Bijlage 1 - Gewijzigde Was-wordt-tabel eerste wijziging ontv na cie
Tekst van het document
Het college is bevoegd nadere regels vast te stellen ten aanzien van het bepaalde in het vierde lid, onder a en het vijfde lid, onder a, inhoudende kwalitatieve criteria, zowel per gebied als per object.
AD Artikel 4:20 Schuilmiddelen ten behoeve van nachtsportvisserij 1. Artikel 4:19, eerste lid, is niet van 1. Artikel 4:18, eerste lid, is niet van toepassing op door het college toepassing op door het college aangewezen plaatsen. aangewezen plaatsen. 2. Het college kan daarbij nadere regels 2. Het college kan daarbij nadere regels stellen ter bescherming van de belangen stellen ter bescherming van de belangen genoemd in artikel 4:19, vierde lid. genoemd in artikel 4:18, vierde lid. 3. Het verbod van artikel 4:19, eerste lid, 3. Het verbod van artikel 4:18, eerste lid, geldt niet voor nachtvissen, wanneer wordt geldt niet voor nachtvissen, wanneer wordt voldaan aan de navolgende voorwaarden: voldaan aan de navolgende voorwaarden: a. De visser en het gezelschap mogen a. De visser en het gezelschap mogen geen nachtelijk lawaai veroorzaken geen nachtelijk lawaai veroorzaken en mogen geen rommel en mogen geen rommel achterlaten bij de visplek. Muziek achterlaten bij de visplek. Muziek en open vuur zijn niet toegestaan. en open vuur zijn niet toegestaan. b. Het is verboden om de oever en de b. Het is verboden om de oever en de oevervegetatie aan te tasten. oevervegetatie aan te tasten. c. Het gebruik van een schuilmiddel c. Het gebruik van een schuilmiddel is toegestaan. is toegestaan. d. Het schuilmiddel mag geen grotere d.
Het schuilmiddel mag geen grotere afmetingen hebben dan 3 bij 3 afmetingen hebben dan 3 bij 3 meter en moet een neutrale meter en moet een neutrale groene, bruine of camouflagekleur groene, bruine of camouflagekleur
Z/22/069864/321026_5
hebben. De afstand tussen het schuilmiddel en de waterkant mag niet groter zijn dan 3 meter. Als waterkant wordt gerekend daar waar het water de oever raakt. f. Het schuilmiddel mag niet langer worden gebruikt dan maximaal 48 uur achtereen. g. Er moet een voorziening zijn getroffen om de natuurlijke behoefte te kunnen doen. h. De sportvisser dient in het bezit te zijn van een geldige landelijke Vispas. Het college is bevoegd om nadere regels te stellen omtrent het schuilmiddel en de locaties waarbinnen het is toegestaan om te nachtvissen. e.
4.
hebben. De afstand tussen het schuilmiddel en de waterkant mag niet groter zijn dan 3 meter - als waterkant wordt gerekend daar waar het water de oever raakt. f. Het schuilmiddel mag niet langer worden gebruikt dan maximaal 48 uur achtereen. g. Er moet een voorziening zijn getroffen om de natuurlijke behoefte te kunnen doen. h. De sportvisser dient in het bezit te zijn van een geldige landelijke Vispas. Het college is bevoegd om nadere regels te stellen omtrent het schuilmiddel en de locaties waarbinnen het is toegestaan om te nachtvissen. e.
4.
AE Artikel 5:5 Voertuigwrakken 1.
2.
Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op de weg te parkeren. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer.
1.
2.
Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud of in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op de weg te parkeren. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer.
AF Artikel 5.6 Kampeermiddelen en andere voertuigen 1.
2.
3.
4.
Het is verboden om binnen een parkeerschijfzone gebruik te maken van voor het parkeren van motorvoertuigen geschikte gedeelten van de weg voor het plaatsen van een woonwagen, kampeerwagen, caravan, magazijnwagen, aanhangwagen of een ander dergelijk voertuig, niet zijnde motorvoertuigen, tenzij deze is gekoppeld aan een motorvoertuig Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt: langer dan gedurende drie achtereenvolgende dagen op de weg te plaatsen of te hebben]; op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.
Z/22/069864/321026_5
1.
2.
Het is verboden om binnen een parkeerschijfzone gebruik te maken van voor het parkeren van motorvoertuigen geschikte gedeelten van de weg voor het plaatsen van een woonwagen, kampeerwagen, caravan, magazijnwagen, aanhangwagen of een ander dergelijk voertuig, niet zijnde motorvoertuigen, tenzij deze is gekoppeld aan een motorvoertuig. Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt: a. langer dan gedurende drie achtereenvolgende dagen op de weg te plaatsen of te hebben; b. op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.
5.
6.
7.
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de [Wegenverordening Zuid-Holland 2010 of de Verordening Bescherming Landschap en Natuur Zuid-Holland Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
3.
4.
5.
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het tweede lid, aanhef en onder a. Het tweede lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingsverordening Zuid-Holland.
Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
AG (onderdeel D artikel I wijzing Model-APV zomer 2022) Artikel 5:10 Parkeren of laten stilstaan van voertuigen anders dan op de rijbaan 1. Het is verboden een voertuig te (vervallen) parkeren of te laten stilstaan op een door het college aangewezen, niet tot de rijbaan behorend weggedeelte. 2. Het verbod is niet van toepassing op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam. AH Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden 1. Het is verboden zonder vergunning van het 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te college een standplaats in te nemen of te hebben. hebben. 2. Het college weigert de vergunning wegens 2. Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend bestemmingsplan, strijd met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. voorbereidingsbesluit. 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd als: kan de vergunning worden geweigerd: a. in het belang van het voorkomen a. in het belang van het voorkomen of beperken van overlast; of beperken van overlast; b. in het belang van de b. in het belang van de verkeersvrijheid of -veiligheid; verkeersvrijheid of -veiligheid; c.
de standplaats hetzij op zichzelf, c. als de standplaats hetzij op hetzij in verband met de omgeving zichzelf, hetzij in verband met de niet voldoet aan redelijke eisen omgeving niet voldoet aan van welstand; of redelijke eisen van welstand; of d. een kwantitatieve of territoriale d. als een kwantitatieve of territoriale beperking als gevolg van beperking als gevolg van bijzondere omstandigheden in de bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente of in een deel van de gemeente noodzakelijk is in gemeente noodzakelijk is in verband met een dwingende reden verband met een dwingende reden van algemeen belang. van algemeen belang. 4. Op de aanvraag om een vergunning is 4. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet beschikking bij niet tijdig beslissen) niet
Z/22/069864/321026_5
van toepassing. AI Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen 1. Artikel 5:18, eerste lid, is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Wegenverordening Zuid-Holland 2010. 2. De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, is niet van toepassing op bouwwerken. AJ Artikel 5:25 Ligplaats woonschepen 1. Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar water. 2. Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar water: a. nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente; b. beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen. 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Woningwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Wet milieubeheer, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, de Vaarwegenverordening ZuidHolland of de Verordening Bescherming Landschap en Natuur Zuid-Holland. 4.
Het college kan aan de rechthebbende op een vaartuig aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente. 5. De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te volgen. AK, AL en AM
Z/22/069864/321026_5
van toepassing.
1.
2.
1.
2.
3.
4.
5.
Artikel 5:18, eerste lid, is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Omgevingsverordening Zuid-Holland. De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, is niet van toepassing op bouwwerken.
Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar water. Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar water: a. nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente; b. beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Woningwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Wet milieubeheer, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de Omgevingsverordening ZuidHolland.
Het college kan aan de rechthebbende op een vaartuig aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente. De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te volgen.
Artikel 5:26 Ligplaatsen overige vaartuigen 1. Het is verboden om met een vaartuig langer dan twaalf uren achtereen ligplaats in te nemen of een ligplaats beschikbaar te stellen in openbaar water. 2.
3.
4.
5.
6.
7.
Het is verboden op door het college aangewezen wateren of gedeelten van wateren ligplaats in te nemen of een ligplaats beschikbaar te stellen. Het college kan ten aanzien van het innemen, veranderen of gebruiken van de in het eerste lid genoemde ligplaatsen voor ten hoogste twaalf uren nadere regels stellen: a. in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid en milieuhygiëne of uiterlijk aanzien; b. ter beperking naar soort en aantal vaartuigen. De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruiken van een ligplaats op te volgen. Onder vaartuigen als bedoeld in dit artikel worden verstaan alle vaartuigen, daaronder mede verstaan drijvende werktuigen. Voor de toepassing van dit artikel worden onder vaartuigen niet begrepen woonschepen, alsmede roeiboten, kano’s opblaasboten en kleine vaartuigen. Onder ligplaats wordt in dit artikel verstaan, een deel van het openbaar water waar tijdelijk met een vaartuig afgemeerd kan worden. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, de Vaarwegenverordening ZuidHolland of de Verordening Bescherming Landschap en Natuur Zuid-Holland.
AN Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken 1. Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te brengen in de toestand van openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen,
Z/22/069864/321026_5
1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
1.
Het is verboden om zonder ontheffing van het college met een vaartuig langer dan twaalf uren achtereen ligplaats in te nemen of een ligplaats beschikbaar te stellen in openbaar water. Het is verboden op door het college aangewezen wateren of gedeelten van wateren ligplaats in te nemen of een ligplaats beschikbaar te stellen. Het college kan ten aanzien van het innemen, veranderen of gebruiken van de in het eerste lid genoemde ligplaatsen nadere regels stellen: a. in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid en milieuhygiëne of uiterlijk aanzien; b. ter beperking naar soort en aantal vaartuigen. De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruiken van een ligplaats op te volgen. Onder vaartuigen als bedoeld in dit artikel worden verstaan alle vaartuigen, daaronder mede verstaan drijvende werktuigen. Voor de toepassing van dit artikel worden onder vaartuigen niet begrepen woonschepen, alsmede roeiboten, kano’s opblaasboten en kleine vaartuigen. Onder ligplaats wordt in dit artikel verstaan, een deel van het openbaar water waar tijdelijk met een vaartuig afgemeerd kan worden. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de Omgevingsverordening ZuidHolland.
Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te brengen in de toestand van openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen,
2.
3.
gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen die bij de gemeente in beheer zijn. Het is verboden een vaartuig op een bij de gemeente in beheer zijnde oever neer te leggen, alsmede in het openbaar groen te laten liggen; Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de Vaarwegenverordening Zuid-Holland.
2.
3.
gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen die bij de gemeente in beheer zijn. Het is verboden een vaartuig op een bij de gemeente in beheer zijnde oever neer te leggen, alsmede in het openbaar groen te laten liggen; Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de Omgevingsverordening ZuidHolland.
AO en AP Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden 1. Het is verboden binnen voor publiek 1. Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig, een bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een paard. bromfiets, een fiets of een paard. 2. Het verbod is niet van toepassing op door 2. Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het het college aangewezen terreinen. Het college kan nadere regels stellen voor het college kan nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang gebruik van deze terreinen in het belang van: van: a. het voorkomen van overlast; a. het voorkomen van overlast; b. de bescherming van natuur- of b. de bescherming van natuur- of milieuwaarden; milieuwaarden; c. de veiligheid van het publiek. c. de veiligheid van het publiek. 3. Het verbod is niet van toepassing op 3. Het verbod is niet van toepassing op motorvoertuigen, bromfietsen, fietsen en motorvoertuigen, bromfietsen, fietsen en paarden: paarden: a. ten dienste van politie, brandweer a.
ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, van andere krachtens artikel 29, eerste lid, van het Reglement eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegde minister 1990 door de bevoegde minister aangewezen aangewezen hulpverleningsdiensten; hulpverleningsdiensten; b. die worden gebruikt in verband b. die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of met beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen als in exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld; het eerste lid bedoeld; c. die worden gebruikt in verband c. die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk met werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden voorschrift moeten worden uitgevoerd; uitgevoerd; d. van de zakelijk gerechtigden, d. van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen huurders en pachters van percelen die gelegen zijn binnen de die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid terreinen als in het eerste lid bedoeld; bedoeld;
Z/22/069864/321026_5
e.
4. 5.
voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d bedoelde personen. Het verbod is voorts niet van toepassing: op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid bedoelde gebieden of terreinen;
6.
binnen de bij of krachtens de Omgevingsverordening Zuid-Holland aangewezen stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als toestel.
7.
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
e.
4.
5.
voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d bedoelde personen. Het verbod is voorts niet van toepassing: a. op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid bedoelde gebieden of terreinen; b. binnen de bij of krachtens de Omgevingsverordening ZuidHolland aangewezen stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als toestel. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
AQ Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken 1. Het is verboden in de openlucht 1. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van de Wet inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. leggen, te stoken of te hebben. 2. Mits geen sprake is van gevaar, overlast of 2. Mits geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op: niet van toepassing op: a. verlichting door middel van a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; kaarsen, fakkels en dergelijke; b. sfeervuren zoals terrashaarden en b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, voor zover geen vuurkorven, voor zover geen afvalstoffen worden verbrand; afvalstoffen worden verbrand; c. vuur voor koken, bakken en c. vuur voor koken, bakken en braden. braden. 3. Het gevaar als bedoeld in het tweede lid, 3.
Het gevaar als bedoeld in het tweede lid, wordt in ieder geval aanwezig geacht in wordt in ieder geval aanwezig geacht in bos- en duingebied en op erven of bos- en duingebied en op erven of terreinen binnen 100 meter van een bosterreinen binnen 100 meter van een bosof duingebied, een en ander voor zover of duingebied, een en ander voor zover deze voor het publiek toegankelijk zijn deze voor het publiek toegankelijk zijn 4. Het college kan ontheffing verlenen van 4. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. het verbod. 5. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 5. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna. bescherming van de flora en fauna. 6. Het verbod is niet van toepassing op 6. Het verbod is niet van toepassing op situaties situaties waarin wordt voorzien door artikel waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef 429, aanhef en onder 1˚ of 3˚, van het en onder 1˚ of 3˚, van het Wetboek van Wetboek van Strafrecht of de Provinciale Strafrecht, de Omgevingsverordening Zuidmilieuverordening Zuid-Holland. Holland en de Provinciale milieuverordening Zuid-Holland 2021. AR Artikel 7:1 Strafbepalingen 1. Overtreding van enig voorschrift, gesteld
Z/22/069864/321026_5
1.
Overtreding van enig voorschrift, gesteld
2.
3.
bij of krachtens deze verordening, wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie of met hechtenis van ten hoogste drie maanden en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak. De strafbaarstelling genoemd in het eerste lid is niet van toepassing op overtredingen ten aanzien waarvan straf is bedreigd in of bij andere wetten. In afwijking van het eerste lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:10, derde lid, 2:11, tweede lid, 2:12, eerste lid en 4:11, eerste lid.
Z/22/069864/321026_5
2.
3.
bij of krachtens deze verordening, wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie of met hechtenis van ten hoogste drie maanden en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak. De strafbaarstelling genoemd in het eerste lid is niet van toepassing op overtredingen ten aanzien waarvan straf is bedreigd in of bij andere wetten. In afwijking van het eerste lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:10, eerste lid, 2:11, eerste lid, 2:12, eerste lid en 4:11, eerste lid.