Bijlage 1. Begroting 2026
Tekst van het document
Pagina 57 van 120
Beleidsindicatoren
Tabel 6.1 Beleidsindicatoren
Progr. Nr.
Naam Indicator
Eenheid
Bron
Realisatie
Realisatie
Wassenaar
Nederland
(jaartal)
(jaartal)
1
6.
Verwijzingen Halt
Aantal per 1.000 jongeren
Bureau Halt
4,2 (2024)
8,3 (2024)
1
8.
Winkeldiefstallen
Aantal per 1.000 inwoners
CBS
1,3 (2024)
2,2 (2024)
1
9.
Geweldsmisdrijven
Aantal per 1.000 inwoners
CBS
3,8 (2024)
4,3 (2024)
1
10.
Diefstallen uit woning
Aantal per 1.000 inwoners
CBS
2,9 (2024)
1,8 (2024)
1
11.
Vernielingen en beschadigingen (in de openbare ruimte)
Aantal per 1.000 inwoners
CBS
2,5 (2024)
4 (2024)
2
17.
Absoluut verzuim
Aantal per 1.000 leerlingen
DUO
1,8 (2023)
5,6 (2023)
2
18.
Relatief verzuim
Aantal per 1.000 leerlingen
DUO
26 (2023)
27 (2023)
2
19.
Vroegtijdig schoolverlaters zonder startkwalificatie (vsv-ers)
% deelnemers aan het VO en MBO onderwijs
DUO
1,6 % (2023)
2,4 % (2023)
2
20.
Niet-sporters
%
CBS
44,2 % (2022)
46,4 % (2022)
2
21.
Banen
Aantal per 1.000 inwoners in de leeftijd 15 – 64 jaar
LISA
391 (2023)
836,6 (2023)
2
22.
Jongeren met een delict voor de rechter
% 12 t/m 21 jarigen
CBS
1 % (2023)
1 % (2023)
2
23.
Kinderen in uitkeringsgezin
% kinderen tot 18 jaar
CBS
4 % (2023)
6 % (2023)
Netto arbeidsparticipatie
% van de werkzame beroepsbevolking ten opzichte van de totale beroepsbevolking
CBS
70,7 % (2024)
73,3 % (2025)
2
24.
2
26.
Werkloze jongeren
% 16 t/m 22 jarigen
CBS
1 % (2023)
2% (2023)
2
27.
Huishoudens met een bijstandsuitkering
Aantal huishoudens in NL
CBS
3,1 % (2025)
4,77% ( 2025)
2
28.
Lopende reintegratievoorzieningen
Aantal per 1.000 inwoners
CBS
8,4 (2024)
14,08 (2024)
2
29.
Jongeren met jeugdhulp
% van alle jongeren tot 18 jaar
CBS
7,5 % (2024)
9 % (2024)
2
30.
Jongeren met jeugdbescherming
% van alle jongeren tot 18 jaar
CBS
0,3 % (2024)
0,9 % (2024)
2
31.
Jongeren met jeugdreclassering
% van alle jongeren van 12 tot 23 jaar
CBS
0,2 % (2024)
0,3 % (2024)
2
32.
Cliënten met een maatwerkarrangement WMO
Aantal per 1.000 inwoners
CBS
45 (2024)
65 (2024)
3
1.
Formatie
Fte per 1.000 inwoners
Eigen gegevens
9,8 (2025)
3
2.
Bezetting
Fte per 1.000 inwoners
Eigen gegevens
8,29 (2025)
3
3.
Apparaatskosten
Kosten per inwoner
Eigen gegevens
524 (2026)
3
4.
Externe inhuur
Kosten als % van totale loonsom & totale kosten externe inhuur
Eigen gegevens
22,57 % (2025)
3
5.
Overhead
% van totale lasten
Eigen gegevens
14,7 % (2026)
Pagina 58 van 120
Progr.
Nr.
Naam Indicator
Eenheid
Bron
Realisatie Wassenaar (jaartal)
Realisatie Nederland (jaartal)
4
35.
Gemiddelde WOZ waarde
Duizend euro
CBS
746 (2025)
398 (2025)
4
36.
Nieuw gebouwde woningen
Aantal per 1.000 woningen
CBS
10,5 (2023)
9,1 (2023)
4
37.
Demografische druk
%
CBS
94,1 % (2024)
70,4 % (2024)
4
38.
Gemeentelijke woonlasten (eenpersoonshuishouden)
In Euro’s
COELO
1.589 (2025)
1000 (2025)
4
39.
Gemeentelijke woonlasten (meerpersoonshuishouden)
In Euro’s
COELO
1.842 (2025)
1.772 (2025)
5
14.
Functiemenging
%
LISA
46,8 % (2023)
54,2 % (2023)
5
16.
Vestigingen (van bedrijven)
Aantal per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15 t/m 65 jaar
LISA
255,7 (2025)
221 (2025)
5
33.
Omvang huishoudelijk restafval
Kg/inwoner
CBS
223 (2023)
150 (2023)
5
34.
Hernieuwbare elektriciteit
%
RWS
10 % (2022)
41 % (2022)
Pagina 59 van 120
Recapitulatie
Tabel 6.2 Recapitulatie Baten en lasten programma’s 1 t/m 5 Programma's
Begroting
Begroting
Begroting
2026
2027
2028
bedragen x € 1.000,-
Begroting 2029
"-"=nadeel/"+"= voordeel )
baten
lasten
saldo
baten
lasten
saldo
baten
lasten
saldo
baten
lasten
saldo
P1 Veiligheid en handhaving
105
-4.641
-4.536
105
-4.591
-4.486
105
-4.591
-4.486
105
-4.591
-4.486
11.085
-41.536
-30.450
10.304
-40.428
-30.123
10.584
-40.352
-29.768
10.558
-40.222
-29.664
P3 Bestuur en middelen
816
-4.857
-4.041
816
-4.802
-3.986
816
-4.779
-3.963
773
-4.728
-3.955
P4 Fysieke leefomgeving
2.084
-4.498
-2.414
2.071
-4.341
-2.271
2.071
-4.542
-2.471
2.071
-4.542
-2.471
P5 Natuur, klimaat en mobiliteit
11.137
-20.412
-9.276
11.376
-20.464
-9.088
11.554
-20.604
-9.050
11.769
-20.836
-9.067
Totaal programma's
25.227
-75.945
-50.718
24.672
-74.626
-49.954
25.130
-74.868
-49.739
25.276
-74.919
-49.643
Algemene dekkingsmiddelen
65.663
-729
64.934
65.681
-873
64.808
64.367
-1.023
63.343
64.140
-1.023
63.117
Overhead
4.218
-18.819
-14.601
4.123
-18.756
-14.633
4.123
-18.565
-14.442
4.123
-18.476
-14.353
P2 Mens en maatschappij
Heffing vennootschapsbelasting
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Onvoorzien
0
-27
-27
0
-27
-27
0
-27
-27
0
-27
-27
95.108
-95.520
-412
94.476
-94.283
193
93.619
-94.484
-864
93.539
-94.446
-907
452
0
452
0
0
0
0
0
0
0
0
0
95.560
-95.520
39
94.476
-94.283
193
93.619
-94.484
-864
93.539
-94.446
-907
Saldo van baten en lasten Mutaties reserves Geraamde resultaat
Pagina 60 van 120
Paragrafen
Paragraaf Lokale heffingen 1. Inleiding In deze paragraaf wordt inzicht gegeven in de door de gemeente Wassenaar geheven gemeentelijke heffingen, het beleid rondom de lokale heffingen, een overzicht van de tarieven, een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid en de lokale lastendruk. 2. Algemene begripsbepalingen In deze paragraaf wordt verstaan onder: •
COELO: Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden
•
BSGR: Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland
•
Ozb: onroerendezaakbelasting
•
Algemene dienstverlening: burgerlijke stand, reisdocumenten, rijbewijzen, secretarieleges, bijzondere wetten
•
Secretarieleges: verstrekkingen uit de Basisregistratie Personen (BRP), bestuursstukken, vastgoedinformatie, overige publiekszaken, gemeentearchief
•
Bijzondere wetten: Huisvestingswet, Leegstandswet, Gemeentegarantie, Kansspelen, Kabels en leidingen, Verkeer en vervoer (ontheffing APV), diversen
•
APV-vergunningen: horeca, organiseren van evenementen of markten, prostitutiebedrijven, kamperen, marktstandplaatsen, Winkeltijdenwet, ventvergunning, standplaatsvergunning
•
De overhead die aan een heffing wordt toegerekend wordt via onderstaande formule berekend: Opslag taakveld = overhead x ((aantal aan heffing toegerekende uren)/(totaal aantal verdeelde uren exclusief uren taakveld overhead))
3. Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland (BSGR) De Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland (BSGR) verzorgt de uitvoering van een aantal belastingen voor de gemeente Wassenaar. Dit betekent dat de volledige heffing en invordering van deze belastingen, inclusief de waardering in het kader van de Wet WOZ, is overgedragen aan de BSGR. Het voorgaande geldt voor de volgende belastingen: de onroerendezaakbelasting (ozb), baatbelasting, riool- en waterzorgheffing, afvalstoffenheffing, hondenbelasting, toeristenbelasting, precariobelasting, ondernemersheffing en de BIZ (Bedrijven investeringszone)-bijdragen. 4. Overzicht geraamde baten gemeentelijke heffingen De totaal geraamde opbrengst gemeentelijke heffingen bedraagt in 2026 ruim € 29.169.000. In onderstaande tabel zijn de geraamde opbrengsten van de gemeentelijke heffingen voor 2025 en 2026 weergegeven. Pagina 61 van 120
Bij de heffingen (afvalstoffenheffing, riool- en waterzorgheffing, marktgelden, liggelden, begrafenisrechten en leges) mogen de geraamde baten niet hoger zijn dan de geraamde lasten. Bij de toe te rekenen kosten worden onder andere de kwijtschelding, de kosten van de BSGR en de kosten van toezicht meegenomen, maar de beleidsuren en uren van handhaving niet. Bij de belastingen (ozb, hondenbelasting, toeristenbelasting, baatbelasting, precariobelasting) geldt deze eis niet. De opbrengst van de belastingen komt in de algemene middelden van de gemeenten terecht. 5. Onroerendezaakbelasting (ozb) De ozb wordt berekend naar een percentage van de WOZ-waarde van woningen en niet-woningen. De BSGR bepaalt jaarlijks een nieuwe WOZ-waarde van de woning of niet-woning. Drie groepen krijgen een aanslag ozb, namelijk eigenaren van woningen, eigenaren van niet-woningen en gebruikers van niet-woningen. Voor iedere groep geldt een eigen ozb-tarief. Gebruikers van woningen, bijvoorbeeld huurders, krijgen geen aanslag ozb. De uitkomsten van de taxatie door de BSGR zijn voor de Begroting 2026 nog niet definitief. Daarom wordt gerekend met (geactualiseerde) waardegegevens van 2025 en de geschatte waardeontwikkeling van woningen en niet-woningen. De voorlopige verwachting is dat in de gemeente Wassenaar de gemiddelde WOZ-waarde stijgt bij woningen met 4,5% en bij niet-woningen met -0,1%.
Op 16 december 2025 worden op basis van de meest recente waardeontwikkeling van woningen en niet-woningen de ozb-tarieven 2026 vastgesteld door de gemeenteraad.
Pagina 62 van 120
De waardestijging van de woningen en niet-woningen leidt niet tot een hogere opbrengst ozb, omdat de waardestijging gecompenseerd wordt door een verlaging van de tarieven. De totale opbrengst van de ozb wordt geïndexeerd met het inflatiepercentage van 4,9% (en niet de tarieven). 6. Hondenbelasting De hondenbelasting wordt geheven voor het houden van een hond. De tarieven worden geïndexeerd met het inflatiepercentage van 4,9%.
7. Toeristenbelasting De toeristenbelasting wordt geheven van degene die gelegenheid biedt tot verblijf, maar het is uiteindelijk de gast van buiten de gemeente die de belasting betaalt. Degene die gelegenheid biedt tot verblijf mag de belasting namelijk doorberekenen aan zijn gasten. De tarieven worden geïndexeerd met het inflatiepercentage van 4,9%.
8. Baatbelasting Binnen een door de gemeenteraad vastgesteld gebied wordt een baatbelasting geheven ter zake van de in dat gebied gelegen onroerende zaak die gebaat is door voorzieningen die tot stand worden of zijn gebracht door om met medewerking van de gemeente. De in de verordeningen baatbelasting vastgestelde tarieven blijven gedurende de looptijd van de verordening ongewijzigd. 9. Precariobelasting De precariobelasting wordt geheven als vergoeding voor het gebruik van openbare grond. De precariobelasting wordt geheven van degene wie of ten behoeve van wie een om meer voorwerpen genoemd in de verordening en de daarbij horende tarieventabel, onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond worden aangetroffen.
Pagina 63 van 120
De tarieven worden geïndexeerd met het inflatiepercentage van 4,9%. Voor de tarieven wordt verwezen naar de vast te stellen tarieventabel bij de Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting Wassenaar 2026. Deze wordt in de gemeenteraad van 4 november 2025 vastgesteld. 10. Ondernemersheffing Binnen in een door de gemeenteraad vastgesteld gebied wordt een ondernemersheffing (ook wel reclamebelasting genoemd) geheven voor openbare aankondigingen die zichtbaar zijn vanaf de openbare weg. De ondernemersheffing wordt geheven van de gebruiker van een vestiging met een openbare aankondiging. De gemeente keert de opbrengst (verminderd met de perceptiekosten en oprichtingskosten) uit aan Stichting Centrummanagement Wassenaar. 11. Bedrijveninvesteringszones (BIZ-bijdragen) Een bedrijveninvesteringszone (BIZ) is een afgebakend gebied, waarbinnen ondernemers samen investeren in een aantrekkelijker en veiliger gebied (winkelgebied, bedrijfsomgeving). Voor de BIZ-bijdragen treedt de gemeente op als dienstverlener. De stichtingen of verenigingen zorgt voor de plannen en de uitvoering ervan. De bij aanvang van de BIZ opgestelde verordening geldt voor het hele BIZ-tijdvak (maximaal vijf jaar, deze periode kan steeds verlengd worden voor maximaal vijf jaar) en bevat de tarieven voor alle jaren. De gemeente Wassenaar kent de BIZ Maaldrift 2021 en de BIZ Centrum Wassenaar 2022.
Op dit moment wordt nagaan of er voldoende draagvlak is om de BIZ Maaldrift 2021 te verlengen. In 2026 wordt bekeken of er voldoende vraagvlak is om de BIZ Centrum Wassenaar 2022 te verlengen. 12. Afvalstoffenheffing De afvalstoffenheffing wordt van de gebruiker geheven om de kosten van het ophalen en verwerken van huishoudelijke afvalstoffen te verhalen. Uitgangspunt is 100% kostendekkende tarieven. In de tarieven is ook een tariefsverhoging van Avalex verwerkt.
Pagina 64 van 120
13. Riool- en waterzorgheffing De riool- en waterzorgheffing wordt geheven van de gebruiker. De hoogte van de riool- en waterzorgheffing wordt bepaald door het waterverbruik. De gegevens omtrent het waterverbruik worden door Dunea aan de BSGR geleverd. De BSGR verwerkt deze gegevens voor het kunnen opleggen van de aanslag riool- en waterstofheffing op basis van onderstaande tarieven. Onderstaande tarieven voor 2026 en de berekening kostendekkendheid zijn gebaseerd op de huidige stand van wet- en regelgeving. Uitgangspunt is 100% kostendekkende tarieven. Op dit moment wordt door de VNG, de Unie van Waterschappen en Vewin een onafhankelijk onderzoek uitgevoerd naar de vraag of de huidige regelgeving nog voldoet. Drinkwaterbedrijven betwijfelen of het Besluit gegevensverstrekking gemeentelijke belastingheffing en het Waterschapsbesluit een toereikende juridische grondslag bieden voor de gegevensverstrekking aan gemeenten en waterschappen. Zij maken zich zorgen over de privacy van hun klanten. De resultaten van het onderzoek worden eind september 2025 verwacht. In afwachting van de resultaten van dit onderzoek wordt de verordening riool- en waterzorgheffing 2026 voor de gemeente Wassenaar in december 2025 aan de gemeenteraad aangeboden. Afhankelijk van de resultaten van het onderzoek zal de heffingsgrondslag voor de riool- en waterzorgheffing mogelijk gewijzigd moeten worden.
Pagina 65 van 120
14. Marktgelden Marktgelden worden geheven voor het gebruiken van openbare grond c.q. het innemen van een standplaats op het marktterrein, gedurende de tijd dat het markt is. De opbrengst is afhankelijk van de daadwerkelijke bezetting van de weekmarkt. De tarieven worden geïndexeerd met het inflatiepercentage van 4,9%.
Pagina 66 van 120
15. Liggelden Liggelden worden geheven voor het met een vaartuig langer dan 12 uur achtereen innemen van een ligplaats in de openbare wateren. De tarieven worden geïndexeerd met het inflatiepercentage van 4,9%.
16. Begraafplaatsrechten Begraafplaatsrechten worden geheven voor het gebruik van de begraafplaats en het gebruik van de diensten die daarbij worden verleend. De gerealiseerde opbrengst is al een aantal jaar relatief stabiel en is hoofdzakelijk afhankelijk van het aantal begrafenissen. Uitgangspunt voor de tarieven is in het algemeen 100% kostendekkendheid. Gelet op het relatief geringe aantal begrafenissen en de structurele onderhoudslasten, is dit voor deze taak niet te realiseren zonder (grote)
Pagina 67 van 120
tariefsverhogingen en/of teruggang in het onderhoud. De tarieven worden daarom geïndexeerd met het inflatiepercentage van 4,9%. Voor de tarieven wordt verwezen naar de vast te stellen tarieventabel bij de Verordening op de heffing en invordering van rechten voor de algemene begraafplaats Persijnhof Wassenaar 2026. Deze wordt in de gemeenteraad van 16 december 2025 vastgesteld.
17. Leges Leges mogen maximaal 100% kostendekkend zijn. De tarieven worden geïndexeerd met het inflatiepercentage van 4.9%. Een aantal legestarieven is wettelijk gemaximeerd, zoals het tarief voor een paspoort en een rijbewijs. In die gevallen wordt het maximale tarief gehanteerd. Voor de tarieven wordt verwezen naar de vast te stellen tarieventabel bij de Verordening op de heffing en invordering van leges Wassenaar 2026. Deze wordt naar verwachting in de gemeenteraadsvergadering van 16 december 2025 vastgesteld. De tarieventabel behorende bij de Legesverordening bestaat uit drie hoofdstukken: Algemene dienstverlening, dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet en dienstverlening vallend onder de Europese dienstenrichtlijn (specifiek voor ondernemers). Op basis van de berekening van de kostendekkendheid is alleen binnen hoofdstuk 1 (Algemene dienstverlening) sprake van kruissubsidiëring. De leges voor huwelijkssluitingen zijn op begrotingsbasis meer dan kostendekkend. Dit is toegestaan zolang de kostendekkendheid van het totaal van de binnen deze titel geheven leges niet meer dan 100% kostendekkend is. Afhankelijk van het soort en aantal aanvragen omgevingsvergunning kunnen de legesopbrengsten fluctueren. Eventuele meer- of minderopbrengsten worden glad getrokken via de bestemmingsreserve egalisatie omgevingsvergunningen.
Pagina 68 van 120
18. Overzicht lokale lastendruk Bij de lokale lastendruk nemen we de ozb, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing mee in de berekening. Bij de afvalstoffenheffing is uitgegaan van een meerpersoonshuishouden met containers van 120, 140 of 240 liter. Voor de rioolheffing is uitgegaan van een meerpersoonshuishouden met een waterverbruik van maximaal 250 m³ per jaar. De woonlasten voor 2026 zijn nog niet bekend.
Pagina 69 van 120
Om een beeld te krijgen van de gemeentelijke woonlasten van de burgers van de gemeente Wassenaar is een vergelijking gemaakt met die van regionale gemeenten aangevuld met die van de gemeente Bloemendaal. De vergelijking is gebaseerd op het jaar 2025. De bron van onderstaande gegevens betreft de COELO Atlas van de lokale lasten 2025. Voor de berekening van de woonlasten is door COELO uitgegaan van de gemiddelde WOZ-waarde van een koopwoning in de betreffende gemeente, een tweepersoonshuishouden met een gemiddelde hoeveelheid afval en bij de rioolheffing, indien het tarief bepaald wordt door het waterverbruik, een gemiddeld waterverbruik. In de woonlasten zijn de afvalstoffenheffing, riool- en waterzorgheffing en de ozb meegenomen. Gezien de andere uitgangspunten van COELO voor de gemiddelde WOZ-waarde en daarmee de ozb, wijken de woonlasten in tabel 13 iets af van die in tabel 12. Op 16 december 2025 worden op basis van de meest recente waardeontwikkeling van woningen en nietwoningen de ozb-tarieven 2026 vastgesteld door de gemeenteraad.
19. Kwijtscheldingsbeleid Het kwijtscheldingsbeleid bepaalt voor welke belastingen kwijtschelding mogelijk is en onder welke voorwaarden. Inwoners met een inkomen tot ongeveer bijstandsniveau en zonder vermogen kunnen voor kwijtschelding in aanmerking komen. Dit geldt ook voor kleine zelfstandigen voor hun privé-belastingschulden. Alleen op enkele kleine onderdelen kan (binnen wettelijke grenzen) afgeweken worden van de landelijke regeling. In Wassenaar is kwijtschelding mogelijk voor de ozb, de afvalstoffenheffing, de rioolheffing en de hondenbelasting (alleen eerste hond). Voor de overige heffingen is geen kwijtschelding mogelijk.
Pagina 70 van 120
De kwijtscheldingsnorm in Wassenaar is bepaald op de maximaal door het Rijk toegestane 100% van de bijstandsnorm. Dat wil zeggen dat iemand met een inkomen op bijstandsniveau bijna altijd in aanmerking komt voor kwijtschelding, tenzij er sprake is van vermogen (spaargeld of eigen woning). De kwijtschelding wordt uitgevoerd door de BSGR. De bedragen aan kwijtschelding voor afvalstoffenheffing en rioolheffing worden als kosten meegenomen bij het bepalen van de tarieven.
Pagina 71 van 120
Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing wordt inzicht gegeven in de omvang, de dekking en de beheersing van de risico’s waarmee de gemeente geconfronteerd kan worden. Wat is het weerstandsvermogen? Weerstandsvermogen is de relatie tussen de weerstandscapaciteit (de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten, die zich onverwacht kunnen voordoen en die van substantiële aard zijn, te dekken) en alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Het weerstandsvermogen wordt uitgedrukt in een ratio weerstandsvermogen en afgezet tegen de algemeen geldende weerstandsnorm. Beleid Risicomanagement en Weerstandsvermogen In 2023 is de Nota Risicomanagement en weerstandsvermogen geactualiseerd en aan de gemeenteraad van Wassenaar voorgelegd. Deze nota formuleert de kaders voor risicomanagement. Centraal in deze nota staat dat van een gemeente verwacht wordt dat zij voorbereid en weerbaar is op eventuele risico's. Mocht een risico zich, ondanks de genomen maatregelen toch voordoen, dat moet de gemeente in staat zijn om de financiële gevolgen op te vangen. Wat zijn risico’s? Risico’s zijn mogelijke gebeurtenissen die een nadelige invloed hebben op het bereiken van de beleidsdoelstellingen.
Belangrijk is om mogelijke gebeurtenissen met een negatief gevolg voor de organisatie te onderkennen en er passende beheersmaatregelen op te nemen. Actualisatie risico’s Tweemaal per jaar, bij de begroting en de jaarrekening, worden het weerstandsvermogen en de risico’s geactualiseerd. De financiële risico’s voor de gemeente zijn verder toegenomen sinds het opmaken van het laatste risicobeeld in de jaarrekening 2024. Het totaal aan risico’s is toegenomen met € 359.000. (€ 4.996.000 in deze begroting t.o.v. € 4.637.000 bij de jaarrekening van 2024). Ten opzichte van de risicoparagraaf van de jaarrekening 2024 zijn de risico’s toegenomen. Het risico op de inflatie over inkopen buiten het sociaal domein en het risico op het BUIG-budget stijgen. Een procentuele afwijking van de begroting heeft door de stijging van deze begrotingsposten meer financiële impact.
Pagina 72 van 120
Bij het wegen van de kans op een risico wordt sinds begroting 2024 uitgegaan van de volgende percentages. Tabel 8.1 Kans klassen
Klasse
Kwalitatief
Eens in
Percentage
de … jaar 6
bijna zeker
70%
5
regelmatig
2 jaar
50%
4
waarschijnlijk
3 à 4 jaar
25%
3
Mogelijk
5 jaar
10%
2
nauwelijks
10 jaar
5%
1
heel zelden
25 jaar
1%
Tabel 8.2 Actuele stand van de risico's en de kans op voordoen
Risico
Beschrijving risico en
Maatregel
gevolgen
Jeugdzorg
De jeugdzorg is een
Door te investeren in
Openeinderegeling
openeinderegeling,
innovatie, preventie en het
waardoor overschrijding
versterken van de toegang
van de budgetten door
beoogt de gemeente om de
groei van de doelgroep,
kosten voor jeugdzorg te
stijging van de zorgkosten
beheersen. Daarnaast volgt
en de toenemende vraag
de gemeente de
naar complexe zorg dreigt.
ontwikkeling van de
Daarnaast zijn er na-
uitgaven op de voet en
ijleffecten van de Corona
wordt de gemeenteraad
pandemie op de
indien nodig voorgesteld
ontwikkeling en welzijn van
om de budgetten aan te
jongeren, met name
passen.
Bedrag
Kans
Bedrag
impact
op
(x
voor
€1.000)
doen
x kans
1.000
70%
700
meisjes. Daarnaast is in 2022 het woonplaatbeginsel gewijzigd. Niet alle gemeenten zijn erin geslaagd dit tijdig te verwerken. De kans bestaat dat de gemeente nog declaraties over oude boekjaren van andere gemeenten zal ontvangen.
Pagina 73 van 120
Inflatie buiten
Door mondiale en nationale
Mondiale spanningen, zoals
Jeugd/Wmo en
ontwikkelingen kunnen de
de oorlogen in Oekraïne en
Gemeenschappelij
inflatiecijfers veel hoger
in Gaza en de huidige
ke regelingen
uitvallen dan waarmee in
“handelsoorlog” hebben
de begroting rekening is
consequenties voor de
gehouden. De compensatie
inflatie.
760
70%
532
750
70%
525
van leveranciers voor inflatie is doorgaans
Welke gevolgen dit zal
contractueel vastgelegd. De
hebben laat zich moeilijk
compensatie van
voorspellen. De kans dat
prijsontwikkelingen via het
dit risico zich zal voordoen
gemeentefonds volgt
wordt door de steeds
tegenwoordig de stijging
toenemende spanningen
van het BBP, die doorgaans
als hoog geschat.
lager is dan de feitelijke loon- en prijsontwikkeling. In 2024 werd in totaal aan inkopen buiten jeugd, Wmo en gemeenschappelijke regelingen € 35 miljoen besteed. Voor het jaar 2026 worden deze uitgaven geschat op ca. € 38 miljoen. Een risico van 2% resulteert in een nadeel van € 760.000. Wmo
De Wmo is een
Het kabinet heeft besloten
Openeinderegeling
openeinderegeling waarbij
om voor alle Wmo-
het aantal cliënten als
voorzieningen een
gevolg van het invoeren
inkomensafhankelijke eigen
van het abonnementstarief
bijdrage in te voeren. De
vanaf 2019 en door
invoering, oorspronkelijk
vergrijzing stijgt. Het risico
gepland voor 2026, is
betreft met name de
uitgesteld tot 1 januari
ontwikkeling van het
2027. Dit zal waarschijnlijk
cliëntenbestand van de
leiden tot een afname van
huishoudelijke
de vraag naar Wmo-
ondersteuning en of de
voorzieningen. De
gemeenten voldoende
gemeente investeert in
gecompenseerd worden
preventie en
door het rijk voor de cao-
kostenbesparende
ontwikkeling in de
maatregelen om de kosten
Pagina 74 van 120
Welzijnssector.
te beheersen en volgt de uitgaven nauwlettend. Indien nodig, worden budgetaanpassingen aan de gemeenteraad voorgesteld.
Beroep op
De economische
De gemeente zet in op
uitkeringen
ontwikkelingen zijn
uitstroombeleid met een
inkomens-
doorlopend in beweging.
arbeidsmarktoffensief,
voorzieningen
Hierdoor kan het beroep op
jeugdwerkgelegenheidsplan
gemeenten (BUIG)
de uitkeringsregelingen snel
en reguliere participatie-
Openeinderegeling
toenemen en het
middelen, waardoor aan de
beschikbare
voorwaarde van de
uitkeringsbudget (BUIG-
vangnetuitkering wordt
budget) te kort schieten.
voldaan.
Met de vangnetregeling is
Vanwege een stabiel
het eigen risico van de
uitkeringsbestand, de hoge
gemeente gemaximeerd op
mate van vergrijzing en de
10% van het beschikbare
samenstelling van de
uitkeringsbudget (BUIG
beroepsbevolking in
budget). Om voor een
Wassenaar worden grote
vangnetuitkering in
veranderingen in het
aanmerking te komen dient
uitkeringsbestand niet
wel aan alle voorwaarden te
verwacht. Om die reden is
worden voldaan. Het risico
de kans dat dit risico zich
bestaat dat hier niet aan
zal voordoen ten opzichte
wordt voldaan. Het
van de laatste actualisatie
maximale risico bedraagt
afgeschaald van 75% naar
10% van het beschikbare
25%.
700
25%
175
500
50%
250
BUIG budget van 2026 ca. € 7,0 miljoen. Invoering
Door de invoering van de
De invoering van de
Omgevingswet
Omgevingswet per 1
Omgevingswet is zo goed
januari 2024 is het proces
mogelijk voorbereid. De
van vergunningverlening
organisatie werkt er hard
door meer regelgeving
aan om te werken conform
ingewikkelder geworden.
de nieuwe Omgevingswet.
Het is een ingrijpende
Echter de ervaring in 2024
wetswijziging die naar
en de eerste periode van
verwachting in de
2025 tonen aan dat
beginperiode gepaard gaat
processen minder soepel
Pagina 75 van 120
met meer benodigde inzet
verlopen en dat het halen
en inhuur dan voorzien.
van termijnen onder druk
Daarnaast zorgt de
staat.
implementatie voor organisatorische
Op dit moment is er geen
veranderingen. De
aanleiding om de
invoering van de
gemeenteraad voor te
omgevingswet heeft ook
stellen om bij te sturen.
impact op de legesontvangsten. De complexere regelgeving maakt dat bouwprojecten langere doorlooptijden kennen en daarmee het de ramingen van verwachte inkomsten uit bouwleges onzekerder. Projecten
Komende jaren gaat de
In de ramingen van de
gemeente een aantal grote
projectuitgaven is rekening
projecten uitvoeren. Hierbij
gehouden met onvoorziene
kan gedacht aan de
kosten. Voor de beheersing
renovatie van de Warenar,
van deze projecten is begin
een nieuwe gemeentewerf,
2025 een projectcontroller
de renovatie van de
aangesteld. Door de
binnenkant van Raadhuis
projecten voortdurend te
De Paauw, en de uitvoering
monitoren en project
van de Strandvisie. Het
gerelateerde risico’s tijdig
risico bestaat dat de
de onderkennen en daarop
gemeente in de uitvoering
te sturen wordt gestuurd
van deze projecten
op een betere beheersing
geconfronteerd wordt met
van projecten. Door middel
onvoorziene kosten en
van projectevaluaties wordt
lagere baten van derden.
ernaar gestreefd te leren
1.500
50%
750
van ervaringen bij andere projecten. Daar waar nodig zal de gemeenteraad tijdig in de gelegenheid worden gesteld om bij te sturen op de inhoud of het projectbudget.
Pagina 76 van 120
Informatie-
Informatieveiligheid is een
De gemeente investeert
veiligheid
van de grootste risico’s
jaarlijks om te borgen dat
welke de gemeente loopt.
zij aan de vereiste
Bijvoorbeeld het risico op
beveiligingsrichtlijnen
hacken, waardoor derden
voldoet. Zo neemt de
onbevoegd toegang krijgen
gemeente bijvoorbeeld
tot het netwerk, applicaties
maatregelen om in de basis
of informatie, of het risico
van de
op een ransomware aanval,
cyberbeveiligingswet
welke software is
(NIS2-richtlijn) te voorzien,
ontworpen is om de
welke richtlijn naar
toegang te krijgen tot het
verwachting in de eerste
netwerk, met het doel om
helft van 2025 ingaat.
deze te blokkeren totdat er
Voor het jaar 2026 zijn
een geldbedrag is betaald.
hiervoor ook extra
Maar ook het risico op
middelen op de begroting
ongeautoriseerd gebruik
gebracht.
maken of bewerken van
Daarnaast worden interne
informatie, zonder dat er
en externe audits
sprake is van kwade opzet,
uitgevoerd, waarin
moet op grond van
verantwoording wordt
wetgeving en integriteit van
afgelegd aan
informatie ten alle tijde
toezichthouders.
worden uitgesloten.
De uitkomsten van de
2.500
25%
625
4.250
10%
425
zelfevaluaties en audits geven input voor het jaarlijkse informatiebeveiligingsplan. Gemeentefonds
Gemeenten zijn voor het
De gemeente Wassenaar
belangrijkste deel van hun
actualiseert tenminste 3
inkomsten afhankelijk van
maal per jaar na het
het gemeentefonds.
verschijnen van iedere circulaire de ramingen voor
het Rijk heeft de nieuwe
de inkomsten uit het
financieringssystematiek
gemeentefonds. Daarbij
met de Meicirculaire 2024
wordt gebruik gemaakt van
vervroegd ingevoerd. In de
alle actuele informatie
nieuwe financierings-
t.a.v. de maatstaven.
systematiek is het accres
Ook de toekomstige
gekoppeld aan de
ontwikkelingen van het
ontwikkeling van het bruto
gemeentefonds worden
binnenlands product (bbp).
nauwlettend gevolgd. Het
Pagina 77 van 120
Door deze systeemwijziging
Rijk is de gemeenten
wordt het Gemeentefonds
tegemoet gekomen door in
volatieler. Daarnaast
de meicirculaire de
bestaat het risico dat
gemeenten extra te
Rijksbezuinigingen
compenseren. Hierdoor is
doorwerken in het
het ravijnjaar nu
Gemeentefonds.
verschoven van 2026 naar 2028. Er wordt niet
In 2023 is het huidige
verwacht dat het
verdeelmodel in werking
demissionair kabinet nog
getreden. In 2026 zal het
zal zorgen voor een
verdeelmodel worden
structurele oplossing van
geëvalueerd en worden
de tekorten bij de
bepaald of aanpassingen in
gemeenten vanaf 2028.
het model worden
Ook van een nieuw kabinet
doorgevoerd. Wijzigingen in
mag, gezien opgave flink te
het verdeelmodel leiden tot
investeren in defensie en
herverdeeleffecten en voor-
de huidige economische
en nadeelgemeenten.
vooruitzichten weinig
Door beide ontwikkelingen
worden verwacht.
neemt het risico op
De gemeenteraad wordt
onverwachte mee- of
periodiek door het college
tegenvallers toe.
geïnformeerd met een raadsinformatiebrief. Dit stelt het college en de gemeenteraad in staat direct te anticiperen op actuele ontwikkelingen van de inkomsten uit het gemeentefonds.
Gemeenschap-
Elke deelnemer aan een
Op grond van de Wet
pelijke regelingen
Gemeenschappelijke
gemeenschappelijke
(GR'en)
Regeling is in principe voor
regelingen dienen de
zijn aandeel
begroting, het jaarverslag
verantwoordelijk voor
en de jaarrekening van de
mogelijke tekorten binnen
gemeenschappelijke
de betreffende GR. Doordat
regeling te voldoen aan
elke deelnemer voor zijn
krachtens algemene
aandeel verantwoordelijk is
maatregel van bestuur te
voor de mogelijke tekorten
stellen regels. Via het
binnen de betreffende
bestuur van de
gemeenschappelijke
gemeenschappelijke
3.283
10%
328
Pagina 78 van 120
regeling loopt de gemeente
regeling kan de gemeente
risico tot het bedrag van
aandacht vragen voor
zijn aandeel.
financiële tekorten en hierop sturen. Jaarlijks wordt vanuit de gemeenten uit regio Haaglanden een kaderbrief opgesteld met daarin de financiële kaders voor de op te stellen begrotingen. In de kaderbrief voor 2026 is aangestuurd op bezuinigingen bij de Gr-en. De gemeenteraad brengt jaarlijks een zienswijze uit op de ontwerpbegrotingen van de gemeenschappelijke regelingen.
Garantstellingen
De gemeente loopt als een
Bij de afgifte van garanties
garantieverstrekker een
door de gemeente wordt er
risico als een
gekeken naar de
garantienemer niet aan zijn
kredietwaardigheid van de
betalingsverplichtingen kan
partijen. Daarnaast wordt
voldoen en de
jaarlijks bijgehouden of de
geldverstrekker een beroep
garantienemer zijn
doet op de door de
leningen aflost en welk deel
gemeente afgegeven
van de garantie daarna nog
garantie. De gemeente
open staat. De financiële
heeft in het verleden
omvang van het totaal aan
garanties gegeven aan o.a.
afgegeven garanties in
woningbouwcorporaties
deze begroting is gelijk aan
maar bijvoorbeeld ook aan
de stand bij de
de GR Avalex. Met de
jaarrekening van 2024. Bij
garanties van de
de jaarrekening van 2025
deelnemende gemeenten
zal deze opnieuw worden
kon Avalex zich inkopen als
geactualiseerd.
232.494
0,1%
232
*)
aandeelhouder in HVC. Overige risico's Totaal
454 4.996
*) Voor garantstellingen is een aangepast (lager) kans percentage gebruikt
Pagina 79 van 120
Ratio Weerstandsvermogen Die ratio geeft de verhouding weer tussen de financieel gekwantificeerde risico’s en de daarbij horende benodigde weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De relatie tussen beide componenten is in onderstaand figuur weergegeven.
Ratio weerstandsvermogen =
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit
=
€
48.073.878
€
4.996.000
= 9.6
De berekende ratio van 9,6 valt in categorie A en staat voor een uitstekend weerstandsvermogen. Hierbij wordt de normeringssystematiek voor weerstandsvermogen gehanteerd, die ontwikkeld is door het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement (Naris) in samenwerking met de Universiteit Twente. Hieruit is de volgende waarderingstabel ratio weerstandsvermogen opgesteld. Tabel 8.3 Kwalificatie ratio weerstandsvermogen
Waarderingscijfer
Ratio weerstandsvermogen
Betekenis
A
2,0 < x
Uitstekend
B
1,4 < x < 2,0
Ruim voldoende
C
1,0 < x< 1,4
Voldoende
D
0,8 < x < 1,0
Matig
E
0,6 < x < 0,8
Onvoldoende
F
x < 0,6
Ruim onvoldoende
De gemeenteraad heeft besloten om minimaal een ratio van 2,0 te hanteren. De in deze begroting gepresenteerde ratio valt hier ruim boven. Kengetallen Per 2015 is het Besluit Begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) gewijzigd. In de begroting en jaarrekening dient een zestal kengetallen opgenomen te worden. De kengetallen maken het de leden van de provinciale staten en de gemeenteraad gemakkelijker om inzicht te krijgen in de financiële positie van hun provincie of gemeente. Deze kengetallen worden beoordeeld a.d.h.v. de VNG-normen (bron: Financiële houdbaarheidstest 2025 VNG). Eerst wordt de samenvatting van de kengetallen weergegeven gevolgd door een toelichting. Bij het samenstellen van de tabel zijn voor de kengetallen de volgende bronnen gebruikt: •
2024: op basis van de Jaarrekening 2024
•
2025: op basis van de (primaire) Begroting 2025
•
2026-2029: volgens het Prognose model gemeenten (PMG), met inachtneming van de lening behoefte zoals opgenomen in de Begroting 2025 en Kadernota 2026.
Pagina 80 van 120
Tabel 8.4 Kengetallen gemeente Wassenaar
1a. Netto schuldquote 1b.Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen
VNG normen (%)
Kengetallen gemeente Wassenaar (in %)
Gezond Neutraal Risicovol < 90 90-130 >130
JR2024 B2025 B2026 B2027 B2028 B2029 -10 -1,3 -0,5 2,4 6,2 9,9
< 90
90-130
>130
-16
-6,7
-3,4
-0,5
3,3
7
2.Solvabiliteitsratio 3. Grondexploitatie 4. Structurele exploitatieruimte
>40 <20
20-40 20-35
<20 >35
64 n.v.t
62,1 n.v.t
60 n.v.t
58,1 n.v.t
54,8 n.v.t
52,9 n.v.t
0 <0
-2,7
0
0,1
0,2
-0,9
-1
5. Belastingcapaciteit
<95
164
181,6
183,5
183,5
183,5
183,5
>0 95-105
>105
In onderstaande grafische weergaven van de kengetallen zijn de waarden (in %) afgerond.
Het kengetal ‘netto-schuldquote’ vergelijkt de leningen van de gemeente (met aftrek van de geldelijke bezittingen) met de totale baten van begroting en jaarverslag. Hiermee geeft deze indicator inzicht in de mate Pagina 81 van 120
waarin de begroting 'vastligt' voor rente en aflossing. De bovenstaande tabel presenteert hiernaast ook de schuldquote gecorrigeerd voor de leningen die de gemeente heeft uitstaan (deze middelen vloeien immers op termijn terug, bijv. SVN-startersleningen, ambtenarenhypotheken en de lening aan Alliander). Op beide indicatoren scoort de gemeente Wassenaar met een waarde onder nul, dat betekent dar er per saldo geen sprake van een schuld is maar van bezit, hetgeen uiteraard meer dan 'voldoende' scoort en als zeer positief wordt beoordeeld. Wanneer er vanaf 2026 leningen zullen worden aangetrokken, dan zal dit percentage gaan stijgen. In de raadsinformatiebrief 062 Behoud van unieke kwaliteiten (d.d. 27 juni 2025) is hiervoor een aantal scenario’s geschetst m.b.t. de gevolgen van lenen voor de kengetallen van de gemeente Wassenaar, en dan met name de netto schuldquote en de solvabiliteitsratio. Vanaf 2025 is er in de Begroting 2025 en Kadernota 2026 al rekening gehouden met rentelasten vanwege het aantrekken van leningen .
Tabel 8.4 Overzicht begrote leningen en rentelasten
Begrotingsjaar Bron
2026
2027
2028
2029
Begroting 2025 Kadernota 2026 Kadernota 2026 Kadernota 2026
Leningbedrag
5.000.000
10.000.000
15.000.000
15.000.000
Rentelasten
150.000
300.000
450.000
450.000
Het kengetal ‘solvabiliteit’ geeft de mate aan waarin de gemeentelijke bezittingen (balanstotaal) is gefinancierd uit eigen middelen (eigen vermogen). Wassenaar scoort met 62% volgens de VNG-normen meer dan 'voldoende'.
3. Grondexploitatie Het kengetal 'grondexploitatie' geeft aan hoe groot de investeringen in grondposities (boekwaarde) zijn ten opzichte van de jaarlijkse baten. Omdat Wassenaar geen grondexploitaties kent is deze indicator niet relevant.
Pagina 82 van 120
Het kengetal 'structurele exploitatieruimte' geeft aan hoe de structurele vrije ruimte (structurele baten minus structurele lasten) zich verhoudt tot de totale begrotingsbaten. Dit laat zien in hoeverre de gemeente in staat is om structurele tegenvallers op te vangen.
Het kengetal 'belastingcapaciteit' geeft aan hoe de woonlasten (onroerendezaakbelasting (ozb), afvalstoffenheffing en rioolheffing) zich verhouden tot het gewogen landelijk gemiddelde (bron: COELO, Atlas lokale lasten). Hoge woonlasten ten opzichte van het landelijk gemiddelde drukken uit in hoeverre de gemeente al de eigen inkomsten aanspreekt en dus ook beperkt is in het verkrijgen van extra inkomsten. De woonlasten in Wassenaar liggen hoger dan het landelijk gemiddelde. De reden hiervoor ligt in de hoge gemiddelde WOZ-waarde van de Wassenaarse woningen Conclusie voor de financiële positie De ontwikkeling van de kengetallen geeft aan dat Wassenaar een uitstekende vermogenspositie heeft, en geen risico loopt op (niet ingenomen) grondposities. Daar tegenover wordt geconcludeerd dat de lastendruk landelijk vergeleken hoog is en de structurele exploitatieruimte rond 0 schommelt en in 2028 en 2029 negatief is. De schuldquote en solvabiliteit zullen de komende jaren iets dalen als gevolg van het aantrekken van leningen.
Pagina 83 van 120
Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen In de openbare ruimte van onze gemeente vinden allerlei activiteiten plaats, zoals wonen, werken en recreëren. Onze kapitaalgoederen faciliteren deze activiteiten. Te denken valt aan wegen, bruggen, lantarenpalen, bomen, speelplaatsen, watergangen, sportvelden, het rioolstelsel en gemeentelijke gebouwen. De gemeente heeft de taak deze kapitaalgoederen te onderhouden. De kwaliteit en het onderhoud van deze kapitaalgoederen is bepalend voor de (jaarlijkse) lasten. Voor het beheer wordt gewerkt met beheerplannen. Het doel van deze beheerplannen is het adequaat en op het gewenst niveau onderhouden én in stand houden van alle kapitaalgoederen. In Wassenaar is ervoor gekozen de meeste kapitaalgoederen te onderhouden op niveau B. Dit betekent dat het onderhoud zich richt op het in een redelijke staat en veilig houden van de objecten zonder al te veel nadruk op comfort en uitstraling. De financiële gevolgen voortkomend uit de beheerplannen worden verwerkt in de begroting. Op basis van het in 2023 vastgestelde Beleidsplan Openbare Ruimte 2024-2028 is begin 2025 het Uitvoeringsprogramma Openbare Ruimte 2024-2028 vastgesteld. Dit is het integrale beheerplan voor de onderdelen wegen, bruggen, wegmeubilair, openbare verlichting, verkeersregelingsinstallaties (VRI’s), groen, water en speeltoestellen.
Voor het onderdeel riolering is in 2024 het integraal Waterketenplan 2024 vastgesteld. Begin 2026 zal een nieuw Beheerplan Vastgoed worden aangeboden. De huidige beheerplannen worden in onderstaand overzicht weergegeven. In deze beheerplannen zijn ook de areaalgegevens opgenomen voor de verschillende kapitaalgoederen. Tabel 9.1 Overzicht beleids/beheerplannen
Beleidskader
Beleids-of beheerplan
Looptijd
Onderhoudsniveau
Wegen
Beleidsplan/Uitvoeringsprogramma
2024-2028
B-niveau
2024-2028
B-niveau
2024-2028
B-niveau
2024-2028
B-niveau
2024-2028
B-niveau
2024-2028
B-niveau
2024-2028
B-niveau
2024-2028
B-niveau
Openbare Ruimte Bruggen
Beleidsplan/Uitvoeringsprogramma Openbare Ruimte
Wegmeubilair
Beleidsplan/Uitvoeringsprogramma Openbare Ruimte
Openbare verlichting
Beleidsplan/Uitvoeringsprogramma
(OVL)
Openbare Ruimte
Verkeersregelings-
Beleidsplan/Uitvoeringsprogramma
installaties (VRI’s)
Openbare Ruimte
Groen
Beleidsplan/Uitvoeringsprogramma Openbare Ruimte
Speeltoestellen
Beleidsplan/Uitvoeringsprogramma Openbare Ruimte
Water
Beleidsplan/Uitvoeringsprogramma Openbare Ruimte
Riolering
Integraal Waterketenplan (iWKP)
2024-2028
Niet van toepassing
Vastgoed
Beheerplan Vastgoed
2021-2024
Sober en doelmatig
Pagina 84 van 120
Wegen Het onderhoud van wegen binnen de gemeente Wassenaar volgt een gedetailleerde en planmatige aanpak. De aanpak van wegonderhoud is integraal, waarbij onderhoudswerkzaamheden in de openbare ruimte worden gecombineerd met andere disciplines zoals riolering, ondergrondse infrastructuur, openbare verlichting, en groenvoorzieningen. Voor 2026 staat onder andere groot onderhoud gepland voor de ventweg Rijksstraatweg-west en de Groot Haesebroekseweg. Voor de Prinsenweg, de Groen van Prinstererlaan en het 2e deel van de Burmanlaan staat vervanging van de wegverharding gepland. Bruggen Het onderhoud van civieltechnische kunstwerken zoals bruggen is essentieel voor hun functionaliteit, veiligheid, en esthetische waarde. Wanneer kunstwerken het minimale kwaliteitsniveau (basisniveau, conditiescore 3) onderschrijden, worden onderhoudsmaatregelen gepland. Deze omvatten taken zoals schoonmaken, vastzetten van losse onderdelen, vervangen van leuningen of dekplanken, en conserveren van staalwerk. De bruggen bij de Oostdorperweg en de Dirk de Raetlaan zullen in 2026 worden vervangen. Wegmeubilair Het wegmeubilair, zoals afvalbakken, verkeersborden en speeltoestellen, is over het algemeen in goede staat. De meeste elementen zijn functioneel, goed gepositioneerd en vertonen weinig tot geen schade of slijtage.
Dit zorgt ervoor dat het wegmeubilair vaak een hoge beoordeling van niveau A krijgt. Er zijn echter enkele gevallen van lichte roestvorming en verwering, wat duidt op een beperkte onderhoudsbehoefte. Openbare verlichting (OVL) Voor wat betreft de openbare verlichting wordt de komende jaren bijna volledig overgestapt op ledverlichting. Per 1 januari 2025 was 27% van alle armaturen uitgevoerd in een energiezuinige led-variant. In de jaren 2025-2029 zal gefaseerd het grootste deel van de overige armaturen worden vervangen door duurzame ledverlichting. Door de overstap naar volledig dimbare ledverlichting zal een significante reductie in energieverbruik (ruim 50%) worden gerealiseerd. Verkeersregelingsinstallaties (VRI’s) De kwaliteit van het areaal verkeersregelinstallaties wordt grotendeels bepaald door de mate waarin planmatig onderhoud en vervanging tijdig worden uitgevoerd. Op basis van de onderhoudsgeschiedenis en de geplande vervangingsopgave wordt de technische staat als goed beoordeeld. Groen In Wassenaar wordt het onderhoud van groen en bomen serieus genomen, met een focus op frequentie en beeldkwaliteit om de gezondheid en veiligheid van de bomen te waarborgen. Het onderhoud van het groenareaal wordt grotendeels uitgevoerd door de eigen eenheid Onderhoud Openbare Ruimte.
De onderhoudsploegen van de gemeente, onderdeel van team Onderhoud & Groen (team O&G), voeren regelmatig onderhoudsrondes uit.
Pagina 85 van 120
Speeltoestellen Het onderhoud van speelvoorzieningen richt zich op veiligheid en duurzaamheid. De technische levensduur van elementen zoals speeltoestellen geeft een indicatie voor vervanging, maar de daadwerkelijke vervanging hangt af van de technische staat en veiligheid. Regelmatige inspecties bepalen wanneer onderhoud of vervanging nodig is. Hoewel speelvoorzieningen niet altijd in perfecte staat zijn, zorgt het onderhoud ervoor dat ze veilig blijven en voldoen aan de veiligheidsnormen. Water Dit betreft watergangen en waterbouwkundige kunstwerk zoals duikers, duikerbruggen, damwanden, kademuren, stuwen en steigers. De zorg voor het oppervlaktewater en de goede staat van de waterbouwkundige kunstwerken vormt een complex besturingsvraagstuk. Het streven is om de zorgtaken zodanig in te vullen dat de gestelde doelen op een efficiënte manier worden bereikt. Op basis van deze inspecties wordt een planning gemaakt voor het onderhoud en vervangen van diverse waterbouwkundige kunstwerken en het periodiek baggeren van de watergangen en maaien van de slootkanten. Voor 2026 staat onder andere de vervanging van diverse beschoeiingen en het baggeren van watergangen gepland. Riolering Het onderhoud en beheer van riolering is een wettelijke taak. De gemeente heeft een zorgplicht voor een doelmatige inzameling en transport van het afvalwater binnen haar grondgebied.
Ook het verminderen van vervuiling van het oppervlaktewater, bodem en grondwater en voorkomen van wateroverlast door zowel hemelwater als grondwater behoort tot deze zorgplicht. De kaders waarbinnen het beheer en onderhoud van riolerings- en waterbeheerwerken voor de gemeente komen uit het regionale Integraal Waterketenplan (iWKp) 2024-2028 . Dit geactualiseerde plan is in maart 2024 door de gemeenteraad vastgesteld. Voor 2026 staat de vervanging van de riolering onder de Prinsenweg gepland. Dit zal worden gecombineerd met de vervanging van de bovenliggende wegverharding. Vastgoed Het gemeentelijk vastgoed bestaat uit een kernportefeuille en een strategische portefeuille. De kernportefeuille bestaat uit het vastgoed met een maatschappelijke functie en het vastgoed voor de huisvesting van de gemeentelijke organisatie. De strategische portefeuille bestaat uit het gemeentelijk vastgoed zonder een maatschappelijke functie. Hiervoor is in principe het beleid dat deze objecten worden verkocht. Voor de komende jaren is nog geen beheerplan vastgesteld. Het Beheerplan Vastgoed 2021-2024 is dus nu nog van toepassing. Het nieuwe Beheerplan Vastgoed zal naar verwachting begin 2026 worden opgeleverd.
Pagina 86 van 120
Tabel 9.2 Overzicht onderhoudslasten kapitaalgoederen
2026
2027
2028
2029
Wegen
1.541.799
1.541.799
1.541.799
1.541.799
Bruggen
138.386
138.386
138.386
138.386
Wegmeubilair
115.052
115.052
115.052
115.052
OVL
543.527
543.527
543.527
543.527
VRI
96.111
96.111
96.111
96.111
Groen
1.926.111
1.926.111
1.926.111
1.926.111
Water
373.253
373.253
373.253
373.253
Spelen
177.593
177.593
177.593
177.593
Riolering
1.470.379
1.470.379
1.470.379
1.470.379
Vastgoed
2.904.689
2.704.689
2.704.689
2.579.689
Totaal
9.286.900
9.086.900
9.086.900
8.961.900
Tabel 9.3 Overzicht kapitaallasten kapitaalgoederen
2026
2027
2028
2029
Wegen
203.846
637.729
653.040
669.707
Bruggen
47.362
40.612
122.107
122.107
Wegmeubilair
11.000
11.000
7.333
7.333
OVL
69.691
81.558
57.830
57.830
VRI
45.903
68.408
66.723
66.723
Water
82.639
86.639
123.560
123.560
Riolering
157.134
157.134
161.134
161.134
Vastgoed
786.415
1.111.001
1.053.383
1.067.783
1.403.990
2.194.081
2.245.110
2.276.177
Totaal
Pagina 87 van 120
Paragraaf Financiering Inleiding De Paragraaf Financiering bevat de beleidsvoornemens t.a.v. het risicobeheer van de financieringsportefeuille en geeft inzicht in de rentelasten, het renteresultaat, de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend, en de financieringsbehoefte (Bron: Richtlijnen BBV artikel 13, 20 t/m 23). Bij het samenstellen van de Paragraaf Financiering zijn voor de tabellen de volgende bronnen gebruikt: •
2024: op basis van de Jaarrekening 2024
•
2025: op basis van de (primaire) Begroting 2025
•
2026-2029: volgens het Prognose model gemeenten (PMG), met inachtneming van de lening behoefte zoals opgenomen in de Begroting 2025 en Kadernota 2026.
In deze paragraaf wordt ingegaan op: •
Beleidskader 2026-2029
•
Algemene ontwikkelingen
•
Rente ontwikkelingen
•
Financieringspositie
•
Risico-inventarisatie en -kwantificering
•
Rentelasten en toegerekende rente
•
Uitzetten van overtollige geldmiddelen.
Beleidskader 2026 - 2029 De Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) is de basis voor de financiering en de treasurytaken van de gemeente. In het Treasurystatuut gemeente Wassenaar 2021 staan de doelstelling en uitgangspunten voor het vervullen van de Treasuryfunctie binnen de gemeente Wassenaar opgenomen. Algemene ontwikkelingen De uitgaande en inkomende geldstromen van de gemeente fluctueren en zijn sterk afhankelijk van het investeringsvolume, de voortgang van investeringsprojecten en de spreiding van de jaarlijkse reguliere uitgaven en inkomsten. De komende jaren zal de financieringsbehoefte voor de onderhanden en geplande investeringen voor onderwijshuisvesting, sportaccommodaties, wegen en riolering onverminderd groot blijven. Gezien de terugloop van de bankstand, betekent dit dat de gemeente Wassenaar vanaf 2026 zal moeten gaan lenen. Rente ontwikkelingen In de begroting is voor investeringen gerekend met een geschat afgerond rentepercentage van 3,0%. Dit is in lijn met het gehanteerde uitgangspunt in de Kadernota 2026. De ontwikkeling van de rentetarieven op de geld- en kapitaalmarkt wordt nauwlettend gevolgd. De gemeente Wassenaar heeft hier geen invloed op en zal de tarieven als een gegeven aanvaarden.
Pagina 88 van 120
Financieringspositie 2026 Voor de bepaling van de financieringspositie zijn de financieringsbehoefte (geïnvesteerd vermogen in de huidige en nieuwe vaste activa) en de financieringsmiddelen (opgenomen langlopende leningen, reserves en voorzieningen) van belang. Onderstaande prognose meerjarenbalans geeft een overzicht voor de komende jaren. Deze meerjarenbalans is opgesteld in de veronderstelling dat de lopende investeringskredieten zullen worden gerealiseerd in de komende jaren, gecorrigeerd met enig planningsoptimisme. In deze balans is rekening gehouden met de financieringsbehoefte zoals opgenomen in de Begroting 2025 en Kadernota 2026.
Tabel 10.1 Prognose meerjarenbalans Prognose meerjarenbalans
Bedragen x € 1.000 Realisatie 2024
Begroting 2025
2026
2027
2028
2029
ACTIVA Vaste activa Immateriële vaste activa
39
37
35
33
31
29
Materiële vaste activa
59.597
64.655
69.241
72.521
75.524
78.496
Financiële vaste activa Totaal vaste activa
5.407 65.043
5.465 70.157
5.599 74.875
5.736 78.290
5.873 81.428
6.010 84.535
Vlottende activa Uitzettingen met looptijd< 1 jr
5.199
5.199
5.199
5.199
5.199
5.199
Uitzettingen in Rijks Schatkist met een looptijd <1 jaar Vorderingen openbare lichamen (BCF)
4.038 8.000
8.000
8.000
8.000
8.000
8.000
40
Liquide middelen Overlopende activa
6.612
6.612
6.612
6.612
6.612
6.612
Totaal vlottende activa
23.889
19.811
19.811
19.811
19.811
19.811
Totaal activa
88.932
89.968
94.686
98.101
101.239
104.346
Reserves Resultaat boekjaar
56.223 965
55.726 1.471
56.745 40
56.785 193
56.978 -865
56.113 -908
Voorzieningen Vaste schuld
17.351 117
15.361 117
12.389 5.117
10.443 10.117
8.497 15.117
6.551 15.653
Totaal vaste passiva
74.656
72.675
74.291
77.538
79.727
77.409
Vlottende passiva Vlottende schuld
4.877
7.894
10.996
11.164
12.113
17.538
Overlopende passiva
9.399
9.399
9.399
9.399
9.399
9.399
Totaal vlottende passiva
14.276
17.293
20.395
20.563
21.512
26.937
Totaal passiva
88.932
89.968
94.686
98.101
101.239
104.346
PASSIVA Vaste passiva
Pagina 89 van 120
Risico-inventarisatie en kwantificering De risico’s voor de gemeente zijn: 1. Renterisico op de vlottende schuld (kasgeld limiet) 2. Renterisico op de vaste schuld (rente risiconorm) 3. Kredietrisico verstrekte geldleningen 1. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is in de Wet Fido opgenomen om de directe gevolgen van een snelle rentestijging te beperken. De kasgeldlimiet bepaalt dat de gemeenten hun financieringsbehoefte voor slechts een beperkt bedrag met kortgeld (looptijd ‹ 1 jaar) mogen financieren. Hierdoor worden de renterisico’s op korte termijn beperkt. De norm is in de wet gesteld op 8,5% van het begrotingstotaal aan lasten. Met een begrotingstotaal van circa € 95 miljoen bedraagt de toegestane kasgeldlimiet voor 2026 € 8,1 miljoen (8,5%). Dit is de bovengrens van de toegestane omvang van de kortlopende schuld. Het is op grond van de Wet Fido niet toegestaan om geld te lenen met als enig doel het maken van (rente) winst.
Tabel 10.2 Kasgeldlimiet Omschrijving
Bedragen x € 1.000 2028
2026
2027
Vlottende schulden Vlottende middelen Netto vlottende schuld
2.366 4.633 -2.267
242 4.633 -4.391
5.734 -5.734
2.568 4.633 -2.065
Toegestane kasgeldlimiet Begrotingstotaal
95.520
94.283
94.484
94.446
Kasgeldlimiet in percentage grondslag Minimum bedrag Toegestane kasgeldlimiet
8,5% 300 8.119
8,5% 300 8.014
8,5% 300 8.031
8,5% 300 8.028
Ruimte onder de kasgeldlimiet
10.386
12.405
13.765
10.093
2029
De gemeente financiert, indien nodig, de lopende betalingen en ontvangsten tot het maximum van de kasgeldlimiet met kortlopende geldleningen (kas- en daggeld). Indien de kasgeldlimiet is bereikt zal een langlopende lening moeten worden aangetrokken. 2. Renterisiconorm Het doel van de renterisiconorm is het beheersen van de renterisico’s op de vaste schuld (> 1 jaar). De norm geeft aan over welk maximaal bedrag per jaar renterisico gelopen mag worden. Dit betreft onder andere leningen waarvan de rente herzien gaat worden maar ook de herfinanciering van aflossingen. Door spreiding in de tijd van aflossingen en herzieningen wordt het renterisico verkleind. De renterisiconorm wordt berekend met een wettelijk vastgesteld percentage van het begrotingstotaal. Dit percentage is bepaald op 20% en betekent voor onze gemeente een renterisiconorm welk schommelt tussen de € 18 miljoen en € 19 miljoen.
Pagina 90 van 120
Tabel 10.3 Renterisiconorm
Bedragen x € 1.000
Omschrijving
2026
2027
2028
2029
Renteherzieningen Herfinanciering Renterisico ( vaste schulden)
150 150
300 300
450 450
450 450
Begrotingstotaal (lasten) Percentage regeling (in %)
95.520 20
94.283 20
94.484 20
94.446 20
Minimum bedrag Toegestane renterisiconorm Ruimte onder de renterisiconorm
2.500 19.104 18.954
2.500 18.857 18.557
2.500 18.897 18.447
2.500 18.889 18.439
Toegestane renterisconorm
3. Kredietrisico verstrekte geldleningen Het kredietrisico op verstrekte geldleningen wordt omschreven als de mogelijkheid van een waardedaling van de vorderingspositie ten gevolge van het niet (tijdig) kunnen nakomen van de verplichtingen door de tegenpartij. In onderstaande tabel is een overzicht per risicogroep opgenomen. Tabel 10.4 Kredietrisico Kredietrisico op verstrekte gelden
Bedragen x € 1.000 Restant schuld per 1/1/26
%
€ x 1.000
Geldlening (Alliander) Geldlening SVN Hypothecaire leningen personeel Hypothecaire lening Kasteel Oud Wasenaar Totaal
2.829 1.903
57% 38%
138 83 4.953
3% 2% 100%
Gezien de hoogte en de samenstelling van de portefeuille verstrekte geldleningen loopt de gemeente nauwelijks kredietrisico's. Bij de hypothecaire leningen personeel en de geldlening Kasteel Oud Wassenaar is er sprake van hypothecaire zekerheid. Gewaarborgde leningen Uit de staat van gewaarborgde geldleningen blijkt voor welke instellingen de gemeente garant staat uit hoofde van haar publieke taak. Er is niet gebleken dat daarbij sprake is van een instelling die een verhoogd risico heeft op het niet kunnen voldoen aan haar verplichtingen op lange termijn. Tabel 10.5
Bedragen x € 1.000
Garantstellingen per 1 januari 2026
€ x 1.000
Woningbouwcorporaties (WSW) Nationale Hypotheek garanties (NHG)
137.451 82.000
Totaal
219.451
De garantstelling (achtervangovereenkomst) tussen gemeenten en het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) is een randvoorwaarde voor leningen van het WSW aan woningcorporaties voor het bouwen van sociale huurwoningen.
Pagina 91 van 120
Rentelasten en toegerekende rente In de Begroting 2025 en de Kadernota 2026 is er rekening gehouden met een lening van € 5 miljoen, voor de jaren 2026-2028, aan een rentepercentage van 3%. Deze rentelasten zijn in de Begroting 2025 en Begroting 2026 verwerkt. Aangezien op dit moment de financieringsbehoefte (het aantrekken van leningen) nog niet bekend is, is er bij de Begroting 2026 geen rekening gehouden met een omslagrente. Bij de jaarrekening 2026 informeren we over de gehanteerde omslagrente in relatie tot de daadwerkelijk aangetrokken leningen in 2026. Uitzetting overtollige geldmiddelen De gemeente heeft soms (tijdelijk) overtollige middelen die “uitgezet” moeten worden. Deze overtollige middelen worden uitgezet bij het Rijk. Decentrale overheden krijgen op de deposito’s van het schatkistbankieren een marktconforme rente vergoed die gelijk is aan de rentes die de Nederlandse staat betaalt op leningen die ze op de markt aangaat. De gemeente beschikt nog (beperkt) over overtollige liquide middelen. Deze zijn gestald op de rekening schatkistbankieren Overige uitzettingen met een rentetyische looptijd korter dan één jaar zijn: •
Vorderingen op openbare lichamen (BTW compensatiefonds)
•
Overige vorderingen (openstaande debiteuren)
EMU-saldo Volgens Europese regelgeving mogen EU-lidstaten een begrotingstekort (EMU-saldo) hebben van maximaal 3% van het bruto binnenlands product (BBP). In 2013 is de Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet Hof) aangenomen, waarmee decentrale overheden een gelijkwaardige inspanning leveren bij het streven te voldoen aan de Europese begrotingsdoelstellingen. In 2026 bedraagt de referentiewaarde voor de gemeente Wassenaar bij benadering € 4.542.000.
Tabel 10.6 EMU-saldo EMU-saldo (bedragen x € 1.000)
Bedragen x € 1.000 2025
Begroting 2026 2027
2028
2029 137 -101 -1.000 -
Mutaties financiële activa Financiële vaste activa Uitzettingen Liquide middelen Overlopende activa
58 -4.038 -40 -
134 -
137 -
137 101 1.000 -
Mutaties financiële passiva Vaste schuld Vlottende schuld Overlopende passiva
3.017 -
5.000 -651 -
5.000 -2.124 -
5.000 -242 -
2.568 -
0
0
0
0
0
-7.037 -4.542 -2.495
-4.215 -4.542 327
-2.739 -4.542 1.803
-3.520 -4.542 1.022
-3.532 -4.542 1.010
Verwachte boekwinst Verwachte boekwinst bij verkoop effecten en (im)materiële activa Berekend EMU-saldo EMU-saldo referentiewaarde Verschil EMU-saldo
Pagina 92 van 120
Tabel 10.7 Kasstroomoverzicht
Bedragen x € 1.000
Kasstroomoverzicht
2026
Bedragen x € 1.000
Kasstroom uit operationele activiteiten Resultaat Afschrijvingen, afwaarderingen Mutatie reserves Mutatie voorzieningen Mutatie waarborgsommen, overige vaste schuld Kasstroom uit operationele activiteiten
40 2.919 -452 781 3.288
Kasstroom uit investeringactiviteiten Netto investeringen materiële vaste activa Netto investeringen financiele activa Kasstroom uit investeringactiviteiten
-7.500 -147 -7.647
Kasstroom uit financieringsactiviteiten> 1 jaar Kasstroom uit financieringsactiviteiten< 1 jaar
5.010 -1.401
Mutatie geldmiddelen
-750
Pagina 93 van 120
Paragraaf Bedrijfsvoering In de paragraaf bedrijfsvoering licht het gemeentebestuur het voorgenomen beleid toe op het gebied van de PIJOFACH-taken. PIJOFACH staat voor personeel, informatievoorziening, juridische zaken, organisatie, financiën, administratieve organisatie, communicatie en huisvesting. Globaal gezegd zijn het de taken die nodig zijn om de gemeente als organisatie te laten functioneren. Ontwikkeling van de organisatie Het jaar 2026 is het vijfde jaar na de ontvlechting van de Werkorganisatie Duivenvoorde (WODV). Dit betekent dat we de organisatieontwikkeling die is ingezet vanaf eind 2021 meer gaan positioneren in onze reguliere organisatie. De organisatieontwikkeling blijft volop aandacht krijgen, maar wordt meer een onderdeel van de reguliere bedrijfsvoering van de organisatie. De organisatieontwikkeling blijft continu onderwerp van gesprek in het management, onder meer via de frequent georganiseerde werkplaatsen, waarin de directie en de managers actief werken aan een wendbare, lerende en toekomstbestendige organisatie. Eind 2025 is daarnaast een medewerkerstevredenheidsonderzoek (MTO) uitgevoerd, waarmee we inzicht hebben gekregen in medewerkerstevredenheid en betrokkenheid, en op basis waarvan voor 2026 aanvullende acties worden vastgesteld om medewerkers te binden en te boeien.
Als kleine gemeente blijft uitgangspunt dat we een duurzame en veerkrachtige organisatie willen zijn. Een belangrijk speerpunt hierbij is het (blijven) terugdringen van externe inhuur. Door te investeren in de ontwikkeling van onze eigen medewerkers, ondersteund door ons leer- en ontwikkelbeleid willen we de afhankelijkheid van externe krachten verminderen. Dit draagt bij aan continuïteit, kennisbehoud en kostenbesparing. Daarnaast blijven we ons inzetten om het ziekteverzuim laag te houden door een proactief verzuimbeleid te hanteren, waarin preventie, tijdige ondersteuning en re-integratie centraal staan. Gezonde en gemotiveerde medewerkers vormen immers de basis van onze organisatie. Dit doen we in 2026 met behulp van een ARBOdienst die eind 2025 is gestart. Tot slot blijft een prettige en veilige werkcultuur ook dit jaar een speerpunt. Het cultuurprogramma wordt verankerd in onze organisatie. Dit programma, dat is ontworpen om onze organisatiecultuur te versterken en door te ontwikkelen, wordt een vast onderdeel van onze werkprocessen en -structuren. We streven ernaar dat dit programma bijdraagt aan een open en veilige werkomgeving, waarin iedereen zich thuis voelt en optimaal kan presteren. Kortom, ook in 2026 zetten we in op interne versterking, duurzame inzetbaarheid, cultuurverandering en voortdurende organisatieontwikkeling.