Jaarverslag RMA 2020 incl. controleverklaring WG ondertekend
Tekst van het document
JAARVERSLAG 2020
Jaarverslag 2020 RMA Rekenkamer Metropool Amsterdam 23 APRIL 2021
RMA - JAARVERSLAG 2020
Inhoudsopgave 1
Inleiding ..................................................................................................................... 3
1.1 Missie van de rekenkamer ............................................................................................................3 1.2 Indeling en opzet...........................................................................................................................3
2
Beleidsvisie ................................................................................................................ 3
3
Resultaten .................................................................................................................. 5
3.1 Wat is er afgesproken? .................................................................................................................5 3.2 Wat is er gedaan voor Amsterdam, Zaanstad en Weesp?..............................................................6 3.3 Effecten van onderzoek ............................................................................................................... 18 3.4 Overige externe producten .........................................................................................................21 3.5 (Nog) niet uitgevoerde of gepubliceerde onderzoeken ................................................................26 3.6 Overige activiteiten .....................................................................................................................28 3.7 Wat heeft het gekost? ................................................................................................................. 29
4
Paragrafen ............................................................................................................... 31
4.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ................................................................................. 31 4.2 Financiering .................................................................................................................................32 4.3 Overlegorgaan RMA .................................................................................................................... 33 4.4 Bedrijfsvoering ............................................................................................................................ 33
5
Jaarrekening ............................................................................................................ 37
5.1 Programmarekening.................................................................................................................... 37 5.2 Toelichting op het overzicht van baten en lasten ........................................................................ 39 5.3 Overzicht van de baten en lasten naar taakvelden .....................................................................44 5.4 Balans.......................................................................................................................................... 45 5.5 Toelichting op de balans per 31 december 2020 Activa ............................................................... 46 5.6 Niet uit de balans blijkende verplichtingen ................................................................................. 50 5.7 Gebeurtenissen na balansdatum .................................................................................................50
6
Overige gegevens van de jaarrekening ................................................................... 50
1
REKENKAMER METROPOOL AMSTERDAM Voorwoord De gemeenten Amsterdam en Zaanstad hebben sinds 2005 gezamenlijk een rekenkamervoorziening. Vanaf 1 juni 2010 vindt de samenwerking plaats op basis van een gemeenschappelijke regeling. De gemeenschappelijke regeling heeft als naam Rekenkamer Metropool Amsterdam (RMA). In 2020 is ook de gemeente Weesp toegetreden tot de gemeenschappelijke regeling. Op basis van de wet moet de bestuurder van de gemeenschappelijke regeling zelf de begroting vindt plaats nadat deze voor een zienswijze is voorgelegd aan de gemeenteraden. Vanaf 1 juni 2016 is er een nieuw beleidsplan vastgesteld voor een periode van 6 jaar. Het centrale thema is daarbij 'verantwoorden'. De werkomstandigheden waren in het coronajaar apart. Thuiswerken was ineens de norm. Onze faciliteiten daarvoor waren gelukkig juist allemaal geheel up-to-date gemaakt. Natuurlijk werd het directe persoonlijk contact met en hadden de . Voor dat laatste is ook calamiteitenverlof gegeven en dat betekent dat de productiviteit dit jaar toch wel iets minder was. Maar toch verliep het werk eigenlijk zonder grote problemen. Ook bij onze gemeenten werkten veel ambtenaren thuis, maar ook dat heeft geen grote effecten gehad op onze mogelijkheden om onderzoek te doen.
We hebben dus, zoals in dit jaarverslag is te zien, dit jaar weer veel onderzoeken voor Amsterdam en Zaanstad kunnen uitvoeren; voor elk project is een korte beschrijving opgenomen. De rapporten en rekenkamerbrieven staan op onze website. In dit verslag wordt ook verantwoording afgelegd over de overige uitgevoerde activiteiten en de bedrijfsvoering. In het slothoofdstuk staat de financiële verantwoording over 2020. Uit de jaarrekening blijkt dat 2020 wordt afgesloten met een relatief klein nadelig financieel resultaat. Voorgesteld wordt om dit tekort ten laste te brengen van de algemene reserve. Voor het goed functioneren van een rekenkamer is inbedding in de lokale politiek belangrijk. Daarom dank aan de raadsleden voor het vertrouwen en aan mijn directe gesprekspartners in de politiek voor hun regelmatige feedback: het presidium van de gemeente Amsterdam, het Overlegorgaan RMA, de auditcommissie in Zaanstad en de rekeningencommissie van de gemeente Amsterdam. Tot slot, maar niet in de laatste plaats een woord van dank aan de raadsgriffies voor hun steun bij het goed laten landen van ons werk bij de raden. Ook dat laatste was in dit coronajaar nog wel een speciale uitdaging.
Amsterdam, 17 mei 2021 dr. J.A. de Ridder bestuurder/directeur Rekenkamer Metropool Amsterdam
2
RMA - JAARVERSLAG 2020
1 Inleiding 1.1 Missie van de rekenkamer De Rekenkamer Metropool Amsterdam (RMA) verricht onderzoek om de gemeenteraden van Amsterdam en Zaanstad te helpen bij hun controlerende taak. Het onderzoek richt zich op doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid van het gemeentelijk bestuur, het gevoerde beleid en de beleidsuitvoering. Vanaf 2021 vervult de RMA ook de rekenkamervoorziening voor de gemeente Weesp. Onze rapporten zijn bedoeld voor de gemeenteraden van de bij de gemeenschappelijke regeling aangesloten gemeenten. De rapporten zijn openbaar. Door actief de kennis uit te dragen die via het uitgevoerde onderzoek is verkregen, willen we een bijdrage leveren aan goed openbaar bestuur. De publieke functie die we daarmee willen vervullen, is in de beleidsvisie (zie hoofdstuk 2) nader uitgewerkt. We willen zelf ook een doelmatige en doeltreffende organisatie zijn, die open en controleerbaar haar werk verricht. Met dit jaarverslag willen wij daaraan bijdragen.
1.2 Indeling en opzet Bij het opstellen van het jaarverslag zijn de richtlijnen van het BBV) in acht genomen. Het jaarverslag begint met een beleidsmatige verantwoording, waarbij ingegaan wordt op de beleidsvisie van 20162022 en de onderzoeken die in 2020 zijn uitgevoerd. Daarna volgen de gebruikelijke paragrafen. De financiële verantwoording over 2020 vindt plaats met behulp van de programmarekening en de balans.
2 Beleidsvisie Voor de periode 2016-2022 hebben we een beleidsvisie ontwikkeld. De beleidsvisie is via onze website in te zien en te downloaden.a De taak van de rekenkamer is verankerd in de Gemeentewet. Binnen dit kader kunnen we accenten leggen. De ideeën over onze werkzaamheden leggen we neer in beleidsvisies. Voor de periode 2016-2022 is het hoofdthema van onze beleidsvisie Navolgbaar rekenen op de participatiesamenleving . Hierin spelen we in op de veranderde context bij gemeenten als gevolg van de decentralisaties in het sociaal domein, waarin de gemeenten worden geacht de nieuwe taken uit te voeren volgens het gedachtegoed van de participatiesamenleving.
a Ook al onze bestuurlijke en onderzoeksrapporten kunnen worden gedownload op onze website:
www.rekenkamer.amsterdam.nl.
3
REKENKAMER METROPOOL AMSTERDAM Een gemeente die haar werk wil vormgeven door met partners samen te werken, kan niet alles zelf onder controle hebben. Toch blijft de besteding van publieke middelen vragen om het afleggen van verantwoording. Dit blijkt in de praktijk lastig. Gebrekkige en weinig transparante verantwoording ondergraaft uiteindelijk het draagvlak voor het handelen van de overheid. Voor de beleidsperiode 2016-2022 speelt het begrip verantwoorden daarom een belangrijke rol in ons onderzoek. Het gaat daarbij om de vraag of de effecten van de besteding van publieke middelen maatschappelijk zichtbaar zijn.
Bij de jaarlijkse selectie van onderzoeksonderwerpen wegen we mee of deze relevant zijn wij onderscheiden met betrekking tot verantwoorden: : ook ruime beleidskaders vragen om een inzichtelijke verantwoording van de besteding van belastinggeld; : geld dat samen met andere overheden en particuliere organisaties wordt besteed, moet ook goed worden verantwoord; : publieke middelen die burgers in het kader van de participatiemaatschappij besteden, moeten passend worden verantwoord; : het verhaal over wat er gebeurt bij overheidsinterventies is belangrijk; maar naast vertellen blijft ook tellen belangrijk: smart-indicatoren zeggen niet alles, maar bieden wel houvast bij het verhaal; : de verantwoordingen van de overheid moeten ook inzichtelijk zijn voor de geïnteresseerde burger. Daarnaast zijn er een aantal algemene criteria voor de keuze van uit te voeren rekenkameronderzoek, zoals het maatschappelijk en financieel belang van een onderwerp, lopen en een evenwichtige spreiding over de verschillende beleidsterreinen. We voeren verschillende soorten onderzoek uit.
Naast regulier onderzoek (waarin diepgaand een bepaald onderdeel van het gevoerde beleid wordt onderzocht) onderscheiden we: opvolgingsonderzoek dat enige tijd na publicatie wordt uitgevoerd om na te gaan of en hoe er invulling is gegeven aan onze aanbevelingen; uitbrengen van gevraagd of ongevraagd advies aan gemeenteraden, indien we daartoe aanleiding zien; verzorgen van thematische publicaties of bijeenkomsten, waarbij aandacht wordt besteed aan de rode draad in projecten en geprobeerd wordt algemene lessen te trekken uit uitgevoerd onderzoek. De wijze waarop we onderzoeken uitvoeren en communiceren met de buitenwereld zijn uitgewerkt in een intern webbased .
4
RMA - JAARVERSLAG 2020
3 Resultaten 3.1 Wat is er afgesproken? Jaarlijks stellen we staan de nieuwe onderzoeken die zijn geprogrammeerd. Ook worden de onderzoeken Begin juli 2020 is met de gemeente Weesp besproken welke onderzoeken we voor deze gemeente zullen uitvoeren.
Tabel 3.1 - Overzicht van projecten opgenomen in de onderzoeksprogramma's 2020 van Amsterdam en Zaanstad Onderzoeksprogramma 20
Projecten onderzoeken Jeugdhulp Riolering Publieksonderzoek: Groen in de buurt Duurzaamheidsbeleid Aanvullend Openbaar Vervoer Geheimhouding Taaloffensief
Haven Amsterdam Participatiewet Bestuurlijk Stelsel Opvolgingsonderzoekenb
Bruikbaarheid van indicatoren Publieksonderzoek: De gemengde stad Amsterdam Fietsstad Meldingen openbare ruimte Raadsinstrumenten en kaderstelling Wta-beoordelingsonderzoek ACAM
b We voeren tegenwoordig geen opvolgingsonderzoeken meer uit waarmee we na een paar jaar
nagaan of aanbevelingen uit een eerder onderzoek zijn uitgevoerd. De afspraak is dat het college deze uitvoering zelf bewaakt en hierover rapporteert. We zullen ons dan ook beperken tot af en toe een controle van de rapportages van het college.
5
REKENKAMER METROPOOL AMSTERDAM
Onderzoeksprogramma 20
Projecten Onderzoeken Participatiewet Bodemsanering spoedlocaties
Analyse voorstellen onderzoeksonderwerpen Zaanpanel Quickscans ontwikkeling van het personeelsbestand, financiële onderbouwing investeringsbeslissingen, energietransitie, en reductie restafval
Jeugdzorg in Zaanstad Publieksonderzoek: Woonbeleid in Zaanstad Vanaf 2020 zijn we ook rekenkamer van de gemeente Weesp. Op 7 juli 2020 hebben we via MS-Teams de klankbordgroep en de griffie van de gemeente Weesp gesproken over onze nieuwe samenwerking. We bespraken onze werkwijze en de twee onderzoeken die we dit jaar voor Weesp zullen uitvoeren. Het eerste onderzoek gaat over zicht op de financiële positie van de gemeente, en het tweede over de meldingen openbare ruimte. Naast de genoemde projecten in tabel 3.1 werd in 2020 capaciteit gereserveerd voor de volgende activiteiten: formuleren van adviezen op basis van eerder uitgevoerd onderzoek; uitvoeren van ad-hoc-onderzoek op verzoek van een gemeenteraad; 1. In de paragraaf 3.2 hebben we over de verschillende uitgebrachte rapporten en producten korte beschrijvingen opgenomen. Paragraaf 3.3 geeft een beeld van de doorwerking van de onderzoeken die door de raad of raadscommissies zijn besproken. In de paragraaf 3.4 wordt een toelichting gegeven op de overige externe producten die we voor de gemeenten hebben uitgebracht. In de paragraaf 3.5 zijn de overige voorgenomen onderzoeken, die (nog) niet tot een publicatie hebben geleid, toegelicht.
3.2 Wat is er gedaan voor Amsterdam, Zaanstad en Weesp? In deze paragraaf zijn de onderzoeken beschreven die we voor behandeling aan de gemeenteraad hebben aangeboden of door een raadscommissie zijn besproken. In
6
RMA - JAARVERSLAG 2020 paragraaf 3.3 is - via scores - inzicht gegeven in de bestuurlijke behandeling door de raadscommissies en de gemeenteraden.
3.2.1
Amsterdam
In deze paragraaf beschrijven we onderzoeken voor Amsterdam waaraan wij in 2020 hebben gewerkt en waarvan de publicatie in 2020 heeft plaatsgevonden.
Amsterdam Fietsstad - Fietsdiefstalbestrijding Gepubliceerd op: 26 maart 2020
We hebben onderzocht in hoeverre deze maatregelen doeltreffend en doelmatig zijn. Uit dit onderzoek is naar voren gekomen dat het aantal Amsterdamse aangiften voor fietsdiefstallen sinds 2012 niet is afgenomen, dit in tegenstelling tot de landelijke trend. De gemeente heeft bovendien zelf weinig inzicht in de effectiviteit en kosten van de maatregelen. Een belangrijke reden is dat fietsdiefstalbestrijding al lange tijd op de automatische piloot wordt uitgevoerd. Sinds 2010 is het beleid (inclusief de doelstellingen) niet meer geactualiseerd, zijn de maatregelen niet meer heroverwogen en worden het college van B en W en de gemeenteraad nauwelijks nog geïnformeerd, ook niet bij belangrijke besluiten in de uitvoering die relevant zijn voor de burger. Onze aanbevelingen richten zich op het beter zicht houden op activiteiten die doorlopend worden uitgevoerd. Door het op passende wijze organiseren van een periodieke evaluatie we dat de gemeente het nadenken over het vergroten van de rechtmatigheid, doeltreffendheid en doelmatigheid van de maatregelen stimuleert. Suggesties zijn bijvoorbeeld het gebruikmaken van de NAW-gegevens die zijn verkregen bij het fietsgraveren, het vaststellen van beleid voor bestuurlijke sancties, het (her)introduceren van een gecoördineerde aanpak met de politie en het OM, en een hotspotaanpak.
Het college moet in ieder geval vaststellen welke wettelijke registratieverplichtingen het Fietsdepot heeft.
7
REKENKAMER METROPOOL AMSTERDAM
Bruikbaarheid van indicatoren Gepubliceerd op: 31 maart 2020, 18 mei 2020, 20 mei 2020 en 24 juni 2020
dit
zij
Het onderzoek bestond uit zes delen. De eerste vijf delen zijn in 2019 uitgevoerd en bestonden uit diepgaande beoordelingen van de volgende vijf indicatoren: hulp aan statushouders; verwijderen van drijf- en grofvuil; plusnet voetganger; internationale bedrijven, en uitkeringsschuld. Voor elk van deze vijf deelindicatoren is een aparte publicatie gemaakt die ter kennisname aan de gemeenteraad is verstrekt. Het zesde deel van het onderzoek betrof de overkoepelende afsluiting van deze reeks onderzoeken. In dit laatste deel hebben wij meer globaal gekeken hoe het gebruik van indicatoren in de van de gemeente Amsterdam is. Vervolgens publiceerden we op 20 mei 2020 onze beoordeling over de indicatoren in de . Onze eindconclusie is dat de indicatoren in de begroting van Amsterdam niet bruikbaar zijn. Dit blijkt uit de vele tekortkomingen die we zien bij de opgenomen indicatoren in de begroting. Wij constateren dat sinds de start van het gebruik van indicatoren in 2002 dit systeem in Amsterdam nog nooit naar behoren heeft gewerkt. Tekortkomingen die wij in dit onderzoek signaleren, zien wij ook terug in onze eerdere rapporten over indicatoren (2007, 2008, 2013 en 2014). Hoewel er soms wel sprake is van positieve ontwikkelingen, blijft het geheel al zeventien jaar onvoldoende.
Deels komt dit doordat het niet eenvoudig is om treffende indicatoren te kiezen om de grote verscheidenheid aan gemeentelijke activiteiten en nagestreefde doelen inzichtelijk te maken. Maar het heeft ook zeker te
8
RMA - JAARVERSLAG 2020 maken met de wijze waarop en de houding waarmee de gemeente te werk gaat bij het vormgeven en invullen van indicatoren. Zonder goede indicatoren gaat het niet lukken om op een integrale wijze overzicht te krijgen over de doelen en activiteiten van de gemeente. Dergelijk overzicht is essentieel voor de kaderstellende en controlerende taak van de gemeenteraad. Wij hebben daarom zes aanbevelingen gedaan. Deze zijn gericht op het erkennen van het belang van de indicatoren, de randvoorwaarden en het doorvoeren van concrete verbeteringen.
De gemengde stad (publieksonderzoek 2019) Gepubliceerd op: 11 juni 2020
We constateerden ontbreekt,
We concluderen
-4020We hebben zeven aanbevelingen geformuleerd over het gerichter maken van het gemeentelijke beleid. Beleid dat voldoende ruimte dient te bieden voor maatwerk en experimenten, en meer zicht moet geven op de ontwikkelingen op het gebied van gemengdheid. Het college van B en W nam de aanbevelingen over en was zelfs al begonnen met een aantal acties die in onze aanbevelingen werden genoemd. De bestuurlijke reactie legde echter bij de bespreking van de aanbevelingen de accenten soms anders dan we hadden bedoeld. In het nawoord gaven we aan op welke punten er nog een verdere aanscherping van de bestuurlijke reactie gewenst was.
9
REKENKAMER METROPOOL AMSTERDAM
Raadsinstrumenten Gepubliceerd op: 18 juni 2020
onderzochten Wij constateren dat schriftelijke vragen en aangenomen moties veelal toereikend worden afgehandeld. Als er geen sprake is van een toereikende afhandeling, dan gaat het vaak om een samengevoegde afhandeling waardoor afzonderlijke elementen van een vraag of motie niet meer te volgen zijn. Ook komt het voor dat moties worden afgedaan met een aankondiging van een aanpak. Dit oogt niet als een toereikende afhandeling en leidt ook tot (zichtbare) kritiek van raadsleden. Anders is het beeld bij de tijdigheid van de afhandeling van schriftelijke vragen en aangenomen moties. Deze is veelal te laat. Wij constateren dan ook dat de tijdigheid van de afhandeling sinds ons vorige onderzoek niet wezenlijk is verbeterd. Een kanttekening hierbij is dat het absolute aantal ingediende schriftelijke vragen en aangenomen moties sindsdien sterk is gestegen. Ook valt op dat bij overschrijdingen bij de afhandeling van moties zelden een inhoudelijke verklaring wordt gegeven, hoewel dat volgens het wel verplicht is. Ter verbetering van de afhandeling van de raadsinstrumenten deden wij de aanbeveling om het college te vragen om een verbeterplan op te stellen voor de afhandeling van schriftelijke vragen en aangenomen moties, en de aanbeveling om te onderzoeken wat de oorzaak is van het sterk toegenomen gebruik van schriftelijke vragen en (aangenomen) moties.
10
RMA - JAARVERSLAG 2020
Amsterdam Fietsstad - Fietsvriendelijke kruispunten Gepubliceerd op: 30 juni 2020
-2022 e innovatiev
In maart 2020 waren er twee kruispunten gerealiseerd, één in uitvoering en zeven in voorbereiding. We achten het onwaarschijnlijk dat de tien kruispunten tijdig en binnen het budget zullen worden gerealiseerd. De onderzochte kruispunten zijn verbeterd, maar nog niet volledig fietsvriendelijk. Dit is niet haalbaar vanwege een gebrek aan ruimte en conflicterende belangen van verkeersdeelnemers. Onze aanbevelingen richten zich op het mogelijk maken van een politieke discussie over de toedeling van publieke ruimte aan de verschillende verkeersdeelnemers en op het vergroten van transparantie over de uitvoering van het programma op maatregelniveau.
Toegankelijkheid van openbare toiletten Gepubliceerd op: 30 juni 2020
We onderzochten
11
REKENKAMER METROPOOL AMSTERDAM
Onze belangrijkste conclusie is dat ondanks de aandacht die er aan het onderwerp is gegeven, er in Amsterdam onvoldoende openbare toiletten zijn. In 41% van de drukke voetgangersgebieden - inclusief de parken - is overdag binnen 500 meter een rolstoeltoegankelijk openbaar toilet bereikbaar. Dus in meer dan de helft van de drukke voetgangersgebieden niet. We vonden 56 openbare toiletten in Amsterdam, waarvan er 50 geschikt zijn voor mensen met een fysieke beperking. De gemeente gaat echter uit van 12 openbare rolstoeltoegankelijke toiletten, omdat de gemeente 'openbaar' gelijkstelt aan 'in beheer van de gemeente'. We pleiten daarom voor een bredere benadering van openbare toiletten, waarbij toiletten openbaar worden genoemd als ze gebruikt kunnen worden zonder beletsel of zonder erom te vragen. De gemeente is actief om meer openbare toiletten aan te leggen en er meer openbaar te maken. De realisatie en instandhouding van openbare toiletten lopen echter vast, omdat de aandacht vooral uitgaat naar de kant van de kosten. De maatschappelijke baten worden in de afwegingen niet echt meegenomen. Ook is er een gebrek aan coördinatie en doorzettingsmacht door het grote aantal onderdelen van de gemeentelijke organisatie dat betrokken is bij de realisatie en instandhouding. Structurele aandacht en middelen ontbreken.
Ten slotte concluderen we dat op straat de vindbaarheid van openbare toiletten slecht is. De gemeente heeft wel een begin gemaakt met het aanbrengen van bewegwijzering op straat, maar dit geldt alleen voor een enkel gemeentelijk openbaar toilet.
Geheimhouding Gepubliceerd op: 22 oktober 2020
Ondanks de verbeteringen in de afgelopen jaren, houden het college van B en W en de gemeenteraad meer geheim dan noodzakelijk is. Gedurende deze collegeperiode zijn er
12
RMA - JAARVERSLAG 2020 meer geheime stukken en meer vergaderpunten met geheime stukken gekomen. Dat gebeurt niet alleen binnen deze collegeperiode, maar ook in vergelijking met de vorige collegeperiode die wij onderzochten (april 2009-maart 2011). Geheimhouding wordt te veel opgelegd en te weinig opgeheven. Dat komt doordat procedures, kennis en systemen tekortschieten. En waarschijnlijk ook doordat de ambtelijke organisatie, het college van B en W en de gemeenteraad niet stimuleren om zo weinig mogelijk geheim te houden. De aanbevelingen zijn erop gericht om de mogelijke belemmeringen voor een goede uitvoering te verminderen en om de uitvoering zelf te verbeteren, zodat op zo min mogelijk informatie geheimhouding wordt opgelegd, en deze zo snel mogelijk weer wordt opgeheven.
Zicht op de financiële positie Gepubliceerd op: 10 november 2020
cont
acht. Het beeld dat uit dit onderzoek ontstaat, is dat de Amsterdamse financiële positie ten opzichte van 2015 is verslechterd. Deze verslechtering is vooral zichtbaar bij de financiële prestaties op korte en lange termijn en de mogelijkheid om incidentele tegenvallers op te vangen met de algemene reserve. Tegelijkertijd is de financiële positie, in vergelijking met andere gemeenten, nog steeds (erg) ruim. Zo is de omvang van de algemene reserve per inwoner (nog steeds) beter of gelijkwaardig aan andere gemeenten. Als we kijken naar het dat, per inwoner, veel hoger dan van andere gemeenten. Dit betekent dat Amsterdam in 2019 een slechtere uitgangspositie heeft om de gevolgen van de coronacrisis op te vangen dan in 2015 maar dat, gemiddeld genomen, deze uitgangspositie nog steeds veel beter is dan andere gemeenten in Nederland. Ook hebben wij inzichten uit eerdere onderzoeken
13
REKENKAMER METROPOOL AMSTERDAM bij Zaanstad en Amsterdam op een rij gezet die voor de gemeenteraad nuttig kunnen zijn bij het besluiten over het omgaan met de (financiële) gevolgen van de coronacrisis.
Jeugdhulp in Amsterdam - Inkoop specialistische jeugdhulp Gepubliceerd op: 3 december 2020
voor ,
We concluderen dat er geen goede analyse van de problemen in de huidige situatie heeft plaatsgevonden. Ons onderzoek laat zien dat de gemeente zich, met het oog op het nieuwe stelsel, hiertoe de tijd niet heeft gegund. Ze koos er bewust voor om de oorzaken voor de vanaf 2018 plotseling sterk oplopende kosten voor de jeugdzorg niet nader te onderzoeken. Ook de effecten van de maatregelen uit 2019 om kosten te beheersen zijn bij de gemeente niet goed in beeld. Daarnaast concluderen we dat het nog zeker niet is gegarandeerd dat het nieuwe inkoopstelsel zal leiden tot het realiseren van kostenbesparing en kostenbeheersing. Daarvoor dragen we verschillende redenen aan: De gemeente heeft op korte termijn weinig mogelijkheden om kosten te besparen, onder meer omdat zo'n 70% van cliënten hulp ontvangt die over de jaargrens 2020-2021 doorloopt; Er zitten tegenstrijdigheden in de inrichting van het nieuwe inkoopstelsel; Er moeten nog veel zaken worden uitgewerkt die het succes kunnen beïnvloeden. Daarbij wijzen brengt, die niet goed worden onderkend en waarvan de monitoring en beheersing onvoldoende is uitgewerkt. We zien rond de invoering van het nieuwe inkoopstelsel voor hoogspecialistische jeugdhulp een door ons vaker gesignaleerd patroon. De gemeente acteert met "volle kracht
14
RMA - JAARVERSLAG 2020 vooruit" om het probleem op te lossen en neemt geen tijd om te reflecteren op wat er fout ging. Door deze onbalans tussen acteren en reflecteren is het voor ons de vraag of het nieuwe inkoopstelsel een oplossing is voor de problemen in het huidige stelsel.
3.2.2
Zaanstad
Voor Zaanstad zijn de volgende onderzoeken uitgevoerd.
Woonbeleid in Zaanstad (publieksonderzoek 2019)c Gepubliceerd op: 13 februari 2020
beoordelen. We vinden dat de gemeente de doelen, prestaties en indicatoren beter zou moeten uitwerken. Ze sluiten niet altijd aan op de geconstateerde problemen en zijn ook niet altijd helder en concreet geformuleerd. De gewenste prestaties geven onvoldoende houvast om de voortgang van de beoogde doelen te beoordelen en de relevantie van de indicatoren is daardoor niet duidelijk. Wel neemt de gemeente behoorlijk wat maatregelen om haar doelen te bereiken. Zaanstad zet ongeveer de helft van de 72 door ons onderscheiden maatregelen in. Nog eens bijna 20% van de maatregelen wordt gedeeltelijk ingezet. Op een aantal punten zijn nog aanvullende maatregelen voorstelbaar. Wat opvalt is dat er maar weinig maatregelen gericht zijn op het particuliere deel van de woningvoorraad. De tekst en cijfers over woonbeleid in de begroting zijn voor een deel van de Zaankanters niet altijd herkenbaar. Er is veel te winnen door specifieker te zijn over de relatie tussen problemen en indicatoren en over wat er van de gemeente verwacht kan worden.
c In het
is dit rapport ook toegelicht. De doorwerking van dit rapport kon toen echter nog niet volledig in beeld worden gebracht. Om deze reden is ervoor gekozen om dit rapport ook in het J op te nemen. Voor de doorwerking zie paragraaf 3.3.
15
REKENKAMER METROPOOL AMSTERDAM
Jeugdhulp in Zaanstad Gepubliceerd op: 19 maart 2020
d
e Zaanstad. We concludeerden het volgende. De gemeente Zaanstad heeft het tekort op de jeugdhulpverlening in 2018 niet goed in beeld. Het college heeft eerder aan de raad een tekort van gemeld. Wij komen op een tekort van 5,9 miljoen. Verder concludeerden we dat de gemeente onvoldoende zicht heeft op de oorzaken voor de tekorten op de jeugdhulp door een gebrekkig zicht op de ontwikkeling van de kosten voor specialistische jeugdhulp. Daarnaast constateerden we dat er weliswaar veel maatregelen zijn genomen om het tekort van de maatregelen terug te dringen, maar dat het effect van alle maatregelen bij elkaar op de totale kosten voor specialistische jeugdhulp beperkt lijkt. Er is hooguit een stabilisering van kosten. Het college heeft de raad op veel momenten geïnformeerd over de ontwikkelingen in de jeugdhulp. Door gebrek aan zicht en nadere - op de Zaanse situatie toegespitste - analyses schoot de informatievoorziening echter inhoudelijk tekort. In 2014-2015 onderzochten we de zorg voor de jeugd in Zaanstad en de beoogde transformatie. Naar aanleiding van dat onderzoek deden we aanbevelingen gericht op het risicomanagement, de monitoring en de informatie daarover richting de raad. In het huidige onderzoek constateren we dat deze aanbevelingen beperkt of niet zijn uitgevoerd.
Dit vormt voor ons een deel van de verklaring voor de geconstateerde tekortkomingen gebrekkig zicht op gebruik, kosten en ontwikkelingen.
16
RMA - JAARVERSLAG 2020
Zicht op de financiële positie Gepubliceerd op: 20 oktober 2020
u Het beeld dat uit ons onderzoek ontstaat, is dat de Zaanse financiële positie ten opzichte van 2015 is verbeterd, maar dat deze verbetering wel achterblijft bij die van het gemiddelde van andere Nederlandse gemeenten. De verbetering is vooral zichtbaar bij de kortetermijnprestaties, risico's en mogelijkheden om eenmalige tegenvallers op te vangen. Voor de lange termijn is het beeld meer wisselend met een verbetering bij het structureel saldo, maar ook een stijging van de schuld in verhouding tot bezittingen. Dit betekent dat Zaanstad in 2019 een betere uitgangspositie heeft om de gevolgen van de coronacrisis op te vangen dan in 2015 maar dat, gemiddeld genomen, andere Nederlandse gemeenten een ruimere uitgangspositie hebben. De gemeenteraad moet waarschijnlijk besluiten nemen om de gemeente en de samenleving zo goed mogelijk door deze crisis te loodsen. Ter ondersteuning van dit proces hebben we voor de gemeenteraad in ons onderzoeksrapport aandachtspunten op een rij gezet.
17
REKENKAMER METROPOOL AMSTERDAM
3.2.3
Weesp
Voor Weesp zijn de volgende onderzoeken uitgevoerd.
Begroting Weesp 2021 Gepubliceerd op: 28 oktober 2020
D gemeenteraad d O
onze rekenkamerbrief.d
Daarbij mog .e De rekenkamerbrief is op een zodanig tijdstip uitgebracht dat de gemeenteraad deze kon betrekken bij de begrotingsbehandeling 2021. In de brief behandelen we de volgende aandachtspunten: het structurele financiële beeld, de minimavoorzieningen, de zorginkoop, de nieuwe woonwijk de Weespersluis , de overheadkosten en de toelichting op aanmerkelijke verschillen. We adviseren de raad bij het college over deze aandachtspunten meer informatie in te winnen of om verduidelijking te vragen.
3.3 Effecten van onderzoek Alle rekenkamerrapporten monden uit in aanbevelingen. De bedoeling is dat onderzoek bijdraagt aan een verbetering van het openbaar bestuur, direct doordat aanbevelingen worden overgenomen en geïmplementeerd en indirect doordat de rapporten bijdragen aan het publieke debat. Die beoogde effecten worden in rekenkamertermen doorwerking genoemd. Tabel 3.2 geeft een beeld van die doorwerking.
d In de brief en het rapport hebben we geen aanbevelingen gedaan of oordelen uitgesproken. Om
die reden was er in de gepubliceerde stukken geen bestuurlijke reactie opgenomen. e Een toelichting op deze analyse staat in paragraaf 3.4.
18
RMA - JAARVERSLAG 2020
Tabel 3.2 - Doorwerking van de in paragraaf 3.2 vermelde rapporten en rekenkamerbrieven Amsterdam
Doorwerking (*) A
B
C
D
extra
Amsterdam Fietsstad - Fietsdiefstalbestrijding
+
+/-
+
++
1)
Bruikbaarheid van indicatoren
++
++
++
-
2) 3)
De gemengde stad (publieksonderzoek 2019)
++
++
++
++
Raadsinstrumentenf
++
+
+
-
3)
Amsterdam Fietsstad - Fietsvriendelijke
++
+/-
+
+/-
4)
Toegankelijkheid van openbare toiletten
+
-
+
++
Geheimhouding
++
+
+/-
++
Zicht op de financiële positieg
nvt
nvt
nvt
++
Jeugdhulp in Amsterdam - Inkoop
++
++
++
++
Woonbeleid in Zaanstad (publieksonderzoek 2019)
++
-
+
-
Jeugdhulp in Zaanstad
++
nvt
nvt
++
7)
Zicht op de financiële positieh
++
nvt
nvt
-
8)
++
nvt
nvt
-
kruispunten
5)
6)
specialistische jeugdhulp Zaanstad
Weesp Begroting Weesp 2021i
f Deze publicatie is ter kennisname aangeboden aan de gemeenteraad van Amsterdam. Voor een
verdere toelichting op het onderzoek zie paragraaf: 3.2. g Idem. h Idem. i Idem.
19
REKENKAMER METROPOOL AMSTERDAM (*) Legenda A. B. C. D.
Behandeling raadscommissie(s) (in Zaanstad behandeling in Zaanstad Beraad) Behandeling gemeenteraad (Expliciete) raadssteun voor aanbevelingen/aandachtspunten Externe publiciteit
++ = uitgebreid; + = normaal; +/- = beperkt; - = niet; n.v.t. = niet van toepassing nnb = ten tijde van het opstellen van het jaarverslag nog niet bekend.
1) Voor het vak Law and Society van de faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam hebben wij in januari 2021 meegewerkt aan een podcast. 2) Met de publicatie van het bestuurlijk rapport op 20 mei 2020 is een kort filmpje gemaakt met daarin de hoofdconclusies van het onderzoek (zie: https://youtu.be/zkf-WKI9JVk). 3) Parallel aan dit onderzoek hebben we op social media het belang van overzicht en verantwoording onder de aandacht gebracht: #wieheeftoverzicht. 4) Het onderzoek -F is het eerste onderzoek waarbij de nieuwe werkwijze voor het bewaken van de uitvoering van onze aanbevelingen is toegepast. 5) Naast veelvuldige aandacht in de media is het rapport Geheimhouding ook in het kort besproken (E.C. Pietermaat & N.N. Bontje, Openbaarheid en behoorlijkheid, NTB 2021/76). 6) Voorafgaand aan de behandeling in de raadscommissie is er een technische sessie over het onderzoek georganiseerd waarbij elf (duo) raadsleden en fractiemedewerkers aanwezig waren. 7) Een half jaar na verschijnen van het rapport is er een uitgebreid artikel verschenen in het Noord-Hollands Dagblad en op de website van Follow the Money. In het artikel is veelvuldig gebruikgemaakt van het onderzoeksrapport en van de toelichting daarop van de directeur en onderzoekers.
8) Met de publicatie van het onderzoeksrapport op 20 oktober 2020 is ook een webinar georganiseerd met daarin de hoofdconclusies van het onderzoek. Er is sprake van doorwerking wanneer de aanbevelingen worden opgevolgd en uiteindelijk resulteren in nieuw dan wel aangepast beleid.j Het kan overigens soms wel even duren voordat de aanbevelingen worden geïmplementeerd. Tot en met 2019 voerden
j In het kader van de dualisering van het gemeentebestuur heeft ook het ministerie van BZK de
effecten van rekenkamer(-commissie)s onderzocht. Uit deze evaluatie bleek dat de raden, de colleges en de ambtelijke organisaties bij de beleidsontwikkeling rekening houden met wat er in zijn algemeenheid geleerd kan worden van rekenkamerrapporten en dat er meer oog is voor de doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid. Bron: Eindrapport Evaluatie van de provinciale en gemeentelijke rekenkamers van 11 mei 2011.
20
RMA - JAARVERSLAG 2020 we daarom periodiek opvolgingsonderzoeken uit om vast te stellen of toezeggingen van het college om de aanbevelingen op te volgen, ook zijn nagekomen. G Eind 2019 hebben we het college gevraagd om de opvolging van de toezeggingen voortaan zelf te monitoren. We kunnen dan volstaan met het steekproefsgewijs toetsen van een jaarlijkse voortgangsrapportage. Dit maakt het voor alle betrokkenen (ambtelijke organisatie, college, raad en rekenkamer) mogelijk meer continu een vinger aan de pols te houden. Hierdoor kan ook beter worden ingespeeld op het volgen van aanbevelingen waarvan opvolging snel moet plaatsvinden. Wij verwachten dat de nieuwe werkwijze meer doelmatig is voor zowel de ambtelijke organisatie als voor ons. Tot juni 2020 gingen we ervan uit dat het college in de bestuurlijke reactie redelijk nauwkeurig zou aangeven hoe opvolging zou worden gegeven aan onze aanbevelingen. In de praktijk blijkt in de ontbreken. Het college heeft meestal meer tijd nodig om tot een gedegen plan te kunnen komen. Na afstemming met de gemeentesecretaris hebben we besloten het college langer tijd te geven (maximaal e kan het college dan volstaan met het aangeven van de intenties. Het college zal dit plan afzonderlijk aan de raad aanbieden en jaarlijks de raad rapporteren over de stand van zaken totdat de aanbevelingen conform het plan van aanpak zijn uitgevoerd.
De rapportages kunnen voor ons aanleiding zijn om een nieuw onderzoek te starten.
3.4 Overige externe producten Naast de rapporten die ter behandeling aan de raad zijn aangeboden dan wel door de raad op eigen initiatief zijn behandeld (zie paragrafen 3.2), hebben we nog meer producten gepubliceerd. Deze producten hangen samen met reeds uitgevoerd onderzoek of nog uit te voeren onderzoek. Veelal zijn de producten ook ter informatie aangeboden aan de gemeenteraden en de betrokken raadscommissies in Amsterdam en Weesp, en het Zaanstad Beraad in Zaanstad.
21
REKENKAMER METROPOOL AMSTERDAM
3.4.1
Amsterdam Rekenkamerbrief Wta-beoordelingsonderzoek Gepubliceerd op: 3 maart 2020
G
Via het AFM-monitorformulier volgen we jaarlijks systematisch de ontwikkelingen bij ACAM.k Daarnaast dient minimaal eens per zes jaar een review plaats te vinden waarbij ook onderdelen van de controledossiers meer diepgaand worden onderzocht. In overleg met de rekeningencommissie is afgesproken dat wij dergelijke Wtabeoordelingsonderzoeken vierjaarlijks uitvoeren. Op 3 maart 2020 hebben we weer een rapport uitgebracht waarin de uitkomsten zijn samengevat van een Wta-beoordelingsonderzoek. Het rapport is uitgebreid besproken in de rekeningencommissie. De belangrijkste conclusie is, zoals gebruikelijk bij dergelijke onderzoeken, negatief geformuleerd: We hebben - op de door ons onderzochte onderdelen - geen informatie aangetroffen op basis waarvan we moeten concluderen dat ACAM niet in voldoende mate voldoet aan de in de Wta gestelde eisen.l Tevens hebben we geconcludeerd dat ACAM de belangrijkste bevindingen in het accountantsrapport heeft gerapporteerd en dat daarom het accountantsverslag een goede basis is voor de rekeningencommissie voor het onderzoek naar de gemeenterekening. In onze brief doen we suggesties om de bruikbaarheid van de accountantscontrole voor de gemeenteraad verder te vergroten.
k Het AFM-monitoringsformulier wordt jaarlijks geactualiseerd door de Autoriteit Financiële
Markten (AFM). Deze gebruikt het formulier om private accountantskantoren te monitoren. l Niet alle in de Wta opgenomen eisen zijn van toepassing op de ACAM. Wij hebben in het onderzoek de eisen meegenomen, voor zover deze in de Gemeentewet van toepassing zijn verklaard.
22
RMA - JAARVERSLAG 2020
Brief G4-onderzoek Geheimhouding Verzonden op: 10 november 2020 Om in G4-verband een vergelijking mogelijk te maken, hebben de rekenkamers van Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht (met verschillende diepgang) in 2020 de geheimhouding in hun gemeente onderzocht. Daarbij stonden twee doelen voor ogen: het bieden van een beeld waar de gemeenteraden eind 2020 staan met geheimhouding en de gemeenteraden de mogelijkheid bieden om van elkaar te leren en door elkaar geïnspireerd te raken. Op hoofdlijnen constateerden wij bij de vier gemeenten het volgende: Raadsleden worden te weinig gefaciliteerd bij het opleggen, bekrachtigen en opheffen van de geheimhouding; Het bekrachtigen van de geheimhouding gebeurt zelden weloverwogen; De gemeenteraden zijn voor het opheffen van geheimhouding te afhankelijk van het college; Verschillende keuzen bepalen de mate van transparantie in raadsbesluiten. De vier rekenkamers hebben gezamenlijk de Tweede Kamer geïnformeerd over de bevindingen uit de G4-onderzoeken. Hierbij deden ze de volgende vier voorstellen. 1. Het verbeteren van voorlichting door het ministerie van BZK over het opleggen, bekrachtigen en opheffen van geheimhouding; 2. Het voorschrijven van een register voor opgelegde geheimhouding en de verplichting om het gemeentebestuur jaarlijks de opgelegde geheimhouding te heroverwegen en daarover te rapporteren; 3.
Het creëren van een passende verticale toezichtvorm die toeziet op de naleving van de regels over het opleggen, bekrachtigen en opheffen van geheimhouding; 4. Het geven van voorlichting aan colleges van B en W dat een verzoek van de rekenkamer om de geheimhouding (gedeeltelijk) op te heffen serieus moet worden behandeld.
Onderzoeksprogramma 2021 Amsterdam Gepubliceerd op: 28 januari 2021
-
23
REKENKAMER METROPOOL AMSTERDAM
Eén onderzoek waarin we de navolgbaarheid van de uitvoering van de ambities van het coalitieakkoord onderzoeken. En één onderzoek waarin we voor negen thema's met deelonderzoeken de daadwerkelijke uitvoering nagaan. De selectie van deze negen thema's is gemaakt op basis van het -2022 en na consultatie van de raadsfracties en het burgerpanel met Amsterdammers. Daarnaast starten we in 2021 met vier andere nieuwe onderzoeken: ; ; (hiervoor:
);
.
3.4.2
Zaanstad Onderzoeksprogramma Zaanstad 2021 Gepubliceerd op: 9 februari 2021
In 2021 starten we drie onderzoeken: 1. c 2. Wob-verzoeken; 3.
; .
Daarnaast ronden we twee lopende onderzoeken af: en . In plaats van de aangekondigde quickscans uit te voeren, zijn wij in 2020 gestart met een niet-geprogrammeerd onderzoek naar e, waaraan ook 48 andere gemeenten deelnamen. Ook onderzochten we de financiële positie van Zaanstad om zo te laten zien hoe Zaanstad met de financiële gevolgen van het coronavirus kan omgaan.
24
RMA - JAARVERSLAG 2020
3.4.3
Weesp Zicht op de financiële positie Gepubliceerd op: 28 oktober 2020
B
Hier uitgang Uit de analyse van de financiële positie van Weesp blijkt dat deze ten opzichte van 2015 zowel is verbeterd als verslechterd. De verbetering is goed zichtbaar bij de analyse van de korte- en langetermijnprestaties. Zo is het saldo van baten en laten verbeterd. En is de schuld gedaald ten opzichte van de investeringen. Tegelijkertijd heeft Weesp echter iets minder mogelijkheden om te compenseren voor financiële tegenvallers. Over het algemeen betekent dit dat Weesp nu beter de gevolgen van de coronacrisis kan opvangen dan in 2015. Andere gemeenten hebben veelal echter een ruimere uitgangspositie.
Brief: Inkooptrajecten voor jeugdhulp Verzonden op: 1 oktober 2020
In onze brief aan de gemeenteraad van Weesp vroegen we ons af of de raad door het college was geïnformeerd over (mogelijke gevolgen van) het specifieke Amsterdamse inkoopstelsel voor hoogspecialistische jeugdhulp. Een overgang naar andere inkoopcontracten, waarbij ook gehanteerde uitgangspunten wijzigen, brengt volgens ons vrijwel zeker een andere denk- en werkwijze met zich mee, inclusief een organisatorische
25
REKENKAMER METROPOOL AMSTERDAM en administratieve veranderingen. We hebben de raad aangeraden om bij het college na te gaan hoe de uitgangspunten van inkoop van beide gemeenten zich tot elkaar verhouden, in hoeverre en hoe de beoogde continuïteit van zorg voor cliënten gewaarborgd wordt en wat de ergang zijn. Een raadsfractie stelde deze vragen schriftelijk aan het college. In zijn reactie geeft het college aan deze vooralsnog niet te kunnen beantwoorden, omdat het gemeentebestuur bezig is met de afweging of Weesp voor de inkoop binnen het sociaal domein langer bij de regio Gooi en Vechtstreek wil blijven of toch over wil naar Amsterdam.m
3.5 (Nog) niet uitgevoerde of gepubliceerde onderzoeken In paragraaf 3.2 en 3.4 hebben wij de onderzoeken beschreven die in 2020 zijn uitgevoerd en tot een publicatie 20 waren meer onderzoeken opgenomen. Hoe daarmee is omgegaan, wordt in deze paragraaf toegelicht.
3.5.1
Amsterdam
In de onderzoeksprogrammering 2020 zijn vijf onderzoeken opgenomen die eind 2020 nog niet waren gepubliceerd. Dit betreffen: , (publieksonderzoek 2019), Duurzaamheidsbeleid, en Taaloffensief. Het onderzoek bestaat uit twee deelonderzoeken. Het eerste deelonderzoek over de aansturing van de rioolwatertaken is afgerond en gepubliceerd op 15 april 2021. Het tweede deelonderzoek richt zich meer op de daadwerkelijke uitvoering van de rioolwatertaken. De publicatiedatum van dit deelonderzoek is nog niet bekend. Het onderzoek is eveneens in de afrondende fase beland. Ook voor dit onderzoek verwachten we dat in juni 2021 het rapport kan worden gepubliceerd. Met het onderzoek willen we in beeld brengen of er in Amsterdam voldoende, goed en bruikbaar groen is. Daarnaast bekijken we of het navolgbaar is in hoeverre het college zijn ambities realiseert. Daarnaast zijn in 2020 twee onderzoeken gestart die niet in het onderzoeksprogramma 2020 stonden: Dien en . Het onderzoek is gestart vanwege de coronacrisis. Het onderzoek is in de afrondende fase. We streven ernaar het onderzoek in juni 2021 openbaar te maken. In het onderzoek gaan we na of de gemeente Amsterdam bij de ondersteuning van dak- en thuislozen en mensen met geldproblemen adequaat gereageerd heeft op de lockdownsituatie.
m https://weesp.raadsinformatie.nl/document/9289319/1/GroenLinks%20-
%20antwoorden%20op%20vragen%20Jeugdhulp%20n_a_v_%20brief%20Rekenkamer
26
RMA - JAARVERSLAG 2020 Het onderzoek naar de komt voort uit het onderzoeksprogramma 2019. De publicatie van het onderzoek staat gepland op 3 juni 2021. In het onderzoek zijn we nagegaan of meldingen van Amsterdammers worden afgehandeld overeenkomstig het beleid van de gemeente. Omdat we meedoen aan een landelijk onderzoek van rekenkamers naar meldingen openbare ruimte kunnen we ook laten zien hoe de gemeente scoort ten opzichte van 49 andere gemeenten. De onderzoeken Duurzaamheidsb en Taaloffensief zijn niet in 2020 gestart en worden heroverwogen bij het opstellen van het onderzoeksprogramma 2022.
3.5.2
Zaanstad
In de onderzoeksprogrammering 2020 waren twee grote nieuwe onderzoeken opgenomen. Het eerste betrof het onderzoek Participatiewet. Ter voorbereiding op dit onderzoek hebben wij in juli 2020 aan de raad een aantal mogelijke onderzoeksrichtingen gepresenteerd. Uiteindelijk viel onze keuze op social return on investment (SROI): een van de instrumenten die de gemeente inzet om werkgevers te stimuleren om kansen te creëren voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Publicatie van het onderzoek is voorzien in het tweede kwartaal van 2021. Het tweede grote onderzoek betrof het onderzoek B . Vanwege de actualiteit is besloten om dit onderzoek niet uit te voeren. In plaats daarvan hebben we een onderzoek uitgevoerd naar de financiële positie van Zaanstad en gekeken naar de mogelijkheden voor Zaanstad om de nadelige financiële gevolgen van de COVID-19pandemie op te vangen. Op 20 oktober 2020 hebben we hierover een rapport uitgebracht. In paragraaf 3.4.2 is daarvan een korte beschrijving opgenomen. Bij de herprioritering van mogelijke rekenkameronderzoeken is besloten om het onderzoek B niet door te schuiven naar het onderzoeksprogramma 2021. Mogelijk wordt dit onderzoek in 2022 uitgevoerd. Naast de grote onderzoeken stonden er in het onderzoeksprogramma diverse quickscans waaraan mogelijk ook tijd zou worden besteed.
In plaats van een of enkele quickscans uit te voeren, besloten we mee te doen aan een landelijk onderzoek van rekenkamers naar meldingen openbare ruimte.n Aan dit onderzoek doen 49 gemeenten mee. De landelijke benchmark geeft het college en de raadsleden de mogelijkheid om Zaanstad te vergelijken met 49 andere gemeenten, inclusief acht gemeenten met meer dan 100.000 inwoners. Ons rapport is op 22 april openbaar gemaakt.
n Met onderzoek naar de afhandeling van meldingen openbare ruimte sluiten we aan bij het
landelijke DoeMee-onderzoek van de Nederlandse Vereniging van Rekenkamers en Rekenkamercommissies (https://www.nvrr.nl/nieuws/88929/Doe-mee-onderzoek).
27
REKENKAMER METROPOOL AMSTERDAM
3.6 Overige activiteiten Buiten het reguliere onderzoek waren we in het verslagjaar 2020 op diverse andere terreinen actief: De bestuurder/directeur is voorzitter van de Vereniging van Rekenkamers en Rekenkamercommissies (NVRR). Onderzoekers nemen deel aan de landelijke kenniskringen. De bestuurder/directeur participeert in een regulier overleg van de G4rekenkamers en overlegt regelmatig met het college van de Algemene Rekenkamer, vertegenwoordigers van het ministerie van Binnenlandse zaken (BZK), VNG en raadslid.nu. Twee onderzoekers zijn geïnterviewd door studenten van Departement Bestuursen Organisatiewetenschap (US-BO) binnen de faculteit Recht, Economie, Bestuur en Organisatie van de Universiteit Utrecht in het kader van hun onderzoek naar de financiële prestaties van de gemeente Almere. De drie registeraccountants van de rekenkamer organiseerden twee bijeenkomsten van de Kenniskring Frederikspleinberaad, een platform voor kennisuitwisseling tussen accountants werkzaam bij lokale overheden en de nonprofitsector. Een van de bijeenkomsten was vanwege corona een digitale bijeenkomst. Een accountant heeft meegewerkt aan het ontwikkelen van een VNG-brochure voor gemeenten over het kiezen voor een gemeentelijke accountantsdienst. De handreiking ienst is in mei 2020 gepubliceerd.
Voor het vak Law and Society van de faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam is in januari 2021 meegewerkt aan een podcast, naar aanleiding van het onderzoek fietsdiefstalbestrijding, om zo inzicht te geven over de samenhang tussen beleid en de effecten van maatregelen. Een van de senior onderzoekers heeft bijgedragen aan het opstellen van een handreiking voor juridische vraagstukken voor rekenkamers. Daarin zijn vragen beantwoord over de wettelijke plichten van de rekenkamer(commissie) als bestuursorgaan, de rechten van degene die door de rekenkamer(commissie) wordt ingehuurd en inlichtingen inwinnen bij andere instellingen tot en met het opvragen en delen van gegevens die vertrouwelijk verklaard zijn. Deze handreiking is te downloaden via https://www.nvrr.nl/nieuws/5815/denktankjuridische-vraagstukken/. Op 30 oktober 2020 hebben de auteurs van de handreiking een webinar verzorgd voor de leden van de NVRR. Er zijn gesprekken gevoerd met BZK over het onderzoek Geheimhouding in verband met het voorliggende wetsvoorstel Bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur. De directeur was lid van de BZK-werkgroep die een groot aantal gesprekken voerde met bestuurders van gemeenten over het functioneren van de
28
RMA - JAARVERSLAG 2020 rekenkamerfunctie. Dit moet leiden tot aanbevelingen over hoe rekenkameronderzoek kan leiden tot toegevoegde waarde voor gemeenteraden. Voor de permanente educatie van de medewerkers worden geregeld bijeenkomsten georganiseerd. Bij dergelijke bijeenkomsten worden geregeld ook medewerkers van andere rekenkamers uitgenodigd. Vanwege de coronacrisis heeft in 2020 slechts één bijeenkomst plaatsgevonden. Tijdens deze bijeenkomst kwam het thema Publieke waarden aan de orde.
3.7 Wat heeft het gekost? De totale kosten voor het voorbereiden en uitvoeren van de onderzoeken bedroegen in 2020 ruim 1.980.383. Voor verdere details wordt verwezen naar de financiële verantwoording in de jaarrekening en dan met name naar de paragrafen 5.1 en 5.2. In deze paragraaf wordt via kengetallen inzicht gegeven in het aantal onderzoeksdagen, het productiviteitspercentage en de kosten per onderzoeksdag. Ook wordt inzicht gegeven in de bestede onderzoekstijd voor Amsterdam, Zaanstad en Weesp en het gemiddeld aantal bestede onderzoeksdagen voor de verschillende soorten onderzoek.
Tabel 3.3 - Aantal geschreven dagen door onderzoeksmedewerkers en de kostprijs per onderzoeksdag Geschreven tijd in dagen
2020
2019
2018
Amsterdam
1.787
1.958
2.044
Zaanstad
234
202
105
Weesp
24
-
-
Totaal direct
2.045
2.160
2.149
Totaal indirect
663
673
647
2.708
2.828
2.796
Percentage direct
75,5
76,4
76,9
Kostprijs per onderzoeksdag
902
913
884
Direct
Totaal aantal geschreven dagen (exclusief verlof)
indirect gaat het om de tijdsbesteding aan opleidingen, organisatie- en kennisontwikkeling (onderhoud handboek en interne werkgroepen), personeelsbeoordelingen, planningsactiviteiten,
29
REKENKAMER METROPOOL AMSTERDAM themabijeenkomsten, sociale activiteiten, verzorgen externe presentaties, et cetera. Het productiviteitspercentage van de onderzoekers is in 2020 ten opzichte van 2019 iets gedaald: van 76,4% naar 75,5%. We streven naar een productiviteitspercentage van ten minste 75%. 902 bedraagt. Dit een daling van 1,3% ten opzichte van 2019 913). In de kostprijs per onderzoeksdag zijn zowel de directe programmakosten als onze overheadkosten opgenomen.o De lagere kostprijs is grotendeels een gevolg van lagere personeelskosten. Dit komt door natuurlijk verloop. In 2020 zijn twee senior-medewerkers vanwege pensionering uit dienst getreden. De nieuw aangetrokken onderzoekers hebben een lager aanvangssalaris. De volgende tabel laat zien hoe de bestede onderzoekstijd procentueel is verdeeld tussen Amsterdam, Zaanstad en Weesp.
Tabel 3.4 - Verdeling onderzoekstijd in procenten Verdeling onderzoekstijd
Realisatie 2020
Norm 2020
Realisatie periode 2016-2020
Norm periode 2016-2020
Amsterdam
87,4%
89,9%
91,5%
90,6%
Zaanstad
11,4%
9,1%
8,2%
9,2%
Weesp
1,2%
0,9%
0,2%
0,2%
Bij de onderzoeksdagen gaat het om tijd die in 2020 is besteed aan projecten. Hierbij gaat het om projecten die in 2020 zijn afgerond en om projecten waaraan wel is gewerkt, maar die eind 2020 nog niet zijn afgerond. De normpercentages zijn gebaseerd op de verhouding van de jaarlijkse bijdragen die we ontvangen van Amsterdam, Zaanstad en sinds 2020 van Weesp. Het streven is dat over de beleidsperiode van zes jaar de onderzoeksactiviteiten in verhouding tot de financiële bijdragen plaatsvindt. Uit de tabel kan worden opgemaakt dat in 2020 voor Amsterdam minder en voor Zaanstad en Weesp meer tijd is besteed in verhouding tot de jaarlijkse bijdragen. Ook al is er in 2020 voor Zaanstad meer onderzoekstijd besteed, in de periode vanaf 2016 is er nog steeds een onderbesteding aan uren (8,2% ten opzichte van 9,2%). Verdere compensatie kan in 2021
o De volgende incidentele kosten zijn bij deze berekening buiten beschouwing gelaten: de
loonkosten voor personeel dat met zwangerschapsverlof is c.q. langdurig ziek ( 11.406) en de
30
RMA - JAARVERSLAG 2020 plaatsvinden. Na verloop van de zes jaren maken we een voorstel voor een eindafrekening.p
Tabel 3.5 - Overzicht van het gemiddeld aantal dagen van de in 2020 en 2019 afgeronde onderzoeken Soort projecten
Aantal projecten
Gemiddeld aantal dagen per project
2020
2019q
2020
2019
Grote projecten (meer dan 80 dagen)
5
6
243
208
Kleine projecten (80 dagen of minder)
6
2
45
57
Opvolgingsonderzoeken
0
2
0
35
Bijzondere onderzoeken
11
11
23
27
Onderzoeksprogramma's
2
2
54
63
Bij de eerste drie soorten projecten worden de rapporten aangeboden voor een bestuurlijke reactie en behandeling door de raad. Bij bijzondere onderzoeken is er veelal geen bestuurlijk wederhoor. Dit zijn bijvoorbeeld verkenningen en tussentijdse rapportages die op de website zijn geplaatst en veelal vooruitlopende op het definitieve rekenkamerrapport ook ter kennisname zijn gezonden aan de raad. Ook aan de raad gestuurde brieven en rapportages naar aanleiding van eerder gepubliceerde rapportages vallen onder deze categorie. Evenals in 2019 laat het overzicht zien dat in 2020 opvallend veel bijzondere onderzoeken hebben plaatsgevonden. Dit heeft merendeels te maken met de (deel)onderzoeken naar de raadsinstrumenten en financiële positie (zie paragraaf 0).
4 Paragrafen 4.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing deelnemende gemeenten in de gemeenschappelijke regeling hebben zich verbonden aan
p De huidige beleidsperiode loopt van 2016 tot en met 2022. Op basis van de jaarrekeningcijfers
2021 zal de volgende 6-jaarlijkse eindafrekening plaatsvinden. Zie ook de toelichting in paragraaf 4.1. q Exclusief drie rekenkamerrapporten voor de gemeente Amsterdam die nagenoeg volledig waren afgerond in 2018, en begin 2019 zijn gepubliceerd. Deze rapporten zijn als rapporten 2018 aangemerkt. Bij grote projecten is een onderzoek opgenomen voor de gemeente Zaanstad die in 2019 nagenoeg was afgerond en begin 2020 is gepubliceerd.
31
REKENKAMER METROPOOL AMSTERDAM een bepaalde bijdrage voor een looptijd van zes jaar.r Het grootste risico is dat een deelnemende gemeente de samenwerking via de gemeenschappelijke regeling opzegt. In 2015 hebben de gemeenteraden van Amsterdam en Zaanstad besloten om de huidige samenwerking vanaf medio 2016 voor zes jaar voort te zetten. Daarbij is tevens besloten om de vaste jaarlijkse bijdragen voor zes jaar te continueren waarbij de bijdrage wordt aangepast aan de loonontwikkeling. In 2021 zal wederom de afspraak moeten worden herbevestigd. Het opzeggen van de samenwerking is evenwel niet primair een financieel risico van de rekenkamer. De medewerkers van het bureau van de rekenkamer hebben een ambtelijke aanstelling bij de gemeente Amsterdam.s In de gemeenschappelijke regeling is bepaald dat de gemeenteraden de financiële gevolgen van een uittreding en de daarbij behorende verplichtingen van de uittredende gemeente vaststellen nadat zij het lid van de rekenkamer daarover hebben gehoord. Hieruit leiden we af dat de kosten die samenhangen met een eventuele uittreding niet voor rekening van de rekenkamer komen, maar ten laste van de uittredende gemeente. Voor het opvangen van schommelingen in de uitgaven streven we ernaar om een algemene reserve aan te houden tussen de 10 en 15% van de te ontvangen jaarlijkse bijdragen.
Als kengetal voor het weerstandsvermogen schrijft het BBV voor de solvabiliteitsratio te vermelden. Deze ratio wordt berekend door het eigen vermogen van de RMA (exclusief het te bestemmen resultaat) uit te drukken in een percentage van het balanstotaal. De solvabiliteitsratio van de RMA per 31 december 2020 bedraagt 64% (2019: 56%). Dit percentage is ten opzichte van 2019 gestegen met 8%. Dit komt, omdat het eigen vermogen sneller is gestegen (per saldo meer toevoegingen) dan het vreemde vermogen. De relatief hoge kortlopende schuld per 31 december is een gevolg van de late ontvangst van de loonkostenfacturen november en december 2020. Per 31 december waren die nog niet aan de gemeente Amsterdam betaald.
4.2 Financiering We financieren de lopende exploitatie met de ontvangen bijdragen van de deelnemende gemeenten, kortlopende schulden en de opgebouwde reserves. We hebben geen langlopende leningen. Voor de financiering van investeringen hebben we het beleid om daarvoor bestemmingsreserves te vormen. Eind 2020 hebben we 218.100 aan bestemmingsreserves voor huisvesting en ICT. De boekwaarde van de investeringen
r De eerste beleidsperiode liep tot juni 2016. De gemeente Weesp neemt vanaf 2020 deel aan de
gemeenschappelijke regeling RMA. Op advies van de accountant en in afstemming met het Overlegorgaan RMA is besloten om de 6-jaarlijkse financiële eindafrekening, zoals bedoeld in artikel 11 van de Gemeenschappelijke Regeling Metropool Amsterdam, gelijk te laten lopen met de boekjaren. De vorige beleidsperiode 2010-2016 is financieel afgesloten in de . De volgende eindafrekening zal plaatsvinden aan de hand van de . s Vanaf 1 januari 2020 zijn deze aanstellingen vanwege de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren omgezet in arbeidsovereenkomsten.
32
RMA - JAARVERSLAG 2020 bedraagt eind 2020 193.100. Dat betekent dat de bestemmingsreserves beschikbaar is om de geplande investeringen in 2021 te financieren. We beschikken over een eigen bankrekening. Medio 2020 is de gemeente overgestapt van de ING naar de Rabobank. Omdat we vallen onder het mantelcontract van de gemeente zijn wij ook overgestapt naar de Rabobank. Sinds 1 juli 2016 betrekt de gemeente Amsterdam onze rekening bij het - door het Rijk verplicht gestelde - schatkistbankieren.t De afdeling Treasury van de gemeente Amsterdam muteert daarom iedere bij- of afboeking op onze een rekening-courantverhouding ontstaan met de gemeente Amsterdam.
4.3 Overlegorgaan RMA De Rekenkamer Metropool Amsterdam is een onafhankelijk orgaan en stelt het juist daarom op prijs om vertegenwoordigers van de raden te consulteren over haar begroting, begrotingswijzigingen, 8-maandsrapportage, jaarrekening en bedrijfsvoering (huisvesting, ICT). Ook zaken zoals gewenste aanpassingen van de gemeenschappelijke regeling en het onderzoek doen voor de gemeente Weesp of andere gemeenten worden in het Overlegorgaan RMA besproken. In het overlegorgaan zijn de gemeenteraden van Amsterdam en Zaanstad vertegenwoordigd. In 2020 is dit overlegorgaan tweemaal bijeengekomen: 11 mei en 4 november.