CConstaterende datWeesp
Koppel je AI →
Document · PDF

Transitievisie Warmte Weesp

Gemeenteraad 16 december 2021, gemeente WeespBij agendapunt: Transitievisie Warmte26.160 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Transitievisie Warmte Oktober, 2021

Inhoud

Transitievisie Warmte

Inhoud Voorwoord

4

Publiekssamenvatting

5

1. Inleiding

10

2. Algemene principes

15

3. De warmtetransitie in Weesp

17

4. Hoe maken we keuzes?

25

5.Hoe gaan we van start

36

Bijlagen Transitievisie Warmte

41

Bijlage A: Participatie en communicatie

42

Bijlage B: Onderbouwing transitiepad per buurt

46

Bijlage C: Onderzoeksbeeld: modelanalyse en kengetallen

47

Bijlage D: Warmtevraagbeperking, warmteopties en duurzaamheid

62

Bijlage E: Begrippenlijst

77

Bijlage F: Data bijeenkomsten met projectgroep en inwoners

80

3

4

Transitievisie Warmte

Inhoud

Voorwoord Sinds de jaren ’60 hebben we vertrouwd op aardgas uit eigen bodem voor het verwarmen van onze woonkamers, ons douchewater en om mee te koken. Maar de aardgaswinning in Groningen veroorzaakt veel schade. En aardgas is een fossiele brandstof. Bij verbranding van het gas komt er CO2 vrij, wat ervoor zorgt dat de temperatuur op aarde stijgt. Daarom is afgesproken dat Nederland in 2050 van het gas af is. Een heel land dat moet gaan overstappen op duurzame warmtebronnen. Dat is een enorme opgave, in alle opzichten. Technisch, financieel maar vooral ook sociaal. Niet iedereen heeft het geld, de kennis of de tijd om zelf een alternatief voor de gasketel te organiseren. Deze visie is een eerste voorstel hoe we de overstap in Weesp gaan aanpakken: het is een stip op de horizon. We hebben de visie opgesteld samen met inwoners en belanghebbende partijen om inzicht te geven in de opgave waar we voor staan en wat de meest logische route is naar een aardgasvrij Weesp. De visie geeft handvatten hoe we stapsgewijs kunnen overstappen en wat bewoners zelf al kunnen doen. De visie gaan we samen met bewoners en partners uitwerken in Buurtuitvoeringsplannen. Pas dan zal er een definitieve beslissing worden genomen over het beste alternatief voor aardgas per wijk. We gaan het doen in een gestaag tempo: buurt voor buurt. Samen met de woningbouwcorporatie, met burgerinitiatieven en met u.

Benieuwd hoe we dit in Weesp willen gaan aanpakken? Lees dan verder! Wethouder Carin Ogier

Transitievisie Warmte

Publiekssamenvatting Waarom een Transitievisie Warmte voor de gemeente Weesp? In 2050 zullen gebouwen in Nederland niet langer met aardgas worden verwarmd. Dat is nodig om de uitstoot van CO2 terug te dringen en klimaatverandering tegen te gaan. En daarnaast ook om de afhankelijkheid van aardgas terug te dringen, zowel uit Groningen als uit het buitenland. Ook in Weesp gaan we daarom onze huizen en gebouwen op een andere manier verwarmen. Deze overstap naar duurzame en aardgasvrije verwarming noemen we de warmtetransitie. Volgens het Nederlands Klimaatakkoord moeten gemeenten uiterlijk in 2021 hun Transitievisie Warmte vaststellen, waarin de alternatieven voor aardgas per buurt worden uitgewerkt. Ook kijken we in welke buurten we het beste kunnen starten met de overstap naar aardgasvrij. Het overstappen naar duurzame vormen van verwarmen doen we samen. Dat betekent dat er van alle inwoners van Weesp iets zal worden gevraagd. Niet meteen morgen, maar wel in de komende jaren. Tegelijkertijd biedt deze opgave

ook veel kansen, namelijk een comfortabel huis en een duurzame leefomgeving. In deze Transitievisie Warmte beschrijven we op hoofdlijnen hoe de overstap naar aardgasvrij er voor Weesp uit gaat zien. We nemen nog geen besluit over het moment waarop buurten van het aardgas af gaan en ook nog niet over de toekomstige aardgasvrije infrastructuur per buurt, dat volgt in de fase hierna. Deze visie geeft wel aan welke infrastructuur het beste lijkt te passen en in welke buurten we kunnen starten. In de fase na deze visie zullen we aan de slag gaan met Buurtuitvoeringsplannen1. Deze visie geeft een eerste inzicht in de kosten en baten van de warmtetransitie op buurt- en gebouwniveau en laat per buurt zien welke warmteoptie op dit moment met de laagste maatschappelijke kosten te realiseren is. Dat zijn de laagste totale kosten voor de gehele keten en al haar gebruikers, dus zowel kosten voor aanpassingen aan gebouwen, kosten voor de infrastructuur en kosten voor de bron en levering van energie, die nodig zijn voor een aardgasvrije gebouwde

1 Buurtuitvoeringsplannen worden landelijk ook wel ‘Wijkuitvoeringsplannen’ (WUP) genoemd.

omgeving. We kijken hierbij naar de onderlinge kostenverschillen per eindoplossing en daarmee de laagste kosten in totaal. Het biedt daarmee een handvat om de komende jaren de goede en noodzakelijke stappen te zetten binnen de warmtetransitie. De Transitievisie Warmte zal iedere vijf jaar worden herijkt om de nieuwste inzichten op het gebied van geleerde lessen, innovatie en wet- en regelgeving mee te nemen.

Welke routes naar een aardgasvrij Weesp? Om te bepalen op welke wijze we toewerken naar een aardgasvrij Weesp hebben we zorgvuldig onderzocht welke warmte alternatieven beschikbaar zijn in onze gemeente. Hierbij hebben we per buurt bekeken welke warmteopties het beste passen en in welk tempo de overstap naar aardgasvrij kan plaatsvinden. De ‘warmtetransitiekaart’ op de volgende pagina geeft weer welke verschillende routes naar aardgasvrij voor de verschillende buurten worden verwacht. Voor elke buurt geldt een voorkeursoplossing, maar dit betekent niet dat elk gebouw in de buurt op deze oplossing zal overgaan. Gebouwen binnen buurten zijn niet hetzelfde en het kan daarom

5

6

Transitievisie Warmte

Inhoud

Inhoud

zijn dat in delen van een buurt andere oplossingen meer voor de hand liggen. De uiteindelijke keuze voor de aardgasvrije warmteoplossing ligt bij de gebouweigenaar.

Isoleren en besparen vormen de basis Voor een groot deel van de woningen en gebouwen in Weesp geldt dat we komende jaren gezamenlijk zullen moeten inzetten op isoleren en andere vormen van energiebesparing. Warmte die je niet gebruikt hoef je ook niet duurzaam op te wekken en bovendien leidt besparen tot een lagere energierekening. We maken samen met Duurzaam Bouwloket (na de fusie met Amsterdam via het Regionaal Energieloket) inzichtelijk wat de eerste stappen zijn om met energiebesparing aan de slag te gaan. Dit doen we bij voorkeur op natuurlijke momenten, zoals een renovatie, verbouwing of een verhuizing, om de kosten zo laag mogelijk te houden. Deze kansen doen zich maar sporadisch voor, dus het is van belang ze goed te benutten.

Kans op een warmtenet voor 2030 De buurten Hogewey Noord, Midden en Zuid en de Dichtersbuurt en Schildersbuurt zien we als kansrijke buurten voor de ontwikkeling van een warmtenet binnen de komende tien jaar. In deze buurten zijn grote dichtheden aan woningen, veel

gestapelde bouw en een groot aantal corporatiewoningen van Ymere. Dit zijn belangrijke voorwaarden die de realisatie van een warmtenet tot een haalbaar alternatief voor gas maken. In het vervolgproces zullen we onderzoeken welke locaties binnen deze buurten het meest kansrijk zijn om te starten en wanneer, we zullen namelijk niet overal tegelijkertijd starten. Daarbij zal ook onderzocht worden wat de kansrijke bronnen zijn voor dit warmtenet en of er een realistische business-case gevormd kan worden. In deze fase zullen inwoners nauw worden betrokken bij de planvorming. De gemeente heeft de regie over dit proces.

Individueel de overstap maken In Weesp zijn al gebouwen aardgasvrij en er zijn daarnaast gebouwen die op relatief korte termijn de overstap kunnen maken naar aardgasvrij. Dat zijn met name de woningen die gebouwd zijn na 1990, zoals in Leeuwenveld, of nog recenter: in Weespersluis. In deze woningen zijn nog wel een aantal maatregelen nodig om de overstap te kunnen maken. Ook voor deze woningen is het belangrijk om een natuurlijk moment te kiezen om de overstap daadwerkelijk te maken, zoals aan het einde van de looptijd van een cv-ketel. Het creëren van een natuurlijk moment verschilt

Transitievisie Warmte

per woning. Gebouweigenaren maken daarom vaak individueel de overstap naar aardgasvrij. Het is bij de verkenning naar de mogelijkheden als eigenaar belangrijk om je vooraf goed in te laten lichten. Het is daarbij met name de vraag op welk temperatuurniveau de woning verwarmd kan worden en welke installatie daarbij hoort. We zullen als gemeente daarbij zorgen voor heldere en onafhankelijke informatievoorziening.

Het centrum In sommige buurten is gasvrije verwarming buitengewoon kostbaar of technisch lastig te realiseren. Dat zien we met name in oudere buurten. In deze buurten zijn gebouwen moeilijk te isoleren en de ruimte in de ondergrond is beperkt. In deze buurten, het Centrum en Herensingelkwartier, kiezen we er daarom voor om stapsgewijs, tussen nu en 2040, zoveel mogelijk gas te besparen door isolatie, hybride warmtepompen en aardgasvrije alternatieven daar waar mogelijk. Overstappen naar aardgasvrij is bijvoorbeeld wel mogelijk voor nieuwe(re) gebouwen in deze buurten, bijvoorbeeld door gebouwen elektrisch te verwarmen. De resterende gasvraag in het centrum zal op termijn waarschijnlijk duurzaam ingevuld moeten worden met duurzaam gas.

7

8

Transitievisie Warmte

Inhoud

Besparen en herijken Het is met de kennis van nu niet direct voor iedere wijk duidelijk wat de optimale warmteoptie is, bijvoorbeeld omdat de kosten voor verschillende warmteopties heel dichtbij elkaar liggen of omdat de analyse voor deze Transitievisie Warmte geen eenduidige uitkomst biedt. Aan deze wijken gaan we daarom extra aandacht geven bij de vijfjaarlijkse herijking van de Transitievisie Warmte, waarin we dan de nieuwste inzichten en ontwikkelingen kunnen meenemen. Dit wil niet zeggen dat gebouweigenaren in deze buurten niets kunnen doen. Er kunnen wel degelijk al eerste stappen richting aardgasvrij worden gezet. We ­stimuleren eigenaren om hun gebouwen ‘transitiegereed’ te maken, door isolatie, elektrisch koken en andere maatregelen.

Het buitengebied Voor het buitengebied is maatwerk nodig, vanwege de grote diversiteit aan gebouwen, verspreid langs de Vecht of dieper in de polder. Voor het buitengebied is de stapsgewijze aanpak de komende periode hetzelfde als in de besparingsbuurten. We zetten in op het transitiegereed maken van alle gebouwen door isolatie, elektrisch koken en andere maatregelen. Voor de woningen in het buitengebied geldt echter dat op meer individueel niveau naar de meest passende warm-

Inhoud

teoptie gezocht moet worden. Uiteraard wordt er bij de herijking van de Transitievisie Warmte gekeken naar innovaties die mogelijk ook in het buitengebied toe te passen zijn.

Bedrijventerreinen Bedrijventerreinen volgen een eigen transitiepad met veel aandacht voor maatwerk. De warmtevraag van bedrijven verschilt sterk, al naar gelang de functie van het bedrijf. Sommige bedrijven hebben helemaal geen warmtevraag, zoals opslagloodsen, anderen hebben een grote koudevraag, zoals kantoren en weer anderen hebben hoge temperatuur nodig voor bedrijfsprocessen. We voorzien daarom meerdere oplossingen op een bedrijventerrein, zowel individueel als kleinschalig collectief. Veel bedrijven maken momenteel al werk van de transitie omdat er voor bedrijven al veel strenge energieregels zijn. Bovendien gelden voor bedrijven andere tarieven voor energiebelasting. Het initiatief voor een overstap ligt primair bij gebouweigenaren. Bedrijven die zijn aangesloten bij de meerjarenafspraken (MJA) zijn verplicht om energie te besparen. De Omgevingsdienst houdt hier toezicht op en helpt bedrijven met de te nemen maatregelen.

ZELF AAN DE SLAG Wilt u zelf aan de slag met de voorbereidingen op een aardgasvrije woning? Isoleren en elektrisch koken zijn altijd goede stappen om te zetten. Door isolatie toe te passen, kunt u direct energie besparen. Maak daarbij gebruik van logische momenten. Kies bijvoorbeeld voor inductiekoken bij het vervangen van uw keuken, en informeer naar de mogelijkheden van HR++/+++ glas bij onderhoud of vervanging van kozijnen. Het type maatregelen verschilt uiteraard per woningtype en bouwjaar. Kijk op de website van het Duurzaam Bouwloket via (www.duurzaambouwloket.nl) welke maatregelen voor uw woning of gebouw geschikt zijn. U kunt ook advies krijgen, of zelfs hulp krijgen van een energiecoach, van de energiecoöperatie Weesp Duurzaam (weespduurzaam.nl).

Hoe komen we tot uitvoering De warmtetransitie is een complexe opgave met gevolgen voor alle Weespers. We zitten momenteel nog in een fase waarin wetgeving in ontwikkeling is en randvoorwaarden voor de warmtetransitie - onder andere de betaalbaarheid - deels ontbreken. Middels deze transitievisie bereiden we ons zo goed mogelijk voor op het moment dat deze randvoorwaarden wel zijn ingevuld. In de tussentijd gaan we aan de slag op plekken waar we kansen zien, al realiseren we ons dat het op weinig plekken een eenvoudige opgave zal worden. We gaan deze uitdaging graag met alle Weespers aan. In de meeste buurten in Weesp gaat morgen dus niet meteen de schop in de grond. Op basis van deze visie starten we wel met voorbereiding om woningen en gebouwen gereed te maken voor de overstap en we verkennen de mogelijkheden van een warmtenet voor een aantal buurten. Voor de uitwerking van de routes werken we nauw samen met onze partners zoals Ymere, Liander, Het Duurzaam Bouwloket, Weesp Duurzaam en de Gemeente Amsterdam. En natuurlijk met u als inwoner. Want zonder betrokken inwoners redden we het niet om de transitie te laten slagen.

Transitievisie Warmte

9

10

Transitievisie Warmte

Inhoud

Inhoud

Transitievisie Warmte

1. Inleiding Weesp gaat aan de slag met de energietransitie. Een van de onderdelen hiervan is het behalen van de doelstellingen op het gebied van energiebesparing én aardgasvrij. De hoge ambities van Amsterdam en Weesp op het gebied van duurzaamheid zijn vergelijkbaar. En dat is niet voor niets, want in 2022 zal Weesp volledig gefuseerd zijn met Amsterdam. Amsterdam zal in 2030 haar CO2-uitstoot terugdringen met 55% en in 2050 verder reduceren naar een verlaging met 95%. Vanaf 2040 is Amsterdam aardgasvrij. Weesp heeft de ambitie uitgesproken om binnen afzienbare tijd klimaatneutraal te zijn. Onderdeel daarvan is dat we onze woningen, bedrijven en andere gebouwen gaan verwarmen zonder gebruik van fossiel aardgas. Ook douchen en koken gaan we doen zonder aardgas. Deze transitie naar een aardgasvrije gebouwde omgeving noemen we de warmtetransitie. Het jaar 2040 klinkt nog ver weg, maar die tijd hebben we echt nodig om samen onze woningen en kantoren klaar te maken voor een aardgasvrije toekomst. Om dit goed te kunnen plannen is in het Klimaatakkoord vastgelegd dat elke gemeente uiterlijk in 2021 een Transitievisie Warmte (TVW) opstelt. In de Transitievisie Warmte wordt het tijdspad weergegeven waarin buurten aardgasvrij

worden en wordt per buurt een voorkeursrichting aangegeven voor de toekomstige aardgasvrije infrastructuur. Deze Transitievisie Warmte hebben we samen met belanghebbenden opgesteld om inzicht te geven in: › de opgave waar we voor staan; › de meest geschikte oplossingen voor de Weesp; › de meest logische route op weg naar een aardgasvrije gemeente. De overstap naar aardgasvrij wonen in de gemeente Weesp gaat niet van vandaag op morgen. We nemen de tijd, gaan stap voor stap aan de slag met de buurten en staan stil bij de mogelijkheden van isolatie en besparing. We hebben aandacht voor een stapsgewijze aanpak die we, waar het kan, zo praktisch mogelijk vertalen. Daarnaast leren we ook van wat er buiten de gemeente gebeurt. Landelijk en regionaal zijn er continu nieuwe ontwikkelingen die invloed kunnen hebben op de warmtetransitie in onze gemeente. Ook technische ontwikkelingen staan niet stil. Flexibiliteit in de uitvoering is dus belangrijk.

De overstap naar aardgasvrij wonen en werken gaat geld kosten. We streven ernaar om de kosten voor individuele inwoners zo laag mogelijk te houden. We zitten momenteel nog in een fase waarin wetgeving in ontwikkeling is en nog niet alle randvoorwaarden voor de warmtetransitie, waaronder betaalbaarheid, goed georganiseerd zijn. Voor de meeste oplossingen geldt nu dan ook dat er sprake is van een zogenaamde onrendabele top. Dat betekent dat op dit moment de investeringen nog niet worden terugverdiend en er subsidie vanuit de overheid nodig is om de transitie op gang te krijgen. Er wordt op nationaal niveau gewerkt aan nieuw beleid en nieuwe wet- en regelgeving om het vraagstuk van betaalbaarheid aan te pakken. Daarnaast ontwikkelt de markt zich ook in rap tempo. Voor collectieve warmteoplossingen geldt bovendien dat die betaalbaarder worden als er meer deelnemers zijn omdat de infrastructuur kostbaar is. Dit geldt bijvoorbeeld voor buurten met een warmtenet als voorkeursoplossing of bedrijventerreinen waar een lokaal bronnet interessant is. Deze Transitievisie Warmte geeft focus voor de komende jaren en richting voor de lange termijn. Samengevat is dit visiedocument dan ook geen eindpunt; we zullen de transitievisie minimaal

eens in de vijf jaar herijken op basis van nieuwe ontwikkelingen. Op deze manier kunnen we de planning richting 2050 steeds verder uitwerken, waarbij we de leerervaringen van onszelf maar ook elders iedere keer kunnen meenemen. Weesp staat daarnaast aan de vooravond van de fusie met de gemeente Amsterdam. Bij het opstellen van deze visie is rekening gehouden met de systematiek van de bestaande Transitievisie Warmte van Amsterdam. Op deze manier kan, bij de herijking over vijf jaar, de kennis en kunde vanuit Weesp geïntegreerd worden in de nieuwe gezamenlijke warmtevisie. De voorliggende visie is geschreven vanuit de ambities, mogelijkheden en uitvoeringskracht van de huidige omvang van de gemeente Weesp. Zo zorgen we ervoor dat de uitvoering van de warmtetransitie voor de komende periode is geborgd binnen de huidige organisatiestructuur. We zullen bij de uitvoering wel zoveel mogelijk proberen aan te sluiten bij de aanpak in Amsterdam.

1.1 Landelijke ambities Voordat we naar de lokale opgave kijken, schetsen we eerst de context van de opgave. In lijn met de Parijse klimaatdoelen hebben we in Nederland

in de vorm van het Klimaatakkoord ook afspraken gemaakt over de reductie van CO2-emissies. Om die afspraken na te komen is een forse inspanning op energiebesparing en het gebruik van alternatieve energiebronnen nodig. De verwarming met aardgas zorgt voor meer dan twee derde van de CO2-uitstoot van gebouwen in Nederland. Bovendien betekent het gebruik van aardgas een onwenselijke afhankelijkheid van aardgas uit Groningen of gas uit het buitenland. Landelijk is daarom de opgave geformuleerd dat 1,5 miljoen woningen (ongeveer 20 procent) in 2030 verduurzaamd moet zijn, om tot een volledig aardgasvrije gebouwde omgeving te komen in 2050.

1. Regionaal is er in de Noord-Holland-Zuid gewerkt aan de Regionale Energie Strategie (RES) waarin we een bod hebben gedaan voor (nieuw te realiseren) duurzame opwek in de regio. Daarin kijken we ook naar de beschikbaarheid van warmtebronnen en de regionale warmtevraag. Dit gebeurt in de Regionale Structuur Warmte (RSW), het warmtehoofdstuk van de RES. 2. Deze Transitievisie Warmte (TVW) beschrijft hoe we als gemeente onze warmtevraag op een aardgasvrije en duurzame manier kunnen gaan invullen, waarbij we de voorlopige resultaten uit de RES en de bijbehorende RSW meenemen.

De Transitievisie Warmte (TVW) omschrijft maar een deel van de opgave in de energietransitie. Hieronder wordt de relatie toegelicht tot de andere plannen uit het Klimaatakkoord die een rol spelen op zowel gemeentelijk en regionaal niveau. Gemeenten hebben een belangrijke rol in

3. Voor de buurten in de TVW waar we willen starten, zullen we vervolgens op wijkniveau een concreet Buurtuitvoeringsplan opstellen. Daarbij worden de bewoners en andere gebouweigenaren betrokken. Voordat een buurtuitvoeringsplan tot uitvoering over gaat, zal deze

de uitvoering van het nationale Klimaatakkoord. De plannen uit het Klimaatakkoord vinden plaats op drie niveaus:

aan de raad worden voorgelegd, conform de richtlijnen van de leidraad Aardgasvrije wijken. Het figuur op de volgende pagina laat de samenhang tussen deze plannen zien.

11

12

Transitievisie Warmte

Inhoud

Inhoud

Landelijke ontwikkelingen aardgasvrije wijken De transitie naar aardgasvrij is een proces van uitproberen, leren en opschalen. Het Rijk ziet dat we versneld moeten gaan starten in de eerste wijken om dit proces in gang te zetten en heeft daarom de regeling ‘Programma Aardgasvrije Wijken’ in het leven geroepen met ondersteuning aan wijken waar concrete stappen naar aardgasvrij worden gezet. De overstap naar een aardgasvrije manier van verwarmen vraagt om investeringen. De rijksoverheid werkt aan verschillende instrumenten om een betaalbare overstap mogelijk te maken. Bijvoorbeeld door de gemiddelde kosten voor energie via de energiebelasting te verlagen, door subsidies te geven en nieuwe aantrekkelijke financieringsmogelijkheden te ontwikkelen. Nog niet alles is op orde, dat kost tijd. Als gemeente houden we de landelijke ontwikkelingen in de gaten, want we vinden het belangrijk dat de overstap naar aardgasvrij haalbaar en betaalbaar is. Nieuwbouw is altijd aardgasvrij. Sinds 1 juli 2018

Figuur 1. Samenhang RES, Transitievisie Warmte en Wijk- of Buurtuitvoeringsplan

is de aansluitplicht van aardgas voor netbeheerders voor de nieuwbouw afgeschaft. Tot slot wordt er gewerkt aan juridische kaders via de Omgevingswet en de Wet Collectieve Warmtevoorziening. Die laatste wordt in 2022 verwacht,

Transitievisie Warmte

en heeft invloed op de manier waarop we in Nederland warmtenetten organiseren en de rol die gemeenten en initiatieven daarin kunnen spelen.

adviesraad, de lokale ondernemersvereniging IVW en de gemeente Amsterdam. Deze werkgroep was betrokken bij elke stap in het proces en legde mede de basis voor de transitievisie.

1.2 Wie hebben er meegedacht

Inwoners en ondernemers

De warmtetransitie heeft impact op de gebouwde omgeving in Weesp. De gemeente Weesp staat hier dan ook niet alleen voor. We werken bij het opstellen van de visie samen met organisaties die een essentiële rol spelen bij de uitvoering van de warmtetransitie. Zo kunnen we de transitie versnellen door planningen op elkaar af te stemmen, elkaar goed te informeren, schaalgrootte te behalen en te leren van elkaar. Uiteindelijk heeft de warmtetransitie impact op alle gebouweige-

Ook de inwoners van de Weesp hebben meegedacht bij de totstandkoming van de transitievisie. Als eerste hebben we inwoners en ondernemers gevraagd om met ons mee te denken over de uitgangspunten voor de warmtetransitie, door het invullen van een enquête. Deze enquête is door 236 inwoners ingevuld, die in verschillende buurten van Weesp woonachtig zijn. De volledige uitkomsten zijn opgenomen in bijlage A. Met de enquête hebben we een eerste indruk gekregen van wat inwoners en ondernemers belangrijk

naren, ondernemers en inwoners. Daarom zijn zij ook betrokken bij deze visie en worden ze in de toekomst nog intensiever betrokken bij (het vormgeven van de) plannen voor hun buurt.

vinden en welke vragen en zorgen ze hebben met betrekking tot de warmtetransitie. De uitkomsten van de enquête hebben we verwerkt in de uitgangspunten van deze visie (zie hoofdstuk 2).

Gemeentelijke werkgroep

Daarnaast is er een inwonerpanel opgericht met inwoners die actief mee hebben gedacht in het proces om te komen tot de transitievisie. In een open oproep (via Weespernieuws en social media) is aan inwoners gevraagd mee te denken middels een inwonerspanel. Ruim 60 mensen

Deze Transitievisie Warmte is opgesteld met inbreng van een brede groep met betrokkenen, verenigd in een werkgroep. Hierin zaten vertegenwoordigers van de netbeheerder Liander, Weesp Duurzaam, Ymere, Waternet, de huurders-

13

14

Transitievisie Warmte

Inhoud

Inhoud

Transitievisie Warmte

2. Algemene principes hebben deelgenomen aan dit panel. Tijdens drie interactieve online sessies is aan de leden van het panel gevraagd om input te leveren op uitgangspunten, tussentijdse producten en de concept TVW. Daarnaast heeft op 3 juni een informatieve online inwonersbijeenkomst plaatsgevonden. Tijdens deze bijeenkomst hebben we inwoners geïnformeerd over het proces en de uitkomsten. En tevens zijn we met elkaar in gesprek gegaan over vragen van inwoners over de concept resultaten van de transitievisie en de oplossingen voor hun eigen woning en de buurt waarin zij wonen. Ter voorbereiding van de informatieavond is een enquête uitgezet, deze is ingevuld door 193 Weespers. Met deze enquête hebben we een eerste indruk gekregen van de informatiebehoefte van bewoners en wat de Weespers belangrijk vinden voor het vervolg. De volledige uitkomsten zijn opgenomen in bijlage A. De Transitievisie Warmte wordt ter inzage gelegd zodat de Weespers kunnen reageren op het concept document. De gemeenteraad besluit uiteindelijk over de vaststelling van de Transitie­ visie Warmte.

Om te bepalen welke aardgasvrije oplossingen het beste passen bij de verschillende buurten in Weesp hebben we een aantal uitgangspunten opgesteld, op basis van inbreng van inwoners en belanghebbenden. We hebben deze uitgangspunten gebruikt als leidraad bij het maken van keuzes in de transitievisie warmte, zodat we de juiste stappen zetten richting aardgasvrij wonen in de Weesp. Algemene principes zijn uitgangspunten die gelden om de warmtetransitie in de gemeente Weesp tot een succes te maken. Deze principes laten we duidelijk terugkomen in de transitievisie warmte. We hebben de uitgangspunten tijdens de projectgroep en het inwonerspanel besproken en daarna met deze uitgangspunten in ons achterhoofd de analyse voor Weesp bekeken. De keuzes die we wel of (bewust) niet maken zijn hierop gebaseerd. Op die manier wordt de input van de inwoners van de Weesp en de belangrijkste stakeholders gewaarborgd en wordt er zoveel mogelijk aangesloten bij de wensen en verwachtingen van de betrokken partijen. In de visie gaan we uit van de algemene principes: 1. Keuzevrijheid is belangrijk voor Weespers Gebouweigenaren en/of bewoners worden altijd

betrokken bij de keuze voor de warmtevoorziening in hun buurt. De gebouweigenaar maakt zelf de keuze over het alternatief voor zijn of haar woning of gebouw en heeft altijd de optie om niet mee te doen als er een aanbod wordt gedaan om over te stappen op een warmtenet en zelf een duurzaam alternatief te kiezen. In wijken waar all electric de voorkeursoplossing is, zit de keuzevrijheid met name in het moment van overstappen. Daarnaast zijn binnen all-electric verschillende opties, zoals bodem of lucht-warmtepomp en eventueel kleinschalig collectief met warmte- en koudeopslag (WKO). Voor huurders geldt dat ze afhankelijk zijn van de keuzes van de gebouweigenaar. Huurders van een sociale huurwoning zullen in alle gevallen betrokken worden bij het besluitvormingsproces. Al met al is aardgas is op

niveau (de vier cijfers van de postcode plus de eerste letter) berekend en dus indicatief voor een straat of buurt. We kunnen nog geen concrete individuele kosten formuleren. Dat volgt in de volgende fase. We geven echter wel inzicht in de bandbreedtes van de kosten die landelijk bekend zijn, al kunnen we nog geen uitspraken doen over wie deze (verdeling van) kosten op zich neemt. In de vervolgfase maken we deze afgewogen keuzes wel, waarbij we inwoners inzicht geven in het kostenplaatje. In dit proces zullen we ook de baten niet uit het oog verliezen.

termijn geen optie meer.

zichtbaar worden in stapsgewijze aanpak waarbij we aandacht hebben voor alle onderdelen van de transitie en niet enkel voor de eindsituatie.

2. De kosten worden zorgvuldig afgewogen De transitie naar aardgasvrij is kostbaar en gaat de maatschappij als geheel geld kosten. We streven naar warmteoplossingen met de meest optimale balans tussen kosten en baten. We kijken in onze afwegingen naar zowel de kosten voor een individuele woning als de gehele kosten voor een wijk of buurt en het energiesysteem als geheel. De kosten in de visie zijn op postcode-5

3. We geven inzicht in het handelingsperspectief We streven ernaar de visie zo praktisch mogelijk in te richten waarmee inwoners handvatten krijgen om aan de slag te gaan. Deze moeten

4. Oplossingen zijn duurzaam en zoveel mogelijk in balans De gekozen oplossingen zijn zoveel mogelijk hernieuwbaar en leveren zo min mogelijk schade op voor het milieu en de directe leefomgeving. Oplossingen zijn daarmee toekomstbestendig een verbetering ten opzichte van het gebruik van

15

16

Transitievisie Warmte

Inhoud

Inhoud

Transitievisie Warmte

3. De warmtetransitie in Weesp aardgas. We hebben aandacht voor de balans van het totale systeem en proberen dit zoveel mogelijk binnen de gemeente vorm te geven. 5. Oplossingen dragen bij aan comfort We streven naar oplossingen die zo veel mogelijk comfort opleveren. Een comfortabele woning kan in de winter eenvoudig en storingsvrij worden verwarmd, en draagt idealiter tijdens de zomermaanden bij aan het buiten de deur houden van de warmte. 6. Aandacht voor gezamenlijke belangen en verschillende doelgroepen Bij het opstellen van de transitievisie warmte en de uitvoering hiervan is er bij de communicatie voldoende aandacht voor alle doelgroepen die binnen Weesp woonachtig zijn. Dit is een belangrijk onderdeel voor de vervolgfase na het vaststellen van de Transitievisie Warmte. Door onder andere met huurders, leden van VvE en particuliere woningeneigenaren samen het inwonerspanel te vormen nemen we de verschillende perspectieven mee in de visie.

ENQUETERESULTATEN We hebben inwoners en ondernemers gevraagd om hun kijk op de overstap naar aardgasvrij via het invullen van een enquête. Deze enquête is door 236 bewoners ingevuld. De enquête is zorgvuldig samengesteld aan de hand van ervaringen bij andere gemeenten en in samenspraak met de afdeling communicatie van de gemeente. De uitkomsten van de enquête zijn gebruikt om de algemene principes aan te vullen en aan te scherpen en om een beter beeld te krijgen hoe inwoners in de gemeente Weesp aankijken tegen de warmtetransitie. De volledige uitkomsten zijn opgenomen in bijlage A.

Ter voorbereiding van de informatieavond is een tweede enquête uitgezet. Deze is ingevuld door 193 Weespers. Bewoners is in deze enquête gevraagd waarover de gemeente meer informatie zou moeten verschaffen als het gaat om het aardgasvrij maken van woningen en gebouwen. Hier kwam onder andere uit dat bewoners meer informatie willen over de kosten en investeringen die nodig zijn in de woning. Ook kwam hieruit dat een groot deel van de Weespers geïnformeerd (en niet betrokken) wil worden over het vervolg. Wel is er een substantiële groep (+/- 30%) die wel betrokken wil zijn bij het vervolg (Buurtuitvoeringsplan).

In dit hoofdstuk gaan we in op de verandering naar een aardgasvrije gemeente. Er wordt eerst gekeken naar de opgave waar we als gemeente voor staan. Vervolgens kijken we welke stappen nodig zijn om de transitie naar een aardgasvrije gemeente te doorlopen: wat moeten we doen om al onze gebouwen zonder aardgas van warmte en warm water te voorzien?

Het grootste deel van de woningvoorraad heeft een cv-ketel voor de verwarming. Het gasverbruik verschilt per huishouden en is afhankelijk van het soort huis, het bouwjaar, de mate van isolatie en het gebruik van verwarming en warm water.

90°c

3.1 De huidige situatie in Weesp De gemeente Weesp kent ongeveer 9.500 woningen. Daarnaast bevinden zich er nog zo’n 2.000 andere panden, uiteenlopend van bedrijfspanden tot monumentaal erfgoed. Circa 34 procent van de panden is in het bezit van Ymere.

De cv-ketel kan water tot ongeveer 90°C verwarmen, dat vervolgens door de radiatoren stroomt en de huizen verwarmt. Met deze temperatuur kunnen ook slecht geïsoleerde huizen verwarmd worden. Ongeveer 80 procent van het aardgas in een woning wordt gebruikt voor het verwarmen van de woning.

De meeste woningen en andere gebouwen maken op dit moment nog gebruik van aardgas om te verwarmen. Aardgas wordt bovendien gebruikt voor warm tapwater en om te koken. Tabel 1 laat

Bijna 20 procent wordt gebruikt voor warm water. Met name douchen vraagt veel warm water.

zien hoe aardgas op dit moment in de woningen van Weesp wordt gebruikt.

Voor koken wordt maar een heel klein deel van het aardgas gebruikt, minder dan 5% procent van het totale verbruik van aardgas.

> Tabel 1. Inzet van aardgas in de Weesp

3.2 Naar aardgasvrij in drie stappen Om de stap naar aardasvrij te maken, moeten we op zoek naar alternatieve oplossingen, die geen gebruik maken van fossiele brandstoffen. Maar er is meer nodig om gebouwen duurzaam en comfortabel te verwarmen. We onderscheiden drie stappen, zoals figuur 2 laat zien. In deze stappen zit een mate van volgordelijkheid, namelijk eerst stap 1 voordat je aan stap 2 en stap 3 toekomt. Deze volgorde kan in sommige gevallen ook worden losgelaten door bijvoorbeeld eerst de overstap te maken naar een alternatieve warmteoplossing en pas op een later moment te isoleren. Dit is afhankelijk van de huidige warmtevraag van een woning en de oplossingsrichting die wordt gekozen. 1. Maatregelen in het gebouw: Voor alle oplossingen geldt: wat je niet gebruikt, hoef je ook niet op te wekken. In sommige gevallen zijn bepaalde maatregelen niet alleen wenselijk, maar noodzakelijk om je woning comfortabel zonder aardgas te kunnen verwarmen. 2. Alternatieve warmteoplossing: Er zijn drie soorten infrastructuur mogelijk in een

17

18

Transitievisie Warmte

Inhoud

Inhoud

Maatregelen in het gebouw

Alternatieve warmteoplossing

Inzet duurzame bronnen

CO2 neutraal

2020 Huidige situatie

Transitiegereed

buurt voor de verwarming van woningen zonder aardgas: een warmtenet, een elektriciteitsnet en een aardgasvrij gasnet. Een hybride warmteoplossing is ook mogelijk. Een voorbeeld van een hybride oplossing is een warmtepomp in combinatie met een gasketel met duurzaam gas. 3. Inzet duurzame bronnen: De inzet van duurzame bronnen voor het opwekken van warmte en elektriciteit moet ervoor zorgen dat er geen fossiele energie zoals aardgas meer nodig is om onze huizen te verwarmen.

Aardgasvrij

CO2 neutraal

Stap 1: Maatregelen in het gebouw Betere isolatie en de overstap naar elektrisch koken zijn altijd goed. Deze energiebesparende maatregelen beperken de warmtevraag in de woning en zijn essentieel in de energietransitie. Met name isoleren is een essentiële eerste stap. Energiebesparing kan worden bereikt door een combinatie van de volgende maatregelen:

Figuur 2. Stappen naar een duurzame en aardgasvrije warmtevoorziening in de gebouwde omgeving

Isolatie verbetert het wooncomfort, verlaagt de CO2 emissie, en is voor veel woningen een voorwaarde om later de overstap naar een aardgasvrije warmteoplossing te kunnen maken. Als een warmtepomp als alternatieve warmteoplossing in beeld is (all-electric), dan is extra isolatie vrijwel zeker nodig. Extra isolatie kan ook aan de orde zijn om oude en slecht geïsoleerde woningen op een warmtenet aan te sluiten.

› › › ›

Isolatie van de vloer, gevel, glas en/of het dak Elektrisch koken Het dichten van kieren Efficiënt ventileren

Daarnaast zullen alle huishoudens over moeten stappen op elektrisch koken en zullen in sommige gevallen ook de bestaande radiatoren of de ge-

hele bestaande verwarmingsinstallatie vervangen moeten worden. Tot slot kan een betere kierdichting ertoe leiden dat mechanische ventilatie noodzakelijk is voor een gezond binnenklimaat. Ongeacht de gekozen oplossing kan elke gebouweigenaar aan de slag met isoleren. Isoleren is in veel gevallen maatwerk en de kosten van isoleren zijn daarom lastig in algemene termen uit te drukken.. In deze visie maken we daarom gebruik van bandbreedtes in kosten die bij ons bekend zijn. Deze indicatieve kosten zijn opgenomen in paragraaf 1.4 van bijlage C. Aangezien het gaat om een indicatie van de kosten zullen deze niet op elke individuele situatie van toepassing zijn en kan het zijn dat kosten in de praktijk afwijken. We realiseren ons dat de voorgestelde maatregelen niet voor alle woningen te realiseren zijn. Voor oude (van voor 1920) en monumentale gebouwen zijn aanpassingen aan de woning in veel gevallen minder eenvoudig. Ook voor deze gebouwen geldt dat we binnen de bestaande wet- en regelgeving, waaronder welstandsbeleid, zoveel mogelijk maatregelen binnen de bestaande woningschil willen stimuleren om de energievraag te verlagen.

ISOLATIE STANDAARD EN -STREEFWAARDEN In 2021 worden op nationaal niveau een isolatie standaard en isolatie streefwaarden ingevoerd, die per woningtype inzicht geven in de manier waarop een basisisolatieniveau kan worden behaald. Het basisniveau bereiken we als we tussen nu en 2050 bij ieder natuurlijk moment maximaal ingrijpen binnen de bestaande schil (de buitenkant van de woning). Nieuwere woningen zitten soms al op het basisniveau. Bij oudere woningen moet er juist meer gebeuren. Die woningen zullen dus meer tijd nodig hebben om het basisniveau te bereiken. Sommige gebouwen, veelal van voor 1920 en vaak ook monumentaal, zijn zo oud dat zij het basisniveau misschien nooit helemaal kunnen bereiken. Over het algemeen geldt dat hoe beter de woning geïsoleerd is, hoe meer mogelijkheden er zijn om de overstap te maken naar aardgasvrij. Het aantal geschikte aardgasvrije warmteopties voor oudere buurten is daarmee dus beperkt.

Transitievisie Warmte

Stap 2: Alternatieve warmteoplossingen Op dit moment zijn bijna alle gebouwen in de gemeente Weesp aangesloten op een gasnet, met uitzondering van een aantal woningen in het buitengebied. Omdat we hebben afgesproken in de toekomst geen aardgas meer te gebruiken voor onze warmtevoorziening zal het huidige aardgasnet in beperkte mate beschikbaar blijven. Alleen op de plekken waar geen andere aardgasvrij alternatieven beschikbaar zijn kan eventueel gebruik gemaakt worden van het huidige gasnet voor het transport van duurzaam gas. Duurzaam gas is echter maar beperkt beschikbaar en kent bovendien een zware concurrentie van andere sectoren zoals mobiliteit en de industrie. Voor het merendeel van de gemeente zullen we dus op zoek moeten naar alternatieven. De alternatieven voor aardgas hebben ieder hun eigen infrastructuur, zoals bijvoorbeeld een warmtenet of het elektriciteitsnet. De duurzame alternatieven verwarmen gebouwen op verschillende temperatuurniveaus. De vuistregel daarbij is: hoe beter de woning is geïsoleerd, hoe lager de temperatuur van de warmteoplossingen kan zijn waarmee je een gebouw verwarmt. Met andere woorden, als de woning beter geïsoleerd is zijn er meer duurzame

19

20

Transitievisie Warmte

Inhoud

warmteopties beschikbaar. De meest geschikte warmte-oplossing en infrastructuur is afhankelijk van de eigenschappen van de gebouwen in een buurt. Het gaat dan bijvoorbeeld om bouwjaar, gebouwtype, gebouwfunctie, bebouwingsdichtheid, het eigendom, de schaal en de beschikbaarheid van bronnen. In bijlage C worden deze warmte­oplossingen verder toegelicht.

Inhoud

Er is (minimaal) één van de volgende vier energie-infrastructuren in de buurt nodig voor een duurzame warmteoplossing: een elektriciteitsnet, een warmtenet, een bronnet of een gasnet. Dat kunnen we vertalen naar de volgende vier mogelijke warmteoplossingen: gasnet, all-electric, bronnet of een warmtenet. In de analysefase zijn uiteindelijk vijf warmteopties meegewogen die, op basis van de huidige stand van de techniek, in beeld zijn voor het maken van de overstap naar aardgasvrij: • Warmtenetten (70°C): collectieve warmtevoorziening in de vorm van

een middentemperatuur warmtenet, waarbij warm water met een temperatuur van maximaal 70 graden aangevoerd wordt tot bij het gebouw of de woning. Deze techniek vereist een nieuwe ondergrondse infrastructuur. Deze temperatuur is nodig bij minder goed geïsoleerde woningen. Warmtenetten hebben als belangrijk kenmerk dat er grote investeringen in de infrastructuur nodig zijn. Hierdoor zijn warmtenetten alleen haalbaar in gebieden met een hoge bebouwingsdichtheid. Een ander belangrijk kenmerk van warmtenetten is dat een warmtenet in een relatief kort tijdsbestek moet worden ontwikkeld, om zodoende snel voldoende aansluitingen te krijgen waarmee je

voorinvesteringen voorkomt en zo snel mogelijk de bron kunt verduurzamen. • Warmtenetten (40°C): collectieve warmtevoorziening in de vorm van een lage temperatuur warmtenet, waarbij warm water met een temperatuur van circa 40 graden aangevoerd wordt tot het gebouw of de woning. Deze techniek vereist een nieuwe ondergrondse infrastructuur. Deze temperatuur is voldoende bij goed geïsoleerde woningen. Deze oplossing is dus alleen geschikt in relatief nieuwe buurten of nadat er eengrote isolatieslag is gemaakt in oudere buurten. Voor het gebruik van tapwater zal het water in de woning naverwarmd moeten worden. Dit kan bijvoorbeeld met een kleine warmtepomp. Hiervoor is – bovenop de gedane investering – extra elektriciteit nodig.

WAT ZIJN DE LAAGST MAATSCHAPPELIJKE KOSTEN? Laagste maatschappelijke kosten zijn de totale kosten van de maatregelen aan de gebouwen,

de energierekening van de eindgebruiker, gedurende een periode van 30 jaar. Deze kosten worden uitgedrukt in bandbreedtes. De bandbreedtes houden rekening met zaken zoals onzekerheid in het prijspeil, het benutten van na-

kunnen in deze fase nog geen concrete uitspraken over de uiteindelijke kosten en ook niet over de verdeling van deze kosten. Wel kunnen we een goede inschatting maken van de onderlinge verschillen per eindoplossing

aan de infrastructuur en aan de bron, productie en levering van energie om een buurt aardgasvrij te maken. Daarbij worden niet alleen de investeringen, maar ook onderhoud en operationele kosten meegenomen, inclusief

tuurlijke momenten en technische varianten binnen de warmteopties. We zijn ons bewust van de kosten die de warmtetransitie met zich brengt en realiseren ons dat de kosten in de praktijk mogelijk hoger uit kunnen vallen. We

en daarmee de laagste kosten in totaal (zie bijlage C, paragraaf 1.4). Enkel als we overal in Nederland sturen op de laagst maatschappelijke kosten kunnen we ervoor zorgen dat de warmtetransitie betaalbaarheid is.

• All-electric: All-electric betekent dat er in principe alleen nog een elektriciteitsnet in de buurt aanwezig is. Er is dan een warmte-opwekinstallatie in de woning of het gebouw nodig die alleen elektriciteit gebruikt. Bijvoorbeeld een warmtepomp die warmte haalt uit de buitenlucht of de bodem. Een individuele vastgoedeigenaar kan op ieder moment de keuze maken om zijn huis niet alleen te isoleren, maar

ook de gasketel te vervangen door bijvoorbeeld een warmtepomp. De individuele vastgoedeigenaar is met deze oplossing daarom minder afhankelijk van keuzes en beperkingen van andere vastgoedeigenaren in de straat, of in de buurt. De capaciteit in het bestaande elektriciteitsnet is echter beperkt en is bijvoorbeeld ook nodig voor de realisatie van laadpalen voor elektrische mobiliteit. Door de grote toename vraag- en aanbod van elektriciteit zal het elektriciteitsnet verzwaard moeten worden, niet alleen op buurtniveau, maar ook op gemeentelijk, regionaal, nationaal en internationaal niveau. De extra vraag naar elektriciteit is dan ook de grootste impact op de werkzaamheden van de netbeheerder. We zullen grote ontwikkelingen tijdig met de netbeheerder afstemmen om het risico te verkleinen dat netcapaciteit een beperkende factor wordt. Daarnaast zal slimme uitwisseling en opslag van energie in de toekomst ook belangrijker worden.

Transitievisie Warmte

lucht gebruikt deze warmtepomp het aangevoerde water van het bronnet. Het aangevoerde water kan ook gebruikt worden voor koeling. De bron van het bronnet is vaak warmte-koude opslag (WKO) of oppervlaktewater-, afval-, of drinkwater (aquathermie) of een combinatie daarvan.). Ook bij deze variant moet de capaciteit van het elektriciteitsnet vaak worden verhoogd, omdat er extra elektriciteit nodig is voor de verwarming van het water naar een hogere temperatuur. Bronnetten worden veel toegepast bij utiliteitsgebouwen, omdat deze gebouwen naast een vraag naar warmte vaak ook een koudevraag hebben. Door de omvang van het gebouw is het elektriciteitsgebruik vaak hoog. Vanwege de lage energiebelasting op elektriciteit zijn de kosten voor het aardgasvrij maken met warmtepompen daarom relatief laag. Een bronnet heeft in vergelijking met een warmtenet een kleine ondergrondse impact.

• Lokale bronnetten: Een bronnet is een lokale, en (meestal) kleinscha-

• Gasnet in combinatie met hybride oplossingen: In oude binnensteden is zowel een warmtenet als all-electric met de huidige stand van de tech-

lige warmtevoorziening in de vorm van een zeer lage temperatuur warmtenet waar één of enkele gebouwen op zijn aangesloten. Net zoals bij all-electric staat in het gebouw of de woning een warmtepomp. In plaats van de bodem of buiten-

niek vaak kostbaar of niet inpasbaar. Dat komt onder andere door drukte in de ondergrond en de oude, soms monumentale staat van de bebouwing die werkzaamheden kostbaar en technisch ingewikkeld maken. Met de kennis van nu is het

21

22

Transitievisie Warmte

Inhoud

daarom logisch om het bestaande gasnet hier te handhaven en op termijn te gebruiken voor duurzaam gas. Randvoorwaarde is dan wel dat er op termijn voldoende duurzaam gas is, zoals groen gas of waterstofgas. Daarbij moet er rekening mee gehouden worden dat duurzaam gas ook voor andere doeleinden nodig is, zoals in de industrie, zwaar transport en voor de piekvoorziening van warmtenetten. Aangezien duurzaam gas zeer schaars is en voorlopig ook zal blijven, is in buurten waar het gasnet wordt gehandhaafd wel een flinke gasbesparing nodig. Door middel van isolatie, hybride warmtepompen en door naoorlogse gebouwen wel zoveel mogelijk gasvrij te maken met bijvoorbeeld all-electric kan een gasbesparing van 60% tot 70% worden gerealiseerd in deze buurten. De hoeveelheid duurzaam gas is in Nederland schaars. Er zal naar verwachting onvoldoende duurzaam gas beschikbaar komen voor het volledig verwarmen van de gebouwde omgeving via de huidige gasnetten. Als alternatief voor aardgas kan biogas of groen gas worden gebruikt, daarnaast wordt waterstof vaak genoemd als alternatief. De hoeveelheid biomassa is in Nederland beperkt en zal naar verwachting gemiddeld 15% van de totale gebouwde omgeving duurzaam

Inhoud

kunnen verwarmen. Het is niet te verwachten dat waterstof een grote rol gaat spelen als alternatief voor aardgas in de gebouwde omgeving. De inschatting is dat de omvang van productie van groene waterstof niet groot genoeg zal zijn voor alle sectoren. Bovendien zijn de kosten hoog en vindt de productie vooralsnog plaats op basis van fossiele brandstoffen. Daarnaast doen ook andere sectoren zoals de industrie en transport een beroep op deze duurzame brandstoffen. Daarnaast zijn er ook hybride oplossingen die gebruikt kunnen worden in de overgangsfase richting aardgasvrij. Deze hybride oplossingen maken gebruik van een combinatie van elektrisch verwarmen en verwarmen met aardgas. De keuzes voor gemeente Weesp zijn gemaakt op basis van de analyse (bijlage C) en de verdiepingsslag die daarop is gemaakt samen met de professionele stakeholders.

HYBRIDE WARMTEPOMPEN De hybride warmtepomp is een combinatie van een warmtepomp met een gasketel. De toepassing van een hybride warmtepomp zorgt voor een sterke verlaging van het gasverbruik van een woning of gebouw. Deze warmtepomp gebruikt een combinatie van zowel een warmtebron als elektriciteit voor het opwekken van warmte. Er wordt gebruik gemaakt van gas op koude dagen en voor warm tapwater. Er zijn verschillende typen hybride warmtepompen op de markt, waarbij de bronnen van warmte variëren tussen buitenlucht, ventilatieretourlucht of zonthermie.

gasnet. Wel kan het overgebleven gebruik van aardgas na isolatie eventueel in de toekomst vervangen worden door duurzaam gas, zodat de hybride warmtepomp een gebouw in de toekomst aardgasvrij kan verwarmen. Voor een optimale werking van het systeem moet de woning aan een aantal voorwaarden voldoen. Denk daarbij aan spouwisolatie, minimaal HR-glas, een geïsoleerde beganegrondvloer en bij voorkeur ook dak- of zoldervloerisolatie. Een andere voorwaarde om een woning met een hybride warmtepomp aardgasvrij te kunnen verwarmen is de beschikbaarheid van duurzaam gas.

Een voordeel van een hybride systeem ten opzichte van een all-electric oplossing is dat er geen aanpassingen nodig zijn aan het elektriciteitsnet. Voor de piekbelasting maakt het systeem namelijk gebruik van gas. Bovendien hoeven de radiatoren niet worden te vervangen. Een nadeel is dat een

In buurten waar (nog) niet gestart wordt met de transitie naar een bronnet of een warmtenet is een buurtaanpak met hybride warmtepompen kansrijk om al op korte termijn het gasverbruik te reduceren. Bij woningen kan gemiddeld circa 70 procent gas bespaard worden door de inzet van

woning nog steeds een vorm van gas (duurzaam gas of aardgas) gebruikt. Het systeem is daarom niet voor alle buurten mogelijk, omdat woningen hierbij afhankelijk blijven van de aanwezigheid van een

een hybride warmtepomp in combinatie met goede isolatiemaatregelen. Uiteraard gaan de woningen wel meer elektriciteit ge­bruiken.

Transitievisie Warmte

Variatie binnen buurten: Opt-out Een belangrijke nuance bij het onderzoeksbeeld is dat de inkleuring van een buurt zelden betekent dat de hele buurt volledig op één warmteoptie over gaat. We noemen deze afwijking ook wel opt-out. Om uiteenlopende financiële, technische of andere, lokale redenen kunnen gebouweigenaren kiezen voor andere warmteopties dan de optimale warmteoptie in een buurt. Eigenaren hebben en behouden keuzevrijheid om te kiezen voor een warmteoptie van hun eigen voorkeur. Dit betekent bijvoorbeeld dat vastgoedeigenaren altijd kunnen kiezen voor all-electric, ook al komt er in de buurt een warmtenet. Het afwijken van de dominante warmteoptie in de buurt is soms onwenselijk. Voor een collectieve warmteoptie, zoals een warmtenet, geldt dat die betaalbaarder

juist zoveel mogelijk gebouweigenaren kiezen voor gasvrije warmteopties om zodoende zoveel mogelijk gas te besparen en toekomstig duurzaam gas zo efficiënt mogelijk in te zetten. In warmtenetbuurten willen we juist proberen de opt-out zo klein mogelijk te houden voor de betaalbaarheid van het warmtenet, maar er gaat hoe dan ook diversiteit ontstaan binnen buurten.

wordt als er meer woningen en utiliteitsgebouwen aangesloten zijn. Soms kan opt-out juist wel wenselijk zijn, bijvoorbeeld om een schaarse energiedrager zoals duurzaam gas zo efficiënt mogelijk in te zetten.

wel de potentie om op termijn volledig duurzaam te worden, in tegenstelling tot het blijven gebruiken van fossiel aardgas. Bij iedere energie-infrastructuur (elektriciteitsnet, warmtenet en gasnet) horen andere energiebronnen en andere installaties in de woning. De transitie naar volledig duurzame bronnen zal daarom verschillen per energie-infrastructuur:

Opt-out gaat in principe altijd om gasvrije, individuele of kleinschalig collectieve warmteopties. In de praktijk gaat het dus om all electric of lokale bronnetten met bijvoorbeeld WKO. In buurten waar het gasnet blijft liggen is het wenselijk als

Stap 3: Inzet op duurzame bronnen Om volledig CO2-neutraal te kunnen worden, moeten we alle energie die we na het treffen van de energiebesparende maatregelen nog verbruiken met duurzame bronnen gaan opwekken. In veel gevallen zal de overstap van aardgas naar een ander alternatief niet bij aanvang al volledig duurzaam zijn. Alle alternatieven bevatten echter

23

24

Transitievisie Warmte

Inhoud

Inhoud

Transitievisie Warmte

4. Hoe maken we keuzes? › Daar waar het gasnet blijft liggen zal aardgas worden vervangen door een klimaatneutraal alternatief, bijvoorbeeld groen gas of eventueel op termijn waterstof. › Voor het elektriciteitsnetwerk: elektriciteit zal in 2050 niet meer uit gas- of kolencentrales komen, maar zal volledig duurzaam opgewekt worden door bijvoorbeeld zon- en windenergie of biomassa. › Bij warmtenetwerken zal de warmte uit duurzame bronnen komen, zoals bijvoorbeeld geothermie, bodemwarmte, aquathermie of zonthermie. In bijlage D zijn de bronnen die horen bij de verschillende warmteoplossingen zoals genoemd onder stap 2 in detail benoemd. Op basis van het huidige inzicht en analyses zullen we alle verschillende warmte-infrastructuren nodig hebben om Weesp van duurzame warmte te voorzien. Omdat verschillende warmteinfrastructuren gebruikt zullen worden, zal dus gebruik gemaakt moeten worden van een mix van diverse duurzame bronnen.

In dit hoofdstuk gaan we dieper in op de route naar een aardgasvrije gemeente Weesp. We kunnen niet de hele gemeente Weesp in één keer aardgasvrij maken. We willen de komende jaren op een aantal plekken, gefaseerd, starten met de warmtetransitie. Daarom hebben we buurten geselecteerd en acties geformuleerd om in de periode tot 2030 mee aan de slag te gaan.

4.1 Analyse van de maatschappelijke kosten Aan de hand van een financieel-technische analyse hebben we inzicht vergaard in de laagst maatschappelijke kosten per techniek per buurt. De resultaten hiervan hebben we vertaald in de warmtetransitiekaart (bijlage C). Deze kaart is gemaakt met het Warmtetransitiemodel (WTM) van Over Morgen. Dit model berekent de kosten van de verschillende eindoplossingen per buurt op basis van de huidige kennis van de techniek en de markt. Bij het herijken van de TVW zal de warmtetransitiekaart bijgewerkt worden op basis van de laatste ontwikkelingen. In bijlage C wordt verder in detail toegelicht hoe de warmtetransitiekaart tot stand is gekomen en hoe het Warm-

tetransitiemodel werkt. In bijlage B onderbouwen we de uiteindelijke keuze per buurt.

4.2 Van onderzoek naar handelingsperspectief De resultaten van het financieel-technisch onderzoek (bijlage C) vormt de basis van de warmtetransitiekaart en geeft een eerste richting in de kansen en mogelijkheden binnen Weesp. Dit onderzoek kijkt voornamelijk naar het kostenplaa tje van de eindoplossing en is slechts een modelmatige kijk op de werkelijkheid. We verrijken die basis met kennis van experts en lokale kennis van de betrokken stakeholders, zodat we per buurt met meer zekerheid kunnen beoordelen wat het perspectief is. We kijken per buurt naar de volgende elementen: de fasering, een voorzet voor een handelingsperspectief (niet enkel het eindplaatje, maar ook de weg daarnaartoe), lokale kansen & ontwikkelingen en naar onzekerheden waar we mee om moeten gaan. Samen vormen die onderdelen het zogenaamde transitiepad van een buurt. De warmtetransitiekaart beschrijft per buurt het transitiepad en het perspectief richting duurzame warmteopties.

25

26

Transitievisie Warmte

Inhoud

Inhoud

Transitievisie Warmte

Warmtetransitiekaart Weesp

4.3 Onderbouwing transitiepaden

HOUD DIT IN JE ACHTERHOOFD BIJ HET LEZEN VAN DE KAART! Grenzen liggen niet vast We kiezen in de warmtetransitie voor een gebiedsgerichte aanpak, dus buurten, combinaties van buurten of juist delen van buurten staan centraal. Dit betekent natuurlijk niet dat de aanpak ophoudt bij de grens van een buurt, of dat een bewonersinitiatief altijd maar in één buurt mag plaatsvinden. De buurtgrenzen mogen daarom ook niet beperkend zijn. Ze kunnen wel helpen om richting te geven en gebruikt worden om de communicatie op te starten. Diversiteit binnen buurten is mogelijk Het feit dat een buurt is aangeduid als kansrijk voor een warmtenet, betekent niet dat elk gebouw in de buurt op een warmtenet aangesloten wordt. Buurten zijn niet homogeen en het kan dus zijn dat in delen van een buurt andere oplossingen kostenefficiënter zijn.

De route naar aardgasvrij is niet in beton gegoten De kansen die in deze kaart zijn aangegeven, geven een richting voor de komende jaren. De warmtetransitie is een proces van ervaring opdoen en leren in de eerste buurten. Initiatief nemen en rekening houden met flexibiliteit in de uitvoering en fasering zijn daarbij belangrijk. Ook vinden we het belangrijk om bewonersinitiatieven in de gemeente, die passen binnen de uitgangspunten van deze transitievisie te stimuleren. Het kan dus ook zo zijn dat er in buurten die nu nog niet zijn aangegeven als startkans, toch al stappen worden gezet richting aardgasvrij.

In de warmtetransitiekaart schetsen we per wijk de route om tot een warmteoptie te komen. Die route bevat zowel een fasering als tussenstappen. Het transitiepad beschrijft ook wat voor soort aanpak erbij hoort, zoals een buurtgerichte aanpak of een doelgroepgerichte aanpak. We gaan niet overal tegelijkertijd beginnen. De transitie zal gefaseerd moeten verlopen, waarbij we ook op zoek gaan naar logische tussenstappen. Uiteraard zijn er in elk gebied uitzonderingen. Er zijn woningen van voor 1990 die al vergaand geïsoleerd zijn, of oude woningen in nieuwere buurten waarvoor de voorkeursoplossing niet van toepassing is. De warmteoplossingen uit de warmtetransitiekaart gelden als richtinggevend beeld. Vanuit deze transitierichting gaan we op zoek naar startkansen. We lichten deze transitiepaden hieronder verder toe.

27

28

Transitievisie Warmte

Inhoud

Inhoud

Transitievisie Warmte

Warmtetransitiekaart Weesp

4.4 Transitiepaden • Isoleren en andere vormen van energiebesparing vormen de basis Voor een groot deel van de woningen en gebouwen in Weesp geldt dat we komende jaren zullen moeten inzetten op isoleren en energiebesparing. We maken voor verschillende woningtypen inzichtelijk wat de eerste stappen zijn om met energiebesparing aan de slag te gaan. Dit doen we bij voorkeur op natuurlijke momenten, zoals een verbouwing of een verhuizing, om de kosten zo laag mogelijk te houden. • Kans op een warmtenet De buurten Hogewey Noord, Midden en Zuid en de Dichtersbuurt en Schildersbuurt zien we als kansrijke buurten voor de ontwikkeling van een warmtenet binnen de komende tien jaar. In deze buurten zijn grote dichtheden aan woningen, veel gestapelde bouw en een groot aantal corporatiewoningen van Ymere. Dit zijn belangrijke voorwaarden die de realisatie van een warmtenet tot een haalbaar alternatief voor gas maken. We zullen echter niet overal tegelijkertijd beginnen. Het is niet de verwachting dat alle gebouwen uit deze buurten zullen aansluiten op een warmtenet. In het vervolgproces zullen we onderzoeken welke

locaties het meest kansrijk zijn om te starten en wanneer. In deze fase zullen inwoners nauw worden betrokken bij de planvorming. • Individueel de overstap maken met all-electric In Weesp zijn al flink wat gebouwen aardgasvrij en zijn daarnaast gebouwen die relatief eenvoudig de overstap kunnen maken naar aardgasvrij. Dat zijn met name de woningen die gebouwd zijn na 1990, zoals in Leeuweveld, of nog recenter: in Weespersluis. In deze woningen zijn nog wel een aantal (isolatie)maatregelen nodig om de overstap te kunnen maken. Ook voor deze woningen is het belangrijk om een natuurlijk moment te kiezen om de overstap daadwerkelijk te maken, zoals aan het einde van de looptijd van een cv-ketel. Er zijn binnen all-electric meerdere opties mogelijk. Zo gebruiken warmtepompen verschillende bronnen, zoals de lucht, bodem of water. Een kleinschalige WKO behoort in sommige gevallen ook tot de mogelijkheden. Het elektrificeren van de gebouwde omgeving heeft grote impact op het netwerk van netbeheerder Liander. • Het buitengebied Voor het buitengebied is maatwerk nodig, vanwege de grote diversiteit aan gebouwen, verspreid langs de Vecht en in agrarisch- of natuurgebied.

Voor het buitengebied is de stapsgewijze aanpak de komende periode hetzelfde als in de besparingsbuurten. We zetten in op het transitiegereed maken van alle gebouwen door isolatie, elektrisch koken en andere maatregelen. Voor het buitengebied geldt echter dat er doorlopend aan de hand van maatwerk de meest passende warmteoptie gezocht zal worden. Een warmtenet is hier niet financieel haalbaar vanwege de lage dichtheden. Opties die overblijven voor dit gebied is all-electric (individuele oplossing) of kleinschalige collectieve oplossingen met bijvoorbeeld een WKO. Uiteraard wordt er bij de herijking van de Transitievisie Warmte gekeken naar innovaties die mogelijk ook in het buitengebied toe te passen zijn. • Het centrum In sommige buurten is gasvrije verwarming buitengewoon kostbaar of technisch lastig te realiseren. Dat zien we met name in oudere buurten. In deze buurten zijn gebouwen moeilijk te isoleren en de ruimte in de ondergrond is beperkt. In deze buurten, het Centrum en Herensingelkwartier, kiezen we daarom om stapsgewijs, tussen nu en 2040, zoveel mogelijk gas te besparen door isolatie, hybride warmtepompen en gasvrije alternatieven waar mogelijk. Dat laatste betekent dat nieuwe gebouwen in deze buurten wel kiezen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10830208/1