Monitor Sociaal Domein Q1Q2 2021
Tekst van het document
Scootmobieltocht
8 ritten
Fietstocht
6 deelnemers
Tennis voor ouderen
16 deelnemers
Huiswerkbegeleiding en sport
10-14 deelnemers
Aanvraag Jeugdsportfonds
16 aanvragen
45
Individuele sport begeleiding (wekelijks)
10 deelnemers
Bewegen ouderen in de Wintertuin
10 deelnemers
Nationale buitenspeeldag
30-50 deelnemers
Schooltoernooi (stoepranden)
1000 deelnemers
Diabetes Challenge
Trend Preventie en algemene voorzieningen Het streven is om de bekendheid van de beschikbare algemene voorzieningen te vergroten en het gebruik te stimuleren. Op deze manier hopen we dat inwoners sneller met problemen geholpen worden en daarmee de noodzaak voor individuele voorzieningen zoveel mogelijk kan worden beperkt. Om dit te bereiken zorgen we ervoor dat voorzieningen beter aansluiten op de behoeften van inwoners. Dit toetsen we bijvoorbeeld aan de hand van signalen van de Adviesraad en uitkomsten van Cliëntervaringsonderzoeken. Preventie en algemene voorzieningen - Het aantal contacten met en de hoeveelheid vragen die wordt gesteld aan het Centrum Jeugd en Gezin blijven hoog. De coronacrisis heeft hier mogelijk invloed op. - Ook het CJG moest als gevolg van de coronamaatregelen haar diensten op een andere manier aanbieden. Zo zijn veel gesprekken gevoerd via beeldbellen en is actief ingezet op het informeren van ouders over de invloed van corona op hun kinderen. - Door wisselingen binnen het team uitvoering Sociaal Domein zijn de Verwijsindex en Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling minder gebruikt. De nieuwe medewerkers zijn getraind, waardoor de meldingen weer eenduidig worden bijgehouden. - Ook in de eerste helft van 2021 wordt een groot beroep gedaan op de Sociaal Juridische dienstverleners.
Zowel het aantal contacten met hulpvragers als het gemiddeld aantal gesprekken per hulpvrager is gestegen. Deze stijging heeft mede te maken met de coronacrisis, doordat meer inwoners met (complexe) financiële problemen te maken krijgen. Veel inwoners hebben ondersteuning nodig bij het aanvragen van minimaregelingen en uitkeringen, treffen van betalingsregelingen en stabiliseren van de financiële situatie. Tot slot komen veel vragen binnen over juridische zaken. Tijdens de intake is ook aandacht voor mogelijke hulpvragen op andere leefgebieden. Indien aanvullende expertise nodig blijkt worden cliënten warm overgedragen aan maatschappelijk werkers of cliëntondersteuners. - Hoewel het aantal hulpvragers bij Schuldhulpverlening licht daalt, stijgt het aantal contacten met de hulpvrager en het gemiddeld aantal gesprekken per hulpvrager. Veel hulpvragen gaan over de regelingen van de gemeente. Om de zichtbaarheid te vergroten sluiten de medewerkers aan bij bestaande spreekuren en werkt men samen met het wijkteam en Ymere. Aanbod algemene en individuele voorzieningen - Het aantal Wmo-en jeugdmeldingen laat opnieuw een stijgende trend zien en neemt toe van 407 in Q1Q2 2020 naar 435 in de eerste helft van 2021. Vorig jaar kwamen er minder meldingen binnen bij het Sociaal Wijkteam als gevolg van de coronacrisis. De meldingen lijken zich nu weer te stabiliseren.
In de eerste helft van 2021 heeft het wijkteam 110 meldingen ontvangen, waardoor we de voorzichtige conclusie trekken dat inwoners, partners en verwijzers het Wijkteam weer beter weten te vinden. De complexiteit van de hulpvragen lijkt toe te nemen. - De coronacrisis heeft ook invloed gehad op de dienstverlening van het Weesper Maatschappelijk Ontmoetings Punt en projecten zoals Wijkteam in onderwijs. Waar mogelijk is op alternatieve 46
vormen van ondersteuning ingezet. Zo is iedere school in Weesp gekoppeld aan een Jeugdconsulent of medewerker van het Wijkteam, die beschikbaar is voor vragen en overleg. - Jongerenwerk heeft ook in de periode van januari tot en met juni 2021 veel jongeren bereikt en ondersteund. Nieuwe jongeren weten het jongerencentrum te vinden en het meidenwerk ontwikkelt zich steeds verder. Om de overlast door jongeren te verminderen zijn gesprekken gevoerd met jongeren, sportverenigingen en bewoners. Scholen worden binnenkort benaderd om het aanbod van jongerenwerk onder de aandacht te brengen. - Het aantal hulpvragers bij algemeen maatschappelijk werk is licht gedaald. Door corona neemt de problematiek en complexiteit daarvan echter toe, waardoor cliënten langer begeleiding nodig hebben en er meer gesprekstijd nodig is. Het overgrote deel van de vragen gaat over financiën, de geestelijke gezondheid, huisvesting en maatschappelijke participatie. De maatschappelijk werkers werken samen met verschillende partners zoals Administratie voor Elkaar, Schuldhulpverlening en Buurtsportcoaches om passende oplossing en voor onze inwoners te realiseren. Preventief gezondheidsbeleid - De buurtsportcoaches van Weesp hebben veel activiteiten georganiseerd en stappen ondernomen om jong en oud in beweging te krijgen.
Zo organiseerden zij in samenwerking met verschillende partners de Weesper Sportweken, een avondvierdaagse, het Weesper stoeprandtoernooi en individuele scootmobieltochten- en trainingen. Ouderen konden elke week meedoen aan ‘ Bewegen voor Ouderen’ in de Wintertuin en jongeren werden aangemoedigd om meer buiten te gaan spelen. Tijdens de lockdown hebben de buurtsportcoaches een belangrijke rol gehad in het sociaal contact met bewoners. Daarnaast zorgden zij ervoor dat kinderen uit gezinnen met een laag inkomen via het Jeugdsportfonds konden aansluiten bij een sportvereniging.
47
Hoofdstuk 3. Individuele voorzieningen Wanneer blijkt dat iemand niet (meer) mee kan doen in de samenleving, ook niet met de hulp van het netwerk of met algemene voorzieningen (zie de vorige hoofdstukken), dan bieden we ondersteuning in de vorm van een individuele voorziening. Individuele voorzieningen zijn alle vormen van professionele zorg en ondersteuning die door de gemeente worden ingekocht. De toekenning van individuele voorzieningen wordt gedaan door de gemeentelijke toegang (de Jeugd- en Wmoconsulenten en het sociaal wijkteam). Om te bepalen of een individuele voorziening noodzakelijk is, en welke voorziening het meest passend is wordt een keukentafelgesprek gevoerd. Hierbij staan niet de voorzieningen centraal, maar de vraag van de inwoner. Doelstellingen: 1. Ervoor zorgen dat algemene en individuele voorzieningen beter aansluiten en waar mogelijk gecombineerd worden ingezet 2. Ervoor zorgen dat inwoners uit kunnen gaan van hoogwaardige kwaliteit van individuele voorzieningen en optimale keuzevrijheid 3. Faciliteren dat inwoners een sterke positie hebben bij de gemeentelijke toegang 3.1 Ervoor zorgen dat algemene en individuele voorzieningen beter aansluiten en waar mogelijk gecombineerd worden ingezet Binnen de gemeente Weesp willen wij iedereen helpen die zorg of ondersteuning nodig heeft. Om dit te kunnen doen, streven wij o.a.
naar een soepele aansluiting tussen individuele voorzieningen en voorzieningen in het voorveld. Dit is in paragraaf 3.2.3. besproken. Maar bovenal wordt gestreefd naar het inzetten van de meest doeltreffende oplossing voor iedere inwoner, waarbij geredeneerd wordt vanuit de behoefte van de inwoner en niet vanuit de beschikbare voorzieningen. 3.1. Aantal Wmo-voorzieningen Analyse Wmo-voorzieningen Zoals u gelezen heeft in Hoofdstuk 2 onder ‘Sociaal Loket’ is het aantal meldingen voor Wmo-en Jeugd voorzieningen toegenomen ten opzichte van eerdere jaren. Als we kijken naar het totaalaantal Wmo voorzieningen, dan lijkt de stijgende trend zich te stabiliseren. In de periode van januari tot en met juni 2021 neemt het aantal unieke cliënten met een maatwerkvoorziening nauwelijks toe. Niet alle meldingen leiden tot de toekenning van een maatwerkvoorziening. Hierdoor kan het aantal meldingen stijgen, terwijl het aantal toekenningen gelijk blijft. Uit een keukentafelgesprek kan blijken dat een inwoner het probleem op eigen kracht kan oplossen of een beroep kan doen op het sociale netwerk. In andere situaties wordt een passende oplossing gevonden binnen het preventieve voorveld, bijvoorbeeld door een maatje in te schakelen of gebruik te maken van de inloop van de buurtkamer.
Ook kan het voorkomen dat een hulpvraag van een cliënt onduidelijk blijft en dat verdere verkenning hiervan nodig is. Dan wordt een cliënt doorverwezen naar een cliëntondersteuning. Tot slot stromen cliënten ook uit, omdat zij verhuizen, de ondersteuning niet meer nodig hebben of uitstromen naar de Wet langdurige zorg (Wlz). Hierdoor blijft het aantal toekenningen in balans. N.B. In onderstaande tabel staan andere aantallen vermeld dan u in eerdere Monitoren gezien heeft. De Regio stelt de informatie over de lopende Wmo-voorzieningen sinds dit jaar via een ander systeem beschikbaar dan voorheen. We hebben bij de Regio nagevraagd wat het verschil in aantallen kan verklaren. Helaas zijn de oude systemen niet langer beschikbaar, waardoor het voor de Regio niet mogelijk is gebleken om een vergelijking van de gegevens te maken. Hierdoor kunnen zij ons ook niet van een passende verklaring voorzien. De cijfers zoals ze in onderstaande tabel vermeldt staan zijn leidend.
48
Tabel Wmo Q1Q2 voorzieningen Voorziening 2017 Bescherming Beschermd en Opvang Wonen 10 Maatschappel ijke opvang 0 Huishoudelijk Huishoudelijk e hulp e hulp 311 Wmo Begeleiding Begeleiding en verzorging 104 Dagbesteding en vervoer 64 Kortdurend Verblijf 1 Zelfstandig Leven 0 Totaal Eindtotaal 490
Q3Q4 Q1Q2 Q3Q4 Q1Q2 Q3Q4 Q1Q2 Q3Q4 Q1Q2 2017 2018 2018 2019 2019 2020 2020 2021 10
9
8
9
8
6
0
0
0
0
0
1
0
0
0
0
299
304
310
313
328
352
383
393
105
107
112
115
139
165
149
149
63
66
72
71
66
66
62
58
1
2
2
2
4
3
3
1
0 478
0 488
1 505
1 512
1 546
1 593
1 598
0 601
Tabel Wmo voorzieningen Q1Q2 2019 Woonvoorzieningen 10 Hulpmiddelen 60 Woningaanpassingen 7 Eindtotaal 77
Q3Q4 2019 25 124 21 170
Q1Q2 2020 15 124 11 150
Q3Q4 2020 25 175 29 229
Q1Q2 2021 24 142 19 185
Totaal aantal Wmo voorzieningen 700 600 500
490
478
488
512
505
546
593
598
601
400 300 200 100 0 Totaal Q1Q2 2017
Q3Q4 2017
Q1Q2 2018
Q3Q4 2018
Q3Q4 2019
Q1Q2 2020
Q3Q4 2020
Q1Q2 2021
Q1Q2 2019
Grafiek 22 Totaal aantal toegekende Wmo voorzieningen In de cijfers wordt het aantal unieke indicaties weergegeven: meerdere meldingen van één cliënt, waarbij het uitbreiding of wijziging van een voorziening betreft, worden maar één keer meegeteld. In de periode van juli tot en met december 2020 heeft de Wmo-afdeling bijvoorbeeld 62 van deze wijzigingen voor begeleiding verwerkt. Deze tellen niet mee voor het totaalaantal voorzieningen voor Begeleiding en Verzorging.
49
Huishoudelijke hulp In eerdere monitoren zagen we het aantal aanvragen voor huishoudelijke hulp al stijgen en ook in deze monitor zet deze stijging door. Naar alle waarschijnlijkheid draagt het abonnementstarief nog steeds bij aan deze toename van aanvragen. Ook corona speelt een rol. De consulenten merken op dat een aantal particuliere hulpen als gevolg van corona (tijdelijk) geen huishoudelijke ondersteuning meer kunnen bieden. De huishoudelijke hulp kan wel via gecontracteerde aanbieders geleverd worden, waardoor inwoners een beroep op de gemeente doen. Overigens heeft een groep inwoners ook aangegeven dat zij – zodra het mogelijk is – weer gebruik willen maken van de eigen particuliere hulp, waardoor een kleine uitstroom te verwachten is.
Wmo Huishoudelijke hulp 500 400 311
299
313
328
Q3Q4 2017
Q1Q2 2018
Q3Q4 2018
Q1Q2 2020
Q3Q4 2020
Q1Q2 2021
304
310
Q1Q2 2017 Q3Q4 2019
352
383
393
300 200 100 0 Q1Q2 2019
Grafiek 23 Aantal indicaties voor Huishoudelijke hulp Begeleiding, dagbesteding en Bescherming & Opvang Na een lichte stijging van het aantal inwoners dat gebruik maakt van dagbesteding zien we sinds eind 2019 en begin 2020 een daling. Een eenduidige verklaring is hiervoor niet te geven. Mogelijk spelen de corona-maatregelen ook een rol. Gedurende meerdere lockdowns was de dagbesteding langere tijd niet toegankelijk. Na enige tijd is de dagbesteding weer opgestart, maar moesten zij met kleinere groepen werken vanwege de 1,5 meter maatregel. Ook in de eerste helft van 2021 worden deze regels nog gehanteerd, waardoor inwoners niet hun volledige indicatie kunnen uitnutten. In de vorige monitor beschreven we dat inwoners de sociale contacten met anderen erg missen. Nu de corona-maatregelen steeds verder versoepeld worden kunnen ook de buurtkamers, buurtsportcoaches, maatschappelijk werkers en maatjes weer op een veilige manier inwoners ontvangen en ondersteunen. Hierbij valt bijvoorbeeld op dat inwoners met GGZ-problematiek meer bekend zijn met het aanbod van de buurtsportcoaches, waardoor voor bepaalde hulpvragen minder vaak een beroep gedaan wordt op de gemeente. Als we naar de cijfers voor begeleiding kijken zien we dat na een stijging in de eerste helft van 2020 het aantal lopende toewijzingen nu stabiliseert. Hierin kunnen verschillende factoren een rol spelen.
Als gevolg van de corona crisis lijken gevoelens van eenzaamheid toe te nemen, doordat sociale interacties beperkt mogelijk zijn. Gedurende de lockdown kon door de beperkte beschikbaarheid van het voorveld niet altijd doorverwezen worden naar een meer laagdrempelige voorziening. Inwoners vroegen daarom ondersteuning aan bij de gemeente. In de eerste helft van 2021 is meer mogelijk en kunnen inwoners sneller opgevangen worden binnen het voorveld.
50
Cliënten die reeds begeleiding ontvangen vragen echter regelmatig om verlenging of ophoging van de ondersteuning, zodat zij vaker telefonisch contact kunnen hebben met de begeleider. Dit om gevoelens van eenzaamheid te verminderen. Een groep die met regelmaat om ondersteuning vraagt zijn inwoners met een vorm van autisme. Hierbij gaat het zowel om jongeren als volwassenen. Het blijkt vaak lastig om passende zorg te vinden voor deze groep, enerzijds omdat het zorgaanbod opnieuw is ingekocht en de consulenten niet altijd alle aanbieders kennen en anderzijds omdat deze groep in sommige vallen ook zorg mijdend is. Voor deze groep cliënten wordt het sociaal wijkteam ingeschakeld. Een andere groep die zich regelmatig meldt betreft inwoners met Niet-Aangeboren Hersenletsel (NAH). Daarnaast krijgen we andere type hulpvragen binnen voor inwoners met beginnende dementie. Voorheen deden zij voornamelijk een beroep op dagbesteding. Nu zien we vaker verwijzingen van huisartsen en casemanagers dementie voor begeleiding in de thuissituatie.
Wmo Begeleiding 200
165
150
64
72
66
63
149
115
112
107
105
104 100
149
139
71
66
66
62
58
50 1
2
1
2
4
2
3
3
1
0 Q1Q2 2017 Q3Q4 2017 Q1Q2 2018 Q3Q4 2018 Q1Q2 2019 Q3Q4 2019 Q1Q2 2020 Q3Q4 2020 Q1Q2 2021 Begeleiding en verzorging
Dagbesteding en vervoer
Kortdurend Verblijf
Zelfstandig Leven
Grafiek 24 Aantal indicaties voor begeleiding, dagbesteding en vervoer, kortdurend verblijf en zelfstandig leven.
Wmo Bescherming en Opvang 12 10
10
10
9
9 8
8
8 6 6 4 2
1 0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0 Q1Q2 2017
Q3Q4 2017
Q1Q2 2018
Q3Q4 2018
Beschermd Wonen
Q1Q2 2019
Q3Q4 2019
Q1Q2 2020
Q3Q4 2020
Q1Q2 2021
Maatschappelijke opvang
Grafiek 25 Aantal indicaties voor Beschermd Wonen en Maatschappelijke opvang N.B. de gemeente Weesp heeft sinds 2020 geen eigen locatie voor Beschermd Wonen meer. Zodra een Weesper inwoner geplaatst kan worden binnen een beschermde woonomgeving, wordt de persoon warm overgedragen aan een andere gemeente. Hierdoor komt het aantal beschermd wonen indicaties uit op 0.
51
Hulpmiddelen, woonvoorzieningen en woningaanpassingen Het aantal toegekende woonvoorzieningen is vergeleken met de tweede helft van 2020 stabiel gebleven. Het aantal toewijzingen voor woningaanpassingen en hulpmiddelen is afgenomen. Tegelijkertijd blijft het aantal meldingen voor dit soort voorzieningen relatief hoog. Enkele factoren spelen mee ten aanzien van dit type voorzieningen. Wat betreft woonvoorzieningen valt op dat er een aantal aanvragen zijn binnengekomen voor grote woningaanpassingen. Vaak gaat het om gezinnen met een gehandicapt kind waarbij zeer dure en complexe aanpassingen nodig zijn om het kind thuis te laten wonen. Daarnaast zijn vaak afwijkende en complexe hulpmiddelen nodig. Doordat kinderen groeien zijn deze hulpmiddelen en aanpassingen slechts voor beperkte tijd geschikt. Daarna moeten zij weer aangepast worden. Bij complexe hulpmiddelen zien we dat er vaker gevraagd wordt om een PGB, zodat de inwoner zelf een passend hulpmiddel kan kiezen. Om dit type meldingen goed te onderzoeken is veel tijd nodig, waardoor voorzieningen in enkele gevallen pas vanaf Q3Q4 in de cijfers terug te zien zijn. Voor de ‘standaard’ hulpmiddelen geldt dat de uitvoering tijdens het onderzoek kritischer kijkt naar de eigen mogelijkheden van inwoners. Zo wordt vaker getoetst of inwoners op eigen kracht het probleem kunnen oplossen.
Hierbij valt op dat inwoners het aanvraagproces soms te lang vinden duren, waardoor ze uiteindelijk zelf een (tweedehands) hulpmiddel aanschaffen. Ook wordt eerder verwezen naar rijlessen voor een hulpmiddel, omdat in de praktijk een aantal keer is gebleken dat een cliënt onvoldoende rijvaardig bleek te zijn. Zoals u in de bestuursrapportage 2021 en begroting 2022 terug ziet volgt uit deze daling van het aantal voorzieningen niet direct een daling van de kosten. Zoals gezegd zijn er een aantal complexe woonvoorzieningen noodzakelijk die erg kostbaar zijn. Daarnaast neemt het aantal aanvragen voor scootmobielen toe. Vaak blijkt in de praktijk dat er geen geschikte stalling beschikbaar is, met als gevolg dat de gemeente tevens een kostbare stalling moet realiseren.
Wmo voorzieningen, hulpmiddelen en woningaanpassingen 229
250 200 150
50
150
124
100
142
124
77
60 10
185
175
170
7
25
21
15
11
29
25
24
19
0 Q1Q2 2019
Q3Q4 2019 Woonvoorzieningen
Q1Q2 2020 Hulpmiddelen
Q3Q4 2020
Woningaanpassingen
Q1Q2 2021
Eindtotaal
Grafiek 26 Wmo woonvoorzieningen, hulpmiddelen en woningaanpassingen Zowel op landelijk als regionaal niveau is er sprake van een structureel toegenomen vraag naar ondersteuning binnen het sociaal domein. Met als gevolg dat de kosten toenemen. De prikkel om te besparen ligt niet bij de aanbieders, omdat zij betaalt krijgen op basis van het aantal uren ondersteuning wat zij leveren (p*q bekostiging). Dit betekent dat inkomsten voor aanbieders teruglopen, wanneer het aantal begeleidingsuren wordt afgeschaald. Aanbieders hebben hierdoor minder belang bij afschalen van het aantal uren of de zorg overdragen aan bijvoorbeeld schuldhulpmaatjes of maatschappelijk werkers. Er is een belangrijke rol voor de gemeentelijke toegang weggelegd in het kader van kostenbeheersing. We blijven inzetten op het verhogen van het kostenbewustzijn van alle 52
consulenten. Door meer inzicht te geven in de kosten van bepaalde voorzieningen en de uitnutting van de begrote budgetten worden consulenten gemotiveerd om kritisch naar de hulpvragen van cliënten te kijken en meer in te zetten op een oplossing binnen het voorveld. Wanneer een inwoner een maatwerkvoorziening nodig heeft, is deze uiteraard wel beschikbaar. 3.2. Aantal Jeugdvoorzieningen Om deze tabel juist te kunnen interpreteren, wordt deze hieronder toegelicht. Jeugd GGZ en ambulante jeugdhulp Vanwege de doelstelling om jeugdhulp en Jeugd GGZ te integreren en op te nemen in één contract, wordt sinds 1 januari 2018 gebruik gemaakt van dezelfde voorzieningen en voorzieningscodes. Basis GGZ, Specialistische GGZ en ziekenhuis gerelateerde GGZ worden allemaal weggeschreven onder ambulante jeugdhulp. Doorverwijzingen naar de GGZ worden relatief vaak gedaan door andere wettelijk verwijzers dan de gemeente. Andere wettelijke verwijzers zijn de huisarts, de jeugdarts en de Gecertificeerde Instellingen die de jeugdbeschermings- en jeugdreclasseringsmaatregelen uitvoeren. Wanneer een van deze verwijzers verwijst naar de Jeugd GGZ, dient de gemeente deze zorg te betalen. De gemeente heeft hierdoor relatief weinig sturing op de verwijzingen naar de Jeugd GGZ. De gemeente streeft ernaar dat huisartsen meer gaan doorverwijzen naar het preventieve voorveld.
Om dit te bereiken worden vanuit het Consultatie en Adviesteam jeugdartsen ingezet om de huisartsen hierbij te ondersteunen. Het preventieve voorveld in Weesp bestaat uit de volgende organisaties: het samenwerkingsverband passend onderwijs Unita; Centrum jeugd en gezin; Stichting MEE; Versa Welzijn; de buurthuizen en diverse vrijwilligersorganisaties. Woonplaatsbeginsel bij voogdij door gecertificeerde instelling Het ‘woonplaatsbeginsel’ in de Jeugdwet bepaalt welke gemeente verantwoordelijk is voor een jeugdige. Normaliter is dit de woonplaats van de ouders. Bij jeugdigen van wie de voogdij bij een Gecertificeerde Instelling (GI) ligt is niet de woonplaats van de ouders leidend, maar de feitelijke verblijfplaats van een jeugdige. Ofwel: een jeugdige die vanuit een andere gemeente bij een pleeggezin in Weesp wordt geplaatst, valt onder de verantwoordelijkheid van de gemeente Weesp en is dus ook zichtbaar in onderstaande cijfers, terwijl deze jeugdigen voor de plaatsing geen inwoner van Weesp waren. Omgekeerd geldt dit hetzelfde voor een jeugdige uit Weesp die buiten Weesp wordt geplaatst. Per 1 januari 2022 gaat het nieuwe woonplaatsbeginsel van start. Het nieuwe woonplaatsbeginsel kent als woonplaats van een jeugdige de gemeente waar de jeugdige stond ingeschreven direct voorafgaand aan de zorg met verblijf.
Voor ambulante zorg is dat de gemeente waar de jeugdige staat ingeschreven. Dit moet leiden tot meer duidelijkheid over welke gemeente verantwoordelijk is. Daarnaast sluit het nieuwe woonplaatsbeginsel beter aan bij de uitgangspunten van de Jeugdwet. De oorspronkelijke gemeente blijft verantwoordelijk voor een jeugdige waardoor die gemeente gestimuleerd wordt om te investeren in preventie. Analyse Jeugdhulpvoorzieningen Uit onderstaande grafiek blijkt dat het totaalaantal toegekende jeugdhulpvoorzieningen tussen december 2020 en juni 2021 op hetzelfde niveau is gebleven. Hieruit zouden we kunnen afleiden dat de coronacrisis er niet toe heeft geleid dat jeugdigen met een jeugdhulpbehoefte uit beeld zijn verdwenen bij de uitvoeringsdienst Sociaal Domein. Deze jongeren hebben waarschijnlijk even goed hun weg gevonden naar de gemeente en een indicatie voor jeugdhulp ontvangen. Ook heeft de coronacrisis er, in tegenstelling tot wat we eind 2020 verwachtten, er (nog) niet toe geleid dat er een toename is van het aantal toegekende jeugdhulpvoorzieningen. De Inspectie Gezondheidszorg en
53
Jeugd (IGJ) verwacht wel dat die toename er na de coronacrisis zal komen.3 Eind 2020 constateerden we dat de coronamaatregelen veel invloed hebben op kinderen en jongeren die jeugdhulp krijgen: een deel van de problemen werd ernstiger en sommige jongeren moesten langer wachten op hulp4. Dat is nog steeds het geval.
Eindtotaal Jeugdhulpvoorzieningen 450
401
400
419
418
425
421
414
365
350 280
300 250 200
178
150 100 50 0 Q1Q2 2017 Q3Q4 2017 Q1Q2 2018 Q3Q4 2018 Q1Q2 2019 Q3Q4 2019 Q1Q2 2020 Q3Q4 2020 Q1Q2 2021
Grafiek 27 – Eindtotaal Jeugdhulpvoorzieningen
Landelijk Transitie Arrangement 8 7 6 5 4 3 2 1 0
7
7 6
5
2
2 1
0
0
Q1Q2 2017 Q3Q4 2017 Q1Q2 2018 Q3Q4 2018 Q1Q2 2019 Q3Q4 2019 Q1Q2 2020 Q3Q4 2020 Q1Q2 2021
Grafiek 28 – Aantal voorzieningen Landelijk Transitie Arrangement Begeleiding en verzorging en behandelingsgerichte dagbesteding Het aantal indicaties voor de producten 'Begeleiding en verzorging' en 'behandelingsgerichte dagbesteding' is na een daling in de eerste helft van 2020, weer gestegen in de tweede helft van 2020. Deze stijging heeft zich licht doorgezet in de eerste helft van 2021. Net als in de tweede helft van 2020, ziet de uitvoering nog steeds jonge kinderen (circa 6-10) die door hun ASS (Autisme Spectrum Stoornissen)-problematiek nog niet naar school kunnen en eerst behandeling nodig hebben. Om ervoor te zorgen dat deze kinderen zo snel mogelijk de benodigde hulp krijgen informeren de jeugdconsulenten zowel bij gecontracteerde als niet-gecontracteerde aanbieders. Het is ook zo dat wanneer kinderen uit een behandeling komen en zij wel naar school toe kunnen, zij hierbij vaak ook nog begeleiding nodig hebben. Dat zou de lichte stijging kunnen verklaren.
3 https://www.binnenlandsbestuur.nl/sociaal/nieuws/inspectie-luidt-noodklok-hulp-aan-jongeren-in-
de.16389906.lynkx?tid=TIDP652704XB36E6405C6C9450D83A65356B1C81778YI5&utm_campaign=BB_NB_Sociaal&utm_medium=email&u tm_source=binnenlandsbestuur 4 https://www.nji.nl/nl/Actueel/Nieuws-uit-het-jeugdveld/2020/Inspectie-Corona-had-grote-gevolgen-voor-jeugdhulp
54
Jeugd Begeleiding 60 51 50 41
40 30
28 23
4
30
3
28
28
26
23
19
17
20 10
31
27
5
5
4
3
42
40
36
40
3
26
4
5
0 Q1Q2 2017 Q3Q4 2017 Q1Q2 2018 Q3Q4 2018 Q1Q2 2019 Q3Q4 2019 Q1Q2 2020 Q3Q4 2020 Q1Q2 2021 Begeleiding en verzorging
Dagbesteding en Vervoer
Kortdurend Verblijf
Grafiek 29 – Aantal voorzieningen Jeugd Begeleiding Ernstige Enkelvoudige Dyslexie Voor het aantal indicaties Ernstige Enkelvoudige Dyslexie (EED) geldt dat de indicaties voor EED in 2017 vaak door de huisarts werden afgegeven, waardoor het totaal aantal niet inzichtelijk was voor de gemeente. Vanaf 2018 is een nieuwe werkwijze afgesproken: alle indicaties gaan via het regionale Consultatie en Adviesteam5 en via hen naar de gemeente, waardoor nu wel het totaal aantal indicaties inzichtelijk is. Tussen december 2019 en juni 2020 is het aantal indicaties EED gestegen van 15 naar 22. Dit aantal heeft zich tussen juni 2020 en juni 2021 gestabiliseerd. De stijging is binnen de hele regio Gooi en Vechtstreek zichtbaar en het is niet geheel duidelijk waar dit door veroorzaakt wordt. Hier is inmiddels een onderzoek naar gestart. De resultaten hiervan worden eind 2021 verwacht.
5 Het Consultatie en Adviesteam is onderdeel van Regio Gooi en Vechtstreek. Het Consultatie en Adviesteam biedt als onafhankelijk
expertiseteam inhoudelijke advisering en ondersteuning aan huisartsen en gemeentelijke consulenten bij vragen over de jeugdhulp. Het team bestaat uit onder andere een GZ-psycholoog, orthopedagoog en gespecialiseerde jeugdartsen en op afroep een kinder- en jeugdpsychiater.
55
Jeugd GGZ 60 48
50 40 30
22
20 10
2
0 0 1 0
18
14
12
24
22
23
15
5 0
0 0
0
0 0
0
0 0
0
0 0
0
0 0
0
0 0
0
0 0
0 Q1Q2 2017 Q3Q4 2017 Q1Q2 2018 Q3Q4 2018 Q1Q2 2019 Q3Q4 2019 Q1Q2 2020 Q3Q4 2020 Q1Q2 2021 Basis GGZ
Ernstige Enkelvoudige Dyslexie (EED)
Specialistische GGZ
Ziekenhuis gerealteerde GGZ
Grafiek 30 – Aantal voorzieningen Jeugd GGZ Ambulante jeugdhulp Het aantal indicaties ambulante jeugdhulp is licht gedaald. Dat komt overeen met de landelijke jeugdhulpcijfers van het CBS over 20206. Het lijkt erop dat deze trend zich in de eerste helft van 2021 heeft voortgezet. Zoals ook hierboven staat, verwacht het IGJ na de coronacrisis weer een toename van het aantal indicaties.
Jeugdhulp 300 250
226
249
239
258
255
241
247
200 150 100 50
74
67
30
13 21
13
Q1Q2 2017
Q3Q4 2017
29
11 22
9
Q1Q2 2018
Q3Q4 2018
7
29
7
30
29
21
4
7
Q1Q2 2020
Q3Q4 2020
8
24
0
Ambulante Jeugdhulp
Q1Q2 2019
Q3Q4 2019
Behandelingsgerichte dagbesteding
Q1Q2 2021
Pleegzorg
Grafiek 31 – Aantal voorzieningen Jeugdhulp Pleegzorg In de tweede helft van 2020 is het aantal indicaties voor pleegzorg flink gedaald ten opzichte van de eerste helft van 2020. Dat was in de eerste helft van 2020 ten opzichte van de tweede helft van 2019 niet het geval. In de eerste helft van 2021 is er weer een lichte stijging zichtbaar. Een (mogelijke) verklaring is er op dit moment (nog) niet. In de landelijke media of op basis van landelijke cijfers wordt niet gesproken over deze ontwikkeling. We kunnen ook niet zeggen of de coronacrisis hier invloed op heeft gehad.
6 https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2021/17/daling-aantal-jongeren-met-jeugdzorg-in-2020
56
24-uurs verblijf, beschermd wonen en kinderbeschermingsmaatregelen In de periode juni 2019 - december 2019 nam het aantal indicaties 24-uurs verblijf, beschermd wonen en kinderbeschermingsmaatregelen toe. Dat is in de perioden daarna niet zo; er is de laatste anderhalf jaar juist een daling zichtbaar. Hiervoor zijn in ieder geval twee mogelijke verklaringen: - Het CBS constateert in haar publicatie van 30 april 20217 dat het aantal gestarte jeugdbeschermingstrajecten in 2020 10,4 procent lager ligt dan in 2019. Tegelijkertijd is ook het aantal beëindigde trajecten gedaald met 8,6 procent. Het CBS stelt dat de oorzaak van de daling in de instroom en uitstroom mogelijk deels ligt in de uitbraak van het coronavirus vanaf maart 2020. Dezelfde verklaring kan gelden voor de eerste helft van 2021, toen het coronavirus nog steeds een grote invloed had op onze samenleving. - Weesp zet sinds 2019, samen met de andere gemeenten in de Regio Gooi en Vechtstreek en de gecontracteerde aanbieders, stevig in op het verminderen van het aantal uithuisplaatsingen (een kinderbeschermingsmaatregel) en 24-uurs verblijf. In plaats daarvan wordt een jongere in een pleeggezin geplaatst of wordt ambulante ondersteuning geboden in de thuissituatie. Het is aannemelijk dat dit terug te zien is in de cijfers.
Jeugdhulp Verblijf 12 10 10 8
7 6
6
6
5 4
4
4
3 2
2
2
2
2
1 0
0
0
0
0
0 Q1Q2 2017 Q3Q4 2017 Q1Q2 2018 Q3Q4 2018 Q1Q2 2019 Q3Q4 2019 Q1Q2 2020 Q3Q4 2020 Q1Q2 2021 24 uurs verblijf
Beschermd Wonen
Gesloten Jeugdhulp
Grafiek 32 – Aantal voorzieningen Jeugdhulp Verblijf
7 https://www.cbs.nl/nl-nl/longread/rapportages/2021/jeugdbescherming-en-jeugdreclassering-2020?onepage=true
57
Kinderbeschermingsmaatregel, jeugdreclassering en drang 40
35
35 22
25 20
31
30
28
27
30
27
20
16
15 8
10 5
3 0
4
3 2
4
2
3
2
0
0
1 0
1 0
0 0
0 Q1Q2 2017 Q3Q4 2017 Q1Q2 2018 Q3Q4 2018 Q1Q2 2019 Q3Q4 2019 Q1Q2 2020 Q3Q4 2020 Q1Q2 2021 Kinderbeschermingsmaatregel
Jeugdreclassering
Drang
Grafiek 33 – Aantal Kinderbeschermingsmaatregelen, jeugdreclassering en drang
Tabel Jeugdhulpvoorzieningen Jeugd begeleiding
Jeugd GGZ
Jeugdhulp
Jeugdhulp Verblijf
Voorziening
Q1 Q2 ‘17
Q3 Q4 ‘17
Q1 Q2 ‘18
Q3 Q4 ‘18
Q1 Q2 ‘19
Q3 Q4 ‘19
Q1 Q2 ‘20
Q3 Q4 ‘20
Q1 Q2 ‘21
Begeleiding en verzorging
23
27
31
51
40
41
36
40
42
Dagbesteding en Vervoer
28
17
19
23
30
28
28
26
26
Kortdurend Verblijf
4
3
5
5
4
3
3
4
5
Basis GGZ
0
22
0
0
0
0
0
0
0
Ernstige Enkelvoudige Dyslexie (EED) 0
2
12
14
18
15
22
24
23
Specialistische GGZ
1
48
0
0
0
0
0
0
0
Ziekenhuis gerelateerde GGZ
0
5
0
0
0
0
0
0
0
Ambulante Jeugdhulp
67
74
226 239 249 241 255 258 247
Behandelingsgerichte dagbesteding
13
13
11
9
7
7
4
7
8
Pleegzorg
21
30
22
29
29
29
30
21
24
24 uurs verblijf
2
3
6
5
7
10
6
4
4
Beschermd Wonen
0
0
0
0
0
2
2
2
1
Gesloten Jeugdhulp
0
0
0
0
0
0
0
0
0
58
Kinderbeschermingsm aatregel, jeugdreclassering en drang
Kinderbeschermingsm aatregel 16
22
27
20
30
35
31
28
27
Jeugdreclassering
0
8
3
4
3
2
1
0
1
Drang
3
4
2
2
0
0
0
0
0
Landelijk Transitie Arrangement
Landelijk Transitie Arrangement
0
2
1
0
2
5
7
7
6
Eindtotaal
Totaal
178 280 365 401 419 418 425 421 414
3.2 Ervoor zorgen dat inwoners uit kunnen gaan van hoogwaardige kwaliteit van individuele voorzieningen en optimale keuzevrijheid Inkoop- en Contractbeheer van de Regio Gooi en Vechtstreek heeft namens de gemeente Weesp alle individuele voorzieningen op het gebied van Jeugd en Wmo ingekocht en beheert op dit moment de contracten met de zorgaanbieders. In het kader van de fusie zijn uitloopovereenkomsten afgesloten met de bestaande Weesper aanbieders, zodat zij ook in 2022 de huidige Weesper cliënten kunnen blijven bedienen. Nieuwe Weesper cliënten worden per 1 januari 2022 ondersteund door Amsterdamse aanbieders. Deze contracten vallen onder de verantwoordelijkheid van de contractmanagers Zorg in Amsterdam. In de contracten met de aanbieders is geborgd dat de individuele voorzieningen van hoogwaardige kwaliteit zijn. De Wmo-en Jeugdconsulenten en wijkteammedewerkers wijzen cliënten – bij het inzetten van ondersteuning – op de mogelijkheid om zelf een zorgaanbieder te kiezen. Cliënten wordt uitgelegd waar zij meer informatie kunnen vinden en kunnen daardoor een weloverwogen keuze maken. De cliëntondersteuners van MEE zijn tevens bekend met het aanbod en kunnen de cliënten bijstaan indien gewenst. Klachten bij zorgaanbieders in de inkoopregio Gooi- en Vechtstreek In het eerste half jaar van 2021 zijn er 3 klachten over de Wmo-taxi ingediend door inwoners uit Weesp.
Hiervan zijn er 2 gegrond en 1 ongegrond verklaard door het klachtenmeldpunt. De klachten gingen over het gedrag van de chauffeur, te laat opgehaald worden en opgehaald worden door het verkeerde voertuig. Inwoners hebben gedurende deze periode één klacht ingediend over Huishoudelijke Hulp. De klacht betrof het niet kunnen leveren van zorg. Op basis van de klachten gaat Contractbeheer regelmatig in gesprek met de vervoerders en zorgaanbieders, met als doel de zorg te verbeteren. Verbeterpunten worden meegenomen in contractonderhandelingen.
59
Klachten Zorgaanbieders 30
25
22
16
20
15 7
10
10 2
1
6 0
3
1
0 Q1Q2 2018
Q3Q4 2018
Q1Q2 2019
Q3Q4 2019
Wmo-taxi
Q1Q2 2020
Q3Q3 2020
Q1Q2 2021
Huishoudelijke hulp
Grafiek 34 Overzicht klachten bij zorgaanbieders 3.3 Faciliteren dat inwoners een sterke positie hebben bij de gemeentelijke toegang Om ervoor te zorgen dat inwoners een sterke positie hebben bij de gemeentelijke toegang, is er een laagdrempelige klachtenregeling opgezet. Allereerst is er de lokale klachtenregeling. Een lokale klacht gaat altijd over de dienstverlening van de gemeente. Het indienen van een klacht is eenvoudiger geworden en op meerdere manieren in te dienen, via de website van de gemeente, e-mail, telefonisch en via een klachtenkaart. Wanneer een inwoner een klacht heeft over de geleverde dienstverlening door een zorgaanbieder, kan de inwoner terecht bij de zorgaanbieder zelf. Zorgaanbieders zijn verplicht een klachtenregeling te hebben. Klachten, bezwaren en beroepszaken De klachten, bezwaren en beroepszaken in de tabellen op de volgende pagina hebben betrekking op Jeugd, Wmo en Participatie. Een klacht gaat altijd over de dienstverlening. Bij bezwaar en beroep gaat het over een beslissing van de gemeente waar de inwoner het niet mee eens is, zoals bijvoorbeeld niet de zorg en/of ondersteuning krijgen die de inwoner wenst. De inwoner kan dan in bezwaar gaan tegen dit besluit. Informele klachten vallen niet onder het aantal klachten dat hier staat vermeld, net als klachten over de zorg of ondersteuning die geleverd door zorgaanbieders.
Over dit laatste wordt apart gerapporteerd verderop in dit hoofdstuk. Klachten Wegens een storing in een nieuw managementsysteem is het niet mogelijk om informatie over de ingediende klachten op te halen. Er wordt hard gewerkt aan een oplossing. Tabel Aantal klachten
Wmo Jeugd Participatie Totaal
Aantal ingedien d Q3Q4 2020 0 1 4 5
Inged Ingetrokken/ ongegrond/ Ingetrok iend niet - ontvankelijk/ herzien ken etc. Q1Q2 Q1Q2 2021 Q3Q4 2020 2021 0 0 1 0 1
Behandeld/ in Behande behandeling ld/ etc. Q3Q4 2020 Q1Q2 2021 0 1 3 4
Bezwaren In de periode van januari tot en met juni 2021 zijn er bij de Wmo-afdeling 4 bezwaren ingediend, waarvan één gegrond is verklaard, 2 zijn ingetrokken en één ongegrond was. Twee bezwaren waren gericht op een besluit omtrent huishoudelijke hulp. Er zijn geen bezwaren binnengekomen voor de Jeugdafdeling. Wat betreft bezwaren bij Sociale Zaken zijn er in het eerste halfjaar van 2021 14 bezwaarschriften ingediend. Hier van zijn er 8 ingetrokken, 4 ongegrond verklaard, 1 in 60
behandeling en 1 gegrond verklaard. Deze bezwaren gaan veelal over afwijzingen van de bijzondere bijstand en terugvorderingen. Aantal Tabel Aantal ingedien bezwaren d Q3Q4 2020 Wmo 2 Jeugd 1 Participatie 11 Totaal 14
Inged iend Q1Q2 2021 4 0 14 18
Ingetrokken/ ongegrond/ Ingetrok niet - ontvankelijk/ herzien ken etc. Q3Q4 2020 Q1Q2 2021 1 3 0 0 0 12 1 15
Behandeld/ in Behand behandeling eld/ etc. Q3Q4 2020 Q1Q2 2021 1 1 1 0 11 2 14 3
Beroepszaken Er is geen sprake van beroepszaken bij de Wmo-en Jeugdafdeling. Bij Sociale Zaken is één beroepszaak ingediend. Deze is in behandeling genomen. Aantal Tabel Aantal ingedien beroepszaken d Q3Q4 2020 Wmo 0 Jeugd 0 Participatie 1 Totaal 1
Inged iend Q1Q2 2021 0 0 1 1
Ingetrokken/ ongegrond/ Ingetrok niet - ontvankelijk/ herzien ken etc. Q1Q2 Q3Q4 2020 2021 0 0 0 0 0 0 0 0
Behandeld/ in Behand behandeling eld/ etc. Q1Q2 Q3Q4 2021 2021 0 0 0 0 1 1 1 0
Trend Individuele voorzieningen Zoals aan het einde van hoofdstuk 2 al is geconcludeerd is het streven om algemene voorzieningen en preventieve middelen vroegtijdig in te zetten, zodat wordt voorkomen dat de gemeente in een later stadium duurdere, individuele (jeugdhulp)voorzieningen moet inzetten. Wmo - De afgelopen jaren zagen we het totaalaantal toegekende Wmo-voorzieningen geleidelijk toenemen. Deze stijgende trend lijkt zich nu te stabiliseren. Op productniveau kunnen we eveneens verschillende trends onderscheiden. Zo is het aantal indicaties voor huishoudelijke hulp opnieuw licht gestegen. Het Wmo-abonnementstarief draagt hier zeer waarschijnlijk aan bij. Uit de derde landelijke monitor Wmo-abonnementstarief (over 2020) blijkt dat de totale Wmo-uitgaven voor gemeenten in 2020 5,5 procent hoger lagen dan in het voorgaande jaar. Hulp bij het huishouden is de grootste veroorzaker van deze stijgende kosten. - Het aantal inwoners wat gebruik maakt van dagbesteding is licht afgenomen, terwijl het aantal indicaties voor begeleiding gelijk is gebleven. Vanwege de 1,5 meter maatregel konden aanbieders van dagbesteding niet alle cliënten opvangen. Daarnaast zijn er ook inwoners die vanwege een kwetsbare gezondheid niet aan de dagbesteding deel durven te nemen.
Opvallend is dat huisartsen en casemanagers dementie de afgelopen periode vaker verwijzingen geven voor begeleiding in de thuissituatie in plaats van voor dagbesteding. - Een deel van de cliënten met een indicatie voor begeleiding kan dankzij het versoepelen van de maatregelen weer ondersteund worden binnen het voorveld, waardoor inzet van individuele begeleiding omlaag kan en soms niet meer noodzakelijk is. Tegelijkertijd is er ook een groep cliënten 61
die juist specialistische ondersteuning nodig hebben. Dit gaat bijvoorbeeld om inwoners met autisme en zorgmijders. - Het afgelopen half jaar zijn een aantal aanvragen bij de gemeente ingediend voor grote en complexe woningaanpassingen. Vaak gaat het hierbij om gezinnen met een gehandicapt kind. Deze kinderen maken ook gebruik van afwijkende en complexe hulpmiddelen, die met regelmaat opnieuw aangepast moeten worden. Ondanks dat het aantal indicaties voor woonvoorzieningen gelijk blijft en het aantal toekenningen voor woningaanpassingen en hulpmiddelen zelfs is afgenomen, kunnen de kosten hierdoor toch stijgen. Om de noodzaak van bepaalde voorzieningen beter te beoordelen wordt vaker getoetst of inwoners het probleem op eigen kracht kunnen oplossen. Ook schrijven de consulenten vaker rijlessen voor hulpmiddelen voor, omdat in de praktijk is gebleken dat een client niet altijd in staat is om het hulpmiddel veilig te hanteren. Jeugd - Het aantal toegekende jeugdhulpvoorzieningen is op hetzelfde niveau gebleven. We concluderen daarom voorzichtig dat de coronacrisis er niet toe geleid heeft dat jeugdigen uit beeld zijn verdwenen bij de uitvoeringsdienst. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd verwacht dat het aantal toegekende voorzieningen als gevolg van corona nog gaat toenemen de komende periode.
- Er zijn in het eerste half jaar van 2021 iets meer indicaties afgeven voor begeleiding en behandelingsgerichte dagbesteding. Dit heeft mogelijk te maken met het feit dat jonge kinderen door hun ASS-problematiek nog niet naar school kunnen en eerst behandeling nodig hebben. - In de tweede helft van 2020 is het aantal indicaties voor pleegzorg flink gedaald ten opzichte van eerdere jaren. In het eerste half jaar van 2021 is het aantal indicaties weer licht toegenomen. Een eenduidige verklaring is nog niet te geven. - Het aantal indicaties voor 24-uursverblijf, beschermd wonen en kinderbeschermingsmaatregelen nam in de periode van juni 2019 tot december 2019 toe. De afgelopen anderhalf jaar is er echter sprake van een daling. Er zijn twee mogelijke verklaringen: 1) er is sprake van een lagere instroom en uitstroom door de uitbraak van het coronavirus en 2) de gemeente Weesp zet samen met andere gemeenten in de Regio Gooi en Vechtstreek en aanbieders in op het verminderen van het aantal uithuisplaatsingen en 24-uursverblijf. Als alternatief wordt een jongere in een pleeggezin geplaatst of wordt ambulante ondersteuning ingezet.
62