CConstaterende datwassenaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Gewijzigde Was-wordt-tabel eerste wijziging ontv na cie

Raadsvergadering Wassenaar 4 juli 2023, gemeente wassenaarBij agendapunt: Eerste wijziging en technische aanpassing van de ApvW 2022 aan de Omgevingswet13.145 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bijlage 1 Was-wordt-tabel eerste wijziging Eerste wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Wassenaar 2022 Legenda Wat wordt gewijzigd is vet en cursief in de kolom “Was” en vet in de kolom “Wordt”. Als enkel de indeling verandert is de tekst in de kolom “Was” cursief.

Was A Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen

­

­

­

­

­ ­

­

­

­

­

­

­

­

bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994; bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1, eerste lid van de Wassenaarse bouwverordening; bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994; college: het college van burgemeester en wethouders; gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet; handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties; parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht; voertuig: hetgeen daaronder wordt

Z/22/069864/321026_5

Wordt

In deze verordening wordt verstaan onder: ­ bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994; ­ bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; ­ bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1, eerste lid van de Wassenaarse bouwverordening; ­ bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994; ­ college: het college van burgemeester en wethouders; ­ gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet; ­ handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; ­ motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; ­ openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; ­ openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties; ­ parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; ­ rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht; ­

voertuig: hetgeen daaronder wordt

­

verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens, zoals kruiwagens en kinderwagens, en rolstoelen; weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994.

B Artikel 2:1 Samenscholingen en ongeregeldheden 1. Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden. 2. Degene die op een openbare plaats: a. aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; b. aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; c. of zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing; d. is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen. 3. Het is verboden zich te begeven naar of zich te bevinden op openbare plaatsen die door het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet. 4. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het derde lid. 5. Dit artikel is niet van toepassing op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.

C Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg 1. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegde bestuursorgaan de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan. 2. De vergunning wordt verleend als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag als het in het eerste lid bedoelde gebruik een activiteit betreft als bedoeld in

Z/22/069864/321026_5

­

1.

2.

3.

4. 5.

1.

2.

verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens, zoals kruiwagens en kinderwagens, en rolstoelen; weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994.

Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden. Degene die op een openbare plaats: a. aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; b. aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; c. of zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing; is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen. Het is verboden zich te begeven naar of zich te bevinden op openbare plaatsen die door het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het derde lid. Dit artikel is niet van toepassing op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.

Het is verboden zonder vergunning van het bevoegde bestuursorgaan de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan. De vergunning wordt verleend als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag als het in het eerste lid bedoelde gebruik een activiteit betreft als bedoeld in

3.

4.

5.

6.

7.

artikel 2.2, eerste lid, onder j of k, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan een vergunning worden geweigerd: a. als het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg; b. als het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; of c. in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van een in de nabijheid gelegen onroerende zaak. Het verbod is niet van toepassing op: a. evenementen als bedoeld in artikel 2:24; b. terrassen als bedoeld in artikel 2:27, tweede lid; c. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17; d. voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard; e. door het college aan te wijzen categorieën van voorwerpen; f. voertuigen; g. afvalstoffen, voor zover de inzameling en aanbieding geschieden overeenkomstig het bepaalde in de Afvalstoffenverordening Wassenaar h. situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Wegenverordening ZuidHolland.

De weigeringsgrond, bedoeld in het derde lid, onder a, is niet van toepassing als in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. De weigeringsgrond, bedoeld in het derde lid, onder b, is niet van toepassing op bouwwerken. De weigeringsgrond, bedoeld in het derde lid, onder c, is niet van toepassing als in de voorkoming van overlast wordt voorzien

Z/22/069864/321026_5

3.

4.

5.

6.

7.

artikel 2.2, eerste lid, onder j of k, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan een vergunning worden geweigerd: a. als het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg; b. als het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; of c. in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van een in de nabijheid gelegen onroerende zaak. Het verbod is niet van toepassing op: a. evenementen als bedoeld in artikel 2:24; b. terrassen als bedoeld in artikel 2:27, tweede lid; c. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17; d. voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard; e. door het college aan te wijzen categorieën van voorwerpen; f. voertuigen; g. afvalstoffen, voor zover de inzameling en aanbieding geschieden overeenkomstig het bepaalde in de Afvalstoffenverordening gemeente Wassenaar; h. situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Omgevingsverordening ZuidHolland.

De weigeringsgrond, bedoeld in het derde lid, onder a, is niet van toepassing als in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. De weigeringsgrond, bedoeld in het derde lid, onder b, is niet van toepassing op bouwwerken. De weigeringsgrond, bedoeld in het derde lid, onder c, is niet van toepassing als in de voorkoming van overlast wordt voorzien

8.

door de Wet milieubeheer. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

8.

door de Wet milieubeheer. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

D Artikel 2:11 Omgevingsvergunning voor het aanleggen, beschadigen of veranderen van een weg 1. Het is verboden zonder of in afwijking van 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegde een vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een weg aan te leggen, de bestuursorgaan een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg. wijze van aanleg van een weg. 2. De vergunning wordt verleend als 2. De vergunning wordt verleend als omgevingsvergunning door het bevoegd omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, als de activiteiten zijn verboden bij gezag, als de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan, beheersverordening, een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. 3. Het verbod is niet van toepassing voor 3. Het verbod is niet van toepassing voor zover in opdracht van een bestuursorgaan zover in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden of openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht. worden verricht. 4.

Het verbod is voorts niet van toepassing op 4. Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wegenwet, de Wetboek van Strafrecht, de Wegenwet, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken de waterschapskeur, de Wegenverordening Omgevingsverordening Zuid-Holland, Zuid-Holland 2010, de Keur Rijnland de waterschapskeur of -verordening, de 2009, , de Telecommunicatiewet of de Telecommunicatiewet of de daarop daarop gebaseerde Verordening gebaseerde Verordening werkzaamheden werkzaamheden kabels en leidingen kabels en leidingen Wassenaar. Wassenaar. 5. Op de aanvraag om een vergunning is 5. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. bij niet tijdig beslissen) van toepassing. E Artikel 2:12 Maken of veranderen van een uitweg 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg. 2.

Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8, kan het bevoegd gezag de vergunning als bedoeld in het eerst lid weigeren indien dit ten koste gaat van: a. de bruikbaarheid van de weg; b. het veilig en doelmatig gebruik van de weg;

Z/22/069864/321026_5

1.

2.

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8, kan het bevoegd gezag de vergunning als bedoeld in het eerst lid weigeren indien dit ten koste gaat van: a. de bruikbaarheid van de weg; b. het veilig en doelmatig gebruik van de weg;

c.

3.

het uiterlijk aanzien van de omgeving; d. groenvoorzieningen in de gemeente. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de Wegenverordening Zuid-Holland 2010 of de Keur Rijnland 2009.

F Artikel 2:14 Winkelwagentjes 1. Een winkelier die winkelwagentjes ter beschikking stelt, is verplicht deze: te voorzien van de naam van het bedrijf of een ander herkenningsteken; en terstond te verwijderen of te doen verwijderen uit de omgeving van dat bedrijf.

2.

Het is verboden een winkelwagentje na gebruik onbeheerd op een openbare plaats achter te laten. Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer.

G Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting 1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 2. De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. 3. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat: a. de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; b. de exploitant of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is; c. De vergunning kan voorts worden geweigerd op grond van artikel 7 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door

Z/22/069864/321026_5

c.

3.

1.

2.

3.

1.

2.

3.

het uiterlijk aanzien van de omgeving; d. groenvoorzieningen in de gemeente. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de Omgevingsverordening Zuid-Holland of de waterschapskeur of -verordening.

Een winkelier die winkelwagentjes ter beschikking stelt, is verplicht deze: a. te voorzien van de naam van het bedrijf of een ander herkenningsteken; en b. terstond te verwijderen of te doen verwijderen uit de omgeving van dat bedrijf. Het is verboden een winkelwagentje na gebruik onbeheerd op een openbare plaats achter te laten. Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer.

Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat: a. de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; b. de exploitant of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is;

4.

5.

6.

het openbaar bestuur (wet BIBOB), in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de wet BIBOB. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een: a. winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; b. zorginstelling; c. kerkgebouw d. museum; of e. bedrijfskantine of -restaurant. Er wordt geen vrijstelling verleend van het verbod genoemd in eerste lid, in het verleden verleende vrijstellingen worden ingetrokken indien: er een wijziging optreedt in de exploitatie dan wel er zich in of bij de inrichting een incident gepaard gaande met geweld, overlast op straat of drugsgebruik en -handel heeft voorgedaan; Op de aanvraag om een vergunning of een vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

H Artikel 2:29 Sluitingstijd 1. Openbare inrichtingen zijn gesloten: a. Van 24.00 uur tot 05.00 uur voor zover het niet de categorie “middelzware horeca” of “zware horeca” betreft; b. Van maandag tot vrijdag tussen 00.30uur en 05.00 uur, en op zaterdag en zondag tussen 03.00 uur en 05.00 uur ingeval van de categorie “middelzware horeca” en “zware horeca”. 2. Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de inrichting te laten verblijven na sluitingstijd. 3. De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd. 4. Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, vierde lid, aanhef en onder a, gelen dezelfde sluitingstijden als voor de winkel. 5. Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer is voorzien.

Z/22/069864/321026_5

4.

5.

6.

1.

2.

3. 4.

5.

Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een: a. winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; b. zorginstelling; c. kerkgebouw d. museum; of e. bedrijfskantine of -restaurant. Er wordt geen vrijstelling verleend van het verbod genoemd in eerste lid, in het verleden verleende vrijstellingen worden ingetrokken indien: er een wijziging optreedt in de exploitatie dan wel er zich in of bij de inrichting een incident gepaard gaande met geweld, overlast op straat of drugsgebruik en -handel heeft voorgedaan; Op de aanvraag om een vergunning of een vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Openbare inrichtingen zijn gesloten: a. Van 24.00 uur tot 05.00 uur voor zover het niet de categorie “middelzware horeca” of “zware horeca” betreft; b. Van maandag tot vrijdag tussen 00.30uur en 05.00 uur, en op zaterdag en zondag tussen 03.00 uur en 05.00 uur ingeval van de categorie “middelzware horeca” en “zware horeca”. Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de inrichting te laten verblijven na sluitingstijd. De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd. Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, vierde lid, aanhef en onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel. Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer is voorzien.

6.

Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

6.

Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

I Artikel 2:34g Proeverijen in slijtlokaliteiten (nieuwe bepaling – onderdeel A artikel wijziging modelAPV zomer 2022) 1. Slijtersbedrijven zijn vrijgesteld van het in artikel 3, eerste lid, en het in artikel 14, eerste lid, van de Alcoholwet vervatte verbod, ten behoeve van het tegen betaling organiseren van een proeverij in hun slijtlokaliteit. 2. De vrijstelling geldt buiten de dagen en tijden dat de slijtlokaliteit bij of krachtens de Winkeltijdenwet regulier is opengesteld en uiterlijk tot 22.00 uur. J Artikel 2:46 Rijden over bermen en dergelijke 1. Het is verboden met voertuigen die niet voorzien zijn van rubberbanden te rijden over de berm, de glooiing of de zijkant van een weg, tenzij dit door de omstandigheden redelijkerwijs wordt vereist. 2. Dit verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Wegenverordening Zuid-Holland 2010 K Artikel 2:48a Verboden lachgasgebruik 1. Het is verboden op een openbare plaats lachgas recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben, indien dit gepaard gaat met overlast of andere gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- of leefklimaat nadelig beïnvloeden of anderszins hinder veroorzaken. 2.

Het is verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college ter bescherming van de openbare orde of het woon- en leefklimaat aangewezen gebied lachgas recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben.

Z/22/069864/321026_5

1.

2.

Het is verboden met voertuigen die niet voorzien zijn van rubberbanden te rijden over de berm, de glooiing of de zijkant van een weg, tenzij dit door de omstandigheden redelijkerwijs wordt vereist. Dit verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Omgevingsverordening Zuid-Holland.

Het is verboden op een openbare plaats lachgas recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben, indien dit gepaard gaat met overlast of andere gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- of leefklimaat nadelig beïnvloeden of anderszins hinder veroorzaken.

3.

Het college kan in het aanwijzingsbesluit het in het tweede lid bedoelde verbod beperken tot bepaalde tijden.

L Artikel 2:59a Gevaarlijke honden op eigen terrein 1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden deze hond op zijn terrein zonder muilkorf te laten loslopen als de burgemeester [een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod heeft opgelegd als bedoeld in artikel 2:59, eerste lid OF heeft meegedeeld dat hij de hond gevaarlijk acht], dan wel als de hond is opgeleid voor bewakings-, opsporings- en verdedigingswerk. 2. Het in het eerste lid genoemde verbod geldt niet als: a. op een vanaf de weg zichtbare plaats een naar het oordeel van de burgemeester duidelijk leesbaar waarschuwingsbord is aangebracht; b. het mogelijk is een brievenbus te bereiken en aan te bellen zonder het terrein te betreden; en c. het terrein voorzien is van een zodanig hoge en deugdelijke afrastering dat de hond niet zelfstandig buiten het terrein kan komen.

1.

Het is de eigenaar of houder van een hond verboden deze hond op zijn terrein zonder muilkorf te laten loslopen als de burgemeester een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod heeft opgelegd als bedoeld in artikel 2:59, eerste lid, dan wel als de hond is opgeleid voor bewakings-, opsporings- en verdedigingswerk.

2.

Het in het eerste lid genoemde verbod geldt niet als: a. op een vanaf de weg zichtbare plaats een naar het oordeel van de burgemeester duidelijk leesbaar waarschuwingsbord is aangebracht; b. het mogelijk is een brievenbus te bereiken en aan te bellen zonder het terrein te betreden; en c. het terrein voorzien is van een zodanig hoge en deugdelijke afrastering dat de hond niet zelfstandig buiten het terrein kan komen.

M (gedeelte van onderdeel B artikel I wijzing Model-APV zomer 2022) Artikel 2:60 Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren 1. Het is verboden op door het college ter 1. Het is verboden op door het college ter voorkoming of opheffing van overlast of voorkoming of beëindiging van overlast schade aan de openbare gezondheid of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, bij dat in de zin van de Wet milieubeheer, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren: aanwijzingsbesluit aangeduide dieren: a. aanwezig te hebben; a. aanwezig te hebben; b. aanwezig te hebben anders dan b. aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het met inachtneming van de door het college in het aanwijzingsbesluit college in het aanwijzingsbesluit gestelde regels; gestelde regels; c. aanwezig te hebben in een groter c. aanwezig te hebben in een groter aantal dan in het aantal dan in het aanwijzingsbesluit is aangegeven aanwijzingsbesluit is aangegeven. 2. Het college kan de rechthebbende op een 2.

Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen een onroerende zaak gelegen binnen een krachtens krachtens het eerste lid aangewezen plaats het eerste lid aangewezen plaats ontheffing ontheffing verlenen van een of meer verlenen van een of meer verboden als verboden als bedoeld in het eerste lid. bedoeld in het eerste lid.

Z/22/069864/321026_5

N (onderdeel C artikel I wijziging model-APV zomer 2022) Artikel 2:65 Bedelarij Het is verboden in door het college aangewezen Het is verboden op een openbare plaats te bedelen gebieden op een openbare plaats te bedelen om om geld of andere zaken in door het college ter geld of andere zaken. voorkoming of beëindiging van overlast aangewezen gebieden. O Artikel 2:68 Voorschriften als bedoeld in artikel 437 van het Wetboek van Strafrecht 1. De handelaar of een voor hem handelend 1. De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht: persoon is verplicht: a. de burgemeester binnen drie a. de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te dagen schriftelijk in kennis te stellen: stellen: i. dat hij het beroep van i. dat hij het beroep van handelaar uitoefent met handelaar uitoefent met vermelding van zijn vermelding van zijn woonadres en het adres woonadres en het adres van de bij zijn van de bij zijn onderneming behorende onderneming behorende vestiging; vestiging; ii. van een verandering van ii. van een verandering van de onder 1˚ bedoelde de onder i bedoelde adressen; adressen; iii. dat hij het beroep van iii. dat hij het beroep van handelaar niet langer handelaar niet langer uitoefent; uitoefent; iv. dat hij enig goed kan iv.

dat hij enig goed kan verkrijgen dat verkrijgen dat redelijkerwijs van een redelijkerwijs van een misdrijf afkomstig is of misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende voor de rechthebbende verloren is gegaan. verloren is gegaan. 2. de burgemeester op eerste aanvraag zijn 2. de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of register ter inzage te administratie of register ter inzage te geven; geven; 3. aan de hoofdingang van elke vestiging een 3. aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben waarop zijn naam en kenteken te hebben waarop zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk de aard van de onderneming duidelijk zichtbaar zijn; zichtbaar zijn; 4. een door opkoop verkregen goed 4. een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie dagen in gedurende de eerste drie dagen in bewaring te houden in de staat waarin het bewaring te houden in de staat waarin het goed verkregen is. goed verkregen is. P Artikel 3.3 Vergunning 1. Het is verboden een seksbedrijf uit te oefenen zonder vergunning van het bevoegde bestuursorgaan. 2. [2. Het bevoegde bestuursorgaan draagt zorg voor een onpartijdige en transparante verlening van beschikbare vergunningen.] 3. Op een aanvraag om een vergunning

Z/22/069864/321026_5

1.

2.

3.

Het is verboden een seksbedrijf uit te oefenen zonder vergunning van het bevoegde bestuursorgaan. Het bevoegde bestuursorgaan draagt zorg voor een onpartijdige en transparante verlening van beschikbare vergunningen. Op een aanvraag om een vergunning

4.

5. 6. 7.

wordt binnen twaalf weken beslist. Deze termijn kan met ten hoogste twaalf weken worden verlengd. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing. Een vergunning kan mede voor een seksinrichting worden verleend. De vergunning wordt verleend aan de exploitant en op diens naam gesteld. De vergunning wordt verleend voor één jaar en kan ten hoogste viermaal worden verlengd.

Q Artikel 3:9 Intrekkingsgronden 1. De vergunning wordt ingetrokken als: a. de verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken te zijn dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste gegevens bekend waren geweest; b. de vergunning in strijd met een wettelijk voorschrift is gegeven; c. is gehandeld in strijd met de artikelen 3:10, 3:13, aanhef en onder a, 3:14, 3:15 en 3:17, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onderdeel b, aanhef en onder 1°; d. zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen, dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de openbare orde of veiligheid; e. zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 3:7, eerste lid, onder a tot en met h; f. de vergunninghouder dat verzoekt; g. de uitoefening van het seksbedrijf strijd oplevert met een geldend bestemmingsplan, een beheersverordening [of een aanwijzing als bedoeld in artikel 3:4]. 2.

De vergunning kan worden geschorst of ingetrokken als: a. is gehandeld in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen; b. in verband met gewijzigde wettelijke voorschriften, gewijzigde

Z/22/069864/321026_5

4.

5. 6. 7.

wordt binnen twaalf weken beslist. Deze termijn kan met ten hoogste twaalf weken worden verlengd. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing. Een vergunning kan mede voor een seksinrichting worden verleend. De vergunning wordt verleend aan de exploitant en op diens naam gesteld. De vergunning wordt verleend voor één jaar en kan ten hoogste viermaal worden verlengd.

1.

De vergunning wordt ingetrokken als: a. de verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken te zijn dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste gegevens bekend waren geweest; b. de vergunning in strijd met een wettelijk voorschrift is gegeven; c. is gehandeld in strijd met de artikelen 3:10, 3:13, aanhef en onder a, 3:14, 3:15 en 3:17, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onderdeel b, aanhef en onder i; d. zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen, dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de openbare orde of veiligheid; e. zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 3:7, eerste lid, onder a tot en met h; f. de vergunninghouder dat verzoekt; g. de uitoefening van het seksbedrijf strijd oplevert met een geldend bestemmingsplan, een beheersverordening of een aanwijzing als bedoeld in artikel 3:4.

2.

De vergunning kan worden geschorst of ingetrokken als: a. is gehandeld in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen; b. in verband met gewijzigde wettelijke voorschriften, gewijzigde

c.

d.

e.

f.

g.

h.

i.

omstandigheden of gewijzigde inzichten de bescherming van de belangen met het oog waarop het vergunningsvereiste is gesteld, zwaarder wegen dan het belang van de vergunninghouder bij behoud van de vergunning; een niet in de vergunning vermelde persoon exploitant of beheerder is geworden; is gehandeld in strijd met een of meer van de bij of krachtens dit hoofdstuk gestelde bepalingen, onverminderd het eerste lid, aanhef en onder c; is gehandeld in strijd met de in het bedrijfsplan beschreven maatregelen; zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de woon- en leefomgeving of de gezondheid van prostituees of klanten; de exploitant of de beheerder het toezicht op de naleving van het in dit hoofdstuk bepaalde belemmert of bemoeilijkt; er bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn die onherroepelijk zijn veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel; gedurende ten minste zes maanden geen gebruik is gemaakt van de vergunning.

R Artikel 3:11 Verlenging vergunning 1. Op een aanvraag om verlenging van een vergunning zijn de artikelen 3:3, [3:5,] 3:6 tot en met 3:8 en 3:15, derde lid, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat actuele gegevens en bescheiden waarover het bevoegde bestuursorgaan al beschikking heeft niet nogmaals overgelegd dienen te worden. 2. Als ten minste twaalf weken voorafgaand aan de vervaltermijn van de vergunning verlenging van de vergunning is aangevraagd, blijft de vergunning van kracht totdat op de aanvraag om verlenging is besloten.

Z/22/069864/321026_5

c.

d.

e.

f.

g.

h.

i.

omstandigheden of gewijzigde inzichten de bescherming van de belangen met het oog waarop het vergunningsvereiste is gesteld, zwaarder wegen dan het belang van de vergunninghouder bij behoud van de vergunning; een niet in de vergunning vermelde persoon exploitant of beheerder is geworden; is gehandeld in strijd met een of meer van de bij of krachtens dit hoofdstuk gestelde bepalingen, onverminderd het eerste lid, aanhef en onder c; is gehandeld in strijd met de in het bedrijfsplan beschreven maatregelen; zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de woon- en leefomgeving of de gezondheid van prostituees of klanten; de exploitant of de beheerder het toezicht op de naleving van het in dit hoofdstuk bepaalde belemmert of bemoeilijkt; er bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn die onherroepelijk zijn veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel; gedurende ten minste zes maanden geen gebruik is gemaakt van de vergunning.

1.

Op een aanvraag om verlenging van een vergunning zijn de artikelen 3:3, 3:5, 3:6 tot en met 3:8 en 3:15, derde lid, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat actuele gegevens en bescheiden waarover het bevoegde bestuursorgaan al beschikking heeft niet nogmaals overgelegd dienen te worden.

2.

Als ten minste twaalf weken voorafgaand aan de vervaltermijn van de vergunning verlenging van de vergunning is aangevraagd, blijft de vergunning van kracht totdat op de aanvraag om verlenging is besloten.

S Artikel 4:5b Geluidhinder in de openlucht 1. Het is verboden buiten een inrichting in de openlucht een geluidsapparaat, toestel of machine in werking te hebben op een zodanige wijze dat voor een omwonende of overigens voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 3. Het college kan terreinen of wateren aanwijzen waar het verbod niet van toepassing is op het in werking hebben van bepaalde in de aanwijzing aangewezen categorieën van geluidsapparaten, toestellen of machines, voor zover wordt voldaan aan de door het college vast te stellen voorschriften ter voorkoming of beperking van geluidhinder. 4. De in het derde lid bedoelde voorschriften kunnen onder meer betrekking hebben op: a. het maximale geluidsniveau; b. de situering van geluidsbronnen; c. de frequentie en tijden van gebruik. 5. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit, het Activiteitenbesluit milieubeheer, het Bouwbesluit 2012 of de Provinciale milieuverordening ZuidHolland T Artikel 4:6 Overige geluidhinder 1. Het is verboden buiten een inrichting op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt. 2.

Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit, het Activiteitenbesluit milieubeheer, het Bouwbesluit 2012 of de Provinciale milieuverordening ZuidHolland. U Artikel 4:9a Verbod oplaten ballonnen

Z/22/069864/321026_5

1.

2. 3.

4.

5.

1.

2. 3.

Het is verboden buiten een inrichting in de openlucht een geluidsapparaat, toestel of machine in werking te hebben op een zodanige wijze dat voor een omwonende of overigens voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. Het college kan terreinen of wateren aanwijzen waar het verbod niet van toepassing is op het in werking hebben van bepaalde in de aanwijzing aangewezen categorieën van geluidsapparaten, toestellen of machines, voor zover wordt voldaan aan de door het college vast te stellen voorschriften ter voorkoming of beperking van geluidhinder. De in het derde lid bedoelde voorschriften kunnen onder meer betrekking hebben op: a. het maximale geluidsniveau; b. de situering van geluidsbronnen; c. de frequentie en tijden van gebruik. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit, het Activiteitenbesluit milieubeheer, het Bouwbesluit 2012 of de Omgevingsverordening Zuid-Holland.

Het is verboden buiten een inrichting op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit, het Activiteitenbesluit milieubeheer, het Bouwbesluit 2012 of de Omgevingsverordening Zuid-Holland.

Het is verboden één of meerdere ballonnen, van welk materiaal dan ook, door middel van hete lucht afkomstig van vuur, dan wel door middel van helium of andere gassen, op te laten stijgen.

1.

Onder ballon wordt mede verstaan: herdenkingsballon, vuurballon, gelukslampion, Thaise wensballon, papierballon, geluksballon etc.

2.

Het verbod uit het eerste lid is niet van toepassing op vaartuigen als bedoeld in de Wet Luchtvaart dan wel de Luchtvaartwet

3.

De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid genoemde verbod.

4.

Het is verboden één of meerdere ballonnen, van welk materiaal dan ook, door middel van hete lucht afkomstig van vuur, dan wel door middel van helium of andere gassen, op te laten stijgen. Onder ballon wordt mede verstaan: herdenkingsballon, vuurballon, gelukslampion, Thaise wensballon, papierballon, geluksballon etc. Het verbod uit het eerste lid is niet van toepassing op vaartuigen als bedoeld in de Wet Luchtvaart dan wel de Luchtvaartwet. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid genoemde verbod.

V

1.

In deze afdeling wordt verstaan onder: a. boom: een houtachtig, overblijvend gewas met een dwarsdoorsnede van de stam van meer dan 10 cm op een hoogte van 1,3 m boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam; b. Houtopstand: één of meer bomen, hakhout, een houtwal, een grotere (lint)begroeiing van heesters en struiken; c. hakhout: één of meer bomen die, na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen; d. boomwaarde: de door het college vastgestelde wijze waarop de waarde van de bomen wordt bepaald. e. iepziekte: de aantasting van iepen door de schimmel Ophiostoma ulmi (Buism.) Nannf. (syn. Ceratocystis ulmi (Buism.) C. Moreau); f. iepenspintkever: het insect, in elk ontwikkelingsstadium, behorende tot de soorten Scolytus scolytus (F.) en Scolytus multistriatus (Marsh)

Z/22/069864/321026_5

Artikel 4:10 Bereik afdeling en definities 1. Deze afdeling is niet van toepassing op buiten de bebouwde kom aanwezige houtopstanden als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet natuurbescherming, anders dan de genoemde in artikel 4.1, aanhef en onder b tot en met h, van die wet. 2. In deze afdeling wordt verstaan onder: a. boom: een houtachtig, overblijvend gewas met een dwarsdoorsnede van de stam van meer dan 10 cm op een hoogte van 1,3 m boven het maaiveld in geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam; b. boomwaarde: de door het college vastgestelde wijze waarop de waarde van de bomen wordt bepaald. c. boomziekte: een biologische aantasting van bomen of ander houtopstand door bacteriën, insecten, schimmels, virussen of een andere natuurlijke oorzaak; d. hakhout: één of meer bomen die, na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen; e. houtopstand: één of meer bomen, hakhout, een houtwal, een grotere (lint)begroeiing van heesters en struiken; f. kandelaberen: het terugsnoeien van een kroon met meer dan 50% tot eventueel een hoofdstam met

2.

en Scolytus pygmaeus. In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien, met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben.

g.

tekststompen; vellen: kappen en rooien, met inbegrip van kandalaberen, het snoeien met meer dan 30% tot maximaal 50% van het kroonvolume alsmede het verrichten van handelingen zowel bovengronds al ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van de houtopstand ten gevolge kunnen hebben.

W Artikel 4:11 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden 1. Het is verboden zonder 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd omgevingsvergunning van het bevoegd gezag houtopstand te vellen of te doen gezag houtopstand te vellen of te doen vellen. vellen. 2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt 2. Het verbod in het eerste lid geldt niet niet voor: voor: a. populieren of wilgen als a. bomen en struiken die specifiek wegbeplantingen en eenrijige voor het oogsten van fruit, beplantingen op of langs noten of vruchten worden landbouwgronden, tenzij deze geteeld; zijn geknot; b. fruitbomen en windschermen om b. fruitbomen en windschermen om boomgaarden; boomgaarden; c. fijnsparren, niet ouder dan c. naaldbomen, kennelijk bedoeld twaalf jaar, bestemd om te om te dienen als kerstbomen, dienen als kerstbomen en indien niet ouder dan twintig geteeld op daarvoor in het jaar; bijzonder bestemde terreinen; d. kweekgoed; d. kweekgoed; 3. houtopstand die deel uitmaakt van als e. uit populieren of wilgen zodanig bij het Bosschap bestaande : geregistreerde i. wegbeplantingen; bosbouwondernemingen en gelegen is ii. beplantingen langs buiten de bebouwde kom, tenzij de waterwegen, en houtopstand een zelfstandige eenheid iii. eenrijige beplantingen vormt die geen grotere oppervlakte beslaat langs dan 10 are of landbouwgronden; 4.

bestaat uit rijbeplanting van niet meer dan f. het dunnen van een 20 bomen, gerekend over het totale aantal houtopstand voor de rijen; bevordering van de groei van de overblijvende houtopstand; g. uit populieren, wilgen, essen, of elzen bestaande beplantingen die kennelijk bedoeld zijn voor de productie van houtige biomassa indien zij: i. ten minste eens per 10 jaar worden geoogst; ii. bestaan uit minstens 10.000 stoven per

Z/22/069864/321026_5

3. a.

b.

c.

5.

houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektewet of krachtens een aanschrijving op last van het college, zulks onverminderd het bepaalde in artikel 4:12; het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het reguliere onderhoud. Bomen, die gemeten vanaf de stam, tot 2 meter uit de gevel staan.

Het eerste lid is voorts niet van toepassing als de burgemeester toestemming verleent voor het vellen van een houtopstand in verband met een spoedeisend belang voor de openbare orde of een direct gevaar voor personen of goederen.

X Artikel 4:11a Aanvraag omgevingsvergunning 1. De omgevingsvergunning moet schriftelijk worden aangevraagd door of namens dan wel met toestemming van degene die krachtens zakelijk recht of door degene die krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd is over de houtopstand te beschikken.

Z/22/069864/321026_5

4.

1.

hectare per beplantingseenheid die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan 2 m; en iii. zijn aangelegd na 1 januari 2013; h. buiten de bebouwde kom gelegen houtopstanden die een kleinere oppervlakte grond beslaan dan 10 a, of bestaan uit een rijbeplanting die 20 bomen of minder bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen. Het verbod in het eerste lid geldt bovendien niet voor: a. houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantgezondheidswet of krachtens een aanschrijving op last van het college, zulks onverminderd het bepaalde in artikel 4:12; b. het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het reguliere onderhoud; c. bomen, die gemeten vanaf de stam, tot 2 meter uit de gevel staan. d. het periodiek terugzetten van reeds geknotte, gekandalaberde of andere leiof snoeivormen zonder wijziging van de periodieke snoeiplaatsen. Het verbod in het eerste lid geldt bovendien niet als de burgemeester toestemming verleent voor het vellen van een houtopstand in verband met een spoedeisend belang voor de openbare orde of een direct gevaar voor personen of goederen. Een mondeling verleende toestemming wordt binnen dertig dagen schriftelijk bevestigd.

De omgevingsvergunning moet schriftelijk worden aangevraagd door of namens dan wel met toestemming van degene die krachtens zakelijk recht of door degene die krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd is over de houtopstand te beschikken.

2. Wanneer door of namens het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij aan het college een afschrift is toegezonden van de ontvangstbevestiging als bedoeld in artikel 2 van de Boswet, beschouwt het college dit afschrift mede als vergunningaanvraag. Y Artikel 4:11b Weigeringsgronden 1. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd op grond van: a. natuur- en milieuwaarden; b. landschappelijke waarden; c. cultuurhistorische waarden; d. beeldbepalende waarden; e. waarden van dorpsschoon; f. waarden voor recreatie en leefbaarheid. 2. Het bevoegd gezag kan bij het weigeren of onder voorschriften verlenen van een vergunning de boomwaarde als motivering hanteren. 3. Weigering is niet mogelijk indien de vergunning tot het vellen van een houtopstand wordt gevraagd teneinde te voldoen aan de verplichting ingevolge het bepaalde in artikel 42 van boek 5 van het Burgerlijk Wetboek. 4. De burgemeester kan mondeling toestemming geven tot direct vellen in verband met gevaarzetting of een vergelijkbaar spoedeisend belang. Van deze toestemming wordt binnen 30 dagen een schriftelijke bevestiging gegeven aan de in het eerste lid van dat artikel genoemde gerechtigde. Z Artikel 4:12b Bestrijding iepziekte 1.

Indien zich op een terrein een of meer iepen bevinden die naar het oordeel van het college gevaar opleveren voor verspreiding van de iepziekte of voor vermeerdering van iepenspintkevers, is de rechthebbende, indien hij daartoe door het college is aangeschreven, verplicht binnen de bij de aanschrijving vast te stellen termijn: a.

indien de iepen in de grond staan, deze te vellen;

Z/22/069864/321026_5

2. Onverminderd het bepaalde in de Regeling omgevingsrecht moet een aanvraag omgevingsvergunning vergezeld gaan van drie niet ouder dan drie maanden zijnde foto’s van de houtopstand, waarvan tenminste twee een beeld van de houtopstand in zijn omgeving geven.

1.

2.

3.

4.

In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd op grond van: a. natuur- en milieuwaarden; b. landschappelijke waarden; c. cultuurhistorische waarden; d. beeldbepalende waarden; e. waarden van dorpsschoon; f. waarden voor recreatie en leefbaarheid. Het bevoegd gezag kan bij het weigeren of onder voorschriften verlenen van een vergunning de boomwaarde als motivering hanteren. Weigering is niet mogelijk indien de vergunning tot het vellen van een houtopstand wordt gevraagd teneinde te voldoen aan de verplichting ingevolge het bepaalde in artikel 42 van boek 5 van het Burgerlijk Wetboek. (vervallen)

Artikel 4:12b Bestrijding boomziekten 1.

Indien zich op een terrein een of meer bomen bevinden die naar het oordeel van het bevoegd gezag gevaar opleveren voor verspreiding van een boomziekte of voor vermeerdering van de ziekteverspreiders zoals insecten, is de rechthebbende, indien hij daartoe door het bevoegd gezag is aangeschreven, verplicht binnen de bij de aanschrijving vast te stellen termijn: a. de bomen te vellen; b. conform richtlijnen van de

b.

2.

3.

4.

de iepen te ontbasten en de bast te vernietigen; c. de niet ontbaste iepen of delen daarvan te vernietigen of zodanig te behandelen dat verspreiding van de iepziekte wordt voorkomen. Het is verboden gevelde iepen of delen daarvan voorhanden of in voorraad te hebben of te vervoeren. Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing op geheel ontbast iepenhout en op iepenhout met een doorsnede kleiner dan 4 cm. Het college kan ontheffing verlenen van het in het tweede lid gestelde verbod.

gemeente de gevelde houtopstand direct zodanig te behandelen dat verspreiding va de boomziekte kan worden voorkomen.

2.

Het is verboden gevelde bomen of delen daarvan voorhanden of in voorraad te hebben of te vervoeren, indien het een boomsoort betreft die de desbetreffende boomziekte kan verspreiden.

3.

Het college kan ontheffing verlenen van het onder het tweede lid gestelde verbod. Op de aanvraag om ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

4.

AA en AB (deels onderdeel B artikel I wijzing Model-APV zomer 2022) Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen en dergelijke 1. Het is verboden op door het college in het 1. Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing gemeente, ter voorkoming of beëindiging van overlast dan wel voorkoming van van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in de in de zin van de Wet milieubeheer, in de openlucht of buiten de weg de volgende openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben: plaatsen of aanwezig te hebben: a. onbruikbare of aan hun a. onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of vaartuigen of onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan; onderdelen daarvan; b. bromfietsen en motorvoertuigen of b. bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan; onderdelen daarvan; c. kampeermiddelen als bedoeld in c.

kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of onderdelen artikel 4:17 of onderdelen daarvan, voor zover het plaatsen daarvan, voor zover het plaatsen of aanwezig hebben daarvan of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een of anderszins voor een commercieel doel; of commercieel doel; of d. mestopslag, gierkelders of andere d. mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van vuil, een verzamelplaatsen van vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde pulp of ingekuilde landbouwproducten, landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude afbraakmaterialen en oude metalen. metalen. 2. Het college kan bij de aanwijzing nadere 2. Het college kan bij de aanwijzing nadere

Z/22/069864/321026_5

3.

regels stellen. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door of krachtens de Wet ruimtelijke ordening of de Provinciale milieuverordening ZuidHolland.

3.

AC Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame 1. Het is verboden op of aan een 1. onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige hinder ontstaat voor de omgeving.

2.

Het verbod geldt niet ten aanzien van: a. opschriften, aankondigingen en afbeeldingen in het inwendig gedeelte van een onroerende zaak; b. opschriften en aankondigingen op zuilen, borden, muren of andere constructies, aangewezen door de overheid; c. opschriften en aankondigingen betrekking hebbend op: d. openbare verkoping, aanbiedingen ter verkoop, verhuur of verpachting van een onroerende zaak voor zolang zij feitelijke betekenis hebben;

e.

f.

g.

het beroep, de dienst, of het bedrijf dat in of op de onroerende zaak wordt uitgeoefend of waarvoor die zaak is bestemd, zomede op naamborden, mits deze opschriften en aankondigingen: gezamenlijk geen grotere oppervlakte hebben dan 0,50 m2 en geen van alle een grotere afmeting in een richting hebben dan 1,00 meter en zijn aangebracht op of aan een onroerende zaak;

Z/22/069864/321026_5

2.

regels stellen. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door of krachtens de Wet ruimtelijke ordening, de Provinciale milieuverordening ZuidHolland 2021 of de Omgevingsverordening Zuid-Holland.

Het is de rechthebbende op een onroerende zaak alsmede de hoofdgebruiker van die zaak verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag deze zaak of een daarop aanwezige zaak te gebruiken of het gebruik daarvan toe te laten voor het maken van handelsreclame met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die vanaf de weg of vanaf een andere voor het publiek toegankelijke plaats zichtbaar is. Het verbod geldt niet ten aanzien van: a. opschriften, aankondigingen en afbeeldingen in het inwendig gedeelte van een onroerende zaak; b. opschriften en aankondigingen op zuilen, borden, muren of andere constructies, aangewezen door de overheid; c. opschriften en aankondigingen betrekking hebbend op: i. openbare verkoping, aanbiedingen ter verkoop, verhuur of verpachting van een onroerende zaak voor zolang zij feitelijke betekenis hebben; ii. het beroep, de dienst, of het bedrijf dat in of op de onroerende zaak wordt uitgeoefend of waarvoor die zaak is bestemd, zomede op naamborden, mits deze opschriften en aankondigingen gezamenlijk geen grotere oppervlakte hebben dan 0,50 m², geen van alle een grotere afmeting in een richting hebben dan 1,00 meter en zijn aangebracht op of aan een onroerende zaak;

h.

2.

opschriften betrekking hebbend op de naam of aard van in uitvoering zijnde bouwwerken of op de namen van degenen die bij het ontwerp of de uitvoering van het bouwwerk betrokken zijn, mits deze opschriften zijn aangebracht op borden bij of op de in uitvoering zijnde bouwwerken zelf en niet verlicht zijn, zulks voor zolang zij feitelijke betekenis hebben; i. opschriften en aankondigingen aan gebouwen en inrichtingen van openbaar vervoer, indien deze zijn aangebracht ten dienste van dat vervoer; j. opschriften en aankondigingen van kennelijk tijdelijke aard, voor zolang zij feitelijke betekenis hebben, mits van het aanbrengen ervan tevoren door of vanwege de rechthebbende of de hoofdgebruiker van de onroerende zaak schriftelijk kennisgeving is gedaan aan het college en het college niet binnen twee weken na ontvangst van die kennisgeving van enig bezwaar heeft doen blijken. Zodanige opschriften en aankondigingen worden geacht hun tijdelijk karakter te hebben verloren, wanneer deze gedurende meer dan 9 weken op de onroerende zaak aanwezig zijn. Het in het eerste lid gesteld verbod geldt voorts niet voor zover artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en f en artikel2.2, eerste lid, aanhef en onder b van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het

d.

3.

Activiteitenbesluit milieubeheer en de

3.

Verordening Bescherming Landschap en Natuur Zuid-Holland van toepassing is. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8, kan een vergunning bedoeld in het eerste lid worden geweigerd: a. indien de reclame, hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; b. in het belang van de veiligheid van het verkeer; c. in het belang van de voorkoming of beperking van hinder of overlast voor gebruikers van de

Z/22/069864/321026_5

4.

opschriften betrekking hebbend op de naam of aard van in uitvoering zijnde bouwwerken of op de namen van degenen die bij het ontwerp of de uitvoering van het bouwwerk betrokken zijn, mits deze opschriften zijn aangebracht op borden bij of op de in uitvoering zijnde bouwwerken zelf en niet verlicht zijn, zulks voor zolang zij feitelijke betekenis hebben; e. opschriften en aankondigingen aan gebouwen en inrichtingen van openbaar vervoer, indien deze zijn aangebracht ten dienste van dat vervoer; f. opschriften en aankondigingen van kennelijk tijdelijke aard, voor zolang zij feitelijke betekenis hebben, mits van het aanbrengen ervan tevoren door of vanwege de rechthebbende of de hoofdgebruiker van de onroerende zaak schriftelijk kennisgeving is gedaan aan het college en het college niet binnen twee weken na ontvangst van die kennisgeving van enig bezwaar heeft doen blijken - zodanige opschriften en aankondigingen worden geacht hun tijdelijk karakter te hebben verloren, wanneer deze gedurende meer dan 9 weken op de onroerende zaak aanwezig zijn. Het in het eerste lid gesteld verbod geldt voorts niet voor zover artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en f en artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder b van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Activiteitenbesluit milieubeheer of de Omgevingsverordening Zuid-Holland van toepassing is.

Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8, kan een vergunning bedoeld in het eerste lid worden geweigerd: a. indien de reclame, hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; b. in het belang van de veiligheid van het verkeer; c. in het belang van de voorkoming of beperking van hinder of overlast voor gebruikers van de

4.

5.

onderhavige zaak dan wel van in de nabijheid daarvan gelegen onroerende zaken. Indien door een opschrift, aankondiging of afbeelding als bedoeld in het tweede lid van dit artikel, dan wel aangebracht voor een ander doel dan handelsreclame, a. in ernstige mate afbreuk wordt gedaan aan redelijke eisen van welstand, b. de veiligheid van het verkeer in gevaar wordt gebracht of c. ernstige hinder of overlast voor de omgeving wordt veroorzaakt, is het college bevoegd de rechthebbende onderscheidenlijk de hoofdgebruiker van de onroerende zaak aan te schrijven tot het treffen van maatregelen ter voorkoming, ter beperking of ter opheffing van dit gevaar of deze hinder of deze afbreuk. Degene tot wie de aanschrijving is gericht, of diens rechtsopvolger, is verplicht deze aanschrijving op te volgen. Het college is bevoegd nadere regels vast te stellen ten aanzien van het bepaalde in het vierde lid, onder a en het vijfde lid, onder a, inhoudende kwalitatieve criteria, zowel per gebied als per object.

5.

6.

onderhavige zaak dan wel van in de nabijheid daarvan gelegen onroerende zaken. Indien door een opschrift, aankondiging of afbeelding als bedoeld in het tweede lid van dit artikel, dan wel aangebracht voor een ander doel dan handelsreclame, a. in ernstige mate afbreuk wordt gedaan aan redelijke eisen van welstand; b. de veiligheid van het verkeer in gevaar wordt gebracht; of c. ernstige hinder of overlast voor de omgeving wordt veroorzaakt, is het college bevoegd de rechthebbende onderscheidenlijk de hoofdgebruiker van de onroerende zaak aan te schrijven tot het treffen van maatregelen ter voorkoming, ter beperking of ter opheffing van dit gevaar of deze hinder of deze afbreuk. Degene tot wie de aanschrijving is gericht, of diens rechtsopvolger, is verplicht deze aanschrijving op te volgen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=857520bd-6f33-4a52-8ecf-70afc6540ce6