Bijlage 1 bij RIB 2021 168 - Ontwikkelperspectief Diemerscheg
Tekst van het document
DIEMERSCHEG Beheer- en ontwikkelstrategie Deel: Ontwikkelperspectief
Vastgesteld door de Stuurgroep Diemerscheg, arpil 2021
1. Beschouw de wateren dijkstructuren als dragende landschapsroutes en ontwikkel deze tot landschappelijk en recreatief aantrekkelijke verbinding én bestemming. 2. Ontwikkelingen dragen per saldo bij aan de bescherming én ontwikkeling van natuurwaarden, en de biodiversiteit in het algemeen. 3. Bouw verder aan een logisch, herkenbaar netwerk van groenblauwe verbindingen doorlopend tussen stad en landschap en passend bij het recreatieve gebruik en de beleving van de Diemerscheg. 4. Hanteer het leidmotief ´Groot Nat Klimaatbos´ voor de landschappelijke ontwikkelingen in de voormalige Gemeenschapspolder.
2
Het ontwikkelperspectief 5. Benut de vraag naar stedelijke groenfuncties om de groene stadsrandzones van Diemen en AmsterdamZuidoost en Oost tot aantrekkelijker en levendiger parkgebieden te ontwikkelen. 6. Ontwikkel een state-of-theart en attractief energieopweklandschap gekoppeld aan de zware infrastructuur. 7. Draag bij aan de lopende programma’s die het behoud en de ontwikkeling van het monumentaal landschap Werelderfgoed Hollandse Waterlinies verzorgen. 8. Definieer op basis van de inzet het profiel van de Diemerscheg en zet in op meer bekendheid en meer betrokkenheid.
3
4
Inhoudsopgave 1. Aanleiding & Aanpak
7
2. Doelen van het ontwikkelperspectief
11
3. Analyse
13
I. Thematische inventarisatie en analyse
14
II. Landschappelijke analyse: de ruimtelijke kapstok
23
III. Sterktes, zwaktes, kansen en bedreigingen
34
4. Ontwikkelperspectief
39
Colofon59
Bijlagen
59
Bijlage 1: Atlas analysekaarten
61
Bijlage 2: Deelresultaat MRA Gebiedsateliers
79
5
6
1
Aanleiding & Aanpak relatief laag (maar wel voldoende!) scoren in de waardering. Ook het aantal bezoekers is laag in vergelijking met andere (recreatie-)gebieden buiten de stadsgrenzen. Er zijn prachtige plekjes te vinden maar ze zijn verborgen, je moet ervoor op ontdekking. In tegenstelling tot bijvoorbeeld de Amstelscheg is er geen sprake van een gaaf, makkelijk bereikbaar en herkenbaar (cultuur-)landschap. Dit draagt niet bij aan een duidelijk profiel en daarmee mogelijk positief imago van deze scheg. Niet voor niets wordt deze scheg ook wel het ‘lelijke eendje’ van de scheggen genoemd. Maar is dat wel terecht?
Scheg onder druk De Diemerscheg is onderdeel van de kenmerkende en algemeen hoog gewaardeerde groene scheggenstructuur van de agglomeratie Amsterdam. Deze scheg wordt gekenmerkt door een grote ruimtelijke dynamiek met (recent verbrede) doorsnijdende zware infrastructuur en woningbouw in de Bloemendalerpolder, IJburg, KNSF-terrein en Diemen de Sniep. Tussen dat ontwikkelgeweld liggen recreatieve voorzieningen en waardevolle natuur, zoals het Diemerbos en de Natuurboulevard. Deze gebieden liggen niet alleen onder druk door de ruimtelijke ontwikkelingen, maar ook door een aanhoudend tekort op financiële middelen voor het beheer. De grote ruimtelijke dynamiek en de moeizame opgave om aanvullende inkomsten te vinden voor het beheer (Showcase Diemerbos 2018) vormen een verdere bedreiging voor de ruimtelijke en landschappelijke eenheid en kwaliteit van de scheg. Lelijke eendje van de scheggen? Daar komt nog bij dat gebieden in de Diemerscheg in meerdere onderzoeken onder gebruikers en inwoners van omliggende stedelijke gebieden
Grote opgaven, grote kansen Er komen in het algemeen grote opgaven op het landschap af: de energietransitie, klimaatadaptatie, groei van inwoners, landbouwtransitie en biodiversiteitsherstel. Het uitgangspunt is niet of, maar hoe en onder welke voorwaarden er ook in de Diemerscheg een bijdrage geleverd kan worden aan deze overkoepelende opgaven. We beschouwen dit in beginsel niet als probleem, maar als kans om een maatschappelijk betekenisvol en aansprekend toekomstperspectief voor de Diemerscheg te schetsen. Het momentum in het nadenken over deze opgave is goed. Deze opgave stond namelijk ook centraal in de MRA-gebiedsateliers die van eind 2018 tot begin 2019 zijn gehouden. Resultaten van deze ateliers, waaraan meer dan 150 stakeholders uit de verschillende hoeken hebben deelgenomen, werken door in de gebiedsvisie voor de Diemerscheg. In de bijlagen zijn hierover een aantal relevante passages opgenomen. Werkwijze: samen werken aan een beheer- en ontwikkelstrategie Om bovenstaande vragen te beantwoorden is in de Agenda Metropolitaan Landschap (vastgesteld door het Bestuurlijk Overleg Ruimte van de Metropoolregio Amsterdam) gepland om een Beheer- en Ontwikkelstrategie (B.O.S.) Diemerscheg op te stellen, onder het programmaonderdeel Gooi- en Vechtstreek.
7
Het idee van het werken met gebiedsgerichte ontwikkelstrategieën als leidraad voor de ontwikkeling van het landelijk gebied komt voort uit ervaringen in eerdere samenwerkingsprocessen, zoals bijvoorbeeld voor de Binnenduinrand en de Amstelscheg. De uitwerking van de aanpak is opgenomen in het MRAdocument ‘De kracht van het landschap 2013’. Het doel van de aanpak via gebiedsgerichte ontwikkelstrategieën is om meer sturing te geven aan de ontwikkelingen in het landelijke gebied waarbij zowel de inhoudelijke samenhang als de samenwerking tussen publiek en privaat wordt bevorderd. De ontwikkelstrategie is de uitwerking van een gezamenlijk proces, waarmee de toekomst van een gebied gezamenlijk bepaald wordt. De uitwerking van het proces is maatwerk per gebied, maar grofweg kunnen we de volgende stappen onderscheiden: 1. Afsluiten van een intentieovereenkomst tussen betrokken overheden 2. Maken van een Ontwikkelperspectief over zowel ontwikkeling als beheer 3. Maken van een uitvoerings- en financieringsstrategie met maatschappelijke organisaties en private partijen 4. Sluiten van een Gebiedsakkoord, gevolgd door het vastleggen van afspraken in omgevingsvisies en omgevingsplannen 5. Opstellen van een Uitvoeringsprogramma 6.
Effectuering en borging van de afspraken Proces In 2014 is door de gemeenten Diemen, Amsterdam, Staatsbosbeheer, Rijkswaterstaat en Groengebied Amstelland een Samenwerkingsovereenkomst Diemerbos afgesloten, waarmee partijen zich verplichten om een kwaliteitsimpuls te realiseren, maatregelen te treffen voor natuurcompensatie voor de aanleg bypass A9/verbreding A1 en
8
een beheer- en investeringsfonds te starten. Het omvat ook de intentie om het structurele tekort op het recreatieve beheer op te lossen. Looptijd van de uitvoeringsmaatregelen is tot en met 2021. De Stuurgroep Diemerbos is kort daarop op verzoek van de provincie Noord-Holland opgeschaald tot de Stuurgroep Diemerscheg, met de gemeenten Weesp en Gooise Meren als mogelijke nieuwe leden. Medio 2017 besloot de Stuurgroep tot het opstellen van een Beheer- en Ontwikkelstrategie (B.O.S.), die bestaat uit zowel een ontwikkelperspectief als een uitvoerings- en financierings/bekostigingsstrategie. Destijds waren Weesp en Gooise Meren nog niet vertegenwoordigd in de Stuurgroep. Het trekkerschap voor het opstellen van de B.O.S. is belegd bij de gemeente Amsterdam, maar het product is het resultaat van samenwerking in een kernteam met de gemeente Diemen en Staatsbosbeheer, en daarbuiten in afstemming op onderdelen met de Provincie Noord-Holland, Weesp, Gooise meren, Waternet, Natuurmonumenten, Rijkswaterstaat, Groengebied Amstelland en de Vrienden van het Diemerbos. Voor Weesp gold een bijzondere situatie vanwege gelijk oplopende gemeentelijke fusie met Amsterdam. Ambtelijke capaciteit en kennis vanuit Weesp was al niet meer aanwezig toen het proces van start ging.
Inhoudelijk is daarom voornamelijk gebruik gemaakt van de Structuurvisie Weesp 2013 – 2030 en de ‘Notitie Kernwaarden en Opgavenprofiel Weesp’. Status van het ontwikkelperspectief Dit Ontwikkelperspectief vormt de inhoudelijke “stip op de horizon” van en voor de samenwerkende partijen in de Diemerscheg. Het is door de stuurgroep Diemerscheg vastgesteld als richtinggevend kader voor de hierop volgende langdurige samenwerking
aan een samenhangende gebiedsontwikkeling. De stuurgroep hanteert daarbij een meerjarig uitvoeringsprogramma. Daarnaast werkt het Ontwikkelperspectief door als bouwsteen in de integrale Omgevingsvisies, die gemeenten opstellen. Ook werkt het door in andere visies, die dit gebied betreffen, zoals de visie voor het Groengebied Amstelland en de Landschapsvisie Gooi- en Vechtstreek. Nadere afwegingen en keuzen die in deze visies worden gemaakt kunnen de vervolgstappen in het uitvoeringsprogramma beïnvloeden. Ontwikkelperspectief en uitvoeringsprogramma vormen samen de beheer- en ontwikkelstrategie voor de Diemerscheg. Raadpleging van het concept ontwikkelperspectief Middels een online-enquête is een concept van het ontwikkelperspectief (70%-versie) in het voorjaar van 2020 ter consultatie voorgelegd aan stakeholders en gebruikers van het gebied. Uiteindelijk zijn er circa 1500 respondenten geweest die hun mening over de voorgestelde ideeën hebben gegeven.
Over het algemeen blijkt er een breed draagvlak te zijn voor het inzetten van de voorgestelde ontwikkelprincipes. Zelfs voor de twee minst hoog scorende principes over ‘toevoegen windmolens en zonnepanelen’ en ‘toevoegen recreatieve voorzieningen in de stadsrandparken’ vindt maximaal circa 30% van de respondenten het een slecht tot zeer slecht idee. In onderstaand schema is een overzicht van de enquête-uitslag weergegeven. Opvallend is dat jongeren significant positiever naar deze ontwikkelingen kijken dan ouderen, en dat respondenten uit de omgeving van het gebied zelf positiever oordelen dan respondenten die verder weg wonen. Dat is een belangrijke nuancering in het licht van het toekomstgerichte karakter van het ontwikkelperspectief. Het ontwikkelperspectief is op hoofdlijnen dan ook ongewijzigd, maar verder verrijkt, aangescherpt en gecorrigeerd waar nodig. De belangrijkste toevoeging is een apart ontwikkelprincipe op het thema natuur en ecologie om meer expliciet te maken dat dit één van de belangrijkste dragers is en blijft voor de Diemerscheg.
Samenvattend schema van uitslag enqueteonderzoek naar ideeën voor de Diemerscheg Bron: Onderzoek, Informatie en Statistiek Gemeente Amsterdam
9
10 Fig. 3
2
Doelen van het ontwikkelperspectief
Voor het ontwikkelperspectief zijn twee hoofddoelen geformuleerd. Het gaat om: 1. Het opstellen van een samenhangende en gedragen visie op een toekomstbestendige ontwikkeling van de Diemerscheg.
2. De Diemerscheg onder de aandacht brengen.
De Diemerscheg is relatief onbekend. Het mentale eigenaarschap bij bewoners en stakeholders is laag. Kunnen we vanuit de aanwezige gebiedskwaliteiten Hoe komt dit, en is dat terecht? Het tweede doel van de en met het oog op de kansen die de grote B.O.S. is dan ook om de scheg beter bekend te maken en transitieopgaven wellicht bieden, tot een gezamenlijk de publieke betrokkenheid te vergroten. Daarbij speelt en logisch samenhangend ruimtelijke toekomstbeeld ook dat er voor de B.O.S. geen projectgrens (scope) voor het landschap en het gebruik van de Diemerscheg mee is gegeven; die moeten de samenwerkende partijen komen? En biedt dit toekomstbeeld voldoende gezamenlijk bepalen. We zetten de Diemerscheg letterlijk perspectief voor een vervolg voor een uitvoerings- en en figuurlijk op de kaart! financieringsstrategie?
Contouren van de Diemerscheg volgens de verschillende deelnemers van een werksessie in juli 2019.
11
12
3
Analyse
Als basis voor het ontwikkelperspectief is een gezamenlijke analyse doorlopen. Op verschillende manieren is informatie opgehaald, gedeeld en besproken met elkaar: werksessies, gebiedsexcursies, gesprekken met extern betrokkenen, bureau- en literatuuronderzoek en het verwerken van informatie in kaartmateriaal.
De volgende analyses zijn hiervoor specifiek uitgewerkt, en worden op de volgende pagina’s nader toegelicht: • Ruimtelijke en thematische inventarisatie en analyse • Landschappelijke analyse: een ruimtelijke kapstok • Gezamenlijke SWOT-analyse
In de aanpak van de analyses is rekening gehouden met het feit dat de Diemerscheg nog op en in kaart gebracht moest worden om zo het gesprek te kunnen voeren over wat de Diemerscheg nu eigenlijk is, en om vandaaruit ook de scope voor de B.O.S. te kunnen bepalen.
Kaart van de ‘Diemerscheg’? - Hoogheemraadschap van Zeeburg en Diemerdyk
13
Topografische kaart 1850
Topografische kaart 1970
Functies 2019
Gebiedsontwikkelingen
Bezoekersinformatie 1
Bezoekersinformatie 2
Beheer en eigendom
Cultuurhistorie
Zware infrastructuur
Netwerk en bereikbaarheid
Ecologie
Watersysteem
Hoogte
Bodemdaling
Bodem
Geomorfologie
14
I. Thematische inventarisatie en analyse In dit analysespoor is informatie inzichtelijk gemaakt in een ruimtelijke en thematische kaartenset, een overzicht hiervan is hiernaast weergegeven. In de bijlage zijn deze kaarten groter opgenomen, een atlas Diemerscheg. De informatie in de kaarten is gebaseerd op de meeste recente beschikbare openbare gis-data ten tijde van het opstellen (eind 2018). Het bepalen van de kaartuitsnede was een eerste oefening in wat nu wel en niet bij de Diemerscheg hoort. De essentie van de scheggen is dat deze het landschap dicht bij stedelijk gebied brengen én de stad met het landschap verbinden, vanuit het stedelijk gebied van de agglomeratie kan men altijd binnen 15 minuten fietsen de stad uit zijn. Er is dan ook geen sprake van een harde grens van de scheg, het gaat om de diversiteit aan verbindingen van stedelijk gebied met het landschap dat ‘grenzeloos’ is. Dat is ook als uitgangspunt voor de uitsnede van deze kaarten genomen, door een groot deel van Amsterdam-Oost, Amsterdam Zuid-Oost en Diemen (de stedelijke agglomeratie) op te nemen én een groot deel van de Vechtstreek, dat begint bij de Stelling van Amsterdam en De Hollandse Waterlinie (het eindeloze landschap), onderdeel te maken van de kaart.
Vier thema’s worden op de volgende pagina’s uitgelicht: 1) De ruimtelijk landschappelijke ontwikkeling: op pagina 16 en 17 is de inventarisatie van het ruimtelijk landschappelijke raamwerk geplaatst naast de historische kaart uit 1815. Zo ontstaat een goed inzicht in de ruimtelijke ontwikkeling in 200 jaar tijd, en op welke wijze de oorspronkelijke schaal en opbouw van het landschap al dan niet doorwerkt in de huidige situatie. 2) De ruimtelijke versnippering: op pagina 18 en 19 zijn een ruimte-massakaart en een beheeren eigendomssituatie naast elkaar geplaatst. Dit geeft weer hoezeer het landschap ruimtelijk is versnipperd, en hoe de gefragmenteerde beheer- en eigendomssituatie dit verder versterkt.
Met name de ruimtelijke ontwikkelingen in het westelijke deel van de scheg verhouden zich niet tot de schaal van het oorspronkelijke polderlandschap. In de loop van tijd zijn nieuwe functies de polders ingeschoven en is een lappendeken van ruimtes en functies ontstaan (begraafplaats, sportvelden, volkstuinen, bedrijventerrein, nieuwe wijkjes). De ontwikkeling van nieuwe wijken in de Bloemendalerpolder bij Weesp heeft een enorme impact op de schaal van de scheg. Is het eigenlijk nog wel een scheg? Niet in de klassieke opbouw waarin het oorspronkelijke cultuurlandschap volledig ongeschonden tot diep in de stad doordringt, zoals bij de Amstelscheg nadrukkelijk nog steeds wel het geval is. Duidelijk is in ieder geval dat de Diemerscheg niet veel laadvermogen meer heeft om nog meer stedelijke ontwikkelingen op te vangen om te ‘verworden’ tot een stedelijke groenstructuur. Pas na Weesp, bij de Aetsveldse polder, komen ruimtemassa en eigendom en beheer in evenwicht met de landschapsschaal van de open veenweidepolders. Hier hebben stedelijke invloeden flink minder hun stempel gedrukt en is het oorspronkelijke veenpolderlandschap nog redelijk gaaf gebleven. Hier begint het oude cultuur- en natuurlandschap, ook voelbaar door lange zichtlijnen het open polderlandschap in.
3) Het landschaps-ecologisch systeem: op pagina 20 en 21 zijn ecologische positie en betekenis van gebied en het fundament van het landschap: water en bodem naast elkaar neergezet. Ze vormen de basis voor een gezond landschap en zijn steeds kader- en/of opgavestellend. Zo zijn grote delen van de Diemerscheg onderdeel van het natuurnetwerk Nederland (NNN) en zijn de doelstellingen hiervoor leidend in keuzen voor toekomstige ontwikkeling, en zijn bodemdaling en de over het algemeen ontoereikende waterkwaliteit (t.a.v. de doelstellingen Kaderrichtlijn Water) taakstellende opgaven voor een gezond en toekomstbestendig landschap.
15
Ruimtelijk landschappelijk raamwerk 1815
16
Ruimtelijk landschappelijk raamwerk 2019
17
ruimte-massa
18
beheer en eigendom
19
natuurnetwerk
20
water- en bodemopgave
21
22
II. Landschappelijke analyse: de ruimtelijke kapstok De ruimtelijke en functionele versnippering van een groot deel van de scheg, en ook de wetenschap dat de ontwikkeldruk hoog is, maakt het extra belangrijk om de basis en de essentiële dragers van het landschap van de Diemerscheg bloot te leggen. Door de landschappelijke ondergrond en de ruimtelijke opbouw verder te abstraheren tot de essentie op landschappelijke schaal ontstaat houvast voor keuzen in de hoofdlijn van toekomstige ontwikkeling: een kapstok voor verdere landschappelijke en recreatieve ontwikkeling. We onderscheiden de volgende ruimtelijke eenheden als essentiële landschappelijke dragers van de Diemerscheg. 1. 2. 3. 4. 5.
Water- en dijkstructuren Poldereenheden Stadsrandparken Zware infra- en energiestructuren Linielandschappen
In naaststaande kaart zijn de dragers samengevoegd weergegeven en geven zo een gelaagd totaalbeeld van de samenstelling en samenhang. Op de volgende pagina’s wordt per laag dieper ingegaan op wat het is, wat de kwalitatieve kenmerken zijn en welke globale opgaven er spelen.
23
24
Water- en Dijkstructuren Dit is het stelsel van veenrivieren als de Gaasp, Diem en Vecht, kanalen als de Muider- en Weespertrekvaart en het Amsterdam-Rijnkanaal en de zuidelijke IJdijk langs het IJmeer. Deze lijnen zijn dé ultieme recreatieve verbindingen op landschapsschaal, tussen stad en landschap. Naast de verbindende kwaliteit zijn deze linten zelf vaak ook erg aantrekkelijk, het zijn bestemmingen op zichzelf! Dit komt door de landschappelijke schoonheid, maar ook door de diversiteit aan functies en recreatieve bestemmingen aan de linten. Niet voor niets maken colonnes recreanten, voornamelijk op de fiets, in hun vrije uren gebruik van deze ‘landschapsroutes’.
Ondanks dat de linten krachtig zijn is de kwaliteit niet vanzelfsprekend. Het vraagt voortdurend aandacht in de ontwikkeling. Zo zijn een aantal van de linten verzwakt. Denk aan de lage doorsnijdingen van zware infrastructuur over de Diem, of het gedeeltelijk dempen van de trekvaarten. De ligging van de N236, bedrijventerrein Stammerdijk en de aanwezigheid van vele maneges, (auto)bedrijven en tijdelijke woonvoorzieningen met een lage kwaliteit van ruimtelijke inpassing, beïnvloed de ruimtelijke kwaliteit negatief en vermindert de recreatieve aantrekkelijkheid.
25
26
Poldereenheden Dit betreft de ondergrond van veenpolders en droogmakerijen. In het buitengebied zijn dit onder andere de grote eenheden Gemeenschapspolder, Aetsveldsche Polder en Nieuwe Keverdijkse Polder. De maat en vorm van de polders is door de veenrivieren Gein, Vecht, Gaasp en Diem bepaald, en met de ontginning door de mens verder ingericht en vormgegeven. Vorm en structuur van oorspronkelijke polders werken sterk door in grote delen van de verstedelijkte agglomeratie (4x Amsterdam, M. de Hoog, 2005) waar het bijdraagt aan oriëntatie en gebiedseigen stedenbouwkundige kwaliteiten. Juist in de oostelijke uitbreidingen (Amsterdam Zuid-Oost, Diemen) is dit principe grotendeels losgelaten met een gefragmenteerd en desoriënterend stedelijk gebied tot gevolg.
Buiten het stedelijk gebied worden de Hollandse polders uiteraard gekenmerkt door een hoge mate van openheid. De maatschappelijke waardering hiervoor is hoog, niet voor niets leidt een aantasting van deze kwaliteit vaak tot een fel maatschappelijk debat (denk aan het windmolendebat). In de Gemeenschapspolder is daarom iets bijzonders aan de hand. Hier is de openheid opgegeven en is de polder in snel tempo aan het verdichten. Dat levert ook weer unieke nieuwe kwaliteiten op, zo is het Diemerbos het grootste aangelegde bos in een (niet ontveende) veenpolder van westelijk Nederland, met hoge natuurwaarden, klimaat bufferend vermogen en een onderscheidende landschapsbasis t.o.v. de andere scheggen. Bodemdaling is in veel polders een groot probleem, dat geldt zeker voor de Gemeenschapspolder. Het leidt tot hoge kosten voor onderhoud en CO2-uitstoot.
27
28
Stadsrandparken Dit betreft een aaneenschakeling van ruim opgezette parkgebieden in de oostelijke stadsrand van Amsterdam en Diemen. Door de aanwezigheid van deze grote groenoppervlakte op het grensvlak tussen stad en landschap, is de recreatieve gebruiksdruk in bijvoorbeeld het Diemerbos relatief laag. Een opvallend voorbeeld is dat in het Bezoekersonderzoek Natuur- en Recreatiegebieden Noord-Holland 2016 (i.o.v. TBO en Provincie Noord-Holland) is gebleken dat mensen om veelal dezelfde redenen naar de Gaasperplas gaan als naar het Diemerbos, er is dus weinig onderscheid. Veel van de meer stedelijke groenfuncties hebben tenslotte nu ook al een plek in de groene stadsrand. Bijvoorbeeld: een dicht wandel- en fietsnetwerk, het ommetje voor de wijk, ontmoetingsplaatsen, kinderboerderijen, schooltuinen, camping, zwemlocaties, volkstuinen, sport en spel, etc. Veel plekken in deze zone hebben nog wel het
laadvermogen om meer stedelijke groenfuncties, en misschien zelfs stedelijk programma, op te nemen om als parkfunctie dichtbij de woongebieden tot volle bloei te komen. Dat wil zeggen: goed gebruikt, levendig en veilig voor jong en oud. Vanuit het programma Groen & Blauw Amsterdam Zuidoost 2030 wordt er ook gewerkt aan de verbetering van samenhang en herkenbaarheid van de groenstructuur, het klimaatbestendig maken van het watersysteem en het vergroten van de esthetische, ecologische en gebruikswaarde van het groen. Actueel zijn de ontwikkelingen Visie Gaasperplas, onderzoek uitbreiding sportcomplex Diemerpark en de ontwikkelvisie Flevopark. In de ontwikkeling is het onderscheid tussen deze stadrandzone en het buitengebied van de omliggende polders een belangrijk gegeven. Hier kan op landschapsschaal een verschil worden gemaakt. Ook ligt in deze zone de opgave om tot een sterker samenhangend netwerk van verbindingen tussen het stedelijke gebied en de scheg te komen.
29
30
Linielandschappen Dit betreft het landschappelijk ensemble van twee monumentale militaire waterlinies: De Stelling van Amsterdam en de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Landschappelijke kenmerken zijn de inundatiepolders, open schootsvelden, vestingstadjes, forten en andere militaire objecten. Deze gebieden zijn landschappelijk gaaf en hebben een rijk historisch verhaal te vertellen. Dat verhaal wordt nog verder geladen door de vestingsteden Weesp en Muiden en het Muiderslot, strategisch gelegen aan de Vecht(monding). Al met al spreekt de geschiedenis, die hier nadrukkelijk samenhangt met het landschap, sterk tot de verbeelding en heeft mede daardoor een hoge recreatieve aantrekkingskracht. De aanwezigheid van dit linielandschap is van enorme betekenis voor de Diemerscheg. Immers: idealiter brengt elke scheg een bijzonder landschap dichtbij, met dit linielandschap is de belofte van een prachtige landschapsbestemming op korte afstand er zeker.
Er is de goede hoop dat de Nieuwe Hollandse Waterlinie medio 2021 op de werelderfgoedlijst wordt geplaatst. De Stelling van Amsterdam heeft al vanaf 1996 de status van UNESCO. Met deze nominatie wil Nederland die status uitbreiden met de Nieuwe Hollandse Waterlinie. De twee waterlinies vertellen samen het verhaal van deze strategische inzet van water bij de verdediging van Nederland met ‘Water als Bondgenoot’. De uitbreiding van de Stelling van Amsterdam met de Nieuwe Hollandse Waterlinie maakt het beeld van de ‘grootsheid’ compleet. De Werelderfgoed status bevestigt de internationale betekenis van dit unieke Nederlandse erfgoed. Het is een belangrijke impuls voor de bescherming en het behoud van de Hollandse Waterlinies in een druk deel van Nederland. Het biedt economische en maatschappelijk kansen en mogelijkheden voor duurzame exploitatie van het erfgoed. Dit trekt meer bezoekers en vergroot de beleving, nu en voor toekomstige generaties.
31
32
Zware infrastructuren Dit zijn infrastructuren van bovenlokaal belang: de snelwegen A1, A9, A10, het (inter-)nationale en regionale gebruikte spoor, vaarweg AmsterdamRijnkanaal en een knooppunt in de landelijke energieinfrastructuur met de Diemercentrale als spin in het web van bovengrondse hoogspanningsmasten en -kabels. De zwaarte (in hoogte en ruimtebeslag) van deze infrastructuren maken de Diemerscheg ook tot een infrastructuurlandschap. Altijd al een opvallend kenmerk van dit gebied: De IJdijk (hoog en droog) was de eerste belangrijke handelsroute tussen Haarlem, Amsterdam en Muiden. Gevolgd door trekvaarten in de 17e eeuw, met langs de Muidertrekvaart ook al vroeg de enige wegverbinding in het gebied: de voorloper van de A1! Het spoor en het Amsterdam-Rijnkanaal vormen grote industriële ingrepen aan het eind van de 19e eeuw. Eigenlijk pas 100 jaar later is dit opgevolgd door een nieuwe groeispurt van de weginfrastructuur en de komst van het energienetwerk, gelijk met de grootschalige ontwikkeling van Diemen, Amsterdam Zuidoost en Lelystad/Almere. Deze infrastructuren hebben de Diemerscheg steeds
verder doorsneden en ruimtelijk en fysiek versnipperd. Vooral de laatste twee decennia is al veel gedaan om barrières fysiek te slechten en de bereikbaarheid van de scheg voor langzaam verkeer te vergroten. Dit heeft zeker tot verbetering geleidt, maar voor bezoekers is ruimtelijke oriëntatie in het gebied nog steeds lastig. Nieuwe ontwikkelingen zullen zich ook aandienen: bijvoorbeeld een IJmeerverbinding naar Almere, de groei van P+R Muiden naar een serieuze HUB en wellicht zelfs een extra 380 kV-tracé. De infrastructuren brengen niet alleen nadelen, maar ook kenmerkende, soms zelfs imposante belevingen. Denk aan de prachtige lanen langs het Amsterdam Rijnkanaal, maar ook aan de vaak spectaculaire kunstwerken als bruggen, steile taluds, knooppunten, aquaducten, onderdoorgangen, trafovelden en masten. Dit zijn attracties, soms zelfs architectonische hoogstandjes op zichzelf en oriëntatiepunten in het landschap van de Diemerscheg. Hoe kunnen we het infrastructuurlandschap in de Diemerscheg maximaal ‘vieren’ in de toekomstige ontwikkeling?
33
III. Sterktes, zwaktes, kansen en bedreigingen Vanuit de analyses zijn veel inzichten opgedaan welke zijn besproken en steeds verder verrijkt in het samenwerkingsproces. Uiteindelijk zijn deze vertaald naar sterktes, zwaktes, kansen en bedreigingen voor het gebied. Deze zijn samengevat in een overzicht op de volgende paginas. Toelichting op de belangrijkste constateringen De belangrijkste constateringen worden hieronder puntsgewijs verder toegelicht en vormen de opmaat voor het maken van keuzen voor de toekomstige ontwikkeling. Hierin is geen onderscheid gemaakt tussen of iets een kans of een bedreiging, sterkte of zwakte is, want zoals met veel van deze punten kan het meerdere kanten op werken. • De scheg staat onder druk door verdere verstedelijking in de omgeving. Verrommeling door uitplaatsen van stedelijke groenfuncties met bebouwing dreigt. Toch zal de recreatieve druk hier minder groot zijn dan in andere scheggen (Amstelscheg, Bretten) omdat de randen van de te verdichten gebieden zijn ingericht als park en veel recreatieve druk kan opvangen. Denk aan het Diemerpark en de Bijlmerweide. Het middendeel van de scheg, waar het Diemerbos, de Gemeenschapspolder en de groengebieden van de Bloemendalerpolder liggen, zullen naar verwachting relatief rustig blijven als de inrichting niet verandert.
• Met de energiecentrale heeft de Diemerscheg een energieknoop in het gebied liggen. Vanuit de energietransitie bezien is de Diemerscheg dan ook een potentieel interessant gebied voor nieuwe ontwikkelingen in opwek en distributie van schone energie.
34
• Door de ligging net buiten de verstedelijkte agglomeratie en de aanwezigheid van zware (transport-)infrastructuur is de Diemerscheg een potentieel interessant gebied voor logistieke functies. Dit kan een ruimteclaim betekenen. Concreet is dit al aan het gebeuren met het verhuizen van een logistiek bedrijf uit de bebouwde kom van Diemen naar een terrein dat al een bedrijventerrein is. • De aanwezigheid van goede weg- en spoorinfrastructuur maakt het mogelijk aantrekkelijk om in de toekomst, zonder grote nieuwe investeringen in infrastructuur, te verstedelijken. Vanuit het oogpunt van behoud en ontwikkeling van de groene ruimte, de scheg, is dit een mogelijke bedreiging. • Er is een uitgebreid recreatief (fiets)routenetwerk, met goede verbindingen tussen de gebieden in de scheg. De bereikbaarheid van de scheg vanuit het stedelijk gebied is echter niet altijd prettig en de scheg is niet vanzelfsprekend vindbaar. Hier ligt een ruimtelijke ontwerpopgave. Waar bij de Amstelscheg de Amstel je als vanzelf naar buiten voert, ontbreekt dit bij de Diemerscheg. De openbaar vervoer mogelijkheden naar de scheg (denk aan stations Diemen, Weesp, metrohaltes Gaasperplas en de IJtram) worden onvoldoende benut als toegangspoort naar het landschap.
• De infrastructurele doorsnijdingen beslaan een groot oppervlakte van de Diemerscheg, mede door de veelal hogere ligging met brede taluds als gevolg: het zijn snelweglandschappen op zichzelf. Welke ruimte biedt dit oppervlak nog meer dan transport over de weg alleen?
• Het watersysteem van de Gemeenschapspolder en Bloemendalerpolder is in de tijd keer op keer aangepast aan de toegevoegde infrastructuur in het gebied. Polders zijn opgedeeld en samengevoegd. Oude dijken en historische watersystemen zijn nu vaak moeilijk te herkennen, maar zouden een structurerend element kunnen zijn voor ontwikkelingen in het gebied. • De scheg is goed bedeeld met beschermde natuurgebieden: vooral NNN, maar ook Natura 2000 gebied en weidevogelleefgebieden. De natuurtypen variëren van weidegebied tot wildernis (Diemer Vijfhoek en Waterlandtak) en aangelegd en jong bos (Diemerbos). Mede door de relatief lage gebruiksdruk, beperkte toegankelijkheid van bepaalde delen en de afwezigheid van intensieve landbouw kan natuur in de Diemerscheg floreren. • De bebossing van de veenpolder is uniek. Het is de enige veenpolder in Noord- en Zuid-Holland waar op grote schaal nieuw bos is aangeplant. Meestal is dit controversieel vanwege de aantasting van het open landschap. De aanwezigheid van dit natte bos (in al z’n stadia en verschijningsvormen) in de regio is het ‘unique selling point’ van de scheg. Het onderscheidt zich hiermee van de andere scheggen en biedt een nieuwe kleur in het palet van landschappen in de regio. Het biedt daarmee ook een eigen basis voor bepaalde typen recreatieve functies en doelgroepen.
Het bos is nog jong, de ontwikkeling is interessant, maar de aantrekkelijkheid en ook de ecologische waarde van het bos kan beter.
• De water- en dijkstructuren langs de oude veenstromen zoals Gaasp, Diem en Vecht, de Zuidelijke IJdijk, maar ook Amsterdam-Rijnkanaal en restanten van Weesper- en Muidertrekvaart) zijn potentieel krachtige en reeds aanwezige recreatieve verbindingen tussen stad en landschap. De kracht van deze verbindingen staat wel onder druk door grootschalige stedelijke ontwikkelingen en infrastructurele doorsnijdingen, denk aan het bedrijventerrein Stammerdijk, de lage infrastructuren over de Diem en de ontwikkeling van het KNSF-terrein. • In de Gemeenschapspolder en de Bloemendalerpolder is sprake van aanzienlijke bodemdaling. Paden verzakken en de veenoxidatie zorgt voor uitstoot van broeikasgassen. In het gebied zitten geen commerciële agrarische voorzieningen meer, voor wie ontwateren we eigenlijk dan nog? Liggen hier geen grote kansen op het gebied van klimaatadaptatie? • In de Gemeenschapspolder zijn veel natuurcompensatieprojecten, die op het oog weinig samenhang vertonen. De infrastructuur zorgt ervoor dat deze gefragmenteerde ontwikkeling van deelgebieden nog verder wordt versnipperd. De versnippering van eigendom en beheer versterkt dit verder. Dit draagt niet bij aan een herkenbaar landschappelijk profiel van de Diemerscheg. Het maakt de scheg onherkenbaar en ongrijpbaar en daarmee waarschijnlijk ook onbekender en dus minder bemind.
• De scheg is cultuurhistorisch waardevol door aanwezigheid van Stelling Amsterdam, Nieuwe en Oude Hollandse Waterlinies met inundatievelden en andere militaire relicten.
35
36
37
38
veenweidegebied Diemerscheg plassengebied ‘t Gooi gradiënt
4
Ontwikkelperspectief
De inzet op de toekomstige ontwikkeling van de Diemerscheg richt zich op het kwalitatief en in samenhang ontwikkelen van de beschreven landschappelijke dragers en het verder versterken van het recreatieve en ecologische netwerk. Dit is uitgewerkt in ontwikkelprincipes. Een belangrijke onderlegger voor de ontwikkelprincipes komt voort uit de MRA gebiedsateliers, en in het bijzonder uit het gebiedsatelier Gooi- en Vechtstreek waarin ook de Diemerscheg is behandeld. Meer informatie hierover is opgenomen in de bijlage.
Perspectief voor Gooi- en Vechtstreek
Schets van inpassing opgaven Diemerscheg gemaakt tijdens tweede MRA Gebiedsatelier Gooi- en Vechtstreek - 12 februari 2019 Hoe passen de opgaven in de Diemerscheg? Schets van het tweede atelier
39
‘Verbindende landschapsboulevards’
a r ti s
40
t im
s pr e
sio
n
1.
Beschouw de water- en dijkstructuren als dragende
landschapsboulevards en ontwikkel deze tot landschappelijk en recreatief aantrekkelijke verbinding én bestemming. Deze ontwikkelopgave richt zich nadrukkelijk op meer dan de fysieke verbinding alleen. Het gaat om het ensemble, alle onderdelen die bijdragen aan de kenmerkende landschappelijke kwaliteiten van deze landschapslinten: het water, de oevers, de dijken, de beplantingen, de oeverwallen, de erven, maar ook welk type programma bijdraagt aan de landschapskwaliteit en uitnodigt tot recreatief (mede-) gebruik. Een belangrijke inspiratiebron voor de landschapskwaliteit is de cultuurhistorische opbouw van deze linten. Maak daarin ook een onderscheid tussen de Gaasp, Diem, Weespertrekvaart, Vecht, Zuidelijke IJdijk, Amsterdam-Rijnkanaal en de Naardertrekvaart. Als landschapsroutes, diep vanuit het stedelijk gebied tot ver in het landschap en andersom, is de ruimtelijke enscenering een ontwerpopgave. Er wordt ontworpen op de beweging over deze route: wat zie ik, hoe beleef ik de omgeving, kan ik mij oriënteren, merk
ik aan alles dat deze route mij op ontspannen en vanzelfsprekende wijze meevoert stad uit of in? Dit maakt het recreatief gebruik van deze routes een bestemming op zichzelf: het rondje Diemerscheg als dagje uit. Betrokken gemeenten zouden gemeenschappelijk een beeldkwaliteitsplan voor deze landschapsroutes kunnen opstellen, waarin ook de knelpunten, kansen en maatregelen verder worden uitgewerkt. Ook een gezamenlijke inventarisatie van het huidige programma langs de linten en de kansen die er zijn om dit programma kwalitatief te verbeteren is denkbaar. Voor de ontwikkeling van de Zuidelijke IJdijk is de Visie Aan de Gooise Kust die in juli 2020 is vastgesteld door de gemeente Gooise Meren een belangrijke basis voor verdere recreatieve en landschappelijke ontwikkeling langs deze dragende landschapsroute van Diemerpark naar Muiden en verder naar Huizen.
41
‘Hoge biodiversiteit’
a r ti s
42
t im
s pr e
sio
n
2.
Ontwikkelingen dragen per saldo bij aan de bescherming
en ontwikkeling van de natuurwaarden, en het verhogen van de biodiversiteit in het algemeen. De reeds aanwezige natuurwaarden in de Diemerscheg zijn een fantastische basis die we koesteren. Zo is de Diemerscheg één van de drie concentratiepunten voor ringslangen rond Amsterdam. Maar ook voor vele andere bijzondere soorten (bedreigde flora en fauna) zoals onder andere rugstreeppad, rietorchis, moeraswespenorchis, nachtegaal, matkop, ransuil, kleine modderkruiper en rivierdonderpad vormt de Diemerscheg een leefgebied.
vochtiger biotopen. Kansen voor toevoegingen van leefgebieden zijn er bijvoorbeeld voor vogels als de roerdomp en de watersnip met een de uitbreiding van het areaal moeras(bos). Met een verbetering van de waterkwaliteit kunnen ook vissoorten als zeelt en ruisvoorn het beter doen, maar ook specifieke insecten zoals de houtpanserjuffer. Ook is er in dit gebied een uitgelezen kans om een omvangrijk alenreservaat te realiseren, gekoppeld aan het Amsterdam Rijnkanaal als belangrijke alen-migratieroute.
Maar het kan ook beter en veerkrachtiger. De Diemerscheg vormt een schakel van formaat in het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Bij elke ontwikkeling denken we na over bescherming van bestaande natuurwaarden én hoe we bij kunnen dragen aan een nog robuuster en meer biodivers ecologisch systeem. De in de provinciale verordening omschreven ‘Wezelijke Kenmerken en Waarden’ voor de verschillende deelgebieden van de NNN en hoe hiermee om te gaan (per saldo wordt het groter en beter) vormen het uitgangspunt voor ontwikkeling.
Recente natuurontwikkelingsprojecten vanuit het NNN in de Diemerscheg als de Waterland Tak Oost- en West maken het netwerk robuuster. De verwachting is dat de otter hierdoor over niet al te lange termijn vanuit de omgeving Naardermeer richting de Diemerscheg zijn weg zal vinden. Ook wordt de kans steeds groter dat de bever zich in het gebied gaat vestigen doordat de zich uitbreidende populatie in de Flevopolders op zoek gaat naar nieuwe leefgebieden. We hebben een gebied voor ogen dat gonst van het leven, maar deze twee tot de verbeelding sprekende zoogdieren vormen uiteraard een bijzondere attractie voor bezoekers van de Diemerscheg.
Juist door aanwezige diversiteit aan ecologische biotopen is de soortenrijkdom relatief hoog. Dit houden we vast en breiden we verder uit. Zo houden we vanuit ecologisch oogpunt bij voorkeur vast aan het vrijhouden van de hoge, droge en zonnige bermtaluds langs infrastructuur omdat deze van grote ecologische toegevoegde waarde zijn (biotoop ringslang en schrale vegetatie) in relatie tot de omringende
In de ontwikkeling van de Diemerscheg sorteren we voor op de komst van deze dieren. Hierin is de zonering van natuur- en recreatie een belangrijk aandachtspunt maar ook het opheffen van ecologische knelpunten en het creëren van robuuste groene en blauwe verbindingen tussen de verschillende leefgebieden horen hierbij.
43
‘Subliem recreatienetwerk’
a r ti s
t im
s pr e
sio
n
Groene routes tussen stad en landschap 44
3.
Bouw verder aan een logisch en herkenbaar netwerk van
verbindingen tussen stad en landschap dat past bij het recreatieve gebruik en de beleving van de Diemerscheg. De water- en dijkstructuren (ontwikkelprincipe 1) vormen de ruggengraat van het recreatieve netwerk van de Diemerscheg. Aanvullend is een goed stelsel van recreatieve verbindingen nodig om stad en landschap goed met elkaar te verbinden. Deze verbindingen hebben net als de routes langs de water- en dijkstructuren een belangrijke kwalitatieve opgave. Ze dienen tot diep in het stedelijk gebied vanzelfsprekend doorlopend, comfortabel, veilig en aangenaam te zijn. Aantrekkelijke routes stimuleren fietsgebruik, niet alleen recreatief maar ook als dagelijkse modaliteit in het stedelijk gebied. Het is van belang om het routenetwerk aan te passen op de toekomstige ontwikkeling van het gebied. Met het netwerk kan bijvoorbeeld ook worden gestuurd in waar meer of juist minder gebruiksdruk is gewenst t.o.v. natuurdoelstellingen. Ook kunnen koppelingen worden gemaakt, bijvoorbeeld met de uitbreiding van snelfietsroutes. Naast de fiets is ook het varen onderdeel van het recreatieve netwerk tussen stad en landschap. Met in de toekomst meer zomerse dagen én de uitbreiding van ligplaatsfaciliteiten bij de nieuwe wonningbouwlocaties in het gebied zal recreatief varen zeker toenemen.
Het sloepennetwerk kent in het gebied nog knelpunten die zouden kunnen worden opgelost om dit netwerk te verbeteren. Op de ruggengraat van de water- en dijkstructuren liggen de belangrijke recreatieve knooppunten: dé herkenbare entreegebieden tussen stad en landschap. Deze plekken verdienen extra aandacht
in ontwikkeling, investering, (ruimtelijk) ontwerp en programmering. De ontwikkeling rondom de Veeneikbrug is hiervoor een voorbeeld: naast de fysieke verbinding zijn hier ook ruimtelijke ingrepen gedaan in het bos, is plek gemaakt om te verblijven en is de zorgboerderij met een openbaar karakter en programmering van de grond gekomen. Elk entreegebied is maatwerk, soms volstaat een goede routeaanduiding en een zitplek, soms is er aanleiding voor meer. Een nadere ontwerpuitwerking van de aangewezen entreegebieden is dan ook een belangrijke vervolgstap. Per gebied worden knelpunten, kansen en mogelijke maatregelen in beeld gebracht. Zo zijn er bij het entreegebied Diemen mooie aanleidingen voor verbetering, bijvoorbeeld door de voormalige trekvaart te herstellen, de oude ‘batterijen’ (onderdeel erfgoed Linie van Krayenhoff) in te zetten als ‘poort’ en de ruimtelijke kwaliteit rondom het bedrijventerrein Stammerdijk aan te pakken. Voorstellen hebben een belangrijke overlap met eventuele beeldkwaliteitsplannen voor de water- en dijkstructuren, en kan mogelijk worden gecombineerd.
Het realiseren en op de kaart zetten van een route ‘Rondje Diemerscheg’ langs de Gaasp, Diem, Smal Weesp, Vecht en het IJmeer (Nauurboulevard) om de voormalige Gemeenschapspolder, en het aanleggen van enkele verbeterde doorgaande (snel-)fietsroutes door de Diemerscheg zijn mooie kansen om de Diemerscheg beter bereikbaar én beleefbaar te maken.
45
‘Groot Nat Klimaatbos’
a r ti s
46
t im
s pr e
sio
n
4.
Hanteer het leidmotief ‘groot nat klimaatbos’ voor
de landschappelijke ontwikkelingen in de voormalige Gemeenschapspolder. We vieren het unieke gegeven dat de Diemerscheg met het Diemerbos de grootste weer beboste veenpolder van West-Nederland heeft. Deze kwaliteit wordt verder uitgebouwd, versterkt én onder de aandacht gebracht door te werken aan een nog groter en natter aaneengesloten broekbos-ecosysteem binnen de voormalige Gemeenschapspolder. De schoonheid van de broekbossen van het Naardermeer vormen hiervoor een inspirerende referentie. De bosontwikkeling hangt ruimtelijk landschappelijk en ecologisch samen met het waardevolle buitendijkse bos langs de kustzone van het IJmeer. Het ontwikkelen van bos draagt bij aan verschillende oplossingen: ruimtelijk vergroot bos het landschappelijk laadvermogen voor de grootschalige stedelijke en infrastructurele ontwikkelingen. Het natte bos is een klimaatadaptieve oplossing: het biedt ruimte voor waterbuffering en mogelijk zelfs als noodoverloopgebied ten behoeve van een toekomstbestendig boezemsysteem. Het bos zelf legt CO2 vast en geeft zuurstof af, en wordt een oase van koelte in hete perioden. Bovendien is de vernatting een kans om de forse bodemdaling in grote delen van het gebied te stoppen en ook daarmee CO2-uitstoot terug te dringen.
In de doorontwikkeling van het bos, en omliggende gebieden, kan worden bijdragen aan een verdere verhoging van de biodiversiteit én verbetering van de waterkwaliteit, mits dit zorgvuldig wordt begeleidt. Dit leidmotief verder bij aan een herkenbaarder, aantrekkelijker én meer onderscheidend landschapsprofiel van de Diemerscheg. De herkenning maakt bekender, en bekend maakt bemind. Door het recreatieve programma bijpassend te maken ontstaat meerwaarde aanvullend op andere groengebieden
en scheggen, en wordt het profiel ook in gebruik en beleving verder versterkt. Functies die een draagkrachtige bodem en goede ontsluiting voor grote hoeveelheden mensen vereisen, bijvoorbeeld grootschalige evenementen, zijn niet passend. Wel passend zijn bijvoorbeeld extensieve groenfuncties als wandelen over kade-, vlonder-, laars- en struinpaden: een ‘Boardwalk Paradise’. De hond uitlaten kan hier nog steeds. Maar ook natuurbeleving en -activiteiten, otterspotten en ringslangexcursies, buitensport met misschien wel ruimte voor ‘mudraces’, varen en kanoën, natuurspelen, etc. zijn hier denkbaar. Na afloop kan men terecht bij bierproeverij House of Bird, die de ingrediënten voor haar speciaalbieren onder andere uit het bos haalt. Belangrijk is om uit te gaan van een zorgvuldige en haalbare transformatie- en uitbreidingsstrategie voor het bos: voorkom dat ‘het kind met het badwater wordt weggegooid’. Ook hoeft niet alles dicht bos te zijn, ook opener delen zijn onderdeel van het bosecosysteem. De afstand van het bos tot de linten van bijvoorbeeld de Gaasp worden in stand gehouden. Nader onderzoek, check op haalbaarheid, het opstellen van een strategisch omvormingsplan inclusief slimme zonering voor natuur- en recreatieve functies en zicht op het effect op de beheerskosten, zijn dan ook logische vervolgstappen.
In deze vervolgstappen kan de samenspraak met stakeholders in het gebied goed worden georganiseerd. Een andere stap is om voor de natuurlijke eenheden binnen de voormalige Gemeenschapspolder te streven naar één beherende organisatie. Dit draagt bij aan de herkenbaarheid en het aaneengesloten karakter van het toekomstige Natte Klimaatbos. Concreet voorbeeld is het eenduidig toepassen van een ‘huisstijl’ voor het bos. 47
‘Sterke stadsrandparken’
a r ti s
48
t im
s pr e
sio
n
5.
Benut de vraag naar stedelijke groenfuncties om de parken in de
stadsrand van Diemen en Amsterdam-Zuidoost tot aantrekkelijker en levendiger parkgebieden te ontwikkelen. De ligging nabij stedelijk gebied dat compacter en voller zal worden, de goede ontsluiting voor verschillende vervoersmodaliteiten en de fysieke ruimte die er in de groene stadsrandzones is, maakt deze gebieden uitermate geschikt voor het toevoegen of verder uitbouwen van stedelijke groenfuncties. Programma als sport en spel, educatie, ontmoeting, stadslandbouw, zwemmen, kleinschalige evenementen, etc. zijn, mits zorgvuldig ingepast en ontworpen, hier passend en maakt deze parkgebieden aantrekkelijker, levendiger en veiliger voor meer mensen. De programmatische opgave gaat niet alleen over inpassing van de afzonderlijke functies, maar juist de zoektocht naar slimme functiecombinaties. Het betreft een integrale inrichtingsopgave om te komen tot een veilig, openbaar toegankelijk en aaneengesloten parkgebied waar ook een verbeterde inrichting voor klimaatadaptatie en stadsnatuur en het werken aan een samenhangend groenblauw netwerk van recreatieve verbindingen onderdeel zijn.
Door in deze parken meer ruimte te bieden voor intensiever programma, wordt tegelijk het natte klimaatbos ontzien van deze ruimteclaims, waardoor het meer landschappelijke en natuurlijke karakter en het daar passende programma volop tot ontwikkeling kan komen. Het versterkte onderscheid tussen deze gebieden draagt weer bij aan een duidelijker gedefinieerde stadsrand. De lopende programma’s voor de ontwikkeling van de Gaasperplas en het Diemerpark zijn voorbeelden van grotere ontwikkelingen die leiden tot kwaliteitsverbetering van deze parkgebieden, aansluitend op de omschreven inzet. Maar ook kleinere ontwikkelingen kunnen hierin erg betekenisvol zijn, zo wordt er nagedacht over het realiseren van een kleinschalig zwemstrandje nabij de huidge natuurbelevingssteiger aan de Diem. Dit soort relatief beperkte ingrepen zijn zonder al te grote ruimtelijke gevolgen, maar voor veel mensen een welkome voorziening.
49
‘Attractief energielandschap’
a r ti s
50
t im
s pr e
sio
n
6.
Ontwikkel een state-of-the-art en attractief energie-landschap
gekoppeld aan de zware infrastructuur en objecten. We omarmen de aanwezigheid van een landelijke energieknoop in de Diemerscheg en staan open voor mogelijkheden om deze laag van het landschap te versterken. We sluiten de inpassing van nieuwe opweklocaties voor schone energie daarom niet uit. Afwegingen hiervoor worden gemaakt in Regionale Energiestrategiën*. Vanuit dit ontwikkelperspectief geven de volgende inzet mee: Eventuele windturbines worden ruimtelijk gekoppeld aan de zware infrastructuren van spoor, weg en kanaal. De overige groene ruimten worden met dit ordeningsprincipe zoveel mogelijk vrij gehouden van verdere ruimtelijke versnippering. Zo leent de grote maat en het lineaire karakter van het Amsterdam Rijnkanaal zich op landschappelijk schaal bijvoorbeeld voor de aanleg van een statige ‘windallee’. Nadere ruimtelijke studies, op landschappelijke schaal en dus gemeentegrensoverstijgend, moeten inzichtelijk maken of inpassing langs meer lijnen mogelijk is. Ook de inpassing van zonopweksystemen wordt niet uitgesloten, maar deze worden dan bij voorkeur gekoppeld aan bestaande objecten of verhardingen. Denk aan zonnepanelen in fietspaden, gecombineerde zon-geluidsschermen langs de snelwegen of een klein zonnedak als onderdeel van een recreatief knooppunt.
Voor grootschalige zonneakkers zien we vanuit ecologisch en landschappelijk perspectief geen ruimte in de Diemerscheg. Hiervoor is de groene ruimte te schaars, en de potentiele ruimte binnenstedelijk, met name op daken, nog te groot.
ruimte eerst gezocht op de bermtaluds langs de snelwegen, in samenwerking met Rijkswaterstaat. In de afweging dient de ecologische waarde als ecologische corridorwerking die de bermtaluds nu vertegenwoordigen te worden meegenomen. Er wordt veel aandacht besteedt aan een zorgvuldige landschappelijke en ecologische inpassing. Daarbij stellen we ons voor dat (een gedeelte van) de opbrengsten uit energie-opwek ten goede komen aan kwalitatieve investeringen in het gebied. Eventuele schade wordt ruimhartig gecompenseerd. We zien voor eventuele nieuwe energieobjecten een architectonische ontwerpopgave op alle schaalniveaus, waarbij we ons ten doel stellen om het resultaat een attractie op zichzelf te laten zijn. Nu al kunnen we de imposante constructies van de vernieuwde weg- en spoorinfrastructuur in de Diemerscheg bewonderen, straks ook hightech parels van duurzame energieopwek-installaties? Het verhaal achter de energietransitie is ingewikkeld, maar ook heel interessant. Met de hiervoor beschreven zorgvuldige inpassingsopgave in het achterhoofd zien we ook ruimte voor initiatieven die passen bij de grote beweging van de energietransitie, en bijdragen aan energie als verhaallaag van de Diemerscheg.
Mocht er vanuit integrale afwegingen in de Diemerscheg toch wordt gezocht naar ruimte voor grootschalige zonneakkers dan wordt deze
Als voorbeeld: biedt de (over-)ruimte rondom de Diemercentrale geen mooie kans voor het ontwikkelen van een educatief energiepark? Dé plek waar alles op het gebied van energie en de transitie hiervan te leren, te beleven en te bespreken is en daarmee ook kan bijdragen aan inzicht en draagvlak voor de transitie.
* Zie voor meer informatie: www.nationale-energiestrategie.nl
51
‘Levende linielandschappen’
a r ti s
52
t im
s pr e
sio
n
7.
Werk samen met de provincie Noord-Holland aan het behoud
en de ontwikkeling van het monumentaal landschap Werelderfgoed Hollandse Waterlinies. We beschouwen het linielandschap, net als in de andere scheggen, als prachtige en tot de verbeelding sprekende landschapsbestemming in de route stadscheg-landschap. Ook zijn er in dit landschap tal van plekken en ruimtes die zich lenen voor recreatieve, educatieve en creatieve activiteiten voor mensen uit de stedelijke gebieden. De provincie Noord-Holland is ‘site holder’. We werken als overheidspartners actief inhoudelijk samen aan lopende en nieuwe initiatieven voor programma’s aan het behoud en de ontwikkeling van dit monumentale landschap. Concreet reeds uitgevoerd project is het Paviljoen Puur in Fort Diemerdam. Een kans is het ruimtelijk beter inpassen en aangrijpen van de Diemer Batterijen (kleine verdedigingswerken) als poort in het entreegebied bij Diemen.
53
Het ontwikkelperspectief Diemerscheg
‘Verbindende landschapsboulevards’ 54
‘Hoge biodiversiteit’
‘Subliem recreatienetwerk’
‘Groot nat klimaatbos’
8.
Zet in op meer bekendheid en betrokkenheid van de
Diemerscheg, werk hiervoor met een gezamenlijk motto! Met het ontwikkelperspectief hebben we een gezamenlijk gebiedsprofiel in handen waarmee we kunnen werken aan meer bekendheid van en betrokkenheid bij de ontwikkeling van de Diemerscheg. Een aansprekend motto helpt hierbij en we willen dit motto graag samen met burgers en bedrijven die zich hierdoor aangesproken voelen gaan bepalen. Bijvoorbeeld door het uitschrijven van een prijsvraag. Om te prikkelen doen we alvast een schot voor de boeg: De Diemerscheg is de moderne variant op de verdedigingslinies van weleer, die de stad tegen vijandige invasies moest beschermen. De dreiging komt nu voort uit klimaatverandering, een te hoge uitstoot van broeikasgassen en het verlies aan een groene en gezonde leefomgeving door de toenemende verstedelijking. Het ontwikkelperspectief is het toekomstperspectief voor de Diemerscheg in samenhang met de stedelijke omgeving. Het natte klimaatbos beschermt stedelijk gebied tegen
‘Sterke stadrandparken’
‘Attractief energielandschap’
wateroverlast en biedt koelte aan inwoners op hete dagen. De landschappelijk ingepaste duurzame opwek voorziet in de vraag naar schone energie. Voor de inwoners is het gebied goed bereikbaar, de kwaliteiten zijn goed beleefbaar en het gebied biedt ruimte voor recreatie als tegenwicht voor het drukke bestaan in een compactere stad. De mooie en comfortabele verbindingen tussen stad en land, de rustige en verborgen groene oases, hoge biodiversiteit maar ook de mogelijkheden voor nieuw en onderscheidend recreatief en educatief programma zoals het ‘Energiepark Diemercentrale’ en het ‘Boardwalk Paradise’ maken het gebied bekend en bemind. Er is hier echt wat te ontdekken en te beleven!
‘Diemerscheg: dé avontuurlijke klimaatscheg van de metropoolregio Amsterdam!’
‘Levend linielandschap’ 55
56
Colofon
Vastgesteld door de Stuurgroep Diemerscheg, april 2021 Stuurgroep Diemerscheg Matthijs Sikkes-van den Berg, gemeente Diemen Jakob Wedemeijer, stadsdeel Amsterdam Zuidoost (voorzitter) Maarten Miner, gemeente Weesp (tot begin 2021) Carin Ogier, gemeente Weesp (vanaf begin 2021) Barbara Boudewijnse, gemeente Gooise Meren Riena Tienkamp, Staatsbosbeheer Bea de Buisonje, Waterschap Amstel Gooi en Vecht Projectgroep Diemerscheg Marja van Nieuwkoop, gemeente Amsterdam Anke Pet, gemeente Diemen Antoinette Soede, gemeente Gooise Meren Jan van Assema, Staatsbosbeheer Wim Roozenbeek, groengebied Amstelland Kernteam Ontwikkelperspectief Diemerscheg Marja van Nieuwkoop, gemeente Amsterdam - procestrekker Paul van Hoek, gemeente Amsterdam - inhoudelijk trekker Jeroen Castricum, gemeente Amsterdam Jesse van Rijswijk, gemeente Amsterdam Marijke Bruinsma, gemeente Diemen Suzanne Brugmans, gemeente Diemen Antoinette Soede, gemeente Gooise Meren Robert Graat, Staatsbosbeheer Overige bijdragen: Bart Specken, Kirsten Vendrig, Maartje Faasen, Waternet (fase tot 70%-versie) Tom Schoenmaker en Fieke Vlaar, Waternet (afrondingsfase) Liza Beenke, gemeente Gooise Meren (fase tot 70%-versie) Casper de Groot, Allard van Leerdam (Staatsbosbeheer, werksessies ‘Nat Klimaatbos’) Christiaan van Zanten, Regio Gooi- en Vechtstreek
• • • • • •
Foto’s in dit document zijn afkomstig van de Nationale Beeldbank, Fotobank Gemeente Amsterdam of komen uit een collectie van zelf gefotografeerde beelden, tenzij anders vermeld. (Geografische) kaarten en sfeerbeelden in dit document zijn geproduceerd door de gemeente Amsterdam, eventueel aangevuld met kaartmateriaal van Provincie Noord-Holland en Waterschap Amstel, Gooi en Vecht, tenzij anders vermeld. Historische kaarten in dit document zijn afkomstig van www.topotijdreis.nl, tenzij anders vermeld. Historische kaart op pagina 11 is afkomstig uit “Historisch archief van waterschap Amstel, Gooi en Vecht”, toegankelijk via www. archieven.nl (diginummer: 020475). Beeld- en tekstmateriaal in de bijlagen is afkomstig van de publicatie ‘INTENS’ van Vereniging Deltametropool. Analysekaarten zijn opgezet vanuit in 2018 openbaar beschikbare GIS-dataset.
57
58
Bijlagen 1. Atlas analysekaarten 2. Deelresultaat MRA gebiedsateliers Gooi en Vechtsreek - Diemerscheg
59
60
Bijlage 1: Atlas analysekaarten
61
62
63
64
65
66
67
68
69
70
71
72
73
74
75
76
77
Pleidooi Pleidooi Zowel de vraag naar beleving van het landschap als de noodzaak om erin Zowel de vraag naar beleving van het landschap als de noodzaak om erin urgente ruimtelijke uitdagingen aan te pakken, maakt het MRA landschap urgente ruimtelijke uitdagingen aan te pakken, maakt het MRA landschap in de toekomst zeer INTENS. Dat de groeiende intensiteit van het MRA in de toekomst zeer INTENS. Dat de groeiende intensiteit van het MRA landschap onontkoombaar is, betekent niet dat we niets te kiezen hebben. landschap onontkoombaar is, betekent niet dat we niets te kiezen hebben. Integendeel, slimmeen enbreed breed gedragen ruimtelijke keuzes zijnenige de enige Integendeel, slimme gedragen ruimtelijke keuzes zijn de manier landschapvan vandede MRA aantrekkelijk te houden én een manier om om het het landschap MRA aantrekkelijk te houden én een antwoord vindenop opde degrote grote uitdagingen Op zichzelf antwoord te te vinden uitdagingen vanvan nu. nu. Op zichzelf nietsniets nieuws, want de regio heeft een lange traditie van aanpassingen nieuws, want de regio heeft een lange traditie van aanpassingen in hetin het landschap, zoals zoals het van Flevoland eeneen antwoord was op deop de landschap, hetdroogmaken droogmaken van Flevoland antwoord was vragen van toen. Dit pleidooi reikt hiervoor vier handvatten aan. vragen van toen. Dit pleidooi reikt hiervoor vier handvatten aan. 1.
Een nieuwe blik op de basis-
2. Ruimte en urgentie voor het comhet landschap, komen in de kern 2. Ruimte en urgentie voor het comhet landschap, komen in de kern bineren van initiatieven en opgaven vaak neer op twee regelknoppen van bineren van initiatieven en opgaven vaak neer op twee regelknoppen van Sommige opgaven zijn bijna univerde MRA: water en koolstofdioxide. Sommige opgaven zijn bijna univerMRA: water koolstofdioxide. sele opgaven die men overal mee kan In alle de windstreken van en de regio lag sele opgaven die men overal mee kan In alle windstreken en moet verbinden. Deze opgaven de keuze op tafel: waar gaanvan wede hetregio lag moet verbinden. Deze opgaven veenweidegebied de keuze op tafel: waar gaan we het zijnen woningproductie, energietransivernatten tot het woningproductie, energietransi- nauwelijks veenweidegebied vernatten uitstoot,tot het tie,zijn recreatie en toerisme, agrarische meer zakt en CO 2 tie, recreatie toerisme, agrarische met behoud nauwelijks meer zakt en CO2 uitstoot, van een uniek zuivel—— Drie kustzones: de Noordzeetransformatie enen natuur en ecologie. En waarvan gaan weuniek over zuivelkust, de kustzones: oude Markermeerkust en de Dat deze opgaven,en ook in de ateliers, met behoud een —— Drie de Noordzeetransformatie natuur en ecologie.
landschap? volgende fase aangroei Flevolandkust steeds gekoppeld worden, te ateliers, naar de landschap? En van waar gaan we over kust, de oude Markermeerkust en de Dat deze opgaven, ookvalt in de van nieuw of moerasbos, —— Twee macrogradiënten: de duiverklaren de grote dynamiek naarveen de volgende fase zonder van aangroei Flevolandkust steeds vanuit gekoppeld worden, valt te slaan veen we het nenTwee en demacrogradiënten: Utrechtse Heuvelrug opverklaren korte termijn en grote financievan nieuw ofregenwater moerasbos, zonder —— de duivanuit de grote dynamiek boer? Waar op een aantrekkelijke manier op, zo—— Twee ‘powerpolders’: Flevoland ringsstromen van deze opgaven, of boer? Waar slaan we het regenwater nen en de Utrechtse Heuvelrug op korte termijn en grote financiedat we droge voeten houden, een frisen de Haarlemmermeer uit de urgentie en schaal waardoor op een aantrekkelijke manier op, zo—— Twee ‘powerpolders’: Flevoland ringsstromen van deze opgaven, of se wind in de zomer, en een reserve—— Twee verdedigingslinies: de Stelze snel op tafel komen. Ook zijn er datvoor we in droge voeten houden, een frisen de Haarlemmermeer uit de urgentie en schaal waardoor voorraad de droge maanden? ling van Amsterdam en de Nieuwe opgaven waarmee weinig werd gese wind in de zomer, en een reserve—— Twee verdedigingslinies: de Stelze snel op tafel komen.
Ook zijn er Hoe verkleinen we onze koolstof-voeHollandse Waterlinie koppeld, omdat ze bijvoorbeeld nog voor in de droge ling enwaterpark: de Nieuwe opgaven waarmee weinig door zoveel mogelijk zelf inmaanden? ——van EenAmsterdam metropolitaan weinig tastbaar zijn, zoals in hetwerd gevalge- tafdrukvoorraad Hoe verkleinen we onze koolstof-voeHollandse koppeld, omdat ze bijvoorbeeld duurzame energiebehoefte Gooimeer Waterlinie - IJmeer - Markermeer van de Circulaire economie en Smartnog de eigen De oogst van ideeën en concepten uit de gebiedsateliers tafdruk zoveel mogelijk zelf in —— waterpark: weinig tastbaar zijn, zoals in het gevalte voorzien? Endoor hoe verzilveren we ——Een Eenmetropolitaan palet van veenpolders: Walandscapes. Meerdere koppelingen van energiebehoefte de CO2 terland, Amstelland, etc. vragen omCirculaire een versterking van het de eigen duurzame Gooimeer - IJmeer - Vechtland Markermeer van de economie en Smartde compensatie-gelden De oogst van ideeën en concepten uit de gebiedsateliers in de regio, die voorlopig landschappelijke casco. te voorzien? En hoe verzilveren we —— Een palet van veenpolders: Walandscapes. Meerdere koppelingen kampioenen bestaan? Devragen schuurpunten dilemma’s van het nog zullen de compensatie-gelden van de CO2 terland, Amstelland, Vechtland etc. om eenenversterking Het valt op dat sommige dielandschappelijke ontstonden tijdenscasco.