Bijlage 2. Handboek Band II
Tekst van het document
HANDBOEK WELSTAND & BEELDKWALITEIT WASSENAAR
BAND II
HANDBOEK WELSTAND & BEELDKWALITEIT WASSENAAR BAND II
december 2003
samenstelling
WELSTANDSNOTA WASSENAAR
CH & PARTNERS stedebouw en landschap, Den Haag
SEVENHILL urban producers, Rotterdam
VOLTA 43 procesmanagement, Rotterdam in opdracht van
Gemeentebestuur Wassenaar
2010
redactie
digitalisering wijzigen lay-out
HERZIENING WELSTANDSNOTA WASSENAAR
M&MD architectuurhistorisch en stedenbouwkundig adviesbureau
Crotec
NieuwBlauw Stedenbouw en landschapsarchitectuur
Band II
Bij de omslag Wassenaar is als een Schotse Ruit: een weefsel van lijnen, zones en richtingen, dat tot een sterk en karakteristiek patroon heeft geleid. Binnen dit hoofdbeeld zijn verschillende types te onderkennen. Elke buurt of wijk bezit zijn eigen specifieke ruit: de een is groener, de ander roder gekleurd, de een fijnmaziger dan de ander, maar alle gebaseerd op dezelfde structuur van lange lijnen. Elke ruit met zijn eigen identiteit heeft eigen richtlijnen; soms is er overeenkomst met een andere ruit maar uiteindelijk is elke Schotse Ruit uniek.
[2]
Handboek Welstand & Beeldkwaliteit
B a n d II
Inhoudsopgave band II INLEIDING: OVER WELSTAND IN WASSENAAR Welstandstoezicht Inspirerend kader Leeswijzer
DEEL 1 BEELDKWALITEIT 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7 1.8
Beeldkwaliteit als kader Structuurbeeld: Schotse Ruit Landschaps-eenheden Beelddragers Cultuurhistorie Beschermd Dorpsgezicht Morfologie van verstedelijking Het belang van de openbare ruimte
DEEL 2 GEBIEDEN: INVENTARISATIE EN CRITERIA 2.1 2.2 2.3 2.4
Beeldkwaliteit en welstand per buurt Buurtbeschrijving en kaartreeks Welstandscriteria Inventarisatiie en criteria per deelgebied 1 Katwijkseweg / Kokshorn 2 Rijksdorp 3 Oostdorperweg Noord 4 Ammonslaantje/Deylerhoeve 5 Maaldrift 6 Bedrijventerrein Maaldrift 7 Oostdael 8 Amerikaanse School/Duinstede 9 Weteringpark 10 Ter Weer 11 Zuidwijk 12 Aronskelkweg e.o. 13 Oostdorperweg en Hoge Klei 14 Van Polanenpark / Starrenburg 15 Zijlwatering 16 Deijleroord 17 Schulpwei 18 Oostdorp 19 Havenkanaal 20 Van Zuylen van Nijeveltstraat 21 Duinrell 22 Dorp - Centrum 23 Santhorstlaan 24 Den Deijl 25 Storm van `s-Gravesandeweg 26 Spinbaan 27 Burchtplein 28 Prinsenwijk 29 De Paauw 30 De Horsten 31 Ter Veken
H a n dbo e k Welstand & B ee ldkwalite it
7
7 8 8
9
11 11 12 14 15 16 17 19
23
25 25 26 28 30 34 38 42 48 52 56 60 64 68 72 76 80 84 90 96 100 104 110 114 120 124 130 134 138 144 150 154 160 164 168
[3]
Band II
32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 60 61
DEEL 3 BIJLAGEN
De Drie Papegaaien 172 Backershagen / Rijnlands Lyceum 176 Duinauwe en Wildrust 182 Groot Haesebroek 186 Landgoed Groot Haesebroek 192 Van Ommeren 196 Rust en Vreugd 202 Eikendael 208 De Bloemert 214 Duivenvoordse Polder 218 Kievietsduin 222 De Kieviet 226 Oud Wassenaar 232 Oud Clingendaal 238 Blankenburg en Voorlinden 242 Clingenbosch 248 Stoephout 252 Nieuw Wassenaar 256 Kerkehout 262 Binnenklingen 266 De Wittenburg 272 Persijn 276 Langenhorst 280 De Bijhorst 284 Groenendaal-Amonsvlakte 288 Landgoed Duindigt 292 Clingendael en Oosterbeek / 59 Van Alkemadelaan (ANWB) 296 Wassenaarse Slag 300 Meijendel 302
Bijlage A Straatnamen Bijlage B Literatuuroverzicht
[4]
305
Handboek Welstand & Beeldkwaliteit
B a n d II
H a n dbo e k Welstand & B ee ldkwalite it
[5]
Band II
Topografische kaart Wassenaar
[6]
Handboek Welstand & Beeldkwaliteit
B a n d II
Inleiding: over welstand in Wassenaar Wassenaar is een gemeente met een bijzondere ontwikkelingsgeschiedenis en een rijke cultuurhistorie. Het landschap bestaat uit verschillende eenheden waarin aantrekkelijke kwaliteiten terug te vinden zijn. De duinen, bossen en het weidegebied maken deel uit van de ecologische hoofdstructuur. De lanen en weteringen vormen een bijzonder openbareruimte-netwerk in het strandwallenlandschap. De landgoederenzone is een fraai aaneengesloten woonlandschap van aangelegde en ontworpen woonwijken, parken en tuinen, waar openbare ruimte en objecten op een bijzondere wijze bijeen komen. De vele monumenten en karakteristieke gebouwen uit verschillende periodes getuigen hiervan. Ook op andere plaatsen in de gemeente zijn bijzondere ensembles en woonbuurten gerealiseerd. Er is geïnvesteerd in kwaliteiten van de openbare ruimte, in erven en in bebouwing en in een verzorgd beeld van gebouw en landschap. Het resultaat van deze ontwikkelingsgeschiedenis als geheel maakt deel uit van het Nederlandse cultuurpatroon. Wassenaar bezit een groen en hoogwaardig structuurbeeld dat de moeite van het bewaren en bewaken meer dan waard is. Daarmede ligt de eerste prioriteit in Wassenaar bij instandhouding en waar mogelijk versterking van de bestaande structuur.
Behoud van de landschappelijke ondergrond, stedebouwkundige patronen, van monumenten en cultuurhistorische waarden is inzet van gemeentelijk beleid en planvorming. De vergroting van het Beschermd Dorpsgezicht “Landgoederenzone Wassenaar” is hier een voorbeeld van, evenals de opname in de Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS) en de nota Belvedere1. Daarnaast dient er ruimte te zijn voor nieuwe programma’s en activiteiten als neerslag van een veranderende samenleving, en hiermee voor nieuwe monumenten. Ruimtelijke ontwikkelingen zijn van alle tijden en ook Wassenaar groeit en transformeert, zij het langzaam. Naast planologische kaders vraagt dit ook om regelgeving ter bescherming van de beeldkwaliteit, en om een gemeentelijk architectuur-, welstands- en monumentenbeleid.
Welstandstoezicht
Welstandstoezicht is ingesteld vanuit de overtuiging dat de lokale overheid het publieke belang van een aantrekkelijke gebouwde omgeving dient te behartigen. Een bouwwerk maakt deel uit van de openbare ruimte en zodoende is de verschijningsvorm ervan mede een publieke zaak. Een burger of instantie is vrij om met zijn eigendom te doen wat men wil, zolang afzonderlijke wensen afgewogen worden tegen een gezamenlijke meerwaarde en kwaliteit. De publieke belangen prevaleren boven het individueel verlangen. Want een ieder is gebaat bij een aantrekkelijke, goed verzorgde omgeving ter verhoging van de woon- en leefkwaliteit. Ook het algemeen belang van het bewaken van toekomstige (cultuur)historische ruimtelijke kwaliteiten wordt hiermee gewaarborgd. Maatschappelijke veranderingen zoals individualisering, toenemende verstedelijking, een terugtredende overheid, en een mondigere burger nopen tot verandering van de werkwijze van het welstandstoezicht. Niet zozeer in zijn adviesrol, maar in de procedures en de maatstaf van beoordeling. Veelal worden in de huidige situatie plannen enkele malen teruggestuurd voordat een positief welstandsadvies wordt gegeven. Dit wordt door de aanvrager als vertragende willekeur ervaren, mede omdat er (van te voren) geen gewenst beeld is vastgelegd.
In de gewijzigde Woningwet van 2002 werd naast een vereenvoudiging van de bouwvergunningprocedures ook een nieuwe werkwijze voor welstandstoezicht ingesteld. Het doel van het nieuwe welstandsbeleid was het voeren van een effectief en duidelijk welstandstoezicht. Opdrachtgevers en architecten kunnen zich nu al in een vroeg stadium op de hoogte stellen van de welstandscriteria die van toepassing zijn. Hiermee wordt voorkomen dat de planvorming stuk loopt op een achteraf geformuleerd oordeel. Duidelijke kaders en criteria dragen hieraan bij. Met het welstandsbeleid wordt bovendien richting gegeven aan
H a n dbo e k Welstand & B ee ldkwalite it
[7]
Band II
een architectuurbeleid van de gemeente. Een Wassenaars architectuurbeleid is gewenst om het lokale architectuur-debat te voeden, teneinde de architectonische kwaliteit van nieuwbouw-projecten te bevorderen en daarmee de beeldkwaliteit in Wassenaar te versterken.
Inspirerend kader
Het Handboek Welstand & Beeldkwaliteit vormt meer dan een vangnet om bouwplannen (zowel verbouw als nieuwbouw) zoveel mogelijk aan de beoogde kwaliteit te laten voldoen. Kwaliteitscontrole moet niet als keurslijf gezien worden - ruimte voor nieuwe eigentijdse architectuur moet mogelijk zijn en is zelfs gewenst. Het Handboek beoogt een inspirerend kader te zijn voor architectonisch bouwen temidden van de waardevolle landschappelijke context en de ruimtelijke kwaliteiten van Wassenaar.
Leeswijzer
De inhoud van het Handboek Welstand en Beeldkwaliteit valt uiteen in twee banden. In band I staat het algemene kader van Welstand en Beeldkwaliteit in Wassenaar centraal. In band II wordt van de te onderscheiden deelgebieden van de gemeente een beeldkwaliteitbeschrijving gegeven, gekoppeld aan een welstandsregime.
_______________ 1 Cultuurhistorische Hoofdstructuur Zuid-Holland is afgerond. De nota Belvedere is de beleidsnota van het ministerie OCenW over de relatie cultuurhistorie en ruimtelijke inrichting, 1999
[8]
Handboek Welstand & Beeldkwaliteit
B a n d II
DEEL 1 BEELDKWALITEIT
H a n dbo e k Welstand & B ee ldkwalite it
[9]
Band II
[ 10 ]
Handboek Welstand & Beeldkwaliteit
B a n d II
1.1
Beeldkwaliteit als kader Als kwalitatief kader is beeldkwaliteit reeds ingezet in de Structuurvisie. Dit is de beleidsnota over ruimtelijke eigenschappen en ontwikkelingen van de gemeente. Het maakt het ambitieniveau van Wassenaar zichtbaar, gekoppeld aan het instrumentarium voor behoud, bescherming, beheer en ontwikkeling. In dit handboek wordt beeldkwaliteit specifiek ingezet als deel van het toetsingskader waaraan bouwaanvragen en gemeentelijke (her-) inrichtingsplannen onderworpen worden.
1.2
Structuurbeeld: Schotse Ruit Wassenaar heeft een historisch waardevolle en sterke ondergrond. De wijze waarop uitleg en bebouwing door de eeuwen heen op het landschap hebben gereageerd, levert een begrijpelijke, goed herkenbare hoofdstructuur op. De lange lijnen op de strandwallen, de weteringen in de strandvlaktes, en de aangelegde korte dwarsverbindingen hebben tot een aantrekkelijk raamwerk van openbare ruimten geleid. Door deze historisch ruimtelijke ontwikkeling is er een afwisseling van volte (begroeiing en bebouwing op de strandwallen) en leegte (strandvlaktes) gevormd. Dit landschap is uniek door de wijze waarop met een specifiek repertoire woonmilieus het raamwerk in de loop van eeuwen is ingevuld. Landgoederen, buitenplaatsen en villa-wijken hebben zich hierbinnen gevoegd en hebben tot het groene `buiten-beeld` van Wassenaar geleid. Ook het landschap aan de noordrand van Wassenaar, de polders achter de stroomrug van de Oude Rijn, kent een eigen consistentie in opbouw en gebruik. Hier gaat het landschap van lange lijnen over in een blokverkaveling. De weidsheid en openheid in alle richtingen zijn kenmerkend. Tezamen met uitgegroeide buurtschappen (Den Deijl, Oostdorp en Kerkehout) en een suburbaan, in delen uitgebouwd dorp zijn zo meerdere Wassenaars ontstaan.
Een gevarieerd patroon van verschillende occupaties, een “groen en rood” landschap is het resultaat van cultuurhistorische ontwikkelingen binnen de Hollandse traditie. De overgang van zand en duinen naar veen en weides heeft in verschillende vormen en op verschillende tijdstippen plaatsgevonden. De hoofdstructuur van de ondergrond draagt bij aan een betekenisvolle organisatie van ruimte en bebouwing. Een weefsel van lijnen, zones en richtingen dat tot een sterk en karakteristiek patroon heeft geleid: een ‘groen getinte, Schotse ruit’. Hoewel niet overal aanwezig in de ondergrond (zoals in de noordrand) dekt dit motief wel de onderlaag van het structuurbeeld: een herkenbaar patroon, een overheersende kleur (groen) en een stabiel geheel dat indien nodig `versteld` kan worden. In de loop der tijd is ook de “Schotse Ruit” aan verandering onderhevig geweest, en zal dat ook in de toekomst blijven. Economische en maatschappelijke processen initiëren nu eenmaal ruimtelijke dynamiek. Deze dynamiek heeft altijd plaatsgevonden binnen het bestaande raamwerk; hier en daar heeft dit zich verdicht door de aanleg van nieuwe lanen en dwarsverbindingen; de karakteristiek is echter niet veranderd. In de programmatische invulling van de Schotse Ruit zit de noodzakelijke flexibiliteit om op maatschappelijke ontwikkelingen te kunnen reageren. Binnen het stel-
H a n dbo e k Welstand & B ee ldkwalite it
Structuurbeeld
[ 11 ]
Band II
sel van structuurbepalende elementen liggen gebieden met algemene en meer specifieke programma’s, bebouwd èn onbebouwd. Wisselend gebruik door de tijd heen (agrarisch, recre- atief) heeft zich bijna altijd binnen de Schotse Ruit gevoegd, en zo nu en dan weer plaats gemaakt voor nieuwe functies. Daarbij is vooral het woonprogramma in omvang toegenomen en het agrarisch gebruik afgenomen. Hoewel de karakteristiek van een groen milieu een wezenlijke bijdrage levert aan het woon- en leefmilieu in Wassenaar staat het zowel binnen als buiten de bebouwde kom nog altijd onder druk. De positie van Wassenaar tussen de verstedelijkte regio’s van Den Haag en Leiden leidt tot aanspraken in gebruik van zowel het onbebouwde deel (recre- atieve mogelijkheden) als het bebouwde deel (geliefd woonprogramma). Daarmee staat niet de structuur ter discussie maar de wijze waarop in het maatschappelijk krachtenveld enerzijds behoud en versterking, en anderzijds vernieuwing en verandering gestalte krijgen. De leesbaarheid van Wassenaar is in drie noord-zuidzones te vatten: I
De kustzone van strand en duinen: de natuur als overgangsgebied van verstedelijkt achterland en binnenduinrand naar de zee toe. Een gebied met beschermde status, deel uitmakend van de zeewering, ten dienste van drinkwaterwinning en in gebruik voor extensieve vormen van recreatie en sport
II De occupatiezone: de zone op en tussen de strandwallen waar de bebouwings- en nederzettingstructuur van Wassenaar vorm heeft gekregen: extensieve groene verstedelijking (landgoederen, buiten- plaatsen, villabuurten), de buurten en uitbreidingen rondom het oude dorp, en de defensie-nederzetting van het vliegkamp Valkenburg III De open-weidezone: het open agrarisch landschap van de strand- vlakte en veenweidegebied. De polder als groene buitenkamer met betekenis als buffergebied en ecologische corridor tussen de duinen en het Groene Hart. Een gebied dat kwetsbaar is voor sluipende verstedelijking aan de randen.
1.3
Landschaps-eenheden Binnen de bovengenoemde drie functionele zones is Wassenaar onder te verdelen in vijf ruimtelijke landschapseenheden. Het zijn gebieden met een eigen samenhang en identiteit, ontleend aan hun ligging, aan eigenschappen van de ondergrond en/of de geschiedenis.
Drie Zones
[ 12 ]
Landschapseenheden
Handboek Welstand & Beeldkwaliteit
B a n d II
Deze gebieden zijn: 1. 2. 3. 4. 5.
de duinen:een reliëfrijk gebied met openheid (duinpannen,vennetjes), geslotenheid (duinbossen) en vergezichten (duintoppen); het rivierlandschap van de Oude Rijn: een relatief leeg polderlandsc- hap met vergezichten; het strandwallenlandschap: de bossen als drager van een warande- milieu; een gesloten gebied met af en toe kamers erin (weides); het weidelandschap: een open ruimte, die wordt omsloten door bebou- wing en bos; Wassenaar-plaats: het intensief bebouwde deel van de gemeente.
De randen van de verschillende landschapstypes vormen interessante overgangen tussen open en gesloten, tussen vlak en reliëf. Op sommige plaatsen zijn deze randen duidelijk en hard, op andere plaatsen zijn zij rafelig en onduidelijk. Vanuit het weide-gebied is er een gaaf zicht op de strandwallen met daarachter de duinen. Ook bijzonder is de duinenrij langs de kust. Wanneer men hier vanuit land overheen komt, heeft men een vergezicht over de Noordzee. 1. Duinen De Duinen vormen een belangrijk gebied voor Wassenaar, maar ook voor grote delen van Zuid-Holland. Het glooiende gebied met zijn (voor Hollandse begrippen hoge) duintoppen is een wereld op zich. In fraai contrast met de horizontaliteit van de zee en het vlakke achterland van polders. Dit stuk natuur is op vele plaatsen ook door mensen handen gemaakt en behouden: de duin-ontginningen van o.a. Meijendel, kolo- nisatie bij het Kievitsduin. In het gebied zijn op bescheiden schaal en vanuit diverse perioden infrastructurele werken toegevoegd, sommige nog in werking (drinkwater), andere slechts aanwezig als herinnering aan (verdedigingswerken). 2. Polders van de Oude Rijn De polders aan de noordkant zijn sterk gericht op de loop van de Oude Rijn. Anderzijds zijn hier nog uitlopers van de strandwallen te vinden (Oostdorperweg, Maaldrift).
De Ruijgelaanse, Zonneveldse en Omme- dijkse polders liggen behalve in Wassenaar ook in het grondgebied van de gemeenten Katwijk en Valkenburg. In tegenstelling tot het strandwallenlandschap met zijn strokenverkaveling, is de blokverkaveling hier kenmerkend. De leegte van de polder wordt versterkt en in stand gehouden door de aanwezigheid van het marinevliegkamp. Temidden van de weilanden met een agrarische en ecologische (corridor) functie liggen hier -deels op de strandwaluitlopers- de elementen en functies van het techno-arcadische niemandsland die men niet binnen de stad kwijt kan: de resten van de Atlantikwall, een bedrijventerrein, defensie-complexen, een zandwinput en een slib- opslag. Binnen de verstedelijkte Deltametropool heeft dit relatief lege gebied bijzondere kwaliteiten die het behouden waard zijn (openheid, leegte,vergezichten). 3. Warande-zone: Landgoederen en villawijken Van oorsprong een strandwallenlandschap, gekenmerkt door een zandbodem en de aanwezigheid van bos; in de loop der tijden in cultuur gebracht door de aanleg van landgoederen en buitens. De extensiteit van de buitenplaatsen is een van de kenmerken voor dit gebied. Ruime bossen en parken met weinig bebouwing zorgen voor rust en een haast serene sfeer. Open velden (landschapskamers) contrasteren met de bossen en het reliëf van de strandwallen en jonge duinen.
De monumentale panden liggen in een ontworpen landschapstructuur; vaak in een middelpunt van zichtassen. Het gebied heeft vooral betekenis voor recreatie, cultuurhistorie en natuur, maar bezit ook een stedelijk programma in de vorm van bijzonder wonen (instellingen) en instituten. In de warandezone liggen de villadorpen en appartementen complexen op de verbouwde
H a n dbo e k Welstand & B ee ldkwalite it
[ 13 ]
Band II
landgoederen en buitens. Dit woonmilieu van rijke oude suburbs is typerend voor Wassenaar, maar komt ook op andere plaat- sen zoals Bloemendaal en Aerdenhout voor. Kenmerkend is het groene karakter van deze wijken. Vanaf de weg zijn de meeste huizen groot- deels aan het oog onttrokken door tuinaanleg met heggen en struiken. Door de grootte van de kavels zijn de tuinen ruim, en zijn de vrijstaande villa en twee-onder-een-kapper het meest voorkomende type. Deze zijn ruim en goed onderhouden; naast de villa’s uit het begin 20ste eeuw zijn ook moderne varianten te vinden. De appartementencomplexen zijn van recente datum. 4. Veenzijdse Polders De openheid van de strandvlakte is nog terug te vinden in de polders aan de oostzijde: een uniek en gaaf gebied, verbonden met het achterliggende veenweidegebied. Die leegte contrasteert met de bosrijke strandwallen. Op de achtergrond bakenen de duinen de overgang van het land naar de zee af. De Veenzijdse polder en Papenwegse polder vormen samen een opvallende groene kamer in de Randstad vanaf Mariahoeve tot aan Leiden. Het gebied heeft met name een agrarische en natuurfunctie naast een opvallende belevingswaarde. Naast een bescheiden bebouwing leiden enkele recreatieve routes door het gebied heen. 5.
Wassenaar-Plaats: dorp, buurten en wijken Wassenaar-plaats is ontstaan uit een vroeg dorp van voornamelijk boer- derijen rondom een 11e eeuwse kerk. Langs de toegangswegen ontstond lintbebouwing. In de loop van de 19e eeuw vond in het dorp verdichting van bebouwing plaats. Aan het begin van de 20e eeuw werd de buurt rond de R.K.-kerk gebouwd voor de middenstand met oriëntatiepunten als de kerktoren en het Burchtplein. Tegelijkertijd werd Kerkehout ontwikkeld en Oostdorp gebouwd met sociale woningbouwcomplexen (o.a. Granpré Molière). Rond de jaren dertig werden plannen gemaakt voor een grote uitbreiding van Wassenaar naar idee van architect Mutters waarvan slechts delen zijn gerealiseerd (Binnenweg e.o. en Deyleroord). Op basis van dit eerste bestemmingsplan maakten Dudok (Cornelis de Wittstraat, Adriaan Pauwstraat), en Froger (Zijlwatering) verdere bouw en bestemmingsplannen. Deze wijken werden voornamelijk aan de noordzijde gebouwd, echter zonder een overgangszone of vormgegeven stadsrand naar de polder toe. Aan de zuidzijde is een geleidelijke overgang naar de warandezone. De Weteringzone en het Havenkanaal hebben beide een karakteristiek die nog niet onderkend is.
1.4
Beelddragers Binnen de landschapseenheden liggen verbindende stelsels die voortkomen uit de ondergrond. Deze ruimtelijke netwerken vertegenwoordigen naast een infrastructurele functie (waterhuishouding, verkeer) ook culturele en belevingswaarden; zij werken als beelddrager van de structuur. De lanen op de strandwallen vormen de hoofddragers: in de warandezone maar ook in de dorpsuitbreidingen van Wassenaar- plaats vormen zij een samenhangend lanenstelsel. De kwaliteit wordt gevormd door het profiel, de beplanting, en de wijze waarop de bebouwing in variaties deel uitmaakt van de ruimtelijke opbouw. Ze vormen een specifiek onderdeel van het openbare-ruimte-netwerk en tezamen met de fraai beplante en aaneengesloten landgoedparken staan ze model voor de groene kwaliteit van Wassenaar. Naast de lanen moet ook de betekenis van de weteringen als beeld- drager onderkend worden. Nu zijn ze als een geheim van Wassenaar verborgen, terwijl er in vroeger tijd dankbaar gebruik van werd gemaakt. Het water was onderdeel van de vervoersinfrastructuur en vormde een beeldelement dat de landschapstuinen bij de buitenplaatsen aanvulde. Het aaneenrijgen van de open ruimtes van de strandvlaktes, nu en dan afgewisseld met bos en bebouwing leidt tot een karakteristiek van open en dicht die vanaf de weteringen goed ervaarbaar is.
Wassenaar kenmerkt zich door een groot contrast tussen de openheid van de weideland-
[ 14 ]
Handboek Welstand & Beeldkwaliteit
B a n d II
schappen en de geslotenheid van de (strandwal)bossen. Er bestaat een grote verscheidenheid aan ruimte- soorten: open weides, gesloten bossen, reliëf op de strandwallen en in de duinen. De kwaliteiten van Wassenaar liggen in de concentratie van deze unieke landschaptypen en de overgangen van de ruimtesoorten. Openheid kan bestaan als `vlakte` (de leegte van het landschap) of als kamer (de leegte in het landschap). In de vlaktes zijn de zichten op de horizon en op het reliëf van de duinen van betekenis, in de kamers de zichten op de randen van de bossen. Ruimtelijke verbijzonderingen in het landschap zijn uitlopers van de strandwallen (zoals Santhorst, en het lint van de Oostdorperweg) en de afgegraven vlaktes langs de duinrand ten behoeve van de bollenteelt (o.a. Lentevreugd). Daarnaast worden de kwaliteiten gevormd door de architectonische bewerking van het landschap tot landgoed, buitenplaats, park of tuin met zichtassen, bijzondere bebouwing en landmarks. Van oudsher zijn de torens van zowel de N.H.-kerk in Wassenaar en als van de N.H.-kerk te Voorschoten die met name vanuit de weides goed zichtbaar zijn, voor Wassenaar opvallende gebouwen. Ook andere landmarks zoals de toren van de R.K.-kerk, de molen bij het Molenplein en de kerktoren van de Goede Herder in zuid zijn belangrijke oriëntatie-punten en mede iden- titeitdrager van Wassenaar.
1.5
Cultuurhistorie Bodem en landschap vormen de constante factoren in de geschiedenis van Wassenaar. Letterlijk en figuurlijk vormt het de ondergrond van de gemeente; fysiek ruimtelijk, maar ook in het mentale beeld. Het stratenpatroon kent een zelfde continue ontwikkeling. Op historische kaarten is al het patroon te zien dat heden ten dage in een groot gedeelte van de gemeente nog immer aanwezig is. Op sommige plekken heeft het netwerk zich verdicht. Langs de historische lijnen zijn de gebouwen als beelddrager op een bijzondere manier aanwezig: meer objectmatig dan continue. Wassenaar heeft een rijke en omvangrijke collectie architectonische objecten: naast oude landhuizen en boerderijen uit de 17de eeuw voornamelijk woonhuizen uit de periode 1800-1945. Hiermee is de rol van bebouwing als beelddrager opvallend en divers. In de landgoederen en buitenplaatsen neemt het huis door zijn positie een prominente plaats in. Landhuizen, gebouwd tot 1918, vormen een grotere architectonisch eenheid met toegangshekken, dienst- en portiers-woningen en garages of koetshuizen, die in dezelfde stijl zijn opgetrokken.
De villaparken, gebouwd na 1910, zoals De Kieviet, rond de buitenplaats De Paauw, De Drie Papegaaien en Het Rijksdorp zijn op ensembleniveau opvallend, omdat naast een ruim opgezette verkaveling en een landschappelijk stratenplan ook naar harmonie werd gestreefd tussen landschap, bebouwing en architectuur van de villa’s onderling. Zij zijn opvallende bouwstenen van het kenmerkende warandemilieu van Wassenaar. Naast een beperkt aantal dorpsuitbreidingen met een bijzonder karakter (sociale woningbouw in Oostdorp, het Burchtplein en omgeving), een serie fraaie openbare gebouwen uit de jaren ‘20 (van o.a. architect Co Brandes, waarvan teveel is gesloopt) en enkele architectonische ensem- bles, blijft karakteristiek dat het architectonisch object niet alleen zelf beeldbepalend is maar ook in combinatie met stedebouwkundige en landschaps-architectonische middelen. De oogst van bouwstenen aan deze collectie na 1945 is op een paar uitzonderingen na (karakteristieke wederopbouw, een incidentele villa) kwalitatief en kwantitatief achterge- bleven bij de mogelijkheden die Wassenaar te bieden heeft. Nieuwbouw moet bij zorgvuldige vervanging en vernieuwing ook kunnen leiden tot het toevoegen van opvallende en beeldbepalende gebouwen aan de Wassenaarse collectie. De geschiedenis heeft op (tuin- en landschaps)architectonisch gebied haar sporen nagelaten.
Met name uit de periode 1800-1945 zijn veel cultuurhistorisch waardevolle objecten aanwezig. Zij zijn geïnventariseerd in het Monumenten Inventarisatie Project (MIP) “Jongere bouwkunst en stedebouw 1800-1945 Wassenaar”. Hierin zijn zo’n 750 objecten uit Wassenaar opgenomen en beschreven. Van deze objecten is recent een gedeelte geselecteerd
H a n dbo e k Welstand & B ee ldkwalite it
[ 15 ]
Band II
en aangewezen als Rijksmonument. Ook van voor 1800 beschikte Wassenaar over een rijke collectie aan monumenten.
1.6
Beschermd Dorpsgezicht Het oude, kleine beschermde dorpsgezicht is uitgebreid met de ‘Landgoederenzone Wassenaar-Voorschoten-Leidschendam Voorburg’ de aaneengesloten reeks landgoederen en buitenplaatsen met landerijen, en de villawijken binnen Wassenaar aan weerszijden van de Rijksstraatweg. Op het grondgebied van Voorschoten behoren hiertoe ook enkele buitenplaatsen en een strook weilanden en landerijen die functioneel ooit deel uitmaakten van de landgoederenzone. Het gebied omvat de vrijwel aaneengesloten reeks 18e-, 19e- en 20e-eeuwse landgoederen en buitenplaatsen -inclusief hun uitgestrekte (duin)bossen en weidegronden - en een aantal met name uit de eerste helft van de 20e eeuw daterende villaparken, villawijken en middenstandswijken, veelal aangelegd op de gronden van voormalige buitenplaatsen. De strandvlakte ten oosten van de Rijksstraatweg telt bovendien een reeks boerderijen die dominant en markant zijn gesitueerd langs een uitgestrekt weidegebied. Het beschermde dorpsgezicht ‘Landgoederenzone Wassenaar- Voorschoten-Leidschendam Voorburg’ vormt zo een representatief en merendeels gaaf bewaard voorbeeld van een historische landgoederenzone met aangrenzende villaparken, waar de continuïteit van grondgebruik en landinrichting en de vroeg-20e-eeuwse suburbanisatie zich in relatief gave vorm naast elkaar laten herkennen.
De landgoederen en buitenplaatsen kennen vaak nog een historisch-functionele en/of visuele samenhang tussen de verschillende onderdelen. De villaparken hebben een planmatige aanleg, waarbij gebruik is gemaakt van aanwezige historisch-geografische en landschappelijke kenmerken en van aanwezige cultuurhistorische kenmerken van de buitenplaatsen en landgoederen. Het beschermde dorpsgezicht ‘Landgoederenzone Wassenaar- Voorschoten-Leidschendam Voorburg’ is van algemeen belang vanwege de gaafheid en de herkenbaarheid van de bijzondere en zeldzame historisch- geografische, cultuur- en architectuur-historische waarden, alsmede de stedebouwkundige complex- en ensemblewaarden. Met name is het gebied van belang: • als een kenmerkend, goed herkenbaar en zeldzaam voorbeeld van een gebied dat wordt gedomineerd door 18e- en 19e-eeuwse landgoederen- en buitenplaatsen en vroeg-20e-eeuwse landhuis- en villabebouwing, maar waarin ook het oorspronkelijk agrarisch karakter nog zeer duidelijk aanwezig is; • als een bijzonder voorbeeld van de intergratie van bestaande buitenplaatsen, landgoederen, (duin)bossen en sommige boerenbedrijven met een aantal gefaseerd en
Beschermd Dorpsgezicht en MIP-objecten
[ 16 ]
Handboek Welstand & Beeldkwaliteit
B a n d II
planmatig tot stand gekomen uitbreidingen van villa- en middenstandswijken, waarin deze elementen tot één uitgestrekt visueel samenhangend geheel zijn samengevoegd; • vanwege het open weidegebied met markant gesitueerde en monumentale boerderijen, die een thans zeldzame structurele samenhang vertonen.
1.7
Morfologie van verstedelijking
De occupatie en verstedelijking in Wassenaar is volgens verschillende (historische) lijnen verlopen en heeft zich geuit in een rijk repertoire aan stedebouwkundige patroon. De veelheid aan gebieden wordt bij elkaar gehouden en ruimtelijk gedragen door het stelsel van lanen en weterin- gen. In hoofdlijnen zijn er in de morfologie van de stedebouw drie hoofdprincipes te onderscheiden: verstedelijking langs een lijn, verstedelijking van of in een vlak, of verstedelijking in een punt (object). In de gebieds- inventarisatie worden de gebieden aan de hand van deze verstedelijk- ingsmorfolgie gecategoriseerd. I. Verstedelijking langs een lijn Van oudsher vormen lijnen een belangrijke drager voor occupatie en stedelijke ontwikkelingen. Niet alleen wegen van A naar B zijn hieronder te scharen. Ook landschappelijke lijnen zoals rivieren, weteringen en hoogtelijnen (overgang van hoog en droog naar laag en nat) vormen zulke dragers. Vaak betreffen het routes met belangrijke cultuurhisto- rische en/of landschappelijke waarden. Naast dit aspect bevat elk type lijn een ander ruimtelijk opbouw en beeld, met bijbehorende beeldkwa- liteitsaspecten. In Wassenaar zijn er de volgende verstedelijkingslijnen te typeren: Lanen: De historische lanen liggen over het algemeen op de hoger gelegen strandwallen, in de bosrijke landgoederenzone en het warande-milieu.
In de meeste gevallen vormen ze een oude route van Leiden naar Den Haag. Ze kenmerken zich in profiel door de flankering met bomen van monumentale grootte. Langs de lanen liggen in eerste instantie de buitenplaatsen. Theatrale oprijlanen naar het hoofdhuis worden bij de aansluiting op de laan benadrukt met een poort of hek, en soms door de aanwezigheid van dienstwoningen of andere bijgebouwen. Zichtassen naar het hoofdhuis zijn op diverse plekken vanaf de laan waarneembaar. Met de verkaveling van de landgoederen tot villawijken veranderde de structuur. Alhoewel dit heeft geleid tot versnippering van het landgoed en tot meerdere toegangen langs de laan (inclusief de aanwezigheid van parkeerplaatsen) bleef de continuïteit van het profiel onaangetast. Dammen en stoepen: De dammen en stoepen zijn Middeleeuwse, door mensenhanden aangelegde dwarsverbinding over de strandvlaktes tussen de lanen op de hoger gelegen strandwallen. Ze vormen de kortste verbinding dwars op de natuurlijke ondergrond van de wallen van verschillende routes. Linten: De linten zijn de wegen in het (polder-) landschap waarlangs de boerderijen hun plek hebben gevonden. Ze zijn ooit zelf oprijlaan van een boerderij geweest of vormden een hoger gelegen weg op de strandwal. Ze kenmerken zich door de openheid van het omliggende landschap en de begeleiding door sloten aan weerszijden.
De beplanting verschilt per lint: afwezig, enkelzijdig, dubbelzijdig, en regelmatig of gevarieerd. De boerderijen liggen voor het merendeel niet direct aan het lint maar op een erf dat via een toegangsweg bereikbaar is. Aan dit erf liggen ook de andere gebouwen behorende bij het boerenbedrijf of de boomgaard. In sommige gevallen zijn de linten gelegen op de uitlopers van de strandwallen (in de noordelijke polders) en zijn dan ook gekoppeld aan het lanenstelsel. Verdichtingen: Door verdichting van een lijn zijn buurtschappen of (lint-) dorpen ontstaan. Meestal lag hier ook een ontmoetingsplaats of centrale voorziening zoals kerk, stadhuis, school en winkel. Kenmerk is een min of meer aaneengesloten maar soms verspringende straatwand van bebouwing uit verschillende periodes. Tussen de bebouwing zijn vaak stegen of doorgangen naar de achterliggende erven en bebouwing ontstaan die al dan niet
H a n dbo e k Welstand & B ee ldkwalite it
[ 17 ]
Band II
geprivatiseerd zijn. De bebouwing varieert in stijl, aard, hoogte, en materialisatie. Hoogtelijnen: Op de grens van hoog en laag (ofwel droog en nat), tussen strandwallen en strandvlaktes is een occupatie-patroon ontstaan van boerderijen. Deze agrarische bedrijven hebben zich gevestigd op de grens van vruchtbare grond (vlaktes), die relatief nat was maar goed geschikt voor landbouw en de droge stevige strandwalgronden, die beter geschikt waren voor bebouwing. De bebouwing is bereikbaar via toegangswegen vanaf een laan op de strandwal. Dit patroon is goed zicht-baar in de Papenwegse en Duivenvoordsche polder en is kenmerkend voor de Oostdorperweg. II. Verstedelijking in of van een vlak Verstedelijking in of van een vlak bestaat uit een (ontworpen) gebiedsdeel, dat is pgebouwd uit een of meerdere bouwstenen. Het gehele vlak is als compositie samengesteld uit bebouwde en onbebouwde delen (huizen, erven en tuinen) en infrastructuren van wegen, water en groen. Beeld- kwaliteits-aspecten hebben betrekking op de ruimtelijke opbouw van het gebied als geheel, waarbij met name de massa-ruimte-opbouw van belang is, zowel voor de afzonderlijke delen en als tussen de delen onderling (openbaar-privé). Daarbij wordt ook aandacht gevragd voor bijzondere (visuele) kenmerken. Landgoederen en buitenplaatsen: Landgoederen zijn van oudsher economische eenheden.
Ze vormden een groot bezit op het platteland en waren deels bestemd voor bos of agrarisch gebruik. Het centrale gebouw is meestal de hofboerderij. Daarnaast staat de buitenplaats; een buitenverblijf met herenhuis of kasteel, omringd door een grote, vaak specifiek ontworpen tuin of park. Karakteristiek van de buitenplaats is het samenstel van landhuis, tuin en bijgebouw(en). Het landhuis is het middelpunt van de compositie van tuin of park in samenhang met de landschappelijke context. Het huis is het object, is vrijstaand en te beschouwen als “de ziel van het landgoed”. De bijgebouwen (dienstwoning, garage, stal) zijn meestal in dezelfde stijl als het hoofdgebouw gebouwd en ondergeschikt aan het hoofdhuis in massa en positie. De buitenplaats is zowel fysiek (via de toegangslaan) als visueel (door middel van zichtassen) verbonden met het lanenstelsel. De bebouwingsintensiteit is extensief. Villawijken: De villawijken zijn de min of meer planmatig bebouwde delen van de landgoederenzone, waarbij ruime opgezette eenheden zijn verkaveld tot individuele percelen. Ze bestaan uit gevarieerde bebouwing in een parkachtige omgeving, rijk voorzien van groen en met bijzondere patroon- of vormkenmerken. De grote kavels zijn de bouwsteen van de villawijk en op het kavel staan hoofdzakelijk losse villa’s dan wel (dubbele) herenhuizen met annexen in de vorm van garages.
De bebouwingsintensiteit is extensief. Binnen de categorie is sprake van villawijken met eenheid in stijl van gebouw en openbare ruimte (ensemblewaarde) en van villawijken waarbij meer aandacht ligt op de individuele expressie van kavel en woning. Buurt en buurt-ensemble: Deze vorm van gebiedsverstedelijking bestaat uit een verzameling boerderijen of woningen, gelegen binnen of buiten de bebouwde kom van een nederzetting en veelal voorzien van een eigen (buurt)naam. Als planmatige vorm bestaat de verzameling uit verschillende elementen die tot een ontworpen eenheid zijn samengebracht. Er is veel aandacht besteed voor de relatie tussen en overgang van openbaar naar privé en het ambachtelijk detail. De drager is de openbare ruimte in relatie tot de architectonische en landschappelijke vormgeving, in alle aspecten tot aan het straatmeubilair toe. De categorie van het ontworpen buurt-ensemble stamt uit het begin van de 20ste eeuw en moet in relatie worden gezien met andere categorieën, zoals de villawijk (De Kieviet) en het tuindorp. Rijtjes-buurten: De bouwsteen is het vrijstaande en geschakelde (Hol- landse) woonhuis als expressie van gebundelde individualiteit. De buurt is planmatig opgebouwd en bestaat uit verschillende clusters of stempels rondom of binnen een groter openbare-ruimte-stelsel (plantsoen, singel).
Soms is de buurt aangevuld met een collectief woongebouw (portieketageflat, galerijwoningen) of een voorzieningencentrum. Het straten- patroon is meestal
[ 18 ]
Handboek Welstand & Beeldkwaliteit
B a n d II
gebaseerd op het traditionele onderscheid van een openbare voorkant en een meer privé of collectief te gebruiken achter- kant. In sommige situaties is hier bewust van afgeweken. De bebou- wingsintensiteit is suburbaan met als kengetal gemiddeld 30 won./ha. Passtukken: De bouwsteen is net zo divers als de naam reeds aangeeft; vaak een overgebleven deel van bebouwing of verbouwing uit het verleden, soms een fragment van een groter geheel of een bijzonder type, dat verdwaald is in de plattegrond van de nederzetting. Het passtuk kan zijn ontstaan, maar wordt ook doelbewust gebruikt als opvulling van de marge tussen verschillende delen. III. Verstedelijking in een punt (object) Op sommige plekken in de gemeente hebben functies vorm gekregen als een object zonder samenhang met de omgeving danwel juist als een verbijzonderd object van de omgeving. Meestal zijn het schijnbaar kleine objecten die opgaan in de omgeving zonder als opvallend element te worden geregistreerd. Op andere plekken gaat om objecten die juist een opvallende positie hebben gekregen door omvang, maat, schaal, door functie of als uitzondering op een verzameling. Autonoom gepositioneerde complexen: Deze autonome complexen zijn bebouwingspunten die los van de stedebouwkundige of landschappe- lijke context zijn neergestreken, en hun stempel drukken op de ruimte- lijke beleving van de omgeving.
In functie onderscheiden ze zich van de omliggende bebouwing evenals in massa en omvang. Landmarks: Opvallende gebouwen met een eigen beeldwaarde die dienen als oriëntatiepunt in de omgeving, of als plaatsaanduiding. Deze objecten zijn onderdeel van een bebouwd gebied en hebben tegelijker- tijd een visuele en symbolische functie op hogere schaal. Voorbeelden zijn kerktorens, maar ook specifieke landhuizen, zoals bijvoorbeeld De Paauw. Compositie van objecten: Een verzameling van autonome gebouwen of complexen die zich samen hebben gevoegd in een landschappelijke compositie en zo een gezamenlijke meerwaarde hebben gekregen. De ligging ten opzichte van het landschap en de positie ten opzichte van elkaar geven een bijzonder karakter aan het gebied. Voorbeeld is het gebied Wavo-park - Johanna-huis - Campina-terrein waar rondom de open strandvlakte relatief grote complexen langs de bosrand zijn neer- gestreken en zo de maat en schaal van de open ruimte articuleren. Objecten-cluster: Bouwsteen is een los object, een gebouw, waarvan er verschillende zijn samengevoegd tot een autonoom cluster. Ruimtelijk vertonen ze weinig verwantschap maar in functionele zin horen zij wel bij elkaar. Echter de relatie met de omgeving (stedenbouwkundige of landschappelijk) is gering of niet aanwezig.
In band II Gebieden wordt ingegaan op de beeldkwaliteitaspecten van de onderscheiden buurten en delen van Wassenaar. Deels is de gebiedsindeling gebaseerd op de hierboven omschreven typologie van verstedelijking. Echter waar er samenhang bestaat tussen verschillende eenheden of waar verstedelijkingsvormen samen komen, zijn deze als een beschouwd. Ook zijn met het oog op de praktische uitvoering keuzes gemaakt voor samenvoeging van meerdere delen tot een. In de gebiedsinventarisatie wordt verwezen naar de algemene kenmerken van eenheden zoals hier omschreven en worden de bijzondere karak- teristieken van de gebieden beschreven zoals structuur, details en materiaalgebruik. Ook in de bijbehorende gebiedscriteria worden de algemene kenmerken van gebieden aangehaald en als uitgangspunt voor ontwikkeling en toetsing beschouwd.
1.8
Het belang van de openbare ruimte Behalve door de gebouwde omgeving wordt de beeldkwaliteit voor een belangrijk deel bepaald door de openbare ruimte en het groen in de omgeving, zowel particulier als open-
H a n dbo e k Welstand & B ee ldkwalite it
[ 19 ]
Band II
baar. Op de schaal van Wassenaar als geheel zijn de openbare-ruimte-stelsels van de lanen als beelddrager van wezenlijk belang. Op de lagere schaal van de wijk en buurt gaat het om de plantsoenen, parken, pleinen, en straten. Met name in de ensemble-gebieden is de relatie tussen bebouwing en openbare ruimte van cruciaal belang vanwege het oorspronkelijke integrale ontwerp. Ook in veel andere buurten bestaat een duidelijke relatie tussen de vorm en inrichting van de openbare ruimte en de waardering voor de woonkwaliteit. Als identiteitdrager is waarde toe te kennen aan de openbare ruimte; door het dagelijks gebruik en de aanwezigheid van opvallende elementen, kenmerkende materialen en monumentale beplanting wordt het mentale beeld mede bepaald. Het collectief geheugen, gebaseerd op de gemeenschappelijke voorstelling van de openbare ruimte, wordt ook beinvloed door bijzondere elementen zoals straatmeubilair (lantaarnpalen, bankjes, een klok) en bepaalt mede de identiteit van een wijk of buurt. Een goed beheer en onderhoud van de bestaande kwaliteiten van de openbare ruimte draagt bij aan een prettige leefomgeving. In de Structuurvisie is om deze openbare ruimten goed instand te houden en te versterken het uitvoeringsproject “Integraal beheer- en onderhoudsplan lanen en weteringen” aangedragen.
De openbare ruimte dient integraal (her-)ontworpen te worden vanuit technische randvoorwaarden, beeldkwaliteit en ruimtelijke aspecten. Het profiel van de weg, de materialisatie, beplanting en meubilair zijn van belang. Storende elementen zonder relatie met de omgeving en elementen die de continuïteit van de ruimte aantasten (zoals de geluidswering bij het zuidelijke deel van de Rijksstraatweg) dienen dan ook vermeden te worden. Verkeerstechnische hulpstukken dienen niet als standaard ontwerprepertoire voor de openbare ruimte gezien te worden. Daarvoor in de plaats zijn geïntegreerde, goed op de plek afgestemde oplossingen denkbaar die ook recht doen aan de beeldkwaliteit van de ruimte. Daarnaast speelt het particulier groen een belangrijke rol - vooral in de villawijken waar de grote groene kavels van invloed zijn op het straatbeeld; meer nog dan de bebouwing. In de noordelijke wijken en buurten is de invulling van de voortuin van invloed op hoe het straatbeeld wordt ervaren: hoge of lage beplanting, de zichtbare aanwezigheid van tuinmeubilair, een hek of haag dragen bij aan of doen soms afbreuk aan de kwaliteit van de openbare ruimte. Geparkeerde auto’s zowel op straat als op particuliere erven beïnvloeden veel sterker het ruimtelijk beeld van de openbare ruimte. Groene voortuinen vervangen door parkeerverharding is niet de meest gewenste oplossing.
Indien dit onvermijdelijk is, dient (half-)verharding zoveel mogelijk aan te sluiten bij het gebouw en de omgeving.De nadere uitwerking van het aspect beeldkwaliteit in relatie tot welstand is te vinden in band II van dit Handboek Welstand & Beeldkwaliteit.
[ 20 ]
Handboek Welstand & Beeldkwaliteit
B a n d II
Gebiedsindeling
H a n dbo e k Welstand & B ee ldkwalite it
Landgoed Villawijk Rijtjesbuurt Ensemble-buurt Lint-buurt Gemengd Object
[ 21 ]
Band II
[ 22 ]
Handboek Welstand & Beeldkwaliteit
B a n d II
DEEL 2 GEBIEDEN: INVENTARISATIE EN CRITERIA
H a n dbo e k Welstand & B ee ldkwalite it
[ 23 ]
Band II
Gebiedsindeling
[ 24 ]
Landgoed Villawijk Rijtjesbuurt Ensemble-buurt Lint-buurt Gemengd Object
Handboek Welstand & Beeldkwaliteit
B a n d II
2.1
Beeldkwaliteit en welstand per buurt Op basis van de morfologie van de verstedelijking (§ 1.7), is het bebouwd grondgebied van Wassenaar ingedeeld in 61 gebieden. Deze verzameling van te onderscheiden buurt-eenheden fungeert als gebiedsindeling voor welstandstoetsing. Om praktische redenen is ervoor gekozen om de gebiedsgrenzen zo te kiezen dat er werkbare gebieden ontstaan, die ook ruimtelijk als eenheid worden gezien. Elke buurt wordt bezien als onderdeel van het historisch gegroeide en in lagen opgebouwde Wassenaar; landschappelijke eenheden (ondergrond en occupatie), stedebouwkundige vorm (morfologie) bebouwingsvormen (typologie en beeld) en stelstels en systemen. Binnen en buiten het beschermd dorpsgezicht ligt een aantal gebieden met bijzondere betekenis en van bijzondere landschappelijke en stedebouwkundige waarde. Vanwege de architectonische, cultuur-historische waarde, gaafheid of uniciteit heeft een aantal van deze gebieden een verhoogd welstandstoezicht ter bescherming van de structuur en het architectonisch beeld. Van de gebieden is de beeldkwaliteit vastgelegd en daaraan gekoppeld zijn de welstandscriteria opgesteld. De inventarisatie gaat enerzijds in op zowel de ruimtelijke kwaliteiten van het desbetreffende gebied als op de bouwkundige karakteristieken.
Anderzijds heeft zij betrekking op de vorming van welstandscriteria voor planvorming binnen het betreffende plangebied. Lineaire verstedelijkingspatronen zijn als beelddragers (lanen, linten en weteringen) opgenomen binnen de onderscheiden gebieden en worden in de betreffende beschrijving in woord en beeld nader geaccentueerd. Sommige beelddragers op niveau van Wassenaar hebben alleen waarde door hun lengte en profiel, en niet zozeer vanwege de aanliggende bebouwingen. In de beeldaspecten of toetsingscriteria worden hier geen aanvullende eisen aan gesteld.
2.2
Buurtbeschrijving en kaartreeks Per gebied is een beeldkwaliteits-inventarisatie gemaakt met een beschrijving van de buurt, de karakteristiek van het stratenplan en de bebouwing, de beeldaspecten van de bebouwing en aanwezige bijzonderheden. Daarbij wordt de huidige toestand en de gewenste ontwikkeling beschreven, en het voorgestelde toetsingsniveau met toetsingscriteria vermeld. Deze beschrijvingen op hoofdlijnen worden aangevuld met foto’s en een serie kaartbeelden. De beschrijving van de gebieden is aan de hand van de volgende aspecten opgesteld. Allereerst worden de ‘harde’ gegevens vermeld over het betreffende gebied, zijnde: • • • • • •
de ligging in een bepaalde landschapseenheid (zie § 1.3) de categorie van het verstedelijkingspatroon en de morfologie (zie § 1.7) de ligging binnen of buiten het Beschermd Dorpsgezicht (§ 1.6) de aard van het welstandsregime: scherp, regulier of vrij (zie band I, § 2.3) ontstaansperiode(n) van buurt en bebouwing ontwerper van het gebied of de buurt (bekende) architecten die er gebouwd hebben.
Na deze gegevens volgt een beschrijving van de begrippen structuur, bebouwings-type, aard van de openbare ruimte, overgang openbaar-privé, karakteristieke elementen en details en materiaalgebruik, kenmerkend voor het desbetreffende gebied. Aan de hand van de volgende aspecten worden hierover uitspraken gedaan: • buurtbeschrijving: korte impressie van de buurt qua ligging, soort bebouwing en ontstaansgeschiedenis H a n dbo e k Welstand & B ee ldkwalite it
[ 25 ]
Band II
• karakteristiek: beschrijving van het stedebouwkundig plan aan de hand van stratenpatroon en bebouwingstypologie • beeldaspect bebouwing: omschrijving van de uiterlijke kenmerken van de gebouwen (positie, massa, materialisatie) met een nadere aanduiding van de materialisatie en detaillering van gevel, dak, kozijnen, erfafscheiding en van de oriëntatie op de groenaanleg van het privé-domein • openbare ruimte: beeldaspecten van de openbare ruimte (bijzondere materialisatie, meubilair, ligging, bijzondere plek of ruimte) • bijzonderheden: bijzondere gebouwen (landmarks, historische objecten met6 monumentale status) worden nader aangeduid. Als laatste wordt ingegaan op de gewenste ontwikkeling (verband vanuit de structuurvisie of vanuit een ontwikkelingsnotitie) en worden de toetsingscriteria voor de betreffende buurt omschreven (zie ook § 2.3). Naast een beschrijving in tekst zijn kaarten toegevoegd met beeldinformatie. In deze kaartreeks komen de volgende aspecten m.b.t de beeldkwaliteit aan de orde: waardekaart: dit kaartbeeld gaat in op de cultuur-historische waardering van de objecten binnen het gebied. Op de topografisch ondergrond (in de geografische context) is aangegeven welke objecten in het Monumenten Inventarisatie Project (MIP) zijn opgenomen, en welke zijn aaangewezen als beschermd monument.
structuurkaart: deze kaart bevat de stedebouwkundige structuur van het gebied met aandacht voor de morfologische opzet van de wijk (hoofd-elementen, bouwstenen, eenheden). Afhankelijk van het type wijk (villa-wijk, rijtjesbuurt, etc.) wordt met een andere legenda gewerkt om de verschillende delen van het gebied uiteen te leggen. beeldkaart: de belangrijke beeldelementen van de wijk worden aangeven op de beeldkaart. Hiertoe behoren landmarks, zichtassen, bijzondere gebouwen en specifieke openbare ruimtes (lanen, pleinen, plantsoenen).
2.3
Welstandscriteria De toetsingscriteria gaan per gebied in op de beeldaspecten van de bebouwing aan de hand van de volgende aspecten: 1. Algemeen 2. Positie en context 3. Massa en uitstraling 4. Materiaal en detaillering Welstandstoetsing kan geen keurslijf zijn. Het kader waarbinnen de toetsing dient plaats te vinden wordt gegeven. Daarbij is het bestaande beeld in vele gevallen een dominante factor. In de toetsingscriteria worden handvatten voor toetsing gegeven die verwijzen naar de bestaande beeldaspecten van de buurt. Uitgangspunt is dat veranderingen in beheer-gebieden aansluiten op de bestaande toestand (zie § 2.1 en 2.2). Bovendien kan altijd worden teruggevallen op de algemene welstandscriteria, zoals vermeld staan in band I, zie § 2.5.
[ 26 ]
Handboek Welstand & Beeldkwaliteit
B a n d II
1. Katwijkseweg-Kokshorn 2. Rijksdorp 3. Oostdorperweg Noord 4. Ammonslaantje/Deylerhove 5. Maaldrift1. Katwijkseweg-Kokshorn 2. Rijksdorp 3. Oostdorperweg Noord 4. Ammonslaantje/Deylerhove 5. Maaldrift 6. Bedrijventerrein Maaldrift 7. Oostdael 8. Amerikaanse School / Duinstede 9. Weteringpark 10. Ter Weer 11. Zuidwijk 12. Aronskelkweg e.o. 13. Oostdorperweg en Hoge Klei 14. Van Polanenpark / Starrenburg 15. Zijlwatering 16. Deijleroord 17. Schulpwei 18. Oostdorp
H a n dbo e k Welstand & B ee ldkwalite it
19. Havenkanaal 20. Van Zuylen van Nijeveltstraat 21. Duinrell 22. Dorp - Centrum 23. Santhorstlaan 23. Santhorstlaan 24. Den Deijl 25. Storm van ‘s-Gravesandeweg 26. Spinbaan 27. Burchtplein 28. Prinsenwijk 29. De Paauw 30. De Horsten 31.Ter Veken 32. De Drie Papegaaien 33. Backershagen - Rijnlands Lyceum 34. Duinauwe en Wildrust 35. Groot Haesebroek 36. Landgoed Groot Haesebroek 37. Van Ommeren 38. Rust en Vreugd 39. Eikendael
40. De Bloemert 41. Duivenvoordse polder 42. Kievietsduin 43. De Kieviet 44. Oud Wassenaar 45. Oud Clingendaal 46. Blankenburg en Voorlinden 47. Clingenbosch 48. Stoephout 49. Nieuw Wassenaar 50. Kerkehout 51. Binnenklingen 52. De Wittenburg 53. Persijn 54. Langenhorst 55. De Bijhorst 56. Groenendael-Amonsvlakte 57. landgoed Duindigt 58. Clingendael-Oosterbeek 59. Van Alkemadelaan (ANWB) 60. Wassenaarse Slag 61. Meijendel
[ 27 ]
Band II
2.4
Inventarisatie en criteria per gebied Hieronder zijn de 61 gebieden beschreven zoals hierboven is vermeld. De legenda behorende bij de waardekaarten, die opgenomen zijn in de beschrijvingen, is hiernaast weergegeven.
[ 28 ]
Handboek Welstand & Beeldkwaliteit
B a n d II
Legenda
bij waardekaarten
Legenda
Wegen
Water water kadaster
1811-1832
water nu weg; kadaster 1811
water kadaster
1822
water nu weg; kadaster 1822
water
1854
water
1875
wegen kadaster
1811-1832
water
1876
wegen kadaster
1822
water
1894
wegen
1843
water
1904
wegen
1850
water
1911
wegen
1854
water
1934
wegen
1874
water na
1934
wegen
1875
water niet aanwezig in 1950
wegen
1876
water
wegen
1894
nieuw water
wegen
1904
verschoven water
wegen
1906
wegen
1909
wegen
1911
1950
Structuren structuren
1876
wegen
1911-1939
structuur
1911
wegen
1914
structuur
1950
wegen
1924
wegen
1925
aanwezig op kaart
1926
wegen
1933
wegen
1934
wegen aanvulling
1934
wegen
1934-1957
beschermd monument
wegen voor
1935
MIP-object
dudoc
1937
historische buitenplaats/rijksmonument
wegen
1950
Tram electrische trambaan
1924
aanvulling trambaan
H a n dbo e k Welstand & B ee ldkwalite it
[ 29 ]
Band II
1
Katwijkseweg / Kokshorn ligging in: categorie: status: toetsing: periode: ontwerper: architecten:
Duinen objecten, lintbebouwing regulier diverse diverse, o.a. J.W.E. Buijs, F.A. Eschauzier, J.B. Lürsen, J.Th. Wouters
buurtbeschrijving
De Katwijkseweg ligt ten noorden van de kern van Wassenaar en loopt, zoals in de naam besloten ligt, naar Katwijk. Het beschreven gebied is gelegen op een afgezand duingebied, waarop aanvankelijk een landgoed was gevestigd (buitenplaats Kokshorn). De Van Bronckhorstlaan is de voormalige oprijlaan van Rijksdorp geweest. Het bosgedeelte van Kokshorn werd rationeel verkaveld t.b.v. de bollenteelt, die momenteel nog steeds aanwezig is in dit gebied.
karakteristiek
Bebouwing in het gebied is georganiseerd langs een lint. Op een enkele uitzondering na is deze geheel aan de westzijde van de Katwijkseweg gesitueerd. Woonhuizen met kenmerkende bollenschuren op (achter-) erf domineren. Daarnaast komt ook een rijtje arbeiderswoningen voor. Enkele woningen aan de noordkant behoren tot de kern De Pan die verder voor het overgrote deel in de gemeente Katwijk ligt. De gronden in Lentevreugd zijn momenteel in herontwikkeling tot natuurgebied. Op de achtergrond zijn de beboste duintoppen rondom de Pan van Persijn als beeldbepalende karakteristiek voor de duinrand aanwezig; in het oosten is de ‘skyline’ van Leiden zichtbaar.
beeldaspecten bebouwing
De woonbebouwing dateert merendeels uit het begin van de 20ste eeuw en bestaat uit 1 of 2 lagen met kap. Veel woningen kennen een ruime voortuin, georiënteerd op de weg. Gevels zijn uitgevoerd in baksteen. Eventuele bijgebouwen (één laag) bevinden zich achter het hoofdhuis en staan dwars op de weg waardoor de doorzichten maximaal zijn. De bollenschuren zijn opgebouwd als twee- of drielaagse rechthoekige bouwmassa’s met plat dak of schuin dak. Dubbele openslaande (verdiepingshoge) tochtdeuren op elke bouwlaag zijn geordend in een verticaal stramien (met name karakteristiek in de zijgevels). Gevels zijn opgemetseld in grauwe baksteen. De bollenschuren zijn grotendeels naar de weg toe georienteerd, maar daarnaast zijn er ook vrij in bollenveld geplaatst schuren.
[ 30 ]
Handboek Welstand & Beeldkwaliteit
B a n d II
bijzonderheden
De bollenschuren vormen karakteristieke gebouwen die zich de periode en functie goed laten aflezen. Ze zijn bedoeld voor opslag en drogen van de bloembollen en gebouwd na opkomst van de bollenteelt in de periode 1910-1920. Karakteristiek zijn onder andere de (verdiepings)hoge tochtdeuren, nodig voor het drogen van de bollen. Het merendeel van de bollenschuren is niet meer als zodanig in gebruik. Aan de oostzijde van de weg ligt een kavel met een voormalig hotelcomplex (jaren ’80). Deze vormt een incident op de verder onbebouwde oostzijde.
gewenste ontwikkeling
Gestreefd moet worden naar behoud van de bollenschuren door het toelaten van nieuwe functies en door verbouw met behoud van karakteristieken, zoals bijvoorbeeld de verticale hoge tochtdeuren. Daarnaast dient het karakteristieke open zicht op de duinen behouden te blijven. Eventuele nieuwbouw voegt zich naar het kleinschalige karakter van de bestaande bebouwing van 1 tot 2 bouwlagen met kap. De spaarzame bebouwing binnen het deelgebied is een kwaliteit. Aan de oostzijde van de Katwijkseweg geen bebouwing toestaan.
toetsingscriteria
1. Algemeen: • De bestaande beeldkwaliteit van het gebied is het kader voor welstandstoetsing. • Uitgangspunt voor nieuw-, aan- en verbouw is het behoud van de beeldkwaliteit en de karakteristiek van het deelgebied door aan te sluiten op de aanwezige bebouwing in typologie, massa, materialisatie en detaillering. • Uitgangspunt voor aan- en verbouw is tevens het behoud van de beeldkwaliteiten en de karakteristieken van het bouwwerk op zich zelf. • Vervangende nieuwbouw is eigentijds en tegelijkertijd specifiek voor de situatie ontworpen. Catalogusbouw wordt uitgesloten, wel zijn bijzondere vormen mogelijk.
2. Positie en context: • Vrijstaande bebouwing; situering op kavel is zodanig dat aan alle zijden van de bebouwing een ruime maat wordt aangehouden (ruime voortuinen). • De vrijstaande bebouwing is alzijdig ontworpen. • De woning is met de voorzijde georiënteerd naar de straat. • Bijgebouwen (garages e.d.) zijn zo ver mogelijk achter de voorgevellijn en indien mogelijk achter de achtergevellijn gesitueerd. 3. Massa en uitstraling: • De woning heeft een kap. • De woning is vormgegeven als individueel pand met eigen expressie. • Alle zijden van de woning zijn belangrijk in de vormgeving, met de nadruk op de voorzijde. • Bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdgebouw. • Behoud van karakteristieke bollenschuren; verbouwingen t.b.v. herbestemming respecteren de oorspronkelijke beeldkarakteristiek maar voegen (op onderdelen) tegelijkertijd een eigentijds, hoogwaardig element toe. 4. Materiaal en detaillering: • Materiaal en detaillering sluiten aan en zijn gelijk of gelijkwaardig aan het materiaal en de detaillering van de kenmerkende bebouwing binnen het deelgebied. • Bij aan- of verbouw zijn materiaal en detaillering gelijk of gelijkwaardig aan het materiaal en de detaillering van het hoofdgebouw.
H a n dbo e k Welstand & B ee ldkwalite it
[ 31 ]
Band II
WAARDEKAART
BEELDKAART
ondergrond
landmark
beschermd monument
zicht-as
MIP-object
reliëf
historische buitenplaats / rijksmonument
water
gebiedsgrens
laan (-beplanting) bos
NOORD plantsoen, park 250 meter
[ 32 ]
Handboek Welstand & Beeldkwaliteit
B a n d II
H a n dbo e k Welstand & B ee ldkwalite it
[ 33 ]
Band II
2
Rijksdorp ligging in: categorie: status: toetsing: periode: ontwerper: architecten:
Warandezone villawijk regulier 1920-1955 en later C. Brandes o.a. S. de Clercq, F. Stam, J. Plantenga
buurtbeschrijving
Rijksdorp is gelegen in het noorden van Wassenaar langs de Katwijkseweg en de Wassenaarse Slag op de rand met het duingebied. De villawijk is ontwikkeld op het voormalige landgoed Rijksdorp dat vroeger verbonden was met de buitenplaats Kokshorn via de (huidige) Van Bronckhorstlaan. Kokshorn is afgegraven t.b.v. de bollenteelt (zie ook gebied Katwijkseweg/Kokshorn). Op het landgoed Rijksdorp werd met behoud van de monumentale beplanting een villawijk aangelegd in de structuur van het oorspronkelijke landgoed. Door de ligging tegen de duinen aan is het westelijke deel reliëfrijk. In het andere deel zijn de laanbeplanting en de waterstructuur kenmerkend. Ruime kavels met vrijstaande villa’s bepalen het beeld. De ontwikkeling en vervanging van woningen heeft gezorgd voor een gevarieerd architectuurbeeld, met voorbeelden uit verschillende stijlen en periodes.
karakteristiek
Verscheidenheid aan straatprofielen, variërend van een monumentale gebogen laan tot een breed plantsoen. De wijk kent een orthogonale verkaveling in het zuidwestelijk deel (op basis van de ontwateringsstructuur). Het noordoostelijk deel is gebaseerd op lanen van het oude landgoed (o.a. Van Bronckhorstlaan) en heeft een gebogen stratenpatroon en speelt in op de situering aan de duinen. De woningen zijn gesitueerd op zeer ruime kavels. Beplanting bestaat onder andere uit beuk, eik en rododendrons met in de duinen ook dennen. De erfafscheiding is per woning verschillend, veelaal een haag, al dan niet met gaas- of spijlenhek, welke over het algemeen donker(groen) gekleurd zijn. De woningen zijn verschillend in type: onder andere landhuizen, villa’s en bungalows. Het merendeel van de woningen heeft inpandige garages, sommige echter ook losstaande garages.