1.Beleidsplan Bescherming en Opvang 2022-2025
Tekst van het document
Herstel de verbinding Beleidsplan Bescherming & Opvang Gooi en Vechtstreek 2022-2025
ons kenmerk
21.005875
versie
Definitief
datum
7 oktober 2021
contactpersoon Sonja Hartkamp e-mail
s.hartkamp@regiogv.nl 1
Regio Gooi en Vechtstreek is het samenwerkingsverband van Blaricum, Eemnes, Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren, Weesp en Wijdemeren. Wat met elkaar beter lukt en meerwaarde heeft, dat doen we samen. Iedere dag werken we aan een duurzame, gezonde en veilige regio. Voor inwoners, met gemeenten.
Regio Gooi en Vechtstreek Burgemeester de Bordesstraat 80 1404 GZ Bussum Postbus 251 1400 AG Bussum Telefoon: (035) 69 26 444
colofon Herstel de verbinding, het Beleidsplan Bescherming & Opvang Gooi en Vechtstreek 2022-2025 is een uitgave van de Regio Gooi en Vechtstreek. redactie Paulina Mol Lous, Huizen Henke van der Heiden, Gooise Meren Karen Nieuwenhuis, Hilversum Ria Zoetmuller, Wijdemeren Louisetta Eisses, BEL-gemeenten Suzanne Leeuw, Weesp tekst Afke Jong, Sonja Hartkamp en Tjolina Proost, Regio Gooi en Vechtstreek fotografie Herstelnetwerk, Shutterstock glas
6
5
textiel
vormgeving
GFT papier PMD 45% 2016
restafval
25% 2020
Bart Landman,
2
HSTotaal Communicatie & Design
4 1
7 3
2
Inhoud Voorwoord
4
Inleiding
5
Beleidskader 2022-2025
7
Maatschappelijke ontwikkelingen
7
Beleidsvisie
12
Beleidsuitgangspunten
12
Beleidsdoelen
15
Beleidsprogramma’s 2022-2025
17
Preventie en perspectief
17
Beschermd en veilig thuis wonen
22
Een integrale benadering vanuit zorg en veiligheid
29
Regionale samenwerking
34
Financiën 2022-2025
36
Bijlagen
39
Bijlage 1 Participatieparagraaf
39
Bijlage 2 Evaluatie 2017-2022
41
Bijlage 3 Deelname Eemnes
43
Bijlage 4 Was-wordt lijst
44 3
Voorwoord Verreweg het grootste deel van onze inwoners geeft het eigen leven vorm en weet de weg te vinden in onze samenleving. Een kleine groep heeft (tijdelijk) bescherming en opvang nodig. Het gaat om mensen die beperkingen hebben, kampen met een psychische aandoening, verslaving, dak- of thuisloos zijn of te maken hebben met huiselijk geweld en kindermishandeling. De gemeente mag haar inwoners nooit uit het oog verliezen. We staan naast ze, staan hen op basis van échte betrokkenheid bij én blijven altijd perspectief bieden. Een perspectief dat uitgaat van de kans om mee te kunnen doen en regie op het eigen leven. Een perspectief dat zin geeft in de toekomst. Met veel trots bied ik u het nieuwe beleidsplan Bescherming & Opvang Gooi en Vechtstreek 2022-2025 aan. Een plan van de gemeenten Blaricum, Eemnes, Gooise Meren, Hilversum Huizen, Laren, Weesp en Wijdemeren. Tot stand gekomen in samenwerking met inwoners, adviesraden sociaal domen, cliëntvertegenwoordigers, aanbieders van (jeugd)zorg en ondersteuning, Veilig Thuis, aanbieders van eerstelijns- en tweedelijnszorg, zorgverzekeraar Zilveren Kruis, politie, woningcorporaties, het Zorg- en Veiligheidshuis Gooi en Vechtstreek én het onderwijs. Herstel is het centrale thema van het beleidsplan en verbinding is nodig om de doelen te kunnen realiseren.
Met dit plan bouwen wij voort op de mooie stappen die wij de afgelopen jaren met elkaar hebben gezet om het verschil te maken voor inwoners die zich bevinden in een kwetsbare positie in de samenleving. Vertrouwen, maatwerk én goede samenwerking tussen inwoners en professionals staan daarbij centraal. Ik ben ongelooflijk trots op alle betrokken en bevlogen mensen die zich sterk maken voor de bescherming en opvang van onze inwoners en die ook nu bij hebben gedragen aan de totstandkoming van dit plan. Ik maak samen met de collega wethouders dan ook een dankbare buiging voor al deze vakmensen die dag in, dag uit werken aan een gezond, veilig, betekenisvol en kansrijk klimaat voor onze inwoners. Floris Voorink Wethouder gemeente Hilversum Coördinerend wethouder Bescherming & Opvang regio Gooi en Vechtstreek
4
Inleiding Dit beleidsplan is opgesteld voor inwoners die maatschappelijk uitvallen of dreigen uit te vallen, omdat zij zich tijdelijk in een kwetsbare positie bevinden. De draaglast van ervaren problemen en tegenslagen is groot voor de bij hen beschikbare draagkracht. Door die disbalans worden zij bedreigd met tijdelijke of langdurige maatschappelijke uitval of sociale uitsluiting. Het gaat veelal om inwoners die (tijdelijk) niet in eigen bestaansvoorwaarden kunnen voorzien, zoals huisvesting, voedsel, inkomen, sociale contacten en zelfverzorging. Vaak spelen er problemen op meerdere levensterreinen. Denk aan een combinatie van schulden, sociaal isolement, psychische problemen, huiselijk geweld en kindermishandeling, verwaarlozing, verslaving, vervuiling én overlast. Wat is bescherming en opvang? Bescherming en opvang omvat openbare geestelijke gezondheidszorg, verslavingszorg, de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling, beschermd wonen, maatschappelijke opvang en vrouwenopvang. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor deze voorzieningen vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning. Waarom een (nieuw) regionaal beleidsplan? Het Rijk verwacht van gemeenten dat zij gezamenlijk het beleid en de voorzieningen op het terrein van bescherming en opvang vormgeven.
Het gaat om specialistische voorzieningen die om kostendekkend vormgegeven te kunnen worden om een regionale schaal vragen. Blaricum, Eemnes, Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren, Weesp en Wijdemeren kwamen in 2017 als één van de eerste gemeenten in het land tegemoet aan de verplichting van het Rijk tot gemeentelijke samenwerking. De gemeenteraden stelden met elkaar het beleidsplan bescherming en opvang 2017-2020 vast en besloten de bestuurlijke en financiële verantwoordelijkheid gezamenlijk uit te voeren vanuit de gemeenschappelijke regeling Regio Gooi en Vechtstreek. De gemeenten hebben met elkaar besloten het in 2017 vastgestelde beleidsplan bescherming en opvang bij te stellen. Hoe is dit beleidsplan tot stand gekomen? Dit beleidsplan is het resultaat van een intensieve ambtelijke, bestuurlijke en politieke samenwerking tussen de gemeenten. Goede dienstverlening is gebaseerd op kennis uit de dagelijkse uitvoeringspraktijk. Betrokkenheid en participatie van inwoners, (jeugd)zorgprofessionals en andere maatschappelijke partners1 is dan ook cruciaal. Door goed samen te werken hebben zij de afgelopen jaren de kwaliteit van dienstverlening naar een hoger niveau gebracht. Op onderstaande momenten in het beleidsproces hebben zij meegedacht en geadviseerd. Dankzij deze betrokkenheid en participatie hebben de gemeenten onderstaande stappen kunnen zetten in het beleidsproces.
1 Woningcorporaties, GGZ behandelaars, Veilig Thuis, huisartsen, zorgverzekeraar Zilveren Kruis, politie en het Zorg en Veiligheidshuis.
5
Evaluatie
Vaststelling
Visie & kaders
Eerste ontwerp
Hoe is dit beleidsplan opgebouwd? Het beleidsplan bestaat uit drie delen: Deel 1 Beleid bescherming en opvang 2022-2025 Deel 2 Programmatische uitwerking 2022-2025 Deel 3 Bijlagen Het eerste deel bevat een uitwerking van de maatschappelijke ontwikkelingen, de beleidsvisie, de beleidsuitgangspunten en de beleidsdoelen. Het tweede deel bevat de uitwerking van de beleidsdoelen in een vier programma’s: 1 preventie en perspectief, 2 beschermd en veilig (thuis) wonen, 3 dienstverlening vanuit een integrale benadering en 4 regionale samenwerking. De bijlagen bevatten de participatieparagraaf, de evaluatie 2017-2020, de uitwerking van de deelname van Eemnes en de was-wordt lijst (uitwerking van de overgang van oud beleid naar nieuw beleid).
6
Beleidskader 2022-2025 Maatschappelijke ontwikkelingen Gevolgen van de corona- crisis De corona-crisis raakt inwoners in kwetsbare posities extra hard. Het doet een groot beroep op de weerbaarheid van mensen. Wanneer de draagkracht als gevolg van psychische of sociale problemen toch al beperkt is, zijn de gevolgen van de corona-maatregelen extra belastend. Uit het onderzoek van het Sociaal & Cultureel Planbureau (najaar 2020) blijkt dat drie op de vier mensen negatieve gevolgen ervaren zoals angst, oplopende spanning en stress, eenzaamheid, somberheid en depressie, gemis aan sociale contacten en gemis aan contacten met hulpverleners. Ook het aantal mensen in isolement neemt toe. De verwachting is dat deze problemen de komende tijd verergeren, na de coronapandemie meer zichtbaar worden. Een grote groep mensen raakt werkloos, heeft te maken met faillissementen en krijgt te maken met stevige schuldenproblematiek. Als gevolg hiervan verwachten we op termijn een groter beroep op voorzieningen als gevolg van toegenomen persoonlijke en maatschappelijke problematiek zoals dakloosheid, eenzaamheid, psychische crisis of relationele problemen. De maatregelen in het nieuwe beleidsplan Bescherming & Opvang zijn ontwikkeld in het licht van deze ontwikkeling en sluiten daar goed op aan. Daarmee zijn we voorbereid om de gevolgen voor de lange termijn op te kunnen opvangen.
Steeds meer ambulante geestelijke gezondheidszorg Het Rijksbeleid dat inwoners met problemen op het gebied van geestelijke gezondheid zoveel als mogelijk zelfstandig thuis (blijven) en dat de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) zoveel als mogelijk thuis aangeboden wordt heeft geleid tot een verschuiving van verblijf in instellingen naar verblijf thuis, én dat de intramurale zorgplaatsen (bedden in instellingen) fors zijn afgebouwd. In de Gooi en Vechtstreek gaat het om een afname van 30 procent in beddencapaciteit. Begeleiding thuis is in sommige gevallen wegens de hoge intensiteit kostbaar. Zolang inwoners in behandeling zijn, wordt dit bekostigd uit de zorgverzekeringswet. De aanpalende voorzieningen, zoals een uitkering, extra ondersteuning en dagbesteding, worden bekostigd door de gemeenten. In 2019 hebben gemeenten hier € 50 miljoen aan extra rijksgelden voor gekregen. Oplopend tot structureel € 95 miljoen vanaf 2022. Vooral voor de 1,5 procent van de inwoners met ernstige psychische aandoeningen, die zorg en ondersteuning nodig hebben op alle levensgebieden, is het van belang dat partners uit het zorg- en sociaal domein goed met elkaar samen werken. Meer incidenten rondom verwardheid Het aantal incidenten rondom personen met verward gedrag loopt met gemiddeld 20 procent per jaar op. Landelijk is een vergelijkbare trend te zien.
Het gaat hierbij om mensen die de grip op hun leven (dreigen te) verliezen en waarbij veelal veel problemen tegelijkertijd spelen. Te denken valt aan inwoners met psychische problemen, een licht verstandelijke beperking, dementie en/of verslaving. Maar ook mensen met levensproblemen die iemand boven het hoofd dreigen te groeien kunnen verward gedrag vertonen.
7
Denk dan aan ernstige schulden, dakloos zijn en/of verlies van dierbaren. Vaak gaat het om een combinatie van levensproblemen en een aandoening of beperking (Schakelteam, 2017). Hieronder treft u een overzicht van het aantal meldingen rondom verwardheid in de periode 2017-2019: 2017
2018
2019
2020
Blaricum
23
20
37
80
Eemnes
31
33
34
36
Gooise Meren
148
223
310
392
Hilversum
565
606
730
794
Huizen
124
144
246
414
Laren
44
48
80
48
Weesp
45
46
69
141
Wijdemeren
30
49
46
46
Bron: politie Midden-Nederland
Meer inwoners hebben (ontwrichtende) schulden De regio Gooi en Vechtstreek kent 114.395 huishoudens. Naar inschatting heeft 20 procent van de huishoudens te maken met risicovolle of problematische schulden. Het betreft zo’n 22.879 huishoudens. Een relatief klein deel van inwoners met problematische schulden maakt gebruik van een hulpverleningstraject vanuit de gemeente. Het overgrote deel van inwoners maakt geen gebruik van (gemeentelijke) ondersteuning op dit gebied. Gemiddeld duurt het vijf jaar voordat inwoners met schulden zich bij de gemeente melden voor hulp. Omdat steeds minder mensen een financiële buffer hebben om financiële tegenslagen op te vangen (tenminste 40% van de huishoudens in onze regio), zien we het aantal mensen met betalingsproblemen toenemen. Voor de doelgroep van bescherming en opvang is met name de toename van mensen met psychosociale problematiek en schulden een probleem. Dit probleem wordt wegens de gevolgen van de corona-crisis op de financiële draagkracht van inwoners alleen maar meer nijpend. Gebrek aan weerbaarheid, psychiatrie en verslavingen als oorzaak voor schuldenproblematiek zorgen ervoor dat mensen ook lastig ook weer uit de schulden te krijgen zijn. Een integrale aanpak van schulden, zorg en ondersteuning is dan nodig.
Toename afstand tot de arbeidsmarkt (Geestelijke) gezondheidsproblemen en beperkingen hangen samen met een grotere kans op instroom in WW vanuit werk en een grotere kans op instroom in de bijstand (al dan niet vanuit WW). Cijfers van het CBS laten zien dat ongeveer de helft van de 18- tot 65-jarigen die behandeld worden in de geestelijke gezondheidszorg werk heeft, ruim een derde heeft een “Op verjaardagen en bij andere contacten uitkering.
komt altijd de vraag: ‘En wat doe jij?’ En dan was het antwoord: ‘niks’. Zo voelde ik me ook: niks.” Roos
Eenmaal in de uitkering is de kans om weer uit te stromen naar duurzaam werk kleiner voor degenen met een (geestelijk) gezondheidsprobleem. Iemand zonder (geestelijke) gezondheidsproblemen heeft gemiddeld een kans van 6,7 procent om uit te stromen uit de bijstand richting duurzaam werk. Voor iemand met psychische gezondheidsproblemen is die kans 3,6 procent. Iemand met zowel psychische als somatische gezondheidsproblemen heeft een nog kleinere kans: 2,8 procent. Wegens de gevolgen van de corona-crisis neemt dit probleem de komende jaren alleen maar toe. Omdat de arbeidspositie van werkloze kwetsbare inwoners kwetsbaarder wordt. 8
Uit onderzoek blijkt dat (betaalde) arbeid de mentale gezondheid en de fysieke gezondheid verbetert en de controle over het eigen leven en zelfwaardering vergroot. Kortom, werk laat psychische klachten afnemen, terwijl werkloosheid of inactiviteit ze juist versterkt. Werk heeft een positief effect omdat het structuur biedt, voor sociale contacten zorgt en bijdraagt aan het gevoel van eigenwaarde. Aanpakken van werkloosheid en activiteit is een belangrijke ‘knop’ om aan te draaien als het gaat om het terugdringen van psychische kwetsbaarheid en het vergroten van de mentale weerbaarheid. Aantal dak- en thuislozen is verdubbeld Het aantal dak- en thuislozen is in Nederland in minder dan tien jaar tijd meer dan verdubbeld: van 18.000 in 2009 naar bijna 40.000 mensen in 2018 (CBS, 2019). In 2019 kende de regio Gooi en Vechtstreek 296 daklozen en naar schatting 225 thuislozen. Deze laatste categorie is gebaseerd op het aantal briefadressen en is daarmee een onderschatting. Er zijn namelijk ook thuisloze inwoners die inwonen bij familie of vrienden en op dat adres zijn ingeschreven. Gemiddeld verblijven daklozen 3-6 maanden in de opvang, waarbij de uitschieters naar boven voornamelijk gezinnen betreffen. De capaciteit van de opvang is de afgelopen jaren verdubbeld en zit met haar ruim 54 opvangplaatsen nagenoeg altijd vol.
Voor gezinnen is soms sprake van een wachttijd van een aantal “Toen hoorde ik dat ze niet alleen daklozen weken terwijl zij steeds moeilijker (veilig) kunnen worden opgevangen in hun opvingen voor de nacht maar dat ze hiereigen netwerk. Hetzelfde beeld ontstaat boven ook kamers vrij hadden en dat je dan rondom de jongerenopvang die eind 2018 geholpen kon worden. En dat wilde ik heel geopend is.
graag. Ik wilde uit die wereld. Ik dronk op het laatst 40 halve liters per dag.” Peter
Steeds meer mensen worden dakloos als gevolg van ambulantisering van de zorg, het complexer worden van de samenleving en sterker stijgende (huur)prijzen dan inkomens. Het overgrote deel van deze daklozen behoorden al langer tot de meest kwetsbare groepen. Ook vijf tot tien jaar voor ze dakloos werden, waren zij vaak al in hoge mate uitkeringsafhankelijk. Financiële problemen, al dan niet in combinatie met GGZ/verslavingsproblematiek en geen/klein sociaal netwerk, zijn de grootste risicofactoren voor dakloosheid. Onvoldoende woningen De ambulantisering van de zorg en de invoering van de Wet verplichte ggz (Wvggz) zorgen er voor dat steeds meer inwoners vanuit de Maatschappelijke Opvang, en Beschermd Wonen en vanuit de geestelijke gezondheidszorg in aanmerking komen voor zelfstandige woonruimte. Dit in een tijd waarin de druk op de woningmarkt hoog is en alleen maar oploopt. De vraag naar woningen is groter dan het beschikbare aanbod. In de Gooi en Vechtstreek komen per jaar circa 1.400 sociale huurwoningen beschikbaar. Deze woningen worden via Woningnet regionaal aangeboden. 60 procent hiervan wordt verhuurd aan starters en 40 procent aan doorstromers. Met de toenemende druk op de woningmarkt, wordt het dus ook moeilijker om kwetsbare inwoners - zoals bijvoorbeeld dak- en thuislozen, ex-verslaafden en voormalige gedetineerden te huisvesten.
Gemeenten zullen de kwantitatieve en kwalitatieve woonvraag van inwoners met een zorgvraag die vallen onder de reikwijdte van dit beleidsplan goed in beeld te brengen. De resultaten van deze onderzoeken worden onderdeel van de bouwopgave bij nieuwbouw van gemeenten en worden meegenomen bij de woonruimteverdeling van de bestaande sociale woningvoorraad. In de Gooi en Vechtstreek is sinds 1 juli 2019 een huisvestingsverordening van kracht waarmee cliënten die langer dan een jaar verblijven in beschermd wonen of maatschappelijke opvang en actief reageren op passende woningen, in aanmerking komen voor een urgentieregeling. Toename van de vraag naar beschermde woonvormen De vraag naar beschermd wonen is de afgelopen jaren aanzienlijk toegenomen. Dit komt onder andere doordat het aantal klinische GGZ en forensische zorg plaatsen vanaf 2012 gedaald is met 30 procent en de zorgvraag hierdoor verschuift naar het sociaal domein. Deze verschuiving
9
zorgt niet alleen voor een toename van de vraag in het sociaal domein, maar maakt de zorg ook complexer, langduriger en (daardoor) meer kostbaar. Ook worden oplossingen voor woonvragen door gemeenten steeds vaker gezocht binnen de beschermd wonen voorzieningen. De toenemende vraag naar beschermd wonen maakt tevens dat de wachtlijsten oplopen. Dit is een vraagstuk dat landelijk speelt. Daar waar in 2018 gemiddeld 90 inwoners op een wachtlijst stonden voor beschermd wonen, heeft de wachtlijst nu een omvang van zo’n 120-130 inwoners. Tegelijkertijd is de capaciteit voor beschermd wonen de afgelopen jaren uitgebreid van 266 plaatsen in 2017 naar 275 in 2020. Een beschermd wonen plaats kost per jaar gemiddeld 52,2 duizend euro per jaar (prijspeil 2020). Sinds 2017 is er een centrale wachtlijstbeheerder, die vraag en aanbod afstemt met de aanbieders, die de wachtlijst actueel houdt in afstemming met de gemeenten en die adviseert bij alternatieve oplossingen ter overbrugging en of bij vragen met een hoge urgentie. Stijging huiselijk geweld, kinder- en ouderenmishandeling In Nederland zijn we er de afgelopen jaren onvoldoende in geslaagd om fundamenteel het verschil te maken in het terugdringen van huiselijk geweld en kindermishandeling. Dit betekent niet dat er niks gebeurt, maar het is niet genoeg.
We zien dat ondanks alle inzet op huiselijk geweld en kindermishandeling, het aantal meldingen elk jaar blijft toenemen. Landelijk betreft het een stijging van gemiddeld 20 procent, die ook in onze regio zichtbaar is. De sterke stijging in 2019 had deels ook te maken met de invoering van het vernieuwde handelingsprotocol en de radarfunctie van Veilig Thuis. In 2021 verwachten gemeenten voor eerst een stabilisatie van het aantal meldingen. Of deze stabilisatie het effect is van de corona- maatregelen of de komende jaren nog zal doorzetten is nog onbekend. Registratie Veilig Thuis Onderdeel
2018
2019
2020
Stijging ’19 tov ’18
Stijging ’20 tov ’19
Advies & ondersteuning
1306
1622
1632
20%
9%
Meldingen
1211
1620
1459
25%
lichte daling
Melding
Advies
Totaal
Blaricum
39
43
82
Laren
43
56
99
Huizen
250
215
465
Gooise Meren
255
253
508
Weesp
97
67
164
Wijdemeren
126
92
218
Hilversum
659
591
1240
Onbekend
0
315
315
1459
1632
3091
Aantal meldingen/ adviezen per gemeente in 2020
Totaal
Bij een advies denkt Veilig Thuis mee met betrokkenen of professionals over de ernst van de situatie en wat mogelijke vervolgstappen kunnen zijn. De cliënt blijft anoniem. Bij een melding maakt Veilig Thuis een beoordeling van de veiligheid en wordt met alle betrokkenen actief samengewerkt om de situatie weer veilig te maken.
10
Feiten over huiselijk geweld • 5,5% van de volwassenen heeft in de afgelopen 5 jaar een voorval van fysiek huiselijk geweld meegemaakt. In 20% van deze gevallen gaat het om structureel geweld. Als we deze cijfers vertalen naar de Regio Gooi en Vechtstreek gaat het om ruim 11.000 volwassenen die weleens een gewelddadige gebeurtenis hebben meegemaakt waarvan ruim 2300 te maken heeft met structureel fysiek of seksueel geweld. Sommige groepen lopen extra risico zoals ouderen en LHBTIQ terwijl zij nog niet goed in beeld zijn. • 12% van de scholieren meldt dat zij weleens lichamelijk geweld hebben meegemaakt. • 3% van alle kinderen maakt ernstig en structureel geweld mee. Dit gaat bijna altijd om geweld van de ouder (vaak de moeder) naar het kind. • 2,5 % van alle kinderen heeft te maken met huiselijk geweld (geweld tussen de ouders) en kindermishandeling. Als we deze cijfers vertalen naar de Regio Gooi en Vechtstreek gaat het om ruim 1600 kinderen die te maken hebben met ernstige en structurele kindermishandeling en ruim 6500 kinderen die weleens lichamelijk geweld meemaken. • 1 op de 20 ouderen (65+) krijgt ooit te maken krijgt met mishandeling door familie/mantelzorgers, professionele zorgverleners of vrijwilligers. • Op dit moment komen verreweg de meeste meldingen bij Veilig Thuis nog van de politie (ongeveer 2/3de).
Dat betekent dat Veilig Thuis pas een melding krijgt als de situatie hoog is opgelopen. Tegen die tijd kunnen er al hardnekkige patronen zijn ontstaan, die moeilijk te doorbreken zijn. Dit blijkt ook uit recent onderzoek (Verweij Jonker) in de Regio Gooi en Vechtstreek onder gezinnen die te maken hebben gehad met Veilig Thuis. Doordecentralisatie Op dit moment zijn centrumgemeenten verantwoordelijk voor de middelenstroom voor beschermd wonen en de maatschappelijke opvang. Vanaf 2023 worden alle gemeenten door het Rijk gefaseerd verantwoordelijk gemaakt voor de financiën van beschermd wonen. Vanaf 2026 komt de mogelijkheid van de doordecentralisatie van de maatschappelijke opvang beleidsmatig aan de orde 2 . Voor gemeenten in de Gooi en Vechtstreek heeft bovengenoemde doordecentralisatie weinig effect. Gemeenten continueren de huidige samenwerking waarbij zij reeds samen invulling geven aan de financiële verantwoordelijkheid voor beschermd wonen de maatschappelijke opvang én hier - via dit beleidsplan - gezamenlijk beleid op hebben geformuleerd. Overheveling naar de Wet langdurige zorg Vanaf 2021 wordt een deel van het volume van beschermd wonen uit de Wet maatschappelijke ondersteuning (en dus de verantwoordelijkheid van gemeenten) overgeheveld naar de Wet langdurige zorg.
Het betreft de zorg voor inwoners die vanwege een psychische stoornis blijvend behoefte hebben aan permanent toezicht of 24 uur per dag zorg nabij nodig hebben. Voor gemeenten betekent de overheveling van een deel van beschermd wonen naar de Wet langdurige zorg dat de omvang van het aantal inwoners waar gemeenten een zorgplicht voor heeft afneemt, dat het aantal locaties voor beschermd wonen dat door gemeenten wordt bekostigd afneemt, dat de uitgaven voor beschermd wonen afnemen én dat gemeenten een lagere Rijksuitkering voor beschermd wonen ontvangen. In cijfers en bedragen uitgedrukt, komt dit naar verwachting op het volgende neer: • Aantal cliënten dat vanuit de Wmo overgeheveld wordt naar de Wlz: circa 165 (60% van het totaal gecontracteerde aantal plekken op basis van zorg in natura). De aantallen PGB cliënten zijn nog niet inzichtelijk en nog niet meegerekend. • Verwachtte afname van uitgaven: van circa € 14.300.000 (prijspeil 2020) naar circa € 6.100.000 (exclusief PGB). • Verwachtte afname Rijksinkomsten: van circa €18.000.000 (prijspeil 2020) naar circa € 9.200.000 (inclusief PGB). Bestuurlijke fusie Weesp-Amsterdam De gemeente Weesp fuseert 24 maart 2022 met de gemeente Amsterdam. Weesp stapt dan ook uit de regionale samenwerking op bescherming en opvang. De zorg voor bestaande cliën2 De decentralisatie uitkering vrouwenopvang wordt niet door-gedecentraliseerd.
11
ten wordt voor het gehele kalenderjaar 2022 gecontinueerd, zodat een zorgvuldige overgang naar Amsterdam gewaarborgd kan worden. Tevens betekent het vertrek van Weesp uit de regio Gooi en Vechtstreek een financiële uitname uit het gemeentefonds voor wat betreft de decentralisatie uitkeringen beschermd wonen, maatschappelijke opvang en vrouwenopvang per 1 januari 2022. De omvang van deze uitname is nog niet bekend.
Beleidsvisie In Gooi en Vechtstreek doen inwoners naar vermogen mee in de samenleving. Zij nemen deel aan onderwijs, de arbeidsmarkt en het maatschappelijk verkeer. Ook als zij te maken hebben met (ernstige) psychische kwetsbaarheden, geweld of dak- en thuisloosheid. Zij hebben de mogelijkheid om hun eigen leven in te richten door te werken aan herstel, ontwikkeling en ontplooiing. Een passende plek om te wonen en een toegankelijke en veilige omgeving zijn hiervoor belangrijke voorwaarden. Dat geldt ook voor het hebben van (passend) werk of een passende dagbesteding. Werk zorgt voor ontplooiing, ontmoeting en voor (economische) zelfstandigheid. Daarom wordt het hebben van werk zo veel als mogelijk nagestreefd. Wanneer werk (tijdelijk) niet haalbaar is, kunnen inwoners rekenen op een nuttige dagbesteding en ontmoetingsactiviteiten die dichtbij in de wijken worden georganiseerd. Voor een inclusieve samenleving is betrokkenheid en medewerking van die hele samenleving hard nodig. Of het nu gaat om werken bij de plaatselijke supermarkt, het bezoeken van een bibliotheek of kerk, sporten in de sportschool, het doen van een boodschapje of op visite gaan bij vrienden en familie. Meedoen vereist dat anderen je accepteren zoals je bent. Dat je ‘gewoon’ behandeld en serieus genomen wordt. Helaas is dit niet altijd vanzelfsprekend voor inwoners met een kwetsbaarheid.
Daarom investeren gemeenten in een toegankelijke openbare ruimte én werken ze aan herstel en maatschappelijke acceptatie van kwetsbare inwoners uit onze regio. Bij een inclusieve samenleving hoort natuurlijk ook dat iedereen onder alle omstandigheden zichzelf kan zijn. Dit betekent dat we iedereen ruimte geven en respecteren, óók als iemand keuzes maakt die we als ongepast of ongezond zouden bestempelen. Zolang mensen geen overlast veroorzaken, strafbare feiten begaan en er geen sprake is van (een gevoel van) onveiligheid voor anderen of voor henzelf, staan we voor het recht van een ieder om te doen wat hij/zij wil.
Beleidsuitgangspunten Preventie: meer welzijn, minder zorg Gemeenten willen met preventie en vroegsignalering voorkomen dat problemen verergeren en mogelijk tot een crisis leiden. Als kwetsbare inwoners zoveel mogelijk regie kunnen voeren en kunnen omgaan met fysieke, emotionele en sociale uitdagingen in hun leven dan verbetert hun kwaliteit van leven. Het doel van de preventie is inwoners, de sociale omgeving en professionals voldoende toe te rusten om signalen van ernstige problemen tijdig te herkennen en erkennen. Met goede voorlichting en passende instrumenten voor signalering kunnen we gezamenlijk ernstige crisissituaties in de lokale gemeenschap voorkomen.
“De crisiskaart zorgt voor een wereld van verschil.” Roos
Met alles wat we vanuit dit beleidsplan doen, richten we ons in de eerste plaats op preventie. Dat heeft topprioriteit. Zo voeren we elk jaar een concreet uitvoeringskalender Preventie & Vroegsignalering uit. Hierin staat uitgewerkt welke acties we voor de volgende jaren uitvoeren. We voeren publiekscampagnes uit om het bewustzijn te vergroten over problemen waar inwoners met een kwetsbaarheid tegenaanlopen, we voeren zelfhulpprogramma’s uit, organi-
12
seren scholing voor professionals in de uitvoering én we vergroten de bekendheid van de gemeentelijke toegangen. Want daar kunnen mensen terecht als zij een hulpvraag hebben. Gemeenten zorgen lokaal voor een breed preventief ondersteuningsaanbod, zoals ontmoeting en dagbesteding in de wijken en het in beeld brengen van risicogroepen. Persoonlijk en maatschappelijk herstel centraal Een psychische kwetsbaarheid, huiselijk geweld of kindermishandeling en dak/thuisloosheid kunnen ingrijpende gevolgen hebben op de identiteit, het zelfbeeld en de sociale relaties van inwoners. Persoonlijk en maatschappelijk “Herstelactiviteiten zijn inspirerend, herstel is in dit soort situaties essentieel om de maatschappelijke positie van inwoners weer ik kan ervan leren en ik kan mijn te herstellen. Herstel gaat over het (leren) leven verhaal kwijt.” Yvonne met een ontwrichtende aandoening, beperking of kwetsbaarheid waarbij de mogelijkheden en kracht van inwoners centraal staan. Zo krijgen inwoners hoop en perspectief, regie en (weer) een positief zelfbeeld. Inwoners die hier behoefte aan hebben, kunnen rekenen op een breed scala aan herstelondersteunende activiteiten in de Gooi en Vechtstreek, zoals herstelwerkgroepen, cursussen, trainingen en herstelgerichte begeleiding. “Het is mijn medicijn. Je hoort verhalen van anderen, hoe zij ergens mee dealen, daar haal je veel uit.
Je bent Ook hun familieleden en naasten worden betrokonder elkaar en kunt je ervaringen delen. Ik kan deze ken en kunnen - wanneer mensen altijd bellen als ik ergens mee zit.” Marc nodig - rekenen op hulp. Lotgenoten en opgeleide ervaringsdeskundigen zijn hierbij van essentiële meerwaarde. We zetten hun ervaring en deskundigheid zoveel mogelijk in om kwetsbare inwoners en hun naasten te helpen. Regie over het eigen leven Inwoners van de Gooi en Vechtstreek voeren regie over het eigen leven. Ook als zij te maken hebben met (ernstige) kwetsbaarheden. Wanneer inwoners tijdelijk niet in staat zijn om zelf (of met behulp van het eigen netwerk) regie te voeren en hierdoor veiligheidsproblemen ontstaan, dan kan dit in het uiterste geval door gemeenten worden overgenomen.
“In het begin zei ik: ik wil hier nooit meer weg. Maar nu denk ik dat ik natuurlijk ook verder wil. Stap voor stap. Met psychologische hulp ook die ik binnenkort ook ga krijgen.” Jenny De vraag van inwoners centraal Geen mens is hetzelfde. Samen met inwoners en hun naasten zoeken gemeenten op basis van échte betrokkenheid en vertrouwen naar oplossingen voor hun problemen. Deze oplossingen zijn op maat gesneden en benutten de eigen mogelijkheden van inwoners om hun problemen op te lossen, maximaal. Hulp is altijd zo licht als kan en zo zwaar als nodig. Verder gaat hulp niet alleen over het wegnemen van (acute) problemen die inwoners hebben, maar ook over het bieden van perspectief. Perspectief dat er van uitgaat dat inwoners - op termijn - zo zelfstandig mogelijk hun leven kunnen leiden. Echt integraal werken Mensen die te maken hebben met een psychische kwetsbaarheid, met huiselijk geweld en/of dak/thuisloos zijn hebben vaak meerdere problemen tegelijkertijd, zoals op het gebied van wonen, werk, inkomen, relaties, zorg én veiligheid. Dit zijn allemaal domeinen waar gemeenten vanuit wetgeving een brede verantwoordelijkheid op hebben. Toch is een bestendige samenwerking tussen deze domeinen nog geen vanzelfsprekendheid. Het is nog steeds moeilijk om schotten tussen wetten en financieringsstromen ondergeschikt te maken aan snelle en juiste hulp voor inwoners met problemen.
Dit gaan gemeenten veranderen, zodat ondersteuning op verschillende domeinen een samenhangend geheel vormt en aansluit op de leefwereld van inwoners.
13
In beleid over werk, veiligheid, inkomen, schulden en wonen wordt standaard aandacht besteed aan de participatie en ondersteuning van inwoners met een kwetsbaarheid. Daarnaast sturen gemeenten op een intensieve samenwerking tussen gespecialiseerde zorg en het voorliggend veld én leggen ze focus op de vroegsignalering van schulden en snelle financiële ondersteuning om ergere problemen (bijv. huisuitzetting) te voorkomen. De gemeentelijke regisseur die op uitvoerend niveau eindverantwoordelijk is voor de realisatie en uitvoering van maatwerkoplossingen voor inwoners, heeft breed mandaat om over domeinen heen oplossingen te bewerkstelligen en te doen wat nodig is. Als het nodig is om tot een doorbraak te komen, kan worden afgeweken van regels en beleid. Inwoners wonen zoveel mogelijk thuis in een veilige omgeving Om ervoor te zorgen dat kwetsbare inwoners zoveel mogelijk in hun eigen huis of wijk kunnen blijven wonen investeren gemeenten samen met woningcorporaties stevig in de beschikbaarheid van betaalbare sociale huurwoningen én investeren gemeenten in de randvoorwaarden voor zelfstandig en stabiel wonen, zoals de beschikbaarheid van adequate ambulante hulp, met 24-uurs oproepbare ondersteuning. Dit alles moet er tevens toe leiden dat het beroep op beschermd wonen en maatschappelijke opvang afneemt.
Dit is een grote opgave voor gemeenten, omdat de woningvraag blijft stijgen en er een schaarste is aan geschikte en betaalbare sociale huurwoningen, zeker als daar ook nog specifieke eisen bijkomen zoals geclusterde ligging bij een zorgsteunpunt. Scheiden wonen en zorg Daar waar de zorg eerst binnen de muren van een instelling plaatsvond, vindt deze nu steeds meer plaats op andere plekken, zoals poliklinisch of thuis. Dit is een landelijke trend waarbij inwoners meer gestimuleerd worden om langer thuis te wonen en de keuzevrijheid voor inwoners over het type woonvorm waarin zij willen wonen wordt bevorderd. Dat draagt ook bij aan de (financiële) houdbaarheid van zorg waar een vorm van verblijf onderdeel van uitmaakt en zorgverlening grotendeels los komt te staan van het zorgvastgoed. Gemeenten willen dat zorgaanbieders zich meer richten op hun corebusiness: het leveren van zorg. In plaats van ook het eigenaarschap, beheer, schoonmaak, toezicht, het genereren van inkomsten én het managen van risico’s van onroerend goed. Daarom streven gemeenten naar een sterkere scheiding tussen de levering van zorg en het beheer en exploitatie van panden.
Zij willen dat zorgaanbieders in principe geen woningen verhuren en dat het verhuren/beheren van vastgoed op een maatschappelijk verantwoorde manier gebeurt via een hiertoe gespecialiseerde (maatschappelijke) instelling (of door de gemeente zelf). De zorgaanbieder heeft als hoofdtaak: het leveren van kwalitatief goede zorg. Dit proces is ingewikkeld en kost tijd. Gemeenten zien de scheiding tussen de exploitatie van panden en het leveren van zorg als een doel voor de (middel)lange termijn. Met aanbieders en partners voeren zij per voorziening een zorgvuldig proces om tot deze stip op de horizon te komen. Lokaal waar het kan, regionaal waar het moet Gemeenten uit de Gooi en Vechtstreek werken al jaren intensief samen om de bescherming en opvang van kwetsbare inwoners uit de regio vorm te geven. Zij hebben het beleid, de inkoop, de financiering, capaciteit en krachten op bescherming en opvang gebundeld en opgenomen in de Gemeenschappelijke Regeling Regio Gooi en Vechtstreek. De legitimatie van dit beleid is lokaal. De besluitvorming ligt bij de colleges en gemeenteraden, maar de voorbereiding en vormgeving van dat beleid doen de gemeenten gezamenlijk. Zo sluit het beleid goed aan bij de schaal van de uitvoering en kunnen gemeenten samen sturen op gemeente-overstijgende ontwikkelingen.
De regionale samenwerking concentreert zich vooral op de inkoop, het beheer én de beleidsvoorbereiding rondom maatwerkvoorzieningen, zoals beschermd wonen, maatschappelijke opvang, vrouwenopvang, maatschappelijke ondersteuning en ondersteuning aan familie en naasten. Op regionaal niveau wordt stevig geïnvesteerd in het voorkomen en de aanpak van schulden en (economische) participatie van kwetsbare inwoners. Lokaal wordt daarnaast
14
ingezet op inclusieve en toegankelijke wijken met een goed netwerk van laagdrempelige algemeen toegankelijke voorzieningen die een preventieve werking hebben én het beroep op maatwerkvoorzieningen doen afnemen. In deze beleidsperiode continueren gemeenten de regionale samenwerking, zoals deze door de gemeenteraden is bestendigd in de Gemeenschappelijke Regeling Gooi en Vechtstreek. Gedeelde financiële verantwoordelijkheid Kernprincipe onder de regionale samenwerking is onderlinge financiële solidariteit tussen gemeenten. Centrumgemeente Hilversum heeft vanaf 2018 de rijksuitkeringen voor beschermd wonen, maatschappelijke opvang en vrouwenopvang met bijbehorende reserves voor maatschappelijke opvang en vrouwenopvang ondergebracht bij de gemeenschappelijke regeling Regio Gooi en Vechtstreek. Vanaf 2023 worden gemeenten door het Rijk gefaseerd verantwoordelijk gemaakt voor de financiën van Beschermd Wonen. Vanaf 2026 komt de mogelijkheid van de doordecentralisatie van de maatschappelijke opvang beleidsmatig aan de orde3. De zogenaamde doordecentralisatie van beschermd wonen en maatschappelijke opvang betekent niet dat de regionale samenwerking dan stopt. Sterker nog, in wetgeving wordt de samenwerking tussen gemeenten in regio’s verder bestendigd. Bijvoorbeeld via de zogenaamde Norm voor Opdrachtgeverschap4.
Deze norm verplicht gemeenten om voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang op basis van een gezamenlijke regionale visie zorg en ondersteuning in te kopen en afspraken te maken over de inrichting van de lokale toegang. Gemeenten blijven dus regionaal doen wat moet en lokaal wat kan. Ook wordt van gemeenten verwacht dat zij de financiële kant van de doordecentralisatie middels een regionale begroting borgen. Aanvullend hebben gemeenten afgesproken om de opgave om (beschermd) thuis wonen mogelijk te maken, gezamenlijk op te pakken en op basis van onder andere een gedeelde financiële solidariteit beter mogelijk te maken. Gelet op de regionale oriëntatie van voorzieningen als maatschappelijke opvang en beschermd wonen en gelet op de beleidsmatige, uitvoerende en inkoop-technische verwevenheid van maatschappelijke-, vrouwenopvang en beschermd wonen blijven de regiogemeenten de rijksuitkeringen voor deze voorzieningen ook vanaf 2023 onderbrengen bij Regio Gooi en Vechtstreek. Hierdoor wordt de beleidsmatige zeggenschap over deze budgetten voor alle gemeenten gewaarborgd, geven gemeenten invulling aan solidariteit én zijn gemeenten meer in staat om - samen met partners in de regio - te sturen op een effectieve uitvoering van het beleid en het waarmaken van veranderambities.
Beleidsdoelen Focus Voor de komende beleidsperiode van het beleidsplan bescherming en opvang, hebben inwoners, gemeenten en partners samen focus aangebracht. Gemeenten, inwoners en maatschappelijke partners geven unaniem prioriteit aan de volgende doelen: 1 Met preventie en perspectief maatschappelijke uitval voorkomen 2 Beschermd en veilig thuis wonen voor iedereen, die dat nodig heeft, mogelijk maken 3 Dienstverlening vanuit een integrale benadering vanuit wonen, welzijn, zorg en veiligheid Beleidsprogramma’s De acties die de gemeenten komende jaren in het licht van bescherming en opvang uitvoeren, vallen onder deze drie doelen. Goede regionale samenwerking tussen gemeenten en met inwoners, zorgorganisaties en maatschappelijke partners is daarvoor een randvoorwaarde. 3 De decentralisatie uitkering vrouwenopvang wordt niet door-gedecentraliseerd. 4 Sinds april 2021 is er een dashboard om de implementatie van de Norm van Opdrachtgeverschap BW MO in de regio’s te kunnen volgen.
15
De gemeenten werken de komende periode vanuit drie beleidsprogramma’s: Programma 1 Preventie en perspectief Programma 2 Beschermd en veilig thuis wonen Programma 3 Een integrale benadering vanuit, zorg en veiligheid Randvoorwaarde: goede regionale samenwerking tussen gemeenten en met partners. Uitwerking Het volgende deel bevat de uitwerking van de beleidsprogramma’s. Daarin worden de doelen omgezet naar concrete acties en resultaten. Dat is ingericht volgens een vast stramien: • Maatregel • Actie(s) • Resultaat/effect • Planning Evaluatie en bijstelling Het sociaal domein is constant in beweging. Het netwerk breidt uit en onze kennis op het gebied van wonen, zorg & welzijn verbetert door te werken aan innovaties. Om te borgen dat gemeenten steeds anticiperen op ontwikkelingen worden de resultaten en ambities uit dit beleidsplan gemonitord en waar nodig bijgesteld. Periodiek worden betrokkenen daarover geïnformeerd. Zo blijven gemeenten voorop lopen in maatregelen die we treffen om kwetsbare inwoners zo goed mogelijk bij te staan.
16
Beleidsprogramma’s 2022-2025 Preventie en perspectief Herstel cliënten en naasten Inwoners in een kwetsbare positie of met (huiselijk) geweldservaringen hebben vaak te maken (gehad) met ontwrichtende gebeurtenissen en kampen met (zelf)stigma. De afgelopen beleidsperiode heeft het Herstelnetwerk daarom verschillende (groeps-) activiteiten georganiseerd om inwoners te begeleiden naar herstel. Zie voor meer activiteiten van het herstelnetwerk: www.herstelnetwerk.nl/. De komende jaren richt het herstelnetwerk zich ook meer op de ondersteuning van naasten van mensen in een kwetsbare positie en de ondersteuning van mensen met geweldservaringen. Ook zij kampen met (zelf)stigma, gebrek aan kennis en lijden vaak onder de problematiek van hun naasten. Ook voor hen komen er lotgenotengroepen, voorlichtingsavonden en speciale ondersteuning. Wat gaan we doen? Maatregel
Resultaat/effect
Planning
1 Continueren van het herstelnetwerk. a Team met ervaringsdeskundigen vanuit GGZ, verslavingszorg en huiselijk geweld. b Regionale ondersteuning netwerk en -team c Inzet op herstelgericht werken binnen contracten. d Herstelactiviteiten ook voor naasten. e Gemeenten dragen bij aan voldoende ruimte zodat de herstelactiviteiten in de wijken kunnen plaatsvinden.
a Doorbreken van het taboe op psychische stoornissen en huiselijk en geweld en kindermishandeling. b Inwoners (slachtoffers en plegers) kunnen beter omgaan met hun ervaringen en hier hulp voor zoeken.
Doorlopend. De exacte planning is op de website van het Herstelnetwerk terug te vinden.
2 GGZ Mantelzorg uitbreiden: Het organiseren/inkopen van voldoende passend hulpaanbod/ ondersteuning in de vorm van begeleiding, lotgenotencontact, psycho-educatie en familie-coach voor mantelzorgers en naasten van inwoners met een psychische kwetsbaarheid.
a Mantelzorgers hoeven zelf minder een beroep te doen op geïndiceerde ondersteuning. b Cliënten kunnen langer thuis wonen.
a Voorstel: begin 2022. b Inkoop: medio 2022. c Evaluatie: 2024.
17
Sturing op herstelactiviteiten Gemeenten sturen lokaal op de herstelbeweging en op voldoende herstelactiviteiten in de wijken. Zij wisselen hier regionaal over uit. Dat betekent dat trainingen, cursussen en activiteiten gericht op persoonlijk herstel lokaal beschikbaar zijn, dat er in elke gemeente van de regio minimaal één locatie is met laagdrempelige activiteiten die geschikt zijn voor de doelgroep. En dat activiteiten, vrijwilligerswerk of toeleiding naar werk van andere partijen bekend en bereikbaar zijn, zodat er voor elk individu bezigheden beschikbaar zijn die passen bij persoonlijke voorkeur en de fase van maatschappelijk herstel. Ook is voldoende adequate mantelzorgondersteuning een aangelegenheid waar gemeenten lokaal op sturen. Het inkopen van laagdrempelige algemene voorzieningen voor mantelzorgers en het faciliteren/het secretariaat van het herstelnetwerk pakken gemeenten gezamenlijk op via de Regio Gooi en Vechtstreek.
Time-out voorziening De time-out voorziening, ook wel respijtvoorziening genoemd, is een voorziening waar inwoners met een psychische kwetsbaarheid of psychosociale problematiek tijdelijk (maximaal 2 weken) terecht kunnen om een crisis en/of klinische opname te voorkomen. De time-out voorziening is in oktober 2020 als pilot van start gegaan en is bedoeld voor zelfstandig wonende inwoners uit de regio vanaf 18 jaar die het thuis even niet redden. De voorziening wordt gerund door professionele gediplomeerde ervaringsdeskundigen, ervaringsdeskundigen i.o. en vrijwillige ervaringswerkers van GGz Centraal. Zij zetten allemaal hun eigen ervaringen in van hun tijd als cliënt in de psychiatrie en/of verslavingszorg. Het verblijf in de voorziening wordt aangegrepen om waar nodig ondersteuning te organiseren ten behoeve van het herstel van de cliënt en hierbij aansluiting te vinden bij het aanbod vanuit het herstelnetwerk binnen de regio voor deze doelgroep. Doel van de voorziening is een sluitend aanbod bewerkstelligen, zodat inwoners zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen. Wat gaan we doen? Maatregel
Resultaat/effect
Planning
3 Continueren van de time-out voorziening in de periode 2022-2025. Gemeenten realiseren 4 plaatsen waar 40 tot 50 inwoners (gemiddeld 2 x) per jaar gebruik van maken.
a Minder escalaties naar crises. b Inwoners wonen langer thuis.
Doorlopend. De exacte planning is op de website van het Herstelnetwerk terug te vinden.
Sturing op de time-outvoorziening Gemeenten sturen gezamenlijk op de uitvoering van de time-out voorziening via Regio Gooi en Vechtstreek.
Crisiskaart ondersteunt eigen regie De crisiskaart ondersteunt kwetsbare en crisisgevoelige inwoners en hun naasten om regie te behouden tijdens een crisis. De crisiskaart is op kleine schaal ingevoerd en door betrokkenen als zeer waardevol geëvalueerd. Door middel van het opstellen van een crisisplan en daaraan gekoppeld een crisiskaart om bij zich te dragen, kunnen cliënten blijven communiceren en regie houden over de omgang met hen als zij daartoe zelf (tijdelijk) niet in staat zijn. Het dragen van een crisiskaart kan tevens leiden tot het voorkomen van een crisis aangezien inwoners meer regie en veiligheid ervaren. Mocht het toch tot een crisis komen dan weten omstanders en professionals wat zij kunnen doen, waardoor de ervaring minder traumatisch zal zijn en het herstel ervan korter zal duren. 18
Wat gaan we doen? Maatregel
Maatschappelijke effecten
Planning
4 Continueren van het verstrekken van 25 crisiskaarten per jaar in de periode 2022-2025.
a Minder psychische crisis. b Versneld herstel van cliënten. c Voorkomen aanspraak zwaardere zorg en ondersteuning.
a Voorstel: begin 2022. b Inkoop: medio 2022.
Sturing op de crisiskaart Het proces van afgifte en beheer van crisiskaarten verloopt via de aanbieder waar de crisiskaart is ingekocht. Deze organisatie heeft direct contact met de kaarthouders. Gemeenten sturen gezamenlijk op de uitvoering hiervan via Regio Gooi en Vechtstreek.
Risicogroepen in beeld Om vroegtijdig beleid te kunnen maken op nieuwe ontwikkelingen binnen bescherming en opvang blijven gemeenten in gesprek met hun partners in het veld, cliënten en naasten. Daarnaast monitoren zij de ontwikkelingen met een overzicht en analyse van cijfers uit het zorg-, veiligheids-, huisvestings- en sociaal domein. In 2020 is een pilot Monitor Sociaal Kwetsbare Groepen uitgevoerd, in Gooise Meren. Deze pilot biedt een goede basis voor het opstellen van een regionale monitor Bescherming & Opvang. De aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling leunt nog zwaar op de cijfers van Veilig Thuis. Dit is zowel landelijk als in onze regio een probleem. In samenspraak met de Taskforce Huiselijk geweld en kindermishandeling zal de komende periode gewerkt worden aan verbeteringen. Het recent ontwikkelde landelijk dashboard5 zal daarbij helpen. Wat gaan we doen? Maatregel
Maatschappelijke effecten
Planning
5 Op basis van de pilot in Gooise Meren ontwikkelen gemeenten een regionale monitor Bescherming & Opvang waarmee de doelgroep in beeld wordt gebracht.
a Maatregelen en activiteiten sluiten beter aan op behoeften van de doelgroep. b Beter zicht op het effect van maatregelen en activiteiten.
a Voorstel: begin 2022. b Inkoop: medio 2022. c Evaluatie: 2024.
6 Gemeenten sluiten aan op landelijke ontwikkelingen van het dashboard huiselijk geweld.
a Maatregelen en activiteiten sluiten beter aan op behoeften van de doelgroep. b Er is beter zicht op het effect van maatregelen en activiteiten.
a Afhankelijk van landelijke ontwikkelingen.
Sturing op risicogroepen in beeld Gemeenten ontwikkelen de monitor gezamenlijk en sturen samen, via Regio Gooi & Vechtstreek, op de werking en het gebruik daarvan. Dit geldt ook voor het dashboard huiselijk geweld.
5 https://dashboards.cbs.nl/v2/dashboardimpactmonitor_hgkm/
19
Voorkomen van (complexe) problematiek Voorkomen is beter dan genezen. Voordat mensen afglijden naar dak- en thuisloosheid, overlast in de buurt, criminaliteit of geweld in afhankelijkheidsrelaties, gaan vaak jaren van problemen als schuldenopbouw, onvoldoende behandeling en begeleiding vooraf. Deze jaren bieden de mogelijkheid om lichtere zorg en ondersteuning in te zetten, voordat de situatie helemaal uit de hand loopt. Het voorkomt daarmee ook hogere kosten voor specialistische zorg, straf en ondersteuning. Wat gaan we doen? Maatregel
Maatschappelijke effecten
Planning
7 Continueren van preventieactiviteiten: a Jaarlijks 5 scholing en cursussen uitvoerende professionals vanuit regionaal leerhuis. b Jaarlijks 5 lesprogramma’s op scholen. c Jaarlijks 3 bewustwordingscampagnes. d Uitvoering Preventie en Handhavingsplan inclusief voorzieningen voor preventieve verslavingszorg. e Ontwikkelen en uitvoeren van een tweejaarlijkse uitvoeringskalender Preventie & Vroegsignalering. Hierin staan de acties, doelen en effectmetingen voor de volgende 2 jaren.
a Betere signalering, doorverwijzing en ondersteuning door uitvoerende professionals. b Toename psychische weerbaarheid, snellere signalering en afname van psychische problematiek bij jeugd. c Toename kennis, handelingsperspectief en afname stigma bij inwoners. Plus snellere signalering en ondersteuning voor mensen die kampen met (beginnende) psychische problematiek, verward gedrag en huiselijk geweld. d Afname gezondheids- en maatschappelijke schade door alcoholen drugsgebruik (bij jeugd).
a a/b Doorlopend. b Verspreid over het jaar en afhankelijk van actualiteit, landelijke en lokale planning. Richtlijn: begin, medio en einde van het jaar. c Zie verder de planning in het plan PHP. d Inkoop preventieve verslavingszorg: start Q4 2021 tbv 2023.
Sturing op preventie De inzet en sturing op preventie van (zwaardere) zorg en schulden vindt lokaal plaats. Als het gaat om regionale preventieve activiteiten, beperkt de samenwerking tussen gemeenten zich primair tot taken en werkzaamheden van de GGD en Jeugd & Gezin.
Economische onafhankelijkheid, het hebben van dagbesteding en werk Bescherming & Opvang richt zich primair op de zorg en ondersteuning van inwoners die dreigen uit te vallen of om dit te voorkomen. Economische zelfredzaamheid en het hebben van dagbesteding of werk is echter een belangrijke beschermende factor tegen huiselijk geweld en psychische problemen. De afgelopen jaren is hierop regionaal geïnvesteerd middels de arbeidsmatige dagbesteding voor dak- en thuislozen en het gesubsidieerde project Toeleiding naar werken voor inwoners met (ernstige) psychische aandoeningen. Ook lokaal zijn diverse projecten ter ondersteuning van kwetsbare inwoners gestart. Meer specifieke investering op deze doelgroep is nodig. Juist omdat blijkt dat de (arbeids)participatie van deze groep inwoners de afgelopen jaren is afgenomen.
20
Wat gaan we doen? Maatregel
Maatschappelijke effecten
Planning
8a Doorontwikkelen van oggz dagbesteding b Van inwoners die gebruik maken van OGGz arbeidsmatige dagbesteding, Beschermd wonen of die op de wachtlijst staan, wordt het arbeidspotentieel vastgesteld. Op basis hiervan worden inwoners of gekoppeld aan een opleiding (om de stap naar werk te kunnen maken), (begeleiding naar) een baan óf inwoners hebben anderszins passende dagbesteding.
a Kwetsbare inwoners zijn beter beschermd tegen huiselijk geweld en psychische problemen.
Start Q1 2022 tbv inkoop 2023 ev. Afhankelijk van besluitvorming participatiedomein.
9 De ontwikkeling van tenminste 5 werkgelegenheidsprojecten per jaar voor inwoners met een psychische kwetsbaarheid. Aan deze werkgelegenheidsprojecten kunnen tenminste 40-50 inwoners deelnemen.
a Minimaal 40 inwoners zijn economisch meer zelfredzaam. b Afname noodzaak van zorg en uitgaven hiervoor.
Afhankelijk van besluitvorming participatiedomein.
Sturing op de werkgelegenheid voor inwoners met een psychische kwetsbaarheid De inkoop en beheer van oggz dagbesteding wordt gedaan vanuit Regio Gooi en Vechtstreek. De sturing op de maatregelen 8b en 9 vinden vanuit Regio Gooi en Vechtstreek en het Werkgeversservicepunt plaats, op basis van de Participatiewet.en de bekostiging die daarbij hoort.
Financiën (begroting, prijspeil 2021) Nr.
Maatregel
2022
2023
2024
2025
Dekking
1
Herstelnetwerk BW/MZ/HGKM
181.751
181.751
181.751
181.751
BW/VO
2
GGZ mantelzorg
65.000
65.000
65.000
65.000
BW
3
Time-outvoorziening
192.829
192.829
192.829
192.829
BW
4
Crisiskaart
47.500
47.500
47.500
47.500
BW
27.058
24.558
24.558
24.558
BW
5 & 6 Risicogroepen in beeld 7
Preventie en PHP plan
47.000 + 217.504 +
47.000 + 217.504 +
47.000 + 217.504 +
47.000 + 217.504 +
BW
8a
Oggz dagbesteding dak- en thuislozen
187.209
187.209
187.209
187.209
MO
Regionale agenda preventie & vroegsignalering
49.000
49.000
49.000
49.000
BW
Totaal programma
1.012.601
1.012.351
1.012.351
1.012.351
21
Beschermd en veilig thuis wonen Voldoende (kleinschalige) opvang Als dakloosheid echt niet kan worden voorkomen of als het in de thuissituatie echt te onveilig is, kunnen inwoners rekenen op hoogwaardige en passende opvang. Gemeenten dragen zorg voor voldoende plekken waarbij gedifferentieerd wordt naar problematiek. Zo is er in de regio een speciale opvang voor thuis/dakloze volwassenen, gezinnen en jongeren. In Almere staat een vrouwenopvang voor slachtoffers van huiselijk geweld en mensenhandel. Daarnaast is er de mogelijkheid om daklozen tijdelijk alternatieve acute opvang aan te bieden in een hotel of vakantiehuisje. Verder hebben gemeenten met het plan van aanpak terugdringen dak- en thuisloosheid de ambitie uitgesproken om de opvang kleinschaliger te organiseren. Door eenpersoonskamers te creëren in de daklozenopvang komen cliënten eerder tot rust en kunnen zij sneller werken aan hun herstel en uitstroom uit de opvang. Deze eenpersoonskamers worden mogelijk gemaakt door de gezinsopvang kleinschaliger in de wijk te organiseren. Dit komt het gewoon en emotioneel veilig opgroeien van kinderen ten goede. Wat gaan we doen? Maatregel
Maatschappelijke effecten
Planning
10 Uitvoering geven aan de maatschappelijke en vrouwenopvang op basis van het niveau van 20216: a Een dekkend hulp en begeleidingsaanbod realiseren voor dak- en thuislozen. b Realiseren van 1-persoonskamers maatschappelijke opvang. c Realiseren van minimaal 10 kleinschalige opvanginitiatieven voor gezinnen in de wijken.
a Bescherming van vrouwen in noodsituaties. b Zelfredzaamheid voor vrouwen en een zelfstandig leven door snellere en betere uitstroom. c Kinderen kunnen in een normale setting worden opgevangen, bij voorkeur binnen hun eigen gemeente.
a Inkoop start Q4 2021, tbv 2023. b/c Realisatie 2022, evaluatie 2024.
11 Contineren maatschappelijke en jongerenopvang op basis van het niveau in 20217 (54 plaatsen).
a Circa 300 daklozen per jaar adequaat opvangen en voorzien van de juiste ondersteuning terug naar zelfstandig of beschermd (thuis) wonen.
a Inkoop start Q4 2021, tbv 2023.
Sturing op preventie én op (voldoende) kleinschalige opvang Gemeenten zorgen voor de juiste randvoorwaarden zodat opvang niet nodig is. Zoals een stevige basisinfrastructuur in de wijken gericht op de-stigmatisering, ontmoeting, dagbesteding, begeleiding, zingeving en talentontwikkeling. Ook gaat het om randvoorwaarden voor snelle signalering en doorverwijzing naar hulp wanneer er sprake is van problemen als (dreigende) schulden en armoede in brede zin, verslaving en huiselijk geweld. Dit zijn allemaal aangelegenheden die lokaal bij gemeenten zijn belegd. Bij het realiseren van (nieuwe) opvangplekken is op lokaal niveau het creëren van draagvlak onder buurtbewoners van belang, bijvoorbeeld door middel van voorlichting en participatie. De inkoop en het beheer van voldoende opvangplekken met kwaliteit pakken gemeenten gezamenlijk op via Regio Gooi en Vechtstreek.
6 Afhankelijk van de effecten van uittreding Weesp. 7 Afhankelijk van de effecten van uittreding Weesp.
22
Van beschermd wonen naar beschermd thuis Gemeenten willen beschermd wonen zo thuis als mogelijk organiseren. Onderzoek toont aan dat thuis wonen door inwoners met psychische problemen met behoefte aan (24 uurs) begeleiding en toezicht leidt tot toegenomen kwaliteit van leven, betere herstelmogelijkheden, meer sociale inclusie en minder stigma8. Gemeenten zetten daarom stevig in op preventie en het zo snel als mogelijk opsporen en oplossen van problemen, om te voorkomen dat wonen in een instelling noodzakelijk wordt. Dat geldt ook voor cliënten die de GGZ- kliniek verlaten. Deze beweging noemen gemeenten het ambulantiseren van beschermd wonen naar beschermd thuis. Om dit mogelijk te maken, scheppen gemeenten de juiste voorwaarden in de wijken. Dit betekent investeren in de beschikbaarheid van betaalbare sociale huurwoningen/wooneenheden, een breed arsenaal van woon (zorg)varianten en de basisbenodigdheden voor zelfstandig en stabiel wonen. Gemeenten dragen zorg voor het beschikbaar stellen van adequate ambulante hulp, met 24-uurs oproepbare ondersteuning waar dit nodig is. En gemeenten bevorderen de inclusieve samenleving en zetten daarbij in op GGZ vriendelijke wijken. De ondersteuning thuis kan zeer intensief en kostbaar zijn, wat maakt dat de beweging naar beschermd thuis wonen niet per definitie leidt tot lagere uitgaven dan bij beschermd wonen in een instelling.
Soms zijn de uitgaven zelfs hoger. Maar het sluit wel aan op de visie van gemeenten, namelijk dat kwetsbare inwoners moeten kunnen meedoen aan onze samenleving. Om beschermd wonen in een instelling en om beschermd thuis wonen mogelijk te maken, zijn gemeenten solidair met elkaar. Dit betekent dat zij de kosten en risico’s van initiatieven die bijdragen aan de gezamenlijke opgaven, ook gezamenlijk dragen. Hierbij wordt ook de inzet op preventie zoveel als mogelijk meegewogen. Alle gemeenten dragen bij. Ongeacht de feitelijke locatie van dergelijke initiatieven. Gemeenten hanteren hier een kostenregeling voor die nader wordt uitgewerkt. Sinds 2021 is de Wet langdurige zorg (Wlz) toegankelijk voor mensen met een psychische stoornis. In de regio Gooi en Vechtstreek gaat het om circa 60% van de inwoners die verblijven in beschermd wonen. Zij gaan over van de Wmo naar de Wlz. De Rijksmiddelen voor beschermd wonen gaan daarmee tevens voor circa 60% over van de Wmo naar de Wlz. Dat betekent dat het aantal beschermd wonen plaatsen in de Gooi & Vechtreek met circa 60% afneemt. In 2020 waren er 275 plaatsen beschermd wonen. Dit aantal daalt tot circa 100-110 in 2022. Beschermd wonen wordt een schaars aanbod binnen de regio Gooi en Vechtstreek. De wachtlijst voor beschermd wonen neemt desondanks nog nauwelijks af.
Deze stelselwijziging leidt er tevens toe dat het karakter van beschermd wonen binnen de Wmo verandert. Het wordt per definitie een tijdelijke voorziening. Daarom is het extra belangrijk om verhuisbewegingen zoveel mogelijk te voorkomen daar mensen in principe slechts tijdelijk in de instelling zullen verblijven. Wat gaan we doen? Maatregel
Maatschappelijke effecten
Planning
12 Onderzoek naar een gezamenlijke regionale toegang tot beschermd wonen als specialistische voorziening. We bezien of zo expertise wordt opgebouwd bij de inzet van deze voorziening. En of een gezamenlijke toegang tot beschermd wonen bijdraagt aan een verdere doorvoering van het solidariteitsprincipe op dit gebied.
a Inwoners wonen langer thuis. b Solidariteit tussen gemeenten neemt toe.
a Onderzoek 2022. b Besluitvorming 2022. c Implementatie 2023.
8 https://vng.nl/files/vng/van-beschermd-wonen_20151109.pdf
23
Maatregel
Maatschappelijke effecten
Planning
13 Gemeenten indiceren alle inwoners die een beschikking hebben voor beschermd wonen opnieuw en bezien of de zorg op een andere manier geleverd kan worden. Dit is van belang daar beschermd wonen, met de openstelling van de Wet langdurige zorg voor mensen met een psychische stoornis minder capaciteit heeft ten opzichte van voorgaande jaren en per definitie een tijdelijke voorziening zal zijn.
a Beperken van het aantal verhuisbewegingen. b Inwoners wonen langer thuis. c Beschermd wonen draagt bij aan herstel. d Wachtlijst/tijd neemt af.