Bijlage 3. Nota van Beantwoording zienswijzen Ontwerpprogramma Noordrand
Tekst van het document
PROGRAMMA NOORDRAND
Nota van zienswijzen en wijzigingen
PR O G R AM MA N O O R D R AN D WA S SENA AR
2
Programma Noordrand
Nota van Zienswijzen en wijziging
Inleiding
3
Leeswijzer
Het ontwerpprogramma heeft met ingang van 19 november
De ingekomen zienswijzen op het ontwerpprogramma zijn samengevat en van een reactie
2024 gedurende zes weken vrijgegeven voor zienswijzen. Er
voorzien. Vanwege privacywetgeving zijn de namen van particuliere indieners van ziens-
zijn door 19 personen of organisaties gereageerd. De ziens-
wijzen niet vermeld. Alle ingediende zienswijzen zijn als gegrond beoordeeld. De ingeko-
wijzen zijn vervolgens per vraag of opmerking gescheiden
men reacties geven op onderdelen aanleiding tot aanpassing van het ter inzage gelegde
en zijn voorzien van een reactie. Deze Nota van Zienswijzen
ontwerpprogramma. Voorstellen tot aanpassing van het programma zijn concreet bij de
en wijziging geeft een compleet beeld van de zorgen en aan-
reactie opgenomen.
bevelingen met betrekking tot het Programma Noordrand.
Een samenvatting van de wijzigingsvoorstellen ten behoeve van het programma Noor-
Indien van toepassing zijn onderdelen uit het Programma
drand is opgenomen in hoofdstuk 2 van deze Nota van zienswijzen en wijziging. Naast
Noordrand aangepast/gewijzigd.
deze samenvatting is ook een overzicht opgenomen van de wijzigingen ten opzichte van het Ontwerpprogramma Noordrand, alsmede een overzicht van de wijzigingen in het Programma naar aanleiding van de ingebrachte zienswijzen. Deze Nota van zienswijzen en wijziging maakt deel uit van het collegevoorstel en besluit tot vaststelling van het Programma Noordrand Wassenaar.
Vastgesteld door: College van burgemeester en wethouders van de gemeente Wassenaar Datum:
29 april 2025
4
Programma Noordrand
Nota van Zienswijzen en wijziging
5
1. Zienswijzen en beantwoording Nummer/ Samenvatting zienswijze indiener
Beantwoording
1.1 Particulier
Indieners vragen wat de formele status is van het Ontwerpprogramma Noordrand en wat de relatie is tot de - nog te verschijnen - omgevingsvisie van de gemeente Wassenaar.
Het programma is een beleidsmatige uitwerking van de door de gemeenteraad vastgestelde Structuurvisie en de Nota van Uitgangspunten Groene Zone. In het programma wordt een concrete invulling gegeven aan de beleidsmatige en strategische keuzes die op hoofdlijnen zijn vastgelegd in de Structuurvisie en de Nota van Uitgangspunten. Het programma bevat geen rechten en plichten voor burgers en bedrijven, maar is wel richtinggevend voor het omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan) en voor omgevingsvergunningen die daarvan afwijken. Aan de voorbereiding voor het opstellen van de Omgevingsvisie wordt momenteel gewerkt.
1.2
Indieners verwachten dat de gemeente met een programma met een visie komt, waarin de gemeente aangeeft wat zij wil.
Met verwijzing naar hetgeen is opgemerkt onder 1.1 betreft het programma niet een visie maar een concrete uitwerking van de visie die al is neergelegd in de Structuurvisie “Landgoed aan zee”.
1.3
Indieners vragen waarom de ASH door de gemeente wordt gefaciliteerd in haar uitbreidingsinitiatief en waarom dit als een wenselijke ontwikkeling wordt gezien.
Er zijn meerdere initiatieven die momenteel, volgens het huidige omgevingsplan, niet mogelijk zijn. Omdat behoeften en prioriteiten in de tijd kunnen veranderen, kan de gemeenteraad besluiten om mee te werken aan een initiatief.
1.4
Indieners vragen waarom in het ontwerpprogramma een groot “onderzoeksgebied 1 ASH” bestaat.
Enkele jaren geleden is door het College van B&W een toezegging gedaan om medewerking te verlenen aan een haalbaarheidsonderzoek voor uitbreiding van de ASH op het vm. Deijlerhoeve-terrein. Dit initiatief is op de programmakaart als zodanig benoemd.
1.5
Indieners vragen hoe het uitbreidingsinitiatief van de ASH zich verhoudt tot de ambitie om het aantrekken van verkeer en milieubelasting te voorkomen in de Noordrand.
De vergrote verkeersaantrekkende beweging, en de gevolgen hiervan, zullen onderdeel zijn van het haalbaarheidsonderzoek, alsmede de impact op milieu. Het college en de raad hebben nog geen concrete besluiten zoals, een omgevingsvergunning of de wijziging van het omgevingsplan genomen die de uitbreiding mogelijk maakt.
1.6
Indieners benadrukken dat afspraken nageleefd moet worden en storen zich aan het feit dat de uitbreidingsplannen van de ASH al goedgekeurd lijken te zijn.
Het staat partijen vrij om ambities te publiceren. Het is aan het bestuur om af te wegen of deze ontwikkeling wenselijk is. De initatiefnemer zal moeten aantonen dat een plan binnen de kaders van het Programma past. Het college en de raad hebben nog geen concrete besluiten, zoals een omgevingsvergunning of het omgevingsplan genomen die de uitbreiding mogelijk maakt.
1.7
Indieners spreken zich nadrukkelijk uit dat AVALEX uit de Noordrand geplaatst moet worden en dus ook niet naar de Maaldrift moet worden verplaatst.
Onderzocht wordt of de activiteiten van Avalex ingepast kunnen worden binnen de mogelijke ontwikkelingen van de verplaatsing van de gemeentewerf. Indien dit het geval zal zijn, zullen de verkeersbewegingen buiten de Noordrand plaatsvinden. Dit ziet het college als een verbetering ten opzichte van de huidige situatie.
1.8
Indieners wijzen op een mogelijke belemmering: vleermuizen, een beschermde diersoort, leven al tientallen jaren op het MOB-complex, waaronder in de bunkers. Zij vragen zich af hoe dit te rijmen valt met de overlast die de verplaatste Avalex Milieustraat, de gemeentewerf en het bijbehorende verkeer en geluid zullen veroorzaken.
Onderzoek naar de aanwezigheid van vleermuizen zal worden uitgevoerd conform de daarvoor geldende protocollen. Indien uit onderzoek blijkt dat dit noodzakelijk is in verband met de aanwezigheid van vleermuizen, dan zal een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit worden aangevraagd.
2.1 Den Hollander VOF
De agrariers willen zich maximaal inzetten voor de ontwikkeling van hun gebied en bedrijf, waarbij zij streven naar een duurzame, toekomstbestendige veehouderij met een passende schaalgrootte. Zij zetten zich specifiek in voor:
Deze ambities en waarden passen zeer goed binnen het opgestelde Programma Noordrand. In het Programma is ook opgenomen dat de aanwezige agrariers ondersteuning krijgen bij deze transitie.
- De ontwikkeling van hun agrarisch bedrijf, inclusief nevenfuncties; - Het onderhoud en behoud van het landschap; - Het combineren van landbouw met natuurbehoud, waaronder weidevogels en waterkwaliteit, zolang dit landbouwkundig haalbaar is.
6
Programma Noordrand
Nota van Zienswijzen en wijziging
Nummer/ Samenvatting zienswijze indiener
Beantwoording
3.1 Particulier
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het bestemmingsplan vernietigd. De raad heeft het voorstel tot ter inzage legging van de ontwerpvisie Ammonslaantje Maaldrift verworpen. In het programma is de ASH aangemerkt als onderzoeksgebied, volgens de legenda zijn onderzoeksgebieden locaties waar initiatieven bekend zijn bij de gemeente die in strijd zijn met de Structuurvisie. Ook dit initiatief wordt daarom beoordeeld of deze passen binnen de gemeentelijke Structuurvisie en het Programma voor de Noordrand. De gemeenteraad zal ook hierover een besluit nemen. Elk perceel zal apart beoordeeld worden.
Indieners hebben bouwplannen voor een perceel aan het Ammonslaantje en vragen zich af waarom de Amerikaanse School (ASH) wel de mogelijkheid krijgt om uit te breiden, terwijl hun aanvraag ontbreekt in het programma Noordrand. Zij wijzen erop dat de gemeenteraad op 26-1-2021 heeft ingestemd met de bouw van een woning op perceel B-9421, dat een woonbestemming heeft. Het daarop vastgestelde bestemmingsplan is enkel vernietigd wegens motiveringsgebreken, die nu via het Ontwerpprogramma Noordrand hersteld kunnen worden. Daarnaast benadrukken zij dat de ASH een veel groter bouwvolume betreft (120.000 m³ tegenover hun 645 m³) en zich bevindt in agrarisch gebied binnen de Groene Zone, terwijl perceel B-9421 binnen de bebouwde contour valt. Dit maakt het onverklaarbaar en onacceptabel dat hun woning niet in het programma is opgenomen. Zij verzoeken het college om hun bouwplan terug te plaatsen in de visie van het programma Noordrand of als ‘kruimelgeval’ toe te staan, zodat kapitaalvernietiging wordt voorkomen en eerdere afspraken worden nagekomen.
4.1 Particulier
Indieners wijzen op de strijd tussen initiatieven in het Ontwikkelperspectief en de ambities van het programma Noordrand, vooral in het onderzoeksgebied. Ze stellen voor de intentieverklaring van twee colleges geleden opnieuw te evalueren en in overleg met de ASH niet verder uit te voeren. Als alternatief wordt het verkleinen van het parkeerterrein en bebouwen of overkluizen voorgesteld.
In het programma zijn onderzoeksgebieden aangemerkt, volgens de legenda zijn onderzoeksgebieden locaties waar initiatieven bekend zijn bij de gemeente die in strijd zijn met de Structuurvisie. Elk initiatief wordt daarom beoordeeld of deze passen binnen de gemeentelijke Structuurvisie en het Programma voor de Noordrand. De gemeenteraad zal ook hierover een besluit nemen. Elk initiatief zal apart beoordeeld worden.
4.2
Indieners merken op dat de verhuizing van bedrijven, inclusief Avalex, als kansrijk wordt gezien, maar dat de voorgestelde locaties problematisch lijken. Het defensieterrein van Maaldrift wordt als een doodlopende weg beschouwd, en er is onduidelijkheid over of het alleen om het baseballveld van de ASH gaat, of het gehele sportcomplex van de ABF. Als alternatief stellen zij voor de Milieustraat en Gemeentewerf naar terreinen ten noorden van Maaldrift te verplaatsen, waar de gemeente een voorkeursrecht heeft.
Het college zal een nadere uitwerking doen naar kansen voor mogelijke uitplaatsing van verschillende bedrijven. Het perceel ten noorden van Bedrijventerrein Maaldrift, waar momenteel een voorkeursrecht op gevestigd is, alsmede een gedeelte van het huidige ABF terrein, vallen binnen de mogelijkheden. Het behouden van sportfaciliteiten op het ABF terrein is hierbij uitgangspunt.
5.1 Laucrat
Indieners stellen op basis van de feiten in hoofdstuk 2 en de bijlagen dat de gemeente moet toestaan en medewerking moet verlenen aan het houden van rondvaarten over de Kaswatering. Dit omvat het gebruik van rondvaartbootjes van twee meter breed voor maximaal twaalf personen, met drie aanlegplaatsen en de mogelijkheid van doorgang over de Kaswatering, wat kan vereisen dat te lage bruggen worden verwijderd of aangepast. Daarnaast wordt ook gevraagd om medewerking voor het gebruik van (ongemotoriseerde) roeibootjes en waterfietsen.
Er is/zijn binnen de gemeente geen overeenkomst(en) bekend die bestuurlijk zijn bekrachtigd. Het initiatief staat bovendien op gespannen voet met aangrenzende weidevogelbeheer.
6.1 American School Indieners hebben de afgelopen jaren met de gemeente gesproken over de mogeliof the Hague jkheden om (een deel van) de Deijlerhoeve te benutten voor een nieuw schoolgebouw en auditorium. Het ontwerpprogramma houdt op hoofdlijnen rekening met deze ontwikkelingsmogelijkheden, maar benadrukt dat na vaststelling van het programma verdere afstemming met de gemeente en belanghebbenden nodig is. Belangrijke punten zijn het behoud van de oprijlaan en de 19e-eeuwse delen van de hoeve, evenals de mogelijke sloop van het bestaande stallencomplex ten noorden van de oprijlaan.
In het programma is de ASH aangemerkt als onderzoeksgebied, volgens de legenda zijn onderzoeksgebieden locaties waar initiatieven bekend zijn bij de gemeente die in strijd zijn met de structuurvisie. Ook dit initiatief wordt daarom beoordeeld of deze passen binnen de gemeentelijke Structuurvisie en het Programma voor de Noordrand. De gemeenteraad zal ook hierover een besluit nemen. Elk initiatief zal apart beoordeeld worden.
7
8
Programma Noordrand
Nota van Zienswijzen en wijziging
9
Nummer/ Samenvatting zienswijze indiener
Beantwoording
6.2
Indieners merken op dat de gemeente in het ontwerpprogramma suggereert meer ruimte te bieden voor agrarische ontwikkelingen ten noorden van de oprijlaan. Indiener benadrukt echter dat zij op dit moment geen plannen heeft om dit terrein voor agrarische doeleinden te gebruiken, en eerder kijkt naar mogelijkheden voor educatieve doeleinden. Indien de gemeente een andere bestemming voor dit deel van de Deijlerhoeve overweegt, gaat de indiener ervan uit dat dit alleen in overleg met de indiener zal gebeuren en in lijn met de wensen van de indiener als eigenaar.
Een uitwerking op het Programma zal in samenspraak met het college en initiatiefnemer worden opgepakt. Het Programma geeft daarbij de ambitie, of gewenste richting, weer.
6.3
Indiener deelt de ambitie van de gemeente om de natuurwaarden in de Noordrand te versterken en benadrukt dat de bestaande campus en de Deijlerhoeve belangrijke schakels zijn in het creëren van een ecologische verbinding naar het groengebied aan de overzijde van de A44. Dit voornemen is al geruime tijd aanwezig, maar nog niet concreet gemaakt. Daarom roept indiener de gemeente op om in overleg met haar en andere betrokken partijen de plannen voor deze ecologische verbinding op korte termijn concreet te maken.
Het college gaat ervan uit dat in gezamenlijkheid dergelijke ambities worden onderzocht en uitgewerkt. Het college is daarom bereid om hierover met betrokken partijen in overleg te treden.
7.1 Nellestein
Indiener vraagt aandacht voor de continuïteit van de agrarische bedrijfsvoering en het verlies van areaal, met name ten aanzien van de aanleg van natuurvriendelijke oevers, molensloten en poldersloten die essentieel zijn voor het gebied. Er wordt gevraagd om duidelijkheid over de vormgeving van deze oevers, het omgaan met afrasteringen en de mogelijke impact op de openheid van het landschap.
Eén van de leidende principes is ‘agrarisch, met ruimte voor natuur’. In een uitwerking zal met de agrariers onderzocht moeten worden op welke wijze deze ambitie uitgewerkt zal worden.
7.2
Indiener geeft aan dat uitbreiding en intensivering van functies op het defensieterrein Maaldrift prima zijn, mits er rekening wordt gehouden met de milieucontour van het agrarisch bedrijf, zodat de ontwikkelingen van dit bedrijf niet belemmerd worden. Indiener wenst betrokken te worden bij de planontwikkeling zodra deze verder gevorderd is.
Het college is voornemens de indiener te betrekken bij de planvorming.
7.3
Indiener stelt dat het veranderen van waterpeilen desastreus is voor de agrarische bedrijfsvoering, aangezien op veel percelen drainage is aangebracht. Indien waterpeilen wordt gewijzigd in het ontwerpprogramma, dienen agrarische bedrijven hierbij betrokken te worden om te voorkomen dat hun bedrijfsvoering belemmerd wordt.
zie beantwoording 7.1
7.4
Indiener merkt op dat de gronden aan de oostkant van het bedrijf op de plankaart zijn aangemerkt voor drinkwaterdoeleinden, terwijl ze nu een agrarische bestemming hebben en essentieel zijn voor de mestafzet. Indien deze gronden worden herbestemd voor drinkwaterinname of -voorzuivering, zullen er beperkingen voor de agrarische bedrijfsvoering optreden. De indiener staat open voor de herbestemming, mits de beperkingen worden gecompenseerd met vervangende grond zonder beperkingen.
Vooralsnog wordt deze zone toegekend als ‘zoekgebied voor ondergrondse waterleiding’. In dit geval zal er geen sprake zijn van mogelijke bovengrondse beperkingen.
8.1 Tacx
De indiener merkt op dat in het programma wordt vermeld dat paardenhouderijen druk op het landschap leggen en dat het daardoor niet wenselijk is dat er meer areaal voor paardenhouderijen bijkomt. De indiener wijst erop dat paddocks ook behoren bij en noodzakelijk zijn voor een paardenfokkerij. Ze zijn onlosmakelijk verbonden met een paardenfokkerij en derhalve niet aan die bestemming onthouden kan worden.
Het is het college bekend dat paddocks noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een paardenfokkerij. Paddocks zijn volgens het bestemmingsplan Landelijk Gebied (onderdeel van het Omgevingsplan) toegestaan onder de bestemming paardenfokkerij en paardenhouderij wanneer er een aanduiding ‘rijbak’ is opgenomen.
8.2
De indiener merkt op dat er een zekere “discriminatie” plaatsvindt tussen paarden en koeien. De activiteiten van een paardenfokkerij verschillen niet wezenlijk van die van een veeteeltbedrijf, en verwijst naar de definities van deze begrippen in het vigerende bestemmingsplan, dat nog steeds van toepassing is.
Paardenfokkerijen en veeteeltbedrijven zijn beide agrarische bedrijven met een eigen uitstraling en bestemming. Zo is dit ook terug te zien in het omgevingsplan (onderdeel bestemmingsplan Landelijk Gebied). In het omgevingsplan zijn daarnaast specifieke gebruiksregels opgenomen waarin, het aanleggen van paardentrainingsbanen, paardenbakken, longeerruimten en andere oefengelegenheden voor paarden expliciet uitgesloten is onder de agrarische bestemming.
10
Programma Noordrand
Nota van Zienswijzen en wijziging
11
Nummer/ Samenvatting zienswijze indiener
Beantwoording
8.3
De indiener acht het noodzakelijk dat het duidelijk wordt gesteld dat het op percelen met de bestemming paardenfokkerij is toegestaan om paarden te houden zonder limiet en paddocks op te richten. De vraag wordt gesteld of B&W bevestigt dat alles wat bij de bestemming paardenfokkerij hoort, zoals paddocks, mogelijk blijft.
Daar waar het nu, volgens het omgevingsplan, mogelijk is een paardenfokkerij te houden blijft het mogelijk deze activiteit voort te zetten. Daar waar nu in het omgevingsplan (onderdeel bestemmingsplan Landelijk Gebied) de aanduiding ‘rijbak’ is opgenomen, is en blijft het oprichten van een paddock mogelijk. Het aantal te houden paarden is afhankelijk van de vergunningen die hiervoor zijn afgegeven.
8.4
De indiener vraagt zich af hoe het zich verhoudt dat enerzijds wordt gesteld dat agrarische bedrijven in het gebied beschermd moeten worden, terwijl cliënten al sinds 2016 geen medewerking van B&W kunnen krijgen bij het omzetten van de agrarische bestemming van Agrarisch Bedrijvencentrum/bollenteelt naar Agrarisch Bedrijvencentrum/paardenfokkerij. De vraag wordt gesteld of B&W kan toelichten hoe deze situatie zich verhoudt tot de wens om agrarische bedrijven in het gebied te laten voortbestaan.
In het verleden heeft het verzoek voorgelegen het betreffende perceel om te zetten naar een paardenhouderij. Een paardenhouderij en een paardenfokkerij zijn niet 1 op 1 hetzelfde. Een paardenfokkerij is productiegericht terwijl een paardenhouderij meer gebruiksgericht is en hierbij geen/een minder agrarisch karakter heeft.
8.5
De indiener merkt op dat cliënten als exploitanten van volwaardige paardenfokkerijen (agrarische bedrijven) niet erkend worden als economisch vitaal. Ze geven aan dat toekomstig beleid de voortzetting en zelfs stimulering van de volwaardige exploitatie van hun paardenfokkerijen mogelijk moet maken.
In het programma wordt aangegeven dat de agrarische functies in het gebied behouden blijven en zich op een duurzame manier, met respect voor natuur en landschap moeten kunnen ontwikkelen.
8.6
De indiener wijst erop dat allebei hun percelen, aan dezelfde weg gelegen, dezelfde arcering op de kaart moeten krijgen. Het programma dient op dit punt aangepast te worden.
Ruigelaan 1a/2/2a heeft dezelfde stedenbouwkundige benadering als de cultuurhistorische percelen van de Oostdorperweg, namelijk het hoofdvolume aan de achterzijde van het perceel, waarbij andere bebouwing (cultuurhistorisch gezien vaak ondersteunende bebouwing) dichter op de Oostdorperweg liggen. Het hoofdvolume is ook gericht op de Oostdorperweg, en de overige bebouwing zijn qua richting en positionering gerelateerd aan dit hoofvolume. Om deze reden zijn de percelen van Ruigelaan 1a/2/2a ruimtelijk gerelateerd aan de Oostdorperweg. Functie of eigendom zijn geen onderdeel van deze overweging geweest.
8.7
De indiener stelt dat de aanleg van natuurvriendelijke oevers langs de Kaswatering bezwaarlijk is zolang er onduidelijkheid blijft over de bestemming van hun perceel, waar sinds 2016 onzekerheid bestaat over de bestemming. Bij beantwoording van vraag 10.5 wordt gesteld dat natuurvriendelijke oevers alleen kunnen worden gerealiseerd met medewerking van agrariërs, op vrijwillige basis. De vraag wordt gesteld of B&W onvoorwaardelijk kan bevestigen dat een perceeleigenaar niet gedwongen kan worden tot de aanleg van natuurvriendelijke oevers.
Het programma betreft een gebiedsgericht vrijwillig programma op grond van artikel 3.5 van de Omgevingswet en kan daarom geen verplichtingen bevatten voor eigenaren. Er worden dus geen dwingende bepalingen opgenomen tot instanthouding of ontwikkeling van natuurvriendelijke oevers op private percelen in het voorliggende programma.
8.8
De indiener stelt dat de geplande kanoroute langs de Kaswatering, inclusief opstappunten en kleinschalige horeca, onwenselijk is voor hun percelen. De kanoroute zou de bedrijfsvoering verstoren, het risico op het uitstappen van kanoërs verhogen en ongewenste recreatie zoals picknicken kunnen aantrekken. De vraag wordt gesteld waarom de kanoroute nog wordt gepland, terwijl deze route nog niet aanwezig is. Tevens wordt gevraagd of B&W kan garanderen dat er geen intensieve recreatie mogelijk zal worden door de aanleg van de kanoroute.
De kanoroute is overgenomen van kanoroutes.nl. Deze site voorziet verschillende routes rondom Leiden, waaronder een aantal vaarwegen in de Noordrand. Het college heeft geen ambities deze route verder te intensiveren, of uit te breiden.
8.9
Indiener wijst erop dat de percelen ten noordwesten van hun perceel op de plankaart staan aangegeven als ecologisch overgangsgebied. Momenteel worden deze percelen voor agrarische bedrijfsvoering gebruikt en zijn deze essentieel voor de bedrijfsvoering. De bestaande bestemming uit het bestemmingsplan moet worden gerespecteerd. Dit geldt ook voor hun andere perceel. Zolang er geen akkoord is over de percelen, wenst de indiener het huidige gebruik te behouden. De toezegging van B&W dat op hun perceel een paardenfokkerij mogelijk is, moet nu formeel worden vastgelegd.
Het omgevingsplan (en de onderliggende bestemmingsplannen) met de huidige bestemmingen blijven gelden. Het college heeft geen toezegging gedaan over het toekennen van een paardenfokkerij.
12
Programma Noordrand
Nota van Zienswijzen en wijziging
13
Nummer/ Samenvatting zienswijze indiener
Beantwoording
8.10
Indiener stelt dat op de plankaart op pagina 8 ten onrechte geen onderscheid wordt gemaakt tussen percelen met een woonbestemming, agrarische bestemming en bedrijfsbestemming. Dit maakt de kaart onbruikbaar voor het juiste inzicht in de bestemming van de percelen.
De kaart betreft een visiekaart/programma, waarin ambities worden aangegeven en betreft geen plankaart zoals bij een bestemmingsplan. Het onderscheid tussen percelen met woonbestemming, bedrijfsbestemming, natuurbestemming, maatschappelijk etc. zal in het omgevingsplan worden geduid. Het programma is niet gericht op een nadere uitwerking op perceelniveau, maar geeft richting aan ambities van het gehele plangebied binnen de Noordrand.
8.11
Indiener merkt op dat bedoelde perceel als bedrijfslocatie is aangemerkt en dat de wens bestaat deze functie te laten verdwijnen. Het verbaast indiener dat hierover nog geen overleg met B&W heeft plaatsgevonden. Gezien de bedrijfsbestemming van het perceel, dient dit overleg alsnog te worden gevoerd. Indiener wacht op initiatief van B&W.
Het college is bereid om in overleg te treden met de indiener over de herbestemming van het perceel. Indien de initiatiefnemer ambities heeft met betrekking tot haar perceel, dient de indiener zelf initiatief te nemen tot mogelijke omgevingsplanwijziging.
8.12
Indiener merkt op dat het participatieverslag zorgen benoemt over verrommeling, illegale bebouwing, hekwerken en verpaarding, maar niet duidelijk maakt wie deze zorgen heeft geuit en in welke mate ze leven bij stakeholders. Zolang dit onduidelijk blijft, kunnen deze zorgen niet als basis voor beleid dienen.
De zorgen werden door verschillende belanghebbenden geuit in het atelier Milieu en Economie, waarbij de term ‘verpaarding’ viel, in de context van ‘bedreiging’ van het cultuurhistorische karakter van de Noordrand. Voor de Hoge Klei is dit expliciet uitgesproken. De term is niet verder gedefinieerd. Het kan ook zijn: mix van functies zonder duidelijke identiteit. Het college heeft een zelfstandige bevoegdheid om de geuite zorgen mee te wegen in de beleidsvorming. Dit is niet afhankelijk van het kenbaar maken van de personen die deze zorgen hebben geuit.
8.13
Indiener vraagt verduidelijking over de passage in het participatieverslag over het toevoegen van bebouwing, zoals paardenverblijven aan de Oostdorperweg. Aangezien er al vóór 2000 een paardenverblijf op Oostdorperweg 212a bestaat, kan dit hier niet mee bedoeld worden. Indiener vraagt zich af wat er wel mee bedoeld kan worden.
De bedoelde opstallen zijn, voor zover het college bekend, legaal. Wellicht wordt er bedoeld dat er een wens is geen nieuwe paardenverblijven aan de Oostdorperweg te realiseren.
8.14
Indiener constateert dat op deelkaart 1 de lichtgroene kleur op de plankaart ontbreekt. Deze kleur zou moeten worden gehanteerd voor gronden die noodzakelijk zijn om een levensonderhoud te verdienen. Indiener vraagt zich af waarom deze lichtgroene kleur ontbreekt. Daarnaast is de afbakening van de inrichting onduidelijk. Hoe is deze tot stand gekomen? Is de donkergroene lijn wellicht het bouwvlak?
Deze legenda-eenheid betreft: agrarisch gebied met cultuurhistorische en natuurwaarden. Specifieke afbakeningen, bouwvlakken, etc. worden in het omgevingsplan uitgewerkt.
8.15
Indiener constateert dat op deelkaart 2 (bebouwde omgeving) het door cliënten genomen planinitiatief had moeten worden opgenomen. Indiener vraagt waarom dit niet is gebeurd.
Voor het planinitiatief van de indiener is door het college geen principebesluit genomen of intentieovereenkomst afgesloten. Dit geeft daarom geen aanleiding om het plan in het programma op te nemen.
8.16
Indiener stelt voor om de lichtgroene kleur op de deelkaart routes en infrastructuur op te nemen, de doorzichten te herijken voor een logische weergave langs bestaande percelen, en merkt op dat de omvang van perceel Ruigelaan 1 op alle kaarten bijna twee keer zo groot en langgerekt is dan weergegeven.
Het doel van de deelkaarten is dat het Programma per thema wordt uitgelicht. Op deze kaarten staan dus ook geen nieuwe informatie als op de Programmakaart.
8.17
De indiener vraagt hoe de gemeente belastende activiteiten voor natuur en milieu in kaart heeft gebracht, met name de stikstofuitstoot volgens Wnb-vergunningen. Er wordt een voorbeeld genoemd van de aanleg van een “natuurzone”, waarvoor snel een vergunning werd verleend zonder advies van Omgevingsdienst. De indiener vraagt om uitleg waarom deze vergunning is verstrekt zonder zorgvuldige milieuanalyse en wijst op een Aerius-berekening die bevestigt dat er geen negatieve effecten op Natura 2000 zouden zijn.
In het Programma worden maatregelen voorgesteld om de beoogde doelen/ambities in het gebied te verwezenlijken. Voor deze maatregelen worden separaat projectplannen opgesteld en wordt waar nodig een vergunningentraject doorlopen. Aan de natuurrealisatie op het voormalige vliegkamp is een zorgvuldig vergunningentraject vooraf gegaan.
8.18
De indiener vraagt om duidelijkheid over de vergunningen die zijn afgegeven aan vee-houdende bedrijven, met name paardenbedrijven aan de Oostdorperweg. De vraag is of de gemeente bevestigt dat de dieraantallen van deze bedrijven overeenkomen met de vergunde aantallen. Ook wordt gevraagd naar het voorgenomen beleid voor bedrijven die meer dieren willen houden dan vergund en of de gemeente gaat handhaven, met specifieke verwijzing naar paardenhouderijen in de directe omgeving.
Er bestaat de mogelijkheid om verleende vergunningen op te vragen via de gemeentelijke website. Wanneer de gemeentelijke regels niet worden nageleefd kan er door belanghebbenden een handhavingsverzoek worden ingediend.
14
Programma Noordrand
Nota van Zienswijzen en wijziging
15
Nummer/ Samenvatting zienswijze indiener
Beantwoording
8.19
Indiener vraag waarom de Stoeterij in Groene Hout aan de Oostdorperweg 203a een onderzoekslocatie wordt.
Omdat voor deze locatie een positief principebesluit is genomen door het college, is de locatie toegevoegd aan de ‘onderzoekslocaties’. Het college onderzoekt, in samenspraak met de initiatiefnemer, of het principeverzoek bijdraagt aan de ambities zoals gesteld in het Programma Noordrand.
8.20
Indiener vraagt welke garanties B&W kan bieden voor de leefbaarheid van de woning aan de Rijksstraatweg 48, gezien de mogelijke verplaatsing van Avalex. Deze woning ervaart al overlast van een autosloperij, waarover al jaren klachten bestaan zonder voldoende handhaving van B&W. Indien Avalex zich er vestigt, wordt extra overlast gevreesd.
Bij de definitieve keuze voor vestiging van Avalex, naast de beoogde activiteiten van de gemeentewerf, zal onderzoek gedaan worden naar verkeersbewegingen, haalbaarheid, en (al dan niet) aanvaardbare overlast.
9.1 Camping Maaldrift
Indiener maakt zich zorgen over de onduidelijke weergave van de camping in het ontwerpprogramma. De visiekaart bevat aanduidingen voor omliggende gebieden, maar de camping zelf heeft geen expliciete functie. Dit roept de vraag op of de camping behouden blijft binnen de gemeentelijke toekomstvisie. Cliënten verzoeken om opheldering en verwijzen naar de kaart van deelgebied Maaldrift/A44-zone.
In het Programma Noordrand is ervan uitgegaan dat de huidige activiteiten, in de bestaande vorm van de camping gehandhaafd kunnen blijven.
9.2
Indiener heeft vragen over het voorkeursrecht op hun percelen, dat niet wordt genoemd in de nota van zienswijze of het ontwerpprogramma ‘Noordrand’. Een dergelijk recht wordt normaal gesproken opgelegd bij mogelijke bestemmingswijzigingen. Tijdens de raadsvergadering van 19 september 2023 stelde Hart voor Wassenaar hier vragen over. De wethouder gaf aan dat het voorkeursrecht is ingesteld om speculatie te voorkomen en dat de gronden mogelijk deel uitmaken van de ambitie om de gemeentewerf te verplaatsen. Cliënten vinden deze uitleg onduidelijk en vragen om opheldering.
De reactie van de wethouder is juist; er is door het college een voorkeursrecht op het perceel gevestigd, ten behoeve van de verplaatsing van de gemeentewerf. Om voorkeursrecht te kunnen vestigen dient het college voornemens te zijn de bestemming te wijzigen.
9.3
Indiener heeft vragen over de uitbreidingsplannen van het defensieterrein, dat in gemeentelijke stukken als “onderzoeksgebied” wordt aangeduid. Dit lijkt haaks te staan op de ontwikkelrichting van de gemeente, wat voor indiener onduidelijkheid schept. Daarnaast ligt er een notitie van Defensie ter inzage waarin concreet staat dat het terrein uitgebreid moet worden. Indiener vraagt zich af hoe deze twee plannen zich tot elkaar verhouden en wat de gemeente hier precies mee bedoelt.
Defensie heeft aangegeven in de notitie reikweidte en detailniveau dat de activiteiten uitgebreid dienen te worden. Defensie heeft plannen voor het MOB Maaldrift. De concrete impact voor de Noordrand is nog niet duidelijk. Het Kabinet moet eerst nog een besluit nemen of MOB Maaldrift inderdaad een voorkeurslocatie is. Pas bij nadere uitwerking ontstaat duidelijkheid over de impact van de plannen.
9.4
Indiener kan zich niet verenigen met het ontwerpprogramma. Het programma staat haaks op eerdere uitlatingen van de gemeente Wassenaar en het door de raad bekrachtigde voorkeursrechtbesluit. Indiener vindt dat hij recht heeft op duidelijkheid om te weten waar hij aan toe is. In plaats van verduidelijking roept het voorliggende programma juist meer vragen op. Indiener verzoekt deze reactie zorgvuldig te beoordelen en mee te nemen in het vaststellen van het programma.
Het Programma is een uitwerking van de eerder vastgestelde Structuurvisie Landgoed aan Zee, alsmede de Nota van Uitgangspunten. Omdat het om een uitwerking gaat, wordt op verschillende onderdelen nadere invulling gegeven, volgens het gedachtengoed van de Structuurvisie. Er zijn geen raadsvoorstellen, (aangenomen) amendementen of moties die anders voorstellen.
10.1 Oostdorperhoeve
*In deze ‘zienswijze’ staat geen bezwaren, vragen, constateringen of voorstellen. Het leest als een brochure.*
Dank voor uw commentaar op het Programma.
11.1 Particulier
Indiener stelt dat de gemeente duidelijk moet maken hoe gebruikers van het gebied kunnen bijdragen aan de realisering van de doelen en het behoud van bestaande kwaliteiten van het Ammonslaantje.
In het Programma worden concrete maatregelen voorgesteld. Initiatiefnemers kunnen hieraan bijdragen door hier rekening mee te houden bij de uitwerking van hun ambities/plannen.
11.2
Indiener beveelt aan om te beschrijven welke functies het gebied Ammonslaantje/ Maaldrift cultuurhistorisch relevant maken, of minstens de belangrijkste op te sommen.
Het handboek Welstand en Beeldkwaliteit Wassenaar is leidend in de beschrijving van de huidige kwaliteiten. Een beschrijving van de cultuurhistorische waarden staat ook in het omgevingsplan, onderdeel bp Ammonslaantje-Maaldrift 2013 met een koppeling aan regels voor het MOB terrein. Op verzoek van de indiener is een korte samenvatting per stedenbouwkundige eenheid (Ammonslaantje/Maaldrift, Oostdorperweg, Bebouwingslint Hoge Klei/Verlengde Hoge Klei en Ruigelaan) toegevoegd.
11.3
Indiener stelt voor de zin te formuleren als: “Het karakter van een dorpslint met een mix aan functies – waaronder xxx, yyy, zzz – en is daardoor cultuurhistorisch relevant.”
voorbeelden zijn op verzoek toegevoegd, in de legenda-eenheden in het Ontwikkelperspectief Deelgebied 4: Maaldrift / A44-zone (Ammonslaantje - Maaldrift).
16
Programma Noordrand
Nota van Zienswijzen en wijziging
17
Nummer/ Samenvatting zienswijze indiener
Beantwoording
12.1 Particulier
Indiener vraagt over welk land het fietspad precies gaat, vanaf de Kaswatering richting de Katwijkseweg, en wijst op de stippellijn met pijlen naar rechts.
Het betreft een ambitie om een recreatieve verbinding (ommetje) te maken tussen Kaswatering en de Katwijkseweg. De pijlen geven deze verbinding aan, niet een gepland tracé. Hoe deze dus zal lopen, zal in overleg met betrokken eigenaren en gebruikers nader worden bepaald.
12.2
Indiener vraagt of er een bruggetje over de Kaswatering komt en of er dan nog onderdoor gevaren kan worden.
Er is een ambitie bij de verbinding, zoals gesteld bij 12.1, ook een brug te realiseren, bij de uitwerking zal een doorvaarhoogte bepaald worden.
12.3
Indiener vraagt of de Kaswatering wordt omgelegd bij de hoek van de Stoeterij Het Groene Hout en boerderij Ruijgrok.
Onderdeel van de realisatie van de Natuurzone wordt door het Rijksvastgoedbedrijf de ‘oude’ loop van de Kaswatering hier hersteld.
12.4
Indiener vraagt onder wiens beheer het groen van het weidevogelgebied valt, en of dit wordt beheerd door agrariërs of een natuurbeschermingsorganisatie.
Daar wordt op dit moment nog over gesproken. Uitgangspunt van het Rijksvastgoedbedrijf en de gemeente is dat de gronden worden beheerd door Wassenaarse agrariers. Het Rijksvastgoedbedrijf heeft een verplichting het gebied in te richten en te beheren ten behoeve van specifieke soorten weidevogels, als onderdeel van compensatie ten behoeve van woningbouw.
12.5
Indiener merkt op dat er geen ruiterpaden zijn aangegeven en stelt voor ruiterpaden aan te leggen om de Oostdorperweg te ontlasten en de veiligheid van mens en dier te verbeteren.
In het verleden is een vergelijkbaar voorstel afgewezen, omdat deze routes kostbaar zijn in beheer. Ook is gekeken naar beschikbare ruimte voor dergelijke paden. Er is destijds geconstateerd dat er onvoldoende ruimte beschikbaar is langs verschillende wegen. Wellicht kunnen langs nieuwe paden wel ruiterpaden gerealiseerd worden.
12.6
Indiener vraagt of de sloten die nu op het vliegveld worden aangelegd, verbonden worden met de Kaswatering via duikers.
Nee, dit kan (nog) niet, gezien het een ander peil is. De wateren worden in de toekomst verbonden via de Tankgracht. Deze hebben hetzelfde waterpeil. In de toekomst, zodra het Hoogheemraadschap een nieuw peilbesluit heeft genomen, zou dit technisch mogelijk zijn. Aangezien de inrichting dan reeds heeft plaatsgevonden is de aanleiding dit nog aan te passen niet groot.
13.1 provincie Zuid-Holland
Indiener begrijpt de wens om Avalex te verplaatsen, maar vraagt zich af waar deze het beste past. Een bedrijventerrein ligt voor de hand, terwijl verplaatsing naar het buitengebied mogelijk strijdig is met provinciaal beleid. Indiener verzoekt betrokken te worden bij de verplaatsingsopgave.
De provincie Zuid-Holland, als bevoegd gezag en behartiger van provinciale belangen, zal betrokken worden bij de keuze voor een toekomstige locatie van Avalex.
13.2
Indiener merkt op dat de zoektocht naar een nieuwe drinkwatervoorziening nog loopt en dat de locatie in het ontwerpprogramma een van de onderzochte opties is. Indien deze locatie wordt gekozen, wil indiener graag in gesprek over de inpassing in het gebied.
Ook hiervoor geldt dat de provincie Zuid-Holland, als bevoegd gezag, betrokken is bij het proces.
13.3
Indiener wijst erop dat de stoeterij in Groene Hout binnen beschermingscategorie 2 Groene Buffer valt en dat nog onduidelijk is of de uitbreiding met een Perzische tuin binnen het provinciaal beleid past. Indiener verzoekt betrokken te worden bij de plannen om de inpassing in het gebied te beoordelen.
zie beantwoording 13.2
13.4
Indiener geeft aan dat de wens tot uitbreiding van de school binnen beschermingscategorie 2 Groene Buffer valt, waar alleen ontwikkelingen van het type “inpassing” of “aanpassing” mogelijk zijn volgens de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening. Indiener verzoekt tijdig overleg hierover.
zie beantwoording 13.2
13.5
Indiener reageert op de wens van het Ministerie van Defensie om het defensieterrein Maaldrift met 30 ha uit te breiden voor verschillende functies, waaronder een schietlocatie. Deze uitbreiding zou ten koste gaan van andere functies en raakt mogelijk de “Groene zone”, waarin de natuur versterkt moet worden, recreatiedruk verlicht, water opgevangen en de waterkwaliteit verbeterd. Het behoud van dit gebied als Groene buffer (categorie 2) is belangrijk voor de ruimtelijke kwaliteit.
De gemeente deelt de mening dat het gebied als groene buffer belangrijk is als ecologische verbinding evenals een drager voor ruimtelijke kwaliteit. In deze strook komen verschillende verstedelijkingsvragen en behoeftes samen. De gemeente wil deze samen provincie en rijk op een verantwoorde manier inpassen.
14.1 gemeente Leiden
Indiener heeft bedenkingen bij de voorgestelde verplaatsing van Avalex en de gemeentewerf en benadrukt het belang van een brede ecologische zone tussen de Noordrand en het Horstengebied. De verbinding tussen deze gebieden is al kwetsbaar door infrastructuur en bedrijventerrein Maaldrift. Het aanwijzen van deze locatie voor deze functie wordt gezien als strijdig met de uitgangspunten van het ontwerpprogramma en de bredere landschappelijke verbinding.
De verplaatsing van Avalex naar het deelgebied Maaldrift/A44 zone wordt momenteel onderzocht en is daarom als onderzoeksgebied is gekwalificeerd. Indien voor deze locatie gekozen wordt is het randvoorwaardelijk dat de locatie landschappelijk en ecologisch ingepast wordt.
18
Programma Noordrand
Nota van Zienswijzen en wijziging
19
Nummer/ Samenvatting zienswijze indiener
Beantwoording
14.2
Indiener benadrukt het belang van de groene zone voor regionale natuurgerelateerde recreatie. De Noordrand speelt een cruciale rol in de verbinding tussen stad en duinen en kan helpen de recreatiedruk in de duinen te verlichten. Indiener verzoekt om meer aandacht voor dit thema in de leidende principes en doelen, en pleit voor een aaneengesloten recreatieve fietsroute van oostelijk A44 naar de binnenduinrand.
In nauwe samenwerking met de gemeente Katwijk worden de recreatieve verbindingen, alsook recreatiepunten, verkend en uitgewerkt. Omdat recreatieve verbindingen, samen met recreatiepunten, op gespannen voet zijn met de doelstellingen tot realisatie van (weide-)natuur en de agrarische functie zullen de recreatieve verbindingen door-/langs Valkenhorst plaatsvinden. Na vaststelling van het Programma Noordrand zal een verkenning plaatsvinden ten behoeve van een recreatieve functie van de vml torpedoloodsen, als recreatief punt.
15.1 Oudendal Groep-DHG
Indiener verzoekt de gemeente om in de komende periode samen te werken aan de concrete invulling van samenwerking, versterking van de agrarische sector en ruimtelijke kwaliteit. Indiener is bereid om deze punten verder toe te lichten.
Het college treedt graag in overleg met de indiener.
16.1 Stichting Valkenburg Groen
De indiener wijst erop dat op cruciale onderdelen gemeentelijke standpunten ontbreken, met name met betrekking tot de uitbreiding van de ASH, wat een van de meest ingrijpende plannen in de Noordrand is. Gezien de doelstellingen voor de groene zone/noordrand, de locatie en omvang van de uitbreiding, en de impact van de huidige school (bijvoorbeeld op verkeer), is de indiener van mening dat de uitbreiding zal leiden tot een onaanvaardbare aantasting van de groene zone en dat de voorziening qua schaal en uitstraling niet inpasbaar is op deze locatie in Wassenaar.
Nog niet bekend is wat de exacte plannen/ambities zijn van de Amerikaanse School. Het college heeft destijds aangegeven open te staan voor ideeën. Zolang nog niet bekend is wat het programma is van de Amerikaanse School kan op voorhand nog niet worden gesteld welke ruimtelijke en verkeerskundige impact het betreft.
16.2
De indiener merkt op dat op cruciale onderdelen gemeentelijke standpunten ontbreken, met name in verband met verzoeken voor meer woningen die spontaan uit de participatie naar voren kwamen. De keuze voor maximaal 7 woningen per plek of in totaal is onduidelijk, en de indiener stelt dat dit niet gebaseerd lijkt te zijn op de Structuurvisie. De indiener pleit voor geen extra woningbouw, zoals omschreven in de Structuurvisie, vooral gezien de discussie over het groen in het Bestemmingsplan van Katwijk over Valkenhorst.
Voor Wonen geeft de Structuurvisie de kaders aan. Dit betekent dat er geen extra woningbouw in het buitengebied kan plaatsvinden anders dan transformatie of herontwikkeling van huidige bebouwing, met als uitgangspunt versterken van de kwaliteit. Als al sprake is van woningbouw, is dat kleinschalig, dus 1 tot maximaal 7 woningen, afhangelijk van de locatie en het concept.
16.3
De indiener merkt op dat er op cruciale onderdelen gemeentelijke standpunten ontbreken, met name met betrekking tot de herontwikkeling van het MOC-complex Maaldrift voor de Koninklijke Marechaussee, waar Defensie naar op zoek is. De exacte omvang en locatie van de gewenste ruimte zijn onbekend. De indiener is teleurgesteld over het ontwijkende antwoord op de vraag of er een openbare bijeenkomst over de plannen van Defensie wordt georganiseerd, en adviseert de gemeente om, naast Defensie, eigen inspraakbijeenkomsten te organiseren.
De gemeente wacht de onwerpbeleidsvisie Nationaal Programma Ruimte voor Defensie af. Pas dan kan gereageerd worden op mogelijke plannen op mogelijke uitbreiding. Het standpunt van het college is duidelijk, zoals te lezen in de zienswijze van B&W van 8-2-2024.
16.4
De indiener merkt op dat op cruciale onderdelen gemeentelijke standpunten ontbreken, met name met betrekking tot de mogelijke ontwikkelingen van Avalex en de Gemeentewerf. De indiener vindt het vreemd dat dit belangrijke punt in de inspraakdocumenten slechts summier wordt behandeld, terwijl uitvoerige plannen in openbare informatiebrieven zijn beschreven, die volgens de indiener niet in openbare vergaderingen zijn besproken. Er wordt gevraagd om meer ruimtelijke onderbouwing en om uitleg over wanneer er een echte openbare ruimtelijke procedure zal plaatsvinden voor deze ontwikkeling.
Zodra de plannen concreet zijn voor de verplaatsing van de gemeentewerf, zal dit volgens de reguliere procedure doorlopen worden, waarbij inspraak mogelijk zal zijn conform de Omgevingswet en de Verordening Inwonerparticipatie Gemeente Wassenaar.
16.5
De indiener merkt op dat de uitkomst van de Raad van State uitspraak over Valkenhorst van 11 december 2024 relevant had moeten worden verwerkt in het ontwerp-programma. Daarnaast had ook de inhoud van de uitspraak met betrekking tot de Noordrand, waarover Wassenaar nog moet onderhandelen met Katwijk, meegenomen moeten worden. Dit betreft onder andere een soepelere overgang van woningbouw naar open landschap en het doorlopen van de groene zone in Katwijk.
De uitspraak van de Raad van State betreft een tussen-uitspraak. Indien de definitieve uitspraak gevolgen heeft voor de Noordrand, zal dit worden meegenomen. Om inzicht te geven in de ambities van de gemeente zijn de maatregelen uit het Programma gebundeld in een separaat overzicht. Hierin is de overgangszone binnen bestemmingsplan Valkenhorst opgenomen. Voor deze zone stelt Katwijk, in samenspraak met Wassenaar een Nota van uitgangspunten op.
20
Programma Noordrand
Nota van Zienswijzen en wijziging
21
Nummer/ Samenvatting zienswijze indiener
Beantwoording
16.6
De indiener wijst erop dat de impact van de uitbreiding van het Valkenburgsemeer op het Noordrand-gebied van Wassenaar ernstig wordt onderschat in het ontwerp-programma. Er had veel meer kritische aandacht aan moeten worden besteed. Ook de pogingen om de schade voor de groene buffer te beperken, zoals de enorme versmalling, de gevolgen van de intensivering van recreatie voor het Wassenaars deel van het Valkenburgsemeer en de verlegging van het smalspoortracé, hadden veel sterker benadrukt moeten worden.
Er is in het verleden beroep aangetekend tegen het voornemen het Valkenburgse Meer uit te breiden. Vanwege de gerechtelijke uitspraak is de gemeente verplicht hieraan medewerking te verlenen. Overigens zal het Wassenaarse deel van de uitbreiding voornamelijk bestaan uit ecologische ingrepen, alsmede de verplaatsing van de bestaande voet- en fietspaden en de smalspoorlijn.
16.7
De indiener merkt op dat de gevolgen van meer fiets- en wandelverbindingen naar Wassenaar vanuit Valkenhorst voor de beoogde kwaliteit in de groene zone en voor de verkeershinder op de Hoogeboomseweg, Ammonslaantje, Maaldrift en Oostdorperweg beter in kaart moeten worden gebracht. Plannen voor extra fietsverbindingen, zowel voor gewone fietsers als snelfietsers, zouden niet vanzelfsprekend moeten zijn, maar dienen zeer kritisch bekeken te worden.
Er zijn geen ambities extra fiets en wandelpaden aan te leggen vanuit, of naar, Valkenhorst. Extra overlast vanwege verkeersdruk door fietsers zal gering zijn.
16.8
De indiener wijst erop dat twee Wassenaarse projectontwikkelaars 92 ha grond hebben gekocht, direct grenzend aan Valkenhorst, waarvan 60 ha in Wassenaar (noordrand). Deze informatie is door de ontwikkelaars zelf bekendgemaakt via de pers en op hun eigen website. Gezien de onduidelijkheid over de doelstellingen van deze projectontwikkelaars, wordt gepleit voor strategische aandacht voor dit gegeven. De indiener verwijst hierbij naar een bijlage met een persbericht van DHG d.d. 29 oktober 2024 en een artikel uit de Katwijkse krant.
Het college treedt graag in overleg met de ontwikkelaar(s), teneinde de doelen zoals gesteld in het programma te kunnen verwezenlijken.
16.9
De indiener merkt op dat er duidelijkheid moet komen over de vraag of er al dan niet een autoverbinding vanuit Valkenhorst naar de bocht in de Katwijkseweg en verder naar Wassenaar gepland is. De indiener pleit er krachtig voor dat Wassenaar niet zou moeten meewerken aan een derde ontsluiting richting Wassenaar, onder welke naam dan ook. De indiener benadrukt dat dit punt opgenomen dient te worden in de bij te werken versie van het programma.
In het Programma voor de Noordrand wordt niet voorzien in een autoverbinding vanaf de N441, alsook het huidige bestemmingsplan van Woongebied Valkenhorst. Door Katwijk wordt nog onderzocht of er een busverbinding passend is, als alternatief op een busverbinding over de N441. Het college heeft hier nog geen standpunt over ingenomen.
16.10
De indiener concludeert dat het ontwerp-programma als inspraakstuk ongeschikt is voor het betrekken van de bevolking en belanghebbenden bij de ontwikkeling van een toekomstvisie voor de Noordrand. Er zal een meer uitgewerkt document moeten worden gepresenteerd, waarin (externe) ruimtelijke ordening-deskundigen een cruciale rol spelen in de samenstelling. Alleen met een ruimtelijke ordening-benadering kan het gebied effectief beschermd worden en kunnen ontwikkelingen goed worden gestuurd. De indiener acht het ontwerp-programma ongeschikt voor inspraak en, vanwege de incompleetheid, ook niet geschikt voor vaststelling door de raad als vervolgstap richting een visie. Het stuk zou eerder een beleidsnota vanuit de Wassenaarse ruimtelijke ordening moeten zijn, waaruit een toekomstbeeld voor de Noordrand kan voortvloeien.
Het Programma is een beleidsmatige uitwerking van de door de gemeenteraad vastgestelde Structuurvisie en de Nota van Uitgangspunten Groene Zone. In het Programma wordt een concrete invulling gegeven aan de beleidsmatige en strategische keuzes die op hoofdlijnen zijn vastgelegd. Het programma bevat een voldoende uitwerking van de reeds op hoofdlijnen vastgestelde structuurvisie en de nota van uitgangspunten en is daarmee voldoende concreet voor inspraak en participatie.
17.1 Particulier
Indiener vraagt om verduidelijking over de plannen voor kleinschalige woonconcepten, detailhandel en horeca bij de sloop van agrarische gebouwen aan de Hoge Klei en Verlengde Hoge Klei:
1.
1. Wat is de visie hierachter? 2. Heeft dit gevolgen voor de exploitatie van agrarische gronden? 3. Hoe worden agrarische activiteiten beschermd en welke schriftelijke garanties biedt de gemeente? Daarnaast wordt gevraagd of agrarische schuren behouden blijven voor agrarisch gebruik in de toekomst.
De gedachte achter kleinschalige woonconcepten aan de Hoge Klei/Verlengde Hoge Klei is dat het lint stedenbouwkundig geintensiveerd kan worden, en meer als lint ervaren kan worden. Zie ook beantwoording van 16.2. 2. Uitgangspunt is dat nieuwe ontwikkelingen en/of ambities geen belemmering mogen zijn voor bestaande activiteiten. 3. Bij toetsing van mogelijke ambities aan de Hoge Klei/Verlengde Hoge Klei zal het uitgangspunt bij punt 2. worden gehanteerd. Dit geldt ook voor het huidige gebruik van de agrarische schuren, mits deze voor agrarisch gebruik ingezet worden.
22
Programma Noordrand
Nota van Zienswijzen en wijziging
23
Nummer/ Samenvatting zienswijze indiener
Beantwoording
17.2
De indiener vraagt zich af wat de betekenis van ‘stadslandbouw’ op de Hoge Klei kan zijn, zoals genoemd in het voorontwerp, en of dit enkel bestemd is voor ondernemers. De indiener uit bezorgdheid over de juridische complicaties die kunnen ontstaan door de vermenging van burger en bedrijfsvoering, zoals eerder het geval was bij een woningconcept.
Met stadslandbouw wordt bedoeld dat sprake moet zijn van een bedrijfsmatige aanpak. Een volkstuinencomplex bijvoorbeeld wordt niet bedoeld.
17.3
De indiener merkt op dat de opening voor de ontwikkeling van woonconcepten in de nieuwste versie van de voorontwerpen voor de Groene Zone/Noordrand leidt tot versnippering van het gebied. Het oorspronkelijke doel was het behouden voor agrarische functies. De indiener stelt voor deze opening voor woonconcepten te verwijderen en een voorkeursverplichting in te stellen voor de ontwikkeling van agrarische activiteiten.
Zie ook 17.1. In dit gebied blijkt reguliere landbouw niet meer van de grond te komen. Om stagnatie te voorkomen wordt in het Programma de ambitie neergelegd om te komen tot nieuwe vormen van wonen en werken.
18.1 Stichting Vrienden van Wassenaar
Indiener merkt op dat het ontwerpprogramma Noordrand tot stand is gekomen na uitgebreide consultatie van de omgeving, waarbij brede input uit de samenleving is verzameld over wensen, ideeën en opgaven in het gebied. Echter, het programma bevat geen maatregelen om doelstellingen te bereiken, waardoor het niet voldoet aan de eisen van een programma zoals bedoeld in de OW. Dit roept de volgende vragen op: 1) Bent u het er mee eens dat het “Ontwerpprogramma Noordrand” geen programma is zoals dat wordt bedoeld in de OW? Hoe moeten we dit document dan wel karakteriseren?
Het programma Noordrand is een op de Noordrand betrekking hebbende gebiedsgerichte nadere uitwerking van de Structuurvisie “Wassenaar 2025, Landgoed aan Zee” en door de raad in 2020 vastgestelde Nota van uitgangspunten. Het programma bevat tevens een aantal maatregelen om de doelstellingen van het programma te realiseren. Daarmee voldoet het programma aan de wettelijke eisen die artikel 3.5 aanhef onder a. en b. van de Omgevingswet stelt aan de inhoud van zogenaamde onverplichte programma’s.
18.2
2) Hoe past dit document in de beleidscyclus voor de fysieke leefomgeving zoals de OW die hanteert, en meer specifiek hoe verhoudt het zich tot de Structuurvisie?
De Structuurvisie “Wassenaar 2025, Landgoed aan Zee” blijft op grond van het overgangsrecht zijn geldigheid houden. De Omgevingswet biedt de mogelijkheid dat programma’s ook een nadere uitwerking kunnen zijn op nog onder het overgangsrecht van de Omgevingswet geldende structuurvisies. Het programma kan de grondslag vormen voor normstellende besluiten zoals het omgevingsplan en omgevingsvergunningen en is daarmee ook onderdeel van de beleidscyclus die de Omgevingswet voor ogen heeft. Het Programma wordt tenslotte meegenomen in het voorbereidingsproces voor de Omgevingsvisie.
18.3
3) In 2017, bijna 8 jaar geleden is de structuurvisie ‘Wassenaar 2025, ‘Landgoed aan zee’ vastgesteld. In deze structuurvisie wordt zoals de naam al suggereert een visie voor Wassenaar in 2025 geschetst. Inmiddels is het 2025. Wanneer kunnen we een programma, in de betekenis die de OW hiervoor geeft, voor de Noordrand verwachten?
De structuurvisie “Wassenaar 2025, Landgoed aan Zee” blijft op grond van het overgangsrecht geldig tot de omgevingsvisie wordt vastgesteld. Zie ook de beantwoording van de zienswijze onder 18.1
18.4
Indiener vraagt zich af in hoeverre er daadwerkelijk sprake is van een ecologische verbinding, aangezien de A44 voor alle niet-vliegende dieren een onoverbrugbare barrière vormt. Alleen bij het knooppunt Ommedijk is er een tunnel die een smalle passage onder de A44 biedt. Er zijn enkele vragen: 4) In hoeverre is er daadwerkelijk sprake van een ecologische verbinding tussen de duinen en het Groene Hart? Welke soorten verplaatsen zich nu daadwerkelijk over land via de Noordrand tussen de duinen en het Groene Hart?
De EVZ (Ecologische VerbindingsZone Lentevreugd - De Horsten) is uitgewerkt als onderdeel van NatuurNetwerkNederland, dat als doel heeft verschillende natuurgebieden aan elkaar te verbinden. De gemeente is een verplichting aangegaan met de provincie Zuid-Holland als gedelegeerde voor uitvoering van deze ecologische verbindingen. De doelsoorten (en de daarbij behorende natuurtypen) zijn met name ingezet op boommarter, eekhoorn, dwergmuis, bunzing, hermelijn, wezel, waterspitsmuis, rugstreeppad, bloedrode heidelibel, variabele waterjuffers, grote keizerlibel, glassnijder, vroege glazenmaker, bruin blauwtje, oranjetipje, koevinkje, hooibeestje, groot dikkopje, bittervoorn, kleine modderkruiper, snoek, kroeskarper, vetje, zeelt, paling en nauwe korfslak. Ook kunnen diverse vogels deze verbinding als broedbiotoop benutten. Hierbij wordt overigens nog wel aangegeven dat de N44 een knelpunt is voor diverse doelsoorten, waaronder vissen. De bovengenoemde soorten zijn afkomstig uit de (Herziene) Nota Ecologische Verbindingen in de provincie Zuid-Holland, versie 2, 28 augustus 2017, opsteller: ATKB
18.5
5) Deelt het college de constatering dat de A44 een veel groter obstakel is dan de N441 voor de migratie over land van en naar het Groene Hart? En dat er dus met name maatregelen nodig zijn om de barrière van de A44 te verminderen?
Het college deelt deze mening.
24
Programma Noordrand
Nota van Zienswijzen en wijziging
25
Nummer/ Samenvatting zienswijze indiener
Beantwoording
18.6
6) Zou het daarom niet veel logischer zijn om de grens van het plangebied ten oosten van de A44 te leggen zodat breder, en niet alleen bij het knooppunt Ommedijk gezocht kan worden naar een ecologische passage van de A44? Dit is ook wat de figuur op bladzijde 7 suggereert?
Bedrijventerrein Maaldrift en de A44 is de vormen de grens van het gebied, zoals aangegeven in de Nota van Uitgangspunten die is opgesteld. Het proces heeft zich tot nu toe op dit gebied gericht. De suggestie om ook een programma te ontwikkelen voor de overzijde van de A44 neemt het college mee.
18.7
Indiener is voorstander van het benoemen en consequent hanteren van de uitgangspunten voor de inrichting van het gebied, zoals vermeld in het ontwerpprogramma van de Noordrand. Echter, in tegenstelling tot het college, vindt de indiener de leidende principes niet concreet genoeg en twijfelt men aan de samenhang tussen de principes, met name tussen het eerste en tweede, en het tweede en derde principe. Tevens vraagt men zich af of het eerste en derde principe daadwerkelijk verschillende principes zijn. Dit roept de volgende vragen op: 7) Kunt u de samenhang tussen de drie leidende principes toelichten?
De samenhang tussen de verschillende leidende principes wordt in het Ontwerpprogramma toegelicht. Deze toelichting wordt overgenomen in het Programma.
18.8
8) In hoeverre is er sprake van overlap tussen het eerste en het derde principe?
Er is sprake van een ‘lagenbenadering’, waarbij het eerste principe gaat over het gebruik van het gebied en het derde principe over de fysieke gesteldheid. Hiertussen zit interactie, waarbij de fysieke gesteldheid bepalend is voor het gebruik.
18.9
9) In hoeverre is er sprake van hiërarchie tussen de drie leidende principes?
Zoals bij 18.8 is aangegeven is de fysieke gesteldheid vrijwel niet te manipuleren/veranderen dan het landschap en het gebruik. In die zin is hier sprake van hierarchie. De leidende principes moeten in onderlange samenhang worden gebruikt.
18.10
Indiener stelt dat, hoewel uit de formulering van het principe blijkt dat er enige erkenning is voor de spanning tussen moderne landbouw en natuurbescherming, het ontwerpprogramma te gemakkelijk aan deze tegenstelling voorbijgaat. Omdat het programma geen concrete aanwijzingen geeft over hoe dit gerealiseerd moet worden, heeft indiener veel vragen over de praktische invulling van het leidende principe “agrarisch met ruimte voor de natuur.” Dit roept de volgende vragen op: 10) Welke ecologische waarden worden bedoeld?
De exacte ecologische waarden worden uitgewerkt. Momenteel werkt het college aan een uitwerking op de Landschappelijk Ecologische SysteemAnalyse (LESA) die de ecologische kwaliteiten en kansen in kaart brengen. Aan de hand hiervan kan exact bepaald worden welke natuurtypen en beheer het meest passend is in combinatie met agrarische bedrijfsvoering.
18.11
11) Voor welke soorten, afgezien van Bos primigenius taurus, Equus ferus caballus en Lolium perenne, zorgen de agrariërs voor leefbaarheid?
Er zijn in en buiten Nederland voldoende goede voorbeelden van duurzame agrarische bedrijfsvoering, waarbij ecologische waarden worden behouden danwel versterkt. Met name de Kokshoornpolder, dat tegen Natura2000-gebied ligt, is gebaat bij een meer ecologisch beheer. Wassenaarse agrariers hebben aangegeven hier open voor te staan. Voorwaarde hiervoor is een duurzame instandhouding van agrariers in de Noordrand.
18.12
12) Wat wordt precies bedoeld met het versterken van de relatie tussen landbouw en natuur?
Hier wordt mee bedoeld dat het de ambitie van het college is, dat de agrariërs ook aan de slag gaan met agrarisch natuurbeheer en op die manier de bedrijfsvoering diverser wordt.
18.13
13) Welke weide- en akkervogels komen nu nog voor in de Noordrand? Hoe ontwikkelen deze populaties zich? Welke soorten zijn gewenst? Wat is daarvoor nodig?
Doel van de ingrepen die op de gronden van het Rijksvastgoedbedrijf zijn gedaan is de areaalcompensatie voor de Veldleeuwerik en Graspieper. De ingrepen die zijn gedaan in de ‘Natuurzone’ zijn erop gericht een goede habitat te vormen voor deze soorten, alsmede flora en fauna dat zich bij deze doelsoorten verhoudt. Momenteel vindt een telling plaats op de onlangs aangelegde ‘Natuurzone’ (voormalige landingsbaan van Valkenburg). De uitkomsten van deze telling zijn nog niet bekend.