Bijlage 2 bij RIB 2021 07 - Beleidsplan Bescherming en Opvang
Tekst van het document
Echte betrokkenheid, wederzijdse afhankelijkheid
Beleidsplan Bescherming & Opvang 2017 -2020
Ons kenmerk: Datum: Contactpersoon: E-mail:
17.0002775 Maart 2017 Jordy van Slooten sociaaldomein@regiogv.nl
INHOUD Voorwoord
4
Inleiding
5
Aanleiding Draagvlak Leeswijzer
5 5 6
Ontwikkelingen & trends
7
Brede gemeentelijke verantwoordelijkheid Minder opnames, zwaardere zorgvragers in de gemeente Meer incidenten rondom verwardheid Ontruimingen stabiel, problematiek steeds complexer Daklozenaantal groeit in zes jaar met driekwart Stijging van meldingen huiselijk geweld Veel partijen betrokken bij casuïstiek
7 8 8 9 9 10 10
Programma 1 - Echte betrokkenheid
12
Sluitende aanpak: passende zorg, ondersteuning of straf Betrokken bij de eigen aanpak Herstelacademie & dagbesteding door inwoners Samenkracht Gemeentelijke regie Een eenduidige samenwerkingsstructuur Financiën
12 13 14 14 14 15 16
Programma 2 - Preventie & vroegsignalering
17
Integrale voorlichting aan inwoners en professionals Vroegtijdige signalering in de wijk Alle professionals werken met de nieuwe aangescherpte meldcode Risicojongeren in beeld Financiën
17 17 18 18 18
Programma 3 - Veilig & beschermd thuis wonen
19
Een sterk Veilig Thuis Eerste kans, tweede kans, derde kans Toezicht op afroep in de wijk Financiën
19 20 20 21
Programma 4 – Gebundelde & hoogwaardige crisiszorg
22
Versterken van de risicotaxatie Crisiszorg jeugdigen en huiselijk geweld Bundelen van de ambulante crisiszorg Passend vervoer 24/7 Voldoende hoogwaardige crisisopvang Versterken veiligheid bij opvang Gedwongen opname jeugd Snelle toeleiding naar passende hulp en sluitende aanpak Financiën
22 22 22 23 23 24 24 24 25
Pagina 2 van 37
Programma 5 – Beschermde woon- & opvangplekken
26
Een gedifferentieerd aanbod beschermd wonen Stimuleren van nieuwe beschermde woonvormen Ouder en inwoner-initiatieven steunen Voldoende opvang voor dak- en thuislozen Sociaal medische zorg voor dak- en thuislozen Hoogwaardige vrouwopvang Focus op uitstroom Financiën
26 26 26 27 27 27 27 28
Randvoorwaarden
29
Bestuur Gezamenlijke beleidsuitvoering Gezamenlijke inkoop en contractbeheer Financiën Begroting & financiering
29 29 29 30 30
Bijlage 1 – Begrippenlijst
34
Bijlage 2 – Deelname Eemnes
36
Bijlage 3 – Matrix Zienswijzen
37
Pagina 3 van 37
Voorwoord Met trots bied ik u het beleidsplan Bescherming & Opvang Gooi en Vechtstreek aan. In dit gezamenlijk plan van de gemeenten Blaricum, Eemnes, Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren, Weesp en Wijdemeren leest u hoe wij onze meest kwetsbare inwoners willen beschermen en opvangen. Als we het hebben over onze meeste kwetsbare inwoners, dan gaat over mensen die problemen hebben op het gebied van huiselijk geweld, woonoverlast, schulden, verslaving en/of psychische problemen. Het zijn vaak problemen die met elkaar samenhangen en elkaar versterken. We mogen als samenleving deze meest kwetsbare inwoners niet uit beeld laten verdwijnen. Daarom is het van belang om bij hen betrokken te blijven. Ook als ze tijdelijk dakloos zijn of een straf uitzitten. In Gooi en Vechtstreek verliezen wij niemand uit het oog door te werken aan echte betrokkenheid en vertrouwen. Dat is de basis voor het samenspel tussen inwoner, zijn sociale netwerk en de professionals van de betrokken instanties. Alleen op die manier kunnen we uiteindelijk komen tot oplossingen waar de inwoner zelf achter staat. Alleen op die manier bereiken we duurzame verandering. Hoe we dat doen leest u in dit beleidsplan. Het beleidsplan Bescherming & Opvang Gooi en Vechtstreek is het resultaat van een intensieve samenwerking tussen vele partijen.
Inwoners, adviesraden sociaal domen, cliëntvertegenwoordigers, gemeenten, aanbieders van (jeugd)zorg en ondersteuning, Veilig Thuis, aanbieders van eerstelijns zorg en tweedelijns zorg, zorgverzekeraar Zilveren Kruis, politie, woningcorporaties, het Veiligheidshuis en het onderwijs waren allen betrokken bij de totstandkoming van dit beleidsplan. In het afgelopen jaar heb ik op alle niveaus en bij alle partijen de bereidheid gezien om het eigen belang te overstijgen en te kijken naar wat onze meest kwetsbare inwoners echt nodig hebben. En ook als gemeenten slaan wij hiervoor bestuurlijk, beleidsmatig en financieel de handen ineen. We bundelen onze middelen en creëren zo slagkracht. Zo creëren we een in Nederland unieke samenwerking met inwoners en het professionele veld. Een gezamenlijke inspanning om trots op te zijn.
Eric van der Want Voorzitter portefeuillehoudersoverleg sociaal domein Regio Gooi en Vechtstreek
Pagina 4 van 37
Inleiding Aanleiding Sinds 2007 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de openbare geestelijke gezondheidszorg, verslavingszorg, maatschappelijke opvang, vrouwenopvang en de bestrijding van huiselijk geweld. In 2015 kwam daar een groot aantal nieuwe taken bij, zoals de bestrijding van kindermishandeling, bescherming van het kind en het beschermd wonen. Daarmee zijn gemeenten sindsdien volledig verantwoordelijk voor de bescherming en opvang van (ongeboren) kinderen en volwassenen. De wettelijke basis hiervoor ligt in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Jeugdwet. Taak
Wettelijk kader Taken sinds 1 januari 2007
1. Openbare geestelijke gezondheidszorg
Wmo
2. Verslavingszorg
Wmo
3. Maatschappelijke opvang
Wmo
4. Vrouwenopvang
Wmo
5. Bestrijding huiselijk geweld Aanvullende taken sinds 1 januari 2015
Wmo Wmo / Jeugdwet
6. Bestrijding kindermishandeling 7. Bescherming van het (ongeboren) kind en de jongvolwassene
Jeugdwet Wmo / Jeugdwet
8. Beschermd wonen
Gemeentelijke taken bescherming & opvang 1
In de afgelopen jaren werkten de gemeenten Blaricum, Bussum, Eemnes , Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren, Muiden, Naarden, Weesp en Wijdemeren al intensief samen op het terrein van bescherming en opvang. Zo stelden de gemeente in 2012 het gezamenlijke beleidsplan Maatschappelijke Zorg 2013-2015 vast. Ter voorbereiding op het opstellen van het beleidsplan Bescherming & Opvang 2017-2020 spraken de gemeenten in 2015 af om eerst ervaring op te doen met de nieuwe taken binnen het sociaal domein. Het was en is immers een grote uitdaging om de openbare geestelijke gezondheidszorg, verslavingszorg, bestrijding van huiselijk geweld en kindermishandeling, het beschermd (thuis) wonen en de opvang voor kwetsbare inwoners op elkaar af te stemmen. Op basis van de eerste ervaringen stellen de gemeenten nu het beleid voor de komende periode vast. Draagvlak Dit beleidsplan is het resultaat van een goede samenwerking met een vertegenwoordiging van inwoners en cliënten, adviesraden sociaal domein, aanbieders van (jeugd)zorg en ondersteuning, aanbieders van verzekerde zorg, GGZ behandelaars, Veilig Thuis, huisartsen, zorgverzekeraar Zilveren Kruis, politie en het Veiligheidshuis. In 2016 overlegden deze partijen in vier fases intensief met elkaar en met de gemeenten om de kwaliteit van het beleid naar een hoger niveau te brengen.
Fase 1 Houtskool
Fase 2 Uitwerking
Fase 3 Advisering
Fase 4 Besluitvorming Fasering beleidsontwikkeling
1
De gemeente Eemnes werkt op het gebied van de Jeugdwet, de GGD, Veilig Thuis, het veiligheidshuis en de Woningmarktregio niet samen in de Regio Gooi en Vechtstreek. De passages die betrekking hebben op deze gebieden zijn niet van toepassing op Eemnes. Op de Wmo werkt Eemnes wel samen met de andere regio gemeenten. Pagina 5 van 37
In de eerste fase konden gemeenteraden, vertegenwoordigers van inwoners, adviesraden sociaal domein, cliënten en maatschappelijke organisaties de eigen visie en speerpunten meegeven aan de regiogemeenten. In klankbordgroepen en constructietafels werkte een vertegenwoordiging van inwoners, cliënten en maatschappelijke organisaties vervolgens verder aan het conceptbeleidsplan. In fase drie brachten gemeenteraden, inwoners, adviesraden sociaal domein, cliënten en maatschappelijke organisaties hierover een advies uit voor eindversie van het beleidsplan. Alle adviezen inclusief de reactie van de regiogemeenten vindt u in bijlage 3. Deze intensieve betrokkenheid van inwoners, adviesraden sociaal domein, cliënten en maatschappelijke organisaties resulteert in een lokaal en regionaal verankerd en eenduidig beleid voor de meest kwetsbare inwoners in de regio Gooi en Vechtstreek. De gemeenteraden van Blaricum, Eemnes, Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren, Weesp en Wijdemeren stellen het beleidsplan nu vast. Leeswijzer In het volgende hoofdstuk vindt u de belangrijkste landelijke en regionale trends en ontwikkelingen. Dit hoofdstuk is de opmaat naar de gezamenlijke sluitende aanpak van de gemeenten en de partners in Gooi en Vechtstreek.
In de hierop volgende hoofdstukken leest u over de programma’s, die samen het beleid Bescherming & Opvang van de gemeenten in de regio Gooi en Vechtstreek vormen. 1. Echte betrokkenheid inwoners
5. Beschermde woon- & opvangplekken
4. Gebundelde & Hoogwaardige crisiszorg
2. Preventie & Vroegtijdige signalering
3. Beschermd & Veilig thuis wonen Bescherming & Opvang
De echte betrokkenheid van inwoners is de basis van de aanpak. Het tweede programma (Preventie & Vroegtijdige signalering) gaat vervolgens in op de wijze waarop gemeenten samen met huisartsen, de GGD en maatschappelijke organisaties de preventie en vroegtijdige signalering vormgeven om ernstige crisissituaties te voorkomen. Tijdig signaleren, maakt immers tijdig ingrijpen mogelijk. Bij het derde onderdeel van de aanpak staat de vraag centraal hoe we met elkaar kunnen zorgen dat mensen zo zelfstandig mogelijk beschermd en veilig thuis kunnen wonen. Ontstaat er toch een crisissituatie, dan moet ingrijpen op elk moment van de dag mogelijk zin. Daarom gaat het volgende hoofdstuk in op gebundelde & hoogwaardige crisiszorg. Als inwoners toch tijdelijk hun huis uit moeten, dan zorgen de gemeenten samen voor Beschermde woon- & opvangplekken, waar ingezet wordt op snelle uitstroom naar meer zelfstandigheid. Het laatste hoofdstuk van deze nota gaat in op de randvoorwaarden die nodig zijn om de voorgestelde doelen en maatregelen in de uitvoering te realiseren. In bijlage 1 staat een begrippenlijst opgenomen. Bijlage 2 toont de deelname van de gemeente Eemnes. Bijlage 3 bevat de zienswijzen van gemeenteraden, adviesraden en partners. Pagina 6 van 37
Ontwikkelingen & trends Brede gemeentelijke verantwoordelijkheid Per 1 januari 2015 ging een groot aantal taken binnen het sociaal domein over van de Rijksoverheid naar de gemeenten. Gemeenten werden daarmee onder andere verantwoordelijk voor alle jeugdhulp en grote delen van de langdurige ondersteuning aan inwoners, waaronder ook beschermd wonen en begeleiding aan huis. Ook het takenpakket van zorgverzekeraars is met de aanpassing van de Zorgverzekeringswet uitgebreid. Zij werden verantwoordelijk voor de behandeling bij psychische problemen. Hierdoor veranderde het zorglandschap voor de meest kwetsbare mensen ingrijpend. Gemeenten hebben de opdracht om een brede verantwoordelijkheid te nemen bij het organiseren van passende ondersteuning voor kwetsbare mensen. Die ondersteuning moet zoveel als mogelijk binnen de samenleving en de eigen leefomgeving van inwoners worden ingezet. Het betrekken van het sociale netwerk bij het oplossen van de problemen is cruciaal om een duurzame oplossing te bereiken. De gemeenten in de regio Gooi en Vechtstreek vertalen dit in de volgende uitgangspunten: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Alle (kwetsbare) inwoners leven in een veilige omgeving.; Alle kinderen groeien op en ontwikkelen zich in een veilige omgeving; De veiligheid bij geweld in de huiselijke kring wordt gewaarborgd en er wordt gezorgd dat huishoudens op eigen kracht tot passende oplossingen komen; Inwoners wonen (gedeeltelijk) zelfstandig, waarbij overlast voor de omgeving tot een minimum wordt beperkt; Inwoners kunnen een zinvol leven leiden, waarbij mensen op hun kracht worden aangesproken en zo veel mogelijk zelf regie voeren; Dak- en thuislozen moeten zo snel als mogelijk (gedeeltelijk) zelfstandig gaan wonen en hun bijdrage leveren aan de samenleving.
Deze uitgangspunten betekenen dat inwoners vaker met de gevolgen van de problemen van anderen te maken krijgen. Informatie over het te verwachte gedrag en mogelijke overlast kan een onrealistisch beeld voorkomen. Ook maakt het mogelijk dat mensen meer naar elkaar omkijken en tijdig aan de bel trekken als een buurtbewoner in de problemen lijkt te komen. Hiervoor is het noodzakelijk dat inwoners weten bij wie zij hun zorgen kunnen uiten. De betrokkenheid van de gemeente op dit punt is cruciaal om de verschillende belangen te behartigen. Aan de ene kant moet de gemeente de privacy waarborgen van de inwoner waarover zorgen zijn. Aan de andere kant moet de samenleving kunnen rekenen op betrouwbare en zorgvuldige informatie over de wijze waarop de gemeente het probleem aanpakt. Gemeenten moeten hierin intensief samenwerken. Met elkaar, met de zorgverzekeraar, met de maatschappelijke organisaties en met inwoners. Op verzoek van de Vereniging Nederlandse gemeenten heeft de commissie Dannenberg het advies ‘Van beschermd wonen naar een beschermd thuis’ uitgebracht. De commissie pleit voor gemeentelijke samenwerking om beschermd wonen en de opvang van de meest kwetsbaren in de lokale gemeenschap te realiseren.
De financiële middelen voor het beschermd wonen, de openbare geestelijke gezondheidszorg, de verslavingszorg, de maatschappelijke opvang, de vrouwenopvang en de bestrijding van huiselijk geweld worden nu nog aan de centrumgemeente (Hilversum) verstrekt. In de toekomst wil het Rijk dit regelen via één gezamenlijk budget aan alle gemeenten. Voorwaarde hiervoor is dat de regiogemeenten bij de uitvoering van deze taken samenwerken. De gemeenten in de regio Gooi en Vechtstreek bundelen nu al de financiële middelen en geven met dit beleidsplan invulling aan de gewenste samenwerking. Pagina 7 van 37
Minder opnames, zwaardere zorgvragers in de gemeente Het Rijk roept gemeenten en verzekeraars op om samen te werken, zodat inwoners zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen, werken en samen leven. Daarnaast voeren zorgverzekeraars en zorgaanbieders in de geestelijke gezondheidszorg met elkaar het hoofdlijnenakkoord geestelijke gezondheidszorg uit. Eén van de doelstellingen van dit akkoord is om mensen zoveel als mogelijk zelfstandig te laten wonen als ze geestelijke gezondheidszorg nodig hebben. Van een opname in een instelling is daardoor veel minder vaak sprake; mensen krijgen de hulp die ze nodig hebben thuis in hun vertrouwde omgeving. De afspraak is om in 2020 33% minder bedden in instellingen voor 2 geestelijke gezondheidszorg ten hebben ten opzichte van 2008 . Het lijkt er in de praktijk op dat deze doelstelling anno 2016 al gehaald is. Het hoofdlijnenakkoord GGZ heeft naast het doel beddenreductie tegelijkertijd de versterking van de ambulante GGZ als doel waaronder de ACT-teams. De inzet van het 3 ACT team in Gooi en Vechtstreek in 2016 is verdubbeld ten opzichte van 2015. Zorgverzekeraar Zilveren Kruis deed in 2015 samen met GGZ Centraal, de Forensische 4 Zorgspecialisten, Jellinek en de Regionale Instelling voor Begeleid Wonen onderzoek onder inwoners met ernstige psychiatrische aandoeningen (epa).
Het resultaat van dit onderzoek is een indeling van deze mensen in zogenaamde ‘vignetten’. Daarbij gaat het om de zwaarte van de zorg die mensen 5 ontvangen en de mate waarin iemand zelfstandig kan wonen .
Epa vignetten studie Gooi en Vechtstreek (peildatum 1 oktober 2013)
Mensen die voorheen onder vignet 6 vielen en hun behandeling binnen de muren van een instelling ontvingen, moeten nu steeds vaker zelfstandig blijven wonen. Het gevolg is dat gemeenten geconfronteerd worden met een steeds grotere groep mensen die met zware problemen zelfstandig blijft wonen. De ondersteuningsvraag neemt toe. Er is ook een groeiende groep jongeren van 16 tot en met 30 jaar met multi-problematiek gecombineerd met zware gedragsproblematiek. Deze groep dreigt maatschappelijk uit te vallen. Een deel van deze groep zwerft op straat en is daar vatbaar voor verslaving. Het is daarom van belang dat de gemeenten en de zorgverzekeraars samen de psychiatrische behandeling en begeleiding aan huis versterken om deze zwaardere zorgvragers een volwaardige plek te geven. Vooral de beschikbaarheid van voldoende adequate zorg en ondersteuning buiten kantoortijden is van belang. Meer incidenten rondom verwardheid Steeds vaker signaleren inwoners en maatschappelijke instellingen, zoals woningcorporaties, politie, welzijnswerk, het onderwijs, ziekenhuizen en huisartsen verward gedrag. De oorzaken van het verward gedrag lopen uiteen. Zo kan het gaan om dak- en thuislozen met alcoholproblemen, ouderen met
2
Dit betreft zorg betaald uit de zorgverzekeringswet en geen gemeentelijke ondersteuning. Assertive Community Treatment: multidisciplinair team vanuit de psychiatrie voor mensen met ernstige psychiatrische aandoeningen, betaald vanuit de zorgverzekeringswet. 4 RIBW is bestuurlijk gefuseerd met Kwintes. 5 Dit betreft zorg die zowel uit de zorgverzekeringswet als de Wmo betaald wordt. Pagina 8 van 37 3
dementie, inwoners met een (licht) verstandelijke of psychische beperking of jongeren die (te veel) drugs gebruikt hebben. Ook het aantal geregistreerde incidenten rondom verwardheid groeit. Politieambtenaren gebruiken een E33-registratie wanneer er sprake van verward gedrag is, maar geen sprake is van een strafbaar feit. Verward gedrag inclusief een strafbaar feit, valt niet onder deze E33-registratie. Het aantal E33registraties geeft daarom geen allesomvattend inzicht in de mate waarin verward gedrag voorkomt. De cijfers geven wel een beeld van de ontwikkeling hiervan in Gooi en Vechtstreek. Plaats
2011
2012
2013
2014
2015
Blaricum
14
15
17
17
15
Gooise Meren
73
103
122
170
139
Hilversum
101
199
258
270
318
Huizen
30
51
79
105
73
Laren
17
19
36
31
37
Weesp
32
45
47
30
28
Wijdemeren
8
15
48
55
36
Gooi en Vechtstreek totaal Groei t.o.v. voorgaand jaar
275
447
607
678
646
63%
36%
12%
-5%
Ontwikkeling E33-registraties verwardheid
In de regio Gooi en Vechtstreek groeit het aantal meldingen jaarlijks gemiddeld met 26%. Landelijk is een vergelijkbare trend te zien. Verwarde mensen veroorzaken vaak veel overlast. Overigens vaak zonder een echt gevaar te zijn voor zichzelf of hun omgeving. Meestal is er sprake van een combinatie van problemen. Ook blijkt dat veel van deze mensen niet makkelijk de weg naar hulp weten te vinden of hulp opzettelijk mijden. In de praktijk blijkt ook dat er een grens is aan wat er bereikt kan worden met zorg die mensen vrijwillig kunnen en willen ontvangen. Gemeenten kunnen ook niet zomaar gedwongen zorg inzetten. Ontruimingen stabiel, problematiek steeds complexer In 2015 ontruimden de woningcorporaties in de regio Gooi en Vechtstreek 58 woningen wegens ernstige huurachterstand, overlast, onderhuur of hennepteelt. Het aantal ontruimingen is al een aantal jaar redelijk stabiel. De woningcorporaties signaleren bij een ontruiming wel steeds complexere problematiek. Ook dit lijkt een gevolg van het feit dat ook mensen ook met zwaardere problemen zelfstandig blijven wonen. Tot 2015 werkten de gemeenten in Gooi en Vechtstreek bij de ondersteuning van mensen met psychische en psychosociale problemen samen onder de noemer Vangnet & Advies. Op 1 januari 2015 ging deze functie over naar de gemeentelijke uitvoering.
Gemeenten en woningcorporaties zoeken hierin nog naar de optimale samenwerking. Als gevolg hiervan kwam het ‘huren onder voorwaarden’ nog maar beperkt van de grond. Partijen zien deze aanpak, waarbij bewoners onder de voorwaarde van zorg en behandeling een woning kunnen huren, wel als de oplossing om zwaardere zorgvragers toch langer zelfstandig en veilig thuis te laten wonen. Alle partijen hebben de duidelijke wens om het ‘huren onder voorwaarden’ beter en eerder toe te passen. Daklozenaantal groeit in zes jaar met driekwart Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) becijferde in 2016 dat er de afgelopen zes jaar zo'n 13.000 daklozen bij kwamen in Nederland. Een stijging van 74 procent ten opzichte van 2010. Volgens het CBS waren er in 2015 zo'n 31.000 mensen in Nederland zonder vaste woon- of verblijfplaats.
Pagina 9 van 37
De Federatie Opvang (brancheorganisatie voor maatschappelijke opvang, vrouwenopvang, en 6 beschermd en begeleid wonen) stelt dat er twee belangrijke oorzaken zijn voor de stijging : 1. de bezuinigingen in de geestelijke gezondheidszorg, waardoor mensen met problemen minder goede begeleiding krijgen en sneller op straat komen te staan; 2. de financiële crisis waardoor mensen in de problemen komen. Financiële problemen spelen bij 90 procent van alle huisuitzettingen een rol. In de regio Gooi en Vechtstreek zijn er in totaal 134 mensen dakloos. De daklozenopvang Gooi en Vechtstreek is (vooralsnog) in staat om iedereen op te vangen. Groep
Aantal
Daklozen zonder ondersteuning of begeleiding
57 personen
Daklozen die ondersteuning hebben
57 personen
Zorgmijdende daklozen, die besproken worden in het Veiligheidshuis.
20 personen Totaal
134 personen
Dak- en thuislozen Gooi en Vechtstreek
Stijging van meldingen huiselijk geweld Met de oprichting van Veilig Thuis in 2015 kwam er één centrale plek voor het laagdrempelig melden van geweld in de huiselijke kring (huiselijk geweld, kindermishandeling, ouderenmishandeling). Vanuit Veilig Thuis coördineren de netwerkpartners gezamenlijk de veiligheid in het gezin, zoveel mogelijk in de eigen omgeving binnen de samenleving. Ook de realisatie van de nieuwe vrouwenopvang voor de regio Gooi en Vechtstreek volgens het Oranje Huis-concept sluit hierbij aan. Het aantal meldingen huiselijk geweld Gooi en Vechtstreek steeg in 2016 met 16% ten opzichte van 2015. Veilig Thuis registreerde 35 gevallen van ouderenmishandeling in 2015. Voor 2016 is het beeld vooralsnog vergelijkbaar. Het aantal interventies vanuit Veilig Thuis steeg in 2016 met 93% ten opzichte van 2015. In 2015 gaven de burgemeesters van de gemeenten in Gooi en Vechtstreek 69 tijdelijke huisverboden af. In 2015 werden er bij de politie 975 incidenten van huiselijk geweld geregistreerd en zijn er 217 aangiftes gedaan van huiselijk geweld. Plaats Blaricum Gooise Meren Hilversum Huizen Laren Buiten Regio Onbekend/ Annoniem Totaal
Meldingen 26 156 468 193 45 58 45 991
Outreachende interventie 3 33 99 46 12 20 6 219
Huisverboden 4 9 36 17 1 2 69
Cijfers Veilig Gooi en Vechtstreek Thuis 2015 (excl. Eemnes, Weesp en Wijdemeren7)
Veel partijen betrokken bij casuïstiek 8
De gemeenten Blaricum, Eemnes , Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren, Weesp en Wijdemeren werken binnen het sociaal domein intensief samen vanuit de gemeenschappelijke regeling Regio Gooi
6
http://nos.nl/nieuwsuur/artikel/2090416-forse-groei-aantal-daklozen-in-nederland.html Weesp en Wijdemeren waren in 2015 en 2016 niet aangesloten bij Veilig Thuis Gooi en Vechtstreek, maar vanaf 1-1-2017 wel. Eemnes is aangesloten bij Veilig thuis midden-Nederland. Pagina 10 van 37 7
en Vechtstreek. Samen met zorgverzekeraars, huisartsen, woningcorporaties en andere maatschappelijke organisaties werken zij aan een samenleving waarin iedereen naar vermogen mee kan doen aan onderwijs, arbeidsmarkt en het maatschappelijk verkeer. Om hierin maatwerk te realiseren (geen mens is immers hetzelfde) werken de gemeenten en maatschappelijke organisaties vraaggestuurd. In sommige gevallen is de reguliere samenwerking niet voldoende om mensen passend te ondersteunen. Hiervan is bijvoorbeeld sprake als zorgmijders strafbare feiten plegen, ernstige overlast veroorzaken of weigeren mee te werken aan hulpverlening. Als hier complexe problematiek achter schuilgaat, is er een aanpak nodig die de eigen mogelijkheden van de zorgverlening of het strafrecht overstijgt. Een beroep op het Veiligheidshuis biedt dan uitkomst. In het Veiligheidshuis Gooi en Vechtstreek werken gemeenten, het strafrecht (politie, OM, reclassering), de medische zorg en (andere) 9 gemeentelijke partners onder eenduidige regie samen . Het Veiligheidshuis Gooi en Vechtstreek werkt met de ‘casus op maat-methodiek’. Dit betekent dat alleen mensen/gezinnen die die voldoen aan de criteria voor complexe problematiek (de Top X overlast, huiselijk geweld, criminaliteit en ex-gedetineerden) worden besproken. En dan ook alleen door die partners die een bijdrage kunnen leveren aan een plan van aanpak.
Dit plan van aanpak moet bestaan uit effectieve, op elkaar afgestemde, elkaar versterkende en elkaar ondersteunende interventies. Het gaat om die inwoners die het ‘topje van de ijsberg’ vormen, waarbij samenwerking tussen de ketens onontbeerlijk is om te komen tot een passende aanpak. Nieuwe aanmeldingen
Casus op maat
Top X
Top X Huiselijk geweld
Nazorg exgedetineerden
Blaricum
1
1
0
1
0
Gooise Meren
7
9
4
13
31
Hilversum
26
55
6
61
163
Huizen
5
16
3
19
30
Laren
2
2
1
3
8
Weesp
3
9
2
11
19
3
8
2
10
Wijdemeren Geen adres Gooi & Vechtstreek
7 27
47
100
18
118
285
Cijfers Veiligheidshuis Gooi en Vechtstreek 201510
8
De gemeente Eemnes werkt op het gebied van de Jeugdwet, de GGD, Veilig Thuis, het veiligheidshuis en de Woningmarktregio niet samen in de Regio Gooi en Vechtstreek. De passages die betrekking hebben op deze gebieden zijn niet van toepassing op Eemnes. Op de Wmo werkt Eemnes wel samen met de andere regio gemeenten. 9 Eemnes valt onder het veiligheidshuis Amersfoort en maakt daarom geen deel uit van deze nota. 10 Jaarverslag Veiligheidshuis Gooi en Vechtstreek 2015. Pagina 11 van 37
Programma 1 - Echte betrokkenheid Het is van belang dat mensen en hun omgeving zich echt betrokken voelen bij de aanpak van problemen. Deze betrokkenheid voelen mensen als zij zelf, zolang ze daartoe in staat zijn, mee kunnen beslissen over welke aanpak nodig is. Daarnaast moeten mensen die te maken hebben met (woon)overlast, huiselijk geweld, verwardheid, dakloosheid, verslaving, psychische problemen en aanpalende problematiek kunnen rekenen op de echte betrokkenheid van de gemeente. Ook als iemand in detentie zit of tijdelijk dakloos is. De gemeente stelt voor elke inwoner samen met de sociale omgeving en de maatschappelijke partners één sluitende aanpak op. Sluitende aanpak: passende zorg, ondersteuning of straf Bij problematiek als overlast, huiselijk geweld, verwardheid, dakloosheid, verslaving en psychische problemen is het voor inwoners en hun sociale netwerk van belang dat de gemeente als gesprekspartner in beeld is en blijft. De gemeente heeft immers een brede verantwoordelijkheid én brede blik en kan daarmee de inwoner en het netwerk ondersteunen om (weer) grip te krijgen op het leven. De gemeenten werken aan één gezamenlijke sluitende aanpak met een passende inzet van zorg, ondersteuning en/of straf. Het is een aanpak op maat die mensen zo vroeg mogelijk, gericht en in samenspraak met de sociale omgeving ondersteunt op alle levensgebieden.
Waar mogelijk ligt de regie van de aanpak bij de persoon zelf en zijn netwerk. De aanpak komt tot stand onder aansturing van de gemeente in samenwerking met professionele partners vanuit het strafrecht (onder meer politie en openbaar ministerie), het zorgdomein (huisarts en behandelaars), het woondomein (woningcorporaties, urgentiebureau) en het sociaal domein (werk, inkomen, maatschappelijke ondersteuning en welzijn).
Negen bouwstenen voor één gezamenlijke sluitende aanpak
De sluitende aanpak op maat heeft een wettelijke basis in het: 11 Bestuursrecht (Wet Bijzondere Opnamen in Psychiatrische Ziekenhuizen (Bopz ), tijdelijke huisverboden, naleving gemeentewet, handhaving in het kader van de bijstand, et cetera); Strafrecht; Gemeentelijk beleid sociaal domein (bijstandsuitkering, schuldhulp, maatschappelijke ondersteuning, arbeidsontwikkeling, et cetera) Woningwetgeving (urgentieverlening, kansenbeleid); Zorgverzekeringswet (ambulante behandeling, klinische opname, et cetera); Wet Langdurige Zorg (langdurige opname).
11
De Wet Bopz wordt over enige tijd vervangen door de Wet Verplichte geestelijke gezondheidszorg. Pagina 12 van 37
De gemeenten implementeren de aanpak door: 1. in beleid en uitvoering de eigen inbreng van de inwoner te waarborgen.; 2. voor de meest kwetsbare inwoners een gemeentelijke regisseur aan te wijzen; 3. onder coördinatie van de gemeentelijk regisseur de uitvoering van de sluitende aanpak met de professionele partners vorm te geven binnen een eenduidige samenwerkingsstructuur; 4. gezamenlijk de bestuurlijke, beleidsmatige en uitvoerende coördinatie vanuit de Regio Gooi en Vechtstreek vorm te geven. Betrokken bij de eigen aanpak De gemeenten willen dat de professionals praten met de mensen en hun sociale netwerk en niet over mensen. Praten met de mensen betekent luisteren naar mensen, contact maken, zich inleven in de situatie van die mensen. Het gaat erom dat mensen worden betrokken bij de overleggen over hun situatie. Het uitgangspunt voor het ‘casus op maat-overleg’ is dan ook dat de inwoner en indien aanwezig een betrokkene uit het sociale netwerk aan tafel zitten om tot een plan van aanpak te komen. Van dit uitgangspunt wordt afgeweken indien er sprake is van een (voornemen tot) dwang 12 en/of drangmaatregelen of als de gemeente of hulpverlener hiervoor dringende redenen heeft. Door de inwoner te betrekken bij het plan van aanpak, bestaat er een grotere kans dat de gekozen oplossingen aansluiten bij het leven van deze inwoner.
Het is ook van belang om de familie en/of de omgeving van de inwoner bij de hulpverlening te betrekken. Met name in situaties waarin zij (een deel van) de ondersteuning bieden. Uitwisseling van informatie vindt gedurende het traject voortdurend plaats, mits de betrokkene zelf daar toestemming voor geeft. In het geval van wilsonbekwaamheid (of gebrek aan ziekte-inzicht) dienen naastbetrokkenen actief geïnformeerd te worden. De levensfase van de inwoner en de problemen die hierbij kunnen optreden als gevolg van een beperking, stoornis, aandoening of sociaal-economische problematiek bepaalt de focus van de aanpak. Voor kwetsbare kinderen is de aanpak gericht op het realiseren van een veilige omgeving om in op te groeien en te ontwikkelen. De aanpak voor (jong)volwassenen richt zich op het behalen van geschikte startkwalificaties, het verkrijgen van inkomen, het tegengaan van overlast, aangaan van sociale relaties en het vinden van een betaalbare woning. Voor volwassenen richt de aanpak zich op het bieden van een stabiele leefomgeving en een baan of nuttige dagbesteding. Veiligheid voor de mens en zijn directe omgeving staat in alle levensfases voorop. Het is van belang dat de gemeente en de professionals aandacht hebben voor de persoonlijke kenmerken van de inwoner. Het gaat dan bijvoorbeeld om de etnische achtergrond of het hebben van een (verstandelijke) beperking.
In de omgang met de inwoner is hier respect voor. Bij voorkeur schakelt de gemeente of professional de directe omgeving van de inwoner in, zoals het gezin, vrienden of familieleden. Dit is van belang voor zowel vroegtijdige signalering als de weg naar herstel. Uitwisseling van informatie vindt gedurende het traject voortdurend plaats, mits de betrokkene zelf daar toestemming voor geeft. De wens van een betrokkene om geen informatie uit te wisselen, wordt gerespecteerd zolang de betrokkene geen gevaar is voor zichzelf of anderen. 13
Met de meest kwetsbare inwoners maakt de hulpverlener bij de start van het traject een crisiskaart . De crisiskaart bevat duidelijke instructies voor de directe omgeving van deze inwoner over wat te doen als de situatie escaleert. De inwoner verstrekt deze kaart zelf aan zijn omgeving als een crisis dreigt. De gemeenten in de Gooi en Vechtstreek integreren het werken met de crisiskaart in de casusoverleggen
12
Denk bij bestuursrechtelijke maatregelen aan een gebiedsverbod, huisverbod, meldplicht, samenscholingsverbod, een bestuurlijke boete, sluiting van drugspanden/woningen en gedwongen opname. 13 http://crisiskaartnederland.nl/crisiskaart/ Pagina 13 van 37
sociaal domein en het Veiligheidshuis met als doel aan te sluiten bij het kwaliteitskeurmerk voor regionale crisiskaartprojecten. Met de crisiskaart kan de weg naar de juiste betrokken professionals snel gevonden worden. Herstelacademie & dagbesteding door inwoners In samenwerking met de aanbieders van geestelijke gezondheidszorg, beschermd wonen en verslavingszorg willen de gemeenten een herstelacademie oprichten. De ontwikkeling van herstelacademies in een regionaal netwerk is één van de aanbevelingen van het rapport ‘Over de 14 Brug’ . Met de herstelacademie willen de gemeenten in samenwerking met de zorgverzekeraars de krachten van ervaringsdeskundigen en de professionals in de uitvoering bundelen. Door trainingen van ervaringsdeskundigen (met professionele ondersteuning) willen de gemeenten de zelfredzaamheid en eigen kracht van kwetsbare mensen versterken. De herstelacademie richt zich op mensen die de uitdaging aangaan zich op psychisch vlak te versterken middels herstelwerkgroepen, cursussen, trainingen en workshops. Het is een plek waar inwoners vrijblijvend terecht kunnen om te leren van elkaar, te participeren, te werken aan hun herstel en te groeien naar meer zelfredzaamheid.
De herstelacademie heeft als doel de positie van mensen met (ernstige) psychische aandoeningen en hun familie of naasten te verstevigen en te zorgen binnen de herstelacademie voor een aanbod van zelfhulp, het werken aan innovaties in de behandeling, ondersteuning bij participatie en belangenbehartiging op bestuurlijk niveau. Mensen met (ernstige) psychische aandoeningen, en hun familie of naasten, krijgen een leidende positie in het opzetten van de herstelacademie. Als gebruiker en ontwikkelaar van het aanbod. Het is de bedoeling dat de herstelacademie uiteindelijk volledig door de cliënten zelf gedragen wordt. Sociale relaties en (arbeids)participatie is een belangrijk onderdeel bij het herstel van mensen met psychische aandoeningen en voor dak- en thuislozen. De huidige dagbesteding is nog traditioneel en aanbod gericht. De gemeenten willen dat de huidige dagbesteding wordt omgevormd naar één of meerdere herstelwerkplaatsen. Het doel is dat de dagbesteding door inwoners zelf wordt georganiseerd in aansluiting op de herstelacademie. Cliënten en ervaringsdeskundigen moeten zelf beschikking krijgen over de middelen en eventueel onder begeleiding van zorgorganisaties dagbestedingsactiviteiten organiseren. Samenkracht De gemeenten borgen de betrokkenheid bij het beleid van familie- en naastenorganisaties, 15 belangenverenigingen en de inwoners zelf via Samenkracht .
Binnen Samenkracht werken de gemeenten uit de regio Gooi en Vechtstreek al sinds 2014 met hen samen, co-creëren ze beleid en maken ze plannen voor de uitvoering. Op deze manier komt het beleid vanuit de vraag van inwoners tot stand. De financiering van Samenkracht is geborgd in het lokale gemeentelijke beleid. Gemeentelijke regie Regelmatig zijn casussen op het terrein van bescherming en opvang zo complex dat de hulpverlening dreigt te stagneren. De problematiek van deze kwetsbare groep raakt meestal meerdere levensdomeinen, zoals wonen, relaties, werk, inkomen, zorg en veiligheid. Er zijn vele partijen betrokken, waarbij de onderlinge afstemming en coördinatie complex is. Voor deze situaties is het van belang dat er één partij is die op de casus regie voert en partijen in hun kracht zet door de juiste randvoorwaarden te scheppen. De gemeente heeft wettelijk een brede verantwoordelijkheid op de genoemde levensdomeinen. De gemeenten willen daarom werken met één regisseur voor de meest
14 15
http://www.kenniscentrumphrenos.nl/items/de-brug-pva-epa/ https://www.regiogv.nl/inwoners/samenkracht Pagina 14 van 37
kwetsbare inwoners en hun hulpverleners met doorzettingsmacht op de gemeentelijke domeinen werk, inkomen, zorg, ondersteuning, openbare orde en veiligheid. De regisseur is eindverantwoordelijk voor de realisatie en uitvoering van de sluitende aanpak op maat, in samenwerking met de inwoner en betrokken hulpverleners. De regisseur heeft HBO plus werk- en denkniveau, veel werkervaring, een breed netwerk binnen de gemeente en de regio en kennis van interventies op het terrein van de zorg, wonen, werk, inkomen, openbare orde en veiligheid. De essentie van de functie is dat de regisseur met de hulpverlening en de inwoner de ruimte krijgt om te doen wat nodig is om tot structurele maatwerkoplossingen te komen in de meeste complexe casussen. De gemeentelijk regisseur krijgt jaarlijks een budget voor de inkoop van onafhankelijke consultatie en advies bij experts in het veld. Budget hiervoor is beschikbaar vanuit de centrumgemeente-gelden voor 16 maatschappelijke opvang . De Regio stelt middelen beschikbaar om lokaal invulling te geven aan de gemeentelijke regie voor de meeste kwetsbare inwoners. Deze middelen kunnen lokaal door de gemeentelijke uitvoering ingezet worden, zodat de invulling van de gemeentelijke regie aansluit bij de lokale aanpak.
Een eenduidige samenwerkingsstructuur Voor een sluitende aanpak is het van belang om de samenwerking tussen de gemeenten onderling en met de verschillende partners zo eenvoudig en eenduidig mogelijk in te richten. Het doel is om casuïstiek zoveel als mogelijk, op basis van gezamenlijke afspraken, lokaal op te pakken en af te wikkelen. Daar waar de problematiek complex wordt, moet snel en eenvoudig opgeschaald kunnen worden. Dit op- en afschalen kan verbeteren. Zo zijn er op dit moment lokaal en regionaal verschillende casusoverleggen waar gemeenten en partners met elkaar afstemmen over de sluitende aanpak. Denk hierbij onder andere aan: de overlegtafel Veilig Verder; de casusoverleggen in het Veiligheidshuis; afstemmingsoverleg Veilig Thuis, openbaar ministerie en politie casusoverleg maatschappelijke opvang; lokale casusoverleggen rondom multiprobleem huishoudens en persoonsgerichte aanpak gemeenten. De gemeenten willen de samenwerking tussen de verschillende ketens zo eenvoudig en eenduidig mogelijk organiseren. Dit willen de gemeenten samen met de beoogde partners regionaal vormgeven.
Deze samenwerkingspartners zijn: politie; Openbaar Ministerie; reclassering; Veilig Thuis; Jeugd en Gezin Gooi en Vechtstreek; Raad voor de Kinderbescherming; woningcorporaties; huisartsen; aanbieders van jeugdzorg, maatschappelijke ondersteuning en voorzieningen Participatiewet; aanbieders van verzekerde geestelijke gezondheidszorg en verslavingszorg; aanbieders van langdurige zorg. zorgverzekeraars De samenwerking kan niet vrijblijvend zijn. Daarom zal bij bepaalde maatregelen in dit beleidsplan gestreefd worden naar samenwerkingsafspraken en/of convenanten waarin de samenwerking wordt
16
Voorheen werd het ACT team rechtstreeks gesubsidieerd uit dit budget. Hier stoppen de gemeenten mee. Wel kan de expertise van het ACT team door de gemeentelijk regisseur worden ingekocht. Pagina 15 van 37
geborgd. Bij de bestrijding van huiselijk geweld en kindermishandeling is een ketenaanpak ook randvoorwaardelijk. Voor de regionale sluitende zorgaanpak voor mensen met verward gedrag en hun omgeving zal een subsidie worden aangevraagd bij ZonMw in het kader van het Actieprogramma ‘lokale initiatieven mensen met verward gedrag’. Een voorwaarde van deze subsidie is een convenant tussen betrokken partijen. Er wordt gestreefd naar een zo eenduidig mogelijke samenwerkingsstructuur. Zilveren Kruis is in 2015 gestart met de EPA (Ernstig Psychische Aandoeningen) aanpak. Onderdeel hiervan is de EPA taskforce waarin cliënten, GGZ en verslavings-instellingen, gemeenten en Zilveren Kruis samenwerken. Dit overleg zal door de gemeenten worden voortgezet en samen met de partijen wordt gekeken naar verbreding met andere bescherming en opvang partners. Daarnaast gaan de gemeenten de coördinatie en organisatie van de verschillende lokale en regionale casusoverleggen zoveel mogelijk bundelen. Dit doen de gemeenten onder de vlag van de Regio Gooi en Vechtstreek. Casuïstiek zonder (vermoeden van) strafbare feiten wordt afgehandeld binnen het sociaal domein Regio Gooi en Vechtstreek. Casuïstiek met (vermoeden van) strafbare feiten wordt afgehandeld binnen de samenwerkingsstructuur van het Veiligheidshuis Gooi en Vechtstreek.
De gemeenten maken vanuit de Regio Gooi en Vechtstreek gezamenlijk eenduidige samenwerkingsafspraken met de partners over: 1. de inhoudelijke sturing; 2. het melden van incidenten en het op- en afschalen van casussen; 3. het verstrekken van informatie aan elkaar vanuit de eigen systemen en het rapporteren over de voorgang; 4. het afstemmen van vervolgacties. De gemeenten zetten lokaal en regionaal extra capaciteit in om de betrokkenheid van de gemeente bij verschillende casusoverleggen in het sociaal domein en het Veiligheidshuis te vergroten. Het is van belang dat inwoners zo snel als mogelijk de juiste hulp krijgen. Om dit mogelijk te maken creëren de gemeenten financiële regelruimte voor de gemeentelijk regisseur en de verbonden partners. De Regio Gooi en Vechtstreek ondersteunt de samenwerking op casusniveau. Het gaat dan om het coördineren van het secretariaat, het bewaken van de samenhang tussen de casusoverleggen, het borgen van de betrokkenheid van de inwoner, het sociale netwerk en de gemeente. De partners houden net zoals nu hun eigenstandige verantwoordelijkheid voor de casus. Financiën Nr.
17
Maatregel
Uitkering
2017
2018
1 Implementatie sluitende aanpak
MO/VO/BW
50.000
50.000
0
0
2 Gemeentelijke regisseur(s)
MO/VO/BW
400.000
400.000
400.000
400.000
3 Inzet consulatie & advies
MO/VO/BW
120.000
120.000
120.000
120.000
4 Cliënten aan tafel
MO/VO/BW
0
0
0
0
5 Crisiskaart
MO/VO/BW
50.000
50.000
0
0
MO/VO/BW
300.000
300.000
300.000
300.000
MO/VO/BW
0
0
0
0
MO/VO/BW
920.000
920.000
820.000
820.000
6
Herstelacademie & dagbesteding door inwoners
7 Samenkracht
17
2019
2020
Door afronding op duizendtallen kunnen optellingen afwijken. Pagina 16 van 37
Programma 2 - Preventie & vroegsignalering De gemeenten willen met preventie en vroegsignalering voorkomen dat problemen verergeren en mogelijk tot een crisis leiden. Als kwetsbare inwoners zoveel mogelijk regie kunnen voeren en kunnen omgaan fysieke, emotionele en sociale uitdagingen in hun leven dan verbetert hun kwaliteit van leven. Het doel van de preventie is inwoners, de sociale omgeving en professionals voldoende toe te rusten om signalen van ernstige problemen tijdig te herkennen en erkennen. Met goede voorlichting en passende instrumenten voor signalering kunnen we gezamenlijk ernstige crisissituaties in de lokale gemeenschap voorkomen. Integrale voorlichting aan inwoners en professionals De gemeenten starten gezamenlijk en in samenwerking met de GGD, Veilig Thuis en aanbieders van geestelijke gezondheidszorg en verslavingszorg voorlichtingscampagnes gericht op zowel professionals als inwoners. De campagnes moeten antwoord geven op vragen als: Waar kan ik terecht met mijn signalen? Waar kan ik overlast melden? Hoe voorkom ik geweld in mijn gezin? Hoe zorg ik dat ik seksueel weerbaar ben? Wat te doen bij verslaving? Hoe herken ik verward gedrag en hoe kan ik er mee omgaan? De campagnes worden zoveel mogelijk lokaal ingebed en vanuit de bestaande budgetten gefinancierd.
Het doel van de voorlichting is om inwoners en professionals gericht te informeren over de problematiek, de mogelijkheden van inwoners zelf om in oplossingen te voorzien en de ondersteuning die er is vanuit de overheid. Doel is om zowel inwoners als professionals zeer bewust te maken van het belang van tijdig signaleren van problemen (herkennen), deze bespreekbaar te maken (erkennen) en daar een passend gevolg aan geven (melden). De gemeenten bundelen de financiële middelen voor preventie verslavingszorg (Jellinek), preventie bij alcohol (GGD) en preventie huiselijk geweld in één project voor voorlichting voor inwoners en professionals. De gemeenten coördineren dit project (in de persoon van de gezondheidsbevorderaars van de GGD). Zij betrekken de professionele partners als Veilig Thuis, Jellinek en de geestelijke gezondheidszorg hier bij. Deze partners krijgen hiervoor een vergoeding. Dit betekent dat budgetten voor preventie niet langer onderdeel uitmaken van de subsidierelatie van de betreffende partners. Op deze wijze willen de gemeenten de krachten van de verschillende deskundigen bundelen en komen tot een integrale, centraal gecoördineerde voorlichting aan inwoners en professionals.
Vroegtijdige signalering in de wijk De gemeenten gaan huisartsen, wijkagenten, het welzijnswerk, gemeentelijke consulenten, opsporingsambtenaren, woningcorporaties, het onderwijs, sociale wijkteams en andere lokale professionals in de wijk inzetten om problemen en zorgmijders snel en adequaat op te sporen. Niet acute meldingen rondom inwoners met verward gedrag kunnen terecht bij de gemeente. Het gebruik van de kindcheck wordt hierbij gestimuleerd vanuit Veilig Thuis. Met elkaar zorgen de gemeenten en de verbonden partijen voor een stevig, constant en fijnmazig signaleringsnetwerk voor kwetsbare personen en gezinnen. De kindcheck houdt in dat zorgverleners in de contacten met volwassen cliënten nagaan of er kinderen in het gezin zijn en inschatten of zij veilig zijn. Zij doen dit bijvoorbeeld bij volwassen cliënten met ernstige psychische problemen of drugs- of alcoholverslaving. Of bij cliënten die een partner hebben die geweld gebruikt. De kindcheck helpt zorgverleners om oudersignalen in kaart te brengen en vergroot de mogelijkheden om kindermishandeling te signaleren. De kindcheck is speciaal bedoeld Pagina 17 van 37
voor mensen die werken met volwassen cliënten, zoals (huis)artsen, verpleegkundigen, maatschappelijk werkers, onderwijzers, psychiaters en psychologen. Alle professionals werken met de nieuwe aangescherpte meldcode De gemeenten en betrokken organisaties in het zorgdomein en het sociaal domein moeten werken met de aangescherpte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) en de Inspectie voor de Jeugdzorg (IJZ) controleren de naleving hiervan. Veilig Thuis rolt de aangescherpte meldcode uit bij alle aanbieders van zorg en ondersteuning in de regio en stimuleert het gebruik hiervan. Dit doet Veilig Thuis met goede voorlichting over huiselijk geweld, kindermishandeling en de meldcode en ondersteuning van organisaties bij de implementatie. De organisaties betalen hiervoor een vergoeding aan Veilig Thuis. Alle organisaties die de nieuwe meldcode implementeren, worden vanuit Veilig Thuis gestimuleerd een aandachtsfunctionaris aan te stellen. Bij deze persoon kunnen professionals en vrijwilligers met vragen terecht. Eén van de aandachtspunten voor deze functionarissen is het omgaan met handelingsverlegenheid. De aandachtsfunctionarissen vormen samen met Veilig Thuis een lerend netwerk binnen het medisch en het sociaal domein. De gemeenten willen het aanstellen van aandachtsfunctionarissen stimuleren.
Risicojongeren in beeld De verwijsindex risicojongeren is een digitaal samenwerkingsinstrument voor professionals. Met de verwijsindex kunnen professionals elkaar beter vinden en de hulp aan jongeren en gezinnen beter op elkaar af stemmen. Gebruikers kunnen in de verwijsindex een signaal afgeven als ze zich zorgen maken. Als meerdere gebruikers een signaal afgeven, ontstaat een match en moeten ze met elkaar afstemmen om tot een aanpak te komen. Alle organisaties die werken met jongeren gebruiken de verwijsindex risicojongeren actief. Dit geldt ook voor organisaties die werken met vrijwilligers, zoals sportverenigingen. Ook de gemeenten zijn aangesloten op de verwijsindex. De regio Gooi en Vechtstreek werkt hiervoor samen met het bedrijf Multisignaal die de verwijsindex beheert. Een regionale coördinator zorgt voor: onderhoud van de samenwerkingsafspraken; communicatie naar de partners; contact met Multisignaal over het aansluiten van nieuwe gebruikers, het toekennen van rechten van gebruikers, et cetera. Financiën Nr. 8
Maatregel Voorlichtingscampagnes
9 10
Nieuwe Meldcode Verwijsindex
Uitkering MO/VO/BW Blaricum Gooise Meren Hilversum Huizen Laren Weesp Wijdemeren MO/VO/BW MO/VO/BW Gemeenten
2017 150.000 2.000 11.000 17.000 8.000 2.000 4.000 4.000 50.000 Lokaal 200.000 47.000
2018 150.000 2.000 11.000 17.000 8.000 2.000 4.000 4.000 50.000 Lokaal 200.000 47.000
2019 150.000 2.000 11.000 17.000 8.000 2.000 4.000 4.000 0.000 Lokaal 150.000 47.000
2020 150.000 2.000 11.000 17.000 8.000 2.000 4.000 4.000 0.000 Lokaal 150.000 47.000
Pagina 18 van 37
Programma 3 - Veilig & beschermd thuis wonen De gemeenten willen dat inwoners zo lang mogelijk en zo zelfstandig mogelijk veilig en beschermd thuis wonen. Inwoners krijgen ondersteuning vanuit een sterk Veilig Thuis om de veiligheid in de eigen leefomgeving te waarborgen. Voor inwoners met psychische of psychosociale problemen maken de gemeenten het mogelijk om zo lang mogelijk beschermd thuis te blijven wonen. Ook als zij op afstand 24/7 toezicht nodig hebben. Een sterk Veilig Thuis Het Rijk heeft er voor gekozen om de aanpak van kindermishandeling en huiselijk geweld in één organisatie onder te brengen onder de naam: Veilig Thuis, Advies- en Meldpunt Huiselijk geweld en Kindermishandeling. Per 1 januari 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor dit meldpunt, een samenvoeging van het Advies en Steunpunt Huiselijk Geweld (ASHG) en het Advies en Meldpunt Kindermishandeling (AMK). Veilig Thuis valt als samenwerkingsverband onder de gemeenschappelijke 18 regeling van gemeenten in de regio . Om gezinnen in staat te stellen de eigen veiligheid te waarborgen zetten de gemeenten in op een laagdrempelig en sterk Veilig Thuis dat 24/7 bereikbaar is. De missie van gemeenten is het stoppen van huiselijk geweld, ouderenmishandeling en kindermishandeling en het duurzaam borgen van de veiligheid van alle betrokkenen. Hierbij hanteren de gemeenten de volgende uitgangspunten: 1.
Niemand kijkt weg bij huiselijk geweld en kindermishandeling; 2. De meldpunten van vermoedens van huiselijk geweld en kindermishandeling zijn duidelijk te vinden; 3. Bij het tegengaan van huiselijk geweld en kindermishandeling wordt het netwerk altijd betrokken. Veilig Thuis richt zich primair op het herstellen van de veiligheid van alle leden van het betreffende gezin of huishouden op de korte en op langere termijn. Hiervoor werkt Veilig Thuis intensief samen met de gemeenten en de partners van het Veiligheidshuis. Veilig Thuis werkt vanuit één organisatie en met één registratie volgens de tien uitgangspunten: 1. geeft prioriteit aan de belangen van kinderen; 2. is een gespecialiseerd regionaal centrum van en voor gemeenten; 3. is gericht op samenwerking; 4. is een betrouwbare organisatie en werkt zorgvuldig en transparant; 5. werkt, ook in de samenwerking met het lokale veld, met één gezin, één plan, één contactpersoon voor het gezin of huishouden; 6. is primair gericht op het herstellen van de veiligheid op de korte en op langere termijn; 7. creëert samenhang in de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling; 8. werkt systeemgericht; 9. sluit aan bij de eigen kracht van de direct betrokkenen en het sociale netwerk; 10. deelt informatie alleen indien dat voor het borgen van de veiligheid noodzakelijk is.
De uitvoering van deze uitgangspunten wordt ondermeer gedaan volgens de MDA++methode, waarin 19 een afgestemde, geïntegreerde aanpak voor individuen en gezinnen van toepassing is . De gemeenten zetten de komende beleidsperiode in op een verdere versterking van Veilig Thuis door de crisisdienst voor jeugdigen en bij huiselijk geweld (zie volgende hoofdstuk) bij Veilig Thuis onder te brengen. Door deze bundeling en versterking is het mogelijk om de 24/7 bereikbaarheid van Veilig Thuis binnen Gooi en Vechtstreek te realiseren.
18 19
Eemnes is aangesloten bij Veilig thuis midden-Nederland en is daarvoor geen onderdeel van deze nota. Zie voor meer informatie over MDA++ https://vng.nl/files/vng/publicaties/2017/20170215_factsheet_wat_is_mda.pdf Pagina 19 van 37
Eerste kans, tweede kans, derde kans Sommige mensen zijn niet in staat om volledig zelfstandig en op eigen kracht te wonen. Gemeenten, zorgorganisaties en woningcorporaties in de regio moeten samen zorgen voor voldoende en passende huisvesting voor deze kwetsbare groepen en hen waar mogelijk begeleiden naar zelfstandige huisvesting. In de Woonvisie en het regionale Woningbouwprogramma is rekening gehouden met de 20 huisvestingsvraag van kwetsbare groepen (op basis van prognoses) . Uitgangspunt is het creëren van een passend, gedifferentieerd en regionaal gespreid aanbod. De gemeenten en de woningcorporaties gaan hierbij uit van het principe van de eerste kans, tweede kans en derde kans. Dit houdt in dat de voorwaarden die horen bij het krijgen van een woning steeds strenger worden. Kans Eerste kans
Tweede kans
Derde kans
Wat Vroegsignalering bij overlast of huurachterstanden Bij aanhoudende overlast en huurachterstanden en dreigende uitzetting Na uitzetting en verplichte time out periode volgt een herkansing
Maatregelen Ondersteuningsaanbod op vrijwillige basis
Regievoering Woningcorporatie
Facilitering Gemeente / zorg
Verplichte ondersteuning/zorg op basis van huren onder voorwaarden Verplichte ondersteuning/zorg op basis van huren onder voorwaarden
Woningcorporatie
Gemeente / zorg
Gemeente
Gemeente / Woningcorporatie / zorg
Kansenmatrix kwetsbare groepen
De gemeente is in de samenwerking verantwoordelijk voor het in kaart brengen van de kwantitatieve en kwalitatieve ondersteuningsvraag. De woningcorporaties zijn verantwoordelijk voor een passend aanbod. Om de aansluiting tussen de gemeenten en woningcorporaties te versterken zorgen de gemeenten voor een versterking van de samenwerking binnen de Regio Gooi en Vechtstreek. Toezicht op afroep in de wijk De gemeenten vinden dat inwoners met psychische en psychosociale problemen en hun directe omgeving moeten kunnen rekenen op een 24/7 netwerk toezicht en ondersteuning in de buurt. Tot nu toe ontbreekt het in Gooi en Vechtstreek aan dit toezicht en ondersteuning, die het mogelijk maakt inwoners beschermd thuis kunnen wonen. Indien meer mensen thuis blijven wonen dan komt er ruimte in de huidige beschermde woonvoorzieningen voor de mensen die dit het meest nodig hebben. Daarmee neemt de druk op de wachtlijst beschermd wonen af. Om tot een regionale dekking voor 24/7 toezicht en ondersteuning te komen zijn er investeringen vanuit de huidige aanbieders beschermd wonen noodzakelijk.
20
Eemnes valt niet onder de Woningmarktregio Metropool Regio Amsterdam en is daarvoor geen onderdeel van deze nota. Pagina 20 van 37
Financiën Nr. 11
Maatregel Een sterk Veilig Thuis
12
Eerste kans, tweede kans, derde kans Voorbereiden pilot 24/7 toezicht Pilot 24/7 toezicht in de wijk Inzet verslavingszorg
13 14 15
Uitkering MO/VO/BW Blaricum Gooise Meren Hilversum Huizen Laren Weesp Wijdemeren MO/VO/BW
2017 575.000 51.000 300.000 464.000 219.000 58.000 98.000 123.000 50.000
2018 575.000 51.000 300.000 464.000 219.000 58.000 98.000 123.000 50.000
2019 575.000 51.000 300.000 464.000 219.000 58.000 98.000 123.000 50.000
2020 575.000 51.000 300.000 464.000 219.000 58.000 98.000 123.000 50.000
MO/VO/BW MO/VO/BW MO/VO/BW MO/VO/BW Gemeenten
80.000 50.000 344.000 1.099.000 1.313.000
0.000 200.000 344.000 1.169.000 1.313.000
0.000 200.000 344.000 1.169.000 1.313.000
0.000 200.000 344.000 1.169.000 1.313.000
Pagina 21 van 37
Programma 4 – Gebundelde & hoogwaardige crisiszorg Mensen moeten 24 uur per dag zeven dagen per week hun zorgen rondom huiselijk geweld, verwardheid, psychiatrie, verslaving en aanverwante problematiek kunnen melden. Deze mensen moeten er na hun melding zeker van zijn dat de overheid adequaat optreedt door de juiste hulp in te zetten en te zorgen dat de situatie niet verder escaleert. Soms betekent dit dat de politie erop af moet, soms zal dit een begeleider, behandelaar, arts of verpleegkundige zijn. Andere keren moet er gezamenlijk opgetreden worden. De gemeenten willen de crisiszorg binnen Gooi en Vechtstreek bundelen, zodat inwoners bij een crisis geen hinder ondervinden van de wettelijke, financiële en organisatorische ‘schotten’. Versterken van de risicotaxatie Er zijn vier plekken waar inwoners zich 24/7 kunnen melden bij een crisis of ernstige overlast: 1. Meldkamer 112 (meestal de politie); 2. Huisarts / huisartsenpost (voor medische, somatische en psychiatrische crisis); 3. Spoedeisende hulp (voor medische, somatische en psychiatrische crisis); 21 4. Veilig Thuis (bereikbaarheidsdienst ). De risicotaxatie bij deze meldplekken moet eenduidig en multidisciplinair zijn. Dat betekent dat het niet moet uitmaken waar de melding binnen komt.
De risicotaxatie moet altijd leiden tot herkenning van de onderliggende problematiek (overlast, verwardheid, psychische problemen, huiselijk geweld, et cetera) en de inzet van juiste hulpverleners (politie, brandweer, zorg of een combinatie). Het scheiden tussen acuut en niet acuut is stap één die voldoende uitgewerkt moet worden. Daarom willen de gemeenten samen met de zorgverzekeraars en andere partners investeren in het borgen van de juiste kennis en expertise op de 24/7-meldplekken. Hierbij willen de partijen in gezamenlijkheid de structuren die gemoeid zijn met (sub)acute zorg onderzoeken en vormgeven/versterken. Zodat er een 24/7 bereikbaar netwerk voor inwoners voor hoogwaardige crisiszorg kan ontstaan. Crisiszorg jeugdigen en huiselijk geweld In de oude situatie schakelen de meldplekken meerdere crisisdiensten en/of crisisopvangplekken in: Ambulante crisisdienst voor inwoners onder de 18 jaar door Leger des Heils, Youké Jeugd, De Jeugd en Gezinsbeschermers en Save Midden Nederland (Jeugdwet); 22 Crisisopvang voor volwassenen en gezinnen door RIBW (Wmo); Crisisopvang voor kinderen door Youké Jeugd en Leger Des Heils (Jeugdwet); Ambulante en klinische crisisdienst voor volwassenen met psychiatrie door GGZ Centraal (Zorgverzekeringswet); Crisisopvang bij geriatrie/ouderen in verpleeghuizen (Wet langdurige zorg).
Vanaf 1 januari 2017 verzorgt de Regio Gooi en Vechtstreek in opdracht van de gemeenten de crisisdienst voor inwoners onder de 18 jaar. Hiermee gaan de gemeenten de versnippering binnen de crisiszorg voor jeugdigen tegen. Deze crisisdienst is 24/7 ambulant inzetbaar, verbonden aan Veilig Thuis en werkt op afroep van de meldplekken. Vanaf 1 januari 2018 is deze crisisdienst inzetbaar bij alle crisissituaties waarbij sprake is van huiselijk geweld. Dus ook voor volwassenen. Bundelen van de ambulante crisiszorg GGZ Centraal voert de crisisdienst voor volwassenen met psychiatrische problematiek uit. Deze crisisdienst is 24/7 ambulant en klinisch inzetbaar en werkt op afroep van huisartsen en politie. De zorgverzekeraars financieren deze crisisdienst. Voor volwassenen en gezinnen voert de RIBW de crisisopvang uit. Aan deze crisisopvang voor volwassenen is tot nu toe geen 24/7 ambulante
21 22
Betreft een wettelijke verplichting hierin te voorzien. De RIBW Gooi en Vechtstreek is bestuurlijk gefuseerd met Kwintes. Pagina 22 van 37
begeleiding voor volwassenen gekoppeld. Voor ouderen (onder andere bij dementie) bestaat er in de Wet langdurige zorg de mogelijkheid om na verwijzing door de huisarts een spoedopname in een zorginstelling (crisisopvang) te organiseren. In vergelijking met Amsterdam, Utrecht en andere gebieden is Gooi en Vechtstreek een relatief rustige regio op het gebied van crisiszorg. Echter, elk incident waar verward gedrag omslaat in gevaarlijk gedrag is er één te veel. Gevolg van de kleinere schaal van onze regio is dat de crisiszorg kwetsbaar en kostbaar is. De gemeenten verkennen daarom de mogelijkheden om de krachten en de capaciteit voor de ambulante crisiszorg te bundelen. Het beoogde resultaat is om met de bestaande partners in het veld een 24/7 dekkende structuur / samenwerking voor de inzet van alle ambulante crisiszorg bij kinderen en volwassenen te realiseren. Het uitgangspunt is dat elke inwoner in Gooi en Vechtstreek 24/7 aanspraak moet kunnen maken op passende ambulante hulpverlening. Vanaf 1 januari 2018 bundelen de gemeenten, de zorgverzekeraars en het zorgkantoor in een pilot de krachten en financiering om de ambitie van 24/7 ambulante crisiszorg te realiseren. Door eerst een jaar een pilot te draaien, kunnen de partners ervaring opdoen om te komen tot een optimale organisatie van de crisiszorg.
De inzet van deze 24/7 ambulante (crisis)zorg is nauw verbonden aan de inzet vanuit het strafrecht (politie en Openbaar Ministerie) en de inzet vanuit het bestuursrecht. Hierbij gaat het 23 met name om de uitvoering van de Wet Bopz voor de toepassing en uitvoering van een gedwongen opname. Passend vervoer 24/7 Bij een (dreigende) crisis is het uitgangspunt om mensen zo min mogelijk te vervoeren. Omdat verplaatsing een crisis kan versterken, is begeleiding in de eigen leefomgeving wenselijk. Helaas is dat niet altijd mogelijk, omdat de overlast en onveiligheid voor de directe omgeving te groot is. In die gevallen moet het vervoer passend zijn voor de situatie. In sommige gevallen is dat een politieauto, andere keren vraagt een situatie om een ambulance of het eigen vervoer van een hulpverlener/ zorginstelling. Het is van belang dat er voldoende alternatief vervoer beschikbaar is. Daarom willen de gemeenten in samenwerking met de zorgverzekeraar, het zorgkantoor, de politie, de Regionale ambulancevoorziening en aanbieders van crisisopvang een onderzoek uitvoeren naar de mogelijkheden om 24/7 passend crisisvervoer in Gooi en Vechtstreek te realiseren. Voldoende hoogwaardige crisisopvang De gemeenten willen voldoende crisisopvang voor alle inwoners. De huidige gemeentelijke capaciteit voor crisisopvang is als volgt georganiseerd/gefinancierd: Soort opvang Crisisopvang Jeugd