Bijlage - Plan van aanpak ondermijning gemeente Wassenaar 2021- 2024
Tekst van het document
Plan van aanpak ondermijning gemeente Wassenaar
1
Inhoudsopgave
1. Inleiding 1.1 Ondermijningsbeeld Wassenaar 1.2 Aanbevelingen RIEC 1.3 Bewustwording en organisatieontwikkeling 1.4 Informatiepositie 1.5 Beleid en handhaving 1.6 Integriteit & veilige werkomgeving 1.7 Communicatie 1.8 Specifieke aanbevelingen aan de hand van het ondermijningsbeeld 1.9 De regierol van de gemeente 2. Visie 3. Doelstelling 4. Spoor 1: Het versterken van de (bestuurlijke) informatiepositie 5. Spoor 2: Het versterken van de bestuurlijke- en maatschappelijke weerbaarheid 6. Spoor 3: Het intensiveren van de bestuurlijke aanpak van criminele objecten/personen 7. Inspanningen en resultaat 7.1 Sporen 7.2 Gerelateerde activiteiten en projecten 7.3 Planning van activiteiten en fasering 8. Strategie 9. Tijdsplanning 10. Begroting
2
3 3 4 5 6 7 9 11 12 13 14 15 16 19 22 24 24 25 27 28 30 31
1. Inleiding In opdracht van burgemeester Leendert de Lange is voor de gemeente Wassenaar een ondermijningsbeeld opgesteld. Dit beeld is opgesteld aan de hand van een onderzoek dat is uitgevoerd door het Regionaal Informatie en Expertise Centrum Den Haag (verder RIEC). Dit onderzoek is opgezet om meer inzicht te krijgen in de aard en de omvang van ondermijning in de gemeente Wassenaar en vormt daarmee een basis voor de aanpak ervan. Los van het beeld dat het RIEC onderzoek heeft opgeleverd wil de gemeente Wassenaar zelf ook de aanpak van ondermijning stimuleren.
1.1 Ondermijningsbeeld Wassenaar De voor de gemeente Wassenaar opgestelde quickscan bestuurlijke weerbaarheid geeft een beeld van hoe weerbaar de gemeente Wassenaar op dit moment is in de aanpak van ondermijning. Om dit te onderzoeken is een documentenanalyse uitgevoerd en zijn er groepsinterviews afgenomen. Tevens geeft de quickscan aanbevelingen waarmee de gemeente haar weerbaarheid kan vergroten en meer grip kan krijgen op de aanpak van ondermijnende criminaliteit.
Hoofdlijnen van het Ondermijningsbeeld In het Ondermijningsbeeld zijn de volgende vormen van criminele ondermijnende activiteiten beschreven: Drugscriminaliteit: Met enige regelmaat worden in de gemeente Wassenaar hennepkwekerijen aangetroffen. De grote woonpercelen, verhuur en leegstand bevorderen crimineel gebruik. Dit bemoeilijkt het zicht op drugscriminaliteit, waardoor facilitators en (hennep)netwerken uit beeld blijven. Risicovolle bedrijvigheid: Bij meerdere ondernemingen in de gemeente Wassenaar bestaan vragen over het voortbestaan van deze bedrijven. Tegelijkertijd is het zicht op risicobranches zoals de autobranche, horeca en massagesalons beperkt. Misbruik van vastgoed: Er zijn signalen die wijzen op misbruik van vastgoed. Er zijn in de gemeente makelaars actief in wiens verhuurde panden hennepkwekerijen zijn aantroffen. Daarnaast zijn er signalen over spookbewoning en villa’s die eigenaren laten verkrotten. Witwassen: Er bestaan meerdere vermoedens van witwassen, zowel over personen als over bedrijven. Mensenhandel: Er bestaan vermoedens over arbeidsuitbuiting en seksuele uitbuiting in de gemeente Wassenaar. Meermaals is de huisvesting van arbeidsmigranten niet op orde. Het vaststellen van uitbuiting en illegale tewerkstelling wordt echter bemoeilijkt door bewoners die geen toegang tot hun woning verlenen.
3
Wassenaar aantrekkelijk voor criminelen?: Er zijn meerder factoren die de gemeente Wassenaar aantrekkelijk dan wel kwetsbaar voor ondermijnende criminaliteit maken: • In de samenwerking tussen politie en gemeente kan meer samen opgetrokken worden, onder andere bij controles en surveillance. Het gebrek aan controle op de Basisregistratie Personen (BRP) kan criminaliteit bevorderen. • De beperkte informatiepositie van betrokken overheidsorganisaties brengt risico’s op ondermijnende criminaliteit met zich mee. Hierdoor is met name het zicht op diverse ondermijnende fenomenen gering. • Het gunstige klimaat voor ondernemers en de aanwezige rijkdom maakt dat in de gemeente Wassenaar economische belangen soms zwaarder wegen dan andere belangen. • Bij zowel de politie als de gemeente zorgt beperkte capaciteit voor een moeizame uitvoering van verschillende handhavings- en controlethema’s. • De geografische ligging van de gemeente (centraal tussen twee steden in), samen met de privacy die zij aan bewoners biedt, bevordert de aantrekkingskracht voor criminelen.
1.2 Aanbevelingen RIEC In het ondermijningsbeeld worden verbeteringen aanbevolen voor de werkwijze van de gemeente Wassenaar en om het aangegeven ondermijningsbeeld aan te kunnen pakken. Het zijn randvoorwaarden die met de eigen organisatie te maken hebben, om weerbaar te zijn tegen criminaliteitsinvloeden van buitenaf. Het zijn tevens randvoorwaarden ‘naar buiten toe’, zoals samenwerking met externe partijen. Voor ons zijn de volgende met elkaar samenhangende elementen van belang: 1. Bewustwording en organisatieontwikkeling 2. Informatiepositie 3. Beleid en Handhaving 4. Integriteit & veilige werkomgeving 5. Communicatie
4
1.3. Bewustwording en organisatieontwikkeling. Bewustwording De aanpak van ondermijnende criminaliteit begint met bewustwording. Wanneer er meer bewustwording is, zullen er ook meer signalen worden gezien. Het is daarom belangrijk dat ambtenaren die werkzaam zijn in de uitvoering, zich bewust zijn van het fenomeen ondermijnende criminaliteit. Zij zijn immers als geen ander in staat, mits ze ermee bekend zijn, om signalen van ondermijnende criminaliteit te herkennen. Pas als medewerkers door hebben waar ze tijdens hun werkzaamheden op kunnen letten, kunnen zij ondermijning herkennen, signaleren en agenderen. Hetzelfde geldt voor bestuurders, raads- en commissieleden. Organisatieontwikkeling In de integrale veiligheidsanalyses en het veiligheidsbeleid 2019-2022 van Wassenaar is ondermijnende criminaliteit een van de prioriteiten, waarbij de gemeente onder andere wil gaan inzetten op het vergroten van het bewustzijn van medewerkers, het bestuur en burgers. Om de bewustwording en organisatieontwikkeling verder te bevorderen heeft het RIEC de volgende aanbevelingen opgesteld: •
Deel de uitkomsten van het ondermijningsbeeld Het is goed om de uitkomsten van de ondermijningsbeelden (in beperkte vorm) te delen met de gehele organisatie. Zo krijgen de respondenten terugkoppeling van hun input en is de gehele organisatie op de hoogte van wat er zich afspeelt op het gebied van ondermijning binnen Wassenaar.
•
Organiseer zelf doorlopend bewustwordingstrainingen Door als gemeente zelf regelmatig awareness trainingen te organiseren, blijft er continu aandacht voor (de aanpak van) ondermijnende criminaliteit en kunnen meer medewerkers van verschillende afdelingen betrokken worden.
•
Besteed aandacht aan bewustwording bij de gemeenteraad, het college en het managementteam Bewustwording rondom ondermijning begint bij het bestuur. Daarom is het goed om hier extra aandacht aan te besteden. Hierbij kan speciale aandacht gegeven worden aan de weerbaarheid van het bestuur. Daarnaast is van belang dat dieper wordt in gegaan op tegenstrijdige belangen die kunnen ontstaan bij contact met ondernemers en de besluitvorming, bijvoorbeeld bij de afweging van economische- tegenover veiligheidsbelangen.
•
Borg het thema ondermijning in de gehele organisatie Op dit moment valt ondermijning alleen onder de adviseurs OOV, die ook nog veel andere thema’s rondom openbare orde en veiligheid in hun takenpakket hebben. Ondermijning en de aanpak hiervan raakt echter alle afdelingen. Het is raadzaam om iemand verantwoordelijk te stellen voor het borgen van het thema ondermijning binnen alle afdelingen, om zo een gedeelde verantwoordelijkheid te creëren. Op deze manier kan de verbinding tussen de verschillende afdelingen in de werkorganisatie worden gelegd.
5
1.4. Informatiepositie Er is over het algemeen nog weinig zicht op ondermijnende criminaliteit binnen de gemeente Wassenaar en de aanpak van ondermijning is vooral gericht op incidentenbestrijding. Op dit moment fungeren de adviseurs OOV als het meldpunt ondermijning indien er signalen worden ontvangen. Eventuele meldingen worden op dit moment nog niet vastgelegd. Ook missen de Boa’s een registratiesysteem, waardoor veel straatinformatie verloren gaat. De onderstaande aanbevelingen kan de gemeente helpen om meer zicht te krijgen op ondermijning en een meer structurele aanpak te creëren: •
Richt een gemeentelijk meldpunt in Gemeentefunctionarissen vangen signalen op over personen, bedrijven of locaties die een (belangrijke) rol kunnen spelen in de ondermijnende criminaliteit. Deze signalen zijn waardevol. Ze vormen belangrijke input voor de informatiepositie en kunnen ook de start van een casusaanpak vormen. Het is echter wel essentieel dat gemeentefunctionarissen hun signalen ‘kwijt’ kunnen. Uit de interviews is naar voren gekomen dat ambtenaren niet altijd weten waar zij met hun signalen terecht kunnen. Het is daarom belangrijk dat de gemeente Wassenaar een specifiek meldpunt ( in plaats van het algemene e-mailadres veiligheid) opricht en onder de aandacht gaat brengen.
•
Zorg dat bij het inrichten van het meldpunt signalen worden vastgelegd Bij het inrichten van een meldpunt is het niet alleen van belang dat hier signalen van ondermijning op een laagdrempelige manier neergelegd kunnen worden, maar ook dat deze op een goede manier vastgelegd worden. Door signalen vast te leggen, kunnen deze op een later tijdstip weer teruggevonden worden. Bij het vastleggen van signalen moet wel de privacywetgeving in acht worden genomen.
•
Organiseer een gemeentelijk informatieoverleg Aan het meldpunt kan een gemeentelijk informatieoverleg verbonden worden, welke eens in de paar weken bij elkaar komt. Hierbij kunnen signalen van het meldpunt besproken worden en verrijkt met informatie uit verschillende afdelingen.
•
Houd bij het inrichten van het meldpunt rekening met veilig (en mogelijk anoniem) melden Het is hierbij belangrijk dat de veiligheid van de melder gewaarborgd wordt. Er zal minder of niet gemeld worden als de melder zich niet veilig voelt en bang is dat zijn of haar naam in dossiers naar voren zal komen. Ook is het belangrijk dat naar melders toe duidelijk gemaakt wordt dat vertrouwelijk omgegaan wordt met de melding. Voor medewerkers die anoniem willen melden kan de mogelijkheid onderzocht worden om een meldformulier op intranet beschikbaar te stellen die melders in kunnen vullen. De melder hoeft hierbij zijn of haar naam niet in te vullen en de melding is ook niet gekoppeld aan het e-mail adres van de melder. Om volledige anonimiteit te garanderen kan de gemeente de melder ook doorverwijzen naar Meld Misdaad Anoniem.
6
•
Zorg voor de terugkoppeling aan melders Wanneer medewerkers gaan melden, is het belangrijk dat zij terugkoppeling ontvangen over wat er vervolgens gebeurd is met de melding. Dit stimuleert medewerkers om meer te gaan melden. Een terugkoppeling kan gebeuren door middel van een bericht over wat er met de melding is gebeurd of door bijeenkomsten te organiseren waarbij een terugkoppeling gegeven wordt over wat er met meldingen is gebeurt en welke successen er geboekt zijn.
1.5 Beleid & Handhaving 1.5.1. Bestuurlijke middelen Uit de veiligheidsanalyse voor Wassenaar is gebleken dat ondermijning nog een onbekend terrein is en dat er nog veel onderzoek naar gedaan moet worden. Om ondermijning succesvol aan te kunnen pakken zijn er beleidsmatige verbeteringen nodig. Wet Bibob Uit de interviews van het RIEC is naar voren gekomen dat in de praktijk de Wet Bibob altijd wordt ingezet bij de horeca exploitatie vergunning en drank- en horecavergunningen en dat bij de overige toepassingsgebieden in de praktijk niet of nauwelijks een Bibob toets wordt toegepast. Het toetsen van de horeca exploitatievergunningen dient tevens nog in het beleid vastgelegd te worden. Daarnaast is het RIEC gevraagd om het college te adviseren over de mogelijkheden voor meer uniform Bibob-beleid. Voor meer uniform toepasbaar Bibob-beleid wordt een paraplubeleidsvorm geadviseerd, waarmee rekening kan worden gehouden met de couleur locale van de gemeenten. Deze is mede afhankelijk van politieke en bestuurlijke prioriteiten en beschikbare capaciteit. De paraplubeleidsvorm bestaat uit een algemene beleidslijn en diverse onderliggende beleidslijnen. De algemene beleidslijn is overkoepelend voor alle onderliggende beleidslijnen. Het voordeel van deze beleidsvorm is dat de gemeente kan inspelen op de actualiteit en wat binnen de gemeente van belang is.
Tussentijds kan worden bijgestuurd zonder dat alle overige beleidslijnen hoeven worden aangepast. 1.5.2. Toezicht & handhaving De gemeente Wassenaar heeft voor de Drank- en Horecawet een handhavings- en sanctiebeleid. Deze is echter gedateerd en dient aangepast te worden. Ook voor de horeca exploitatievergunningen moet nog een handhavingsstrategie opgesteld worden. Elke twee weken vindt er overleg plaats tussen de teamchef van de politie en de adviseur OOV. Het overleg met de politie verloopt goed en de lijnen zijn kort. Het HEIT is aangewezen als toezichthouder voor het uitvoeren van controles in relatie tot de prostitutiebranche en malafide bedrijvigheid. Daarnaast is de gemeente Wassenaar aan het starten met het Digitaal Opkoop Register (DOR). Hierin moeten opkopers hun tweedehands goederen registreren. Het register is gekoppeld aan de website stopheling.nl, een website van de politie waar gestolen goederen worden geregistreerd.
7
Het RIEC heeft de volgende aanbevelingen opgesteld om ondermijning, door wijzigingen in het beleid en handhaving, beter te kunnen aanpakken: •
Neem sluiting van voor publiek openstaande gebouwen op in de APV Het Damoclesbeleid (sluitingsbeleid o.b.v. artikel 13b Opiumwet) biedt mogelijkheden om als gemeente op te treden tegen drugsproductie en drugshandel. Als er sprake is van andere vormen van ondermijnende criminaliteit vanuit een voor het publiek openstaand gebouw kan daar door de burgemeester tegen worden opgetreden op basis van artikel 174 van de gemeentewet. Jurisprudentie leert echter dat bij de inzet van dit artikel sprake moet zijn van directe ernstige verstoringen van de openbare orde en dat een sluiting slechts voor korte duur kan zijn. Wanneer de naamsbekendheid van het pand in het criminele circuit moet worden doorbroken en/of moet worden voorkomen dat een eventuele rechtsopvolger de ongewenste activiteiten voortzet, dan kan dit door een korte sluiting op basis van artikel 174 van de Gemeentewet niet of onvoldoende worden bereikt. Door in de APV een artikel op te nemen kan, bij het constateren van andere criminele activiteiten of strafbare feiten, overgegaan worden tot sluiting van het betreffende gebouw voor een bepaalde tijd, waardoor de andere gewenste effecten wel kunnen worden bereikt.
Het opnemen van sluiting van voor publiek openstaande gebouwen in de APV heeft twee voordelen: enerzijds biedt dit de burgemeester een ruimere bevoegdheid om panden te sluiten en anderzijds kunnen gebouwen langer gesloten blijven.
•
Stel een Bibob-coördinator aan Uit de interviews van het RIEC is gebleken dat niet alle afdelingen bekend zijn met de uitvoering van de Wet Bibob. Uit de interviews is ook gebleken dat verschillende afdelingen te maken hebben met verschillende werkprocessen, waar Bibob nog geen plek in heeft gekregen. Door een Bibob-coördinator aan te stellen, kan dit worden opgepakt. Deze coördinator kan ervoor zorgen dat Bibob brede bekendheid krijgt en door en binnen alle afdelingen op dezelfde manier wordt geïnterpreteerd en toegepast. Ook kan de Bibobcoördinator toezien op de uniformering van de beoordeling van individuele dossiers. Daarnaast kan de Bibob-coördinator korte lijnen houden met de afdeling Veiligheid en zich aansluiten bij het gemeentelijk informatieoverleg. Andere taken voor een Bibob-coördinator zijn mogelijk het controleren of zorgvuldig wordt omgegaan met de privacygevoelige informatie, fungeren als aanspreekpunt voor het RIEC en het Landelijk Bureau Bibob, het actualiseren van het Bibob-beleid en het in de gaten houden van wijzigingen in de wet- en regelgeving van Bibob.
•
Verbind (gezamenlijke) controle aan het gemeentelijk informatieoverleg Uit het gemeentelijk informatieoverleg kunnen signalen komen die nader onderzocht moeten worden. Hierbij kunnen op basis van een signaal uit het informatieoverleg panden en locaties gecontroleerd worden. Tevens kan de gemeente ervoor kiezen om op basis van een signaal een keer gezamenlijk met diverse gemeentelijke afdelingen en de politie een controle uit te voeren. Omdat elke deelnemer een andere controlebevoegdheid heeft, kan er samen meer worden gezien en meer actie ondernomen worden. Controle kan zo een belangrijke rol spelen bij de lokale aanpak van signalen.
8
1.6 Integriteit & veilige werkomgeving Integriteit Er is voor de werkorganisatie een regeling ambtelijke integriteit. De medewerker is verplicht tot het afleggen van een ambtseed of -belofte. Er is daarnaast een regeling ‘melding vermoeden misstanden’ en een regeling omtrent klachten bij ongewenst gedrag. Daarnaast wordt bij de selectie van medewerkers een antecedentenonderzoek gedaan in de vorm van een Verklaring Omtrent Gedrag. Ook wordt er aandacht besteed aan sancties in situaties waarin wordt vastgesteld dat een medewerker niet-integer heeft gehandeld. De gemeente Wassenaar werkt op dit moment aan een gedragscode voor het college van burgemeester en wethouders en raads- en commissieleden. Tevens worden kandidaat-wethouders gescreend op integriteitsrisico’s. Veilige werkomgeving Er is een agressieprotocol voor de werkorganisatie. Meldingen van agressief gedrag kunnen gemeld worden in het GIR-systeem. Dit systeem wordt bijgehouden door de preventiemedewerker. Er wordt gestimuleerd om alle incidenten te melden. Daarnaast kan er ook aangifte worden gedaan bij de politie. Dit kan op naam van de gemeente, zodat de medewerker zelf zoveel mogelijk anoniem blijft. Tevens worden er agressietrainingen gegeven en zijn er huisregels voor burgers vastgesteld welke zichtbaar voor burgers in het gemeentehuis hangen.
De Chief Information Security Officer (CISO) houdt zich bezig met het formuleren van beleid en adviseren op het gebied van informatieveiligheid. Aan de hand van de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) wordt er gewerkt aan het implementeren van maatregelen. Ook in de integrale veiligheidsanalyses is informatieveiligheid aanbod gekomen. De gemeente werkt daarnaast met een systeem waar informatie afgeschermd kan worden, zoals bibob-dossiers of bestuurlijke rapportages. Gezien het bovenstaande beeld van onze organisatie heeft het RIEC de volgende aanbevelingen: Tref meer maatregelen om integriteit te waarborgen: Aanstellen integriteitscoördinator: de werkorganisatie heeft een uitgebreid beleid omtrent integriteit. Echter is uit de interviews van het RIEC naar voren gekomen dat er meer aandacht besteed zou kunnen worden aan het onder de aandacht brengen van dit beleid. Steeds meer gemeenten ondervangen dit door het aanstellen van een integriteitscoördinator. Taken van een integriteitscoördinator zijn onder andere het levend houden van het beleid bij het management en de medewerkers, het toezien op de behandeling van het onderwerp integriteit bij afdelingsoverleggen en het organiseren van (dilemma) trainingen, zowel voor het bestuur als voor medewerkers.
9
Scherp de maatregelen rondom veilige werkomgeving aan De gemeente heeft al het een en ander ingericht rondom veilige werkomgeving. Met de onderstaande handvatten kan de gemeente deze maatregelen aanscherpen: •
Oprichten van een Bedrijfsopvangteam (BOT): Steeds meer gemeenten richten een BOT op. Dit team bestaat uit een aantal medewerkers van de gemeente en biedt laagdrempelige en toegankelijke zorg bij incidenten. Ook kan het BOT laagdrempelige toegang bieden tot professionele zorg. Tevens kunnen zij getraind worden in het de-escaleren van situaties.
•
Agressieprotocol voor politieke ambtsdragers: de gemeente heeft een agressieprotocol. Alhoewel hier ook het bestuur in genoemd wordt, is het protocol vooral gericht op medewerkers. Ook collegeleden en raadsleden kunnen te maken krijgen met agressie en geweld. Daarom adviseren wij hier binnen het bestaande protocol extra aandacht aan te besteden of hiervoor een apart protocol op te stellen.
10
1.7 Communicatie Intern Er wordt intern niet actief gecommuniceerd over (de aanpak van) ondermijning. Wanneer het uitvoeringsplan voor het integrale veiligheidsbeleid definitief is zal hier ook een communicatieplan aan gekoppeld worden. Aan het bevorderen van informatieveiligheid is een communicatieplan gekoppeld. Er wordt gecommuniceerd via intranet, er hangen posters en er wordt gewerkt met een e-learning module. Extern Bij de sluiting van panden of woningen wordt dit actief naar buiten gecommuniceerd. De afdeling veiligheid brengt dit in samenwerking met de communicatieafdeling naar buiten toe. Gezien het bovenstaande beeld van onze organisatie heeft het RIEC de volgende aanbevelingen: Communiceer intern over de aanpak van ondermijning Informatie over ondermijning en successen in de aanpak hiervan kunnen bijvoorbeeld gedeeld worden via intranet. Hiermee wordt ondermijning doorlopend onder de aandacht gebracht en wordt een signaal afgegeven dat informatie en vorderingen hierin belangrijk zijn voor de gehele organisatie. Daarnaast kunnen medewerkers zien wat de resultaten zijn van hun meldingen, wat het bewustzijn en de meldingsbereidheid vergroot. Communiceer extern over de aanpak van ondermijning Tevens kan de gemeente burgers en maatschappelijke partners actief voorlichten over ondermijning en activeren om een bijdrage te leveren aan de aanpak hiervan.
Voorbeelden zijn het informeren van de buurt wanneer er en hennepkwekerij is aangetroffen en wanneer een woning of pand wordt gesloten door middel van een buurtbrief, het onder de aandacht brengen van het meldpunt en het informeren over hoe signalen herkend kunnen worden. Op deze manier worden zij meer bewust van ondermijning en gaan zij ook signalen melden. Koppel een communicatiestrategie aan de aanpak van ondermijning Het is belangrijk dat aan de aanpak van ondermijning een communicatiestrategie gekoppeld wordt. Hierbij kan de expertise van de afdeling Communicatie binnen de gemeente ingeschakeld worden. De Bibob coördinator en afdeling Communicatie kunnen vervolgens samen een plan bedenken voor zowel de interne als de externe communicatie omtrent ondermijning. Zet communicatie in als interventie Communicatie inzetten als interventiestrategie kan verschillende doelen en doelgroepen hebben. Zo kan de interventie gericht zijn op één persoon of een bepaalde groep. Daarbij kan het doel zijn deze persoon of groep aan te pakken of uit de anonimiteit te halen, zodat ze niet langer ongezien hun criminele activiteiten kunnen voortzetten. Echter kan een interventie ook zijn gericht op het zichtbaar maken van een bepaald fenomeen of een criminele markt, waardoor de samenleving alerter en weerbaarder wordt.
Door de grote diversiteit van doelen en doelgroepen is de strategie bij iedere casus verschillend.
11
1.8 Specifieke aanbevelingen aan de hand van het ondermijningsbeeld Naast de aanbevelingen beschreven in de voorgaande hoofdstukken heeft het RIEC ook gewezen op een aantal maatregelen om misstanden binnen de vastgoedsector en mogelijke zorgfraude effectief te kunnen aanpakken
Tref meer maatregelen om misbruik en fraude binnen de vastgoedsector te voorkomen: Bewustwording en training: Binnen de betreffenden afdelingen kan een sessie georganiseerd worden, waarbij met concrete voorbeelden meer bewustwording rondom ondermijning gecreëerd wordt. Hierbij kan besproken worden of en waar medewerkers tegenaan lopen binnen hun werkzaamheden en hoe daar op dit moment mee om wordt gegaan. Daarnaast kan binnen een dergelijke sessie besproken worden hoe de afdeling omgaat met het tegengaan van ondermijning, welke mogelijkheden de wet Bibob geeft en hoe dit een standaard plek krijgt in het werkproces.
Tref meer maatregelen om zorgfraude te voorkomen Bewustwording: het Kenniscentrum Handhaving en Naleving van de Vereniging Nederlandse Gemeenten kan helpen om de bewustwording omtrent zorgfraude verder te ontwikkelen. Zij bieden workshops aan welke zich focussen op bewustwording en alertheid omtrent zorgfraude. Daarnaast kan het RIEC een presentatie geven over ondermijning binnen het Sociaal Domein en over hoe consulenten andere vormen van ondermijning kunnen herkennen, bijvoorbeeld wanneer zij op huisbezoek gaan, en wat zij vervolgens met deze signalen kunnen doen. Kwaliteitseisen aanscherpen: in het nieuwe budget plan is er door de gemeente meer aandacht besteed aan kwaliteitseisen en wat er wordt verwacht van een zorgaanbieder. Het is echter goed om te kijken of deze kwaliteitseisen helder en toetsbaar zijn. De gemeente kan hierbij de hulp van VNG KCHN inschakelen. Tussentijdse kwaliteitscheck: wanneer de kwaliteitseisen aangescherpt zijn, kan er een tussentijdse kwaliteits-/rechtmatigheidscheck worden gedaan. Hierbij kan worden gekeken hoe de zorg verloopt en wat de zorgaanbieder wel en niet doet. Wanneer hierbij onrechtmatigheden worden geconstateerd, kan hier iets aan worden gedaan voor de resterende periode.
12
1.9 De regierol van de gemeente Het ondermijningsbeeld geeft voldoende aanleiding om een stevige aanpak te formuleren. Ondermijning aanpakken vraagt om het maken van keuzes en het voeren van regie op de uitvoering. De gemeente is regiehouder voor de aanpak van ondermijning, maar zoekt daarbij nadrukkelijk de samenwerking met diverse veiligheidspartners. Door een intensieve samenwerking met onder andere inwoners, ondernemers, Politie, Openbaar Ministerie, RIEC, Belastingdienst en de gemeenten om ons heen, kunnen wij ondermijning effectief aanpakken. De regierol houdt in dat de gemeente: • • • • •
Inzicht heeft m.b.t. ondermijning, zowel de activiteiten als ook de factoren die onze gemeente aantrekkelijk maken voor criminelen, In afstemming met de veiligheidspartners maatregelen vaststelt en zorg draagt voor de uitvoering daarvan, In afstemming met de partners prioriteiten stelt in de aanpak, De interne- en externe samenwerking in goede banen leidt, Waarborgt dat alle betrokken partijen, zowel intern als extern, voldoende bijdragen aan de aanpak.
Naast de regierol heeft de gemeente de mogelijkheden om met een bestuurlijke aanpak barrières op te werpen. Dit kan door het beschikbare bestuurlijke instrumentarium in te zetten om de ondersteunende activiteiten van de ondermijnende criminaliteit te verstoren. Voorbeelden hiervan zijn toezicht en handhaving, adrescontroles, het uitvoeren van een Bibob-toets, het intrekken van vergunningen, het sluiten van panden en actief optreden rond panden waar overlast vandaan komt. De gemeente neemt geen taken over van Politie of Openbaar Ministerie, maar werkt juist aanvullend op een strafrechtelijke aanpak of meer preventief. In samenwerking met het RIEC hebben we, door middel van de quickscan, in kaart gebracht wat we als gemeente moeten organiseren om een effectieve aanpak vorm te kunnen geven. De aanbevelingen zijn verwerkt in hoofdstuk 4 van dit plan van aanpak.
13
2 Visie Leefbaarheid en veiligheid is een prioriteit van zowel de landelijke overheid als de gemeente Wassenaar. We willen ons veilige en leefbare dorp behouden en dit niet alleen bereiken door de aanpak van overlast en zogenaamde high impact crimes, maar ook door het voorkomen en aanpakken van onzichtbare criminaliteit die onze samenleving ondermijnt. We vinden dit belangrijk omdat onder meer de openbare orde wordt geschaad door overlast van drugshandel, personen worden misbruikt/uitgebuit en criminele investeringen in de bovenwereld kunnen leiden tot vervlechting van onder- en bovenwereld met verslechtering van het ondernemersklimaat en verpaupering van wijken en buurten tot gevolg. Daarnaast tast het de waarden en normen in de samenleving aan, het rechtsgevoel van goedwillende burgers en ondernemers en kan de integriteit van bestuurders en ambtenaren worden bedreigd door corruptie. Bovendien richten criminelen zich in sommige gevallen op het verwerven van maatschappelijke posities (sportverenigingen, politiek etc.) en zoeken de confrontatie met de overheid door bedreiging van ambtenaren en bestuurders. Met het oog op al deze aspecten, komen we hiermee tot de volgende (integrale) visie en kernboodschap voor het programma ondermijning: Visie: We werken samen aan het signaleren, voorkomen en aanpakken van (georganiseerde) criminaliteit die onze samenleving ondermijnt.
We zijn een integere, zichtbare en actiegerichte overheid die als één optreedt. We creëren samen met onze partners een omgeving waarin criminelen geen kans hebben. Veiligheid en leefbaarheid staan voorop. Zo houden we onze omgeving veilig. Kernboodschap: In de aanpak van (georganiseerde), ondermijnende criminaliteit staan we schouder aan schouder. Dat doen we als politie, Openbaar Ministerie en gemeente samen. Ook andere partners, zoals de Belastingdienst, zijn betrokken. We sluiten hiermee aan op de landelijke aanpak. Doel is om een omgeving te creëren waarin (georganiseerde) criminaliteit geen kans heeft. Zo houden we onze omgeving veilig.
14
3. Doelstelling Onze missie voor de komende jaren is het versterken van een georganiseerde en integere overheid tegen de aanpak van ondermijnende criminaliteit. We willen de maatschappij (burgers en ondernemers) bondgenoot maken in onze aanpak. Tegen de diverse verschijningsvormen van ondermijnende criminaliteit zal doortastend worden opgetreden. Wassenaar zal daardoor te boek komen te staan als een gemeente met een ongunstig 'vestigingsklimaat' voor criminelen. De gemeente vervult hierbij primair de rol van regisseur: het zodanig sturen, interveniëren en in stand houden van randvoorwaarden dat de diverse betrokken partijen op een effectieve manier samenwerken en maatregelen nemen om de ondermijnende criminaliteit aan te pakken. Voor zover het gaat om de inzet van bestuurlijke middelen heeft de gemeente naast de rol van regisseur ook een uitvoerende rol. Samengevat komen we hiermee tot de volgende strategische doelstellingen voor het programma ondermijning: Spoor 1 Signaleren Het versterken van de (bestuurlijke) informatiepositie. Meer en beter zicht op (georganiseerde) ondermijnende criminaliteit stelt ons in staat om gefundeerde en effectieve keuzes te maken in zaken die we met prioriteit oppakken en aanpakken. Spoor 2 Voorkomen Het versterken van de bestuurlijke- en maatschappelijke weerbaarheid.
Een weerbare overheid en samenleving zal leiden tot een afname van criminele kansen en zo voorkomen dat criminelen zich in de gemeenten vestigen. Spoor 3 Aanpakken Het intensiveren van de bestuurlijke aanpak van criminele personen en objecten. Inzet van bestuurlijke maatregelen stelt ons in staat criminele activiteiten te verstoren, de ondermijnende invloed (van criminele netwerken) uit te schakelen en zo uiteindelijk uit de gemeente te weren. De drie doelstellingen hebben hun eigen speerpunten die ook in breder opzicht- dan de aanpak van ondermijnende criminaliteit- een bijdrage leveren aan een veilige en leefbare samenleving. In de volgende paragrafen worden de doelstellingen en bijbehorende speerpunten nader toegelicht.
15
4. Spoor 1: Het versterken van de (bestuurlijke) informatiepositie Signaleren Het versterken van de bestuurlijke informatiepositie draagt bij aan het verkrijgen van meer en beter zicht op ondermijnende criminaliteit in de gemeente. Zicht hebben op ondermijning is essentieel om op een goede manier de regie te kunnen voeren en stelt ons in staat om gefundeerde en effectieve keuzes te maken in zaken die we met prioriteit oppakken en aanpakken, waarbij nadrukkelijk oog is voor het maatschappelijk effect. Hierbij moet worden opgemerkt dat in dit geval ‘zoekt en gij zult vinden’ opgaat. Door extra in te zetten en onze informatiepositie te versterken, verbeterd ons zicht op ondermijnende criminaliteit waardoor de casuïstiek in eerste instantie zal toenemen. Er zullen daarom gefundeerde keuzes gemaakt moeten worden welke signalen met prioriteit worden aangepakt. De volgende (proces) doelstellingen staan centraal: • Het versterken van organisatie brede awareness & integraliteit. • Het versterken van de meldingsbereidheid. • Inzetten op pro- actief onderzoek en –analyse. • Informatie gestuurd werken. Het versterken van organisatie brede awareness & integraliteit Een effectieve aanpak begint bij bewustwording en het verkrijgen van zicht op georganiseerde, ondermijnende criminaliteit. We investeren daarom op het onderhouden van de awareness bij bestuurders & medewerkers, o.a.
door het organiseren van bijeenkomsten, trainingen en specialistische trainingen op specifieke thema’s. Dit met het doel dat men signalen van ondermijnende criminaliteit als zodanig gaat herkennen en weet hoe te handelen. Het versterken van de meldingsbereidheid Signalen moeten niet alleen herkend worden, maar ook worden gedeeld om te kunnen interveniëren. Hoe meer signalen we ontvangen, hoe beter we onze inzet daar op af kunnen stemmen. Een barrière die als het ware moet worden opgeheven, is de terughoudendheid om onderbuikgevoelens en verontrustende signalen te melden. Verschillende factoren kunnen mensen ervan weerhouden om in actie te komen tegen ondermijnende criminaliteit. Door rekening te houden met deze factoren en hier specifiek op in te spelen (met name d.m.v. communicatie), willen we deze (mogelijke) terughoudendheid verlagen. Door zowel onze in- en externe partners, en op termijn ook ondernemers en inwoners te attenderen op de negatieve kanten van ondermijnende criminaliteit willen we hen daarnaast het belang van het melden van misstanden duidelijk maken. Hierbij wordt direct aangegeven waar vermoedens/signalen van (mogelijke) ondermijnende criminaliteit gemeld kunnen worden. Het uitgangspunt is om altijd te reageren naar de melders over de wijze waarop we het signaal oppakken en hen te bedanken voor het doorgeven van het signaal.
16
Inzetten op pro- actief onderzoek & analyse (systematische aandacht) We gaan schaal en omvang van criminele ondermijnende activiteiten in kaart brengen door het systematisch benutten van al aanwezige- en nieuwe informatie. Dit doen we onder andere door verzamelde zachte informatie (o.a. uit het ondermijningsbeeld) te controleren en te verrijken op basis van harde gegevens in dossiers, bronnen of registraties en het signaleren en vastleggen van misstanden door medewerkers die op straat lopen en in bedrijven komen. Om versnipperde aandacht te voorkomen, is het van belang een lange termijn focus aan te brengen in de aanpak. De volgende thema’s zijn als prioriteit benoemd en staan daarom centraal voor de gemeente, met het doel om onze informatiepositie hierop te versterken: 1. Aanpak van georganiseerde drugscriminaliteit, vanwege: • Landelijke prioriteitstelling, • Uitkomst van het Ondermijningsbeeld, • Aanwezige gelegenheidsstructuur. 2. Arbeidsuitbuiting, vanwege: • Aanwezige gelegenheidsstructuur, • Uitkomsten Ondermijningsbeeld, • Gaat over kwetsbare personen die worden misbruikt/uitgebuit. 3. Misbruik binnen de vastgoedsector, vanwege: • Aanwezige gelegenheidsstructuur, • Uitkomsten Ondermijningsbeeld.
17
Informatie gestuurd werken Op basis van systeeminformatie, straatinformatie en signalen uit de samenleving gaan we informatie gestuurd werken. Pas als de informatiehuishouding is ‘ingeregeld’, zijn we daadwerkelijk in staat om een goede informatiepositie op te kunnen bouwen. We gaan verschillende data vervolgens meer met elkaar integreren om maatregelen effectiever in te zetten. Door informatie te analyseren en te koppelen willen we bijvoorbeeld niet alleen de personen aanhouden met schulden die hun huis beschikbaar stellen voor hennepteelt (de zogenaamde ‘katvangers’), maar ook de personen en organisaties die daar achter schuil gaan. Het spreekt voor zich dat hierbij ook een beroep wordt gedaan op de opsporingscapaciteit van politie. De komende jaren investeren we dan ook in het koppelen en analyseren van eigen data in een veiligheidsinformatie knooppunt (verder VIK) Onze eigen data als eerste moeten worden aangepakt. Zo hebben de Boa’s geen eigen registratiesysteem. Hierdoor kan straatinformatie, ook met betrekking op de aanpak van ondermijning, verloren gaan. Daarnaast heeft de afdeling OOV geen beschikking over een digitaal systeem waar ingevoerde gegevens tot werkbare informatie wordt opgewerkt.
18
5 Spoor 2: Het versterken van de bestuurlijke- en maatschappelijke weerbaarheid Dit tweede spoor richt zich vooral op het voorkomen van ondermijnende criminaliteit en het tegengaan van een gunstig vestigingsklimaat voor criminele ondernemers. Het gaat hier allereerst om het voorkomen van misbruik van gemeentelijke voorzieningen, zoals uitkeringen, vergunningen en subsidies. Maar van groeiend belang is ook het opwerpen van barrières tegen ondermijnende criminaliteit in samenwerking met lokale publieke en private partners in de relevante domeinen. Pas door een gecombineerde inspanning te leveren, samen met partners van buiten de gemeente is vroegtijdig ingrijpen mogelijk. Het RIEC heeft in kaart gebracht wat we zowel in- als extern moeten organiseren om weerbaar te zijn tegen ondermijning. De volgende doelstellingen staan centraal: - Een adequaat beleids- en handhavingsinstrumentarium. - Een integere en veilige (werk)omgeving. - Effectieve communicatie zowel in- als extern. - Inzetten op faciliterende branches. Een adequaat beleids- en handhavingsinstrumentarium De gerichte aanpak van ondermijning vereist een (continue) herziening van het beleids- en handhavingsinstrumentarium.
Daarom zal worden gezocht naar het versterken en anders inzetten van het bestaande instrumentarium en het eventueel ontwikkelen van nieuwe instrumenten: Wet Bibob Het RIEC is verzocht om het college te adviseren over de mogelijkheden voor meer uniform Bibobbeleid. Voor meer uniform toepasbaar Bibob-beleid wordt een paraplubeleidsvorm geadviseerd, waarmee rekening kan worden gehouden met de couleur locale van de gemeenten. Deze is mede afhankelijk van politieke en bestuurlijke prioriteiten en beschikbare capaciteit. De paraplubeleidsvorm bestaat uit een algemene beleidslijn en diverse onderliggende beleidslijnen. De algemene beleidslijn is overkoepelend voor alle onderliggende beleidslijnen. Het voordeel van deze beleidsvorm is dat de gemeente kan inspelen op de actualiteit en wat binnen de gemeente van belang is. Tussentijds kan worden bijgestuurd zonder dat alle overige beleidslijnen hoeven worden aangepast. Het Bibob beleid van de gemeente Wassenaar zal in de komende jaren worden aangepast om deze paraplubeleidsvorm te kunnen overnemen. Toezicht & handhaving Om effectiever te kunnen opereren op het gebied van toezicht en handhaving gaan we het gedateerde handhavings- en sanctiebeleid voor de Drank- en Horecawet aanpassen.
Daarnaast zal er een handhavingsstrategie voor de exploitatievergunningen opgesteld worden en zal gemeente Wassenaar zich aansluiten bij het Digitaal Opkoop Register (DOR). Een integere en veilige (werk)omgeving De kleine afstand tussen inwoners en de lokale overheid is de kracht van de lokale democratie, maar maakt de gemeentelijke organisatie ook kwetsbaar. Burgemeester, wethouders, raadsleden en ambtenaren hebben direct contact met inwoners. Onder deze inwoners bevinden zich ook kwaadwillende personen die misbruik willen maken van de legale structuren in de samenleving. Zo heeft een crimineel de gemeente nodig voor in- en uitschrijving in de Basisregistratie Personen (BRP), uitkeringen, vastgoedtransacties, vergunningen en subsidies. Diverse medewerkers en bestuurders zijn op deze manier betrokken bij besluitvorming die een grote waarde kan hebben voor criminelen. Voor we het weten, doen we zaken met criminelen en wordt zo ook onze eigen integriteit aangetast. 19
Integriteit De integrale aanpak wordt daarom ondersteund door de inzet op het bevorderen van de bestuurlijke en ambtelijke integriteit. Er is voor de werkorganisatie een regeling ambtelijke integriteit. De medewerker is verplicht tot het afleggen van een ambtseed of -belofte. Er is daarnaast een regeling ‘melding vermoeden misstanden’ en een regeling omtrent klachten bij ongewenst gedrag. Daarnaast wordt bij de selectie van medewerkers een antecedentenonderzoek gedaan in de vorm van een Verklaring Omtrent Gedrag. Ook wordt er aandacht besteed aan sancties in situaties waarin wordt vastgesteld dat een medewerker niet-integer heeft gehandeld. De gemeente Wassenaar werkt op dit moment aan een gedragscode voor het college van burgemeester en wethouders en raads- en commissieleden. Tevens worden kandidaat-wethouders gescreend op integriteitsrisico’s. Om meer aandacht te besteden aan het onder de aandacht brengen van dit beleid zal er een integriteitscoördinator worden aangesteld. Taken van de integriteitscoördinator zijn, onder andere, het levend houden van het beleid bij het management en de medewerkers, het toezien op de behandeling van het onderwerp integriteit bij afdelingsoverleggen en het organiseren van (dilemma) trainingen, zowel voor het bestuur als voor medewerkers.
Veilige werkomgeving De kwetsbaarheid van de lokale overheid kent ook een andere kant; die van fysieke dreiging. Betrokken en integere bestuurders en ambtenaren die weerstand bieden aan kwaadwillende inwoners lopen het risico om onder druk gezet te worden of zelfs te worden bedreigd. Agressie en geweld tegen medewerkers hebben grote impact en ondermijnen het functioneren van de overheid. De intensivering van de aanpak van ondermijnende criminaliteit de komende jaren en daarmee het frustreren van de toegang tot de bovenwereld voor personen met criminele intenties, kan extra risico's met zich meebrengen voor sommige ambtenaren die veel directe contacten met inwoners of bedrijven hebben. In relatie tot deze risico’s is aandacht voor een veilige werkomgeving en weerbaarheid van medewerkers. Hiervoor zal een ‘Protocol Agressie’ tegen politieke ambtsdragers worden opgesteld. Daarnaast zal er een Bedrijfsopvangteam opgericht worden. Dit team bestaat uit een aantal medewerkers van de gemeente en biedt laagdrempelige en toegankelijke zorg bij incidenten. Ook kan het BOT laagdrempelige toegang bieden tot professionele zorg. Tevens kunnen zij getraind worden in het de-escaleren van situaties. Vormgeven van maatschappelijke coalities Veel criminele activiteiten zijn op het niveau van wijken en straten zichtbaar.
Een gedeelte van de maatschappelijke partners en inwoners weet dan ook vaak precies welke winkels er verdacht uitzien en waar op vreemde tijdstippen mensen samen komen. Hetzelfde geldt voor diverse ondernemers op bedrijventerreinen, in horecagelegenheden en in winkels, die in de gaten hebben waar zaken niet kloppen. In de aanpak hebben deze partijen een cruciale positie: zij vormen de oren en ogen van iedere gemeente. Ze kunnen en hoeven criminele organisaties ‘niet op te rollen’, maar kunnen activiteiten wel signaleren en melden. De uitdaging is om deze partijen te benutten als bron van informatie en hen tegelijkertijd weerbaar te maken tegen de effecten van ondermijnende criminaliteit. We willen de maatschappelijke weerbaarheid versterken door het vormen van een brede maatschappelijke coalitie. De wettelijke normen die we kennen moeten ook maatschappelijk gedragen worden. Cruciaal hierbij zijn de inzet van communicatie, mobilisatie van de 'goedwillende krachten' in de maatschappij en sociale interventies. Vanwege de randvoorwaarde dat meldingen een goede opvolging vereisen, zal het betrekken van partners, inwoners en ondernemers gefaseerd worden aangevlogen. Hiervoor zal in samenwerking met de afdeling communicatie een communicatiestrategie opgesteld worden.
20
Faciliterende branches Om ondermijnende activiteiten uit te kunnen voeren, wordt gebruikt gemaakt van legale structuren in onze maatschappij, de bovenwereld. Sommige ondernemingen bieden legale diensten aan die ook of vooral interessant zijn voor personen met criminele bedoelingen. Daarnaast zijn er ondernemers die criminelen trekken middels illegale diensten. Voorbeelden van ondernemingen die dergelijke (il)legale diensten aanbieden zijn geldwisselkantoren, money transfers, autoverhuurbedrijven en malafide uitzendbureaus. Criminelen gebruiken dergelijke branches om criminele handelingen te verrichten, te verhullen of crimineel geld te investeren. Ondernemers die hieraan mee werken doen dit soms willens en wetens, soms tegen wil en dank en soms onbewust. Kenmerkend voor branches die bij voorkeur gebruikt worden voor criminele doeleinden zijn branches waar ook legale activiteiten plaatsvinden, grote sommen (contant) geld in omgaan, de waarde van producten moeilijk is vast te stellen, de omzet makkelijk gemanipuleerd kan worden en waar weinig structureel toezicht is van overheidsinstanties. In aansluiting op het ondermijningsbeeld gaan we de mogelijke faciliterende branches in Wassenaar beter in beeld brengen. Qua aanpak zal vervolgens aansluiting worden gezocht bij de geprioriteerde thema's uit het derde spoor van dit programma.
Het streven is dat de extra aandacht voor bepaalde faciliteerders, deze een minder aantrekkelijke zakenpartner maakt. Onze inzet zal zich enerzijds richten op het creëren van bewustwording en meldingsbereidheid bij bonafide ondernemers en anderzijds op een repressieve en integrale aanpak van malafide ondernemers. Uitgangspunt is dat het tegengaan van malafide praktijken niet alleen de verantwoordelijkheid is van de overheid; ondernemers en burgers hebben ook een eigen verantwoordelijkheid.
21
6 Spoor 3: Het intensiveren van de bestuurlijke aanpak van criminele personen en objecten Het derde spoor waarlangs de aanpak van ondermijning wordt vormgegeven, is het meest repressieve spoor. Deze is gericht op de daadwerkelijke aanpak van de diverse vormen van criminaliteit die de samenleving ondermijnt, door inzet van het bestuurlijk instrumentarium, zoals het intrekken en verstrekken van vergunningen, terugvorderen van uitkeringen, sluiten van panden, het weren van personen etc. De centrale doelstelling van het derde spoor luidt als volgt: “Criminele activiteiten te verstoren, de ondermijnende invloed van criminele(n) (netwerken) uit te schakelen en zo uiteindelijk uit de gemeente te weren.” De volgende (proces)doelstellingen staan centraal: - Aanpak van georganiseerde drugscriminaliteit; - Integrale aanpak van personen/objecten (casuïstiek); - Gebieds- en branchegerichte aanpak; - Regie voeren op/versterken van integrale (keten)samenwerking. Aanpak van georganiseerde drugscriminaliteit Uit beschikbare bronnen blijkt dat de drugsindustrie qua omvang de grootste illegale markt is. Direct gerelateerd daaraan zijn de omvangrijke criminele winsten die worden witgewassen, een onmisbaar onderdeel van het criminele bedrijfsproces en de motor van het criminele bedrijf. Maar de ondermijnende effecten van de drugsindustrie strekken zich nog verder uit.
Gevaren als drugslabs- en plantages in woonwijken, het dumpen van giftig chemisch afval, de intimiderende aanwezigheid van Outlaw Motorcycle Gangs (OMG’s) en bedreiging van lokale bestuurders, intimidatie en corruptie hangen nauw samen met de illegale drugsindustrie. Georganiseerde hennepteelt De illegale hennepteelt is de onschuld al jaren voorbij. De teelt van hennep is zeer omvangrijk (waarbij zo'n 80% bedoeld is voor de export) en heeft steeds vaker een bedrijfsmatig karakter met betrokkenheid van georganiseerde criminele samenwerkingsverbanden. Hennepteelt zorgt in woonwijken voor overlast zoals: brandgevaar, wateroverlast, stank, en schade aan woningen. De hennepteelt en -handel gaan bovendien vaak gepaard met uitkeringsfraude, belastingontduiking, energiediefstal en afrekeningen in het criminele circuit. De opbrengsten van hennepteelt zijn hoog en de pakkans en een eventuele straf worden veelal laag ingeschat. Er wordt dan ook in grote mate geprofiteerd van de opbrengsten. Hierbij kan gedacht worden aan gezinnen met schulden, maar ook profiterende ondernemers, zoals makelaars, elektriciens en vastgoedondernemers zijn bereid om crimineel geld te accepteren. Hierdoor ontstaat er een vrij grote criminele economie. Onder andere door de bestuurlijke aanpak die op hennepkwekerijen gaat worden toegepast (beleid art.
13B Opiumwet), zijn we in staat om analyses uit te voeren en trends te signaleren. De ambitie is om meer beeld te krijgen bij de achterliggende (georganiseerde) criminaliteit en interventies met name op de sleutelfiguren uit die netwerken te richten. De inzet van samenwerkingspartners als politie en OM is hierbij onmisbaar.
22
Integrale aanpak van personen en objecten (casuïstiek) Naast een beeld van de aard van de problematiek heeft het ondermijningsbeeld ook signalen opgeleverd over personen, bedrijven en locaties waarvan het vermoeden bestaat dat zij een rol spelen in de ondermijnende criminaliteit. Op basis van het ondermijningsbeeld is een eerste selectie gemaakt van casuïstiek welke met voorrang wordt opgepakt. Deze aanpak kan zich richten op bepaalde gebieden, families, fenomenen of personen en de interventies kunnen zeer divers van aard zijn, zoals: • Integrale controles. • Bestuurlijke handhaving. • Inzet burgemeestersbevoegdheden (sluiting panden). • Aanbieden zorg. • Strafrechtelijke vervolging. • Afpakken crimineel vermogen (i.c.m. de patseraanpak van politie en OM). • Naheffingsaanslagen belastingen. • Terugvorderen onterechte uitkeringen. • Inzet communicatie als instrument (naming en shaming / bronbestrijding). • Het aanspreken van onbewuste of bewuste faciliteerders. Zoals eerder aangegeven, is het steeds van belang om gefundeerde keuzes te maken in welke signalen met voorrang worden aangepakt. Dit om onze slagkracht te vergroten en versnipperde aandacht te voorkomen. De kansrijkheid om over te gaan tot interventie en het maatschappelijk effect en de mate van maatschappelijke impact spelen hierbij een belangrijke rol.
Gebieds- & branchegerichte aanpak Op den duur kan uit het Ondermijningsbeeld en de ‘losse ingebrachte signalen’ een gebieds- of branchegerichte aanpak plaatsvinden. Ondermijnende criminaliteit is namelijk niet altijd gebonden aan een thema of bepaalde (groepen) personen, het kan zich ook in een specifiek gebied manifesteren. De gebiedsgerichte aanpak richt zich op het terugdringen van ondermijnende criminaliteit in gebieden waarover al signalen bekend zijn of op het in beeld brengen van risicovolle locaties, gelegenheidsstructuren e.d. (garage- en autoverhuurbedrijven e.d.). Daarnaast volgen we de ontwikkelingen met het oog op mogelijke inzet van de nieuwe (nog op te nemen) APV bevoegdheid gericht op het tegengaan van malafide ondernemersklimaat. De burgemeester kan in het kader van de openbare orde een vergunningplicht opleggen voor bepaalde aangewezenstraten, gebieden, panden en branches. Het betreft dan bijvoorbeeld specifieke locaties waar sprake is van ondermijnende praktijken, brancheverschraling, leegstand en een hoog verloop van ondernemers. De vergunningplicht is een sluitstuk van een bredere aanpak (toezicht, handhaving, bestemmingen, samenwerkingen, stimuleren goed ondernemerschap).
Regie voeren op en het versterken van de integrale (keten)samenwerking: De complexiteit en omvang van de ondermijnende criminaliteit vraagt om een systematische, meervoudige, integrale aanpak met urgentie van alle interne- en externe partners, op korte én lange termijn, gericht op repressie en preventie en op basis van vasthoudendheid (lange adem, consistent, consequent). Het belang van integraliteit laat zich vooral zien in de hoeveelheid informatie dat bij de gemeente en partners beschikbaar is, de benodigde afstemming gezien de verschillende belangen bij de aanpak van personen, bedrijven, locaties en fenomenen, als ook de verschillende bevoegdheden en mogelijkheden voor de (bestuurlijke) aanpak. De aanpak is integraal in de zin dat alle domeinen en externe partners erin samen komen en hun slagkracht inzetten om de aanpak op een effectieve manier vorm te kunnen geven. Zonder deze integrale samenwerking is een effectieve aanpak en het bereiken van de doelstelling niet mogelijk. Om deze redenen is het van belang regie te voeren op deze samenwerking en deze te versterken.
23
7 Inspanningen en resultaten 7.1 Sporen Spoor 1: het versterken van de bestuurlijke informatiepositie De awareness en integraliteit wordt versterkt door: • Het onderhouden van de awareness van bestuurders & medewerkers, o.a. door het organiseren van bijeenkomsten, trainingen en specialistische trainingen op specifieke thema’s • Het aanstellen van een regisseur aanpak ondermijning & bibobcoördinator , welke een ‘linking-pin’ vormt bij informatie-uitwisseling tussen in- en externe partners. De regisseur aanpak ondermijning zal tevens zorg dragen voor: ▪ het oprichten van een Veiligheidsinformatie knooppunt (VIK), ▪ verzorgen van het dynamisch ondermijningsbeeld, ▪ regie voeren in de keten, ▪ het opstellen van plannen van aanpak om gemeentelijke faciliteiten minder kwetsbaar voor criminogeen gebruik te maken, ▪ het opstellen van plannen van aanpak (samen met keten partners) bij concrete gevallen waar ondermijnende activiteiten worden vermoed, ▪ integratie van de wet Bibob binnen de werkprocessen van de verschillende afdelingen, ▪ aansluiting bij het lokale informatieoverleg, ▪ het fungeren als aanspreekpunt in- en extern, voor b.v. het RIEC en het Landelijk Bureau Bibob. • Het benoemen van taak accenthouders ondermijning per team/domein, die de rol innemen van aanspreekpunt en ambassadeur. Dit draagt bij aan een organisatie breed informatienetwerk en integraliteit.
• Het opzetten van een lokaal informatieoverleg met relevante in- en externe partners waar vermoedens/signalen besproken en verrijkt worden met systeem/straatinformatie. De meldingsbereidheid wordt versterkt door: • Inzet van communicatie. • Een intern meldpunt waar medewerkers en specifieke partners terecht kunnen met signalen/vermoedens van ondermijnende criminaliteit. • Pro actief onderzoek en analyse door het (doorlopend) analyseren en verrijken van signalen met systeem en straatinformatie in het VIK. • Het uitvoeren van (preventief) toezicht en controles op zogenaamde ‘knooppunten’ als vakantieparken, campings, volkstuincomplexen , woonwagencentra en haven/industrieterrein in Wassenaar. • We werken informatie gestuurd(er) door: ▪ Signalen/vermoedens van ondermijnende criminaliteit op een eenduidige en efficiënte wijze vast te leggen (dossiervorming). ▪ Data uit gemeentelijke- en openbare bronnen te combineren binnen de grenzen van de AVG. ▪ Te zoeken naar mogelijkheden van gegevensuitwisseling en doorlopend aandacht houden voor informatieveiligheid. ▪ Het inventariseren van welke bronnen en gegevensbestanden cruciale informatie bevatten, welke cruciale werkprocessen een rol spelen, deze te benutten en om zo een veiligheidsinformatie knooppunt (VIK) op te kunnen zetten.
24
Spoor 2: het versterken van de bestuurlijke- en maatschappelijke weerbaarheid Het bestuurlijk beleids- en handhavingsinstrumentarium zal op orde worden gebracht door: • Implementatie/actualisatie van de volgende beleidsregels: ▪ Het sluitingsbeleid art. 13B Opiumwet, ▪ Sluiting openbare gebouwen, ▪ Het herzien van het Bibob beleid met het oog op de aanbevelingen van het RIEC (uniform beleid) •
Er is doorlopend aandacht voor een integere en veilige werkomgeving, door: ▪ Het bevorderen van de bestuurlijke en ambtelijke integriteit door het onderwerp op natuurlijke momenten onder de aandacht te brengen van raadsleden, bestuurders en medewerkers en zo de bewustwording te versterken, ▪ Het uitvoeren van integriteitsbeoordelingen (Bibob-toetsen), ▪ Het creëren van bewustzijn voor de risico's van de aanpak van ondermijnende criminaliteit en aandacht te schenken aan het handelingsperspectief bij incidenten.
Spoor 3: het intensiveren van de bestuurlijke aanpak van personen/objecten • De aanpak van georganiseerde drugscriminaliteit vindt plaats door: ▪ Toepassing van het sluitingsbeleid o.g.v. art. 13B Opiumwet, ▪ de inzet van burgers (op termijn) om verdachte zaken te melden. •
De integrale aanpak van personen en objecten vindt plaats via: ▪ Het lokale signalenoverleg en de ondermijningstafel: in dit overleg worden signalen gedeeld, geanalyseerd en verrijkt en wordt de integrale aanpak vormgegeven en uitgewerkt tot casuïstiek. ▪ De inzet van bestuurlijke interventies. ▪ De inzet van communicatie. ▪ De regievoering op en de integrale ketensamenwerking wordt versterkt door: o Het vormgeven van het lokaal informatie – en signalenoverleg. o Het vormgeven van een integrale communicatiestrategie, welke de integrale aanpak ondersteunt. o Te werken aan commitment van interne- en externe partners op het programma ondermijning. o Doorlopend aandacht te besteden aan leren- evalueren en bijstellen van de aanpak/samenwerking.
7.2 Gerelateerde activiteiten/projecten De aanpak van fraude binnen de vastgoedsector Binnen de betreffende afdelingen zullen trainingen georganiseerd worden, waarbij met concrete voorbeelden meer bewustwording rondom ondermijning gecreëerd wordt. Hierbij kan besproken worden of en waar medewerkers tegenaan lopen binnen hun werkzaamheden en hoe daar op dit moment mee om wordt gegaan. Daarnaast kan binnen een dergelijke sessie besproken worden hoe de afdeling omgaat met het tegengaan van ondermijning, welke mogelijkheden de wet Bibob geeft en hoe dit een standaard plek krijgt in het werkproces.
25
De aanpak van zorgfraude Het Kenniscentrum Handhaving en Naleving van de Vereniging Nederlandse Gemeenten zal gevraagd worden om te helpen om de bewustwording omtrent zorgfraude verder te ontwikkelen. Zij zullen workshops organiseren welke zich focussen op bewustwording en alertheid omtrent zorgfraude. Daarnaast zal het RIEC verzocht worden om een presentatie te geven over ondermijning binnen het Sociaal Domein en over hoe consulenten andere vormen van ondermijning kunnen herkennen, bijvoorbeeld wanneer zij op huisbezoek gaan, en wat zij vervolgens met deze signalen kunnen doen. Daarnaast zal de hulp van het VNG KCHN ingeroepen worden om de kwaliteitseisen te toetsen, daarna kunnen er kwaliteits-/rechtmatigheidscheck ingesteld worden. Hierbij wordt gekeken hoe de zorg verloopt en wat de zorgaanbieder wel en niet doet. Wanneer hierbij onrechtmatigheden worden geconstateerd, kan hier iets aan worden gedaan voor de resterende periode.
26
7.3 Planning van activiteiten en fasering In onderstaande piramide, is de mogelijke ontwikkeling naar een ‘weerbare gemeente’ weergeven. Dit instrument gebruiken we als hulpmiddel waarmee we daadwerkelijk stappen kunnen zetten richting een regisseursrol. Enerzijds omdat het inzicht biedt in waar we staan met betrekking tot bewustwording, organisatieontwikkeling, informatiepositie en beleid & handhaving i.r.t. de aanpak van ondermijning. Zo is inzichtelijk welke stappen we kunnen zetten om te groeien in onze weerbaarheid. Het RIEC zal worden verzocht om ieder jaar een meting uit te voeren om de ontwikkelfase te kunnen bepalen. Het doel is om de komende jaren toe te groeien van de reactieve fase (0) naar fase 3.
De drie sporen die de komende jaren als rode draad fungeren in de aanpak, vormen als het ware een kapstok waaraan we de onderliggende (gerelateerde)projecten, en activiteiten zullen ophangen.
Een effectieve aanpak begint bij bewustwording en het verkrijgen van zicht op georganiseerde, ondermijnende criminaliteit. We investeren daarom in de eerste fase op het versterken van de awareness, met het doel dat men signalen van ondermijnende criminaliteit als zodanig gaat herkennen en weet hoe te handelen. Ook besteden we vanaf het begin af aan veel aandacht aan onze informatiepositie door het samenbrengen van harde gegevens en (zachte) signalen. We zetten ons daarnaast blijvend in voor de repressieve aanpak van ondermijnende criminaliteit. In de volgende fase zal de integraliteit nadrukkelijker de aandacht krijgen, om vervolgens een verdiepingsslag te maken door het betrekken van de samenleving in onze aanpak. Gedurende de looptijd van het programma zal bij de opstelling van elk volgende fase getoetst worden of we nog op de goede weg zitten, het programma herijkt en een nieuwe stip op de horizon worden bepaald.