RES 1.0 NHZ - Netimpact rapportage 30-3-2021
Tekst van het document
31
Visie op warmte(oplossingen) vanuit de netbeheerder In de warmtetransitie worden afwegingen gemaakt tussen verschillende warmteoplossingen. Deze afwegingen hebben veel impact op het energienet. Hieronder geeft Liander aanbevelingen vanuit het perspectief van (de investeringen in) het energienet.
• Gasnetten behouden, na 2030 eventueel inzetten voor duurzame gassen
De inzet van gas in Nederland – en dus ook de infrastructuur - gaat de komende decennia veranderen. Aardgasvrij maken van buurten en industrie betekent niet automatisch het verwijderen van gasnetten. Gasnetten kunnen ook gebruikt worden voor distributie van andere soorten duurzame gassen. Om de maatschappelijke kosten zo laag mogelijk te houden, streven we ernaar om waar dat kan gasnetten te behouden. Zo blijft de leveringszekerheid geborgd, kan later gekozen worden om de netten zo goedkoop mogelijk te verwijderen of kunnen netten in de toekomst alsnog worden gebruikt voor duurzame gassen.
• Groengas gebruiken als er bron in de buurt is en alternatieven niet haalbaar zijn
Groengas is biogas (opgewekt uit mest, slib etc.) dat is opgewerkt tot de kwaliteitseisen voor aardgas. Het is daarom geschikt om via onze gasnetten te transporteren. Er wordt steeds meer groengas ingevoed en is dus steeds meer beschikbaar als een bouwsteen van het integrale energiesysteem. Groengas biedt kansen om bestaande gasnetten optimaal te benutten en investeringen in het elektriciteitsnet te voorkomen. Maar voor het gebruik ervan zijn wel investeringen in de gasnetten nodig. De decentrale productie kent namelijk een constante productiestroom terwijl de vraag fluctueert. Groengas is één van de puzzelstukken, benut het optimaal. Het optimaal benutten van onze gasnetten en het vermijden van investeringen in elektriciteitsnetten leidt tot de laagste maatschappelijke kosten. Tegelijkertijd is groengas vooralsnog schaars. Daarom volgen we (o.a. in TvW en RES) de lijn: zet groengas daar in waar alternatieven financieel en/of technisch niet haalbaar zijn.
• Hybride warmtepompen: 'no regret' waar warmte en all electric niet mogelijk zijn
Hybride warmtepompen kunnen een belangrijke rol spelen in de omschakeling naar een duurzame warmtevoorziening, met name in buurten met woningen die zich niet goed lenen voor warmte(netten) of een all electric warmtevoorziening. De hybride warmtepomp kan een rol spelen in het behalen van de CO2-doelstellingen. Zeker op plekken waar op korte termijn een overgang naar all electric of warmte niet mogelijk is en waar nu al een gasnet ligt. Er moet de mogelijkheid zijn om te warmtepompen te regelen/af te schakelen (overschakelen op gas) door de netbeheerder als er spanningsproblemen dreigen op het elektriciteitsnet. Het verdient aanbeveling om de potentie van hybride warmtepompen, als tussenoplossing naar aardgasvrij, verder uit te werken voor buurten waar een warmtenet of all electric warmtevoorziening nu niet geschikt wordt bevonden.
• Waterstof: geen oplossing tot 2030, wel kansen voor langere termijn
De komende jaren zijn de mogelijkheden van de toepassing van waterstof nog hoogst onzeker. Daarom houden de netbeheerders hier in het bepalen van de netimpact vooralsnog geen rekening mee. Alliander staat vooralsnog op het standpunt dat inzet van waterstof als oplossing voor de warmtevoorziening in woningen en gebouwen tot 2030 niet aan de orde is en dus ook niet thuishoort in een transitievisie warmte als oplossing voor de periode tot 2030. Wel werken we aan enkele pilots om de kansen op langere termijn te onderzoeken.
• (Houtige) biomassa: houd rekening met alternatieve routes
Er is veel discussie over de inzet van biomassa. Biomassa is een breed begrip. Op dit moment gaat de discussie vooral om de inzet van houtige biomassa voor de productie van elektriciteit en warmte. Kernvraag is of de inzet van houtige biomassa nog als duurzaam gezien mag worden. Hierin spelen twee argumenten, de kans op roofbouw en de vraag of de netto CO2 emissie van biomassa op de termijn van 2030 wel voldoende wordt gecompenseerd door nieuwe aanplant. Daar waar in regionale warmtevisies en transitievisies warmte nog wordt gerekend op de inzet van houtige biomassa zal rekening moeten worden gehouden met alternatieve routes. Voor de inzet van overige biomassa in bijvoorbeeld biobrandstoffen en de route naar groengas speelt deze discussie nu overigens niet.
• Warmtenetten inzetten in verstedelijkt gebied, bij voorkeur publiek beheerd
Met de grootschalige uitrol van warmtenetten als belangrijk alternatief voor aardgas in de gebouwde omgeving, worden warmtenetten onderdeel van de vitale energie infrastructuur van Nederland. Dit maakt de aanleg van deze infrastructuur in de openbare ruimte een publieke aangelegenheid. Het is de visie van Liander dat gemeenten en hun inwoners, net als bij het elektriciteits- en gasnet, kunnen rekenen op een publieke partij voor de aanleg en het beheer van warmte infrastructuur. Bovendien is het wenselijk met het oog op het geïntegreerde energiesysteem (E-G-W) om ook de warmte infrastructuur bij de regionale netbeheerder te leggen. Warmtenetten kunnen rendabel worden ingezet in stedelijk gebied (wijken en buurten met veel verdichting en hoogbouw).
• In gemeentelijke Transitievisies Warmte kijken naar integrale energiesysteem in de wijk
Gemeenten werken op lokaal niveau aan de Transitievisie Warmte. Netbeheerders roepen op om in de TvW te kijken naar het energiesysteem als geheel. De impact van de warmteoplossing op het elektriciteitsnet moet in samenhang met elektrisch vervoer en zonne-energie in de wijk worden bekeken. Om te zorgen dat de investeringen die we doen planbaar en betaalbaar zijn, is het voor ons belangrijk dat investeringen zoveel mogelijk collectief worden uitgevoerd en dat we vroegtijdig helderheid en zekerheid hebben over waar gasleidingen kunnen blijven liggen, waar elektriciteitsnetten moeten worden verzwaard en waar we middenspanningsruimtes bij moeten plaatsen. 32
De potentie van groengas Groengas kan een waardevolle bijdrage leveren in de transitiefase richting een aardgasloze toekomst. Groengas is biogas dat wordt opgewerkt tot de kwaliteit van aardgas en kan worden ingevoed op het huidige gasnet. De komende jaren is waterstof als warmteoplossing nog hoogst onzeker. Daarom houden de netbeheerders hier in het bepalen van de netimpact vooralsnog geen rekening mee. Groengas-potentieel optimaal benutten biedt kansen om investeringen in elektriciteitsnet te voorkomen en het net te ontlasten. Groengas kan getransporteerd worden zonder enorme investeringen in het gasnet. De lage infrastructurele kosten komen voort uit het feit dat onze gasnetten vaak nog lang mee kunnen en ze, naast aardgas, ook geschikt zijn voor duurzame gassen (zoals groengas en op termijn waterstof). In de tabel rechts is een aantal aspecten toegelicht waar rekening mee moet worden gehouden bij de inzet van groengas. Groengas is biogas dat opgewaardeerd is tot de kwaliteit van aardgas. Er zijn geen investeringskosten aan de gebruikerskant (de huiseigenaren) omdat gebruik kan worden gemaakt van de traditionele aardgas klantaansluitingen. Wel kan het zijn dat op sommige momenten in het jaar niet al het ingevoerde groengas gebruikt kan worden. Daarom zijn er soms boosters of netkoppelingen nodig om het gasnet in balans te houden.
Ook is seizoensopslag nodig om verschillen in vraag en aanbod tussen koude winters en warme zomers te kunnen opvangen. In het basisdocument over de energie-infrastructuur is uitgebreide informatie te vinden over het Nederlandse gasnet, typen gasstations en kosten, ruimte en benodigde tijd voor het realiseren en verwijderen van gasstations en leidingen.
Conclusie en aanbevelingen •De huidige gasnetten inzetten voor een alternatieve warmtebron voor de warmtetransitie. •Potentie van groengas zoveel mogelijk benutten. •Er is veel potentie voor groengas in de regio NHN. Door gebruik te maken van groengas potentie kunnen mogelijk ook extra kosten voor verzwaring elektriciteitsnetten voorkomen worden. Bovendien kan het positief bijdragen aan tijdige realisatie van netuitbreidingen zodat regionale ambities tijdig gerealiseerd kunnen worden. • Indien er regionale inzichten zijn over bovenregionale warmteoplossingen: lever zoveel mogelijk regio specifieke gegevens aan over de gasvraag enerzijds en het groengas aanbod anderzijds. Hiermee kan Liander de impact beter inschatten en het gasnet vroegtijdig klaarmaken voor de toekomst.
De inzet van groengas Transitie voor de klant
Geen aanpassingen nodig
Benodigde netaanpassingen
• • •
Boosters om gas naar een hoger gelegen net te krijgen. Netkoppelingen om verbruik en aanbod beter te matchen en zo minder boosters nodig te hebben. Seizoensopslag (Gasunie)
Potentie in 2030 in NL
Rond de 153 PJ
Potentie in 2050 in NL
Tussen de 73 en 442 PJ
Invoerders/techniek
Om een rendabele businesscase voor groengas invoerder te hebben, moet er minimaal 8.000 uren per jaar groengas geproduceerd worden.
33
Vervolgproces Na RES 1.0 Na de RES 1.0 stopt het niet, sterker nog, nu begint het pas. Met de RES 1.0 krijgt de regio een steeds concreter beeld van de opwekpotentie in de regio. Dit wordt mede verder vormgegeven door de gebiedspaspoorten die in de regio opgesteld zijn of gaan worden. Wij adviseren vanuit de netbeheerder graag over welke mogelijkheden wij bij de uitvoer van de ambitie zien. Dit doen we enerzijds door op aanvraag invulling te geven aan delen van de gebiedspaspoorten en anderzijds door te adviseren om gezamenlijk te werken aan een uitvoeringsprogramma.
Proactief investeren Liander wil proactief investeren. Alleen dan krijgen we onze energie-infrastuur op tijd klaar voor het transport van duurzaam opgewekte energie. Om dat te kunnen doen, hebben we een zo volledig, concreet en zeker mogelijk beeld nodig van plannen voor het energiesysteem in 2030 en verder.
Samenwerken aan een uitvoeringsprogramma Hierin kunnen we gezamenlijk, vanuit de infrastructuur gezien, bepalen welke aanvalsstrategie kan worden toegepast om de doelstellingen te halen tegen zo min mogelijk tijd, geld en openbare ruimte. We trekken graag samen op in het ontwikkelen van een gezamenlijk uitvoeringsprogramma om de ambities om te zetten in concretere plannen. Wij dragen daaraan bij door inzicht te bieden in het energienet en oplossingen aan te dragen.
Wilt u als regio nog andere scenario's laten doorrekenen? Houdt dan rekening met een doorlooptijd van minimaal 4 weken om de netimpact te bepalen.
Hoe bereiken we volledigheid, concreetheid en zekerheid in de RES? Volledigheid Naast de groei van duurzame elektriciteitsproductie, ook rekening houden met andere ontwikkelingen in sectoren en rondom andere energiedragers. Hierbij valt te denken aan: elektrificatie van de warmtevraag, mobiliteit en industrie, maar ook de groei van datacenters. Concreetheid Duidelijkheid creëren over onder andere: - De specifieke locatie van plannen, - De planning die behoort bij plannen - De technische specificaties van plannen Zekerheid - Maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak voor de plannen creëren. - Praktische stappen zetten zoals: het betrekken van ontwikkelaars, subsidietoekenning, ruimtelijke consequenties in beeld brengen en vergunningverlening organiseren.
Samen werken aan een uitvoeringsprogramma & Gezamenlijke afspraken over ontwikkeling energie-infrastructuur
Op de volgende pagina´s gaan we verder in op de impact van de doorrekening per subRES regio.
34
6. Impact bod RES 1.0 op energienet per deelregio Analyse netimpact
Benodigde netaanpassingen ss
Aanbevelingen vanuit systeemefficiëntie
35
Deelregio Amstelland
3 6
36
Amstelland
Amsterdam
Haarlemmermeer
Gooi en Vechtstreek
IJmond Zuid-Kennemerland
Zaanstreek Waterland
1. Analyse netimpact: capaciteit op elektriciteitsstations De impact van de RES 1.0 Op basis van aangeleverde gegevens is een analyse gemaakt van de netimpact. Op HS/MS stationsniveau hebben we inzichtelijk gemaakt waar nog capaciteit beschikbaar is en waar knelpunten ontstaan. De netimpactanalyse laat zien dat in de deelregio Amstelland het aanbod voor grootschalige opwek vrijwel overal past binnen het huidige elektriciteitsnet, behalve op Uithoorn. De verwachting is dat in 2030 op vier stations de maximale capaciteit bereikt wordt voor verbruik en op één station voor teruglevering Het gaat om de volgende onderstations: • Amstelveen Bolwerk zal door een groeiende energievraag een knelpunt. Dit wordt met name veroorzaakt doordat meer nieuwbouwwoningen op dit onderstation worden aangesloten. • OS Amstelveen heeft zijn maximale leveringscapaciteit bereikt in 2030. Glastuinbouw en datacenters zorgen voor de grootste toename van energieverbruik. • OS Venserweg heeft voor 2030 zijn maximale afnemerscapaciteit bereikt. Dit wordt veroorzaakt door de verwachte groei van het aantal datacenters. • OS Bijlmer Noord (grondgebied Ouder Amstel) moet worden uitgebreid om de groei van woningbouw te kunnen faciliteren. Voor teruglevering zal station Uithoorn de maximale transportcapaciteit bereiken, dit wordt veroorzaakt door grootschalige niet gebouwgebonden zon.
In het bod is een zoekgebied opgenomen in het gebied tussen Uithoorn en Amstelveen. Door een gepland onderstation te realiseren (Amstelveen Zuid) wordt dit knelpunt op Uithoorn opgelost. Liander raadt aan om het zonneproject te realiseren nadat het nieuwe station is gerealiseerd. Belangrijkste oorzaken De belangrijkste oorzaken van het bereiken van de maximale capaciteit in Amstelland zijn de grootschalige opwek van zonne-energie en de groeiende vraag naar energie door nieuwbouw van woningen en datacenters. De netuitbreiding met een extra onderstation in Amstelveen-Zuid moet ruimte bieden voor levering en teruglevering in het gebied. We verwachten dit station rond 2025 te kunnen opleveren. Gezien de tijd die nodig is voor aanpassing of uitbreiding van het net, moet op korte termijn gestart worden met uitbreidingen en nieuwbouw van stations. Een overzicht van de te realiseren stations is opgenomen op de volgende pagina.
37
Amstelland
Amsterdam
Haarlemmermeer
Gooi en Vechtstreek
IJmond Zuid-Kennemerland
Zaanstreek Waterland
2. Strategie | benodigde netaanpassingen: bestaande stations (1/2) Netvlak
Onderstation
Spanning
Huidige capaciteit (MVA)
Uitbreiding investeringsplan (MVA) *
Inbedrijfstelling **
TS
Aalsmeer Bloemenveiling
50 / 10
72
x
n.v.t.
HS
Amstelveen 150kV
150/50/10
240
x
n.v.t.
TS
Amstelveen Bolwerk
50 / 10
56
106
n.t.b.
HS
Bijlmer Noord
150 / 10
50
80
2021
TS
Schiphol Oost
50 /10
79
x
n.v.t.
Op dit moment geen plannen voor uitbreiding.
TS
Uithoorn
50 / 10
36
x
n.v.t.
Op dit moment geen plannen voor uitbreiding.
HS
Venserweg
150 / 10
66
40
2023
1,7
43,4
1.800
2.200
Uitbreiden met een extra transformator.
HS
Amstelveen Zuid (Nieuw)
150 / 20
-
160
Eind 2025
8,5
17,1
15.000
40.000
Stichten van een nieuw station om de groei als gevolg van nieuwbouw en verduurzaming op te kunnen vangen in het gebied. Constructief in gesprek met gemeente over mogelijke locatie voor nieuw station.
20,4
80,9
21.100
47.500
Totaal
Kosten (in miljoenen €)
Benodigde ruimte (m2) **
Toelichting ***
Op dit moment geen plannen voor uitbreiding. 6,8
13,6
2.900
TenneT deel van het station wordt vervangen en uitgebreid ten behoeve van OS Amstelveen Zuid. Op OS 3.500 Amstelveen komt 40 MVA ruimte bij door andere netstructuur Ja, verzoek om aankoop grond. De varianten ombouw huidig station naar een 50/10kV 80 MVA en nieuwbouw van een 150/10kV 106 MVA zullen worden onderzocht.
3,4
6,8
1.400
1.800
Het station wordt uitgebreid met een extra transformator.
* Het belang van het opnemen van RES plannen in de investeringsplannen van netbeheerders is op de volgende slide toegelicht. ** Inschatting van doorlooptijd en ruimtebeslag van de totale werkzaamheden van het verzwaren van MS kabels en laagniveau is in dit stadium niet mogelijk. Zie volgende pagina voor een toelichting. *** Voor een meer gedetailleerde toelichting (kengetallen) op de kosten, ruimte en indicatieve tijd die het een nieuw station of nieuwe verbinding kost, verwijzen we naar het document basisinformatie over de energie-infrastructuur.
38
Amstelland
Amsterdam
Haarlemmermeer
Gooi en Vechtstreek
IJmond Zuid-Kennemerland
Zaanstreek Waterland
3. Strategie | benodigde netaanpassingen: nieuwe stations
.
Zoekgebied nieuw station
Inschatting haalbaarheid voor 2030
A Amstelveen Zuid
✓
Status zoekgebied nieuw station
A
Er is goed en constructief contact met de gemeente Amstelveen en een voorkeurslocatie is vastgesteld. Eerste gesprekken met grondeigenaar lopen voorspoedig. Om het station te voeden moet ook OS-Amstelveen vernieuwd worden (voorwaardelijk). Ook hier vinden constructieve gesprekken plaats tussen TenneT en gemeente over de mogelijke oplossingen.
Tijdig veiligstellen van ruimte voor nieuwe stations Om de knelpunten op te lossen, is gekeken naar welke netaanpassingen nodig zijn. Op basis van de aangeleverde gegevens verwachten we 1 nieuw HS/MS station te moeten realiseren in de omgeving van Amstelveen Zuid. Hier geldt een gemiddelde realisatietijd van 5 - 7 jaar. Het zoeken naar een geschikte locatie is het meest cruciale onderdeel. Om tijdig RES ambities te kunnen halen, is het van belang deze zoektocht naar geschikte locaties samen te organiseren. In de aanbevelingen zijn een aantal tips te vinden. Op de volgende pagina zijn andere benodigde netaanpassingen toegelicht. Uitbreidingen gepland op bestaand station
NB. De zoekgebieden voor nieuwe stations zijn indicatief.
Zoekgebied nieuw station
39
Amstelland
Amsterdam
Haarlemmermeer
Gooi en Vechtstreek
IJmond Zuid-Kennemerland
Zaanstreek Waterland
3 Aanbevelingen | systeemefficiëntie Graag lichten we toe welke mogelijkheden er zijn om de systeemefficiëntie te verbeteren in de RES regio Amstelland. Het meenemen van de principes van systeemefficiëntie in de afwegingen voor de RES biedt kansen om: 1. maatschappelijke kosten te besparen; 2. ruimte te besparen; 3. de haalbaarheid in tijd van de RES ambitie te vergroten, en 4. slimme keuzes te maken voor de periode na 2030. Voor systeemefficiëntie maken we gebruik van vijf ontwerpprincipes. In de bijlage staat een toelichting op deze ontwerpprincipes.
Concept RES
RES 1.0
1. Beter benutten van de restcapaciteit op het bestaande energienet
Veel potentie
Veel potentie
Er is veel restcapaciteit op een aantal stations. Het heeft meerwaarde om zoveel mogelijk gebruik te maken van bestaande (en geplande) infrastructuur.
2. Energievraag en -aanbod combineren: minimaliseren van transport van energie
Veel potentie
Veel potentie
Er is veel potentie om vraag en aanbod meer te koppelen. Er hoeft dan immers minder energie getransporteerd te worden, dit kan door het aansluiten achter een grote verbruiker (bijvoorbeeld een datacenter).
3. Evenwichtiger verdelen van opgesteld vermogen wind en zon
Weinig potentie
Veel potentie
In het bod 1.0 is de hoeveelheid wind verhoogd (+24 GWh). Vanuit systeemefficiëntiegedachte is het goed om meer wind in de zoekgebieden op te nemen.
4. Clusteren van duurzame opwek projecten
Zeer veel potentie
Zeer veel potentie
Er liggen zeer veel kansen voor clustering. Dat houdt in dat een aantal grootschalige projecten in plaats van meerdere kleine projecten veel opleveren voor systeemefficiëntie. Mogelijkheden daarvoor liggen qua infrastructuur bij het nieuw te bouwen station in Amstelveen Zuid en de omliggende zon zoekgebieden
Veel potentie
Aftoppen (de piek afregelen zodra die voorkomt) levert veel op voor de netinfrastructuur omdat de pieken niet meer gefaciliteerd hoeven te worden. Omdat het aandeel zon op daken is gestegen in RES 1.0 is het aftoppen van vermogen van zonnepanelen een goede methode om op systeem efficiënte wijze meer vermogen aan te kunnen sluiten.
5. Overige oplossingen: aansluiten wind en zon op één aansluiting (cablepooling), aftoppen van piek productie en benutten reservecapaciteit
Weinig potentie
40
Amstelland
Amsterdam
Haarlemmermeer
Gooi en Vechtstreek
IJmond Zuid-Kennemerland
Zaanstreek Waterland
3. Aanbevelingen | systeemefficiëntie per zoekgebied Het duurzame opwek vermogen van het concept RES-bod past in deze deelregio op de huidige onderstations. Vanwege toename in elektriciteitsvraag wordt er een nieuw station gebouwd in deze deelregio. Een aantal zoekgebieden ligt dichtbij dit nieuwe onderstation. We raden aan om zon-projecten in de buurt van het nieuwe station op dit nieuwe station aan te sluiten. Daarnaast draagt het focussen op stations met beschikbare capaciteit en het clusteren van zon-projecten in deze subregio bij aan het verbeteren van systeemefficiëntie. De visuele weergave staat uitgewerkt op de volgende pagina.
Zoek gebieden
Type uitgangspunt systeem efficiëntie
Beschrijving aanbeveling
1
Clusteren biedt veel potentie. Het aantal stopcontacten op de stations is beperkt en door clusteren is het aantal benodigde stopcontacten lager. Daarnaast kan er mogelijk achter een vaste verbruiker aangesloten worden.
2
Clusteren van wind is efficiënt omdat er minder stopcontacten op stations nodig zijn.
3,4,5,6,7
Door zonprojecten te clusteren in zoekgebieden 3, 4, 5, 6 en 7 kunnen deze projecten direct aangesloten worden op onderstations. Hier kan voorkomen worden dat knelpunten ontstaan op het laag- en/of middenspanningsnet.
8
Een combinatie van zon en wind op één aansluiting is systeem efficiënt. Het verwachte vermogen voor teruglevering is hoger dan de stationscapaciteit. Door gebruik te maken van de reservecapaciteit kunnen deze projecten optimaal worden aangesloten.
9
Gebruik zo veel mogelijk de restcapaciteit op het net, of sluit aan achter een verbruiker.
41
41
Amstelland
Amsterdam
Haarlemmermeer
Gooi en Vechtstreek
IJmond Zuid-Kennemerland
Zaanstreek Waterland
3. Aanbevelingen | gezamenlijk uitvoeringsprogramma Uitvoering van de RES is een complex proces waarbij verschillende partijen besluiten en afhankelijkheden op elkaar af moeten stemmen. Graag richten we hiervoor gezamenlijk een governance in die onder meer helder maakt hoe verantwoordelijkheden zijn verdeeld en besluiten worden genomen. Dat kan bijvoorbeeld in de vorm van een gezamenlijk uitvoeringsprogramma waarin betrokken partijen (overheden, marktpartijen, netbeheerder) met elkaar samenwerken.
2050
Tijdlijnen op elkaar afstemmen, afspraken maken over uitvoeringscoördinatie In een dergelijk uitvoeringsprogramma kan een tijdslijn voor de duurzame opwek projecten, inclusief benodigde netuitbreidingen, worden uitgewerkt. Belangrijk is te beseffen dat uitbreiding van de energie infrastructuur doorgaans langer duurt dan de realisatie van een wind- of zonnepark. Door de energie-infrastructuur uitbreidingen te koppelen aan ruimtelijke ontwikkelingen kunnen we zorgen dat gewenste regionale ontwikkelingen tijdig kunnen worden aangesloten op de energie-infrastructuur.
Met elkaar (verder) vooruitkijken om ambities tijdig te kunnen realiseren Door verder vooruit te kijken is er meer tijd voor het zoeken van geschikte locaties voor kabels en elektriciteitsstations, het doorlopen van planprocedures en het inzetten van schaarse technici om al het werk te realiseren. Verder vooruit kijken vergroot de kans dat de regionale ambities op tijd gerealiseerd kunnen worden.
Starten waar capaciteit beschikbaar is Voor de realiseerbaarheid van plannen is het belangrijk om te kijken naar timing. Zo zijn er elektriciteitsstations die nog capaciteit vrij hebben, of op relatief korte termijn (2023/2024) uitgebreid worden. Door samen eerst op deze gebieden te focussen, kan er in de tussentijd gewerkt worden aan het realiseren van stations-uitbreidingen in andere gebieden.
Voorbeeld planning in een uitvoeringsprogramma Hierboven is een planning binnen een uitvoeringsprogramma geschetst. Liander verwacht station Amstelveen Zuid eind 2025 gereed te hebben. De zonplannen in zoekgebied 6 kunnen kunnen vervolgens aangesloten worden op het elektriciteitsnet d.m.v. 1 of 2 gecombineerde aansluitingen waar cablepooling toegepast wordt. Zoekgebied 1 is een windzoekgebied in Amstelland, in de omgeving in andere subresregio’s worden ook zonprojecten onderzocht. Het is systeemefficient dat deze projecten geclusterd worden en als geheel aangesloten worden. Voor nieuw te realiseren stations rekenen we met een minimale voorbereidingsfase van 3 jaar en een uitvoeringsfase van circa 2 jaar: een doorlooptijd van minimaal 5 jaar. De doorlooptijd wordt beïnvloed door knelpunten in bijvoorbeeld de grondverwerving of het wijzigen van de planologische regels. Een integrale planning en afspraken over uitvoeringscoördinatie vergroot de kans op tijdige realisatie van benodigde infrastructuur. 42
Deelregio Amsterdam
4 3
43
Amstelland
Amsterdam
Haarlemmermeer
Gooi en Vechtstreek
IJmond Zuid-Kennemerland
Zaanstreek Waterland
1. Analyse netimpact: capaciteit op elektriciteitsstations Netimpact van de RES 1.0 en de themastudie elektriciteit Liander en gemeente Amsterdam hebben in 2020 de themastudie elektriciteit 2.0 uitgevoerd. Gezien het detailniveau van de themastudie is er voor gekozen om deze resultaten te gebruiken in de analyse. In deze studie is in kaart gebracht wat de impact is van alle ontwikkelingen in Amsterdam op het elektriciteitsnetwerk. De belangrijkste conclusie (van het 'Amsterdam Ambitie scenario') is dat de belasting van het net groeit met een factor 3 tot 4 tot 2050. Deze wordt bepaalt door de vraag naar elektriciteit: hierbij hebben datacenters (19%), nieuwbouw (16%) en mobiliteit (12%) de meeste impact in 2050. De inpassing van duurzame opwek leidt niet tot knelpunten (op onderstation niveau). Achtergrond en opbouw van de Themastudie elektriciteit 2.0 • Een update van de eerste themastudie uit 2019 was noodzakelijk omdat er sindsdien gemeentelijk beleid is vastgesteld zoals de Regionale Energie Strategie, Transitievisie Warmte en het vestigingsbeleid voor datacenters die impact hebben op het elektriciteitsnetwerk. Daarnaast zijn aanvullende analyses gedaan voor o.a. airco en elektrisch koken in de horeca. En is in meer detail gekeken naar datacenters en industrie. Ook is de netimpact op distributieniveau in kaart gebracht.
• Eén scenario is het "Amsterdam Ambitie" scenario, waarbij de impact van de beleidsdoelstellingen is bepaald. Daarnaast is er een "Laag", "Midden" & "Hoog" scenario gemaakt. Ook zijn er een 'Special' scenario's gemaakt waarbij de impact van waterstof, nieuwbouw op zeer lage temperatuur en het toepassen van flexibiliteit inzichtelijk is gemaakt. De belangrijkste resultaten • Op basis van de scenario's is in 2050 de belasting een factor 3 tot 4 keer zo hoog als huidige belasting. De vraag naar elektrisch vermogen bepaalt over het algemeen de netcapaciteit, niet het aanbod (bijv. zon, wind). In het 'Amsterdam Ambitie' scenario hebben datacenters (19%), nieuwbouw (16%) en mobiliteit (12%) de meeste impact in 2050. •
De studie geeft een beeld van waar en wanneer welke maatregelen nodig zijn om een toekomstbestendig elektriciteitsvoorziening te realiseren. Wanneer geen actie wordt ondernomen is ca. 80% van de onderstations overbelast in 2030 en 25-60% van de middenspanningsruimtes.
•
In het gezamenlijke programma Elektriciteitsvoorziening Amsterdam (EVA) worden de resultaten van studie gebruikt voor het ontwikkelen van een netstructuurvisie op hoog- en middenspanning. Dit vormt de basis voor het proces rondom de uitbreiding van het netwerk in Amsterdam.
Aanbevelingen voor meer systeemefficiëntie • • •
Het is aan te bevelen om opwek zoveel mogelijk te verdelen op bestaande of nieuw te realiseren stations. De uitbreidingswerkzaamheden aan het netwerk bieden potentie om de realisatie van windprojecten hierop af te stemmen. Dit kan een positief effect hebben op doorlooptijden en realiseerbaarheid. Op een aantal stations zijn velden beperkt beschikbaar (aansluitmogelijkheden op een station). Het is aan te bevelen om de planning van windprojecten af te stemmen op de uitvoeringstijdslijn van uitbreidingswerkzaamheden. Zorg voor een goede verdeling van zon en wind.
44
Amstelland
Amsterdam
Haarlemmermeer
Gooi en Vechtstreek
IJmond Zuid-Kennemerland
Zaanstreek Waterland
2. Strategie | benodigde netaanpassingen: nieuwe stations De afgelopen jaren is aan de volgende uitbreidingen van het netwerk gewerkt. (locaties bij benadering):
1
Oostzaan (gemeente Oostzaan) • Uitbreiding met 140 MW (150/50/10kV) • IBN: Q2 2024
2
IJpolder • Uitbreiding met 17 MW (50/10kV) • IBN: Q3 2022
3
Nieuwe Meer • Nieuwe locatie van 140 MW (150/50/10kV) • IBN: Q4 2021
4
Karperweg • Uitbreiding met 35 MW (50/10kV) • IBN: Q1 2023
5
Bijlmer Noord (gemeente Ouder Amstel) • Uitbreiding met 80 MW (150/20kV) • IBN: Q3 2021
6
Watergraafsmeer • Uitbreiding met 53 MW (150/10kV) • In bedrijf
7
IJburg (Strandeiland) • 160 MW (150/20/10kV) • IBN: Q1 2022 (fase 1: 80 MW)
8
Hemweg • Vervangen 150kV-installatie • IBN: Q2 2025
kaart van: xxx februari 2020
betreft ook een Tennet locatie
45
Amstelland
Amsterdam
Haarlemmermeer
Gooi en Vechtstreek
IJmond Zuid-Kennemerland
Zaanstreek Waterland
2. Strategie | benodigde netaanpassingen Op de vorige pagina zijn uitbreidingen getoond waar Liander op de korte termijn aan werkt. Hieronder volgt een overzicht van de verwachte uitbreidingen in de periode t/m 2030. Netvlak
Onderstation
Spanning
Huidige capaciteit (MVA)
Uitbreiding investeringsplan (MVA) *
Inbedrijfstelling **
TS
Basisweg
50 / 10
66
n.t.b.
n.t.b.
Beperkt aantal velden. Op korte termijn velduitbreiding. Op iets langere termijn afhankelijk van gezamenlijke studie met gemeente Amsterdam bepalen op welke wijze het vermogen verder uitgebreid dient te worden.
HS
Bijlmer Zuid
150 / 10
99
n.v.t.
2024
Uitbreiding van het aantal velden zodat meer aansluitmogelijkheden gecreëerd worden.
MS
Duivendrecht (RS)
20 / 10
40
n.v.t.
n.v.t.
Op dit moment geen plannen voor uitbreiding.
TS
Frederiksplein
50 / 10
66
n.v.t.
n.v.t.
Op dit moment geen plannen voor uitbreiding.
HS
Hemweg
150 / 50
550
90
n.t.b.
3,4
6,8
1.440
1.760
Het station Hemweg wordt in eerste instantie ontlast door de Zaansdamse 50/10 stations over te zetten op het nieuwbouw station Oostzaan. Daarna wordt Hemweg verzwaard en omgebouwd. Op dit moment vindt in overleg met Tennet, de gemeente en het havenbedrijf onderzoek plaats naar de mogelijkheden.
HS
Hoogte Kadijk
150/50/10
171
30
2032
1,7
3,4
1.800
2.200
Het station dient op termijn vernieuwd te worden. Op dit moment wordt met de gemeente onderzocht wat de mogelijkheden hiervoor zijn. Mogelijk wordt het station verplaatst naar een nabijgelegen locatie
TS
Karperweg
50 / 10
49,5
30
2022
1,7
3,4
1.800
2.200
Op dit moment wordt het station herbouwd en worden 3 nieuwe 50/10 transformatoren van 40 MVA geplaatst.
TS
Marnixstraat
50 / 10
66
n.t.b.
n.t.b.
2022 2027
6,8
13,6
2.880
3.520
n.t.b.
3,4
6,8
1.440
1.760
HS
Nieuwe Meer
150/50/10
140
140 160
HS
Noord Papaverweg
150/50/10
170
80
Kosten (in miljoenen €)
Benodigde ruimte (m2) **
Toelichting ***
Op termijn zal worden onderzocht wat de mogelijkheden zijn om op de bestaande locatie de capaciteit verder uit te breiden. Onderstation Nieuwe Meer wordt verzwaard met een derde 150/50/10kV transformator. Het veilige vermogen stijgt hiermee 140MVA, er komen 14 vrije velden bij, IBN 2022. Daarna wordt het station verder uitgebreid met een nieuw 150/20kV station op het naastgelegen perceel met ruimte voor drie transformatoren van 80MVA.
Op dit moment wordt in overleg met de gemeente onderzocht wat de mogelijkheden zijn om het station te verzwaren. Eén van de opties die wordt onderzocht is uitbreiding op het naastgelegen terrein.
* Het belang van het opnemen van RES plannen in de investeringsplannen van netbeheerders is op de volgende slide toegelicht. ** Inschatting van doorlooptijd en ruimtebeslag van de totale werkzaamheden van het verzwaren van MS kabels en laagniveau is in dit stadium niet mogelijk. Zie volgende pagina voor een toelichting. *** Voor een meer gedetailleerde toelichting (kengetallen) op de kosten, ruimte en indicatieve tijd die het een nieuw station of nieuwe verbinding kost, verwijzen we naar het document basisinformatie over de energie-infrastructuur.
46
Amstelland
Amsterdam
Haarlemmermeer
Gooi en Vechtstreek
IJmond Zuid-Kennemerland
Zaanstreek Waterland
2. Strategie | benodigde netaanpassingen Netvlak
Onderstation
Spanning
Huidige capaciteit (MVA)
Uitbreiding investeringsplan (MVA) *
Inbedrijfstelling **
TS
Rhijnspoor
50 / 10
66
94
n.t.b.
TS
Schipluidenlaan
50 / 10
66
n.t.b.
n.t.b.
TS
Slotermeer
50 / 10
49,5
110
2027
3,4
6,8
1.440
1.760
Op dit moment wordt onderzocht wat de mogelijkheden zijn om dit onderstation uit te breiden. Indien mogelijk wordt hier een 150kV station van gemaakt. Indien dit niet mogelijk is vindt verdere uitbreiding plaats op 50kV
TS
Uilenburg
50 / 10
44
36
2024
1,7
3,4
1.800
2.200
Onderstation Uilenburg wordt gerenoveerd en verzwaard tot maximale capaciteit met drie trafo's van 40MVA
TS
Vliegenbos
50 / 10
44
n.t.b.
n.t.b.
HS
Watergraafsmeer
150 / 10
58
53
2021
1,7
3,4
1.800
2.200
Onderstation Watergraafsmeer wordt uitgebreid met een derde transformator.
TS
Westhaven
50 / 10
33
40
2026
1,7
3,4
1.800
2.200
Het onderstation Westhaven wordt verzwaard naar de maximale capaciteit met drie trafo's van 40MVA. Verdere groei wordt opgevangen door omliggende stations.
TS
Westzaanstraat
50 / 10
66
n.t.b.
n.t.b.
TS
IJpolder
50 / 10
20
20 later nogmaals 40
2022
TS
Ruigoord
50/10
36
n.v.t.
n.v.t.
Kosten (in miljoenen €)
3,4
6,8
Benodigde ruimte (m2) **
1.440
1.760
Toelichting ***
Op dit moment wordt onderzocht wat de mogelijkheden zijn om het station uit te breiden. Op dit moment wordt onderzocht wat de mogelijkheden zijn om het station uit te breiden.
Als onderdeel van het onderzoek naar de netstructuur in Amsterdam Noord wordt onderzocht of Onderstation Vliegenbos in de toekomst mogelijk wordt verzwaard tot een station met een maximale capaciteit van drie trafo's van 40MVA.
Op dit moment wordt onderzocht wat de mogelijkheden zijn om dit onderstation uit te breiden.
1,7
3,4
1.800
2.200
Het station IJpolder wordt gerenoveerd en verzwaard naar 40 MVA. Bouwkundig vindt voorbereiding plaats om verder te verzwaren naar de maximale capaciteit met drie trafo's van 40 MVA. Op dit moment geen plannen voor uitbreiding. Wel zoeklocatie voor nieuwstation nabij Ruigoord.
* Het belang van het opnemen van RES plannen in de investeringsplannen van netbeheerders is op de volgende slide toegelicht. ** Inschatting van doorlooptijd en ruimtebeslag van de totale werkzaamheden van het verzwaren van MS kabels en laagniveau is in dit stadium niet mogelijk. Zie volgende pagina voor een toelichting. *** Voor een meer gedetailleerde toelichting (kengetallen) op de kosten, ruimte en indicatieve tijd die het een nieuw station of nieuwe verbinding kost, verwijzen we naar het document basisinformatie over de energie-infrastructuur.
47
Amstelland
Amsterdam
Haarlemmermeer
Gooi en Vechtstreek
IJmond Zuid-Kennemerland
Zaanstreek Waterland
2. Strategie | benodigde netaanpassingen Netvlak
Onderstation
Spanning
Huidige capaciteit (MVA)
Uitbreiding investeringsplan (MVA) *
Inbedrijfstelling **
HS
Zorgvlied
150/20/10
176
n.v.t.
n.v.t.
HS
IJburg
150 / 20
-
80
2022
5,7
11,3
15.000
40.000
Op IJburg wordt een nieuw 150/20 onderstation gebouwd om de ontwikkelingen op IJburg te faciliteren en het onderstation Hoogte Kadijk te ontlasten. In eerste instantie 80MVA met de mogelijkheid tot uitbreiding naar 160MVA.
HS
Nieuwe Meer
150/20
-
160
2027
8,5
17,1
15.000
40.000
Op basis van de gezamenlijke belastingprognose van de gemeente Amsterdam en Liander wordt gezocht naar een locatie om een nieuw Onderstation te bouwen.
Osdorp
n.t.b.
106
n.t.b.
5,7
11,3
15.000
40.000
Op basis van de gezamenlijke belastingprognose van de gemeente Amsterdam en Liander wordt gezocht naar een locatie om een nieuw Onderstation te bouwen.
Zeeburgereiland
150/10
-
106
n.t.b.
5,7
11,3
15.000
40.000
Op basis van de gezamenlijke belastingprognose van de gemeente Amsterdam en Liander wordt gezocht naar een locatie om een nieuw Onderstation te bouwen.
Havenstad Zuid
n.t.b.
-
106
n.t.b.
5,7
11,3
15.000
40.000
Op basis van de gezamenlijke belastingprognose van de gemeente Amsterdam en Liander wordt gezocht naar een locatie om een nieuw Onderstation te bouwen.
Havenstad Noord
n.t.b.
-
0
n.t.b.
Amsterdam West (Nieuwpoortstraat)
n.t.b.
-
80
n.t.b.
5,7
11,3
15.000
40.000
Op basis van de gezamenlijke belastingprognose van de gemeente Amsterdam en Liander wordt gezocht naar een locatie om een nieuw Onderstation te bouwen. Op deze locatie heeft Liander reeds een grondpositie.
Sextantweg
n.t.b.
40
n.t.b .
2,9
5,7
1.800
2.200
Op basis van de gezamenlijke belastingprognose van de gemeente Amsterdam en Liander wordt gezocht naar een locatie om een nieuw Onderstation te bouwen. Grondpositie voor 150kV-station
Petroleumhaven
n.t.b.
106
n.t.b .
5,7
11,3
15.000
40.000
Op basis van de gezamenlijke belastingprognose van de gemeente Amsterdam en Liander wordt gezocht naar een locatie om een nieuw Onderstation te bouwen.
Westelijkhaven gebied
n.t.b.
240
n.t.b.
11,4
22,8
15.000
40.000
Op basis van de gezamenlijke belastingprognose van de gemeente Amsterdam en Liander wordt gezocht naar een locatie om een nieuw Onderstation te bouwen.
HS
-
Kosten (in miljoenen €)
Benodigde ruimte (m2) **
Toelichting ***
Op dit moment geen plannen voor uitbreiding.
Op basis van de gezamenlijke belastingprognose van de gemeente Amsterdam en Liander wordt gezocht naar een locatie om een nieuw Onderstation te bouwen (uitwijklocatie).
* Het belang van het opnemen van RES plannen in de investeringsplannen van netbeheerders is op de volgende slide toegelicht. ** Inschatting van doorlooptijd en ruimtebeslag van de totale werkzaamheden van het verzwaren van MS kabels en laagniveau is in dit stadium niet mogelijk. Zie volgende pagina voor een toelichting. *** Voor een meer gedetailleerde toelichting (kengetallen) op de kosten, ruimte en indicatieve tijd die het een nieuw station of nieuwe verbinding kost, verwijzen we naar het document basisinformatie over de energie-infrastructuur.
48
Amstelland
Amsterdam
Haarlemmermeer
Gooi en Vechtstreek
IJmond Zuid-Kennemerland
Zaanstreek Waterland
2. Strategie | benodigde netaanpassingen Netvlak
Totaal
Onderstation
Spanning
Huidige capaciteit (MVA)
Uitbreiding investeringsplan (MVA) *
Inbedrijfstelling **
Amsterdam Zuid Oost – Bijlmer Oost 1
n.t.b.
-
106
n.t.b.
5,7
11,3
15.000
40.000
Op basis van de gezamenlijke belastingprognose van de gemeente Amsterdam en Liander wordt gezocht naar een locatie om een nieuw Onderstation te bouwen.
Amsterdam Zuid Oost – Bijlmer Oost 2
n.t.b.
-
106
n.t.b.
5,7
11,3
15.000
40.000
Op basis van de gezamenlijke belastingprognose van de gemeente Amsterdam en Liander wordt gezocht naar een locatie om een nieuw Onderstation te bouwen.
Amsterdam Zuid Oost – Bijlmer Oost 3
n.t.b.
-
160
n.t.b.
8,5
17,1
15.000
40.000
Op basis van de gezamenlijke belastingprognose van de gemeente Amsterdam en Liander wordt gezocht naar een locatie om een nieuw Onderstation te bouwen.
Amsterdam Zuid Oost – Bijlmer Oost 4
n.t.b.
-
106
n.t.b.
5,7
11,3
15.000
40.000
Op basis van de gezamenlijke belastingprognose van de gemeente Amsterdam en Liander wordt gezocht naar een locatie om een nieuw Onderstation te bouwen.
Amsterdam Oost - Over Amstel
n.t.b.
-
106
n.t.b.
5,7
11,3
15.000
40.000
Op basis van de gezamenlijke belastingprognose van de gemeente Amsterdam en Liander wordt gezocht naar een locatie om een nieuw Onderstation te bouwen.
Buikslotermeer
n.t.b.
106
n.t.b.
5,7
11,3
15.000
40.000
Op basis van de gezamenlijke belastingprognose van de gemeente Amsterdam en Liander wordt gezocht naar een locatie om een nieuw Onderstation te bouwen.
Tuindorp Oostzaan
n.t.b.
106
n.t.b.
5,7
11,3
15.000
40.000
Op basis van de gezamenlijke belastingprognose van de gemeente Amsterdam en Liander wordt gezocht naar een locatie om een nieuw Onderstation te bouwen.
Amsterdam Noord
n.t.b.
40
n.t.b.
2,9
5,7
1.800
2.200
Op basis van de gezamenlijke belastingprognose van de gemeente Amsterdam en Liander wordt gezocht naar een locatie om een nieuw Onderstation te bouwen.
133,2
265,2
248.040
628.160
-
Kosten (in miljoenen €)
Benodigde ruimte (m2) **
Toelichting ***
* Het belang van het opnemen van RES plannen in de investeringsplannen van netbeheerders is op de volgende slide toegelicht. ** Inschatting van doorlooptijd en ruimtebeslag van de totale werkzaamheden van het verzwaren van MS kabels en laagniveau is in dit stadium niet mogelijk. Zie volgende pagina voor een toelichting. *** Voor een meer gedetailleerde toelichting (kengetallen) op de kosten, ruimte en indicatieve tijd die het een nieuw station of nieuwe verbinding kost, verwijzen we naar het document basisinformatie over de energie-infrastructuur.
49
Amstelland
Amsterdam
Haarlemmermeer
Gooi en Vechtstreek
IJmond Zuid-Kennemerland
Zaanstreek Waterland
3 Aanbevelingen | systeemefficiëntie (1/3) Graag lichten we toe welke mogelijkheden er zijn om de systeemefficiëntie te verbeteren in de RES regio Amsterdam. Het meenemen van de principes van systeemefficiëntie in de afwegingen voor de RES biedt kansen om: 1. maatschappelijke kosten te besparen; 2. ruimte te besparen; 3. de haalbaarheid in tijd van de RES ambitie te vergroten, en 4. slimme keuzes te maken voor de periode na 2030. Voor systeemefficiëntie maken we gebruik van vijf ontwerpprincipes. In de bijlage staat een toelichting op deze ontwerpprincipes.
1. Beter benutten van de restcapaciteit op het bestaande energienet
Concept RES
RES 1.0
weinig potentie
weinig potentie
Er is veel restcapaciteit op stations. Het is systeemefficiënt om op stations aan te sluiten waar transportcapaciteit beschikbaar is. Dit geldt voor de meeste stations in Amsterdam.
2. Energievraag en -aanbod combineren: minimaliseren van transport van energie
Zeer veel potentie
Zeer veel potentie
Het is gunstig wanneer locaties waar energie wordt afgenomen, worden gekoppeld aan locaties waar duurzame energie wordt opgewekt. Dan hoeft immers minder energie getransporteerd te worden. Denk hierbij aan daken waar veel verbruik is (kantoren/industrie) en in het geval van wind energie is het efficiënt dit aan te sluiten in de omgeving van grote verbruikers.
3. Evenwichtiger verdelen van opgesteld vermogen wind en zon
Weinig potentie
Weinig potentie
Het aandeel zon op dak is qua vermogen groter dan wind. Wind levert per opgestelde hoeveelheid vermogen meer energie op. Het is systeemefficiënt om het aandeel wind zo groot mogelijk te houden.
4. Clusteren van duurzame opwek projecten
Zeer veel potentie
Zeer veel potentie
Er liggen veel kansen voor clustering. Dat houdt in dat grootschalig clusteren van projecten systeemefficiënter is dan meerdere kleine projecten apart aan te sluiten. Dit heeft onder andere als voordeel dat er minder aansluitingen nodig zijn op de stations.
Veel potentie
Aftoppen (de piek afregelen zodra die voorkomt) levert veel op voor de netinfrastructuur omdat de pieken niet meer gefaciliteerd hoeven te worden. Zeker in het geval van het bod van Amsterdam is dit relevant. Een groot deel bestaat uit zon op dak en de gelijktijdigheid is groot. Door de panelen af te toppen kan er meer vermogen worden aangesloten op het net.
5. Overige oplossingen: aansluiten wind en zon op één aansluiting (cablepooling), aftoppen van piek productie en benutten reservecapaciteit
Veel potentie
50
Amstelland
Amsterdam
Haarlemmermeer
Gooi en Vechtstreek
IJmond Zuid-Kennemerland
Zaanstreek Waterland
3. Aanbevelingen | systeemefficiëntie per zoekgebied (2/3) Het duurzame opwek vermogen van het concept RES-bod past in deze deelregio op de huidige onderstations. Vanwege toename in elektriciteitsvraag wordt er een nieuw station gebouwd in deze deelregio. Een aantal zoekgebieden ligt dichtbij dit nieuwe onderstation. We raden aan om zon-projecten in de buurt van het nieuwe station op dit nieuwe station aan te sluiten. Daarnaast draagt het focussen op stations met beschikbare capaciteit en het clusteren van zon-projecten in deze subregio bij aan het verbeteren van systeemefficiëntie. De visuele weergave staat uitgewerkt op de volgende pagina.
Zoek gebieden
Type uitgangspunt systeem efficiëntie
Beschrijving aanbeveling
1
In het havengebied is op de meeste stations voldoende restcapaciteit. Er zijn echter beperkte aansluitmogelijkheden (beperkte beschikbare velden). Het afstemmen van planningen van nieuwe turbines op nieuwe infrastructuur is daarom noodzakelijk. Clustering van turbines beperkt de hoeveelheid aansluitingen. Aanvullend is dit een industriegebied met veel verbruik en dit zorgt ervoor dat de energie niet ver getransporteerd hoeft te worden. Beschikbare ruimte in de ondergrond is een aandachtspunt.
2
In het gebied rondom de Noord IJ plas gebied is op alle stations voldoende capaciteit. Velden om nieuwe klanten op aan te sluiten zijn beperkt beschikbaar. Het is aan te bevelen de planning van sommige turbines af te stemmen op nieuw te realiseren infrastructuur. Onderzoek de mogelijkheden om achter een grootverbruiker aan te sluiten.
3
In het gebied rondom ring A10 Noord is op dit moment voldoende capaciteit om het vermogen op te nemen uit het net. De nieuw te realiseren stations bieden vanuit netperspectief betere aansluitmogelijkheden (kortere afstand tot het netvlak). Het is daarom aan te bevelen de planning af te stemmen op de realisatie van deze stations.
4
In het gebied Zeeburgereiland, IJburg en Sciencepark is na de realisatie van nieuw te bouwen station IJburg (verwachte realisatie: 2022) voldoende capaciteit om het vermogen op te nemen uit het net en zijn er voldoende aansluitmogelijkheden (velden) beschikbaar.
5,6,en 7
In de gebieden Gaasperdam, Driemond, Amstel 3 en Amsterdam Zuid is op dit moment voldoende capaciteit aanwezig. Het nieuw te realiseren station Bijlmer Oost biedt vanuit netperspectief betere aansluitmogelijkheden (kortere afstand tot het netvlak). Het is daarom aan te bevelen de planning af te stemmen op de realisatie van dit station. Daarnaast is het voor het zoekgebied Amstel 3 aan te bevelen op de planning van realisatie af te stemmen op nieuwe aansluitmogelijkheden. Onderzoek in deze gebieden daarnaast de mogelijkheden om achter een grootverbruiker aan te sluiten.
51
51
Amstelland
Amsterdam
Haarlemmermeer
Gooi en Vechtstreek
IJmond Zuid-Kennemerland
Zaanstreek Waterland
3. Aanbevelingen | gezamenlijk prioriteren in programma EVA (3/3) Gemeente Amsterdam en Liander werken in het programma 'Elektriciteitsvoorziening Amsterdam' (EVA) gezamenlijk aan de ontwikkeling van een toekomstbestendig elektriciteitsnetwerk. In dit programma wordt op basis van de inzichten uit de themastudie gewerkt aan de uitbreiding van het netwerk. Voor de hoogspanning werken Gemeente, Tennet en Liander samen aan een ontwikkelkader, wat de basis vormt voor netuitbreidingen. Voor middenspanning (distributieniveau) werken gemeente en Liander samen aan een strategie.
2050
Gezamenlijk prioriteren: starten waar capaciteit is en/of aansluitmogelijkheden zijn Voor de realiseerbaarheid van plannen is het belangrijk om te kijken naar timing. Liander heeft inzichtelijk gemaakt op welke stations er nog capaciteit beschikbaar is en/of aansluitmogelijkheden zijn, of welke stations op relatief korte termijn uitgebreid worden. Door op basis van deze planning gezamenlijk te prioriteren is de inpassing van opwek beter realiseerbaar, of worden kosten bespaard door te focussen op nieuw (en dichterbij gelegen) te realiseren stations. Het is wenselijk om in samenwerking met programma EVA invulling te geven aan deze prioritering. De strategie die uitgewerkt wordt vanuit de middenspanning vormt een belangrijke basis voor een prioritering van het inpassen van zon op grote daken in Amsterdam. De huidige analyse van windzoekgebieden (pag. 51) vormt de basis voor de prioritering van windprojecten. In kaart brengen van tijdslijnen In een dergelijke prioritering kan een tijdslijn voor de duurzame opwek projecten, inclusief benodigde netuitbreidingen, worden uitgewerkt. Belangrijk is te beseffen dat uitbreiding van de energie infrastructuur doorgaans langer duurt dan de realisatie van een wind- of zonnepark.
Aansluitmogelijkheden voor windprojecten afstemmen op nieuwe infrastructuur Gezien de beperkte beschikbaarheid van aansluitmogelijkheden (velden) op sommige stations is het aan te bevelen om de planning van sommige windprojecten af te stemmen op de realisatie van nieuwe infrastructuur.
Voorbeeld planning in een uitvoeringsprogramma Hierboven is een voorbeeld planning binnen een uitvoeringsprogramma geschetst We verwachten station X in 2023 gereed te hebben. De wind- en zonplannen in zoekgebieden 1 en 2 kunnen vervolgens aangesloten worden op het elektriciteitsnet d.m.v. 1 of 2 gecombineerde aansluitingen waar cablepooling toegepast wordt. Voor nieuw te realiseren stations rekenen we met een minimale voorbereidingsfase van 3 jaar en een uitvoeringsfase van circa 2 jaar: een doorlooptijd van minimaal 5 jaar. De doorlooptijd wordt beïnvloed door knelpunten in bijvoorbeeld de grondverwerving of het wijzigen van de planologische regels. Een integrale planning en afspraken over uitvoeringscoördinatie vergroot de kans op tijdige realisatie van benodigde infrastructuur.
52
Deelregio Haarlemmermeer
5 3
53
Amstelland
Amsterdam
Haarlemmermeer
Gooi en Vechtstreek
IJmond Zuid-Kennemerland
Zaanstreek Waterland
1. Analyse netimpact: capaciteit op elektriciteitsstations Netimpact Uit de netimpactanalyse blijkt dat ruim vóór 2030 op vijf stations de maximale capaciteit bereikt wordt voor levering uit het net, dit gaat om stations Haarlemmermeer, Hoofddorp, Nieuw-Vennep, Rozenburg en Vijfhuizen. Deze knelpunten worden veroorzaakt door ontwikkelingen zoals datacenters, glastuinbouw, nieuwbouw van woningen, warmtepompen, ontwikkeling van bedrijfsterreinen en elektrisch vervoer. Zoekgebieden RES 1.0 Haarlemmermeer heeft één zoekgebied, dit is een grootschalig niet-gebouwgebonden zonzoekgebied in de omgeving van Schiphol (zonnecarré). Aanbevelingen • Cluster de zonprojecten. Grootschalige opwek in Haarlemmermeer past qua capaciteit alleen op de elektriciteitsnetten als deze verdeeld wordt over het regionale net van Liander en het transportnet van TenneT. Dit betekent dat de zonprojecten zoveel mogelijk geclusterd moeten worden. Zo kunnen ze op een hoger netvlak (van TenneT) worden aangesloten. Een deel van projecten kan ook op stations van Liander aangesloten worden. Maar ook hier is clustering noodzakelijk, omdat de aansluitmogelijkheden op de stations beperkt zijn en de ondergrond vrij vol zit met kabels. • Maak koppelingen met grote afnemers. Door koppelingen te maken met grote afnemers kunnen bestaande aansluitingen ook voor teruglevering gebruikt worden.
Ondanks deze manier van aansluiten zou het kunnen gebeuren dat OS Vijfhuizen aan de opnamekant haar maximale capaciteit bereikt.
54
Amstelland
Amsterdam
Haarlemmermeer
Gooi en Vechtstreek
IJmond Zuid-Kennemerland
Zaanstreek Waterland
Aanpak aansluiten zonnecarré Haarlemmermeer Aansluiten van zonnecarré In Haarlemmermeer is een zonnecarré gepland rondom Schiphol. Liander heeft een mogelijkheid uitgewerkt om het zonnecarré op een manier aan te sluiten waarin de elektriciteitsinfrastructuur zo goed mogelijk benut wordt. Dit betekent dat een deel van het zonnecarré op het regionale net van Liander aangesloten wordt en dat een deel op TenneT aangesloten wordt.
Deelgebieden Als eerste is het de verwachting dat het zonnecarré in 2030 nog niet volledig aangelegd is. Liander rekent in dit voorstel met de waarden van het uiteindelijke zonnecarré en deze kunnen afwijken van het nu ingediende bod. •Deelgebied I en II. Beide deelgebieden hebben een opgesteld vermogen van elk 175 MW. Beide deelgebieden (350MW) kunnen samen aangesloten worden via één 150kV-aansluiting op onderstation A4-zone (zie zoekgebied). •Deelgebied III heeft een verwacht vermogen van 350 MW. Dit vermogen kan alleen via één 150 kV-aansluiting aangesloten worden op OS Nieuwe-Meer. In de huidige installatie is daar momenteel geen ruimte voor en deze voorziening zal gerealiseerd moeten worden. •Deelgebied IV heeft een verwacht vermogen van 150 MW. Dit vermogen kan opgedeeld worden in 20 of 40 MW per aansluiting en aangesloten worden op de 20kV aansluitingen op OS Vijfhuizen. •Deelgebied V heeft een verwacht vermogen van 50MW. Dit vermogen kan opgedeeld worden in 10 of 20 MW per
aansluiting en op de 20kV aansluiten onderstation Vijfhuizen. Dit voorstel laat één van de mogelijke oplossingen zien om het zonnecarré aan te sluiten. Er zijn verschillende manieren om het zonnecarré aan te sluiten. Dit voorstel is gemaakt op basis van het efficiënt gebruiken van maatschappelijke middelen en ruimtelijke inpassing op stations. Ondanks dat er andere mogelijke oplossingen zijn is het noodzakelijk dat een deel van de velden op TenneT aangesloten wordt (150 kV). Het vermogen per 150 kV aansluiting is maximaal 350 MW, op 20 kV is dit 20 MVA. Als alles op 20 kV zal worden aangesloten betekent dit dat er minimaal 45 aansluitingen op onderstations moeten worden gerealiseerd en dit is qua fysieke aansluitruimte niet wenselijk. We benadrukken dat clusteren noodzakelijk is. In de afgelopen periode zijn er verschillende aanvragen gedaan in het zoekgebied voor zonneweides door verschillende ontwikkelaars. Voor het clusteren van deze aanvragen verwacht Liander sturing vanuit de gemeente ter voorkoming van extra impact op de ondergrondse en bovengrondse openbare ruimte.
55
Amstelland
Amsterdam
Haarlemmermeer
Gooi en Vechtstreek
IJmond Zuid-Kennemerland
Zaanstreek Waterland
2. Strategie | benodigde netaanpassingen: bestaande stations (1/2) Uitbreiding investeringsplan (MVA) *
Netvlak
Onderstation
Spanning
Huidige capaciteit (MVA)
Inbedrijfstelling **
TS
Schiphol Centrum
50 / 10
72
HS
Vijfhuizen
150 / 50 / 10
200
160
2022
6,8
13,6
2.880
3.520
Uitgebreid met 160 MVA op 20 kV, uitbreiding 150 kV-velden
TS
Nieuw Vennep
50 / 10
36
Nee, OS A4 zone neemt deel over
n.v.t.
2,9
5,7
1.800
2.200
Vooralsnog geen uitbreidingsplannen op dit station. De nieuwe stations in de A4-zone dienen te zorgen voor de nodige capaciteitsuitbreiding.
Benodigde ruimte (m2) **
n.v.t.
n.v.t.
80 N-1 MVA fysiek, Planning wordt bouwkundig 120 MVA gemaakt met N-1 Schiphol
HS
Hoofddorp
150 / 10
40
n.t.b., OS A4 zone neemt op korte termijn deel over
HS
Haarlemmermeer
150 / 50 / 20 / 10
200
Nee, OS A4 zone neemt deel over
TS
Rozenburg
50 / 10
79
Nee, OS A4 zone neemt deel over
HS
Nieuwbouw A4-zone 1
150 / 20
-
400
2025
HS
Nieuwbouw A4-zone 2
150 / 20
-
ntb
n.t.b.
Totaal
Kosten (in miljoenen €)
Toelichting ***
Specifiek klantstation voor Schiphol. Station dient vernieuwd te worden en tegelijkertijd zal capaciteit uitgebreid worden. Op dit moment wordt in gesprek met Schiphol een planning opgesteld.
Vooralsnog geen uitbreidingsplannen op dit station. Situatie is nijpend. De nieuwe stations in de A4-zone dienen te zorgen voor de nodige capaciteitsuitbreiding. Als tussenoplossing wordt deel vermogen omgeschakeld naar ander station in de buurt.
20 kV zit vol, ontheffing om veiligstelling te verlaten. Dit station zit vol en staat op rood. De nieuwe stations in de A4-zone dienen te zorgen voor de nodige capaciteitsuitbreiding.
19,4
39,9
30.000
80.000
Druk is hoog, sinds 2014 in gesprek over locatie. Situatie is nijpend op korte termijn dient locatie vastgesteld te worden. Parallel opstarten met A4-zone 1
29,1
59,2
34.680
85.720
* Het belang van het opnemen van RES plannen in de investeringsplannen van netbeheerders is op de volgende slide toegelicht. ** Inschatting van doorlooptijd en ruimtebeslag van de totale werkzaamheden van het verzwaren van MS kabels en laagniveau is in dit stadium niet mogelijk. Zie volgende pagina voor een toelichting. *** Voor een meer gedetailleerde toelichting (kengetallen) op de kosten, ruimte en indicatieve tijd die het een nieuw station of nieuwe verbinding kost, verwijzen we naar het document basisinformatie over de energie-infrastructuur.
56
Amstelland
Amsterdam
Haarlemmermeer
Gooi en Vechtstreek
IJmond Zuid-Kennemerland
Zaanstreek Waterland
3. Strategie | benodigde netaanpassingen: nieuwe stations (2/2) Zoekgebied nieuw station
Inschatting haalbaarheid voor 2030
A - A4-zone
✓
B – A4 zone west
?
Status van zoekgebieden Zoals uit de netimpactanalyse blijkt verwacht Liander dat 5 van de 6 stations in de regio de maximale transportcapaciteit zullen bereiken, ruim voor 2030. Om dit op te lossen zijn er op 2 stations uitbreidingen gepland en lopen er 2 trajecten voor zoekgebieden. Het eerste station van 400 MVA is gepland op de Incheonweg in Rozenburg. Er is overeenstemming over de grondaankoop en Liander, TenneT en gemeente zijn in gesprek met belangrijke stakeholders en bewoners in het gebied. De planning is om dit station op te leveren in 2025 waardoor er in de wijde omtrek weer transportcapaciteit in het energie systeem beschikbaar komt.
B A
Het tweede station moet aan de andere kant van de A4 komen. Zodra het traject van het eerste station iets duidelijker is en dit proces loopt, gaan Liander en TenneT gelijk door met het verwerven van grond voor dit tweede station. Afhankelijk van deze snelheid zou dit station deels parallel gebouwd kunnen worden aan het eerste station. Planning oplevering is nog niet duidelijk i.v.m. de vele afhankelijkheden.
Tijdig veiligstellen van ruimte voor nieuwe stations
Uitbreidingen gepland op bestaand station Zoekgebied nieuw station
kaart februari 2021
Om de knelpunten op te lossen, is gekeken naar welke netaanpassingen nodig zijn. Op basis van de aangeleverde gegevens verwachten we 2 nieuwe HS/MS stations te moeten realiseren. Hier geldt een gemiddelde realisatietijd van 5 - 7 jaar. Het zoeken naar een geschikte locatie is het meest cruciale onderdeel. Om tijdig RES ambities te kunnen halen, is het van belang deze zoektocht naar geschikte locaties samen te organiseren. In de aanbevelingen zijn een aantal tips te vinden. Op de volgende pagina zijn andere benodigde netaanpassingen toegelicht. 57
NB. De zoekgebieden voor nieuwe stations zijn indicatief.
Amstelland
Amsterdam
Haarlemmermeer
Gooi en Vechtstreek
IJmond Zuid-Kennemerland
Zaanstreek Waterland
3 Aanbevelingen | systeemefficiëntie (1/3) Graag lichten we toe welke mogelijkheden er zijn om de systeemefficiëntie te verbeteren in de RES regio Haarlemmermeer. Het meenemen van de principes van systeemefficiëntie in de afwegingen voor de RES biedt kansen om: 1. maatschappelijke kosten te besparen; 2. ruimte te besparen; 3. de haalbaarheid in tijd van de RES ambitie te vergroten, en 4. slimme keuzes te maken voor de periode na 2030. Voor systeemefficiëntie maken we gebruik van vijf ontwerpprincipes. In de bijlage staat een toelichting op deze ontwerpprincipes.
1. Beter benutten van de restcapaciteit op het bestaande energienet
Concept RES
RES 1.0
veel potentie
veel potentie
Er is nog restcapaciteit op een aantal stations. Voor het zonnecarré is het wenselijk dat restcapaciteit op stations maximaal benut wordt.
2. Energievraag en -aanbod combineren: minimaliseren van transport van energie
veel potentie
veel potentie
Er is veel potentie om vraag en aanbod meer te koppelen. Het is gunstig wanneer locaties waar energie wordt afgenomen, worden gekoppeld aan locaties waar duurzame energie wordt opgewekt. Dan hoeft immers minder energie getransporteerd te worden. Er kan hierbij gedacht worden aan het aansluiten van opwek achter grote verbruikers (bijvoorbeeld datacenters).
3. Evenwichtiger verdelen van opgesteld vermogen wind en zon
Redelijk veel potentie
Veel potentie
Het wind zoekgebied is geschrapt. Het toevoegen van windenergie is systeemefficient omdat de tijd waarin energie wordt opgewekt vaak complementair is aan zonne-energie.
4. Clusteren van duurzame opwek projecten
Zeer veel potentie
Zeer veel potentie
Er liggen zeer veel kansen voor clustering omdat het grootschalige projecten zijn. Als er in het zonnecarré zonneprojecten worden geclusterd kan het op TenneT aangesloten worden. Daarnaast wordt door clustering voorkomen dat er onnodig veel aansluitingen nodig zijn.
5. Overige oplossingen: aansluiten wind en zon op één aansluiting (cablepooling), aftoppen van piek productie en benutten reservecapaciteit
Redelijk veel potentie
Redelijk veel potentie
Aftoppen (de piek afregelen zodra die voorkomt) levert veel op voor de netinfrastructuur omdat de pieken niet meer gefaciliteerd hoeven te worden. Ook cable pooling levert heel veel op voor het efficiënt benutten van de netten. In de bijlage is een toelichting te vinden op deze ontwerpprincipes.
58
Amstelland
Amsterdam
Haarlemmermeer
Gooi en Vechtstreek
IJmond Zuid-Kennemerland
Zaanstreek Waterland
3. Aanbevelingen | systeemefficiëntie per zoekgebied (2/3) Het duurzame opwek vermogen van het concept RES-bod past in deze deelregio op de huidige onderstations. Vanwege toename in elektriciteitsvraag wordt er een nieuw station gebouwd in deze deelregio. Een aantal zoekgebieden ligt dichtbij dit nieuwe onderstation. We raden aan om zon-projecten in de buurt van het nieuwe station op dit nieuwe station aan te sluiten. Daarnaast draagt het focussen op stations met beschikbare capaciteit en het clusteren van zon-projecten in deze subregio bij aan het verbeteren van systeemefficiëntie. De visuele weergave staat uitgewerkt op de volgende pagina.