Bijlage 2. Bestemmingsplan Klein Stoephout - toelichting
Tekst van het document
bestemmingsplan
Klein Stoephout (herstel bouwtitel Villawijken 2010) Gemeente Wassenaar
Planstatus:
vastgesteld
Plan identificatie:
NL.IMRO.0629.BPKLSTOEPHOUT-VG01
Datum:
14 maart 2024
Kenmerk Buro SRO:
SR230219
Buro SRO 't Goylaan 11 3525 AA Utrecht 030-2679198 www.buro-sro.nl
2
Inhoudsopgave 1 Inleiding ................................................................................................................................................... 5 1.1 Aanleiding ........................................................................................................................................................... 5 1.2 Ligging plangebied............................................................................................................................................... 5 1.3 Geldend bestemmingsplannen ........................................................................................................................... 6 1.4 Leeswijzer ............................................................................................................................................................ 7
2 Planbeschrijving ...................................................................................................................................... 8 2.1 Huidige situatie ................................................................................................................................................... 8 2.2 Toekomstige situatie ......................................................................................................................................... 12
3 Beleid ..................................................................................................................................................... 15 3.1 Nationaal beleid ................................................................................................................................................ 15 3.2 Provinciaal beleid .............................................................................................................................................. 16 3.3 Gemeentelijk beleid .......................................................................................................................................... 21
4 Milieu- en omgevingsaspecten ............................................................................................................. 24 4.1 Milieueffectrapportage ..................................................................................................................................... 24 4.2 Bodem ............................................................................................................................................................... 25 4.3 Geluid ................................................................................................................................................................ 25 4.4 Milieuzonering .................................................................................................................................................. 26 4.5 Luchtkwaliteit .................................................................................................................................................... 27 4.6 Externe veiligheid .............................................................................................................................................. 27 4.7 Ecologie .............................................................................................................................................................
30 4.8 Waterhuishouding............................................................................................................................................. 32 4.9 Cultureel erfgoed .............................................................................................................................................. 35 4.10 Verkeer en parkeren ....................................................................................................................................... 37 4.11 Duurzaamheid ................................................................................................................................................. 38
5 Juridische planbeschrijving ................................................................................................................... 40 5.1 Algemeen .......................................................................................................................................................... 40 5.2 Toelichting ......................................................................................................................................................... 40 5.3 Verbeelding ....................................................................................................................................................... 40 5.4 Planregels .......................................................................................................................................................... 40 5.5 Wijze van bestemmen ....................................................................................................................................... 41
6 Economische uitvoerbaarheid .............................................................................................................. 44 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ....................................................................................................... 45 7.1 Algemeen .......................................................................................................................................................... 45 7.2 Participatie ........................................................................................................................................................ 45 7.3 Vooroverleg ....................................................................................................................................................... 45 7.4 Zienswijzen ........................................................................................................................................................ 45
3
BIJLAGEN Bijlage 1. Startdocument bestemmingplan Klein Stoephout 04-05-2023 Bijlage 2. Onderzoek verkeer en parkeren 04-07-2023 Bijlage 3. Vooronderzoek bodem 24-11-2021 Bijlage 4. Akoestisch onderzoek wegverkeer 23-12-2021 Bijlage 5. Onderbouwing Externe Veiligheid 06-12-2021 Bijlage 6. Quickscan Wet natuurbescherming 27-08-2021 Bijlage 7. Onderzoek stikstofdepositie 14-11-2023 Bijlage 8. Notitie Watertoets Stoeplaan 7A, Wassenaar 07-12-2021 Bijlage 9. Archeologisch onderzoek 06-2023 Bijlage 10. Nota vooroverlegreacties conceptbestemmingsplan Klein Stoephout Bijlage 11. Welstandsparagraaf 'Klein Stoephout, gebiedstype 48A'
4
1 Inleiding
1.1 Aanleiding Voorliggend bestemmingsplan is gericht op het herstellen van een fout bij het vaststellen van het bestemmingsplan 'Villawijken'. Het bouwrecht op een landgoedrestant Klein Stoephout in Wassenaar is destijds niet goed overgenomen. Het voorliggende bestemmingsplan herstelt deze omissie, waarmee het mogelijk wordt om op het perceel achter Stoeplaan 7/7A een vrijstaande woning te realiseren. Hiervoor is op 21 juli 2020 een principeverzoek/vooroverleg ingediend bij de gemeente Wassenaar. In reactie hierop is door de gemeente Wassenaar het kaderstellend 'Startdocument bestemmingplan Klein Stoephout' opgesteld (zie bijlagen bij toelichting bijlage 1). Het voorliggende bestemmingsplan is vervaardigd binnen de hierin weergegeven kaders.
1.2 Ligging plangebied Het plangebied van het voorliggende plan omvat het perceel achter Stoeplaan 7/7a in de gemeente Wassenaar, nabij de Stoeplaan en Wittenburgerweg. Het plangebied is kadastraal bekend onder de gemeente Wassenaar H2635 en H2632, met een oppervlakte van bijna 1,2 ha. Het plangebied maakt van oudsher deel uit van de oorspronkelijke buitenplaats 'Stoephout', tussen oud en nieuw Wassenaar. De omgeving bestaat thans hoofdzakelijk uit veelal vrijstaande woningen, met ten noordwesten van het plangebied enkele appartementengebouwen. Verder zijn ten oosten van het plangebied een kerk en een begraafplaats aanwezig. Hieronder is de globale ligging en de begrenzing van het plangebied weergegeven.
Globale ligging plangebied, rood omcirkeld (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
5
Globale begrenzing plangebied, rood omcirkeld (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
1.3 Geldend bestemmingsplannen Voor de gronden in het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Villawijken 2010', vastgesteld door de raad van de gemeente Wassenaar op 17 mei 2010. De navolgende afbeelding toont een fragment van de verbeelding van het geldende bestemmingsplan.
Uitsnede geldend bestemmingsplannen, globale begrenzing plangebied: rode omkadering (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
In dit bestemmingsplan heeft het plangebied grotendeels de bestemming 'Wonen - 2', met de functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen - 4' (sw-4). Deze regeling gaat uit van de aanwezigheid van een bestaande woning: 'Waar op de verbeelding een bestaande woning staat aangegeven mag één eengezinswoning worden gebouwd.' Op het onderhavige perceel is echter geen woning aanwezig. Deze woonbestemming gaat voorts uit van het gebruik voor een aan huis verbonden beroep. Verder zijn ten dienste van de bestemming tuinen, erven en andere bouwwerken (zoals zwembaden, tennisbanen en steigers) toegestaan. Het plangebied is verder voorzien van de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie', gericht op het behoud en zo mogelijk de versterking van de cultuurhistorische waarden.
6
Er is een fout geconstateerd in het bestemmingsplan 'Villawijken 2010'. De dubbelbestemming 'Waarde Cultuurhistorie en landschap' had hier ook moeten gelden. Deze dubbelbestemming is gericht op het behoud, bescherming, versterking en/of herstel van de aan deze gronden eigen zijnde natuur- en landschapswaarden. Tevens is het onderhavige perceel in het geldende bestemmingsplan voorzien van de gebiedsaanduiding 'milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied'. Hier zijn ingrepen in de bodem dieper dan 2,50 meter alleen toegestaan als het zich verdraagt met het gestelde in de Provinciale milieuverordening. Daarnaast geldt ter plaatse het 'Paraplubestemmingsplan Cultureel Erfgoed Wassenaar - Panden, objecten en Archeologisch erfgoed 2016 van de gemeente Wassenaar' (vastgesteld 24 april 2018). De gronden zijn hierin voorzien van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3', ter bescherming van archeologische waarden. Hier mag niet worden gebouwd, tenzij het gaat om (onder ander) een bouwwerk met een oppervlakte kleiner dan 100 m², of een bouwwerk waarbij de bodemingreep niet dieper reikt dan 30 cm beneden maaiveld. Er worden afwijkingsmogelijkheden geboden. Het plangebied is in dit parapluplan tevens voorzien van de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie karakteristieke of beeldbepalende zaak'.
Deze gronden zijn bestemd voor het behoud en zo mogelijk de versterking van de aan deze gronden, panden en objecten eigen zijnde cultuurhistorische waarden.
1.4 Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 het initiatief beschreven. In hoofdstuk 3 is een beschrijving van het relevante beleid opgenomen. In hoofdstuk 4 wordt het project inhoudelijk op haalbaarheid getoetst aan de hand van het geldende beleid en (milieu)wetgeving. De juridische planbeschrijving is te vinden in hoofdstuk 5. Tot slot bevat hoofdstuk 6 de economische uitvoerbaarheid en hoofdstuk 7 de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.
7
2 Planbeschrijving
2.1 Huidige situatie Historie Het plangebied is gelegen aan de Stoeplaan en Wittenburgerweg. Dit terrein is het laatst overgebleven herkenbare onderdeel van de ooit veel grotere buitenplaats 'Stoephout'. De percelen van Stoephout behoorden vanouds tot het grondbezit van de familie Van Wassenaer, de ambachtsheer van Wassenaar en Zuidwijk. Het Stoephout was in gebruik voor de jacht en onderdeel van het grotere jachtgebied Blankenburger Duin. De buitenplaats 'Stoephout' was onderdeel van een reeks van relatief kleine buitenplaatsen die na 1910 op voormalige terreinen van grote buitenplaatsen, zoals die van Prins Frederik/Prinses Marie tot stand kwamen, zoals 'Villa Ruys', 'Wiltzangk', 'Meyland' en 'Ivecke'. Ook het ten zuiden van 'Stoephout' gelegen 'Clingenbosch', dat rond 1912 tot stand kwam, is zo'n ontwikkeling. Een deel van het terrein van 'Stoephout' is benut voor een tramlijn Den Haag - Leiden via Wassenaar van de Haagse Tramweg Maatschappij. Deze tramlijn was in gebruik van 1923 tot 1961. Klein Stoephout, of een onderdeel ervan, is niet beschermd als monument. Wel ligt het binnen het beschermde dorpsgezicht 'Landgoederenzone Wassenaar, Voorschoten, LeidschendamVoorburg', Landgoederen - zone West.
Situatie in 1941: zicht op plangebied vanaf de toren van de Goede Herderkerk. Links de Wittenburgerweg, met de trambaan in een bocht over Stoephout (Bron: Buitenplaats Klein Stoephout, Tuinhistorisch onderzoek en waardestelling)
8
Situatie in 1936: foto vanaf het terras van het Grote Huis, richting de moestuin (Bron: Buitenplaats Klein Stoephout, Tuinhistorisch onderzoek en waardestelling)
Huidige situatie Het onderhavige terrein omvat restanten van een parkbosje, waarvan het oorspronkelijk padenkruis goeddeels is verdwenen, maar wat nog steeds sterk beeld- en sfeerbepalend is. Het omvat enkele kenmerkende beuken en zomereiken. De moestuin kan op dit moment, door de afsplitsing van het westelijke deel en de huidige beplanting, niet meer echt ervaren worden als moestuin. Dat geldt ook voor de tussensloot en de Zijlweteringen, waarbij de open kwekerij veranderd is in een dichte bosstrook.
Huidige situatie (bron: Startdocument bestemmingplan Klein Stoephout, 2023)
9
Op het terrein zijn in slechte staat verkerende gemetselde muren en keermuren aanwezig rond het rechthoekig, hoger gelegen parkbosje. Dit is bereikbaar via twee gemetselde trappen. Aan oostzijde, aan de zijde van de oorspronkelijke compostplaats, heeft de keermuur verspringende delen. De muren lopen door op het aangrenzende terrein van landgoed 'De Schouwenburgh'. Ook zijn op het terrein van Stoeplaan 7/7A de muren van de mestput nog herkenbaar aanwezig. Aan de zuidkant van de keermuur ligt een fundament van een muurkas, met nog herkenbare haken voor leifruitrekken.
Monumentaal vormgegeven trappartij met hoge keermuur aan de zuidzijde van het bosje, gezien vanuit de voormalige boomgaard (Bron: Buitenplaats Klein Stoephout, Tuinhistorisch onderzoek en waardestelling)
De schuur op het terrein is niet verbouwd en heeft de indeling en detaillering vrijwel geheel conform de ontwerptekening behouden. De schuur heeft een belangrijke functie in de (historische) beleving van Klein Stoephout, met de dubbele inrijdeur aan de moestuin-/boomgaardzijde en een enkele persoonsdeur aan het vroegere compostterrein. Deze schuur vormt samen met de keermuren een ensemble en een centraal element vanuit zowel een fysiek als een historisch perspectief.
Situatie schuur in 2020 (Bron: Buitenplaats Klein Stoephout, Tuinhistorisch onderzoek en waardestelling)
10
Door de uitval van de fruitbomen in de voormalige boomgaard is de ooit besloten ruimte veranderd in een open ruimte binnen Klein Stoephout die meer lijkt op een weide. Deze heeft een zeer hoge belevingskwaliteit. Op het perceel is een greppel/sloot aanwezig. Het huidige noordelijke deel van de greppel/sloot is onderdeel van een weilandverkaveling die in 1868 kadastraal is vastgelegd. In 1881 is kadastraal vastgelegd dat de greppel/ sloot weer grotendeels is gedempt en/ of verondiept en dat de eerste versie van wandelbosje en nutstuin is aangelegd. Vanaf 1917 vormde de resterende greppel/ sloot de grens tussen het deel met compostterrein en boomgaard en de kwekerij tot aan de Zijlwetering. Ter hoogte van de schuur lag een overgang (bruggetje of dam met duiker). In de loop van de 20e eeuw is de greppel/ sloot nogmaals aangepast. In de actuele situatie manifesteert de greppel/ sloot zich als droge sloot vanaf het compostterrein tot aan de grenssloot. Ter hoogte van het compostterrein en vroegere kwekerij is deze tussensloot een van de oudste herkenbare terreinonderdelen. Samenvattend kan gesteld worden dat ‘Klein Stoephout’, als restant van de buitenplaats ‘Stoephout’ een deel omvat van de voormalige moestuin, de restanten van de boomgaard, de restanten van het parkbos, omringd door keermuren en een schuur.
Deze tuinhistorisch waardevolle onderdelen zijn op dit moment echter veelal in een vervallen staat, wegens het gebrek aan onderhoud.
Klein Stoephout in de actuele situatie, met daarop aangegeven de tuinhistorische waardering van de verschillende onderdelen en structuren (Bron: Buitenplaats Klein Stoephout, Tuinhistorisch onderzoek en waardestelling)
11
De kleurcodering op bovenstaande afbeelding is als volgt:
•
Blauw: tuinhistorisch hoge waarde van cruciaal belang voor de structuur en/of de betekenis van de aanleg. (parkbosje omringd door de keermuren)
•
Groen: tuinhistorisch positieve waarde van belang voor de structuur en/of de betekenis van de aanleg. (moestuinstrook, boom gaardweide en de voormalige kwekerij) Geel: tuinhistorisch indifferente waarde van relatief weinig belang voor of zelfs afbreuk doend aan de structuur en/of de betekenis van de aanleg.
•
2.2 Toekomstige situatie Met het voorliggende bestemmingsplan wordt een fout hersteld en wordt het mogelijk om op het perceel achter Stoeplaan 7/7A een vrijstaande woning te realiseren. In reactie op een principeverzoek/vooroverleg d.d. 21 juli 2020, is door de gemeente Wassenaar het 'Startdocument bestemmingplan Klein Stoephout' opgesteld. Hierin is het kader voor de beoogde ontwikkeling vastgelegd. Ten behoeve van de voorliggende ontwikkeling is de notitie 'Buitenplaats Klein Stoephout, Tuinhistorisch onderzoek en waardestelling' opgesteld (korneel aschman erfgoedadvies, d.d. 29 december 2020). Deze notitie is als bijlagen bij de regels bijlage 3 bijgevoegd. In het voorliggende bestemmingsplan wordt een directe bouwtitel opgenomen voor de percelen van Klein Stoephout, waardoor de cultuurhistorische elementen kunnen worden hersteld. Zo is in het kader van het 'Paraplubestemmingsplan Cultureel Erfgoed Wassenaar - Panden, objecten en Archeologisch erfgoed 2016 van de gemeente Wassenaar' (vastgesteld 24 april 2018) zeer hoge cultuurhistorische waarden toegekend aan het terrein van het voormalige landgoed 'Stoephout'. De betreffende hoofdkenmerken en waardering zijn als bijlagen bij de regels bijlage 2 bijgevoegd. Voor de onderhavige percelen H2632 en H2635 zijn met name de tuinmuren/aanleg en de schuur op het perceel relevant.
Deze cultuurhistorische waardevolle onderdelen zijn in de loop der jaren niet voldoende onderhouden en zijn toe aan herstel. In het 'Startdocument bestemmingplan Klein Stoephout' wordt om die reden aangeven dat het herstel en behoud van de cultuurhistorische waarden op de percelen H2632 en H2635 alleen lukt als hier een financiële drager voor is. Door middel van het toevoegen van een bouwmogelijkheid wordt dit mogelijk gemaakt. In een ambtelijk overleg op 9 september 2022 met de provincie Zuid-Holland zijn de bouwmogelijkheden op het perceel besproken. Voorafgaand aan dit overleg zijn meerdere oriënterende gesprekken gevoerd en is tweemaal het plangebied aan de Stoeplaan bezocht. Hierbij heeft de provincie aangegeven dat een initiatief op deze plek alleen passend is binnen het provinciale beleid vanuit de gedachte van herstel van het bestaande landgoedrestant, waarbinnen een nieuwe woning een ondergeschikte functie moet krijgen. Dit vanuit het gegeven dat het plangebied voorheen een werkgebied (moestuin, boomgaard en kwekerij) van de buitenplaats 'Stoephout' was. Hierbinnen past een woonhuis dat het karakter en de uitstraling van het landgoedrestant ondersteunt. Aan deze voorwaarde voldoet onderstaande variant met een zoekgebied voor een vrijstaande woning ten zuidwesten van de bestaande karakteristieke schuur:
12
Zoekgebied: schets provincie Zuid-Holland met positie en afmeting bouwvlak (stippellijn) waarbinnen nieuwe woning kan komen (bron: Startdocument bestemmingsplan Klein Stoephout)
Het gaat hierbij om een vrijstaande woning met een maximum grondoppervlak van 200 m², gekoppeld aan een verplichting om de erfgoedwaarden (schuur, tuinmuren en restanten van parkbos), die thans veelal in een vervallen staat verkeren te herstellen en om strijdig handelen te voorkomen. Tevens wordt de watergang (tussensloot), als een van de oudste herkenbare terreinonderdelen op het perceel, hersteld. In het voorliggende bestemmingsplan wordt geregeld dat voor de start van de bouw van de woning een goedgekeurd inrichtings- en herstelplan opgesteld moet zijn, waarmee het herstel van de erfgoedwaarden moet zijn aangetoond. Zowel gemeente als provincie zullen zich uitspreken over het inrichtings- en herstelplan. Verkeer en parkeren Het onderhavige plangebied wordt ontsloten vanaf de Stoeplaan, gebruik makend van de bestaande inrit. Het benodigde parkeren (3 parkeerplaatsen) zal geheel op eigen terrein plaatsvinden. Verder zijn er mogelijkheden voor openbaar vervoer aanwezig. Zo is er aangrenzend aan het plangebied een bushalte aanwezig. De dichtstbijzijnde treinstations zijn 'Voorschoten' en Den Haag Mariahoeve', op zo'n 20 minuten fietsen. Beeldkwaliteit Aangegeven moet worden welke eisen gesteld worden aan de invulling van het bouwvlak, wat dient als toetsingskader voor de Welstandscommissie.
In dat verband is een beeldkwaliteitparagraaf opgesteld, waarbij rekening is gehouden met het 'Handboek Welstand en Beeldkwaliteit Wassenaar'. De betreffende Beeldkwaliteitparagraaf is als separate bijlage bijgevoegd: zie bijlagen bij de regels, bijlage 1. Daarnaast is een welstandsparagraaf opgesteld die ook dient als toetsingskader voor de welstandscommissie. Die welstandsparagraaf heeft gelijktijdig met het ontwerpbestemmingsplan als ontwerp ter inzage gelegen. De betreffende Welstandsparagraaf is als bijlage bijgevoegd: zie bijlagen bij toelichting, bijlage 11. Het belang van de ontwikkeling van Klein Stoephout ligt in het herstel van de cultuurhistorische en landschapswaarden zoals aanwezig. De cultuurhistorische waarden zijn vertegenwoordigd in de beeldbepalende elementen op de kavel: de grote schuur en de keermuren met trappen met daarop het
13
voormalige parkbosje. De landschapswaarden vloeien voort uit enerzijds de ondergrond (Horst- en Weidelandschap), anderzijds het gebruik ten tijde van de buitenplaats Stoephout. Het herstel van het landschap en het herstel en/of de instandhouding van de beeldbepalende elementen is daarmee voorwaardelijk voor de ontwikkeling (concept en planvorming) van de bebouwing. Verder worden in de Beeldkwaliteitparagraaf en de Welstandsparagraaf de toetsingscriteria benoemd, waarbij onder andere is aangegeven dat het woonhuis in omvang, positie en verschijningsvorm dienstbaar zal zijn aan de nog aanwezige cultuurhistorische elementen op de locatie: het ommuurde park, de schuur, de garagewoning en de toegangspoort met hekken. Daarnaast gaat het in de Beeldkwaliteitparagraaf om aspecten ten aanzien van positie en omvang en verschijningsvorm (materialisatie, uitdrukking). In het geval van de Welstandsparagraaf gaat het om positie en context en masse en uitstraling.
14
3 Beleid 3.1 Nationaal beleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.
ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de kortetermijnmaatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de bovenals de ondergrond. Planspecifiek De aard en kleinschaligheid van de voorgenomen ontwikkeling maakt dat er, los van de ladder voor duurzame verstedelijking, geen raakvlak is met het Rijksbeleid. In toelichting paragraaf 3.1.3 wordt op de ladder voor duurzame verstedelijking ingegaan. Hierdoor vormt de NOVI geen belemmering voor dit plan.
3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De wetgever heeft in de Wet ruimtelijke ordening, ter waarborging van de nationale of provinciale belangen, de besluitmogelijkheden van lagere overheden begrensd. Indien nationale of provinciale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken, kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur respectievelijk bij of krachtens provinciale verordening regels worden gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn 14 nationale belangen opgenomen die in de NOVI zijn herbevestigd. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Barro is op 30/12/2011 in werking getreden en op meerdere momenten is deze aangevuld, met de meest recente aanpassing 01/12/2020. Planspecifiek Onderhavig plan valt niet binnen een van de projecten aangewezen in het Barro. Vanuit het Barro worden dan ook geen specifieke randvoorwaarden gesteld aan het plan.
3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgenomen om in het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'.
15
De 'stappen van de ladder' worden in artikel 3.1.6, leden 2 en 3 Bro als volgt omschreven: 2.
3.
De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Indien in een bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid toepassing is gegeven aan artikel 3.6, eerste lid, onder a of b, van de wet kan bij dat bestemmingsplan worden bepaald dat de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling en een motivering als bedoeld in het tweede lid eerst wordt opgenomen in de toelichting bij het wijzigings- of het uitwerkingsplan als bedoeld in dat artikel.
Planspecifiek Conform artikel 1.1.1, eerste lid onder i van het Bro wordt onder een stedelijke ontwikkeling verstaan: een 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State blijkt dat de ondergrens van wat als nieuwe stedelijke ontwikkeling moet worden gezien, ligt bij twaalf woningen. De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van één eengezinswoning. Daarbij ligt de ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied. Op basis hiervan wordt geconcludeerd dat de onderhavige ontwikkeling niet nader getoetst hoeft te worden aan de ladder voor duurzame verstedelijking.
3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland De meeste recente versie van de Omgevingsvisie van de provincie Zuid-Holland is in werking getreden op 1 april 2023. De Omgevingsvisie bestaat uit vier onderdelen: 1.
Ruimtelijke hoofdstructuur
De ruimtelijke hoofdstructuur toont de essentie en de samenhang van verschillende ruimtelijke beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie. Het integrale kaartbeeld van de ruimtelijke hoofdstructuur is opgebouwd uit de volgende kaartbeelden:
•
het dagelijks stedelijk systeem, dat bestaat uit de stedelijke agglomeratie en de daarmee via hov (hoogwaardig openbaar vervoer) verbonden regiokernen;
• •
de hoogstedelijke zone tussen Leiden en Dordrecht;
• • • • 2.
het logistiek-industriële systeem van mainport, greenports langs vaarwegen en zware infrastructuur; de samenhang van grote landschappelijke eenheden met de stedelijke agglomeratie; de groene ruimte en de groenblauwe structuur; het bodem- en watersysteem; energie. Ambities en sturing
De provincie wil meer vertrouwen geven aan maatschappelijke initiatieven. De provincie werkt daarom vanuit een aantal sturingsprincipes: opgavegericht, provinciaal belang en maatwerk.
16
De provincie heeft zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. Deze ambities zijn geworteld in de historie, ligging en economische structuur van Zuid-Holland en zijn gekoppeld aan de strategische uitdagingen waar de regio voor staat. De provincie heeft de volgende ambities:
• • • • • •
naar een klimaatbestendige delta;
3.
Omgevingskwaliteit
naar een nieuwe economie: the next level; naar een levendig meerkernige metropool; energievernieuwing; best bereikbare provincie; gezonde en aantrekkelijke leefomgeving.
Onder 'omgevingskwaliteit' wordt verstaan: het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen. De volgende onderdelen vormen de basis van de omgevingskwaliteit:
•
een beschrijving van de unieke kwaliteiten van Zuid-Holland: de drie deltalandschappen, de ZuidHollandse steden en de strategische ligging in internationale netwerken;
•
een beschrijving van de bestaande omgevingskwaliteit op basis van de leefomgevingstoets, met aandacht voor aspecten van milieukwaliteit. Hiertoe implementeert de provincie de beleidscyclus en monitor Omgevingskwaliteit;
•
een nadere uitwerking van het provinciale beleid voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit, op basis van de 'kwaliteitskaart' en de 'richtpunten ruimtelijke kwaliteit'.
4.
Beleidskeuzes
De provincie heeft in de Omgevingsvisie een overzicht gemaakt van samenhangende beleidskeuzes (zie Omgevingsvisie Zuid Holland). Planspecifiek 1.
Ruimtelijke hoofdstructuur
De ruimtelijke hoofdstructuur is voor het beoogde initiatief niet direct van belang gezien de aard en omvang van het initiatief. 2.
Ambities en sturing
De ambities van de provincie zijn niet specifiek van toepassing voor het beoogde initiatief, maar vormen tevens geen belemmering voor de herontwikkeling. 3.
Omgevingskwaliteit
Voor de beoogde ontwikkeling is de omgevingskwaliteit van belang. Ruimtelijke ontwikkelingen die maatschappelijk en economisch gewenst zijn, moeten bijdragen aan de balans tussen de instandhouding, benutting en versterking van de bestaande gebiedskwaliteiten. Laag van de cultuur- en natuurlandschappen Het plangebied is gelegen in het landgoederenlandschap. Herkenbaar en afwisselend patroon van historische buitenplaatsen en landgoederen, volgroeide bossen en open ruimtes met nog deels een agrarische functie. Hier is de landschapsgradiënt van duin naar veen nog herkenbaar terug te vinden. Deze gebieden hebben een hoge recreatieve en cultuurhistorische waarden. De beoogde ontwikkeling zal geen afbreuk doen aan het landgoederenlandschap; het levert veeleer een positieve bijdrage aan het
17
landgoederenlandschap doordat het gepaard gaat met het herstel van vervallen erfgoedwaarden (schuur, tuinmuren en restanten van parkbos), waarmee ook de lokale identiteit en kwaliteit versterkt wordt. 4.
Beleidskeuzes
De ontwikkeling sluit aan bij de beleidskeuze 'behoud en versterking ruimtelijke kwaliteit'. Het ruimtelijke kwaliteitsbeleid bestaat uit de voorgenoemde lagen van de kwaliteitskaart. Daarnaast zijn er gebiedsprofielen opgesteld, gezamenlijk met decentrale overheden en andere partijen in de regio. De gebiedsprofielen hebben de status van handreiking, maar nadrukkelijk niet de status van toetsingskader. Het plangebied valt binnen het gebiedsprofiel 'Duin, Horst en Weide'. Voor elk gebiedsprofiel zijn meerdere kaarten beschikbaar. Hieronder worden alleen de voor het plangebied relevante aspecten besproken die een aanvulling vormen op de reeds genoemde aspecten van de kwaliteitskaart. Historische landgoederen Het plangebied is gelegen op de lagergelegen en open strandvlakte Veenwatering. Deze is de grootste zandvlakte in het gebied, met de karakteristieke waarden van het ontginningspatroon van de smalle percelen en de sloten die haaks op de strandwallen staan. Hiernaast is er sprake van een beperkte toegankelijkheid tot het gebied. Het beoogde plan sluit aan op dit thema door middel van de versterking van de openheid, rust en stilte van de strandvlaktes door middel van het herstel van de buitenplaats 'Stoephout', waardoor de beleving van de buitenplaats hersteld wordt. Kwaliteit in dorpsgebied Het plangebied is gelegen in de villawijken van Wassenaar.
Met name Wassenaar ontwikkelde zich vanaf het begin van de 20e eeuw tot een villadorp voor rijke Hagenaars en Rotterdamse industriëlen. Door de aanwezige buitenplaatsen en landgoederen vestigden zich ook andere welgestelden in de regio. Onderhavig perceel is het laatst overgebleven herkenbare onderdeel van de ooit veel grotere buitenplaats 'Stoephout', met een eigen, ontworpen, aanleg. Met de beoogde ontwikkeling worden de waardevolle patronen en structuren herkenbaar opgenomen en worden erfgoedwaarden hersteld. Identiteitsdragers Het plangebied maakt deel uit van een opmerkelijk landschap langs de kust, namelijk de duin, horst en weide. Hierbij is er sprake van veel verschillende landschappen op een zeer korte afstand van elkaar, waardoor er een uniek landschap ontstaat. Voor het beoogde plan is er sprake van horst, waarbij de identiteit van het gebied focust op de landgoederen, boerderijen en de open landschappen hiertussen. Het beoogde plan voorziet in het herstel van de buitenplaats 'Stoephout' waardoor de identiteit hiervan weer hersteld wordt. Conclusie Met de beoogde ontwikkeling zijn er geen belemmeringen vanuit de Omgevingsvisie Zuid-Holland. De ruimtelijke kwaliteit wordt niet aangetast en er wordt aangesloten bij de gebiedsprofielen. De beoogde ontwikkeling past binnen de Omgevingsvisie, en de provinciale ambities.
3.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Tegelijk met de Omgevingsvisie is de Omgevingsverordening Zuid-Holland op 1 april 2023 in werking getreden. Per 7 augustus 2021 is een nieuwe versie van de omgevingsverordening in werking is getreden. In de verordening stelt de provincie regels aan ruimtelijke ontwikkelingen. De Omgevingsverordening draagt bij aan het realiseren van de provinciaal ruimtelijke beleid zoals dat benoemd is in de Omgevingsverordening. De verordening omvat in aanvulling op de Omgevingsvisie toetsbare criteria waaraan planvorming moet voldoen.
18
Ladder voor duurzame verstedelijking In artikel 6.10 lid 1 van de Omgevingsverordening is opgenomen dat een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, moet voldoen aan de volgende eisen: a.
b.
de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte.
Voor het voorgenomen plan is in toelichting paragraaf 3.1.3 op de ladder voor duurzame verstelijking ingegaan. Hieruit blijkt dat de beoogde ontwikkeling niet voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling op basis van de feiten dat de bouw zich enkel ontfermt over één woning en dat deze woning binnen de stadsgrens bevindt. Hierdoor hoeft het voorgenomen plan niet nader getoetst te worden aan artikel 6.10 van de Omgevingsverordening. Ruimtelijke kwaliteit In artikel 6.9 lid 5 van de Omgevingsverordening is opgenomen dat een bestemmingsplan, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit, kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling: a.
b.
c.
de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en houdt rekening met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, zodanig dat de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. In dit geval is er sprake van inpassen; de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar veroorzaakt wijziging op structuurniveau. Een dergelijke ontwikkeling wordt alleen toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van aanpassen; de ruimtelijke ontwikkeling past niet binnen de bestaande gebiedsidentiteit. Een dergelijke ontwikkeling wordt uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp. Daarin wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt ook rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van transformeren.
Ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit is sprake van een vorm van inpassen (sub a), omdat de ontwikkeling zich afspeelt op het niveau van een kavel en past bij de aard en de schaal van het gebied. Met de stedenbouwkundige invulling van de beoogde nieuwbouw is zoveel mogelijk rekening gehouden met de bestaande gebiedsidentiteit en dat is ook zorgvuldig met de provincie afgestemd. De relevante richtpunten van de kwaliteitskaart zijn in toelichting paragraaf 3.2.1 toegelicht. Hieruit blijkt dat het beoogde plan aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart voldoet. Kroonjuweel Cultureel Erfgoed Het plangebied maakt onderdeel uit van het kroonjuweel 'Landgoederenzone Wassenaar/ Voorschoten/ Leidschendam', met beschermingscategorie 1,. Dit kroonjuweel herbergt een groot aantal landgoederen, de Veenzijdse en Duivenvoordse Polder en enkele groene uitlopers, zoals het Haagsche Bos/Malieveld en Clingendael. Van belang zijn met name de herkenbaarheid, context en uniciteit van het Kroonjuweel Cultureel Erfgoed. In artikel 6.9.10 is bepaald dat een bestemmingsplan hier alleen ontwikkelingen mogelijk mag maken die vallen onder de noemer 'inpassen'. In het voorliggende geval is sprake van inpassen, zoals hierboven verwoord. Het onderhavige initiatief doet geen afbreuk aan de waarden van het Kroonjuweel Cultureel Erfgoed.
19
Gebied met archeologische waarde Het perceel gelegen aan de Stoeplaan 7 is gelegen binnen een gebied aangegeven als gebied met archeologische waarde. Voor alle werkzaamheden die dieper reiken dan 1 meter onder het maaiveld is archeologisch onderzoek vereist, om aan te tonen dat de archeologische waarden niet worden aangetast. Dit onderzoek is uitgevoerd en wordt in toelichting paragraaf 4.9.2 verder toegelicht. Milieubeschermingsgebieden grondwater Dit betreft gebieden als bedoeld in artikel 1.2, tweede lid, onder a, van de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij om een beschermingszone rondom een waterwingebied. Hiermee wordt in het voorliggende plan rekening gehouden, in de vorm van de gebiedsaanduiding 'milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied'. Risico's van klimaatverandering In artikel 6.27a van de Omgevingsverordening is opgenomen dat rekening gehouden moet worden met de gevolgen van de risico’s van klimaatverandering, tenminste voor zover het betreft de risico’s ten aanzien van: 1. 2. 3. 4.
wateroverlast door overvloedige neerslag; overstroming; hitte; droogte.
Wateroverlast door overvloedige neerslag De planlocatie is gelegen ten zuiden van het centrum Oud Wassenaar. Rondom de planlocatie is veel oppervlaktewater (zoals de Zijlwetering) en open groen aanwezig, wat zorgt voor de benodigde wateropslag en infiltratiemogelijkheden. Hierbij dient opgemerkt te worden dat de bouwmogelijkheden beperkt zijn in het voorliggende bestemmingsplan. Zo worden geen extra aan- en bijgebouwen, behalve de bestaande schuur, toegelaten. Verdere maatregelen om wateroverlast door overvloedige neerslag tegen te gaan worden op deze locatie niet nodig geacht. Overstroming De kans op overstromingen is per locatie anders. Overstromingen vanuit rivieren, meren of zeeën kunnen voor grote overlast zorgen. Het is dan ook van belang dat de overstromingskans zo klein mogelijk is. Uit het raadplegen van de klimaateffectatlas blijkt dat voor het plangebied geen significante overstromingskans geldt. Het thema overstromingen is gelet op de aard en omvang van het initiatief verder niet van belang. Hitte In het stedelijk gebied speelt het thema hittestress een belangrijke rol. Met de beoogde ontwikkeling neemt de verharding in het plangebied toe en wordt het groen in het plangebied anders ingericht dan wat nu het geval is. Volgens de Atlas leefomgeving heeft de locatie op dit moment te maken met een hittestresseffect van ongeveer 0.28 graden Celsius.
Het plan levert een mogelijke bijdrage aan hittestress, maar deze zou minimaal moeten zijn ten opzichte van de huidige situatie. Droogte Droogte leidt tot een verhoogde watervraag en toenemende watertekorten, wat een langdurig effect op grond- en oppervlaktewaterstanden heeft. Langdurige droogte kan leiden tot bijvoorbeeld schade aan funderingen, verdroging van groen, een slechte oppervlaktewaterkwaliteit, versnelde bodemdaling en hittestress. Met de beoogde ontwikkeling neemt het aantal verharding in het plangebied lichtelijk toe. Door het plangebied groen in te richten en maatregelen te treffen wordt een bijdrage geleverd in het vasthouden van water en om de effecten van de extra verharding te compenseren. Volgens de Atlas leefomgeving is de planlocatie niet gevoelig voor funderingsproblemen als gevolg van droogte. Over het algemeen worden geen problemen verwacht ten aanzien van droogte. Conclusie Gezien het voorgaande dient er geconcludeerd te worden dat er geen belemmeringen zijn vanuit de Omgevingsverordening voor de onderhavige ontwikkeling.
20
3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1 Structuurvisie Wassenaar 2025 Landgoed aan zee Op 22 maart 2017 is de structuurvisie 'Wassenaar 2025 Landgoed aan zee’ vastgesteld. Dit document beschrijft de gewenste ruimtelijke ontwikkeling van Wassenaar op middellange termijn. De ruimtelijke opgave voor de komende jaren richt zich op de instandhouding en versterking van deze ruimtelijke hoofdstructuur. De structuurvisie geeft nut en noodzaak aan van het duurzaam behoud van de unieke kwaliteiten van Wassenaar voor volgende generaties. Wassenaar wordt niet verder uitgebreid. Nieuwbouw in het dorp is mogelijk door vervanging van bestaande voorraad, herbestemming of op vrijgekomen locaties. Nieuwe ontwikkelingen moeten passen in maat en schaal bij het groene, kleinschalige en historische karakter van Wassenaar. Planspecifiek Met de beoogde ontwikkeling wordt het perceel opnieuw ingericht voor de bouw van een vrijstaande woningen en worden in samenhang hiermee de cultuurhistorische waarden van Klein Stoephout hersteld ((schuur, tuinmuren en restanten van parkbos). De beoogde ontwikkeling zal aansluiting vinden met het historische karakter, de kleinschaligheid en het groen van Wassenaar. Met al deze drie punten is met de beoogde ontwikkeling rekening gehouden. Met de nieuwbouw is sprake van een herontwikkeling, waarbij de bestaande kwaliteiten van het gebied worden versterkt.
Hierbij wordt er gebruik gemaakt van het Tuinhistorisch onderzoek en waardestelling zoals opgenomen in bijlagen bij toelichting, bijlage 2. De beoogde ontwikkeling zal leiden tot (verdere) verstening van het perceel. maar oorspronkelijk (bestemmingsplan 'Villawijken 1977') was hier al een bouwmogelijkheid aanwezig. Deze is in het bestemmingsplan 'Villawijken 2010' per ongeluk wegbestemd. Daarbij wordt in het voorliggende bestemmingsplan geborgd dat een belangrijk deel van het kenmerkende groen op het perceel in stand zal blijven. Geconcludeerd kan worden dat de beoogde ontwikkeling in lijn is met de structuurvisie 'Wassenaar 2025 Landgoed aan zee’ . 3.3.2 Woonvisie Wassenaar 2021-2025 In de Woonvisie Wassenaar 2021-2025 (vastgesteld op 17 december 2019) is het woonbeleid van de gemeente voor de komende vier jaar geschetst. De woonvisie is een document van de gemeente, waarin de gemeente verwoord wat ze voor ogen heeft met het wonen in Wassenaar, wat zij daar zelf aan bijdraagt en wat van andere partijen wordt gevraagd. In deze woonvisie wordt op basis van een analyse, taken die op gemeenten afkomen vanuit landelijk beleid en interviews met stakeholders invulling gegeven aan de opgaven. Uit de analyse blijkt dat de druk op de woningmarkt hoog blijft gezien de voorziene bevolkingsontwikkeling.
Dit betekent een nadrukkelijke rol voor de gemeente om de schaarse ruimte voor nieuwbouw zo gericht mogelijk in te zetten. Planspecifiek In de gemeente moeten er tot en met 2030 ca. 950 woningen worden bijgebouwd. In de afgelopen jaren is vergeleken met de rest van Nederland weinig bijgebouwd. In Wassenaar is er sprake van achterstand van het aantal te bouwen woningen. Voor de komende jaren heeft de gemeente de ambities om 50 tot 70 woningen per jaar te bouwen. 50% van de te bouwen moeten worden gebouwd in de middeldure sector. De beoogde ontwikkeling ziet toe op de bouw van één vrijstaande woning. Daarmee wordt een -zij het bescheiden- bijdrage geleverd aan de woningbouwopgave in de gemeente. In de woonvisie wordt ook veel aandacht besteed aan de duurzaamheidsaspecten. De onderhavige nieuwbouwwoning wordt in ieder geval gasloos gebouwd. De duurzaamheidsaspecten worden verder verwoord in toelichting paragraaf 4.11. Gezien het voorgaande kan geconcludeerd worden dat de beoogde ontwikkeling in lijn is met de Woonvisie van de gemeente Wassenaar.
21
3.3.3 Erfgoedvisie Wassenaar 2018-2024 Op 23 januari 2018 is door het college van burgemeester en wethouders de Erfgoedvisie Wassenaar 20182024 ‘Naar een erfgoedzorg voor iedereen’ vastgesteld. De Erfgoedvisie is, middels de campagne ‘doe een erfgoedwens’, samen met de inwoners van Wassenaar opgesteld. De visie is gestoeld op twee belangrijke fundamenten: 1. 2.
De intrinsieke waarde van erfgoed: de schoonheid en de historie in erfgoed te herkennen; De duurzame gebruikswaarde: erfgoed en monumenten worden benut voor wonen, werken en recreëren en voor het beleven.
Wassenaar bezit als "Landgoed aan zee" een breed spectrum aan bijzondere cultuurhistorische kwaliteiten. Deze vertegenwoordigen een groot kapitaal en is ook een sterk merk. Nieuwe ontwikkelingen dienen de identiteit en authenticiteit te waarborgen en waar mogelijk te versterken. In de erfgoedvisie zijn zeven erfgoedthema's te onderscheiden. Deze thema’s bepalen voor een belangrijk deel de kernkwaliteiten van het Wassenaarse erfgoed. De thema’s van Het Verhaal van Wassenaar zijn als volgt: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
het historisch dorpscentrum met haar woon-winkelcultuur, de bedrijvigheid en bouwhistorisch waardevolle bebouwing; het agrarisch erfgoed (incl. de bollencultuur); de buitenplaatscultuur; de villacultuur (incl. automobielcultuur); de bad- sport- en recreatiecultuur; de ankerpunten in de wijk en historische elementen; militair erfgoed.
Planspecifiek Voor de twee deelgebieden zijn met name de buitenplaatscultuur en de villacultuur van belang. Uniek voor de omgeving van het plangebied is de aaneengesloten landgoederenzone die op de strandwallen is ontstaan en de ruggengraat vormt van het Landgoed aan zee. De historische parken vertegenwoordigen een meer dan 400 jaar oude traditie van omgaan met de natuur. Huis en tuin zijn bij de buitenplaatsen ruimtelijk en functioneel onlosmakelijk met elkaar verbonden. Daarnaast staan er meerdere (rijks)monumenten in de nabijheid van het plangebied, waaronder de Parochiekerk De Goede Herder, buitenplaats Oud Wassenaar, landgoederen Blankenburgh en Voorlinden. Ten behoeve van de voorliggende ontwikkeling is de notitie 'Buitenplaats Klein Stoephout, Tuinhistorisch onderzoek en waardestelling' opgesteld (korneel aschman erfgoedadvies, d.d. 29 december 2020), zie bijlagen bij toelichting bijlage 2 en die ook is toegevoegd aan de beeldkwaliteitsparagraaf (bijlagen bij de regels, bijlage 1). Hierin zijn de cultuurhistorische waarden nader toegelicht, waarbij het herstel van de objecten die in een vervallen staat verkeren (schuur, tuinmuren en restanten van parkbos) ook randvoorwaardelijk is voor de beoogde ontwikkeling. Onder die voorwaarden is sprake van een aanvaardbare ontwikkeling, passend binnen het gemeentelijke beleid uit de Erfgoedvisie Wassenaar 20182024.
3.3.4 Groen- en Watervisie 2015 - 2019 De Gemeente Wassenaar heeft in 2016 de Groen- en Watervisie 2015-2019 vastgesteld. Deze visie gaat onder ander in op de vraag op welke wijze het unieke groene karakter van Wassenaar behouden en versterkt kan worden. Wassenaar is een groene gemeente, maar om zich te blijven onderscheiden van zijn omgeving en te voldoen aan de behoeften die er in de samenleving zijn, dient de kwaliteit van het groen behouden te blijven en, waar mogelijk, versterkt te worden. Een van de subdoelen van de visie is: 'Versterken van een duurzame groen- en waterstructuur die aansluit op de cultuurhistorische, landschappelijke en architectonische waarden in de gemeente en het beleefbaar maken van groen en water.'
22
Tevens biedt de Groen- en Watervisie 2015-2019 een gemeentelijke visie op het water, waarbij alle aspecten van het water, zoals de waterstructuur, waterkwantiteit, waterkwaliteit, waterbergend vermogen en mogelijkheid voor waterrecreatie aan de orde komen. Planspecifiek Met de geplande herontwikkeling zal het betreffende terrein opnieuw worden vormgegeven. Hierbij worden zowel het parkbos als de boomgaard gereconstrueerd. De beoogde ontwikkeling draagt op deze wijze bij aan het behoud en herstel van het cultuurhistorisch waardevolle groene karakter. Daarnaast omvat het initiatief onder andere het herstel van de tussensloot, waardoor de opslag- en infiltratiecapaciteit zal toenemen. Bovendien is het de bedoeling om bij de aanleg van nieuwe verharding zoveel mogelijk waterdoorlatende verharding toe te passen. Geconcludeerd kan worden dat de beoogde ontwikkeling in lijn is met de Groen- en Watervisie 2015-2019.
23
4 Milieu- en omgevingsaspecten 4.1 Milieueffectrapportage De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Een m.e.r. is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid over initiatieven en activiteiten van publieke en private partijen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. De m.e.r. is wettelijk verankerd in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer. Naast de Wet milieubeheer is het Besluit m.e.r. belangrijk om te kunnen bepalen of bij de voorbereiding van een plan of een besluit de m.e.r.-procedure moet worden doorlopen. Bij toetsing aan het Besluit m.e.r. zijn er vier mogelijkheden: a. b.
c.
d.
het plan of besluit is direct m.e.r.-plichtig; het plan of besluit bevat activiteiten uit kolom 1 van onderdeel D, en ligt boven de (indicatieve) drempelwaarden, zoals beschreven in kolom 2 ‘gevallen’, van onderdeel D. Het besluit moet eerst worden beoordeeld om na te gaan of er sprake is van m.e.r.-plicht: het besluit is dan m.e.r.beoordelingsplichtig. Voor een plan in kolom 3 ‘plannen’ geldt geen m.e.r-beoordelingsplicht, maar direct een (plan-)m.e.r.-plicht; het plan of besluit bevat wel de activiteiten uit kolom 1, maar ligt beneden de drempelwaarden, zoals beschreven in kolom 2 ‘gevallen’, van onderdeel D: er dient in overleg met de aanvrager van het bijbehorende plan of besluit beoordeeld te worden of er aanleiding is voor het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling (als sprake is van een besluit) of het direct uitvoeren van een m.e.r. (als sprake is van een plan). Deze keuze wordt uiteindelijk in het bijbehorende plan of besluit gemotiveerd; de activiteit(en) of het betreffende plan en/of besluit worden niet genoemd in het Besluit m.e.r.: er geldt geen m.e.r.-(beoordelings)plicht.
Sinds 16 mei 2017 geldt er een directe werking van het Europees recht. Daarom is per 7 juli 2017 het gewijzigde Besluit m.e.r. in werking getreden. In de gewijzigde Besluit m.e.r. staat de nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor elke aanvraag, waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is, moet:
• • •
Door de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie worden opgesteld; Het bevoegd gezag binnen 6 weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit nemen. Dit besluit hoeft niet in de Staatscourant gepubliceerd te worden; De initiatiefnemer het (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsbesluit bij de vergunningaanvraag voegen (Artikel 7.28 Wet milieubeheer).
De artikelen 7.16 tot en met 7.20a Wm zijn in de nieuwe wetgeving voor alle in het Besluit m.e.r. genoemde activiteiten van de D-lijst van toepassing. Planspecifiek Uit een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2018:2414, 18 juli 2018) dat het antwoord op de vraag of er sprake is van een (wijziging van een) stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit milieueffectrapportage afhangt van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als de aard en omvang van de voorziene wijzigingen van de stedelijke ontwikkeling een rol spelen. Daarbij mogen de bestaande planologische mogelijkheden worden meegewogen bij de vraag of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Planologisch wordt één vrijstaande woning toegevoegd. Maar het betreft het herstel van een omissie, aangezien bij de vaststelling van het bestemmingsplan 'Villawijken' (2010) een bouwrecht op het onderhavige perceel ten onrechte niet goed was opgenomen. Er kan dan ook gesteld worden dat er naar
24
aard en omvang geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Dit betekent dat het Besluit milieueffectrapportage niet van toepassing is en dat er geen m.e.r.-(beoordelings)plicht geldt.
4.2 Bodem Ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening moet worden aangetoond dat de kwaliteit van de bodem en het grondwater in het plangebied in overeenstemming zijn met het beoogde gebruik. Dit is geregeld in de Wet bodembescherming. Ontwikkelingen kunnen pas plaatsvinden als de bodem waarop deze ontwikkelingen plaatsvinden geschikt is of geschikt is gemaakt voor het beoogde doel. Bij een bestemmingswijziging is een bodemonderzoek slechts noodzakelijk, als de bestemmingswijziging tevens een wijziging naar een strenger bodemgebruik inhoudt. Bij een bestemmingswijziging die een gelijkblijvend of minder streng bodemgebruik oplevert, is de bodemkwaliteit in het kader van de bestemmingswijziging niet relevant en is bodemonderzoek niet noodzakelijk. Planspecifiek Om te kunnen voldoen aan goede ruimtelijke ordening is er de vraag het verantwoord is om een gevoelige bestemming te bouwen op een locatie die voor een lange tijd niet bebouwd is geweest. Hiervoor is dan een Milieuhygiënisch vooronderzoek NEN 5725 uitgevoerd door IDDS (kenmerk A1319-06/PBE/rap1, d.d. 24 november 2021): zie bijlagen bij toelichting, bijlage 3. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek wordt van uit milieuhygiënisch oogpunt geen belemmeringen voorzien voor het toevoegen van een bouwvlak aan het huidige bestemmingsplan.
4.3 Geluid De mate waarin het geluid, het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). De kern van de wet is dat geluidsgevoelige objecten, waaronder woningen, worden beschermd tegen geluidhinder uit de omgeving. Het beschermen van deze geluidsgevoelige objecten gebeurt aan de hand van vastgestelde zoneringen. De belangrijkste geluidsbronnen die in de Wet geluidhinder worden geregeld zijn: industrielawaai, wegverkeerslawaai en spoorweglawaai. Verder gaat deze wet onder meer ook in op geluidwerende voorzieningen en geluidbelastingkaarten en actieplannen. De meest voorkomende vorm van geluidhinder is degene die wordt veroorzaakt door het wegverkeer. Zo stelt de wet dat in principe de geluidsbelasting op woningen de voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet mag overschrijden. De voorkeursgrenswaarden is de waarde die zonder meer kan worden toegestaan. Indien nieuwe geluidsgevoelige functies worden toegestaan, stelt de Wet geluidhinder de verplichting akoestisch onderzoek te verrichten naar de geluidsbelasting ten gevolge van alle wegen op een bepaalde afstand van de geluidsgevoelige functie(s). Als naar akoestisch onderzoek blijkt dat de grenswaarden van de gevelbelasting worden overschreden dient er een ontheffing te worden verkregen via een hogere voorkeursgrenswaarde procedure.
De maximale ontheffingswaarde voor nieuw te bouwen woningen in stedelijk gebied is 63 dB. Planspecifiek Woningen zijn geluidgevoelig in de zin van de Wet geluidhinder (Wgh). De locatie achter Stoeplaan 7/7A ligt binnen de wettelijke geluidszone van de Stoeplaan en Wittenburgerweg. In overeenkomst met artikel 77, lid 1 van de wet Geluidhinder heeft DGMR het 'Akoestisch onderzoek wegverkeer Klein Stoephout, Wassenaar' opgesteld (rapport d.d. 23 december 2021). Dit rapport is als bijlagen bij toelichting, bijlage 4 bijgevoegd. Uit de berekeningen blijkt dat de hoogste gevelbelasting 47 dB bedraagt, waarmee wordt voldaan aan de voorkeurswaarden uit de Wet geluidhinder (48 dB)) en hoeven geen extra maatregelen te worden getroffen. De gecumuleerde geluidbelasting van alle wegen, inclusief 30 km-wegen, bedraagt 48 dB, waarmee sprake is van goede ruimtelijke ordening. Het aspect geluid vormt geen belemmering voor het onderhavige initiatief.
25
4.4 Milieuzonering Het aspect milieuzonering gaat in op de invloed die bedrijven kunnen hebben op hun omgeving. Deze invloed is afhankelijk van de afstand tussen een gevoelige bestemming en de bedrijvigheid. Milieugevoelige bestemmingen zijn gebouwen en terreinen die naar hun aard bestemd zijn voor het verblijf van personen gedurende de dag of nacht of een gedeelte daarvan (bijvoorbeeld woningen). Daarnaast kunnen ook landelijke gebieden en/of andere landschappen belangrijk zijn bij een zonering tot andere, minder gevoelige, functies zoals bedrijven. Bij een ruimtelijke ontwikkeling kan sprake zijn van reeds aanwezige bedrijvigheid en van nieuwe bedrijvigheid. Milieuzonering zorgt er voor dat nieuwe bedrijven een juiste plek in de nabijheid van de gevoelige functie krijgen en dat de (nieuwe) gevoelige functie op een verantwoorde afstand van bedrijven komen te staan. Doel hiervan is het waarborgen van de veiligheid en het garanderen van de continuïteit van de bedrijven als ook een goed klimaat voor de gevoelige functie. Milieuzonering beperkt zich tot milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie zoals: geluid, geur, gevaar en stof. De mate waarin de milieuaspecten gelden en waaraan de milieucontour wordt vastgesteld, is voor elk type bedrijvigheid verschillend. De 'Vereniging van Nederlandse Gemeenten' (VNG) geeft sinds 1986 de publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' uit.
In deze publicatie is een lijst opgenomen, met daarin de minimale richtafstanden tussen een gevoelige bestemming en bedrijven. Indien van deze richtafstanden afgeweken wordt dient een nadere motivatie gegeven te worden waarom dat wordt gedaan. Het belang van milieuzonering wordt steeds groter aangezien functiemenging steeds vaker voorkomt. Hierbij is het motto: 'scheiden waar het moet, mengen waar het kan'. Het scheiden van milieubelastende en milieugevoelige bestemmingen dient twee doelen: