ik toch nog eventjes kwijt dat wellicht ten onrechte de indruk wordt gewekt, dat deze brief vooral van uw mevrouw komt van de VvE van Aquamarin.

Mij is bekend dat die brief op ‘…’ is geschreven, want de VvE van Aquamarin heeft in de algemene leden vergadering ook op voorstel van het bestuur hiermee ingestemd, met die opbouw. Dus dat wou ik wel eventjes kwijt, voorzitter. Mevrouw Booij-van Willigen: Voorzitter, even ter interruptie … De voorzitter: Ja. Mevrouw Booij-van Willigen: Ik heb hier e-mails liggen van meerdere mensen die in de VvE zitten, dat die vergadering heel anders is verlopen als dat mijnheer ’t Hart voordoet. Alleen is het zo dat ze al tien stappen verder waren in dus het proces, dus ze wilden toen op dat ogenblik geen ruzie met dus de vier bewoners hebben. Daardoor zijn ze toen akkoord gegaan. Maar ik heb het ook niet daarover. Ik heb het ook niet over dat dus de bouwvergunning teruggetrokken moet worden. Daar gaat het niet om. Het gaat erom hoe burgers behandeld worden en dat burgers bezwaar indienen die gewoon nergens komt, dat bezwaar. Daar gaat het me over. De VvE heeft getracht de bezwaarschriften in te dienen en die gaan we gewoon niet aan. Dat lukt dus niet op de één of andere manier. Daar gaat het me om. Daar moeten we iets van doen. Wij zijn gekozen volksvertegenwoordigers. We kunnen dit niet over onze kant laten gaan. Burgers moeten bezwaren kunnen maken en het moet ergens terechtkomen, zodat het behandeld wordt. Daar gaat het mij om.

Het tweede deel, dat is natuurlijk de welstand en dat moeten wij ook als raad gaan regelen, zodat dit gewoon niet meer voor kan komen. De voorzitter: Dank u wel mevrouw Booij. Dan ga ik nu naar de wethouder Vos, want ik zie geen andere interrupties meer. Ga uw gang. De heer Vos: Dank u wel voorzitter. Voorzitter, er is goed gememoreerd in deze vergadering dat de gemeente een vergunning heeft verleend. Dat heeft die gemeente ook voor de vier dakopbouwen die zijn aangevraagd. Voordat we tot vergunningverlening overgingen is inderdaad onderzocht of er ergens op het gemeentelijk archief onder aantreffen of er in het verleden afspraken zijn gemaakt anders dan die in bijlage van het bestemmingsplan zoals u zegt zijn weergegeven of ergens afspraken zijn gemaakt die aangaven dat een bebouwing niet tot de mogelijkheden behoorde of verboden zou moeten worden of anderszins. Dergelijke afspraken hebben we niet aangetroffen, voorzitter. Wat hebben we gedaan? We hebben gewoon beoordeeld, zoals we altijd moeten beoordelen, of we wel of niet vonden dat die dakopbouwen in aanmerking zouden kunnen komen voor een vergunning. Dat kwamen ze inderdaad om een aantal redenen, maar de belangrijkste

reden is: het paste goed in de ruimtelijke ordening, als je dat zo kunt formuleren en van de zijde van … Want daar is wel op gecheckt, van de zijde van de woningbouwvereniging werd aangegeven dat er geen bezwaar bestond bij de woningbouwvereniging tegen het realiseren van dakopbouwen op blokken één en twee. In andere woorden: dan ga je kijken naar de goede ruimtelijke ordening. Het is een kruimelgeval, zodat dat dan zo mooi heet. Op basis van dat kruimelgeval kun je hier zeggen: nogmaals, het past in een goede ruimtelijke ordening om te komen tot vergunningverlening. U gaf zelf al aan, als het in de bijlage staat, dan heeft het natuurlijk niet de rechtskracht zeg maar die het tenminste nodig heeft om het op basis van het bestemmingsplan tegen te houden. Met andere woorden: er was geen reden om te komen tot weigering. Dat zo zijnde, voorzitter, betekent het dat het natuurlijk wel uiterst vervelend is … Ik heb gisteren natuurlijk ook de inspreker aandacht beluisterd, dat het ontzettend vervelend is dat getracht wordt om zo een intensieve wijze met de gemeente contact te zoeken om te kijken of je al dan niet ergens bezwaar zou tegen kunnen maken, of je misschien een zienswijze zou kunnen indienen, of al dan niet sprake is van een welstandsitem.

Dan zie ik ook dat er gebrek is aan communicatie, voorzitter, op het moment dat we weten … Wij weten in ieder geval bij de gemeente dat dit niet aan welstand getoetst hoeft te worden, omdat het, het gebied Aquamarin betreft. Is dat misschien bij de burger niet volledig bekend? Of althans, u had daar informatie misschien even over nodig gehad … Als je dan zoekt naar iemand van de welstandscommissie omdat je die informatie wilt hebben en die welstandscommissie, die kun je niet bereiken, ook een andere persoon kun je niet bereiken omdat die kennelijk in de veronderstelling is, dat vermoed ik maar hoor, van: ik ga helemaal niet over Aquamarin, dus wat heb ik in hemelsnaam te vertellen tegen iemand over Aquamarin in het kader van welstand? Nou voorzitter, dan is zo een communicatieprobleem snel ontstaan en dat is natuurlijk uiterst vervelend. Vooral het feit dat je je wat onmachtig voelt of erg onmachtig voelt op het moment dat je burger bent en niet in de gelegenheid bent om daar wat aan te kunnen doen, dat zou meer, laten we zeggen, thuishoren in de opvatting van: daar moeten we in het kader van de dienstverlening maar eens goed met elkaar over praten. Dit onderwerp zouden we gisteren natuurlijk besproken hebben. Vandaag zou in de commissievergadering over dienstverlening mogelijk gesproken zijn in de commissievergadering van algemene zaken.

Ik weet niet of dat ook heeft plaats gehad, voorzitter. Maar daar, laten we zeggen, is het vooral de bedoeling om dit soort signalen weer te geven simpelweg met het doel om te voorkomen dat dat in de toekomst toch een keer gaat optreden en dat we ervoor zorgen dat mensen begeleid worden in ieder geval in de mogelijkheid die zouden moeten hebben om ergens terecht te kunnen met een vraag en dan ook een afdoende antwoord te kunnen krijgen. Ik vind het spijtig dat het zo gelopen is en dat de ervaringen van deze burger zo gegaan zijn zoals ze gegaan zijn of althans, zoals wij dat in ieder geval hebben waargenomen en zoals dat door deze mevrouw König is ervaren zeg maar. Dat neemt overigens niet weg dat die mevrouw König wel een termijn heeft laten passeren met betrekking tot het indienen van eventuele bezwaren of van eventuele zienswijze. Want zelfs als je geen informatie hebt, is het natuurlijk wel verstandig om een zienswijze in te dienen of een bezwaar in te dienen. Desnoods doe je dat maar pro-forma. Dat is natuurlijk erg jammer, dat dat natuurlijk niet gedaan is. Daardoor, laten we zeggen, is de mogelijkheid van verdere behandeling van een dergelijke zienswijze of een bezwaarschrift niet mogelijk gebleken. Wat wel of niet is afgesproken in een Vereniging van Eigenaren in dit verband van Aquamarin, moet ik u zeggen: dat weet ik niet.

Ik weet wel dat de vereniging in staat is, gangbaar tenminste in verenigingen, om een dergelijke bouwaanvraag, want dat betreft de constructie van de vereniging, om die goed te keuren of niet goed te keuren. Op het moment dat je en een vergunning hebt gekregen en dan ook goedkeuring hebt gekregen van een Vereniging van Eigenaren ben je in staat om te komen tot uitvoering, maar ben je in het laatste geval niet in de gelegenheid geweest om je een goedkeuring op te halen bij de Vereniging van Eigenaren. Dat kan een Vereniging van Eigenaren tegenhouden, dat je ter plaatse, tenminste dat is gangbaar zo, dat je ter plaatse kunt …

Mevrouw Booij-van Willigen: Voorzitter, even ter interruptie. Nu gaat de wethouder toch echt te ver. Ik heb met deze mevrouw gesproken en de verhoudingen, die zijn doordat ze bij de gemeente niet verder kon dermate verziekt dat deze mevrouw gewoon gekozen heeft voor dus haar eigen gemoedsrust. Die werkt voor een VvE omdat ze daar zelf woont en met meerdere mensen. Die had op een gegeven moment helemaal geen zin meer in die confrontatie. Nu lijkt het wel alsof die mevrouw daar de reden is. Ze gaat niet eens een klacht indienen omdat ze het helemaal gehad heeft. Het ging mij erom dat burgers gewoon niemand te pakken krijgen. Of de gemeente nu wel of niet een bouwvergunning afgeeft, daar gaat het niet om, want dat kunnen we alleen maar tegenhouden via de welstand. Die oproep, die heb ik aan de raad gedaan, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Vos. De heer Vos: Ik probeerde in algemene zin, voorzitter, aan te geven dat je naast een vergunningverlening bij een Vereniging van Eigenaren ook nog de Verenigingen van Eigenaren gangbaar nodig hebt voor het verkrijgen van toestemming om te komen tot het realiseren van een dakopbouw, niet meer, niet minder. Of dat wel of niet de schuld van de gemeente is en of dat wel of niet frustratie van een separaat paraat lid is of van meerdere separate leden, dat vind ik niet relevant.

Ik probeer alleen aan te geven dat daar een mogelijkheid nog aanwezig is om actie te ondernemen op het moment dat dat gevraagd wordt en wenselijk is. Voorzitter, daar wil ik het graag bij laten. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Vos. Dames en heren, het is alweer vijf … Wat zeg ik? Zes minuten over elf. Velen van u zijn al een tijdje bezig met te vergaderen. De heer Sluyk is om acht uur al begonnen. Dus ik schors de vergadering opnieuw en zoals de griffie al voorgesteld had, gaan wij volgende week de dertiende dacht ik verder met het vervolg. Die bestaat dan uit hoofdzakelijk nog uit de RIB’s. Dus als u zo nog misschien uw vragen al kant en klaar kan hebben, dan kunnen we misschien dan wel afronden, want dat is dan toch wel de bedoeling. Dan stoppen we bij deze … De heer …: Voorzitter. De voorzitter: Wens ik u allemaal een goedenacht. De heer …: Voorzitter, ik … Ik wil niet heel lullig zijn. Ik ben het helemaal ermee eens en er zijn … Ik vind, deze vergaderingen duren veel te lang en dat hebben we ook zelf denk ik als commissie gedaan als raad. Maar ik was met dit punt nog niet klaar. De voorzitter: O. De heer …: Dan wil ik mijn vragen graag bij de tweede termijn, vind ik prima, volgende week doen … De voorzitter: O, sorry. De heer …: Of … De voorzitter: Ja, laten we het nu maar afronden dan.

Maar als het maar niet al te laat wordt, dan … Nog … We gaan nog vijf minuten door, maar dan moet er wel een … De heer …: Ik zal het aan mijn kant in ieder geval heel kort houden, maar ik wil het wel even afronden.

De voorzitter: Ja, oké. De heer …: Ga uw gang. De voorzitter: Oké, dank u wel voorzitter. Voorzitter, heel kort. Ik was het helemaal eens met het betoog van de wethouder tot hij zei dat mevrouw op termijn een bezwaar had moeten indienen. Dat sloeg mij toch een beetje in mijn onderbuik, want volgens mij was juist het punt dat mevrouw niemand aan de lijn kreeg en ik heb zelf ook de ervaring dat vergunningen niet op tijd ter inzage zijn voor burgers, dus als je dan het ook niet kan zien, dan kan je ook geen bezwaar indienen. Daar ligt weldegelijk een probleem. Verder dank ik mevrouw Booij voor de steun van de welstand en ik denk dat ik om geen enkele ambtenaar te belasten daar zelf gewoon met een initiatiefvoorstel kom richting commissie te zijner tijd. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Pfeiffer. Dan ga ik nog even naar wethouder … Mevrouw Booij-van Willigen: Nee voorzitter, ik zou ook nog een tweede ronde graag … De voorzitter: Ja, ik zag uw handje niet. O ja, ja. Mevrouw Booij-van Willigen: Want kijk, we kunnen dit natuurlijk voorkomen om te zorgen dat we hier in Weesp gewoon een aanspreekpunt krijgen. Dus als je belt, dat er iemand, een spil in het web, komt te zitten die gewoon weet waar iedereen heen moet gaan. Nu is het zo dat burgers steeds bellen of mailen en dat dat ergens heen gaat en er wordt nooit meer wat op terug gehoord. Daar gaat het ergens fout.

Dus ik neem aan dat daar het college ook wel over heeft nagedacht hoe we dat gaan doen. Ik denk dat dit heel snel opgepakt moet worden en dat we dat gaan doen voordat we een fusie met Amsterdam … Want als we pas volgend jaar iemand als spil in het web gaat neerzetten, ja, dan is het een beetje laat om in ieder geval te kijken of het allemaal nog goed werkt. Dank u wel. De voorzitter: Ja, dank u wel mevrouw Booij. Dan is het laatste … De heer Sluyk: Ja voorzitter, even ter … Nee, even ter interruptie op mevrouw Booij. Dit is nou het punt wat we in de commissie AZ behandeld hebben over die dienstverlening. We gaan nu een discussie die we perfect kunnen voeren in de commissie AZ, gaan we nu in de commissie SOB weer overdoen. Dit is dubbelop. Mevrouw Booij-van Willigen: Voorzitter, daar heeft mijnheer Sluyk gelijk in, maar er werd in de rondvraag helemaal niet op ingegaan door dus het college. Mijn collega Kwakman heeft het daar inderdaad naar voren gebracht, maar er is niet op ingegaan. De heer Sluyk: Ja, maar waarom komt u dan weer terug in de commissie SOB ermee? U geeft het voorbeeld aan over Aquamarin, maar we gaan het hebben hier over dienstverlening, terwijl dat niet in de commissie SOB thuishoort. Voorzitter, ik vind dat u daarop moet ingrijpen.

De volgende keer moet u gewoon zeggen: terugverwijzen naar AZ en dan mag u alle en alle ruimte krijgt u van mij om door te vragen. De voorzitter: Ja, mijnheer Sluyk … De heer Sluyk: Dat is een beetje een probleem. De voorzitter: Dit was natuurlijk een reactie op een inspreker van, de inspreker en de brief die op de agenda gezet is van SOB.

Mevrouw Booij-van Willigen: Precies. De voorzitter: Dus daar wordt weldegelijk … De heer Sluyk: Voorzitter, dat ben ik … Voorzitter, dat ben ik niet met u eens, maar daar kom ik in het agendaberaad wel op terug. Dank u wel. De voorzitter: Goed. Mevrouw Booij-van Willigen: O, ja, ja. Nou ja. De voorzitter: Dan wil ik nog één keer even nu wethouder Vos als laatste en dan gaan we toch echt een punt erachter zetten. Mijnheer Vos, ga uw gang. De heer Vos: Voorzitter, uit de informatie die ik gekregen heb van de zijde van mevrouw König mocht ik opmaken dat zij in ieder geval op de hoogte was van de termijn waarbinnen het bezwaar kon worden aangetekend, ongeacht of ze informatie had ingewonnen ja of nee. Daaruit heb ik geconcludeerd dat zij in theorie in staat was om pro-forma een bezwaarschrift in te dienen als dat wenselijk was geweest en dat je de motivering onthoudt tot het moment waarop je de informatie hebt ontvangen. Dat als reactie in de richting van mijnheer Pfeiffer. Ten aanzien van de opmerking van mevrouw Booij, ja, die dienstverlening in algemene zin is natuurlijk niet specifiek in SOB te behandelen. Ik ging ervan uit dat u dat vanavond dan in de commissie van AZ besproken zou hebben. Misschien wilt u dat alsnog terugverwijzen. Dat weet ik niet.

Ik hoor graag wat u daarmee wilt, maar in algemene zin kan ik dat alleen meenemen naar het college met de vraag die u stelt van: zorg er nou alstublieft voor dat de burger door begeleid wordt en dat zal ik doen. Dat zal ik terugnemen naar het college. Dan kan het college daar ook wellicht op reageren. Mevrouw Booij-van Willigen: Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dank u wel wethouder. Dan sluit ik nu echt deze verg… Of die schors ik nu echt. Dan gaan we bij punt 11 verder volgende week. Dan wens ik u echt allemaal welterusten voor vanavond en sommigen tot morgen.

TRANSCRIPT VAN DE COMMISSIE SOB VAN GEMEENTE WEESP d.d. 13 april 2021

11. RIB 2021/39 - Verlengen en evaluatie pilot ligplaatsen Oudegracht De voorzitter: Ja, het is 8 uur op dinsdag 13 april en we beginnen aan de derde ronde van de SOB-vergadering. We zijn aangekomen bij punt 11 van de agenda en die gaat over de evaluatie van de plaatsen van boten in de Oudegracht, de RIB 2021/39. Zijn daar vragen over? De heer Pfeiffer: Ja, voorzitter, die heb ik op de agenda laten plaatsen. De voorzitter: Meneer Pfeiffer, gaat uw gang. De heer Pfeiffer: Ja, dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ik zal het echt heel kort houden, want ik zit niet op een vierde avondcommissie SOB te wachten. De voorzitter: Nee, wij allemaal niet. De heer Pfeiffer: Voorzitter, de reden waarom ik hem op de agenda heb laten plaatsen is omdat ik er procedureel een kleine, korte vraag over heb. Het college schrijft … Ik heb alle begrip waarom de pilot wordt verlengd. Bij hebben daar alle begrip voor. Alleen het is zo dat ik het zo interpreteer dat het college de aflopende evaluatie, de uitkomst van de evaluatie, zal meenemen in de harmonisatie met de gemeente Amsterdam en dan wordt er gekeken volgens de laatste informatiebrief hoe de pilot bestendig kan worden en de raad zal erover dit jaar geïnformeerd worden. Dat is volgens mij niet conform afspraak.

Ik zou graag zien dat het college conform de afspraak terugkomt naar de raad en de raad hierover laat beslissen en ik zou graag willen voorstellen, of eigenlijk de toezegging van het college willen hebben, dat we dat voor 1 januari 2022 een voorstel naar de raad gaat of de pilot bestendig wordt, ja, dan te nee. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, meneer Pfeiffer. Verder nog vragen? Nee. Dan gaan we nu even naar de wethouder om te vragen of dat kan. Mevrouw Heijstee: Ja, dank u wel, voorzitter. ‘…’. De voorzitter: Ik zie, sorry … Ik zie meneer Sluyk nog een handje opsteken. De heer Sluyk: Ja, dank u wel voorzitter. Even heel kort. Ik wil graag het betoog van de heer Pfeiffer ondersteunen en de CDA-fractie zou het, de heer Pfeiffer heeft het voorstel nu gedaan, anders had de CDAfractie dit voorstel gedaan. Dus ondersteuning van het betoog van de heer Pfeiffer. De voorzitter: Goed. Ik kijk nog even snel … Ik zie geen andere handjes. Dan gaan we nu naar de wethouder. Mevrouw Heijstee: Ja, dank u wel, voorzitter. In de lijn van ook wat we eerder hebben afgesproken, de heer Pfeiffer zegt dat we afgesproken hebben dat de raad hierover gaat besluiten, dat is mijns inziens niet aan de orde. Het gaat om een collegebevoegdheid en wij zijn uiteraard voornemens om u te informeren over het besluit, dus dat is ook de insteek van het college.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10055988/3