CConstaterende datwassenaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Handboek Band I

Raadsvergadering Wassenaar 20 september 2022, gemeente wassenaarBij agendapunt: Handboek Welstand en Beeldkwaliteit Wassenaar21.669 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

HANDBOEK WELSTAND & BEELDKWALITEIT WASSENAAR

BAND I

HANDBOEK WELSTAND & BEELDKWALITEIT WASSENAAR BAND I

december 2003

samenstelling

WELSTANDSNOTA WASSENAAR 

CH & PARTNERS stedebouw en landschap, Den Haag 

SEVENHILL urban producers, Rotterdam 

VOLTA 43 procesmanagement, Rotterdam in opdracht van

Gemeentebestuur Wassenaar 

2010

redactie

digitalisering wijzigen lay-out

HERZIENING WELSTANDSNOTA WASSENAAR 

M&MD architectuurhistorisch en stedenbouwkundig adviesbureau 

Crotec 

NieuwBlauw Stedenbouw en landschapsarchitectuur 

Band I

Bij de omslag Wassenaar is als een Schotse Ruit: een weefsel van lijnen, zones en richtingen, dat tot een sterk en karakteristiek patroon heeft geleid. Binnen dit hoofdbeeld zijn verschillende types te onderkennen. Elke buurt of wijk bezit zijn eigen specifieke ruit: de een is groener, de ander roder gekleurd, de een fijnmaziger dan de ander, maar alle gebaseerd op dezelfde structuur van lange lijnen. Elke ruit met zijn eigen identiteit heeft eigen richtlijnen; soms is er overeenkomst met een andere ruit maar uiteindelijk is elke Schotse Ruit uniek.

[2]

Handboek Welstand & Beeldkwaliteit

Band I

Inhoudsopgave band I INLEIDING: OVER WELSTAND IN WASSENAAR Welstandstoezicht Inspirerend kader Leeswijzer

DEEL 1 RUIMTELIJKE KWALITEIT, ONTWIKKELING EN BESCHERMING 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6

Aanleiding Het oude en nieuw welstandsbeleid Relatie met het ruimtelijk beleid Relatie Beeldkwaliteit - Welstand Naar een Wassenaars architectuurbeleid Cultuurhistorie, monumenten en Beschermd Dorpsgezicht

7

7 8 8

9

11 11 12 13 14 14

DEEL 2 WELSTANDSTOEZICHT

17

DEEL 3 BEELDKWALITEIT

29

DEEL 4 OBJECTCRITERIA VOOR VEEL VOORKOMENDE KLEINE BOUWWERKEN

43

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

Overwegingen over welstand Beheergebieden en ontwikkelingsgebieden Welstandsregime Systematiek en welstandskaarten Algemene welstandscriteria als uitgangspunt Gebiedscriteria Objectcriteria Commissie voor Welstand en Cultureel Erfgoed Welstandsadvies Beeldkwaliteit als kader Structuurbeeld: Schotse Ruit Landschaps-eenheden Beelddragers Cultuurhistorie Beschermd Dorpsgezicht Morfologie van verstedelijking Het belang van de openbare ruimte

Objectcriteria voor kleinere bouwwerken Voorwaarden Precedent-werking Wabo Objectkriteria voor veelvoorkomende kleine bouwwerken 1 aanbouw en uitbouwen 2 bijgebouwen en overkappingen 3 dakkapellen en dakramen 4 erf- of perceelafscheiding 5 zonnecollectoren en -panelen 6 antennes en masten 7 kozijn- en gevelwijzigingen 8 zonwering, rol- of spijlenhek, luik of rolluik 9 gevelreclame

H a n dbo e k Welstand & B ee ldkwalite it

29 20 20 21 21 23 24 24 29 33 33 35 36 37 38 39 42

45 45 45 46 46 47 50 52 55 57 58 60 61 64

[3]

Band I

DEEL 5 BIJLAGEN

Bijlage A Lijst van termen (begrippen) Bijlage B Voor- en achterkant-benadering Bijlage C Literatuuroverzicht

[4]

69

Handboek Welstand & Beeldkwaliteit

Band I

H a n dbo e k Welstand & B ee ldkwalite it

[5]

Band I

Topografische kaart Wassenaar

[6]

Handboek Welstand & Beeldkwaliteit

Band I

Inleiding: over welstand in Wassenaar Wassenaar is een gemeente met een bijzondere ontwikkelingsgeschiedenis en een rijke cultuurhistorie. Het landschap bestaat uit verschillende eenheden waarin aantrekkelijke kwaliteiten terug te vinden zijn. De duinen, bossen en het weidegebied maken deel uit van de ecologische hoofdstructuur. De lanen en weteringen vormen een bijzonder openbareruimte-netwerk in het strandwallenlandschap. De landgoederenzone is een fraai aaneengesloten woonlandschap van aangelegde en ontworpen woonwijken, parken en tuinen, waar openbare ruimte en objecten op een bijzondere wijze bijeen komen. De vele monumenten en karakteristieke gebouwen uit verschillende periodes getuigen hiervan. Ook op andere plaatsen in de gemeente zijn bijzondere ensembles en woonbuurten gerealiseerd. Er is geïnvesteerd in kwaliteiten van de openbare ruimte, in erven en in bebouwing en in een verzorgd beeld van gebouw en landschap. Het resultaat van deze ontwikkelingsgeschiedenis als geheel maakt deel uit van het Nederlandse cultuurpatroon. Wassenaar bezit een groen en hoogwaardig structuurbeeld dat de moeite van het bewaren en bewaken meer dan waard is. Daarmede ligt de eerste prioriteit in Wassenaar bij instandhouding en waar mogelijk versterking van de bestaande structuur.

Behoud van de landschappelijke ondergrond, stedebouwkundige patronen, van monumenten en cultuurhistorische waarden is inzet van gemeentelijk beleid en planvorming. De vergroting van het Beschermd Dorpsgezicht “Landgoederenzone Wassenaar” is hier een voorbeeld van, evenals de opname in de Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS) en de nota Belvedere1. Daarnaast dient er ruimte te zijn voor nieuwe programma’s en activiteiten als neerslag van een veranderende samenleving, en hiermee voor nieuwe monumenten. Ruimtelijke ontwikkelingen zijn van alle tijden en ook Wassenaar groeit en transformeert, zij het langzaam. Naast planologische kaders vraagt dit ook om regelgeving ter bescherming van de beeldkwaliteit, en om een gemeentelijk architectuur-, welstands- en monumentenbeleid.

Welstandstoezicht

Welstandstoezicht is ingesteld vanuit de overtuiging dat de lokale overheid het publieke belang van een aantrekkelijke gebouwde omgeving dient te behartigen. Een bouwwerk maakt deel uit van de openbare ruimte en zodoende is de verschijningsvorm ervan mede een publieke zaak. Een burger of instantie is vrij om met zijn eigendom te doen wat men wil, zolang afzonderlijke wensen afgewogen worden tegen een gezamenlijke meerwaarde en kwaliteit. De publieke belangen prevaleren boven het individueel verlangen. Want een ieder is gebaat bij een aantrekkelijke, goed verzorgde omgeving ter verhoging van de woon- en leefkwaliteit. Ook het algemeen belang van het bewaken van toekomstige (cultuur)historische ruimtelijke kwaliteiten wordt hiermee gewaarborgd. Maatschappelijke veranderingen zoals individualisering, toenemende verstedelijking, een terugtredende overheid, en een mondigere burger nopen tot verandering van de werkwijze van het welstandstoezicht. Niet zozeer in zijn adviesrol, maar in de procedures en de maatstaf van beoordeling. Veelal worden in de huidige situatie plannen enkele malen teruggestuurd voordat een positief welstandsadvies wordt gegeven. Dit wordt door de aanvrager als vertragende willekeur ervaren, mede omdat er (van te voren) geen gewenst beeld is vastgelegd.

In de gewijzigde Woningwet van 2002 werd naast een vereenvoudiging van de bouwvergunningprocedures ook een nieuwe werkwijze voor welstandstoezicht ingesteld. Het doel van het nieuwe welstandsbeleid was het voeren van een effectief en duidelijk welstandstoezicht. Opdrachtgevers en architecten kunnen zich nu al in een vroeg stadium op de hoogte stellen van de welstandscriteria die van toepassing zijn. Hiermee wordt voorkomen dat de planvorming stuk loopt op een achteraf geformuleerd oordeel. Duidelijke kaders en criteria dragen hieraan bij. Met het welstandsbeleid wordt bovendien richting gegeven aan

H a n dbo e k Welstand & B ee ldkwalite it

[7]

Band I

een architectuurbeleid van de gemeente. Een Wassenaars architectuurbeleid is gewenst om het lokale architectuur-debat te voeden, teneinde de architectonische kwaliteit van nieuwbouw-projecten te bevorderen en daarmee de beeldkwaliteit in Wassenaar te versterken.

Inspirerend kader

Het Handboek Welstand & Beeldkwaliteit vormt meer dan een vangnet om bouwplannen (zowel verbouw als nieuwbouw) zoveel mogelijk aan de beoogde kwaliteit te laten voldoen. Kwaliteitscontrole moet niet als keurslijf gezien worden - ruimte voor nieuwe eigentijdse architectuur moet mogelijk zijn en is zelfs gewenst. Het Handboek beoogt een inspirerend kader te zijn voor architectonisch bouwen temidden van de waardevolle landschappelijke context en de ruimtelijke kwaliteiten van Wassenaar.

Leeswijzer

De inhoud van het Handboek Welstand en Beeldkwaliteit valt uiteen in twee banden. In band I staat het algemene kader van Welstand en Beeldkwaliteit in Wassenaar centraal. In band II wordt van de te onderscheiden deelgebieden van de gemeente een beeldkwaliteitbeschrijving gegeven, gekoppeld aan een welstandsregime.

_______________ 1 Cultuurhistorische Hoofdstructuur Zuid-Holland is afgerond. De nota Belvedere is de beleidsnota van het ministerie OCenW over de relatie cultuurhistorie en ruimtelijke inrichting, 1999

[8]

Handboek Welstand & Beeldkwaliteit

Band I

DEEL 1 RUIMTELIJKE KWALITEIT, ONTWIKKELINGEN BESCHERMING

H a n dbo e k Welstand & B ee ldkwalite it

[9]

Band I

[ 10 ]

Handboek Welstand & Beeldkwaliteit

Band I

1.1

Aanleiding Na jarenlange discussie is op 18 oktober 2001 het wetsvoorstel voor wijziging van de Woningwet vastgesteld. (Stb. 2001, 518).2. In deze gewijzigde wet is een liberalisering van de bouwvergunningen doorgevoerd: voor verscheidene (kleine) bouwwerken is de vergunningsplicht vervallen. Met de invoering van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is deze liberalisering verder aangescherpt. Een andere belangrijke wijziging betreft de verplichting tot het opstellen van objectieve welstandscriteria . Deze criteria dienen in een gemeentelijke welstandsnota beschreven te zijn voor het mogen uitbrengen van een welstandsadvies. De liberalisering maakt een onderscheid tussen een openbaar “voor” en een meer privé of collectief “achter”. Ingrepen aan de voorkant blijven kwetsbaarder dan ingrepen aan de achterzijde. Hiermee blijven vanaf de openbare straat en vanuit het openbaar groen zichtbare bouwactiviteiten over het algemeen vergunningsplichtig. “Verrommeling” van het gebouwde aan de kant van de openbare ruimte wordt tegengegaan. Het onderscheid tussen de voor- en achterkantbenadering geldt in veel mindere mate voor monumenten en de bebouwing in een Beschermd Stads- of Dorpsgezicht.In deze gevallen is over het algemeen een omgevingsvergunning nodig.

1.2

Het oude en nieuw welstandsbeleid In Nederland is de afgelopen jaren een discussie ontstaan over de werkwijze van welstandscommissies en de beperkte democratische controle daarop. Artikel 12 van de oude Woningwet gaat in op de beoordeling van een bouwwerk aan redelijke eisen van welstand. Deze aan de bouwverordening gekoppelde regelgeving vermeldt de volgende aspecten: • de aanvaardbaarheid van het gebouw in relatie tot de karakteristiek van de reeds aanwezige bebouwing, de openbare ruimte, het landschap dan wel de stedebouwkundige context; • de massa, structuur, maat en schaal, detaillering, materiaalkeuze en kleurstelling; • de samenhang in het bouwwerk of de bouwwerken voor wat betreft de onderlinge relatie tussen de samenstellende delen daarvan. Deze richtlijnen gaven nogal wat interpretatievrijheid en sluiten niet goed aan op de huidige maatschappelijke wensen en ontwikkelingen. Objectieve en voor de burger begrijpelijke regelgeving is dan ook uitgangspunt van de gewijzigde woningwet. In de nieuwe regelgeving zijn minder bouwwerken vergunningsplichtig, zelfs nog minder met de invoering van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht per 1 oktober 2010. Daarmee hoeven minder aanvragen aan de welstandscommissie te worden voorgelegd. De mate van toetsing kan per gebied verschillen.

Met de wijziging van de Woningwet in 2002 werd de gemeente verplicht om in haar welstandsnota zo duidelijk mogelijke welstandscriteria vast te leggen. Hierdoor wordt de normstellende rol van de welstandscommissie vervangen door een door de gemeenteraad bekrachtigde welstandsnota. Het Handboek Welstand & Beeldkwaliteit is voor de gemeente Wassenaar ingevolge de nieuwe regels opgesteld. Na vaststelling kan welstandsbeoordeling alleen nog maar gebaseerd worden op de criteria die in deze nota zijn genoemd. Dit toezicht blijft deel uitmaken van een drievoudige toetsing: naast de welstandstoetsing worden bouwaanvragen altijd getoetst aan bouwtechnische en juridisch-planologische voorwaarden. In de nieuwe Wabo is geregeld dat al deze toetsen (en nog andere) resulteren in één omgevingsvergunning. De werking van het Handboek Beeldkwaliteit is voor de invoering van de Wabo, waarbij opnieuw welstandsregels versoepeld werden, geëvalueerd, wat er toe heeft geleid dat op een aantal punten de criteria nader geconcretiseerd zijn. Ook is op basis van de evaluatie een beter inzicht verkregen in de cultuurhistorisch waardevolle structuren binnen de

H a n dbo e k Welstand & B ee ldkwalite it

[ 11 ]

Band I

gemeente. Het in kaart brengen van deze waardevolle structuren kan een belangrijk hulpmiddel vormen bij toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen. Tussentijds kunnen aanvullingen op de welstandsnota worden vastgesteld in de vorm van welstandscriteria voor bepaalde (her-)ontwikkelingsprojecten.

1.3

Relatie met het ruimtelijk beleid Het welstandstoezicht maakt deel uit van het ruimtelijk beleid van de gemeente. Het Handboek Welstand & Beeldkwaliteit is mede gebaseerd op andere planproducten waarin de ruimtelijke kwaliteit van de gemeente het onderwerp is. Zo zijn bestemmingsplannen van groot belang voor het welstandstoezicht omdat het bestemmingsplan de burger “juridischplanologisch bindt” en formeel boven de welstandstoets staat. Wat qua bouwvolume door het bestemmingsplan wordt toegelaten, kan door het welstandstoezicht niet meer worden tegengehouden. Alleen in de ruimtelijke verschijningsvorm zijn vanuit welstand eisen aan de bebouwing te stellen. Met de invoering van de Wabo maakt de welstandstoets deel uit van een veel omvangrijker ruimtelijk toetsingskader. Circa 25 vergunningen op basis van de oude wet- en regelgeving worden in de nieuwe wet gebundeld tot één omgevingsvergunning. Dit is voor de aanvrager van een bouwvergunning die nog maar naar één loket hoeft veel overzichtelijker. Ook inhoudelijk is er met de invoering van de Wabo iets veranderd. Voor welstand is met name van belang dat in Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor), de uitvoeringsregeling die berust op de Wabo, die gevallen zijn geregeld waarvoor géén vergunning is vereist.

Deze gevallen komen deels overeen met de oude categorieën licht-vergunningsplichtige en vergunningsvrije bouwwerken, maar niet helemaal. Het gaat om meer soorten objecten en ook zijn de regels verder versoepeld. Een onderscheid wordt in Bijlage II gemaakt tussen bouwactiviteiten die altijd mogen, dus niet getoetst hoeven te worden aan de welstandsnota, maar ook niet aan het bestemmingsplan (artikel 2) en bouwactiviteiten die niet aan de welstandsnota getoetst hoeven te worden, maar voor het gebruik wel aan het bestemmingsplan (artikel 3). De belangrijkste uitzondering op artikel 2 is ook in deze systematiek een omgevingsvergunning verplicht is bij bouwactiviteiten in een beschermd dorps- of stadsgezicht en aan een aangewezen monument. Het Handboek Welstand & Beeldkwaliteit, opgebouwd uit twee banden, is een op zichzelf staand plandocument dat tegelijkertijd deel uitmaakt van een breder vierluik. Naast het handboek omvat dit vierluik de Atlas Wassenaar, de Structuurvisie 2015, en het Communicatiedossier. • De Atlas van Wassenaar (2000) heeft betrekking op het in kaart brengen van informatie over de gemeente Wassenaar. Hierin zijn de ontstaans- en ontwikkelingsgeschiedenis in factoren als tijd en ruimte, en in aspecten van vorm en gebruik vastgelegd.

[ 12 ]

Handboek Welstand & Beeldkwaliteit

Band I

Dit werkdocument legt de onderzoeksresultaten naar de eigen (w)aardigheden van de gemeente vast. • De Structuurvisie Wassenaar (2001) omvat de ruimtelijke toekomstvisie voor de periode 2000-2015. Het bevat uitspraken over de bestaande en gewenste stedenbouwkundige vorm en structuur. De structuurvisie is opgebouwd uit drie delen: Bouwstenen voor Wassenaar, Toekomstvisie voor 2015, en Operationalisatie. Het document vormt tezamen met de Atlas van Wassenaar een belangrijke onderlegger voor het Handboek Welstand omdat op hoofdlijnen wordt ingegaan op kenmerkende gebieden en waarderingen van beeldkwaliteitsbepalende delen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in de dynamische zones waar Wassenaar opnieuw vormt krijgt middels transformatie of structuurverandering, en de consoliderende zones waar vormbehoud het doel is, en waar behoud en versterking centraal staan. • Het Communicatiedossier Wassenaar (2002), bevat de uitkomsten van overleg met bewoners en gebruikers van Wassenaar. De term dossier geeft aan dat het deel geopend blijft tot aan de formele vaststelling van het Handboek Welstand & Beeldkwaliteit. Van belang voor het handboek is een aantal ruimtelijke opgaves die in het deel Operationalisatie van de structuurvisie aan bod komen.

Onderverdeeld naar studie-projecten, integrale gebiedsvisies, en uitvoeringsprojecten staan deze opgaves voor structuurversterking en karakterbehoud van Wassenaar. Zij vormen de schakel naar vormverandering of vormbehoud als uitwerking van het ruimtelijk beleid voor de periode tot 2015. Als uitvoeringsproject 13) Beschermd Dorpsgezicht, beeldkwaliteit en welstand is dit Handboek zelf een van de bewuste opgaves. Het doel is de afstemming van een stelsel van beschermingsfactoren voor de instandhouding van de ruimtelijke kwaliteit van Wassenaar. Van de andere projecten zijn met name die waarmee de beeldkwaliteit gemoeid is, van betekenis voor en van invloed op het welstandsbeleid. Deze projecten zijn: • studie-project 3) infrastructuur: van belang vanwege de ruimtelijke inpassing en vormgeving van routes en mobiliteit. • studie-project 5) landschap, natuur en ecologie: voor behoud van landschappelijke kwaliteiten en beeld. • studie-project 6) herstructureringslocaties binnen de gemeente: studie naar vorm en programma van een aantal locaties leidend tot een hogere ruimtelijke kwaliteit. • de integrale gebiedsvisies 7) Zuidrand (Duindigt e.o.), 8) Noordrand (bebouwingsgrens en Valkenburg), 9) Westrand (Duinrell en Schulpwei), 10) centrum Noord: van belang vanwege de herdefi niëring van programma, structuur en ruimtelijk beeld voor de betreffende gebieden.

• uitvoeringsproject 11) lanen en weteringen: integraal beheerplan met als leidraad versterking van de kwaliteiten van de openbare ruimte.

1.4

Relatie Beeldkwaliteit - Welstand De welstandscriteria worden niet “opnieuw bedacht” maar komen voort uit de bestaande beeldkwaliteit van Wassenaar en de huidige praktijk van het welstandstoezicht. Nieuw aan het welstandsbeleid is dat het gebaseerd wordt op schriftelijk vastgelegde criteria. In een dergelijke nota dient de ruimtelijk-visuele kwaliteit van het gemeentelijk grondgebied als beleidskader beschreven te zijn. Beeldkwaliteit wordt in deze nota opgevat als een op locatie en situatie afgestemd referentie-kader voor architectonische vormgeving. Het geeft de kijkrichting aan waarmee bouwinitiatieven worden beoordeeld. Het is in dit Handboek opgenomen omdat Wassenaar een integrale benadering nastreeft waarbij de vormgevingsaspecten van welstandstoezicht, monumentenzorg, beheer van cultureel erfgoed en ruimtelijke ordening met elkaar in ver-

H a n dbo e k Welstand & B ee ldkwalite it

[ 13 ]

Band I

band worden gebracht. Zo leidt beeldkwaliteit mede tot een toetsingsgrond voor welstandsbeoordeling.

1.5

Naar een Wassenaars architectuurbeleid Het welstandsbeleid stelt kwaliteitseisen aan de verschijningsvorm van bouwwerken. Het niveau van de minimale, aanvaardbare kwaliteit wordt daarmee vastgelegd. Welstandsbeleid is echter nog geen architectuurbeleid; zij zijn complementair. Met een lokaal architectuur-beleid wordt de samenhang versterkt tussen de bouwpraktijk en het ruimtelijk en cultuurbeleid. Naast het eigen opdrachtgeverschap als voorbeeldfunctie kan het gemeentebestuur zich richten op het bevorderen van de kwaliteit van het particuliere opdrachtgeverschap. Ook het bevorderen van de communicatie over plannen op het terrein van architectuur, stedebouw en landschappelijke inrichting behoort hiertoe. Het Handboek Welstand & Beeldkwaliteit is aanleiding om parallel aan het voeren van een welstandsbeleid de discussie over een Wassenaars architectuurbeleid te starten en te zijner tijd te effectueren. De bebouwing die de afgelopen decennia op sommige plekken in Wassenaar aan het repertoire is toegevoegd, verdient niet zondermeer het predikaat “nieuw monument”. Nieuwbouwprojecten kunnen hoger scoren dan een minimale kwaliteit wanneer architectuur onderwerp is van de lokale discussie en een stimulans wordt gegeven om te komen tot een waardevol ruimtelijk beeld. Het geven van een aanvullende impuls aan de ruimtelijke kwaliteit, zal door de gemeente ondersteund dienen te worden.

Het gemeentelijk architectuurbeleid zal in hoofdzaak een tweeledig doel hebben: 1. het bevorderen van de architectonische kwaliteit van de nieuwbouwprojecten vanuit het opdrachtgeverschap; 2. het stimuleren van de communicatie over (moderne) architectuur, en verbreding van het draagvlak onder de bevolking. Ten aanzien van het opdrachtgeverschap is er onderscheid tussen de gemeente, een ontwikkelaar of particulier in de rol van opdrachtgever. De gemeente kan zichzelf een hoog doel stellen als voorbeeldfunctie ten aanzien van nieuwbouwprojecten. Middels prijsvragen en meervoudige opdrachten kan de discussie over ruimtelijke kwaliteit aan de hand van verschillende ontwerpen gevoerd worden, waarbij verschillende architectonische uitingen inzichtelijk worden gemaakt. Indien een professionele partij (bijvoorbeeld ontwikkelaar) opdrachtgever is, kan de gemeente in samenspraak aanvullende eisen formuleren ten aanzien van de gewenste architectonische kwaliteit. Bij particulier opdrachtgeverschap is het zaak om de deskundigheid over architectonische kwaliteit te bevorderen, eventueel met hulp van de gemeente als raadgever. Bij gronduitgifte voor nieuwbouwkavels kan een beeldkwaliteitsplan of een coördinerend supervisor het gewenste architectuurbeeld initiëren. Het andere doel van het architectuurbeleid, communicatie en informatie, kan op diverse manieren vorm krijgen.

Doel is om aandacht en draagvlak onder de bevolking te ontwikkelen voor de kwaliteit van de (recent) gebouwde omgeving naast het cultuurhistorisch erfgoed dat in Wassenaar aanwezig is. Gedacht kan worden aan een overzichtskaart, brochure en/of (fiets-) route “Moderne architectuur in Wassenaar”. Tentoonstellingen, een lokaal/regionaal architectuurcentrum en deelname aan de jaarlijkse dag van de architectuur kunnen bijdragen aan het informeren over de functie en het belang van architectuur in de samenleving. Op scholen kunnen in dit kader speciale projecten worden opgezet.

1.6

Cultuurhistorie, monumenten en Beschermd Dorpsgezicht Wassenaar is rijk aan cultureel erfgoed; de geschiedenis van verstedelijking van het landschap heeft zowel onder als boven de grond objecten en structuren achtergelaten. De vele monumenten in de gemeente geven hier blijk van. Met name uit de periode 1850-1940

[ 14 ]

Handboek Welstand & Beeldkwaliteit

Band I

zijn binnen de gemeente vele waardevolle karakteristieken en nog gave objecten aanwezig (zie Monumenten Inventarisatie Project). Maar ook van eerdere en latere datum zijn bijzondere bouwwerken te vinden. De omvang en uniciteit van de collectie leidt tot het voeren van een cultuurhistorisch kwaliteitsbeheer. Naast behoud en bescherming richt het beleid zich op de integratie tussen cultuurhistorisch belangrijke structuren en elementen enerzijds en het totaal van de gebouwde omgeving en het landelijk gebied anderzijds. De door de provincie Zuid-Holland opgestelde cultuurhistorische waardenkaart is een van de reeds ontwikkelde plandocumenten. De Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS) geeft aan waar de waardevolle gebieden en objecten van ons erfgoed te vinden zijn. In ZuidHolland neemt Wassenaar hier een prominente plaats in. Ook in het Belvedereproject van de rijksoverheid is Wassenaar vrijwel geheel opgenomen, zowel het strandwallenlandschap en de duinen als de polders in het noorden. Het Belvedere-gebied Den Haag-Wassenaar is een van de gebieden waar sprake is van “een accumulatie van waarden en/of integrale samenhang van waarden, die maakt dat deze gebieden vanuit de cultuurhistorie bijzondere aandacht verdienen.” In deze gebieden dient de cultuurhistorische identiteit versterkt en integraal meegenomen te worden in de ruimtelijke inrichting.

Een aanzienlijk deel van de gemeente Wassenaar is in 2007 opgenomen in de uitbreiding van het Beschermd Dorpsgezicht. Deze aanwijzing van het nieuwe Beschermd Dorpsgezicht is in bestemmingsplannen verwerkt. Het leidt ook tot een aparte status in het welstandsbeleid omdat de elders vergunningsvrije bouwwerken en bouwactiviteiten hier vergunningplichtig zijn. De talrijk aanwezige (rijks)monumenten binnen de gemeente Wassenaar zijn tezamen met de cultuurhistorische waarde van het aanwezige landschap het motief voor een actief monumentenbeleid en het hand in hand gaan van welstandstoezicht en monumententoezicht. Aangezien de zorg voor instandhouding van dit cultureel erfgoed betrekking heeft op een gebied groter dan de gemeente Wassenaar is voor toetsing van aanvragen samenwerking gezocht met de gemeente Voorschoten. Het resultaat is een geïntegreerde commissie voor Welstand en Cultureel Erfgoed Voorschoten en Wassenaar.

H a n dbo e k Welstand & B ee ldkwalite it

[ 15 ]

GEMEENTEBLAD

Nr. 76066 10 mei 2017

Officiële uitgave van de gemeente Wassenaar

Aanwijzing welstandsvrij gebied Wassenaar

De gemeenteraad van Wassenaar, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 28 februari 2017, waaronder de daarbij behorende evaluatie, over het aanwijzen van een welstandsvrij gebied; gelet op artikel 12, tweede en vierde lid, van de Woningwet, artikel 12a eerste lid van de Woningwet, de artikelen 2.5.10, 2.5.28 en 9.9 van de Wassenaarse Bouwverordening; gelet op de Inspraakverordening gemeente Wassenaar en afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, waarbij in de inspraakperiode geen reacties zijn binnengekomen; Besluit 1 *

1.

Dat voor het op de bijgevoegde kaart aangegeven gebied geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn; daarbij zijn uitgezonderd de cultuurhistorisch waardevolle en zeer waardevolle objecten die in bijlage D van het a. 2

b. c. 2.

“Handboek welstand en beeldkwaliteit Wassenaar” zijn opgenomen en ontwikkelingen die in strijd zijn met het bestemmingsplan en waaraan alleen kan worden meegewerkt via artikel 2.12, eerste lid onder a, sub 3 van de WABO en ontwikkelingen waar de gemeente zelf opdrachtgever is.

Het door de gemeenteraad op 28 juni 2004 vastgestelde en op 24 november 2014 gedeeltelijk gewijzigde “Handboek welstand en beeldkwaliteit Wassenaar” overeenkomstig te wijzigen door het toevoegen van dit besluit en de bij dit besluit behorende kaart aan paragraaf 2.3 (blz. 16 van band I van het handboek).

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de gemeenteraad van Wassenaar gehouden op 18 april 2017 de griffier,

de voorzitter,

drs. G. de Schipper-Tinga

Ch.B. Aptroot

1) *) Het besluit is bekend gemaakt met een zakelijke mededeling in de gemeenterubriek in De Wassenaarse Krant van 10 mei 2017. 2) ) Het handboek kunt u als volgt vinden op de volgende locatie http://0629.ropubliceer.nl. Selecteer in de linkerkolom "Zoek in de lijst met plannen". Bij de geldende plannen staat de Welstandsnota 2012. Het handboek wordt zichtbaar bij gebruik van de optie "documenten".

1

Gemeenteblad 2017 nr. 76066

10 mei 2017

2

Gemeenteblad 2017 nr. 76066

10 mei 2017

Band I

DEEL 2 WELSTANDSTOEZICHT

H a n dbo e k Welstand & B ee ldkwalite it

[ 17 ]

Band I

[ 18 ]

Handboek Welstand & Beeldkwaliteit

Band I

2.1

Overwegingen over welstand Welstandstoezicht is ontstaan uit de wens ontsiering van het dorps- en stadsbeeld tegen te gaan. Behoud van bestaande stedebouwkundige en architectonische kwaliteiten is het motief. Welstandtoezicht houdt zich niet bezig met vragen of een huis sterk is, of het groot genoeg is voor de gebruikers, maar of het past in de omgeving en voldoet aan een zeker gevoel van schoonheid. Een huis dat goed functioneert hoeft niet altijd aan de welstandtoets te voldoen. Maar wat onderscheid nu “goede architectuur” van een “gemiddeld gebouw”. Zijn er criteria op te stellen om deze te kunnen onderscheiden? De overheid stelt zich terughoudend op in haar oordeel over architectuur. Het is gebruikelijk om kwaliteitsbeoordeling over te laten aan deskundigen. Zelfs dan is het niet eenvoudig om een oordeel te krijgen. De vakgemeenschap debatteert voortdurend over de vraag wat kwalitatief “goede” architectuur is. Tegenwoordig bestaat geen sterk dominerende vormtraditie, maar eerder een grote verscheidenheid aan stijlen: een vleugje retro, herontdekte klassieke motieven of de jaren dertig, en onvervalst modernisme. In de eerste nota architectuurbeleid “Ruimte voor Architectuur” (1991) wordt de opstelling van de overheid getypeerd met: “Laat duizend bloemen bloeien en honderd scholen wedijveren”.

De overheid geeft aan een ondersteunend kwaliteitsbeleid te willen voeren met behoud van de artistieke vrijheid van de architect. Architectuurbeleid maakt deel uit van cultuurbeleid. De architect en stedebouwer staan niet voor de opgave om iets te ontwerpen dat uitsluitend rekening houdt met de gebruikseisen. Architectuur als culturele expressie stijgt daar bovenuit. Een ontwerp van een gebouw kan nieuwe maatschappelijke stromingen symboliseren of een discussie aangaan met traditionele oplossingen. Dergelijke culturele waarden van het bouwen zijn niet zoals de functionele kwaliteit door kwantitatieve eisen te reguleren. In de architectuurnota van 1991 wordt schoonheid dan ook met culturele waarde verbonden. Culturele waarde betreft primair de vormgeving en gebruikswaarde betreft de functionaliteit. Architectonische kwaliteit verwijst daarmee naar het meest gebruikte begrippenpaar in de architectuur: vorm en functie. En wat is dan de relatie met schoonheid, met esthetiek? Mooi en lelijk zijn uiterst subjectief, maar toch blijken naast heel veel verschillen ook overeenkomsten te vinden in de wijze waarop beoordeeld wordt. Er zijn samenhangende beoordelingsprincipes die van oudsher en algemeen bruikbaar zijn.

Schoonheid heeft altijd te maken met goed vakmanschap, met creativiteit en virtuositeit, met het spanningsveld tussen orde en complexiteit, met associaties en symbolen en met een resultaat dat als een zinvolle bijdrage aan het bestaan(de) wordt ervaren. Architectuur is een cultureel fenomeen en altijd verbonden met tijd en maatschappelijke omstandigheden en verankerd aan een plaats. De architectonisch betekenis wordt ontleend aan het debat over die betekenis, aan de rol die het gebouw speelt in een architectonische cultuur. Welstandstoetsing is niet mogelijk zonder een visie op de gebouwde en niet-bebouwde omgeving en op de relatie tot beeldkwaliteit. Zoals in de Structuurvisie verwoord is, zullen in Wassenaar in de komende jaren geen grote veranderingen plaatsvinden. Het ruimtelijk beleid is dan ook gericht op behoud en waar mogelijk versterking van de huidige structuur. Daar waar verandering of verbouw gewenst danwel noodzakelijk is, wordt planvorming ingezet. Een van de motieven daarbij is een benadering vanuit de landschappelijke dragers en de geomorfologische ondergrond. Dit ruimtelijke beleid wordt ook voortgezet in het welstandsbeleid.

H a n dbo e k Welstand & B ee ldkwalite it

[ 19 ]

Band I

2.2

Beheergebieden en ontwikkelingsgebieden Het welstandsbeleid geeft de beoordelingscriteria waaraan bouwwerken welstandshalve dienen te voldoen. Hierbij is onderscheid te maken tussen bouwwerken in beheergebieden en in ontwikkelingsgebieden en onderscheid tussen het aldan niet bezitten van een beschermende status. Beide soorten gebieden kennen een eigen referentiekader voor toetsing. In het bestaande “bebouwde” gebied worden de (ruimtelijke) veranderingen en bouwplannen getoetst op de relatie met de omgeving, waarop ook de beoordelingscriteria zijn afgestemd. In deze beheergebieden vormen de bestaande situatie, het geldende bestemmingsplan en de toetsings-criteria het maatgevende kader voor ontwikkeling. Als er sprake is van een “toekomstige bebouwde omgeving” dan vindt de plantoetsing plaats aan de hand van stedebouwkundige plannen. Deze ontwikkelingsgebieden zijn onderhevig aan een proces waarbij op vele fronten kwalitatief wordt gestuurd (plannen, programma’s) en een nieuwe omgeving wordt ontwikkeld. In bijna geheel Wassenaar, de eerder genoemde dynamische zones uitgezonderd, is sprake van een beheergebied. Grote verbouw of veranderingsoperaties worden niet voorzien en dat betekent dat de kwaliteiten van de bestaande toestand maatgevend zijn. Veranderingen zijn niet noodzakelijk en worden door velen als ongewenst beschouwd.

Het handhaven van de huidige toestand is prima en als er wordt bijgebouwd of veranderd, dan vormt het architectonisch repertoire van de aanwezige kwaliteit het referentiekader. De systematiek voor toetsing in dit Handboek is dan ook ontwikkeld met de omgeving als referentiekader en de bestaande situatie als uitgangspunt. Waar er in de toekomst wel sprake is van noodzakelijke verandering, wordt ruimtelijke kwaliteit bereikt door object en omgeving aan een groter geheel te koppelen (integrale gebiedsvisies). Voor deze ontwikkelingsgebieden wordt met het stedebouwkundig plan ook de gewenste beeldkwaliteit vastgelegd. Hiervoor dienen nieuwe welstandscriteria, gebaseerd op de gewenste beeldkwaliteit opgesteld te worden en aan het Handboek Welstand en Beeldkwaliteit te worden toegevoegd.

2.3

Welstandsregime Binnen Wassenaar bestaat een ruime diversiteit aan wijken en buurten: elk met een eigen karakteristiek en een eigen ruimtelijke kwaliteit. Dit onderscheid gaat gepaard met een variatie aan ruimtelijke waardering: naast bijzondere gebieden is ook het Nederlandse “gemiddelde” op het gebied van architectuur, stedebouw en landschap aanwezig. Bovendien zijn er voor het welstandsbeleid twee Wassenaars te onderkennen: één binnen het Beschermd dorpsgezicht en één daarbuiten. Om aan deze verschillende karakteristieken en kwaliteiten uiting te geven worden verschillende welstandsregimes ingesteld, en worden per gebied criteria vastgelegd. Het ene gebied vraagt om meer afstemming op het geheel van gezamenlijke kwaliteiten dan het andere gebied met een meer individueel karakter. Daarom is gekozen voor een gebiedsgericht beleid. Voor het te voeren welstandsbeleid is uitgegaan van een indeling in drie niveaus: • scherp welstandsregime: het Beschermde Dorpsgezicht en gebieden van bijzondere (natuur-) waarde (basis plus toets). • regulier welstandsregime: de gebieden met een basiskwaliteit (basistoets). • welstandsvrij regime: gebieden zonder welstandstoetsing. Binnen het beschermde dorpsgebied geldt een andere regeling ten aanzien van de vergunningsplicht en is de welstandstoetsing gericht op behoud van de bestaande beeldkwaliteit.

Bij een scherpe welstandstoets dienen de ingrepen en wijzigingen tot tenminste handhaving, maar liever tot verhoging van de kwaliteit van de bestaande karakteristiek te leiden. De gebieden met een regulier regime worden onderworpen aan de basisnorm van “zorgvuldig en netjes” waarbij de afstemming op de omgeving en de huidige karakteristiek het

[ 20 ]

Handboek Welstand & Beeldkwaliteit

Band I

toetsingskader vormen. In welstandsvrije gebieden worden de ingrepen niet getoetst aan de welstandscriteria, maar alleen aan het bestemmingsplan (juridisch) en het bouwbesluit (technisch). Naast het gebiedsgerichte beleid is er ook een specifiek welstandsbeleid voor bepaalde typen bouwwerken. Het gaat hierbij om kleine werken als dakkapellen, ingrepen aan kozijnen, erkers enz. waarvoor objectcriteria zijn opgesteld. Indien een aanvraag aan de criteria van deze bouwwerken voldoet kan de aanvrager er zeker van zijn dat de vergunning welstandshalve wordt verleend.

2.4

Systematiek en welstandskaarten M.a.w. het welstandstoezicht in Wassenaar wordt op twee manieren uitgeoefend: gebiedsgericht en objectgericht. In de beschrijving en beeldkwaliteitscriteria van de gebieden (zie band II) worden op basis van de bestaande situatie gebiedsgerichte criteria opgesteld. Gekoppeld aan een van de welstandsregimes geeft dit het beoordelingskader voor de grotere bouwwerken binnen het betreffende gebied. Het objectgerichte toetsingskader is van toepassing op veel voorkomende kleinere bouwwerken; hiervoor zijn objectcriteria opgesteld (zie deel 4). De systematiek is als volgt, dat ten eerste wordt gekeken of de bouwactiviteit plaatsvindt in het beschermde dorpsgezicht. In dat geval zijn de gebiedscriteria van toepassing en bij veel voorkomende kleine bouwwerken de objectcriteria uit deel 4. Buiten het beschermde dorpsgezicht gelden ook gebiedscriteria, maar voor de gevallen omschreven in Bijlage II van het Bor is geen (omgevings)vergunning nodig. Voor de veel voorkomende kleine bouwwerken die niet vergunningsvrij zijn gelden de objectcriteria. Zowel binnen als buiten het beschermde dorpsgezicht geldt dat als de objectcriteria van toepassing zijn en de bouwaanvraag daar niet aan voldoet, dat toch bij voldoende kwaliteit goedkeuring kan volgen. Het zal echter duidelijk zijn dat deze gevallen een uitvoeriger behandeling behoeven.

Het kan ook zijn dat al eerder een trendsetter is aangewezen. In dat geval gaat de trendsetter altijd vóór de obectcriteria. Bij beschermde monumenten zijn standaardcriteria niet goed denkbaar, het gaat per slot van rekening om maatwerk. In deze gevallen wordt het toetsingskader gevormd door de redengevende omschrijving. De figuur van een gemandateerd ambtenaar bestaat niet meer met de invoering van de Bor. In de gevallen dat een vergunning vereist is, dient de commissie zich daar over uit te spreken. Wel kan de gemandateerd ambtenaar de eenvoudiger bouwaanvragen ter vergadering voorbereiden. Voor het grondgebied van de gemeente Wassenaar is een serie kaarten gemaakt, waarin de bijzondere landschappelijke en cultuurhistorische waarden zijn aangegeven. Ruimtelijke beeldkwaliteit wordt op die wijze met gebiedseenheden verbonden. De kaartreeks maakt duidelijk onder welk welstandsregime een deel van de gemeente, en daarbinnen een erf met bebouwing valt. Aan het opstellen van deze indeling ligt het in deel drie beschreven thema “Beeldkwaliteit” ten grondslag. Band II bevat het overzicht van alle te onderscheiden gebiedseenheden gekoppeld aan een welstandsregime.

2.5

Algemene welstandscriteria als uitgangspunt Welstandscriteria dienen een stimulerende en inspirerende functie vervullen in de discussie over de kwaliteit van architectuur en de gebouwde omgeving. Daarom zijn de algemene welstandscriteria zo geformuleerd dat ze uitnodigen tot een discussie over de schoonheid van gebouwen en over het versterken van de eigen bijdrage aan de openbare ruimte. Het opnemen van algemene criteria bakent het gebied af waarop de waardering van de esthetische waarde van het bouwen door welstandscommissie en burgemeester en wethouders betrekking heeft. De algemene criteria richten zich op het architectonisch vakmanschap van het ontwerp en zijn op algemene schoonheidsprincipes terug te voeren. De criteria liggen

H a n dbo e k Welstand & B ee ldkwalite it

[ 21 ]

Band I

ten grondslag aan de planbeoordeling en vormen het uitgangspunt voor de uitwerking in object en gebiedsgerichte criteria. Daarbij vormen deze criteria het beoordelingskader in situaties waarin de gebiedsgerichte en objectgerichte welstandscriteria niet specifiek gefor- muleerd zijn of als ontoereikend worden ervaren. In het laatste geval kan er bijvoorbeeld sprake zijn van een bouwplan dat zo is aangepast aan de gebiedsgerichte welstandscriteria dat het bouwwerk zelf onder de maat van goed vakmanschap blijft en op den duur de kwaliteit van de omgeving negatief beïnvloedt. Ook het tegendeel is voorstelbaar; een gebouw wijkt doelbewust af van de bestaande of toekomstige omgeving maar voldoet door opvallende expressie en vorm wel aan redelijke eisen van welstand. Voor de beoordeling van zo’n aanvraag moet op de alge- mene criteria worden teruggegrepen om de bijzondere schoonheid van het plan aan te tonen. Het niveau ligt dan uiteraard hoog. Het is immers redelijk dat er hogere eisen worden gesteld aan de zeggingskracht en het architectonisch vakmanschap naarmate een bouwwerk zich sterker van zijn omgeving onderscheidt. 1. stedebouwkundige samenhang Van een bouwwerk mag worden verwacht dat het een positieve bijdrage levert aan de kwaliteit van zijn omgeving. Het gebouw is vaak een particulier object in een openbare ruimte.

Begrenzing van volumes zoals de gevels van gebouwen vormen zowel de buitenzijde van de binnenkant als de buitenwand die de openbare ruimte begrenst en beïnvloedt. Het bestaansrecht van het gebouw ligt niet in het eigen functioneren alleen, maar ook in de betekenis die het gebouw heeft in zijn stedelijke of landschappelijke omgeving. Een gebouw moet passen in de omgeving (in harmonie zijn met) en recht doen aan de plek (hoe publieker de ruimte des te groter is het algemeen belang van een goed verzorgd gevelbeeld). Het ontwerp maakt duidelijk waar en hoe de interne ontsluiting aansluit op het netwerk van de openbare ruimte. In de stedelijke context is de publieke ruimte van groter belang dan het privé-domein. Vandaar het onderscheid in de (zichtbare) zijde aan de openbare straat of groen (voorkant) en de privé-zijde (achterkant). Specifieke aandacht vraagt de wijze waarop het bouwwerk grenst aan het maaiveld (hoe is de plint van het gebouw vormgegeven) en hoe de ontmoeting met de lucht is georganiseerd (dakvorm, dakrand, overstek). 2. helderheid en complexiteit Van een bouwwerk mag verwacht worden dat ordening in volume en beeld is aangebracht met behoud van complexiteit (als een intrigerende eigenschap). Een helder georganiseerd en vormgegeven bouwwerk biedt houvast voor waarneming en is sterk bepalend voor het mentale beeld dat de beschouwer ervan meeneemt.

Herkenbare maatreeksen, ritme en regelmaat in materiaalgebruik maken het mogelijk de grote hoeveelheid (visuele) informatie van het bouwwerk en zijn omgeving te reduceren tot een bevattelijk beeld. Helderheid maakt een gebouw vanzelfsprekend en begrijpelijk, doch mag niet zonder meer ontaarden in simpelheid alleen. Complexiteit maakt een bouwwerk intrigerend; er zit meer in. Als beide architectonische begrippen tegelijkertijd en in evenwicht aanwezig zijn wordt een gebouw interessant, biedt het een hogere belevingswaarde en leidt tot meer architectonische kwaliteit. 3. vorm en gebruik Van een bouwwerk mag verwacht worden dat de ruimtelijke expressie (verschijningsvorm) een relatie heeft met het gebruik. Een bouwwerk wordt gemaakt om nuttig gebruikt te kunnen worden. Een doelmatige constructie, die bescherming biedt tegen ongewenste invloeden van buitenaf (dak tegen de regen, gevels tegen de kou) en daarmee het gewenste gebruik (bijvoorbeeld wonen) fysiek-ruimtelijk mogelijk maakt. Gebruik en constructie staan aan de wieg van vorm. Daarmee is nog niet gezegd dat de vorm altijd ondergeschikt is aan het gebruik of de constructie. Vorm is echter meer dan de optelsom van gebruik en doelmatig construeren.

Andere factoren, zoals de omgeving of de associatieve betekenis van vorm vanuit een culturele invalshoek of bijzonder opvatting beïnvloeden de vorm en soms ook de gebruiksmogelijkheden. Als vorm teveel en te onbedoeld in tegenspraak is met gebruik en

[ 22 ]

Handboek Welstand & Beeldkwaliteit

Band I

fysieke geaardheid dan verliest het bouwwerk aan begrijpelijkheid en helderheid. 4. betekenis en traditie Van een bouwwerk mag verwacht worden dat het op de inzet van goed en gedegen vakmanschap is gebaseerd. Het maken van gebouwen, het ruimtelijk ontwerpen en vormgeven blijft gebaat bij het hanteren van spelregels. Niet zo dogmatisch als wetten, want ze worden steeds ter discussie gesteld door technische mogelijkheden en maatschappelijk en culturele ontwikkelingen. Maar de regels uit het verleden dienen met respect gebruikt of bewerkt te worden en bewust te worden gehanteerd. Het zorgvuldig omgaan met stijlvormen leidt tot consistentie in architectuur en architectonische kwaliteit. Iedere bouwstijl maakt gebruik van verwijzingen naar wat elders of eerder aanwezig was. Een bouwwerk wint aan kwaliteit als op een intelligente manier verwijzingen en associaties worden verwerkt en geïnterpreteerd. En als die bewerkingen tot concepten en vormen leiden die bruikbaar zijn in de huidige en toekomstige realiteit. Restauraties gaan uit van herstel of consolidatie van elementen uit het verleden, maar bij nieuw- of verbouw in bestaande (monumentale) omgeving is een onderscheid te maken tussen wat authentiek is en wat nieuw is toegevoegd.

Een ontwerp kan geïnspireerd zijn door een bepaalde tijd of stijlperiode, maar dat is een andere benadering dan het imiteren van stijlen, vormen en detailleringen uit dat verleden. 5. maat en schaal Van een bouwwerk mag verwacht worden dat fysieke afmetingen van volumes, ruimten en vlakverdelingen (gevels) op een samenhangend stelsel van maatverhoudingen zijn gebaseerd. Een groot programma leidt tot een groot gebouw, te geleden in kleinere (maat)eenheden, maar wordt onherkenbaar als het eruit ziet als een te grote verzameling losstaande kleine bouwwerken. Een gebouw kan ruimtelijk en program- matisch te groot zijn voor de afmetingen van de kavel of de schaal van de omge-ving. Maatverhoudingen bepalen in sterke mate de beleving- swaarde van een bouwwerk. De verhouding tussen volumes en open ruimten wordt spannender als in de maten een duidelijke samenhang en in de ordening een helder onderscheid tussen hoofd- en bijzaken is af te lezen. Het vergroten van het contrast tussen groot en klein is soms een geschikt middel. Een ruimtelijke compositie is gebaat bij een duidelijke ordening van afmetingen en verhoudingen, zowel op het niveau van een ensemble als op het niveau van gebouw en gevelvlak. Hellende daken als deel van de compositie van het gebouw beïnvloeden de ruimtelijke ervaring van de ruimte tussen gebouwen in.

Tegelijkertijd is het (hellend) dak kader stellend voor de maat en schaal van kleinere toevoegingen (dakkapellen). Te grote toegevoegde elementen verstoren het beeld van het object maar beïnvloeden ook in negatieve zin de omgeving waarin dat is geplaatst. 6. materiaal, textuur, kleur en licht Van een bouwwerk mag worden verwacht dat materiaal, textuur, kleur en licht het karakter van het bouwwerk ondersteunen en de ruimtelijke samenhang met de omgeving duidelijk maken. Materialisatie maakt het ontwerp tastbaar en zichtbaar. Beschikbaarheid van materialen is al lang niet meer beperkt tot wat lokaal aan materiaal en ambachtelijke kennis voorhanden is. Bijna alles is te leveren, elke combinatie is te maken en dat maakt de keuze moeilijker. Als materialen en kleuren teveel los staan van het ontwerp en daarin geen ondersteunende functie hebben, wordt de betekenis ervan toevallig. Kiezen voor puur de decoratieve werking doet te vaak afbreuk aan de zeggingskracht van het bouwwerk en dateert het werk eerder als een trend dan een duurzame toevoeging aan goed gebouwd repertoire van Wassenaar.

2.6

Gebiedscriteria Criteria zijn vaak niet op te leggen vanuit één gedachte, maar werken door vanuit verschillende schalen. Ligging in de gemeente, positie binnen een stelsel of aan een laan, geven diverse gezichtspunten voor welstandstoetsing. Hiermee zijn dan ook meerdere criteria aan de orde: adres a valt binnen landschapseenheid x, is deel van gebied y, en onder- deel van verzameling z. Een bijzondere ligging aan een laan of langs een wetering kan specifieke cri-

H a n dbo e k Welstand & B ee ldkwalite it

[ 23 ]

Band I

teria tot gevolg hebben. De ligging van een bouwwerk binnen of buiten het beschermd dorps- gezicht is ook van invloed. Van de gebieden buiten het Beschermd Dorpsgezicht gaat het erom de beeldaspecten te benaderen (gericht veranderen), danwel te interpreteren. In deze gebieden is een ruime vrijheid aan mogelijkheden. Binnen het Beschermd Dorpsgezicht is de vrijheid voor verandering en planvorming beperkter. Het gaat hier om behoud van de bestaande beeldaspecten, of indien niet mogelijk zo veel mogelijk gericht te veranderen (benadering van de beeldaspecten). Elk object in Wassenaar maakt deel uit van een gebied, een zone, en/of een verzameling die elk een eigen karakteristiek herbergt. Uitgangspunt voor de welstandstoetsing is dat de bestaande karakteristiek en beeldkwaliteit van een gebied leidend zijn. Door het vastleggen van de bestaande karakteristiek en beeldkwaliteit, is het mogelijk een aantal criteria op te stellen voor (toekomstige) planvorming waarmee in ieder geval de bestaande kwaliteit gehandhaafd blijft. Deze regels hebben betrekking op vorm, typologie, positie en materialisatie van de bebouwing, maar ook op de inrichting van de openbare ruimte en de overgang tussen privé en openbaar. In band II zijn circa 60 gebieden onderscheiden, afzonderlijk in kaart gebracht en van criteria voor welstandstoetsing voorzien.

2.7

Objectcriteria Een groot deel van bouwvergunningaanvragen bestaat uit aanvragen voor kleinere bouwwerken. Mits goed ingepast en geïntegreerd in de bestaande bebouwing hoeven deze veranderingen geen grote impact te hebben op het ruimtelijk beeld. Aangezien het vaak kleine ingrepen zijn waarvoor geen uitgebreide welstands- toetsing noodzakelijk is, zijn ten aanzien van positie, vorm en materialisatie objectcriteria opgesteld. De functie van de objectcriteria is tweeledig: enerzijds om aan initiatiefnemers vooraf inzicht te geven in de toetsingscriteria waaraan het plan dient te voldoen, anderzijds als een objectief stelsel van regels om de planaanvragen eenvoudig aan te toetsen. De objectcriteria zijn specifiek bedoeld voor kleinere bouwwerken en worden door de gemandateerd ambtenaar voorbereid. Bovendien zijn de criteria ook door de welstandscommissie te gebruiken in combinatie met de gebiedsgerichte beoordelingscriteria.

2.8

Commissie voor Welstand en Cultureel Erfgoed Bouwactiviteiten en monumentzorg hangen in Wassenaar vaak nauw met elkaar samen. Een groot deel van de gemeente is evenals delen van de aangrenzende gemeenten Voorschoten en Leidschendam-Voorburg aangewezen tot beschermd dorpsgezicht. En in deze gebieden zijn talrijke Rijks- en Gemeentelijke monumenten aanwezig. Teneinde versnippering van advies tegen te gaan en bouwactiviteiten integraal te bezien, is gekozen voor een geintegreerde commissie voor Welstand en Cultureel Erfgoed Voorschoten en Wassenaar bij toetsing van bouwaanvragen. Afhankelijk van de voorliggende aanvragen zal in klein comité dan wel groot comité worden vergaderd. Met de gemeente Voorschoten is, na onderzoek en overleg besloten om een gezamenlijke commissie in te stellen. Enerzijds wordt de commissie zo aantrekkelijker om in plaats te nemen voor de beroepsgroep, anderzijds spelen bestuurlijk-organisatorische overwegingen een rol. Als uitwerking van het strategisch project “Bestuurlijke samenwerking” (zie Agenda 2015 uit de Structuurvisie Wassenaar) is gezocht naar passende en actuele vormen van intergemeentelijke samenwerking. Voor stedebouwkundige en landschappelijke disciplines vormen de gemeentegrenzen niet altijd het werkkader. De eigenheid van een landschap, de continuïteit van landroutes en waterwegen en het type verstedelijking gaan daaraan te vaak voorbij.

De grote overeenkomsten tussen de gemeente Wassenaar en de gemeente Voor-

[ 24 ]

Handboek Welstand & Beeldkwaliteit

Band I

schoten in ruimtelijke geaardheid, in historisch geografisch kader, in dynamiek van de planvorming en soorten architectonisch repertoire maken het legitiem tot een geintergreerde commissie voor Welstand en Cultureel Erfgoed te komen. Werkzaamheden De commissie heeft de volgende taken: 1. het College van B&W van de gemeenten Voorschoten en Wassenaar van gevraagd en ongevraagd advies te dienen over bouwplannen in de bouwvergunningprocedure inzake redelijke eisen van welstand. Hiertoe maakt zij gebruik van de welstandscriteria uit dit Handboek voor aanvragen betreffende de gemeente Wassenaar. 2. op verzoek of uit eigen beweging het College van B&W van beide gemeenten te adviseren over de toepassing van de Monumentenwet 1988 en voor de gemeente Wassenaar in het bijzonder ook de Monumentenverordening Wassenaar 2004; te weten advisering over de plaatsing van onroerende zaken op de gemeentelijke, provinciale of rijksmonumentenlijst en de vergunningverlening tot wijziging of afbraak van beschermde monumenten. 3. minimaal een keer per jaar verslag uit te brengen van haar werkzaamheden.

Naast bovenstaande wettelijke taken wordt de commissie gevraagd om al dan niet op verzoek: • stedebouwkundige en architectonische ontwikkelingen die van belang zijn voor de ruimtelijke kwaliteit in de gemeente(n) te signaleren en hierover te adviseren; • te adviseren over de welstandsaspecten van in voorbereiding zijnde bestemmingsplannen, stedebouwkundige plannen en andere relevante beleidsstukken; • maatschappelijk draagvlak en de discussie over de ruimtelijke kwaliteit in de gemeente(n) te stimuleren. Voor het kunnen uitoefenen van hun werkzaamden is de gemeente verplicht de relevante plannen en voorstellen aan de welstands- en monumentcommissie voor te leggen. Samenstelling De commissie voor Welstand en Cultureel Erfgoed Voorschoten en Wassenaar bestaat uit onafhankelijke deskundigen uit de volgende vakgebieden: architectuur, archeologie, historische geografie, restauratie, landschap, stedebouwkunde en monumentenzorg. Van deze deskundigen wordt verwacht dat zij betrokkenheid en affiniteit tonen met de ontwikkeling van het vakgebied, de regionale context en de situatie in Voorschoten en Wassenaar in het bijzonder. Daarnaast zijn de inwoners uit beide gemeenten vertegenwoordigd door de aanwezigheid van een burgerlid per gemeente.

De voltallige commissie bestaat uit acht onafhankelijke leden die deskundig zijn op de hierboven genoemde vakgebieden, waarbij de volgende verdeling is voorgesteld: 2 architecten 1 restauratie-architect/monumentenlid 1 tuin- en landschapsarchitect/monumentenlid 1 stedebouwkundige en/of landschapper 1 architectuur- of cultuurhistorie/monumentenlid 1 historicus/archeoloog/monumentenlid, bekend met Voorschoten als Wassenaar en 1 burgerlid per gemeente. De commissieleden zijn in staat bouwplannen te beoordelen en daarover te communiceren zonder te vervallen in absolute vooringenomenheid ten aanzien van stijlen of trends. De leden moeten zich bewust zijn van de maatschappelijke betekenis van de ontwerpende disciplines, die zij vertegenwoordigen en van de waarde, die aan het uitoefenen van welstandsen monumententoezicht is verbonden. Deze geintegreerde commissie voor Welstand en Cultureel Erfgoed Voorschoten en Wassenaar wordt ondersteund door twee secretarissen, vooralsnog per gemeente afzonderlijk, op

H a n dbo e k Welstand & B ee ldkwalite it

[ 25 ]

Band I

termijn een secretariaat vormend. De secretaris is een ambtenaar van de afdeling Primair process, team bouwen en bereidt tevens de gevallen voor waarbij een objectgerichte toetsing in het geding is. Benoeming van de leden van de commissie geschiedt voor een periode van drie jaar met de mogelijkheid tot verlenging van maximaal nog eens drie jaar (optie voor herbenoeming). Middels aankondigingen van de vacatures in landelijke dagbladen, streekbladen en vakbladen worden belangstellenden opgeroepen zich kandidaat te stellen als lid of plaatsvervangend lid van de geintegreerde commissie voor Welstand en Cultureel Erfgoed Voorschoten en Wassenaar. Werkwijze De commissie vergadert minimaal zes keer per jaar in voltallige samenstelling. Tenminste eenmaal per week is er een bijeenkomst in kleiner verband. Tussendoor zijn er extra vergaderingen indien wenselijk. De kleinere samenstelling kan specifiek gericht zijn op geselecteerd aanbod (meer op restauratieve of landschappelijke aspecten) en telt bij voorkeur een oneven aantal leden. Voor zover nodig, maar in ieder geval drie keer per jaar wordt met de verantwoordeliik wethouder vergaderd over de ruimtelijke kwaliteit in het algemeen en de ingediende bouwaanvragen in het bijzonder. De vergaderingen van deze commissie over Welstand en Cultureel Erfgoed zijn openbaar.

2.9

Welstandsadvies Ten behoeve van de afgifte van een bouwvergunning zal een voorstel getoetst dienen te worden aan de welstandscriteria, waarvoor het College van B&W de bestuurlijke verantwoordelijkheid draagt. In de volgende gevallen vraagt het College van B&W een welstandsadvies aan bij de commissie: 1. alle bouwaanvragen betreffende beschermde monumenten (vallende onder de monumenten-verordening); 2. de bouwaanvragen binnen het beschermd dorpsgezicht; 3. overige niet vergunningsvrije bouwwwerken (niet vallende onder het Bor, Bijlage II). Het advies van de commissie geeft aan of het uiterlijk en de plaatsing van een bouwwerk of een standplaats, zowel op zichzelf als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet in strijd is met redelijke eisen van welstand. Deze beoordeling wordt gemaakt aan de hand van de welstandscriteria zoals die voor de gemeente Wassenaar zijn vastgelegd in band II van dit Handboek. Voor de toetsing aan de welstandscriteria zijn minimaal de volgende vereisten nodig die door de aanvrager dienen te worden geleverd: • kaart situatie schaal 1:1.000; • kleurenfoto’s bestaande situatie (inclusief omgeving); • tekening bouwaanvraag (aanzichten, plattegrond, doorsnede) met materialisering; • eventueel foto’s voorbeeld-bouwwerk uit de omgeving waarop de aanvraag gebaseerd is.

Indien de aanvrager bewust afwijkt van de toetsingscriteria, dient een omgevingsvisie en een planmotivatie aan de commissie voor Welstand en Cultureel Erfgoed te worden gepresenteerd. Het welstandsadvies kan de volgende uitkomsten hebben: positief Er zijn geen bezwaren voor het verlenen van een bouwvergunning op grond van de omschreven welstandscriteria. negatief Er zijn op grond van de welstandscriteria bezwaren tegen verlening van een bouwvergun-

[ 26 ]

Handboek Welstand & Beeldkwaliteit

Band I

ning (aangeven op welke criteria). uitzondering Op grond van de omschreven criteria voldoet het bouwplan niet, doch het plan is van een uitzonderlijke aard en hoge kwaliteit waardoor in afwijking van de welstandscriteria positief geadviseerd wordt. aanhouding Op grond van het geleverde materiaal is (nog) geen welstandsoordeel te vellen; er wordt meer informatie en/of toelichting van de indiener verlangd (binnen een nog nader te bepalen termijn). Het College van Burgemeester en Wethouders heeft de mogelijkheid om bij strijd van een bouwplan met redelijk eisen van welstand, toch de bouwvergunning te verlenen indien zij van oordeel zijn dat daar- voor zwaarwegende redenen zijn, bijvoorbeeld van economische of maatschappelijke aard. Ook kunnen zij, eventueel op advies van de welstandscommissie, afwijken van de welstandscriteria zelf. Dit kan gebeuren bij de plannen die niet voldoen aan de vastgestelde criteria maar wel aan redelijke eisen van welstand. Deze afwijking wordt in de beslissing op de aanvraag van de bouwvergunning gemotiveerd. Tegen elke beslissing op de aanvraag van de bouwvergunning kunnen belang- hebbenden bezwaar aantekenen. Deze bezwaarprocedure is in de Awb uitgewerkt. Jaarlijks stellen burgemeester en wethouders een verslag op voor de gemeenteraad van de wijze waarop zij met hun verantwoordelijk- heid voor het uitoefenen van het welstandstoezicht zijn omgegaan.

Vooroverleg Een negatief welstandsadvies in een laat stadium van aanvraag, wanneer ook al de benodigde berekeningen zijn gemaakt voor de technische toets, kan onnodige planvertraging veroorzaken. Teneinde deze vertraging te voorkomen is het voor de aanvrager mogelijk een vooroverleg te houden met de de commissie, en zo al in een vroeg stadium een pre-advies op hoofdlijnen te kunnen ontvangen. Met vooroverleg dient selectief te worden omgegaan. Het kan maximaal drie keer plaats vinden en aan deze gesprekken kunnnen geen rechten worden ontleend. Het vooroverleg kan worden gehouden zodra de juridisch-planologische aanvaardbaarheid van het plan aannemelijk is.

H a n dbo e k Welstand & B ee ldkwalite it

[ 27 ]

Band I

[ 28 ]

Handboek Welstand & Beeldkwaliteit

Band I

DEEL 3 BEELDKWALITEIT

H a n dbo e k Welstand & B ee ldkwalite it

[ 29 ]

Band I

[ 30 ]

Handboek Welstand & Beeldkwaliteit

Band I

3.1

Beeldkwaliteit als kader Als kwalitatief kader is beeldkwaliteit reeds ingezet in de Structuurvisie. Dit is de beleidsnota over ruimtelijke eigenschappen en ontwikkelingen van de gemeente. Het maakt het ambitieniveau van Wassenaar zichtbaar, gekoppeld aan het instrumentarium voor behoud, bescherming, beheer en ontwikkeling. In dit handboek wordt beeldkwaliteit specifiek ingezet als deel van het toetsingskader waaraan bouwaanvragen en gemeentelijke (her-) inrichtingsplannen onderworpen worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=dc462587-5e3a-4a53-9974-5feab8b426a2