CConstaterende datwassenaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2-4 Aanpassing welstandsnota

Raadsvergadering Wassenaar 14 december 2021, gemeente wassenaarBij agendapunt: Vaststelling herijkte criteria m.b.t. zonnepanelen- en collectoren in beschermd dorpsgezicht en op en bij monumenten en beeldbepalende panden11.005 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Z/21/051128/272013

Aanpassing welstandscriteria zonnepanelen en -collectoren Bijlages 2-4 M&DM

Aanpassing criteria zonnepanelen en -collectoren

April 2021 Bijgewerkt 13 oktober 2021

1

Inhoud

Bijlage 2 1.

Criteria

Objectcriteria voor veel voorkomende kleine bouwwerken: zonnepanelen A. Buiten het beschermde dorpsgezicht B. Binnen het beschermde dorpsgezicht

2.

Voorbeelden

Bijlage 3

Toelichting

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

Voorwoord Inleiding Huidig beleid Kaders Criteria

Bijlage 4 4.1 4.2

Verslaglegging rondetafelgesprekken Inleiding Verslagen

2

Bijlage 2 1. Objectcriteria voor veel voorkomende kleine bouwwerken: zonnepanelen Zonnepanelen voldoen aan redelijke eisen van welstand, als voldaan wordt aan onderstaande criteria. De uitzonderingen, alsook de bepalingen uit het bestemmingsplan voor panelen in tuinen, zijn nader uitgewerkt in de Toelichting: Aanpassing welstandscriteria zonnepanelen en -collectoren Bijlages 2-3 (versie april 2021, Z/21/051128/245041). NB: de wettelijke- en beleidsregels van Rijk, provincie en gemeente, in de inleiding genoemd, gaan voor op de welstandscriteria. NB: het gaat om energieopwekking door zonnepanelen- en collectoren voor eigen gebruik. A -

B -

Buiten het beschermde dorpsgezicht: Op het dak: toegestaan op alle dakvlakken; Beperkte opstelling in de tuin: toegestaan op het achtererf; Grotere opstelling in de tuin: een ontheffing krachtens artikel 4 derde lid Bijlage II Bor is mogelijk bij een goede ruimtelijke onderbouwing; Op bijgebouwen, schuren, carports: het hele dak; Als erfafscheiding; Rijks- en gemeentelijke monumenten en beeldbepalende panden: in principe op dakvlakken die niet zichtbaar zijn vanaf openbaar gebied, gewogen na advies van de Commissie Welstand en Cultureel Erfgoed. Binnen het beschermde dorpsgezicht: Op de daken van hoofdgebouwen, bijgebouwen, schuren en carports: voor zover niet zichtbaar vanaf openbaar gebied. Hierop zijn uitzonderingen (zie hieronder); Beperkte opstelling in de tuin: toegestaan op het achtererf; Grotere opstelling in de tuin: een ontheffing krachtens artikel 4 derde lid Bijlage II Bor is mogelijk bij een goede ruimtelijke onderbouwing; Als erfafscheiding; Rijks- en gemeentelijk monumenten en beeldbepalende panden: in principe niet zichtbaar vanaf openbaar gebied, na gewogen advies van de Commissie Welstand en Cultureel Erfgoed.

Op het dak, zichtbaar vanaf openbaar gebied, geen monumenten of beeldbepalend pand zijnde, na gewogen advies van de Commissie Welstand en Cultureel Erfgoed: - Panden van na 1970; - Seriematige bouw (vijf of meer geschakelde huizen); - Agrarische opstallen, voor zover niet met pannen of riet gedekt; - Panden van voor 1970, niet seriematig: o Kleur op kleur; o Aaneengesloten rij aan de dakvoet, met gebruikmaking van vormstukken op de hoeken; o Vervanging is altijd mogelijk; o Geïntegreerde panelen zijn toegestaan (in de vorm van dakpannen of -leien.

3

2.

Voorbeelden Platte daken mogen volledig bedekt worden met zonnepanelen, mits de hellingshoek kleiner is dan 30 graden. Ook op monumenten, ook binnen het beschermde dorpsgezicht.

In (achter)tuinen mogen bescheiden installaties voor eigen gebruik worden opgericht, afhankelijk van het bestemmingsplan 10-12,5 m2. Voor grotere installaties tot 50 m2 kan een vrijstelling/ontheffing worden verleend.

Toegestaan: opstelling met beweegbare panelen, minder dan 10 m2 en lager dan 3 meter.

4

Moderne landbouwschuren en stallen kunnen geheel bedekt worden met panelen.

Woningen van na 1970 mogen geheel bedekt worden met panelen, ook de vanaf de straat zichtbare dakvlakken, ook in het beschermde dorpsgezicht.

Alle bijgebouwen op het eigen erf mogen geheel belegd worden met panelen, tenzij het om monumentale of beeldbepalende bouwwerken gaat.

Seriematig gebouwde huizen mogen aan de zichtbare voorkant zonnepanelen op het dakvlak, mits uniform. Dit mag geclusterd of aaneengesloten. Kleur op kleur heeft in de vooroorlogse bebouwing de voorkeur.

5

Half vrijstaande bebouwing met samengestelde kappen zijn niet erg geschikt voor (veel) zonnepanelen. Het platte dakvlak en de vlakke dakkappellen bieden enige ruimte.

Toegestaan: een scherm of schutting van panelen of collectoren, bijvoorbeeld voor de zwembadverwarming.

Niet toegestaan in het beschermde dorpsgezicht want: - zichtbaar vanaf openbaar gebied - zwart op rood - tegen de noklijn geclusterd in plaats van een doorlopende strook aan de dakvoet.

6

Toegestaan in het beschermde dorpsgezicht, mits niet zichtbaar vanaf openbaar gebied. Zichtbaar vanaf openbaar gebied niet toegestaan want: Geen doorlopende lijn of geclusterd in een rechthoek NB: seriematig, dus zwart op rood is toegestaan. -

Toegestaan in het beschermde dorpsgezicht, mits niet zichtbaar vanaf openbaar gebied. Zichtbaar vanaf openbaar gebied niet toegestaan want: Geen doorlopende lijn of geclusterd in een rechthoek; - Tegen de noklijn. NB: seriematig, dus zwart op rood is toegestaan. -

Toegestaan buiten beschermd dorpsgezicht. Daarbinnen niet want het is niet een doorlopende strook of een cluster.

7

Jaren ’30: aan de achterzijde toegestaan. Aan de voorzijde toegestaan, mits buiten het beschermde dorpsgezicht. Daarbinnen niet, want niet een doorlopende strook en niet kleur op kleur.

Gekleurde panelen, panelen in de vorm van pannen, geïntegreerde panelen en vormstukken, dit alles is verkrijgbaar. De kosten zijn wel hoger en de opbrengst minder, maar er is een keuze en de techniek is nog lang niet uitontwikkeld.

Een mast ten dienste van de eigen woning kan in de achtertuin geplaatst worden. Een fundering is wel nodig.

Een doorlopende strook aan de dakvoet met vormstukken tegen de hoekkepers en in de juiste kleur is in de meeste gevallen acceptabel (gewogen oordeel).

8

Bijlage 3 Toelichting 3.1. Voorwoord In de jaren ’20 van de 20ste eeuw werd een antennewoud verwijderd, een ontzagwekkende hoeveelheid houten radioantennes, nu geheel verdwenen uit het collectieve geheugen. Na de Tweede Wereldoorlog kwamen eerst de metalen TVantennes op het dak, toen de schotelantennes aan de muren. Al deze verdwenen installaties werden gezien als ontsierend en werden met wisselend succes bestreden. Tegenwoordig zijn het alleen nog de zendmasten voor het mobiele netwerk waarvoor welstandsregels worden opgesteld. In de jaren ’20 van de 20ste eeuw had niemand een vermoeden van het opraken van fossiele brandstoffen, het opwarmen van de aarde of het stijgen van de zeespiegel. De tijden zijn veranderd en het klimaat houdt ons allen bezig. Velen willen een steentje bijdragen aan de klimaatdoeleinden die internationaal en nationaal, maar ook op gemeentelijk niveau gesteld zijn. De gemeente Wassenaar stelt zich op het standpunt dat iedere burger, die dat wil in de gelegenheid gesteld moet worden dat te doen. Om de juiste balans te vinden zijn er wel regels verbonden aan het gerechtvaardigd verlangen bij te dragen aan vermindering van de CO2-uitstoot.1 De landgoederenzone Wassenaar-Voorschoten-Leidschendam-Voorburg is het op een na grootste beschermde dorpsgezicht van Nederland en het grootste deel van het beschermde gebied ligt op het grondgebied van Wassenaar.

De aanwijzing van het gezicht was in 2007, de herziening van het Handboek Welstand & Beeldkwaliteit in 2010, alweer ruim 10 jaar geleden. De onstuimige groei en ontwikkeling van de zonnepanelen heeft ertoe geleid dat de welstandscriteria die toen zijn opgesteld, ver af zijn komen te staan van de dagelijkse praktijk. Daarom is door de portefeuillehouder aan de raad toegezegd binnen afzienbare tijd te komen met een herijking/aanscherping van het beleid t.a.v. zonnepanelen in het beschermd dorpsgezicht, zodat voldaan wordt aan de eisen van deze tijd.

Op basis van de ingediende zienswijze is de Toelichting bijgewerkt. De ingrepen zijn redactioneel van aard en hebben geen consequenties voor de criteria.

1 Stroomgebruik door consumenten levert maar een relatief klein aandeel in de CO2-uitstoot van

Nederland. De omslag naar groene stroom is nog steeds sneller en makkelijker te realiseren, door niet dak-voor-dak op te wekken, maar door contracten af te sluiten doe duurzaam opgewekte stroom leveren (VK, 1mei). Het isoleren van woningen draagt aanzienlijk meer bij aan de reductie. Dat is ook waar de Regionale Energie Strategie (RES) op inzet.

9

3.2. Inleiding De welstandscriteria voor zonnepanelen (2010) zijn verouderd en lopen niet meer in de pas met de technische en maatschappelijke ontwikkelingen op dit gebied. Ook de (on)mogelijkheden vanuit het bestemmingsplan worden meer en meer als beperkend ervaren. De gemeente streeft er naar een aanzienlijke bijdrage te leveren aan de landelijke klimaatdoelstellingen. Een verruiming van de mogelijkheden panelen voor eigen gebruik te plaatsen past binnen dit streven. Er komt geen nieuw beleid, maar het huidige beleid wordt aangepast aan de recente ontwikkelingen De mogelijkheden tot opstellingen buiten het dak van het eigen huis worden onvoldoende benut. Het zogenoemde zonnedelen, maar ook carports, schuren en opstellingen op het erf of in de tuin vallen vooralsnog buiten het blikveld van de burger en de beleidsmaker. In de toekomst is het beleid er derhalve op gericht het opwekken van zonne-energie voor particuliere huishoudens ook te stimuleren op andere plaatsen dan de nu gangbare posities. De onlangs opgerichte Wassenaarse Energie Coöperatie (WEC) is een eerste, belangrijke stap daartoe. Daarnaast worden ook de mogelijkheden verruimd om panelen op of bij monumenten en in het beschermde dorpsgezicht te plaatsen, zij het onder voorwaarden. De verruiming van de mogelijkheden gaat niet ten koste van de leefomgeving in de context van de Omgevingswet.

De bijzondere waarden van het beschermde dorpsgezicht staan niet ter discussie. De basis voor de beoordeling, zoals geformuleerd in het Handboek Beeldkwaliteit blijft dat het uitgangspunt is dat de collectoren en/of panelen zo min mogelijk storend aanwezig zijn. De positie en omvang dienen aan te sluiten bij de bestaande karakteristiek van het gebouw en de omgeving. Duurzaamheid en beeldkwaliteit zijn schijnbaar tegengestelde begrippen. In de aanloop naar de Omgevingswet is de benadering van de herijking niet sectoraal, maar integraal. Daarbij zijn de uitgangspunten van de Regionale Energie Strategie (RES) en de Structuurvisie Wassenaar 2025 Landgoed aan Zee richtinggevend. In de eerste wordt benadrukt dat in de transitie van fossiele energie naar wind- en zonne-energie natuur en landschap ontzien dienen te worden. In de tweede wordt binnen de ruimtelijke kwaliteiten van het beschermd dorpsgezicht aandacht gevraagd voor het duurzaamheidsaspect en de energietransitie. In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), een AMvB behorend bij de Omgevingswet zijn instructies opgenomen voor de omgang met het erfgoed. Bij het vaststellen van omgevingsplannen dient het belang van het erfgoed nadrukkelijk te worden meegewogen en dienen regels te worden opgesteld die ontsiering voorkomen (§ 5.130 werkversie 8 januari 2021).

De gemeente heeft zelf de vrijheid invulling te geven aan wat tot de omgeving van het monument of het beschermde dorpsgezicht behoort en te bepalen wanneer sprake is van aantasting. NB: ook het groen in de gemeente vertegenwoordigt cultuurhistorische waarden. Behalve aan de gemeentelijke beleidskaders is de herijking/aanscherping ook getoetst aan de versoepelde landelijke richtlijnen van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), herzien 2020. Ook de richtlijnen en criteria met betrekking tot zonnepanelen in beschermde stads- en dorpsgezichten van de omringende gemeentes (Leiden, Den Haag) zijn in de herijking betrokken.

10

In de nieuwe systematiek kunnen de bijgestelde criteria niet alleen helder gecommuniceerd worden naar de burger, maar ook op de lange termijn - na de inwerkingtreding van de Omgevingswet -dienst doen. Daarmee voldoet Wassenaar aan de nieuwe, landelijke en regionale wet- en regelgeving. Voor de minderheid van de gevallen blijft maatwerk mogelijk. Nieuw in de systematiek is dat de cultuurhistorische waarden, voortvloeiend uit de bestemmingsplannen nu nader zijn ingevuld, waardoor ook buitenopstellingen mogelijk worden, geheel in lijn met de nieuwe richtlijnen van de RCE, mits de natuuren landschappelijke waarden niet onevenredig geschaad worden. Een en ander integraal beoordelend leidt het herijkte beleid ertoe dat de plaatsing van zonnepanelen wel altijd voor iedere burger mogelijk zal zijn, maar niet altijd op de meest gunstige plek op het eigen huis. Dat betekent de terugverdientijd, die in het afgelopen decennium van 20 jaar 6 jaar is teruggelopen weer wat opschuift. Daarbij is de verwachting dat binnen afzienbare tijd iedere burger kan deelnemen aan initiatieven als die van de WEC, stroomopwekking op daken elders in de gemeente.

De ontwikkelingen in zonnepanelen gaan nog steeds door en de criteria worden ontwikkeld met het oog op de langere termijn, een korte periode binnen het huidige erfgoed- en welstandsbeleid en een langere periode na inwerkingtreding van de Omgevingswet, in 2022.2

3.3. Huidig beleid 3.3.1 Welstand Het huidig beleid, de welstandscriteria met betrekking tot zonnepanelen, is te vinden in het Handboek Welstand & Beeldkwaliteit, de herziene versie van 2010, deel 4 Objectcriteria voor veel voorkomende kleine bouwwerken, onder 5. Het zijn deze criteria die op verzoek van de portefeuillehouder tegen het licht worden gehouden. 5 ZONNECOLLECTOREN EN -PANELEN Omschrijving Zonnecollectoren zijn collectoren voor warmte-opwekking ter gehele of gedeeltelijke voorziening in de warmtebehoefte van het bouwwerk waarop of waaraan de collector is bevestigd. Zonnepanelen zijn panelen voor de opwekking van elektriciteit uit daglicht. Beoordelingsgrondslag Zonnecollectoren- en panelen dragen bij aan de vermindering van schadelijke uitstoten. In die zin leveren collectoren en panelen een bijdrage aan een beter leefmilieu in brede zin. Om aantasting van het leefmilieu in enge zin (beeldkwaliteit van de woonomgeving) te voorkomen dienen ze zoveel mogelijk in het gebouw opgenomen te worden en in mindere mate als losse toevoeging te worden gebruikt. Basis voor beoordeling van de aanvragen is het uitgangspunt dat de collectoren en/of panelen zo min mogelijk storend aanwezig zijn. De positie en omvang dienen aan te sluiten bij de bestaande karakteristiek van het gebouw en de omgeving. 2

NB: de regels zijn voor zonnepanelen en -collectoren, maar in de meeste gevallen zal het gaan om panelen die stroom geheel of gedeeltelijk opwekken voor eigen gebruik. Afhankelijk van het type huis en de gezinssamenstelling gaat het meestal om 6 tot 12 panelen. De panelen zijn door middel van kabeltjes verbonden met een kastje, dat gemiddeld minder lang meegaat dan de panelen zelf. Zonnecollectoren zijn verbonden met een boiler, met als doel het verminderen van gasverwarming in de CV-ketel en besparen dus op gas, niet op elektriciteit. Per woning volstaat meestal een enkele collector. Voor het klimaat is een combinatie het meest ideaal. Enkel collectoren leveren een kleinere bijdrage dan panelen en zijn ook nog duurder. Wel nemen ze veel minder ruimte in op het dakoppervlak.

11

Toetsingscriteria 1. Voorbeeldwerking: • Indien in de oorspronkelijk bouwtekening een voorstel voor een zonnecollector of -paneel is opgenomen, is deze maatgevend (het verdient aanbeveling in voorkomende nieuwbouwgevallen reeds een standaard in de plantekening op te laten nemen). • Een reeds aanwezige en goedgekeurde zonnecollector of - paneel binnen een straat of bouwblok dient als voorbeeld voor aanvragen binnen het blok. 2. Afmetingen en positie: Het dakvlak bestaat hoogstens voor de helft uit panelen of collectoren en dakkapellen en/ of -ramen tenzij in het oorspronkelijke bouwplan een groter percentage is voorzien. • De zonnecollector of -paneel in een schuin dak bevindt zich horizontaal bij voorkeur in het stramien van de horizontale geleding van de gevel of het dakvlak. • Bij ligging op een plat dak: ◦ de afstand tot de dakrand is minimaal gelijk aan de hoogte van de collector; ◦ de hellingshoek is kleiner dan 25°; ◦ de hoogte is horizontaal gemeten max. 1,50 m. N.B. zie ook afbeeldingen bij de criteria voor dakkapellen en -ramen

De beoordelingsgrondslag is in wezen ongewijzigd, maar het toetsingskader wordt aangepast aan de huidige eisen des tijds. De criteria gelden niet voor monumenten, maar wel in het beschermde dorpsgezicht. In paragraaf 4.2 van het Handboek Beeldkwaliteit is een en ander als volgt geformuleerd: b. De objectcriteria zijn van toepassing op de vergunningsplichtige bouwwerken, binnen het Beschermd Dorpsgezicht. Ontwerpen voor deze bouwwerken worden altijd om advies aan de welstands- en monumentcommissie voorgelegd. c. De objectcriteria zijn niet van toepassing op bouwwerken bij, op of aan Beschermde Rijks- of Gemeentelijke Monumenten. Deze bouwaanvragen dienen altijd om advies te worden voorgelegd aan de welstands- en monumentencommissie. d. De objectcriteria zijn van toepassing buiten het beschermde gezicht voor zover de criteria uit Bijlage II van het Bor niet van toepassing zijn.

Het punt onder d is inmiddels achterhaald omdat in 2017 de gemeente een welstandsvrij gebied heeft aangewezen, waar de objectcriteria niet (meer) van toepassing zijn. De regeling is hoe dan ook beknopt en laat veel ruimte aan interpretatie (zie de gele arcering). Zo blijft het altijd mogelijk van de objectcriteria af te wijken en door te klikken naar de gebiedscriteria en de algemene criteria indien een standaardoplossing tot ongewenste gevolgen blijft. Maar wat ongewenst is, daar laat de nota zich niet over uit. Daarbij zijn de gebiedscriteria voor veel voorkomende kleine bouwwerken overwegend niet van toepassing. Termen als ‘bij voorkeur’ zijn niet hard en de 50 % regel kan in sommige gevallen te veel zijn, maar in andere gevallen te weinig. Denk aan bijgebouwen of platte daken. Over de plaatsing staat ‘horizontaal in het stramien van de horizontale geleding van het dakvlak’. Echter lang niet alle dakvlakken zijn horizontaal geleed - denk aan samengestelde kappen – en de eis van horizontaliteit lijkt nogal willekeurig.

12

NB: horizontaal is 3 x 2 panelen, maar ook 6 x 1. Horizontaal is langs de dakvoet, maar ook langs de noklijn. Horizontaal is ook twee rijen van drie, verspringend ten opzichte van elkaar. In het verleden zijn juist deze opstellingen vanuit redelijke eisen van welstand afgewezen, zonder daarbij naar de gebiedscriteria te verwijzen, maar (niet met zoveel woorden) naar de beoordelingsgrondslag. Het oordeel van de commissie was in deze gevallen goed te volgen, maar niet te herleiden tot de criteria. Voldaan werd immers aan de afmetingen m.b.t afmetingen en positie. Al met al genoeg redenen om een nieuw stelsel te ontwerpen dat voor iedereen begrijpelijk is, waarbij van tevoren duidelijk is wat kan en wat niet kan en vooral om iedere burger in ieder geval een mogelijkheid te bieden panelen te plaatsen.

3.3.2 Bestemmingsplan Wassenaar heeft bij het opstellen van een nieuw stelsel de ambitie wezenlijk bij te dragen aan de klimaatdoelstellingen, maar tegelijkertijd neemt de gemeente haar verantwoordelijkheid in het beschermen van de bijzondere waarden van het beschermde dorpsgezicht, daarbij nadrukkelijk inbegrepen het groen. Het is niet moeilijk voor te stellen dat het plaatsen van zonnepanelen en tegelijkertijd bomen te kappen om meer zonlicht te genereren op gespannen voet staan met elkaar. Desalniettemin zijn ook de ontwikkelingen met betrekking tot zonnepanelen in tuinen volop in beweging. Masten en tribuneopstellingen (categorie ‘overige bouwwerken’) passen dikwijls al binnen de regels van het bestemmingsplan, meestal 10 of 12,5 m2 maar veel gebruik wordt niet gemaakt van de bestaande mogelijkheden. Ook is in sommige gevallen een ontheffing mogelijk uit te breiden naar 50 m2. In de bestemmingplannen bestaat het onderscheid tussen Wonen-1 en Wonen-2, maar de dubbelbestemming cultuurhistorie, het maximale oppervlak en de bouwhoogte van overige bouwwerken zijn wel de grootste gemeenschappelijke deler. De belangrijkste bestemmingsplannen binnen het beschermde dorpsgezicht zijn Villawijken (2010), Prinsenwijk (2016) en Landelijk gebied (2015). In Centrum speelt het minder, omdat hier minder grote tuinen zijn.

Opvallend is dat net als het Handboek Beeldkwaliteit de meeste bestemmingsplannen zijn opgesteld voor de grote doorbraak van zonnepanelen. In principe geldt de regeling voor over overige of andere bouwwerken: Villawijken: andere bouwwerken, Wonen-1 en Wonen-2: 3 meter hoog, 12,5 m2 (gezamenlijk). Dubbelbestemming cultuurhistorie: cultuurhistorische waarden mogen niet onevenredig worden aangetast. Indien de tuinaanleg (aanzienlijk) verstoord wordt, of bomen gekapt voor de installatie van panelen, dan is sprake van een onevenredige aantasting. Bij dezen vast te leggen (Welstandscriteria § 2.5.1.B). Prinsenwijk: Woondoeleinden-2, andere bouwwerken, 3 meter hoog (erfscheiding 2 meter), geen maximum oppervlak (wel een welstandscriterium). Landelijk gebied: overige bouwwerken, 3 meter hoog, geen maximum oppervlak, wel nadere eisen mogelijk ter borging van de cultuurhistorische waarden. Bij dezen vast te leggen (Welstandscriteria § 2.5.1.B).

13

In afwijking van het bestemmingsplan kan na ontheffing vergunning worden verleend als voldaan wordt aan artikel 4 lid 3 bijlage II van het Bor en het gemeentelijk vast te stellen beleid voor de zogenoemde kruimelontheffingen.3 3. een bouwwerk, geen gebouw zijnde, of een gedeelte van een dergelijk bouwwerk, mits wordt voldaan aan de volgende eisen: •

a. niet hoger dan 10 m, en

•

b. de oppervlakte niet meer dan 50 m²;

Het verlenen van een vergunning na ontheffing dient wel ruimtelijk onderbouwd te worden. Er mag geen strijd zijn met een goede ruimtelijke ordening. Zie verder § 2.5.1.B, criteria.

Direct na plaatsing is er geen ondergroei omdat de draagconstructie in de bodem verankerd is. Dit effect is echter van tijdelijke aard.

Voor zover nadere eisen mogelijk zijn, dan wel gronden voor een ruimtelijke onderbouwing van een goede ruimtelijke ordening, zijn criteria opgenomen binnen de herijkte welstandssystematiek. Nieuw is dat onder de cultuurhistorische waarden ook tuin- en landschappelijke waarden zijn begrepen.

3

Een regeling voor zonnepanelen is vooralsnog niet in het gemeentelijke beleid opgenomen, maar onderhavige criteria voorzien in deze leemte. Na invoering van de Omgevingswet bestaan de zogenaamde kruimelgevallen niet meer. Het onderscheid tussen artikel 2.12, eerste lid, onderdeel a, sub 2o en 3o van de Wabo vervalt. Een belangrijke reden voor de kruimelgevallenregeling was dat de reguliere procedure gevolgd kon worden. Bij invoering van de Omgevingswet is de procedure voor een omgevingsplanactiviteit standaard de reguliere, waarmee geen noodzaak meer is voor de kruimelregeling. Beleid van de gemeente over toepassing van de kruimellijst dat in beleidsnota's is vastgelegd, kan nog steeds worden gebruikt. Dat geldt nog steeds na de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

14

3.4. Kaders De her geformuleerde welstandscriteria sluiten aan op de laatste richtlijnen van de RCE en op de criteria van omringende gemeentes. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed heeft 25 juni 2020 versoepelde richtlijnen opgesteld voor zonnepanelen op en bij monumenten. Deze richtlijnen zijn in de herijkte systematiek van Wassenaar integraal overgenomen. Met name de richtlijnen voor de seriematige jaren ‘30-woningen en de landhuizen en buitenplaatsen zijn toepasselijk. Het spreekt vanzelf dat de monumenten niet beschadigd mogen worden (dus een reversibele ingreep).

https://www.cultureelerfgoed.nl/actueel/nieuws/2020/06/25/rce-versoepelt-adviesbeleidzonnepanelen

Gemeente Leiden: Uitgangspunt Het uitgangspunt is dat zonnepanelen niet zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte. Bij panden gelegen in een beschermd stadsgezicht en bij monumenten weegt de zichtbaarheid van de panden vanuit de openbare ruimte en de inpassing van zonnepanelen bij de architectuur van het pand zwaarder dan de optimale plaatsing van de panelen. Dit kan tot gevolg hebben dat het rendement minder hoog is omdat de panelen niet optimaal op de zon zijn georiënteerd. In een historische omgeving hebben zichtbare zonnepanelen een grote invloed op het straatbeeld en de samenhang van het stadsgezicht. De uitstraling van het zonne- paneel met het contrasterende materiaal tast het historische dakaanzicht sterk aan.4 4http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/XHTMLoutput/Historie/Leiden/650324/CVDR650324_1.html

15

In ’s Gravenhage geldt binnen het beschermde stadsgezicht een vergunningplicht voor zonnepanelen, tenzij het achterdakvlak niet naar openbaar gebied is gericht. Voor monumenten geldt altijd een vergunningplicht. Bij de beoordeling wordt per geval gekeken wat mogelijk is. Kleur op kleur is daarbij een belangrijk criterium.

3.5. De criteria toegelicht: zonnecollectoren en panelen 3.5.1. Eenvoudige toets 3.5.1.A

Buiten het beschermde dorpsgezicht In groen het welstandsvrije gebied van de gemeente. Zonnepanelen zijn vrijwel altijd mogelijk.

vrijhttps://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/Actueel/Wassenaar/CVDR6020 44.html

Buiten het beschermde dorpsgezicht is vooraf geen toetsing aan welstandscriteria. De gemeente heeft ervoor gekozen dit gebied als welstandsvrij aan te wijzen. In de meeste gevallen is geen strijd met het bestemmingsplan of Bijlage II van het Bor, dus is het plaatsen vergunningvrij, tenzij sprake is van een welstandsexces, dan wel sprake van een monument of beeldbepalend pand.

16

Zonnepanelen mogen: -

Op het dak: voor, zij en achter, geheel of gedeeltelijk. Aan de gevel Op bijgebouwen, schuren, carports: het hele dak In de achtertuin: mits passend in het bestemmingsplan (overige bouwwerken) Als erfscheiding: zij- en achtertuin, mits passend in het bestemmingsplan

Artikel 2.6 van Bijlage II van het Bor. Geen vergunning is vereist voor: 6. een collector voor warmteopwekking of een paneel voor elektriciteitsopwekking op een dak, mits wordt voldaan aan de volgende eisen: • a. indien op een schuin dak: o 1°. binnen het dakvlak, o 2°. in of direct op het dakvlak, en o 3°. hellingshoek gelijk aan hellingshoek dakvlak, • b. indien op een plat dak: afstand tot de zijkanten van het dak ten minste gelijk aan hoogte collector of paneel, en • c. indien de collector of het paneel niet één geheel vormt met de installatie voor het opslaan van het water of het omzetten van de opgewekte elektriciteit: die installatie aan de binnenzijde van een bouwwerk is geplaatst;

Voor beeldbepalende panden en monumenten gelden dezelfde mogelijkheden, met uitzondering van de dakvlakken die goed zichtbaar zijn vanaf openbaar gebied. Exces: Denk daarbij aan sterk reflecterende panelen of een buitenstellage die de hele tuin in beslag neemt. Bestemmingsplan: De meeste bebouwing (voornamelijk woonhuizen) valt binnen het bestemmingsplan Hofcamp. Dit bestemmingsplan zegt het volgende: Wonen-2 overige bouwwerken, artikel 17.2.10: In de achtertuinen mogen tot 3 meter hoog en 10 m2 (gezamenlijk) overige bouwwerken worden opgericht. Te denken valt aan stellages, masten en lijnopstellingen. Deze mogelijkheden zijn er niet in de voortuinen. Bovendien geldt de vereiste dat de overige bouwwerken een functionele verbondenheid hebben met het hoofdgebouw. Energie opwekken ten dienste van derden mag dus niet. Nota bene: Rijksdorp ligt ook binnen het welstandsvrije gebied, maar hier geldt een ander bestemmingsplan en mogen de cultuurhistorische waarden, waaronder het groen, niet onevenredig geschaad worden.

17

In afwijking van het bestemmingsplan kan na ontheffing vergunning worden verleend als voldaan wordt aan artikel 4 lid 3 bijlage II van het Bor en het gemeentelijk vast te stellen beleid voor de zogenoemde kruimelontheffingen.5 3. een bouwwerk, geen gebouw zijnde, of een gedeelte van een dergelijk bouwwerk, mits wordt voldaan aan de volgende eisen: •

a. niet hoger dan 10 m, en

•

b. de oppervlakte niet meer dan 50 m²;

Het verlenen van een vergunning na ontheffing dient wel ruimtelijk onderbouwd te worden. Er mag geen strijd zijn met een goede ruimtelijke ordening. In een goede onderbouwing kan onder andere het zichtbaarheidscriterium een rol spelen in relatie tot het algemeen belang (van het gebruik van zonne-energie). Maar ook andere algemene belangen spelen een rol, zoals het behoud van cultuurhistorische waarden (gebouwd, landschappelijk en groen). Het algemeen belang van het gebruik van zonne-energie weegt zwaar, maar minder zwaar of zelfs helemaal niet indien voor een optimaal rendement (waardevolle) bomen gekapt moeten worden. In de beoordeling worden ook mogelijke alternatieven betrokken, plaatsing elders op het eigen terrein of buiten het eigen terrein door te participeren in bijvoorbeeld de Wassenaarse Energie Coöperatie. Het algemene belang van beheer en behoud van de aanwezige cultuurhistorische waarden (o.a. de gebouwde omgeving, structuren, landschap, beplantingen, bomen) en Natuur (biodiversiteit, flora en fauna, Natuur Netwerk Nederland) zal dus in de ruimtelijke afweging zwaarder kunnen en in veel gevallen moeten wegen. Dit gelet op de “groene” en “cultuurhistorische” doelen die de gemeente nastreeft en ook met name binnen de status van de gemeentelijk en rijks aangewezen beschermde gezichten, monumenten en beeldbepalende panden.

Het is van belang dat voor het voeren van een ontheffingenbeleid voor zonnepanelen aansluiting met en onderbouwing voor wordt gezocht in de structuurvisie “Wassenaar, Landgoed aan zee 2017”. De structuurvisie is de “voorloper” van de omgevingsvisie die verplicht is in kader van de systematiek van aanstaande Omgevingswet. Zowel omgevingsvisie als het voeren van een ontheffingenbeleid zijn onderdeel van de vereiste samenhangende benadering via o.a. de beleidscyclus in de aanstaande Omgevingswet.

In dit kader is ervoor gekozen dezelfde criteria voor deze grote opstellingen te hanteren als binnen het beschermde dorpsgezicht (zie hieronder § 2.5.1.B).

5

Zie noot 3.

18

3.5.1.B

Binnen het beschermde dorpsgezicht

De rode draad in het nieuwe stelsel is de zichtbaarheid van de installaties. De zichtbaarheid is van oudsher een criterium, in Wassenaar vastgelegd in de beoordelingsgrondslag en in de omringende gemeentes als Leiden en Den Haag, met eveneens grote beschermde dorpsgezichten, in criteria uitgewerkt. Voor het beschermde dorpsgezicht gelden dezelfde mogelijkheden als voor monumenten en beeldbepalende panden buiten het beschermde dorpsgezicht. -

Op het dak: voor zover niet zichtbaar vanaf openbaar gebied en voldaan wordt aan de criteria uit het Bor artikel 2.6 Bijlage II; Op het dak: voor zover wel zichtbaar vanaf openbaar gebied en voldaan wordt aan redelijke eisen van welstand: Op (vergunningplichtige) bijgebouwen, schuren, carports, voor zover niet storend zichtbaar: het hele dak; In de achtertuin: mits passend in het bestemmingsplan (overige bouwwerken) en voldaan wordt aan redelijke eisen van welstand; Idem met ontheffing krachtens artikel 4 lid 3 Bijlage II van het Bor. Als erfscheiding: zij- en achtertuin, mits passend in het bestemmingsplan (overige bouwwerken) en voldaan wordt aan redelijke eisen van welstand.

Redelijke eisen van welstand: Op het dak (zichtbaar vanaf openbaar gebied, voor 1970, niet seriematig) -

Kleur op kleur; Een aaneengesloten rij aan de dakvoet, met gebruikmaking van vormstukken; Vervanging is altijd mogelijk; Geïntegreerde panelen zijn toegestaan (in de vorm van dakpannen/ -leien); Niet op monumenten en beeldbepalende panden.

In de tuin -

-

Niet zichtbaar vanaf openbaar gebied; Op 2 meter afstand van de erfafscheiding (in verband met schaduwwerking); Het kappen van bomen is gebonden aan een vergunning, Indien de plaatsing van een opstelling van zonnepanelen in de tuin ten koste gaat van monumentale of beeldbepalende tuinaanleg, daarbij inbegrepen ‘groene’ zichtlijnen, is dat in strijd met redelijke eisen van welstand. Ook het kappen van de soorten, genoemd in de regeling m.b.t. de kapvergunning ten behoeve van een opstelpunt van zonnepanelen is in strijd met redelijke eisen van welstand; De onderzijde van het opstelpunt, frame of tribune is tenminste 60 centimeter boven maaiveld, de bovenzijde maximaal 3 meter. Indien geclusterd of in rijen, niet meer dan drie panelen aaneengesloten, met telkens tussen de rijen en de clusters een open strook van 20 centimeter. Op deze wijze is een ondergroei van schaduwplanten, kruiden of mossen mogelijk;

Erfscheidingen: - Regelmatige plaatsing.

19

3.5.2. Gewogen toets Als op de niet-zichtbare dakvlakken van het hoofdgebouw niet het gewenste rendement uit zonnepanelen gehaald kan worden en ook bijgebouwen en tuinen ontoereikend zijn (of er eenvoudigweg niet zijn), is in specifieke gevallen het toch mogelijk zonnepanelen zichtbaar te plaatsen, ook op erfgoed (monumenten en beeldbepalende panden). Omdat die gevallen zo specifiek zijn (maatwerk) is altijd een vooroverleg aan te bevelen. Bijzondere gevallen: - Agrarische opstallen, bijgebouwen, stallen en schuren. In principe leent het hele dak zich voor zonnepanelen, mits geen pannen of riet. - Seriematige bouw: hier zijn trendsetters op het voordakvlak. Een uniform beeld is het criterium. - Bebouwing na 1970: ter beoordeling van de cie. - Nieuwe technieken: de industrie beweegt mee met de klimaatdoeleinden en de welstandscriteria. Betaalbare keramische panelen in de vorm en de kleur van oude holle pannen zijn geen Science Fiction meer. - Nieuwbouw: geïntegreerde plaatsing Erfgoed:

Industrieel erfgoed Fabrieksgebouwen en ander industrieel erfgoed passen qua karakter goed bij het technische uiterlijk van zonnepanelen. In principe kan een groot deel van het dakvlak gevuld worden mits: -

In kleur gelijk, de panelen monochroom zijn (een dekkend geheel), dus grijs op grijs of rood op rood. Mocht het dakvlak zich niet lenen voor een gehele bedekking, bijvoorbeeld vanwege dakkapellen en andere onderbrekingen van het dakvlak, dan kan in overleg met de commissie gekozen worden voor een lineaire opstelling van de panelen, bijvoorbeeld langs de hele dakvoet. Ook hier geldt kleur op kleur.

20

Seriematige bouw Seriematige bouw leent zich eveneens goed voor maatwerk oplossingen. Het gaat dan om rijtjeswoningen, vaak sociale woningbouw. Maar ook valt te denken aan de platte daken van de portieketageflats uit de wederopbouwperiode. -

-

-

Van belang is een uniform, rustig beeld. Bij kappen in langsrichting kan gekozen worden voor bijvoorbeeld een aaneengesloten strook langs de gehele dakvoet. Een strook langs de noklijn is geen goede optie omdat de noklijn dikwijls het silhouet van de bebouwing bepaalt. In alle gevallen geldt dat per dakschild (woning of kavel) één rechthoekig vlak is toegestaan, bij een lange strook eventueel uitlopend in vormstukken op de hoeken. Interbellumperiode kleur op kleur. Bij kappen in dwarsrichting geldt ook het criterium dat één dakvlak per woning/kavel consequent met panelen belegd mag worden. Dat kan het gehele vlak zijn of een doorlopende lijn langs de dakvoet, Interbellumperiode kleur op kleur. Bij platte daken mag het hele plat benut worden, mits niet hoger dan 50 centimeter boven het dakvlak en de vanaf openbaar gebied zichtbare panelen een aaneengesloten lijn van hoek tot hoek vertonen, in een opgaande hellingshoek.

Overige bouwwerken Voor scholen, boerderijen kerken, gebouwen van cultuur, zorg en andere bijzondere bouwwerken, dikwijls met grote tot zeer grote dakvlakken, zijn geen algemene criteria te formuleren. In overleg met de commissie kan gezocht worden naar een mogelijkheid om toch panelen te plaatsen, bijvoorbeeld in een doorlopende lijn vanuit de dakvoet, over de volle breedte. De conditio sine qua non is ook hier altijd kleur op kleur. Daarbij worden geen panelen of collectoren geplaatst op bijzondere dakvormen of -materialen. Te denken valt aan spitsen, ronde of veelhoekige daken, dakleien, zink, koper, riet of een bijzonder legpatroon. Tuinaanleg buitenplaats De beeldkwaliteit van Wassenaar wordt in hoge mate bepaald door het groen van de tuin- en landschapsarchitectuur. Deze beeldkwaliteit staat los van de ecologische waarde van het groen, maar het is evident dat het opwekken van elektriciteit als bijdrage aan het behalen van de klimaatdoelstellingen op gespannen voet staat met de aantasting van de groene longen. Landgoederen en buitenplaatsen zijn dikwijls op grote percelen, maar er kunnen delen van het perceel van ondergeschikt belang zijn. Bij het maatwerk gelden in de volgende welstandscriteria: -

Niet zichtbaar vanaf openbaar gebied; Het kappen van bomen is gebonden aan een vergunning, Indien de plaatsing van een opstelling van zonnepanelen in de tuin ten koste gaat van monumentale of beeldbepalende tuinaanleg, daarbij inbegrepen ‘groene’ zichtlijnen, is dat in strijd met redelijke eisen van welstand. Ook het kappen van de soorten, genoemd in de regeling m.b.t. de kapvergunning ten behoeve van een opstelpunt van zonnepanelen is in strijd met redelijke eisen van welstand;

21

-

De onderzijde van het opstelpunt, frame of tribune is tenminste 60 centimeter boven maaiveld, de bovenzijde maximaal 3 meter. Indien geclusterd of in rijen, niet meer dan drie panelen aaneengesloten, met telkens tussen de rijen en de clusters een open strook van 20 centimeter. Op deze wijze is een ondergroei van schaduwplanten, kruiden of mossen mogelijk.

22

Bijlage 4

Rondetafelgesprekken

4.1 Inleiding In februari en maart 2021 zijn gesprekken gevoerd met de stakeholders, van vertegenwoordigers van buurtverenigingen, erfgoed, woningbouw en anderszins betrokken burgers. Ook intern ambtelijk is gesproken met de diverse betrokkenen. In eerste instantie op uitnodiging en op intekening. Niet iedereen reageerde, maar de respons was overwegend goed tot zeer goed.

Naam

Wo 3 feb 11-12

Do 5 feb 14-15

Ma 8 feb 9-10 13-14

Wo 10 feb 9-10

Do 12 feb 14-15

Ma 10 feb 9-10 11-12

Wo 17 feb 9-10

In tweede instantie werd actief geworven de gemeentelijke website. Dit leverde slechts een enkele respondent op – een vertegenwoordiger van een kleinere buurtvereniging, waarmee ook gesproken is (twee keer). Onder 3.2.1 is het complete verslag met bewoners/initiatiefnemers opgenomen, onder 3.2.2 het complete verslag met de erfgoedverenigingen. Omdat deze laatste vertegenwoordigers ook in gesprek zijn gegaan met de portefeuillehouder (Klankbordgroep Erfgoed) is ook dat deel van het verslag hieronder opgenomen (3.2.3). Onder 3.2.4 is de reactie van de woningbouwverenigingen opgenomen en onder 3.2.5 overige reacties.

4.2 Verslagen van de gesprekken 4.2.1 Aantekeningen rondetafelgesprek zonnepanelen maandag 8 februari 2021 (via TEAMS) Gespreksleider /beleidsmaker: Erik Mattie Verslaglegging/ adviseur cultureel erfgoed: Ursula Hoogzaad Deelnemers: Geert, Stef, Ruben (particuliere burgers) Onderwerp: gesprekken ihkv draagvlak voor nieuw beleid voor zonnepanelen Wassenaar Erik: er is nieuw beleid in voorbereiding voor het plaatsen van zonnepanelen. Dit zal circa voor de zomer aan de raad worden voorgelegd. Daarvoor worden in Wassenaar via gesprekken en aan de hand van voorbeelden in catalogi ideeën etc. opgehaald. Zowel verruiming of verstrenging van het beleid is mogelijk. Alleen dit onderdeel wordt in nieuw beleid gegoten. Ander beleid wordt niet aangepast. In dit gesprek vertellen de deelnemers wat ze willen. Zo kunnen ze meebepalen welke richting wordt gekozen. Erik toont de presentatie: Hoe is het beschermd dorpsgezicht Dorpsgezicht te vergelijken met andere beschermde gezichten.

23

Nieuw in Wassenaar: naast zonnepanelen op panden, ook in tuinen, erven, weiden. Welk beleid wenselijk? VOORBEELDEN, om als praatplaatje: In Italië Bologna wordt het daklandschap streng beschermd, het beleid is dat daar niks mee mag; In Hasselt Overrijssel mogen geen zonnepanelen op huizen aan de straatzijde. Wel zie je de keuze voor zonnepanelen op bijgebouwen. Wassenaar verschilt totaal met andere BDG’s in NL. Het beschermd dorpsgezicht is heel groot en uitgestrekt bestaande uit voornamelijk buitengebied met kleine dorpskernen en villawijken. -In Duinrell. Dit bungalowpark zou prima zijn om in zijn geheel te verduurzamen; -In Den Deyl: is veel mogelijk op de platte daken; -Rijksdorp heeft ook platte daken en bijvoorbeeld carports; Veel bijgebouwen met platte daken. -wijken met rijtjeshuizen: te beleggen met grijs op rood of grijs op grijs, dat is een keuze. Soms is het niet logisch of gewenst om zonnepanelen te plaatsen -Calcarlaan, welstandsadvies heeft negatief geadviseerd. bijkomende vraag: -Hoe gaan we om met losse villa’s? – is regelgeving in die gevallen mogelijk? Gesprek met Geert en Stef Geert Er is een ruimhartig beleid wenselijk in het vergroenen, waaronder dmv zonnepanelen; Voorheen had je antennes, met de tijd veranderen zaken en nu dan zonnepanelen. Steng beleid houdt zonnepanelen tegen. Vergroening is belangrijk.

Bij zonnepanelen kan je wel letten op efficienty en vorm, maar sta in ieder geval meer toe, dan dat je het gaat verbieden. In de Bloemcampwijk heeft Geert ervaring met een goede discussie van bewoners de gemeente. Geert/de bewoners erkent, dat op sommige locaties het aanbrengen van zonnepanelen niet kan door verkeerde zonligging. Het betref maatwerk. Maar uiteindelijk is het mooiste als je er collectief in de wijk uitkomt (bijvoorbeeld via een energiecollectief). De huizen in de Bloemcampwijk kan je uiteindelijk vrij makkelijk van zonnepanelen voorzien, althans het levert weinig schade aan het dakaanzicht. Erger zijn de dikke eiken die in tuinen worden gekapt, als er nieuwe bewoners komen. Geert pleit voor meer gelijkheid in het dakaanzicht, dus daar eenduidig beleid, waardoor, in gezamenlijkheid toch een mate van eenheid ontstaat. Erik: je kan collectiviteit zien in gezamenlijke inkoop, maar je bedoeld ook op andere locaties. Geert: ja, op (platte) daken van bedrijven en scholen en Parkeerplekken in de duinen. Geert: Schaalbaarheid vergroten zet meer zoden aan de dijk. Dus ook door energie op een ander locatie opwekken, als dit niet mogelijk is op je eigen dak/plek. Aan Ruben wordt gevraagd of dat ook op bedrijfsgebouwen kan en of daar subsidie voor is.

Ruben geeft aan dat net de WEC is opgericht, een energie coöperatie, die wil focussen op grote daken met zonnepanelen, waar iedereen aan kan deelnemen.

24

Zij zijn net begonnen, op zoek naar het eerste dak. Wassenaar kent daar geen subsidie voor, maar wil wel dit soort initiatieven mogelijk steunen. Bloemcampschool wel belegd. Geert vindt dit een goed geslaagd project. Dat zou ook met de nieuwe sporthal kunnen, meteen geschikt maken. Het gebouw wordt zo duurzaam mogelijk ontworpen en er komt een groen dak op. Ruben: de sporthal wordt energieneutraal opgeleverd. Erik vraag aan Geert: de villa’s hebben alle andere kappen en vormen en bezonning. Hoe kan je dat samen oppakken? Geert: ga per villa ruimhartig om. Zorg voor gezamenlijk aanvragen van zonnepanelen. Het schade-effect van het dakaanzicht is volgens hem beperkt. Nadeel is dat door de begroeiing in de wijk op sommige daken zonnepanelen geen zin hebben door onvoldoende bezonning. Door samen de procedure van vergunningaanvraag te doen kan er mogelijk meer. Erik: vraag over collectieve aanpak: Geert is voor collectieve aanpak; dan kan je ook meer eenheid krijgen in dakaanzichten (en eensluidend advies van de WCE). Geert over de discussie in de wijk; dat ging over schaduwwerking door schoorstenen en door hoge bomen, waardoor aanbrengen zonnepanelen tegenviel. De leverancier wilde die zelfs niet plaatsen. Ook was er bezwaar tegen de lelijkheid op het dak, maar na bewustwording, dat je het niet heel erg ziet vanaf de openbare ruimte, was er begrip en geen bezwaar meer. Ver.

Vrienden WS wilde geen zonnepanelen op rode daken. Ook een discussiepunt was: de reflectie van sommige panelen, maar dat is oplosbaar, ook door andere panelen. Antracietgrijs reflecteert… Erik: als de regels strenger worden (landelijk) dan reageert de industrie. Een ander systeem in Duitsland is lei-pannen met ministripjes, maar dat blijft achter. (UH: zonnepanelen in dakpannen bestaat ook al, dus per dakpan.). Stef: Geert weet veel, hij is blij dat WS wil vergroenen/ verduurzamen. Opvallend dat WS een divers daken landschap heeft. Zonnepanelen maken onderdeel uit van Cultureel erfgoed zegt Stef; Het is allemaal nodig (verduurzamen) om niet onder water te komen. Gemeente WS zou meer moeten toestaan. Het is goed, waar kan, om te streven naar regelmaat in vorm van aanbrengen. In bepaalde wijken is dat mooi te zien op de voorbeelden. Bloemcamp heeft variëteit, dus daar kan je niet voor uniformiteit gaan. Welstand moet daar grote vrijheid in laten. Stef heeft een grote tuin; daar wil hij zonnepanelen op plaatsen achter in de tuin. Hij vindt dat dit moet kunnen, want het is niet zichtbaar vanaf de openbare weg en de buren hebben er geen zicht op. Tuin ca. 8.500m2. Achterin ziet niemand dit. Het past in een plan voor zonnepanelen en om het hele huis energieneutraal te maken, ook met warmptepomp etc. Stef: is niet blij met een NEE.

Tegen dit initiatief zou Wassenaar welwillend moeten openstaan. Nu mag het niet. Volgens het IAO, en groen en landschap en er is niemand van langs gekomen. De wethouder wil wel maar met beleid. Hij voegt nog toe dat er slechts enkele bomen om gaan, hij houdt van bomen. Hij vindt dat er nu alleen commentaar komt. Terwijl hij herhaalt dat zonnepanelen als onderdeel van het Cultureel Erfgoed zijn. In bepaalde plekken zoals park Oud Wassenaar kan je geen zonnepanelen leggen, maar waar niemand er wat van ziet moet het kunnen. Erik vraagt over zichtbaarheid als criterium: Geert: vroeger ook dingen op daken, hoort bij de ontwikkelingen in de loop der tijd. Staat niet stil, wel oog hebben hoe het eruit ziet. Voorbeeld: aan onderzijde dak beleggen, eenheid op die manier. Maar verder moet het wel vanaf de openbare ruimte te zien zijn. Anders kan je op heel veel daken niet leggen.

25

Erik: laat een voorbeeld zien, inderdaad waar panelen tegen de onderrand worden gelegd. Erik: een ander voorbeeld toont een pittoresk straatje in een binnenstad. Als je daar zonnepanelen zou leggen, zou VerVrienden WS dit waarschijnlijk als vloeken in de kerk vinden. De deelnemers vinden dit wel heel specifiek. Maar Geert relativeert: een verandering van situatie kan in het begin een grote impact hebben, maar 5 jaar later valt het niet meer op of erger je je er niet meer aan. Ook is het persoonlijk hoe je er tegenaan kijkt. Stef: voorbeeld in Wassenaar zijn de boerderettes: eerst afschuwelijk en later valt het mee. Toch: het pittoreske straatje moet inderdaad maar zo blijven /zo houden. Welstand en Heemschut hebben ook vaak een duidelijke mening: Geert: ja zo’n pittoresk straatje begrip voor, maar bij grotere variëteit meer vrijheid geven. Geert: überhaupt Vergroening is enorm belangrijk (noodzaak om te verduurzamen). Erik: de wens is om het BDG daklandschap en agrarisch landschap zo ongeschonden mogelijk houden, bij Heemschut etc. (uiterst rigide beleid). Ook op het platteland willen ze bijvoorbeeld het dorps silhouet behouden. Geen zonnepanelen daaom. Ruben: pak het seriematig aan waar kan, anders maatwerk en pittoresk dorp behouden. Stef: we bouwen samen aan het cultureel erfgoed, daar hoort recht op vergroening bij en stel geen regels op waar dingen niet kunnen.

Geert: de nadruk ligt op daken/ aanblik, maar geef gevels en beplanting is minstens voor het aanzien vd wijk van belang. Een aanblik op een dorpje in open landschap moet je terecht behouden. Erik: recht op energieopwekking, is er niet (wil Ruben). Maatwerk is gecompliceerd en lijdt tot rechtsongelijkheid. Maar wat dan wel aan regels? Paradox van de Heemschutters. Zoals Geert: het gaat om het hele groene plaatje. Kapvergunning is paradoxaals. Stef: zou je voor elke wijken een set regels moeten hebben. Nou, de welstandsnota is per wijk. Zijn er andere normen binnen het BDG, Erik: ja dat kan, nu 50 deelgebieden in Handboek Welstandsnota. Nu regel 50 % bedekken op een dak. Zegt Ruben, ja dat oogt netjes zegt WCE. Ruben: aanpassen dat het beter past met kleine plukjes op het dak. Efficiëntie is ook van belang. Niet alleen zijdakvlak. Vanuit model VNG etc. is die regel van50% bedacht. Loslaten. Het was bedoeld als hamerstuk en voor andere gevallen gold maatwerk en daarbij advies WCE. E: we willen af van de willekeur van de WCE, 50% regeling deugt niet voor alle daken. Daar moet je je regels op afstemmen. Ruben: zonnepanelen zullen niet welstandsvrij worden. Erik: het rijk wilde regels om vooraf te toetsen. Er kan nog veel geïnterpreteerd worden.

Hoe mee omgaan? E: omgevingswet; visie van provincie Zuid-Holland gaat in richting van beoordeling vooraf; Cultureel erfgoed wordt weer belangrijk gevonden. Dus vooraf toetsen niet achteraf. De commissie WCE blijft bestaan in een andere vorm. E: wil draagvlak (voor beleid) om panelen in tuinen aan te leggen. Geert, zie LTO over zonnepanelen: voor de grond is het niet goed, die droogt uit. Of dat in een tuin ook geldt, is wat anders.

26

E vraagt dit aan Stef: wat is de consequentie voor de bodem?. Stef legt ze ca. 40 cm boven de grond, met schapen? niet van plan. Criterium wat hem betreft blijft: in een tuin waar buren geen last en vanaf openbare weg niet te zien: toestaan. E Voorbeeld in tuinen zijn er niet veel, maar wel bijvoorbeeld op Ameland, midden in het weiland met duinwand er omheen, zodat je het niet ziet. Goed voorbeeld (UH: is geen gras, maar andere ondergrond, zand). Einde verslaglegging Rondetafelgesprek over zonnepanelen, 8 februari 2021, U. Hoogzaad, WODV/RA. 4.2.2 Aantekeningen rondetafelgesprek zonnepanelen donderdag 11 februari 2021 (via TEAMS) Onderwerp: gesprekken ihkv draagvlak voor nieuw beleid voor zonnepanelen Wassenaar Gespreksleider /beleidsmaker: Erik Mattie Verslaglegging/ adviseur cultureel erfgoed gemeente: Ursula Hoogzaad Deelnemers: Marianne van Rossem en Willem Tordoir, beide vanuit de erfgoedhoek: -Willem Tordoir is lid van de Klankbordgroep Cultureel Erfgoed en is er ook lid van het dagelijks bestuur van de Vereniging van Vrienden van Wassenaar, een organisatie die samengesteld is uit vele verenigingen, ooit opgericht om het voornemen voor een 4baans-weg door Wassenaar tegen te houden, waar sprake van was. De Ver. Vrienden van Wassenaar bestaat ruim 50 jaar en is een koepelorganisatie voor de ca. 20 buurtverengingen. Er zijn ook ongeveer 500 individuele leden.

> De Vereniging Vrienden Wassenaar zet zich o.a. in voor het behoud van het cultureel erfgoed in Wassenaar. Tevens kijkt de VVW mee naar elk welstandsadvies van de WCE over zonnepanelen. -Marianne van Rossem is voorzitter van de Historische vereniging van Wassenaar, opvolger van dhr. Van Lith. Erik Mattie: Erik heeft in Amsterdam ambtelijk ervaring met beleid voor zonnepanelen en heeft ook andere gemeentes bijgestaan om nieuw beleid voor te bereiden voor het plaatsen van zonnepanelen. Het beleid staat gepland om voor de zomer aan de raad voor te leggen. Daarvoor worden in Wassenaar via gesprekken en aan de hand van voorbeelden in catalogi, ideeën etc. voor het beleid opgehaald. Zowel verruiming of verstrenging van het beleid is mogelijk, afhankelijk wat men vanuit de Wassenaarse samenleving wil. Het welstandsbeleid wordt alleen op dit onderdeel in nieuw beleid gegoten. Het andere welstandsbeleid wordt niet aangepast. In dit gesprek vertellen de deelnemers wat ze willen. Zo kunnen ze meebepalen welke richting wordt gekozen. Erik: er is meestal wel interesse vanuit Cultuurhistorie voor duurzaamheid, maar andersom minder, althans, dat valt Erik op. Er zijn ondanks deze tegenstelling volgens Erik wel mogelijkheden om enig beleid in deze te maken.

Het traject duurt lang: Erik is in november 2020 benaderd om het beleid voor zonnepanelen te maken, maar wat tijd kost is het ophalen tijdens de gesprekken, ook om draagvlak te creëren, daarna het beleid opstellen en de terugkoppeling naar het college en de raad. Erik toont de presentatie:

27

In Amsterdam was het beleid aanvankelijk: geen zonnepanelen op daken voor de jaren ‘40. Later mochten zonnepanelen wel, als de kleur overeenstemt met de ondergrond. De criteria zijn dus wat verruimd. Dia: Zonnepanelen met lichte randjes zijn meer zichtbaar en daarom minder wenselijk. -een bekend criterium is, dat zonnepanelen geen probleem vormen als deze niet zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte. Hoe zou beleid voor zonnepanelen in het beschermd dorpsgezicht van Wassenaar eruit moeten zien? -nieuw in Wassenaar is de vraag naar zonnepanelen in tuinen, erven, weiden. Welk beleid wenselijk? VOORBEELDEN: In Italië Bologna wordt het daklandschap streng beschermd, het beleid is dat daar niks mee mag; In Hasselt, Overijssel mogen geen zonnepanelen op huizen aan de straatzijde. Wel zie je de keuze voor zonnepanelen op bijgebouwen. M: Hermitage Amsterdam, een monumentaal gebouw. Erik: Aangezien de zonnepanelen daar achter de dakschilden zijn gelegd en niet zichtbaar vanaf de openbare ruimte, zijn deze toegestaan. In dit geval zie je dat het samen kan gaan; tegelijkertijd doe iets goeds voor het klimaat en hou je rekening met de cultuurhistorische waarden. In Wassenaar verschilt het rijksbeschermd dorpsgezicht totaal van andere BDG-en in Nederland.

Het beschermd dorpsgezicht in Wassenaar is heel groot en uitgestrekt en bestaat voornamelijk uit een buitengebied met kleine dorpskernen en villawijken. -Villawijken Wassenaar zijn gecompliceerd/ het moeilijkst, omdat ze verschillende daken hebben; -Woningbouw Wassenaar: meer seriematige toepassing; makkelijker in zijn geheel te verduurzamen; -wijken met rijtjeshuizen: te beleggen met grijs op rood of grijs op grijs, dat is een keuze. -Duinrell; een bungalowpark zou prima zijn, om in zijn geheel te verduurzamen; -Den Deyl heeft veel platte daken lenen zich goed voor zonnepanelen; als deze niet zichtbaar vanaf de openbare weg zijn; -Rijksdorp heeft ook platte daken en bijvoorbeeld carports; -Er zijn veel bijgebouwen met platte daken. Soms is het niet logisch of gewenst om zonnepanelen te plaatsen -Calcarlaan, zonnepanelen op verschillende daken. De welstandscommissie heeft negatief geadviseerd adhv de criteria. -Reden: te divers beeld per kap. Bijkomende vragen: Hoe gaan we om met losse villa’s? – is regelgeving in die gevallen mogelijk? Zonnepanelen in het groen (tuinen, erven, weiden) Vraag: hoe gaan we om met het plaatsen van zonnepanelen in het groen? Bijkomende vraag: Wat vinden jullie van het kapvergunningsbeleid? (Beuk eik linde kastanje zijn beschermd). Gesprek met Marianne en Willem

28

E: villawijken zijn het minst uniform. Toch wil je dat het mogelijk is, dat ieder aan duurzaamheid kan bijdragen, maar hoe kan je anderszins ook mensen tegemoetkomen, die tegen zonnepanelen in een Beschermd dorpsgezicht zijn. Hoe kan je daar eensluidend beleid op maken. M: uniformiteit is beter, uniform beeld is beter. W: mensen met huizen waar geen zonnepanelen op mogelijk zijn, kunnen terecht bij de Wassenaarse Energie Centrale, die net is opgericht. Je hebt daarom niet per individueel huis perse zonnepanelen nodig. Het is namelijk zonde dat een bijzonder karakteristiek huis door zonnepanelen wordt verpest. Maar is dus een alternatief. W: De Vereniging van Vrienden van Wassenaar is betrokken bij het Cultureel Erfgoed. Zij bekijken proactief elke omgevingsvergunning die wordt aangevraagd voor zonnepanelen. Tot nu toe 14 stuks. Met name worden de aanvragen bekeken, waarover de WCE negatief heeft geadviseerd. Zoals bijvoorbeeld in het geval van de Bloemcamplaan heeft de VVW bezwaar gemaakt, want het was geen fraai beeld en zichtbaar vanaf de openbare weg. Dit bezwaar van de VVW is niet gehonoreerd. De WCE heeft ook negatief geadviseerd over een aanvraag in de Lange Kerkdam. Dat is begrijpelijk uitgaande van het rommelige beeld op het dak. Maar de VVW heeft geen bezwaar gemaakt, want als je er gaat kijken, dan kan je slechts 1 punt van het dak zien.

Als het nauwelijks te zien is vanaf de openbare weg, dan maakt het rommelige beeld niet uit. Dus het criterium hier is zichtbaarheid vanaf de openbare weg. Er wordt kennelijk door de WCE niet het zelfde beoordeeld als door de VVW, zie Bloemcamplaam en Lange Kerkdam. Acceptabele voorbeelden?!: -donkerzwart dak met geordend beeld van de panelen. Redelijk acceptabel. Ook indien achterzijde vanwege slechte bezonning en door pijpjes (dak-doorvoeren) geen mogelijkheid biedt. -Rustig beeld: zwart op zwart in dit geval. Niet 2 soorten kleuren. -Marianne: heeft zonnepanelen op haar eigen huis uit 1924, op de zuidkant, in het zicht, donker op donker; acceptabel. W: Niet acceptabel: VVW vindt het beeld op de Calcarlaan niet acceptabel. >E: dus de deelnemers zijn er niet tegen, als het zichtbaar is vanaf de openbare weg. W: ja, als je het rommelige beeld niet ziet, dan kan het ook nog. M: het is wel van belang, dat de WCE blijft. M: het beleidsdocument moet leesbaar zijn voor ieder, niet als het kapbeleid, dat alle kanten op kan geïnterpreteerd. Wel strak regisseren en mogelijkheid behouden om aan de WCE voor te leggen. E: ander voorbeeld: wat betreft verschillende kappen, in de binnenstad van Amsterdam zijn 2/3 van de daken, platte daken en is het beleid, dat op kappen die vanaf de straat zichtbaar zijn, geen zonnepanelen mogen.

Is dat een criterium voor Wassenaar? >W en M: als het niet zichtbaar is vanaf de openbare weg, dan kan niemand zich eraan storen, zeggen allebei, als je het met heel veel moeite kan zien, dan moet je niet zeuren. W: de coöperatie bestaat nu, dus ieder kan meedoen; M: in een ouder document van de RCE over zonnepanelen, staat over de wijze van bevestigen/ aanbrengen, dat als het te veel moeite kost, dan moet je daar ook regels

29

(voorwaarden) voor maken. E: zijn er al regels, het moet op het dak liggen. E: Woningbouwverenigingen geven aan dat het hele dak beleggen technisch niet mogelijk is; vergeleken met nieuwbouw kan 1 groot zonnepaneelvlak niet. M: bij een monument is het bevestigen sowieso al moeilijk, want dat mag geen schade veroorzaken. Dat criterium kan inderdaad opgenomen worden. E: geen monumenten panden, in BDG, Moeten we de criteria ook toepassen in een beschermd dorpsgezicht, ook al betreft het geen monument: W: ja, neem de GIP panden mee. Er wordt volgens W door de gemeente/ WCE goed gekeken of het een beeldbepalend/ monumentaal pand is of niet. Dus er wordt nu al goed rekening met de status van bescherming gehouden. M: de commissie WCE moet blijven! E: volgende week heeft Erik een gesprek met de WCE. E: dus nogmaals, als het nauwelijks/ niet zichtbaar is, maakt het niet uit hoe de zonnepanelen er uitzien; E: dus ook bij zowel niet-beeldbepalende panden, als beeldbepalende panden in bdg kan gelden, dat terwijl het zichtbaar is vanaf de openbare weg, zonnepanelen kunnen, als ze maar netjes/ uniform zijn aangebracht, zonder rare vormen. E: stel 2 villa’s naast elkaar, toch verschillend, hoe moet je daarmee omgaan? M: blijft maatwerk. E: over zonnepanelen in groen: voorbeeld achter in de tuin zonnepanelenweide plaatsen.

Kan het in de tuin? W: Als het niet zichtbaar is, maar ook niet als een zonneweide, want volgens milieuorganisaties is dat het slecht voor de bodem. E: Dat is nu niet de situatie in Wassenaar, meer de vraag over achter in de tuinen zonnepanelen opstellen. M: moeilijk, hangt van de situatie af. Maar reflectie is ook een ding. E: Daar is jurisprudentie over. De appeltjes groene gevel; daar zijn de eigen criteria goed toegepast door de commissie. E: Dat kan ook met de reflectie van de panelen. M: een criterium kan het tuin-oppervlak zijn; W: Je zou eigenlijk alleen moeten toestaan, wat nodig is voor eigen behoefte; M: je zou bij het aanbrengen van zonnepanelen ook de vraag moeten stellen of er ook bijvoorbeeld een elektrische auto komt; E: Er wordt inderdaad wel vaker bekeken wat het betekent voor de eigen productie (energieneutraal). E: je kan je ook afvragen of je wel bomen mag kappen voor het aanbrengen van zonnepanelen. E: criteria kan zijn, 1,5 meter boven maaiveld mag en grote bomen mogen niet gekapt worden.

Wat betekent volgens de deelnemers het nieuwe kapvergunningsbeleid? W: VVW gaat ook een reactie geven op dit concept-kapbeleid; E: meeste mensen willen zonnepanelen, maar ook behoud van bomen, zodat het niet ten koste gaat van bomen; M: hoe te denken over windmolens? E: kleine molentjes, in Amsterdam zijn ze geweerd, omdat de opbrengst gering was en visuele impact te groot. M: windmolen in achtertuin? Moet je dat ook reguleren? E: kan. M: met warmtepompen heb je last van het lawaai. E: er zit weinig innovatie meer in. Wordt ook niet beter en goedkoper. Erik zal het meenemen evenals windmolens. E: komt nu al makkelijk tot opstellen van criteria met alle genoemde opmerkingen. Het blijft wel vergunning plichtig, de criteria van de welstandsnota worden op dit onderwerp gewijzigd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=3f33915d-84ce-41d1-bc2f-c20bfe796d56