CConstaterende datWeesp
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota van beantwoording Omgevingsvisie Weesp 2050 definitief

Gemeenteraad 14 oktober 2021, gemeente WeespBij agendapunt: Omgevingsvisie Weesp 205017.406 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

O.a de behoefte aan een dergelijke voorziening, de meest geschikte locatie en de wijze van, en verantwoordelijkheid voor, het beheer spelen een rol. Ook op langere termijn dienen veiligheid en hygiëne gegarandeerd te blijven. Concrete projecten Enkele zienswijzen (186878 en 187002) spreken over concrete projecten. Deze projecten overstijgen het detailniveau van de Omgevingsvisie. Wij verzoeken indiener 186878 rechtstreeks contact op te nemen met de gemeente Weesp om in overleg te treden. Voor indiener 187002 geldt: Weesp heeft inderdaad een grote woningbouwopgave die een nieuwe vraag naar dagelijks aanbod van boodschappen creëert. Waar deze voorziening mogelijk gemaakt moet worden in de nieuwbouwwijk Bloemendalerpolder is de voorziening getenderd, hetgeen betekent dat u contact kunt zoeken met de ontwikkelaars. Het is niet wenselijk om een specifieke supermarkt in formele juridische documenten zoals de Omgevingsvisie te benoemen. De gemeente Weesp staat voor een goed voorzieningenaanbod van supermarkten voor haar inwoners. De gemeente spreekt daarbij geen voorkeur uit voor een specifieke formule, ook niet in het discountsegment.

8.4 Wijzigingen In de Omgevingsvisie zullen, conform de reactie op de zienswijzen ingediend onder dit thema, de volgende wijzigingen worden aangebracht: Paragraaf 4.2.1: De volgende alinea zal worden verwijderd: “De schatting is dat er door intensiever gebruik nog ruimte is voor 20 hectare extra bedrijfsfuncties. De grootste inbreidingsmogelijkheden liggen op het van Houten industriepark. Abbott heeft daar veel grond in eigendom die niet wordt gebruikt, maar wordt aangehouden vanuit strategisch oogpunt (ca 11 ha). Op bedrijventerrein Noord is vooral ongebruikte ruimte te vinden in het Domijn (ca 3,6 ha).” 27

Ook de volgende passage in dezelfde paragraaf zal worden verwijderd: “De bedrijventerreinen Noord en Nijverheidslaan zijn wel plekken die deels grenzen aan water en open landschap. Hier ligt een kans om de bedrijventerreinen mogelijk ook aantrekkelijker te maken voor Weespers die hier normaal nauwelijks zouden komen.” Ook de volgende passage in dezelfde paragraaf zal worden verwijderd: “Op de langere en meer onzekere termijn wordt de potentie gezien van de ontwikkeling van het noordelijk deel van bedrijventerrein Noord (nu het Domijn). Dit is voor een groot deel afhankelijk van de keuze voor intensivering van ov langs de huidige spoorlijn en/of het ondergronds maken van de spoorlijn.” Op de kaartbeelden zullen de (drie) lopende transformatieprojecten met de huidige plangrenzen worden weergegeven.

28

9 Mobiliteit/verkeer

Deze beantwoording heeft betrekking op de zienswijzen:  186686  186832  186833  186834  186896  186950:  186975  186981  186982  186983  186986  186988  186997  186801  186902

9.1 Samenvatting zienswijzen 

Zienswijze 18668: Knelpunten route zwaar verkeer via Rijnkade en Hogeweyselaan met het oog op verkeersveiligheid (scholieren en woon-werkverkeer). Voorstel om de gemeentewerf te verplaatsen zodat ter plaatse van de huidige gemeentewerf meer ruimte ontstaat om de Rijnkade met minder scherpe bochten en met fietspaden aan te sluiten op de Flevolaan en de Amstellandlaan.  Zienswijze 186832 en 186834: Bezwaar tegen route zwaar verkeer via Hogeweyselaan. Verzoek om een andere route te kiezen die de Hogeweyselaan volledig ontziet en vanaf het spoor afbuigt over bedrijventerrein Noord (Bloemendalerweg, Flevolaan, Rijnkade).  Zienswijze 186833: o Doorgaand verkeer in de binnenstad verminderen door rondweg aan westzijde industrieterrein te versterken; o Fietsen stimuleren door snellere verbindingen via het centrum te bieden; o Parkeerdruk in centrum verminderen; o Verzoek om snelfietsverbindingen aan te wijzen; o Verzoek om autoverkeer en langzaam verkeer meer te scheiden.  Zienswijze 186896: o Meer aandacht voor fietsparkeren; o Meer belemmerende maatregelen, juiste plaatsing van verkeersborden, gebodsborden, voldoende toezicht, voetganger- en fietsveiligheid.  Zienswijze 186950: Verzoek tot een betere dekking van het OV - tussen de wijken onderling en met het NS-station - heeft o.i. een hoge prioriteit.

 Zienswijze 186975: Verzoek tot betere toegankelijkheid van groenzones in breedland langs de snelweg en rond de Vecht met weilanden, onder andere door toevoeging wandelpaden. 29

Zienswijzen 186981, 186982, 186986 en 186997: Zorg over de impact van een mogelijk nieuw metrostation – er is veel ruimte voor interpretatie. Niet verwerkt op kaart? Onduidelijkheid over zoekgebied P+R-locatie. Vragen over inpassing en meer duidelijkheid over locatie metrostation. Vraag of halteafstand van 450m tussen twee stations reëel is. Zienswijze 186983: o Verzoek tot extra onderdoorgang tussen Weespersluis en Oud Weesp; o Verzoek tot uitbreiding geluidschermen tot aan spoorbrug, aan de kant van Weespersluis; o Zorgen over verkeersveiligheid rond de Bloemendalerpoldersingel en Landscronerlaan. Zienswijze 186988: o Aandacht voor voldoende capaciteit voor fietsparkeren bij het station op termijn kan worden gewaarborgd, alsmede P+R capaciteit. o Vanuit OV SAAL voor 2030 volstaat een 6- in plaats van 8-sporig station. Bediening van de Vechtspoorbrug ten behoeve van de (plezier-) scheepvaart behoort op basis van nog te maken afspraken met betrekking tot het regime tot de mogelijkheden. o In het Landelijk OV-Toekomstbeeld (LOVT) zijn voor 2040 geen frequentieverhogingen voorzien in verband met het bereiken van de maximale capaciteit op zowel de Flevolijn als de Gooilijn. o Vanuit het Rijk-regioprogramma ‘Samen Bouwen aan Bereikbaarheid’ (SBaB) MIRT ‘Amsterdam Bay Area’ (ABA) bestaat bij capaciteitsverruiming van de Flevolijn twee mogelijkheden: 1.

In de vorm van aanleg van boortunnels onder de Vecht en onder station Weesp, specifiek voor te Weesp doorrijdende IC-treinen in/uit de richting van zowel de Flevolijn als de Gooilijn. Het huidige bovengrondse tracé via station Weesp en de Vechtspoorbrug wordt in die situatie dan alleen door te Weesp halterende treinen gebruikt. 2. In de vorm van een parallel aan rijksweg A1 (tussen Gaasperdam en de Zandhazenbrug) te realiseren zogenaamde bypass-spoorlijn, specifiek bedoeld voor IC-treinen van/naar de Flevolijn. Het huidige spoortracé via station Weesp en de Vechtspoorbrug wordt in die situatie dan alleen door te Weesp stoppende treinen van/naar Almere en door alle treinen via de Gooilijn gebruikt. Aan weerszijden van beide nieuwe tracés moet nog ruimte worden gevonden om op de bestaande bovengrondse sporen aan te kunnen sluiten. o

Verruiming van de (vervoer-)capaciteit van de Flevolijn is ook voorstelbaar door in een eventueel vervolg op het OV-SAAL besluit niet de helft maar alle IC-treinen tussen Almere Centrum en Amsterdam Zuid te versnellen, waarbij ter compensatie van het doorrijden van alle IC-treinen te Weesp de Amsterdamse metro langs het spoor tot station Weesp wordt verlengd. Bijvoorbeeld in de vorm van verlenging van de metro-Ringlijn in/uit de richting Amsterdam Zuid en Duivendrecht vanaf (een nieuw) metrostation Gaasperplas langs rijksweg A9 en over het Amsterdam Rijnkanaal langs het spoor richting station Weesp. Met het voordeel voor Weesp van de veel hogere metro- dan treinfrequenties tussen station Weesp en de knooppunt-stations Duivendrecht en Amsterdam Zuid, en de mogelijkheid om de metrolijn langs het spoor in Weesp eventueel met twee nieuwe metrostations uit te rusten. Verlenging van de metro naar Weesp blijft ruimtelijk-fysiek mogelijk indien in de gemeente Weesp parallel aan het 30

spoor ruimte voor die verlenging wordt vrijgehouden, hetzij aan de zuidwestzijde hetzij aan de noordoostzijde van het spoor, waarbij een combinatie van beide ook denkbaar is. 

Zienswijze 186997: o Verzoek tot het aanleggen van een smal voetpad, direct langs de Vechtoever, aan de kant van de Korte Muiderweg van Weesp naar Muiden. Het beschermde landschapspark is nu niet toegankelijk voor een wandelaar uit Weesp. Langs de lange Muiderweg kan men wel fietsen, maar rustig/veilig wandelen niet, zoals in wezen bij alle Vechtoevers. Vanaf de Lange Muiderweg is er weinig tot geen zicht op de Vecht. o Raming van OV (lange afstand - korte afstand door de Randstad) en het aanwijzen van de knooppuntplekken in ‘stadsdeel Weesp’. o De randstadbebouwing wordt ooit een streng richting Hilversum en Amersfoort. In de toekomst zullen er doorgaande sneltracés noodzakelijk zijn (sneltreinverkeer met weinig stops) en intensief doorgaand korte afstands-railverkeer. Het is de vraag of die kunnen samenlopen, of daar genoeg ruimte voor is op de bestaande tracés. Bij Weesp gaat dat op de huidige spoordijk en spoorbruggen en met de huidige verkeersintensiviteit van treinen knelpunten opleveren. Advies daarbij om vaste knooppunten aan te wijzen voor overstap naar andere verbindingen. Zorg ervoor dat het stadsdeel Weesp-station een van deze knooppunten blijft binnen de regio. o Verzoek tot het realiseren van een nieuwe snelrailverbinding aan de noordkant bij de A1.

Zienswijze 187000: o Advies om in de te ontwikkelen visie op de stationsomgeving geen aandacht te besteden aan ondergronds spoor. o Binnen fietsfamilie in de verdere toekomst rekening houden met sterk verschillende vervoermotieven en vervoermotieven. o Advies om snelfietsroute richting Utrecht langs westzijde ARK, meer voorzieningen voor wandelaars en meer voorzieningen voor recreatieve langzaamfietsers op te nemen. Verzoek tot aanpassingen infrastructuur in verband met de veiligheid. o Advies om voor recreatief fietsgebruik ‘rondje Weesp’ het fietspad aan oostkant van ARK op te nemen – De omgevingsvisie schetst nu één lijn van noord naar zuid en laat in het midden of die links of rechts van het kanaal loopt. o Voorstel om voorzieningen te treffen langs de Kanaaldijk om wandelroute van fietsroutes te scheiden. Zienswijze 186801:Verzoek om naast fietspaden meer aandacht te schenken aan voetpaden in het buitengebied, in verband met onveilige situaties door verschillende gebruikersgroepen (wandelaars, wielrenners en elektrische fiets) van de fietspaden. Zienswijze 186902: Verzoek om aan te geven hoe de nieuwe de ringweg rond Weesp precies aansluit op de Hogeweyselaan, met het oog op de fietsroute-knooppunten aldaar en de indrukwekkende biotoop op het terrein van Het Domijn.

9.2 Reactie zienswijzen

31

Verkeersveiligheid Rijnkade Wij zijn voorstander van het verhogen van de verkeersveiligheid, waar noodzakelijk en mogelijk. Met het oog op de logistieke route voor zwaar verkeer via de Rijnkade en de Hogeweyselaan en huidige verkeerssituatie rond de aansluiting tussen de Rijnkade en de Flevolaan/Amstellandlaan zien wij het belang van de verkeersveiligheid voor alle weggebruikers. In het uitvoeringsprogramma van het mobiliteitsplan wordt aangezet tot een vervolgonderzoek naar de optimalisatie en veiligheids-verhogende maatregelen/inrichting voor deze locatie. Logistieke route zwaar verkeer Hogeweyselaan De logistieke route voor zwaar verkeer wordt in de omgevingsvisie en het mobiliteitsplan voor een deel omgelegd via bedrijventerrein Noord en voor het andere deel volgt deze de Hogeweyselaan. De huidige logistieke route volgt op dit moment in zijn geheel de Hogeweyselaan dus in die zin is het voor een deel ontzien van de Hogeweyselaan (de zuidelijke kant) voor zwaar vrachtverkeer al een aanzienlijke verbetering. In samenwerking met het team achter het mobiliteitsplan bekijken we of en in hoeverre een alternatieve route volledig door bedrijventerrein Noord, zoals in een van de zienswijzen is voorgesteld, mogelijk is.

Doorgaand verkeer binnenstad We erkennen dat doorgaand verkeer door de binnenstad veel overlast veroorzaakt met betrekking tot uitstoot, veiligheid en geluidsemissies. De auto is in toenemende mate een ongenode gast in de binnenstad. Weesp zet daarom in op een autoluwe binnenstad, met aandacht voor zowel het beperken van autoparkeren als voor doorgaand verkeer. De nieuwe rondweg biedt mogelijkheden om de binnenstad meer te ontlasten van doorgaand autoverkeer. Doorgaand autoverkeer tussen de N236 en de A1 zal meer gebruik gaan maken van de route Rijnkade – Flevolaan – Amstellandlaan – Hogeweyselaan en de nieuwe ringweg rond Weespersluis. Snelfietsroutes en snelle fietsverbindingen richting binnenstad De omgevingsvisie bevat een uitgebreid netwerk van (nieuwe) fietsverbindingen. Betere aansluitingen tussen binnenstad en omringende wijken en tussen Weesp en de regio is een van de speerpunten van het fietsbeleid. Om de interne bereikbaarheid te verbeteren besteed de omgevingsvisie aandacht aan het beslechten van een aantal barrières als de spoorzone (tussen Weespersluis en Oud Weesp), Smal Weesp en het Amsterdam Rijnkanaal door een aantal locaties aan te wijzen voor potentiële fietstunnels en –bruggen. In de omgevingsvisie maken we onderscheid tussen recreatieve routes en snelle fietsverbindingen voor woon-werkverkeer.

Het mobiliteitsplan bevat een gedetailleerder beeld met ‘doorfietsroutes’ en ander type fietsverbindingen. Het advies om onderscheid te maken tussen de snelle fietsroute aan de westzijde van het Amsterdam-Rijnkanaal en recreatieve fietsroute aan de oostzijde van het Amsterdam-Rijnkanaal (als onderdeel van ‘rondje Weesp’) en deze routes beter uit te rusten, vinden we een goede toevoeging. In de netwerkkaart fiets is dit onderscheid al gemaakt en dus terug te zien. Het betreft dus vooral een ambitie waarover de gemeente met betrokken partijen in gesprek kan gaan. We nemen het advies mee in tekst en kaartbeeld en brengen dit in bij het mobiliteitsplan. Fietsparkeren en aanvullende fietsmaatregelen We onderschrijven het belang van fietsparkeren. Op een juiste en gemakkelijke manier de fiets kunnen parkeren is enerzijds een stimulans om de fiets te gebruiken en gaat anderzijds de verrommeling van de openbare ruimte tegen. In de omgevingsvisie veel aandacht besteden aan de fiets We besteden kort aandacht aan fietsparkeren in de binnenstad maar zullen daar op basis van de zienswijzen meer de nadruk op leggen. We nemen fietsparkeren daarom op als aandachtspunt, 32

met de boodschap dat we fietsparkeren willen faciliteren door bijvoorbeeld voldoende stallingsruimte aan te bieden. Verdere invulling hiervan volgt in het mobiliteitsplan. Ook voor aanvullende fietsmaatregelen om voetganger- en fietsveiligheid te verbeteren, zoals in een van de zienswijzen voorgesteld, wordt verder uitgewerkt in het mobiliteitsplan. We zien ook dat er binnen de mobiliteit steeds meer verschillende vervoersmiddelen gebruikt worden, met verschillende type gebruikers en vervoermotieven – ook binnen het domein van de fiets: toenemende verschillen tussen snelheden en afmetingen van vervoermiddelen op de fietspaden kunnen ten koste gaan van de verkeersveiligheid. Daarom is er aandacht nodig voor aanvullende maatregelen en nieuwe inrichtingen van de infrastructuur, conform de laatste normen en richtlijnen. Het mobiliteitsplan gaat hier verder op in. Ontvlechten van autoverkeer en langzaam verkeer Scheiden van verkeersstromen zoals auto en fietser is niet altijd nodig of de beste optie. Bijvoorbeeld in de stadsstraten, waar we verschillende verkeersstromen in het straatbeeld juist toejuichen om de straten levendig te houden. De manier waarop we omgaan met de scheiding van verkeersstromen is daarmee situatie-afhankelijk.

We verwijzen daarom naar nader onderzoek waarin meer op gebiedsniveau wordt gekeken naar passende oplossingen voor het verhogen van de verkeersveiligheid. Spoorse infrastructuur De achtergrondinformatie over het spoor uit zienswijze 186988 schetst een waardevol beeld van mogelijke toekomstige ontwikkelingen de spoorse infrastructuur. Wij nemen deze informatie graag op in de omgevingsvisie, als aanvulling op hetgeen er al stond vermeld ontwikkeling van de spoorse infrastructuur. Het ondergronds brengen van het spoor ter plaatse van de Vecht en Weesp is een langgekoesterde wens van Weesp. Plannen voor ondertunneling mogen binnen het regionaalnationale programma OV-SAAL onlangs in de ijskast zijn gezet, binnen diverse regionale studies wordt de ondertunneling nog steeds als alternatief meegenomen. Het schrappen van de reserveringen voor ondertunneling kan op korte termijn veel opleveren (meer ruimte voor dichter bouwen op het spoor), maar de winst van ondertunneling is in ruimtelijke zin groot (wegnemen barrière Weeps-Noord en oud Weesp). Het schrappen van de reserveringen kan als spijtige keuze worden gezien wanneer op regionale schaal wordt gekozen voor een intensiever gebruikt spoorsysteem met kansen voor Weesp op het gebied van ruimtelijke ontwikkeling op de lange termijn.

Uitbreiding geluidschermen tot aan spoorbrug We onderschrijven dat geluidhinder rond het spoor zoveel mogelijk moet worden beperkt. De aanbreng van geluidschermen is een grootschalig project dat afhankelijk is en onderdeel uit van een programma met Rijk en regio. Er zijn meerdere partijen en belanghebbenden. Voor de verdere invulling en inpassing van de geluidsschermen in de spoorzone verwijzen we naar het programma en de visie voor het stationsgebied. Impact nieuw station We benadrukken dat een nieuw trein- of metrostation een mogelijke optie is voor de lange termijn (na 2040). Daarom is deze locatie ook opgenomen in de kaart met het lange termijnbeeld +2040. De mogelijkheid voor een nieuw station is bezien van een aantal regionale lange termijnambities en verkenningen, zoals het doortrekken van de metro vanuit Amsterdam of andere treinbedieningen op de spoorcorridors tussen Amsterdam, Almere en Hilversum. Weesp kan hiervan profiteren omdat een andere treinbediening (bijvoorbeeld hogere frequentie, combinatie 33

sprinter-intercity), mogelijkheden biedt voor een extra station tussen bedrijventerrein Noord en Weespersluis. Daarmee is de noord-westzijde van Weesp beter ontsloten per openbaar vervoer en direct aangesloten op het regionale spoor. Een nieuwe station kan een impuls geven aan dit gebied en biedt ook mogelijkheden voor een nieuwe P+R locatie. De ruimte van de huidige P+R, dichter op de binnenstad, kan worden gebruikt voor gebiedsontwikkeling. De lange termijnambities voor een nieuw station en P+R zijn vergezichten, afhankelijk van regionale ontwikkelingen, waar vooralsnog geen ruimteclaims aanhangen. Nader verdiepend onderzoek moet uitwijzen of, wanneer, op welke locatie en met welke inpassing een nieuw station en P+R te realiseren zijn. Fijnmazig ov In de omgevingsvisie beschrijven we dat een fijnmazig ov-netwerk binnen Weesp ontbreekt en stellen daarom onder andere voor om nieuwe busverbindingen te realiseren (over de nieuwe rondweg en de Hogweyselaan) met nieuwe haltes om meerdere wijken beter te ontsluiten per ov. Dit is in lijn met de zienswijze met verzoek tot een betere dekking van het OV. Voetpaden in buitengebied en toegankelijkheid groenzones We onderschrijven het belang van veiligheid voor voetgangers in het buitengebied en dat het daar op mooie dagen erg druk kan zijn.

In het mobiliteitsplan wordt voorgesteld om veel wegen in het buitengebied een andere uitstraling te geven met de nadruk op de fietser. Door meer ruimte te creëren voor de fietser, ontstaat er ook een veiligere omgeving voor de wandelaars. Voor verdere invulling van voetpaden in het buitengebied verwijzen we naar het mobiliteitsplan. We zijn voorstander van een betere toegankelijkheid van de landschapsparken en groenzones in ’t Breedland langs de Vecht en rond de Vecht. De grond is echter geen eigendom van de gemeente. De gemeente wil op termijn in gesprek met de eigenaren om te kijken naar de mogelijkheden voor betere toegankelijkheid. Verkeersveiligheid Bloemendalerpoldersingel en Landscronerlaan Voor de verkeersveiligheid van de Bloemendalerpoldersingel en de Landscronerlaan verwijzen we naar het mobiliteitsplan. De snelheid binnen het bebouwde kom gedeelte van de Landscronerlaan gaat omlaag van 50 km/u naar 30 km/u, wat kan bijdragen aan een hogere verkeersveiligheid. Aansluiting ringweg Weespersluis op Hogeweyselaan De ringweg rond Weespersluis (Waterlinie) wordt in 2022 gerealiseerd. Er is geen verbinding met het industriegebied anders dan de spooronderdoorgang bij de Hogeweyselaan. Op dit moment is er nog geen sprake van een andere aansluiting of van andere ingrepen in dit gebied.

9.3 Wijzigingen Deze zienswijzen hebben geleid tot de volgende wijzigingen in de omgevingsvisie: 4.2.2: We nemen het advies met betrekking tot snelle fietsroutes mee in tekst en kaartbeeld en brengen dit in bij het mobiliteitsplan. 4.2.2: Toevoeging met betrekking tot fietsparkeren in de binnenstad.

34

10 Recreatie/toerisme

10.1 Zienswijzen Deze beantwoording heeft betrekking op de zienswijzen:  186878  186716  186830  186897  186801  186804

10.2 Samenvatting zienswijzen Er zijn zes zienswijzen over recreatie en toerisme. Deze hangen nauw samen met andere onderwerpen, namelijk erfgoed (paragraaf 13) en het buitengebied / agrarisch gebruik (paragraaf 14). Twee zienswijzen vragen om meer ruimte voor toerisme en/of een vergunning voor uitbreiding van bestaande faciliteiten. Eén indiener is een exploitant van een pand aan de Herengracht, en wil graag horeca toevoegen. Dat lukt echter niet, vanwege terras van een ander voor de deur. De andere indiener wil graag meer aandacht voor een “…alomvattend, toekomstgericht concept. Het gaat over hospitality en wonen en werken in de natuur” Het kan worden ontwikkeld worden op o.a. huidige (verarmde) agrarische gronden, landgoederen of boerderijen. Vier zienswijzen willen juist dat het toerisme aan banden wordt gelegd. Ze stellen dat de oevers van De Vecht in toenemende mate commercieel worden geëxploiteerd. Ter hoogte van de Schalkse worden sinds kort fluistersloepen en sups verhuurd. Aan de centrumzijde van de Hoogstraat liggen kano’s van floating lodges klaar om verhuurd te worden; ook in De kom worden kano’s verhuurd. Dat gaat ten koste van het openbaar groen, het beschermd stadsgezicht, en het woon- en leefklimaat van de bewoners. De buurt verrommelt. Bovendien is het in strijd met het bestemmingsplan. Ook stellen zij dat de toeristische borden het straatbeeld verrommelen.

Het partyschip “Moby Queen” is buitenproportioneel groot De omgevingsvisie rept niet van bovenstaande punten, dat is een belangrijke omissie. De gemeente wordt verzocht meer te handhaven, in het bijzonder bij de Hoogstraat en Ossenmarkt. De Omgevingsvisie mikt op de hoogwaardige toerist, met kleinschalig toerisme voor de natuur- en cultuurliefhebber, met fiets-, vaar- en wandelroutes. Het betekent een “nee, tenzij…” houding, en sluit aan bij het Amsterdams beleid. Echter: aan de Dammerweg is het aantal overnachtingen enorm uitgebreid. In bedden uitgedrukt: er zijn 48 B&B overnachtingen gerealiseerd, en 22 staan in de planning. Bovendien zijn er twee camperplaatsen. De vakantiehuisjes geven minder overlast dan de campers. Hier zou het “nee, tenzij…” beleid moeten worden toegepast.

35

Multifunctioneel agrarisch gebruik gaat over het combineren van verschillende functie van het landschap. Dit moet niet ingevuld worden met overnachtingslocaties; de wildgroei aan overnachtingen moet worden ingeperkt. Overnachtingslocaties moeten geen onderdeel zijn van de agrarische bedrijfsvoering.

10.3 Reactie zienswijzen De omgevingsvisie behandelt de meeste van de hierboven genoemde onderwerpen, maar op een minder concreet niveau. Het toerisme neemt toe, met de daarbij behorende voor- en nadelen. Het is evident dat een te snelle groei, ten koste gaat van de beleving van het culturele erfgoed en het buitengebied . Weesp wil zich richten e op de hoogwaardige toerist en de natuur- en cultuurliefhebber. De omgevingsvisie is echter niet bedoeld om vergunningen in individuele gevallen te geven of te weigeren. Handhaving is essentieel voor een leefbaar Weesp, maar is ook geen onderdeel van de omgevingsvisie.

10.4 Wijzigingen Deze zienswijzen leiden niet tot aanpassing van de Ontwerp Omgevingsvisie.

36

11 Duurzaamheid/klimaatneutraal

11.1 Zienswijzen Deze beantwoording heeft betrekking op de zienswijzen:  186950  187038  186686  186804

11.2 Samenvatting zienswijzen Te weinig ambitie Twee zienswijzen stellen dat de Omgevingsvisie te weinig ambitie kent. Eén van de twee zienswijze stelt dat klimaatneutraliteit en –adaptatie de belangrijkste kernwaarden zouden moeten zijn, en dus bovengeschikt aan andere waarden. De ander vindt dat de doelstellingen klimaatneutraal te vrijblijvend zijn geformuleerd. De doelstellingen zouden moeten zijn: 50% lokaal opwekken en dat “…50% lokaal eigendom altijd collectief eigendom is” De zoekgebieden wind zijn geschrapt. Hierdoor komt er nog meer nadruk te liggen op zoekgebieden zon. Dat is echter niet goed uitgewerkt. Het voorbeeld ‘zon boven parkeerplaatsen’ is niet goed, want er zijn te weinig parkeervelden. Er zou daarom een plan moeten worden ontwikkeld ‘zon op grote daken’. Energiebesparing zou onderdeel moeten zijn van de omgevingsvisie. De mogelijk rol van energiecorporaties ontbreekt in de omgevingsvisie. Burgers moeten beter betrokken worden. Geen afstemming met Amsterdam Eén zienswijze stelt dat “…. het zoekgebied Wind en Zon niet in lijn is met de laatste ontwikkelingen vanuit de gemeente Amsterdam. Dit zoekgebied van wind [op Amsterdams grondgebied – redactie OV-Weesp] komt in de huidige 'nieuwe' plannen dichtbij onze woningen met grote kans op geluidsoverlast”.

Ik verwijs hierbij naar de ervaringen in andere gemeentes en verzoek de afstand te maximaliseren zodat de norm van 40 dB gehandhaafd blijft ipv de aangepaste norm” Thermische energie uit oppervlaktewater Een indiener stelt dat de energietransitie noodzakelijk is, en er zijn goede voorstellen gedaan. Er kan nog iets toegevoegd worden: in het buitengebied kan naast thermische energie uit oppervlaktewater ook thermische winning uit aardwarmte toegevoegd worden voor de energietransitie. Immers: boerderijen en relatief veel vrijstaande huizen lenen zich aanleg van aardwarmte winning”

37

11.3 Reactie zienswijzen Proces: RES tov Omgevingsvisie. De Omgevingsvisie en de RES zijn twee parallelle besluitvormingstrajecten, die elkaar wederzijds beïnvloeden. De Omgevingsvisie is meer op hoofdlijnen, in het RES traject worden de diepere inhoudelijke discussies gevoerd en worden er onderzoeken gedaan. De in de RES 1.0 gemaakte afspraken worden opgenomen in de Omgevingsvisie. De OVW is ‘zelfbindend’, dat wil zeggen dat het gremium dat hem vaststelt (in dit geval de gemeenteraad van Weesp) zichzelf gebonden acht aan de genoemde ambities en keuzes. Pas na opname van deze plannen en keuzes in het Omgevingsplan kunnen burgers er rechten aan ontlenen. Te weinig ambitie Het college onderschrijft het grote belang van klimaatneutraliteit en -adaptatie. Klimaatneutraliteit en –adaptatie kunnen echter niet bovengeschikt worden gesteld aan andere waarden. Er bestaat geen hiërarchische relatie tussen de 14 kernwaarden en wel om twee redenen. Ten eerste een inhoudelijke: de Omgevingsvisie is juist bedoeld als integraal kader, waarmee recht kan worden gedaan aan alle belangen. De 14 kernwaarden moeten juist tegen elkaar kunnen worden afgewogen om tot een goede ruimtelijke ordening te kunnen komen.

Ten tweede een procedurele: de raad, het hoogste orgaan van de gemeente, heeft al bij aanvang de 14 kernwaarden, waaronder een energieneutraal Weesp in 2030, als gelijkwaardig aan de andere waarden vastgesteld. Windenergie is essentieel voor het halen van de doelstellingen. De raad heeft twee zoekgebieden voor wind geschrapt, waarop het college de doelstellingen heeft aangepast. Het college onderschrijft de richting van klimaatneutraliteit, maar noemt hierbij geen jaartal.. Het college trekt evenals de indieners de conclusie dat er nu meer nadruk op de zoekgebieden voor zon komt te liggen. In het vervolgproces van de RES zal dit verder worden uitgewerkt, evenals de ideeën voor een plan “zon op daken” en “de rol van energiecorporaties”. Energiebesparing is een belangrijk onderdeel van de energietransitie, en staat ook als zodanig in de omgevingsvisie vermeld. Participatie en inspraak hierbij zijn belangrijkrijk. De ruimtelijke consequenties zijn echter beperkt, en ook dit zal verder in de RES vormgegeven moeten worden. Het college onderschrijft de doelstelling om 50% van de duurzame opwek in lokaal, collectief eigendom te hebben.

Geen afstemming met Amsterdam De Omgevingsvisie van Weesp en Amsterdam zijn onafhankelijk van elkaar opgesteld. Er is structureel ambtelijk overleg, maar uiteindelijk beslist het bestuur van Amsterdam onafhankelijk over haar eigen omgevingsvisie, net als het bestuur van Weesp. Tijdens de inspraak over de zoekgebieden is veel nieuwe informatie naar boven gekomen, op basis waarvan de gemeente Amsterdam de zoekgebieden wind heeft aangepast. De omgevingsvisie van Weesp staat hierbuiten. Wel zal het college van Weesp – en de rechtsopvolger hiervan – de bezwaren van de Weesper bevolking tegen windgebieden blijven aankaarten. Intern bij de gemeente Amsterdam en extern bij de buurgemeenten en de Provincie, 38

Thermische energie uit oppervlaktewater Paragraaf 4.3.1 (pag 87) bevat een passage over warmte en thermische energie. Er kan een passage over aardwarmte worden toegevoegd.

11.4 Wijzigingen Te weinig ambitie: Er wordt een tekst opgenomen over de 50% lokaal eigendom.

Geen afstemming met Amsterdam: geen tekstwijzigingen Thermische energie uit oppervlaktewater Paragraaf 4.3.1. er zal een korte passage over aardwarmte worden toegevoegd: “...Geothermie (aardwarmte) maakt gebruik van warmte uit de diepe grond. Deze bron is in beeld als mogelijke warmteoplossing voor Weesp. Op regionaal niveau wordt nu onderzoek gedaan naar de potentie van aardwarmte als (bovengemeentelijke) warmtebron.

39

12 Water

12.1 Zienswijzen Deze beantwoording heeft betrekking op de zienswijzen:  186833  186911  186950

12.2 Samenvatting zienswijzen Waterrecreatie Twee zienswijzen hebben betrekking op waterrecreatie in Weesp. In de ene zienswijze wordt erop gewezen dat de waterrecreatie zeer actief is op en rond de Vecht. In de omgevingsvisie worden uitspraken over het bevorderen van afmeer-, dagverblijfs- of zwemlocaties gemist. Ook wordt gewezen op de wildgroei aan kleine zwemplekjes zoals het koeienstrandje. Er wordt gepleit voor een spreiding langs de Vecht. In de andere zienswijze vraagt men zich af of het, gezien de toenemende gebruiksdruk door recreatie en watersport in combinatie met een verslechterende waterkwaliteit, het wel verstandig is om de waterrecreatie op de Vecht (en het Smal Weesp) te intensiveren. In de zienswijze van het Waterschap Amstel, Gooi- en Vecht wordt ook aandacht gevraagd voor een officiële zwemplek (bv bij de stadsrand van de Bloemendalerpolder). Zij geven aan dat zwemmen in de Vecht in gedrang komt met de beroepsvaart. Ze maken zich zorgen over zwemmen bij de ophaalbrug over het Smal Weesp. Het waterschap heeft ook de volgende opmerkingen met betrekking tot water: 

Het waterschap vraagt om meer aandacht voor het belang van water in het bereiken van een aantrekkelijke, gezonde en veilige leefomgeving. Zij benoemen daarbij specifiek de volgende zaken: o ‘De Vecht als historische levensader waarlangs Weesp zich heeft ontwikkeld. Ook nu nog vormt de Vecht een belangrijke rol in het regionale watersysteem, waarop we ook de Weesper polders droogmalen en waarmee we in het geval van droogte agrariërs en de omliggende natuur van water kunnen voorzien. o Onze keringen die ervoor zorgen dat Weesp een veilige plek is om te wonen en werken op twee meter onder zeeniveau. o De transitie van de Bloemendalerpolder van een agrarisch veenweidegebied tot een robuuste en toekomstbestendige woonwerk met groen-blauwe structuren om meer water in vast te kunnen houden en daarom volop ruimte om te varen en te recreëren. o De klimaatbestendige en circulaire rioolwaterzuiveringsinstallatie die recentelijk geopend is. Hiermee zuiveren wij het afvalwater van Weesp om zo het oppervlaktewater schoon en gezond te houden.’

40

Het (afwegingskader uit het) gemeentelijk Rioleringsplan 2020-2025 wordt niet genoemd en de bijpassende maatregelen om piekafvoer te voorkomen door het vasthouden van water op (private) percelen. Het waterschap geeft aan graag de knelpunten uit de lokale klimaatstresstest in het kader van de risicodialogen klimaatadaptatie te hebben willen bespreken met Weesp. Ze geven aan dat het knelpunt van Leeuwenveld al opgelost wordt door de maatregelen uit het Watergebiedsplan Noordelijke Vechtstreek dat binnenkort zal worden vastgesteld. Wateroverlastknelpunten die nog gezamenlijk verkend moeten worden zijn onder andere rondom de Gooilandseweg in de Aetsveldse polder en de Achtergracht. Van de Achtergracht geeft het Waterschap aan dat het opengraven hiervan, zoals in de omgevingsvisie staat, een mogelijke oplossing is voor die wateroverlastknelpunt. In paragraaf 4.2.3.: voeg een ‘rondje Diemerscheg’ toe als toeristische vaarroute.

12.3 Reactie zienswijzen Rioleringsplan en afwegingskader Het Gemeentelijk Rioleringsplan zal worden genoemd in de visie, alsmede het afwegingskader en de maatregelen met betrekking tot voorkoming piekafvoer. Rol water in bereiken aantrekkelijke, gezonde en veilige leefomgeving We onderschrijven het belang van de rol van water in het bereiken van een aantrekkelijke, gezonde en veilige leefomgeving. De genoemde specifieke punten zijn goede aanvullingen. Hoewel deze al deels in de omgevingsvisie stonden, zullen deze specifiek nog worden toegevoegd aan de paragraaf over water. Knelpunten klimaatstresstest Weesp heeft niet deelgenomen aan de risicodialogen. De genoemde lokale knelpunten en de noodzaak om hiervoor in gezamenlijkheid een oplossing te vinden, zullen worden overgenomen in de omgevingsvisie. Rondje Diemerscheg als toeristische vaarroute Dit is een interessant idee. Deze mogelijkheid wordt toegevoegd aan de tekst van de omgevingsvisie. Waterrecreatie Water neemt een belangrijke plek in, in Weesp en de Weesper binnenstad. Het biedt sfeer, beleving en verbinding. Met name gedurende het vaarseizoen (april tot oktober) is er sprake van waterrecreatie. Weesp kent al verschillende recreatieve functies op of aan het water zoals de jachthavens, riviercruises en diverse aanlegplaatsen voor de recreatievaart.

In het ‘Toeristisch Actieplan 2019-2022’ wordt genoemd dat Weesp op het gebied van waterrecreatie een gunstige ligging heeft. Deze goede bereikbaarheid biedt kansen voor het verder ontwikkelen van de mogelijkheden voor waterrecreatie. Het water moet toegankelijk blijven voor zowel toeristen als inwoners van Weesp. Onderzocht zal worden hoe ruimte geboden kan worden aan commerciële activiteiten zoals verhuur van sloepen of het organiseren van een rondvaart zonder dat dit afbreuk doet aan het karakter van Weesp. Daarnaast worden de mogelijkheden voor aanlegplaatsen voor inwoners en de recreatievaart onderzocht. Dit soort voorzieningen zijn een aanwinst voor de stad en stimuleert het aantrekken van waterrecreanten. 41

De potentiële ontwikkeling van de waterrecreatie mag in ieder geval niet leiden tot een onevenredige overlast voor de inwoners van Weesp

12.4 Wijzigingen Paragraaf 4.2.3:  De in 12.3 geschreven tekst over waterrecreatie wordt toegevoegd.  Rondje Diemerscheg als toeristische vaarroute is toegevoegd. Paragraaf 4.3.2:  Toevoeging over de rol van water in het bereiken van een aantrekkelijke, gezonde en veilige leefomgeving.  Toevoeging tekst over rioleringsplan en afwegingskader.

42

13 Erfgoed

13.1 Zienswijzen Deze beantwoording heeft betrekking op de zienswijzen:  186560  186873  186830  186902  187009

13.2 Samenvatting zienswijzen Er zijn twee zienswijzen ontvangen van exploitanten van twee van de drie molens in Weesp. De drie molens hebben dezelfde belangen. De indiener vraagt om in de omgevingsvisie meer aandacht te schenken aan:  Inbreiding tov de molenbiotoop. Dit onderwerp wordt behandeld bij de zienswijzen over bouwhoogten/verdichting (4.2)  Immaterieel erfgoed: de omgevingsvisie noemt op pagina 95 kort een aantal immateriële zaken als erfgoed, maar noemt het molenaarschap daar niet bij. Deze zou kunnen worden toegevoegd.  Zichtbaar maken molenhistorie. De verdwenen molens op de bastions Draaierschans, Bakkerschans, Rooseboom en Nieuwer Achterkant kan zichtbaar worden gemaakt, bv door het plaatsen van informatieborden. De intentie hiertoe kan in de omgevingsvisie worden opgenomen.  De Vriendschap, d’ Eendragt en ’t Haantje dragen onlosmakelijk al jaren bij aan de historische waarde van Weesp, maar ontbreken bij de opsomming van de historische kroonjuwelen in hoofdstuk 2.1.1. Dat zou moeten worden aangepast.  Ook d’Eendragt en ’t Haantje zijn draaiende molens.

De Historische Kring Weesp heeft een aantal adviezen en wensen geuit in haar zienswijze:  In de binnenstad paal en perk stellen aan het aantal horecagelegenheden en een zeer terughoudend terrassenbeleid te voeren en haalt daarbij voorbeelden aan van binnensteden die vrijwel geheel uit terrassen bestaan waardoor fraaie, oude gevels onzichtbaar worden.  Aandacht voor de vrijwel onbekende Van Houten hal op het Van Houten Industriepark. Deze zou genoemd moeten worden in de paragraaf waar het gaat om interessante elementen die naar het industriële verleden van Weesp verwijzen en die wellicht een gemengde herbestemming zouden moeten krijgen.  Aandacht voor het aan het zicht onttrekken van De Vecht en haar oevers door de komst van steeds meer bouwwerken  De wens om welstandtoetsing in een groter gebied en het herijken van de verouderde monumentenlijst  Toevoegen aan de lijst van immaterieel erfgoed: de weekmarkt en de draaiende molens/het molenaarschap als ambacht. 43

Bij herinrichtingen meer aandacht voor bestrating passend in de historische context van de binnenstad.

In een andere zienswijze worden zorgen geuit over de verrommeling van het straatbeeld door recreatieve en toeristische informatieborden en andere uitingen. Er wordt gevraagd om geen medewerking te verlenen aan dergelijke uitingen in de binnenstad en aan de Vecht. Tot slot wordt gevraagd om een passage over verrommeling op te nemen in de omgevingsvisie.

13.3 Reactie zienswijzen Terrassen De voorbeelden die worden aangehaald van het Damrak en De Meir betreft voornamelijk gebouwde terrassen: een overdekt en/of een door wanden omgeven ruimte, waarin het horecabedrijf wordt voortgezet, is aangebouwd aan een horecavestiging en is gelegen op of aan de openbare weg. Het terrassenbeleid Weesp 2019 maakt onder voorwaarden weliswaar nieuwe terrassen mogelijk, maar gebouwde terrassen vallen hier niet onder. Nieuwe gebouwde terrassen zijn dus niet toegestaan. De geschetste taferelen met betrekking tot gebouwde terrassen zullen zich daardoor ook niet in Weesp kunnen voordoen. In het terrassenbeleid is overigens ook opgenomen dat er altijd sprake moet zijn van een balans tussen leefbaarheid en levendigheid en is ook een maximum aantal nieuwe terrassen benoemd. Ook geldt er in Weesp een terrassenseizoen waardoor de terrassen ongeveer de helft van het jaar staan opgesteld. Dit terrassenbeleid zal nog worden geëvalueerd.

Dit is nog niet gebeurd omdat de situatie moeilijk te evalueren was gezien alle beperkingen rondom Corona in 2020 en 2021 Aandacht voor monumenten en welstandstoetsing De gevraagde aandacht voor toetsing door de welstandscommissie en de aandacht voor monumenten wordt reeds onderschreven in de omgevingsvisie (4.4.1) Herinrichtingen binnenstad Bij herinrichtingen in de binnenstad wordt gebruik gemaakt van de stadscatalogus niveau A+. Dit geldt voor het gebied binnen de grachten. Behoud van de bestaande historische klinkers is daarin geen uitgangspunt. Immaterieel erfgoed Immaterieel erfgoed bestaat uit tradities, rituelen, gebruiken en ambachten die mensen niet verloren willen laten gaan en die ze willen doorgeven aan volgende generaties. Het molenaarschap is een mooie toevoeging aan de opsomming met betrekking tot immaterieel erfgoed. Deze wordt als mogelijk immaterieel erfgoed toegevoegd in de omgevingsvisie. De weekmarkt vinden we op het eerste gezicht niet specifiek passen in de definitie van immaterieel erfgoed en zal daarom ook niet worden toegevoegd als mogelijk immaterieel erfgoed. Rol molens in geschiedenis Weesp De drie molens (de Vriendschap, d’Eendragt en ’t Haantje) worden toegevoegd aan de paragraaf over de geschiedenis van Weesp. 2.1.1. Zichtbaarheid molenhistorie

44

Het zichtbaar maken van de molenhistorie staat in de Visie Schansen 2015-2030. Ook in het beheer- en ontwikkelplan (2017) is dit opgenomen. Hier wordt een zin over toegevoegd in de omgevingsvisie. Bouwwerken aan de Vecht De Vecht is onderdeel van Stelling van Amsterdam, waarbij de openheid ook moet worden beschermd. Ook in de (nu nog) vigerende structuurvisie staat dat Weesp geen verdere privatisering van de oevers wil en dat de bestaande doorkijken naar de Vecht gekoesterd worden. Op individuele gevallen kunnen wij in deze nota van beantwoording niet aangaan. Het kan zijn dat er achterstand is met handhaving en er sprake is van illegale bebouwing. Er zullen ook veel situaties zijn waarin al eerder een vergunning is verkregen op basis van oude bestemmingsplannen. Bij dergelijke vergunningaanvragen die nu binnenkomen ten aanzien van initiatieven langs de (oevers van de) Vecht wordt strak vastgehouden aan het bestemmingsplan. Recreatieve en toeristische informatieborden en verrommeling Recreatieve en toeristische informatieborden mogen, met inachtneming van de regels uit de APV, worden geplaatst. Zo is het verboden om de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als dat gebruik: a.

schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg; of b. niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. Ook is het verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige hinder ontstaat voor de omgeving. Ook mag de bruikbaarheid van de weg niet belemmerd worden door deze uitingen en moeten de uitingen voldoen aan de redelijke eisen van welstand. Waar dit niet het geval is kan (al of niet na een handhavingsverzoek) handhaving plaatsvinden. Belangrijk is dat er sprake is van een balans tussen leefbaarheid en levendigheid. Voor Weesp is het ook van belang om een gastvrije stad te zijn voor recreatieve gebruikers en toeristen. Aanbieders van deze functies moeten daarom ook de gelegenheid krijgen om dit onder de aandacht te brengen. Vanzelfsprekend moet dit nooit tot gevaarlijke situaties blijven. Voor reclame-uitingen aan panden in de binnenstad is toetsing door welstand van toepassing. In Weesp is geen apart reclamebeleid. In de APV is wel opgenomen dat het college in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels kan stellen voor uitstallingen en reclameborden.

Omdat het voorstelbaar is dat duidelijkere regels voor zowel bewoners als ondernemers prettig zijn, wordt onderzocht of nadere regels voor losse reclame-uitingen en informatieborden wenselijk zijn. Daarbij wordt voorzien dat wordt aangesloten bij de regels hieromtrent in Amsterdam. Omdat verrommeling een zeer subjectief begrip is, wordt er voor gekozen dit begrip niet op te nemen in de omgevingsvisie. Van Houten Hal de Van Houten hal maakt onderdeel uit van een cultuurhistorische verkenning van het Van Houtenterrein. Als hier bijzondere, te behouden waarden uitkomen dan wordt die afweging later gemaakt. 45

13.4 Wijzigingen In de Omgevingsvisie zullen, conform de reactie op de zienswijzen ingediend onder dit thema, de volgende wijzigingen worden aangebracht: Paragraaf 4.4.1: Het molenaarschap wordttoegevoegd aan de opsomming over immaterieel erfgoed. Paragraaf 2.1.1: De drie molens (de Vriendschap, d’Eendragt en ’t Haantje) worden toegevoegd in het stuk over de geschiedenis van Weesp. Paragraaf 4.4.1: Het zichtbaar maken van de molenhistorie wordt toegevoegd. Paragraaf 4.1.4: Het onderzoeken van de wenselijkheid van nadere regels voor losse reclameuitingen en informatieborden wordt toegevoegd.

46

14 Buitengebied/agrarisch gebruik

14.1 Zienswijzen Deze beantwoording heeft betrekking op de zienswijzen:  186950  186804  186889  186894  186897  186997  186999  186801

14.2 Samenvatting zienswijzen Agrarisch gebruik Indieners van verschillende zienswijzen willen een goede onderbouwing van te nemen maatregelen rond bijvoorbeeld bodemdaling en waterpeil of stikstofdepositie. Er worden te gemakkelijk verbanden gelegd tussen agrarische activiteiten en deze (op zichzelf inderdaad problematische) ontwikkelingen. Daarnaast wordt aangegeven dat de agrarische sector een belangrijke bron is van (indirecte) werkgelegenheid. Ten slotte zetten deze indieners vragen bij de genoemde cijfers over de gewenste en daadwerkelijke stikstofdepositie in nabij gelegen natuurgebieden. Bescherming buitengebied, meer in het bijzonder de Heijntjesrak- en Broekerpolder Enkele indieners pleiten voor meer bescherming van de Heijntjesrak- en Broekerpolder. Vanwege de biodiversiteit en de ligging naast een natuurgebied (Ankeveense plassen). Zij pleiten o.a. voor het opnemen in de Hoofdgroenstructuur, dan wel het overhevelen van het beheer van het gebied. Een andere indiener pleit voor behoud van de agrarische functie. Bodemdaling Enkele zienswijzen vragen om nuancering van de relatie die gelegd wordt in de Ontwerp OV tussen agrarisch gebruik, peilverlaging, bodemdaling en uitstoot van CO2.

Een andere zienswijze wijst er daarentegen op dat ook in polders waar een deel van het veen is bedekt met door de Vecht gedeponeerde klei, de bodemdaling significant is en ook grote gevolgen heeft voor bebouwing. Bescherming van flora en fauna Een zienswijze geeft aan dat de wettelijke bescherming van de flora en fauna onvoldoende is opgenomen in de Omgevingsvisie. Enkele gebieden die zijn aangewezen om in de toekomst functies of activiteiten te herbergen worden op grond van wetten, regelingen of verordeningen uitgesloten van dit soort gebruik vanwege het belang van die gebieden voor flora en fauna.

47

Concreet project Een indiener (zienswijze nr 186897) stelt een concreet project voor om toeristisch project in het buitengebied te ontwikkelen.

14.3 Reactie zienswijzen Algemeen De Omgevingsvisie schetst als inleiding voor het agrarisch gebied de problematiek van het buitengebied zoals die niet alleen in Weesp, maar op veel plekken in Nederland wordt aangetroffen. Daarbij zijn twee probleemgebieden van belang: ten eerste de samenhangen tussen (laag) waterpeil, oxidatie van het veen, bodemdaling en CO2 uitstoot. En ten tweede de depositie van stikstof, vooral in nabijgelegen natuurgebieden. Het is geenszins de bedoeling geweest de agrarische sector hiervoor als enige verantwoordelijk te houden. Ook niet om de oplossingen uitsluitend in een aanpassing van de agrarische productiemethoden te zoeken. Wel denken wij dat de agrarische sector een belangrijk onderdeel is van zowel oorzaak als oplossing en daarom geeft de OV aan dat overleg en samenwerking met de agrarische sector van belang zijn om stappen te kunnen zetten in het proces van duurzaam landschapsbeheer. Op enkele plekken in de ontwerp Omgevingsvisie is wellicht onvoldoende tot uiting gekomen dat deze samenwerking en overleg gezocht worden en hebben enkele indieners daaruit de conclusie getrokken dat de agrarische sector enkel en alleen, en ongefundeerd, als veroorzaker van deze problematiek in het landschap wordt neergezet. Deze passages zullen worden aangepast.

Agrarisch gebruik Het is bekend dat er over de toekomst van de landbouw tegenstrijdige visies bestaan, deze gaan veel verder dan bodemdaling en stikstof. Een visie moet hierin koers kiezen. In een dicht verstedelijkte omgeving zijn landbouw en landschap verweven. Bij de verdere ontwikkelingen moet zowel rekening gehouden worden met de agrarische bedrijfsbelangen als met overige maatschappelijke belangen. Het huidige model heeft ondanks alle inspanningen geleid tot een verdieping van de belangenkloof tussen bedrijven en maatschappelijke belangen. De visie schetst een perspectief om hier uit te komen. Gebiedsprocessen die worden ingezet zijn participatief. Maatwerk voor bodemsoorten zal hoe dan ook noodzakelijk zijn. De omgevingsvisie adresseert de problemen van waterpeil/bodemdaling/CO2 uitstoot, de te hoge depositie van stikstof en de mogelijke samenhang met agrarische activiteiten in het buitengebied. Er wordt niet naar één oorzaak gekeken. In overleg met de agrarische sector zullen de noodzakelijke analyses gemaakt moeten worden en de oplossingen uitgewerkt. Dit speelt niet alleen in Weesp, maar is een landelijk actueel onderwerp. Vanwege de komende fusie met Amsterdam geeft de Omgevingsvisie aan dat dit aan de straks samengevoegde gemeenten is om daar verder vorm aan te geven.

Ten aanzien van de (indirecte) werkgelegenheid in de agrarische sector: De inspreker hanteert daarbij een landelijk perspectief, terwijl deze omgevingsvisie gaat over een lokale situatie. Juist nabij grote steden kan het perspectief dat geschetst wordt succesvol zijn. Er zijn minstens zoveel twijfels over het realiteitsgehalte om de landbouw door te zetten met de tot nu toe gebruikelijke 48

productieprocessen. De omgevingsvisie kiest voor de ons inziens noodzakelijke transitie. In overleg met alle betrokkenen en met oog voor economische en maatschappelijke belangen, ook van de agrarische sector. Maar wel met een oog op een duurzame toekomst. Het werkgelegenheidsaspect zien wij breder, de huidige koers is gericht op kostprijsverlaging waarvan uitstoot van arbeid slechts één van de nadelen is. Een andere koers kan ook meer werkgelegenheid opleveren. Naast de marktomstandigheden dient de toekomst van de agrarische sector en daarmee de rol van de boer in het buitengebied ook bezien te worden in het perspectief van o.a. veranderende maatschappelijke opvattingen, mogelijke veranderingen in het Europees beleid, veranderingen in financiële markten en technologische ontwikkelingen. Dit om aan te geven dat er een complexe discussie gaande is, die op een gemeente overstijgend niveau wordt gevoerd. De Omgevingsvisie geeft aan dat ook in het buitengebied van Weesp deze discussie effect zal hebben, maar dat de gemeente alle betrokkenen bij deze discussie wil betrekken. Stikstof Stikstofdepositie is een probleem, zeker ook in natuurgebieden. RIVM zegt op haar website: “De depositie van stikstofoxiden en ammoniak zorgt ervoor dat de bodem rijk wordt aan voedingsstoffen. Dat is vooral in natuurgebieden een probleem.

Zeldzame planten die het juist goed doen op voedselarme grond, verdwijnen daardoor. Zo verdringen de brandnetels bijvoorbeeld de orchideeën. Daarmee verdwijnen ook dieren die van die zeldzame planten leven. We zeggen dan dat de biodiversiteit (het aantal verschillende soorten planten en dieren) afneemt.” Volgens diezelfde website is de landbouw momenteel bron van meer dan 50% van de stikstof in Nederland. Juist in gebieden waar landbouw in de nabijheid van natuurgebieden wordt uitgeoefend is stikstof dus een probleem. De provincie Noord Holland wil de stikstofuitstoot aanpakken bij de bron door samen met de belanghebbenden en sectoren zoals industrie en landbouw te werken aan oplossingen. Elke sector is verantwoordelijk voor een evenredige afname. Deze afname zal tot stand moeten komen door maatregelen in het gebied zelf en provincie brede maatregelen, zoals het maken van afspraken met de industrie of het bespreken met de landbouwsector waar in de provincie wat voor soort landbouw past. Daarnaast voert het Rijk, ook in afstemming met de 12 provincies, maatregelen door. De landelijke snelheidsverlaging naar 100 kilometer per uur is daar een voorbeeld van. Daarnaast is hulp van anderen nodig om de stikstofuitstoot te verminderen. Voor de beperking van stikstof van zee en uit het buitenland is het Rijk nadrukkelijk aan zet.

De provincie heeft reeds een aantal maatregelen genomen, zoals de vernatting van de Schil Naardermeer en het realiseren van meer NNN-gebied (Natuurnetwerk Nederland) realiseren in Loosdrecht en Kortenhoef (hierbij wordt agrarisch gebied omgezet naar natuur). In 12 van de 19 Natura 2000-gebieden in de provincie Noord Holland heeft de kwetsbare natuur extra last van de neerslag van stikstof, afkomstig van bijvoorbeeld de verkeer, landbouw en industrie. Er mag hier geen stikstof meer bijkomen. Dit betekent dat niet alleen de natuur, maar ook de ontwikkeling van de woningbouw en het bedrijfsleven in die regio’s onder druk staat. De kritische depositiewaarde (KDW) geeft aan bij welke mate van stikstofdepositie wordt aangenomen dat niet langer op voorhand kan worden uitgesloten dat er een risico is dat de kwaliteit van het habitattype wordt aangetast als gevolg van de verzurende en/of vermestende invloed van de stikstofdepositie. Uit cijfers blijkt dat de landbouw relatief de grootste bijdrage aan stikstofdepositie in natuurgebieden in de buurt van Weesp (Oostelijke Vechtplassen en Naardermeer) levert. 49

In die gebieden wordt de KDW op dit moment overschreden. Er dient dus beleid gemaakt te worden om de stikstofdepositie te verlagen. In de gebiedsgericht aanpak van de provincie zullen, naast de bovengenoemde reeds genomen maatregelen, pas na 2030 beperkingen van de depositie vanuit de landbouw worden opgelegd. Dat blijkt uit de tabel uit de Stikstofstrategie van de provincie. Voor veel andere natuurgebieden is er eerder noodzaak de depositie te verminderen. Gunstige omstandigheid in de natuurgebieden in de buurt van Weesp is dat de gebieden relatief veel wateroppervlakte kennen. Die delen zijn wel stikstofgevoelig, maar een stuk minder dan bijvoorbeeld veen, heide of duin. De doelstellingen worden daar dus eerder gehaald. Aandeel landbouw in totale stikstofdepositie 36% 40%

Streefwaarde, in mol/ha › Depositiereductie: Natuurgebied: ˇ Naardermeer Oostelijke Vechtplassen

2025 (40% onder KDW)

2030 (50% onder KDW)

2035 (74 % onder KDW)

0 0

0 0

300 350

KDW = Kritische Depositiewaarde Bron: Noord-Hollandse Stikstofstrategie, mei 2021.

Bescherming buitengebied In de OV wordt ingegaan op de kwaliteiten en het landbouwkundig gebruik van het buitengebied. Achteruitgang van biodiversiteit is één van de grote problemen die daarin worden geadresseerd. De oplossing wordt o.a. gezocht in het meer natuurinclusief maken van landbouw. Dit is onderdeel van de daar genoemde gebiedsprocessen. Bodemdaling Er is geen verschil in inzicht over de oorzaken van bodemdaling. Veen oxideert en verdwijnt en dat gaat door tot het op is. Klei krimpt of kruipt na ontwatering en belasting en dit proces stopt op een gegeven moment. De precieze mechanismen achter de veenoxidatie worden op dit moment diepgaand onderzocht. In 2023 wordt deze kennis opgeleverd. Bij verdere maatregelen wordt voortgebouwd op deze kennis. Al te stellige uitspraken in de Omgevingsvisie worden genuanceerd. Het principe “peil volgt functie” voor het bepalen van het grondwaterpeil is inmiddels uitganspunt van de Nationale Omgevingvisie. Het is aan de waterschappen om hier verder vorm aan te geven. Bescherming van flora en fauna Indiener wijst terecht op de wettelijke en noodzakelijke bescherming van flora en fauna. Juist waar deze bescherming is vastgelegd in wetten, regelingen en verordeningen zal elke toekomstige activiteit daaraan getoetst moeten worden. Een Omgevingsvisie is niet het document waarin die toetsing moet worden vormgegeven.

Wij verwijzen hierbij ook naar de passage over de Omgevings Effect Rapportage in paragraaf 1.6 van de ontwerp Omgevingsvisie. Daarin staat dat toetsing aan relevante wet- en regelgeving zal plaatsvinden als plannen en ambities worden omgezet in concrete activiteiten. Concreet project 50

Indiener van zienswijze nr 186897 geeft aan een concept te ontwikkelen dat goed zou passen in het buitengebied van Weesp. Dat is een alomvattend, toekomstgericht concept, over hospitality en wonen en werken in de natuur. Zoals ook in hoofdstuk 10 is aangegeven, is de Omgevingsvisie niet de plek waarin dergelijke, individuele initiatieven worden goed- of afgekeurd. Op dat detailniveau kan de Omgevingsvisie (wegens de integrale behandeling van alle thema’s die verband houden met de fysieke leefomgeving) zich niet begeven. Daarnaast ontbreken in de zienswijze details over het genoemde concept. Wij adviseren de indiener rechtsreeks contact op te nemen met de gemeente om nader te bepalen of verdere uitwerking van het concept zin heeft en welke ondersteuning daarbij vanuit de gemeente mogelijk of wenselijk is.

14.4 wijzigingen Deze zienswijzen hebben geleid tot de volgende wijzigingen: In paragraaf 4.4.2 Landschap, veenweide, agrarisch gebruik is de analyse genuanceerd. Recente cijfers van de provincie Noord Holland over stikstof uitstoot in natuurgebieden, de bijdrage van de landbouw daarin en de mate waarin die uitstoot de komende jaren moet worden teruggedrongen zijn opgenomen, in de tabel die ook hierboven staat. Vermeld is dat natuurgebieden in de buurt van Weesp tot ca 2030 geen noodzaak tot reductie van de stikstofdepositie vanuit de landbouw kennen. Dat wordt enerzijds veroorzaakt door reeds genomen maatregelen en door de specifieke samenstelling van deze natuurgebieden. Er is een passage uit het regionale Koersdocument van de regio Gooi& Vechtstreek toegevoegd waarin staat dat de aanpak van bodemdaling en waterpeil gezamenlijk door overheden en gebruikers dient te gebeuren. De opsomming van problemen en oplossingen die zouden kunnen suggereren dat de oplossing alleen in en door de landbouw moet worden gegeven zijn geschrapt.

51

15 Proces

15.1 Zienswijzen Deze beantwoording heeft betrekking op de zienswijzen:  186950  187000  186997  186875  186686  186950

15.2 Samenvatting zienswijzen Participatie Twee zienswijzen hebben betrekking op de het participatieproces voor de totstandkoming van de omgevingsvisie. Er wordt aangegeven dat buurten en buurtbewoners onvoldoende aan bod komen, omdat zij 1) geen specifiek deelbelang hebben; 2) vaak niet georganiseerd zijn; 3) als zij wel goed georganiseerd zijn, nimby-gedrag wordt verweten. De mening van organisaties en andere samenwerkingsverbanden zouden meer gewicht in de schaal leggen. Indiener van zienswijze 186686 geeft aan het jammer te vinden dat actieve bewoners (bij hoek rijnkade/flevolaan/Amstellandlaan) niet eerder betrokken zijn geweest bij de omgevingsvisie, en dat mailtjes …“ worden helaas niet beantwoord, telefoontjes verdwalen in een web van telefooncentrales”. Daarom heeft ze de zienswijze schriftelijk ingediend. Kaarten Zienswijze 186950 heeft betrekking op de vormgeving van de kaarten. Zo luidt het advies om in verband met de hoeveelheid informatie van de geïntegreerde visiekaart eerst te starten met de kaarten per beleidsdomein. Didactisch is het beter om de integrale visie pas te presenteren ná de afzonderlijke beleidsdomeinen, zodat het denkproces van de lezer op vergelijkbare wijze verloopt als dat van de opstellers van de visie. De leesbaarheid van sommige kaarten is beperkt door het kleurgebruik, maar vooral door de veelheid aan gepresenteerde informatie. Op pag.

51 wordt verwezen naar een ontbrekende geurkaart. Overig Een indiener van een zienswijze geeft aan de Omgevingsvisie weinig visionair te noemen, vindt dat er geen goed gepresenteerde uitgangspunten zijn die leidend zijn en blijven en vindt dat er geen duidelijke keuzes worden gemaakt. Indiener van een zienswijze vraagt zich af wat de relatie is tussen de 14 kernwaarden van Weesp en de omgevingsvisie en of de kernwaarden ook de doelen/ambities van de omgevingsvisie zijn. Indiener mist ook de SMART formulering van de kernwaarden.

52

Indiener van een zienswijze heeft diverse tekstuele verbeteringen en suggesties toegestuurd.

15.3 Reactie zienswijzen Participatie Met betrekking tot de participatie voor de totstandkoming van de omgevingsvisie zaten we in een lastig parket. Met het oog op de fusie was uitstel van de omgevingsvisie geen optie. Daarom was de gemeente grotendeels aangewezen op online vormen van participatie. We menen dit proces met de grootst mogelijke zorgvuldigheid te hebben ingericht. Bewoners, ondernemers en instellingen hebben op diverse wijzen hun mening kunnen geven over de toekomst van de fysieke leefomgeving van Weesp. Velen hebben dat ook gedaan, gezien de hoge respons op de enquêtes (1229 mensen hebben de korte enquête ingevuld en 192 de uitgebreidere enquête). Ook zijn er meerdere digitale informatie- en discussieavonden georganiseerd waar men zich voor kon opgeven. Er is vele malen gecommuniceerd via het Weespernieuws in de vorm van nieuwsberichten en door middel van informatieve placemats. Ook op social media heeft communicatie plaats gevonden. De enquête is voor het overgrote deel ingevuld door bewoners. Tijdens de georganiseerde bijeenkomsten waren ook ondernemers aanwezig, maar was ook grootste deel bewoners. Om tot de uitgangspunten van deze visie te komen heeft een uitgebreide afweging plaats gevonden. Punten die uit de participatie komen hebben daar een groot aandeel in.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10577375/1