Bijlage 3. Ontwerpbegroting 2026 en meerjarenbegroting 2027-2029
Tekst van het document
Denk hierbij aan de managers, adjunct-managers en secretaresses van de afdelingen Verkeer en Openbaar Vervoer en de manager en secretaresse van de afdeling Economisch Vestigingsklimaat. Deze medewerkers hebben een sturende of ondersteunende functie op een veelheid aan inhoudelijke of personele taken in het primaire proces. Vanaf begrotingsjaar 2026 worden deze functies toegerekend aan de betreffende programma’s in plaats van aan overhead. Voor de MRDH betekent dit dat de volgende salarislasten als overhead worden geclassificeerd: alle functies, ook management en secretarieel, binnen de bureaus Financiën & Control, Strategie & Bestuur en Interne Dienstverlening; overig management: de secretaris-algemeen directeur. Zie hoofdstuk 4.5 paragraaf bedrijfsvoering voor een toelichting op de organisatie van de MRDH. Daarnaast worden de materiële bedrijfsvoeringsbudgetten ook tot de overhead gerekend. Het wel of niet beschouwen van kosten als overhead heeft geen invloed op financiële dekking. Het betreft alleen een andere manier van presenteren. De salariskosten van alle medewerkers, inclusief management en secretariaat, van de afdelingen Verkeer en Openbaar Vervoer worden bijvoorbeeld bekostigd door de rijksmiddelen BDU.
De salariskosten, wederom inclusief management en secretariaat, van alle medewerkers van de afdeling Economisch Vestigingsklimaat worden bekostigd door de inwonerbijdrage EV. Dit is niet gewijzigd op basis van de nieuwe Notitie Overhead 2023. Het relatieve formatiebudget van het primaire proces wordt, net als in de Begroting 2026, gebruikt om de salariskosten van stafbureaus (inclusief secretaris-algemeen directeur) en overige bedrijfsvoeringskosten door te belasten aan de rijksmiddelen BDU en de inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat. Het relatieve formatiebudget is verdeeld in 18% Economisch Vestigingsklimaat en 82% Verkeer en Openbaar Vervoer. 18% van deze kosten wordt bekostigd met de inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat en 82% wordt bekostigd met de rijksmiddelen BDU.
47
Bovenstaande uitgangspunten en verdeelsleutels zijn verwerkt in het volgende overzicht van de overhead. Overhead
2e burap
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
(euro's)
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Lasten: Personele overhead Va
3.773.018
3.994.595
3.320.352
3.320.352
3.320.352
Materiële overhead Va
2.390.960
2.612.800
2.736.340
2.736.340
2.736.340
2.736.340
6.163.978
6.607.395
6.056.692
6.056.692
6.056.692
6.056.692
Personele overhead EV
984.872
1.042.710
728.858
728.858
728.858
728.858
Materiële overhead EV
597.740
653.200
600.660
600.660
600.660
600.660
1.582.612
1.695.910
1.329.518
1.329.518
1.329.518
1.329.518
7.746.590
8.303.305
7.386.209
7.386.209
7.386.209
7.386.209
Totaal lasten overhead
Dekkingsbronnen overhead (euro's)
3.320.352
2e burap
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Onttrekking fonds BDU
6.163.978
6.607.395
6.056.692
6.056.692
6.056.692
6.056.692
Inwonerbijdrage EV
1.582.612
1.695.910
1.329.518
1.329.518
1.329.518
1.329.518
Totaal dekkingsbronnen overhead
7.746.590
8.303.305
7.386.209
7.386.209
7.386.209
7.386.209
De overheadkosten in de begroting 2026 zijn lager dan in de begroting 2025. De (geschatte) caostijging van de salarissen en de indexatie van de materiële apparaatslasten (zoals huur) zijn verwerkt. De daling komt echter voort uit de gewijzigde definitie van overhead, conform de Beleidsnota Overhead MRDH 2024.De totale apparaatslasten, inclusief overhead en directe personeelslasten, worden toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering (zie hoofdstuk 4.5). 3.3 Vennootschapsbelasting Zie hoofdstuk 4.3 Weerstandsvermogen en risico’s.
48
Hoofdstuk 4
PARAGRAFEN 4.1 Financiering Treasuryfunctie en -beleid De treasuryfunctie richt zich op het sturen, beheersen, verantwoorden en overzien van de financiële vermogenswaarden, geldstromen en posities en bijbehorende risico’s. Dit gebeurt op een manier die risico’s minimaliseert en opbrengsten optimaliseert. De uitvoering van de treasuryfunctie is wettelijke vastgelegd in de Wet financiering decentrale overheden (FIDO) en de bijbehorende ministeriële regelingen: Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (RUDDO), Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden (UFDO) en het Besluit leningvoorwaarden decentrale overheden (BLDO). De MRDH heeft haar treasurybeleid vastgelegd in het Treasurystatuut MRDH 2021. Dit statuut beschrijft de beleidsmatige infrastructuur van de treasuryfunctie in de vorm van uitgangspunten, doelstellingen en richtlijnen. De financieringsstructuur van de MRDH wordt grotendeels bepaald door subsidies en projectbijdragen aan gemeenten, bedrijven en instellingen, die eerder voornamelijk afkomstig waren van het Rijk. Omdat we de middelen tot nu toe eerder ontvangen dan dat ze worden doorbetaald, is de liquiditeitspositie qua exploitatie doorgaans goed. Desondanks is er wel sprake van een financieringsbehoefte. Die wordt veroorzaakt door de volgende twee factoren: 1.
de financiering van railvoertuigen en -infrastructuur van de regionale ov-bedrijven HTM en de RET; 2. het verstrekken van leningen voor bussen en laadinfrastructuur aan vervoerders op grond van de Verordening verstrekking leningen voor bussen en stallingen Vervoersautoriteit MRDH. Financiering railinvesteringen De MRDH financiert de activa en nieuwe investeringen voor railvoertuigen en -infrastructuur van HTM en de RET, zolang de MRDH de bijbehorende kapitaallasten via de railconcessie vergoedt. Voorheen financierden de gemeenten Den Haag en Rotterdam deze vervoerders. Dankzij de rechtstreekse financiering door de MRDH blijven er structureel extra middelen beschikbaar voor de verkeer- en vervoeropgave in onze regio na de opbouw van de benodigde risicoreserve. Voor elke verstrekte lening, garantie en borgstelling wordt een toereikende risicoreservering opgebouwd als onderdeel van het eigen vermogen van de MRDH. Hiervoor wordt de in rekening te brengen marktconformiteitsopslag van zestig basispunten over de uitstaande leningen, garanties en borgstellingen ingezet om de risicoreserve op te bouwen. De MRDH financiert uitstaande leningen door voor hetzelfde bedrag en dezelfde looptijd leningen aan te gaan, om zo een renterisico uit te sluiten.
Bussenleningen De MRDH financiert bussen en laadinfrastructuur aan vervoerders volgens de Verordening verstrekking leningen voor bussen en stallingen van de Vervoersautoriteit MRDH. Deze verordening is ingesteld om vervoerbedrijven adequate en goedkopere financieringsmogelijkheden
49
te bieden voor de gewenste transitie naar zero emissie-busvervoer. Net als bij de financiering van de railinvesteringen bouwt de MRDH voor elke verstrekte lening een toereikende risicoreservering op binnen het eigen vermogen. Daarvoor wordt afhankelijk van de noodzakelijke omvang van de risicoreserve de jaarlijks in rekening te brengen marktconformiteitsopslag van minimaal zestig basispunten (afhankelijk van solvabiliteit vervoerder) over de uitstaande leningen ingezet. De MRDH financiert ook bussenleningen door voor hetzelfde bedrag en dezelfde looptijd leningen aan te gaan. Meer informatie over de opbouw en het geraamde verloop van de risicoreserve staat in hoofdstuk 4.3, paragraaf Weerstandsvermogen en risico’s. De financieringsbehoefte van de MRDH wordt bepaald door de financiering van de railinvesteringen en de bussen bij de verschillende concessie houdende vervoerders. Onderstaand overzicht geeft de geraamde totale financieringsbehoefte per jaar weer. Financieringsbehoefte (euro's)
2e Burap 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
OV-bedrijven
1.138.464.198
1.036.777.781
1.146.228.041
1.304.507.137
1.372.725.281
1.407.717.763
Overbesteding Totalen per jaar
0 1.138.464.198
0 1.036.777.781
0 1.146.228.041
0 1.304.507.137
0 1.372.725.281
0 1.407.717.763
Op basis hiervan zijn de kosten en opbrengsten van de financieringsfunctie per jaar als volgt samen te vatten: Financieringsfunctie (euro's)
2e Burap 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Lasten Rente OV-bedrijven
15.034.585
20.846.020
25.509.932
28.209.887
29.557.245
29.289.533
Totaal
15.034.585
20.846.020
25.509.932
28.209.887
29.557.245
29.289.533
Rente OV-bedrijven
15.034.585
20.846.020
25.509.932
28.209.887
29.557.245
29.289.533
Marktconformiteits-opslag OV-bedrijven
6.388.287
8.019.723
8.571.587
8.822.624
8.818.829
8.520.571
Totaal
21.422.872
28.865.744
34.081.520
37.032.512
38.376.073
37.810.104
Resultaat voor reservemutaties
-6.388.287
-8.019.723
-8.571.587
-8.822.624
-8.818.829
-8.520.571
Dotatie risicoreserve financieringen
6.000.000
4.000.000
0
0
0
0
Netto resultaat
-388.287
-4.019.723
-8.571.587
-8.822.624
-8.818.829
-8.520.571
Baten
Alle kosten en opbrengsten van de financieringsfunctie zijn geheel toegerekend aan het programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer. Schatkistbankieren Schatkistbankieren is een wettelijke verplichting voor de MRDH. Concreet betekent dit dat, afgezien van een klein werkkapitaal, alle liquide middelen in de schatkist van het Rijk worden aangehouden. Renterisicobeheer De MRDH kan het renterisico op haar leningenportefeuille toetsen aan de renterisiconorm. Omdat de MRDH tot nu toe uitsluitend leningen aantrekt die wegens de publieke taak dezelfde omvang hebben en tegen dezelfde rentetypische looptijden worden uitgezet, is deze toetsing aan de renterisiconorm (nog) niet relevant.
50
De renterisiconorm bedraagt voor 2026 20% van de lastenkant van de begroting en bedraagt € 150,2 miljoen. De MRDH voldoet naar verwachting meerjarig aan deze norm. Renterisiconorm en renterisico's 2026-2029
Bedragen x € 1.000
2026 1a. Renteherziening op vaste schuld o/g 1b. Renteherziening op vaste schuld u/g 2. Netto renteherziening op vaste schuld (1a-1b) 3a. Nieuw aangetrokken vaste schuld 3b. Nieuwe verstrekte lange leningen 4. Netto nieuw aangetrokken vaste schuld (3a-3b) 5. Betaalde aflossingen 6. Herfinanciering (laagste van 4 en 5) 7. Renterisico op vaste schuld (2+6) Renterisiconorm 8. Begrotingstotaal 9. Percentage vastgesteld per ministeriele regeling 10. Renterisiconorm (8 x 9) Toets renterisiconorm 10. Renterisiconorm 7. Renterisico op vaste schuld 11. Ruimte(+) Overschrijding (-); (10-7)
2027
2028
2029
259.000 259.000 84.091 -
180.000 180.000 83.872 -
142.000 142.000 87.903 -
55.000 55.000 91.418 -
750.900 20% 150.180
877.339 20% 175.468
790.633 20% 158.127
812.734 20% 162.547
150.180 150.180
175.468 175.468
158.127 162.547 158.127 162.547
De maximaal toegestane kasgeldlimiet voor 2026 bedraagt 8,2% van de lastenkant van de begroting en bedraagt € 61,6 miljoen. Naar verwachting wordt in 2026 aan deze norm voldaan. Kasgeldlimiet 2026
Bedragen x € 1.000
kwartaal 1 kwartaal 2 kwartaal 3 kwartaal 4 Omvang korte schuld Opgenomen gelden < 1 jaar Schuld rekening courant Gestorte gelden door derden < 1 jaar Overige geldleningen niet zijnde vaste schuld Totaal netto vlottende schuld Vlottende middelen Contante gelden in kas Tegoeden in rekening courant Overige uitstaande gelden < 1 jaar Totaal vlottende middelen Toets kasgeldlimiet Totaal netto vlottende schuld Toegestande kasgeldlimiet Ruimte (+) of overschrijding (-) van de limiet
-
-
-
-
420.000
416.000
465.847
415.000
420.000
416.000
465.847
415.000
420.000 61.574 481.574
416.000 61.574 477.574
465.847 61.574 527.421
415.000 61.574 476.574
Begrotingstotaal 750.900 Percentage vastgesteld per ministeriele regeling 8,20% Kasgeldlimiet 61.574
4.2 Verbonden partijen Verbonden partijen zijn privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisaties waarin de MRDH een bestuurlijk én een financieel belang heeft. Het kan gaan om gemeenschappelijke regelingen
51
(publiekrechtelijke organisatie), deelnemingen (vennootschappen), stichtingen en verenigingen (privaatrechtelijke organisaties). Een bestuurlijk belang betekent dat de MRDH een zetel in het bestuur of stemrecht heeft. Er is sprake van een financieel belang als de MRDH: - een ter beschikking gesteld bedrag niet kan verhalen, als de verbonden partij failliet gaat; - aansprakelijk kan worden gesteld door derden, als de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. Een partij die jaarlijks een subsidie ontvangt, waaraan geen andere financiële verplichtingen met een juridische afdwingbaarheid door derden verbonden zijn, is geen verbonden partij. Verbonden partijen voeren meestal taken uit met een groot publiek belang. Ze leveren een aanzienlijke bijdrage aan de realisatie van maatschappelijke doelen. In het geval van de MRDH zijn er drie verbonden partijen: HTM personenvervoer N.V., de RET N.V. en Zuid-Holland Bereikbaar. De verbonden partijen bestaan uit vennootschappen en coöperaties (HTM en RET) en stichtingen en verenigingen (Zuid-Holland Bereikbaar). Sinds 2022 neemt de MRDH deel aan de samenwerkingsorganisatie Zuid-Holland Bereikbaar. Hier is een stichting voor opgericht waarin alle deelnemende partijen zijn vertegenwoordigd. Binnen deze nieuwe organisatie wordt gewerkt aan het programma Zuid-Holland Bereikbaar.
Het programma is een gezamenlijke en langjarige bereikbaarheidsaanpak van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat/Rijkswaterstaat, provincie Zuid-Holland, de gemeenten Rotterdam en Den Haag, de Metropoolregio Rotterdam Den Haag, ProRail en Havenbedrijf Rotterdam. Binnen het programma wordt voortgebouwd op eerdere samenwerking tussen de partners, zoals de samenwerking tot en met 2021 vanuit de uitvoeringsorganisaties De Verkeersonderneming, Bereik! en Bereikbaar Haaglanden en Rijnland.
52
De volgende tabel bevat de belangrijkste bestuurlijke en financiële gegevens van de drie verbonden partijen: Naam
HTM Personenvervoer N.V.
Vestigingsplaats
Den Haag
Visie
Het waarborgen van goed openbaar vervoer in de regio door middel van zeggenschap in HTM Personenvervoer N.V.
Openbaar behartigd belang
Het beheer van een aandeel in een bedrijf dat het openbaar vervoer in de regio Haaglanden verzorgt.
Deelnemende partijen
De andere aandelen van HTM Personenvervoer N.V. zijn in handen van HTM Beheer BV.
Rechtsvorm
Naamloze vennootschap
Bestuurlijk belang
Houder van 1 aandeel. De MRDH is vertegenwoordigd in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders.
Financieel belang
Deelneming in HTM Personenvervoer N.V. van € 1
Eigen vermogen
Per 31-12-2023: € 95.503.000
Vreemd vermogen
Per 31-12-2023: € 560.055.000
Financieel resultaat
Over 2023: € 2.226.000
Risico’s
Zie hoofdstuk 4.3 onder Financiering ov-bedrijven.
Beleidsvoornemens
De uitvoering van ov-concessies in regio Haaglanden.
Monitoring prestaties
Via aandeelhoudersvergaderingen.
Programma
Programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer.
Naam
RET N.V.
Vestigingsplaats
Rotterdam
Visie
Het waarborgen van goed openbaar vervoer in de regio door middel van zeggenschap in de RET N.V..
Openbaar behartigd belang
Het beheer van een aandeel in een bedrijf dat het openbaar vervoer in de regio Rotterdam verzorgt.
Deelnemende partijen
De andere aandelen van de RET N.V. zijn in handen van de gemeente Rotterdam.
Rechtsvorm
Naamloze Vennootschap
Bestuurlijk belang
Houder van 1 aandeel. De MRDH is vertegenwoordigd in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders.
Financieel belang
Deelneming in de RET van € 1.000
Eigen vermogen
Per 31-12-2023: € 144.170.000
Vreemd vermogen
Per 31-12-2023: € 351.784.000
Financieel resultaat
Over 2023: € - 6.386.000
Risico’s
Zie hoofdstuk 4.3 onder Financiering ov-bedrijven.
Beleidsvoornemens
Uitvoeren ov-concessies regio Rotterdam.
Monitoring prestaties
Via aandeelhoudersvergaderingen.
Programma
Programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer.
53
Naam
Zuid-Holland Bereikbaar
Vestigingsplaats
statutair Rotterdam, feitelijk Delft
Visie
De samenwerking tussen partijen heeft tot doel de realisatie van het gezamenlijke Programma Zuid-Holland Bereikbaar (hierna: 'Programma ZHB'). Dit gezamenlijke Programma ZHB borgt de bereikbaarheid (acceptabele hinder) en draagt bij aan de mobiliteitstransitie (duurzame gedragsverandering) in de provincie Zuid-Holland. Dit doen we door samen te organiseren wat beter kan, en door innovatieve oplossingen toe te passen ten dienste van de opgave, als de partners dit niet alleen kunnen ontwikkelen of uitvoeren.
Openbaar behartigd belang
Bereikbaarheid van de provincie Zuid-Holland bij (grootschalige) werkzaamheden. Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Rijkswaterstaat, provincie Zuid-Holland, gemeente Rotterdam, gemeente Den Haag, Metropoolregio Rotterdam Den Haag, ProRail B.V., Havenbedrijf Rotterdam N.V. en de Stichting Zuid-Holland Bereikbaar.
Deelnemende partijen
Rechtsvorm
Stichting
Bestuurlijk belang
Portefeuillehouder Investeren in bereikbaarheid van de bestuurscommissie Vervoersautoriteit MRDH is permanente vertegenwoordiger in de Stuurgroep.
Financieel belang
De bekostiging van de in het Jaarplan opgenomen werkzaamheden. Dat bestaat uit de bekostiging van een exploitatiebudget en een werkbudget. Conform afspraken BO MIRT 25/26 november 2020 bedraagt het exploitatiebudget totaal € 4.900.000 per jaar voor de periode 2022 tot en met 2026, waarvan 1/6 deel (€ 816.667 per jaar) voor de MRDH. De bijdrage aan het werkbudget wordt jaarlijks vastgesteld via het jaarplan van Zuid-Holland Bereikbaar en bedraagt voor de MRDH € 616.666 in 2025. De bijdrage aan het exploitatiebudget is onderdeel van de programmabegroting Exploitatie verkeer en openbaar vervoer en Beleid en programmering Verkeer. De bijdrage aan het werkbudget is onderdeel van de programmabegroting Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer, en is onderdeel van Verkeersmanagement en wegenstructuur.
Eigen vermogen
Per 31-12-2023: € 2.453.492 (na bestemming resultaat 2023)
Vreemd vermogen
Per 31-12-2023: € 2.470.537
Financieel resultaat
Over 2023: € 425.244 (negatief)
Risico’s
Er bestaat het risico op overbesteding. Bij zicht op overbesteding wordt overeenkomstig de SOK aan de deelnemende partijen hiervoor toestemming gevraagd. Hierdoor wordt dit risico beperkt.
54
Beleidsvoornemens
Monitoring prestaties
Programma
De beleidsvoornemens staan opgenomen in een Werkplan en worden jaarlijks vertaald in een Jaarplan. Conform de SOK is het eerste Werkplan vastgesteld voor de periode 2022-2024. In het BO MIRT van 6/7 november 2024 is afgesproken dat Rijk en regio ernaar streven om uiterlijk in het eerste kwartaal van 2025, voorafgaand aan de voorjaarsnota, in de Stuurgroep ZHB tot een voorstel te komen voor (de verdeling van) de financiering van Zuid-Holland Bereikbaar voor de periode 2026-2030. Daarbij worden ook de noodzaak en mogelijkheden voor het maken van indexeringsafspraken besproken en maken de partijen afspraken over de invulling van de detachering van personeel aan ZuidHolland Bereikbaar vanuit de samenwerkende moederorganisaties. Voor de uitvoering van de werkzaamheden wordt jaarlijks een Jaarplan opgesteld. Jaarlijks levert de stichting uiterlijk in mei van elk jaar een jaarrekening op over het afgelopen boekjaar met een goedkeurende controleverklaring van een externe accountant. Hierna stelt de Raad van Toezicht deze jaarrekening vast. De vastgestelde jaarrekening en accountantsverklaring worden vervolgens uiterlijk op 1 juli van het desbetreffende jaar ter kennis gebracht van de deelnemende partijen. Programma’s Exploitatie verkeer en openbaar vervoer en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer.
4.3 Weerstandsvermogen en risico’s Het begrip ‘weerstandsvermogen’ Het financieel weerstandsvermogen van de MRDH is het vermogen om ‘niet-structurele’ financiële risico’s op te vangen zonder dat de uitvoering van de taken in het gedrang komt. Het weerstandsvermogen is de relatie tussen de weerstandscapaciteit en de bekende risico’s waarvoor geen afdoende stuur- en beheersmaatregelen kunnen worden getroffen of waarvoor geen voorzieningen bestaan. Beleidsnota Het algemeen bestuur stelde op 12 juli 2019 de beleidsnota Risicomanagement en Weerstandsvermogen vast. Relevante onderdelen uit deze beleidsnota zijn verwerkt in deze paragraaf weerstandsvermogen. Risico’s algemeen De mogelijke maatregelen om de risico’s te beheersen of financieel te dekken zijn: - het beheersen van risico’s door stuur- en beheersmaatregelen, bijvoorbeeld door het afsluiten van verzekeringen of het aanscherpen van de regelgeving; - het financieel afdekken van risico’s door het instellen van voorzieningen voor risico’s die kunnen worden gekwantificeerd en het instellen van een weerstandsvermogen voor risico’s die niet financieel kunnen worden gekwantificeerd.
55
Bedrijfsrisico’s komen regelmatig voor en zijn daarom goed voorspelbaar en meetbaar. Hierdoor kun je ze afdekken door beheersmaatregelen of het afsluiten van verzekeringen. Risico’s programma Economisch Vestigingsklimaat De risico’s die samenhangen met de versterking van het economisch vestigingsklimaat kan de MRDH alleen met eigen weerstandscapaciteit afdekken. In een uitgevoerde financiële risicoanalyse uit 2015 is het risico bepaald van het eventueel wegvallen van een deel van de inwonerbijdragen. Dit risico is vervallen door de vaststelling van uittreedregels. Op 12 juli 2019 stelde het algemeen bestuur de Algemene regels voor uittreding uit de Gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag 2014 vast. Daarin staat dat een uittreedsom wordt bepaald bij uittreding. Hierin staat ook het bedrag dat de uittredende deelnemer dient te betalen aan de Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag (GR MRDH), dat bestaat uit de schade die de GR MRDH lijdt als gevolg van de uittreding. Het aanhouden van een aparte reserve is daardoor niet meer nodig. Risico’s programma’s Exploitatie- en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer De risico’s die samenhangen met de activiteiten voor verkeer en vervoer worden allereerst opgevangen met een risicobuffer die binnen de projecten wordt aangehouden. Hierbij worden ook de financiële risico’s geïdentificeerd.
Wanneer deze risicobuffer niet afdoende is, worden de BDUmiddelen aangesproken. Dit heeft tot gevolg dat andere bestedingen vanuit de BDU-middelen lager worden of vertragen. De taken voor verkeer en vervoer worden in hoge mate (meer dan 99%) gefinancierd met rijksmiddelen. De MRDH moet deze middelen beschouwen als vreemd vermogen, als ze nog niet zijn besteed. Daarom bouwt de MRDH voor deze middelen geen risicoreserve op. Financiering ov-bedrijven Zoals in hoofdstuk 4.1 (Financiering) staat, financiert de MRDH de investeringen in railvoertuigen en -infrastructuur van de regionale ov-bedrijven. Dat brengt risico’s met zich mee, die nader zijn geanalyseerd in een extern onderzoek uit 2016. Uit dit onderzoek blijkt dat de MRDH een reserve moet vormen om de risico’s af te dekken die de economische waarde van het te financieren materieel direct beïnvloeden. Daarbij is meegewogen dat de MRDH voor de periode 2016-2026 een railconcessie had gegund aan de ov-bedrijven RET en HTM. Ook is meegewogen dat de MRDH een eerste zekerheidsrecht krijgt over de te financieren activa. Het kredietrisico wordt beperkt doordat de afschrijvingen en rente over goedgekeurde railinvesteringen en de verstrekte leningen zijn opgenomen in de concessievergoeding die de MRDH maandelijks betaalt.
Uit een referentievergelijking blijkt dat een waardedaling van 35% een verdedigbaar uitgangspunt voor de risicoberekening is. De risico-inschatting voor de beide ov-bedrijven is daarnaast als ‘laag’ geclassificeerd. Daaruit volgt een risicoweging van 8% als uitgangspunt voor de risicoberekening. De MRDH financiert ook op grond van de Verordening verstrekking leningen voor bussen en stallingen Vervoersautoriteit MRDH leningen voor investeringen in bussen en stallingen. Deze verordening is ingesteld om concessiehoudende vervoerbedrijven adequate en betaalbare financieringsmogelijkheden te bieden voor de gewenste transitie naar zero emissie busvervoer. De ondergrens voor de opbouw van de risicoreserve financieringen wordt net als in de begroting 2025 berekend op basis van de maandelijkse concessievergoedingen. De maandelijkse concessievergoedingen voor rail en bus bedragen in de periode 2024-2028 gemiddeld € 44 56
miljoen. Bij een worstcasescenario (faillissement) wordt de kans dat maximaal één maand aan concessievergoeding verloren gaat, als hoog (90%) ingeschat. Hierdoor wordt de ondergrens voor risicoreserve vastgesteld op € 40 miljoen. Het verschil tussen de marktconformiteitsopslag en de jaarlijks benodigde toevoeging aan de risicoreserve worden gebruikt als aanvullende dekking voor de lasten van het programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer (hoofdstuk 2.1.2). Hierdoor daalt de daarvoor benodigde BDU-bijdrage. In de volgende tabel is risicoreserve voor financieringen in cijfers uitgewerkt. Risicoreservering financiering regionale OV-bedrijven per jaar (euro's)
2e Burap 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Financiering aan HTM, RET en EBS (inclusief garanties)
1.146.228.041
1.304.507.137
1.372.725.281
1.407.717.763
1.394.229.891
1.326.682.500
boekwaarde MVA HTM, RET en EBS
1.408.721.574
1.401.298.446
1.407.431.754
1.415.355.005
1.379.875.889
1.295.806.564
Economische waarde MVA (65% boekwaarde)
915.669.023
910.843.990
914.830.640
919.980.753
896.919.328
842.274.267
Dekkingstekort economische waarde versus financiering
230.559.018
393.663.147
457.894.641
487.737.010
497.310.563
484.408.233
Weging risico
8%
8%
8%
8%
8%
8%
Netto/gewogen risico
18.444.721
31.493.052
36.631.571
39.018.961
39.784.845
38.752.659
Netto/gewogen risico (ondergrens € 36 miljoen)
36.000.000
40.000.000
40.000.000
40.000.000
40.000.000
40.000.000
Risicoreserve financieringen aanvang jaar cumulatief
30.000.000
36.000.000
40.000.000
40.000.000
40.000.000
40.000.000
In rekening gebrachte marktconformiteits-opslag per jaar
6.388.287
8.019.723
8.571.587
8.822.624
8.818.829
8.520.571
Toevoeging opslag aan risicoreserve
6.000.000
4.000.000
0
0
0
0
Dekkingstekort risicoreserve ultimo jaar Beschikbaar voor exploitatie
0 388.287
0 4.019.723
0 8.571.587
0 8.822.624
0 8.818.829
0 8.520.571
In 2025 wordt de benodigde weerstandscapaciteit voor de financieringsactiviteiten bereikt. Er is dan geen dekkingstekort op de vereiste reserve. De meerjarenbegroting geeft aan dat er na 2025 geen toevoegingen aan de reserve nodig zijn om de benodigde weerstandscapaciteit te bereiken. Samenvatting weerstandsvermogen-ratio begroting 2026: Beschikbare weerstandscapaciteit Weerstandsvermogen ratio = Benodigde weerstandscapaciteit
Beschikbare weerstandscapaciteit Financiering ov-bedrijven: Benodigde weerstandscapaciteit Financiering ov-bedrijven: Weerstandsvermogen ratio:
€ 40 miljoen € 40 miljoen 1 (voldoende)
Vennootschapsbelasting Per 1 januari 2016 is de MRDH belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting (Vpb) voor zover zij een onderneming drijft voor activiteiten. In samenwerking met het Fiscaal Team van de gemeente Den Haag verrichtte de MRDH hiervoor grondig onderzoek. Zij nam het standpunt in dat er geen sprake is van enige belastingplicht voor de MRDH. In de afgelopen jaren is er veelvuldig overleg gepleegd met de Rijksbelastingdienst. Eind februari 2022 sloten de MRDH en de Belastingdienst een vaststellingsovereenkomst. Hierbij wordt uitgegaan van een cost-plusmethode waarbij de treasuryfunctie wordt uitgedrukt in een waarde. Over deze waarde wordt dan 5% berekend om op een belastbaar resultaat uit te komen. Kengetallen
57
Volgt in volgende versie na gereedkomen jaarrekening 2024.
4.4 Onderhoud kapitaalgoederen Investeringen Toekomstige investeringen worden gepland en begroot op basis van een investeringsplan. Investeringsplannen maken integraal deel uit van de bestuurlijk vast te stellen begroting en begrotingswijzigingen. Afschrijvingen Voor zover niet bij wettelijke bepaling geregeld, gelden de volgende uitgangspunten voor het afschrijvingsbeleid voor de materiële vaste activa, zoals vastgelegd in de Financiële verordening 2015 van de MRDH. Afschrijvingsbeleid materiële vaste activa met economisch nut Activa met economisch nut en een verkrijgingsprijs van minder dan € 10.000 worden niet geactiveerd, met uitzondering van gronden en terreinen. Gronden en terreinen worden altijd geactiveerd. Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven. De volgende materiële vaste activa met economisch nut worden lineair afgeschreven over de volgende termijnen: a. maximaal tien jaar: verbouwing, inrichting, renovatie, restauratie van kantoren en bedrijfsgebouwen; b. maximaal tien jaar: technische installaties in bedrijfsgebouwen; c. vijf jaar: telefooninstallaties; d. drie jaar: automatiseringsapparatuur; e. tien jaar: kantoormeubilair; f. maximaal tien jaar: straatmeubilair. De eerste afschrijving van activa met economisch nut start op 1 juli in het jaar van aanschaf.
Bedrijfsgebouw Westersingel Eind oktober 2017 is de nieuwe huisvesting van de ambtelijke organisatie van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag aan de Westersingel 12 te Rotterdam in gebruik genomen. Dit pand is gehuurd voor een periode van tien jaar. In 2017 is € 1,2 miljoen geïnvesteerd voor de verbouwing en herinrichting van dit pand. In 2019 is er geïnvesteerd in het parkeerterrein op de Westersingel. Deze investeringen worden in tien jaar afgeschreven. De MRDH is zelf verantwoordelijk voor het onderhoud hiervan en sloot daarvoor contracten af met gespecialiseerde marktpartijen. Kapitaallast Bedrijfsgebouw
2025 127.101
2026 127.101
2027 64.937
2028 3.350
2029 1.675
Overige materiële vaste activa
58
De kantoorinventaris en ICT-hardware zijn bij de start van de MRDH in 2015 zonder kosten overgenomen van het Stadsgewest Haaglanden. Als gevolg van de verhuizing naar het nieuwe pand in 2017 legden we een nieuw datanetwerk aan en schaften we nieuw meubilair aan voor een totaalbedrag van € 457.000. In 2018 zijn nieuwe investeringen in ICT gedaan. Dit gaat om de noodzakelijke vervanging van de werkplekhardware in combinatie met een nieuwe provider, de doorontwikkeling van het financiële systeem (inclusief projectadministratie en verdere digitalisering van werkprocessen) en de digitalisering van de voorbereidings- en autorisatieprocessen van bestuurlijke voorstellen. De komende jaren investeren we opnieuw in ICT voor nieuwe werkplekken (beeldschermen en dockingstations) en in betere vergaderfaciliteiten. Investeringen in kantoormeubilair worden in tien jaar afgeschreven, ICT-hardware in drie jaar, software en ICT-investeringen in verbeterprocessen in zeven jaar. De MRDH is zelf verantwoordelijk voor het onderhoud van deze activa en heeft dit uitbesteed aan meerdere gespecialiseerde marktpartijen. In 2019 investeerde we in meubilair en het terras. In 2022 investeerde we, in het kader van ‘Het Nieuwe Werken’, in kantoormeubilair en vergaderfaciliteiten. In 2023 investeerde we in nieuwe koffiemachines. In 2024 zijn er diverse veiligheidsmaatregelen geïmplementeerd.
Deze maatregelen zijn als één bedrag geactiveerd. Investering Meubilair ICT
Investeringsbedrag 45.000 45.000
2025 45.000 45.000
2026
2027
2028
2029
-
-
-
-
Kapitaallast ICT
2025 50.175
2026 57.675
2027 36.338
2028 14.667
2029 -
Kapitaallast Overige materiële vaste activa
2025 69.756
2026 72.006
2027 57.532
2028 38.573
2029 25.137
Haltevoorzieningen Volgens de overeenkomst heeft de MRDH vanaf medio 2014 het economisch eigendom van alle bestaande en nieuwe haltevoorzieningen (de zogenaamde abri’s) in de gemeenten Den Haag, Delft, Westland en Midden-Delfland. Alle investeringen en het beheer en onderhoud zijn voor rekening van de MRDH. De investeringen worden in vijf jaar afgeschreven. De jaarlijkse kosten worden geheel gedekt door reclameopbrengsten. De MRDH heeft hiervoor zelfstandig een contract aanbesteed. Het beheer en onderhoud zijn uitbesteed aan HTM. De haltevoorzieningen zijn per 31 december 2021 volledig afgeschreven. Gronden De MRDH bezit diverse percelen grond of heeft daarop een recht van opstal gevestigd voor de aanleg van tramlijnen. Volgens een actuele kadasteropgave gaat het daarbij om de volgende percelen:
59
Perceel 1 Rijswijk A 3914 2 Rijswijk D 8010 3 Rijswijk D 8011 4 Rijswijk D 8015 5 Rijswijk D 8038 6 Rijswijk G 2984 7 Rijswijk G 2985 8 Rijswijk G 2989 9 Rijswijk G 2994 10 Rijswijk G 2999 11 Rijswijk G 3001 12 Rijswijk G 3002 13 Rijswijk G 3009 14 Rijswijk G 3050 15 Rijswijk G 3054 16 Rijswijk I 2128 17 Rijswijk I 2131 18 Rijswijk I 2134 19 Rijswijk I 2137 20 Rijswijk I 2139 21 Veur B 9432
Adres Burgemeester Elsenlaan Burgemeester Elsenlaan/Van Vredenburchweg 77B Burgemeester Elsenlaan Sir Winston Churchilllaan Sir Winston Churchilllaan Limpqergstraat/Limpergstraat 11 Burgemeester Elsenlaan Veraartlaan/Visseringlaan Visseringlaan/Volmerlaan Volmerlaan Sir Winston Churchilllaan Lange Kleiweg/Lange Kleiweg 2A Generaal Eisenhowerplein Sir Winston Churchilllaan Sir Winston Churchilllaan Prinses Beatrixlaan Weidedreef Florence Nightingalestraat Eikelenburglaan/Eikelenburglaan 4 Eikelenburglaan Burgemeester Banninglaan
Eigenaar Gerechtigde Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) MRDH geen Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk/Railinfratrust MRDH (opstal) MRDH geen MRDH geen Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) St. Medisch Centrum Haaglanden MRDH (erfpacht)
Omschrijving wegen bedrijvigheid (nutsvoorziening) wegen wegen wegen bedrijvigheid (nutsvoorziening) wegen wegen wegen wegen wegen bedrijvigheid (nutsvoorziening) wegen wegen wegen wegen wegen wegen bedrijvigheid (nutsvoorziening) wegen openbaar vervoer
Er zijn geen financiële verplichtingen voor deze gronden.
4.5 Bedrijfsvoering MRDH-organisatie De ambtelijke organisatie van de MRDH staat onder leiding van de secretaris-algemeen directeur. Alle lijntaken zijn ondergebracht in de afdelingen Verkeer, Openbaar Vervoer en Economisch Vestigingsklimaat. Alle stafzaken zijn centraal georganiseerd binnen de bureaus Financiën & Control (BFC), Interne Dienstverlening (BID) en Strategie & Bestuur (BSB). De MRDH-organisatie ziet er als volgt uit:
Secretaris-algemeen directeur De secretaris-algemeen directeur is eindverantwoordelijk voor de organisatie, stuurt vijf managers aan en managet zelf het bureau Interne Dienstverlening. De salarislasten van de secretarisalgemeen directeur wordt op dezelfde manier verdeeld als de salarislasten van alle andere 60
staffuncties. Dit betekent dat de salarislasten voor 18% wordt bekostigd uit de inwonerbijdrage EV en 82% wordt bekostigd uit de BDU. Zie voor een verdere toelichting op deze verdeelsleutels hoofdstuk 3.2 Overhead. Afdelingen Verkeer en Openbaar Vervoer In de afdelingen Verkeer en Openbaar Vervoer staat de uitvoering van de programma’s Exploitatie verkeer en openbaar vervoer en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer centraal. Twee managers zijn verantwoordelijk en geven dagelijkse leiding over de afdelingen Verkeer en Openbaar Vervoer. De twee afdelingen tellen gezamenlijk 52 fte. De ambtelijke inzet wordt betaald uit de BDU. Het aantal fte in de begroting 2026 is gelijk gebleven ten opzichte van de begroting 2025. Afdeling Economisch Vestigingsklimaat (EV) De manager EV is verantwoordelijk voor de dagelijkse leiding en de uitvoering van het programma Economisch Vestigingsklimaat. Dit organisatieonderdeel telt 10 fte en is ongewijzigd ten opzichte van de begroting 2025. De ambtelijke inzet wordt betaald uit de inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat. Bureaus Financiën & Control (BFC), Strategie & Bestuur (BSB) en Interne Dienstverlening (BID). De uitvoering van stafzaken is op centraal niveau georganiseerd in drie bureaus: BFC, BSB en BID. BFC bevat de bedrijfsvoeringsfuncties financiën & control en juridische zaken.
BSB bevat de bedrijfsvoeringsfuncties strategie/public affairs, bestuurszaken en communicatie. BID bevat de bedrijfsvoeringsfuncties van HRM, informatiebeheer en facilitaire zaken/huisvesting. De ambtelijke capaciteit voor deze bureaus is tezamen 32,6 fte. Het aantal fte stafzaken in de begroting 2026 is gelijk gebleven ten opzichte van de begroting 2025. De salarissen van de medewerkers komen voor 18% ten laste van de inwonerbijdrage EV en voor 82% ten laste van de BDU. Zie voor een verdere toelichting op deze verdeelsleutels hoofdstuk 3.2 Overhead. Van de inwonerbijdrage voor EV van € 3,00 (prijspeil 2026) wordt in lijn met de afspraken (Kadernota MRDH begroting 2026) maximaal € 1,22 (prijspeil 2026) ingezet voor apparaatslasten. De werkelijke begroting voor apparaatslasten bedraagt in 2026 € 2.914.367 (zie tabel kostenverdeling hierna), dat is € 1,17 per inwoner (voor aantal inwoners zie hoofdstuk 7). Voor de salarislasten volgt de MRDH de bedrijfseigen cao, die de Cao Gemeenten volgt (inclusief uitzonderingen gemeente Rotterdam) De huidige cao betreft de periode tot en met 31 maart 2025. Voor het jaar 2026 houden we rekening met een loonstijging van 2,1%. Dit percentage is gebaseerd op de Loonvoet sector overheid uit de MEV2025-publicatie van het CPB die in september 2024 is verschenen en is opgenomen in de Kaderbrief begroting 2026 gemeenschappelijke regelingen.
Naast deze indexering voert de MRDH ook nog een correctie door van -0,2% over voorgaand jaar (2025). In de begroting 2025 was rekening gehouden met een indexatie van 4,9%, maar de MEV 2025 geeft voor 2025 een indexpercentage Loonvoet sector overheid van 4,7%. Onderstaande tabel bevat de begrote personele formatie en de salariskosten die daaraan verbonden zijn (inclusief sociale lasten).
61
Onderdeel
fte's 2025
fte's 2026
Begroting 2026 (euro’s)
Secretaris-algemeen directeur
1,0
1,0
238.226
Bureaus BFC, BSB en BID
32,6
32,6
3.810.983
Afdeling Verkeer
26,0
26,0
3.183.929
Afdeling Openbaar Vervoer
26,0
26,0
3.174.089
Economisch Vestigingsklimaat
10,0
10,0
1.433.307
Totalen
95,6
95,6
11.840.534
* De MRDH begroot op formatie en werkgeverslasten
In combinatie met de materiële apparaatslasten en de uitgangspunten voor de bepaling en de verdeling van de overhead (zie hoofdstuk 3.2) levert dit de volgende kostenverdeling op van de personele en materiële apparaatslasten.
De materiële apparaatslasten betreffen de materiële budgetten voor HRM (zoals ondersteuning, advies en opleidingen), financiën (zoals accountantskosten), facilitair (zoals huur en servicekosten en afschrijvingskosten huisvesting), ICT/DIV (zoals licenties voor het document-managementsysteem), communicatie (zoals de kosten voor de website), bestuurszaken (zoals vergaderkosten, bekendmakingen, besluiten) en juridische zaken (zoals juridisch advies, bezwaar en beroepskosten). Informatiemanagement De komende jaren staat de implementatie en uitvoering van informatiebeveiliging centraal binnen het IT-team van de MRDH. Deze prioriteit volgt uit de naderende wet- en regelgeving rondom informatiebeveiliging (NIS2/BIO2). Uit het archiefinspectierapport blijkt dat de MRDH op dit gebied achterloopt. De organisatie erkent deze constatering. Om dit te verbeteren, onderzoeken we in 2025 of het mogelijk is formatieruimte vrij te maken voor de vaste aanstelling van een CISO (Chief Information Security Officer). Het doel is om in 2026 grotendeels te voldoen aan de eisen van de BIO2. Naast deze focus op informatiebeveiliging blijven de lopende IT-projecten doorgaan. De informatiemanager voert deze projecten voornamelijk uit. Hieronder volgt de planning voor 2026.
Informatiebeveiliging, AVG en informatiebeheer Op basis van de BIO2 worden beleid en maatregelen ontwikkeld en geïmplementeerd, waaronder: 62
Het ontwikkelen en actueel houden van een informatiebeveiligingsbeleid. Het vaststellen van rollen, verantwoordelijkheden en toegangsrechten. Het uitvoeren van risicoanalyses en het implementeren van bijbehorende maatregelen. Het opstellen van een ISMS (Information Security Management System) volgens de PlanDo-Check-Act-cyclus. Het opzetten van een Incident Response Plan (IRP). Het implementeren van een Business Continuity Management (BCM). Het vergroten van bewustzijn bij medewerkers en managers over informatiebeveiliging.
In 2024 heeft de archiefinspectie een rapport uitgebracht met aanbevelingen. Deze aanbevelingen worden in de komende periode opgepakt, om deze in 2026 af te ronden en bij de volgende inspectie in datzelfde jaar een betere beoordeling te behalen. Daarnaast wordt het informatiebeheerplan (IBP) geactualiseerd en breed bekendgemaakt binnen de organisatie. Dit plan is de leidraad voor het informatiebeheer binnen de MRDH. IT-projecten Migratie naar SharePoint en Visiedosis De migratie naar SharePoint en Visiedosis wordt in 2025 afgerond. Dit houdt in dat de MRDH volledig overstapt naar werken in SharePoint en het archiveren van documenten in Visiedosis. Het oude documentmanagementsysteem E-docs blijft op de achtergrond functioneren, maar wordt niet langer actief gebruikt. In 2026 wordt de nieuwe werkwijze geëvalueerd, inclusief de structuren in SharePoint en het archiveringsproces in Visiedosis.
Digitaliseren van het besluitvormingsproces Vanwege de uitloop van het SharePoint-project is de start van het project voor het digitaliseren van het besluitvormingsproces uitgesteld naar 2025. Het doel is om in 2026 het besluitvormingsproces volledig gedigitaliseerd te hebben.
Digitale handtekening Als onderdeel van het digitaliseren van het besluitvormingsproces wordt ook de implementatie van de digitale handtekening verder uitgebreid. De bovengenoemde projecten vormen gezamenlijk de basis voor het volledig digitaal werken van de MRDH, wat gepland staat na de afronding van deze projecten.
Implementatie van een CRM-systeem Met het oog op netwerkvorming wordt in 2025 een pilot uitgevoerd voor de implementatie van een CRM-systeem. Deze pilot wordt in 2026 geëvalueerd. Bij positieve resultaten zal het CRM-systeem in 2026 verder worden uitgerold.
4.6 Paragraaf Wet open overheid (Woo) Zoals de Wet open overheid vereist maakt de MRDH veel documenten al actief openbaar. Dit betreft: Agenda’s Vergaderstukken van alle openbare vergaderingen van de bestuursorganen Vergaderverslagen Besluitenlijsten van alle vergaderingen van de bestuursorganen (Bc’s, Ac’s, DB, AB) Beleidsstukken en reglementen Persberichten Overige relevante documenten
63
Verder komt er een toenemend aantal verzoeken met betrekking tot de Woo binnen bij de MRDH. Dit betreft: Woo-verzoeken gericht aan de MRDH; zienswijzeverzoeken, waarbij het Woo-verzoek is gericht aan een andere overheid. Deze overheid verzoekt de MRDH dan om een zienswijze op stukken waarbij de MRDH betrokken is. Om efficiënter te kunnen reageren op Woo-verzoeken heeft de MRDH een digitaal programma in gebruik genomen, dat het weglakken van bepaalde stukken (bijvoorbeeld in verband met privacy) vergemakkelijkt. Na de invoering van het nieuwe archiefsysteem in 2025, staat 2026 in het teken van het opstellen van een actieplan voor uitgebreidere actieve openbaarmaking van stukken van de MRDH vanaf 2015.
4.7 Subsidies Op grond van de Financiële verordening van de MRDH geven we in deze paragraaf een overzicht van de verleende subsidies aan instellingen en ondernemingen. Deze subsidies zijn niet op grond van een bestaande verordening verleend. De Subsidieverordening Vervoersautoriteit bevat de spelregels voor subsidieverlening binnen de MRDH. Vrijwel alle subsidies binnen de MRDH worden op grond van deze verordening verstrekt. Er zijn enkele uitzonderingen op deze regel. Voor zover subsidieaanvragen niet op basis van de genoemde subsidieverordening worden gehonoreerd, baseert de MRDH zich bij de besluitvorming op de bepalingen rondom subsidieverlening in de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Die wet biedt de volgende mogelijkheden voor subsidieverlening buiten de subsidieverordening (Awb 4:23): lid 3 onderdeel c: indien de begroting de subsidieontvanger en het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld, vermeldt, of; lid 3 onderdeel d: in incidentele gevallen, mits de subsidie voor ten hoogste vier jaren wordt verstrekt. In het eerste geval wordt ook wel gesproken van een begrotingspostsubsidie, in het tweede geval van een incidentele subsidie. Voor de begroting 2026 worden de volgende subsidies begroot:
64
Soort subsidie
Begrotingsprogramma Begunstigde
Begrotingspostsubsidie Exploitatie verkeer en meerjarig openbaar vervoer
Begrotingspostsubsidie Economisch meerjarig Vestigingsklimaat
Begrotingspostsubsidie Economisch meerjarig Vestigingsklimaat
Bedrag 2026 (€) toelichting Subsidie voor het uitvoeren van het Kennisprogramma Verkeer en Vervoer (KpVV). Het KpWprogramma is gericht op het ondersteunen van de gezamenlijke decentrale overheden bij het ontwikkelen en realiseren van hun integrale verkeers- en vervoerbeleid door middel van kennisproducten en het organiseren van netwerken. Op 28 februari 2024 heeft de bestuurscommissie Vervoersautoriteit een meerjarige subsidie verleend voor de periode CROW 900.000 2024 tot en met 2027. InnovationQuarter is sinds de oprichting van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) een belangrijke partner in het realiseren van doelstellingen van de MRDH als het gaat om versterking van het Economisch Vestigingsklimaat en het innovatie-ecosysteem. De afgelopen jaren heeft de MRDH jaarlijks subsidie verleend aan InnovationQuarter op de onderwerpen Innoveren, Investor Relations en het Secretariaat van de Economic Board ZuidHolland (EBZ). Op 28 februari 2024 heeft de bestuurscommissie Economisch vestigingsklimaat een meerjarige subsidie verleend aan InnovationQuarter voor de jaren 2024 tot en met 2026 met een begrotingsvoorbehoud voor de jaren 2025 en 2026 en een voorbehoud voor goedkeuring van een indexering van 3,7% voor de jaren 2025 en 2026 via vaststelling van de MRDH begroting door het algemeen bestuur.
De subsidie wordt verleend voor de activiteiten die IQ jaarlijks middels een activiteitenlijst ter goedkeuring voorlegt aan de bestuurscommissie Economisch vestigingsklimaat. De jaarschijf 2026 bevat geen indexering en is gelijk gebleven ten opzichte van de subsidie voor het jaar 2025. Reden voor het niet indexeren is de korting op de inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat voor InnovationQuarter 1.022.566 het jaar 2026 waaruit deze subsidie wordt bekostigd. Het algemeen bestuur verleende op 4 april 2025 een meerjarige begrotingspost subsidie aan YES!Delft voor de periode januari 2025 tot en met december 2026 van € 250.000 per jaar. Het betreft een exploitatiesubsidie van 10% van de exploitatiebegroting tot een maximum van € 250.000 per jaar ter ondersteuning van de kernactiviteiten van YES!Delft en om YES!Delft de mogelijkheid te bieden om alternatieve financiering te onderzoeken en daar YES!Delft 250.000 waar mogelijk te realiseren.
Het algemeen bestuur verstrekt voor het verlenen en vaststellen van deze subsidies een mandaat aan de betreffende bestuurscommissies. Dit mandaatbesluit maakt integraal onderdeel uit van deze begroting.
65
Hoofdstuk 5
FINANCIËLE BEGROTING 5.1 Overzicht baten en lasten In het hierna opgenomen overzicht zijn de baten en lasten per programma verantwoord. Programmabegroting 2026 (euro's)
2e burap 2024*
Begroting 2025*
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
1. Exploitatie verkeer en openbaar vervoer
605.473.386
642.265.831
592.754.375
671.491.555
584.416.136
597.605.923
2. Infrastructuur verkeer en openbaar Vervoer
117.100.657
171.547.372
144.622.552
192.324.634
192.693.888
201.605.251
3. Economisch Vestigingsklimaat
5.954.821
5.953.148
6.137.098
6.137.098
6.137.098
6.137.098
Overhead
7.746.590
8.303.305
7.386.209
7.386.209
7.386.209
7.386.209
0
0
0
0
0
0
736.275.454
828.069.656
750.900.235
877.339.497
790.633.331
812.734.482
1. Exploitatie verkeer en openbaar vervoer
611.473.386
646.265.831
592.754.375
671.491.555
584.416.136
597.605.923
2. Infrastructuur verkeer en openbaar Vervoer
117.100.657
171.547.372
144.622.552
192.324.634
192.693.888
201.605.251
3. Economisch Vestigingsklimaat
5.736.171
5.953.148
6.137.098
6.137.098
6.137.098
6.137.098
Dekking overhead uit BDU en Inwonerbijdrage EV
7.746.590
8.303.305
7.386.209
7.386.209
7.386.209
7.386.209
Totaal
742.056.804
832.069.657
750.900.235
877.339.497
790.633.331
812.734.482
5.781.350
4.000.000
0
0
0
0
Lasten per programma
Onvoorzien Totaal Baten per programma
Saldo van baten en lasten Onttrekking aan reserves
218.650
0
0
0
0
Toevoeging aan reserves
-6.000.000
-4.000.000
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Resultaat
* De cijfers voor het jaar 2024 betreffen de cijfers van de tweede bestuursrapportage 2024 inclusief de mutaties op basis van nu bekende werkelijke projectvoortgang van de grotere subsidieprojecten. De cijfers voor het jaar 2025 bestaan uit de vastgestelde begroting 2025 en de tot nu toe bekende wijzigingen, die bij de eerste bestuursrapportage 2025 ter besluitvorming worden voorgelegd.
Voor een toelichting op de fluctuaties in de baten en lasten per jaar verwijzen we naar hoofdstuk 2, waar de genoemde programma’s inhoudelijk worden beschreven. De baten en lasten van de treasuryfunctie worden inhoudelijk toegelicht in hoofdstuk 4.1 (Financiering). Lasten en dekking van de Overhead worden inhoudelijk toegelicht in hoofdstuk 3.2. De gespecificeerde onttrekking en toevoeging aan reserves is opgenomen in hoofdstuk 6 (Staat van reserves en fondsen 20242029).
66
Per taakveld is de begroting als volgt te rubriceren: Begroting 2026 per taakveld (euro's)
2e burap
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2024*
2025*
2026
2027
2028
2029
Lasten per taak veld 2.1 Verkeer en vervoer
43.003.866
75.396.987
64.375.664
94.941.150
92.497.635
79.111.114
2.5 Openbaar vervoer
664.535.218
717.569.796
647.490.932
740.664.752
655.054.745
690.810.128
0.5 Treasury
15.034.585
20.846.020
25.509.932
28.209.887
29.557.245
29.289.533
3.1 Economische ontwikkeling
5.954.821
5.953.148
6.137.098
6.137.098
6.137.098
6.137.098
0.4 Overhead
7.746.590
8.303.305
7.386.209
7.386.209
7.386.209
7.386.209
375
400
400
400
400
400
736.275.455
828.069.656
750.900.235
877.339.497
790.633.331
812.734.482
0.9 Vennootschapbelasting (Vpb) Totaal Baten per taak veld 2.1 Verkeer en vervoer
43.003.865
75.396.987
64.375.664
94.941.150
92.497.635
79.111.114
2.5 Openbaar vervoer
664.147.306
713.550.473
638.919.744
731.842.528
646.236.316
682.289.957
0.5 Treasury
21.422.872
28.865.744
34.081.520
37.032.512
38.376.073
37.810.104
3.1 Economische ontwikkeling
5.736.171
5.953.148
6.137.098
6.137.098
6.137.098
6.137.098
Dekking overhead uit BDU en Inwonerbijdrage EV
7.746.590
8.303.305
7.386.209
7.386.209
7.386.209
7.386.209
Totaal
742.056.804
832.069.657
750.900.235
877.339.497
790.633.331
812.734.482
5.781.350
4.000.000
0
0
0
0
Saldo van baten en lasten Onttrekking aan reserves
218.650
0
0
0
0
0
Toevoeging aan reserves
-6.000.000
-4.000.000
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Resultaat
* De cijfers voor het jaar 2024 betreffen de cijfers van de tweede bestuursrapportage 2024 inclusief de mutaties op basis van nu bekende werkelijke projectvoortgang van de grotere subsidieprojecten. De cijfers voor het jaar 2025 bestaan uit de vastgestelde begroting 2025 en de tot nu toe bekende wijzigingen, die bij de eerste bestuursrapportage 2025 ter besluitvorming worden voorgelegd.
5.2 Overzicht incidentele baten en lasten Inzicht in de incidentele baten en lasten is nodig om in beeld te brengen of de begroting materieel in evenwicht is. Dat wil zeggen dat de structurele lasten worden gedekt door structurele baten. De incidentele baten en lasten tellen niet mee voor het materiële evenwicht van de begroting. Onder incidentele baten en lasten verstaan we onder meer de volgende posten: stortingen in en onttrekkingen aan reserves; bijzondere ontvangen en verstrekte subsidies en (specifieke) uitkeringen. Verdere kaders zijn opgenomen in de Notitie structurele en incidentele baten en lasten van 30 augustus 2018 van de commissie BBV en de Handreiking 2021: verduidelijking structurele en incidentele baten en lasten. Deze komt van de toezichthoudende provincies, waaronder de provincie Zuid-Holland. De grootste geldstroom, de Brede doeluitkering verkeer en vervoer (BDU) betreft een structurele geldstroom en daarmee een structurele baat. De projectkosten die met deze baten worden gedekt, zijn daarmee ook structurele lasten. Met ingang van het begrotingsjaar 2024 worden de incidentele toevoegingen door het Rijk aan de BDU als structureel gekenmerkt, omdat ze niet van invloed zijn op het structurele begrotingssaldo (baten = lasten). Ook de Inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat en de daaraan gerelateerde uitgaven worden als structureel gekenmerkt.
De volgende tabel geeft voor de programma’s en het onderdeel Overhead de incidentele lasten en baten weer.
67
Incidentele baten en lasten (euro's) Incidentele lasten per programma 1. Exploitatie verkeer en openbaar Vervoer 2. Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer 3. Economisch Vestigingsklimaat Overhead
2e burap 2024
Totaal Incidentele baten per programma 1. Exploitatie verkeer en openbaar Vervoer 2. Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer 3. Economisch Vestigingsklimaat Overhead Totaal Saldo van incidentele baten en lasten
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
21.235.187 1.585.982 218.650 0
4.000.000 2.189.008 0 0
0 2.120.983 0 0
0 977.591 0 0
0 0 0 0
0 0 0 0
23.039.819
6.189.008
2.120.983
977.591
0
0
15.235.187 1.585.982 218.650 0
0 2.189.008 0 0
0 2.120.983 0 0
0 977.591 0 0
0 0 0 0
0 0 0 0
17.039.819
2.189.008
2.120.983
977.591
0
0
6.000.000
4.000.000
0
0
0
0
Toelichting incidentele baten en lasten Exploitatie verkeer en openbaar vervoer Incidentele lasten betreffen de toevoegingen aan de risicoreserve financieringen. Voor een aantal projecten ontvangt de MRDH incidentele bijdragen van het Rijk via de BDU (een incidentele baat). Zoals hiervoor aangegeven worden vanaf het begrotingsjaar 2024 deze incidentele toevoegingen als structureel gekenmerkt en komen deze niet meer terug in het overzicht. Specificatie Exploitatie verkeer en openbaar vervoer (euro's) Toevoeging aan risicoreserve financieringen Subsidie SOV-herijkingscompensatie Totaal
2e burap 2024 6.000.000 15.235.187 21.235.187
Begroting 2025 4.000.000 4.000.000
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
0
0
0
0
0
0
0
0
Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer Voor een aantal projecten ontvangt de MRDH incidentele bijdragen van het Rijk via de BDU. Zoals hiervoor aangegeven worden vanaf het begrotingsjaar 2024 deze incidentele toevoegingen als structureel aangemerkt en komen deze niet meer terug in het overzicht. Daarnaast ontvangt de MRDH een specifieke uitkering van het Rijk voor verkeersveiligheidsmaatregelen. Dit zijn middelen die in twee tranches door het Rijk ter beschikking zijn gesteld en waarvoor de maatregelen uiterlijk in 2027 moeten zijn uitgevoerd. Specificatie Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer (euro's) Specifieke uitkering verkeersveiligheidsmaatregelen Totaal
2e burap 2024 1.585.982 1.585.982
Begroting 2025 2.189.008 2.189.008
Begroting 2026 2.120.983 2.120.983
Begroting 2027 977.591 977.591
Begroting 2028
Begroting 2029 0 0
0 0
Economisch Vestigingsklimaat Met ingang van het begrotingsjaar 2022 moet de MRDH, op basis van de Handreiking 2021 van de toezichthoudende provincies, de mutaties in alle reserves als incidentele baten en lasten verantwoorden. Dat betreft hier de onttrekking aan de Egalisatiereserve economisch vestigingsklimaat. Het betreft voor 2023 de onttrekking aan het vrije deel binnen de reserve zodat dit in 2023 kan worden ingezet voor projecten en opdrachten op het gebied van de Strategische Agenda (Toekomstbestendige economie stimuleren en Vernieuwen van werklocaties).
68
De commissie BBV adviseert in haar Notitie structurele en incidentele baten en lasten van 30 augustus 2018 het structureel begrotingssaldo te presenteren volgens een voorgeschreven format. Hiermee wordt inzicht gegeven of de begroting en meerjarenbegroting structureel in evenwicht zijn. Presentatie van het structureel begrotingssaldo (euro's) Saldo baten en lasten Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Begrotingssaldo Waarvan incidentele baten en lasten (saldo) Structureel begrotingssaldo
2e burap 2024 5.781.350 -5.781.350 0 6.000.000 6.000.000
Begroting 2025
Begroting 2026
4.000.000 -4.000.000 0 4.000.000 4.000.000
Begroting 2027 0 0 0 0 0
Begroting 2028 0 0 0 0 0
Begroting 2029 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0
Uit het overzicht blijkt geen negatief saldo, en dat betekent dat de begroting structureel in evenwicht is. 5.3 Uiteenzetting van de financiële positie en de toelichting Inleiding De begroting 2026 is opgesteld volgens het Besluit begroting en verantwoording (BBV) voor provincies en gemeenten. Materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen. De afschrijvingen zijn lineair en berekend volgens de percentages van de Financiële verordening. De geraamde baten en lasten zijn toegerekend aan het verslagjaar waarop zij betrekking hebben, ongeacht of zij tot ontvangsten en uitgaven in het jaar hebben geleid. Rijksbijdragen zijn geraamd volgens het principe van Single information, Single audit op basis van het baten- en lastenstelsel. Financiële gevolgen bestaand en nieuw beleid Financiering ov-bedrijven Eind 2016 besloot de MRDH om de financiering van activa en nieuwe investeringen voor railvoertuigen en -infrastructuur van HTM en de RET over te nemen van de gemeenten Den Haag en Rotterdam. Dit doet de MRDH voor zover de samenhangende kapitaallasten via de railconcessie worden vergoed. Hiervoor zijn vanaf 2016 de bestaande leningen en borgstellingen overgenomen van de gemeenten Den Haag en Rotterdam.
Na de opbouw van de nodige risicoreserve blijven hierdoor structureel extra middelen beschikbaar voor de verkeer- en vervoeropgave in onze regio. Op 10 februari 2025 heeft het algemeen bestuur van de MRDH de Verordening verstrekking leningen voor bussen en stallingen Vervoersautoriteit MRDH vastgesteld en is de Verordening bussenleningen ingetrokken. In de Verordening verstrekking leningen voor bussen en stallingen Vervoersautoriteit MRDH is het nu ook mogelijk voor vervoerbedrijven om naast leningen voor zero-emissiebussen en bijbehorende laadinfrastructuur leningen aan te trekken voor de financiering van strategische busstallingslocaties. De financiële gevolgen hiervan worden toegelicht in hoofdstuk 4.1 (Financiering) en de daaraan verbonden risico’s in hoofdstuk 4.3 (Weerstandsvermogen en risico’s). Overbesteding De kaders voor een tijdelijk tekort op de BDU-middelen voor verkeer en vervoer voldoen aan de wettelijke vereisten. Dit betekent dat overbestedingstekorten zijn gelimiteerd op een maximale
69
periode van drie achtereenvolgende kalenderjaren. De begroting 2026 laat geen overbestedingstekorten zien. Hiermee voldoet de begroting aan het genoemde kader. Een verdere toelichting op de overbesteding is opgenomen in de hoofdstukken 4.1 (Financiering) en 4.3 (Weerstandsvermogen en risico’s). Geprognosticeerde balanscijfers Volgt in volgende versie na gereedkomen jaarrekening 2024. EMU-saldo Volgt in volgende versie na gereedkomen jaarrekening 2024. Arbeidskosten gerelateerde verplichtingen Het BBV schrijft voor dat er inzicht wordt gegeven in de jaarlijks terugkerende arbeidskosten en gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, waarvoor geen voorziening is getroffen. Sinds de verplichte invoering van het Individueel Keuzebudget worden de verschuldigde bedragen voor vakantietoeslag, eindejaars- en levensloopuitkeringen vanaf 2017 geheel toegerekend aan het begrotingsjaar waarin zij verschuldigd zijn. Sinds 2022 biedt de cao de mogelijkheid om verlof te sparen. Vanwege het geringe bedrag worden er vooralsnog geen voorzieningen opgenomen. Bij het opstellen van deze begroting 2026 waren er geen afspraken of regelingen bekend, die leiden tot ontslag- of afvloeiingsuitkeringen in 2026. De MRDH is aangesloten bij het bedrijfstakpensioenfonds Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP). Er zijn geen aanvullende pensioenverplichtingen behalve door hogere premies.
Investeringen Een overzicht van de waardering en het onderhoud bestaande en toekomstige materiële vaste activa is te vinden in hoofdstuk 4.4 (Onderhoud kapitaalgoederen). Financiering Een uitgebreide toelichting hierover staat in hoofdstuk 4.1 (Financiering). Reserves Het verloop van de reserves in de periode 2024 t/m 2029 staat in hoofdstuk 6 (Staat van reserves en fondsen).
70
Hoofdstuk 6
STAAT VAN RESERVES EN FONDSEN 2024-2029 Raming saldo 31-12-2024
Raming toevoeging 2025
Raming onttrekking 2025
0 5.202.898 36.000.000 41.202.898 0
0 0 4.000.000 4.000.000
0 0 0 0
Fondsen BDU Subtotaal fondsen
425.307.604 425.307.604
718.259.612 718.259.612