Printversie transscript
Tekst van het document
verhogen. Maar waar ik nog wel even mee zit is hoe we dat goed tekstueel kunnen gaan verwoorden in een motie. Laten we dan ook heel helder zijn als gemeentelijke overheid naar de heer Van Bergeijk van wat de procedure wordt. Daar hintte natuurlijk mevrouw Booij van de WSP ook al op: laat helder zijn wat de procedure is en wat van beide partijen verwacht wordt om tot een prijsstelling te komen of tot een bod te komen van de heer Van Bergeijk. Ik zou mij zo kunnen voorstellen dat partijen onafhankelijk van elkaar een taxatie laten maken en misschien een derde bindende taxatie, als de bedragen enorm uiteen liggen en dat daar uiteindelijk het bod op gebaseerd gaat worden. Maar ik kan mij ook andere oplossingen voorstellen. Maar waar het even om gaat, als dat gebeurt, laat dan ook helder zijn: wat is dan de procedure zoals partijen die gaan afspreken? Mocht er angst zijn dat we zeggen: ja, maar mijnheer Van Bergeijk koopt dat nou, maar er is een projectontwikkelaar en die wil dat heel graag hebben, want hij wil nog een woontorentje daar gaan bouwen of zoiets. Denkt mijnheer Van Bergeijk: nou, een paar tonnetjes winst, daar kan ik wel mee wegkomen. Dan zou je het zelfs nog kunnen clausuleren door te zeggen: luister, de eerste vijf jaar mag u het niet doorverkopen, mits onder die omstandigheden.
Dat zou je zelfs ook nog kunnen clausuleren, dat kan je dus voorkomen door daar een clausule op te nemen in een eventuele koopovereenkomst. Misschien loop ik te ver vooruit op de zaken, maar dat zijn wel even de gedachtes die bij mij opkomen bij dit dossier. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Sluyk. Dan ga ik naar wethouder Heijstee, want er zijn een paar vragen gesteld waar zij misschien antwoord op kan geven. Gaat uw gang. Mevrouw Heijstee-Bolt: Dank u wel, voorzitter. Even kijken, hoor. Er zijn wat vragen gesteld inderdaad door GroenLinks, WSP en het CDA over de procedure. Mevrouw Booij en de heer Sluyk gaven het eigenlijk al aan: dat staat ook in de beantwoording van de vragen. Het eerste recht van koop wordt gebaseerd op een verkoopprijs die wordt vastgesteld door een onafhankelijke taxatie op basis van de marktwaarde. Dus er is geen sprake van dat er een bod wordt gedaan, op basis van een onafhankelijke taxatie bepalen we de verkoopprijs. Een voorwaarde zoals de heer Sluyk stelt, volgens mij zijn die ook gebruikelijk om toe te voegen, dus volgens mij zit mijnheer Sluyk in het werkveld, dus dank daarvoor. Dus dat is even ten aanzien van hoe wij de procedure zouden gaan volgen.
Er werd ook gevraagd door mevrouw Booij van de WSP: wat wordt bedoeld met uitsluiting van derden? Dat betekent dat het exclusieve recht alleen voor de huidige huurder geldt, dus niet dat aan een andere partij kan worden overgedragen of dat er een andere partij komt die dan zegt: ik ga dat doen voor de huidige huurder. Dus dat wordt bedoeld met uitsluiting van derden. Er werd ook gevraagd – en volgens mij werd dat gevraagd door de heer ’t Hart van D66, dacht ik – over de urgentie van het proces. In mijn beleving hebben we dat wel in de beantwoording aangegeven. De heer Van Bergeijk heeft zelf ook aan u laten weten dat hij uitstel heeft van de procedure bij de rechter tot 15 maart. Als u een standpunt inneemt – en dat wordt ook gevraagd door de inspreker – dan moet daar een gewijzigd raadsbesluit voor komen. Dat zult u dan, dat moeten we uiteraard voorbereiden, dat staat ook in de beantwoording, daar is tijd voor nodig en daarom zal dat voor die datum dan ook door u moeten worden genomen. Volgens mij heeft u ergens begin maart raad. Vandaar de urgentie, wat ook te maken heeft dus met de rechterlijke procedure die loopt. Ik weet nou even niet of ik nu alle vragen beantwoord heb. De voorzitter: Ik kijk even rond. Is er nog iemand die een antwoord verwacht? Nee, niemand meldt zich, dus ik denk dat iedereen tevreden is, mevrouw de wethouder.
Zijn er nog vragen voor de tweede termijn? Ik ga even kijken. Misschien dat één persoon een handje opgestoken heeft. Dat is mijnheer Keesman. Gaat uw gang. De heer Keesman: Ja voorzitter, ik hoor allemaal ontzettend relevante dingen en dat er enorm positief meegedacht wordt over hoe we dit nou voor elkaar kunnen krijgen. De heer Rahimi heeft natuurlijk het initiatief genomen tot de motie, maar misschien kunnen we met zijn allen die tekst als basis nemen en
kijken of we tot een gezamenlijke motie kunnen komen waar we ons allemaal goed bij voelen en waar we op 4 februari de raad mee in kunnen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Keesman. Dat is aan de leden van de commissie, om dat te regelen. Mijnheer Pfeiffer wil nog iets zeggen, gaat uw gang. De heer Pfeiffer: Dank u wel, voorzitter. Ik resumeer even voor mezelf en voor de anderen denk ik ook. Als ik het dus goed begrijp moet er in maart een nieuw raadsbesluit liggen, willen we nog op het juiste moment het schip keren, als we dat zouden willen. Dat betekent volgens mij dat voor maart, voor de volgende raadsvergadering het college dan aan het werk gezet zou moeten worden, als we dat zouden willen. Als ik dan terugreken dan kom ik uit op donderdag als mogelijkheid voor de raad, als we wat willen. Dat betekent in ieder geval voor mij dat ik terug zou moeten naar de fractie en als we daar donderdag dan verder over praten, dat we daar dan een standpunt in zouden moeten nemen, want als ik het dan dus goed begrijp kunnen we niet in maart nog een keer een motie gaan aannemen waarin er opnieuw een raadsbesluit voorbereid zou moeten worden, want dan redden we het dus niet meer met de gerechtelijke procedures. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Pfeiffer. Even kijken of ik nog … Ik zie nog een handje, van mijnheer Rahimi. Gaat uw gang.
De heer Rahimi: Dank u wel, voorzitter. Ik wil alleen melden dat, uitstekend wat de heer Keesman meldt, om dat samen aan te passen en ik vind het prima. Dat is alles. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Rahimi. Mevrouw Booij: Voorzitter? De voorzitter: Mevrouw Booij, uw handje werkt schijnbaar niet. Mevrouw Booij: Dus ik moet het wel zo doen, het spijt me. Wij vinden het ook wel een goed idee van dus mijnheer Keesman, maar uiteraard moeten wij er ook nog even mee terug naar de fractie. Maar we willen graag op de hoogte gehouden worden van de motie en als de fractie akkoord is doen we natuurlijk graag mee, maar ik moet natuurlijk wel even terug, maar dat begrijpt u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Booij. Verder nog iemand? Mijnheer ’t Hart, ik zie u … Nee, nee. Dan zijn we hiermee toch aan de afsluiting gekomen van punt 4 ook. Er wordt een nieuwe motie opgesteld en op korte termijn aangeboden. Dan dank ik u allen voor uw aanwezigheid vanavond en dan sluit ik hierbij, bij punt 5, de vergadering. Ik zie de griffier. Wilt u nog iets zeggen, griffier? De heer Van Engelshoven-Huls: Ja voorzitter, even bij het laatste agendapunt. Daar was een brief aan de orde. Die brief is van de lijst met ingekomen stukken gehaald van de raad door mijnheer Keesman.
Wat moet er met die brief verder gebeuren? Moet die weer terug naar de raad, naar de lijst van ingekomen stukken? Gaat de raad hem zelf beantwoorden? Gaat de raad voorstellen dat het college deze brief beantwoord? U moet nog wel een afhandelingsvoorstel doen. De voorzitter: Ja, dan moet ik naar mijnheer Keesman, want die heeft het gedaan. Hoe wil u het afhandelen, mijnheer Keesman? Gaat uw gang. U moet even uw microfoon aanzetten, mijnheer Keesman. De heer Keesman: Sorry, voorzitter. Ja, de griffier had mij daar nog zo keurig op gewezen van tevoren, dat ik daar wel aan moest denken en dat denk ik er toch weer niet aan. Maar goed, ik kan me voorstellen dat er in de komende dagen natuurlijk nog wel ontwikkelingen zijn en zeker ook op 4 februari, dus. Vervolgens
zou ik voorstellen dat het college de brief dan beantwoordt naar aanleiding van de ontwikkelingen die zich dan gaan voordoen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Keesman. De heer Van Engelshoven-Huls: Dat is duidelijk, voorzitter. Verder zie ik op de chat van MS Teams dat een aantal insprekers het een beetje abrupt vonden afgerond als het over de windmolens ging. Het is misschien goed om even te duiden hoe dit nog verder gaat, want ik hoor een aantal insprekers zeggen: u gaat een besluit nemen. Misschien dat nog niet iedereen snapt dat dat dan donderdag gaat gebeuren, dus misschien dat we dat nog even moeten toelichten, want een heleboel insprekers zijn nog gewoon online. De voorzitter: Goed. Wil iemand daar iets over in brengen? De heer ´t Hart: Nou ja, voorzitter … O, ik had ook mijn hand opgestoken. De voorzitter: Ik zie hier allemaal handjes. Ik zag … De heer Van Engelshoven-Huls: Misschien verstandig om de indiener van de motie, de eerste indiener dat te laten doen. Dat is volgens mij mijnheer ’t Hart. De voorzitter: Ja, mijnheer ’t Hart, gaat uw gang. De heer ’t Hart: Ja voorzitter, want ik worstel daar ook inderdaad mee.
Ik denk dat het goed is dat de insprekers nu inderdaad geen echte discussie hebben gehad en ook geen politiek betoog hebben gehouden vanavond, dat gaan we uiteraard donderdagavond doen, dat de insprekers inderdaad donderdagavond gaan luisteren, zodat ze kunnen horen wat de verschillende fracties aan de orde stellen. Wij hebben in ieder geval gemeend – maar ik heb ook begrepen dat het CDA moties gaat indienen, er zullen ongetwijfeld misschien nog wel meer moties komen – dus wij hebben in ieder geval gemeend om dat op de agenda van de raad te laten zetten buiten de agenda om, zodat dat onderdeel uitmaakt van de beraadslaging. Ik neem aan dat de andere fracties – ik heb al van het CDA gehoord – dat die ook nog met een motie komen, dat dit ook inderdaad buiten de agenda om wordt geplaatst. Dus het is wel goed inderdaad om dat ook richting de insprekers sterk te benadrukken, zodat we inderdaad ook kunnen laten blijken wat we met hun signalen en reacties hebben gedaan en daar ook op een positieve manier aan kunnen refereren. Dus dat was even mijn opmerking. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer ’t Hart. Ik zie dat mijnheer Boom ook even wil reageren. De heer Boom: Voorzitter, ik had het al gedeeltelijk in de app geschreven en we hebben natuurlijk ook ons standpunt al eerder uitgebracht. Het is gewoon een slecht idee, windmolens in de Bloemendalerpolder.
Echt waar en nog steeds, ik blijf er weer voor: tien keer de tiphoogte voor een veilige afstand tot bewoning. Als we dat nou allemaal gaan handhaven door heel Nederland, volgens mij komen we dan beter uit voor iedereen in heel Nederland ook. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Rahimi, nog steeds interesse voor uw interruptie of? De heer Rahimi: Voorzitter, ik had geen hand opgestoken, maar ik kan alleen zeggen: donderdag waait het van de moties, dat weet ik wel. De voorzitter: Mevrouw Hilders nog. Mevrouw Hilders-van de Wetering: Dank u wel, voorzitter. Ik kan me voorstellen dat het een beetje onbevredigend is, u heeft zo ontzettend veel als insprekers uw best gedaan. Dat is ook allemaal gehoord
en daar gaan we ook denk ik allemaal in de fracties van de week over spreken. Donderdag gaat u horen hoe het allemaal gevallen is bij iedereen en meer kunnen we er niet van maken, zo werkt dat nou eenmaal in de politiek. Het gaat niet snel, maar we gaan wel door. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Hilders. Dan geef ik de andere twee partijen ook nog even het woord. Mijnheer Keesman of mijnheer Van der Vlies, wie van de twee? De heer Keesman: Dank u wel, voorzitter. Ik sluit mij daarbij aan. Kijk, mevrouw Hilders heeft al een lijn aangegeven en wij zitten in zijn algemeenheid ook op die lijn. Dus het schrappen van het zoekgebied en ook met de andere gebieden proberen onze mening kenbaar te maken. Dat zal dus donderdag duidelijk worden. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Pfeiffer. Mevrouw Ogier: Mevrouw Ogier misschien. De voorzitter: O, mevrouw Ogier. Neem me niet kwalijk. Mevrouw Ogier: ‘…’. Dank u wel, voorzitter. Allereerst hartelijk dank aan alle insprekers. Wij hebben natuurlijk ook al veel mensen gesproken, ook in onze fractievergadering en veel over de mail. Daarin hebben wij ook ons standpunt al kenbaar gemaakt en ik denk dat we dat donderdag nog verder kunnen toelichten. De voorzitter: Dank u wel. Dan hebben we alle fracties gehoord en dan gaan we afwachten hoe de moties eruit gaan zien voor donderdag. 5.
Sluiting De voorzitter: Dan zijn we toch echt nu bij het einde van de vergadering van deze commissie. Dan dank ik u allen voor uw aanwezigheid en voor uw extra inzet. Welterusten voor straks.