RES 1.0 NHZ - Netimpact rapportage 30-3-2021
Tekst van het document
Zoek gebieden 1
Type uitgangspunt systeem efficiëntie
Beschrijving aanbeveling Zoekgebied 1 is het zonnecarré. Gemeente Haarlemmermeer heeft samen met Liander en TenneT een voorstel uitgewerkt om aan te sluiten. Dit is een voorbeeld van een goede samenwerking in het verder uitwerken van grootschalige opwekprojecten, zie de volgende slide voor de specifieke aansluiting.
59
59
Amstelland
Amsterdam
Haarlemmermeer
Gooi en Vechtstreek
IJmond Zuid-Kennemerland
Zaanstreek Waterland
3. Aanbevelingen | gezamenlijk uitvoeringsprogramma (3/3) Uitvoering van de RES is een complex proces waarbij verschillende partijen besluiten en afhankelijkheden op elkaar af moeten stemmen. Graag richten we hiervoor gezamenlijk een governance in die onder meer helder maakt hoe verantwoordelijkheden zijn verdeeld en besluiten worden genomen. Dat kan bijvoorbeeld in de vorm van een gezamenlijk uitvoeringsprogramma waarin betrokken partijen (overheden, marktpartijen, netbeheerder) met elkaar samenwerken.
2050
Tijdlijnen op elkaar afstemmen, afspraken maken over uitvoeringscoördinatie In een dergelijk uitvoeringsprogramma kan een tijdslijn voor de duurzame opwek projecten, inclusief benodigde netuitbreidingen, worden uitgewerkt. Belangrijk is te beseffen dat uitbreiding van de energie infrastructuur doorgaans langer duurt dan de realisatie van een wind- of zonnepark. Door de energie-infrastructuur uitbreidingen te koppelen aan ruimtelijke ontwikkelingen kunnen we zorgen dat gewenste regionale ontwikkelingen tijdig kunnen worden aangesloten op de energie-infrastructuur.
Met elkaar (verder) vooruitkijken om ambities tijdig te kunnen realiseren Door verder vooruit te kijken is er meer tijd voor het zoeken van geschikte locaties voor kabels en elektriciteitsstations, het doorlopen van planprocedures en het inzetten van schaarse technici om al het werk te realiseren. Verder vooruit kijken vergroot de kans dat de regionale ambities op tijd gerealiseerd kunnen worden.
Starten waar capaciteit beschikbaar is Voor de realiseerbaarheid van plannen is het belangrijk om te kijken naar timing. Zo zijn er elektriciteitsstations die nog capaciteit vrij hebben, of op relatief korte termijn uitgebreid worden. Door samen eerst op deze gebieden te focussen, kan er in de tussentijd gewerkt worden aan het realiseren van stations-uitbreidingen in andere gebieden.
Voorbeeld planning in een uitvoeringsprogramma Hierboven is een voorbeeld planning binnen een uitvoeringsprogramma geschetst We verwachten station A4 zone in 2025 gereed te hebben. De zonplannen in zoekgebied 1 kunnen vervolgens aangesloten worden op het elektriciteitsnet. Voor nieuw te realiseren stations rekenen we met een minimale voorbereidingsfase van 3 jaar en een uitvoeringsfase van circa 2 jaar: een doorlooptijd van minimaal 5 jaar. De doorlooptijd wordt beïnvloed door knelpunten in bijvoorbeeld de grondverwerving of het wijzigen van de planologische regels. Een integrale planning en afspraken over uitvoeringscoördinatie vergroot de kans op tijdige realisatie van benodigde infrastructuur.
60
Deelregio Gooi en Vechtstreek
6 1
61
Amstelland
Amsterdam
Haarlemmermeer
Gooi en Vechtstreek
IJmond Zuid-Kennemerland
Zaanstreek Waterland
1. Analyse netimpact: capaciteit op elektriciteitsstations De impact van de RES 1.0 Op basis van de concept-RES concludeerden we dat de duurzame opwek prima gefaciliteerd kon worden door de energie-infrastructuur van Liander. Het ging hierbij om grootschalige opwek door ‘zon op land’ en ‘wind op land’. Maar door gebrek aan draagvlak moest de regio plannen veranderen, waardoor nu vooral wordt ingezet op het grootschalig opwekken van zonne-energie op daken. Deze zonneprojecten zullen vooral aangesloten worden op de middenspannings- en laagspanningsnetten in de regio. Dit zorgt voor extra druk op het netwerk en kan voor knelpunten zorgen op het gebied van capaciteit en spanningskwaliteit. Ook door de groeiende vraag naar elektriciteit verwachten we knelpunten. Op sommige plekken in de Gooi en Vechtstreek is het netwerk oud en heeft het minder capaciteit. We hebben een regiostudie uitgevoerd om de gebieden met de grootste knelpunten in kaart te brengen. We verwachten dat in 2030 op vier stations de maximale capaciteit bereikt wordt door de groeiende vraag naar elektriciteit. Het gaat om de volgende stations: • OS Weesp: Door de groei van woningbouw, het verduurzamen van de bestaande stad, de komt van elektrisch vervoer en de groei van een aantal zakelijke klanten wordt de maximale capaciteit van dit station bereikt.
Op dit moment vinden gesprekken plaats met de gemeente Weesp om OS Weesp uit te breiden en een nieuw station te bouwen ten noorden van Weesp. • OS Naarden: Dit station bereik de maximale capaciteit na 2030. Daarnaast moeten er ook kwaliteitsverbeteringen worden doorgevoerd. Er is een plan om een nieuw station (OS Crailo, zie hieronder) te bouwen. Dit station kan een deel van de belasting van OS Naarden overnemen. • OS Huizen: Dit station bereik de maximale capaciteit na 2030. Daarnaast moeten er ook kwaliteitsverbeteringen worden doorgevoerd. Ook hier kan het nieuwe station Crailo een deel van de belasting opvangen. • OS Crailo: De komende jaren wordt een nieuw station gebouwd: OS Crailo. De gemeente is hier nauw bij betrokken. Dit station is begin 2024 gereed. Gezien de tijd die nodig is voor het aanpassen en uitbreiden van het net, moet op korte termijn gestart worden met uitbreidingen of nieuwbouw van stations.
62
Amstelland
Amsterdam
Haarlemmermeer
Gooi en Vechtstreek
IJmond Zuid-Kennemerland
Zaanstreek Waterland
2. Analyse netimpact: aanbevelingen aan de regio Aanbevelingen • Aangezien de zoekgebieden van Gooi en Vechtstreek nog niet concreet zijn, is het lastig om te bepalen waar de knelpunten zich precies zullen voordoen. De komende periode is het belangrijk om zeer vroeg in het proces af te stemmen over de mogelijke locaties voor zonnedakprojecten. Zo kunnen we tijdig de impact op de energie-infrastructuur bepalen en investeringen doen om de opwek te kunnen faciliteren. • Breng de energievraag rond mobiliteit, industrie en de gebouwde omgeving scherper in kaart, zodat het netwerkontwerp toekomstbestendig blijft. • Door de verschoven focus op het grootschalig opwekken van zonne-energie op daken, is er een grotere impact op de middenspannings- en laagspanningsnetten. Het is van belang om de netbeheerder tijdig te betrekken bij planvorming rondom zon op dak projecten, om zo de haalbaarheid van projecten te vergroten.
63
Amstelland
Amsterdam
Haarlemmermeer
Gooi en Vechtstreek
IJmond Zuid-Kennemerland
Zaanstreek Waterland
3. Strategie | benodigde netaanpassingen: bestaande stations (1/2) Netvlak
Onderstation
Spanning
Huidige capaciteit (MVA)
Uitbreiding investeringsplan (MVA) *
Inbedrijfstelling **
TS
Weesp
50 / 10
40
40
2023
TS
Hilversum Jonkerweg
50 / 10
36
n.v.t.
n.v.t.
Op dit moment geen plannen voor uitbreiding.
TS
Hilversum Raafstraat
50 / 10
36
n.v.t.
n.v.t.
Op dit moment geen plannen voor uitbreiding.
TS
Hilversum Noorderbegraafplaats
50 / 10
40
n.v.t.
n.v.t.
Op dit moment geen plannen voor uitbreiding.
TS
Hilversum Crailo
50 / 10
12
24
2023
TS
Naarden
50 / 10
40
n.v.t.
n.v.t.
Op dit moment geen plannen voor uitbreiding.
TS
Huizen
50 / 10
36
n.v.t.
n.v.t.
Op dit moment geen plannen voor uitbreiding.
HS
s-Graveland 150 kV
150/50/10
200
n.v.t.
n.v.t.
Op dit moment geen plannen voor uitbreiding.
HS
Weesp Noord
150/20
0
80
2024
Totaal
Kosten (in miljoenen €)
1,7
1,7
3,4
3,4
Benodigde ruimte (m2) **
1.800
1.800
2.200
2.200
2,9
5,7
1.800
2.200
6,3
12,5
5.400
6.600
Toelichting ***
OS Weesp zal worden omgebouwd naar 20 / 10 kV station en wordt dan gevoed vanuit het nieuw te bouwen OS Weesp Noord. Komt provisorium voor velden bij, aantal velden (voorlopige schatting 8, waarvan 2 gereserveerd voor woningbouw) IBN eind 2021.
Uitbreiding van station
In eerste instantie nieuw station van 80 MVA met mogelijkheid tot uitbreiding naar 160 MVA. Doordat station Weesp wordt overgezet van het station Amstelveen naar dit station is gaat er direct 40MAV naar OS Weesp waardoor effectief 40 MVA extra aan capaciteit ontstaat. Gesprekken met gemeente over nieuwe locatie verlopen moeizaam.
* Het belang van het opnemen van RES plannen in de investeringsplannen van netbeheerders is op de volgende slide toegelicht. ** Inschatting van doorlooptijd en ruimtebeslag van de totale werkzaamheden van het verzwaren van MS kabels en laagniveau is in dit stadium niet mogelijk. Zie volgende pagina voor een toelichting. *** Voor een meer gedetailleerde toelichting (kengetallen) op de kosten, ruimte en indicatieve tijd die het een nieuw station of nieuwe verbinding kost, verwijzen we naar het document basisinformatie over de energie-infrastructuur.
64
Amstelland
Amsterdam
Haarlemmermeer
Gooi en Vechtstreek
IJmond Zuid-Kennemerland
Zaanstreek Waterland
3. Strategie | benodigde netaanpassingen: nieuwe stations (2/2) Zoekgebied nieuw station
Inschatting haalbaarheid voor 2030
A – Weesp Noord
✓
Status van zoekgebied nieuw station
A
Zoals uit de netimpactanalyse blijkt verwacht Liander dat op 4 stations de maximale transportcapaciteit wordt bereikt. Om dit op te lossen zijn er op 2 stations uitbreidingen gepland en loopt het traject naar een zoekgebied in de regio Weesp Noord. Er is een locatie studie afgerond en er lopen gesprekken tussen Liander en grondeigenaren.
Tijdig veiligstellen van ruimte voor nieuwe stations Om de knelpunten op te lossen, is gekeken naar welke netaanpassingen nodig zijn. Op basis van de aangeleverde gegevens verwachten we 1 nieuw HS/MS station te moeten realiseren. Hier geldt een gemiddelde realisatietijd van 5 - 7 jaar. Het zoeken naar een geschikte locatie is het meest cruciale onderdeel. Om tijdig RES ambities te kunnen halen, is het van belang deze zoektocht naar geschikte locaties samen te organiseren. In de aanbevelingen zijn een aantal tips te vinden. Op de volgende pagina zijn andere benodigde netaanpassingen toegelicht.
NB. De zoekgebieden voor nieuwe stations zijn indicatief.
Uitbreidingen gepland op bestaand station Zoekgebied nieuw station
65
Amstelland
Amsterdam
Haarlemmermeer
Gooi en Vechtstreek
IJmond Zuid-Kennemerland
Zaanstreek Waterland
3 Aanbevelingen | systeemefficiëntie (1/3) Graag lichten we toe welke mogelijkheden er zijn om de systeemefficiëntie te verbeteren in de RES regio Gooi en Vechtstreek. Het meenemen van de principes van systeemefficiëntie in de afwegingen voor de RES biedt kansen om: 1. maatschappelijke kosten te besparen; 2. ruimte te besparen; 3. de haalbaarheid in tijd van de RES ambitie te vergroten, en 4. slimme keuzes te maken voor de periode na 2030. Voor systeemefficiëntie maken we gebruik van vijf ontwerpprincipes. In de bijlage staat een toelichting op deze ontwerpprincipes.
Concept RES
RES 1.0
1. Beter benutten van de restcapaciteit op het bestaande energienet
Veel potentie
Veel potentie
Er is restcapaciteit op een aantal stations. Het heeft meerwaarde om meer gebruik te maken van de bestaande capaciteit.
2. Energievraag en -aanbod combineren: minimaliseren van transport van energie
Veel potentie
Veel potentie
Er is veel potentie om vraag en aanbod meer te koppelen. Het is gunstig wanneer locaties waar energie wordt verbruikt, worden gekoppeld aan locaties waar duurzame energie wordt opgewekt. Een zeer groot deel van het bod bestaat uit zon op daken. Begin met daken waar verbruik is in geclusterde gebieden (bijvoorbeeld industrieterreinen).
3. Evenwichtiger verdelen van opgesteld vermogen wind en zon
Zeer veel potentie
Weinig potentie
4. Clusteren van duurzame opwek projecten
Veel potentie
Weinig potentie
Het 1.0 bod is fors verlaagd en de overgebleven zoekgebieden liggen ver uit elkaar. Daarmee is de potentie om de clusteren minimaal.
5. Overige oplossingen: aansluiten wind en zon op één aansluiting (cablepooling), aftoppen van piek productie en benutten reservecapaciteit
Veel potentie
Zeer Veel potentie
Aftoppen (de piek afregelen zodra die voorkomt) levert veel op voor de netinfrastructuur omdat de pieken niet meer gefaciliteerd hoeven te worden. Een groot deel van het bod bestaat uit zon op daken en het aftoppen zorgt ervoor dat er op een MS / LS kabel meer panelen kunnen worden aangesloten.
Wind is uit het bod 1.0 geschrapt. Het toepassen van wind aan de zoekgebieden is systeemefficient.
66
Amstelland
Amsterdam
Haarlemmermeer
Gooi en Vechtstreek
IJmond Zuid-Kennemerland
Zaanstreek Waterland
3. Aanbevelingen | systeemefficiëntie per zoekgebied (2/3) Het duurzame opwek vermogen van het concept RES-bod past in deze deelregio op de huidige onderstations. Vanwege toename in elektriciteitsvraag wordt er een nieuw station gebouwd in deze deelregio. Een aantal zoekgebieden ligt dichtbij dit nieuwe onderstation. We raden aan om zon-projecten in de buurt van het nieuwe station op dit nieuwe station aan te sluiten. Daarnaast draagt het focussen op stations met beschikbare capaciteit en het clusteren van zon-projecten in deze subregio bij aan het verbeteren van systeemefficiëntie. De visuele weergave staat uitgewerkt op de volgende pagina.
Zoek gebieden
Type uitgangspunt systeem efficiëntie
Beschrijving aanbeveling
1
Zoekgebied 1 is een zonzoekgebied rondom rijksweg. In het zoekgebied staat een klein vermogen ingetekend. Als het vermogen onder de 2 MW blijft kan dit op één MS kabel worden aangesloten. De ligging van dit zoekgebied is in de omgeving van een nieuw te bouwen station en kan hier op aangesloten worden.
10
Dit zoekgebied is een zonneweide en het vermogen is beperkt. Als het vermogen onder de 2 MW blijft kan dit op één MS kabel worden aangesloten. Indien er op stations geen aansluitmogelijkheden zijn (vrije velden) kan er onderzocht worden of dit project achter een bestaande grootverbruiker kan worden aangesloten.
Zon op daken: Het overgrote deel (98%) van het bod bestaat uit zon op daken. Dit heeft forse impact op het laag- en middenspanningsnet. Liander beveelt aan om zon op daken te stimuleren in een omgeving waar veel verbruik is (bijvoorbeeld industrieterreinen). Een aanvullende stap is het aftoppen van zonnepanelen, hierdoor wordt het maximale vermogen van de panelen beperkt en komt deze piekbelasting niet op het net terecht. Door deze ingreep kan er op dezelfde kabel meer vermogen aan zonnepanelen worden aangesloten. Liander is bezig met het in kaart brengen van het MS-net door een regiostudie uit te voeren. De verwachting is dat deze later dit jaar opgeleverd wordt en dat de capaciteiten en knelpunten van het MS net inzichtelijk worden gemaakt.
67
Amstelland
Amsterdam
Haarlemmermeer
Gooi en Vechtstreek
IJmond Zuid-Kennemerland
Zaanstreek Waterland
3. Aanbevelingen | gezamenlijk uitvoeringsprogramma (3/3) Uitvoering van de RES is een complex proces waarbij verschillende partijen besluiten en afhankelijkheden op elkaar af moeten stemmen. Graag richten we hiervoor gezamenlijk een governance in die onder meer helder maakt hoe verantwoordelijkheden zijn verdeeld en besluiten worden genomen. Dat kan bijvoorbeeld in de vorm van een gezamenlijk uitvoeringsprogramma waarin betrokken partijen (overheden, marktpartijen, netbeheerder) met elkaar samenwerken.
2050
Tijdlijnen op elkaar afstemmen, afspraken maken over uitvoeringscoördinatie In een dergelijk uitvoeringsprogramma kan een tijdslijn voor de duurzame opwek projecten, inclusief benodigde netuitbreidingen, worden uitgewerkt. Belangrijk is te beseffen dat uitbreiding van de energie infrastructuur doorgaans langer duurt dan de realisatie van een wind- of zonnepark. Door de energie-infrastructuur uitbreidingen te koppelen aan ruimtelijke ontwikkelingen kunnen we zorgen dat gewenste regionale ontwikkelingen tijdig kunnen worden aangesloten op de energie-infrastructuur.
Met elkaar (verder) vooruitkijken om ambities tijdig te kunnen realiseren Door verder vooruit te kijken is er meer tijd voor het zoeken van geschikte locaties voor kabels en elektriciteitsstations, het doorlopen van planprocedures en het inzetten van schaarse technici om al het werk te realiseren. Verder vooruit kijken vergroot de kans dat de regionale ambities op tijd gerealiseerd kunnen worden.
Starten waar capaciteit beschikbaar is Voor de realiseerbaarheid van plannen is het belangrijk om te kijken naar timing. Zo zijn er elektriciteitsstations die nog capaciteit vrij hebben, of op relatief korte termijn (2023/2024) uitgebreid worden. Door samen eerst op deze gebieden te focussen, kan er in de tussentijd gewerkt worden aan het realiseren van stations-uitbreidingen in andere gebieden.
Voorbeeld planning in een uitvoeringsprogramma Hierboven is een voorbeeld planning binnen een uitvoeringsprogramma geschetst We verwachten station X in 2023 gereed te hebben. De wind- en zonplannen in zoekgebieden 1 en 2 kunnen vervolgens aangesloten worden op het elektriciteitsnet d.m.v. 1 of 2 gecombineerde aansluitingen waar cablepooling toegepast wordt. Voor nieuw te realiseren stations rekenen we met een minimale voorbereidingsfase van 3 jaar en een uitvoeringsfase van circa 2 jaar: een doorlooptijd van minimaal 5 jaar. De doorlooptijd wordt beïnvloed door knelpunten in bijvoorbeeld de grondverwerving of het wijzigen van de planologische regels. Een integrale planning en afspraken over uitvoeringscoördinatie vergroot de kans op tijdige realisatie van benodigde infrastructuur.
68
Deelregio IJmond & Zuid-Kennemerland
6 9
69
Amstelland
Amsterdam
Haarlemmermeer
Gooi en Vechtstreek
IJmond Zuid-Kennemerland
Zaanstreek Waterland
1. Analyse netimpact: capaciteit op elektriciteitsstations De impact van de RES 1.0 Het bod in de regio is verhoogd ten opzichte van de concept RES. De grootste verandering is de hogere opbrengst van zon op dak (+145 GWh). Dit kan worden verklaard doordat er meer technisch potentieel lijkt te bestaan voor zon op dak (onder andere door efficiëntere zonnepanelen en het benutten van daken op het noorden). De verwachting is dat in 2030 op zes stations de maximale capaciteit is bereikt. Aan de terugleveringszijde (door duurzame opwek) verwachten we dat de volgende transformatorstations de maximale capaciteit bereiken: • Station Beverwijk: door grootschalig zon op dak • Station Velsen: door grootschalig zon op dak en zonneweides in de regio • Station Uitgeest: door grootschalig niet gebouw gebonden zon opwek in de regio Alkmaar Daarnaast hebben de stations in de IJmond weinig vrije "stopcontacten", de zogenaamde velden, om grote energievragers en –opwekkers aan te sluiten. Aan de afnemerskant (door toenemende energievraag) zijn er vijf transformatorstations waar mogelijk de maximale capaciteit bereikt wordt voor 2030: • • • • •
Station Beverwijk: door de warmtetransitie en elektrisch vervoer Station Uitgeest: door de warmtetransitie en elektrisch vervoer Station Waardepolder: door datacenters en overige industriële energievraag Station Overveen: door de warmtetransitie en elektrisch vervoer Station Schalkwijk: door de warmtetransitie en elektrisch vervoer
Aanbevelingen • Het is interessant om te kijken of geplande grootschalige projecten verplaatst kunnen worden van gebieden met weinig beschikbare capaciteit naar gebieden met veel capaciteit. Bij voorkeur wordt er zon ontwikkeld op en rondom industrieterreinen waar al veel verbruik is. • Combineer wind en zon en maak gebruik van cable-pooling: de combinatie van wind en zon komt terug in meerdere zoekgebieden. Door wind en zon op één aansluiting wordt het netwerk efficiënt ingezet. Bovendien kan door een goede wind en zon verdeling meer duurzame energie opgewekt worden binnen dezelfde netcapaciteit dan wanneer voor wind óf zon gekozen wordt. Rondom het Noordzeekanaal gebied ligt potentie voor een dergelijke oplossing. 70
Amstelland
Amsterdam
Haarlemmermeer
Gooi en Vechtstreek
IJmond Zuid-Kennemerland
Zaanstreek Waterland
2. Strategie | benodigde netaanpassingen: bestaande stations (1/2) Netvlak
Onderstation
Spanning
Huidige capaciteit (MVA)
Uitbreiding investeringsplan (MVA) *
Inbedrijfstelling **
TS
Beverwijk
50 / 10
40
40
2028
TS
Haarlem West
50 / 6
35
n.t.b.
n.t.b.
Technisch verouderd, wordt naar verwachting rond 2025 uit bedrijf genomen. Grondpositie behouden voor eventueel uitbreiding op langere termijn >2030.
TS
IJmuiden
50 / 10
40
n.v.t.
n.v.t.
Op dit moment geen plannen voor uitbreiding voor 2030. Verwachting is dat na 2030 utibreiding noodzakelijk is.
TS
Oorkondelaan
50 / 10
20
40
2025
2,9
5,7
1.800
2.200
Uitbreiding nodig door energietransitie ontwikkelingen en nieuwbouw. Idee is dat het station wordt omgebouwd van verdeelstation naar regelstation en een capaciteitsuitbreiding komt van 40 MVA
TS
Overveen
50 / 10
67
12
2024
1,6
3,1
900
1.100
Loopt naar verwachting in 2030 vol. Grond aangekocht om station uit te kunnen breiden
TS
Schalkwijk
50 / 6
20
20
2030
1,6
3,1
900
1.100
Om de energietransitie te kunnen blijven faciliteren zal station Schalkwijk op langere termijn (+/- 10 jaar) moeten uitbreiden (op eigen terrein).
TS
Uitgeest
50 / 10
40
40
2026
2,9
5,7
1.800
2.200
Voor uitbreiden van Uitgeest is het noodzakelijk dat op Velsen een 50 kV veld vrij is.
TS
Velsen
50 / 10
36
140 MVA (150 / 50 kV)
2028
6,8
13,6
2.880
3.520
1 50 kV veld komt mogelijk vrij. Mogelijk kan Uitgeest hier op aangesloten.
HS
Waarderpolder
150/10
111
n.v.t.
n.v.t.
Loopt vol. Beoogde oplossing is het realiseren van een nieuw onderstation op Liander locatie Waarderpolder II
TS
Haarlem Noordelijk
50 / 10
n.t.b.
n.t.b.
n.t.b.
Om de ontwikkelingen rondom energietransitie te faciliteren gaan we op zoek naar een locatie.
HS
Waarderpolder 2
150/20
-
200
n.t.b.
Totaal
Kosten (in miljoenen €)
2,9
5,7
Benodigde ruimte (m2) **
1.800
2.200
8,6
17,1
15.000
40.000
27,3
54
25.080
52.320
Toelichting ***
Loopt naar verwachting vol in 2027. Het onderstation wordt verzwaard door het bijplaatsen van een extra 40 MVA transformator.
Ten behoeve van de ontlasting van de omliggende stations stichten van een nieuw station. Grond beschikbaar op eigen terrein Liander Hofmanweg.
* Het belang van het opnemen van RES plannen in de investeringsplannen van netbeheerders is op de volgende slide toegelicht. ** Inschatting van doorlooptijd en ruimtebeslag van de totale werkzaamheden van het verzwaren van MS kabels en laagniveau is in dit stadium niet mogelijk. Zie volgende pagina voor een toelichting. *** Voor een meer gedetailleerde toelichting (kengetallen) op de kosten, ruimte en indicatieve tijd die het een nieuw station of nieuwe verbinding kost, verwijzen we naar het document basisinformatie over de energie-infrastructuur.
71
Amstelland
Amsterdam
Haarlemmermeer
Gooi en Vechtstreek
IJmond Zuid-Kennemerland
Zaanstreek Waterland
2. Strategie | benodigde netaanpassingen: nieuwe stations (2/2)
.
B A
Zoekgebied nieuw station
Inschatting haalbaarheid voor 2030
A Waarderpolder 2
✓
B Noordelijk Haarlem
?
Status van zoekgebieden voor nieuwe onderstations Zoals uit de netimpactanalyse blijkt, verwacht Liander dat op 6 stations in de regio de maximale transportcapaciteit wordt bereikt voor 2030. Om dit op te lossen zijn er op 5 stations uitbreidingen gepland en lopen er twee trajecten voor het zoeken naar een nieuwe locatie voor een onderstation. In de Waardepolder wordt er gekeken of de Liander locatie van de Hofmanweg (oude bedrijfsvoeringscentrum) kan worden omgebouwd tot onderstation. Verder wordt er een eerste omgevingsscan uitgevoerd voor een mogelijk nieuw te bouwen station rondom Haarlem, Santpoort en Velzen-zuid.
Tijdig veiligstellen van ruimte voor nieuwe stations Om de knelpunten op te lossen, is gekeken naar welke netaanpassingen nodig zijn. Op basis van de aangeleverde gegevens verwachten we 2 nieuwe HS/MS stations te moeten realiseren. Hier geldt een gemiddelde realisatietijd van 5 - 7 jaar. Het zoeken naar een geschikte locatie is het meest cruciale onderdeel. Om tijdig RES ambities te kunnen halen, is het van belang deze zoektocht naar geschikte locaties samen te organiseren. In de aanbevelingen zijn een aantal tips te vinden. Op de volgende pagina zijn andere benodigde netaanpassingen toegelicht. Uitbreidingen gepland op bestaand station Zoekgebied nieuw station
NB. De zoekgebieden voor nieuwe stations zijn indicatief.
72
Amstelland
Amsterdam
Haarlemmermeer
Gooi en Vechtstreek
IJmond Zuid-Kennemerland
Zaanstreek Waterland
3 Aanbevelingen | systeemefficiëntie (1/3) Graag lichten we toe welke mogelijkheden er zijn om de systeemefficiëntie te verbeteren in de RES regio IJmond en ZuidKennermerland. Het meenemen van de principes van systeemefficiëntie in de afwegingen voor de RES biedt kansen om: 1. maatschappelijke kosten te besparen; 2. ruimte te besparen; 3. de haalbaarheid in tijd van de RES ambitie te vergroten, en 4. slimme keuzes te maken voor de periode na 2030. Voor systeemefficiëntie maken we gebruik van vijf ontwerpprincipes. In de bijlage staat een toelichting op deze ontwerpprincipes.
1. Beter benutten van de restcapaciteit op het bestaande energienet
Concept RES
RES 1.0
veel potentie
veel potentie
Een aantal stations bereiken de maximale transportcapaciteit voor teruglevering. Het is efficiënt om de zoekgebieden op andere stations aan te sluiten waar nog restcapaciteit beschikbaar is.
2. Energievraag en -aanbod combineren: minimaliseren van transport van energie
veel potentie
veel potentie
Er is veel potentie om vraag en aanbod aan elkaar te koppelen. Het is gunstig wanneer locaties waar energie wordt afgenomen, worden gekoppeld aan locaties waar duurzame energie wordt opgewekt. Dan hoeft immers minder energie getransporteerd te worden. Bij voorkeur wordt er zon ontwikkeld op en rondom industrieterreinen waar al veel verbruik is. Dit geldt met name voor de Waarderpolder en het Tata Steel terrein.
3. Evenwichtiger verdelen van opgesteld vermogen wind en zon
veel potentie
veel potentie
De hoeveelheid wind is omlaag gebracht in het huidige bod ten opzichte van de concept RES. Meer wind vermogen is goed voor systeemefficiëntie.
4. Clusteren van duurzame opwek projecten
Zeer veel potentie
Zeer veel potentie
Er liggen veel kansen voor clustering. Dat houdt in dat een paar grootschalige projecten in plaats van meerdere kleine projecten veel opleveren voor systeemefficiëntie. Mogelijkheden daarvoor liggen qua infrastructuur bij zoekgebieden 2 tot en met 6.
5. Overige oplossingen: aansluiten wind en zon op één aansluiting (cablepooling), aftoppen van piek productie en benutten reservecapaciteit
redelijk veel potentie
Zeer veel potentie
Er zijn een aantal zoekgebieden waarin zon en wind dicht bij elkaar liggen. Hier kan cablepooling bijdragen aan het efficiënt benutten van de netten. In de bijlage is een toelichting te vinden op dit ontwerpprincipe. Verder is aftoppen van vermogen een goede manier om systeemefficiëntie te verhogen. Door het grotere aandeel zon op daken kan het laag- of middenspanningsnet overbelast raken. Door op piek momenten af te toppen kan er meer vermogen worden aangesloten op dezelfde infrastructuur 73
Amstelland
Amsterdam
Haarlemmermeer
Gooi en Vechtstreek
IJmond Zuid-Kennemerland
Zaanstreek Waterland
3. Aanbevelingen | systeemefficiëntie per zoekgebied (2/3) Het duurzame opwek vermogen van het concept RES-bod past in deze deelregio op de huidige onderstations. Vanwege toename in elektriciteitsvraag wordt er een nieuw station gebouwd in deze deelregio. Een aantal zoekgebieden ligt dichtbij dit nieuwe onderstation. We raden aan om zon-projecten in de buurt van het nieuwe station op dit nieuwe station aan te sluiten. Daarnaast draagt het focussen op stations met beschikbare capaciteit en het clusteren van zon-projecten in deze subregio bij aan het verbeteren van systeemefficiëntie. De visuele weergave staat uitgewerkt op de volgende pagina.
Zoek gebieden
Type uitgangspunt systeem efficiëntie
Beschrijving aanbeveling
1
Zoekgebied Tatasteel: zon en windzoekgebied. Door zon en wind gecombineerd aan te sluiten vlakbij een grote verbruiker kan dit systeemmefficefficient worden aangesloten.
2,3,4,5, en 6
Van een aantal stations in de buurt van deze zoekgebieden (Beverwijk, Uitgeest en Velsen) is de verwachting dat deze door teruglevering hun maximale capaciteit overschrijden. De grootste drijver daarvan is zon op dak. De zoekgebieden in de omgeving bestaan uit gecombineerde zon en wind projecten, de meeste zijn kleinschalig (in totaal ~18 MW zon, ~6 MW wind). Het is systeem efficiënt om al deze kleine projecten te clusteren naar 1 project en deze aan te sluiten op 1 station met restcapaciteit. Eén van de mogelijkheden is aansluiten op het nieuw te bouwen station in het Westelijk havengebied van Amsterdam.
7
In dit zoekgebied staat geen vermogen ingetekend.
8
Door wind en zon te combineren in de omgeving van een industriegebied kan dit systeemefficient aangesloten worden: er kan direct achter een verbruiker aangesloten worden, en bij voldoende verbruikers wordt de geleverde energie direct verbruikt.
9 en 10
Deze zoekgebieden worden in RES 2.0 meegenomen.
74
Amstelland
Amsterdam
Haarlemmermeer
Gooi en Vechtstreek
IJmond Zuid-Kennemerland
Zaanstreek Waterland
3. Aanbevelingen | gezamenlijk uitvoeringsprogramma (3/3) Uitvoering van de RES is een complex proces waarbij verschillende partijen besluiten en afhankelijkheden op elkaar af moeten stemmen. Graag richten we hiervoor gezamenlijk een governance in die onder meer helder maakt hoe verantwoordelijkheden zijn verdeeld en besluiten worden genomen. Dat kan bijvoorbeeld in de vorm van een gezamenlijk uitvoeringsprogramma waarin betrokken partijen (overheden, marktpartijen, netbeheerder) met elkaar samenwerken.
2050
Tijdlijnen op elkaar afstemmen, afspraken maken over uitvoeringscoördinatie In een dergelijk uitvoeringsprogramma kan een tijdslijn voor de duurzame opwek projecten, inclusief benodigde netuitbreidingen, worden uitgewerkt. Belangrijk is te beseffen dat uitbreiding van de energie infrastructuur doorgaans langer duurt dan de realisatie van een wind- of zonnepark. Door de energie-infrastructuur uitbreidingen te koppelen aan ruimtelijke ontwikkelingen kunnen we zorgen dat gewenste regionale ontwikkelingen tijdig kunnen worden aangesloten op de energie-infrastructuur.
Met elkaar (verder) vooruitkijken om ambities tijdig te kunnen realiseren Door verder vooruit te kijken is er meer tijd voor het zoeken van geschikte locaties voor kabels en elektriciteitsstations, het doorlopen van planprocedures en het inzetten van schaarse technici om al het werk te realiseren. Verder vooruit kijken vergroot de kans dat de regionale ambities op tijd gerealiseerd kunnen worden.
Starten waar capaciteit beschikbaar is Voor de realiseerbaarheid van plannen is het belangrijk om te kijken naar timing. Zo zijn er elektriciteitsstations die nog capaciteit vrij hebben, of op relatief korte termijn (2023/2024) uitgebreid worden. Door samen eerst op deze gebieden te focussen, kan er in de tussentijd gewerkt worden aan het realiseren van stations-uitbreidingen in andere gebieden.
Voorbeeld planning in een uitvoeringsprogramma Hierboven is een voorbeeld planning binnen een uitvoeringsprogramma geschetst We verwachten station X in 2023 gereed te hebben. De wind- en zonplannen in zoekgebieden 1 en 2 kunnen vervolgens aangesloten worden op het elektriciteitsnet d.m.v. 1 of 2 gecombineerde aansluitingen waar cablepooling toegepast wordt. Voor nieuw te realiseren stations rekenen we met een minimale voorbereidingsfase van 3 jaar en een uitvoeringsfase van circa 2 jaar: een doorlooptijd van minimaal 5 jaar. De doorlooptijd wordt beïnvloed door knelpunten in bijvoorbeeld de grondverwerving of het wijzigen van de planologische regels. Een integrale planning en afspraken over uitvoeringscoördinatie vergroot de kans op tijdige realisatie van benodigde infrastructuur.
75
Deelregio Zaanstreek-Waterland
7 6
76
Amstelland
Amsterdam
Haarlemmermeer
Gooi en Vechtstreek
IJmond Zuid-Kennemerland
Zaanstreek-Waterland
1. Analyse netimpact: capaciteit op elektriciteitsstations In de concept-RES ging de deelregio vooral uit van het opwekken van duurzame energie door zon op dak. In de RES 1.0 staat ook potentie voor windturbines en zon, bijvoorbeeld langs het Noordzeekanaal en in Waterland rondom Marken. Met direct betrokkenen moet deze maximale potentie voor grootschalige opwek nog verder verkend worden op haalbaarheid en draagvlak. Maar vanuit de energie-infrastructuur is de combinatie van wind- en zonne-energie een positieve ontwikkeling. Immers, als de wind hard waait, schijnt de zon vaak minder hard en andersom. Hierdoor kan het elektriciteitsnet efficiënter worden gebruikt. De belangrijkste bevindingen uit de netimpactanalyse: •
Het merendeel van de transformatorstations heeft voldoende capaciteit om de zoekgebieden voor grootschalige opwek binnen Zaanstreek Waterland aan te sluiten. Alleen transformatorstation Edam heeft op dit moment onvoldoende capaciteit voor de zoekgebieden in Waterland. De investeringslijn van Liander gaat echter al uit van de bouw van een nieuw transformatorstation in de omgeving van Purmerend, waardoor ook deze zoekgebieden vóór 2030 aangesloten kunnen worden. Voor alle transformatorstations geldt wel dat de ‘stopcontacten’ schaars zijn.
•
Zon op dak brengt uitdagingen met zich mee in de lokale netten. Zon op dak wordt niet direct op de transformatorstations aangesloten, maar op het middenspannings- of laagspanningsnet. De versnippering van zon op dak zorgt daarbij voor uitdagingen over de hele deelregio. Door de piekbelasting van zon op dak zal Liander veelal lager gelegen netdelen (transformatorstations, kabels) moet verzwaren. Dit zorgt voor een enorme opgave omdat daarvoor veel straten open moeten. Deze werkzaamheden kennen lange doorlooptijden, brengen hoge maatschappelijke kosten en overlast met zich mee.
•
Knelpunten op stations ontstaan door de toenemende vraag naar energie door woningbouw, industrie en elektrische mobiliteit. Dit zorgt voor het bereiken van de maximale capaciteit bij zeven transformatorstations vóór 2030. Op twee stations is voldoende capaciteit tot na 2030. De investeringslijn van Liander gaat uit van drie nieuwe en vijf uit te breiden stations die voor 2030 in bedrijf moeten gaan en die de voorziene knelpunten oplossen. Voor de bouw en uitbreiding van stations geldt een gemiddelde realisatietijd van vijf tot zeven jaar. Het zoeken naar een geschikte locatie is het meest cruciale onderdeel. Om tijdig de toenemende vraag aan te kunnen sluiten, is het van belang deze zoektocht naar geschikte locaties samen met de regio te organiseren.
77
Amstelland
Amsterdam
Haarlemmermeer
Gooi en Vechtstreek
IJmond Zuid-Kennemerland
Zaanstreek-Waterland
1. Analyse netimpact: aanbevelingen Door het energiesysteem efficiënt in te richten, zijn er minder uitbreidingen en nieuwe transformatorstations nodig: •
Cluster opwek. Door het opwekken van energie te clusteren in een project, zijn minder verbindingen en ‘stopcontacten’ nodig op het transformatorstation. Zo kunnen de windturbines langs het Noorzeekanaal als één project worden ontwikkeld of als meerdere met idem dito benodigde stopcontacten op het transformatorstation. De stopcontacten zijn schaars op de stations in Zaanstreek Waterland, dus door te clusteren binnen een zoekgebied kunnen uitbreidingen voorkomen worden.
•
Combineer wind en zon en maak gebruik van cable-pooling. Door wind en zon te combineren op één aansluiting wordt het netwerk efficiënt gebruikt en zijn er minder ‘stopcontacten’ op het station nodig. Deze mogelijkheid kan verder verkend worden bij het zoekgebied Noordzeekanaal.
•
Combineer vraag en aanbod. Voor zon op dak is veel draagvlak, maar brengt enorme uitdagingen voor het elektriciteitsnet. Dit vraagt om coördinatie vanuit de regio. Liander adviseert om eerst te beginnen op daken die geclusterd liggen of waar een hoog constant verbruik van energie is. Dit zorgt voor minder kabels en minder transport van energie doordat de opgewekte energie tegelijkertijd verbruikt wordt. Bedrijventerreinen zijn vanuit slim gebruik van het elektriciteitsnet zo’n startpunt. Maar ook de koppeling van grote energievragers (zoals industrie langs het Noordzeekanaal) met grootschalige opwek (wind, zon) kan transport van energie voorkomen. Benut zo’n bestaande energieaansluiting van de industrie óók voor opwek.
•
Plan opweklocaties in de buurt van transformatorstations met teruglevercapaciteit. Bij de zoekgebieden in Waterland is de afstand tot een transformatorstation groot. Dit vraagt om kabels over lange afstanden door gronden van meerdere eigenaren, waarbij realisatie niet alleen kostbaar en tijdrovend is, maar ook met impact op de omgeving gedurende graafwerkzaamheden. Locaties dicht bij een transformatorstation, zoals langs het Noorzeekanaal rondom Hoogtij, hebben daarom vanuit de energie-infrastructuur de voorkeur.
78
Amstelland
Amsterdam
Haarlemmermeer
Gooi en Vechtstreek
IJmond Zuid-Kennemerland
Zaanstreek Waterland
3. Strategie | benodigde netaanpassingen: bestaande stations (1/2) Netvlak
Onderstation
Spanning
Huidige capaciteit (MVA)
Uitbreiding investeringsplan* (MVA)
Inbedrijfstelling**
Kosten (in miljoenen €)
Benodigde ruimte (m2) **
TS
Purmerend Schaepmanstraat
50 / 10
40
40
2026 - 2027
1,7 - 3,4
1.800 - 2.200
TS
Purmerend Kwadijkerkoogweg
50 / 10
40
n.v.t.
n.v.t.
Op dit moment geen plannen voor uitbreiding.
TS
Edam
50 / 10
42
n.v.t.
n.v.t.
Op dit moment geen plannen voor uitbreiding.
TS
Krommenie
50 / 10
39,6
n.v.t.
n.v.t.
Op dit moment geen plannen voor uitbreiding.
TS
Wormerveer
50 / 10
40
n.v.t.
n.v.t.
Op dit moment geen plannen voor uitbreiding.
TS
Zaandijk
50 / 10
40
40
2026
1,7 - 3,4
1.800 - 2.200
Ombouw station en uitbreiding met een extra transformator.
HS
Wijdewormer
150 / 50
200
100 (150 / 50 kV)
n.v.t.
3,4 - 6,8
1.440 - 1.760
Uitbreiding tegelijkertijd doorlopen met Baanstee
TS
Zaandam Noord
50 / 10
44
40
n.t.b.
1,7 - 3,4
1.800 - 2.200
Afhankelijk van de toekomstige ontwikkelingen wordt dit station omgebouwd en uitgebreid met een extra transformator.
TS
Zaandam West
50 / 10
55
40
2027
1,7 - 3,4
1.800 - 2.200
Ombouw station en uitbreiding.
HS
Oostzaan
150/50
-
140
2025
8,5 - 17,1
15.000 - 40.000
Nieuw station, potentie naar 2050: 400 MVA. Ontlasting van station Hemweg.
TS
Baanstee
50/10
-
80
2024
5,7 - 11,3
15.000 - 40.000
Nieuw station
TS
Zaan
50/10
-
80
n.t.b.
Totaal
Toelichting ***
Uitbreiding van bestaand station met een extra transformator. Kan na uitbreiding van OS Wijdewormer.
Nieuw station 24,4 - 48,8
38.640 - 90.560
* Het belang van het opnemen van RES plannen in de investeringsplannen van netbeheerders is op de volgende slide toegelicht. ** Inschatting van doorlooptijd en ruimtebeslag van de totale werkzaamheden van het verzwaren van MS kabels en laagniveau is in dit stadium niet mogelijk. Zie volgende pagina voor een toelichting. *** Voor een meer gedetailleerde toelichting (kengetallen) op de kosten, ruimte en indicatieve tijd die het een nieuw station of nieuwe verbinding kost, verwijzen we naar het document basisinformatie over de energie-infrastructuur.
79
Amstelland
Amsterdam
Haarlemmermeer
Gooi en Vechtstreek
IJmond Zuid-Kennemerland
Zaanstreek Waterland
3. Strategie | benodigde netaanpassingen: nieuwe stations (2/2) Zoekgebied nieuw station
Inschatting haalbaarheid voor 2030
A Baanstee
✓
B Oostzaan
✓
C Zaan
?
Status van zoekgebieden
A
C
B
Zoals uit de netimpactanalyse blijkt verwacht Liander dat op 7 van de 9 stations de maximale transportcapaciteit wordt bereikt. Om dit op te lossen zijn er op 5 stations uitbreidingen gepland en lopen er drie trajecten voor nieuwe stations. Voor twee nieuwe stations (A en B) zijn er reeds locaties beoogd in overleg met de betreffende gemeenten. Het nieuwe station (C) in Zaanstad bevindt zich nog in een verkennende fase om de extra groei in energievraag op te vangen. Ook voor de meeste stationsuitbreidingen lopen de gesprekken met de betrokken gemeenten.
Tijdig veiligstellen van ruimte voor nieuwe stations
Uitbreidingen gepland op bestaand station Zoekgebied nieuw station
Om de knelpunten op te lossen, is gekeken naar welke netaanpassingen nodig zijn. Op basis van de aangeleverde gegevens verwachten we 3 nieuwe HS/MS stations te moeten realiseren. Hier geldt een gemiddelde realisatietijd van 5 tot 7 jaar. Het zoeken naar een geschikte locatie is het meest cruciale onderdeel. Om tijdig RES ambities te kunnen halen, is het van belang deze zoektocht naar geschikte locaties samen te organiseren. In de aanbevelingen zijn een aantal tips te vinden. Op de volgende pagina zijn andere benodigde netaanpassingen toegelicht. NB. De zoekgebieden voor nieuwe stations zijn indicatief.
80
Amstelland
Amsterdam
Haarlemmermeer
Gooi en Vechtstreek
IJmond Zuid-Kennemerland
Zaanstreek Waterland
3 Aanbevelingen | systeemefficiëntie (1/3) Graag lichten we toe welke mogelijkheden er zijn om de systeemefficiëntie te verbeteren in de RES regio Zaanstreek Waterland. Het meenemen van de principes van systeemefficiëntie in de afwegingen voor de RES biedt kansen om: 1. maatschappelijke kosten te besparen; 2. ruimte te besparen; 3. de haalbaarheid in tijd van de RES ambitie te vergroten, en 4. slimme keuzes te maken voor de periode na 2030. Voor systeemefficiëntie maken we gebruik van vijf ontwerpprincipes. In de bijlage staat een toelichting op deze ontwerpprincipes.
Concept RES
RES 1.0
1. Beter benutten van de restcapaciteit op het bestaande energienet
Veel potentie
Veel potentie
Er is restcapaciteit op transformatorstations. Het is systeemefficiënt om optimaal gebruik te maken van de bestaande en geplande capaciteit.
2. Energievraag en -aanbod combineren: minimaliseren van transport van energie
veel potentie
veel potentie
Er is veel potentie om vraag en aanbod meer te koppelen. Het is gunstig wanneer locaties waar energie wordt afgenomen, worden gekoppeld aan locaties waar duurzame energie wordt opgewekt. Opwek rondom gebieden plaatsen met veel vraag (zoals Zaandam en Purmerend) is wenselijk.
3. Evenwichtiger verdelen van opgesteld vermogen wind en zon
weinig potentie
Zeer veel potentie
In het RES bod 1.0 is wind opgenomen in de zoekgebieden. Het is systeemefficiënt om meer wind op te nemen omdat windenergie zonne-energie kan aanvullen. Het komt nauwelijks voor dat het hard waait en zonnig is en door deze eigenschap kan er meer vermogen aangesloten worden.
4. Clusteren van duurzame opwek projecten
Zeer veel potentie
Zeer veel potentie
Er liggen zeer veel kansen voor clustering. Door de opwek projecten zo veel mogelijk te clusteren kan het aantal benodigde aansluitingen beperkt worden.
5. Overige oplossingen: aansluiten wind en zon op één aansluiting (cablepooling), aftoppen van piek productie en benutten reservecapaciteit
Veel potentie
Veel potentie
Aftoppen (de piek afregelen zodra die voorkomt) levert veel op voor de netinfrastructuur omdat de pieken niet meer gefaciliteerd hoeven te worden. Dit is met name interessant voor zonneprojecten, door aftoppen kan er meer vermogen aangesloten worden.
81
Amstelland
Amsterdam
Haarlemmermeer
Gooi en Vechtstreek
IJmond Zuid-Kennemerland
Zaanstreek Waterland
3. Aanbevelingen | systeemefficiëntie per zoekgebied (2/3) Het duurzame opwek vermogen van het concept RES-bod past in deze deelregio op de huidige onderstations. Vanwege toename in elektriciteitsvraag wordt er een nieuw station gebouwd in deze deelregio. Een aantal zoekgebieden ligt dichtbij dit nieuwe onderstation. We raden aan om zon-projecten in de buurt van het nieuwe station op dit nieuwe station aan te sluiten. Daarnaast draagt het focussen op stations met beschikbare capaciteit en het clusteren van zon-projecten in deze deelregio bij aan het verbeteren van systeemefficiëntie. De visuele weergave staat uitgewerkt op de volgende pagina.
Zoek gebieden
Type uitgangspunt systeem efficiëntie
Beschrijving aanbeveling
1
Zoekgebied 1 bestaat uit een zoekgebied voor zon op de Bukdijk. Om optimaal aan te kunnen sluiten kan er op een MiddenSpanning (MS) kabel worden aangesloten, het maximale vermogen wat daar op past is 2 MW. Een andere mogelijkheid is om aan te sluiten achter een grootverbruiker (indien die aanwezig is).
2
Zoekgebied 2 bestaat uit een windzoekgebied en vanuit systeemefficientie is het wenselijk dat er meer wind wordt opgenomen in het bod. In deze doorrekening is het doorgerekend op station Edam en dit leidde tot een knelpunt, maar na realisatie van nieuw te bouwen station Baanstee past dit wel.
3
In zoekgebied 3 is er de mogelijkheid om zon en wind te combineren. Dit is systeemefficiënt en het biedt kansen om aansluitkabels voor zon en wind te gebruiken (cable-pooling). Als het geclusterd wordt aangesloten kan ook het aantal benodigde aansluitingen beperkt worden.
4
Geen vermogen in opgesteld.
82
Amstelland
Amsterdam
Haarlemmermeer
Gooi en Vechtstreek
IJmond Zuid-Kennemerland
Zaanstreek Waterland
3. Aanbevelingen | gezamenlijk uitvoeringsprogramma (3/3) Uitvoering van de RES is een complex proces waarbij verschillende partijen besluiten en afhankelijkheden op elkaar af moeten stemmen. Graag richten we hiervoor gezamenlijk een governance in die onder meer helder maakt hoe verantwoordelijkheden zijn verdeeld en besluiten worden genomen. Dat kan bijvoorbeeld in de vorm van een gezamenlijk uitvoeringsprogramma waarin betrokken partijen (overheden, marktpartijen, netbeheerder) met elkaar samenwerken.
2050
Tijdlijnen op elkaar afstemmen, afspraken maken over uitvoeringscoördinatie In een dergelijk uitvoeringsprogramma kan een tijdslijn voor de duurzame opwek projecten, inclusief benodigde netuitbreidingen, worden uitgewerkt. Belangrijk is te beseffen dat uitbreiding van de energie infrastructuur doorgaans langer duurt dan de realisatie van een wind- of zonnepark. Door de energie-infrastructuur uitbreidingen te koppelen aan ruimtelijke ontwikkelingen kunnen we zorgen dat gewenste regionale ontwikkelingen tijdig kunnen worden aangesloten op de energie-infrastructuur.
Met elkaar (verder) vooruitkijken om ambities tijdig te kunnen realiseren Door verder vooruit te kijken is er meer tijd voor het zoeken van geschikte locaties voor kabels en transformatorstations, het doorlopen van planprocedures en het inzetten van schaarse technici om al het werk te realiseren. Verder vooruit kijken vergroot de kans dat de regionale ambities op tijd gerealiseerd kunnen worden.
Starten waar capaciteit beschikbaar is Voor de realiseerbaarheid van plannen is het belangrijk om te kijken naar timing. Zo zijn er transformatorstations die nog capaciteit vrij hebben, of op relatief korte termijn (2023/2024) uitgebreid worden. Door samen eerst op deze gebieden te focussen, kan er in de tussentijd gewerkt worden aan het realiseren van stations-uitbreidingen in andere gebieden.
Voorbeeld planning in een uitvoeringsprogramma Hierboven is een voorbeeld planning binnen een uitvoeringsprogramma geschetst We verwachten station Baanstee in 2024 gereed te hebben. De windplannen in zoekgebied 2 kunnen vervolgens aangesloten worden op het elektriciteitsnet. Voor nieuw te realiseren stations rekenen we met een minimale voorbereidingsfase van 3 jaar en een uitvoeringsfase van circa 2 jaar: een doorlooptijd van minimaal 5 jaar. De doorlooptijd wordt beïnvloed door knelpunten in bijvoorbeeld de grondverwerving of het wijzigen van de planologische regels. Een integrale planning en afspraken over uitvoeringscoördinatie vergroot de kans op tijdige realisatie van benodigde infrastructuur.
83
7. Bijlagen Verdieping
Bronnen en verwijzingen
Afkortingen en terminologie
Toelichting op werkwijze
84
Verdieping
Ontwerpprincipes systeemefficientie
Relatie tussen elektriciteits- en gasnet
85
Toelichting toegepaste ontwerpprincipes (I) Slimme oplossing
Wat is het?
Wat levert het op?
Wie gaat er over?
Cable pooling
'Cable pooling' is het benutten van één aansluiting door meerdere partijen ('kabel delen'). • Eerste toepassing is het slim koppelen van nabijgelegen wind- en zonneparken door ze aan te sluiten op één netaansluiting. Zo wordt de energie-infrastructuur beter benut. Zon en wind zijn namelijk complementair aan elkaar. Als de wind waait, schijnt de zon meestal niet. En op een zonovergoten dag waait het vaak niet. • Tweede toepassing is het aansluiten van duurzame opwek op een bestaande aansluiting waarop energie wordt afgenomen.
•
Door cable pooling wordt de capaciteit van het elektriciteitsnet veel beter benut. Door het combineren van zon en wind op één kabel kan tot wel vier keer zoveel energie getransporteerd worden als alleen zon op dezelfde kabel. Daarnaast verbetert de businesscase voor ontwikkelaars: zij besparen op de investeringskosten voor aansluitingen en netaanpassingen en op de jaarlijkse kosten voor het gebruik ervan.
•
'Aftoppen' is het afvlakken van de hoogste pieken in opwek door ontwikkelaars zelf. Zij benutten dan niet de maximale capaciteit van zonnepanelen door een lager omvormer-vermogen te installeren. • Zonnepanelen worden op hun piekvermogen aangesloten op het netwerk. Die piek komt echter maar een paar uur per jaar voor. • Door zonnepanelen op deze piekmomenten te begrenzen ('af te toppen'), kan de infrastructuur veel efficiënter worden benut. . • We zien in de praktijk dat deze mate van aftoppen al standaard wordt toegepast door de projectontwikkelaars/klanten (vanwege kleine/goedkopere omvormers en lagere aansluitwaarde en -kosten).
•
Het aftoppen van opwekpieken draagt bij aan het niet hoeven verzwaren van het net. Door zonnepanelen af te toppen op 70%, wordt er slechts 3% minder energie opgewekt. In deze impact rapportage is standaard met 70% curtailment gerekend. Met een geringe reductie in energie opwek kan dus een kwart van de benodigde netuitbreidingen voorkomen worden. Opwekkers hebben een financieel voordeel, omdat zij kunnen volstaan met kleinere omvormers en een kleinere netaansluiting.
•
'Curtailment' is het door de netbeheerder actief aftoppen van de productie bij dreigende schaarste in het net. • Bij een dreigende storing schakelt de netbeheerder een opwekinstallatie (gedeeltelijk) af.
•
In gebieden waar schaarste op het net is, kan door curtailment toch (deels) worden teruggeleverd. In deze impact rapportage is standaard met 70% curtailment gerekend.
•
Aftoppen
Curtailment
•
• • • •
•
•
•
Ontwikkelaars van nabijgelegen zon- en windparken of ontwikkelaars en grote afnemers kunnen gezamenlijk slimme combinaties onderzoeken, samen met de netbeheerder en eventueel gefaciliteerd door gemeenten vanuit hun regierol in de RES. Wel is er een speciale juridische constructie nodig, omdat de koppeling tussen de deelnemende wind- en zonneparken plaatsvindt achter de aansluiting op het openbare elektriciteitsnet. Ontwikkelaars kunnen er zelf voor kiezen om hun installaties af te toppen. Installateurs kunnen de installaties op de juiste manier configureren.
Netbeheerders nemen het initiatief om in afstemming met de klant curtailment in te regelen en uit te voeren. Wetgeving staat het in Nederland netbeheerder echter op dit moment nog niet toe om actief curtailment toe te passen.
Toelichting toegepaste ontwerpprincipes (II) Slimme oplossing
Wat is het?
Wat levert het op?
Wie gaat er over?
Evenwichtige verdeling zon & wind
Evenwichtige verdeling van zon & wind houdt in dat het opgestelde vermogen aan duurzame opwek in een regio voor ca 50% uit zonnepanelen bestaat en voor ca 50% uit windturbines. • Zo wordt infrastructuur beter benut doordat zon en wind complementair zijn aan elkaar. Als de wind waait, schijnt de zon meestal niet. En op een zonovergoten dag waait het vaak niet. • Voldoende gebruik maken van wind is vanuit het energiesysteem gezien wenselijk aangezien windturbines efficiënter gebruik maken van het elektriciteitsnet dan zonnepanelen. Het waait immers vaker dan dat de zon schijnt.
•
Met dezelfde infrastructuur kan met windenergie tot wel 3x zoveel energie opgewekt worden als zon. Door een 50/50 vermogensverdeling van zon en wind toe te passen, wordt de infrastructuur het meest efficiënt benut. Immers, de infrastructuur wordt dan zowel gebruikt als het hard waait én als de zon volop schijnt.
•
De regio kan in de RES kiezen voor een 50/50 vermogensverdeling van zon en wind
Loslaten van redundantie houdt in dat voor transport van duurzaam opgewekte energie de 'vluchtstrook' van het elektriciteitsnet wordt benut. • Elektriciteitsstations zijn overal dubbel - oftewel redundant ontworpen. Dat betekent dat als één component uitvalt, de andere het over kan nemen, waardoor de continuïteit van de elektriciteitsvoorziening ten alle tijden gewaarborgd is. • Dat is vanzelfsprekend van cruciaal belang voor het leveren van energie. • Maar de maatschappelijke impact van een zonnepark dat enkele uren niet kan terugleveren is vele malen kleiner dan een stad die enkele uren in het donker zit.
•
Door het loslaten van redundantie kan tot wel het dubbele van de huidige beschikbare netcapaciteit worden gebruikt voor duurzame opwek, zonder fysieke uitbreidingen te realiseren. Daarmee wordt ook fysieke ruimte voor infrastructuur verminderd en worden lange doorlooptijden voorkomen. In deze netimpact analyse is het loslaten van redundantie meegenomen waar dat mogelijk is.
•
Liander kan vereenvoudigde aansluitconcepten (zoals loslaten van redundantie) toepassen. Bij wet is de netbeheerder echter gehouden aan de regel dat ze moet zorgen voor“ voldoende reservecapaciteit voor het transport’. Deze wet is momenteel in beweging, waardoor er onzekerheden zijn over de toepassing van deze slimme oplossing.
Loslaten redundantie
•
• •
•
•
Indicatie van relatie tussen elektriciteits- en gasnet
Bron: Alliander 88
Bronnen en verwijzingen
89
1. Bronnen en verwijzingen Titel
Omschrijving
Bron
Basisinformatie over energie-infrastructuur, opgesteld voor de Regionale Energie Strategieën, Netbeheer Nederland, mei 2019
Een introductie op en beschrijving van rollen in de elektriciteits- en gasmarkt, typen van elektriciteits- en gasstations, kosten van het bouwen van een station en aanleggen van nieuwe verbindingen in tijd, geld en ruimte, de impact van verschillende (warmte)scenario's op het elektriciteitsnet, basis ontwerpprincipes voor de inpassing van hernieuwbare productie, kosten van verwijderen van gasleidingen en –stations.
https://www.netbeheernederland.nl/_upload/Files/ Basisdocument_over_energieinfrastructuur_143.pdf
Onderzoek naar toekomstbestendige gasdistributienetten, Netbeheer Nederland, juli 2018.
De belangrijkste conclusie uit dit onderzoek is, dat het bestaande gasnetwerk met de juiste maatregelen prima ingezet kan worden om duurzame gassen zoals (100%) waterstof en biomethaan te distribueren. GT-170272
https://www.netbeheernederland.nl/Toekomstbest endigegasdistributienetten
Factsheets over de relatie tussen de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL) en RES, Elaad, december 2019.
Tien factsheets met achtergrondinformatie over de relatie tussen de NAL en de RES. Het doel van de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL) is ervoor te zorgen dat de laadinfrastructuur is voorbereid op de grootschalige uitrol van elektrisch vervoer. In de NAL wordt beschreven hoe we tot voldoende laadpunten komen om al deze auto's slim op te laden.
https://www.elaad.nl/projects/nal-res/
Verantwoording gebruikte gegevens netimpact proces via het Nationaal Programma RES
Op de website van het Nationaal Programma RES is informatie te vinden over de gebruikte back-up en basisgegevens voor het bepalen van de netimpact. Deze gegevens worden gebruikt wanneer er geen gebruik gemaakt kan worden van regiospecifieke informatie vanuit de invulformulieren.
https://www.regionaleenergiestrategie.nl/ondersteuning/np+res+invulfo rmulieren/default.aspx
Potentieel van lokale biomassa en invoedlocaties van groengas. Een verkenning voor 2030, CE Delft, januari 2020
In de studie is verkend hoeveel groengas uit lokale biomassa zou kunnen worden ingevoed in het openbare aardgasnet in 2030 en wat de locaties van invoeding zouden kunnen zijn. Hiervoor is bestudeerd hoeveel biomassa er economisch beschikbaar kan komen voor groengasproductie en -invoeding in 2030. De studie beperkt zich tot biomassareststromen.
www.ce.nl, publicatienummer 190281
Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL) opgesteld. In de NAL is overeengekomen dat elke gemeente een laadvisie en plaatsingsbeleid moet vaststellen. II3050
90
Afkortingen en terminologie
91
2. Terminologie en afkortingen Afkorting
Betekenis
Eenheden
Betekenis
Terminologie
Betekenis
HS
Hoogspanning (>52kV). Hoogspanningsnetten worden gebruikt als nationale hoofdtransportnetten, welke middels een middenspanningstussenstap bij de gebruikers als laagspanning terecht komen.
TWh
TerraWattuur. Staat gelijk aan 109 Kilowatttuur. Het jaarlijkse elektriciteitsgebruik van heel Nederland wordt uitgedrukt in terawattuur.
Netimpact
kWp
KiloWattpiek. Eenheid om piekvermogen uit te drukken.
De net-belasting op installatieniveau. De berekening houdt rekening met vermogens en profielen van alle energievragers en –aanbieders. Dit dynamische samenspel resulteert in de belasting van de Liander installaties welke in magnitude en lengte kan worden uitgedrukt, met mogelijke knelpunten (overbelasting) tot gevolg.
Knelpunt
Tussenspanning. Op sommige locaties in Nederland wordt elektriciteit op hoogspanning direct omgezet naar middenspanning. Op andere plekken zit er nog een spanningsniveau tussen, de zogenoemde tussenspanning. Dit verschil is historisch ontstaan.
W
Een overbelasting op installatie-niveau waarbij flexibele oplossingen geen hulp kunnen bieden. Dit geldt voor een overbelasting van >10% van de installatiecapaciteit OF >1% van het jaar.
Congestiemanagement
Congestiemanagement gebruikt prijsmechanismes en marktwerking om het aanbod en de vraag naar elektriciteit te sturen. Goede uitleg via: https://www.tennet.eu/nl/elektriciteitsmarkt/nederlandsemarkt/congestiemanagement/
Vluchtstrook / redundantie / reservecapaciteit
Het elektriciteitsnet is in heel Nederland redundant uitgelegd. Als één component uitvalt kan een andere verbinding het altijd overnemen. Het netwerk is echter 99,997% van de tijd niet in storing en dus wordt voor het grootste deel van de tijd niet op zijn maximale capaciteit gebruikt. Het is te vergelijken met een vluchtstrook op de snelweg. Dit wordt alleen tijdens de spits gebruikt en is voor de rest van de uren zinloos asfalt. De (maatschappelijke) impact van een zonnepark dat zeg 4 uur niet kan terugleveren is vele malen kleiner dan een ziekenhuis. Daarom is het niet-redundant aansluiten van duurzame opwek een goede benutting van het bestaande elektriciteitsnetwerk. Iets meer risico voor projecten, maar meer mogelijk en een beter ingericht net. te verzwaren.
Cable pooling
Bij cable pooling worden nabijgelegen wind- en zonneparken slim gekoppeld, door de projecten op één netaansluiting aan te sluiten. Zonnepanelen en windmolens zijn in hoge mate complementair: Een windmolenpark benut gemiddeld dertig procent van de netaansluiting en een zonnepark slechts tien procent. Het gevolg is dat de energieinfrastructuur niet volledig wordt gebruikt. Met cable pooling wordt de capaciteit van de elektriciteitskabel beter benut. Daardoor gaat er minder energie verloren en wordt de energievoorziening stabieler.
TS
MS
Middenspanning (1-52kV)
LS
Laagspanning (<1kV)
MW
Watt. Dit beschrijft de energie per tijdseenheid (Joule per seconde). MegaWatt is 10^6 Watt.
A
Ampère. Een eenheid van elektrische stroomsterkte.
V kV
Volt. Eenheid van elektrische spanning. kiloVolt: 1000 Volt.
VA
Voltampere. Een eenheid van complexe of schijnbare elektrisch vermogen, weergegeven met symbool VA dat in het geval van gelijkstroom gelijk is aan de Watt.
J
Joule. Energie-eenheid. (VA=W=J/seconde)
m3
Kubieke meter
92
Toelichting op werkwijze
93
Netimpact bepalen werkproces toegelicht Het werkproces De energietransitie van fossiele bronnen naar duurzame opwekking, de toenemende rol van elektriciteit in het dagelijkse leven en de economische groei vereisen een continue en tijdige doorontwikkeling van het energiesysteem. Om de impact van regionale keuzes inzichtelijk te maken hebben de netbeheerders in samenspraak met PBL en NP RES het "netimpact bepalen" werkproces ontwikkeld. Het proces bestaat uit drie stappen: 1. Invulformulieren voor energievraag en -aanbod: Voor alle relevante energievragers en –aanbieders zijn invulformulieren opgesteld. Hiermee ontstaat inzicht in de ontwikkeling van vraag en aanbod over de tijd heen. Zodra een regio de netimpact van een regionaal scenario van ontwikkelingen wil laten doorrekenen kunnen de formulieren gedeeld worden met de regionale netbeheerder in de regio. 2. Analyse, begrip en oplossingen: De netbeheerders zullen de invulformulieren met informatie over de toekomstige energievraag en -aanbod toetsen aan de huidige elektriciteits- en gasinfrastructuur. Binnen Alliander wordt hiervoor het systeem Andes-Light gebruikt (zie hiernaast voor meer informatie). Uit dit systeem wordt duidelijk waar de huidige infrastructuur ontoereikend is, de zogenoemde knelpunten. Zodra knelpunten in beeld zijn wordt onderzocht waardoor ze ontstaan en wat mogelijke oplossingen kunnen zijn. 3.