CConstaterende datWeesp
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen bij de toelichting bestemmingsplan Weesperwerf

Gemeenteraad 10 februari 2022, gemeente WeespBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Weesperwerf31.454 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

53

Weesperwerf

Figuur 5.16:milieucontouren

Uit het onderzoek is gebleken dat uitsluitend voor het bedrijf De Groot Luchtkanalen een formeel knelpunt ten aanzien van de geldende grenswaarden op kan treden (zie Bijlage 9). Dit is echter door middel van een maatwerkvoorschrift op te lossen. Het bedrijf heeft aangegeven akkoord te zijn met het aanbrengen van kunststof flappen, waardoor de geluidbelasting op de woningen gereduceerd wordt. Met de overeengekomen aanpassingen kan voor de (bestaande en) nieuwe woningen worden voldaan aan de geldende grenswaarden uit de vergunning en zal er sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. 5.8.4

Conclusie

De bedrijven in de omgeving vormen geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het ontwerpbestemmingsplan.

5.9

Water

5.9.1

Algemeen

In voorliggend ontwerpbestemmingsplan worden geen grootschalige nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Deze waterparagraaf is erop gericht om de actuele watersituatie en het actuele waterbeleid in beeld te brengen. Daarnaast is de waterparagraaf vooral bedoeld om een brug te slaan naar de procedures en toetsingsinstrumenten van de waterbeheerder. Het plangebied is gelegen in het beheersgebied van het Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV), dat verantwoordelijk is voor waterkwantiteit- en waterkwaliteitsbeheer. Het waterbeheer wordt in opdracht van het Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht uitgevoerd door Waternet. Naast het aanvragen van een omgevingsvergunning (op grond van het bestemmingsplan) is een initiatiefnemer wettelijk verplicht om na te gaan of het noodzakelijk is om ook een vergunning aan te

54

Weesperwerf vragen op grond van de Keur of de Waterwet bij de waterbeheerder. Het bestuur van het waterschap heeft de Keur vastgesteld. De Keur AGV 2011, het Keurbesluit Vrijstellingen en de Beleidsregels zijn op 1 december 2011 in werking getreden. In het Keurbesluit Vrijstellingen staat beschreven onder welke voorwaarden bepaalde activiteiten zijn toegestaan zonder dat een keurvergunning nodig is. Wanneer de activiteit onder een verbod van de Keur valt en er geen vrijstelling op rust dan moet een vergunning worden aangevraagd. Het waterschap beoordeelt de vergunningsaanvraag en bepaalt de voorwaarden met behulp van de beleidsregels Keurvergunningen. Als regelgeving is ook de Waterschapswet van toepassing.

5.9.2

Beleidskader water

Kaderrichtlijn water Door de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) heeft Nederland een resultaatsverplichting voor het bereiken van de gewenste waterkwaliteit èn ecologie van grond- en oppervlaktewatersystemen. Voor grote wateren of watersystemen, de zogenaamde KRW-waterlichamen, zijn hiertoe doelen opgesteld. De (bindende) maatregelen om de doelen te bereiken zijn vastgelegd in de stroomgebiedsplannen. Voor de overige wateren geldt minimaal het stand-stille principe. Waterbeheerders mogen hiervoor zelf aanvullende doelen opstellen. Watervisie 2021, met het Uitvoeringsprogramma 2016-2021 Op 16 november 2015 hebben Provinciale Staten van Noord-Holland de Watervisie 2021 vastgesteld. De Watervisie 2021 vervangt het Waterplan 2010-2015. De Watervisie biedt een doorkijk voor het provinciale regionale waterbeleid tot 2040 en geeft aan waar in de periode 2016-2021 de prioriteiten liggen voor waterveiligheid en schoon en voldoende water. Het toekomstige waterbeleid wordt gekenmerkt door het integrale karakter; de Watervisie maakt meer dan voorheen onderdeel uit van het (strategisch) omgevingsbeleid. Waterbeheerplan Amstel, Gooi en Vecht 2016-2021 “Waterbewust en waterrobuust” Het waterschap heeft de zorg voor het regionale watersysteem: optimale bescherming tegen overstromingen, beschikbaarheid van schoon water en efficiënte zuivering van afvalwater.

Belangrijke kernwoorden daarbij zijn 'duurzaam' en 'kosteneffectief'. Het waterschap vindt de intrinsieke waarde van water als beeldbepalend element in de leefomgeving heel belangrijk. Het waterschap wil bereiken dat mensen zich bewuster worden van het belang van een veilig en 'robuust' (toekomstbestendig) watersysteem. In het Waterbeheerplan Amstel, Gooi en Vecht 2016-2021 zijn de volgende strategische doelen voor de langere termijn (2030) opgenomen: samenbrengen van alle regionale waterbeheertaken in één regionale waterautoriteit; een klimaatbestendig en waterrobuust gebied; steden die beter bestand zijn tegen extreme regenbuien, wateroverlast, overstromingen, hitte en droogte; een omgeving die zich bewust is van waterveiligheid; water dat overal in het gebied geschikt is voor de vastgestelde gebruiksfunctie; gebruik van afvalwater als grondstof en bron voor energie en water; gebruik van vernieuwende oplossingen vanuit samenwerking met kennisinstellingen, andere overheden en marktpartijen; vermindering van regeldruk en vergroting van kosteneffectiviteit; afstemming over alle watertaken per stroomgebied; behoud van de zelfstandige bevoegdheid. Om de strategische doelen te behalen ligt de focus van het Waterschap (AGV) op onder andere de volgende punten: Veiligheid staat voorop; Schoon en voldoende oppervlaktewater; Stedelijk waterbeheer.

In het waterbeheerplan legt het waterschap beleidsdoelen, maatregelen en kosten op hoofdlijnen vast. Het beleid van het waterschap is uitgewerkt in beleidsnota's per thema of taak. In een watergebiedsplan

55

Weesperwerf vindt de verdere beleidsuitwerking plaats voor een deel van het beheergebied van het waterschap. Het beleid in het waterbeheerplan is het uitgangspunt voor de watergebiedsplannen, die leiden tot peilbesluiten en waterinrichtingsplannen, en voor stedelijke waterplannen die gemeenten in afstemming met het waterschap maken. De Keur, en Beleidsregels De Keur is een eigen verordening van het Waterschap die van oudsher zo heet. De Keur dient ter bescherming van de waterhuishoudkundige infrastructuur, de waterkeringen en de handhaving van het waterpeil. De Keur kent 'verboden' en 'geboden' voor de manier van inrichten, gebruik en onderhoud van waterkeringen, oevers en wateren. Voor een deel van de verboden activiteiten uit de Keur kan onder voorwaarden een watervergunning worden verleend. Het bestuur van het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht heeft de nu vigerende Keur vastgesteld: de Keur AGV 2017, met het Keurbesluit Vrijstellingen, en de Beleidsregels. Het is verboden zonder vergunning van het bestuur in stedelijk gebied meer dan 1.000 m2 verhard oppervlak aan te brengen. Bij de aanleg van nieuw verhard oppervlak dient voldoende ruimte gereserveerd te worden voor de opvang van regenwater (minimaal 10%), tenzij het regenwater op een andere wijze wordt opgevangen en opgeslagen of gebruikt.

5.9.3

Kenmerken van het watersysteem en gewenste ontwikkelingen

Watercompensatie Vanuit Waternet / gemeente is een statische berging vereist van 70 mm per vierkante meter. Waternet heeft ook aangegeven dat wanneer er één vierkante meter extra water wordt gegraven dit gelijk staat aan 10 m² bergend oppervlak. Roseboom-Ede heeft door civieltechnisch adviesbureau Drong een riooltoets op laten stellen (zie Bijlage 16). Met de ontwikkeling van het project bedraagt de totale toename van verhard oppervlak 12.873 m2. Op basis van de bergingseis van Waternet van 70 mm over de toename van verhard oppervlak, dient er totaal circa 901 m3 hemelwater geborgen te worden. Hiervoor wordt een combinatie van maatregelen toegepast. In de onderstaande tabel is een overzicht weergegeven van de toegepaste maatregelen. Er wordt in totaal gecompenseerd voor circa 13.214 m2 verhard oppervlak. Er wordt dus ruim voldoende berging gerealiseerd.

. Tabel: overzicht compensatiemaatregelen Binnen het plangebied worden de bestaande watergangen met 317 m2 uitgebreid. Buiten het plangebied (aan de noordzijde langs de begraafplaats Landscroon) - maar binnen het peilgebied van Waternetwordt 527 m2 extra wateroppervlak gerealiseerd (zie figuur 5.17 en Bijlage 17). Samen bedraagt dit 844 m2 extra wateroppervlak. Dit staat gelijk aan 591 m3.

56

Weesperwerf

Figuur 5.17: waterberging, bestaand en nieuw water

Er wordt een overstort gerealiseerd vanaf het HWA-stelsel op de wadi in het midden van het gebied wordt gerealiseerd. Deze wordt op 0,25m -NAP geplaatst om te zorgen dat de wadi eerst overloopt op het HWA-stelsel. Onder de wadi wordt een drainagevoorziening gelegd die zorgt voor de opname van het infiltrerend hemelwater. Dit sluit aan op het HWA-stelsel waarmee de wadi vertraagd afvoert. Het deel dat overstort op de wadi wordt voorzien van een geknepen doorlaat die aansluit op de parkeerplaats. Hiermee wordt vertraagd afgevoerd naar de watergang aan de noordzijde van het gebied.

. Tabel: overzicht beschikbare berging in wadi's Bij 70mm neerslag laat de berekening zien dat de wadi voor ca. 216m3 gevuld wordt. Wanneer de berging op 214m3 gedimensioneerd wordt, zal dus een deel van het hemelwater uit de wadi in het stelsel teruglopen. Voor de lediging van de wadi wordt de doorlatendheid van het gras als maatgevend beschouwd. Hiervoor wordt een K-waarde van 0,5m/dag gehanteerd. Met de huidige inrichting kan 214m3 water in ca. 22 uur infiltreren. Met de aanleg van extra wateroppervlak en de overige bergingsvoorzieningen op percelen en in het openbare gebied wordt voldoende berging gerealiseerd. Er is nog sprake van overcapaciteit. Dit biedt mogelijkheden om de vormgeving van de wadi aan te passen ten behoeve van . De minimaal benodigde capaciteit van de wadi dient hiervoor wel gewaarborgd te blijven. Daarnaast wordt er bij 70mm neerslag voldaan aan de afvoernorm. Grondwater Er worden geen ondergrondse constructies gerealiseerd, waardoor er geen veranderende invloed is op 57

Weesperwerf de ondergrondse grondwaterstromen.

5.9.4

Vertaling naar verbeelding en planregels

De hiervoor beschreven waterberging wordt in dit ontwerpbestemmingsplan verzekerd door het opnemen van de bestemming 'Water' in regels en verbeelding.

5.9.5

Wateroverleg

In de fase van het opstellen van het voorontwerpbestemmingsplan heeft mondeling overleg met AGV plaatsgevonden. Tevens heeft AGV de conceptversie beoordeeld alvorens het voorontwerp ter inzage is gelegd.

5.10

Natuur

5.10.1 Algemeen Natuur en groen worden over het algemeen positief gewaardeerd. Zowel binnen als buiten de stad vertoeven veel mensen in hun vrije tijd graag in de bossen en de parken in en rond de stad. De aanwezigheid van voldoende groen op een bereikbare afstand bepaalt voor een belangrijk deel de leefbaarheid van een woongebied. Ook de aanwezigheid van dieren, bijvoorbeeld vogels, in de stad wordt over het algemeen als positief ervaren. De aanwezigheid van voedsel-, nest- en een rustgebied is voor deze dieren van essentieel belang.

5.10.2 Regelgeving Bij ruimtelijke planvorming moet aandacht worden besteed aan de wet- en regelgeving inzake natuur, flora en fauna. Zowel een groot deel van de flora en fauna zelf als de leefgebieden van diverse soorten kennen wettelijke bescherming. Die bescherming vloeit voort uit zowel Europese als nationale regelgeving. Zo richt de EG-Habitatrichtlijn zich expliciet op de bescherming van de habitat van wilde planten en dieren en beschermt de EG-Vogelrichtlijn op soortgelijke wijze broed- en trekvogels. In het kader van deze richtlijnen heeft Nederland zogenoemde speciale beschermingszones (“Natura 2000” gebieden) aangewezen. Gebiedsbescherming was in het Nederlands recht geregeld in de Natuurbeschermingswet 1998. Per 1 januari 2017 is hiervoor de Wet Natuurbescherming in de plaats gekomen. Daarnaast is er ook sprake van juridische natuurbescherming via het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en provinciale ruimtelijke omgevingsverordeningen. De kern van het natuurbeleid wordt gevormd door de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), dat een samenhangend netwerk van natuurgebieden is. Inmiddels is de EHS opgenomen in het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Binnen het NNN zijn ook de door de Europese Unie vastgestelde Natura 2000 gebieden van groot belang.

5.10.3 Onderzoek Door bureau Waardenburg is in 2018 een ecologisch onderzoek uitgevoerd, zie Bijlage 18. In het onderzoek zijn de effecten van de ingreep onderzocht. Door de uitbreiding van het plangebied met een strook (zie figuur 4.18), waarin zich een smalle sloot bevindt, is het onderzoek in 2019 uitgebreid en aangevuld, zie Bijlage 19.

58

Weesperwerf

Figuur 4.18: uitbreiding plangebied (blauw gearceerd)

Planten Op grond van verspreidingsgegevens (NDFF) en het veldonderzoek wordt geconcludeerd zich in het plangebied geen beschermde plantensoorten bevinden. Vissen In het plangebied is een smalle sloot aanwezig. In deze sloot zijn alleen tiendoornige stekelbaarzen gevangen. De weinige doorstroming, de sterke beschaduwing, het gebrek aan waterplanten en de matige water- en waterbodemkwaliteit maken deze sloot niet geschikt voor beschermde vissoorten. Amfibieën Grond- en graafwerkzaamheden kunnen algemeen voorkomende amfibieën van het ‘Beschermingsregime andere soorten’ treffen. Voor deze soorten geldt een vrijstelling in het kader van ruimtelijke ontwikkeling. Voor onderhavig plan is dus geen ontheffing nodig. Het betreft algemeen voorkomende soorten (lokaal, regionaal en landelijk) en het aantal dieren dat potentieel gemoeid is met de (lokale) ingreep is beperkt. De gunstige staat van instandhouding van deze soorten is daarom niet in het geding. Rugstreeppad Door recente werkzaamheden is het plangebied mogelijk geschikt geworden voor de rugstreeppad. Deze soort is bekend uit de omgeving. Om vestiging te voorkomen is het essentieel er voor te zorgen dat in het gebied geen waterplassen voor langere tijd blijven staan. Mocht dit toch gebeuren dan is het noodzakelijk voor de werkzaamheden nader onderzoek uit te voeren naar de rugstreeppad.

Om de hiervoor beschreven conclusie uit 2018 te verifiëren is het volledige plangebied in 2019 nogmaals bekeken. Anders dan in 2018 is in 2019 vrijwel het gehele terrein volledig dichtgegroeid met riet, opschietende wilgen, ruigtekruiden en diverse grassoorten. De vegetatie is dusdanig dicht dat ze ongeschikt is voor de rugstreeppad. Deze soort heeft open terrein of (zeer) lage vegetaties nodig om

59

Weesperwerf effectief te kunnen jagen. Het voorkomen van de rugstreeppad is dan ook niet te verwachten. Na het bodemonderzoek, waarbij zwaar materieel is ingezet, was er kans op het ontstaan van voortplantingslocaties. Open, ondiepe plassen zijn het ultieme voorplantingshabitat voor rugstreeppadden. Bij het bezoek in 2019 waren dergelijke plassen niet aanwezig en door het snelle herstel van de vegetatie is de mogelijkheid van het ontstaan van open plassen nu uitgesloten. Door de afwezigheid van geschikt habitat wordt dan ook niet verwacht dat rugstreeppadden in het plangebied aanwezig is. Reptielen Van de ringslang zijn alleen waarnemingen van zwervende dieren bekend aan de zuidoever van de Vecht. Uit de directe omgeving van de uitbreiding van het plangebied zijn geen waarnemingen bekend. Omdat in de uitbreiding van het plangebied en de directe omgeving weinig oppervlaktewater aanwezig is dat geschikt is voor vis en amfibieën (het voedsel van de ringslang) is het plangebied en omgeving niet geschikt als foerageergebied. De aanwezigheid van een populatie van deze soort kan dan ook worden uitgesloten. Grondgebonden zoogdieren Met het bebouwen van het plangebied gaat een belangrijk deel aan potentieel foerageergebied voor kleine marterachtigen verloren. Het is echter de vraag of deze daadwerkelijk aanwezig zijn en gebruik maken van het plangebied.

Nader onderzoek heeft uitgewezen dat zich geen kleine marterachtigen in het gebied bevinden, zie Bijlage 20. Er zijn wel andere soorten geregistreerd zoals bosmuis, bruine rat en kleine zangvogels, maar deze zijn niet beschermd. Grond- en graafwerkzaamheden kunnen algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren van het ‘Beschermingsregime andere soorten’ treffen. Voor deze soorten geldt een vrijstelling in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en is dus geen ontheffing nodig. Het betreft algemeen voorkomende soorten (lokaal, regionaal en landelijk) en het aantal dieren dat potentieel gemoeid is met de (lokale) ingreep is beperkt. De gunstige staat van instandhouding van deze soorten is daarom niet in het geding. Vleermuizen Van de uitbreiding van het plangebied zijn geen waarnemingen van vleermuizen bekend. In de directe omgeving zijn diverse, recente (< 10 jaar) waarnemingen bekend van gewone dwergvleermuis, laatvlieger en ruige dwergvleermuis. De rosse vleermuis is recent eenmalig waargenomen (data NDFF). De aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen in de uitbreiding van het plangebied is niet uitgesloten. In de uitbreiding van het plangebied staan diverse bomen waarvan niet kan worden uitgesloten dat er holtes aanwezig zijn die geschikt zijn als verblijfplaats voor vleermuizen.

Door de dichte houtsingel is er meer beschutting en kunnen geschikte microklimaten ontstaan. Het gaat hierbij met name om (paar)verblijfplaatsen van de ruige dwergvleermuizen, die vrij veel in Weesp voorkomt. Deze kleine vleermuissoort heeft aan kleine holtes/spleten genoeg voor de vestiging van een paarverblijfplaats. De aanwezigheid van grotere vleermuiskolonies lijkt niet waarschijnlijk. De aanwezige bomen waren overzichtelijk genoeg om dergelijke potentiële verblijfplaatsen vast te stellen vanaf de grond. De groep van vier essen in het noordelijk deel van de uitbreiding lijken niet geschikt als verblijfplaats door de winderige ligging en de relatieve openheid van de bomen. Hierdoor kunnen geen geschikte microklimaten ontstaan. De uitbreiding van het plangebied vormt potentieel onderdeel van het foerageergebied van vleermuizen De aanwezigheid van water en opgaande beplanting maken de houtsingel en de sloten geschikt als foerageergebied. Het betreft – op basis van de aard en omvang en de omgeving - geen essentieel foerageergebied (d.w.z. essentieel voor het functioneren van een verblijfplaats). Er zijn in de omgeving genoeg uitwijkmogelijkheden aanwezig, zoals de begraafplaats en de oevers van de Vecht. De houtsingel vormt mogelijk een vliegroute voor met name de gewone dwergvleermuis, ruide dwergvleermuis en de laatvlieger.

Dit is geen essentiële vliegroute, er zijn voldoende alternatieven. Vogels Grond- en graafwerkzaamheden dienen buiten het broedseizoen uitgevoerd te worden. Effecten van de voorgenomen ingreep op soorten met een jaarrond beschermd nest zijn uitgesloten. Voor deze soorten heeft het plangebied namelijk geen betekenis.

60

Weesperwerf

Andere soorten Negatieve effecten op andere beschermde soorten als gevolg van de voorgenomen ingreep zijn uitgesloten. Voor andere beschermde soorten heeft het plangebied namelijk geen betekenis. Beschermde gebieden en stikstofdepositie Het dichtsbijgelegen Natura2000-gebied is het Markermeer & IJmeer op circa 2 kilometer afstand. Dit gebied is niet stikstofgevoelig. Op circa 3 kilometer afstand, ten oosten van de planlocatie, ligt het beschermde Natura 2000-gebied Naardermeer dat wel stikstofgevoelig is. Natura 2000-gebied Botshol ligt ten zuiden van de planlocatie, op een afstand van ruim 8 kilometer en is ook stikstofgevoelig. In maart 2021 is door onderzoeksbureau Els & Linde een Aerius berekening uitgevoerd om het effect van het project op stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden in kaart te brengen (zie Bijlage 21). Hierbij is zowel de bouwfase als de gebruiksfase berekend. Uit de berekening is gebleken dat het project geen negatief effect heeft op stikstofdepositie. Dat geldt zowel voor de bouw- als de gebruiksfase. 5.10.4 Conclusie Beoordeling Wet natuurbescherming Voor het vernietigen van nesten die in gebruik zijn en het verstoren van in gebruik zijnde nesten van vogels zodanig dat broedsels mislukken is geen ontheffing mogelijk. Het vernietigen en verstoren van in gebruik zijnde nesten moet worden voorkomen (zie randvoorwaarden hieronder).

Een ernstige aantasting van het leefgebied van kleine marterachtigen is binnen de provincie Noord-Holland een overtreding van de Wnb artikel 3.10. Voor deze soorten geldt geen vrijstelling en moet een ontheffing worden aangevraagd op het belang van ‘ruimtelijke ingrepen en ontwikkeling’. Randvoorwaarden voor werkzaamheden in het kader van de voorgenomen ingreep Thans wordt voorkomen dat de rugstreeppad zich in het plangebied vestigt vanwege de aanwezigheid van dichte vegetatie. Dit door te verhinderen dat er langere tijd waterplassen blijven staan; Het lichtplan wordt zo ontworpen dat er geen nadelige effecten op vleermuizen ontstaan; Het verstoren en vernietigen van vogelnesten die in gebruik zijn moet voorkomen worden om overtreding van verbodsbepalingen te voorkomen. Dit kan door het rooien van beplanting en (voorbereidende) (bouw)werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Voor het broedseizoen wordt in het kader van de Wnb geen standaard periode gehanteerd. De lengte en de aanvang van het broedseizoen verschilt per soort. Globaal moet voor het broedseizoen rekening gehouden worden met de periode half maart tot half augustus. Nader onderzoek Nader onderzoek heeft uitgewezen dat zich geen kleine marterachtigen in het plangebied bevinden.

Aanbevelingen Het wordt aanbevolen in de bouwplannen voorzieningen op te nemen voor vleermuizen om een bijdrage te leveren aan een duurzame instandhouding van vleermuizen.

5.11

Duurzaamheid

De in dit ontwerpbestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkeling wordt een duurzame en toekomstbestendige woonbuurt met aandacht voor welzijn en een gezond woon- en leefklimaat.

5.11.1 Sociale duurzaamheid Het stedenbouwkundig plan kent autovrije woonstraten met voorzieningen die toekomstige bewoners stimuleren om elkaar te ontmoeten zoals bankjes aan de woningen en plekken om te zitten bij de speelplek in de groenstrook.

61

Weesperwerf

Het woonprogramma bestaat uit studio's en grondgebonden woningen met verschillende breedte en verdiepingen en daardoor een verscheidenheid aan woonoppervlakten. Het programma is daarmee voldoende divers om verschillende doelgroepen aan te spreken zoals starters, doorstromers, alleenstaanden en gezinnen. In potentie wordt daarmee een sociaal duurzame woonbuurt ontwikkeld. 25% van de woningen valt in het sociale segment en zullen worden uitgevoerd als sociale huurwoningen of sociale koopwoning. 8% van de woningen valt in het in middensegment en zullen als zodanig worden uitgevoerd als middeldure huurwoning. De overige woningen vallen in de vrije sector huur en vrije sector koop.

5.11.2 Welzijn Het stedenbouwkundig plan stimuleert ook toekomstige bewoners om te lopen. Het parkeren van de auto kan enkel aan de randen van de nieuwe woonbuurt. Het parkeerterrein langs de Nijverheidslaan wordt circa 35 cm lager aangelegd dan het peil van de woningen, zodat er vanuit de woningen minder zicht is op geparkeerde auto's. Ook de aanwezigheid van hinder gevend geluid is bepalend voor de kwaliteit van de leefomgeving. Er worden diverse maatregelen getroffen om het binnenklimaat van de woning te laten voldoen aan de vereisten van het bouwbesluit. Langs de Nijverheidslaan zal een geluidscherm worden geplaatst, afgewerkt met duurzame kokosvezels omwikkelde buizen die een ideale aanhechting vormt voor diverse soorten klimplanten. Vanwege de nabije ligging van de spoorlijn Weesp – Almere / Amersfoort heeft er een onderzoek plaatsgevonden naar trillingen. Uit dit onderzoek is gebleken dat voor een beperkt aantal woningen, een enkele keer per week, een theoretische overschrijding plaatsvindt t.o.v. de SBR richtlijn trillingen. Het betreffen de woningen op het zuidelijke deel, parallel aan het spoor. In het onderzoek wordt geconcludeerd dat deze woningen in praktijk weinig tot geen hinder zullen ondervinden van trilling. Het negatieve effect van trilling op het woon-en leefklimaat in de nieuwe woonbuurt is daarom verwaarloosbaar.

De bodem van het terrein zal worden gesaneerd hetgeen een verbetering is voor het leefklimaat.

5.11.3 Energietransitie De grondgebonden woningen worden uitgevoerd met een EPC van 0,2. De energetische kwaliteit is daarmee beter dan de wettelijke EPC van 0,4 conform het vigerende bouwbesluit. Op basis van volkshuisvestelijke argumenten en in het kader van de betaalbaarheid geldt de 0,2 eis niet voor de appartementen, deze worden derhalve conform het vigerende bouwbesluit uitgevoerd. De woningen worden gasloos gebouwd en krijgen geen aansluiting op het gasnetwerk. De woningen worden op koude dagen verwarmd en op warme dagen gekoeld met een warmtepompinstallatie met bodembron. Tevens zullen de woningen worden voorzien van zonnepanelen, een hoogwaardige isolatie en een ventilatiesysteem met warmteterugwinning.

5.11.4 Klimaatadaptie Naast de energetische kwaliteit van de gebouwen is ook aan klimaatadaptie gedacht door toepassing van een gescheiden rioleringsstelsel. Er wordt een robuust watersysteem gecreëerd met voldoende capaciteit voor waterberging tijdens piekmomenten. Zo bevinden zich op diverse plekken in het plan wadi's en worden de watergangen rondom het plan verbreedt. Op deze manier wordt een robuust watersysteem gecreëerd met voldoende bergingscapaciteit. Centraal in het plan wordt een groenstrook aangelegd met beplanting en speelgelegenheid. Op diverse plekken in en rondom het project worden bomen geplant.

62

Weesperwerf

5.11.5 Mobiliteit De buurt wordt door de aanleg van een veilige fietsverbinding aangetakt op het bestaande fietsnetwerk van de gemeente. Het wordt voor toekomstige bewoners mogelijk gemaakt om dagelijks activiteiten met de fiets af te doen. Er wordt actief ingezet op het voorkomen van het bezit van een tweede auto door een systeem van elektrische deelauto's. In de basis worden de deelmobiliteit via pay-per-use ingezet. Bewoners kunnen echter ook een mobiliteitsabonnement afsluiten waardoor ze korting krijgen op het gebruik van de deelmobiliteit. Mede gezien de ligging nabij het station is het aannemelijk dat deze trend (van eigendom naar gebruik) zal aanslaan. Bij de parkeerplaatsen zullen elektrische laadpalen worden aangebracht.

5.11.6 Duurzaam en circulair materiaalgebruik Waar mogelijk wordt verwerking en hergebruik van materialen gestimuleerd. Ook worden tweedehands bouwmaterialen toegepast. Indien leverbaar zal voor een deel van de bestrating gebruik worden gemaakt van hergebruikte straatstenen. Door bouwafval te scheiden op de bouwplaats kunnen materialen optimaal worden hergebruikt of gerecycled. Zo wordt betonpuin grotendeels verwerkt tot menggranulaat en word een deel hergebruikt in nieuw beton. Hout is een hernieuwbare grondstof en goed toepasbaar binnen circulair bouwen. Hout dat wordt toegepast heeft een FSC keurmerk en is afkomstig uit goed beheerde bossen. Een groot deel van houten bouwproducten wordt hergebruikt in een ander bouwwerk of bouwproduct.

5.12

Milieu effect rapportage

5.12.1 Wettelijk kader In de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is vastgelegd dat voorafgaande aan het ruimtelijke plan dat voorziet in een grootschalig project met belangrijke nadelige milieugevolgen een milieueffectrapport (MER) opgesteld dient te worden. De activiteiten waarvoor een MER-rapportage opgesteld moet worden, zijn opgenomen in de bijlage van het Besluit m.e.r. Een plan kan m.e.r.-(beoordelings)plichtig zijn op de volgende manieren: een plan kan m.e.r.-plichtig zijn indien een passende beoordeling op basis van artikel 19j, lid 2 van de Natuurbeschermingswet 1998 noodzakelijk is; een plan kan m.e.r.-plichtig zijn indien sprake is van activiteiten en gevallen die de drempelwaarden uit de onderdelen C en D overschrijden en waarbij het plan wordt genoemd in kolom 3 (plannen); een plan kan m.e.r.-(beoordelings)plichtig zijn indien het plan wordt genoemd in kolom 4 (besluiten) en er sprake is van activiteiten en gevallen die de drempelwaarden uit onderdeel C en D overschrijden. Bij een overschrijding van de drempelwaarden uit onderdeel C is in dit geval sprake van een m.e.r.-plicht. Bij een overschrijding van de drempelwaarden uit onderdeel D is het plan m.e.r.-beoordelingsplichtig. In het Besluit m.e.r.

neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd. Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van 'kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen dan voldoet het aan de definitie van het besluit. Op 1 april 2011 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging betrof het indicatief maken van de drempelwaarden in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Concreet betekent dit dat, ook wanneer ontwikkelingen onder de in bijlage D

63

Weesperwerf opgenomen drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er nog steeds van moet vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben, de zogenaamde 'vergewisplicht'. Voor een bestemmingsplan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen in onderdeel D en beneden de drempelwaarden vallen, moet een toets worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: 1. belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk; 2. belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.(-beoordeling) plaatsvinden. De diepgang van de vormvrije m.e.r.-beoordeling hangt af van: 1. 2. 3. 4.

de aard van de voorgenomen activiteit; de (gevoeligheid van de) omgeving waarin de activiteit is gesitueerd; de maatschappelijke aandacht voor de activiteit; mate van beschikbaarheid van informatie, bijvoorbeeld over de gevoeligheid van gebieden.

Op 7 juli 2017 is het Besluit m.e.r. gewijzigd in werking getreden, naar aanleiding van een wijziging van de Europese Richtlijn m.e.r. Deze wijziging heeft tot gevolg dat voor elke vergunningsaanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is de volgende procedurestappen doorlopen moeten worden: door de initiatiefnemer moet een aanmeldingsnotitie worden opgesteld; het bevoegd gezag moet binnen 6 weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit nemen. Dit besluit moet genomen zijn voor de ter inzage legging van het ontwerpbesluit; het besluit hoeft niet in de Staatscourant gepubliceerd te worden, maar wel via andere (digitale) kanalen bekend worden gemaakt; het (vormvrije)-m.e.r.-beoordelingsbesluit moet onderdeel zijn van de vergunningaanvraag. 5.12.2 M.e.r. en m.e.r.-beoordeling Dit ontwerpbestemmingsplan voorziet in een stedelijke ontwikkeling, zoals bedoeld in bijlage D van het Besluit m.e.r. Het plan blijft ver onder de drempel van 2.000 woningen. Er worden geen nadelige gevolgen voor het milieu verwacht, zodat een vormvrije m.e.r.-beoordeling volstaat. In dat kader is ook een aanmeldnotitie opgesteld (zie Bijlage 22). De gemeenteraad dient voor ter inzage legging een m.e.r.-beoordelingsbesluit te nemen. In het kader van dit ontwerpbestemmingsplan zijn alle relevante milieueffecten onderzocht.

De herontwikkeling leidt niet tot een bijzondere toename aan nieuwe emissies of een bijzondere nieuwe verkeersaantrekkende werking. Integendeel: De herontwikkeling leidt tot de transformatie van een bedrijventerrein tot een woonbestemming. Vrije ruimte binnen het bestaand stedelijk gebied wordt duurzaam ingevuld en benut. Er zijn geen gevoelige gebieden in de nabijheid van het plangebied die beïnvloed zouden kunnen worden door de herontwikkeling. Daarnaast zorgen de nieuwe woningen voor een beter leefmilieu dan de hiervoor toegestane bedrijven. Dat heeft ook een positief effect op bestaande woonbuurten in de omgeving.

5.12.3 Conclusie De conclusie is dat de herontwikkeling van het bedrijfsperceel geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zal hebben en dat daarom geen m.e.r. of m.e.r. beoordeling hoeft te worden uitgevoerd.

64

Weesperwerf

Hoofdstuk 6 6.1

Juridische planbeschrijving

Indeling van de regels

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de juridisch bindende regels en hoe de voorliggende ontwikkeling van woningen hierin wordt vertaald. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en de regels over de toegelaten bebouwing. De verbeelding is samen met de regels het juridisch bindend kader van de bestemmingen. De toelichting heeft geen juridisch bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de onderbouwing en uitleg van het plan en bepaalde bestemmingen en regels. De regels zijn verdeeld in vier hoofdstukken. Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels en bestaat uit twee artikelen. Artikel 1 geeft een omschrijving van de in de regels gehanteerde begrippen. Artikel 2 geeft aan hoe bepaalde afstanden, maten, oppervlakte en inhoud gemeten moeten worden. In hoofdstuk 2 zijn de verschillende bestemmingen opgenomen. Per bestemming wordt aangegeven welke functies en doeleinden op de gronden toelaatbaar zijn en wat en hoe er mag worden gebouwd. Ook dubbelbestemmingen zijn in dit hoofdstuk opgenomen. In hoofdstuk 3 worden de algemene regels behandeld, waarbij onder andere gedacht moet worden aan de anti-dubbeltelregels en de algemene afwijkingsregels. Hoofdstuk 4 bevat regels met betrekking tot het overgangsrecht en de slotregel.

In het ontwerpbestemmingsplan is een aantal binnenplanse afwijkingsmogelijkheden opgenomen om een bepaalde mate van flexibiliteit te verkrijgen. Aan de afwijkingsmogelijkheden zijn voorwaarden verbonden waaraan getoetst dient te worden. De aanvrager van de omgevingsvergunning dient aantoonbaar aan de voorwaarden te voldoen, waarna deze onderbouwing ambtelijk wordt getoetst.

6.2

Artikelsgewijze toelichting

In de volgende paragrafen is een toelichting opgenomen van de in de regels opgenomen bestemmingen. 6.2.1

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen In dit artikel worden de begrippen nader omschreven die gebruikt worden in de regels. Dit voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Artikel 2 Wijze van meten In dit artikel wordt beschreven op welke wijze de in de regels voorgeschreven maatvoeringen gemeten moeten worden.

6.2.2

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

De regels in verband met de bestemmingen kennen een min of meer gelijke opbouw en bestaan in ieder geval uit een bestemmingsomschrijving en bouwregels. Voor een aantal bestemmingen zijn daarbij bijzondere gebruiksregels en/of een afwijkingsbevoegdheid opgenomen. De bestemmingsomschrijving betreft de centrale bepaling van elke bestemming. Het is een omschrijving waarin de functies worden benoemd, die binnen de bestemming zijn toegestaan (het gebruik). In een aantal gevallen is een specificering opgenomen van de toegestane functie, die correspondeert met een functieaanduiding op de verbeelding. De bouwregels zijn direct gerelateerd aan de bestemmingsomschrijving. Bouwregels zijn dan ook alleen van toepassing bij de toetsing van aanvragen om een omgevingsvergunning. In dit ontwerpbestemmingsplan worden de volgende bestemmingen gebruikt:

65

Weesperwerf

Artikel 3 Groen De bestemming Groen is onder meer gebruikt voor o.a. fiets- en voetpaden, groenvoorzieningen of speelvoorzieningen. Ten aanzien van het bouwen geldt dat er uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegestaan.

Artikel 4 Verkeer Deze bestemming geldt voor wegen, straten en voet - en fietspaden ten behoeve van de afwikkeling van bestemmingsverkeer alsmede voor verblijf en verplaatsing gericht op de aangrenzende bestemmingen met de daarbij behorende (parkeer)voorzieningen. Daarnaast zijn in de bestemming ook geluidsschermen toegestaan. Ten aanzien van het bouwen geldt dat slechts gebouwen zijn toegestaan voor nutsvoorzieningen. Daarnaast is voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, de bouwhoogte op 10 meter vastgelegd.

Artikel 5 Water De voor Water aangewezen gronden zijn bestemd voor de aanleg, het onderhoud en de instandhouding van watergangen, waterhuishouding, waterberging en waterbeheersing.

Artikel 6 Wonen - 1 Betreffende gronden zijn bestemd voor wonen in de vorm van grondgebonden woningen, groen- en speelvoorzieningen, tuinen en geluidwerende voorzieningen. Verder zijn hier ook aan huis gebonden beroepen of bedrijven toegestaan. Voor de grondgebonden woningen geldt een parkeernorm van 1,4 parkeerplaatsen per woning. Hoofdgebouwen mogen alleen binnen het bouwvlak gebouwd worden. De maximale bouwhoogte bedraagt 10-12 meter. Voor pergola's geldt een bouwhoogte van maximaal 2,25 meter en voor overige bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, maximaal 5 meter.

Artikel 7 Wonen - 2 De voor 'Wonen - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen in de vorm van gestapelde woningen, groen- en speelvoorzieningen, tuinen en geluidwerende voorzieningen. Verder zijn hier ook aan huis gebonden beroepen of bedrijven toegestaan. Voor de gestapelde woningen geldt een parkeernorm van 0,54 parkeerplaatsen per woning. Hoofdgebouwen mogen alleen binnen het bouwvlak gebouwd worden. De maximale bouwhoogte bedraagt 15 meter. Incidenteel is een hoogteaccent van 18 meter toegestaan. Voor pergola's geldt een bouwhoogte van maximaal 2,25 meter en voor overige bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, maximaal 5 meter.

Artikel 8 Waarde - Archeologie De bestemmingen Waarde - Archeologie geldt voor het hele plangebied. Bouwen is hier ten behoeve van een andere ter plaatse geldende (enkel)bestemming uitsluitend toegestaan, nadat uit archeologisch onderzoek is gebleken dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn. Uitzondering hierop zijn grondroerende werkzaamheden tot 0,60 m -mv (1,21 m - NAP) en fundering op palen dieper dan 0,60 m -mv (1,21 m - NAP), conform de bevindingen van het uitgevoerd booronderzoek (Bijlage 7).

Artikel 9 Waterstaat - Waterkering

66

Weesperwerf

In verband met de aanwezigheid van waterkeringen in het plangebied is aan enkele bestemmingen een dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering' toegekend, waardoor de belangen van de waterbeheerder worden veiliggesteld. Binnen deze zone 'Waterstaat - Waterkering' is de Keur van kracht. Alle bouw- en graafwerkzaamheden zijn verboden en dienen te worden getoetst door het Waterschap of deze de stabiliteit van de waterkering kunnen aantasten, voordat een vergunning wordt afgegeven. 6.2.3

Hoofdstuk 3 Algemene regels

In dit hoofdstuk zijn de aanvullende, algemene regels opgenomen.

Artikel 10 Anti-dubbeltelregel Dit artikel bevat de bepaling om te voorkomen dat met het bestemmingsplan strijdige situaties ontstaan of worden vergroot. Het artikel is wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening en is daaruit overgenomen.

Artikel 11 Algemene bouwregels In dit artikel is een aantal aanvullende bouwregels opgenomen die voor alle bestemmingen kunnen gelden. Het betreft regelingen ten aanzien van dakkapellen en dakterrassen. Tevens is in dit artikel bepaald hoe omgegaan wordt met bestaande maten in het plangebied die afwijken van de in dit ontwerpbestemmingsplan toelaatbaar gestelde maten.

Artikel 12 Algemene gebruiksregels Aanvullend zijn in het plan regels gesteld ten aanzien van het gebruik. In dit artikel is een aantal gebruiksmogelijkheden voor het gehele plan uitgesloten (tenzij daarvoor een uitzondering is gemaakt). Verder bevat dit artikel de voorwaarden voor aan huis gebonden beroepen en bedrijven. Deze voorwaarden zijn conform het huidige gemeentelijke beleid ten aanzien van de aan huis gebonden beroepen en bedrijven.

Artikel 14 Algemene wijzigingsregels In de algemene wijzigingsregels is de mogelijkheid opgenomen de verschillende ontwerpbestemmingen voor archeologie aan te passen indien aangetoond is dat de veronderstelde waarden niet aanwezig zijn of in mindere mate aanwezig zijn.

Artikel 15 Overige regels In dit artikel is bepaald dat de in het plan genoemde wet- en regelgeving moet worden gelezen zoals die op het moment van tervisie leggen van het ontwerpbestemmingsplan geldt.

6.2.4

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

Artikel 16 Overgangsrecht De tekst uit dit artikel is wettelijk vastgelegd en overeenkomstig opgenomen. Het betreft een regeling voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het inwerking treden van het bestemmingsplan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd.

Artikel 17 Slotregel In de slotregel wordt aangegeven op welke wijze de regels van het bestemmingsplan kunnen worden

67

Weesperwerf aangehaald.

68

Weesperwerf

Hoofdstuk 7

Economische uitvoerbaarheid

De gemeentelijke kosten worden verhaald door de uitgifte van de grond. Er wordt een anterieure overeenkomst gesloten, zodat er daarom geen exploitatieplan vastgesteld moet worden. De woningen zullen worden gebouwd voor rekening en risico van de initiatiefnemer. Hiervoor zijn voldoende financiële middelen beschikbaar, waardoor het ontwerpbestemmingsplan economisch uitvoerbaar wordt geacht.

69

Weesperwerf

Hoofdstuk 8 8.1

M aatschappelijke uitvoerbaarheid

Vooroverleg

Overeenkomstig artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is gelegenheid tot vooroverleg geboden met betrekking tot het concept ontwerp bestemmingsplan “Woningbouw Nijverheidslaan”. Gelet op de aard en inhoud van het plan zijn de onderstaande instanties per mail van 11 februari 2020 uitgenodigd om binnen een termijn van 4 weken te reageren: Rijkswaterstaat Provincie Noord-Holland Brandweer & Gooi en Vechtstreek Waternet, namens Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht ProRail Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek Van deze 6 instanties hebben er 5 tijdig gereageerd. Rijkswaterstaat heeft niet gereageerd. Wij gaan ervan uit dat zij geen opmerkingen hebben op het concept ontwerp bestemmingsplan. De overige reacties zijn in de 'Notitie Vooroverlegreacties' samengevat en voorzien van een gemeentelijke beoordeling en conclusie (zie Bijlage 23). De reacties hebben tot een aantal aanpassingen geleid. Het gaat hierbij om de volgende aanpassingen: Toelichting 1. De toelichting worden aangevuld met plaatjes, die een duidelijker beeld geven van de toekomstige situatie van de nieuwe buurt. 2. T.b.v. de waterparagraaf wordt een duidelijkere tekening van figuur 5.16 als pdf met een hogere resolutie opgenomen in de bijlage van de toelichting. Regels/Verbeelding 3. In regels en verbeelding wordt de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering' opgenomen. 4.

In de regels en verbeelding worden dove gevels en gebouw gebonden afschermingen opgenomen. Dat geldt ook voor de toepassing van een geluidscherm langs de Nijverheidslaan en tussen de gebouwen en het spoor. 5. De verbeelding wordt zodanig aangepast dat deze in overeenstemming is met het stedenbouwkundig plan en het geluidsrapport.

8.2

Participatie

In de jaren 2017, 2018 en 2019 hebben diverse (informatie) bijeenkomsten plaatsgevonden, om belanghebbende bewoners en bedrijven over de plannen voor de in dit ontwerpbestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkelingen te informeren. Er hebben zowel collectieve als individuele gesprekken plaatsgevonden. Naar aanleiding van de gesprekken en consultaties is het oorspronkelijke plan op een aantal onderdelen aangepast: Na de behandeling van het plan in de gemeenteraad op 11 juli 2018 zijn onderwerpen als een groene speelruimte, klimaatbestendigheid, een veilige fiets-voetgangers verbinding, ondergrondse afvalopslag, de inbreng van de ondernemers op het bedrijventerrein en het opnemen van een anti speculatiebeding uitgewerkt en opgenomen in het voorliggende plan. Er zijn vier grondgebonden woningen geschrapt om een centraal in het plan gelegen groene speelruimte te creëren. Op aandringen van de ondernemers zijn er zes grondgebonden woningen geschrapt omdat de ondernemers aandrongen toch vooral geen woningen te bouwen op de hoek Korte Muiderweg en Nijverheidslaan. Door deze planaanpassingen zijn er in totaal 10 grondgebonden woningen vervallen. Door het schrappen van 6 woningen op de hoek Nijverheidslaan/Korte Muiderweg wordt tegemoet gekomen aan het bezwaar van de ondernemers dat op enkele meters afstand vanaf de Nijverheidslaan woningen worden gebouwd.

Door deze planwijziging worden de nieuwe woningen in het verlengde van de zijgevel van de bestaande woning aan de Korte Muiderweg 8A op eenzelfde afstand van de Nijverheidslaan gebouwd. Hierbij wordt nog opgemerkt dat de geluidwerendheid van de nieuwe woningen aanmerkelijk hoger is dan jaren '30 woningen aan de Korte Muiderweg.

70

Weesperwerf

Verder is de mogelijkheid opgenomen om de woningen aan de Nijverheidslaan te voorzien van een extra bouwlaag op de tweede verdieping met de mogelijkheid van een beroep aan huis of een lichte vorm van bedrijvigheid zonder milieuzone op de begane grond. Door een dergelijke mogelijkheid op te nemen ontstaat er een zekere overgangszone tussen de woningen en de bestaande bedrijven. Hiermee is tegemoet gekomen aan het geluid van de ondernemers een soort van overgang te realiseren. Tenslotte zal een bepaling in de koopovereenkomst voor de toekomstige bewoners worden opgenomen waarin duidelijk wordt gemaakt dat zij bekend zijn met hun omgeving en de situering die grenst aan het bedrijventerrein. Hiermee aangegeven dat er op verschillende manieren rekening is gehouden met de aanwezigheid van de bedrijven om te voorkomen dat zich in de toekomst klachten voordoen. Deze bepaling zal in de anterieure overeenkomst worden opgenomen. Ten aanzien van de veiligheid voor langzaam verkeer wordt op de bouwkavel een vrij liggende langzaam verkeersroute gemaakt naar de Korte Muiderweg. In aanvulling hierop zal langs de Nijverheidslaan ter hoogte van het project een geluidsscherm met kokosvezel (met een hoogte van circa 2 meter) worden geplaatst. Mogelijk dat dit scherm ook ter plaatse van het parkeerterrein behorend bij de naastgelegen kantoorpanden aan Nesland zal worden doorgezet.

Voor de bewoners die met hun woningen grenzen aan het plan is het woningtype parallel aan de bestaande woningen gewijzigd van “ 3 lagen met plat dak” naar “ 2 lagen met mansarde kap”. Het woningtype 3 lagen met plat dak was voorzien van een dakterras aan de achterzijde. Vanaf dit dakterras zou er volgens de bewoners zicht zijn in hun achtertuin. Door wijziging van dit type wordt dat voorkomen. Daarnaast zullen er voorzieningen worden getroffen om te voorkomen dat de tijdens bouw- en civiele werkzaamheden de grondwaterstand ter plaatse van de bestaande woningen zal fluctueren. Tevens zal er rondom de bestaande woningen gebruik worden gemaakt van boorpalen zodat deze funderingswerkzaamheden geluidsarm en trillingsvrij kunnen worden uitgevoerd. Voorafgaand aan de werkzaamheden zal er een zogenaamde nul-meting plaatsvinden. Dit betreft een opname van de bouwkundige staat van de woningen door een gecertificeerd bureau. De resultaten worden vastgelegd in een opnamerapport.

8.3

Ontwerpfase en vaststelling

Het ontwerpbestemmingsplan 'Weesperwerf' heeft vanaf 29 oktober 2020 tot en met 9 december 2020 samen met het ontwerpbesluit Wet geluidhinder, Vaststelling hogere waarden geluid ter inzage gelegen. Van de ter inzagelegging is op 28 oktober 2020 kennisgegeven in de Staatscourant (2020, 5637328) en het Gemeenteblad (2020, 278303). Daarin werd vermeld dat gedurende bovengenoemde termijn van terinzagelegging eenieder zijn zienswijze over het ontwerpbestemmingsplan naar voren kon brengen bij de gemeenteraad van Weesp, naar keuze schriftelijk (waar de voorkeur naar uitgaat) of mondeling. De digitale weg voor het indienen van zienswijzen is niet opengesteld, zienswijzen konden dus niet per e-mail worden ingediend. Er zijn 9 zienswijzen ingediend. Deze zijn in een Nota van beantwoording behandeld (zie Bijlage 24). De zienswijzen hebben tot volgende aanpassingen van het bestemmingsplan geleid: Toelichting 1. De verantwoording van het groepsrisico is voor vaststelling van het bestemmingsplan in de toelichting verwerkt. 2. Aangepaste inrichting openbare ruimte wordt voor vaststelling in de toelichting verwerkt. 3. Er is een nieuwe Aerius-berekening uitgevoerd. Deze wordt bij vaststelling in de toelichting verwerkt en als bijlage opgenomen. Dit was ook zonder zienswijze aangepast, omdat de wetgeving sinds ter visie legging was veranderd. 4.

Het akoestisch onderzoek met betrekking tot spoorweggeluid is gebaseerd op het geluidsregister spoor. Door een verschrijving staat het er 'geluidsregister van Rijkswaterstaat'. Dit is bij vaststelling

71

Weesperwerf van het bestemmingsplan aangepast. Er staat nu dat deze gegevens afkomstig zijn van het geluidregister spoor van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. 5. In aanvulling op eerder uitgevoerde onderzoeken is er een notitie toegevoegd aan het bestemmingsplan, waarin het onderwerp milieuzonering uitgebreid uitgebreider wordt behandeld. Deze is voor vaststelling in de toelichting verwerkt en opgenomen in de bijlagen. 6. De toelichting wordt op onderdelen geactualiseerd i.v.m. o.a. vervallen of meer actuele beleidsstukken. Regels 1. Onder artikel 3.1 toegevoegd: 'waterberging'. 2. In artikelen 6.2 en 7.2 wordt een maximum aantal woningen voor het plangebied opgenomen van 115. 3. In artikel 4.2.3 onder a wordt de minimale hoogte voor een geluidscherm van 2,2 meter toegevoegd aan de voorwaardelijke verplichting. Bijlagen 1. Geactualiseerde Aeriusberekening (zie Bijlage 21) 2. Geactualiseerde akoestisch onderzoek spoorweggeluid (zie Bijlage 8) 3. Notitie Bedrijven- en milieuzonering (zie Bijlage 11) Daarnaast is er in het kader van het ontwerpbesluit Wet geluidhinder, Vaststellen hogere waarden een aparte Nota van beantwoording opgesteld. Deze maakt onderdeel uit van de bij dat besluit horende stukken. Op 24 juni 2021 is het definitieve besluit tot vaststelling van hogere waarden Wet geluidhinder genomen (zie Bijlage 25).

72

Weesperwerf

Bijlage 2 Verkennend bodemonderzoek

77

Verkennend bodemonderzoek Nijverheidslaan te Weesp

2e Definitief

Wareco is een gespecialiseerd ingenieursbureau op het gebied van water, bodem en funderingen. Onze kracht is de integratie en combinatie van onze specialisaties. We doen onderzoek en geven advies. We maken plannen en begeleiden de uitvoering. Enthousiast, persoonlijk en innovatief. Al meer dan 35 jaar leveren we maatwerk, met als resultaat hoge kwaliteit en duurzame, kostenbesparende oplossingen. Vanuit onze vestigingen in Deventer en Amstelveen bedienen we met circa 60 professionals overheden, bedrijfsleven en particulieren. We hechten grote waarde aan kwaliteit en duurzaamheid. Het managementsysteem is ISO 9001 (kwaliteitsmanagement) en ISO 14001 (milieumanagement) gecertificeerd. Voor u als opdrachtgever komt dit tot uiting in de vorm van duidelijke afspraken, het afhandelen van klachten volgens vaststaande procedures en het, waar mogelijk en wenselijk, aandragen van duurzame oplossingen. Daarnaast staat duurzaamheid ook bij onze bedrijfsvoering hoog op de agenda. Dit komt tot uiting in aandacht voor besparing op en hergebruik van grondstoffen en het beperken van milieubelasting.

Verkennend bodemonderzoek Nijverheidslaan te Weesp

2e Definitief

Uitgebracht aan: Blauwhoed Pietheinkade 201 1019 HC AMSTERDAM

Auteur

ir. C.M.J. Kwakernaak

Kenmerk

CF90 RAP20180109

Vrijgave

ir. K. Termeer

Datum

31-01-2018

Status

2e Definitief

Verkennend bodemonderzoek Nijverheidslaan te Weesp

Inhoudsopgave Tekst

pagina

1.

Inleiding ...........................................................................................................1

2.

Vooronderzoek ..................................................................................................2

3.

2.1.

Terreinsituatie .....................................................................................2

2.2.

Ontvangen gegevens van opdrachtgever .................................................3

2.3.

Archiefonderzoek .................................................................................3

2.4.

Samenvatting bedrijfsactiviteiten ...........................................................4

2.5.

Samenvatting huidig te verwachten verontreinigingsituatie .......................8

2.6.

Opgelegde gebruiksbeperkingen na bodemsanering 1999 ..........................9

2.7.

Bodemopbouw en geohydrologie .......................................................... 10

2.8.

Locatiebezoek .................................................................................... 10

Onderzoeksstrategie ........................................................................................ 10 3.1.

Conclusie vooronderzoek ..................................................................... 10

3.2.

Onderzoeksopzet ............................................................................... 11

4.

Veldwerkzaamheden ........................................................................................ 12

5.

Resultaten ...................................................................................................... 14

6.

7.

5.1.

(Meng)monstersamenstelling ............................................................... 14

5.2.

Toetsingskader .................................................................................. 15

5.3.

Analyseresultaten regulier onderzoek.................................................... 15

5.4.

Analyseresultaten asbestonderzoek ...................................................... 18

Conclusies en advies ........................................................................................ 20 6.1.

Conclusies ......................................................................................... 20

6.2.

Advies .............................................................................................. 21

Certificering .................................................................................................... 22

CF90 RAP20180109

31-1-18

Verkennend bodemonderzoek Nijverheidslaan te Weesp

Bijlagen: 1. Locatietekening 2. Veldwerkrapportage 3. Boorbeschrijvingen 4. Toetsingskaders 5. Toetsing a. grond, Wbb b. grond, Bbk c. grondwater, Wbb 6. Analysecertificaten a. grond b. asbest c. grondwater 7. Berekening asbestgehalte 8. Historisch onderzoek a. Tekening met vroegere verdachte gebieden b. Tekening van gesaneerde terreindelen c. Tekening van te verwachten restverontreinigingen d. Hinderwettekening Weesp Plastics incl. verklaring nummers op tekening 9. Foto’s locatiebezoek, Wareco, 16 november 2017

CF90 RAP20180109

31-1-18

Verkennend bodemonderzoek Nijverheidslaan te Weesp

1.

Inleiding In opdracht van Blauwhoed/Aalberts Ontwikkeling is door Wareco een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op een locatie aan de Nijverheidslaag 2-12 te Weesp (zie figuur 1). Blauwhoed is voornemens om samen met Aalberts Ontwikkeling het momenteel braakliggende terrein aan de Nijverheidslaan 2-12 te Weesp te gaan herontwikkelen. Hierbij zullen circa 200 wooneenheden gerealiseerd worden. Momenteel rust op de locatie een bedrijfsbestemming. Ten behoeve van de bestemmingswijziging is inzicht gewenst in de actuele bodemkwaliteit. Doel van het onderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van de bestemmingswijzigingsprocedure.

Figuur 1: Luchtfoto onderzoekslocatie Nijverheidslaan te Weesp (bron: bing.maps.com) Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740 voor verkennend onderzoek (januari 2009+A1:2015). Daarnaast is verkennend onderzoek uitgevoerd naar asbest in grond, waarbij de onderzoeksinspanning uit de NEN5707 is gevolgd (augustus 2015, C1 2016). In dit tweede definitieve rapport zijn in aanvulling op het eerste definitief de analyseresultaten van de separate deelmonsters uit mengmonsters M02 en M04 opgenomen. Daarnaast zijn de gewijzigde analysecertificaten opgenomen. De wijziging betreft een door het laboratorium gerapporteerde lagere detectiegrens voor butylbenzylftalaat en diisobutylftalaat (detectiegrens verlaagd tot <0,2 mg/kg ds in plaats van < 1 mg/kg ds).

1 2e Def.

CF90 RAP20180109

31-1-18

Verkennend bodemonderzoek Nijverheidslaan te Weesp

2.

Vooronderzoek Voorafgaand aan het bodemonderzoek is een standaard vooronderzoek conform de Nederlandse Norm (NEN) 5725 (Nederlands Normalisatie-instituut, januari 2009) uitgevoerd. Het doel van het vooronderzoek is het verzamelen van gegevens betreffende het historische, het huidige en het toekomstige gebruik van de locatie.

2.1.

Terreinsituatie Het te onderzoeken terrein is weergegeven in bijlage 1 en is gelegen aan de Nijverheidslaan (ongenummerd) te Weesp. Het te onderzoeken terrein omvat de kadastrale percelen: gemeente Weesp, sectie B, percelen 5588, 5399, 5149, 5587 en perceel B5148 (Korte Muiderweg), zie figuur 2. Op het perceel Weesp B5588 rust een publiekrechtelijke beperking ten aanzien van de Wet bodembescherming (restverontreiniging achtergebleven na de bodemsanering in 1999). De oppervlakte van de te onderzoeken locatie is circa 18.850 m2. De locatie is geheel onbebouwd.

Figuur 2: Kadastrale kaart terrein Nijverheidslaan te Weesp

2 2e Def.

CF90 RAP20180109

31-1-18

Verkennend bodemonderzoek Nijverheidslaan te Weesp

2.2.

Ontvangen gegevens van opdrachtgever Door opdrachtgever zijn over de locatie de volgende gegevens verstrekt:  Perceel B5588 is momenteel in eigendom van Achmea Vastgoed Beheer bv en zal aan Blauwhoed worden verkocht.  Perceel 5148 is in eigendom van Vechtrede II bv en Katsura bv. Op verzoek van Blauwhoed is dit perceel meegenomen in het bodemonderzoek.  Concept memo Planologische quick-scan woningbouw Nijverheidslaan, Van Riezen & Partners, d.d. 6 oktober 2017.  De nieuwbouw voorziet niet in de aanleg van kelders. Parkeergelegenheid wordt gecreëerd op het maaiveld.

2.3.

Archiefonderzoek Voor het vooronderzoek is op 6 november 2017 de provincie Noord-Holland benaderd om na te gaan of in het provinciale archief nog relevante stukken aanwezig zijn met betrekking tot Nijverheidslaan 2-12 te Weesp. Bij de provincie Noord-Holland zijn geen stukken meer aanwezig, deze zijn allen overgedragen aan Omgevingsdienst FlevolandGooi en Vechtstreek. Op 9 november 2017 zijn de bij Omgevingsdienst Flevoland- Gooi-, en Vechtstreek bekende documenten aangeleverd. Op 1 en 7 november 2017 is het gemeentelijke archief van Weesp ingezien. Een samenvatting van het dossieronderzoek is opgenomen in de navolgende paragrafen. In bijlage 8 is per bodemonderzoek en saneringsevaluatie een uitgebreidere samenvatting opgenomen. In het archief van gemeente Weesp zijn de onderstaande rapporten geraadpleegd: [1] Milieutechnisch onderzoek naar bodem- en Grondwaterkwaliteit op het westelijk terreingedeelte van Weesp Plastics te Weesp, Tauw, rap.nr 51885.01/R0-01, d.d. oktober 1985. [2] Nader onderzoek ter plaatse van Plastilit bv aan de Nijverheidslaan te Weesp, Tauw, rap.nr 51885.03, d.d. augustus 1986. [3] Saneringsplan voor de westelijke helft van het bedrijfsterrein van Plastilit bv te Weesp, Tauw, rap.nr 51885.04, d.d. november 1986. [4] Aanvullend nader onderzoek en saneringsplan voor het oostelijk terreingedeelte van Plastilit bv te Weesp, Tauw, rap.nr 51885.05, d.d.

augustus 1987. [5] Herzien saneringsplan Westelijk bedrijfsterrein Draka Polva te Weesp, Tauw, rap.nr 60912.02/R0-01, d.d. december 1988. [6] Verslag bodemsanering van het westelijk bedrijfsterrein Draka Polva te Weesp, Tauw, rap.nr 3100219, d.d. november 1989. [7] Saneringsonderzoek voormalige Weesp Plastics/Gemeentelijke gasfabriek te Weesp, Tauw, rap.nr 3192539, d.d. mei 1992. [8] Aanvullend bodemonderzoek Terlin-terrein te Weesp, Tauw, rap.nr R3561763.H02/CJO/RVB, d.d. 1 juli 1997. [9] Saneringsplan Terlin-terrein te Weesp, Tauw, rap.nr R3586618.T03/EHK, d.d. 12 januari 1998. [10] Bodemonderzoek en plan voor bouwrijp maken Terlin-terrein te Weesp, Tauw, rap.nr R01/3695492/ECS/D01/D, d.d. 2 maart 1999. [11] Onderzoek benzeenverontreiniging in het eerste watervoerende pakket Terlinterrein te Weesp, Tauw, rap.nr R001/3709612/RCT/D01/D, d.d. 20 juli 1999. [12] Evaluatie bodemsanering Terlin Nijverheidslaan 2-12 te Weesp, Tauw, rap.nr R3657027.D03, d.d. 28 september 1999.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11013601/1