6.1 Toelichting bestemmingsplan Stedelijk gebied-herziening De Weesperschool
Tekst van het document
Stedelijk Gebied - herziening De Weesperschool gemeente Weesp bestemmingsplan voor vaststelling 6 april 2021
Stedelijk Gebied - herziening De Weesperschool
Inhoudsopgave
Toelichting
3
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Begrenzing plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer
3 3 3 5 6
Hoofdstuk 2 Beleidskader 2.1 Rijksbeleid 2.2 Provinciaal beleid 2.3 Regionaal beleid 2.4 Gemeentelijk beleid
7 7 9 10 11
Hoofdstuk 3 Beschrijving en analyse plangebied 3.1 Ontstaansgeschiedenis 3.2 Huidige stedenbouwkundige en functionele structuur van Hogewey
20 20 20
Hoofdstuk 4 Uitgangspunten 4.1 Ruimtelijk kader 4.2 Uitwerking 4.3 Het plan 4.4 Indicatieve planning
22 22 23 24 27
Hoofdstuk 5 Milieu- en gebiedsaspecten 5.1 Verkeer 5.2 Bodem 5.3 Archeologie, aardkundige waarden en cultuurhistorie 5.4 Akoestiek 5.5 Luchtkwaliteit 5.6 Externe veiligheid 5.7 Bedrijven en milieuzonering 5.8 Water 5.9 Natuur 5.10 Kabels en leidingen 5.11 Milieueffectrapportage
28 28 29 30 33 35 35 36 37 40 42 42
Hoofdstuk 6
Juridische planbeschrijving
44
Hoofdstuk 7
Economische uitvoerbaarheid
45
Hoofdstuk 8 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 8.1 Vooroverleg 8.2 Participatie 8.3 Ontwerpfase en vaststelling
2
46 46 46 46
Stedelijk Gebied - herziening De Weesperschool
Toelichting Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Met het samengaan van de Jan Woudsmaschool en de Kors Breijerschool en de daarop volgende verhuizing naar de “Brede School Kors Breijer” zijn de voormalige schoolgebouwen leeg gekomen. Voor het gebouw van de Jan Woudsmaschool is geen alternatief gevonden binnen de huidige maatschappelijke bestemming. Na enkele jaren niet meer in gebruik te zijn geweest als school, werd de oude Jan Woudsmaschool in december 2016 gesloopt. In diverse (beleid)stukken is richting gegeven aan de ideeën die er zijn in het kader van de herontwikkeling van de locatie van de voormalige Jan Woudsmaschool. Het ruimtelijk kader, dat op 8 juni 2017 is vastgesteld door de raad van de gemeente Weesp, geeft de vertaling van deze stukken weer en vormt het toetsingskader voor de ontwikkeling van de locatie. Inmiddels is een partij geselecteerd die binnen deze kaders de ontwikkeling ter hand zal nemen. De ontwikkeling behelst de bouw van woningen. Het plan bevat in totaal 80 appartementen en 8 rijwoningen. Daarvan zullen de appartementen worden aangeboden in het betaalbare segment (huur en/of koop), voornamelijk bestemd voor bewoning door jongeren tot 23 jaar. Om het project mogelijk te maken wordt het geldende bestemmingsplan 'Stedelijk Gebied' ter plaatse (partieel) herzien. Dat wil zeggen dat de planverbeelding gedeeltelijk wordt aangepast door de bestemmingen van de gronden te veranderen.
1.2
Begrenzing plangebied
De ontwikkellocatie is gelegen in de wijk Hogewey, aan de noordwestzijde van Weesp. Op navolgende afbeelding is de ligging van de locatie getoond.
3
Stedelijk Gebied - herziening De Weesperschool
Het plangebied van het Ruimtelijk Kader is groter dan de voormalige Jan Woudsmaschool om de ontwerpvrijheid zo groot mogelijk te doen zijn. Behalve de schoollocatie maakt ook het plantsoen aan de overzijde van de Sinnigevelderstraat deel uit van het plangebied. Voor dit bestemmingsplan worden de plangrenzen bepaald door de vraag welke gronden herziening van bestemming vergen om het nieuwe bouwplan te kunnen realiseren. Daarmee wijken de bestemmingsplangrenzen, om juridisch-technische reden, enigszins af van de projectgrenzen van het Ruimtelijk Kader. Op onderstaande afbeelding zijn de plangrenzen getoond.
4
Stedelijk Gebied - herziening De Weesperschool
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Ter plaatse geldt het bestemmingsplan 'Stedelijk Gebied' door de raad van de gemeente Weesp op 27 juni 2013 en (na uitspraak van de Raad van State) op 28 mei 2015 is vastgesteld.
5
Stedelijk Gebied - herziening De Weesperschool
De ter plaatse geldende bestemmingen zijn: 1. Groen 2. Maatschappelijk 3. Verkeer - Verblijf Binnen de bestemming Maatschappelijk mag een gebouw met een hoogte van maximaal 10 meter worden gebouwd. De bestemming omvat educatieve, sociaal-medische en levensbeschouwelijke voorzieningen, voorzieningen ten behoeve van sport en sportieve recreatie en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening en daarmee gelijk te stellen sectoren, met ondergeschikte horeca ten dienste van deze voorzieningen.
1.4
Leeswijzer
In de toelichting wordt een en ander op de volgende wijze omschreven: Hoofdstuk 2 beschrijft, voor zover relevant, in hoofdlijnen de beleidsdocumenten die door de te onderscheiden overheden ten aanzien van het plangebied zijn gepubliceerd. Dit geeft een impressie van het beleidskader van onderhavig bestemmingsplan. Vervolgens wordt een analyse van het plangebied weergegeven. Hierbij gaat het zowel om de ruimtelijke structuur als de aanwezige functies en de onderlinge samenhang daartussen (hoofdstuk 3). Hoofdstuk 4 bevat alle uitgangspunten van het bestemmingsplan. In hoofdstuk 5 komen milieutechnische en civieltechnische randvoorwaarden in het plangebied aan de orde. Hoofdstuk 6 geeft een toelichting op de manier waarop de planregels in combinatie met de verbeelding (plankaart) moeten worden gelezen. In hoofdstuk 7 wordt aangegeven of het plan economisch uitvoerbaar wordt geacht. De maatschappelijke uitvoerbaarheid wordt beschreven in hoofdstuk 8.
6
Stedelijk Gebied - herziening De Weesperschool
Hoofdstuk 2
Beleidskader
2.1
Rijksbeleid
2.1.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
Op 22 november 2011 is onder aanvaarding van een aantal moties door de Tweede Kamer de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) aangenomen. De SVIR is op 14 maart 2012 in werking getreden. De SVIR zet twee zaken helder neer. Een scherp kader voor prioritering in het Infrafonds en een selectief ruimtelijk beleid dat meer overlaat aan provincies en gemeenten. Minder nationale belangen en eenvoudigere regelgeving. Zo laat het Rijk de verantwoordelijkheid voor de afstemming tussen verstedelijking en groene ruimte op regionale schaal over aan provincies. Daarmee wordt bijvoorbeeld het aantal regimes in het landschapsen natuurdomein fors ingeperkt. Voor de Stelling van Amsterdam en de Nieuwe Hollandse waterlinie als (voorlopig) UNESCO werelderfgoedgebied blijft het Rijk in het kader van de internationale afspraken hierover verantwoordelijk. De (boven)lokale afstemming en uitvoering van verstedelijking wordt overgelaten aan (samenwerkende) gemeenten binnen provinciale kaders. Afspraken over percentages voor binnenstedelijk bouwen, Rijksbufferzones en doelstellingen voor herstructurering laat het Rijk los. Het voorliggende project betreft een binnestedelijke ontwikkellocatie waarover de SVIR geen beleidsuitspraken doet. 2.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Het 'Besluit algemene regels ruimtelijke ordening' (Barro) bevestigt in juridische zin de kaderstellende uitspraken uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en bevat nadere regels waar bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Het Barro is op 30 december 2011 in werking getreden, met uitzondering van enkele artikelen. Het kabinet heeft vastgesteld dat voor een beperkt aantal onderwerpen de bevoegdheid om algemene regels te stellen zou moeten worden ingezet. Het gaat om de volgende nationale belangen: Rijksvaarwegen, Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote rivieren, Waddenzee en waddengebied, Defensie, Ecologische hoofdstructuur, Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, Hoofdwegen en hoofdspoorwegen, Elektriciteitsvoorziening, Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, Primaire waterkeringen buiten het kustfundament en IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte). Het rijk beëindigt de rol bij nationale landschappen, rijksbufferzones en het verstedelijkingsbeleid. In de structuurvisie worden de rijksdoelen en nationale belangen limitatief beschreven. Het voorliggende project betreft een binnestedelijke ontwikkellocatie waarover Barro geen regels stelt. 2.1.3
Besluit ruimtelijke ordening (Bro)
Teneinde een zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren dient op grond van artikel 3.1.6 Bro bij het mogelijk maken van een nieuwe stedelijke ontwikkeling gemotiveerd te worden dat de voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte. Om deze vraag te beantwoorden is de gewenste ontwikkeling aan de “ladder voor duurzame verstedelijking” getoetst. Deze is sinds 1 juli 2017 vereenvoudigd. Het doel van de ladder is een zorgvuldige ruimtelijke ordening, in termen van optimale benutting van de ruimte in het stedelijk gebied. Met de ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd. Er dient aangetoond te worden dat er een behoefte bestaat aan de nieuwe invulling van de projectlocatie en dat hiervoor beschikbare gronden in bestaand stedelijk gebied kunnen worden benut. In het per 1 oktober 2012 aangevulde Besluit ruimtelijke ordening (Bro), is een artikel lid aan artikel 3.1.6 Bro toegevoegd. Dit artikel lid is in 2017 gewijzigd. In artikel 3.1.6, tweede lid, van Bro is voorgeschreven dat indien bij een bestemmingsplan 'een nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk wordt gemaakt, in de toelichting van het bestemmingsplan een verantwoording daarvan moet plaatsvinden. Dit is de 'ladder voor duurzame verstedelijking' dat een instrument is voor efficiënt ruimtegebruik.
Artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro luidt:
7
Stedelijk Gebied - herziening De Weesperschool
"De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” Bepaald moet worden of er sprake is van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' zoals bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro: “Ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Het plan wordt aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject. Teneinde een zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren dient bij het mogelijk maken van een nieuwe stedelijke ontwikkeling gemotiveerd te worden dat de voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte. Om deze vraag te beantwoorden is de gewenste ontwikkeling aan de “ladder voor duurzame verstedelijking” getoetst. Het doel van de ladder is een zorgvuldige ruimtelijke ordening, in termen van optimale benutting van de ruimte in het stedelijk gebied. Met de ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd.
Er dient aangetoond te worden dat er een behoefte bestaat aan de nieuwe invulling van de projectlocatie en dat hiervoor beschikbare gronden in bestaand stedelijk gebied kunnen worden benut. Woningbehoefte Uit de Regionale woonvisie en de Regionaal Actieprogramma Gooi en Vechtstreek 2016-2020 (zie paragraaf 2.3.1) blijkt dat er een grote behoefte is aan nieuwe woningen. Deze woningen moeten vooral binnenstedelijk worden gerealiseerd, door verdichting en door transformatie en herstructurering van overbodige kantoren en bedrijventerreinen, zoals dat nu in dit ontwerpbestemmingsplan wordt voorzien. Benutting van beschikbare gronden in bestaand stedelijk gebied De in dit ontwerpbestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkeling van woningen bevindt zich binnen bestaand stedelijk gebied. Gelet op de grote behoefte aan woningen en de ligging in bestaand stedelijk gebied voldoet dit bestemmingsplan aan de ladder voor duurzame verstedelijking. 2.1.4
Erfgoedwet
Rijksmonumenten worden beschermd in het kader van de Erfgoedwet. De cultuurhistorische objecten die zeldzaam of schaars zijn en die voor mensen in hoge mate het beeld van Nederland bepalen, worden aangewezen als monumenten. In de Erfgoedwet is vastgelegd hoe monumenten van bouwkunst en archeologie en stads- en dorpsgezichten moeten worden beschermd. Ter uitvoering van de beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg (MoMo, 2009) schrijft artikel 3.1.6, tweede lid, onder a, Bro voor dat gemeenten in de toelichting van het bestemmingsplan een beschrijving geven van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. De Rijksoverheid wil er hiermee voor zorgen dat er in de monumentenzorg niet alleen oog is voor het monument zelf, maar ook voor de omgeving ervan en het gebied op zichzelf: het zogenaamde gebiedsgerichte erfgoedbeleid. Bij voorbereiding van een bestemmingsplan zullen gemeenten een analyse moeten maken van de cultuurhistorie in een plangebied en daar conclusies aan moeten verbinden die in het bestemmingsplan verankerd worden. Voor het grondgebied van de gemeente Weesp is de archeologische verwachtingswaarde bekend. Hierop wordt in paragraaf 5.3 nader ingegaan. Op de nu voorliggende ontwikkellocaties zijn er geen cultuurhistorische of archeologische waarden in het geding.
8
Stedelijk Gebied - herziening De Weesperschool
2.1.5
Rijksbeleid voor water
Op 22 december 2009 is de Waterwet in werking getreden. In de Waterwet zijn alle vergunningen betreffende 'water' opgenomen. Met de Waterwet zijn Rijk, waterschappen, gemeenten en provincies beter uitgerust om wateroverlast, waterschaarste en waterverontreiniging tegen te gaan. Ook voorziet de wet in het toekennen van functies voor het gebruik van water zoals scheepvaart, drinkwatervoorziening, landbouw, industrie en recreatie. Afhankelijk van de functie worden eisen gesteld aan de kwaliteit en de inrichting van het watersysteem. Onderdeel van het Rijksbeleid is de invoering van de watertoets. De watertoets dient te worden toegepast op nieuwe ruimtelijke plannen, zoals bestemmingsplannen, inpassingsplannen, projectbesluiten en buitentoepassingsverklaringen. Als een gemeente een ruimtelijk plan wil opstellen, stelt zij de waterbeheerder vroegtijdig op de hoogte van dit voornemen. De waterbeheerders stellen dan een zogenaamd wateradvies op. Het ruimtelijk plan geeft in de waterparagraaf aan hoe is omgegaan met dit wateradvies. Het Watertoetsproces is verankerd in het Besluit op de ruimtelijke ordening (2003).
Toetsingscriteria in de watertoets zijn: veiligheid, regionale- en locale wateroverlast, rioleringssysteem, watervoorziening, volksgezondheid, bodemdaling, grondwateroverlast, oppervlaktewaterkwaliteit, grondwaterkwaliteit, verdroging en natte natuur (Handreiking watertoets, 2003). Op verzoek van het Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV) is alle waterinformatie in een aparte waterparagraaf opgenomen (paragraaf 5.8). Deze paragraaf omvat tevens het beleidskader voor water, op Rijksniveau betreft dit het 'Waterbeleid voor de 21e eeuw'.
2.2
Provinciaal beleid
2.2.1
Omgevingsvisie
De nieuwe omgevingsvisie is op 19 november 2018 vastgesteld en sinds 7 december 2018 in werking. De provincie wil balans tussen economische groei en leefbaarheid. Dit betekent dat in heel Noord-Holland een basiskwaliteit van de leefomgeving wordt gegarandeerd. Er zijn randvoorwaarden geformuleerd hoe om te gaan met klimaatverandering. De provincie ontwikkelt zoveel mogelijk natuurinclusief en met behoud van (karakteristieke) landschappen, clustert ruimtelijke economische ontwikkelingen rond infrastructuur en houdt rekening met de ondergrond. In de visie zijn vijf bewegingen met ontwikkelprincipes beschreven voor de ontwikkeling van de leefomgeving. 1. Dynamisch schiereiland. Hierin is het benutten van de unieke ligging van Noord-Holland, te midden van water, leidend. 2. Metropool in ontwikkeling. Hierin wordt beschreven hoe de Metropoolregio Amsterdam steeds meer als één stad functioneert. 3. Sterke kernen, sterke regio's, gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden. 4. Nieuwe energie, benut de economische kansen van de energietransitie. 5. Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving, het ontwikkelen van natuurwaarden en een economisch duurzame agrarische sector staat centraal. De in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkeling ligt binnen het op de visiekaart aangewezen stedelijk gebied.
De voorziene woningbouw past hierin. Hierdoor wordt de woningvoorraad in Weesp, maar ook in de Metropoolregio Amsterdam uitgebreid. Een groot deel van de nieuwe bewoners zal in Amsterdam werken. Door de nabijheid van het station is de locatie uitstekend met de regio verbonden. 2.2.2
Omgevingsverordening NH2020
Op donderdag 22 oktober 2020 hebben de Provinciale Staten de Omgevingsverordening NH2020 vastgesteld. De Omgevingsverordening NH2020 geldt vanaf 17 november 2020 en vervangt alle bestaande verordeningen die betrekking hebben op de leefomgeving. De belangrijkste onderwerpen uit de Omgevingsvisie worden verankerd in de nieuwe
9
Stedelijk Gebied - herziening De Weesperschool Omgevingsverordening Noord-Holland. Deze heeft alle bestaande verordeningen die betrekking hebben op de leefomgeving vervangen, zoals de Provinciale Ruimtelijke Verordening, de Provinciale Milieuverordening, de Waterverordeningen en de Wegenverordening. Voor de onderhavige bestemmingsplanherziening is uitsluitend artikel 6.3 (Nieuwe stedelijke ontwikkelingen) van belang. Daarin is geregeld dat een ruimtelijk plan uitsluitend kan voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. De voor deze bestemmingsplanherziening relevante afspraken zijn paragraaf 2.3.1 toegelicht. Het bestemmingsplan is in overeenstemming met de Omgevingsverordening NH2020.
2.3
Regionaal beleid
2.3.1
Regionale woonvisie / Regionaal Actieprogramma Gooi en Vechtstreek 2016-2020
De provincie Noord-Holland vraagt vanuit haar rol als woningmarktregisseur alle regio's binnen de provincie een Regionaal Actieprogramma (RAP) Wonen 2016 t/m 2020 op te stellen. Het doel van het Regionaal Actieprogramma Wonen is om te komen tot regionaal woonbeleid in kwantitatieve en kwalitatieve zin, waarbij op regionaal niveau de afstemming tussen vraag en aanbod centraal staat. De Gooi en Vechtstreek maakt onderdeel uit van de MRA-woningmarktregio (de metropoolregio Amsterdam); in de MRA Agenda 2016 is vanuit de doelstelling de (internationale) concurrentiepositie te behouden en verstevigen een woningbouwdoelstelling opgenomen van 250.000 woningen voor de periode van 2016 tot 2040. Deze woningen moeten vooral binnenstedelijk worden gerealiseerd, door verdichting en door transformatie en herstructurering van overbodige kantoren en bedrijventerreinen. De missie van de regionale woonvisie 2030 vormt het lange termijn perspectief van de regio op het wonen. Vanuit deze missie zijn drie sleutelambities geformuleerd; deze ambities vormen de basis van de regionale woonvisie: Beweging op de woningmark t Dynamiek op de woningmarkt is geen doel op zich, maar een middel om te zorgen dat zo veel mogelijk mensen in een voor hen passende woning kunnen wonen. Het zo veel mogelijk wegnemen van belemmeringen zorgt voor maximale beweging op de woningmarkt.
Met de regionale woningtoewijzing van sociale huurwoningen via Woningnet is hierin al een belangrijke stap gezet. Met maatregelen, pilots en experimenten wordt geprobeerd de doorstromingsmogelijkheden te vergroten. Naast de sociale huursector spelen hierbij ook de (betaalbare) vrije huur- en koopsector een belangrijke rol. Identiteit en diversiteit De grote afwisseling van karakteristieke woonlandschappen in een regio met een rijke cultuurhistorie, in een afwisseling van steden en dorpen met aantrekkelijke groene en blauwe landschappen, het monumentale karakter en meer recent de concentratie van innovatieve en media gerelateerde bedrijvigheid, maakt de Gooi en Vechtstreek tot een regio met een geheel eigen identiteit. Deze identiteit is één van onze meest waardevolle assets en moet daarom behouden en versterkt worden. Het streven naar diversiteit geldt niet alleen voor de woonomgeving, maar ook voor de inwoners van Gooi en Vechtstreek. We willen een complete regio zijn voor jong en oud, rijk en arm, kleine of grote huishoudens en goed of slecht ter been. Samenwerking De regio streeft naar een open en transparante samenwerking met alle partners die betrokken zullen zijn bij het behalen van de ambitieuze missie uit deze regionale woonvisie. De Gooi en Vechtstreek heeft een traditie als het gaat om samenwerking op het beleidsveld wonen.
Deze samenwerkingsvormen worden de komende jaren gecontinueerd en waar nodig uitgebreid. Het RAP als uitwerking van de regionale woonvisie geldt daarbij als samenwerkingsagenda. Opgaven vanuit de bouwende regio: kwantitatieve opgave nieuwbouw en transformatie De verwachte huishoudensgroei is de belangrijkste onderlegger voor het regionaal vraaggestuurde bouwprogramma De meest recente huishoudensprognose van de provincie Noord-Holland laat zien dat
10
Stedelijk Gebied - herziening De Weesperschool er tussen 2015 en 2030 nog circa 11.000 huishoudens bij komen in de regio. Dit betekent dat uitbreiding van de woningvoorraad voor de periode tot 2030 nodig blijft. In de komende jaren is de vraagdruk groter dan in de periode na 2020 vanwege inhaaleffecten van de economische crisis en instroom van nieuwe doelgroepen. Tot 2030 bevat het programma 9.250 nieuwbouwwoningen en 2.275 toevoegingen door transformaties. Het bouwprogramma 2015-2020 bevat 750 nieuwbouwwoningen per jaar en voor de periode 2020-2030 gemiddeld 550 nieuwbouwwoningen per jaar. De komende jaren vindt de woningbouw in de regio voor een groot deel plaats op een beperkt aantal grote nieuwbouwlocaties. De geplande woningbouwproductie tot 2020 en zelfs die tot 2030 kan gerealiseerd worden binnen de nu al bekende planvoorraad. Voor de lange termijn zal de regio de mogelijkheden en wenselijkheid van verdere (grootschalige) nieuwbouw onderzoeken. De gemeenten in de regio Gooi en Vechtstreek leggen jaarlijks de meest actuele plancapaciteit in de provinciale monitor vast. De actuele monitor plancapaciteit wordt gecommuniceerd en besproken in de regionale stuurgroep wonen. In het kader van de uitvoering van de per 1 maart 2017 gewijzigde PRV dienen regio’s afspraken te maken over nieuwe stedelijke ontwikkelingen.
De gemeenten in de Gooi en Vechtstreek hanteren de planmonitor als grondslag voor het jaarlijkse onderlinge overleg en afspraken over de woningbouwplannen. Het onderhavige project is met 88 woningen opgenomen in de Planmonitor.
2.4
Gemeentelijk beleid
2.4.1
Structuurvisie Weesp 2013-2030 'Weesp vertelt haar verhaal'
De structuurvisie Weesp 2013-2030 'Weesp vertelt haar verhaal' is in maart 2014 door de gemeenteraad vastgesteld. De structuurvisie geeft de strategische keuzes voor Weesp weer. Weesp heeft bijzondere kwaliteiten. Deze bijzondere kwaliteiten zijn vooral te vinden in cultuur, cultuurhistorie, zoals bijvoorbeeld de binnenstad, de vesting en de Vecht. Daarmee kan Weesp zich onderscheiden binnen de brede regio. In de structuurvisie wordt tevens ingezet op versterking van de binnenstad. De structuurvisie vormt de basis voor nieuwe ontwikkelingen en wordt concreet doorvertaald in bestemmingsplannen. De structuurvisie gaat over het hele grondgebied van de gemeente Weesp. Op onderstaande uitsnede van de visiekaart van de Structuurvisie Weesp is Hogewey aangegeven als transformatiegebied. Het bestemmingsplangebied is één van de drie aangewezen locaties die behoren tot de 'schuifruimte tussen heromtwikkelingslocaties', samen met de locatie Sinnigevelderplantsoen en de Kostverlorenlocatie.
11
Stedelijk Gebied - herziening De Weesperschool
Figuur 2.2: uitsnede visiekaart Structuurvisie Weesp 2013-2030
Hierover is in de Structuurvisie aangegeven dat de gemeente zorgvuldig wil omgaan met de bestaande groene ruimtes. Netto wil de gemeente dat de wijken niet verder verdichten. De groene ruimtes vervullen een belangrijke rol in de woonomgeving. Er kan worden 'geschoven' met groene ruimtes om bepaalde plekken robuuster te maken. Met robuust wordt ondermeer bedoeld dat er geen sprake hoeft te zijn van meer vierkante meters groen, maar dat bestaand groen duurzaam en weerbaar wordt ingericht, het bijdraagt aan natuurwaarden, verblijfs- en belevingskwaliteit en op een goede manier te beheren is. Dit kan tevens buiten het plangebied worden voortgezet. In dat verband moeten de locatie van de Jan Woudsmaschool en de omgeving van het wijkwinkelcentrum, waar kansen liggen voor herstructurering, het Sinnigvelderplantsoen met elkaar in relatie gebracht worden. Het is niet ondenkbaar dat de een locatie wordt vergroend terwijl de andere locatie iets wordt verdicht. Een deel van het Sinnigvelderplantsoen kan voor woningbouw benut worden om juist elders – bijvoorbeeld bij de herstructurering ten noorden van het wijkwinkelcentrum – groene ruimte te kunnen maken. Het gaat daarbij nadrukkelijk om een deel van het plantsoen. Gezien vanuit de structuur van de wijk kan het Sinnigvelderplantsoen een groenvoorziening op blokniveau zijn terwijl het nu een relatief grote ruimte is.
Het plantsoen kan ingezet worden om ruimte te maken op andere plekken in de wijk. Inmiddels is afgezien van bebouwing van het Sinnigvelderplantsoen. Vermeld is voorts dat de locatie van de Jan Woudsmaschool leegstaat. Deze locatie kan herontwikkeld worden. Bij deze herontwikkeling wordt een relatie gelegd met de doelstelling “robuurstere groene ruimte”. De structuurvisie is in 2013 vastgesteld en spreekt de ambitie uit om niet verder in groen te verdichten. De locatie "Jan Woudsma" wordt in de Structuurvisie genoemd als een van de locaties in de wijk
12
Stedelijk Gebied - herziening De Weesperschool Hogewey waar een herschikking van groen en "stenen" zou kunnen plaatsvinden. Verder wordt het volgende in de visie aangegeven. Door bijvoorbeeld op de ene plek wat aan groen in te leveren en op een andere plek meer groen te creëren, ontstaat de mogelijkheid om de groenbeleving in de wijk een positieve impuls te geven. Ook kan dat door op bepaalde plekken het groen anders in te richten en robuuster te maken. In de Structuurvisie is hierbij als uitgangspunt genomen dat zorgvuldig met de bestaande groene ruimtes wordt omgegaan en dat de wijk netto niet verder zal verdichten. Naast deze ambitie bestaat ook de woningbouwambitie van de gemeente, wat in dit geval leidt tot een nadere afweging van ambities. De woningbouw dient plaats te vinden binnen het bestaand bebouwd gebied, waardoor er in dit geval gebouwd gaat worden op een bestaande groenstrook. Door vaststelling van het Ruimtelijk Kader (zie daarvoor Hoofdstuk 4) heeft de gemeenteraad daarover uitspraak gedaan en de ruimte gegeven om ook te kunnen ontwikkelen in het groen. Het voorliggende plan voldoet aan het Ruimtelijk Kader, ook met betrekking tot het punt groen en de compensatie daarvan.
Vanuit de gemeente is aanvullend, een concept robuust groenplan voor de omgeving Sinnigvelderstraat opgesteld, waarbij gekeken wordt naar mogelijkheden om het verlies aan groen in de buurt, verder te compenseren door het overige groen in de buurt robuuster, aantrekkelijker en bruikbaarder te maken. Op basis van de huidige kwaliteiten, aandachtspunten en potenties van de bestaande groenstructuur wordt hierin beschreven welke concrete maatregelen genomen zouden kunnen worden om de kwaliteit van het groen te verbeteren en de situatie voor en samen met de bestaande omwonenden en de nieuwe bewoners te optimaliseren. Als projectgebied is de ruime omgeving van het bouwplan genomen, begrensd door de watergang langs Hogeweyselaan, De Gemeenschapspolderweg, De Waardschapstraat en de Amstellandlaan. In mei 2020 heeft het college ingestemd met het concept robuust groenplan omgeving Sinnigvelderstraat en besloten deze nadat het bestemmingsplan voor de (her)ontwikkeling van de voormalige Jan Woudsmaschool-locatie onherroepelijk is geworden na een participatief traject met bewoners/omwonenden vast te stellen door de raad en ten uitvoer te brengen. 2.4.2
Woonvisie 2017
De woonvisie 2016 is op 30 juni 2016 door de gemeenteraad vastgesteld maar daarbij heeft zij wel een aantal nieuwe ambities (amendementen) genoemd. De gemeenteraad heeft besloten dat deze ambities moeten worden uitgewerkt in overleg met maatschappelijk betrokken partijen. De woonvisie Weesp 2017 is een nadere uitwerking van de woonvisie Weesp 2016, waarbij de ambities verder zijn uitgewerkt. In de Woonvisie is de onderhavige projectlocatie concreet benoemd. Als ambitie is geformuleerd "Vraaggericht bouwen voor jongeren op de locatie van de Jan Woudsmaschool eventueel in combinatie met appartementen voor ouderen." (de locatie wordt inmiddels genoemd: Sinnigevelderstraat Waarschapstraat; de projectnaam die de ontwikkelaar hanteert is De Weesperschool). Voorts is beschreven dat de doelstelling is jongeren in de stad houden. Ze zorgen mede voor een bruisende stad en creëren extra draagvlak voor de voorzieningen. Jongeren zijn de toekomst van de stad. Ze zorgen voor vernieuwing en creativiteit. Voor jongeren moeten er meer woningen beschikbaar komen. De Jan Woudsmaschool wordt gezien als een geschikte locatie voor jongerenwoningen. Het wordt belangrijk gevonden dat op deze locatie vraaggericht wordt gebouwd. Daarom wordt met de jongeren uit Weesp gekeken welke woningen er gebouwd moeten worden.
Daarna worden ontwikkelaars gevraagd om samen met de jongeren een haalbaar plan uit te werken en te realiseren. Het voorliggende plan en de totstandkoming ervan is in overeenstemming met de Woonvisie.
13
Stedelijk Gebied - herziening De Weesperschool
2.4.3
Doelgroepenverordening
Op 27 mei heeft de raad de verordening doelgroepen woningbouw vastgesteld. Met deze verordening stelt de gemeente de kaders vast die gelden bij nieuwbouw van sociale koop, sociale huur en middeldure huurwoningen. De verordening is in werking getreden op 1 juli 2020. De kaders zijn onder meer de inkomens- en prijsgrenzen, oppervlakken en instandhoudingstermijnen die in bestemmingsplannen gelden. Met de verordening wordt het beleid om speculatie tegen te gaan uitgewerkt. Via bestemmingsplannen kan een gemeente percentages voor de woningcategorieën sociale huur, sociale koop en middeldure huur vastleggen. Met de verordening doelgroepen woningbouw stelt een gemeente de kaders vast. Door die combinatie heeft de gemeente de mogelijkheid te sturen op diversiteit in woningcategorieën bij nieuwbouw. In het geval van De Weesperschool is het op 8 juni 2017 door de raad van de gemeente Weesp vastgestelde ruimtelijk kader (met twee amendementen) vormt het vastgestelde beleid voor de ontwikkeling van de locatie. Daarin is de woningbouwprogrammering vastgelegd. Zie daarvoor Hoofdstuk 4 Uitgangspunten. 2.4.4
Welstandsnota Weesp
De welstandsnota van de gemeente Weesp is op 5 juli 2017 vastgesteld door de gemeenteraad. Met de welstandsnota 2017 maakt Weesp een radicale ommezwaai in het tot nu toe gevoerde welstandsbeleid. Weesp kiest voor het uitgangspunt dat bestaande woongebieden (uitgezonderd Buitenveer, de wederopbouwwijk Weesp Zuid II en de gebieden die liggen tussen het beschermd stad en dorpsgezicht en de begrenzing van de oude vesting), bedrijventerreinen en sportterreinen en volkstuincomplexen welstandsvrij zijn. De onderhavige locatie valt binnen het welstandsvrije gebied. 2.4.5
Gemeentelijk waterbeleid
Op verzoek van het Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV) is alle waterinformatie in een aparte waterparagraaf opgenomen (paragraaf 5.8). Paragraaf 5.8 'Water' omvat tevens het beleidskader voor water, op gemeentelijk niveau betreft dit het 'Gemeentelijk Rioleringsplan Weesp (versie III 2007-2012). 2.4.6
Beleidsnota hogere waarden Wet geluidhinder
Het doel van het beleid is het vaststellen van een transparant en consistent toetsingskader waaraan bij een hogere waarde procedure wordt getoetst. De gemeente vindt een goed woonklimaat (waaronder zo min mogelijk geluidsoverlast) belangrijk voor haar inwoners. Daarnaast vindt de gemeente het belangrijk dat ruimtelijke ontwikkelingen niet onnodig belemmerd worden. Er moet dus een balans zijn tussen de bescherming van het goede woonklimaat en het kunnen doorgaan van ruimtelijke ontwikkelingen. Het voorliggende bestemmingsplan maakt nieuwe woningbouw mogelijk. Uit onderzoek (zie Bijlage 4 en paragraaf 5.4) blijkt de geluidbelasting vanwege de Gemeenschapspolderweg en de Hogeweyselaan voldoet aan de voorkeursgrenswaarde conform de Wet geluidhinder. Er hoeven daarom geen hogere waarden vastgesteld te worden, het gemeentelijk beleid hoeft derhalve niet getoetst te worden. 2.4.7
Groenbeleidsplan Weesp 2019
Op 6 februari 2020 is het Groenbeleidsplan Weesp 2019 vastgesteld, dat in de plaats kwam van het Groenbeleidsplan 2007-2017. Het Groenbeleidsplan Weesp 2019 betreft een voortzetting van de koers die in het Groenbeleidsplan 2007-2017 is vastgelegd en legt tevens een nieuwe koers vast die aansluit bij het Amsterdamse Groenbeleidsplan. In het voorgaande en dus in het nu geldende Groenbeleidsplan worden bestaande en nieuwe groene koers en kaders duidelijk en compact weergegeven zodat ook de komende jaren de nadere groenuitwerking (o.a. groenbeheerplannen, meerjarenprogramma’s, herinrichtingsprojecten) eenduidig en in lijn met de bepaalde doelstellingen en ambities kunnen plaatsvinden. Daarnaast biedt het groenbeleidsplan kaders voor het groen om bij de ontwikkelingen waar de openbare ruimte van Weesp voor staat een gedegen en integrale afweging te kunnen maken op alle disciplines. Immers, groen is
14
Stedelijk Gebied - herziening De Weesperschool één van de vele disciplines en daarmee is dit groenbeleidsplan ook één van de verschillende beleidsplannen waaraan het bestuur toetst. Bij veranderingen en keuzes die de inrichting van de openbare ruimte raken, zal op de verschillende beleidskaders getoetst moeten worden. Daarmee wordt een integrale bestuurlijke afweging gemaakt. Zo behoudt en versterkt Weesp haar unieke karakter steeds meer. De cultuurhistorische waarden van Weesp bepalen de identiteit en het karakter van de gemeente. Juist deze waarden moeten behouden blijven en versterkt worden. Het groen en de bomen dragen daar in belangrijke mate aan bij. Het groen biedt ruimte voor recreatie en draagt bij aan klimaatdoelstellingen en een vitale leefomgeving. Daarnaast verbinden de Vecht en de (historische) wegen de stad met het open weidelandschap. Vanuit deze kernwaarde van Weesp zijn een zestal principes geformuleerd waarbinnen de koers voor het groenbeleid is bepaald. 1. We zorgen dat iedere Weesper toegang heeft tot kleinschalig openbaar groen dichtbij en tot grotere groengebieden iets verder weg 2. We gaan van monofunctioneel naar multifunctioneel groen in de openbare ruimte. We kiezen voor groen dat meerdere diensten levert aan mens en dier 3. We worden een natuurinclusieve stad waar gebouwd, ingericht en beheerd wordt met respect voor planten en dieren 4.
We vergroenen buurten en wijken duurzaam en samen met bewoners 5. We werken samen met bewoners, leren van elkaar en stimuleren nieuwe werkwijzen en technieken die passen bij de opgaven 6. We zorgen dat het groen goed ontworpen, aangelegd en beheerd wordt Bovenstaande punten zijn in kaart gebracht op onderstaande visiekaart. Deze kaart betreft een nadere uitwerking en actualisatie van de visiekaarten die ook in het vorige groenbeleidsplan en in de Groenvisie Vecht in Stelling zijn opgenomen.
15
Stedelijk Gebied - herziening De Weesperschool
Het aansluiten op het Amsterdamse Groenbeleidsplan betreft hier onder andere het ontwerpen volgens het handboek Groen (Puccinimethode), de Hoofgroenstructuur (HGS), ecologische structuur (ES) en de hoofdbomenstructuur (HBS). Over deze onderwerpen zal participatie plaatsvinden waarna het Groenbeleidsplan opnieuw ter vaststelling aan de raad wordt aangeboden. In het Groenbeleidsplan Weesp 2019 wordt aangegeven dat de verschillende wijken ieder hun eigen karakter hebben. Door de sterke punten uit de wijkopbouw te versterken (of te behouden) ontstaat er een duidelijke structuur. Voor de wijk Hogewey, waar het plangebied zich bevindt, gaat het vooral om grotere 'kijkgroen-zones' tussen hoogbouw. Kijkgroen kan meer gebruikt of beleefd worden door het meer als de 'tuin van de hoogbouw' te benaderen. In het plangebied is dat als zodanig opgenomen. Daartoe heeft het college in mei 2020 ingestemd met het concept robuust groenplan omgeving Sinnigvelderstraat en besloten deze nadat het bestemmingsplan voor de (her)ontwikkeling van de voormalige Jan Woudsmaschool-locatie onherroepelijk is geworden na een participatief traject met bewoners/omwonenden vast te stellen door de raad en ten uitvoer te brengen.
In dat participatief traject wordt met de buurt verder verkend aan welk soort groen meer behoefte is in de omgeving van het plangebied.Het bestemmingsplan voldoet dan ook aan het Groenbeleidsplan.
16
Stedelijk Gebied - herziening De Weesperschool
2.4.8
Bomenbeleidsplan
De gemeente Weesp heeft een Bomenbeleidsplan, dat is vastgesteld door de gemeenteraad op 7 november 2018. Met dit plan wil de gemeente in de toekomst zorg dragen voor de bomen in de stad. Het Bomenbeleidsplan beschrijft de manier waarop de gemeente met de bomen in de openbare ruimte om wil gaan. Het gemeentebestuur hecht veel waarde aan de bomen in Weesp. Ze zorgen namelijk voor een prettig leefklimaat, verhogen de biodiversiteit, ze vangen fijnstof af en zorgen voor betere waterberging. Kwaliteit Boomstructuren verbinden de stad met het omringende gebied. Maar ook binnen de gemeente, bijvoorbeeld bij de Schansen en in de verschillende wijken, zorgen bomen ervoor dat de natuur de stad in komt. De gemeente kan (en moet) niet aan iedere boom evenveel geld en tijd besteden. Daarom worden de bomen ingedeeld in drie statuscategorieën: waardevolle bomen, boomstructuren en functionele bomen. De status van de boom bepaalt hoeveel tijd, geld en aandacht de gemeente besteedt aan het behoud van de boom, en de prioriteit die de boom krijgt bij aanplant en beheer. De gemeente wil de bestaande boomstructuren behouden en zoveel mogelijk aanvullen en versterken. Boomnorm Voor de gemeentelijke bomen in de openbare ruimte is met het boombeleidsplan ook een boomnorm vastgesteld. De gemeente wil haar 19.000 inwoners minimaal 7.100 gezonde, veilige bomen bieden.
Dit komt neer op minimaal 0,4 boom per inwoner. Met deze boomnorm van 0,4 per inwoner willen we het huidige aantal bomen behouden en zorgen we dat bij nieuwbouwlocaties ook voldoende bomen aangeplant gaan worden. Naast de bestaande boomnorm is de ambitie om de toekomst een gemiddelde norm van 0.42 te behalen. Verordening De verordening voor het kappen van bomen is aangepast. De gemeente heeft met de vereenvoudiging van de verordening de regeldruk willen verminderen. Alleen voor de bomen die op de lijst met waardevolle bomen staan of deel uitmaken van de structuren zoals op de boomstructuurkaart is weergeven, is nog een vergunning nodig. De andere bomen zijn vergunningsvrij. Wel geldt een herplantplicht voor alle gemeentelijke bomen, ongeacht de status van deze boom.
2.4.9
Gemeentelijk verkeers- en vervoerplan Weesp
Het gemeentelijk verkeers- en vervoerplan (hierna: GVVP) dateert uit oktober 2007. Het GVVP beschrijft het integrale verkeers- en vervoerbeleid en levert een toetsingskader voor alle verkeers- en vervoervraagstukken in de gemeente Weesp. Hierin worden accenten gelegd op de verschillende vervoerwijzen. Op basis van deze visie kunnen belangenafwegingen worden gemaakt en verkeersmaatregelen worden bepaald. Ontwikkelingen in Weesp waaronder de Bloemendalerpolder roepen de vraag op hoe de toekomstige mobiliteitsontwikkeling op passende wijze kan worden beïnvloed, gereguleerd en gefaciliteerd. Het GVVP dient antwoord te geven op de vraag welke koers de gemeente Weesp daarin zal volgen. Met andere woorden: welke beleidsinspanningen en welke (infrastructurele) maatregelen zijn nodig om de mobiliteit in Weesp de komende vijftien jaar in goede banen te leiden? Drie thema's worden als leidraad beschreven in het plan: bereikbaarheid, verkeersveiligheid en leefbaarheid. Ook parkeren wordt als een apart thema behandeld in het plan.
17
Stedelijk Gebied - herziening De Weesperschool
2.4.10 Parkeernormennota Weesp Op 3 juli 2019 heeft de gemeenteraad van Weesp de Parkeernormennota vastgesteld. In het Ruimtelijk Kader voor het project De Weesperschool heeft de gemeenteraad echter vastgesteld dat bij de herontwikkeling de parkeernormen zoals omschreven in het parkeerbeleid van de gemeente Weesp niet volledig hoeven te worden toegepast. Hierna wordt ingegaan op: 1. welke parkeercapaciteit gerealiseerd zou moeten worden indien de Parkeernormennota zou worden gevolgd 2. welke normen volgen uit de inschrijvingsleidraad voor de tender en de afgesloten Realisatieovereenkomst (volgend uit het Ruimtelijk Kader) 3. hoe het plan voldoen in parkeerplaatsen 4. op basis van welk argument afgeweken wordt van de Parkeernormennota. 1. Parkeernormennota In dat beleid is het uitgangspunt dat de CROW parkeerkerncijfers worden gevolgd. De locatie waar de Weesperschool in valt wordt daarin bestempeld als sterk stedelijk. Naast de stedelijkheidsgraad, is er ook een categorie aangegeven op basis van de ligging van het gebied. Hogewey Midden valt onder Rest bebouwde kom. In het beleid staat dat Weesp ervoor kiest om het minimale parkeerkerncijfer te hanteren. Op basis van deze uitgangspunten kan vervolgens middels de geldende CROW Parkeerkerncijfers de parkeernorm bepaald worden.
Voor de Schil centrum, Rest bebouwde kom en Buitengebied worden de gemiddelde (tussen minimum en maximum) parkeerkencijfers uit de vigerende CROW publicatie gehanteerd. Op het moment dat het inbreidingsprojecten betreft of functiewijzigingen van bestaande panden/gebouwen dan wordt de parkeervraag voor de nieuwe functies eveneens volgende bovenstaande methode berekend. Omdat echter voor de oude functies ook reeds een parkeercapaciteit was toegerekend, wordt deze afgezet tegen de berekende parkeercapaciteit voor de nieuwe functies (nieuw minus oud). Indien er meer parkeercapaciteit noodzakelijk is (dus nieuw minus oud > 0), dan dient het verschil (resultaat van nieuw minus oud) aan parkeerplaatsen gerealiseerd te worden. Voor appartementen wordt in het beleid uitgegaan van een norm van 1,3 pp/woning en voor de grondgebonden woningen een norm van 1,8 pp/woning. 80 appartementen en 8 grondgebonden woningen leiden dan tot een parkeerbehoefte van 118,4 parkeerplaatsen. Het schoolgebouw bevatte 8 leslokalen, waarvoor een norm van 0,75 pp/leslokaal geldt. De school had een parkeerbehoefte van 6 parkeerplaatsen. Per saldo vergt het bouwplan op basis van het beleid een aantal van 118 minus 6 is 112 parkeerplaatsen.
2. Inschrijvingsleidraad en Realisatieovereenkomst In de inschrijvingsleidraad voor de tender en de afgesloten Realisatieovereenkomst is het uitgangspunt uit het Ruimtelijk Kader ten aanzien van de parkeeropgave vertaald naar: "Voor de te realiseren sociale woningbouw geldt een parkeernorm van 1,0 per woning en voor het niet-sociale segment geldt 1,8 per woning (beide inclusief 0,3 voor bezoekers) af te ronden op hele aantallen naar boven. Parkeerplaatsen moeten wel gerealiseerd worden in het plangebied, niet in de buurt. Plaatsen die door het ontwerp in het plangebied verloren gaan moeten ook gecompenseerd worden."
3. Het plan In het inrichtingsplan voor het plangebied worden de normen zoals beschreven onder 2. toegepast. De 80 appartementen in de sociale sector vergen 80 parkeerplaatsen, de 8 grondgebonden woningen vergen 14 parkeerplaasten. Er dienen voorts 16 bestaande parkeerplaatsen aan de Sinnigevelderstraat
18
Stedelijk Gebied - herziening De Weesperschool één-op-één teruggebracht worden. Tenslotte kunnen op het totaal te realiseren aantal parkeerplaatsen 6 in mindering gebracht worden - deze waren aanwezig voor de inmiddels gesloopte klaslokalen. Er zijn daardoor per saldo 104 nieuwe parkeerplaatsen nodig. Het plan voorziet in de aanleg van 98 parkeerplaatsen en de mogelijkheid om nog 12 parkeerplaatsen toe te voegen. Daarop wordt hierna ingegaan.
4. Motivatie Het nieuwbouwplan voldoet niet aan het nieuwe beleid, maar in het Ruimtelijk Kader heeft de gemeenteraad vastgesteld dat bij de herontwikkeling de parkeernormen zoals omschreven in het parkeerbeleid van de gemeente Weesp niet volledig hoeven te worden toegepast. Van de normen uit de parkeerbeleid mag worden afgeweken indien dat passend is bij de doelgroep en het type woning. De doelgroep is dat 50 woningen worden bewoond door jongeren. Deze doelgroep heeft in de marktconsultatie aangegeven dat circa 40% geen eigen auto heeft. Om die reden is het gerechtvaardigd dat een afwijking van de parkeernorm met 2 tot 14 parkeerplaatsen op het totaal niet leidt tot een vergroting van de parkeerdruk. Er wordt in verband met deze afwijking rekening gehouden met een uitbreidingsmogelijkheid van 12 voor het geval in de toekomst mocht blijken dat met een totaal van 98 in de praktijk toch een tekort zou bestaan.
2.4.11 Nota Duurzaamheid In het Ruimtelijk Kader voorafgaand aan de tender voor De Weesperschool werd het uitgangspunt vastgesteld dat de woningen energieneutraal moeten zijn. Verder is de in september 2016 vastgestelde Nota Duurzaamheid van toepassing verklaard. De Nota Duurzaamheid benoemt speerpunten en spreekt ambities uit om betere en bewustere keuzes te maken. Dit doen we door invulling te geven aan de thema’s mobiliteit, energieopwekking, bouwen, leefomgeving en grondstoffenbeheer. Om een duurzame ontwikkeling op gang te brengen is een grotere bewustwording nodig. Aan de hand van vijf thema’s geven we aan wat onze speerpunten zijn en daar verbinden we doelstellingen aan. Dit zijn de thema’s a. b. c. d. e.
bouwen mobiliteit duurzame energieopwekking leefomgeving grondstoffenbeheer
Uiteindelijk worden er projecten en werkzaamheden concreet benoemd waarmee we de doelstellingen willen behalen. Voor De Weesperschool zijn de BENG eisen op landelijk niveau maatgevend. BENG is opgenomen in het Bouwbesluit waaraan bouwaanvragen worden getoetst. Daarmee is de beleidsambitie van de gemeente Weesp inmiddels in landelijke wetgeving verankerd.
19
Stedelijk Gebied - herziening De Weesperschool
Hoofdstuk 3 3.1
Beschrijving en analyse plangebied
Ontstaansgeschiedenis
Weesp is ontstaan op het kruispunt van waterroutes, waar Smal Weesp en de Vecht samenkomen. De strategische plek heeft de stad geen windeieren gelegd, in de loop van de eeuwen is Weesp (met vallen en opstaan) gestaag gegroeid, mede als gevolg van de handel (lakens en zuivel) en nijverheid (bier, cacao en porselein). Het heeft tevens een belangrijke bestuurlijke en militaire functie vervuld, als vesting en regionaal centrum. In de historische binnenstad is deze geschiedenis letterlijk af te lezen aan bijvoorbeeld de pakhuizen en werkplaatsen rond de Binnenveer en de Oude Gracht, het monumentale stadhuis en de groene vestingwerken met het fort. De ontwikkeling van de huidige binnenstad van Weesp heeft zich in hoofdzaak voltrokken binnen de historische begrenzing van het stadsgebied, dat sinds de tweede helft van de 17de eeuw tot in de 20ste eeuw geen uitbreidingen heeft gekend. In de naoorlogse periode zijn de verschillende uitbreidingswijken ontstaan, waaronder Hogewey. Daarop wordt hierna ingegaan.
3.2
Huidige stedenbouwkundige en functionele structuur van Hogewey
Tot Hogewey wordt het gebied tussen de Hogeweyselaan en de Papelaan zowel ten noorden als ten zuiden van de Amstellandlaan gerekend. Stedenbouwkundige structuur Deze woonwijk kenmerkt zich vooral door de lange lijnen in de vorm van wijk- en buurt-ontsluitingsstraten en de dominant aanwezige gestapelde bouw; binnen het gebied completeren de kortere woonstraatjes binnen de seriematig gebouwde buurtjes - met overwegend eengezinswoningen - het stratenpatroon. Bebouwingskarakteristiek Het bebouwingsbeeld van deze wijk is zeer gevarieerd. Het meest opvallend - en bepalend in het silhouet van Weesp - zijn uiteraard de flatgebouwen. Langs de Hogeweyselaan komen ze van noord tot zuid voor in blokken van 8 en 6 verdiepingen op een onderbouw en plat afgedekt; dwars daarop staan blokken van 4 verdiepingen op een onderbouw. In feite wordt de verschijningsvorm van de flats gevormd door een monotone assemblage van gelijke elementen met sterke horizontale lijnen (galerijen). De uitvoering is zowel in baksteen (geel/lichtbruin) als in stucwerk, wit-crème boven een donkerder plint. Een 3-tal eveneens forse flatgebouwen (8 verdiepingen op onderbouw) zijn gegroepeerd rond de gedeeltelijk gerealiseerde nieuwbouw van het wooncomplex rond de voormalige villa 'Casparus', alwaar ook het bescheiden winkelcentrum 'Hogewey' (vrijwel geheel in 1 bouwlaag) is gelegen.
Verder komt de gestapelde woonvorm nog voor in de vorm van galerijflats in 4 bouwlagen nabij het winkelcentrum (plat afgedekt). Eengezinswoningen komen voor in veel vormen en zowel van oudere datum (overwegend) als van meer recente datum. Opvallend zijn de grotere seriematig ontwikkelde woonbuurten tussen Waarschapsstraat en Lageweyselaan en ter weerszijden van de Kostverlorenstraat tot aan de Papelaan, én tussen Waarschapsstraat en Gemeenschapspolderweg. Hier betreft het uiterst sober vormgegeven, kleine woningen in 2 bouwlagen, plat afgedekt en gevels van metselwerk in enkele 'vlakke' kleuren. Ook ten zuiden van de Amstellandlaan is het bebouwingsbeeld divers: flats en eengezinswoningen, zowel in rijtjes in halfgesloten blokken, als in strokenbouw; daarnaast zijn er 2-onder-1-kapwoningen, geschakelde patiowoningen en redelijk forse vrijstaande woonhuizen, zowel oudere (Korte Stammerdijk gericht op Smal Weesp) als meer recent (aan en gericht op de Zeeburgstraat). De patiowoningen zijn 1 bouwlaag met een platte afdekking; de overige woningen in 2 bouwlagen met een kap, met uitzondering van de recenter gerealiseerde 2-onder-1-kap-woningen aan de C. van Drosthagenstraat, die een lessenaarskap hebben.
20
Stedelijk Gebied - herziening De Weesperschool
Tenslotte is vermeldenswaard het wooncomplex in en om de voormalige villa 'Casparus': de villa is respectvol verbouwd ten behoeve van appartementen in het 'zeer dure' segment, terwijl aan weerszijden karaktervolle nieuwbouw heeft plaatsgevonden voor het 'duurdere' segment. Functionele structuur De hoofdfunctie is wonen; daarnaast zijn verspreid door de wijk enkele scholen, religieuze voorzieningen, een verpleegtehuis en een winkelcentrum (Amstellandlaan) aanwezig. Groenvoorzieningen zijn met name in het westelijke deel van de buurt aanwezig op pleintjes tussen de eengezinshuizen en rondom de gestapelde bouwblokken (groenperken met volwassen bomen en speelplekken). De binnengebieden van de flats zijn overwegend bestraat en hebben vooral een functie m.b.t. het parkeren. Water komt slechts voor als randsloot in het profiel van de Hogeweyselaan, de randsloot van de sportvelden, de vijverpartij c.a. ter plaatse van de voormalige villa 'Casparus' en molen 't Haantje' en de waterloop 'Smal Weesp' tussen Vecht en Amsterdam-Rijnkanaal.
21
Stedelijk Gebied - herziening De Weesperschool
Hoofdstuk 4 4.1
Uitgangspunten
Ruimtelijk kader
Het op 8 juni 2017 door de raad van de gemeente Weesp vastgestelde ruimtelijk kader (met twee amendementen) vormt het toetsingskader voor de ontwikkeling van de locatie: 1. In algemene zin vragen we een plan dat zich goed voegt in de omgeving. De aangegeven kavel is groter dan de kavel van de voormalige Jan Woudsma school om de ontwerpvrijheid zo groot mogelijk te doen zijn. Dit betekent dat er geschoven kan worden met de ontsluiting, het groen, het parkeren binnen het plangebied en de bebouwing. 2. Er dient binnen dit plangebied betaalbare huisvesting voor jongeren gerealiseerd te worden. Minimaal 3/4 van het woningbouwprogramma dient te voorzien in sociale huurwoningen. Een aanzienlijk deel daarvan voor jongeren tot 23 jaar met een nominale huurwaarde van € 414,02 of betaalbare koop (met een maximum prijs van € 140.000,- v.o.n. en een anti speculatiebeding). De verhouding tussen koop en huur zal afhangen van de resultaten van een marktconsultatie onder jongeren. Daarnaast moeten er - binnen de 3/4 - ook sociale huurwoningen voor ouderen gerealiseerd worden. Hierbij denken wij aan een verhouding van 75% jongerenhuisvesting en 25% voor ouderen. Uitgangspunt is dat het programma in overeenstemming is met de resultaten vanuit de marktconsultatie onder jongeren. Verder mogen er op kleine schaal ook luxere woningen in koop of vrije huursector gerealiseerd worden.
Hierdoor ontstaat er een differentiatie van het woningaanbod en een menging in de wijk. Daarbij moet er ook aandacht zijn voor andere woonvormen zoals gemeenschappelijke woonvormen, of eenpersoons 'alles in een' studio’s. 3. Bij het toewijzen van de sociale huurwoningen, krijgen Weespers voorrang. Een en ander in overeenstemming met de huisvestingsverordening van de regio Gooi en Vechtstreek waarbij het college de mogelijkheid heeft om bij nieuwbouw dergelijke criteria vast te stellen. Overige criteria bepaalt het college van B&W later in het proces, op basis van de resultaten vanuit de marktconsultatie onder jongeren (het vraaggericht bouwen), in overleg met afnemende corporatie. 4. De resultaten uit de – nog uit te voeren - marktconsultatie onder de jongeren uit Weesp tot 23 jaar, zullen meegenomen/ verwerkt moeten worden in de planvorming. 5. Er dient bij de ontwikkeling binnen het plangebied zorgvuldig om te worden gegaan met het groen. Indien er groen verloren gaat, dient dit elders binnen het plangebied gecompenseerd te worden. Het groen dient robuust en aaneengesloten terug te komen in de planvorming. Een en ander conform de “Structuurvisie Weesp 2013 – 2030, Weesp vertelt haar verhaal”. 6. Voor deze locatie denken we aan een menging van maximaal drie tot vier bouwlagen met een enkel accent van vijf bouwlagen.
De context van deze locatie is voor Weespse begrippen stedelijk te noemen. De bebouwing aan de Waarschapsstraat is weliswaar tweelaags en grondgebonden; de omgeving kent stapeling van vier, vijf lagen maar ook van zeven en zelfs negen bouwlagen. Grenzend aan de grondgebonden woningen zou dan de drielaagse bebouwing een plek kunnen krijgen en meer naar de bestaande stapeling de meerlaagse bebouwing. Een en ander natuurlijk wel in goede inpassing en bezonning, zowel ten opzichte van bestaand als van nieuw. Bouwhoogtes van 10 tot 15 meter zijn hiermee mogelijk. 7. Bij de planvorming is duurzaamheid een belangrijk aspect. Uitgangspunt is dat de woningen energieneutraal moeten zijn. Verder is de in september 2016 vastgestelde Nota Duurzaamheid van toepassing. 8. Met betrekking tot architectuur verwachten we een plan met een warme uitstraling. Een gevel van baksteen met aardse kleuren zou de voorkeur hebben. We vragen in algemene zin een plan dat zorgeloos veroudert. In deze context zijn platte daken goed voorstelbaar maar kappen zijn niet uitgesloten. Voor het dak vragen we extra aandacht en ontwerpinzet. Toepassing van zonnepanelen worden in het plan als een architectonisch geïntegreerd voorstel gezien. Liftopbouw en technische installaties zien we ook als een te ontwerpen opgave. 9.
Het bouw- en woonrijp maken van de openbare ruimte in het gebied dient uitgevoerd te worden conform het – nog door de gemeente op te stellen- programma van eisen, voor rekening en risico van de initiatiefnemer. 10. Bij de herontwikkeling hoeven de parkeernormen zoals omschreven in het parkeerbeleid van de gemeente Weesp niet volledig te worden toegepast. Het plan moet wel over voldoende
22
Stedelijk Gebied - herziening De Weesperschool parkeerplaatsen beschikken, passend bij de doelgroep en type woning. De parkeerdruk in de omgeving mag niet groter worden. Het bouwplan ten behoeve waarvan de voorliggende bestemmingsplanherziening plaatsvindt voldoet aan voornoemde randvoorwaarden.
4.2
Uitwerking
Hierna wordt de uitwerking van de tien punten van het Ruimtelijk kader in het ontwerp van het plan puntsgewijs - beschreven. Ad 1. Het plan voegt zich goed in de omgeving. In paragraaf 2 van het in Bijlage 1 opgenomen indieningsplan is dit nader toegelicht. Ad 2, 3 en 4. In het kader van de tender zijn de uitgangspunten voor het woonprogramma verder uitgewerkt: er dienen ten minste 50 woningen gerealiseerd te worden minimaal 75% van het programma dient te bestaan uit sociale huur- en koopwoningen (met een maximale nominale huurwaarde van € 414,02, of een koopsom van € 140.000 v.o.n. en een anti-speculatiebeding, dat toeziet op zelfbewoning en een verbod op doorverkoop zonder toestemming van de gemeente) een aanzienlijk deel van die sociale woningen (ca 75%) bestemd moet zijn voor jongeren tot 23 jaar ca 25% van het programma mag bestaan uit meer luxe huur- en/of koopwoningen bij de ontwikkeling dient aandacht besteed te worden aan andere vormen van bewoning zoals gemeenschappelijke woonvormen en 1-persoons alles-in-een-studio's binnen het programma afgeweken mag worden van de bestaande parkeernorm, voor zover dat past bij de doelgroep en type woningen. De parkeerdruk op de omgeving mag niet hoger worden. Het plan heeft in totaal 88 woningen verdeeld over twee woonblokken met ieder 40 woningen daarnaast heeft het plan 8 rijwoningen.
75% van de 88 woningen dienen te komen in de sociale koop- huursector, waaraan in het plan wordt voldaan door alle appartementen in het sociale segment te realiseren. Hiervan dienen minimaal 50 woningen voor jongeren onder de 23 jaar gerealiseerd te worden. Door de winnaar van de tender is een marktconsultatie uitgevoerd: Via socialmedia en verspreiding van ansichtkaarten bij sportclubs, scholen, cafetaria, NS-station en vele andere plekken in Weesp is aandacht gevraagd voor de woonenquête. Uiteindelijk heeft dit geleid tot 248 nuttige reacties. De enquête heeft drie maanden gelopen; van 14 juni 2018 – 14 sept. 2018. Conclusie van marktconsultatie was dat er een ruimte vraag is naar woningen voor jongeren in Weesp in zowel de koop- en de huursector. In ieder geval 40 woningen voor jongeren worden in de huursector gerealiseerd. Er worden 20 benedenwoningen op de begane grond als nultredenwoningen gerealiseerd, zodat deze geschikt zijn voor ouderen. Ad 5. Op de volgende wijze wordt aan dit punt tegemoet gekomen: De parkeerplaatsen worden uitgevoerd met halfverharding om een groene uitstraling te realiseren en de omgeving klimaatadaptief te maken. Over de parkeerplaatsen worden pergola's gerealiseerd die met groene beplanting begroeit zijn. Deze pergola's zorgen enerzijds voor een groen straatbeeld, anderzijds hebben zij een hittebestendig effect op de omgeving.
In de huidige situatie zijn 44 bomen gesitueerd, hiervan worden 19 bomen gekapt. Er worden 19 nieuwe bomen geplant om de bomenbalans gelijk te houden. Per saldo staan er evenveel bomen in de oude als nieuwe situatie. Na input vanuit de buurt is het gebouw 3 verschoven zodat een grote bomengroep intact blijft. Bovenstaande interventies zorgen voor robuust en aaneengesloten groen. Ad 6. De bebouwing is verdeeld over twee bouwblokken deze blokken hebben vier bouwlagen met accenten. De hoogte is gemiddeld 13 meter met een accent van 14,5 m. De rijwoningen hebben een hoogte van drie lagen. Ad 7. De rijwoningen en de appartementen zijn gasloos. De rijwoningen hebben een ambitie van EPC 0 en de appartementen van EPC 0,15.
23
Stedelijk Gebied - herziening De Weesperschool
Ad 8. De rijwoningen en de appartementen worden uitgevoerd in metselwerk en krijgen platte daken. De woningen hebben geen lift dus er is geen sprake van een liftopbouw. Verder hebben de appartementen en rijwoningen zonnepanelen op de platte daken om te voldoen aan de EPC. Ad 9. Door de gemeente is het PvE-rood opgesteld d.d. 13 februari 2018. Dit is uitgangspunt voor het bouw- en woonrijp maken. Ad 10. In paragraaf 2.4.10 is op dit aspect al uitgebreid ingegaan, waarnaar kortheidshalve wordt verwezen.
4.3
Het plan
Het plan omvat in totaal 88 woningen verdeeld over een rijtje met 8 grondgebonden woningen (gebouw 1) en twee appartementengebouwen (gebouw 2 en 3) met ieder 40 woningen. Alle appartementen komen in de sociale koop-/ huursector, waarvan minimaal 50 woningen voor jongeren.