CConstaterende datwassenaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Notulen raadsvergadering 30 januari 2024 - Concept

Raadsvergadering Wassenaar 27 februari 2024, gemeente wassenaarBij agendapunt: Notulen31.727 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Mevrouw Bellekom, nog afsluitend. 27

Mevrouw Bellekom: Dank u. Ik denk dat we gewoon moeten vertrouwen op gezond verstand van degenen die straks de naam gaan bepalen en gaan kiezen, dat daarbij wel een onderscheid zal blijken, ja, ontstaan tussen de sporthal en De Kieviten. De voorzitter: Voordat het nu helemaal een onderonsje… De heer Hendrickx: Eén opmerking als het mag, voorzitter. U geeft mij nu wel een hele uitdaging, maar dat terzijde. De voorzitter: Dan ga ik naar het college en de plaatsvervangend portefeuillehouder. Wethouder Koetsier: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Ik zou eerst willen zeggen, laat het gezond verstand prevaleren in dezen. Ja, de prijsvraag staat. We gaan tijd vrijmaken om dit te organiseren. Wat natuurlijk belangrijk is, is de beoordelingscommissie die erover gaat om uiteindelijk een naam te kiezen. Daarbij denken we vooral aan belanghebbenden en vertegenwoordigers uit de sportverenigingen. Ik zal voorstellen om de naam bekend te maken tijdens de officiële opening. Dus bij dezen. De voorzitter: Dat betekent dat u oordeel raad geeft? Wethouder Koetsier: Excuses, mijnheer de voorzitter, inderdaad, oordeel raad. De voorzitter: Goed, kunnen wij gaan stemmen over deze motie? Dat is het geval.

Dan breng ik in stemming de motie, als hoofdindiener mevrouw Bellekom maar breed ondersteund, die dus vraagt om, indien dit nog mogelijk is, een prijsvraag uit te schrijven zodat iedereen kan meedenken over de nieuwe naam, zo snel mogelijk duidelijk te maken wat de nieuwe naam van de gemeentesport zal zijn en de raad zo spoedig mogelijk te informeren. Motie Naamgeving gemeentelijke sporthal Ingediend door Lokaal Wassenaar!, PvdA, CDA, DLW, VVD, D66 en Hart voor Wassenaar "De raad van de gemeente Wassenaar, in vergadering bijeen op 30 januari 2024; overwegende dat: de nieuwe gemeentelijke sporthal in april 2024 geopend zal worden; van mening zijnde dat: er nog te vaak gesproken wordt over de Kievitensporthal; draagt het college op om: 1. indien dit nog mogelijk is een prijsvraag uit te schrijven zodat iedereen kan meedenken over een nieuwe naam; 2. zo snel mogelijk duidelijk te maken wat de nieuwe naam van de gemeentelijke sporthal zal zijn; 3. de raad zo spoedig mogelijk te informeren; en gaat over tot de orde van de dag." De voorzitter: Wie is voor de motie? Dat is een unanieme gemeenteraad en daarmee is de motie aangenomen. Gefeliciteerd. Dan geef ik het woord aan de heer Pesman over een motie Transparantie publiek geld. De heer Pesman: Dank u wel voorzitter. Iedere maand als wij hier besluiten nemen en die besluiten kosten geld, dan is dat geld van de gemeenschap.

Mijn partij vindt dat we daar volledig transparant over moeten zijn naar de inwoners. De inwoners hechten er ook waarde aan dat wij transparant communiceren over het gemeenschapsgeld dat wij hieraan uitgeven. Vandaar mijn motie. Het is geïnspireerd op een motie die ook in Eindhoven is aangenomen. In België is dit volgens mij ook staand beleid. draagt het college op om: bij ieder publiek project waarvan de begrote kosten meer dan € 200.000,00 bedragen een gemeentebord/werfbord te plaatsen met daarin de volgende info: 1. korte omschrijving/titel van het project, 2. datum, start van het project, 3. datum, verwachte eind van het project, 4. de aanneemsom project en eventueel de aannemer, 5. (eventueel QR-code naar meer informatie over het project) en gaat over tot de orde van de dag. Ingediend door mijn eigen fractie. Dank u wel. 28

De voorzitter: Dank u wel. Dat levert nog een vraag op van de heer Gankema. De heer Gankema. De heer Gankema: Dank u wel voorzitter. Sympathiek voorstel. Wel even de vraag over hoeveel van die aankondigingen hebben we het dan ongeveer per jaar? De voorzitter: De heer Pesman. De heer Pesman: Ik ben geen wethouder, maar dat is denk ik een goede vraag voor de wethouder. Het is publieke werken van boven de € 200.000,00. Als de wethouder daar een inschatting van kan geven, vind ik prima. De voorzitter: Dan geven we die door. De heer Mulder, nog een vraag voor de heer Pesman. De heer Mulder: Ja, dank u wel. Inderdaad, bedankt ook mijnheer Pesman voor het opstellen van de motie. Eigenlijk is de vraag, vindt u dat het op dit moment dus niet inzichtelijk is en dat het niet vindbaar is op de website, het project van de gemeente? De voorzitter: De heer Pesman. De heer Pesman: Dank u wel. Ik denk dat het er niet zozeer om gaat om wat ik vind. Ik zit hier midden in de politiek. Ik krijg al die besluiten hier te zien. Ik denk dat het niet zoveel uitmaakt of ik vind dat het inzichtelijk is. Wat ik wel weet is dat ik aan mensen vertel bijvoorbeeld hoe duur het skatepark gaat zijn, wat de komende keer op de agenda is. Als zij daar een inschatting van moeten geven, dat weten ze niet.

En niet iedereen gaat op de gemeentewebsite kijken hoeveel heeft dat nou precies gekost en de ambtelijke kosten en alles. Dus ik denk dat we een voorbeeld kunnen nemen aan België en Eindhoven om dat gewoon daar neer te zetten. Transparantie. De voorzitter: De heer Mulder. De heer Mulder: Ja, een vervolgvraag daarop inderdaad. Want hoe lang wilt u dan dat die borden blijven staan? Blijven die daar staan voor de eeuwigheid? Dat we weten van wanneer heeft wat iets gekost? De voorzitter: De heer Pesman. De heer Pesman: Dat lijkt me vrij logisch. Het staat ook in de motie. Vanaf het start van het publieke werk tot het eind van het publieke werk. Ik denk niet dat het logisch is dat dat daar tien jaar blijft staan. De voorzitter: Helder. Dan is dat allemaal opgehelderd. En dan is het woord aan de wethouder met een reactie op de voorliggende motie. Wethouder Koetsier: Dank u wel mijnheer de voorzitter. Mijnheer Pesman, fantastisch initiatief. Dit steunen wij als college. We laten dit oordeel raad. Ik wil ook aangeven dat we dit al doen op verschillende plekken, alleen niet consequent. Er staat een groot bord op dit moment bij de rioolwerkzaamheden aan de Bremhorstlaan en de Teylingerhorstlaan en de Kerkeboslaan die fantastisch mooi gerenoveerd is. In de toekomst zullen we ook de aanneemsom erbij zetten. We laten graag zien hoe en waar wij publiek geld uitgeven.

En ik kan u zeker toezeggen dat straks bij de skatebaan daar een heel mooi bord zal staan als het uitgevoerd gaat worden en wanneer we daarmee beginnen. Dank u wel. De voorzitter: De heer Pesman. De heer Pesman: Ja, dank u wel. Ik had nog een vraag aan de wethouder, want bij punt 5 van de motie staat tussen haakjes eventueel QR-code, omdat ik een beetje benieuwd was naar de uitvoerbaarheid daarvan. Het lijkt mij dus heel mooi als er ook op zo een bord een QR-code is waar mensen kunnen scannen en dan echt verdere details over het project kunnen zien. Is dat mogelijk? Heeft de wethouder daar een oordeel over? Dank u wel. De voorzitter: De wethouder. Wethouder Koetsier: Dank u wel mijnheer de voorzitter, excuses. Daar heeft de wethouder op dit moment geen oordeel over. Ik weet niet precies hoe het werkt. Wat ik wel weet is dat we op dit 29

moment wel appgroepen hebben. We hebben sites waarin heel duidelijk projectinformatie te vinden is. Ik denk dat we het gewoon meenemen en als het kan zal het erbij gezet worden. En er werd mij nog gevraagd, er was de vraag gesteld hoeveel projecten wij hebben per jaar. Dat antwoord kan ik u op dit moment even niet geven. De voorzitter: Nog een vervolgvraag van de heer Pesman aan de wethouder voordat hij wegloopt. De heer Pesman: Het meer een opmerking. Bij het Geesbert van Barneveldpark, geheel toevallige plek, staat er bij onder de straatnaam ook een QR-code naar meer informatie over wie Geesbert van Barneveld was, daar zou je naar kunnen kijken voor eventueel zo een QR-code. Dat vind ik een fantastisch idee. Wethouder Koetsier: Dank u wel mijnheer Pesman, voor de suggestie.

Motie Transparantie publiek geld Ingediend door Hart voor Wassenaar "De raad van de gemeente Wassenaar, in vergadering bijeen op 30 januari; overwegende dat: geld van de gemeente geld van de samenleving is; volledige transparantie over de kosten van publieke projecten van het uiterste belang is; de gemeenteraad van Wassenaar veel waarde hecht aan transparante communicatie naar de inwoners; draagt het college op om: bij ieder publiek project waarvan de begrote kosten meer dan € 200.000,00 bedragen een gemeentebord/werfbord te plaatsen met de volgende info: 1) korte omschrijving/titel van het project; 2) datum, start van het project; 3) datum, verwachte eind/voltooiing project; 4) aanneemsom project (en eventueel de aannemer); 5) (eventueel QR-code naar meer informatie over het project); en gaat over tot de orde van de dag." De voorzitter: Goed. Is er nog behoefte aan een stemverklaring of kunnen we overgaan tot stemming over de voorliggende motie? Dat is het geval, dan breng ik graag de motie in stemming. Motie Transparantie publiek geld, ingediend door de heer Pesman. Wie is er voor? Dat zijn de fracties van het CDA, GroenLinks, Hart voor Wassenaar, VVD, D66 en Lokaal Wassenaar! Wie is er tegen? Dat zijn de fracties van DLW en de PvdA en daarmee is de motie aangenomen. Gefeliciteerd. Dan gaan we naar de heer Paulides over de zienswijze Maaldrift Defensie.

De heer Paulides: Ja dank voorzitter. Ja, op 15 december 20... De voorzitter: Zeker en dat gaan we... ik zeg het wel namens u. Mevrouw Van Vliet-van Dijk verlaat nu de vergadering, want Defensie is natuurlijk ook weer van het RVB. Dus om dezelfde redenen maakt mevrouw Van Vliet nu geen onderdeel uit van de beraadslaging en ook niet van de stemming. Overigens nu we dit punt toch te pakken hebben, bij het agendapunt waar het over de commandopost ging riep ik unaniem, en met unaniem bedoelde ik toen het aantal aanwezigen en heel expliciet dat mevrouw Van Vliet-van Dijk daar niet bij was. Dan hebben we dat voor de geschiedschrijving ook goed, moeten we ook in het verslag even goed in de gaten houden. Dan hebben we dat allemaal weer zuiver en is nu het woord aan de heer Paulides. De heer Paulides: Dank u wel voorzitter, tweede poging. Op 15 december 2023 heeft Defensie een notitie gepubliceerd waarin onder andere een extra ruimtebehoefte is voorzien voor het Defensieterrein Maaldrift. Dat zou dan van 17 naar 30 hectare gaan. Het gaat om 13 hectare uitbreiding en herontwikkeling van het bestaande terrein. Defensie vraagt een zienswijze, maar een zienswijze wordt normaal gesproken door het college in concept opgesteld, waarna de raad het besluit neemt dat het als zienswijze eruit kan. Die zienswijze moet voor 12 februari zijn ingediend, dat lukt niet in de normale cyclus.

En vandaar, en dan ga ik over naar het dictum, draagt het college op om voor 12 februari 2024 een voorlopige zienswijze aan Defensie aan te bieden en daarbij aan te geven dat de gemeenteraad in beginsel eind februari de zienswijze vaststelt. Dat is het.

30

De voorzitter: Ik dank u wel. Dat levert verder geen vragen op vanuit de raad. Dat is niet het geval. Dan geef ik het woord aan de wethouder. Wethouder Koetsier: Dank u wel mijnheer de voorzitter. Mijnheer Paulides, dank u wel voor deze motie. Even een heel klein stukje achtergrond over deze reikwijdtenota van Defensie. Dit is een eerste consultatieronde. Dit is echt nog heel erg globaal. Er staan geen concrete plannen in en al helemaal niet over Maaldrift. We hebben met Defensie gesproken en we zullen pas verder met hen in gesprek gaan, een verdere verdieping, en dat zal pas zijn na de zomer. Als college stellen wij op dit moment een zienswijze samen. Wij zullen alle punten meenemen die in de motie staan. Dus dank u wel daarvoor. Wij zullen deze als college voor de 12e indienen bij Defensie. Maar wat we ook zullen doen, wij bespreken deze zienswijze op 6 februari a.s. in het college. En zullen hem daarna beschikbaar maken aan de raad. Dan kan hij mee in de volgende commissieronde bij de commissie op 12 februari a.s. en vervolgens in de raad van 27 februari a.s. En we geven ook aan aan Defensie dat er later nog opmerkingen of aanmerkingen van de raad bij kunnen komen. De voorzitter: Misschien wel even goed voor de orde, data u expliciet hier aangeeft dat de aanlevertermijn hier dus korter op is, omdat aankomende dinsdag 6 februari het college hem vaststelt.

Normaal moeten voor een commissie zaken tien dagen van tevoren aangegeven worden. Dus daarbij is dus wel even de vraag van coulance om mogelijk te maken dat u de 12e of de 13e daar wel met elkaar het gesprek over kan voeren. En zodat die in de raad van 27 februari ook behandeld kan worden. Wethouder Koetsier: Dank u wel mijnheer de voorzitter voor deze verduidelijking. Dat was ik vergeten te zeggen. De voorzitter: Mijnheer Gankema, vraag aan de wethouder. De heer Gankema: Ja vraag aan de wethouder, maar ik heb ook niet meer helemaal helder nu ik de toelichting hoor wat nou precies het proces is. Dus laat ik het even parafraseren. Eerst gaat het college een zienswijze opstellen, dat bespreekt het in het college van 6 februari a.s. Dan wordt het 12 februari a.s. richting de raad gestuurd, maar dan hebben wij het nog niet besproken. Ondertussen is het al wel vast naar Defensie gestuurd. Mijn punt is, in hoeverre, omdat we het daarstraks ook over de zuiverheid van besluitvorming hadden, is het nou verstandig dat het college iets op gaat sturen wat nog niet met ons besproken is? Dat is eigenlijk de kernvraag. De voorzitter: De wethouder. Wethouder Koetsier: We hebben ook met Defensie gesproken, kunnen wij dat later doen? Nee, het is gewoon voor iedereen geldt een inlevertermijn van 12 februari a.s.

Wat wij wel doen, we maken het document beschikbaar niet op de 12e, maar ruim daarvoor op de 6e. En zoals de voorzitter aangegeven heeft, dat betekent enige coulance ten aanzien van de tien dagen van tevoren. En vervolgens nemen we het mee in de commissieronde, het komt in de raad en als daarvan aanvullingen komen, en dat geven we ook aan aan Defensie, als er aanvullingen komen van de raad, worden die nagestuurd en aan onze zienswijze toegevoegd. De voorzitter: De heer Gankema voor nog een vervolgvraag. De heer Gankema: Meer een opmerking aan onszelf. Ik denk dat we even elkaar in de ogen moeten aankijken of wij akkoord gaan met deze procedure. We kunnen er ook voor kiezen om een extra commissie, mocht dat nodig zijn, bij elkaar te roepen. Want we zeggen nu wel ja schrijft u maar op, we vertrouwen u volledig. Maar als het ons toebehoort om uiteindelijk iets te vinden van de zienswijze, dan zou ik dat recht toch wel willen houden. De voorzitter: Maar misschien even, want dan geeft dat ook klaarheid of het ook aan de raad toebehoort. Wethouder. Wethouder Koetsier: Ja, dank u wel mijnheer de voorzitter. Daar wilde ik nog eventjes op inhaken. Wij zijn als college ook naar de griffier gegaan.

Hoe zit dat nou met zienswijzen? Wat is de juiste procedure? We hebben toen ook gevraagd, wij zien heel veel zienswijzen voorbijkomen en de griffier gaf aan dat zienswijzen voor GR'en, die zijn wettelijk verplicht om via de raad te gaan. Hoe zit het dan met een zienswijze op een reikwijdte, op een consultatieproces? En dat was niet helemaal duidelijk. Daar is geen wettelijke verplichting voor, maar het is natuurlijk wel netjes om het in een vorm van een consultatie of een aanvulling langs de raad te laten gaan. En daarvoor is deze kans geboden en deze vorm gevonden. 31

De voorzitter: De heer Gankema. De heer Gankema: Dit antwoord is niet geheel bevredigend. Ik zie dat er nog andere mensen zijn bij het spreekgestoelte. Ik wacht nog heel eventjes af met mijn definitieve oordeel en dan kom ik er misschien weer op terug. De voorzitter: Mevrouw Hibbert. Mevrouw Hibbert: Dank u voorzitter. Ik denk een vergelijkbare interruptie of vraag als de heer Gankema had. Ik lees de motie niet anders dan draagt het college op om het predicaat voorlopig op de zienswijze te plakken. En u draait er een beetje omheen vind ik in uw beantwoording, maar u antwoordt dus eigenlijk nee, daar heeft het college geen behoefte aan. Wij zijn niet van plan om het als een voorlopige zienswijze in te dienen. Wij dienen het in als een definitieve zienswijze. De voorzitter: De wethouder. Wethouder Koetsier: Dank u mijnheer de voorzitter, mevrouw Hibbert. Dank u wel voor de vraag mevrouw Hibbert. Dat heb ik niet gezegd. Wij dienen het in met de opmerking dat na de raadsvergadering van 27 februari a.s. er nog aanvullingen en opmerkingen van de raad en eventuele veranderingen van de raad toegevoegd zullen worden om het document definitief te maken. De voorzitter: Mevrouw Hibbert.

Mevrouw Hibbert: Dus u geeft deze motie oordeel raad, want u bent wel gewild om het als een voorlopige zienswijze in te dienen? Praten we hier nu allebei in een andere taal of… Waarom praten we hier dan langs elkaar heen? In hoeverre is uw antwoord anders dan het college geeft oordeel raad aan deze motie? Wethouder Koetsier: Ik kan u niet helemaal volgen mevrouw Hibbert, dank u wel mijnheer de voorzitter. Wij geven dit oordeel raad, dat is duidelijk. U krijgt uw kans om aanvullingen te geven. Dan zijn wij op tijd als Wassenaar met onze zienswijze en krijgt de raad alsnog de kans om opmerkingen, aanvullingen te maken op de zienswijze en dat wordt dan de definitieve zienswijze die bij Defensie ligt. En nogmaals, dit is alleen maar een eerste consultatieronde van Defensie, er is nog niets duidelijk, we weten niet eens precies wat ze daar willen gaan doen. De voorzitter: Dank u wel. Nog een vraag van de heer Hendrickx. De heer Hendrickx: Ja voorzitter, ik vraag me af of het college niet eerder zijn zienswijze had kunnen vaststellen zodat we een normale procedure in gaan. Ik ben ook van mening dat wanneer er iets niet goed omschreven is, dat dan geldt dat het dan per definitie langs de raad moet. Want als het niet langs de raad hoeft, dan is dat expliciet omschreven en andersom gaat het langs de raad. En de derde kwestie die voor mij speelt, u geeft aan 12 februari a.s.

was de deadline voor het indienen van zienswijzen. Wie zegt mij dat alles wat daarna wordt ingestuurd niet gewoon rechtstreeks het ronde archief ingaat? U zegt wel 'ja, dat kan toegevoegd worden aan die zienswijzen die we voor 12 februari indienen', maar daar heb ik geen enkel bewijs van dat dat zo zal zijn en of dat überhaupt nog enige waarde heeft. Dus in die zin steunen wij de motie van de heer Paulides en vinden wij dat het college te weinig zich ingespannen heeft om hier de juiste cyclus van besluitvorming na te komen. En dan sluit ik me aan bij mevrouw Hibbert en de heer Gankema. De voorzitter: De wethouder. Wethouder Koetsier: Dank u wel mijnheer de voorzitter. Bij dezen namens het college ook excuses. De brief kwam op 15 december jl. Het was onmiddellijk daarna kerstreces, et cetera. Daarvoor onze excuses, die kans hebben we gemist. We hebben nog wel met Defensie gesproken of deze procedure kan en zij hebben gezegd dat dit kan en dat de opmerkingen en aanmerkingen en aanvullingen van de raad worden meegenomen in dezen. De voorzitter: Een aanvullende vraag van de heer Hendrickx. De heer Hendrickx: Dank u wel voorzitter. Ja, zou u, nou we hoeven het niet eens in een amendement te gooien, zou u de raad willen voorzien van die toezegging van Defensie, dat ze daadwerkelijk nadere zienswijzen of opmerkingen van de raad meenemen in hun verdere proces? Ik zou

32

graag willen zien dat zij dat daadwerkelijk zwart-op-wit, niet alleen voor u, maar ook voor ons op papier zetten. De voorzitter: De wethouder. Wethouder Koetsier: Mijnheer Hendrickx, daar ga ik mijn best voor doen. De voorzitter: De heer Gankema. De heer Gankema: Dank u voorzitter. Ik wil graag toch even mijn oordeel nu kenbaar maken. Alles gehoord hebbende denk ik dat het aan de motie van de heer Paulides te danken is dat we dit nu vandaag bespreken. Als ik het goed heb en mijnheer Paulides had deze motie niet ingediend, dan waren we van dit proces eigenlijk pas achteraf geïnformeerd. Dus wat dat betreft is het goed als we het hier vanavond over hebben. Ik ben blij om te horen dat de wethouder zijn excuses aanbiedt, dat het beter had gekund. Dat is sowieso een goed begin. Het blijft wel staan dat dit een dossier is waarvan ik veronderstel dat de meningen in de raad er ook over kunnen verschillen en het toch aardige impact heeft op de mensen die daar wonen. Dus ik wilde nogmaals benadrukken dat de rol van de raad in dezen, dat we dit dossier naar ons toe trekken en dat we het niet laten afhangen van wel of niet. Nee, dit behoort ons gewoon toe en hier gaan wij als bestuursorgaan over. Dank u. De voorzitter: Oké, volgens mij… De heer Mulder had nog een vraag aan de wethouder. De heer Mulder: Zeker, dank u wel, voorzitter.

Ja, ik had eigenlijk nog één verhelderende vraag, want, even voor de duidelijkheid, mocht Defensie andere dingen willen gaan doen daar dan het bestemmingsplan toeziet, dan komt het toch sowieso naar de raad? Als ze een bestemmingsplanwijziging willen? De voorzitter: De wethouder. Wethouder Koetsier: Mijnheer de voorzitter, mijnheer Mulder, dat is duidelijk. Alles wat een bestemmingsplanwijziging nodig heeft in het buitengebied komt langs de raad. De heer Mulder: Dank u wel. Wilt u gelijk de stemverklaring van ons meenemen, voorzitter? Ik had het woord niet. De voorzitter: Ach, u staat toch. De heer Mulder: Excuus daarvoor. De VVD kan instemmen met de motie zoals die er ligt. Dank u wel. De voorzitter: Nog anderen behoefte aan een stemverklaring? Dat is niet het geval. Dan ga ik de motie in stemming brengen. Motie over een in te dienen zienswijze op de notitie Reikwijdte en detailprogramma ruimte voor Defensie.

Motie over een in te dienen zienswijze op de Notitie Reikwijdte en Detailprogramma ruimte voor Defensie Ingediend door DLW "De raad van de gemeente Wassenaar, in vergadering bijeen op 30 januari 2024; gehoord de beraadslagingen; inleiding: op 15 december 2023 heeft Defensie een Notitie Reikwijdte en Detailprogramma ruimte voor Defensie gepubliceerd; dat de raad geen conceptzienswijze van het college heeft gekregen om te bespreken en vast te stellen; dat de zienswijze voor 12 februari moet zijn ingediend; dat Defensie uitstel weigert; dat er geen mogelijkheid is om een en ander in de normale raadscyclus te bespreken; overwegende: dat er een extra ruimtebehoefte is voorzien van 13 hectare (van 17 naar 30 hectare); dat er eveneens mogelijk sprake is van een herontwikkeling van het bestaande terrein; 33

-

-

dat Defensie noch het college, noch de raad van Wassenaar hierover heeft geïnformeerd dat de te volgen procedure in dit geval zeer onduidelijk is en er nadere informatie nodig is; het belang van de cultureel-historische waarden van het defensieterrein Maaldrift; het belang van de landschappelijke- en natuurwaarden; het belang van de kernkwaliteiten van het gebied belangrijk zijn zoals de cultuur-historische waarden, de kwetsbare Groene Zone, het Groene Hart, de EHS, de faunapassage, het weidevogelgebied, het Valkenburgse Meer, de recreatiewaarden, NPHD, Natuurnetwerk Nederland, flora en fauna et cetera; het defensieterrein Maaldrift ook naast sportfaciliteiten, een internationale school, woonhuizen en agrarische bedrijven, een camping en een industrieterrein ligt; dat daarmee nu al sprake is een grote invloed heeft op de fysieke leefomgeving; dat er al jaren sprake is van ernstige verkeersproblemen met name v.w.b. bereikbaarheid en de situatie rond het Rozenplein;

van oordeel zijnde dat: het betreffende gebied nu al reeds ernstig onder druk staat; het belangrijk is dat er in ieder geval een voorlopige zienswijze tijdig wordt ingediend; in ieder geval bovengenoemde zaken in de voorlopige zienswijze genoemd worden; draagt het college op om: voor 12 februari 2024 een voorlopige zienwijze aan Defensie aan te bieden en daarbij aan te geven dat de gemeenteraad in beginsel eind februari de zienswijze vaststelt; en gaat over tot de orde van de dag." De voorzitter: Wie is er voor? Dat is een unanieme gemeenteraad en daarmee is de motie aangenomen. Dank u wel en goed dat die helderheid is gecreëerd. Dan gaan we over naar de motie over het ANWB-terrein bestemmingsplan Residentie Parkzicht Wassenaar. Ik geef het woord aan de heer Paulides. De heer Paulides: Ja, dank voorzitter. Het is al laat. Ik ga de inleiding een beetje overslaan. We hebben veel argumenten ook bij de insprekers gehoord. Het gaat niet over het aantal woningen, want dat zouden we willen handhaven. Maar het gaat een beetje over de plek waar we over praten.

Wat kan die plek aan in plaats van wat wil de projectontwikkelaar? Ik sla de rest even over en begin met het dictum: draagt het college op om met de gegeven bouwopgave in samenhang met de omwonenden en de projectontwikkelaar ABB binnen de komende drie maanden mogelijk lagere alternatieven in een schetsfase te ontwikkelen waarbij de bouwopgave wordt gespreid over een groter oppervlak binnen het plangebied en vervolgens de twee alternatieven hoge en lagere bouw voor te leggen aan de raad zodat de raad kan beslissen welke variant de voorkeur heeft. Afhankelijk van deze keuze kunnen vervolgens eventueel de benodigde kaders en de bouwvlakken aangepast worden. Tot zover dat is het. Dat is de motie, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Overigens, bij de behandeling van deze motie is mevrouw Van Vliet weer een onderdeel van de gemeenteraad. Dan hebben we dat ook vastgelegd. En dan gaan we nu, want mijnheer Paulides, u gaat een vraag krijgen volgens mij van de heer Hendrickx. De heer Hendrickx: Ja, mijn vraag is: gaan we dit niet over een maand doen? En daar bedoel ik dus het volgende mee. We hebben vandaag besloten om over een maand uitvoerig nog een keer te gaan praten over dingen. En ik kan me heel goed voorstellen dat deze motie daar een nadrukkelijk en belangrijk onderdeel van is.

En ik vraag me af of het zinnig is om nu separaat, vooruitlopend op over een maand, even los van de inhoud, vooruitlopend op wat we over een maand gaan doen, of in ieder geval begin februari gaan doen, dat nu te behandelen. Dus daarin mijn opmerking. De voorzitter: Mijnheer Paulides. De heer Paulides: Ik denk dat het zeker zinvol is. De voorzitter: U heet nu nog mijnheer Mulder. De heer Paulides: Ik heet mijnheer Mulder, maar nu niet meer. Ik denk dat het zeker zinvol is, want waar gaat u over praten? En wat wij met deze motie willen bereiken, en het wordt ook gezegd binnen de komende drie maanden, maar het mag uiteraard, en het liefst binnen een maand, dat we alternatieven zien. Wat is er nog meer mogelijk? Wat behoud van de kwaliteiten van dat gebied doet? En waar eigenlijk meer mensen voor zijn. Het plan dat er nu ligt, dat vinden we echt, 34

ja dan ga ik toch weer over die overwegingen beginnen, dat vinden we echt een aantasting van het monument van de natuur, van het landgoed en dat moet gewoon anders kunnen. Met behoud van kwaliteiten moet er gewoon een beter plan kunnen komen. En als we daarvoor wat meer bouwvlakken nodig zouden hebben, waardoor ook de totale hoogte beperkt kan worden met behoud van zichtassen en weet ik veel wat, dan vind ik dat een afweging die we als raad moeten kunnen maken. En dat is ook helemaal in lijn met wat de wethouder Kees Wassenaar toen gezegd heeft. Je krijgt drie opties. Een van die opties zal lager zijn, daarvoor hebben we een extra bouwvlak. En wat krijgen we, we krijgen drie van dezelfde voorstellen waarbij we eigenlijk als raad geen kant op kunnen. We hebben geen keuze. Ik wil graag dat we die keuzemogelijkheid krijgen in de hoop, en daar ben ik van overtuigd, dat we een beter voorstel te zien krijgen met behoud van het aantal woningen dat we graag zouden willen zien. De voorzitter: Dank u wel. Vervolgvraag van de heer Hendrickx. De heer Hendrickx: Ja voorzitter, dank u wel. Het lijkt wel alsof wij nu aan agendapunt 7 beginnen, namelijk instemmen met het bestemmingsplan. Punt 8, het is 8.

En ik vind op dit moment, of ik het nou inhoudelijk met u eens ben of niet, dat laat ik heel even in het midden, ik denk alleen dat we met zijn allen gezegd hebben, vrij unaniem, we tillen het allemaal naar de commissie, dan beginnen we fris en vrolijk om 19.30 uur en na wat plichtplegingen kunnen we om 20.00 uur aan dit onderwerp beginnen. Dan hebben we nog een hele avond. En nu wilt u dat wij toch al bijna inhoudelijk op uw motie ingaan, wat je niet in vijf minuten afraffelt, maar waar je de tijd voor nodig hebt. Mijn suggestie zou zijn om deze motie mee te nemen naar de inhoudelijke bespreking bij de commissie. Want dan hebben we de tijd en dan hebben we het nut. En ja, als u zegt dat doen we niet, dan zegt mijn fractie nu nee tegen deze motie. Omdat we op dit moment niet het moment vinden om ja te zeggen tegen die motie. Nogmaals, het gaat niet om de inhoud van de motie, maar het gaat om het feit dat ik niet vind dat we ergens tegen 23.00 uur op een dinsdagavond daarover, met nog een paar minuten te gaan, moeten gaan besluiten. Daarvoor is wat u voorstelt veel te breed, veel te diep en daar moet je de tijd voor nemen en daar hebben we met elkaar voor besloten om daar de commissie over een maand voor te gebruiken. De voorzitter: De heer Paulides. De heer Paulides: Dan heb ik een vraag aan u, want u wilt daarover gaan spreken.

Maar waar gaat u over spreken? Over de drie onderwerpen en vandaar de suggestie om nu te zeggen kom met een schetsontwerp, dan kunnen we daarover praten. Want de commissie besluit nergens over, dus dan gaat het van de commissie weer naar de raad en dan zitten we in hetzelfde dilemma. De voorzitter: De heer Hendrickx. De heer Hendrickx: Voorzitter, het beslispunt is bestemmingsplanwijziging. En dat is een uitwerking van wat er in 2021 is besloten als uitgangspunten. Daar zitten wat schetsen aan vast, maar het gaat in principe om een aantal kernpunten in het bestemmingsplan. Waar u naartoe wilt is een bepaalde invulling die zou passen bij wat een deel van de mensen zou wensen. Daar wil ik het niet over hebben. Daar wil ik het absoluut niet over hebben. Ik wil het over het bestemmingsplan hebben. En dan hebben we het vooral over footprint, hoogte, kwaliteit van de bebouwing en de hoeveelheid groen die er wordt georganiseerd. En vervolgens zijn er mensen die veel beter dan ik in ieder geval invulling kunnen geven aan wat er dan gebouwd moet worden. De voorzitter: Ik wil deze interruptie, want ik heb hem nog wel even extra toegelaten, omdat u nog de vraag had. U bent volgens mij klaar met het indienen van uw motie, of wilde u nog wat toevoegen op de motie? De heer Paulides: Nee, ik wil er wel antwoord op geven. U begrijpt niet helemaal goed wat de Sinn der Sache is.

Als er een alternatief ligt waar we over kunnen praten, kunnen we zeggen we vinden het helemaal niks, we gaan lekker naar 47 meter of misschien brengen we het naar 40 meter, maar het zou ook zo kunnen zijn dat u zegt ja verdorie, daar hebben we helemaal niet aan gedacht, met behoud van alle kwaliteiten is dit een veel beter plan. Dus wat je doet, met deze vraag, in een schetsfase iets neer te leggen, zouden we heel veel tijd ook kunnen besparen, want dat is ook wel iets wat ik in de raad hoor: laten we nou niet veel tijd verliezen en juist zo een schetsfase voorleggen aan de commissieleden en aan de raad zou een besluit kunnen geven van dit is een veel beter plan. De voorzitter: Maar daarom heeft u ook de motie ingediend. Het is nu aan de wethouder om te reageren op de motie. 35

Wethouder Bloemendaal: Dank u voorzitter. De motie ingebracht door de heer Paulides. Het debat net gevolgd hebbende tussen de beide leden ligt de oplossing en de kerk in het midden. Het verzoek aan het college is om zo snel mogelijk met ingang van de volgende cyclus voor de commissie van 12 februari a.s. uitmondende in de raad van 27 februari a.s. opnieuw te kunnen spreken over dit gewichtige onderwerp. Gehoord hebbende wat er gewisseld is vanuit de insprekers en gewisseld is net hier tussen de beide leden, kan het college de volgende cyclus aanbieden om te komen tot een verbetering in de lijn van zoals er vanavond gesproken is. Dat betekent dat ik met de staf, met de ontwikkelaar de komende weken ga zitten om te proberen al datgene wat gewisseld is in de commissie van 12 februari a.s. naar voren te brengen en of dat dan een schets is en of dat drie maanden hoeft te duren, nee, want ik probeer dat gewoon bij de volgende cyclus te doen, maar de motie zoals die uitgeschreven is in het dictum, dat gaat meer tijd kosten en dat ontraadt het college. De voorzitter: Toch nog even voor mijn beeld voor het verwachtingenmanagement, want u praat over weken, maar de twaalfde is over twaalf dagen. Wanneer gaat u dan zorgen dat de commissie geïnformeerd wordt over de stappen die u heeft gezet? Wethouder Bloemendaal: Ter plaatse. De voorzitter: Ja ter plaatse, dat kan niemand voorbereiden.

Dus op welke manier wilt u dit gaan doen? Dit is mij nu niet helder genoeg. Wethouder Bloemendaal: De commissie, de raad heeft gevraagd om het opnieuw te agenderen om te spreken over wat er ligt. Dat is uiteraard aan de orde. Het college heeft ook gehoord wat er mogelijk anders zou kunnen en dat wil ik die avond inbrengen. De voorzitter: Die avond mondeling? Wethouder Bloemendaal: Ja, uiteraard natuurlijk met een toelichting, maar de eerste opdracht die ik gekregen heb aan het begin van deze avond is om een volgende cyclus... Wethouder Bloemendaal: Ja, maar het gaat me over de uiting van producten. U gaat die avond mondeling de commissie informeren over welke stappen u heeft gezet? Dat doet u niet via een raadsinformatiebrief? Wethouder Bloemendaal: Nee, omdat de commissie, omdat de raad mij vraagt om de volgende commissie al met, in ieder geval, het debat te voeren over wat er ligt en ik kan daaraan verbinden dat wat er gewisseld is vanavond en wat er meegenomen wordt uit de inspreekreacties, dat we daar een stap mee kunnen zetten. De voorzitter: Maar dat wordt in de commissie een mondelinge mededeling door u. Ik wil even verwachtingsmanagement doen in hetgeen wat u kunt verwachten, dan weten we dat nu. Dan weten we dat nu, want dan kunnen de leden daar nu op gaan reflecteren.

De heer Paulides: Nee, maar ik zou graag zelf de discussie voeren en niet dat de voorzitter met de wethouder me een hoekje in duwt. De voorzitter: Nee, ik ben ook niet de discussie, maar ik probeer het voor u, als uw voorzitter, helder te krijgen wat u krijgt. Het debat ga ik vooral niet voeren, want daarvoor zit ik hier niet. Maar ik probeer in uw rol als voorzitter, en daar hecht ik ook aan, hier ordelijk te besluiten in helderheid. En dat doe ik namens u. Maar mijnheer Paulides, u heeft een vraag aan de wethouder. De heer Paulides: Ik ben er ook toe in staat, maar op basis van de toezegging van de wethouder begrijp ik dat hij bereid… De voorzitter: U heet nu nog mijnheer Hendrickx maar... De heer Paulides: Nou ben ik weer mijnheer Hendrickx. Wat erg en daar wil ik helemaal niet op lijken. Maar ja, ik begrijp de wethouder dat hij bereid is om een schets neer te leggen tijdens de vergadering. Dat we daar over kunnen praten. En wat dat betreft zou ik het dictum kunnen aanpassen en dat zou dan moeten worden: "mogelijk lagere alternatieven in de schetsfase te ontwikkelen waarbij de bouwopgave wordt gespreid over een groter oppervlak binnen het plangebied". En dat zou, dat is eigenlijk uw toezegging, maar dan zou ik de motie op die wijze willen veranderen. En dat is dan het begin van die discussie die we hebben. 36

De voorzitter: Maar dan voor de orde, de aanpassing, dan zie ik wel graag zo de aangepaste motie. Het is namelijk al laat en als het laat wordt moet je extra scherp zijn. De heer Paulides: Ik ga het nu gelijk even bij de griffier aanpassen. De voorzitter: Dan hebben we het inmiddels over een aangepaste motie. De heer Paulides: Ja, het is een aangepaste motie. De voorzitter: Maar die moet iedereen dan ook tot zich kunnen nemen bij de stemming. Dank u wel. De heer Gankema. De heer Gankema: Dank u voor het woord, voorzitter. Ik wilde het volgende erover zeggen, dat ik de constructie om op 12 februari a.s. een commissie te hebben, waarbij de wethouder uit het hoofd dan wel iets opleest aan de commissieleden op dat moment, een lastige vind. Ik weet niet of we daar met zijn allen naartoe moeten. Vanuit de zaal werd gesproken, neem er de tijd voor. Ik weet niet of het dan verstandig is als op 12 februari iets wat in heel korte tijd moet worden neergelegd en aan ons moet worden gepresenteerd en dat wij daar dan die avond op moeten gaan reageren. Ik weet niet, nou het lijkt me geen verstandige oplossing, laat ik het zo zeggen. Vervolgens de wethouder die zegt alles wat ik vanavond heb gehoord, dat zal ik ook meenemen. Dat vind ik ook al lastig, ik weet niet of je alles mee moet nemen. Ik denk dat we misschien in de agendacommissie dit goed moeten bespreken.

Hoe willen wij dit als raad gaan aanpakken? Ik heb sympathie voor wat de heer Paulides doet. Hij denkt 'we moeten in ieder geval ergens een kapstok hebben zodat we op 12 februari ergens over kunnen praten'. We hadden ook vanavond het debat al inhoudelijk voor een deel kunnen voeren. Daarvoor hebben we niet gekozen. Dat is ook duidelijk, maar ik denk dat de weg die ik hier heb gehoord geen goede weg is. Dank u wel. De voorzitter: De wethouder. Wethouder Bloemendaal: Voorzitter, dank u voor het woord. De motie zoals die voorligt ontraadt het college, ik herhaal dat. We hebben net gesproken over hoe het wel zou kunnen en ja met alles meenemen, mijnheer Gankema, maar natuurlijk datgene wat er gezegd is, wat indruk gemaakt heeft op u en op het college en waar we binnen het geldende, en daar is net ook over gesproken, in termen van hoogte, volume en bouwvlak een compromis zouden kunnen vinden, wil ik dat dan aan u voorleggen. En ik voldoe in ieder geval aan uw, wat ik gehoord heb, opdracht als het in een cyclus verschoven wordt om er nog opnieuw over te praten. En dan is het, dacht ik, handig als we er wat naast kunnen leggen. U heeft gezien op de avonden die georganiseerd zijn hoe de verbeeldingen gemaakt worden. Dus het wordt niet iets oplezen of u door de spreekwoordelijke meloen drukken, maar u kunt dat allemaal dan zien, want dat wordt natuurlijk visueel gemaakt.

De voorzitter: De heer Hendrickx. De heer Hendrickx: Ja, ik vind de gang van zaken een beetje vreemd. Om te beginnen met de reactie van de wethouder, die begrijp ik wel, die reactie van de wethouder. Die neemt eigenlijk de motie uit de handen en zegt ja, wacht even, wij komen met een mooie tekening, schetsen. Ik zal het niet te negatief, maar dat is niet aan de orde. Het college komt met een appreciatie van de motie zoals het hier ligt en kan daarmee aan de slag gaan en moet niet die motie gebruiken om zelf een bepaalde invulling te gaan geven aan een discussie waarvan de inhoud nog onbekend is op de eerste commissievergadering. Ik ben overigens blij dat het niet 11 februari is een commissievergadering, maar toch echt 12 februari want anders zou het heel vreemd worden maar dat terzijde. Ik vind het een hele vreemde gang van zaken, een vreemde omgang met de motie. U heeft gezegd nu inmiddels dat u hem afraadt, als ik dat goed vernomen heb. Ja, en dan ben ik klaar met de opmerkingen van de wethouder en kan wat mij betreft de motie in stemming worden gebracht. De voorzitter: Mijnheer Krabbendam. De heer Krabbendam: Dank u wel, voorzitter. Ik heb ook het antwoord gehoord van de wethouder en de waardering over de motie. Die is helder ontraden.

Volgens mij zouden we het vanavond hebben over de ANWB en was het college klaar om dat naar ons toe te brengen, maar wij waren er niet klaar voor. Ik denk dat dat goed is om vast te stellen. Dus wij hebben nog een extra rondje nodig. En als er nou nog extra informatie komt richting diezelfde raad die net heeft aangegeven daar nog niet helemaal voor klaar te zijn, misschien zou het ons dan wel helpen als u het een paar dagen van tevoren toch op schrift zou willen stellen. En dan doet u dat door middel van een 37

raadsinformatiebrief. Dan kunnen we daar van tevoren nog even met elkaar naar kijken. Met de fracties. Wat vinden we daar nou van? Nemen we dat mee in de gedachtenuitwisseling tijdens de commissiebehandeling en laten we dan ook proberen tussen die commissiebehandeling en de raadsvergadering geen stukken meer te produceren en met elkaar te delen, want dat is een van de redenen waarom wij het als raad vanavond een beetje lastig hebben gevonden om hier een besluit over te nemen. Dus misschien zou dat dan de goede route zijn waar we het over eens kunnen worden vanavond. Graag uw reactie daarop. De voorzitter: De wethouder. Wethouder Bloemendaal: Dat kan ik toezeggen, dat er een RIB komt voorafgaande aan de commissie waar de nieuwigheden die mogelijk zouden kunnen zijn in worden aangeboden. De voorzitter: Dat is helder. De heer Hendrickx. De heer Hendrickx: Das war mal. De voorzitter: U leest mij, u zegt mijn gedachten. De heer Hendrickx: Stage. Ik begrijp op zich wel enigszins de spanning die de wethouder heeft, time-wise. Want het is niet een kleine opgave die hij zomaar even in zijn schoot geworpen krijgt. Zelf liet hij al tussendoor een beetje doorlopen van ja misschien moeten we nog een maand verder gaan kijken voor die cyclus dan hebben we meer tijd, meer voorbereidingstijd, en dan kunnen we met elkaar ook ervoor zorgen dat we dingen hebben kunnen laten uitkristalliseren.

Is dat iets waar de heer Gankema ook op duidde of zegt hij op een gegeven moment van nou toch 12 februari. Oh ja, de heer Krabbendam, excuses. Het verschil is toch aanzienlijk. Even alle gekkigheid op een stokje. Zou u meer tijd willen hebben voor dit verhaal? Om nog beter daarin aan de gang te gaan? Wat mij betreft kunt u die tijd zo krijgen. Een maand maakt op dit project niet uit. Dus een maand verder is een maand meer wijsheid en misschien dat dat dan zal helpen om niet met halve informatiebrieven, maar wat meer uitgekristalliseerde informatie te kunnen gaan werken. De voorzitter: De wethouder, heeft u meer tijd nodig? Het is aan de heer de wethouder. Wethouder Bloemendaal: Ik ben uitgegaan van wat er aan het begin van deze avond door u gewisseld is, één cyclus opschuiven en daarbij is het aanbod van het college om dan dus het debat of de verdere toelichting te hebben die al voorzien was en het extra aanbod is dus dit wat ik net doe. De voorzitter: Dank u wel. Nog een vervolgvraag van de heer Krabbendam. De heer Krabbendam: Ja, er werd ook min of meer een vraag aan mij gesteld via de heer Gankema, dus ik wil hem toch graag beantwoorden. Wat mij betreft zou dat niet nodig zijn en zouden we gewoon tijdens de volgende raadsvergadering daar met elkaar over kunnen besluiten. Dus ik vind het prima, mijn fractie vindt het prima, als we 12 of 13 februari a.s.

er met elkaar over gaan spreken. De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Paulides, want u wilt volgens mij iets gaan zeggen over uw motie. De heer Paulides: Ja, en over de wethouder die zegt net, wat ik net doe, is dat nou die toezegging mogelijke lagere alternatieven in de schetsfase te ontwikkelen waarbij de bouwopgave wordt gespreid over een groter oppervlak binnen het plangebied? Want dan is de motie overbodig. Als dat uw toezegging is dan zou ik de motie gewoon aanhouden. De voorzitter: De wethouder. Wethouder Bloemendaal: Moties zijn nooit overbodig, moties zijn aan uw oordeel. Wat nu nog niet mijn oordeel kan zijn, is de gesprekken die ik met de ontwikkelaar moet voeren vanaf morgen, heel intensief, om te kijken wat tot aan die punt die we net gezet hebben mogelijk is en dat wil ik in de debatavond op 12 februari a.s. aan u extra voorleggen. De voorzitter: Mijnheer Paulides, in het kader van ook de vergaderorde mag ik u misschien toch de vraag stellen, als u nou deze hele gedachte-uitwisseling en de toezegging dat de informatie nog een paar dagen voor de commissie komt en dat de punten die hier gewisseld zijn worden meegenomen, zou het dan niet de idee zijn om deze motie nu op dit moment niet in stemming te 38

brengen, terug te trekken en die discussie uit te stellen naar het moment dat daarover gesproken wordt? De heer Paulides: Dat heb ik net geprobeerd te zeggen. De voorzitter: Dank u wel, dan maakt deze motie nu geen onderdeel meer uit van de beraadslaging. Dan hebben we nog één motie staan waarbij mevrouw Hofman-de Raad, u gezien heeft hoe hierover gesproken wordt. Ik hoop dat u dat een beetje meeweegt. Aan u. Mevrouw Hofman: Ja, dank u voorzitter. Ik zit enorm hard na te denken in hoeverre datgene wat wij in onze motie hebben verwoord al min of meer toegezegd is door de wethouder. Ik wil het toch graag bespreken en ik wil daarmee beginnen met een hele kleine anekdote als toelichting op onze motie. Want vanaf 1960 heeft de ANWB in totaal negen gebouwen op dat terrein laten verrijzen. En het laatste grote gebouw was in 2003, de Golf. Ik denk dat u het allemaal kent, dat is dat hele lelijke gebouw in de Van Alkemadelaan, dat gelukkig gesloopt gaat worden in het nieuwe plan. Volgens mij is dat iets wat iedereen wel kan toejuichen. Ik sprak vorige week een vriend van mij over het ANWB-terrein en hij was destijds beleidsadviseur, in 2003, van burgemeester Deetman. Hij zat dus heel dicht op het vuur en hij wist zich nog heel goed te herinneren hoe zwaar de protesten waren tegen de bouw van deze Golf. Net zoals nu, niet alleen uit de buurt, maar ook van de Haagse gemeenteraad.

En zo zei hij, de ANWB jammerde echter zo heftig dat ze het pand zo hard nodig hadden voor een alarmcentrale, die moest daar per se gevestigd worden. En bij wijze van geste aan dit nationale instituut heeft de toenmalige raad van Wassenaar dan toch maar ingestemd met de bouw van de Golf. Het gebouw is vooral daarna verhuurd geweest aan andere partijen. De aardige geste van destijds betekent nu dat er gebouwd moet worden naar 47 meter hoogte. Want de verloren gegane vierkante meters van de Golf moeten worden gecompenseerd door de hoogte in te gaan. Naar een gebouw van 40 meter hoog en twee hoogteaccenten van 47 meter. Dus de reden waarom wij het amendement of de motie wilden indienen is omdat destijds toen het startdocument werd vastgesteld in 2021 er al grote bedenkingen waren door de toenmalige raadsleden, als ik de stukken mag geloven, over de maximale bouwhoogte. Dat werd zowel in de startnotitie als in het stedenbouwkundige kader aangegeven, dat is een 47 meter hoogte. Maar de gemeenteraad heeft destijds aangedrongen op een nadere ruimtelijke onderbouwing van het volume en de hoogte. Waarom mag er eigenlijk gebouwd gaan worden tot 47 meter? De voorzitter: Mevrouw Hofman, wilt u richting de motie? Ik merk namelijk, ik probeer ook, maar het tijdstip en volgens mij wilt u dat u draagvlak krijgt voor de motie. Ik zie niet het effect gebeuren in de raad dat dat nu gebeurt.

Het is al laat. Mevrouw Hofman: Ja, maar ik kan er ook niets aan doen dat ik als laatste kom. Dus ik wil graag de ruimte daarvoor hebben. Bij de vaststelling van het startdocument heeft de gemeenteraad geconstateerd dat daarin deze ruimtelijke onderbouwing ontbrak en heeft gesteld dat deze onderbouwing weer diende te worden toegevoegd aan het ontwerpbestemmingsplan. Maar ook in het ontwerpbestemmingsplan is de onderbouwing waarom er tot 47 meter gebouwd mag worden niet voldoende uitgewerkt. En daarom zijn ook de ingediende zienswijzen die hier ook door vele mensen is gedaan en die ook weer toegelicht zijn door insprekers, naar ons idee ook niet op correcte wijze meegewogen want je kan niet iets toetsen als je niet weet waaraan je moet toetsen. Met andere woorden, de diverse zienswijzen over met name de bouwhoogte zijn ten onrechte terzijde geschoven. En nu gaan we de volgende commissievergadering weer spreken over dit ontwerpplan.

En ik wil dan misschien als eerste de wethouder vragen, want ik hoor dat hij met de ontwikkelaar uitgebreid in gesprek gaat, of hij ook met degene die de zienswijzen heeft ingediend nog in gesprek gaat en of er daadwerkelijk een onderbouwing kan komen waarom er tot 47 meter gebouwd moet worden, anders dan de compensatie van de vierkante meters van de Golf die weggehaald wordt, want dat kan toch niet de reden zijn dat er tot 47 meter gebouwd kan worden. Als de wethouder kan toezeggen dat hij ook in de korte tijd die hem rest, daartoe in de gelegenheid is en ook daar ons over kan inlichten, dan zouden we kunnen zeggen dat dit wellicht ook een overbodige motie is. Maar als dat niet het geval is, dan zou ik toch sterk willen aandringen dat dat toch alsnog gebeurt. Dat is dan misschien niet in twaalf dagen te doen, dus dat we dan toch misschien besluiten om te zeggen: het is goed gezien alle reacties die er zowel van de buurtbewoners maar ook van de raad van Den Haag zijn geweest, dat kan je niet zomaar terzijde schuiven, daar moet je echt gedegen op ingaan, anders wordt straks bij de Raad van State het besluit dat wij nu gaan nemen sowieso onderuitgehaald. Dus als eerste misschien de vraag aan de wethouder wat hij gaat doen met de zienswijzen die ingediend zijn door de buurt en door onder andere de gemeenteraad over de bouwhoogte van 47 meter. Dank u. De voorzitter: Dank u wel.

Uw vraag is helder. De wethouder. 39

Wethouder Bloemendaal: Dank u mevrouw Hofman-de Raad. Ten aanzien van uw opmerkingen waar we vandaan komen, u noemt zelf al terecht het raadsbesluit van 18 mei 2021 waar in het raadsvoorstel de kaders worden genoemd. Nou, die kent u ook, 54.000 m2, maximaal aantal 425 woningen, hoogte 47, 35, nou al die getallen die er staan. Op bladzijde 3 van het uitgebreide raadsvoorstel dat u behandeld heeft op 18 mei en met 17 leden voor en 3 leden tegen heeft aangenomen en waarlangs een bestuurlijke constante lijn is tussen het huidige college, het vorige college en het voorvorige college. Er zijn zeven raadsinformatiebrieven gestuurd aan de raad die dat hele proces begeleid hebben. En ja, het komt dus niet uit de lucht vallen waar we nu staan vandaag. Wat wel extra is, is dat we de komende ronde er binnen de commissie op uw verzoek natuurlijk nog een keer over gaan debatteren. En wat ik bij de vorige motie heb toegezegd, dat extra wat er dan zou kunnen tijdig nog aan uw commissie aanbiedt zodat u kan zien waar en de heer Hendrickx had het daar ook over en nu hebben we het er eigenlijk ook over, het gevecht tussen volumes, vierkante meters, hoogtes en bouwvlakken en daar gaan we dus de komende dagen mee aan de slag langs de lijnen die er vanavond besproken zijn en de opdracht die uit uw motie spreekt om niet verder dan 30 meter te gaan.

Ja, dat maakt de motie voor mij en het college om te ontraden. Dank u voorzitter. De voorzitter: Ja, nog een vervolgvraag van mevrouw Hofman-de Raad. Mevrouw Hofman: Ja dank u voorzitter, in ieder geval een reactie. U geeft antwoord op het feit dat het... De voorzitter: Wethouder, als u uw microfoon zou willen uitzetten. Mevrouw Hofman: Nou, ik had inderdaad een vraag. Bent u zich ervan bewust dat er destijds is aangedrongen om een nadere ruimtelijke onderbouwing te geven over het volume en de hoogte, van waarom er echt daadwerkelijk tot 47 meter mag worden gebouwd, en dat die ruimtelijke onderbouwing niet in het ontwerpbestemmingsplan uitvoerig is uitgewerkt, zodat we niet weten waarom niet tot 30, waarom tot 35, waarom tot 47. Wat is de reden dat we tot 47 meter mogen bouwen? De voorzitter: Oké, de wethouder. Ik wil wel voorleggen dat dit wel heel erg op een behandeling van het dossier gaat letten. Volgens mij heeft u een motie ingediend en moeten we weer terug naar de motie, waarbij deze vraag graag… wil beantwoorden, maar ik denk dat er ook gewoon de meeste helderheid over ontstaat. De wethouder heeft appreciatie op de motie gegeven. U kunt zo meteen, alles horende, natuurlijk nog even besluiten, wat doet u dan met de motie op dit moment en dat we dan wel richting besluitvorming gaan, want dat is het punt. Het is namelijk een motie vreemd aan de orde van de dag.

De wethouder. Wethouder Bloemendaal: Ja mevrouw, het antwoord is gelegen in het feit dat de door de raad destijds neergelegde kaders het richtsnoer zijn geweest om te komen tot dit bestemmingsplan. De voorzitter: De heer Hendrickx. De heer Hendrickx: Ja voorzitter, waar ik me op dit moment mee staande hou is de gedachte dat we de volgende keer weer kunnen zeggen dat het niet rijp is voor besluitvorming in de raad. En daar ligt de uitdaging voor het college om deze raad dusdanig te informeren dat niet deze moties van de heer Paulides en mevrouw Hofman-de Raad aan de orde komen, omdat er een enorme informatiebehoefte is om te begrijpen waar we hierover gaan beslissen en ik geloof dat het belangrijk is dat het college erkent dat het in zijn goede bedoelingen, laat er geen misverstand over bestaan en met de uitgangspunten drie jaar geleden geformuleerd, daarmee slagen heeft gemaakt. Maar kennelijk leeft daar in een nieuwe raad, want daar moeten we rekening mee houden, in een nieuwe raad leven er dingen. En ja, het is nu echt in mijn ogen aan het college om daarvoor te zorgen dat wij over twaalf, veertien, vijftien dagen kunnen zeggen, nu is het rijp voor besluitvorming. En die uitdaging leg ik graag bij het college. En ik zal niet schromen om dan te zeggen, nee, ik ben nog steeds niet tevreden, maar dat is dan voor dan. De voorzitter: Dat is een helder statement.

De heer Krabbendam. De heer Krabbendam: Dank u wel voorzitter. Ik sluit me daarbij aan. De vragen die mevrouw Hofman stelde leken mij uitstekende vragen om straks tijdens de commissiebehandeling te doen. Het zijn ook hele legitieme vragen, dus als u daarmee zit dan kunt u dat dan doen wat mij betreft, dus daarmee ook een stemverklaring. Mocht u deze motie toch in stemming willen brengen, dan 40

zullen wij niet meegaan met deze motie en tegenstemmen en gaan we graag het gesprek en de uitwisseling van gedachtes met u 12 of 13 februari a.s. aan. De voorzitter: Prima, dan ga ik aan mevrouw Hofman-de Raad vragen of u een motie staande wil houden. Mevrouw Hofman: Dank u voorzitter. Gelet op de reacties die ik krijg denk ik dat het een zinloze exercitie is om de motie in stemming te brengen. De reden waarom wij denken dat het nodig is om nog wel met onder andere de buurt en over de zienswijze te praten is omdat onze vrees is dat wij dus op 12 februari a.s. en vervolgens bij de eerstkomende raad weer kunnen kiezen tussen 47 meter en 40 meter. En dat het vervolgens bij wijze van spreken weer handjeklap wordt. Dus ja, ik... De voorzitter: Dank u wel, maar u brengt deze motie nu niet in stemming? Mevrouw Hofman: Ik breng deze motie nu niet meer in stemming. De voorzitter: Dan maakt die nu geen onderdeel meer uit van de beraadslaging. Dank u wel ook allemaal. En de verwachtingen die nu zijn geschetst naar de volgende commissiebehandeling, dat geeft ook richting. Dan sluit ik het onderwerp moties vreemd aan de orde van de dag. 11. Vragenronde De voorzitter: Aankomend bij het laatste punt, namelijk een tweetal vragen in de vragenronde. De heer Gankema over het burgerberaad. De heer Gankema: Ik dank u wel voorzitter. Ik zie wat mensen vertrekken terwijl het nu pas echt leuk wordt.

Oké, bij het evenementenveld aan de Dr. Mansveltkade is asbest aangetroffen. Ik heb hier eind 2023 vragen over gesteld en deze zijn nog niet beantwoord. De eerste vraag, waarom niet? En wanneer kan ik wel het antwoord verwachten? En ik heb ook een aanvullende vraag die ik mede namens enkele bewoners in de wijk stel. Is het college voornemens om het terrein op korte termijn te gaan saneren? Bijvoorbeeld, omdat er een paardenbak gepland is. En wat zijn dan de kosten voor dit saneren en wanneer zal het gaan plaatsvinden? Ik denk dat ik de wethouder eerst gelegenheid geef tot het beantwoorden van deze vragen. Dank u. De voorzitter: Ik dank u wel, de wethouder. Wethouder Koetsier: Dank u wel mijnheer de voorzitter. Dit is niet over het burgerberaad, maar heel duidelijk over de Dr. Mansveltkade. De voorzitter: Dat was ook, en dank voor het zeer flexibel zijn, dat klopt. Het was burgerberaad, maar u begon met de Dr. Mansveltkade. Maar het wordt soepel opgelost. Dank u wel. Wethouder Koetsier: Nee, ik dacht de heer Zoutendijk stond al klaar. Mijnheer Gankema, de antwoorden zijn wij u nog steeds schuldig. Wij gaan op dit moment in overleg met de ODH om te kijken wat er eventueel nog, of er vervolgacties nodig zijn. Dit is een zeer belangrijk onderwerp, wat er nu speelt en daar willen we heel graag of daar moeten we ook heel zorgvuldig in zijn.

Het moment dat alles duidelijk is zullen we alle informatie met de hele raad delen. Tegen die tijd zullen we ook met een duidelijk communicatieplan komen wat het nu precies betekent en verdere duidelijkheid verschaffen aan alle bewoners en omwonenden van de Dr. Mansveltkade. U heeft ook gevraagd over de paardenbak. We hebben even opgezocht hoe dat met de paardenbak precies staat. Die is vergund in juni 2020 en twee weken geleden is er bezwaar aangetekend bij de Raad van State, dus de paardenbak zou nog wel eventjes een tijdje kunnen duren. Maar nog even samengevat, het moment dat we alle informatie hebben, zal alles met u en de raad gedeeld gaan worden. De voorzitter: De heer Gankema over het evenementenveld Dr. Mansveltkade. De heer Gankema: Ja, dank u voorzitter. Het is best te begrijpen dat het college alle informatie wil hebben, maar ik heb als raadslid al gevraagd om de informatie die er op dit moment ligt. En het college heeft aangegeven dat het beschikt over twee onderzoeken. Dus ik heb gezegd stuur mij die onderzoeken en ik hoef niet te gaan zitten wachten tot u alles bij elkaar heeft. Geeft u dan maar vast wat we op dit moment hebben. De voorzitter: Wethouder.

41

Wethouder Koetsier: We hebben inderdaad twee rapporten. We hebben alleen duidelijkheid nodig van de ODH wat die rapporten nu betekenen en dat is informatie die we met u willen delen. De voorzitter: Nog even het vervolg om die wel helemaal scherp te krijgen. De ODH is de Omgevingsdienst Haaglanden. De heer Gankema. De heer Gankema: Ja, daar neem ik toch geen genoegen mee. Nogmaals, ik vraag als raadslid om informatie die er al ligt. U heeft hier al naar verwezen in eerdere antwoorden. Dan heb ik ook het recht, en niet alleen ik, maar ook de bewoners aldaar, om te beschikken over die informatie. En dan kunt u wel zeggen, ja dat ga ik eerst nog eens navragen bij de ODH. Maar zo werkt dat niet. Wij hebben recht op informatie en ik heb u nu drie keer gevraagd om die informatie. U maakt het ook alleen maar erger, want nou gaan mensen denken dat er iets niet klopt, of dat er wat aan de hand is. Waarom niet gewoon transparant zijn zoals wij als Nederlandse overheden willen zijn? De voorzitter: De wethouder. Wethouder Koetsier: Dank u wel voorzitter. Mijnheer Gankema, natuurlijk willen wij transparant zijn, maar dat betekent dat we ook graag precies willen duiden en uitleggen wat er in het rapport staat. Het moment dat dat er is en ook van de ODH, de specialist Omgevingsdienst Haaglanden krijgt u van ons alle informatie.

De voorzitter: Oké, dat was de eerste set vragen en dan gaan we nu naar de tweede set vragen. De heer Gankema over het burgerberaad. De heer Gankema: Ja, dank u wel. Ik ga ervan uit dat ik op de tweede vraag wel antwoorden krijg. U gaf het al aan als een soort cliffhanger. We gaan het nu hebben over het burgerberaad. Een meerderheid in de raad heeft enkele weken opgeroepen om een burgerberaad te houden over het wegcategoriseringsplan. Tegelijkertijd loopt er op dit moment de termijn voor het indienen van zienswijzen op het wegcategoriseringsplan. Vraag, hoe verhoudt het burgerberaad zich tot het indienen van zienswijzen? Geeft het college straks eerst een reactie op de ingediende zienswijzen en gaat men daarna aan de slag met het burgerberaad? Wanneer wordt de raad geïnformeerd over de opzet, het proces en de uitkomsten van het burgerberaad en wanneer wordt de raad geïnformeerd over de reactie op de zienswijze vanuit het college? Dank u wel. De voorzitter: Het woord is aan de wethouder participatie. Wethouder Zoutendijk: Dank u wel voorzitter. De heer Gankema zei al het wordt nu leuk. Het ging helaas even over asbest, maar gelukkig komen we nu toch bij het punt van het burgerberaad. Ja, met het burgerberaad helpen inwoners, de volksvertegenwoordiging, u om beslissingen te nemen over complexe onderwerpen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=1b5fe7bc-101b-4fe2-bb54-c5b9fc542863