CConstaterende datWeesp
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerp omgevingsvisie Weesp 2050 Webtoegankelijk 2.3

Commissie SOB 2 maart 2021, gemeente WeespBij agendapunt: Vragen naar aanleiding van Raadsinformatiebrieven29.555 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Prov NH totaal A'dam G&V-streek Weesp

2020

2025

2030

2035

2040

groei 2020 2040 abs

groei 2020 2040 %

2.876.160 873.500 256.300 19.480

2.979.360 926.900 262.900 21.070

3.079.800 982.000 268.300 22.710

3.169.980 1.034.100 272.100 24.200

3.246.480 1.081.100 275.000 25.480

370.320 207.600 18.700 6.000

13% 24% 7% 31%

Tabel 1: Bron: Prov NH, bevolkingsprognose Noord Holland, 2019-2040, 21 augustus 2019 Weesp De komende jaren zal een evenwicht moeten worden gevonden tussen enerzijds de twee dominante demografische bewegingen – groei en vergrijzing – en anderzijds het behoud van eigen identiteit. Te bouwen woningen en extra voorzieningen kunnen botsen met waarden zoals behoud van het open landschap, en het groen in Weesp.

32

Weesp telt anno 2021 ruim 20.000 inwoners, in 9.000 huishoudens in ongeveer evenveel huizen. Het aantal bewoners bedroeg in het jaar 2000 ongeveer 18.000 en 8.000 huishoudens. Het aantal bewoners is tussen 2000 en 2006 iets gekrompen tot 17.000, om de laatste 15 jaar weer te groeien. De jaarlijkse groei bedroeg dus 100 a 150 personen, een stabiele groei van 1% per jaar.

Figuur: inwoner aantal Weesp 2000 - 2015, bron: CBS De komende jaren zal het aantal bewoners fors groeien, volgens de provincie met 6.000 inwoners tot zeker 25.000 inwoners. Die schatting is echter aan de lage kant. De wijk Weespersluis voegt ca. 2950 woningen toe aan Weesp3. Het aantal inwoners zal hierdoor toenemen met 5.900 (bij een gemiddelde woonbezetting van 2) of 9.850 (bij een gemiddelde woonbezetting van 3). Daarnaast zijn er nog een aantal kleinere nieuwbouwprojecten. Deze zijn in totaal goed voor enige honderden woningen. Het werkelijke aantal inwoners ligt in 2040 en 2050 daarom waarschijnlijk enkele duizenden inwoners hoger dan door de provincie ingeschat.

Foto: Weespersluis in aanbouw 3

https://weespersluis.nl/aanbod

33

De Weesper bevolking neemt komende jaren toe en zal daarbij vergrijzen (zie tabel en grafiek hieronder). Weliswaar is er groei in alle leeftijdscategorieën, maar het aantal ouderen stijgt relatief het hardst. Dat heeft gevolgen voor de woningmarkt, maar ook het soort voorzieningen dat moet worden gebouwd. De meest opvallende cijfers: • Het aantal jongeren tussen 0-19 jaar neemt toe, met 1.200 (+30%); • Het aantal volwassenen tussen 20-69, ruwweg de werkzame beroepsbevolking, neemt toe met 2.640 (+21%); • Het aantal ouderen tussen 70 en 100 neemt toe met 2.180 (+76%) Absolute aantallen 2020

0-19 20-69

4.040 13.670

2030

2035

2040

4.290 14.450

4.770 14.870

5.220 15.210

70-90 2.880 3.360 3.970 Totaal 19.470 21.070 22.710 Tabel: Aantallen inwoners voorspelling

4.560 24.200

5.060 25.490

16.000 14.000 12.000 10.000 8.000 6.000 4.000 2.000 0

4.020 12.570

2025

0-19 jaar 70-90 jaar

20-69 jaar

% groei +30% +21 % +76% +31%

100% 80% 60% 40% 20% 0% 2020

2020

2025

2030

2035

2040

2025

2030

2035

0-19 jaar

20-69 jaar

70-90 jaar

2040

Grafieken: groei Weesper bevolking, naar drie leeftijdsklassen, in absolute getallen (links) en percentages (rechts) Bron: provincie Noord-Holland Weespers per wijk in vogelvlucht Weespers wonen in verschillende wijken, en niet alle wijken zijn hetzelfde. De sociaal economische staat is in de onderstaande tabel en op de daarbij behorende kaart aangegeven. Een aantal buurten (Schildersbuurt, Hogewey Noord, Hogewey Midden, Zuid I en Zuid II) scoort op een aantal sociale indicatoren niet hoog en kan daarom kunnen een duwtje in de rug goed gebruiken.

34

Kaart: Analysekaart demografische en sociaaleconomische kenmerken per buurt (2018) Doel De groei van Weesp moet passen bij de schaal van Weesp. Uitgangspunt bij woningbouwontwikkeling is dat deze een aanvulling vormt op de bestaande woningvoorraad en sociale situatie in een wijk. In wijken met overwegend sociale woningen en een lagere score op economische indicatoren moeten middeldure of duurdere woningen worden ontwikkeld. Dat kan door middel van aanpassing, stadsvernieuwing, nieuwbouw op plekken waar nog ruimte is of sloop-nieuwbouw. In buurten met een relatief groot midden- of duurder segment kunnen juist sociale woningen worden toegevoegd. De gemeente heeft weinig formele invloed, maar kan door het formuleren van een duidelijke visie wel degelijk sturing geven.

4.1.2 Wonen / verdichting

Wat speelt er? Woningbehoefte in Weesp blijft sterk toenemen Weesp is niet alleen een geliefde woonplaats voor de Weespers, maar vanwege de centrale ligging ook erg in trek bij woningzoekenden van buiten de gemeente. Het aandeel inwoners van buitenaf neemt naar verwachting toe en relatief komen veel van de nieuwe inwoners uit Amsterdam (WiMRA, 20171 ) In 2017-2018 waren er bijvoorbeeld 610 inwoners verhuisd binnen de gemeente en kwamen er 660 mensen uit de MRA, waarvan 450 mensen uit Amsterdam – veel meer dan bijvoorbeeld Huizen met 1360 interne verhuizingen tegen 140 vanuit Amsterdam (fig a).

35

Figuur: verhuizingen huishoudens vanuit gemeente in de MRA naar Weesp (2017-2018) De groeiprognoses zijn terug te zien in de regionale cijfers over de woningbehoefte (WiMRA, 2017; Provincie Noord-Holland, 20194). Waar in andere gemeenten in Gooi en Vechtstreek (Wijdemeren, Huizen, Laren) de woningbehoefte de komende decennia stagneert of afzwakt, blijft deze in Weesp sterk toenemen (kaart prognoses woningbehoeften). Bovendien verschillen de behoeften naar woningsegment per deelregio in de MRA: in Gooi en Vechtstreek is vooral behoefte aan woningen in zowel het hoge als lage segment.

Kaart: Analysekaart prognoses woningbehoeften per gemeente en behoefte naar prijssegment per deelregio

41

Prognose PNH 2019-2040. Bevolking, huishoudens en woningbehoefte.’ te vinden op: https://www.noord-

holland.nl/Onderwerpen/Ruimtelijke_inrichting/Demografie/Beleidsdocumenten/

36

Leggen we de algemene – kwantitatieve – woningbehoefte (Provincie Noord-Holland, 2019) naast de plancapaciteit (Provincie Noord-Holland, 2020 5) dan is er op korte termijn (resp. 2019-2030 en 2020-2029) voldoende ruimte om in de woningbehoefte te voorzien, maar op langere termijn (resp. 2031-2040 en vanaf 2030) ontstaat er een tekort aan plancapaciteit (kaart huishoudensprognoses en woningbouwplannen). De ruime plancapaciteit op korte termijn is vooral te danken aan Weespersluis (2.950 nieuwe woningen). Daarnaast is er ook een klein aantal andere woningbouwprojecten (circa 800 woningen) in diverse stadia van ontwikkeling. Op langere termijn zijn er onvoldoende geschikte locaties in beeld om te voorzien in de woningbehoefte. Voor de korte termijn is hierbij uitgegaan van de harde (vastgestelde) plannen en voor de langere termijn zijn de zachte (potentiële) plannen aangehouden in de monitor van de provincie NoordHolland

Kaart: Analysekaart huishoudensprognoses en woningbouwplannen in de regio Gooi en Vechtstreek Mismatch tussen woningaanbod en woningbehoefte Weesper Uit de enquête onder bewoners van Weesp blijkt dat er vooral behoefte is aan betaalbare woningen voor met name de huidige bevolking – in het lagere en middensegment, waaronder corporatiewoningen, huurwoningen, starterswoningen en woningen voor 65+ers (appartementen). Weespersluis bevat vrijwel alleen koopwoningen, vooral in het hogere segment, vaak grondgebonden en weinig appartementen. Voor de Weespers die op zoek zijn naar een woning binnen de gemeentegrenzen valt er dus weinig te kiezen – er is sprake van een zekere mismatch tussen het huidige en toekomstige woningaanbod en de woningbehoefte van de Weesper. 5

Provincie Noord-Holland (2020) Monitor Plancapaciteit. https://www.plancapaciteit.nl/

37

Door een gebrek aan geschikte woningen stokt ook de doorstroming op de interne woningmarkt. Doorstroming is met name belangrijk in situaties waarin sociale huurwoningen beschikbaar worden als bewoners doorstromen naar vrije sector of koopwoningen of als dit binnen de sociale sector leidt tot meer passend wonen. Fysiek en/of financieel. Passendheid wil dan zeggen: mensen wonen in een woning die bij hun huishoudensgrootte past, bij hun inkomen past, en bij hun fysieke gesteldheid past. Een voorbeeld is een eengezinswoning die bewoond wordt door één of twee oudere(n) die bereid zijn om kleiner te wonen maar geen geschikt appartement kunnen vinden. Deze groep blijft langer wonen in de bestaande woning, waardoor deze niet vrij komt voor een jong gezin. Lokaal grote verschillen in type woningvoorraad De samenstelling van de huidige woningvoorraad in Weesp verschilt sterk per buurt. Er zijn enerzijds buurten met veel corporatiewoningen (Schildersbuurt, Hogewey Midden, Hogewey Zuid, Zuid I en Zuid II) en anderzijds buurten met vooral koopwoningen (Leeuwenveld, Hogewey Noord, Dichtersbuurt, Herensingelkwartier, Centrum, Bedrijventerrein Van Houten, De Klomp en Aetsveld) (CBS, 2020). In tegenstelling tot grotere steden is er vrijwel geen markt/aanbod van woningen in het particuliere huursegment.

Weesp kent eigenlijk geen buurten met een evenwichtige verdeling tussen koop, sociale en particuliere verhuur . Bovendien zou een evenwichtiger verdeling van woonsegmenten in een aantal buurten bij kunnen dragen aan de instandhouding van het voorzieningenniveau, zoals in Hogewey en Aetsveld.

Kaart: Analysekaart: samenstelling woningvoorraad per buurt (2018)

38

Duurzaam en comfortabel wonen De voorbereiding van woningen op de energietransitie, waaronder het isoleren van de woning, is een grote opgave. Isolatie zorgt voor een lagere energierekening, draagt bij aan comfortabel wonen en aan een beter klimaat. Van belang is dat het isoleren van woningen zo veel mogelijk op natuurlijke momenten plaatsvindt, bijvoorbeeld wanneer een woningeigenaar toch al de woning wil verbouwen. De komende jaren zal dit dan ook meer aandacht vragen van zowel o.a. de gemeente, woningcorporaties als van (particuliere) woningeigenaren. In de Transitievisie Warmte (zie ook de paragraaf “warmte” in Hoofdstuk 4.3.1.) wordt deze aanpak verder uitgewerkt. Welke koers willen we varen? Weesp staat voor een aantal grote uitdagingen en keuzes voor de woningmarkt. Voor de langere termijn komt Weesp voor een aantal andere keuzes te staan: 1. (In welke mate) willen we de komende decennia blijven voorzien in de groeiende woningbehoefte? 2. Zo ja, kiezen we dan voor binnenstedelijk verdichten of voor nieuwe uitleglocaties? 3. Indien we binnenstedelijk verdichten, waar willen we dit dan? Daarnaast is verduurzaming van de bestaande woningvoorraad een belangrijke beleidsdoelstelling.

Doel: Doorstroming interne woningmarkt faciliteren Voor een betere doorstroming op de woningmarkt zijn meer woningen nodig. De komende decennia willen we daarom (gedeeltelijk) voorzien in de aanhoudend groeiende woningbehoefte – niet ongelimiteerd en onder duidelijke randvoorwaarden. Daarbij houden we vast aan de volgende principes: • Bouwen voor de grootste behoefte op de woningmarkt; • Groeien door binnenstedelijke verdichting en transformatie; • Verdichting rond goedbereikbare (ov-)locaties en subcentra. Bouwen voor de grootste behoefte op de woningmarkt Het kwalitatieve woningaanbod wordt beter afgestemd op de lokale woningbehoefte. Dit betekent dat we bouwen voor de meest urgente doelgroepen op de woningmarkt: • We bouwen voor starters (waaronder jongeren); • We bouwen voor senioren. Starters zijn bijvoorbeeld jongeren die vanuit het ouderlijk huis een eigen woning zoeken, maar dit kunnen ook jonge gezinnen met kinderen zijn die een eerste woning zoeken. Om bovenstaande doelgroepen betere kansen te bieden om binnen gemeentegrenzen een geschikte woning te vinden is vooral behoefte aan meer corporatiewoningen, meer woningen in het middensegment, meer kleinere woonheden en meer appartementen.

Daar zal bij toekomstige woningbouwprojecten en gebiedsontwikkelingen het accent op liggen, terwijl er voor vrijstaande woningen en koopwoningen in het hogere segment juist minder plek is. Een gevolg van dit principe is het op gang proberen te brengen van langere verhuisketens, waarbij senioren doorstromen en er grotere (eengezinswoningen) vrij komen voor (jonge) gezinnen. De blijvende inzet van wooncoaches kan dit proces bespoedigen. De focus op jongeren, starters en senioren geldt voor de middenlange termijn. Dit zijn op dit moment de groepen waar de achterstand op de woningmarkt het nijpendst is. Met name het

39

duurdere segment voor gezinnen is met de realisatie van Weespersluis bediend. Mogelijk geven de ontwikkelingen over 8 of 10 jaar aanleiding om de focus op andere doelgroepen te richten. Uitgangspunt blijft een evenwichtige stad met gemengde wijken. Groeien door binnenstedelijke verdichting en transformatie We vergroten de woningvoorraad binnen de bebouwde contouren om zo het waardevolle, open landschap te behouden. Daarmee kiezen we voor binnenstedelijke verdichting. Groei van het aantal woningen vindt, buiten de lopende transformaties, niet plaats op de bedrijventerreinen. Bij verdichten ligt het accent niet op hoogbouw, maar op compactere en gemengdere buurten. Zo kunnen op specifieke locaties met middelhoge bouw toch hogere dichtheden worden gerealiseerd. Daarnaast kan door middel van sloop-nieuwbouw verdicht worden. Er kunnen daarmee woningen worden toegevoegd van een hogere kwaliteit. Ook kan makkelijker gekozen worden voor het stapelen van functies waardoor intensiever grondgebruik mogelijk wordt. Nieuwe woningen moeten inpasbaar zijn in het bestaande straatbeeld. Op enkele plekken zijn hoogte-accenten mogelijk. Daarbij is vooral de stationsomgeving in beeld. In de historische binnenstad worden geen hoogte-accenten toegestaan.

Voor toe te voegen bebouwing in het beschermde stadsgezicht geldt dat deze moet aansluiten bij het historische karakter en kan zodoende situationeel verschillen. In het beschermde stadsgezicht wordt in ieder geval niet hoger gebouwd dan zes bouwlagen. We verdichten niet alleen om het open landschap te behouden, maar ook om het lokale voorzieningenniveau in stand te houden en de sociale veiligheid te vergroten. Dat laatste doen we ook door meer te variëren in woningtypen en type bedrijvigheid maar ook door functies als wonen en werken beter met elkaar te mengen. Veel buurten in Weesp zijn monofunctioneel: vooral gericht op wonen of werken, bestaan uit veel corporatiebezit of juist veel koopwoningen, veel zware industrie of juist veel kantoren. Dat komt de leefbaarheid en de sociale veiligheid niet overal ten goede, omdat bedrijventerreinen in de avonduren vaak minder worden gebruikt en sommige woonwijken juist overdag een verlaten indruk kunnen achterlaten. Met een groeiende bevolking en een toenemende vraag naar woningen kan op een gegeven moment het maximaal aantal nieuwe woningen worden bereikt dat gerealiseerd kan worden in de bestaande wijken en de stationsomgeving. Voor eventuele verdere toevoeging van woningen zal Weesp er dan niet aan kunnen ontkomen om op de langere termijn wel naar uitbreiding buiten de bestaande bebouwingsgrenzen te kijken.

Dit is in strijd met een van de kernwaarden. In ieder geval zal een dergelijk zoekgebied moeten voldoen aan de voorwaarde een zo klein mogelijke impact op de landschappelijke waarden te hebben. Een zoekgebied in de Bloemendalerpolder zou hiervoor een optie zijn.

40

Foto: Boternessestraat In een aantal buurten als Hogewey Midden, Hogewey Zuid en Weespersluis willen we een evenwichtiger woningaanbod om tot een meer divers en inclusief woonmilieu te komen. Daarbij willen we de diversiteit in sectoren woningen op de schaal van Weesp behouden. Verdichting in het stationsgebied en de subcentra Er wordt een gebiedsontwikkeling voorzien van het stationsgebied. Daarbij wordt in eerste instantie gericht op de noordzijde van het station. Er wordt onderzocht wat de mogelijkheden zijn voor het realiseren van een gemengd woon-werkgebied in hogere dichtheden, middelhoge bouw en met eventuele hoogte-accenten. De werkfunctie kan met name bestaan uit kantoren, aangevuld met voorzieningen. Vanuit het oogpunt van duurzame mobiliteit (trein in plaats van auto) en de aantrekkelijkheid van vestiging bij een ov-knooppunt vanuit werkgeversperspectief is de stationslocatie een zeer goede plek voor ontwikkeling. Er kunnen én de gewenste woningen worden gebouwd én een uitbreiding van het gewenste aantal arbeidsplaatsen (zie ook paragraaf 4.2) worden gerealiseerd. Bovendien kan er, als het ov beter wordt gebruikt en rendabeler wordt, eventueel ook in hogere frequentie worden gereden. Zo kan er een positief vliegwieleffect ontstaan. In Weesp zal verdichting van de stationslocatie betekenen dat Weesp meer één geheel wordt.

Weesp ten noorden en ten zuiden van het spoor raken meer fysiek verbonden en het Centrumgebied wordt uitgebreid met een divers woonwerkmilieu met voorzieningen. Eenzelfde vliegwieleffect geldt voor subcentra. Woonbuurten met veel dezelfde type woningen in hetzelfde segment gaan vaak gepaard met een eenzijdig winkel- en horeca-aanbod. Door nieuwe technologische ontwikkelingen als online winkelen dreigt vooral het bestaande winkelaanbod weg te vallen en op den duur ook andere voorzieningen als de huisarts, de bank en het buurthuis verdwijnen omdat er voor veel mensen geen reden is om er dagelijks te verblijven – de ontmoetingsfunctie verdwijnt. Wanneer dit soort vitale voorzieningen wegvallen ligt een verder verval van de buurt op de loer. In de toekomst willen we de subcentra en de voorzieningen juist levensvatbaar houden door ook hier

41

een positief vliegwieleffect in gang te zetten. In een buurt met een groeiend aantal inwoners en een diverse bevolkingssamenstelling met verschillende behoeften is het rendabeler om een rijk voorzieningenaanbod in stand te houden en blijft de sociale functie makkelijker geborgd. We richten ons daarom op meer woningen, in verschillende typen en segmenten, op of in directe nabijheid van de subcentra. Eventueel aangevuld met andere functies als werken, door bijvoorbeeld kleine (kantoor)ruimten voor lokale bedrijven of ondernemingen aan te bieden.

Foto: Station Weesp, gezien vanaf de Leeuwenveldseweg

42

Spoorzone Rond Weesp was lange tijd sprake van een mogelijke spooruitbreiding van de huidige spoorzone van zes naar acht sporen (OV-SAAL). Deze 8-sporigheid is van de baan. In oktober/november 2020 is hierover een definitief een besluit genomen (BO MIRT?). Weesp heeft zich lange tijd ingezet voor een reservering voor 8-sporigheid, met het oog op een ondergrondse variant (het spoor in een tunnel ter hoogte van Weesp) zodat de barrière tussen noord en zuid vervalt en er ruimte ontstaat voor gebiedsontwikkeling boven het spoor. Daarnaast speelt het vrijspelen van de openstaande mastroute over de Vecht een belangrijke rol. De spoorbruggen vormen nu een flinke barrière. De spoorreserveringen schuren met gewenste gebiedsontwikkelingen rond het spoor of treinstation, zolang de spoortunnel er niet is. Zonder ondertunneling werken reserveringen nadelig want de ruimtereservering langs het spoor kan immers ook worden gebruikt voor bouwen aan het spoor, eventueel met aanvullende maatregelen. Nu de 8-sporigheid verder uit het zicht raakt (en daarmee de financiering vanuit het Rijk) is ook de vraag wat met de reservering te doen. Een tunnel lijkt nu gezien de huidige besluiten zeer moeilijk haalbaar. Weesp kan er ook voor kiezen om de ruimtelijke reserveringen te laten vallen. Er zijn vanuit dat opzicht een aantal opties voor het benutten van de openbare ruimte rond het spoor: 1.

Reserveringen voor ondertunneling laten vallen en ruimte bieden voor ontwikkeling van spoorzone? 2. Reserveringen voor ondertunneling aanhouden en ruimte bieden voor functies van tijdelijke aard (concentratie van wonen en werken zijn dan uitgesloten)? 3. Reserveringen voor ondertunneling aanhouden en spoorzone vrij houden van gebiedsontwikkeling? Opties en ontwikkelingen beschreven in dit kader zullen hun beslag krijgen in een visie op het stationsgebied.

4.1.3 Voorzieningen Goede voorzieningen zijn essentieel voor het functioneren van een wijk. Denk hierbij aan alles-inéén scholen, kinderopvang, ouder-kind-centra, buurthuizen, bibliotheken, sportvoorzieningen en gezondheidsvoorzieningen e.d. De voorzieningen in Weesp zullen moeten meegroeien met de toename en veranderende aard van de bevolking. Een eerste onderzoek wijst uit dat de voorzieningen in Weesp redelijk op orde zijn en voldoende vervat in de verschillende plannen van de gemeente. Toch zijn er een aantal aandachtspunten, die veelal samenhangen met de grootschalige uitbreiding van Weespersluis: • Verbindingen over het spoor. Verbindingen tussen Weespersluis en de bestaande stad moeten er voor zorgen dat elkaars voorzieningen beter kunnen worden gebruikt. • Spreiding en keuzemogelijkheid van kinderopvang Weespersluis. De kinderopvang in Weespersluis biedt nu weinig keuzemogelijkheid aan ouders. Een oplossing is om ruimte te geven aan meer aanbieders, en kinderopvang in de bestaande stad te stimuleren. • Verwachte piek leerling-prognose. De groei van het aantal leerlingen voor het voorgezet onderwijs (VO) in Weespersluis loopt parallel aan de oplevering van het aantal woningen. Een piek in de oplevering, betekent een piek in het aantal leerlingen. Weesp heeft relatief veel VO scholen en vervult daarvoor een regionale functie.

Veel kinderen uit Diemen, Driemond en zelfs IJburg. Scholen dreigen te groot te worden, daarom zijn afspraken over een maximaal

43

•

•

•

aantal leerlingen gemaakt. Om daaraan te voldoen zullen vanaf 2021 Weesper leerlingen voorrang krijgen. Aangepaste woningen en zorgwoningen De bevolkingsprognose voor Weesp toont een aanzienlijke vergrijzing. Een belangrijk aandachtspunt is de realisatie van aangepaste woningen en zorgwoningen. Welzijnsaccommodaties. In elke wijk is er behoefte aan een plek waar mensen samen kunnen komen. De vraag is alleen of dat in de nieuwe wijken een door de overheid gesubsidieerd buurthuis of wijkcentrum zou moeten zijn. In ieder geval moet in de plannen rekening gehouden worden met ruimte voor initiatieven van bewoners. Dit kunnen bijvoorbeeld bestaande panden zijn met een bepaalde historische waarde, aantrekkelijke plekken waar mensen graag komen. Kunst in de openbare ruimte. Kunst in de openbare ruimte is een belangrijk instrument om een wijk een identiteit te geven. Weesp zou hier meer aandacht aan kunnen besteden.

Kaart: Analysekaart cultuurhistorische objecten, recreatieve en toeristische functies in en rondom Weesp Cultuur: Goede culturele voorzieningen zijn essentieel voor Weesp. Het geeft vorm aan de Weesperidentiteit, is goed voor de sociale samenhang, en geeft Weespers de kans zich persoonlijk te ontwikkelen. De nota “”Weesp cultuurstad” geeft hiervoor ambities en beleidsuitgangspunten. De basis voor Weesp cultuurstad moet solide zijn, het culturele klimaat moet worden versterkt, en alle Weespers moeten kunnen deelnemen aan het culturele leven. Tergooi ziekenhuis De vergrijzing zal een grote invloed hebben op de benodigde zorgvoorzieningen. De gemeente Weesp heeft één grote bovenwijkse zorgvoorziening in de vorm van het Regionaal Medisch

44

Centrum Weesp, met diverse poliklinieken van het Tergooi ziekenhuis. De voorziening is essentieel voor Weesp en moet daarom goed worden beschermd. Sport Weesp wil dat iedereen op eigen niveau en naar eigen wens kan sporten. Sport is essentieel voor een inclusieve, gezonde en verbonden stad. Sport verbindt en verbroedert, leidt tot minder ziekten zoals obesitas en hartkwalen, lager ziekteverzuim, een betere levenskwaliteit op de oude dag, lagere zorgkosten et cetera. Weesp zal ten behoeve van de ongeorganiseerde sport meer aandacht schenken aan een beweegvriendelijke openbare ruimte, zodat de stad ‘als sportpark’ kan worden gebruikt. Sporten als hardlopen, wielrennen en fitness zullen worden gefaciliteerd door routes, trap- en speelveldjes, bootcampterreinen met uitdagende trappen of hoogteverschillen. Jong geleerd is oud gedaan: speelmogelijkheden in de eigen woonomgeving zijn essentieel voor de start van een gezond en beweeglijk leven. Het is essentieel dat Weespers kunnen (blijven) sporten in bestaande sportaccommodaties. Dat is echter geen gemakkelijke opgave. Enerzijds is het verenigingsleven onverminderd populair (de grote drie sportclubs voetbal, tennis, hockey en hebben ieder circa 750 leden) en is het de verwachting dat alle Weesper sportverenigingen blijven groeien.

Anderzijds is de ruimteclaim van de sport groot en moet deze worden afgewogen tegen andere ruimteclaims, zoals die van woningbouw en het in stand houden van het groene landschap. Hieronder staat kort beschreven wat de huidige situatie is en wat de uitgangspunten voor de toekomst zijn. Bestaande sportaccommodaties Sportpark Papelaan Sportpark Papelaan is gelegen binnen de bebouwde kom aan de noordkant van Weesp, tegen de zuidkant van het spoor aan. Het sportpark biedt plaats aan de Voetbalvereniging FC Weesp ; de Weesper tennisclub Korfbalvereniging Argus en de volleybalvereniging Oberon. Uitgangspunt is dat de groei van voetbal en tennis (de grote ruimtevragers) ter plekke kan worden gefaciliteerd.

45

Foto: Voetbalveld FC Weesp

Sportpark Vechtoever Het sportpark Vechtoever ligt ten oosten van Weesp, net buiten de bebouwde kom en ingeklemd tussen het spoor, achterland en waterweg de Vecht. Het huisvest de hockeyvereniging MHC; Tafeltennisvereniging The Victory ,Handbalvereniging We Have. De handbalvereniging verhuist op termijn naar de nieuwe sporthal Weespersluis (oplevering maart 2021). Hiermee komt de clubaccommodatie en aangelegen veld leeg te staan. Een nieuwe invulling wordt verkend, waarbij de voorkeur uit gaat naar een sport/spelfunctie. Op korte termijn is het nodig meer sportruimte te creëren voor de hockey, gezien de huidige bespeling van de velden en de aanhoudende ledengroei. Ook hier is het uitgangspunt dat ruimte eerst wordt gevonden binnen de sportparkgrenzen van Vechtoever, alvorens naar uitbreiding buiten het sportpark wordt gekeken. Sporthallen en gymzalen Weesp heeft momenteel één sporthal, namelijk sporthal Aetsveld. Deze wordt voor uiteenlopende sporten gebruikt en is thuisbasis voor meerdere sportverenigingen (WeHave, FC Weesp, Oberon), maar ook als thuis voor bewegingsonderwijs en buitenschoolse opvang. Een tweede sporthal is in de maak: In Weespersluis worden twee basisscholen gebouwd en bijbehorende gymzalen zijn samengevoegd in een nieuw te ontwikkelen sporthal Weespersluis. Daarnaast staan in Weesp vier gymzalen.

Op basis van de vuistregel van 1 sporthal op 20.00024.000 inwoners, zal er met twee sporthallen en vier gymzalen er in de komende jaren voldoende ruimte zijn voor de binnensportverenigingen en het bewegingsonderwijs. Zwembad Er is één zwembad in Weesp, het Victoriabad. Dit is geen gemeentelijk zwembad, maar is eigendom van het bedrijf International Wellness Resort (IWR). De gemeente heeft een exploitatieovereenkomst met het zwembad op basis waarvan IWR een exploitatiebijdrage ontvangt in ruil voor ruime openingstijden en ruimte voor maatschappelijke activiteiten. Op basis

46

van de norm van 1 zwembad op 80.000 inwoners, zal het bestaande zwembad voldoende zijn om de groei van Weesp op te vangen. Golfbaan Weesp kent één golfbaan, ten Zuiden van de N236, pal naast het Amsterdam Rijnkanaal. Deze herbergt een vereniging met veel leden en is daarmee een belangrijke sportvoorziening. Deze vorm van sportbeoefening vraagt (relatief) veel ruimte. Roeien Weesp kent één roeivereniging, binnen de bebouwde kom van Weesp, aan de Utrechtsestraat. Doel Een voorzieningenniveau dat minstens op peil blijft en meegroeit met de bevolkingsgroei in Weesp, en bijdraagt aan de Weesper identiteit.

4.1.4 Openbare ruimte De openbare ruimte vormt een belangrijk thema in deze Omgevingsvisie. In de openbare ruimte worden de doelstellingen van de Omgevingswet bij uitstek concreet. De Omgevingswet (art 1.3 Ow) omschrijft het doel van de wet als volgt: “Deze wet is, met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu gericht op het in onderlinge samenhang: a. bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, ook vanwege de intrinsieke waarde van de natuur, en b. doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften.” De Omgevingswet is dus gericht op het vinden van een balans tussen een gezonde en veilige fysieke leefomgeving en het gebruiken van de leefomgeving voor noodzakelijke of gewenste maatschappelijke voorzieningen. Die balans dient in de Omgevingsvisie tot uitdrukking te komen. Verblijfs- en verkeersfuncties In de openbare ruimte vinden de functies en voorzieningen voor een groot deel een plek: stromen van auto’s, fietsen en voetgangers. Maar ook ruimte om te spelen en te recreëren. De openbare ruimte kent dus verkeers- én verblijfsfuncties. Die kunnen elkaar versterken of elkaar in de weg zitten. Soms zijn verkeers- en verblijfsfunctie moeilijk te combineren.

Goede verblijfsruimte geeft veel ruimte aan groen, ontmoeten en spelen, autoluw of autovrij. Goede verkeersruimte geeft ruimte aan doorstroming, parkeren (fiets en auto). Kernwoorden daarin zijn veiligheid, bereikbaarheid en minimalisering van overlast (geluid, uitstoot en visuele overlast). Vooral bij een hoge gebruiksintensiteit is de scheiding tussen de twee functies wenselijk. Soms ook kan het samenspel tussen verkeers- en verblijfsfunctie een aantrekkelijk resultaat opleveren, bijvoorbeeld door het ontwikkelen van “stadsstraat”. Het is een straat die beide functies combineert, waarbij ze elkaar versterken. Complicatie kan in de toekomst veroorzaakt worden door de toename van thuisleveranties. Door de huidige (corona) crisis zijn de online bestellingen sterk gegroeid. Daarnaast blijkt dat steeds meer mensen de reguliere boodschappen eveneens thuis laten bezorgen. Welke omvang het

47

bezorgende verkeer zal krijgen is onduidelijk, wellicht leidt het tot opstoppingen in bijvoorbeeld het centrum. Eisen aan de openbare ruimte De openbare ruimte moet daarnaast toegankelijk zijn voor mensen met een fysieke beperking. Ook voor ouderen of gehandicapten moet de openbare ruimte goed functioneren. Dat is een belangrijk onderdeel van de kernopgave “prettig en veilig wonen”. De functie van de openbare ruimte is (ook) afhankelijk van de plek waar deze zich bevindt. De openbare ruimte in een bedrijventerrein heeft een andere functie dan die in een woonwijk, of in een winkelgebied. Naast de inrichting van de openbare ruimte is ook het beheer van belang. De functionaliteit van de openbare ruimte kan sterk verminderen als het beheer niet op orde is. Als onderdelen van de openbare ruimte (denk aan stoepen, fietspaden, verlichting maar ook aan bankjes en plantsoenen) kapot zijn of vies, zijn ze op zijn best minder bruikbaar en op zijn slechtst gevaarlijk.

Foto: Fietsers in de Hoogstraat Belangrijk onderdeel van de kwaliteit van de openbare ruimte is de toegankelijkheid. Alleen als de openbare ruimte toegankelijk is en gebruikt kan worden door alle gebruikers is deze van goede kwaliteit. Mensen met een fysieke beperking, gebruikers van een rollator, rolstoel of kinderwagen, gebruikers met een visuele of auditieve beperking: iedereen moet de openbare ruimte kunnen gebruiken. Het beoordelen van de kwaliteit van de openbare ruimte zal dus altijd ook op dat aspect betrekking hebben. De verblijfskwaliteit in delen van Weesp kan verbeterd worden of staat onder druk. Het centrum van Weesp is klein. Tegelijkertijd wordt de druk erop vergroot, met name door het toenemend

48

aantal inwoners van Weesp. Hoewel het parkeer(vergunningen)beleid in 2020 is aangescherpt met strengere regels m.b.t. vergunningen voor een tweede auto en het aantal betaalde parkeerplaatsen toeneemt, blijft er toch nog veel ruimte voor de auto. Een overmaat aan ruimte voor de auto maakt de binnenstad als huiskamer van Weesp minder aantrekkelijk. Het stationsgebied is aan de noordzijde op dit moment minder aantrekkelijk. Er is geen tot weinig groen en er zijn geen ontmoetingsplaatsen, terwijl een stationsgebied zich daar juist voor leent en de entree is van de stad, ook aan de noordzijde voor Weespersluis. Doel Weesp stelt als prioriteit voor de inrichting van de openbare ruimte, conform de wens van de bevolking zoals blijkend uit de participatie voor de Omgevingsvisie, de realisatie van groen van hogere kwaliteit (zie paragraaf groen). Kwetsbare groepen profiteren het meest van goede groenvoorzieningen in de buurt. In sommige buurten kan ook groen worden toegevoegd, maar vooral de kwaliteit van het groen kan omhoog. Mede door het ruim aanwezige groen in de nabijheid van Weesp, zijn grote groengebieden binnen de stad geen prioriteit. Doel is om meer ruimte beschikbaar te stellen aan duurzaam en langzaam verkeer, dat wil zeggen een ontmoedigingsbeleid voor autobezit en –gebruik en een stimulerend beleid voor fiets (eveneens bezit en gebruik) en de voetganger.

De kwaliteit van de openbare ruimte wordt ook bepaald door het niveau van het beheer en de toegankelijkheid. Beide dragen bij aan een openbare ruimte die functioneel is voor alle gebruikers. Doel is om beide op een hoog niveau te houden/brengen.

4.1.5 Veiligheid en gezondheid

Inleiding Een gezond leven is voor alle Weespers sleutel tot een gelukkig leven, en essentieel onderdeel van de Omgevingsvisie. Er worden twee soorten gezondheid onderscheiden: • Een positieve vorm van gezondheid. Dat is het vermogen van mensen zich aan te passen en een eigen regie te voeren, in het licht van fysieke, emotionele en sociale uitdagingen van het leven" (definitie Machteld Huber, 2011; in: “zo gaat het met ons, gezondheidspeiling GGD, 2016). Het concept maakt onderscheid in zes dimensies van gezondheid, namelijk gezond lichaam, gezonde geest, dagelijks functioneren, kwaliteit van leven, meedoen en zingeving. • Een veilige en schone leefomgeving. Daarbij gaat het om thema’s als luchtkwaliteit, veiligheid, geluid, bodem en geur. Weesp wil een gezonde en veilige gemeente blijven (zie ook: kernwaarde 13: veiligheidsniveau blijft behouden). De positieve gezondheid kan worden verbeterd door bijvoorbeeld het stimuleren van sport en spel, het bevorderen van recreatiemogelijkheden of de bouw van een buurthuis. Maar ook door lopen en fietsen aantrekkelijker te maken. Een veilige en schone omgeving kan worden bereikt door de aanleg van meer groen, en het terugdringen van (de overlast van) het autoverkeer.

49

Positieve gezondheid. De Regio G&V heeft in 2016 een uitgebreid onderzoek gedaan naar de positieve gezondheid van Weespers. In het algemeen gaat het de Weespers goed: zo zegt bijvoorbeeld 77% zich ‘zeer gezond te voelen’. Toch is dit geen reden om achterover te leunen. Zo voelt in Weesp een kleine 1/3 van de inwoners zich eenzaam, met name in Aetsveld wordt eenzaamheid als een probleem ervaren. Dat betekent dat men minder contact heeft met andere mensen dan gewenst, en het ontbreken van een hechte, emotionele band met een ander. Eenzaamheid kan samen hangen met een levensfase, bijvoorbeeld oudere mensen die veel mensen hebben zien weg vallen in hun omgeving of minder mobiel zijn en daardoor minder mensen ontmoeten. Het kan ook samenhangen met een gebrek aan prettige ontmoetingsplaatsen of de bereikbaarheid van dergelijke plekken.

Foto: man met hond langs de Vecht/Hoogstraat Fijnstof Met fijnstof worden alle stofdeeltjes in de lucht bedoeld. Het is een verzamelnaam van deeltjes van verschillende grootte, tot maximaal 10 micrometer (µm) doorsnede. Deeltjes bestaand uit zwaveldioxide, stikstofoxiden en ammoniak vormen het grootste deel, ook elementair koolstof en koolstofverbindingen dragen bij aan fijnstof. Fijnstofconcentraties zijn op zijn hoogst in de havens, bij zware industrie en in geringe mate bij intensieve veehouderij. Verder zijn lokale concentraties het hoogst vlakbij drukke wegen en bedrijven. Voor Weesp geldt dat er hogere fijnstofconcentraties (µg PM₁₀/m³) langs de drukkere doorgaande wegen in Weesp, zoals de C.J. van Houtenlaan, Prinses Irenelaan, Amstellandlaan, Jan Tooropstraat, Hogeweyse Laan, Stationsweg, Korte Muiderweg en de noordzijde van de Bloemendalerpolder (langs de A1). Geluid De geluidsbelastingskaarten (zie hieronder) geven aan dat veel woningen langs (spoor)wegen geluidbelasting ondervinden. Bedrijventerrein Noord en Weespersluis scoren bijvoorbeeld hoog

50

op geluidshinder van wegverkeer < 50 km/pu en > 50 km/pu (8% van de bevolking of hoger). In Aetsveld geldt dit alleen sprake voor wegverkeer <50 km/pu. Ook bij nieuwbouw valt niet altijd aan geluidsoverlast te ontkomen. De volgende maatregelen kunnen worden genomen om de overlast te beperken: • Bron- en/of overdrachtsmaatregelen, zoals verkeersmaatregelen, maatregelen aan de weg en afschermende bebouwing; • Slim ontwerp van woningen: het maken van een geluidluwe zijde, met ramen in één of meerdere slaapvertrekken die open kunnen en waar buiten kan worden verbleven, zonder dat er een overdaad aan (spoor)wegverkeersgeluid in de slaapkamer en de buitenruimte hoorbaar is; • De stille gebieden die er zijn te behouden.

Kaart: geluidshinder in Weesp (bron: Omgevingsdienst Flevoland, Gooi en Vechtstreek) Doel: Het aantal inwoners dat last heeft van geluidshinder mag niet groeien, en bij voorkeur zelfs dalen. Geur Geur hoort bij de stad, net als geluid. Het kan echter ook leiden tot overlast, en dan wordt het ervaren als stank. Het leidt tot irritatie, en kan zelfs leiden tot gezondheidsschade. Geurproblemen in Weesp zijn aanwezig bij enkele bedrijven op bedrijventerreinen, en bij de horeca in het centrum (zie onderstaand kaartje). Het verdient aanbeveling om verder onderzoek te doen naar de relatie tussen geur en (nieuwe) woningbouwlocaties. Ook kan inzichtelijk worden gemaakt waar de geurrelevante bedrijven zich op dit moment bevinden en welke geursituatie daar nu bij hoort (klachten, meldingen, contouren).

Doel: de geuroverlast van bedrijven mag niet toenemen, bij voorkeur neemt deze af. Groen

51

De aanwezigheid van groen heeft een positief effect op zowel de fysieke als geestelijke gezondheid. Weesp wil daarom vergroenen. Op sommige plekken in Weesp is het weinig groen De bedrijventerreinen zijn daar (een voor de hand liggend) voorbeeld van, maar ook in bijvoorbeeld de wijk Hogewey is er relatief weinig groen. In paragraaf 4.1.6 wordt dit verder behandeld.

Gezondheid en verkeer De negatieve effecten van het wegverkeer worden op verschillende manieren beperkt. Een aantal voorbeelden: • Een keuze voor (gedeeltelijk) andere logistieke routes te kiezen (zie paragraaf mobiliteit); • Het stimuleren van logische, prettige en gezonde fiets- en looproutes, op andere plekken dan de logistieke routes; • Verminderen van de autodruk op de binnenstad. We gaan onderzoeken hoe Weespersluis beter kan worden verbonden met de rest van de stad. Daarbij is de inzet dat er meer dan één verbinding is in de toekomst en alle verbindingen moeten veilige, toegankelijke en met groen omgeven wandel- en fietspaden bevatten (zie ook paragraaf mobiliteit). Ook gaan we onderzoeken hoe Aetsveld beter kan worden verbonden met de rest van de stad (zie ook “Weesp in drie delen”, eerder in deze visie). Gezondheid en veehouderij De laatste jaren is er steeds meer aandacht voor de gezondheid van mensen in de buurt van intensieve veehouderij. Een goede ruimtelijke inrichting kan veel gezondheidsschade voorkomen. Weesp houdt daarom de richtlijnen van het RIVM en de GGD aan. De eerste is ruimtelijk: wees terughoudend met het plaatsen van gevoelige bestemmingen en veehouderijen binnen 250 meter van elkaar (bij geitenhouderijen binnen 2 kilometer). Gevoelige bestemmingen zijn bijvoorbeeld woningen, scholen, en ziekenhuizen.

De tweede betreft het werkproces van de veehouderij: streef ernaar om de uitstoot van geur, stof, endotoxinen, en ammoniak van veehouderijen te verminderen (bron: GGD-richtlijn medische milieukunde, RIVM-rapport 2020-0092, pagina 3) In de provincie Noord-Holland geldt sinds 12 december 2018 een geitenstop. Nieuwvestiging, omschakeling naar of uitbreiding van een geitenhouderij is niet toegestaan. Dit besluit is genomen uit voorzorg voor de volksgezondheid, omdat uit onderzoeken is gebleken dat inwoners binnen een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij meer kans hebben op een longontsteking. Ter bescherming van haar inwoners heeft de provincie besloten om de geitenhouderij niet verder te laten groeien, totdat meer bekend is over de oorzaken van het verhoogde risico.

Fysiek veilige omgeving Binnen de fysieke leefomgeving raakt veiligheid meerdere aspecten van de Omgevingsvisie en vormt daarom een integraal onderdeel hiervan. Net als van alle nieuwe ontwikkelingen, waarvan de risico’s of de impact die ze hebben op de fysieke leefomgeving nog niet (volledig) bekend zijn.

52

In de Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek wordt samengewerkt door de zeven gemeenten in de regio (Blaricum, Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren, Weesp en Wijdemeren), de brandweer, de geneeskundige hulpverleningsorganisatie in de regio (GHOR), de politie en het Openbaar Ministerie. Bij ruimtelijke ontwikkelingen denkt de Veiligheidsregio vooraf na over de beperking van ongewenste (fysieke) veiligheidsrisico’s en adviseert op benodigde maatregelen in het ontwerp. Dit doet de Veiligheidsregio samen met de gemeente, andere ketenpartners, maatschappelijke organisaties, de initiatiefnemer en betrokken omwonenden. Door dialoog en een goede belangenafweging draagt de Veiligheidsregio zorg voor bescherming tegen risico’s van branden, rampen en crises en waarborgt zo de hulpverlening. Verschillende wettelijke plannen van de Veiligheidsregio, zoals het Regionaal Risicoprofiel, het Regionaal Beleidsplan, het Dekkingsplan en het Regionaal Crisisplan bieden nadere onderbouwing voor de advisering omtrent een veilige fysieke leefomgeving. De veiligheidsregio´s hebben landelijk een aantal kernwaarden geformuleerd, die zij gebruiken bij het adviseren over- en het borgen van veiligheid in de Omgevingsvisie.

Deze kernwaarden zijn: 1) De veilige leefomgeving bepaalt mede de kwaliteit van de leefomgeving 2) Samenwerken aan een veilige leefomgeving 3) De fysieke leefomgeving wordt mede vormgegeven volgens de ontwerpprincipes voor een veilige leefomgeving: - Voorkomen of beperken van risico´s vergroot de veiligheid - Afstand tot risico´s vergroot de veiligheid - Bouwwerken en omgeving bieden bescherming - Bouwwerken en gebieden zijn veilig te verlaten - De omgeving maakt snel en effectief optreden van hulpdiensten mogelijk 4) Iedereen is bekend met risico´s en weet hoe te handelen wanneer dat nodig is. Enkele voor Weesp relevante thema´s uit de Omgevingsvisie zijn vergrijzing en verdichting en de energietransitie en klimaatverandering. Hier spelen een aantal veiligheidsaspecten een rol . In samenspraak met alle betrokken partijen zullen keuzes gemaakt moeten worden over het gewenste beschermingsniveau. Vergrijzing en verdichting bebouwde omgeving De komende decennia zal sprake zijn van een flinke vergrijzing van de bevolking. Er is een toenemend aantal ouderen, die langer zelfstandig blijven wonen en ook het aandeel verminderd zelfredzamen die nog thuis wonen zal stijgen. Bij ongewijzigd beleid zal dit leiden tot meer slachtoffers bij brand en ongevallen in huis. In het kader van de Kernopgave “Prettig en veilig wonen” vraagt deze ontwikkeling aandacht.

Door samenwerking van diverse betrokken partijen, zoals gemeente, zorgorganisaties, woningcorporaties en veiligheidsregio, kan gewerkt worden aan het borgen van een veilige woonsituatie. Om de waardevolle buitengebieden van Weesp in stand te houden, zal uitbreiding met nieuwe woningen, kantoren en bedrijfspanden vooral door verdichting en inbreiding in bestaand bebouwd gebied moeten plaatsvinden. Deze ontwikkeling vraagt extra aandacht voor de doelstelling van het veilig wonen en werken. Bij de plannen tot verdichting rond OV-knooppunten, zoals het stationsgebied in Weesp, moet rekening worden gehouden met transport van gevaarlijke stoffen over het spoor. Een grotere dichtheid van personen in een gebied vraagt om meer aandacht voor ontvluchting bij een incident. Ook dient bij compactere bebouwing te worden beoordeeld hoe de

53

bereikbaarheid voor hulpdiensten en de bestrijdbaarheid van incidenten kan worden gegarandeerd. Bij de transformatie van bedrijfspanden naar woongebouwen op bedrijventerrein, in combinatie met hogere of dichtere bebouwing op de bestaande industrieterreinen, spelen soortgelijke vraagstukken. Het gecombineerde gebruik van bedrijventerreinen moet geen grotere risico´s voor veilig wonen opleveren. Energietransitie en klimaatverandering Door klimaatverandering zullen de waarschijnlijkheid en impact van weer-gerelateerde risico’s, zoals clusterbuien en droogte, toenemen. Deze risico’s hebben op hun beurt weer invloed op andere risico’s zoals hittestress, wateroverlast, vitale infrastructuur, bereikbaarheid en doorstroming. Ondanks dat dit ons allen raakt, zullen vooral de ouderen en zwakkeren in de samenleving hier grotere hinder van ondervinden. Dit vraagt om een betere voorbereiding en meer samenwerking tussen gemeente, veiligheidsregio, burgers, bedrijven en ontwikkelaars. De klimaatverandering zorgt voor de noodzaak tot een verdere verduurzaming van de samenleving en deze ontwikkelingen zullen op de voet gevolgd moeten worden. Ondanks dat de risico’s nog niet volledig in beeld zijn, bevinden deze zich zowel op het vlak van energieopwekking als van -opslag en -transport, maar ook bij het uiteindelijk gebruik.

Om het transport te beperken zal zowel het opwekken en opslaan steeds meer decentraal gebeuren in wijken en huizen zelf. De circulaire economie zorgt daarnaast voor meer vervoer en hergebruik van afvalstoffen. Gezien de sterke toename in het gebruik van alternatieve energiebronnen, verhoogt daarmee ook de waarschijnlijkheid van een bijbehorend incident.

4.1.6 Groen

De functie van groen Groen heeft een belangrijke functie binnen steden en dat is voor Weesp niet anders. Het is een wezenlijk onderdeel van de identiteit en het karakter van Weesp. Groen heeft diverse functies: • Gezondheid: Een groene omgeving is essentieel voor de mentale en fysieke gezondheid en draagt bij aan een gezonde leefstijl. • Sociaal welzijn: Een prettige, groene leefomgeving is van en voor iedereen en nodigt uit tot ontmoeting en initiatief. • Klimaatadaptatie: Weesp wil goed voorbereid zijn op het veranderende klimaat. • Natuur: Natuur en biodiversiteit vormen de basis van al het leven, dus ook het leven in de stad. Groen draagt ook bij aan het opvangen van schommelingen in neerslag. Door klimaatverandering krijgen we steeds meer te maken met korte en hevige buien en langere perioden van droogte. Groen helpt om Weesp klimaatbestendig te maken. Het bufferen van (grote) hoeveelheden neerslag en die geleidelijk afgeven geeft een dempend effect op de extremen die in toenemende mate gaan optreden. Groen in Weesp Groen heeft vele vormen in Weesp. Er is buurtgroen: plantsoenen, bomen en groenstroken in de bebouwde omgeving. Er is groen als onderdeel van het historisch centrum, met name de

54

schansen. En er zijn de grote groengebieden rond de stad. Het landschap dat volgens de 2e kernwaarde van Weesp behouden en versterkt dient te worden. De Vecht draagt als groen-blauwe structuur bij aan het ruime en landelijke karakter van Weesp. Ook Weespers zien graag (meer) groen in Weesp. Van degenen die de enquête voor de Omgevingsvisie hebben ingevuld, wilde 78% meer ruimte voor groen en natuur in de openbare ruimte. Die meerderheid was aanwezig bij alle subgroepen Weespers, zoals jongeren, huishoudens met en zonder kinderen en echte en nieuwe Weespers. Hoofdgroenstructuur, Hoofdbomenstructuur en Ecologische Hoofdstructuur. Groen is, zoals hierboven uitgebreid onderbouwd, van groot belang in stedelijke omgevingen. Dus ook in Weesp. Naast het historisch centrum en de landschappen om Weesp heen, is ook het groen in en meteen om de stad, van groot belang voor de gewenste woon- en leefkwaliteit. En daarmee één van de kwaliteiten van Weesp die bewaard en beschermd moeten worden. Voor een goed groenbeleid is het van belang het groen goed in beeld te hebben. Welke soorten groen met welke functie bevinden zich waar in de stad. Een goed kaartbeeld is ook van belang om na de bestuurlijke fusie, als Weesp en Amsterdam één gemeente vormen, de groenstructuren (hoofdbomenstructuur, HBS; Hoofdgroenstructuur, HGS; en Ecologische Hoofdstructuur, EHS) aan elkaar te koppelen.

De Hoofdgroenstructuur van Weesp wordt in kaart gebracht en vastgesteld en maakt deel uit van de Visiekaart die aan deze Omgevingsvisie is gekoppeld. Hiermee krijgt het groen in Weesp de bescherming die het verdient. In Amsterdam en Weesp bestaat straks de Hoofdgroenstructuur 2.0 uit het samenvoegen van de huidige Hoofdgroenstructuur, de Ecologische Structuur Amsterdam en delen van de Hoofdbomenstructuur. De Hoofdbomenstructuur in Amsterdam en Weesp blijven als zelfstandige structuur bestaan. In de Hoofdgroenstructuur 2.0 krijgt de oude Ecologische Structuur Amsterdam het predicaat ‘ecologische structuur’. In de Hoofdgroenstructuur 2.0 van Amsterdam wordt een deel van de Hoofdbomenstructuur Weesp overgenomen (oa de bomen langs de grachten), het monumentale groen (de vestingwerken) en vrijwel al het landelijke gebied. Ook wordt een ecologische structuur ontworpen. Groenbeleidsplan en groenbeheerplan In 2019 is het groenbeleidsplan Weesp opgesteld. Dit opgesteld met in het achterhoofd de samenvoeging met Amsterdam. Daarom is aansluiting bij het groenbeleid van Amsterdam gezocht. Het is wel gericht op de speerpunten en de unieke situatie van Weesp. In het Groenbeleidsplan zijn 6 principes voor het groen in Weesp vastgelegd.

1 We zorgen dat iedere Weesper toegang heeft tot kleinschalig openbaar groen dichtbij en tot grotere groengebieden iets verder weg; 2 We gaan van monofunctioneel naar multifunctioneel groen in de openbare ruimte. We kiezen voor groen dat meerdere diensten levert aan mens en dier; 3 We worden een natuurinclusieve stad waar gebouwd, ingericht en beheerd wordt met respect voor planten en dieren;

55

4 5 6

We vergroenen buurten en wijken duurzaam en samen met bewoners; We werken samen met bewoners, leren van elkaar en stimuleren nieuwe werkwijzen en technieken die passen bij de opgaven; We zorgen dat het groen goed ontworpen, aangelegd en beheerd wordt.

Deze principes staan nog steeds overeind en geven richting aan groenbeleid voor de komende decennia in Weesp. Voor een deel betekenen deze principes dat er anders wordt omgegaan met bestaand groen, bijvoorbeeld door het multifunctioneel te maken en goed te ontwerpen, aanleggen en beheren. Daarnaast komt er ook nieuw groen bij. Het nieuwe groen zal vooral in wijken gerealiseerd worden waar de hoeveelheid groen laag is. In het grootste deel van Weesp ligt de nadruk op de verbetering van de kwaliteit van het groen. De stad wordt met meer aandacht voor groen (natuurinclusief) ontwikkeld. We gaan restgroen (kleine stukjes groen zonder kwaliteit en zonder functie, meestal “overgebleven” na de inrichting van een buurt of wijk) in de wijken omzetten naar rustgroen (kleine stukjes groen met kwaliteit en een functie als ontmoetingsplek). In samenspraak met bewoners komt een passende inrichting tot stand, waarbij het groen bijdraagt aan ontmoeting en identiteit van de wijk. Daarnaast wordt groen zodanig ontwikkeld (bijv door de keuze voor bepaalde soorten) dat een maximale bijdrage aan biodiversiteit en aan duurzaamheid wordt geleverd. Biodiversiteit door soorten te kiezen die aantrekkelijk zijn voor bijen, vlinders, insecten, vogels en amfibieën. Duurzaamheid door soorten te kiezen die tegen een veranderend klimaat kunnen.

Voorlichting over het vergroenen van tuinen draagt ook bij aan een duurzamer inrichting van Weesp. De gemeente heeft zeggenschap over het openbare groen, maar bewoners kunnen hun steentje bijdragen (of liever gezegd: verwijderen). Door middel van voorlichting en bewustwording worden bewoners gestimuleerd in hun eigen tuin bovengenoemde ambities mee te helpen warmaken. In 2020 vond een nadere uitwerking tot het groenbeheerplan plaats. In afstemming tussen Weesp en Amsterdam volgden het opstellen van de groenvisie met daarin: hoofdgroenstructuur, bomenstructuur en ecologische structuur. Deze visie voor Weesp moet aansluiten bij de structuren en systematiek van Amsterdam, maar moet herkenbaar zijn voor de Weesper. De speerpunten zoals benoemd in het groenbeleidsplan zijn vertaald in een drietal kaarten: Hoofdbomenstructuur (HBS), Hoofdgroenstructuur (HGS) en de Ecologische Structuur (ES). • Een hoofdbomenstructuur (de basis hiervoor is de bomenstructuurkaart van Weesp uit • 2017); • Een hoofdgroenstructuur (gebaseerd op de structuurvisie van Weesp, maar vertaald naar de terminologie zoals ook in Amsterdam wordt gehanteerd); • En de ecologische structuur (hier is voortgebouwd op de ecologische structuur van Amsterdam, aansluitend bij het groenbeleid van Weesp).

Voor deze drie structuren is een indeling gemaakt van de benodigde investeringen en aanpassingen die verdeeld zijn over korte (1e jaar), middellange (2e – 4e jaar) en lange termijn (>5jaar). Diemerscheg De Diemerscheg is een aaneengesloten groengebied. Het ligt ten zuiden van het IJmeer, waar een fietsroute loopt naar Muiden die ‘de natuurboulevard’ heet. De scheg loopt ook langs het water

56

van de Diem en de Gaasp, via het Diemerbos naar Weesp en eindigt bij de Vecht tussen Muiden en Weesp. De gemeenten Diemen, Weesp, Gooise Meren en Amsterdam werken hier samen met Staatsbosbeheer en Groengebied Amstelland om de groengebieden in dit gebied te beheren. Ook wordt een plan ontwikkeld om het gebied toekomstbestendig te maken. In de directe omgeving komen er veel nieuwe bewoners bij, wat ervoor zorgt dat het hier drukker gaat worden. Ook de klimaatverandering vraagt om nieuwe maatregelen.

Kaart: Diemerscheg (beheer- en ontwikkelstrategie Diemerscheg, 2020) Landschapsparken Naast wijkgroen en parken onderscheiden we landschapsparken. Deze zijn onderdeel van de Hoofdgroenstructuur. Er zijn een aantal stroken benoemd als landschapspark: • het gebied tussen de Gooilandsweg en de Vecht, ter hoogte van de begraafplaats ‘Carspelhof’; • het gebied tussen de Korte Muiderweg / Weesperweg en de Vecht, en; • de gehele noordelijke strook tussen Weespersluis en de A1 en een deel tussen Weespersluis en de nieuwe ontsluitingsweg. In dit gebied ontstaat een heel nieuw bos door de aanplant van veel nieuwe bomen.

57

Nieuw bos Bloemendalerpolder In de Bloemendalerpolder wordt een nieuw woonlandschap ontwikkeld. In dit gebied van ca. 450 hectare wordt een nieuw watersysteem gemaakt met een vaarverbinding via een sluis naar de Vecht, wordt nieuwe natuur ontwikkeld, nieuwe bossen, nieuwe parken, een nieuw recreatief netwerk en worden circa 2.750 woningen gebouwd. In de Bloemendalerpolder worden nieuwe bossen aangelegd, die als recreatieomgeving dienen voor de inwoners van Weespersluis en de rest van Weesp. We noemen dit een landschapspark. Deze nieuwe natuur ligt grofweg tussen de A1 en de wijk Weespersluis. Het overige landschap zal zich ontwikkelen, afhankelijk van het beheer en mate van ophogen en ontwatering, tot bloemrijk grasland, ruigte, riet, broekbos of droog bos. Een deel van het landschap zal in agrarisch gebruik blijven. In het plan krijgen cultuurhistorisch elementen uit verschillende perioden een prominente plaats: een eendenkooi, een oude route van Weesp naar de Zuiderzee (Papelaan) en bunkers en andere stenen objecten van het Duitse radarstation ‘Seeadler’ uit de Tweede Wereldoorlog. Groen en blauw gaan ongeveer 2/3 van het oppervlak van de Bloemendalerpolder uitmaken. Langs de Vecht komen nieuwe landgoederen – de parken – met een recreatieve en ecologische betekenis. Ze leggen een ruimtelijke verbinding tussen het centrale deel van de Bloemendalerpolder en de Vecht.

Volkstuinen In Weesp liggen twee volkstuinparken: tuindersvereniging Van Houten en VTV Kweeklust. Deze volkstuinparken kunnen een rol spelen bij het stimuleren van gezondheid door kennis over gezond voedsel te verspreiden, beweging te stimuleren, educatie over voedsel en duurzaamheid te geven en tuinieren voor meer mensen bereikbaar te maken. Tuinparken ondernemen activiteiten die zowel voor tuinders als voor andere Weespers toegankelijk zijn. Daarnaast wordt de biodiversiteit op de parken gestimuleerd en een gunstige biotoop voor allerlei dieren en planten gecreëerd. Kenmerken van beide tuinparken: 1. Dag- en verblijfrecreatie tuinen Tuindersvereniging Van Houten • Oppervlakte: circa 3.5 ha • Jaartal start: 1979 opgericht • Type tuinpark: dag- en verblijfsrecreatief • Aantal tuinen: circa 97 dagrecreatieve en 10 verblijfsrecreatieve tuinen met wooneenheden en 32 schooltuinen • Plek in de stad: Ten zuiden van Weesp liggend in het landschap. 2. Dag- en verblijfrecreatief Volkstuinpark VTV Kweeklust • Oppervlakte: circa 2.67 hectare • Jaartal start: 1939 opgericht • Type tuinpark: dagrecreatief en verblijfrecreatief onder voorwaarden in de zomer • Aantal tuinen: 80 • Plek in de stad: Gelegen in landelijk gebied aan de Vecht oostelijk van Weesp.

58

De tuinen vervullen een gewilde functie in Weesp. Kweeklust heeft een wachtlijst van 50 aspiranttuinders. En daar kunnen momenteel geen nieuwe gegadigden aan worden toegevoegd. Met een verloop van 3 a 4 tuinen per jaar, zal het nog een aantal jaren duren voor de huidige wachtlijst is weggewerkt. De wachtlijst bij van Houten bedraagt ca. 12 gegadigden voor het verblijfsrecreatieve deel. De afgelopen jaren was daar geen verloop. Bij de dagrecreatie staan er ongeveer 46 gegadigden op de wachtlijst. De tuinders komen voornamelijk uit Weesp. Degenen die niet uit Weesp komen, zijn na ingebruikname van hun tuin verhuisd naar een naburige gemeente. In Amsterdam wordt nieuw beleid op het gebied van volkstuinparken ontwikkeld waarbij (in goed overleg met de tuinparken zelf) de parken een (groen) onderdeel worden van het stedelijk weefsel. Vooral op plekken waar te weinig groen is of waar, door gebiedsontwikkeling, groen gecreëerd moet worden, kunnen reeds aanwezige tuinparken een bijdrage leveren aan die behoefte door ze toegankelijker en bereikbaarder te maken. Ook kunnen ze meer mensen bedienen door vrijkomende tuinen op te splitsen. De volkstuinparken in Weesp liggen niet zodanig in de buurt van het stedelijk weefsel dat ze makkelijk een bijdrage kunnen leveren aan het groen in de buurt. Wel dragen de parken bij aan het groen rond Weesp.

Meer toegankelijkheid en bereikbaarheid zou aan die rol niet veel toevoegen. Indien de groei van Weesp de komende decennia leidt tot het realiseren van bebouwing in de gebieden waar de tuinparken zijn gelegen, kan het handhaven van de tuinfunctie in combinatie met aanpassingen waardoor parken toegankelijker en bereikbaarder worden, een bijdrage zijn in het realiseren van voldoende groen in de woonomgeving. Vooralsnog is die optie niet aan de orde zolang, conform het huidige beleid, het landschap rond Weesp onbebouwd blijft. Het inwoneraantal van Weesp gaat de komende periode groeien en een gevolg kan zijn dat de behoefte aan volkstuinen toeneemt. De uitbreiding van Weesp die nu gerealiseerd wordt, Weespersluis, bestaat voornamelijk uit grondgebonden woningen met een tuin. De vraag is of die bewoners een volkstuin ambiëren. Maar als er meer woningen in Weesp komen zonder tuin, zal de vraag wellicht toenemen. Een alternatief is het realiseren van tuinier-mogelijkheden in de buurten. De wachtlijsten zijn nu al lang, de vraag is echter of deze inmiddels “vervuild” zijn geraakt met aspirant leden die inmiddels geen belangstelling meer hebben. Het opsplitsen van vrijkomende tuinen, waardoor meer mensen de gelegenheid krijgen van een tuin te kunnen genieten, zou voor de Weesper parken wel een optie zijn.

Of die optie nader onderzocht moet worden, is afhankelijk van de ontwikkeling in de vraag vanuit nieuwe bewoners en de (opgeschoonde) wachtlijsten. Daarnaast spelen de huidige oppervlakte van tuinen en de praktische mogelijkheid tot splitsen een rol. Van Houten past deze mogelijkheid al toe. Ook in Kweeklust wordt met enige regelmaat “herverkaveld”. De oppervlakte van Kweeklust is 2,67 ha. Daarin liggen 80 tuinen. De tuinen zijn gemiddeld 267 m2, maar lopen uiteen van 107 m2 tot 398 m2 en een uitschieter van 433m2. Voor van Houten ligt dat gemiddelde rond 200 m2 voor de dagrecreatie en 350m2 voor de verblijfsrecreatie. Hierbij zijn de schooltuinen buiten beschouwing gelaten. Het tuin formaat varieert van 10 m2 tot wel 300 m2. Omdat de noodzaak tot het vervullen van de functies door de Weesper tuinparken zoals die in het voorgenomen Amsterdamse beleid voor tuinparken zijn benoemd niet aanwezig is, zullen de parken in Weesp vooralsnog niet aansluiten bij dit nieuwe Amsterdamse beleid. Doel

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9741675/1