Bundel geanonimiseerde zienswijzen
Tekst van het document
8
Bij de opstelling van deze Omgevingsvisie is afgezien van het opstellen van een OER omdat alle richtinggevende uitspraken voortkomen uit eerder door de raad vastgelegde prioriteiten zoals in de 14 kernwaarden van Weesp, dan wel in de toekomst vertaald zullen moeten worden in plannen en programma’s om die voorgestelde richtingen verder in te vullen. In dat onderdeel van het proces zal dan een OER worden opgesteld. Voor nieuwe ruimtelijke, programmatische en beleidsmatige keuzes zal bij verdere ruimtelijke planvorming eventueel (daar waar wenselijk en/of nodig) een mer procedure worden doorlopen. Deze Omgevingsvisie is in de zin van de Omgevingswet meer agenderend, gemaakte keuzes zullen bij verdere invulling concreet gemaakt worden. Op dat moment is een OER aan de orde en ook zinvol.
Afbeelding: Totstandkoming Omgevingsvisie
1.7 De (on)voorspelbaarheid van de toekomst 1.7.1 COVID-19 De totstandkoming van deze Omgevingsvisie vindt plaats in de periode dat vrijwel de hele wereld in de ban is van het COVID-19 virus. Berichten over aantallen ziekenhuisopnames, overledenen, toenemende besmettingen komen uit veel landen. Ook Nederland is vlak na de zomer 2020 niet
9
van het virus af. En op het moment van schrijven is nog volstrekt onduidelijk hoe lang deze situatie nog voort zal duren. De vraag is welke invloed het virus op de langere termijn zal hebben en of het effect heeft op de in deze Omgevingsvisie op te nemen ambities en prioriteiten van Weesp. Wij zijn er van uitgegaan dat het virus een aantal zaken blijvend zal veranderen. Zo hebben veel bedrijven en organisaties ervaren dat thuiswerken ook veel voordelen biedt. Het aantal vervoersbewegingen neemt af en de digitale manieren om elkaar te ontmoeten zijn weliswaar niet ideaal, maar blijken goed te werken. Mogelijk wordt er in de toekomst een groter deel van de werkweek thuis gewerkt. We zijn ons bewuster geworden van het belang van de inrichting van de openbare ruimte en hoe wij en onze medegebruiker zich daarin (kunnen) bewegen. Daarnaast heeft de pandemie ons doen realiseren dat de mens kwetsbaar is. In dit geval voor een bepaald virus, maar er is een besef dat er ook andere (of soortgelijke) bedreigingen mogelijk zijn. De plek in deze Omgevingsvisie voor factoren die de gezondheid bevorderen en ruimte geven aan voorzieningen die de gezondheid bewaken zal door COVID-19 wellicht wat prominenter zijn dan zonder het virus.
1.7.2 Dertig jaar vooruit Deze Omgevingsvisie geeft een visie op de toekomst over dertig jaar, dus tot 2050, maar heeft daarbij niet de pretentie een blauwdruk of voorspelling te geven hoe Weesp er in 2050 uitziet. Het aantal scenario’s is schier oneindig. Een vergelijking met dezelfde periode in het verleden, dus terugkijkend op 1990, is leerzaam. Weinigen zullen toen hebben voorzien wat de dominante thema’s van nu zouden zijn: het internet stond in de kinderschoenen; de mondialisering was net begonnen; klimaatverandering was nog geen issue; massatoerisme bestond nog niet.
Foto: Station Weesp in de jaren ’90 (Leeuwenveldseweg). SERC (Jan van der Stelt) Ontwikkelingen kunnen heel erg snel gaan. De invloed van Covid-19 spreekt boekdelen. De bloeiende economie van Nederland belandde plotsklaps in een recessie (zie ook volgende paragraaf). Klimaatveranderingen kunnen versneld doorzetten, waardoor Weesp grote problemen
10
met hitte, droogte, en wateroverlast kan krijgen. De trend naar kleine huishoudens kan doorzetten en wellicht bestaat het merendeel van de Weesper huishoudens over dertig jaar uit eenpersoonshuishoudens. Wetgeving kan veranderen, de huurwetgeving kan bijvoorbeeld worden geliberaliseerd . De trend is nu gericht op regulering met grote invloed op de woningmarkt. Daarnaast krijgen gemeenten ook grotere beleidsvrijheid om volgens decentrale regelgeving gemotiveerd te mogen sturen op de samenstelling van de woonruimtevoorraad. De processen in de ruimtelijke ordening gaan over het algemeen traag, maar op de lange termijn kunnen de gevolgen verstrekkend zijn. De functies wonen, werken, recreëren kunnen de komende jaren bijvoorbeeld een volledig andere invulling krijgen. Het aanwijzen van bestemmingen ten behoeve van functies wordt daarmee veel complexer. Gebouwen moeten flexibel worden gemaakt om verschillende soorten activiteiten onderdak te kunnen bieden. Enkele voorbeelden: • Woningen. In een klassieke situatie wordt een ‘woning’ als woning gebruikt: er wordt geslapen, gegeten, en het privéleven speelt zich er af. Het thuiswerken zou een grote vlucht kunnen gaan nemen, waarbij huizen deels kantoor worden. • Winkels. Het winkelbestand zal een belangrijke transformatie ondergaan. Steeds meer spullen zullen via internet worden besteld.
Winkels zullen verdwijnen en/of zich moeten aanpassen. Een voorbeeld: boekhandels hebben tegenwoordig al een koffiehoek. Ze kunnen hun activiteiten echter ook uitbreiden met lezingen en educatie. • Bedrijven. De klassieke maakindustrie ‘met machines en een schoorsteen’ wordt steeds schoner. Hierdoor kunnen op bedrijventerreinen steeds meer functies met elkaar worden gecombineerd. De betekenis van bovenstaande voor de Omgevingsvisie Weesp is niet goed weer te geven. De kracht waarmee ontwikkelingen doorzetten is immers niet op voorhand aan te geven. Een mogelijke conclusie is dat een algemeen criterium als ‘flexibiliteit’ meer ruimte zou kunnen krijgen. Daarnaast geeft deze Omgevingsvisie een aantal keuzes en prioriteiten weer die in Weesp worden gesteld. Een voorbeeld: het realiseren van meer en beter groen draagt bij aan de gezondheid in, en de leefbaarheid van Weesp. Dat is een keuze die nog belangrijker wordt als mensen meer thuis gaan werken. Die keuze is dus, onafhankelijk van sommige onzekere ontwikkelingen, verstandig. Tegelijkertijd zijn de principes voor de ruimtelijke inrichting/fysieke domein weinig veranderd. We wonen en werken het liefst in een mooi vormgegeven buurt. Waarden/behoeften hiervoor zijn weinig aan verandering onderhevig. Bouwstenen hiervoor zijn nog hetzelfde: we hebben nog steeds wegen nodig, voetpaden, woningen, kantoren, ov, voorzieningen.
De verhouding daartussen kan wel veranderen. Zo is de inrichting vanaf de jaren 60 steeds meer gericht geraakt op de auto. En nu vinden we andere (duurzamer) vormen van mobiliteit belangrijker. We ontmoeten elkaar nog steeds op straat. Het idee van de stad bestaat al honderden, zo niet duizenden jaren en daar is in al die tijd weinig aan veranderd. De samenstelling, compositie en uitgangspunten zijn wel aan de tijd onderhevig.
11
2 Visie
Weespers zijn trots op Weesp. Oorspronkelijke Weespers en nieuwe Weespers weten de stad te waarderen. En dat is niet zo gek. Weesp heeft een eigen identiteit. Een stad met een dorps karakter, een dorp met een stads karakter. Het karakteristiek historisch centrum en een prachtige ligging aan de Vecht geven Weesp het eigen, bijzondere karakter. En als kers op de taart de oude vesting. Niet voor niets zeggen velen dan ook dat Weesp Weesp moet blijven.
2.1 Verleden, heden, toekomst 2.1.1 Verleden Weesp is een stad aan de Vecht, een vestingstad met een historisch centrum dat goed bewaard is gebleven. Het grondgebied van Weesp wordt al meer dan 2000 jaar bewoond en werd rond 1150 Wispe of Wesopa genoemd. Eerste bewoningsporen stammen zelfs uit de IJzertijd. Omdat Weesp strategisch ligt aan de Vecht, die in de middeleeuwen de grens tussen Utrecht en Holland vormde, was het al vroeg een belangrijke vesting. Weesp ontving in 1355 stadsrechten. Vestingstad Weesp is onderdeel van de Oude- en Nieuwe Hollandse Waterlinie en van de Stelling van Amsterdam. Nu nog zijn de omwalling en bastions in het stratenpatroon herkenbaar. Verder is het Torenfort uit de tijd van de Nieuwe Hollandse Waterlinie bewaard gebleven en de houten huizen in de voormalige vuurlinie, die bij oorlogsdreiging direct afgebroken konden worden. De historie is voelbaar en zichtbaar in Weesp.
12
Foto: Karakteristieke houten huizen in de voormalige vuurlinie langs de Utrechtseweg Weesp heeft zowel perioden van bloei als verval meegemaakt. Vanwege het schone Vechtwater ontstond aan het einde van de middeleeuwen een enorme bierbrouwindustrie. Samen met de later opgekomen jeneverproductie heeft de productie hiervan grote economische voorspoed gebracht. Van 1759 tot 1769 werd het eerste Nederlandse porselein in Weesp gemaakt, in een voormalige jeneverstokerij aan de Kromme Elleboogsteeg. De Weesper porseleinfabriek leverde al in de vroege productiejaren porselein van hoge kwaliteit. Na verloop van tijd bleek de buitenlandse concurrentie toch te sterk en ging de porseleinfabriek failliet in 1769.
1200-1700
1700-1800
13
1800-1900 1900-1950 Kaarten: Stedelijke ontwikkeling in Weesp deel 1 (1200-1950) In de 19e eeuw ging het minder goed met Weesp en was er veel verval in de stad. In de jaren veertig van de 19e eeuw leidde dit zelfs tot opstanden. Vanaf 1850 brak er weer een periode van bloei aan, die voornamelijk te maken had met de komst van de Van Houten chocoladefabriek naar Weesp.
2.1.2 Heden Weesp heeft veel van het verleden behouden, maar heeft zich vanzelfsprekend aangepast aan de tijd. De ligging aan de Vecht is dezelfde, de functie van het water is echter veranderd van transport en verdediging naar recreatie en watersport. Het historisch centrum, de schansen, de vuurliniehuisjes: het centrum van Weesp ademt nog steeds de sfeer van een vestingstad. Het bebouwde gebied van Weesp is in de 20e eeuw behoorlijk uitgebreid met Zuid (vanaf jaren ’20), Hogewey (vanaf jaren ’50), Aetsveld (jaren ’80), Leeuwenveld (jaren '90) en de nieuwste grote uitbreiding van Weesp: de wijk Weespersluis (vanaf 2019).
14
1950-2000
2000-2020
Kaarten: Stedelijke ontwikkeling in Weesp deel 2 (1950-heden)
Weesp heeft een aantal unieke kenmerken die de stad zijn lokale identiteit geven. De landschappelijke inpassing met aan vrijwel alle kanten het open landschap met veel uitzicht en groen. Het historisch centrum en de vesting echoën het verleden, toen Weesp vanwege de strategische ligging een belangrijke rol speelde in de verdediging van het achterland. De overwegend lage bebouwing is een grote kwaliteit. Weesp kenmerkt zich door overzichtelijkheid. Alle voorzieningen zijn dichtbij, horeca en winkels goed bereikbaar.
15
Weesp ligt centraal tussen enkele steden in de noordelijke Randstad: Utrecht, Almere, Hilversum en Amsterdam. Weesp is een knooppunt van infrastructuur en goed verbonden met andere delen van Nederland. Dat trekt (nieuwe) ondernemers aan. Weesp heeft daarom relatief veel bedrijventerreinen met (mede) een regionale functie. Overigens is dat ook een gevolg van de industriële bloei die Weesp lange tijd heeft gekend.
2.1.3 Toekomst: wat komt er op Weesp af? Er zijn veel ontwikkelingen waar Weesp, net als vele andere gemeenten, mee te maken krijgt. Weesp groeit en de populariteit van de stad als woonplaats is groeiende. Niet in de laatste plaats ingegeven door een grote vraag naar woningen in de Metropoolregio Amsterdam en de nabijheid van Amsterdam. De groei, op dit moment vooral veroorzaakt door de realisatie van de wijk Weespersluis, zorgt op zichzelf voor uitdagingen. Hoe kan Weesp er voor zorgen dat het een ongedeelde stad wordt / blijft? De populariteit van Weesp vertaalt zich ook in stijgende huizenprijzen en een grote instroom vanuit Amsterdam, maar ook van buiten de regio en Nederland. Dit, tezamen met een trend van vergrijzing, zorgt er voor dat er niet voor iedereen plek is op de woningmarkt, de wachttijden voor sociale huurwoningen sterk oplopen en dat er te weinig doorstroming is. Ook de druk op de werkgebieden groeit. Enerzijds door transformatie van bedrijven naar woningen en de behoefte aan meer woningen. Anderzijds door een groei van de bedrijvigheid. Het goed inpassen van werkgebieden en ruimte (blijven) bieden aan belangrijke economische functies is een uitdaging voor veel gemeenten en ook voor Weesp. Klimaatverandering leidt tot extremer weer, en veroorzaakt hittestress, droogte, en wateroverlast.
De energietransitie vraagt veel ruimte voor duurzame energieopwekking met zon en wind. Er is een toenemende concurrentie om het gebruik van de ruimte binnen Weesp. Groen, sociale voorzieningen, sportvelden en de auto vragen allen ruimte. Veranderingen op het gebied van mobiliteit, waarbij andere mobiliteitsvormen en –concepten als gevolg van technologische ontwikkelingen hun intrede doen zullen onverminderd doorgaan. Dit zal ruimtelijke de nodige consequenties met zich mee brengen. Tot slot gaat Weesp in 2022 fuseren met Amsterdam en wordt Weesp Amsterdams grondgebied. Deze fusie wordt met gemengde gevoelens aangezien. Het zal Weesp veel brengen, maar de zorg van sommigen is dat het Weesper karakter te Amsterdams wordt: teveel stad en te weinig dorp.
16
Afbeelding: Conceptuele weergave Weesp in drie delen: Weespersluis, Hogewey/Binnenstad en Aetsveld Weesp in drie delen Er zijn twee ‘barrières’ waardoor Weesp eigenlijk uit drie delen bestaat. De Gooilandseweg (N236) vormt met haar inrichting als 80km-weg een barrière tussen Aetsveld en de rest van Weesp en het spoor vormt een barrière tussen de noord- en zuidzijde hiervan. Het spoor vormt een barrière tussen de noord- en zuidzijde van Weesp, met slechts twee spoorpassages aan oost- (Hogeweyselaan) en westzijde (Stationsweg). Met de ontwikkeling van Weespersluis neemt het belang van een betere doorstroming tussen noord en zuid verder toe, omdat de dagelijkse verkeersstroom tussen Weespersluis en de binnenstad naar verwachting verder zal toenemen. Verbetering van de bestaande passages, aangevuld met een of meerdere nieuwe spoorpassages is onvermijdelijk om Weesp in de toekomst intern goed verbonden te houden. De nieuwe Weespers voelen zich door de ligging en infrastructuur van hun wijk niet echt verbonden met het ’oude’ deel van Weesp. De (nog aan te leggen) fiets- en wandelverbindingen tussen beide delen moeten aantrekkelijk zijn: veilig, bij voorkeur groen met doorzichtige struiken. Goede verlichting is noodzakelijk voor in de avond en nacht.
17
2.2 Visie Weesp blijft Weesp Weesp is Weesp, en Weesp blijft Weesp. Maar Weesp staat niet stil. De hoofdboodschap van deze Omgevingsvisie is dat Weesp diverse uitdagingen en vraagstukken het hoofd zal bieden, maar dicht bij haar eigen identiteit blijft. Zodat de Weesper zich Weesper kan blijven voelen, en de nieuwkomer zich welkom voelt. Alles wat Weesp bijzonder maakt - de unieke ligging aan de Vecht, het groene landschap meteen om Weesp heen en haar rijke culturele erfgoed - wordt beschermd, versterkt én beter toegankelijk gemaakt. De overzichtelijkheid van Weesp is daarnaast een belangrijke kwaliteit die behouden moet blijven. Overzichtelijkheid die zich uit in de kleinschaligheid, de redelijk uniforme bouwhoogte, de ruime opzet. Het behouden van de kwaliteiten én de uitdagingen aangaan: dat is de opdracht voor deze Omgevingsvisie. Weesp groeit rond het jaar 2020 hard, met de bouw van Weespersluis. Een dergelijke uitbreiding van de stad zal in de komende decennia niet meer plaats vinden. Er liggen er nog voldoende kansen om de stad, binnen de huidige grenzen, op vele punten leefbaarder te maken. Ook is er nog ruimte te vinden voor uitbreiding bínnen de bestaande grenzen van de bebouwde kom en willen we het kleinschalige karakter van Weesp ook beschermen.
Doordat het verder bebouwen van landschap buiten beschouwing blijft en er wel diverse ‘ruimtevragers’ zijn, zullen er wel keuzes moeten worden gemaakt. De ruimte kan maar één keer gebruikt worden. Hieronder worden vier ruimtevragers uitgewerkt. Deze kunnen soms gecombineerd worden, maar de inpassing zal zeker ook keuzes en prioriteiten vragen. In deze Omgevingsvisie worden die keuzes gemaakt, of er wordt aangegeven welke criteria bij toekomstige keuzes toegepast zullen worden.
19
Foto: Zicht op de Lange Vechtbrug (1) Woningbouw: inbreiding Het landschap rondom Weesp is van grote waarde. Het uitbreiden van het bebouwd gebied doet afbreuk aan de diverse waarden die het landschap heeft. Er zullen wel nieuwe woningen nodig zijn in Weesp in de komende dertig jaar. We bouwen woningen voor alle inkomensgroepen, maar met een focus op betaalbare huur- en koopwoningen voor met name jongeren, starters en senioren. Deze woningen zullen binnen de grenzen van het bestaand bebouwd gebied komen. De toe te voegen woningen worden gerealiseerd door het afronden van de plannen in Weespersluis, het realiseren van de huidige voorgenomen transformaties van delen van bedrijventerreinen, en door op nieuwbouwlocaties binnen de stad woningen toe te voegen die passen bij het straatbeeld en de omgeving, met maximaal 6 bouwlagen en hoogte-accenten waar dat passend is. Er zullen geen hoogte-accenten in de historische binnenstad worden toegevoegd. De bouwhoogte in het beschermde stadsgezicht wordt situationeel bepaald. Toevoeging van woningen kan ook door sloop-nieuwbouw gebeuren waarbij meer woningen worden teruggebouwd dan er gesloopt zijn.
Doel is een evenwichtige stad met gemengde wijken te maken door in wijken waar al veel goedkopere huurwoningen zijn voorrang te geven aan (duurdere) koopwoningen, en andersom sociale huurwoningen en starterswoningen toe te voegen in wijken met een relatief hoog aandeel (duurdere) koopwoningen. Daardoor kan ook de dynamiek op de woningmarkt verder versterkt worden. Doel met het toevoegen van woningen is om zgn. lange verhuisketens in gang te zetten. Het realiseren van 1 woning kan zo een reeks van verhuizingen initiëren, waardoor meerdere bewoners op een betere plek terecht komen (of hun eerste huis kunnen betrekken). Daarnaast wordt vooral in het stationsgebied verdicht (naast verdichting in de subcentra) en kunnen in dat gebied hoogteaccenten worden aangebracht. Deze toevoeging van woningen is naar verwachting voor de eerstkomende periode voldoende. Weesp is zuinig op het landschap, dus woningbouw buiten het bestaand stedelijk gebied wordt op dit moment niet overwogen. Mocht de behoefte aan extra woningen na het benutten van deze mogelijkheden zich toch aandienen, wordt eerst gekeken naar alternatieven buiten Weesp en vervolgens zorgvuldig gekeken naar locaties met de minste gevolgen voor de kwaliteiten van het landschap.
(2) Economische groei: dynamisch op de schaal van Weesp Ook de groei van de werkfunctie van Weesp wordt (mede) bepaald door de schaarse ruimte. Weesp koestert de mix van werkgelegenheid die voor de inwoners een goede kans op een baan dicht bij huis betekent. Het aantal inwoners stijgt en om het niveau van werkgelegenheid op peil te houden, moet het aantal arbeidsplaatsen mee groeien. Die arbeidsplaatsen zijn deels gesitueerd op bedrijventerreinen en deels op andere locaties (kantoren rond het station, in woonbuurten gesitueerde bedrijvigheid). Een kwalitatieve analyse van de gewenste arbeidsplaatsen zal leren op welke locatie deze gerealiseerd zullen worden. Daarbij zal de mogelijkheid om bestaande bedrijventerreinen intensiever te gebruiken (bijvoorbeeld door optopping of ander gebruik van het
20
maaiveld) kunnen leiden tot meer arbeidsplaatsen op de bestaande oppervlakte. Het oppervlak aan bedrijventerreinen is geen doel op zich, het belangrijkste is dat het gewenste aantal en soort arbeidsplaatsen kan worden gerealiseerd. Dat betekent dat bij intensiever gebruik van bedrijventerreinen (meer arbeidsplaatsen per hectare terrein) ruimte vrijkomt voor meer bedrijvigheid. Groei van het aantal woningen vindt, buiten lopende transformaties, dan ook niet plaats op de bedrijventerreinen. De bedrijventerreinen kunnen door beter gebruik en intensivering wel aan meer arbeidsplaatsen plek geven, tezamen met het verder te ontwikkelen woonwerkgebied in het stationsgebied. We richten ons daarbij op groei van banen voor alle opleidingsniveaus. Met name praktisch geschoolden zijn gebaat bij werkplekken dicht bij huis. Maar ook hoger opgeleiden vinden nu al werk in Weesp en dat zal ook blijven groeien. Sommige bedrijven horen bij Weesp, andere bedrijven kiezen voor Weesp vanwege de centrale ligging en de bereikbaarheid. De populariteit van Weesp als vestigingsplek voor bedrijven willen we handhaven. Naast de ontwikkeling van het stationsgebied, die Weesp ten noorden en ten zuiden van het spoor functioneel beter met elkaar zal gaan verbinden, zetten we ook in op verbetering en intensivering van de verbindingen tussen noord en zuid.
Het ondergronds brengen van het spoor is hierbij ook een reeds lang gekoesterde wens. Omdat die niet op afzienbare termijn vervuld zal worden is minstens een extra onderdoorgang onder het spoor noodzakelijk. Daarvoor zijn verschillende potentiële locaties. Het accommoderen van bedrijven in Weesp vindt plaats in het besef dat verschillende ambities en wensen ook tot ruimtevragen leiden. Tegelijk is een goede verhouding tussen het aantal personen met of zoekend naar een baan (de werkzame beroepsbevolking) en het aantal arbeidsplaatsen (in 2020 ca 0,9) een kwaliteit van Weesp die ook uit sociaal en maatschappelijk oogpunt belangrijk is. Om die ratio als doelstelling overeind te houden, kiest Weesp voor een stappenplan. De belangrijkste mogelijkheid om arbeidsplaatsen te creëren zien wij in het verder ontwikkelen van het stationsgebied van Weesp met meer woningen en meer bedrijvenlocaties. Dat zijn voornamelijk kantoren of dienstverleners en geen maakindustrie. Daarnaast streven wij, in samenwerking met de ondernemers van Weesp, naar een intensivering van het gebruik van de huidige bedrijventerreinen. Ten slotte kan, bij een gewenste toename van het areaal voor bedrijven en onvoldoende bijdrage daaraan van de eerste twee genoemde ontwikkelingen, een zoekgebied1 voor een nieuw bedrijventerrein starten.
Een zoekgebied in de nabijheid van de A1 lijkt daarvoor op dit moment de meest geschikte. Dit zoekgebied zal gezocht en mogelijk ontwikkeld worden vanuit de Weesper behoefte. Het is geen vervanging voor bedrijventerreinen die in de regio worden opgeheven. Samengevat, met een blik naar de toekomst: De verhouding van het aantal banen – werkzame beroepsbevolking van 0,9 blijft uitgangspunt van beleid, toename van werkgelegenheid wordt in eerste instantie gerealiseerd door verdichting van het stationsgebied. Voor de bedrijventerreinen initiëren wij onderzoek naar een slimme combinatie van transformeren/intensiveren/nieuw terrein ten behoeve van uitbreidingsruimte voor Weesper bedrijven.
1
Overal waar in deze omgevingsvisie wordt gesproken over zoekgebieden, betekent dit dat de betreffende locaties in studie zijn/komen en daarmee geen zekerheid vormen voor daadwerkelijke realisatie.
21
(3) Energieneutraal als richting Weesp streeft ernaar om binnen afzienbare tijd energieneutraal te worden. De concept RES (april 2020) heeft in Weesp echter te weinig draagvlak. Weesp kiest daarom voor de lijn om de ambitie van klimaatneutraliteit als richting te behouden, maar hiervoor geen concreet jaartal te benoemen. In Weesp heeft duurzame energieopwekking met zonnepanelen de voorkeur. In ieder geval wordt zonne-energie zo volledig mogelijk benut. Zowel bedrijven als woningen worden maximaal met zonnepanelen belegd. Ook wordt gekeken naar andere locaties voor zonnepanelen, bijvoorbeeld op plaatsen waar het landschap al van lage kwaliteit is, zoals in de nabijheid van infrastructuur en op parkeerplaatsen. De gemeenteraad van Weesp heeft alle zoekgebieden voor wind geschrapt, en wil geen windmolens. Warmte maakt de helft uit van de energievraag in Weesp. De warmtetransitie is dus essentieel om een energieneutraal Weesp te bereiken
(4) Leefbare stad: meer ruimte voor groen en fiets, minder voor de auto Weesp wordt een nog veel prettiger Weesp door de stad nog leefbaarder te maken. Forse vergroening is het adagium: het verbeteren van de kwaliteit van het bestaande groen (bijv. gelaagd of gestapeld groen en beter beheer van het groen) , het groen toegankelijker en rijker maken en, in sommige gevallen, het toevoegen van groen. Een stad die meer uitnodigt tot bewegen is ook een leefbaardere stad. Weesp gaat zich richten op het verminderen van de ruimte voor de auto en het autogebruik, ten bate van groen en de fiets. De fiets krijgt ruim baan in Weesp. Het fietsen wordt gestimuleerd door meer ruimte om veilig te fietsen, comfortabelere routes en een gezondere omgeving door minder uitstoot gemotoriseerd verkeer. Zwaar verkeer zal zich minder mengen met het andere verkeer door waar mogelijk andere routes . Deze zin eindigt raar.
22
3 Participatie, samenwerking en afstemming
Deze omgevingsvisie is tot stand gekomen met input van vele mensen en organisaties. In de participatieperiode hebben veel Weespers en Weesper organisaties hun mening gegeven. Ook heeft er afstemming plaatsgevonden met diverse partijen, met name medeoverheden. In dit hoofdstuk kunt u meer lezen over de wijze waarop input is verzameld, hoe er is samengewerkt en afgestemd en met/ bij welke partijen.
3.1 Participatie Tijdens de totstandkoming van deze visie hebben wij goed naar de Weespers geluisterd. Er is een intensief en uitgebreid participatietraject ontworpen. Toen dat goed en wel van start zou gaan, kwamen de eerste tekenen van het nieuwe virus in Nederland aan. Wij hebben de participatie op een andere manier vorm moeten geven. Sommige dingen konden helemaal niet meer, andere dingen konden alleen nog in aangepaste vorm. Gelukkig lieten de Weespers zich niet weerhouden om hun mening te geven. De digitale bewonersavonden waren goed bezocht en veel Weespers lieten hun mening blijken. De enquêtes die we in de zomer van 2020 hebben uitgezet kenden een zeer hoge respons. De placemats die twee keer huis aan huis bij het Weespernieuws werden bijgevoegd werden gewaardeerd en ook goed gelezen, zoals wij bij de enquêtes, maar ook bij de respons op de foto- en tekenwedstrijd konden merken. In de participatieperiode is veel ruimte geweest voor eigen inbreng. Er zijn twee digitale bijeenkomsten geweest waar deelnemers in kleine groepjes hun mening konden geven. In de lange enquête was veel ruimte voor open antwoorden en die zijn ook uitgebreid geanalyseerd. Ook tijdens de livecast was er de mogelijkheid om mee te praten middels een chatfunctie. De korte enquête is zo vorm gegeven dat deze zo laagdrempelig mogelijk was. Er is weinig tekst gebruikt, maar vooral beelden.
Ook is deze bewust kort gehouden. Dit alles met de bedoeling dat de enquête ook voor laaggeletterden en mensen met minder tijd toegankelijk te maken. Wat Peiling/startsessie Toekomstpanel van Weesp Korte en lange enquête (digitaal) Placemat Weespernieuws Digitale bijeenkomst thema’s openbare ruimte, verbindingen en cultuur Livecast over uitkomsten participatie en ontwikkelrichting Omgevingsvisie Tabel: Overzicht belangrijkste momenten participatietraject 2020
Wanneer Juni Juli – augustus Juli en augustus September Oktober
23
Van de uitkomsten van zowel de korte als de lange enquête is een rapportage gemaakt. De uitkomsten van de enquêtes zijn gedeeld met Weespers tijdens een livecast op 7 oktober 2020 en digitaal via de website van de gemeente Weesp. De uitkomsten van de input van de Weespers in het participatietraject zijn in alle thema’s met ontwikkelrichtingen betrokken. Op hoofdlijnen is de input van de Weespers als volgt samen te vatten. • •
•
•
•
• • •
Het meest genoemde thema is groen. Groen wordt een belangrijke ruimtelijk kwaliteit gevonden. Daarnaast moet er kwalitatiever en beter toegankelijk groen komen. Weespers zijn verdeeld over of er nieuwe woningen nodig zijn. Een kleine meerderheid vindt van wel. Die woningen moeten vooral middelduur of goedkoop zijn en voor jongeren en starters. De voorkeur is voor middelhoge2 bouw. Weespers zien het belang van de energietransitie in, maar zijn ook bang voor horizonvervuiling. Men geeft de voorkeur aan zonnepanelen boven windmolens, maar een deel ziet ook dat de doelstelling zonder windmolens niet wordt gehaald. Weespers zijn verdeeld over een intensiever verbinding tussen Weesp en Amsterdam door bijvoorbeeld een metro. Veel mensen zijn voor een nachtverbinding, maar vooral busverbindingen binnen Weesp en met de rest van de regio moeten beter. Er is verdeeldheid over de toekomst van de bedrijventerreinen. De helft zegt dat de bedrijfsfunctie behouden moet blijven. De andere helft vindt dat (delen van) bedrijventerreinen kunnen transformeren naar woningen. Het spoor tussen noord en zuid wordt als barrière gezien en een nieuwe, veilige ondergang is zeer gewenst Er is te weinig ruimte voor fietsers om prettig en veilig door te kunnen fietsen. Daarnaast is er teveel ruimte voor auto’s en zwaar verkeer.
Een groei van toerisme wordt als voorzichtige kans gezien, maar velen zijn ook bang voor overlast van toerisme.
Cocreatie-traject bedrijventerreinen Tijdens de looptijd van het participatietraject voor de Omgevingsvisie liep er ook een ander traject met ondernemers van de bedrijventerreinen in Weesp. Dit is een proces van cocreatie waarbij de ondernemers, onder begeleiding van medewerkers van de gemeenten, aan een kansenkaart werkten voor de werklocaties (drie bedrijventerreinen en de kantoorlocatie bij het station). Deze kansenkaart is in december 2020 formeel aangeboden aan het College van B&W van Weesp en de input uit deze concept kansenkaart is eveneens in overweging genomen voor de totstandkoming van deze Omgevingsvisie.
3.2 Regionale samenwerking en afstemming 3.2.1 Wijzigingen ten gevolge van de fusie
2
Maximaal zes bouwlagen
24
Weesp is onderdeel van de regio Gooi & Vechtstreek, samen met de gemeente Blaricum, Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren en Wijdemeren. De deelname van Weesp aan regionale organisaties zal er als gevolg van de fusie met Amsterdam in 2022 anders uitzien: • Weesp verlaat de veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek en gaat deelnemen aan veiligheidsregio Amsterdam Amstelland; • Weesp verlaat de Omgevingsdienst Flevoland, Gooi- en Vechtstreek (OFGV), en gaat deelnemen aan Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (ODNZKG). • Weesp verlaat de GGD Gooi- en Vecht en wordt onder gebracht bij de GGD van Amsterdam. • Een aantal regionale samenwerkingsverbanden verandert niet. Weesp blijft uiteraard onderdeel van de MRA en van de provincie Noord Holland. De watertaken blijven bij het waterschap AGV (Amstel Gooi en Vechtstreek).
3.2.2 Regio Gooi- en Vechtstreek Veel van de onderwerpen die onderdeel uitmaken van de fysieke leefomgeving hebben een regionale component. Ten behoeve van de totstandkoming van deze omgevingsvisie, is daarom intensief overleg geweest met de partners uit de regio. Dat overleg zal in stand blijven, hoewel het formele kader zal veranderen (zie paragraaf 3.1.1, hierboven) De Regio Gooi en Vechtstreek heeft een Koersdocument opgesteld dat voor de verschillende gemeenten inspiratie en bouwstenen levert voor de eigen Omgevingsvisie. Hoe meer gemeenten aansluiten bij de in dat Koersdocument uitgezette beleidsrichtingen, hoe meer de verschillende Omgevingsvisies onderling versterkend kunnen zijn voor de regionale aspecten. Hieronder worden de belangrijkste onderwerpen genoemd.
Ruimtebehoefte wonen en werk Nederland, en meer in het bijzonder in de Randstad, heeft een grote en stijgende behoefte aan woningen. Regionaal is afgestemd om een minimum aan sociale en middeldure huurwoningen in de plancapaciteit op te nemen (regionale woonvisie GV). De woningmarkt is in toenemende mate een regionale zo niet (inter)nationale. Het nieuw gebouwde Weespersluis wordt voor het grootste deel bewoond door nieuwe Weespers. Ook de markt voor bedrijfslocaties is voornamelijk regionaal: bedrijven zijn soms verbonden aan een stad of dorp, maar de belangrijkste vestigingsvoorwaarden zijn beschikbaarheid van grond en gebouw, voldoende aanbod van arbeid en faciliteiten voor aan- en afvoer. Langdurige leegstand van incourante kantoorpanden heeft anderzijds geleid tot transformatie in woningbouw en nieuwe initiatieven zijn in ontwikkeling en uitvoering Mobiliteit Het spoor, het hoofdwegennet en het regionale fiets- en openbaar (bus)vervoernetwerk zijn van regionaal belang zijn. Weesp moet goed aangesloten blijven of raken op de belangrijkste verbindingen. Energietransitie
25
In de Gooi en Vechtstreek is de gebouwde omgeving verantwoordelijk voor 58 procent van de CO2–uitstoot in de regio. Het energiebesparingspotentieel in de regio bedraagt 43 procent ten opzichte van 2016. Voor het verminderen van de energievraag in gebouwde omgeving wordt er ingezet op isolatie. Uit het proces van de Regionale Energiestrategie (RES) blijkt dat niet alle locaties in de regio even geschikt zijn voor grootschalige opwek. Vanwege de landschappelijke kwaliteiten van deze regio is het belangrijk om goed te onderzoeken op welke manier grootschalige opwek inpasbaar is. We kiezen er in de regio voor om ons extra in te spannen op energiebesparing zoals isolatie, duurzame mobiliteit, en reductie van CO2 uitstoot van veen. Ook wordt op regionaal niveau gezocht naar mogelijke warmtebronnen. In de meeste gevallen zullen deze warmtebronnen ingezet worden in de gemeente waar de bron ligt om onnodig transport en hoge kosten te voorkomen. Echter is er mogelijk meer vermogen beschikbaar dan nodig is in de gemeente, is de temperatuur niet geschikt voor de vraag, of ligt de bron nabij een andere gemeente. In deze gevallen zal de warmte naar één of meerdere nabij gelegen gemeenten getransporteerd worden.
Water De Vecht is onderdeel van het krappe hoofdwatersysteem van het waterschap (het boezemsysteem), dat de polders in Weesp drooghoudt zodat de bewoners er veilig kunnen wonen en werken, ook in de toekomst met het veranderende klimaat. Daarnaast voert de Vecht water aan om het watersysteem van Weesp op peil te houden bij droogte. Klimaatverandering stelt nieuwe eisen aan waterveiligheid. Door ondergrondse waterstromen is er ook een grote relatie tussen Gooi en Vechtstreek: schoon water uit de ondergrond van de stuwwal voedt (de natuur in) de Vechtstreek. Natuurontwikkeling, bemaling van polders, drinkwaterwinning en voorkomen van droogte vragen om (boven)regionale keuzes over de omgang met water. De waterkwaliteit is een zorg. Er zijn inspanningen nodig om aan Europese richtlijnen te voldoen. Ook de waterkwaliteit van de Vecht is belangrijk voor de natuur en de biodiversiteit. De Vecht vormt een waterlichaam in de zin van de Kaderrichtlijn Water (KRW) waarvoor Europese doelen gelden die door de Provincie zijn vastgesteld. De waterkwaliteit is nog matig en verbetert niet, zodat gemeente en waterschap samen de taak hebben om deze te verbeteren. Toenemende gebruiksdruk door recreatie en watersport in combinatie met het opwarmende klimaat zorgt dat de waterkwaliteit verslechtert. Dit is daarmee een belangrijk dilemma voor Weesp.
De uitdaging is om de trend in de komende periode om te buigen en de waterkwaliteit te verbeteren. Dit vraagt om ambities en doelstellingen waar het waterschap en de gemeente gezamenlijk aan werken. Veenoxidatie (bodemdaling) Het veengebied klinkt in en oxideert door ontwatering en gewicht van bebouwing en wegen. Er treedt verzilting op, infrastructuur en bebouwing loopt schade op en het wordt lastiger om de waterveiligheid te behouden. Veen dat oxideert stoot ook CO2 uit. Vernatting van het veen door het waterpeil te verhogen vermindert of stopt dit proces, maar vergt een andere manier van agrarisch gebruik. In hoeverre deze ontwikkelingen ook op het gebied van Weesp spelen wordt nader onderzocht.
26
Landschap en cultuurhistorie Het landschap is kenmerkend voor het gebied, en bestaat veelal uit cultuurlandschap dat is verweven met ons cultureel erfgoed en natuurwaarden. Het landschap staat onder druk door diverse andere opgaven, terwijl de aanwezigheid ervan juist een belangrijke vestigingsvoorwaarde is en verblijfskwaliteit oplevert.
Afbeelding: Conceptuele weergave ligging Weesp in de regio
3.2.3 Verstedelijkingsstrategie MRA Het Rijk wil voor belangrijke regio’s verstedelijkingsstrategieën hebben om op nationaal niveau keuzes te maken bij de uitwerking van de Nationale Omgevingsvisie. Deze uitwerking komt in omgevingsagenda’s voor verschillende landsdelen. Hieraan zitten ook de investeringen die het Rijk wil doen gekoppeld. Afgesproken is dat het Rijk en de Metropoolregio Amsterdam een gezamenlijke verstedelijkingsstrategie ontwikkelen. De Verstedelijkingsstrategie MRA moet integrale uitwerking geven aan de grote en complexe ruimtelijke opgaven op het gebied van leefbaarheid, wonen, werken, bereikbaarheid, landschap, klimaatadaptatie, circulaire economie en energietransitie. De strategie richt zich zowel op de middellange (tot 2030) als de lange termijn (2030-2050). Uitgangspunt is dat hierin de nationale, regionale en lokale doelen en lopende trajecten samenkomen die passen bij een duurzame inclusieve en aantrekkelijke economisch sterke metropoolregio. Via de MRA verstedelijkingsstrategie levert de Regio Gooi en Vechtstreek agendapunten aan die kans maken op rijksbijdragen in de komende decennia voor opgaven in ons gebied. De verstedelijkingsstrategie richt zich voornamelijk op de grotere kerngebieden binnen de
27
MRA. Naast deze grotere kerngebieden is het landschap van de Gooi en Vechtstreek een belangrijk onderwerp.
3.3 Relatie met Nationale en Provinciale Omgevingsvisies De Omgevingsvisie Weesp 2050 houdt rekening met de kader stellende visies die door het Rijk en de provincie Noord-Holland zijn en worden opgesteld: de Nationale Omgevingsvisie en de Provinciale Omgevingsvisie Noord-Holland 2050. Het Rijk wijst in haar Nationale Omgevingsvisie (NOVI, vastgesteld 11 september 2020) vier prioriteiten aan: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie, een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel, sterke en gezonde steden en regio’s en een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De kracht van Nederland ligt in een polycentrische netwerkstructuur. Stedelijke en landelijke regio’s werken door het transport- en mobiliteitsnetwerk complementair als één systeem. De vier metropoolregio’s (Amsterdam, Rotterdam Den Haag, Utrecht en Eindhoven) hebben daarbinnen de grootste aantrekkingskracht op internationale kennis, arbeid en kapitaal. De Amsterdamse Metropoolregio, waar Weesp onderdeel van is, is herkenbaar als internationaal zakencentrum en toeristische trekpleister, met Schiphol als schakel naar alle continenten. De NOVI ziet de grote druk die er op de regio ligt. De Omgevingsvisie van de provincie Noord-Holland (vastgesteld 19 november 2018) richt zich op een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid.
De belangrijkste uitgangspunten zijn: klimaatproof bouwen, bijdragen aan de energietransitie, zo min mogelijk bouwen in het groen en bouwen bij OV-knooppunten. Voorzieningen worden gerealiseerd op goed bereikbare plekken en goede verbindingen zijn essentieel. Tot slot richt de POVI zich ook een duurzamer gebruik van agrarisch land en het verhogen van de biodiversiteit hiervan. In de Omgevingsverordening NH2020 (vastgesteld 17 november 2020) zijn regels samengevoegd op het gebied van natuur, milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water.
3.4 Afstemming met organisaties Bij de totstandkoming van deze Omgevingsvisie is afgestemd met een groot aantal partners en medeoverheden: • Buurgemeenten: Amsterdam, Diemen, Gooise Meren, De Ronde Venen en Stichtse Vecht • Regio Gooi- en Vechtstreek en de gemeenten die deel uitmaken van Gooi- en Vechtstreek • Waterschap Amstel,Gooi en Vecht • Provincie Noord-Holland • GGD Gooi en Vecht • GGD Amsterdam • Brandweer Gooi- en Vecht streek • Brandweer Amsterdam Amstelland • Omgevingsdienst Flevoland, Gooi en Vecht • Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied • Woningcorporatie Ymere • Woningcorporatie De Alliantie • LTO (Land- en Tuinbouworganisatie) • Industrie Vereniging Weesp
28
• •
Sportverenigingen (Weesper Tennisclub, Mixed Hockey Club Weesp en FC Weesp) Volkstuinverenigingen
29
4 Beleidsagenda
De visie uit hoofdstuk 2 werkt door in thematisch beleid voor alle aspecten van de fysieke leefomgeving. In de beleidsagenda komen deze thema’s aan de orde. Bij ieder thema komt aan bod wat er speelt en welke richting Weesp hier op wil. De thema’s zijn verdeeld over de vier kernopgaven van de Omgevingsvisie: Prettig en veilig wonen, Economisch vitaal en ondernemend, Klimaatneutraal en klimaatbestending en Waardevolle leefomgeving en lokale identiteit.
30
4.1 Kernopgave I: Prettig en veilig wonen 4.1.1 Demografie
Inleiding Weespers en het Weespgevoel laten zich niet makkelijk in cijfers vatten. Toch geeft een beschrijving van de Weesper bevolking in cijfers en aantallen gevoel van grootte voor de twee belangrijkste demografische vragen van Weesp: “hoe kan het relatief kleine Weesp ondanks de dominantie van de regio haar eigen identiteit behouden?;" en “hoe verhoudt de groei van Weesp zelf zich tot de eigen identiteit?”. Wat speelt er? Weesp en de regio Weesp is onderdeel van drie regio’s: • Provincie Noord Holland, 48 gemeenten; 2,85 miljoen inwoners; • Metropool Regio Amsterdam, 32 gemeenten; 2,5 miljoen inwoners; • Regio Gooi- en Vechtstreek. Gemeenten Hilversum, Gooise Meren, Huizen, Wijdemeren, Weesp, Laren en Blaricum, totaal 255.000 inwoners. Weesp zelf heeft ca. 20.000 inwoners, dus 0,7% van de provincie Noord Holland, 0,8 % van de MRA, 9% van Gooi- en Vechtstreek. Het hoeft geen betoog dat Weesp sterk wordt beïnvloed door de omgeving. De komende jaren zal constant een evenwicht moeten worden gevonden tussen verbondenheid met de regio én de eigen identiteit. Het aantal inwoners in de regio groeit. Dat heeft ook gevolgen voor Weesp. De onderstaande tabel geeft de groeicijfers in absolute getallen, van 2020 tot 2040. Volgens de prognoses zal het aantal inwoners in de provincie toenemen met 370.000, een groei van 13%.
Amsterdam neemt daarvan meer dan de helft voor haar rekening, namelijk 207.000. Hierdoor zal Amsterdam zelf met een kwart groeien t.o.v. van 2019. De groei van Weesp is in absolute cijfers beperkt (namelijk 6.000 inwoners), maar in relatieve zin groot (namelijk 31%). Dat is hoger dan de gemiddelde groei van Amsterdam en de regio’s waar Weesp deel van uitmaakt.
Prov NH totaal A'dam G&V-streek Weesp
2020
2025
2030
2035
2040
groei 2020 2040 abs
groei 2020 2040 %
2.876.160 873.500 256.300 19.480
2.979.360 926.900 262.900 21.070
3.079.800 982.000 268.300 22.710
3.169.980 1.034.100 272.100 24.200
3.246.480 1.081.100 275.000 25.480
370.320 207.600 18.700 6.000
13% 24% 7% 31%
Tabel 1: Bron: Prov NH, bevolkingsprognose Noord Holland, 2019-2040, 21 augustus 2019 Weesp De komende jaren zal een evenwicht moeten worden gevonden tussen enerzijds de twee dominante demografische bewegingen – groei en vergrijzing – en anderzijds het behoud van eigen identiteit. Te bouwen woningen en extra voorzieningen kunnen botsen met waarden zoals behoud van het open landschap, en het groen in Weesp.
32
Weesp telt anno 2021 ruim 20.000 inwoners, in 9.000 huishoudens in ongeveer evenveel huizen. Het aantal bewoners bedroeg in het jaar 2000 ongeveer 18.000 en 8.000 huishoudens. Het aantal bewoners is tussen 2000 en 2006 iets gekrompen tot 17.000, om de laatste 15 jaar weer te groeien. De jaarlijkse groei bedroeg dus 100 a 150 personen, een stabiele groei van 1% per jaar.
Figuur: inwoner aantal Weesp 2000 - 2015, bron: CBS De komende jaren zal het aantal bewoners fors groeien, volgens de provincie met 6.000 inwoners tot zeker 25.000 inwoners. Die schatting is echter aan de lage kant. De wijk Weespersluis voegt ca. 2950 woningen toe aan Weesp3. Het aantal inwoners zal hierdoor toenemen met 5.900 (bij een gemiddelde woonbezetting van 2) of 9.850 (bij een gemiddelde woonbezetting van 3). Daarnaast zijn er nog een aantal kleinere nieuwbouwprojecten. Deze zijn in totaal goed voor enige honderden woningen. Het werkelijke aantal inwoners ligt in 2040 en 2050 daarom waarschijnlijk enkele duizenden inwoners hoger dan door de provincie ingeschat.
Foto: Weespersluis in aanbouw 3
https://weespersluis.nl/aanbod
33
De Weesper bevolking neemt komende jaren toe en zal daarbij vergrijzen (zie tabel en grafiek hieronder). Weliswaar is er groei in alle leeftijdscategorieën, maar het aantal ouderen stijgt relatief het hardst. Dat heeft gevolgen voor de woningmarkt, maar ook het soort voorzieningen dat moet worden gebouwd. De meest opvallende cijfers: • Het aantal jongeren tussen 0-19 jaar neemt toe, met 1.200 (+30%); • Het aantal volwassenen tussen 20-69, ruwweg de werkzame beroepsbevolking, neemt toe met 2.640 (+21%); • Het aantal ouderen tussen 70 en 100 neemt toe met 2.180 (+76%) Absolute aantallen 2020
0-19 20-69
4.040 13.670
2030
2035
2040
4.290 14.450
4.770 14.870
5.220 15.210
70-90 2.880 3.360 3.970 Totaal 19.470 21.070 22.710 Tabel: Aantallen inwoners voorspelling
4.560 24.200
5.060 25.490
16.000 14.000 12.000 10.000 8.000 6.000 4.000 2.000 0
4.020 12.570
2025
0-19 jaar 70-90 jaar
20-69 jaar
% groei +30% +21 % +76% +31%
100% 80% 60% 40% 20% 0% 2020
2020
2025
2030
2035
2040
2025
2030
2035
0-19 jaar
20-69 jaar
70-90 jaar
2040
Grafieken: groei Weesper bevolking, naar drie leeftijdsklassen, in absolute getallen (links) en percentages (rechts) Bron: provincie Noord-Holland Weespers per wijk in vogelvlucht Weespers wonen in verschillende wijken, en niet alle wijken zijn hetzelfde. De sociaal economische staat is in de onderstaande tabel en op de daarbij behorende kaart aangegeven. Een aantal buurten (Schildersbuurt, Hogewey Noord, Hogewey Midden, Zuid I en Zuid II) scoort op een aantal sociale indicatoren niet hoog en kan daarom kunnen een duwtje in de rug goed gebruiken.
34
Kaart: Analysekaart demografische en sociaaleconomische kenmerken per buurt (2018) Doel De groei van Weesp moet passen bij de schaal van Weesp. Uitgangspunt bij woningbouwontwikkeling is dat deze een aanvulling vormt op de bestaande woningvoorraad en sociale situatie in een wijk. In wijken met overwegend sociale woningen en een lagere score op economische indicatoren moeten middeldure of duurdere woningen worden ontwikkeld. Dat kan door middel van aanpassing, stadsvernieuwing, nieuwbouw op plekken waar nog ruimte is of sloop-nieuwbouw. In buurten met een relatief groot midden- of duurder segment kunnen juist sociale woningen worden toegevoegd. De gemeente heeft weinig formele invloed, maar kan door het formuleren van een duidelijke visie wel degelijk sturing geven.
4.1.2 Wonen / verdichting
Wat speelt er? Woningbehoefte in Weesp blijft sterk toenemen Weesp is niet alleen een geliefde woonplaats voor de Weespers, maar vanwege de centrale ligging ook erg in trek bij woningzoekenden van buiten de gemeente. Het aandeel inwoners van buitenaf neemt naar verwachting toe en relatief komen veel van de nieuwe inwoners uit Amsterdam (WiMRA, 20171 ) In 2017-2018 waren er bijvoorbeeld 610 inwoners verhuisd binnen de gemeente en kwamen er 660 mensen uit de MRA, waarvan 450 mensen uit Amsterdam – veel meer dan bijvoorbeeld Huizen met 1360 interne verhuizingen tegen 140 vanuit Amsterdam (fig a).
35
Figuur: verhuizingen huishoudens vanuit gemeente in de MRA naar Weesp (2017-2018) De groeiprognoses zijn terug te zien in de regionale cijfers over de woningbehoefte (WiMRA, 2017; Provincie Noord-Holland, 20194). Waar in andere gemeenten in Gooi en Vechtstreek (Wijdemeren, Huizen, Laren) de woningbehoefte de komende decennia stagneert of afzwakt, blijft deze in Weesp sterk toenemen (kaart prognoses woningbehoeften). Bovendien verschillen de behoeften naar woningsegment per deelregio in de MRA: in Gooi en Vechtstreek is vooral behoefte aan woningen in zowel het hoge als lage segment.
Kaart: Analysekaart prognoses woningbehoeften per gemeente en behoefte naar prijssegment per deelregio
41
Prognose PNH 2019-2040. Bevolking, huishoudens en woningbehoefte.’ te vinden op: https://www.noord-
holland.nl/Onderwerpen/Ruimtelijke_inrichting/Demografie/Beleidsdocumenten/
36
Leggen we de algemene – kwantitatieve – woningbehoefte (Provincie Noord-Holland, 2019) naast de plancapaciteit (Provincie Noord-Holland, 2020 5) dan is er op korte termijn (resp. 2019-2030 en 2020-2029) voldoende ruimte om in de woningbehoefte te voorzien, maar op langere termijn (resp. 2031-2040 en vanaf 2030) ontstaat er een tekort aan plancapaciteit (kaart huishoudensprognoses en woningbouwplannen). De ruime plancapaciteit op korte termijn is vooral te danken aan Weespersluis (2.950 nieuwe woningen). Daarnaast is er ook een klein aantal andere woningbouwprojecten (circa 800 woningen) in diverse stadia van ontwikkeling. Op langere termijn zijn er onvoldoende geschikte locaties in beeld om te voorzien in de woningbehoefte. Voor de korte termijn is hierbij uitgegaan van de harde (vastgestelde) plannen en voor de langere termijn zijn de zachte (potentiële) plannen aangehouden in de monitor van de provincie NoordHolland
Kaart: Analysekaart huishoudensprognoses en woningbouwplannen in de regio Gooi en Vechtstreek Mismatch tussen woningaanbod en woningbehoefte Weesper Uit de enquête onder bewoners van Weesp blijkt dat er vooral behoefte is aan betaalbare woningen voor met name de huidige bevolking – in het lagere en middensegment, waaronder corporatiewoningen, huurwoningen, starterswoningen en woningen voor 65+ers (appartementen). Weespersluis bevat vrijwel alleen koopwoningen, vooral in het hogere segment, vaak grondgebonden en weinig appartementen. Voor de Weespers die op zoek zijn naar een woning binnen de gemeentegrenzen valt er dus weinig te kiezen – er is sprake van een zekere mismatch tussen het huidige en toekomstige woningaanbod en de woningbehoefte van de Weesper. 5
Provincie Noord-Holland (2020) Monitor Plancapaciteit. https://www.plancapaciteit.nl/
37
Door een gebrek aan geschikte woningen stokt ook de doorstroming op de interne woningmarkt. Doorstroming is met name belangrijk in situaties waarin sociale huurwoningen beschikbaar worden als bewoners doorstromen naar vrije sector of koopwoningen of als dit binnen de sociale sector leidt tot meer passend wonen. Fysiek en/of financieel. Passendheid wil dan zeggen: mensen wonen in een woning die bij hun huishoudensgrootte past, bij hun inkomen past, en bij hun fysieke gesteldheid past. Een voorbeeld is een eengezinswoning die bewoond wordt door één of twee oudere(n) die bereid zijn om kleiner te wonen maar geen geschikt appartement kunnen vinden. Deze groep blijft langer wonen in de bestaande woning, waardoor deze niet vrij komt voor een jong gezin. Lokaal grote verschillen in type woningvoorraad De samenstelling van de huidige woningvoorraad in Weesp verschilt sterk per buurt. Er zijn enerzijds buurten met veel corporatiewoningen (Schildersbuurt, Hogewey Midden, Hogewey Zuid, Zuid I en Zuid II) en anderzijds buurten met vooral koopwoningen (Leeuwenveld, Hogewey Noord, Dichtersbuurt, Herensingelkwartier, Centrum, Bedrijventerrein Van Houten, De Klomp en Aetsveld) (CBS, 2020). In tegenstelling tot grotere steden is er vrijwel geen markt/aanbod van woningen in het particuliere huursegment.
Weesp kent eigenlijk geen buurten met een evenwichtige verdeling tussen koop, sociale en particuliere verhuur . Bovendien zou een evenwichtiger verdeling van woonsegmenten in een aantal buurten bij kunnen dragen aan de instandhouding van het voorzieningenniveau, zoals in Hogewey en Aetsveld.
Kaart: Analysekaart: samenstelling woningvoorraad per buurt (2018)
38
Duurzaam en comfortabel wonen De voorbereiding van woningen op de energietransitie, waaronder het isoleren van de woning, is een grote opgave. Isolatie zorgt voor een lagere energierekening, draagt bij aan comfortabel wonen en aan een beter klimaat. Van belang is dat het isoleren van woningen zo veel mogelijk op natuurlijke momenten plaatsvindt, bijvoorbeeld wanneer een woningeigenaar toch al de woning wil verbouwen. De komende jaren zal dit dan ook meer aandacht vragen van zowel o.a. de gemeente, woningcorporaties als van (particuliere) woningeigenaren. In de Transitievisie Warmte (zie ook de paragraaf “warmte” in Hoofdstuk 4.3.1.) wordt deze aanpak verder uitgewerkt. Welke koers willen we varen? Weesp staat voor een aantal grote uitdagingen en keuzes voor de woningmarkt. Voor de langere termijn komt Weesp voor een aantal andere keuzes te staan: 1. (In welke mate) willen we de komende decennia blijven voorzien in de groeiende woningbehoefte? 2. Zo ja, kiezen we dan voor binnenstedelijk verdichten of voor nieuwe uitleglocaties? 3. Indien we binnenstedelijk verdichten, waar willen we dit dan? Daarnaast is verduurzaming van de bestaande woningvoorraad een belangrijke beleidsdoelstelling.
Doel: Doorstroming interne woningmarkt faciliteren Voor een betere doorstroming op de woningmarkt zijn meer woningen nodig. De komende decennia willen we daarom (gedeeltelijk) voorzien in de aanhoudend groeiende woningbehoefte – niet ongelimiteerd en onder duidelijke randvoorwaarden. Daarbij houden we vast aan de volgende principes: • Bouwen voor de grootste behoefte op de woningmarkt; • Groeien door binnenstedelijke verdichting en transformatie; • Verdichting rond goedbereikbare (ov-)locaties en subcentra. Bouwen voor de grootste behoefte op de woningmarkt Het kwalitatieve woningaanbod wordt beter afgestemd op de lokale woningbehoefte. Dit betekent dat we bouwen voor de meest urgente doelgroepen op de woningmarkt: • We bouwen voor starters (waaronder jongeren); • We bouwen voor senioren. Starters zijn bijvoorbeeld jongeren die vanuit het ouderlijk huis een eigen woning zoeken, maar dit kunnen ook jonge gezinnen met kinderen zijn die een eerste woning zoeken. Om bovenstaande doelgroepen betere kansen te bieden om binnen gemeentegrenzen een geschikte woning te vinden is vooral behoefte aan meer corporatiewoningen, meer woningen in het middensegment, meer kleinere woonheden,en meer appartementen.
Daar zal bij toekomstige woningbouwprojecten en gebiedsontwikkelingen het accent op liggen, terwijl er voor vrijstaande woningen en koopwoningen in het hogere segment juist minder plek is. Een gevolg van dit principe is het op gang proberen te brengen van langere verhuisketens, waarbij senioren doorstromen en er grotere (eengezinswoningen) vrij komen voor (jonge) gezinnen. De blijvende inzet van wooncoaches kan dit proces bespoedigen. De focus op jongeren, starters,en senioren geldt voor de middenlange termijn. Dit zijn op dit moment de groepen waar de achterstand op de woningmarkt het nijpendst is. Met name het
39
duurdere segment voor gezinnen is met de realisatie van Weespersluis bediend. Mogelijk geven de ontwikkelingen over 8 of 10 jaar aanleiding om de focus op andere doelgroepen te richten. Uitgangspunt blijft een evenwichtige stad met gemengde wijken. Groeien door binnenstedelijke verdichting en transformatie We vergroten de woningvoorraad binnen de bebouwde contouren om zo het waardevolle, open landschap te behouden. Daarmee kiezen we voor binnenstedelijke verdichting. Groei van het aantal woningen vindt, buiten de lopende transformaties, niet plaats op de bedrijventerreinen. Bij verdichten ligt het accent niet op hoogbouw, maar op compactere en gemengdere buurten. Zo kunnen op specifieke locaties met middelhoge bouw toch hogere dichtheden worden gerealiseerd. Daarnaast kan door middel van sloop-nieuwbouw verdicht worden. Er kunnen daarmee woningen worden toegevoegd van een hogere kwaliteit. Ook kan makkelijker gekozen worden voor het stapelen van functies waardoor intensiever grondgebruik mogelijk wordt. Nieuwe woningen moeten inpasbaar zijn in het bestaande straatbeeld. Op enkele plekken zijn hoogte-accenten mogelijk. Daarbij is vooral de stationsomgeving in beeld. In de historische binnenstad worden geen hoogte-accenten toegestaan.
Voor toe te voegen bebouwing in het beschermde stadsgezicht geldt dat deze moet aansluiten bij het historische karakter en kan zodoende situationeel verschillen. In het beschermde stadsgezicht wordt in ieder geval niet hoger gebouwd dan zes bouwlagen. We verdichten niet alleen om het open landschap te behouden, maar ook om het lokale voorzieningenniveau in stand te houden en de sociale veiligheid te vergroten. Dat laatste doen we ook door meer te variëren in woningtypen en type bedrijvigheid maar ook door functies als wonen en werken beter met elkaar te mengen. Veel buurten in Weesp zijn monofunctioneel: vooral gericht op wonen of werken, bestaan uit veel corporatiebezit of juist veel koopwoningen, veel zware industrie of juist veel kantoren. Dat komt de leefbaarheid en de sociale veiligheid niet overal ten goede, omdat bedrijventerreinen in de avonduren vaak minder worden gebruikt en sommige woonwijken juist overdag een verlaten indruk kunnen achterlaten. Met een groeiende bevolking en een toenemende vraag naar woningen kan op een gegeven moment het maximaal aantal nieuwe woningen worden bereikt dat gerealiseerd kan worden in de bestaande wijken en de stationsomgeving. Voor eventuele verdere toevoeging van woningen zal Weesp er dan niet aan kunnen ontkomen om op de langere termijn wel naar uitbreiding buiten de bestaande bebouwingsgrenzen te kijken.
Dit is in strijd met een van de kernwaarden. In ieder geval zal een dergelijk zoekgebied moeten voldoen aan de voorwaarde een zo klein mogelijke impact op de landschappelijke waarden te hebben. Een zoekgebied in de Bloemendalerpolder zou hiervoor een optie zijn.
40
Foto: Boternessestraat In een aantal buurten als Hogewey Midden, Hogewey Zuid en Weespersluis willen we een evenwichtiger woningaanbod om tot een meer divers en inclusief woonmilieu te komen. Daarbij willen we de diversiteit in sectoren woningen op de schaal van Weesp behouden. Verdichting in het stationsgebied en de subcentra Er wordt een gebiedsontwikkeling voorzien van het stationsgebied. Daarbij wordt in eerste instantie gericht op de noordzijde van het station. Er wordt onderzocht wat de mogelijkheden zijn voor het realiseren van een gemengd woon-werkgebied in hogere dichtheden, middelhoge bouw en met eventuele hoogte-accenten. De werkfunctie kan met name bestaan uit kantoren, aangevuld met voorzieningen. Vanuit het oogpunt van duurzame mobiliteit (trein in plaats van auto) en de aantrekkelijkheid van vestiging bij een ov-knooppunt vanuit werkgeversperspectief is de stationslocatie een zeer goede plek voor ontwikkeling. Er kunnen én de gewenste woningen worden gebouwd én een uitbreiding van het gewenste aantal arbeidsplaatsen (zie ook paragraaf 4.2) worden gerealiseerd. Bovendien kan er, als het ov beter wordt gebruikt en rendabeler wordt, eventueel ook in hogere frequentie worden gereden. Zo kan er een positief vliegwieleffect ontstaan. In Weesp zal verdichting van de stationslocatie betekenen dat Weesp meer één geheel wordt.
Weesp ten noorden en ten zuiden van het spoor raken meer fysiek verbonden en het Centrumgebied wordt uitgebreid met een divers woonwerkmilieu met voorzieningen. Eenzelfde vliegwieleffect geldt voor subcentra. Woonbuurten met veel dezelfde type woningen in hetzelfde segment gaan vaak gepaard met een eenzijdig winkel- en horeca-aanbod. Door nieuwe technologische ontwikkelingen als online winkelen dreigt vooral het bestaande winkelaanbod weg te vallen en op den duur ook andere voorzieningen als de huisarts, de bank en het buurthuis verdwijnen omdat er voor veel mensen geen reden is om er dagelijks te verblijven – de ontmoetingsfunctie verdwijnt. Wanneer dit soort vitale voorzieningen wegvallen ligt een verder verval van de buurt op de loer. In de toekomst willen we de subcentra en de voorzieningen juist levensvatbaar houden door ook hier
41
een positief vliegwieleffect in gang te zetten. In een buurt met een groeiend aantal inwoners en een diverse bevolkingssamenstelling met verschillende behoeften is het rendabeler om een rijk voorzieningenaanbod in stand te houden en blijft de sociale functie makkelijker geborgd. We richten ons daarom op meer woningen, in verschillende typen en segmenten, op of in directe nabijheid van de subcentra. Eventueel aangevuld met andere functies als werken, door bijvoorbeeld kleine (kantoor)ruimten voor lokale bedrijven of ondernemingen aan te bieden.
Foto: Station Weesp, gezien vanaf de Leeuwenveldseweg
42
Spoorzone Rond Weesp was lange tijd sprake van een mogelijke spooruitbreiding van de huidige spoorzone van zes naar acht sporen (OV-SAAL). Deze 8-sporigheid is van de baan. In oktober/november 2020 is hierover een definitief een besluit genomen (BO MIRT?). Weesp heeft zich lange tijd ingezet voor een reservering voor 8-sporigheid, met het oog op een ondergrondse variant (het spoor in een tunnel ter hoogte van Weesp) zodat de barrière tussen noord en zuid vervalt en er ruimte ontstaat voor gebiedsontwikkeling boven het spoor. Daarnaast speelt het vrijspelen van de openstaande mastroute over de Vecht een belangrijke rol. De spoorbruggen vormen nu een flinke barrière. De spoorreserveringen schuren met gewenste gebiedsontwikkelingen rond het spoor of treinstation, zolang de spoortunnel er niet is. Zonder ondertunneling werken reserveringen nadelig want de ruimtereservering langs het spoor kan immers ook worden gebruikt voor bouwen aan het spoor, eventueel met aanvullende maatregelen. Nu de 8-sporigheid verder uit het zicht raakt (en daarmee de financiering vanuit het Rijk) is ook de vraag wat met de reservering te doen. Een tunnel lijkt nu gezien de huidige besluiten zeer moeilijk haalbaar. Weesp kan er ook voor kiezen om de ruimtelijke reserveringen te laten vallen. Er zijn vanuit dat opzicht een aantal opties voor het benutten van de openbare ruimte rond het spoor: 1.