CConstaterende datwassenaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Beleidsplan sociaal domein Iedereen doet mee 2018-2021

Commissie Mens & Maatschappij Wassenaar 22 maart 2023, gemeente wassenaarBij agendapunt: Aanvullende informatie15.121 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Iedereen doet mee

Beleidsplan Sociaal Domein 2018-2021

Inhoud Inleiding............................................................................................................................. 4 Leeswijzer ....................................................................................................................... 7 2

3

4

5

Visie............................................................................................................................ 10 2.1

Iedereen doet mee ............................................................................................... 10

2.2

Maatschappelijke doelen ........................................................................................ 10

2.3

Doelen voor lokaal gezondheidsbeleid ..................................................................... 19

Programma Samenwerken in het sociaal domein 2.0 ......................................................... 22 3.1

Integraliteit .......................................................................................................... 22

3.2

Regie .................................................................................................................. 24

3.3

Monitoring en sturing ............................................................................................ 24

3.4

Verstevigen netwerken .......................................................................................... 26

Inhoudelijke onderwerpen.............................................................................................. 28 4.1

Eenzaamheid ....................................................................................................... 29

4.2

Statushouders ...................................................................................................... 31

4.3

Armoede/financiën ................................................................................................ 33

4.4

Toegankelijkheid .................................................................................................. 35

4.5

Langer thuis wonen ............................................................................................... 38

4.6

Verwarde personen/zorgmijders ............................................................................. 40

4.7

Multiproblem gezinnen .......................................................................................... 42

4.8

Jongerenparticipatie .............................................................................................. 44

Ontwikkelingen, risico’s en financiën ............................................................................... 47 5.1

Ontwikkelingen..................................................................................................... 47

5.1.1

Beschermd wonen en maatschappelijke opvang .................................................... 47

5.1.2

Verwarde personen............................................................................................ 47

5.1.3

Beschut werk en arbeidsmatige dagbesteding ....................................................... 47

5.1.4

Afstemming Zorgverzekeringswet en Wet langdurige zorg ...................................... 47

5.1.5

Omgevingswet .................................................................................................. 47

5.1.6

Jeugd............................................................................................................... 48

5.1.7

De vier ontwikkelrichtingen uit de startnotitie transformatie 2015 ........................... 48

5.1.8

Vertrouwen in de toekomst, Regeerakkoord 2017 – 2021, VVD, CDA, D66 en

ChristenUnie ................................................................................................................ 48 5.2

Financiën ............................................................................................................. 49 2

5.3

Risico’s ................................................................................................................ 52

5.3.1

Bezuinigen op innovatie ..................................................................................... 52

5.3.2

Ruimte voor innovatie ........................................................................................ 52

5.3.3

Rijksbeleid ........................................................................................................ 53

5.3.4

Overheveling maatschappelijke opvang en beschermd wonen ................................. 53

3

Inleiding Meedoen is gezond, voorkomt dat inwoners eenzaam worden, houdt inwoners fit en geeft betekenis aan het leven. Helaas is het niet voor iedereen vanzelfsprekend om mee te doen. Dit beleidsplan beschrijft waar de gemeente over vier jaar wil zijn op het gebied van het sociaal domein. Het geeft richting aan de wijze waarop iedereen mee kan doen in Voorschoten en Wassenaar. Met het sociaal domein bedoelen we alles wat valt onder de Jeugdwet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo), de Participatiewet, het VN verdrag voor rechten van mensen met een beperking en de Wet publieke gezondheid (Wpg). Volgens deze wetten moet iedere gemeente in Nederland beleid maken waarin de doelen en de ambities op deze terreinen zijn opgenomen. De vijf hoofddoelen Voor het bepalen van de visie en de ambitie is gebruik gemaakt van de doelenboom1 waarin vijf hoofddoelen zijn benoemd: 1. Inwoners zijn zelfredzaam en kunnen zo lang mogelijk de regie over hun eigen leven houden 2. Inwoners groeien gezond en veilig op en kunnen zich maximaal ontwikkelen 3. Voorschoten en Wassenaar zijn veilig en er is sociale cohesie 4. Er is een duurzaam systeem voor zorg en ondersteuning. De ondersteuning vindt dicht bij huis plaats 5.

Inwoners die hulp nodig hebben, krijgen de juiste ondersteuning op tijd Het VN verdrag voor rechten van mensen met een beperking als paraplu Het VN verdrag voor rechten van mensen met een beperking kan gezien worden als een parapluwet voor alle beleidsterreinen van de gemeente. Een goede uitvoering van de Jeugdwet, de Wmo, de Wpg en de Participatiewet dragen bij aan de uitvoering van dit VN verdrag. Het VN verdrag en ook de doelen en acties in het sociaal domein staan in directe verbinding met beleidsterreinen die niet onder de Jeugdwet, de Wmo, de Wpg en de Participatiewet vallen. Voorbeelden hiervan zijn de nieuw in te voeren Omgevingswet, passend onderwijs en het beleidsterrein Wonen. Een integrale aanpak is daarom noodzakelijk. Recent verschenen beleidsnota’s over de aanpalende beleidsterreinen blijven geldend, maar acties worden zoveel mogelijk in samenhang opgepakt en er wordt afstemming gezocht. Voorbeelden hiervan zijn de Cultuurnota, de Sportnota, de woonvisie en de structuurvisie. Wanneer er in de toekomst (beleids)keuzes worden gemaakt helpen de gestelde doelen voor het sociaal domein bij een integrale aanpak en benadering. Er is in dit beleidsplan opgeschreven hoe Voorschoten en Wassenaar er over vier jaar uit willen zien, en te maken keuzes moeten daar aan bijdragen.

1

Vastgesteld in de strategische visie monitoring en verantwoording sociaal domein.

4

Wat valt er onder het sociaal domein De term ‘sociaal domein’ omvat alle inspanningen die de gemeente verricht rond werk, participatie en zelfredzaamheid, zorg en jeugd. Dit gebeurt op basis van de Wmo 2015, de Participatiewet, de Jeugdwet en de Wet publieke gezondheid. In de ruime, integrale zin van het woord vallen onder ‘sociaal domein’ ook alle aanverwante taken. Denk aan onder meer: handhaving bij leerplicht, het voorkomen van vroegtijdig schoolverlaten, passend onderwijs, leerlingenvervoer, de reguliere en bijzondere bijstand, schuldhulpverlening en (jeugd)gezondheidzorg. De Wet publieke gezondheid regelt de organisatie van de openbare gezondheidszorg, de bestrijding van infectieziektecrises en de isolatie van personen/vervoermiddelen die internationaal gezondheidsgevaren kunnen opleveren. Ook regelt de wet de jeugd- en ouderengezondheidszorg en stelt de gemeente op basis van de Wet publieke gezondheid lokaal gezondheidsbeleid op. Vanuit de Jeugdwet is de gemeente verantwoordelijk voor de hulp, zorg, begeleiding en ondersteuning voor kinderen, jongeren en hun opvoeders. De gemeente zet hiervoor specialistische jeugdhulp, behandeling (individueel of groep), pleegzorg, therapeutische jeugdhulp, (kortdurend) verblijf, dagbesteding, (gezins)begeleiding, crisisopvang en crisisjeugdhulp in.

Laagdrempeliger regelt de gemeente onder andere Schoolmaatschappelijk werk, opvoedondersteuning en hulp bij vechtscheidingen. Vanuit de Wmo ondersteunt de gemeente indien nodig bij het doen van het huishouden, het verplaatsen in en om de woning en in de omgeving, het normaal gebruik van de woning en het ontmoeten van andere mensen. Ook is het mogelijk om begeleiding te krijgen, bijvoorbeeld voor het regelen van de dagelijkse activiteiten of om contact te leggen met anderen. Tenslotte is kortdurend verblijf ingekocht om, indien nodig, de mantelzorger te ontlasten. Vanuit de Participatiewet willen we dat iedereen die kan werken werkt, of naar vermogen een bijdrage levert. Door middel van werkervaring, opleiding en/of begeleiding, verkleinen we de belemmeringen bij het verkrijgen van werk. Daarbij wordt uitgegaan van de mogelijkheden en talenten van mensen. De gemeente ondersteunt daarnaast werkgevers om mensen met een arbeidsbeperking in dienst te nemen. Als werken niet mogelijk is dan kijken we naar alternatieven om toch mee te kunnen (blijven) doen in de samenleving. Voorbeelden hiervan zijn beschut werk en de tegenprestatie. In die periode dat de inwoners niet in hun eigen inkomen kunnen voorzien, verstrekken we een uitkering.

Daarnaast zorgt de gemeente voor financiële zelfredzaamheid door het geven van inkomensondersteuning aan wie dat nodig heeft, waarbij speciale aandacht uitgaat naar ondersteuning van mensen met een minimaal inkomen. De gemeente biedt informatie aan inwoners over de onderwerpen die hierboven genoemd zijn, zet zich in om dingen te voorkomen (preventie), biedt laagdrempelige, preventieve zorg en ondersteuning, organiseert het proces van melding tot beschikking, subsidieert (bijvoorbeeld voorliggende voorzieningen zoals activiteiten) en koopt in (bijvoorbeeld scootmobielen en gespecialiseerde jeugdzorg). Om hier uitvoering aan te geven wordt intensief samengewerkt met lokale en regionale partners.

5

Daarnaast wordt gebouwd aan een sterkere samenleving, bijvoorbeeld middels wijkbeleid. En wordt het belang van vrijwilligers en mantelzorgers erkend door passende ondersteuning te organiseren. Tenslotte koopt de gemeente cliëntondersteuning in voor inwoners die hier gebruik van willen maken. Er gaan veel dingen goed in het sociaal domein. De drie decentralisaties naar de gemeente zijn goed vormgegeven, maar er blijft ruimte voor verbetering. Om te zorgen dat echt iedereen mee kan doen moeten de gemeenten, samen met maatschappelijke partners én de inwoners aan de slag. In dit beleidsplan zijn de visie en de kaders voor het gemeentelijk beleid beschreven en is focus aangebracht in de onderwerpen waaraan de komende jaren samen met maatschappelijke partners en inwoners wordt gewerkt.

6

Leeswijzer De gemeente stelt een beleidsplan vast waarin de visie en doelen voor het sociaal domein zijn opgenomen; het wat (hoofdstuk 2). Om deze doelen te bereiken is van belang dat er concrete acties worden geformuleerd over hoe we bij het eindplaatje komen. Deze hoe-vraag wordt uitgewerkt in het Programma Samenwerken in het sociaal domein 2.0 (hoofdstuk 3) en voor de inhoudelijke onderwerpen in uitvoeringsplannen (hoofdstuk 4). In hoofdstuk 5 is tenslotte aandacht voor komende ontwikkelingen, financiële implicaties en de risico’s. Naast het beleidsplan wordt er gewerkt aan de Monitor Sociaal Domein; een instrument waarmee wordt bekeken of en hoe we op weg zijn in het behalen van de doelen. De relatie tussen het beleidsplan, de uitvoeringsplannen, het Programma Samenwerken in het sociaal domein 2.0 en de monitor is in onderstaand schema weergegeven. In de toelichting wordt aangegeven wat er in het beleidsplan staat en wat verder wordt uitgewerkt. Tot slot wordt kort uitgelegd hoe het bestuurlijk proces en de beleidscyclus er uitzien.

7

Het Programma Samenwerken in het sociaal domein 2.0 Er is een aantal onderwerpen, dat extra aandacht vraagt om de gewenste transformatie in het sociaal domein te versnellen. Hierbij valt te denken aan het verbeteren van processen en technieken, zoals monitoring, de financiering en afspraken rondom integraliteit en regie. Ook verandering van houding en gedrag bij professionals is een aandachtspunt. Deze onderwerpen krijgen een plek in het Programma Samenwerken in het sociaal domein 2.0 (het Programma). De aanleiding voor het starten van het Programma is de noodzaak om bepaalde doelen dichterbij te halen die van belang zijn voor de inwoner, de samenwerkende partijen en de gemeente. De verwachting is dat de doelen niet gehaald worden zonder dat er tijdelijk gerichte aandacht aan besteed wordt. Door resultaten en doelen expliciet te maken in een programma ontstaat de mogelijkheid om extra inzet te plegen door bijvoorbeeld ambtelijke capaciteit. In het Programma ligt de focus op de wijze waarop ondersteuning aan inwoners met een hulpvraag wordt geboden. Het ‘Advies doorontwikkeling dienstverleningsmodel en netwerken in het sociaal domein 2016 – 2017’ (2015) en de ‘Startnotitie Transformatie’ (2015) zijn vertrekpunt en richtingaanwijzer voor de ontwikkelingen.

De uitvoeringsplannen Met maatschappelijke partners is nagedacht over welke onderwerpen de komende jaren extra aandacht nodig hebben. Uit deze inventarisatie kwamen onderwerpen als armoede, eenzaamheid en statushouders naar voren. In uitvoeringsplannen wordt per onderwerp uitgewerkt wat er de komende jaren gedaan moet worden. De uitvoeringsplannen worden opgesteld door werkgroepen. Maatschappelijke partners vormen samen met medewerkers van de werkorganisatie Duivenvoorde en inwoners die willen aansluiten de werkgroepen. Waar mogelijk wordt aangesloten bij bestaande overleggen. Het beleidsplan bevat de kaders waarbinnen de uitvoeringsplannen uitgewerkt moet worden. Bij elk inhoudelijk onderwerp, wordt expliciet aandacht gevraagd voor vraagstukken die voor alle onderwerpen relevant zijn: mantelzorgers & vrijwilligers, de wijze waarop de wijk kan worden betrokken in de aanpak en de eigen bijdrage. Er is sinds de decentralisaties al veel opgepakt en uitgewerkt. Dit heeft bijvoorbeeld geresulteerd in een Plan van aanpak statushouders (juni 2017), het Plan van aanpak arbeidsmarktoffensief (juli 2015) en het actieplan jeugdwerkgelegenheid (2016-2018). Uitgangspunt bij de uitwerking van de uitvoeringsplannen is dat vooral wordt voortgebouwd op dat wat er al is.

Het doel van de gekozen aanpak met uitvoeringsplannen, is om deze samen met maatschappelijke partners en inwoners op te stellen. Om dit tot een succes te maken zijn de doelen zo geformuleerd dat er gezamenlijke acties nodig zijn om ze te bereiken. Dit reikt verder dan het vragen van input; er wordt een gezamenlijke inspanning gedaan en draagvlak gecreëerd. Het doel en hetgeen we willen bereiken per inhoudelijk onderwerp is niet uitputtend, maar toegespitst op de samenwerking en de invloed van anderen.

8

De Monitor Sociaal Domein In de monitor sociaal domein wordt vanaf 2018 expliciet aandacht besteed aan de onderwerpen die met de maatschappelijke partners zijn geselecteerd en de onderwerpen die worden uitgewerkt in het Programma. Hierdoor krijgt de gemeenteraad goed zicht op of de doelen worden bereikt en waar bijsturen nodig is. Monitoring en sturing is bovendien één van de onderwerpen in het Programma, omdat er specifieke aandacht en inzet nodig is om voor de toekomst een goede methode en werkwijze in te richten.

Het bestuurlijk proces en de beleidscyclus De gemeenteraad heeft een kaderstellende en controlerende rol. In relatie tot het op pagina 7 weergegeven schema betekent dit, dat het van belang is dat de visie en de kaders voor het sociaal domein door de raad worden vastgesteld. Dit betreft zowel inhoudelijke als financiële kaders. Een belangrijk kader wordt gevormd door de doelen die in dit beleidsplan zijn opgenomen, en dat het antwoord op de vraag hoe die doelen bereikt gaan worden, wordt belegd in het Programma en de uitvoeringsplannen. De gemeenteraad wordt geïnformeerd over de stappen die worden gezet en de resultaten die worden bereikt. Aanvullend hierop wordt in de monitor Sociaal Domein gemeten in hoeverre we op de goede weg zijn in het bereiken van de gestelde doelen. Op basis van de uitkomst wordt, via de begroting, een voorstel gedaan om bij te sturen indien nodig. De begroting is een instrument waarin doelen en financiën aan elkaar gekoppeld worden. Het vaststellen van de begroting is opnieuw een bevoegdheid van de raad. Bovenstaande kan ook worden weergegeven in de Plan – Do – Check – Act-beleidscyclus:

Plan: de gemeenteraad bepaalt de visie en de doelen en geeft daarmee de kaders aan.

Do: in de uitvoeringsplannen en het Programma wordt invulling gegeven aan hoe we daar gaan komen. Concrete acties worden uitgevoerd en de gemeenteraad wordt hierover geïnformeerd, tenzij er besluiten nodig zijn; dan worden deze voorgelegd.

Check: in de monitor Sociaal Domein wordt gemeten hoe ver we zijn in het bereiken van de doelen.

Act: Op basis van de uitkomsten van de monitor worden voorstellen tot bijsturen gedaan in de begroting. De begroting wordt door de gemeenteraad vastgesteld.

9

2 Visie 2.1 Iedereen doet mee Voorschoten en Wassenaar gaan uit van positieve gezondheid2: Inwoners hebben het vermogen om zich aan te passen en eigen regie te voeren op de fysieke, emotionele en psycho-sociale uitdagingen in het leven. Voorschoten en Wassenaar zijn dorpen met vitale inwoners die elkaar helpen. Waar nodig wordt ondersteuning door professionals geboden. Inwoners worden begeleid in hun streven een zinvolle bijdrage te leveren aan de samenleving. In Voorschoten en Wassenaar denken inwoners na over hoe ze hun leven willen inrichten, hoe zij hun talenten kunnen ontwikkelen en hoe zij oud willen worden. Inwoners zijn actief betrokken bij hun directe omgeving en zetten zich in om een rijk verenigingsleven in stand te houden en een goede buur te zijn wanneer anderen even een steuntje in de rug nodig hebben. Als inwoners er zelf niet uitkomen of zich zorgen maken kunnen zij met al hun vragen of signalen voor zorg en ondersteuning terecht op één plek. Dit is een fysieke plek waar inwoners te woord worden gestaan. Deze plek is ook per mail en telefoon bereikbaar. De vraag wordt zo snel mogelijk beantwoord door kundig personeel. Signalen worden doorgegeven en er wordt adequaat op gereageerd. Er wordt in Voorschoten en Wassenaar veel georganiseerd waar mensen naartoe kunnen zonder dat ze daarvoor eerst een beschikking van de gemeente nodig hebben.

Wanneer mensen echt niet zonder professionele ondersteuning kunnen, wordt deze efficiënt en effectief ingezet. De gemeente bepaalt de toegang tot deze maatwerkvoorzieningen. Daarbij is het vooral van belang dat de ondersteuning aanvullend is op alles wat iemand zelf kan en inwoners stimuleert om naar vermogen te participeren. Met de ondersteuning wordt aangesloten bij wat mensen motiveert en waar ze blij van worden. Wanneer een gezin ondersteuning krijgt van meerdere organisaties, werken deze goed samen en is er één regisseur.

2.2 Maatschappelijke doelen De bovenstaande visie is afgeleid uit de vijf hoofddoelen die in 2015 zijn

vastgesteld

in

de

‘Strategische

visie

monitoring

en

verantwoording sociaal domein’. Deze vijf hoofddoelen vormen daarmee de beleidsdoelen voor de komende jaren.

2

Definitie positieve gezondheid volgens Machteld Huber

10

Met ingang van 2017 zijn alle gemeenten in Nederland verplicht om door het Rijk vastgestelde beleidsindicatoren op te nemen in de begroting. Voor de beleidsindicatoren die zijn door het Rijk zijn aangewezen voor het begrotingsprogramma ‘Sociaal domein’ is een plek gezocht bij één van de maatschappelijke doelen. Per indicator wordt niet alleen de huidige situatie weergegeven, maar er wordt ook een streefwaarde bepaald. Deze streefwaarden zijn gebaseerd op trends en prognoses, en zijn door allerlei verschillende factoren beïnvloedbaar. Om die reden worden de streefwaarden jaarlijks in de begroting herijkt. In de begroting wordt per indicator een toelichting op de streefwaarden gegeven. De door het rijk bepaalde beleidsindicatoren zijn aangevuld met een aantal indicatoren die reeds in de Monitor Sociaal Domein zijn opgenomen. Ook voor deze indicatoren zijn streefwaarden voor 2021 bepaald. Hieronder volgt per doel een korte beschrijving van wat eronder wordt verstaan en wat we willen bereiken. Tot slot zijn de indicatoren weergegeven: 1.

Inwoners zijn zelfredzaam en kunnen zo lang mogelijk de regie over hun eigen leven houden

Wij als gemeente willen oprecht een samenleving zijn waarin iedereen meedoet. Daarbij is het een feit dat sommige inwoners zichzelf op de één of andere wijze niet (meer) kunnen redden, hetzij door handicap, hetzij door ouderdom, hetzij anderszins. Het ligt op de weg van de gemeente om deze inwoners, binnen de kaders van de sociale wetten, die ondersteuning te bieden die ze nodig hebben. Om dit te kunnen bereiken, biedt de gemeente maatwerk in de ondersteuning en is er ruimte voor initiatieven van inwoners. Iedere inwoner heeft de gelegenheid om op een passende wijze te participeren in de samenleving. De gemeente faciliteert dit door, in samenwerking met maatschappelijke

partners,

toegankelijke

voorzieningen

te

organiseren.

De

aanwezige

voorzieningen zijn effectief en efficiënt. Stevige, professionele maatschappelijke partners hebben een belangrijke rol in de organisatie, afstemming en uitvoering hiervan. Het aanbod van de maatwerk- en de algemene voorzieningen sluit goed op elkaar aan. Financiële zelfredzaamheid draagt bij aan de mate waarin iemand de regie over zijn of haar eigen leven kan behouden. De kans op financiële onafhankelijkheid neemt toe wanneer iemand een betaalde baan heeft.

11

Verplichte indicatoren

2016

2018

2019

2020

2021

2016

2018

2019

2020

2021

377,7

400

400

400

400

683,9

700

700

700

700

68,10

69%

69%

69%

69%

61,4%

63%

64%

65%

66%

223

220

210

200

200

257

250

240

220

200

204

204

204

204

204

229

229

229

229

229

Banen,

aantal

per

1.000

Wassenaar

Voorschoten

Beleidsindicator

inwoners in de leeftijd 15 – 64 jaar

(landelijk

744 (2016))3 Netto

arbeids-

participatie,

%

%

werkzame beroepsbevolking

t.o.v.

beroepsbevolking (landelijk

65,8

(2016)) Personen een

met

bijstands-

uitkering. Aantal per

10.000

inwoners (landelijk

413

(2016)) Lopende

re-

integratievoorzieningen (landelijk

150

(2015))

Doelgroepen-

2016

2021

73

80

Wassenaar

Beleidsindicator

Voorschoten

Indicatoren uit de monitor 2016

2021

55

65

register inclusief Wsw-ers

3

Het aantal banen per 1.000 inwoners is in de gemeente Voorschoten heel laag. Er zijn nauwelijks werkgevers met veel werknemers.

12

Aantal

125

125

125

125

107

107

198

198

31

30

31

30

405

350

395

350

150

150

verhuizingen inwoners 65 – 79 jaar Aantal verhuizingen inwoners ouder dan 80 jaar Totaal aantal woningaanpassingen3

Hulp bij huishouden4

Begeleiding 3

2.

Inwoners groeien gezond en veilig op en kunnen zich maximaal ontwikkelen

Het ontwikkelen van talenten biedt kansen op het vinden en behouden van werk, het draagt bij aan levensvreugde en het verminderen van eenzaamheidsbeleving. De eigen kracht, talenten en mogelijkheden van inwoners worden bevorderd en staan centraal bij het bieden van ondersteuning wanneer dat nodig is. Kinderen en jongeren wonen in een omgeving die hen stimuleert en ondersteunt. Dit wordt bereikt door

onder

andere

een

rijk

verenigingsleven,

waar

niet

alleen

aandacht

is

voor

de

(sport)prestaties, maar waar vrijwilligers en coaches zich bewust zijn van de signalerende en ondersteunende rol die zij spelen. De vrijwilligers worden daarbij voldoende ondersteund en er is een stevig netwerk van (semi-)professionele hulp wanneer een signaal wordt afgegeven. Het vangnet voor jeugdigen die opgroeien in een moeizame en/of onveilige situatie is stevig en werkt adequaat.

4

Door veranderingen in de eigen bijdrage, aangekondigd in het Regeerakkoord ‘vertrouwen in de toekomst’ zal het aantal maatwerkvoorzieningen mogelijk stijgen.

13

Jongeren met

2016

2018

2019

2020

2021

2016

2018

2019

2020

2021

1,03%

1%

0,9%

0,8%

0,7%

0,78%

0,7%

0,6%

0,5%

0,4%

3,61%

3,5%

3,5%

3,5%

3,5%

3,96

3,5

3,5

3,5

3,5

4,6

4,70

4,70

4,70

4,70

2,78%

2,9

2,9

2,9

2,9

1,04%

1%

1%

1%

1%

1,49%

1,4%

1,2%

1,2%

1,2%

0,5%

0,5%

0,5%

0,5%

0,5%

0,5%

0,5%

0,5%

0,5%

0,5%

0%

0%

0%

0%

0%

0,2%

0,2%

0,2%

0,2%

0,2%

Wassenaar

Beleidsindicator

Voorschoten

Verplichte indicatoren

een delict voor de rechter, in % 12 t/m 21 jarigen (landelijk 1,45 (2015)) Kinderen in uitkeringsgezin, % kinderen tot 18 jaar (landelijk 6,58 (2015))5 Achterstandsleerlingen, % 4 t/m 12 jarigen (landelijk 11,61 (2012))6 Werkloze jongeren, % 16 t/m 22 jarigen (landelijk 1,52 (2015)) Jongeren met jeugdbescherming, % jongeren tot 18 jaar (landelijk 1,2 (2016)) Jongeren met jeugdreclassering, % van 12 tot 23 jaar (landelijk 0,5 (2016))

5 6

Dit betekent niet dat alle kinderen die in een uitkeringsgezin opgroeien onveilig opgroeien ! Dit cijfer is in vergelijking met het landelijke percentage laag, het streven is dit laag te houden.

14

2016

2021

Veilig Thuis

81

Aantal

Wassenaar

Beleidsindicator

Voorschoten

Indicatoren uit de monitor 2016

2021

70

106

95

89,2

75

110,2

90

1,80 %

1,40 %

1,50 %

1,40 %

verwijzingen HALT (10.000 jongeren) Verzuim voortijdig schoolverlaten

3.

Voorschoten en Wassenaar zijn veilig en er is sociale cohesie

Inwoners zijn actief betrokken bij en voelen zich verantwoordelijk voor het welbevinden van zichzelf en van (de mensen in) hun directe omgeving. Inwoners zetten zich in om een rijk verenigingsleven in stand te houden en zijn een goede buur wanneer anderen even een steuntje in de rug nodig hebben. Het is voor iedereen volkomen helder waar je met vragen over zorg en ondersteuning terecht kan. De openbare ruimte is schoon en veilig. Een belangrijke bijdrage daaraan leveren de inwoners zelf, omdat ze zich betrokken voelen bij hun directe omgeving. De buurt of wijk is een prettige woonen leefomgeving voor alle bewoners. Inwoners voelen zich veilig en kunnen terugvallen op hun sociale omgeving. Het sociaal klimaat is dat bewoners zich veilig, geaccepteerd en gewaardeerd voelen, met ruimte voor initiatief om je te onderscheiden van anderen. Een sociaal klimaat waar bewoners aandacht en zorg voor elkaar hebben, elkaar weten te vinden en in hun gedrag en beleving uitdrukking geven aan hun betrokkenheid in hun persoonlijk leven en als burger in de samenleving. Veiligheid is een breed begrip: het is de mate van afwezigheid van potentiele oorzaken van een gevaarlijke situatie of de mate van aanwezigheid van beschermende maatregelen tegen deze potentiele oorzaken. Als in het beleidsplan Sociaal Domein over veiligheid wordt gesproken, bedoelen we enkel de sociale veiligheid.

15

Ooit gedronken

2016

2021

47% (2013)

Wassenaar

Beleidsindicator

Voorschoten

Indicatoren uit de monitor 2016

2021

40%

47% (2016)

40%

66% (2015)

70%

69% (2015)

72%

7,37 (2015)

7,5

7,3 (2015)

7,5

31

40

21

30

% (11-18 jaar)

Hulp aan buren %

Verbondenheid buurt (schaal 110)

Whatsapp buurtpreventiegroepen

4.

Er is een duurzaam systeem voor zorg en ondersteuning. De ondersteuning vindt

dicht bij huis plaats Eén van de uitgangspunten van de wetten in het sociale domein is dat mensen proberen hun hulpvraag op eigen kracht of met behulp van hun netwerk op te lossen. Als dit niet volstaat kan aanvulling worden gezocht in een algemene voorziening en als dat allemaal niet lukt dan kan er (aanvullend) een maatwerkvoorziening worden verstrekt om de eigen kracht te versterken en/of het probleem verder op te lossen. Zorg en ondersteuning worden betaalbaar gehouden doordat een groter aantal mensen met voorliggende, collectieve en preventieve voorzieningen wordt geholpen, zodat er minder een beroep wordt gedaan op (duurdere) individuele maatwerkvoorzieningen. De organisaties die deze voorliggende

algemene,

collectieve

en

preventieve

voorzieningen

uitvoeren

zijn

goed

georganiseerd en bovendien zorgen zij ervoor dat deze opgave effectief en efficiënt, in samenhang wordt opgepakt en uitgevoerd. Niet alleen in financieel opzicht is het wenselijk dat er voldoende en juiste collectieve voorzieningen zijn. Voor de inwoners met een zorg- of ondersteuningsvraag betekent dat, dat de ondersteuning dichtbij huis is, sociale netwerken rondom inwoners met een ondersteuningsvraag versterkt worden en vroegtijdige signalering verbeterd wordt waardoor er minder kans op escalatie is.

16

Concreet betekent dit dat een deel van het budget dat nu nog aan maatwerkvoorzieningen wordt besteed, in de toekomst ingezet wordt voor algemene voorzieningen en het ondersteunen van de eigen regie van inwoners. Het resultaat daarvan is dat in de toekomst met hetzelfde totaalbudget meer mensen geholpen worden.

Verplichte indicatoren

Cliënten met een

2016

2018

2019

2020

2021

2016

2018

2019

2020

2021

490

480

470

460

460

430

430

420

420

420

10,6%

11%

11%

11%

11%

8,2%

8%

8%

8%

8%

Wassenaar

Voorschoten

Beleidsindicator

maatwerkarrangement Wmo, aantal per 10.000 inwoners (landelijk 620 (2016))7 Jongeren met jeugdhulp, % jongeren tot 18 jaar (landelijk 10,7 (2016))

Ik vind de

2016

2021

78%

Wassenaar

Beleidsindicator

Voorschoten

Indicatoren uit de monitor 2016

2021

90%

71%

90%

79%

90%

72%

90%

82%

90%

73%

90%

kwaliteit van ondersteuning die ik krijg goed De ondersteuning die ik krijg past bij mijn hulpvraag Door de ondersteuning die ik krijg kan ik mij beter redden

7

Door veranderingen in de eigen bijdrage, aangekondigd in het Regeerakkoord ‘vertrouwen in de toekomst’ zal het aantal maatwerkvoorzieningen mogelijk stijgen.

17

Aantal Wmo-

28

35

33

40

6

10

6

10

15

20

15

20

72%

85%

76%

85%

cliënten die Wlz-cliënt worden Aantal actieve raadplegingen Centrale adviesraad Wmo/ASD Trajecten tegenprestatie

De medewerker en ik hebben in het gesprek samen naar een oplossing gezocht

5.

Inwoners die hulp nodig hebben krijgen de juiste ondersteuning op tijd

De dienstverlening van de gemeente is erop gericht dat inwoners de juiste hulp op tijd krijgen. Om dit te bereiken zijn er heldere en eenduidige afspraken gemaakt met de maatschappelijke partners en zorgaanbieders die de ondersteuning leveren. Op basis van convenanten is voor de hulpverleners ten alle tijden duidelijk wie de regie heeft en wie gemandateerd is om bepaalde ondersteuning in te zetten wanneer nodig. Er is sprake van een gecoördineerde aanpak op preventie en de brede welzijnsorganisatie is de verbinding tussen formele en informele ondersteuning. Door middel van een netwerkconvenant wordt de 1stelijnszorg gecoördineerd door de gemeente en ketenpartners. De coördinatie op de 2de lijn ligt bij de gemeente. Voor zowel de inwoners als de professionals is het helder waar ze met hun vragen of signalen terecht kunnen. Er is hiertoe één loket ingericht, dat functioneert als een netwerkorganisatie. Het loket is vindbaar en toegankelijk en door de brede uitvraag die in eerste instantie wordt gedaan kan direct goed in kaart worden gebracht wat een passende volgende stap zou zijn. De uiteindelijke oplossing is altijd vraaggericht en aangepast aan de situatie.

18

Verplichte indicatoren

Cliënten met een

2016

2018

2019

2020

2021

2016

2018

2019

2020

2021

490

480

470

460

460

430

430

420

420

420

10,6%

11%

11%

11%

11%

8,2%

8%

8%

8%

8%

Wassenaar

Voorschoten

Beleidsindicator

maatwerkarrangement Wmo, aantal per 10.000 inwoners (landelijk 620 (2016)) Jongeren met jeugdhulp, % jongeren tot 18 jaar (landelijk 10,7 (2016))

Ik werd snel

2016

2021

77%

Wassenaar

Beleidsindicator

Voorschoten

Indicatoren uit de monitor 2016

2021

90%

74%

90%

78%

90%

78%

90%

41%

35%

46%

40%

geholpen

Ik wist waar ik moest zijn met mijn hulpvraag

Mantelzorgers met hoge belasting

2.3 Doelen voor lokaal gezondheidsbeleid De afgelopen jaren zijn landelijk verschillende programma’s ingezet om de gezondheid van Nederlanders te bevorderen. Denk daarbij aan de inzet op een groter aanbod van gezonde voeding, Sport en Bewegen in de buurt, het stimuleren van de gezonde school waar ook de kinderopvang mee aan de slag gaat en de samenwerking met bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties, scholen etc. In de Landelijke nota gezondheidsbeleid 2016-2019 is opgenomen dat er de komende jaren onverminderd wordt ingezet op het bevorderen van gezondheid van mensen.

19

Hierbij staan preventie, gezondheidsbescherming, het verminderen van gezondheidsverschillen en een integrale aanpak centraal. Uit de ‘Volksgezondheid Toekomst Verkenning8’, die als basis dient voor het gezondheidsbeleid, blijkt dat het goed gaat met onze gezondheid. De levensverwachting is de afgelopen 10 jaar sterk gestegen en een aantal trends in leefstijl is niet langer ongunstig. Ook binnen de zorg komt steeds meer aandacht voor preventie met daarbij een sterk vergrijzende populatie. De huidige ontwikkeling

in

de

gezondheid

van

Nederlanders

geeft

dan

ook

geen

aanleiding

grote

beleidswijzigingen door te voeren, maar juist krachtig door te gaan op de ingeslagen weg. Gemeenten zijn een belangrijke partner binnen het gezondheidsbeleid. Zij geven in hun lokale nota’s invulling aan het landelijke kader. Voorschoten en Wassenaar doen dat in dit beleidsplan Sociaal Domein. De kaders voor gezondheidsbeleid worden in samenwerking met de GGD’s (Haaglanden en Hollands Midden), Stichting Jeugd Gezondheidszorg Zuid Holland West (JGZ ZHW) en de Centra voor Jeugd en Gezin (CJG) uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma. De kaders voor gezondheidsbeleid worden gevormd door de landelijke doelen: 1. De gezondheid van mensen bevorderen en ziekten voorkomen door een integrale aanpak in de omgeving waarin mensen wonen, werken, leren en leven. Met integrale aanpak wordt bedoeld dat er intensief met elkaar wordt samengewerkt, zowel binnen de gemeente als daarbuiten. Daardoor zijn oplossingen mogelijk die bijvoorbeeld de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Wet langdurige Zorg overbruggen. 2. Preventie een prominente plaats geven in de gezondheidszorg. De komende jaren wordt er ook vanuit het gezondheidsbeleid actief ingezet op het vergroten en versterken van preventieve voorzieningen. Landelijk gebeurt dat onder andere in de vorm van de preventie agenda jeugdgezondheidszorg. 3. Gezondheidsbescherming op peil houden en nieuwe bedreigingen het hoofd bieden.

Hier ligt een rol voor de GGD. Die zijn al jaren actief op dit terrein. Het gaat dan niet alleen om infectieziektenbestrijding, maar ook om zaken als leefmilieu, zoals het voorkomen van overlast door geluidshinder en luchtvervuiling. 4. Stabiliseren of terugbrengen van gezondheidsverschillen tussen laag- en hoogopgeleiden. Er gebeurt al veel om risico’s op sociale uitsluiting te verminderen, onder meer binnen het beleidsterrein van de Openbare Geestelijke Gezondheidszorg (OGGZ).

8

Een gezonder Nederland, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en milieu, Ministerie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport, 2014

20

5. De meeste gezondheidswinst is nog steeds te behalen met verbetering van de trends voor de speerpunten: roken, overmatig alcoholgebruik, (ernstig) overgewicht, bewegen, depressie en diabetes. Tegenwoordig samengevat als ‘gezonde leefstijl’ Het landelijk gezondheidsbeleid kent deze speerpunten al jaren. Voor jeugd en jongeren ligt de nadruk op sport en bewegen in de buurt en wordt er ingezet op rookvrije omgevingen zoals speeltuinen, schoolpleinen en andere openbare gebieden waar kinderen komen. 6. Het laatste kader is de aandacht voor de verbinding tussen de Jeugdwet, Wmo 2015, de Participatiewet en het VN verdrag voor rechten van mensen met een beperking, Wet passend onderwijs en de Wet publieke gezondheid.

21

3 Programma Samenwerken in het sociaal domein 2.0 Onderwerpen rondom processen en technieken Om ervoor te zorgen dat de visie en de maatschappelijke doelen bereikt worden, moet een aantal interne processen en technieken worden aangepast. Denk hierbij aan processen die te maken hebben met de toegang tot voorzieningen en de wijze van financieren. De aanpak is gericht op het versnellen van de gewenste transformatie. Binnen het Programma Samenwerken in het sociaal domein 2.0 (het Programma) wordt hier in verschillende projecten aan gewerkt, ingericht naar onderwerp: 

Integraliteit

Regie

Monitoring en sturing

Verstevigen netwerken

De projecten stellen per onderwerp een plan van aanpak op om de gewenste resultaten te kunnen bereiken. Voor het uitwerken van de plannen van aanpak wordt gebruik gemaakt van de kennis die aanwezig is bij de maatschappelijke partners en inwoners die deelnemen aan de werkgroepen rondom de inhoudelijke onderwerpen (zie hoofdstuk 4).

3.1 Integraliteit Introductie Integrale samenwerking is van belang om het doel ‘Inwoners die hulp nodig hebben, krijgen de juiste ondersteuning op tijd’ te halen. Ook draagt integraliteit bij aan het doel ‘Er is een duurzaam systeem voor zorg en ondersteuning. De ondersteuning vindt dicht bij huis plaats’. Met name als er sprake is van meerdere problemen, vaak op meerdere beleidsterreinen (Wmo en/of jeugd en/of werk en inkomen), is integraal werken belangrijk. Voor het onderwerp integraliteit geldt het volgende doel:

Adequate en op elkaar afgestemde antwoorden op alle vragen die het sociaal domein betreffen, waardoor inwoners geactiveerd en waar mogelijk gemotiveerd worden om mee te doen.

22

We willen bereiken dat… 1. Er bij een melding van een probleem wordt gekeken of er binnen het huishouden nog meer problemen in het sociaal domein aanwezig zijn en of er al hulp geboden wordt. 2. Er afstemming is tussen de domeinen zorg

Vader Karel 52 jaar, moeder Patricia 45 jaar en 4 kinderen. De oudste, Wendy, is 18 jaar en zwanger. Michael is 15 jaar en zit in de derde van het VMBO t. Hij spijbelt en blowt op school. Chelsey is 12 en zit in groep 8. Chelsey is een teruggetrokken kind dat veel wordt gepest. Er zijn vermoedens van een autisme verwante stoornis.

en veiligheid, zodat inwoners tijdig de juiste ondersteuning krijgen. 3. Er, wanneer sprake is van meerdere problemen in het sociaal domein, gekeken wordt naar een afgestemde oplossing waardoor het probleem echt kan worden aangepakt. 4. Er sprake is van een integrale aanpak bij jongeren met een zorgvraag in de overgang

De jongste, Jordy van 8 zit in groep 5 van het speciaal onderwijs. Hij heeft een grote mond. van 18- naar 18+. De jongen wordt met het busje gehaald, maar 5. Er binnen de lokale wet- en regelgeving en door zijn gedrag mag hij niet meer mee in het budgetten mogelijkheden zijn om de meest busje. Karel is werkloos en drinkt erg veel waardoor adequate oplossing te kiezen, sprake is van huiselijk geweld. Karel is gebruikmakend van de hart-wet-euro9 analfabeet. Er zijn vermoedens van balans. Het nadenken over één verordening depressiviteit, de huisarts wil vader doorverwijzen naar de GGZ maar dit komt Sociaal Domein hoort hierbij. Evenals het moeilijk van de grond i.v.m. zijn drank gebruik. onderzoeken of een deel van het budget Patricia heeft een 0 uren contract bij een gereserveerd moet worden voor het snel en schoonmaakbedrijf. Zij wil graag meer werken maar dit lukt niet. Er zijn grote schulden in het flexibel inkopen van onvoorziene zorg en gezin, door de werkloosheid van vader. Er is ondersteuning. een schuld bij de woningbouwvereniging, waardoor er wordt gedreigd met Hoe de integraliteit verder wordt ingericht, wat er uithuiszetting. voor nodig is en wanneer dat gaat gebeuren wordt uitgewerkt in het Programma.

3.2 Regie Introductie Regie heeft te maken met coördinatie en sturing10. In sommige gevallen is iemand of een huishouden niet in staat om zelf de regie te houden. In dat geval zal zorg of ondersteuning nodig zijn om daar bij te helpen. 9 Soms kan de (juiste) toepassing van wet- en regelgeving in individuele gevallen tot knellende situaties leiden dan wel het oplossen van de problemen van inwoners belemmeren. Dit kan worden voorkomen door te werken volgens de zogenaamde hart-wet- euro balans. Dit houdt in dat een medewerker juridische (wet) en financiële (euro) consequenties en belangen op een zorgvuldige manier afweegt tegen consequenties en belangen voor de inwoner (hart). Op deze wijze kan optimaal maatwerk worden geleverd. 10

Definitie regie, van Dale: coördinatie, sturing, leiding: de regie kwijt zijn geen overwicht meer hebben, de zaak niet meer in de hand hebben.

23

Soms zijn er meerdere (zorg)organisaties betrokken bij een casus en dan is het nodig dat de verschillende professionals goed weten wie de regie heeft over het proces. Goede regie vanuit zorg en ondersteuning draagt bij aan de mate van eigen regie van de inwoner en creëert duurzame oplossingen die zoveel mogelijk dicht bij huis plaatsvinden. Goede regie draagt ook bij aan het bieden van de juiste ondersteuning op tijd, waardoor preventieve ondersteuning mogelijk wordt. Eenduidige regie heeft een aantoonbare meerwaarde voor de inwoner. Het voorkomt hiaten en dubbelingen in de ondersteuning, draagt zorg voor een goede afstemming en biedt één aanspreekpunt. Voor het onderwerp regie geldt het volgende doel:

Er is sprake van vertrouwen, cohesie en efficiëntie in samenwerking en uniformiteit in handelen is merkbaar. Het is duidelijk wie de regisseur is en welke rol die heeft.

We willen bereiken dat… 1. Er wordt gewerkt vanuit het principe 1 huishouden, 1 plan, 1 regisseur en er zijn evaluatiemomenten. 2. Het vanzelfsprekend is dat er een casusregisseur is voor een huishouden, waar sprake is van meerdere problemen op verschillende levensgebieden. 3. In eerste instantie de casusregie bij het huishouden zelf ligt of bij diens netwerk. Indien dit niet mogelijk is, wordt de casusregie overgenomen door een professional die gezamenlijk vanuit het netwerk wordt aangewezen. 4. Bij het vastlopen van casuïstiek wordt er een procesregisseur toegevoegd aan het netwerk rondom de inwoner. Wanneer er sprake is van meerdere problemen in het sociaal domein, wordt er gezocht naar een integrale, adequate oplossing binnen de lokale wet- en regelgeving en budgetten.

3.3 Monitoring en sturing Introductie De visie is ‘iedereen doet mee’. Deze visie is uitgewerkt in de strategische visie op monitoring en sturing in het sociaal domein. In de doelenboom zijn vijf hoofddoelen benoemd en bijbehorende beoogde maatschappelijke doelen en maatschappelijke effectindicatoren. Door het inzichtelijk maken van deze doelen en indicatoren kan worden gemonitord of de vijf hoofddoelen worden bereikt en kan, zo nodig, worden bijgestuurd. Nu de betreffende taken enige tijd door de gemeenten worden uitgevoerd, komt er steeds meer informatie beschikbaar. Er kan nauwkeuriger worden bepaald of deze informatie voldoende is, welke informatie er nog nodig is en of deze beschikbaar

is,

om

betreffende

beleidsindicatoren

te

meten

en

te

kunnen

bepalen

of

maatschappelijke doelen worden gerealiseerd.

24

Richting maatschappelijke (inkoop-) partners is er sprake van sturing op resultaten. Dit vraagt verdere doorontwikkeling om de beoogde transformatie een impuls te geven. Voor het onderwerp monitoring en sturen (op resultaten) gelden de volgende doelen:

Vergroten van de efficiency en kwaliteit van de dienstverlening aan alle inwoners, en specifiek voor diegene die zorg en ondersteuning nodig hebben. Behalen van beoogde maatschappelijke effecten (n.a.v. doelenboom)

We willen bereiken dat… 1. Dienstverlening kwalitatief, kwantitatief en financieel wordt gemonitord (1 meting); 2. Inzicht wordt gegeven in inzet en effect van interventies (via inzichtelijk maken van uitval, tevredenheid cliënten over nut en effect en verder doelrealisatie); 3. Bruikbare en vergelijkbare cijfers van wijken/gemeente betreffende het sociaal domein beschikbaar zijn en 4. Professionals (organisaties) meer in resultaten denken/werken en proactief bijdragen aan de beoogde doelen sociaal domein. 5. De gemeente als opdrachtgever stuurt op resultaten. Over 2015 is voor de eerste keer een monitor sociaal domein opgesteld. Ook over 2016 is een monitor sociaal domein opgesteld. Het is de verwachting dat als er meerjarige ervaringen zijn opgebouwd en meer analyse van de informatie kan plaatsvinden, de kwaliteit en bruikbaarheid van de monitor sociaal domein verder kan verbeteren. Hoe monitoring en (resultaat) sturing verder worden ingericht, wat er voor nodig is en wanneer dat gaat gebeuren, wordt dan ook uitgewerkt in het Programma.

3.4 Verstevigen netwerken Introductie In de doelenboom sociaal domein zijn doelen benoemd waarbij stevige netwerken tegelijkertijd uitgangspunt en randvoorwaarde zijn. Deze doelen zijn: ‘Er is een duurzaam systeem voor zorg en ondersteuning en de zorg vindt dicht bij huis plaats’. ‘Inwoners die hulp nodig hebben krijgen de juiste ondersteuning op tijd’. Voor het onderwerp verstevigen netwerken geldt het volgende doel:

Door adequate zorg en ondersteuning voor inwoners vanuit een duurzaam stelsel doet iedereen naar vermogen mee en valt er niemand tussen wal en schip

25

We willen bereiken dat… 1. Er een stevig netwerk staat, waarin de Brede Welzijnsorganisatie11 een belangrijke rol speelt: voor inwoners én voor professionals; van welzijn tot zware zorg; voor het jeugd en volwassenen domein. 2. Er wordt gewerkt vanuit het principe 1 huishouden, 1 plan, 1 regisseur. 3. De toegang tot voorzieningen in het sociaal domein voor iedereen vindbaar en bereikbaar is. 4. Er sprake is van integrale, heldere, laagdrempelige én gedegen toegang tot algemene en maatwerkvoorzieningen in het sociaal domein. 5. De uitgangspunten van coördinatie 0de, 1ste en 2de lijn12 zijn geborgd: a.

Brede Welzijnsorganisatie als coördinator op de 0de lijn en verbinding met 1ste lijn.

b.

Coördinatie

op

1ste

lijn

door

kernpartners

zorg

en

gemeente,

via

netwerkconvenant. c.

Coördinatie en toegang 2de lijn bij de gemeente.

11

Ten tijde van het vaststellen van dit beleidsplan (januari 2018) zijn dit Stichting Maatschappelijke Ondersteuning Wassenaar en Stichting Voorschoten Voor Elkaar 12 de 0 lijn: algemene voorzieningen (welzijn, sport, cultuur, etc.) 1ste lijn: vrij toegankelijke voorzieningen (huisarts, maatschappelijk werk, CJG, etc.) 2de lijn: niet vrij toegankelijke maatwerkvoorzieningen (een beschikking is nodig)

26

4 Inhoudelijke onderwerpen In dit hoofdstuk worden de inhoudelijke onderwerpen toegelicht. Dit zijn onderwerpen waarvan maatschappelijke partners hebben aangegeven, dat er iets aan moet gebeuren om de visie en de doelen zoals beschreven in hoofdstuk 1 te bereiken. Het gaat hierbij om: -

Eenzaamheid

-

Statushouders

-

Armoede/financiën

-

Toegankelijkheid

-

Langer thuis wonen

-

Verwarde personen/zorgmijders

-

Multiproblem gezinnen

-

Jongerenparticipatie

Bovenstaande onderwerpen worden uitgewerkt in uitvoeringsplannen. De uitvoeringsplannen worden opgesteld door werkgroepen bestaande uit ambtenaren van de Werkorganisatie Duivenvoorde, maatschappelijke partners en inwoners die willen aansluiten. Deze nieuwe manier van werken past bij de transformatie van het sociaal domein. Aan de werkgroepen wordt gevraagd met een plan te komen dat antwoord geeft op hoe bepaalde doelen bereikt kunnen worden. De visie van de gemeente is dat de werkgroepen gevraagd worden een uitvoeringsplan te schrijven voor die doelen waar de gemeente, de partners en inwoners samen kunnen zorgen voor verbetering. Dit maakt de vraag concreet en brengt focus aan in de opdracht voor de werkgroepen. Daarnaast is de gemeente bij wet verplicht om bepaalde zaken op te pakken en in te richten. Wanneer deze zaken raakvlakken hebben met het inhoudelijke onderwerp worden deze onder het kopje ‘wat doen we al’ weergegeven. De werkgroepen worden gevraagd in het uitvoeringsplan ook aandacht te besteden aan de volgende overkoepelende onderwerpen: vrijwilligers, de wijze waarop de wijk kan worden betrokken in de aanpak en de eigen bijdrage in de Wmo. Daarnaast wordt specifieke aandacht gevraagd voor mantelzorgers. Onder andere landelijke cijfers geven aan dat mantelzorgers een moeilijke groep zijn om te vinden en te bereiken.

Dat heeft tot gevolg dat ook relatief weinig bekend is over het aanbod dat daadwerkelijk door mantelzorgers gewenst wordt en als passend wordt ervaren. De verschillende inhoudelijke thema’s hebben raakvlakken en verbinding met mantelzorgers. Door de transformatie waarin het sociaal domein zich bevindt, is het wenselijk om enigszins flexibiliteit te houden in de aanpak en prioritering van inhoudelijke onderwerpen. Om die reden is gekozen voor een werkwijze waarin voor de duur van 4 jaar een beleidsvisie en maatschappelijke doelen zijn opgesteld welke in de vorm van uitvoeringsplannen op inhoudelijke onderwerpen worden ondersteund. De visie is voor de middellange termijn, terwijl de verwachting is dat de uitvoeringsplannen in 2018 en 2019 worden afgerond. Voor de periode na 2019 zullen andere onderwerpen dan hierboven benoemd, opgepakt worden. Wijzigingen in de inhoudelijke thema’s zullen aan het college worden voorgelegd en de raad zal hierover geïnformeerd worden. 27

In de monitor Sociaal Domein zal vanaf 2018 extra aandacht besteed worden aan de inhoudelijke onderwerpen. Hierdoor kan de voortgang per onderwerp bijgehouden worden en kan waar nodig worden bijgestuurd in beleid en/of financiële uitgaven. Bij elk onderwerp is aangegeven met welke maatschappelijke doelen uit hoofdstuk 1 er raakvlakken zijn.

4.1 Eenzaamheid Introductie Eenzaamheid

heeft

negatieve

gevolgen

voor

het

gevoel

van

zelfredzaamheid en is een bedreiging voor de gezondheid. Zo hebben eenzame mensen vaker een minder gezonde leefstijl en vergroot eenzaamheid het risico op een depressie en suïcide. Inwoners die eenzaam zijn hebben ook meer moeite om de regie te houden over hun eigen leven. Eenzaamheid heeft daarnaast een relatie met het doel ‘Voorschoten en Wassenaar zijn veilig en er is sociale cohesie’. Als inwoners zich veilig voelen en er sprake is van sociale cohesie zullen minder mensen zich eenzaam voelen. Eenzaamheid komt voor onder alle leeftijdsgroepen. Mensen die eenzaam zijn hebben soms gebrekkige sociale vaardigheden waardoor contacten maken lastig is. Deze vaardigheden moeten al op jonge leeftijd aangeleerd worden. Preventie van eenzaamheid op latere leeftijd begint dus al op jonge leeftijd. Voor het onderwerp eenzaamheid geldt het volgende doel:

Het aantal mensen dat zich eenzaam voelt daalt

Cijfers: In 2015 gaf 40% van de inwoners van Voorschoten aan wel eens gevoelens van eenzaamheid te ervaren13. In Wassenaar was dit in 2015 38%. Landelijk is dit 39%. Er is een logisch verband tussen eenzaamheid en de behoefte aan meer sociale contacten. 23% van de inwoners in Voorschoten en 24% van de inwoners in Wassenaar geven aan meer behoefte te hebben aan sociaal contact1. Ook dit percentage is bijna hetzelfde als het landelijke percentage (22%). In 2016 is door de GGD Hollands Midden voor de gemeente Voorschoten dieper op dit onderwerp ingegaan. Hieruit bleek dat 8% van de volwassenen tot 65 jaar zich ernstig eenzaam voelt. Voor volwassenen boven de 65 jaar is dat 9%. Het verschil tussen leeftijdsgroepen is vrij klein. Het verschil tussen de leeftijdsgroepen is groter als gekeken wordt naar de sociale en emotionele eenzaamheid (zie tabel 1). Het verschil in Voorschoten is hier ook groter dan landelijk. Ook in het dorpsprofiel wordt eenzaamheid onder ouderen als risico aangemerkt.

13

Waarstaatjegemeente.nl/Burgerpeiling 02-06-2017

28

Tabel 1. Sociale, emotionele en ernstige eenzaamheid Voorschoten

Sociaal eenzaam emotioneel eenzaam ernstig eenzaam

Nederland 65+

18-64

65+

18-64

39

47

42

48

23

31

30

32

8

9

10

9

Bron: kerncijfers volwassenen- en ouderenpeiling 2016 GGD Hollands Midden

Voor

de

gemeente

Wassenaar

is

het

onderwerp

eenzaamheid

meegenomen

in

de

gezondheidsenquête die door de GGD Haaglanden is uitgevoerd. Uit een preview blijkt dat 10% van de inwoners van de gemeente Wassenaar zich ernstig tot zeer ernstig eenzaam voelen. Landelijk is dit ook 10%. 12% van de inwoners geeft aan zich enigszins tot sterk sociaal uitgesloten te voelen. In de regio Haaglanden is dit 23%. (Landelijk is er nog geen % bekend). Wat doen we al? In zowel de gemeente Voorschoten als de gemeente Wassenaar zijn veel sportverenigingen actief waar jong en oud kunnen sporten. De kerken zijn actief in het organiseren van activiteiten en in beide dorpen vinden muzikale en culturele activiteiten in verenigingsverband plaats. Ook worden in beide dorpen veel incidentele activiteiten georganiseerd. In diverse buurthuizen, verpleeghuizen en servicecentra kunnen inwoners die eenzaam zijn daarnaast terecht voor een kop koffie of een activiteit. Inwoners die niet aan bovengenoemde activiteiten deel kunnen nemen omdat zij meer ondersteuning nodig hebben om mee te doen, kunnen terecht bij dagbesteding of een beschutte werkvorm vanuit de Jeugdwet, Participatiewet, Wmo of Wlz. Bovengenoemde talrijke activiteiten bieden inwoners de mogelijkheid om te participeren. Eenzaamheid gaat echter niet alleen over de vraag of er voldoende activiteiten in een dorp georganiseerd zijn. Eenzaamheid is een heel persoonlijk verhaal over welbevinden en geluk.

Aan de werkgroep eenzaamheid nemen maatschappelijke partners en inwoners deel die samen een bijdrage willen leveren om het aantal inwoners dat eenzaam is terug te dringen. De werkgroep gaat zich hierbij richten op het voorkomen en signaleren van eenzaamheid, het afstemmen van bestaande activiteiten en zo nodig organiseren van nieuwe en besteedt aandacht aan de ernstig eenzamen. We willen bereiken dat… 1. Sociale vaardigheden op jonge leeftijd worden aangeleerd om eenzaamheid te voorkomen. 2. Bestrijden van eenzaamheid een gezamenlijke verantwoordelijkheid is. a.

Eenzaamheid geen taboe is; erkenning door en motivatie van betrokkene zelf is voorwaarde voor verbetering van de situatie.

b.

Professionals en vrijwilligers in zorg en welzijn alert zijn op (dreigende) eenzaamheid en signalen oppakken. 29

c.

Inwoners alert zijn op (dreigende) eenzaamheid bij inwoners in hun omgeving, dit bespreekbaar maken en initiatief nemen om eenzaamheid tegen te gaan.

d.

Eenzame inwoners gemotiveerd worden hun talenten en ervaring (bijvoorbeeld jong ontmoet oud) in te zetten voor anderen om zo eenzaamheid te doorbreken.

3. Er een breed scala aan activiteiten is: a.

een breed en laagdrempelig basisaanbod van activiteiten voor risicogroepen (bijvoorbeeld ouderen, dementerenden, inwoners zonder werk, inwoners met een lichamelijke, geestelijke of verstandelijke beperking).

b.

het aanbod van activiteiten is bekend bij een breed publiek.

4. Er ook aandacht is voor inwoners die niet (meer) deel kunnen nemen aan de activiteiten.

4.2 Statushouders Introductie Op basis van de totale instroom krijgt iedere gemeente een eigen taakstelling met het aantal te huisvesten statushouders. In de jaren 2015 en 2016 was er sprake van een verhoogde instroom van statushouders in Nederland. In het begin lag het accent vooral op de vraagstukken en uitdagingen voor wat betreft de huisvesting. In de daarop volgende jaren heeft de verhoogde taakstelling ook veel impact gehad op allerlei andere beleidsterreinen zoals bijvoorbeeld taal, opleiding en financiële zelfredzaamheid. Statushouders dienen, als dat nodig is, zo veel mogelijk gebruik te maken van reguliere voorzieningen. Voor het onderwerp statushouders geldt het volgende doel:

Statushouders worden zo snel mogelijk begeleid naar zelfredzaamheid, participatie en economische zelfstandigheid

Cijfers In onderstaande tabel is voor Voorschoten en Wassenaar te zien hoeveel statushouders er in 2014, 2015 en 2016 gehuisvest zijn.

70

64

60

51

50

41 43

40 30

Wassenaar 24 24

Voorschoten

20 10 0 2014

2015

2016

30

Een aantal conclusies gebaseerd op het verleden14 is aanleiding tot een andere aanpak van de integratie van statushouders: -

Veel statushouders hebben een ongunstige arbeidsmarktpositie en lopen de achterstand op andere groepen heel langzaam in. Na een verblijf van twee jaar in Nederland heeft slechts een kwart van de asielmigranten een betaalde baan van meer dan acht uur per week. En na vijf jaar heeft de helft van de asielmigranten een baan van meer dan acht uur per week.

-

Er is sprake van een grote dynamiek binnen de categorie statushouders. Een substantiële minderheid vertrekt na verloop van tijd weer uit Nederland. Maar een grote groep verblijft voor langere tijd in Nederland.

De conclusies uit bovengenoemd rapport worden herkend door het algemeen maatschappelijk werk en de woningbouwcorporaties die in hun dagelijks werk ervaren dat een aantal statushouders niet zonder extra begeleiding kan participeren. Wat doen we al? In juni 2017 is het ‘Plan van aanpak integratie en participatie statushouders’ door de gemeenteraden vastgesteld. Daarin is een aantal acties opgenomen die vanuit de gemeente worden opgepakt: 1. Met betrekking tot statushouders wordt zo vroeg mogelijk ingezet op een perspectief op werk met als doel mensen eerder zelfredzaam en uitkeringsonafhankelijk te maken: a.

Er is een verlengde intake bij Werk & Inkomen waar wordt ingezet op participatie door middel van bijvoorbeeld werkstages, vrijwilligerswerk en waar

Raffi is een 32-jarige vrouw uit Syrië die met haar vijfjarige zoontje in Wassenaar is komen wonen. Zij verbleef anderhalf jaar in een AZC.

mogelijk betaald werk. Uitgangspunten hierbij zijn de talenten en mogelijkheden van de statushouder. b.

Er worden, in samenwerking met ondernemers, trajecten ontwikkeld voor begeleiding naar werk met extra taalondersteuning.

2. Jeugdige statushouders worden ondersteund waardoor zij zo snel mogelijk instromen in het reguliere onderwijs: a.

Door actief monitoren van de instroom zijn kinderen snel in beeld bij instanties zoals het CJG, VVE en het onderwijs.

b.

Met scholen in het Primair Onderwijs worden

Ze was journaliste van beroep en ze wacht op bericht van haar echtgenoot, die is verdwenen in Syrië. Ze maakt zich zorgen en heeft veel last van nachtmerries. Ze redt het net om haar zoontje te verzorgen. Raffi is niet in staat om een zinvolle dagbesteding voor zichzelf te organiseren.

afspraken gemaakt over de mogelijkheden van extra taalondersteuning bij statushouders in de leeftijd 4 – 12 jaar. c.

Statushouders vanaf 18 jaar worden begeleid bij taal en opleiding door middel van een scholingstraject.15

14

‘Geen tijd te verliezen’, Policy brief van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (december 2015) Jongeren tussen de 12 en 18 gaan naar de schakelklas tot het moment waarop zij de Nederlandse taal beheersen en naar een reguliere middelbare school kunnen. 13

31

De werkgroep die zich bezig gaat houden met statushouders gaat de mogelijkheden om mee te doen vergroten. We willen bereiken dat… 1. Statushouders en hun gezinnen in de eerste periode van hun vestiging maatschappelijk begeleid worden om succesvolle integratie te bewerkstelligen: a.

Verbinden van de maatschappelijke begeleiding van Vluchtelingenwerk aan duurzame lokale initiatieven van bijvoorbeeld serviceclubs, de sportverenigingen en welzijn.

b.

Extra inzet bij financiën om schulden te voorkomen.

4.3 Armoede/financiën Introductie Leven met financiële problemen kan een grote impact hebben. Niet alleen op volwassenen, maar ook op kinderen die in zo’n situatie opgroeien. De bijstand fungeert als vangnet voor mensen die (tijdelijk) geen werk hebben. Daarnaast bieden de beide gemeenten verschillende regelingen aan waar mensen voor in aanmerking komen als de maandelijkse inkomsten 110% van het minimumloon of lager zijn. De gemeenten bieden voor inwoners met een inkomen tot 130% van het minimumloon een collectieve ziektekostenverzekering aan. Een betaalde baan is het beste middel om financiële problemen te voorkomen. Hoewel dit niet voor iedereen

geldt,

heeft

iemand

met

baan

over

het

algemeen

meer

kans

op

financiële

onafhankelijkheid. Langdurig in de bijstand zitten, maakt het niet alleen moeilijker om betaald werk te vinden, ook de kans op schulden neemt toe. Uit onderzoek blijkt dat eenoudergezinnen en alleenstaanden vaker tot de groep met een minimaal inkomen behoren dan huishoudens met twee volwassenen. Ook blijkt dat kinderen uit zogenaamde minima gezinnen minder goede kansen hebben op school en de arbeidsmarkt. Financiële problemen zorgen ervoor dat inwoners minder zelfredzaam zijn. Hoe langer mensen schulden hebben, hoe lastiger het wordt om er weer uit te komen. Er kan ook sprake van financiële problemen zijn bij mensen die wel een betaalde baan hebben. Soms

hangen

financiële

problemen

samen

met

laaggeletterdheid

of

gebrekkige

gezondheidsvaardigheden. Armoede hangt niet alleen samen met geld. Mensen met weinig inkomen hoeven, door zinvol te participeren in de maatschappij, niet arm te zijn. Er is een relatie tussen armoede en gezondheid. Onderzoek toont een verschil in levensverwachting tussen de laagste en hoogste inkomensklassen 7,2 jaar voor mannen en 6,7 jaar voor vrouwen 16.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=fd7f02ce-74f9-4261-9dcf-886444e8c10d