Bijlage 10 Gewijzigde bijlage herstelbesluit Valkenhorst
Tekst van het document
Blad 10 van 33
Milieu- en veiligheidsonderzoek Nieuw Valkenburg Milieuzonering en Externe veiligheid projectnummer 0462787.100 2 november 2020 revisie 2 Gemeente Katwijk
Tabel 4.1 Maximale hinderafstand per categorie ten aanzien van een rustige woonwijk
Categorie Aantal meters
1 10
2 30
3.1 50
Maximale hinderafstand 3.2 4.1 4.2 5.1 100 200 300 500
5.2 700
5.3 1000
6 1500
Omdat het plangebied relatief groot is, is de milieuzonering van Fase I opgedeeld in vier delen; deel A, deel B, deel C en deel D (zie figuur 4.2).
Figuur 4.2 Deelgebieden milieuzoneringen (Fase I)
Deel A Aan de noordzijde van Fase I is de woonkern Valkenburg gelegen. Binnen deze kern zijn enkele bedrijfsbestemmingen in het bestemmingsplan opgenomen. Doordat deze bedrijven grotendeels omringd zijn door woonbestemmingen, zijn de beoogde woningen in het plangebied niet maatgevend ten aanzien van de milieuhinder van deze bedrijven (het plangebied is op grotere afstand gelegen dan de omringde woningen). Er is slechts één bedrijf is dichter bij de beoogde bebouwing gelegen dan bij de bestaande bebouwing (zie figuur 4.3).
Blad 11 van 33
Milieu- en veiligheidsonderzoek Nieuw Valkenburg Milieuzonering en Externe veiligheid projectnummer 0462787.100 2 november 2020 revisie 2 Gemeente Katwijk
Het vigerend bestemmingsplan voor het met de rode pijl aangewezen bedrijf is ‘t Duyfrak en Meer, 2006). Conform het bestemmingsplan is de maximale milieucategorie op deze locatie categorie 2. Figuur 4.2 geeft weer dat de het bedrijf buiten de maximale hinderafstand is gelegen van categorie 2. Het bedrijf is relevant indien dit een milieucategorie van 4.1 of hoger heeft. Daarmee zal de beoogde ontwikkeling geen ontoelaatbare hinder ervaren van dit bedrijf.
Figuur 4.3 Aanwezige bedrijven in relatie tot milieu-hinderafstanden binnen deelgebied A
Conclusie Er zijn geen bedrijven in deelgebied A die een ontoelaatbare hinderafstand hebben die reiken tot het plangebied. Deelgebied B In deelgebied 2 zijn bedrijven op korte afstand van Fase I gelegen (zie figuur 4.4). Veel van deze bedrijven zijn ‘tuinbouwbedrijven’ (zie gele puntjes). Deze tuinbouwbedrijven vallen onder milieucategorie 2. Voor deze bedrijven geldt dat ze op meer dan 30 meter van de bebouwing zijn gelegen. Daarmee zal de beoogde ontwikkeling geen ontoelaatbare hinder ervaren van deze bedrijven. Op korte afstand van het plangebied het aannemersbedrijf WA van Leeuwen gevestigd. Dit aannemersbedrijf valt onder milieucategorie 2. Het bedrijf voert activiteiten uit in de grond-, water- en wegenbouw en milieuwerken en is daarmee te scharen onder de SBI codes 41, 42 en 43. Daarmee zal de beoogde ontwikkeling geen ontoelaatbare hinder ervaren van het betreffende bedrijf. Ten zuiden van het aannemersbedrijf is een boerderij met dieren en mogelijk ook akkerbouw. Dit bedrijf valt gezien de beperkte grootte van het bedrijf onder de categorie: Akker-en/of tuinbouw in combinatie met het fokken en houden van dieren (niet intensief). De maximale milieucategorie
Blad 12 van 33
Milieu- en veiligheidsonderzoek Nieuw Valkenburg Milieuzonering en Externe veiligheid projectnummer 0462787.100 2 november 2020 revisie 2 Gemeente Katwijk
is daarmee categorie 3.2. Daarmee zal de beoogde ontwikkeling geen ontoelaatbare hinder ervaren van deze bedrijven. Verder zijn er enkele bedrijfsbestemmingen, kantoorbestemmingen, horecabestemmingen, gemengde bestemmingen en maatschappelijke bestemmingen. Voor deze bedrijven geldt dat op zeer grote afstand van het plangebied zijn gelegen. Deze bestemmingen zijn niet voorzien van een milieucategorie 5.2 of hoger. Daarmee zal de beoogde ontwikkeling geen ontoelaatbare hinder ervaren van deze bedrijven.
Figuur 4.4 Aanwezige bedrijven in relatie tot milieu-hinderafstanden binnen deelgebied B
Conclusie Ten aanzien van de beoogde ontwikkeling wordt voor Deel B voldaan de richtafstanden van de VNG publicatie. Deel C Voor deelgebied C geldt dat er geen bedrijven zijn op korte afstand van fase I (zie figuur 4.5). Op grotere afstand liggen bedrijven die grotendeels omringd zijn door woonbestemmingen. Daarmee zijn de beoogde woningen in het plangebied niet maatgevend ten aanzien van de milieuhinder van deze bedrijven. De beoogde ontwikkeling zal geen ontoelaatbare hinder ervaren van deze bedrijven. Conclusie Er zijn geen bedrijven in deelgebied C die een ontoelaatbare hinderafstand hebben die reikt tot het plangebied.
Blad 13 van 33
Milieu- en veiligheidsonderzoek Nieuw Valkenburg Milieuzonering en Externe veiligheid projectnummer 0462787.100 2 november 2020 revisie 2 Gemeente Katwijk
Figuur 4.5 Aanwezige bedrijven in relatie tot milieu-hinderafstanden binnen deelgebied C
Deel D Voor deelgebied D geldt dat er enkele bestemmingen zijn gelegen op korte afstand Fase I (zie figuur 4.6). Direct ten westen van de bebouwingsvlakken ligt een gemengd gebied. Voor dit gebied zijn concrete plannen voor UMV. Voor deze plannen is een uitgebreid milieuonderzoek verricht (Unmanned Valley Testlocatie voor RPAS op de locatie Valkenburg: Voortoets Wet natuurbescherming, RHDHV 2019). Uit dit onderzoek komt naar voren dat de te beoordelen milieuaspecten geen hinder buiten de eigen terreingrenzen veroorzaken. Daarmee zullen de beoogde woningbouwlocaties geen onaanvaardbare hinder van de UMV ondervinden. Toekomstige uitbreidingen van UMV zullen bij concretisering van voornemens moeten worden getoetst. Ten noorden van UMV is een gemengd gebied dat in gebruik is genomen als Asielzoekerscentrum. Een asielzoekerscentrum kan vergelijkbaar worden geacht met een gezondheidszorgfunctie. De maximale milieucategorie van een gezondheidszorgbestemming is categorie 2. Daarmee wordt er voldaan aan de indicatieve hinderafstanden en zal geen onaanvaardbare hinder worden ervaren op deze locatie. Verder zijn er enkele bedrijfsbestemmingen, recreatiebestemmingen, en tuinbouwbestemmingen. Voor deze bedrijven geldt dat ze op relatief grote afstand van het plangebied zijn gelegen. Landen tuinbouwbestemmingen hebben namelijk milieucategorie 3.2 met SBI code 0150.
Daarmee zal de beoogde ontwikkeling geen ontoelaatbare hinder ervaren van deze bedrijven.
Blad 14 van 33
Milieu- en veiligheidsonderzoek Nieuw Valkenburg Milieuzonering en Externe veiligheid projectnummer 0462787.100 2 november 2020 revisie 2 Gemeente Katwijk
Figuur 4.6 ontoelaatbare hinderafstand D
Conclusie Er zijn geen bedrijven in deelgebied D die een ontoelaatbare hinderafstand hebben die reiken tot het plangebied. Centrumgebied De kwalificatie van een ‘rustige woonwijk’ geldt niet voor het gehele gebied van Nieuw Valkenburg. Een ontwikkeling van 5.600 woningen vraagt ook om een passend voorzieningenaanbod met scholen, detailhandel en maatschappelijke voorzieningen. geldt voor enkele bouwvlakken dat er tevens centrumvoorzieningen worden gerealiseerd. Aangezien voor deze bouwvlakken tevens ‘woningen’ worden voorzien, is er sprake van een ‘gemengd gebied’. Bij toetsing aan de VNGmilieuzoneringsmethodiek voor gemengde gebieden is in bijlage 3 aangegeven onder welke voorwaarden bepaalde bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan binnen een gemengd gebied. Daarbij wordt onderscheidt gemaakt in zogenoemde A, B en C typeringen: • Bedrijven van categorie A: toelaatbaar aanpandig aan woningen. • Bedrijven categorie B: toelaatbaar als deze bouwkundig gescheiden zijn van woningen. • Bedrijven van categorie C: toelaatbaar indien gesitueerd aan een hoofdweg. In tabel 4.2 zijn de beoogde centrumvoorzieningen weergegeven met de bijbehorende categorie indeling volgens de methode van functie menging. Uit de tabel volgt dat deze functie toelaatbaar zijn mits deze bouwkundig gescheiden zijn van woningen.
Blad 15 van 33
Milieu- en veiligheidsonderzoek Nieuw Valkenburg Milieuzonering en Externe veiligheid projectnummer 0462787.100 2 november 2020 revisie 2 Gemeente Katwijk
Tabel 4.2 Beoogde centrumvoorzieningen met bijbehorende richtafstanden tot woonbebouwing (gemengd gebied)
4.2
Voorziening
Milieucategorie
SBI code
Basisschool Voortgezet onderwijs Peuterspeelzalen /kinderopvang Gezondheidszorg (huisarts, fysio, tandarts etc.) Kerk / religieuze functies
2 2 2
852, 8531 8532, 854, 855 8891
Categorie voor functie menging B B B
1
8621, 8622, 8623
B
2
9491
B
Fase II (Zuidelijk deelgebied) Omdat er voor fase II nog geen bouwvlakken bekend zijn, is de VNG systematiek toegepast vanaf de plangrens. Dit betekent dat het uitgangspunt is dat de woningen aan de rand van het plangebied worden gerealiseerd. Als worst-case aanname is er uitgegaan van een ‘rustige woonwijk’. Voor de bijbehorende afstanden wordt terugverwezen naar tabel 4.1. Omdat het plangebied relatief groot is, is de milieuzonering van het noordelijk deel opgedeeld in twee delen; deel E en deel F (zie figuur 4.7). De contouren aan de noordzijde worden niet beoordeeld omdat deze beoordeling is verricht in paragraaf 4.1 onder B en C.
Figuur 4.7 Deelgebieden milieuzoneringen
Blad 16 van 33
Milieu- en veiligheidsonderzoek Nieuw Valkenburg Milieuzonering en Externe veiligheid projectnummer 0462787.100 2 november 2020 revisie 2 Gemeente Katwijk
Deel E Voor deelgebied E geldt dat er twee bestemmingen (bedrijfsbestemming en een maatschappelijke bestemming) zijn gelegen op korte afstand van het plangebied (zie figuur 4.8). Verder zijn er diverse bedrijfs-, horeca en gemengde bestemmingen in de nabijheid van het plangebied gelegen. Voor deze versnipperde bestemmingen geldt dat het plangebied op grotere afstand is gelegen dan de omliggende woonbestemmingen. Daarmee zijn de beoogde woningen in het plangebied niet maatgevend ten aanzien van de milieuhinder van deze bedrijven. De beoogde ontwikkeling zal geen ontoelaatbare hinder ervaren van deze bedrijven. Ten zuiden van het plangebied ligt de bedrijfsbestemming Bedrijf – Zandwinning. Voor deze bestemming geldt dat op deze aangewezen gronden bestemd zijn voor zandwinning. De bedrijfsbestemming past daarbij bij milieucategorie 4.1, met SBI code: 0812. Gelet op de afstand van de plangrens, zijn alleen bedrijven met een milieucategorie hoger dan 4.1 relevant. Daarmee zal de beoogde ontwikkeling geen ontoelaatbare hinder ervaren van de zandwinning. Direct ten zuiden van het plangebied is de maatschappelijke bestemming (milieustraat). De bijbehorende milieucategorie van een milieustraat is milieucategorie 3.1 met de SBI-code 381. De bestemming binnen de maximale milieuhinderafstand (50 meter, geluid) ten opzichte van het plangebied.
Op deze specifieke locatie blijft de bosrand in het plangebied echter gehandhaafd, waardoor de milieuhinder naar waarschijnlijkheid niet tot een ontoelaatbare hinder leidt. Een aanvullend akoestisch onderzoek kan vereist zijn nadat voorzien is in een gedetailleerdere uitwerking van het programma. In het bestemmingsplan wordt een voorwaarde opgenomen waarin bepaald wordt dat op de gronden binnen de hindercontour van deze milieustraat woningen mogen worden gebouwd mits de geluidsbelastingacceptabel is. Conclusie In deelgebied E liggen geen bedrijven met een hinderafstand die tot in het plangebied reikt. In het bestemmingsplan worden voorwaarden gesteld aan de bouw van woningen binnen de hindercontour van de milieustraat.
Blad 17 van 33
Milieu- en veiligheidsonderzoek Nieuw Valkenburg Milieuzonering en Externe veiligheid projectnummer 0462787.100 2 november 2020 revisie 2 Gemeente Katwijk
Figuur 4.8 Aanwezige bedrijven in relatie tot milieu-hinderafstanden binnen deelgebied E
Deel F Voor deelgebied F (zie figuur 4.9) geldt dat er land- en tuinbouwbestemmingen zijn gelegen op korte afstand van het plangebied. In het noordwesten van het plangebied is een gemengd gebied gelegen (UMV). Voor deze plannen is een uitgebreid milieuonderzoek verricht (Unmanned Valley Testlocatie voor RPAS op de locatie Valkenburg: Voortoets Wet natuurbescherming, RHDHV 2019). Uit dit onderzoek komt naar voren dat de te beoordelen milieuaspecten geen hinder buiten de eigen terreingrenzen veroorzaken. Daarmee zullen de beoogde woningbouwlocaties geen onaanvaardbare hinder van de UMV ondervinden. Verder zijn er diverse bedrijfs-, horeca en gemengde bestemmingen ten zuidwesten van het plangebied gelegen. Voor deze versnipperde bestemmingen geldt dat het plangebied op grotere afstand is gelegen dan de omliggende woonbestemmingen. Daarmee zijn de beoogde woningen in het plangebied niet maatgevend ten aanzien van de milieuhinder van deze bedrijven. De beoogde ontwikkeling zal geen ontoelaatbare hinder ervaren van deze bedrijven. Voor de land- en tuinbouwbestemmingen geldt dat de bedrijven een lagere bedrijfscategorie hebben dan de inrichtingen rondom deelgebied E (maximale milieucategorie 4.1). De milieucategorie van de land- en tuinbouwbestemmingen is 3.2 met SBI code 0150. Daarmee zal de ontwikkeling geen ontoelaatbare hinder ervaren van deze bedrijven.
Blad 18 van 33
Milieu- en veiligheidsonderzoek Nieuw Valkenburg Milieuzonering en Externe veiligheid projectnummer 0462787.100 2 november 2020 revisie 2 Gemeente Katwijk
Conclusie Er zijn geen bedrijven in deelgebied F die een ontoelaatbare hinderafstand hebben die reiken tot het plangebied.
Figuur 4.9 Aanwezige bedrijven in relatie tot milieu-hinderafstanden binnen deelgebied F
Blad 19 van 33
Milieu- en veiligheidsonderzoek Nieuw Valkenburg Milieuzonering en Externe veiligheid projectnummer 0462787.100 2 november 2020 revisie 2 Gemeente Katwijk
5
Externe veiligheidsbeschouwing In de omgeving van het plangebied zijn meerdere externe veiligheid gerelateerde risicobronnen. Deze risicobronnen zijn onder te verdelen in grofweg twee categorieën, namelijk: risicovolle inrichtingen en transportroutes gevaarlijke stoffen. In figuur 5.1 zijn de relevante risicobronnen weergegeven.
Figuur 5.1 Risicobronnen in de omgeving van het plangebied
5.1
Risicovolle inrichtingen In de omgeving van het plangebied zijn meerdere risicovolle inrichtingen aanwezig. Er bevinden zich twee LPG tankstations langs de N206, het bedrijf Jongeneel Transport B.V., de militaire inrichting MMC de Kom en een gasontvangstation. Voor al deze inrichtingen geldt dat de risicobronnen op relatief grote afstand zijn gelegen van het plangebied. De aanwezige plaatsgebonden risicocontouren (PR 10-6) liggen niet over het deel van het plangebied waar de ontwikkellocaties zijn gelegen. De ontwikkellocaties liggen buiten het invloedsgebied van de betreffende inrichtingen en hoeven daarmee niet verder te worden beschouwd.
5.2
Risicovolle transportroutes In de omgeving van het plangebied zijn verschillende risicovolle transportroutes aanwezig. De relevante transportroutes betreffen vier hogedruk aardgastransportleidingen, de provinciale weh N206 en de rijksweg A44.
Blad 20 van 33
Milieu- en veiligheidsonderzoek Nieuw Valkenburg Milieuzonering en Externe veiligheid projectnummer 0462787.100 2 november 2020 revisie 2 Gemeente Katwijk
5.2.1
Hogedruk aardgastransportleidingen In- en nabij het plangebied zijn verschillende hogedruk aardgastransportleidingen. De eigenschappen van de relevante buisleidingen zijn hieronder weergegeven. Voor de buisleidingen W-536-18 en W-536-01 geldt dat de buisleiding meerdere maten heeft. In deze rapportage zijn de eigenschappen worst-case (de grootste afmetingen) weergegeven. Tabel 5.1 Eigenschappen van de relevante buisleidingen
Leidingbeheerder
Kenmerk
N.V. Nederlandse Gasunie N.V. Nederlandse Gasunie N.V. Nederlandse Gasunie N.V. Nederlandse Gasunie
W-535-13 W-535-18 W-535-01 A-560
Druk [bar] 40
Diameter [mm] 168
Invloedsgebied (1% letaliteit) [m] 75
100% letaliteit [meter] 40
40 40 66
219 324 914
95 140 430
50 65 180
Doordat in en in de nabijheid van het plangebied hogedruk aardgastransportleidingen aanwezig zijn, zijn voor de buisleidingen waarvan de invloedsgebieden over het plangebied vallen risicoberekeningen uitgevoerd. Voor de berekening is gebruik gemaakt van de BAGpopulatieservice. De resultaten van de berekeningen zijn hieronder weergegeven. Voor de modelering van de toekomstige situatie zijn de bevolkingsvlakken gemodelleerd zoals staat beschreven in hoofdstuk 3, figuur 3.1 en tabel 3.1. In aanvulling op hierop is voor fase II 1.000 woningen gemodelleerd in de nabijheid van de buisleidingen W-535-01 en A-560. Plaatsgebonden Risico Uit de risicoberekeningen blijkt dat geen van de leidingen een PR 10⁻⁶-contour heeft (zie figuur 5.2). Daarmee wordt voldaan aan de grens- en richtwaarden uit het Bevb. Figuur 5.2 Plaatsgebonden risicocontouren PR 10-6 contour rood (ontbreekt), PR 10-7 blauw, PR10-8 paars
W535-13
W-535-18
W-535-01
A-560
Blad 21 van 33
Milieu- en veiligheidsonderzoek Nieuw Valkenburg Milieuzonering en Externe veiligheid projectnummer 0462787.100 2 november 2020 revisie 2 Gemeente Katwijk
Groepsrisico Het groepsrisico van de hogedruk aardgastransportleidingen is weergegeven tabel 5.2. Toekomstige situatie
Geen groepsrisico
De maximale overschrijdingsfactor voor dit tracé is gelijk aan 0,012
De maximale overschrijdingsfactor voor dit tracé is gelijk aan 0.023
De maximale overschrijdingsfactor voor dit tracé is gelijk aan 0.031
De maximale overschrijdingsfactor voor dit tracé is gelijk aan 0,004339
De maximale overschrijdingsfactor voor dit tracé is gelijk aan 0.013
W-535-13
Huidige situatie
W-535-18 W-535-01 Blad 22 van 33
Milieu- en veiligheidsonderzoek Nieuw Valkenburg Milieuzonering en Externe veiligheid projectnummer 0462787.100 2 november 2020 revisie 2 Gemeente Katwijk
A-560 De maximale overschrijdingsfactor voor dit tracé is gelijk aan 0.297
De maximale overschrijdingsfactor voor dit tracé is gelijk aan 0.585
Het groepsrisico van een hogedruk aardgastransportleiding wordt berekend per kilometer. Met de beoogde ontwikkeling verschuift het hoogste GR per kilometer voor de buisleidingen W-535-13 en W-535-01 meer richting het plangebied (zie tabel 5.2). Tabel 5.2 Hoogste GR per kilometer: huidige- en toekomstige situatie
Huidige situatie
De buisleiding heeft geen groepsrisico en heeft daarom ook geen kilometer met de hoogste groepsrisico.
Toekomstige situatie
W-535-13
Huidige situatie
W-535-18
Blad 23 van 33
Milieu- en veiligheidsonderzoek Nieuw Valkenburg Milieuzonering en Externe veiligheid projectnummer 0462787.100 2 november 2020 revisie 2 Gemeente Katwijk
Toekomstige situatie Huidige situatie W-535-01 Toekomstige situatie Huidige situatie
A-560
Blad 24 van 33
Milieu- en veiligheidsonderzoek Nieuw Valkenburg Milieuzonering en Externe veiligheid projectnummer 0462787.100 2 november 2020 revisie 2 Gemeente Katwijk
Toekomstige situatie Conclusie Uit de risicoberekening blijkt dat geen van de buisleidingen een PR 10⁻⁶-contour heeft. Voor alle relevante buisleidingen geldt dat het groepsrisiconiveau in de huidige en toekomstige situatie zich onder de oriëntatiewaarde bevindt. Door de beoogde ontwikkeling neemt het groepsrisico van de buisleidingen W-535-13, W535-01 en A-560 toe. Het groepsrisiconiveau van de buisleiding W-53518 verandert niet. Door de beoogde ontwikkeling schuift de kilometer met het hoogste groepsrisico van de buisleidingen W-535-13 en W535-01 richting het plangebied. Een verantwoording van het groepsrisico verplicht.
5.2.2
Autoweg N206 Direct ten noorden van het plangebied ligt de N206. De N206 is op dit moment een provinciale weg met twee rijstroken. Uit tellingen van Rijkswaterstaat (2009) blijkt dat er over deze weg gevaarlijke stoffen worden vervoerd. De jaarintensiteiten van 2009 zijn conform bijlage 7 van het rapport Prognose basisnet weg en water bepaald voor 2040, de gehanteerde jaarintensiteiten zijn weergegeven in onderstaande tabel. Er is voor een periode van 20 jaar vooruit gekozen omdat er ook een MER wordt opgesteld, waarin de gehele ontwikkeling beschouwd wordt. Tabel 5.3 Transportintensiteiten van de N206
Stofcategorie LF1 LF2 LT1 LT2 GF3
2009 877 759 21 33 356
Jaarintensiteit 2014 922 798 22 35 356
2040 1988 1720 39 61 768
De N206 is onderdeel van de Rijnlandroute en wordt ingrijpend aangepast. Zo wordt het deel ter hoogte van het plangebied verdubbeld. Daarom is in de berekening de breedte van de weg aangepast naar de breedte van een weg met vier rijstroken. Plaatsgebonden risico Om te achterhalen of de N206 een plaatsgebonden risicocontour (PR 10-6) heeft, is een berekening met RBM 2.3 uitgevoerd. Voor de berekening zijn alle transportintensiteiten van 2040 gemodelleerd. Uit de berekening blijkt dat de weg geen plaatsgebonden risicocontour heeft.
Blad 25 van 33
Milieu- en veiligheidsonderzoek Nieuw Valkenburg Milieuzonering en Externe veiligheid projectnummer 0462787.100 2 november 2020 revisie 2 Gemeente Katwijk
Daarmee wordt voldaan aan de grens- en richtwaarden uit het Bevt omtrent het plaatsgebonden risico. Groepsrisico Omdat het plangebied binnen 200 meter van de weg is gelegen, is een groepsrisicoberekening verplicht. Voor de berekening is de bestaande bevolking geëxtraheerd uit de BAG populatieservice. In de toekomstige situatie is de bevolking aangevuld in lijn met de bouwvlakken zoals in hoofdstuk 3 weergegeven. De resultaten van de berekeningen zijn weergegeven in figuur 5.3.
Figuur 5.3 Groepsrisico (hoogste GR/km) ten aanzien van de spoorlijn route 35 van de huidige-(lichtblauw) en toekomstige situatie (rood)
Uit de groepsrisicoberekeningen blijkt dat dat het groepsrisiconiveau voor het traject met de beoogde ontwikkeling gelijk blijft en zich onder de oriëntatiewaarde bevindt. Het groepsrisico niveau voor beide situaties is 0,00119 (11,9% van de oriëntatiewaarde). Een verantwoording van het groepsrisico verplicht. Deze zal in ieder geval in moeten gaan op de aspecten zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Hier wordt in hoofdstuk 6 verder op ingegaan.
5.2.3
Rijksweg A44 Op ongeveer 1.300 meter ten oosten van het plangebied ligt de in de Regeling basisnet opgenomen weg A44. Gezien de grote afstand tot het plangebied moet worden geconcludeerd dat het plangebied ruim buiten de plaatsgebonden risicocontouren en plasbrandaandachtsgebieden is gelegen. Omdat de ontwikkeling op meer dan 200 meter van deze transportbronnen is gelegen, is ten aanzien van deze bronnen geen groepsrisicoberekening vereist. Relevant is, is dat er over deze wegen toxische stoffen vervoerd worden met een groot invloedsgebied (ca. vier kilometer). Een beperkte groepsrisico verantwoording ten aanzien van het vervoer van deze stoffen is daarom verplicht. Deze zal in ieder geval in moeten gaan op de aspecten zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Hier wordt in hoofdstuk 6 verder op ingegaan.
Blad 26 van 33
Milieu- en veiligheidsonderzoek Nieuw Valkenburg Milieuzonering en Externe veiligheid projectnummer 0462787.100 2 november 2020 revisie 2 Gemeente Katwijk
6
Verantwoording groepsrisico In hoofdstuk 5 zijn meerdere risicobronnen beschreven. Het groepsrisico van deze bronnen neemt toe door de planontwikkeling. De toename verschilt, soms kan volstaan worden met een beperkte verantwoording, soms moet een volledige verantwoording worden gegeven. Omdat bij de risicobronnen veel elementen voor de verantwoording van het groepsrisico overeenkomen, wordt in dit hoofdstuk de elementen voor de verantwoording van het groepsrisico integraal uitgewerkt. Ten behoeve van de invulling van de verantwoordingsplicht moet de veiligheidsregio in de gelegenheid worden gesteld om advies uit te brengen. Dit advies is niet in dit hoofdstuk verwerkt. De elementen voor de invulling van de verantwoordingsplicht zijn opgenomen in de desbetreffende wetgeving. Het gaat hierbij om de berekening van het groepsrisico, beschrijving van de verandering van de personendichtheid, de scenario’s, de mogelijkheden tot zelfredzaamheid, en de mogelijkheden tot bestrijdbaarheid. De berekening van het groepsrisico is, waar nodig, opgenomen in hoofdstuk 4 evenals de verandering van de personendichtheid. In dit hoofdstuk wordt daarom ingegaan op: • De relevante gevaarscenario’s en mogelijke maatregelen • De zelfredzaamheid; • De bestrijdbaarheid; • Mogelijkheden voor het verlagen van het groepsrisiconiveau
6.1
Relevante gevaarscenario’s en mogelijke maatregelen Bij een incident met gevaarlijke stoffen zijn meerdere scenario’s mogelijk. De gevolgen van deze scenario’s verschillen. In deze paragraaf zijn de scenario’s verduidelijkt. BLEVE (boiling liquid expanding vapour explosion) Bj het LPG-tankstation en het vervoer van LPG van en naar dit tankstation is het BLEVE-scenario relevant. Er zijn twee soorten BLEVE, een koude en warme BLEVE. • Een koude BLEVE wordt veroorzaakt door een externe beschadiging, bijvoorbeeld een botsing. Hierdoor scheurt de ketel open. LPG komt vrij en ontsteekt direct. Tegen een koude BLEVE zijn geen maatregelen mogelijk. • Een warme BLEVE wordt veroorzaakt doordat een aanwezige brand de druk in de LPG-tank doet oplopen. De effecten van een warme BLEVE reiken verder de effecten van een koude BLEVE. In Nederland wordt aangenomen dat op de weg geen warme BLEVE kan ontstaan. Bij het LPG-tankstation kan deze wel ontstaan, maar door veiligheidsmaatregelen is de kans hierop sterk afgenomen1. Voor beide scenario’s geldt dat er een vuurbal en een drukgolf ontstaat, met hittestraling, overdruk en scherfwerking tot gevolg.
1
Door de maatregelen uit de ‘Safety Deal hittewerende bekleding op LPG-autogastankwagens’ zijn tankauto's voorzien van een hittewerende coating die de kans op een warme BLEVE gedurende ten minste 75 minuten voorkomt. De brandweer is daardoor in staat de tank tijdig te koelen.
Blad 27 van 33
Milieu- en veiligheidsonderzoek Nieuw Valkenburg Milieuzonering en Externe veiligheid projectnummer 0462787.100 2 november 2020 revisie 2 Gemeente Katwijk
Gifwolk Een gifwolk heeft een groot invloedsgebied en drijft af met de wind. Het invloedsgebied van een gifwolk kan daarmee meerdere kilometers strekken. Afhankelijk van de eigenschappen van de toxische stoffen, kan een persoon bij inademen van de gifwolk komen te overlijden of schade aan de luchtwegen ondervinden. In de Omgevingswet (het Besluit bouwwerken leefomgeving) wordt de verplichting opgenomen om mechanische ventilatie in gebouwen afsluitbaar te maken, zodat een gifwolk niet geforceerd een gebouw wordt ingezogen. Deze maatregel is nu nog niet verplicht, maar wordt tegenwoordig al vrij algemeen toegepast2 (zie ook bij zelfredzaamheid). Plasbrand Het effect dat optreedt bij een ongeval met enkel brandbare vloeistoffen is vooral warmtestraling door een (plas)brand. Het invloedsgebied is afhankelijk van de hoeveelheid brandstof die vrijkomt. De omvang van het effect wordt beïnvloed door de oppervlakte van de plasbrand. Binnen het plangebied zijn geen brandaandachtsgebieden voor plasbranden aanwezig. Fakkelbrand Als een hogedruk aardgastransportleiding wordt beschadigd en lek raakt, ontstaat een fakkelbrand. Een dergelijke fakkel is vele tientallen meters hoog. De eerste fase, de eerste 20 seconden na de breuk, is de warmtestraling het grootst. Het uitstroomdebiet loopt binnen enkele minuten na de breuk terug totdat een stabiel uitstroomdebiet wordt bereikt.
Dit stabiele uitstroomdebiet blijft aanwezig totdat de leidingbeheerder het getroffen leidingdeel met afsluiters inblokt. Afhankelijk van de locatie van de breuk, het soort leiding en de aan- of afwezigheid van andere leidingen in de omgeving, kan dit enkele uren duren. Na het inblokken blijft de fakkel branden totdat de druk in de leiding gelijk is aan de omgevingsdruk. Maatregelen als afscherming van de fakkel zijn vanwege de fakkelhoogte niet effectief. Omdat het grootste risico op falen van een hogedruk aardgastransportleiding ontstaat door graafwerkzaamheden, kunnen maatregelen bij de leiding worden getroffen waardoor de kans op graafschade wordt verminderd. Deze maatregelen zijn relatief goedkoop. Deze maatregel is niet direct te borgen in een ruimtelijke procedure maar er kunnen wel privaatrechtelijke afspraken worden gemaakt tussen de leidingbeheerder en de projectontwikkelaar.
6.2
Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is de mate waarin personen in staat zijn zichzelf (zonder hulp van buitenaf) in geval van een calamiteit in veiligheid te brengen. Het gewenste handelingsperspectief in geval van een calamiteit (schuilen en/of vluchten) is afhankelijk van het scenario. Onduidelijk is nog of en waar in het plangebied functies komen voor zeer kwetsbare groepen / niet of beperkt zelfredzame personen. Aanbevolen wordt om de functies welke gericht zijn op groepen zeer kwetsbare personen (zoals ziekenhuizen en kinderdagopvang), zo ver mogelijk van de risicobron af te realiseren. Gerichte risicocommunicatie met bewoners en andere aanwezigen (bijvoorbeeld via NL-Alert) kan ertoe bijdragen dat alarmering van het gebied sneller verloopt.
2
De kosten van deze maatregel zijn zeer beperkt.
Blad 28 van 33
Milieu- en veiligheidsonderzoek Nieuw Valkenburg Milieuzonering en Externe veiligheid projectnummer 0462787.100 2 november 2020 revisie 2 Gemeente Katwijk
Mogelijkheden van zelfredzaamheid bij een koude BLEVE-scenario Een koude BLEVE kan plaatsvinden zonder enige aankondiging vooraf. Hierdoor is er geen tijd om te vluchten. Dit betekent dat alle personen binnen 100% letaliteitsgrens slachtoffer worden. Indicatief kan worden gesteld dat de 100% letaliteitsgrens op 80 meter van de weg is gelegen (berekend met RBM II). Een exacte afstand kan echter niet worden gegeven omdat dit afhankelijk is van lokale omstandigheden. Mogelijkheden van zelfredzaamheid bij een gifwolk In het geval van een gifwolk dient men te schuilen in een gebouw en de ramen en deuren gesloten te houden. De tijd die beschikbaar is voor het op de hoogte stellen van de aanwezigen, is onder meer afhankelijk van de locatie van het incident en lokale meteorologische omstandigheden. Gebouwen kunnen geschikt worden gemaakt als schuillocatie wanneer mechanische ventilatie afgeschakeld kan worden met een (centraal bediende) noodschakelaar. Het is een goedkope maatregel die bij een calamiteit met giftige stoffen zeer effectief kan zijn. Deze maatregel is niet direct te borgen in de ruimtelijke procedure, maar overwogen kan worden om een voorwaardelijke verplichting in het bestemmingsplan op te nemen waarin is aangegeven dat alleen omgevingsvergunning wordt verleend als de mechanische ventilatie uitgeschakeld kan worden.
Fakkelbrand Het plangebied bevindt zich deels binnen de 100% letaliteitsgrens. Dit betekent dat indien zich een incident voortdoet iedere onbeschermde persoon binnen deze afstand (gemeten vanaf de plaats van het incident) zal komen te overlijden. De 100 % letaliteitsgrens in relatie tot het plangebied en de bouwvelden is weergegeven in figuur 6.1.
Figuur 6.1 100% letaliteitsgrens i.r.t. het plangebied en bouwvelden
Blad 29 van 33
Milieu- en veiligheidsonderzoek Nieuw Valkenburg Milieuzonering en Externe veiligheid projectnummer 0462787.100 2 november 2020 revisie 2 Gemeente Katwijk
Afhankelijk van de richting van de fakkelbrand kan er geschuild worden in de gebouwen of in de schaduw van de gebouwen (ten opzichte van de fakkelbrand). Aangeraden wordt om de vluchtroutes en brandtrappen aan de risicoluwe zijde van het gebouw te realiseren. Fakkelbrand in een brandaandachtsgebied Als de Omgevingswet van kracht is, bestaat er automatisch een brandaandachtsgebied langs de hogedruk aardgastransportleidingen. Dit gebied wordt begrensd door de 1% letaliteitcontour (zie tabel 5.1). In het Omgevingsplan (de opvolger van het bestemmingsplan) moet via voorschriftgebieden aangeven worden of in het brandaandachtsgebied aanvullende maatregelen nodig zijn zoals voorgeschreven in het Besluit bouwwerken leefomgeving. Voor zeer kwetsbare gebouwen (zoals kinderdagverblijven) moet de gemeente deze aanvullende maatregelen voorschrijven. Voor (beperkt)kwetsbare gebouwen kan de gemeente dit voorschrijven. Het treffen van aanvullende bouwkundige maatregelen is complex en de kennis hiervoor is deels nog in ontwikkeling. Ook is het gewenst dat de gemeente eerst een integraal gemeentelijk beleid ontwikkelt omtrent het treffen van deze maatregelen, alvorens deze voorgeschreven worden. Om die reden wordt daarom in deze rapportage hier niet nader op ingegaan.
6.3
Bestrijdbaarheid Bestrijdbaarheid is de mate waarin een rampscenario door de brandweer te bestrijden is. De verschillende scenario’s vragen allen een ander aanvalsplan. De mate waarin uitvoering aan deze aanvalsstrategieën kan worden gegeven, hangt af van de capaciteit van de brandweer (opkomsttijd en beschikbare blusmiddelen) en de bereikbaarheid van het plangebied (opstelplaatsen). Relevant is dat het gebied ook na de invulling van de nieuwe ontwikkelingen goed bereikbaar blijft. BLEVE-scenario Het ontstaan van een koude BLEVE is niet te bestrijden, omdat de tank meteen explodeert. De branden die door de explosie ontstaan, kunnen wel bestreden worden. Een warme BLEVE is geen relevant scenario voor de beoogde ontwikkeling. Gifwolk Een gifwolk is lastig te bestrijden. In sommige gevallen is het mogelijk om een gifwolk neer te slaan met een watergordijn. Fakkelbrand In geval van een fakkelbrand spuit aardgas onder hoge druk uit de leiding. Voor de brandweer bestaat geen bestrijdingsstrategie om de bron te doven. Gasunie zal op afstand de leiding afsluiten waarna het gas tussen de inblokking moet opbranden en de fakkelbrand na verloop van tijd zal doven. De brandweer richt zich op het redden van slachtoffers, het koelen van panden in de omgeving en het bestrijden van secundaire branden. De Veiligheidsregio heeft protocollen voor het bestrijden van deze scenario’s.
6.4
Mogelijke maatregelen voor het verlagen van het groepsrisico In dit onderzoek zijn de groepsrisicoberekeningen op diverse wijze worst-case ingestoken. Er is namelijk een overschatting gemaakt van het aantal appartementen/woningen in fase I. Daarnaast zijn alle functies met een hoge concentratie van personen op bouwvlakken gemodelleerd die het
Blad 30 van 33
Milieu- en veiligheidsonderzoek Nieuw Valkenburg Milieuzonering en Externe veiligheid projectnummer 0462787.100 2 november 2020 revisie 2 Gemeente Katwijk
dichtst bij de risicobronnen zijn gelegen. Voor Fase II geldt dat een overgroot deel van het maximale programma gemodelleerd is nabij de risicobron. In werkelijkheid zal het aantal woningen in Fase II dat in het invloedsgebied van de buisleiding is gelegen lager zijn. Het groepsrisiconiveau kan lager uitvallen door de functies met een hoge personenconcentratie verder van de risicobron af te realiseren. Functies met een hoge personenconcentratie zijn bijvoorbeeld appartementencomplexen en scholen.
Blad 31 van 33
Milieu- en veiligheidsonderzoek Nieuw Valkenburg Milieuzonering en Externe veiligheid projectnummer 0462787.100 2 november 2020 revisie 2 Gemeente Katwijk
7
Conclusie en aanbeveling In dit onderzoek is de beoogde ontwikkeling van het voormalig vliegveld Valkenburg beoordeeld op gebied van milieuzonering en externe veiligheid.
7.1
Milieuzonering In het onderzoek zijn de beoogde ontwikkelingen getoetst aan de hand van de VNGmilieuzoneringsmethodiek. Hierbij is het gebied, dat wordt ontwikkeld tot woongebied, beoordeeld als een rustige woonwijk. Uit de beoordeling blijkt dat er geen bedrijven in de omgeving van het plangebied zijn met relevante hinderafstand ten aanzien van de beoogde ontwikkeling. In het gebied worden tevens enkele centrumvoorzieningen beoogd. Omdat dit een gemengd gebied betreft is de hinderafstand kleiner dan voor een rustige woonwijk. De functies die worden beoogd zijn toelaatbaar mits deze bouwkundig worden gescheiden van woningen.
7.2
Externe veiligheid Er zijn meerdere relevante risicobronnen in de omgeving van het plangebied. Relevante risicobronnen zijn: drie hogedruk aardgastransportleidingen, de N206 en de rijksweg A44. Er zijn geen relevante risicovolle inrichtingen. Hieronder volgen de conclusies per relevante risicobron. Hogedruk aardgastransportleidingen In- en nabij het plangebied zijn de volgende vier hogedruk aardgastransportleidingen relevant: W535-13, W-535-18, W-535-01 en A-650. • Geen van deze buisleidingen heeft een PR 10-6 contour. • Voor de buisleidingen is een groepsrisicoberekening uitgevoerd. Hieruit blijkt: o het groepsrisico voor alle relevante buisleidingen onder de oriëntatiewaarde bevindt. o het groepsrisiconiveau van de buisleidingen W-535-18 en A560 met de beoogde ontwikkeling niet toeneemt. Het groepsrisiconiveau van de overige buisleidingen neemt nemen toe (zie onderstaande tabel). o de toename van het groepsrisico van de buisleiding W-535-13 is het hoogst. Dit is verklaarbaar doordat deze buisleiding in het plangebied ligt. • Door de beoogde ontwikkeling schuift de kilometer met het hoogste groepsrisico van de buisleidingen W-535-13 en W535-01 richting het plangebied. • Aangezien het groepsrisico van de buisleidingen W-535-13 en W-535-01 met meer dan 10% toeneemt, is een verantwoording verplicht. Handvaten voor verantwoording zijn gegeven in hoofdstuk 6.
Leiding W-535-13 W-535-18 W-535-01 A-560
Maximale overschrijdingsfactor Huidige situatie Toekomstige situatie Geen groepsrisico 0,012 0.023 0.031 0,004339 0,013 0.297 0.585
N206 Het plaatsgebonden risico van de N206 is met behulp van RBM II berekend. Hieruit volgt dat de
Blad 32 van 33
Milieu- en veiligheidsonderzoek Nieuw Valkenburg Milieuzonering en Externe veiligheid projectnummer 0462787.100 2 november 2020 revisie 2 Gemeente Katwijk
weg geen plaatsgebonden risicocontour heeft. Daarmee wordt voldaan aan de grens- en richtwaarden uit het Bevt; •
Aangezien het plangebied binnen 200 meter van de weg is gelegen, is een groepsrisicoberekening met behulp van RBM II verricht. Hieruit volgt dat het groepsrisico niet toeneemt en zich onder de oriëntatiewaarde bevindt. Er kan worden volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico.
A44 • Gezien de grote afstand (ongeveer 1300 meter) tot het plangebied moet worden geconcludeerd dat het plangebied ruim buiten de plaatsgebonden risicocontouren en plasbrandaandachtsgebieden is gelegen. • Omdat de ontwikkeling op grotere afstand is gelegen dan 200 meter van deze transportbronnen, wordt ten aanzien van deze bronnen geen groepsrisicoberekening vereist. • Over de weg worden toxische stoffen vervoerd met een zeer groot invloedsgebied ( vier kilometer). Een beperkte verantwoording ten aanzien van het vervoer van deze stoffen is verplicht.
7.3
Aanbeveling De vervolgfases van het plan worden geconfronteerd met de Omgevingswet. Als die van kracht is, is, bestaan er automatisch brandaandachtsgebieden langs de hogedruk aardgastransportleidingen. Deze gebieden worden begrensd door de 1% letaliteitcontour (zie tabel 5.1). In het Omgevingsplan (de opvolger van het bestemmingsplan) moet via voorschriftgebieden aangeven worden of in het brandaandachtsgebied aanvullende maatregelen nodig zijn zoals voorgeschreven in het Besluit bouwwerken leefomgeving. Geadviseerd wordt: • Functies gericht op zeer kwetsbare personen zo ver mogelijk van de risicobronnen te realiseren. • Te verkennen wat het standpunt van de gemeente Katwijk wordt ten aanzien van het toepassen van aanvullende bouwkundige maatregelen ten aanzien van het plangebied en de gemeente in het algemeen.
Blad 33 van 33
Over Antea Group Van stad tot land, van water tot lucht; de adviseurs en ingenieurs van Antea Group dragen in Nederland sinds jaar en dag bij aan onze leefomgeving. We ontwerpen bruggen en wegen, realiseren woonwijken en waterwerken. Maar we zijn ook betrokken bij thema’s zoals milieu, veiligheid, assetmanagement en energie. Onder de naam Oranjewoud groeiden we uit tot een allround en onafhankelijk partner voor bedrijfsleven en overheden. Als Antea Group zetten we deze expertise ook mondiaal in. Door hoogwaardige kennis te combineren met een pragmatische aanpak maken we oplossingen haalbaar én uitvoerbaar. Doelgericht, met oog voor duurzaamheid. Op deze manier anticiperen we op de vragen van vandaag en de oplossingen van de toekomst. Al meer dan 60 jaar.
Contactgegevens Beneluxweg 125 4904 SJ OOSTERHOUT Postbus 40 4900 AA OOSTERHOUT E. jeroen.eskens@anteagroup.com
www.anteagroup.nl
Chw-Bestemmingsplan 'Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst' Datum: 5 juni 2025 IMRO: NL.IMRO.0537.bpVLKplvherz-VA02
4/12
Ligging N206 Onderstaande afbeelding (KCAP, 2020) toont de indicatieve ligging van de N206. Deze ligging is indicatief en de exacte ligging van de weg dient in het werk te worden bepaald. Als een plan niet voorziet in de realisatie van eerstelijnsbebouwing bezien vanaf de N206, hoeft deze kaart of de inhoud van de navolgende artikelen niet in acht genomen te worden. De bouwvelden in het plangebied van het Chw bestemmingsplan “Woongebied Valkenhorst” (IMROcode: NL.IMRO.0537.bpVLKplv-VA01) die het dichtste bij de N206 liggen moeten voldoen aan de eisen zoals gesteld in artikelen 5.2.1, sub c en 10.2.1, sub p.
Chw-Bestemmingsplan 'Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst' Datum: 5 juni 2025 IMRO: NL.IMRO.0537.bpVLKplvherz-VA02
5/12
Ontwikkelprincipe ‘Groen woonmilieu’
Het ontwikkelprincipe ‘Groen woonmilieu’ laat de schematische weergave zien, waarbij er van links (gemeente Wassenaar) naar rechts (gemeente Katwijk) invulling wordt gegeven aan de ontwerpprincipes van de ‘Groene Zone’ in de gemeente Wassenaar, bestaande uit het weidegebied/agrarisch gebied, de ecologische verbindingszone en het woongebied Valkenhorst, bestaande uit de overgangszone/groen woonmilieu. De zichtassen geven zicht op groenstructuren met boomgroepen/bossen/bosschages, alsmede op woonbebouwing in open plekken in deze groenstructuren met boomgroepen/bossen/bosschages. Het top wonen milieu leent zich bij uitstek prima om in het groene woonmilieu gerealiseerd te worden. De gronden van het ‘groen woonmilieu’ komen overeen met de aanduiding ‘specifieke vorm van woongebied – overgangszone groen woonmilieu’, zoals deze op de verbeelding behorende bij het bestemmingsplan ‘Woongebied Valkenhorst’ ingetekend is. Als maximale bouwhoogte geldt 15 meter.
Chw-Bestemmingsplan 'Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst' Datum: 5 juni 2025 IMRO: NL.IMRO.0537.bpVLKplvherz-VA02
6/12
Verplichte onderzoeksgebieden niet-gesprongen explosieven Bestemmingsplan 'Woongebied Valkenhorst' De gemeente Katwijk heeft in de periode 2020-2021 voor het voormalige vliegkamp en de directe omgeving een (actualiserend) vooronderzoek laten uitvoeren conform de geldende richtlijn CS-OOO (Certificatie SchemaOnderzoek Ontplofbare Oorlogsresten). Aan de hand van dit onderzoek zijn gebieden aangewezen die, na de reeds uitgevoerde ontmanteling van het vliegkamp, nog verdacht zijn op het aantreffen explosieven. De resultaten zijn weergegeven op de navolgende kaart. De kleuren op deze kaart hebben de volgende betekenis:
Donkerrood: verdacht gebied voor (onder andere) afwerpmunitie - ook diepere ondergrond (meer dan 4 meter onder maaiveld) verdacht. Oranje: verdacht gebied voor (onder andere) Target Indicator - ook diepere ondergrond (meer dan 4 meter onder maaiveld) verdacht. Lichtrood: verdacht gebied voor (onder andere) afwerpmunitie - tot maximaal 4 meter onder maaiveld verdacht. Geel: verdacht gebied niet-afwerpmunitie - tot maximaal 2 meter onder maaiveld verdacht. Groen: onverdacht (of reeds vrijgegeven).
Binnen de als verdacht aangemerkte gebieden geldt dat grondroerende werkzaamheden (ontgravingen, boringen, heien, etc.) moeten plaatsvinden onder begeleiding van explosievenexperts, dan wel dat het terrein vooraf moet worden onderzocht door middel van explosievendetectie en –opsporing. Een en ander dient plaats te vinden conform de CS-OOO. Pas na schriftelijke goedkeuring van het bevoegd gezag mag in de betreffende gebieden worden gegraven, geboord, geheid, etc.
89000
90000
466000 465000 464000
Legenda
463000
463000
464000
465000
466000
467000
88000
467000
87000
Onderzoeksgebied Vrijgegeven gebieden STATUS Onverdacht Verdacht op afwerpmunitie dieper dan 4 m-mv Verdacht op afwerpmunitie tot maximaal 4 m-mv Verdacht op Target Indicator bommen dieper dan 4 m-mv Verdacht op niet-afwerpmunitie tot maximaal 2 m-mv Aandachtsgebied dumpingen Aandachtsgebied trillingen
0
200
400
800
1200
1600
³
Meter
T&A Survey BV Dynamostraat 48 Postbus 20670 1001 NR Amsterdam
Tel: 020-6651368 Fax: 020-6685486 E-mail: info@ta-survey.nl Web: www.ta-survey.nl
Bijlage 1. CE Bodembelastingkaart
Project:
HO CE te Valkenburg ZH
Tekenaar:
D. Sam
Opdrachtgever: Gemeente Katwijk
Projectnr:
Akkoord:
Schaal:
M. van Oers
Esri Nederland, Community Map Contributors
Formaat:
8370
A0
1:4.500
Opmaakdatum: 22-3-2021
Chw-Bestemmingsplan 'Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst' Datum: 5 juni 2025 IMRO: NL.IMRO.0537.bpVLKplvherz-VA02
7/12
Onderzoek stikstofdepositie Rapport ten behoeve van bestemmingsplan 'Woongebied Valkenhorst'
projectnummer 0462787.101 definitief revisie 02 20 april 2022
Onderzoek stikstofdepositie Rapport ten behoeve van bestemmingsplan 'Woongebied Valkenhorst'
projectnummer 0462787.101 definitief revisie 02 20 april 2022
Auteur T. Sweerts
Opdrachtgever Gemeente Katwijk Koningin Julianalaan 3 2224 EW KATWIJK
Gecontroleerd:
datum 20 april 2022
beschrijving definitief
vrijgave E.H. Oude Weernink
Inhoudsopgave
Blz.
1
Inleiding
1
1.1 1.2
Onderzoek stikstofdepositie Valkenhorst Leeswijzer
1 2
2
Wettelijk kader
3
2.1
Ontwikkelingen
3
3
Huidige situatie
5
3.1 3.2 3.2.1 3.2.2
Directe emissies Indirecte emissies Binnen het plangebied Buiten het plangebied
6 16 16 16
4
Plansituatie
18
4.1 4.2 4.3 4.3.1 4.3.2 4.4 4.4.1 4.4.2
Beschrijving ontwikkeling Maatgevend jaar Directe emissies Realisatiefase Gebruiksfase Indirecte emissies Realisatiefase Gebruiksfase
18 19 20 20 20 21 21 22
5
Resultaten en conclusie
25
5.1 5.1.1 5.2 5.2.1 5.3 5.3.1 5.4
Resultaat eindfase (2036) Randeffecten eindfase Resultaat laatste bouwfase (2035) Randeffecten laatste bouwfase Resultaat tussenfase (2033) Randeffecten tussenfase Conclusie
25 25 27 28 29 29 30
Bijlage 1: Uitgangspunten bouw 500 woningen Bijlage 2: Onderbouwing gasverbruik Bijlage 3: Vergunningen agrarische saldogevers Bijlage 4: Verkeersonderzoeken
Bijlage 5: AERIUS pdf eindfase (2036) Bijlage 6: AERIUS pdf laatste bouwfase (2035) Bijlage 7: AERIUS pdf tussenfase (2033)
Onderzoek stikstofdepositie Rapport ten behoeve van bestemmingsplan 'Woongebied Valkenhorst' projectnummer 0462787.101 20 april 2022 revisie 02 Gemeente Katwijk
1
Inleiding In het zuiden van de gemeente Katwijk, tussen de woonkernen van Valkenburg, Leiden en Wassenaar ligt Marinevliegkamp Valkenburg. Tot 2006 is het vliegkamp gebruikt voor diverse militaire doeleinden en in de laatste jaren voor de sluiting van het vliegkamp voor ceremoniële vluchten van het Koninklijk Huis. Met het sluiten van het vliegkamp zijn er kansen voor grootschalige gebiedsontwikkeling ontstaan. De regio Den Haag – Leiden kampt met een grote woningbouwbehoefte en deze locatie is een potentiële toplocatie voor woningbouw en werkgelegenheid. Het plan is dan ook om deze locatie te herontwikkelen tot een woonwijk met maximaal 5.600 woningen met bijbehorende voorzieningen.
Figuur 1-1: Ligging en begrenzing bestemmingsplan Valkenhorst
Om de ontwikkeling van het gebied mogelijk te maken stelt de gemeente Katwijk een nieuw bestemmingsplan op. Dit bestemmingsplan stelt de planologische kaders voor de bouw van maximaal 5.600 woningen met bijbehorende voorzieningen, de aanleg van infrastructuur, groen en water en de realisatie van 5 ha bedrijventerrein. Vanwege de omvang van de ontwikkeling en de nabijheid van Natura 2000-gebieden is onderzoek naar stikstofdepositie gewenst. Dit rapport bevat het stikstofonderzoek ten behoeve van het bestemmingsplan Woongebied Valkenhorst.
1.1
Onderzoek stikstofdepositie Valkenhorst Ten behoeve van het bestemmingsplan is onderzoek naar stikstofdepositie uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming. De ontwikkeling van Valkenhorst maakt nieuwe emissiebronnen mogelijk en oude emissiebronnen zullen erdoor verdwijnen. Dit soort bronnen
Blad 1 van 30
Onderzoek stikstofdepositie Rapport ten behoeve van bestemmingsplan 'Woongebied Valkenhorst' projectnummer 0462787.101 20 april 2022 revisie 02 Gemeente Katwijk
leiden tot een emissie van de voor de stikstofdepositie relevante stoffen stikstofoxiden (NO X) en ammoniak (NH3). In het kader van de Wet natuurbescherming moet beoordeeld worden of deze activiteiten leiden tot significante effecten in Natura 2000-gebieden. Deze activiteiten zijn nader toegelicht in de hoofdstukken 3 en 4. De locatie van Valkenhorst ten opzichte van de omliggende Natura 2000-gebieden (vogelrichtlijn (VR) en habitatrichtlijn (HR)) is in onderstaande figuur weergegeven.
Figuur 1-2: Ligging plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebieden
1.2
Leeswijzer Hoofdstuk 2 beschrijft het wettelijk kader voor dit onderzoek. Hoofdstuk 3 gaat in op de activiteiten in de huidige situatie, hoofdstuk 4 beschrijft de voorgenomen activiteiten van de ontwikkeling en bijbehorende stikstofemissies. Hoofdstuk 5 bevat de resultaten en de conclusie van het onderzoek.
Blad 2 van 30
Onderzoek stikstofdepositie Rapport ten behoeve van bestemmingsplan 'Woongebied Valkenhorst' projectnummer 0462787.101 20 april 2022 revisie 02 Gemeente Katwijk
2
Wettelijk kader Binnen de Europese Unie zijn de belangrijkste leefgebieden van de meest bedreigde en waardevolle soorten en habitattypen aangewezen als Natura 2000-gebied. Deze Natura 2000gebieden moeten samen een Europees ecologisch netwerk vormen om de achteruitgang van de biodiversiteit te keren. De juridische basis voor dit netwerk zijn de Europese Vogel- en Habitatrichtlijnen, die in Nederland zijn vertaald in de Wet natuurbescherming (Wnb). Per gebied zijn voor de soorten en habitattypen instandhoudingsdoelstellingen bepaald. Dit kunnen behouds- of uitbreidings/verbeteringsdoelstellingen zijn. Het is verplicht om plannen en projecten te beoordelen op de gevolgen voor Natura 2000-gebieden. Voor projecten geldt een vergunningsplicht als het project een significant gevolg kan hebben op een Natura 2000-gebied (art. 2.7 lid 2, Wnb). Bij vaststelling van plannen moet het bevoegd gezag rekening houden met de gevolgen van het plan voor Natura 2000-gebieden (art. 2.7 lid 1, Wnb).
2.1
Ontwikkelingen Mogelijkheden Ten behoeve van vergunningverlening voor projecten waarbij mogelijk sprake is van (significante) gevolgen op Natura 2000-gebieden hebben het ministerie van LNV en de provincies beleidsregels vastgesteld1. Deze beleidsregels kunnen per provincie verschillen. In die beleidsregels zijn verschillende kaders opgenomen waarbinnen een vergunning te verkrijgen is, zoals voorwaarden voor extern salderen (en verleasen). Daarnaast zijn er nog meer mogelijkheden om activiteiten mogelijk te maken. Dit zijn onder andere het bijstellen van het programma, de ecologische voortoets, een passende beoordeling en de zogenoemde ADC-toets. Voor plannen of projecten geldt dat in een oriënterende fase onderzocht dient te worden of de ontwikkeling een significant (negatief) gevolg op het betreffende Natura 2000-gebied kan hebben ten opzichte van de referentiesituatie. Indien na onderzoek dit op voorhand niet kan worden uitgesloten, dan dient meer gedetailleerd in kaart te worden gebracht wat de effecten van de activiteit kunnen zijn. Deze analyse heet een ‘passende beoordeling’. Wanneer uit deze passende beoordeling alsnog de zekerheid wordt verkregen dat de activiteit geen significant gevolg heeft, staat de Wet natuurbescherming besluitvorming (voor wat betreft gebiedsbescherming) niet in de weg.
Jurisprudentie Intern salderen: Uit recente jurisprudentie2 is gebleken dat er geen sprake is van een vergunningplicht bij intern salderen. AERIUS Calculator De stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied kan berekend worden met behulp van het verplicht te gebruiken rekenprogramma AERIUS Calculator (versie 2021)3. Van elk te berekenen situatie wordt een model gemaakt met invoergegevens waarmee vervolgens de berekening 1 https://www.bij12.nl/onderwerpen/stikstof-en-natura2000/vergunningen-en-toestemmingsbesluiten/provinciale-
beleidsregels-intern-en-extern-salderen/ 2 ECLI:NL:RVS:2021:71, d.d. 20 januari 2021 3 Artikel 2.1 lid 1 Regeling natuurbescherming
Blad 3 van 30
Onderzoek stikstofdepositie Rapport ten behoeve van bestemmingsplan 'Woongebied Valkenhorst' projectnummer 0462787.101 20 april 2022 revisie 02 Gemeente Katwijk
wordt uitgevoerd. Het rekenprogramma bepaalt zelf de rekenpunten op de Nederlandse Natura 2000-gebieden. De bijdrage aan de stikstofdepositie in de omliggende Natura 2000-gebieden wordt berekend ter plaatse van stikstofgevoelige habitats. Wijziging van de Wet natuurbescherming Op 18 juni 2021 is in het Staatsblad het Besluit4 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I van de Wet van 10 maart 2021 tot wijziging van de Wet natuurbescherming (Wnb) en de Omgevingswet (stikstofreductie en natuurverbetering) en artikel I van het Besluit van 14 juni 2021 tot wijziging van enkele algemene maatregelen van bestuur (stikstofreductie en natuurverbetering) gepubliceerd. In het besluit wordt als tijdstip van inwerkingtreding van de genoemde artikelen 1 juli 2021 genoemd. In deze artikelen is onder andere een vrijstelling opgenomen voor activiteiten van de bouwsector zoals omschreven in artikel 2.5 van het Besluit. Het gaat om het bouwen of slopen van een bouwwerk en om het aanleggen, veranderen of verwijderen van een werk en alle daarmee samenhangende activiteiten. Volgens de nota van toelichting kan voor het bestemmingsplan voor het onderdeel van de bouwactiviteiten verwezen worden naar het feit dat er al een beoordeling door de wetgever heeft plaatsgevonden die een partiële vrijstelling van het project heeft vastgesteld 5.
Er is bij de berekening geen gebruik gemaakt van deze partiële vrijstelling. Doordat het een vrijstelling betreft kan ervoor gekozen worden om er geen gebruik van te maken. Door geen gebruik te maken van de vrijstelling is een worstcase insteek gekozen. Raad van State uitspraak ViA15 Naar aanleiding van de (tussen) uitspraak van de Raad van State van 20 januari 2021 heeft de minister op 9 juli een brief naar de kamer verzonden6. Hierin staat vermeld dat er een afstandscriterium gaat gelden van 25 kilometer voor alle sectorgroepen voor stikstofdepositieberekeningen. Ondertussen is de nieuwe AERIUS-versie (2021) online gekomen. Hierin is dit nieuwe afstandscriterium voor alle sectorgroepen geregeld.
4 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2021-288.html 5
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2021-287.html
6 ‘Vervolgacties naar aanleiding van het eindrapport van het Adviescollege Meten Berekenen Stikstof’, d.d. 9 juli 2021
Blad 4 van 30
Onderzoek stikstofdepositie Rapport ten behoeve van bestemmingsplan 'Woongebied Valkenhorst' projectnummer 0462787.101 20 april 2022 revisie 02 Gemeente Katwijk
3
Huidige situatie De inrichting van het gebied op en rond vliegkamp Valkenburg is sinds de sluiting in 2006 nauwelijks veranderd. De bebouwing van het vliegkamp is vrijwel volledig behouden en gedeeltelijk hergebruikt voor kleine bedrijvigheid. De landingsbanen zijn in 2014 verwijderd, maar de structuren zijn op de luchtfoto nog wel zichtbaar. De grootste bedrijvigheid bevindt zich in het Hangaargebied. Daarnaast is er bebouwing aanwezig aan de randen van het plangebied. Het overgrote deel van het gebied bestaat voornamelijk uit graslanden met enkele bosschages en watergangen. In de zone langs de Kooltuinweg zijn enkele bedrijven en een volkstuinencomplex gevestigd. Aan de noordzijde is een pallethandel en kassencomplex aanwezig. Verder naar het zuiden, langs de Oude Broekweg is een agrarisch bedrijf aanwezig. Richting het Valkenburgse Meer, aan de Zonneveldslaan, is eveneens een agrarisch bedrijf gevestigd.
Figuur 3-1: Huidig ruimtegebruik en ligging van enkele bedrijven met relevante emissies.
Blad 5 van 30
Onderzoek stikstofdepositie Rapport ten behoeve van bestemmingsplan 'Woongebied Valkenhorst' projectnummer 0462787.101 20 april 2022 revisie 02 Gemeente Katwijk
In het kader van de bestemmingsplanprocedure wordt, ten behoeve van de Wnb, onder de referentiesituatie verstaan de feitelijke (gerealiseerde), planologisch legale, situatie voorafgaand aan de vaststelling van het plan. De volgende stikstofdepositie veroorzakende activiteiten vinden in de referentiesituatie plaats en worden als gevolg van de ontwikkeling die het plan mogelijk maakt beëindigd. De stikstofdepositie veroorzakende activiteiten vinden plaats binnen het plangebied en zullen plaats moeten maken voor de met het plan beoogde woningbouw. In onderstaande paragrafen zijn deze verdwijnende activiteiten opgenomen.
3.1
Directe emissies De volgende emissie uitstotende activiteiten (zie ook figuur 3-1) zijn in het gebied gevestigd: • Bedrijvigheid Hangaargebied; • Van Egmond (veehouderij); • Van Leeuwen (veehouderij); • Ooms (glastuinbouw); • Overige functies binnen het gebied. In het gebied zijn onder meer twee veehouderijen aanwezig, die met het oog op de ontwikkeling van Valkenhorst aangekocht zijn en om die reden hun activiteiten zullen gaan beëindigen om de ontwikkeling van Valkenhorst mogelijk te maken. Van deze bedrijven mag, conform de huidige jurisprudentie, de emissie in de huidige situatie (indien planologisch legaal aanwezig) gebruikt worden voor intern salderen. Ook een deel van de overige activiteiten op de gronden van het nieuwe bestemmingsplan zullen worden beëindigd of worden afgesloten van het gasnet en gaan derhalve zonder gasverbruik verder. In deze paragraaf is per activiteit toegelicht waar de uitstoot uit bestaat en hoe en of dit is meegenomen in de stikstofdepositieberekening. Bedrijvigheid Hangaargebied Het Hangaargebied wordt, in de huidige situatie, ontsloten via de 1e Mientlaan en de N441. Langs de 1e Mientlaan zijn onder andere een asielzoekersopvang en een moskee gevestigd. In de gebouwen die vroeger in gebruik waren voor het vliegkamp zijn nu diverse bedrijven gevestigd.
Een deel van deze bedrijven zijn op een bepaalde manier gerelateerd aan Unmanned Valley, waarover bestuurlijke afspraken zijn gemaakt (december 2018). Zo zijn er bedrijven die zich bezighouden met drones en een ingenieursbureau voor de luchtvaartsector, maar ook andere bedrijven zoals een destilleerder aanwezig. De in het Hangaargebied aanwezige bedrijven zijn toegestaan op grond van het nog geldende bestemmingsplan ‘Tijdelijk gebruik Locatie Valkenburg’. Voor de in de hangaars aanwezige musical van de ‘Soldaat van Oranje’ (Theaterhangaar) is in mei 2020 opnieuw een tijdelijke omgevingsvergunning verleend die geldig is tot 17 mei 2025. Voor deze bedrijvigheid geldt dat zij of verdwijnen of gasloos zullen worden verwarmd. De huidige feitelijke planologisch legale emissies zullen derhalve verdwijnen. Binnen het hangaargebied wordt thans rekening gehouden met Unmanned Valley en de bestuurlijke afspraak (dec 2018) dat als Unmanned Valley op basis van de lopende monitor/evaluatie succesvol blijkt, deze definitief zal worden ingepast binnen het hangaargebied met een maximale omvang van 5 ha. Een besluit dat na afronding van de bestuurlijk overeengekomen proefperiode wordt genomen in 2023 of bij verlenging uiterlijk in 2028.
Blad 6 van 30
Onderzoek stikstofdepositie Rapport ten behoeve van bestemmingsplan 'Woongebied Valkenhorst' projectnummer 0462787.101 20 april 2022 revisie 02 Gemeente Katwijk
Direct hieraan gerelateerd is in de huidige situatie ook sprake van testvluchten met drones. Deze vinden plaats boven de start- en landingsbanen en daarmee binnen de grenzen van het bestemmingsplan. Deze zijn middels een omgevingsvergunning - afwijken bestemmingsplan (22 juni 2020) mogelijk gemaakt. Hieruit blijkt deze activiteit planologisch mogelijk en feitelijk aanwezig. Daarnaast is er sprake van een langlopende wens om een aantal kenmerkende marinegebouwen in stand te houden en in te passen binnen de totale - energieneutrale - gebiedsontwikkeling. De gebouwen binnen het hangaargebied stoken thans nog op gas en zijn aangesloten op de centrale gasaansluiting van het marinevliegkamp waarbij het netwerk achter de aansluiting in eigendom en beheer is bij het Rijksvastgoedbedrijf. Rekening houdend met bovenstaande kennen de gebouwen binnen het hangaargebied twee toekomstscenario’s, te weten: 1. Gebouwen die plaats zullen maken voor woningbouw. Deze gebouwen kennen tijdelijke functies, waarvan de Theaterhangaar met de musical ‘Soldaat van Oranje’ de meest in oog springende is. Deze functies zullen worden beëindigd. De gebouwen worden dan uit gebruik genomen en getransformeerd of gesloopt ten behoeve van woningbouw. Mocht besloten worden de gebouwen te behouden dan is de transformatie gericht op woningbouw inclusief de omzetting naar gasloos verwarmen.