CConstaterende datwassenaar
Koppel je AI →
Document · PDF

013 Bijlage 1 Cultuurhistorische Verkenning

Raadsvergadering Wassenaar 27 februari 2024, gemeente wassenaarBij agendapunt: Informatiebrief 013 Stedenbouwkundige modellen Residentie Parkzicht20.510 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

45

Opname kort na de voltooiing van het werk, met goed zicht op de kolomconstructie, de ringbalk, de koepel en in de achtergrond de schaaldaken van de zijbeuk.

Aansluiting van de kolommen die met profielstukken zijn afgetimmerd op de ringbalk. Rechts de elementen die door de architect timpanen werden genoemd.

De schaalelementen in de zijbeuk.

Cultuurhistorische verkenning

46

6.3 Het exterieur 6.3.1 De gevels Het exterieur laat zich, voor wat betreft de huid van de rotonde, vrij eenvoudig beschrijven, daar het exterieur hier vrijwel volledig uit puien bestaat. De puien zijn ingepast binnen het betonskelet van kolommen en bogen. De kolommen zijn bekleed met baksteen, de bogen niet. De puien stammen niet meer uit de bouwtijd, waarmee gesteld kan worden dat het exterieur voor het grootste deel is vernieuwd. In de redengevende omschrijving van de RCE is aangemerkt dat de vernieuwingen niet ten kosten zijn gegaan van de architectuur, maar wanneer we de oorspronkelijke toestand afzetten tegen de thans bestaande, dat zijn wij toch een andere zienswijze toegedaan. De hoofdvorm van de puien is logischerwijs gehandhaafd omdat deze bepaald wordt door de vorm van de draagconstructie én er zijn ramen teruggekomen op de plaats waar deze oorspronkelijk ook hebben gezeten. Daarmee houdt de overeenkomst wel zo’n beetje op.

De huidige puien in de gevels van de rotonde, rechts een vroeg (niet uitgevoerd) ontwerp.

De situatie kort na oplevering met fijnmazige ruitverdeling van de puien en lichtstraat.

47

De oorspronkelijke puien zijn uitgevoerd geweest in hout, in Braziliaans Peroba de Campos, dat aan de buitenzijde onbeschilderd kon blijven. Hierin waren aluminium (aanvankelijk was staal voorzien) tuimelramen van de firma Radefa geplaatst en ruitjes, dubbelglas met glasvezel daartussen.11 Opvallend is daarbij het kleine formaat van de ruiten die wel licht doorlieten, maar niet doorzichtig waren. Hoe anders is dat nu met de huidige blauwe spiegelende beglazing in grote ruiten. In de lichtstraat onder de koepel is de fijnmazige indeling met oorspronkelijke kleine ruitjes ook volledig teniet gedaan.

Tekening van Berghoef met oorspronkelijke pui en lichtstraatbeglazing.

De kolommen zijn bekleed met schoonmetselwerk in wildverband. Het voegwerk is oorspronkelijk. Er is een betonnen afdekplaat toegepast en een betonnen spuwer. Dit betonwerk is onbeschilderd. De bogen van het dak van de buitenring van de rotonde zijn witgeschilderd. We weten niet of dat van oudsher het geval is. Oude zwart-witfoto’s wekken de indruk van wel. 6.3.2 De entree De entree kan omschreven worden als een beluifelde statietrap, die imponerend zal zijn geweest voor bezoekers die hun auto op het parkeerterrein stalden óf die via de opgang voor auto’s passagiers vóór de voordeur afzetten. Dit soort fenomenen zien we in de bouwtijd ook bij bijvoorbeeld schouwburgen veel 11

Dit soort glas werd door het toenmalige Glaver in Gompel geproduceerd onder de productnaam Thermolux, waarvan de belangrijkste kenmerken waren dat het diffuus-doorschijnend was en in de tijd goed isoleerde. Het glas wordt naar verluidt nog steeds door hun geproduceerd, al heet de fabriek tegenwoordig door fusie en overnames AGC.

Cultuurhistorische verkenning

48

toegepast. De trap heeft aan de zijde van de parkeerplaats een robuuste uitstraling, onder andere door de behandeling van het muurvlak met piasters die als balustrade zijn voorgezet. Die balustrade zorgt bedoeld of onbedoeld voor samenhang met het kantoorgebouw dat om het dakterras een min of meer vergelijkbare balustrade heeft. De traptreden zijn afgewerkt met graniet uit de bouwtijd. Ook de ijzeren balustrades de handlijsten stammen uit de bouwtijd.

Detail van het exterieur van de rotonde.

Waar het metselwerk en de forse trappen al indruk moeten hebben gemaakt op de bezoekers, zal die indruk nog groter zijn geweest bij de enorme luifel die met Peroba de Campos (een thans bedreigde boomsoort) is gemaakt. Imposant is ook de wijze waarop het geheel door een enkel spant ophoog gehouden wordt. De grootste wijziging die hier is doorgevoerd, is het geheel vernieuwen van de entreepui. De luifel boven de personeelsingang is ondergeschikt aan die voor het publiek, maar evenzeer van hoge kwaliteit. Ook hier is de toegangspui vernieuwd.

Indrukwekkende trap en luifel uit de bouwtijd.

49

Ontwerptekening van de entree en luifel.

Oorspronkelijk konden leveranciers onder de luifel en loopbrug doorrijden. In die tijd waren de vrachtwagens (en de ladingen) over het algemeen nog wat kleiner.

Cultuurhistorische verkenning

50

Luifel bij de personeelsingang (begane grond).

Aan de zijde van de Van Alkemadelaan is het gebouw uitgebreid op een manier die vast heel functioneel is, maar die de waardering voor de architectuur van het oorspronkelijke gebouw niet ten goede komt. Het geheel heeft een beetje het karakter van een rangeergebouw voor de spoorwegen gekregen. Rechts het vernieuwde tussenlid dat esthetisch niet erg fraai is.

De secundaire aanbouwen tegen de rotonde zijn niet van toegevoegde waarde, de architectuur van het tussenlid is dat evenmin.

6.4 Het interieur Het interieur van de rotonde is ingrijpend verbouwd. We kunnen wel stellen dat het vrijwel volledig is gestript en opnieuw is opgebouwd, al gaan we daarbij voorbij aan één afwerking en welgeteld drie elementen in het interieur. Dat is bar weinig, maar wat er nog is, is wel van hoge kwaliteit. Daarbij duiden wij als eerste op de zeer rijke vloerafwerking onder de koepel. Deze is uitgevoerd in natuursteen, naar een ontwerp waarvan de tekeningen in het archief van Berghoef zijn aangetroffen. Hij heeft een windroos ontworpen, vrij toepasselijk voor een bond die zich richt op toerisme en verkeer.

51

In het hart van de windroos bevindt zich een oorspronkelijk waterbekken, een vijver, zoals in stukken wordt vermeld. De schaal van koper is gemaakt door metaalwarenfabriek Amstel en draagt een gedicht dat in opdracht werd gemaakt door Jan Engelman (1900-1972). Engelman was een bekende voor de ANWB, omdat hij in 1958 de ANWB-prijs kreeg uitgereikt voor een boek met zijn reisbrieven uit Griekenland. Midden in het bekken pronkt een naakt vrouwenbeeld dat door het personeel van de ANWB werd geschonken in het kader van het nieuwe kantoorgebouw. Het is een werk van Han Wezelaar (19011984), die als opdracht meekreeg de verwondering van het reizen uit te drukken.

Ontwerptekening voor de vloer in de rotonde.

Als laatste dienen uit de bouwtijd nog vermeld te worden de bustes van koningin Juliana en prins Bernhard, welke laatste het gebouw ook officieel kwam openen. Het zijn werken van Charlotte van Pallandt (1898-1997), die gerekend wordt tot de grotere Nederlandse beeldkunstenaars van de twintigste eeuw. De stukken staan vermoedelijk niet meer op de oorspronkelijke plaats. Uit stukken in het archief van architect Berghoef menen wij op te kunnen maken dat een eerste ontwerp voor de bustes door de ANWB werd afgewezen.

Cultuurhistorische verkenning

52

Vloerdetail op tekening van Berghoef.

Jan Engelman (met bril) in 1958 tijdens de uitreiking van de ANWB-prijs voor zijn boek Twee maal Apollo).

Heel erg veel is er uit de rotonde verdwenen, wat natuurlijk ook niet zo vreemd is, omdat functies veranderden en afwerkingen en meubilair werden gemoderniseerd. Zo verdwenen op de verdieping de baliemedewerkers en dus de balies, waarmee de functionele scheiding tussen binnen- en buitenring min of meer kwam te vervallen. Ook de installaties zijn allemaal vernieuwd, met het meest in het oog springend het verwijderen van de oorspronkelijke armaturen

53

naar ontwerp van Jan Hoogervorst (1918-1982) in de centrale ruimte.12 In het archief van Berghoef zijn tekeningen van die armaturen bewaard gebleven (niet van zijn hand). De aard van de constructie maakt de plattegrond van de verdieping ook helemaal vrij in te delen. Er kwam een nieuwe toiletgroep, een cafékantine voor bezoekers en er kwamen nieuwe trappen en liften ter verbinding van begane grond en verdieping. In de centrale ruimte werd een te verlagen plafond opgehangen en een nieuwe lamp. De akoestische pleister waarmee de koepel en schalen zijn afgewerkt, stamt wellicht nog uit de bouwtijd.13

Secundaire gangstructuur op de begane grond. Rechts de koperen bekken met het gedicht van Engelman.

De sculpturen van Wezelaar (l) en Van Pallandt (m,r).

12 13

Tekeningen door Hoogervorst zijn aangetroffen in het archief van Berghoef. Volgens architect van MLA+ is dat niet het geval.

Cultuurhistorische verkenning

54

Han Wezelaar, Jan Hoogervorst en Charlotte van Pallandt leverden kunstwerken.

De indeling in de kelder is, om de oude kern, geheel vernieuwd. Naar verluidt gebeurde dit in de jaren tachtig en staat die indeling op de nominatie weer verwijderd te worden.

Nieuwe lift, trap en armaturen in de buitenring.

Deel van een meterslange doorsnedetekening in het archief van Berghoef.

55

Ontwerptekening voor de 40 meter aan balies die in de rotonde werden neergezet.

Deel van een tekening van de armaturen met stempel van de Almelose firma Anvia. Ontwerp volgens tekening: Jan Hoogervorst.

Cultuurhistorische verkenning

56

7

Het tuinontwerp

7.1 Algemeen Op basis van het archief van architect Johannes Berghoef (Het Nieuwe Instituut) en archiefstukken van tuinarchitect Wim Boer (1922-2000, Speciale Collecties Universiteit Wageningen) is een vrij goed beeld te schetsen van het tuinontwerp zoals dat door de beide architecten, in samenspraak met de opdrachtgever (ANWB) werd gemaakt. Zo kunnen we vaststellen dat er vóórdat de landschapsarchitect benaderd werd, al een ruimtelijk omkaderd plan lag, zoals uit tekeningen uit 1954-1955 kan worden opgemaakt en uit een opdrachtbevestiging van H. Klarenbeek aan Boer gedateerd 2 juni 1959.14 In het archief van Boer is een perspectieftekening aanwezig die volgens begeleidend schrijven door Berghoef is toegestuurd. Het schrijven is gedateerd 10 september 1958. De brief maakt melding van een overleg tussen beide architecten en voorzag blijkbaar in aanpassing van de plannen, met als resultaat de perspectieftekening. Berghoef schrijf over het toevoegen van bomenrijen langs de noord- en oostzijde van het terrein en het doel dat daarmee was gediend, namelijk het creëren van een strakkere achtergrond. Waarschijnlijk was deze aanpassing een suggestie van Boer. Berghoef schrijft namelijk over de wijziging: “hetgeen inderdaad veel beter is”.

Daarnaast maakt Berghoef melding van verandering van de terrassenaanleg, waarbij hij doet voorkomen dat dit zijn idee is (“naar mijn mening beter is”). Op 6 mei 1959 vindt er een bouwoverleg plaats waarbij door Boer twee ontwerpen worden gepresenteerd. Een van de plannen geniet daarbij de voorkeur omdat men van mening is dat het meer in overeenstemming is met de stedenbouwkundige opzet van de architect. In beginsel wordt dit ontwerp dan ook goedgekeurd voor verdere uitwerking. Beperkende factor daarbij is dat de ligging en de grootte van de technische dienst en de wegenwacht nog niet vaststaat. Voor de bomensingels langs de terreingrens wordt op dat moment nog gedacht aan populieren of iepen, boomsoorten die niet te zwaar uitgroeien, “zodat vanaf de weg voldoende gezicht op het gebouw blijft”. Men is echter wel beducht voor de iep, vanwege de iepziekte. Het is Boer die, na informatie ingewonnen te hebben bij Staatsbosbeheer, aanstuurt op de aanplant van Hollandse Iepen middels een op 19 mei 1961 gedateerde brief. Aanplant zou moeten geschieden in het najaar. De kosten voor de tuinaanleg zijn geraamd op 100.000 gulden. Het honorarium voor de architect bedraagt 8 procent van de daadwerkelijke kosten. Aardig is een schrijven van J. Mulder in het archief van Boer.

Deze spreekt in zijn bief van 7 september 1964 aan de ANWB zijn afkeur uit over de geel geverfde obstakels (afvalbakken) die zonder kennisgeving aan de tuinarchitect in de tuin van het complex geplaatst zijn, omdat deze het totale tuinbeeld verstoren. In een reactie laat de ANWB (bij monde van Lomeijer die namens de ANWB de 14

57

Wageningen, Speciale Collecties.

bouwzaken leidt) weten dat het Nederlandse beschavingspeil het plaatsen van afvalbakken noodzakelijk maakt en dat de oorspronkelijke grijze kleur (het gewenste olijfgroen was in de handel niet verkrijgbaar) onvoldoende effect had. Lomeijer spreekt de hoop uit dat op termijn een minder opvallende kleur mogelijk wordt en eindigt zijn schrijven met de zin “Een vuile tuin vol papiertjes

is ook niet fraai”. Het zou de eerste wijziging zijn in het plan van Boer en logischerwijs niet de laatste. Het moet voor de architect, gelet op bovenstaande geuite zorgen, wel wrang zijn geweest dat zijn ontwerp al vrij snel na realisatie drastisch zou wijzigingen. Dat gebeurde al vrij vroeg (in de jaren zeventig) op het moment dat de capaciteit van de parkeerplaats werd vergroot. Meer dan de helft van het oorspronkelijke tuinontwerp ging hierbij teloor. Vrijwel zeker kreeg Boer het verzoek om een nieuw ontwerp te maken voor een nieuwe tuinaanleg bij de brug, daar waar een stuk van de vijver werd aangeplempt. In het archief van de landschapsarchitect zien we een ontwerp dat grote gelijkenis vertoont met de thans nog bestaande terrassen aan de waterkant.

7.2 Ontwerpen In zowel het archief van Berghoef als het archief van Boer is een schetsontwerp voor de tuinaanleg bewaard, gedateerd 4 april 1958. Het is de maand waarin begonnen wordt met het storten van de keldervloer van het kantoorgebouw, zo is op te maken uit foto’s die tijdens de in april 1958 te dateren werkzaamheden werd gemaakt. Er zijn in het ontwerp verschillende groenstructuren te duiden. Als eerste zijn dat de bomenrijen langs de noordwest- en noordoostzijde van het terrein en hier een duidelijke afscheiding vormend. Zo’n afscheiding treffen we ook aan tussen het parkeerterrein en de bezoekerstuin aan de zijde van de Wassenaarseweg. Aan de Van Alkemadelaan is behoudens de gracht geen sprake van lijnelementen. Hier zijn boomgroepen en enkele solitairen getekend. Een in 3x3 stramien ontworpen groep van negen bomen is te vinden tussen het kantoorgebouw en het verblijfsgebouw van de wegenwacht. Bij dit verblijfsgebouw is, evenals bij de woningen aansluitend op het kantoorgebouw, een privétuin getekend. Hagen zorgen voor begrenzing van deze tuinen. Verspreid op het terrein zijn heesters te vinden, deels solitair, deels in kleine groepen. De heesters zijn sterk vertegenwoordigt in het publiekspark aan de zijde van de Wassenaarseweg en langs de voorgevel van het kantoorgebouw. Het park is verder opgeluisterd met gekleurde vlakken, mogelijk bloembedden of anders terrassen.

Wat in dit ontwerp vooral opvalt, is het ontbreken van laanbeplanting langs de wegen.

Cultuurhistorische verkenning

58

Schetsontwerp 4 april 1958.

Een tweede ontwerp, ongedateerd, voorziet in een formelere aanleg waarbij de basis juist gevormd lijkt te zijn door bomenrijen langs alle zijden van het terrein én om het publiekspark. Gemene deler met het eerste plan is de boomgroep van negen tussen kantoor en verblijfsgebouw voor de wegenwacht, de hagen ter afscheiding van privétuinen én de solitaire heesters nabij de voornaamste gevels van de gebouwen. Het park is sterk geometrisch van opzet met drie clusters van vierkante perken. Gazons vormen de inbedding van de gebouwde objecten. Grasaanplant is vooral om de rotonde sterk vertegenwoordigt in het ontwerp.

Ongedateerd schetsontwerp.

Een derde ontwerp is gedateerd op 31 januari 1961. De bouw van het kantoorgebouw is dan gereed. In het ontwerp zijn late veranderingen aan

59

technostation en het verblijfsgebouw in rood weergegeven. Het lijkt hier te gaan om een aanpassing van een tuinplan als gevolg van deze wijzigingen. De bomenrijen uit het tweede ontwerp zijn aangehouden en ook de groep van negen boven is onveranderd. Het publiekspark is over de hele lengte van de Wassenaarseweg opgerekt en voorzien in vier terraskamers met zitbank, perken en een solitaire heester. Aan de zijde van de Van Alkemadelaan zijn twee groepen om hexagonale vormkaders weergegeven. Het ontwerp voorziet in een tweede brug over het water aan de Van Alkemadelaanzijde (een brug die er niet zou komen), waarmee het oprekken van het publiekspark waarschijnlijk verband houdt.

Schetsontwerp 31 januari 1961.

Het laatste ontwerp dient ook als basis wanneer op 3 april 1962 een bestektekening wordt gemaakt door een medewerker van Boer. In het archief van Boer is ook het bestek zelf aanwezig, zodat een goed beeld te vormen is van de aanplant in de tuin. Vermeld worden onder andere 11 sierappels, 21 dwergmispel, 5 seringen, 11 sneeuwballen, 2 sierkers, 2 jasmijn en 1 wilde lijsterbes. Hagen zijn samengesteld uit meidoorn, veldesdoorn, taxus, haakbeuk en gele kornoelje. De meidoorn, veldesdoorn en kornoelje worden gemengd onder de bomenrijen aan de noordwest- en noordoostzijde. Er is niet gespecificeerd met welke bloemen de bakken gevuld dienden te worden. Op de bestektekening is te zien dat de twee groepen met hexagonale vormkaders zijn samengevoegd tot één langgerekte structuur. Deze tekening wordt nog gewijzigd op 7 februari 1963, onder andere omdat de tweede brug aan de zijde van de Van Alkemadelaan er uiteindelijk toch niet komt. Verder staat de revisie in het nader duiden van maatvoering.

Cultuurhistorische verkenning

60

Bestektekening 3 april 1962.

Hexagonale vormmotieven maken in de jaren zestig vaker deel uit van ontwerpplannen van Boer.

Een laatste brief in het archief van Boer dateert van 3 november 1964 wanneer de architect zijn zorg uitspreekt over het feit dat het onderhoud van de pas opgeleverde tuin niet kan worden uitgevoerd door de partij (Huub van den Hoven uit Alblasserdam) die de aanleg heeft verzorgd, omdat Boer van mening is dat dit schadelijk kan zijn voor zijn werk. Hij wijst er verder op, handhaving van het ontwerp op prijs te stellen. Dit vanwege zijn auteurschap en omdat hij graag om advies gevraagd wordt bij noodzakelijk geachte wijzigingen (met verwijzing naar de eerder genoemde detonerende prullenbakken).

61

Tekening van een zitbankje, sterk gelijkend op de bankjes die thans bij de Jeu de Boulesbaan (niet uit de jaren zestig) te vinden zijn.

Het koppelen van rechthoekige terrassen met inrichting door bakken en potten is een kenmerk van het werk van Boer in de jaren zestig. De bomenrij bevindt zich aan de geleidelijk oplopende waterkant. De strakke ordening en relatief spaarzaam toegepaste beplanting is typisch voor de tijd.

De tuinaanleg van Boer ging al bijzonder snel op de schop, eigenlijk steevast om parkeercapaciteit te vergroten. In de jaren zeventig, na realisatie van het tweede kantoorgebouw, werd voor parkeren ruimte gemaakt evenwijdig aan de Wassenaarseweg en aan de zijde van Clingendael, door een deel van de tuin en de vijver op te offeren. Zo verdween het pad dat de schakel vormde tussen de terrassen die hier naar ontwerp van Boer waren gerealiseerd en die we van tekeningen en foto’s kennen. Geheel zonder groen aan de Wassenaarseweg wenste men blijkbaar ook niet. Er werd besloten om een deel van de oorspronkelijk 22 meter brede vijver te dempen, waardoor de vijver nu een beetje het midden houdt tussen een vijver en een gracht. Tegenwoordig is die ontwikkeling nog afleesbaar aan het pomphuisje dat oorspronkelijk aan de

Cultuurhistorische verkenning

62

waterkant te vinden was maar door de ingreep midden in de nieuwe tuin is komen te staan.

Oorspronkelijk grensde het pomphuisje aan de waterkant, na gedeeltelijke demping van de vijver is het als het ware tussen tuin en parkeerterrein komen te liggen.

In 1965 werden de eerste plannen gemaakt voor een tweede kantoorgebouw als gevolg van capaciteitsproblemen die het parkeerterrein parten speelde. In het archief van Boer zijn twee tekeningen bewaard gebleven die op betrokkenheid bij de aanpassing van de tuin wijzen. Het gaat om een perspectieftekening en een (daarbij behorende?) plattegrond. Op beide zien we drie geschakelde terrassen langs de in breedte gereduceerde vijver, vergelijkbaar met de thans bestaande situatie. De perspectieftekening toont echter het gebouwencomplex zonder vergroot parkeerterrein. Het lijkt dan ook te gaan om een vroeg ontwerp en niet om een aanpassing van het begin jaren zestig uitgevoerde ontwerp. Het is goed mogelijk dat dit plan eind jaren zestig, begin jaren zeventig weer boven tafel werd gehaald op het moment dat aanpassing van de tuin op de agenda werd gezet. Het ontwerp lijkt in retrospectief in te spelen op reductie van de breedte van de vijver ten behoeve van parkeren, door terrassen langs de waterrand ten opzichte van die rand te laten verspringen waardoor het geheel het karakter van vijver behoudt en niet de aard van een brede gracht krijgt. Het geheel wordt aan de zijde van de parkeerplaats die na de uitbreiding van de capaciteit daarvan relatief dicht op het water is komen te liggen, afgeschermd met een bomenrij.

Ontwerptekening voor aanpassing van een deel van de tuin, uitgevoerd begin jaren ‘70.

63

Vroeg ontwerp van Boer, dat vermoedelijk weer uit de kast werd gehaald op het moment dat de tuininrichting als gevolg van de vergroting van het parkeerterrein moest worden aangepast. Dit maakt waardering van de huidige inrichting extra complex omdat de huidige inrichting in zekere zin een ontwerp is dat als oorspronkelijk (doch aanvankelijk niet uitgevoerd) kan worden aangemerkt.

Waterkant uitgevoerd naar een (aangepast) ontwerp dat Wim Boer omstreeks 1960 al maakte, maar dat toen niet de voorkeur kreeg. Een tweede ontwerp van de landschapsarchitect werd uitgewerkt. De bestrating zal oorspronkelijk zijn. Dat geldt niet voor de bankjes die zijn aangebracht op de plaats van exemplaren uit de jaren zeventig (vermoedelijk zoals nu bij de jeu de boules baan staan).

7.3 Huidige toestand 7.3.1 De Kuystenpromenade en de waterkant In de thans bestaande toestand hebben we dus aan de zijde van de Wassenaarseweg te maken met een interessante situatie in de zin dat er vermoedelijk sprake is van een ontwerp uit de vroege jaren zestig, een oorspronkelijk ontwerp dat aanvankelijk niet werd uitgevoerd (men zou kunnen stellen; afgewezen) dat echter begin jaren zeventig alsnog ten uitvoer werd gebracht. Beschouwing van de betekenis van de huidige aanleg is niet eenduidig te maken. De aanleg tast enerzijds en zonder meer het oorspronkelijk uitgevoerde tuinontwerp aan. Anderzijds stamt het ontwerp uit de tijd van de bouw van het complex, alleen is het wat later tot stand gebracht. Voornaamste

Cultuurhistorische verkenning

64

aanpassing van het ontwerp, verondersteld uit circa 1960, is de inpassing van de zonnewijzer die in 1972 vanuit het ANWB-gebouw in Amsterdam werd verplaatst.

Overzicht op de omstreeks 1972 naar dan al vermoedelijk circa 10 jaar oud ontwerp van Boer aangelegde tuin aan de waterkant.

Een element dat vrijwel zeker van oudsher in dit deel van de tuin aanwezig is, werd in 1972 geplaatst. Het gaat om een zonnewijzer die echter ouder is dan een halve eeuw. Het ding werd in 1934 gemaakt naar aanleiding van het vijftigjarig jubileum van de ANWB dat in 1933 werd gevierd. Het ontwerp is van de hand van de Amsterdamse kunstenaar Albert Boeken (1891-1951), die het mocht uitvoeren als winnaar van een ontwerpwedstrijd. De wijzer stond aanvankelijk aan het einde van de Noorder Amstellaan bij het Muzenplein. Daar stond hij op een natuurstenen grondplaat waarop een kaart van Nederland was ingehakt. Boeken mocht, omdat het kunstwerk goedkoper uitviel dan het beschikbare budget, ook een luchtwegwijzer voor op Schiphol ontwerpen.

Zonnewijzer uit 1933, aanvankelijk in Amsterdam geplaatst. De wijzer is hier herplaats in 1972.

65

Zonnewijzer op de oorspronkelijke plek in Amsterdam, op een sokkel van natuursteen en omringd met flagstones. Rechts ontwerper (architect) Albert Boeken op latere leeftijd.

Luchtopname uit 1976 toont langs de Wassenaarseweg de versmalde vijver, de begin jaren zeventig aangelegde waterkant en de forse uitbreiding van de parkeerplaats daarlangs. Aan de Van Alkemadelaan is de oorspronkelijke tuinaanleg uit de jaren zestig nog intact. De zonnewijzer is op de foto op een gazon te zien (zonder huidig grindbed).

Onderdeel van de aanleg uit begin jaren zeventig vormde ook het thans nog bestaande wandelpad dat wordt opgeluisterd met historische bewegwijzeringen uit verschillende delen van het land. Nu heeft het pad (ondanks de knik) een laanachtig karakter doordat aan weerszijden (jonge) bomen zijn aangeplant. Bovenstaande luchtfoto laat zien dat aanvankelijk aan de zijde van het parkeerterrein sprake was van een border zonder bomenrij. De bovenste bomenrij op de luchtfoto, aansluitend op de brug, zou nog wel eens uit de jaren zestig kunnen stammen. De andere bomen doen dat mogelijk ook, maar die moeten dan tijdens de herinrichting van dit deel van het terrein zijn herplaatst. De bomen staan op een aanplemping van de aanvankelijk bredere vijver. De (overwegend) historische wegwijzers en paddenstoelen maken een wat vreemde indruk bij eerste beschouwing in de context van de tuin, een context die verre staat van de oorspronkelijke. Het is een uiting van trots en cultuur dat de wijzers hier een plaats hebben gekregen. Aanjager was directeur Verkeer en Recreatie A.C. Kuysten (…-1985), waardoor het pad in ANWB-kringen ook wel de Kuystenpromenade wordt genoemd. Omdat Kuysten in 1977 pensioneerde, is het aannemelijk dat de wegwijzers van oudsher dit deel van de tuin opluisteren.

Cultuurhistorische verkenning

66

Promenade. Het pad dateert uit de jaren zeventig, de tijd waarin de capaciteit van het parkeerterrein (rechts) werd vergroot ten koste van de aanleg van Boer.

‘Kleine monumenten’ in de Kuysten-promenade, een uiting van trots die ook getuigt van (bedrijfs)cultuur.

67

Meer richting de hoek van de Wassenaarseweg en de Van Alkemadelaan heeft de waterkant aan eerste genoemde straat een besloten karakter gekregen. Mogelijk ook naar plan van Boer. Aanvankelijk voorzag deze in zijn plannen uit de jaren zestig hier een grote openheid met gazons en enkele solitairen. Dat plan zal begin jaren zeventig niet meer uitvoerbaar zijn geweest, omdat de voor groenaanleg beschikbare ruimte tussen waterkant en rotonde sterk werd beperkt door de uitbreiding van het parkeerterrein. Op de luchtfoto uit 1976 is te zien dat er dan al sprake is van een dicht begroeiingslint dat de auto’s (en dus ook de rotonde) vanaf de Wassenaarseweg aan het oog onttrok.

Zicht op het terrein vanaf de hoek Wassenaarseweg Van Alkemadelaan. Rechts een bijenhotel ongeveer op de plaats van de fotograaf tijdens het maken van de linkerfoto.

Toestand langs de Van Alkemadelaan.

Aan de zijde van de Van Alkemadelaan is weinig meer dat herinnert aan de tuin die hier in de jaren zestig naar ontwerp van Boer werd aangelegd. Dat komt omdat het terrein hier vrijwel volledig in gebruik is genomen door uitbreiding van de parkeergelegenheid én uitbreiding van de rotonde niet te vergeten. Van de hexagonale structuren en patronen is niets meer over, van een wandeling, anders dan over het parkeerterrein is geen sprake meer. Het enige dat in de jaren zestig al aanwezig was, zijn enkele bomen, restanten van een rij die we onder andere op de luchtfoto uit 1976 al zien. Die foto toont vermoedelijk ook al de heg-begroeiing daaronder.

Cultuurhistorische verkenning

68

Recente afvalbak, recente lichtpaal en een afvalbak die nog wel eens op advies van Wim Boer geplaatst zou kunnen zijn in de jaren zeventig. Boer verzette zich kort na oplevering van de door hem ontworpen tuin (’60) per brief tegen de toen geplaatst gele bakken, met name vanwege de schreeuwerige kleur.

Daarnaast zijn er nog brughoofden, van een brug die naar verluidt werd aangelegd in de tijd dat de Van Alkemadelaan werd gerealiseerd. Het zou hier gaan om een bruggetje waarmee paarden de weiden van Clingendael in konden worden geleid. Het bruggetje werd in de oorlog door de bezetters gebruikt om een kampement (het huidige kazerneterrein) te bereiken én door manege Paddock die hier in 1943 op last van de Duitsers naartoe werd verplaatst. Kort na de oorlog raakte de brug beschadigd waarna herstel plaatsvond. De brug diende in de tijd van de ANWB als toegang tot de woningen die aan het kantoorgebouw gekoppeld waren. Waarschijnlijk werd de brug gesloopt op het moment dat de huidige brug over het water werd gerealiseerd. In het archief van Berghoef is veel te lezen over de ontsluitingen van het terrein via bruggen. Een ontsluiting aan de zijde van de Van Alkemadelaan was in die tijd zeer onwenselijk. Berghoef schrijft hierover dat hij van mening was dat op een rondweg (wat de Van Alkemadelaan toen meer was dan nu) geen hoofdentrees gericht mochten worden. Ook zag hij problemen van verkeerstechnische aard (drukte).

De bruggenhoofden herinneren nog aan een bruggetje dat hier ten tijde van de aanleg van de Van Alkemadelaan zou zijn gemaakt.

69

Toegang vanaf de Wassenaarseweg.

7.3.2 De entreezone De entreezone blinkt niet uit in schoonheid. Er is hier sprake van wildgroei aan elementen waarvan een groot deel in recentere tijd werd toegevoegd. Het terrein wordt benaderd via een klinkerweg over een door Berghoef ontworpen brug. Het terrein is af te sluiten met een ijzeren hekwerk dat in de plaats is gekomen van een hek waarvan de bouwtekeningen in het archief van de architect zijn aangetroffen. In het nieuwe hek zijn nog wel twee sierbollen (als op de erkervensters van het kantoorgebouw) geïncorporeerd. Het oorspronkelijke hek sloeg met twee vleugels open, nu zijn de hekdelen schuifbaar. Dat heeft vooral aan de terreinzijde gevolgen, omdat de hekken in geopende toestand voorbij de oorspronkelijke met siermetselwerk opgeluisterde vleugelstukken schuiven. We treffen hier metselmozaïek aan van de hand van Jan Goeting (1918-1984) en zijn vrouw Catharina (1912-1987). Het oorspronkelijke ontwerp, zo blijkt uit correspondentie in het architectenarchief, werd op verzoek van de ANWB aangepast omdat men een rode zon op een witte ondergrond teveel vond lijken op de Japanse vlag, wat ongewenst was.

De middengeleider is vol gezet met installaties die in de jaren zestig nog niet bestonden. Hoofdzakelijk dient het ter regulering van het autoverkeer.

Cultuurhistorische verkenning

70

Het hek, dat in geopende toestand weinig eer doet aan het siermetselwerk. Deels wordt het hek weer gemaskeerd door een haag.

Ontwerp voor het toegangshek op tekening in het Berghoefarchief.

71

Vroege opname van de toegangspartij.

Overigens is in de kopse zijde ook niet bijster respectvol met het siermetselwerk omgegaan. Daar zijn een bel, een brievenbus en een vrij afzichtelijke armatuur aangebracht. Bosschages aan de buitenzijde komen het decoratieve metselwerk ook niet ten goede.

Siermetselwerk met links weinig fraai toegevoegde bel en brievenbus. Aan de binnen- en buitenzijde zijn onder andere dag en nacht verbeeld.

Weinig verheffende portiersloge met daarvoor een gemeentebord dat een geschenk is van de gemeente Wassenaar en van trots getuigt dat die gemeente heeft voor het huisvesten van de ANWB. Loge niet conform tekening uitgevoerd.

Cultuurhistorische verkenning

72

Niet uitgevoerd ontwerp voor een portiersloge op hexagonale grondslag onder een driezijdig dak.

Nabij de entree zijn twee monumenten geplaatst die om aandacht schreeuwen. Bij binnenkomst is dat een carillon (1983) waarmee het honderdjarige bestaan van de ANWB werd opgeluisterd. Bij uitrijden springt een informatiebord met een verzameling van toeristische trekpleisters in den lande in het oog. Het is in 2008 geplaatst bij de viering van het 125-jarig bestaan. De borders waarin deze stukken staan, hebben alle jonge aanplant.

Informatiebord (2008) en carillon (1983) prominent geplaatst bij toegangsweg naar het parkeerterrein.

7.3.3 Zone voorlangs het kantoorgebouw Er is één zone in de terreinaanleg aan te wijzen die in de afgelopen 60 jaar vrijwel intact gebleven is. Het gaat om een smalle bestrating langs de voorgevel

73

van het kantoorgebouw, inclusief de betonnen zuiltjes die in een rij geplaatst zijn daar waar oorspronkelijk gazon op dit pad aansloot. Nu sluit hier een meer recent omhaagd rozenperk op aan dat ruimte biedt aan twee sculpturen. Aantasting van het pad bestaat hoofdzakelijk uit enkele objecten die te maken hebben met technische installaties, enkele (zout)bakken en uiteraard een contrastrijke gele afvalbak. Die felle kleur hebben ook de lange rij laadpalen die (af en toe op zeer onbeholpen wijze, bijvoorbeeld midden voor een tuinpad) zijn geplaatst.

Een strookje 1961 langs de voorgevel van het kantoorgebouw.

In deze zone zijn twee kunstwerken geplaatst. In de tuinontwerpen van Boer waren verspreid enkele kunstwerken voorzien. Uit de tijd van de bouw dateert één beeld, namelijk het door de Rotterdamse kunstenaar Han Rehm (1908-1970) vervaardigde Levensvreugde dat in 1962 door aannemer Dura werd aangeboden. Bij dit beeld is een iets jongere sculptuur van Mariette Mulder te vinden. Het werk heet Space Flower – meer jaren zestig kun je het niet krijgen – en werd in 1968 gemaakt (vermoedelijk in verband met het 75-jarige bestaan van de ANWB). Het is waarschijnlijk dat de beelden hier herplaats zijn, omdat ze deel uitmaken van een jongere tuinaanleg (zie foto volgende pagina). Bij de rotonde staat een roestvrijstalen sculptuur die in 1983 werd aangeboden door BV Autotransport (100-jarig bestaan).

Door aannemer Dura aangeboden sculptuur (1962) vermoedelijk later op deze plaats gezet.

Cultuurhistorische verkenning

74

Space Flower uit 1968 en een sculptuur uit 1983 nabij de rotonde waar van de oorspronkelijke tuinaanleg nagenoeg niets meer resteert.

Cadeau van Dura op de oorspronkelijke plek. We zien op de foto ook een oude lichtpaal (rechts) en een betonnen bloembak.

7.3.4 Zone achterlangs het kantoorgebouw De zone achterlangs het kantoorgebouw is volledig getransformeerd. Vrijwel niets herinnert hier nog aan de jaren zestig. Het terrein dat hier aanvankelijk plaats bood aan het technostation in één laag, kende oorspronkelijk een steenachtig karakter, van groen was hier maar beperkt sprake. Dat groen was te vinden aan de terreingrens, waar naar plan van Boer een lange rij Hollandse iepen werd aangeplant met daartussen heesterbeplanting (een mix van meidoorn, veldesdoorn en gele kornoelje). Alleen aan de kop van het technostation was een tuintje aangelegd, onder andere voor privégebruik bij de twee woningen die hier waren gebouwd. De ruimte tussen kantoor en technostation was ingericht als verkeerslus. In het technostation werd onder

75

andere gewerkt aan defecte auto’s. Het terrein was bereikbaar vanaf de parkeerplaats, de doorgang werd visueel verbloemd door hier negen bomen te planten. Hier zou ook een volleybalveld komen voor de wegenwachters die in het wegenwachtgebouw cursussen en bijscholing kregen. Of dit veldje ook daadwerkelijk is aangelegd, hebben we niet kunnen vaststellen. Op de luchtfoto uit 1976 zijn enkele van de bomen wel te zien, waar het veldje zou hebben gelegen, zijn op de foto auto’s geparkeerd. Nadat in de jaren zeventig het tweede kantoorgebouw in gebruik werd genomen, werd de ruimte tussen beide gebouwen tot parkeerterrein bestemd. De ruimte is nu vrijwel volledig overbouwd en ontdaan van iedere betekenis behalve functioneel. Op de terreingrens staat nu een hekwerk met wat begroeiing daartegenaan. Op één plek maakt het hekwerk een raar sprongetje, mogelijk heeft hier nog langere tijd een boom gestaan.

Ruimte tussen de oudste van de kantoorgebouwen, links jaren zestig, rechts zeventig.

Ruimte vóór en achter het kantoorgebouw dat in de jaren zeventig werd opgetrokken.

Cultuurhistorische verkenning

76

Aan de zijde van de Van Alkemadelaan doet zich het vreemde fenomeen voor dat als gevolg van de beperkte ruimte die hier voor groenaanleg nog beschikbaar was, een toestand is ontstaan die het meest doet denken aan de oorspronkelijke aanleg van het terrein waar groene gazons werden gecombineerd met paden van betontegels en spaarzame, solitaire begroeiing.

Terreininrichting langs de nieuwbouw met rechts techniekobjecten die niet uit de wederopbouwperiode dateren.

77

8

De brug

8.1 Algemeen De toegangsbrug aan de zijde van de Wassenaarseweg maakt deel uit van het oorspronkelijke ensemble. De brug aan de zijde van de Van Alkemadelaan is van veel recentere datum. Eerstgenoemde brug is een ontwerp van Berghoef. We komen tekeningen van de brug tegen in zijn archief. Er is over het ontwerp waarschijnlijk niet veel gediscussieerd, er zijn niet meerdere ontwerptekeningen aangetroffen en in documentatie in het archief komt de brug niet ter sprake. Waar wel over wordt gecorrespondeerd, is over de verschillende mogelijkheden om het terrein te ontsluiten. In de eerste plannen houdt Berghoef rekening met twee bruggen aan de Wassenaarseweg. Eén brug om het terrein op te rijden, de andere het terrein af. Dat plan sneuvelt ten faveure van de toestand die we nu kennen; één brug voor op- en afrijdend verkeer. Lange tijd is er ook sprake van een brug die vanaf de Van Alkemadelaan een pad voor voetgangers en fietsers naar de rotonde mogelijk moet maken. Uiteindelijk komen dat pad en die brug er niet. Uit verschillende stukken blijkt onder andere dat de gemeenten geen voorstander waren van meerdere bruggen over het water. De plaats van de huidige brug aan de Wassenaarseweg is, zo blijkt uit schrift van Berfhoef, een logische op stedenbouwkundige grond.

Een entree aan de zijde van een rondweg (Van Alkemadelaan) was voor de architect ondenkbaar en zal ook vanuit het standpunt van de gemeenten onwenselijk zijn geweest. De entree te dicht bij de kruising van de Van Alkemadeweg en de Wassenaarsweg had niet de voorkeur op grond van verkeersafwikkeling, maar ook niet omdat de gemeente Den Haag plannen had om de kruising in de toekomst te vergroten. Dat kan ook een reden zijn geweest voor de ANWB en de architect om af te zien van de eerder geplande dubbele ontsluiting.

De brug gezien vanuit het tuin/parkgedeelte van het ANWB-terrein. In de jaren zestig zou de fotograaf deze opname alleen vanaf het water kunnen maken.

Cultuurhistorische verkenning

78

8.2 Constructie Aan de brug zijn eigenlijk nauwelijks bijzonderheden toe te dichten. Het is een constructief een vrij eenvoudig bouwwerk waar weinig fraais aan te ontdekken valt. Nu juist dat kan, gelet op de bouwtijd, als van betekenis worden aangemerkt. De soberheid en eenvoud is één van de kenmerken van de periode van wederopbouw.

Ontwerptekening van het metselwerk van de brug. Een tekening van de betonconstructie werd niet aangetroffen, of over het hoofd gezien (het aantal tekeningen in het archief van Berghoef is overweldigend).

De brug bestaat in de kern uit een gewapend betonnen constructie die enigszins taps toeloopt. Daarover heen is gemetseld in Noords verband. Het metselwerk wordt afgesloten met een steens rollaag waarin in aanzicht iedere strek wordt gevolgd door twee koppen. In het metselwerk zijn de nodige dilataties opgenomen. Uit oude tekeningen blijkt de oorspronkelijkheid van het straatprofiel niet, maar wanneer we oude foto’s uit de jaren zestig bekijken, dan zien we dat het straatprofiel dan het zelfde is als tegenwoordig, in de zin dat er langs beide balustrades voetgangerspaden zijn, door betonnen stoepranden gescheiden van de rijbaan. Op de foto’s is niet te onderscheiden of, zoals tegenwoordig, onderscheid is gemaakt in banen voor auto’s en banen voor fietsverkeer. Eén van de foto’s laat overigens fraai zien dat het toegangshek de rijbaan separaat van de voetgangerspaden kan afsluiten.

Detail van een opname in de jaren zestig (vanaf het kantoorgebouw) met het huidige straatprofiel. Let ook op de hekken die vrij staan van de gemetselde pylonen én op de vlaggenmasten (die thans niet meer bestaan).

79

9 9.1

De parkeerplaats

Het parkeerterrein in eerste aanleg

Het parkeerterrein dat deel uitmaakt van het complex, is expliciet genoemd in de zeer bondige redengevende omschrijving “Hoofdgebouw ANWB, rotonde met

luifel en bordes, parkeerterrein, groenaanleg met vijver, brug, hek met zijvleugels/traliewerk”. In het monumentenregister zijn in nog 75 andere gevallen parkeerterreinen en parkeerplaatsen genoemd, onder andere bij stationsgebouwen waar ook mobiliteit de factor van betekenis vormt. Een begrenzing van het parkeerterrein is in de redengevende omschrijving niet gegeven, wat zou betekenen dat het gehele parkeerterrein juridisch monumentale status vertegenwoordigt. Het creëren van een parkeerterrein voor auto’s bij het gebouwencomplex is van meet af aan een opgave van enige importantie geweest. Eén van de redenen voor nieuwbouw op de huidige locatie, is de beperkte parkeermogelijkheden bij de tot dan toe door de stad verspreide kantoren van de ANWB. Het is echter niet zo, dat het parkeerterrein aan de basis van het ontwerp van het gehele complex ligt. Het ontwerp voor het terrein zoals we dat nu kennen (oudste gedeelte daarvan) is in een relatief laat stadium van ontwerp op papier gesteld, zoals in eerdere hoofdstukken al duidelijk is gemaakt. Een tijd lang lijkt er rekening gehouden te zijn met een open terrein met vrije parkeermogelijkheden (dus zonder vakken). Op tekeningen uit begin 1961 (het kantoorgebouw was toen al voltooid) zien we voor het eerst de nu nog bestaande opzet waarbij in vakken geparkeerd moest worden en er aandacht was voor verkeersstroom.

Schetsmatige weergave van de verkeersstroom in het oorspronkelijke plan. Dat nog voor realisatie al werd aangepast (eerste uitbreiding).

Cultuurhistorische verkenning

80

Het heeft er alle schijn van dat direct na de toegangsbrug het eerste keuzemoment volgde. Bezoekers voor het wegenwachtgebouw werden direct rechtsaf geleid, waar een parkeerplaats was ingericht die middels een grasveld met enkele solitairen werd afgescheiden van de parkeerplaats voor personeel en bezoekers. Al het andere verkeer werd rechtdoor gestuurd. Daarbij valt te denken aan leveranciers, bestuurders die inzittenden af wilden zetten én bestuurders die het technostation als bestemming hadden. Deze werden een lus ingestuurd die kan worden beschouwd als de aorta (op een uitzetplan is aangegeven dat hier verkeer in twee richtingen mogelijk was) in het plan met een driedubbele vertakking bij de rotonde. Leveranciers reden het dichtst langs het gebouw, onder de luifel en entreepartij door, om zo hun spullen droog af te kunnen leveren bij het centrale magazijn op de begane grond van de rotonde. Doorgang is hier nu niet meer mogelijk. Automobilisten die inzittenden af kwamen zetten (denk ook aan taxi’s), reden de hellingbaan op. Inzittenden bereikten vanwege de forse luifel ook bij slecht weer, droog de rotonde. De derde tak maakte deel uit van het feitelijke parkeerterrein, dat aanvankelijk plaats bood aan 130 auto’s. De wegen langs de middenzone lieten verkeer toe in onderling tegengestelde richting.

Uitzetplan april 1960.

Uit april 1960 dateert een zogenaamd uitzetplan voor het terrein. Of geheel conform dit plan gewerkt is, is niet helemaal zeker, maar veel zal er niet van zijn afgeweken. Aan de zijde van de Wassenaarseweg is het ondiepe parkeervak bestemd voor motoren gesitueerd. Daarnaast een relatief smal parkeervak voor auto’s met schuine insteek. Op de oudste foto’s van het terrein zijn auto’s hier in haakse vakken geplaatst, wat erop lijkt te wijzen dat het uitzetplan in het archief van Berghoef later nog eens is aangepast. In het Berghoefarchief is het ontwerp van het parkeerterrein uiteraard tot in kleinste detail uitgewerkt. Van april van vermoedelijk het jaar 1961 (laatste cijfer valt weg in de bladstempel) dateert een ontwerptekening waarop zes parkeervlakken zijn getekend. Alle plaatsen hebben een schuine insteek, met uitzondering van de vakken achter het kantoorgebouw en uiteraard de plaats voor motoren. Het plan moet nog ten dele gewijzigd zijn, omdat de vakken nabij

81

de plaats voor motoren op de oudste foto’s haaks zijn gericht evenals de eerst daarop volgende strook.

Ontwerptekening gedateerd juli van vermoedelijk het jaar 1961 (het laatste cijfer valt weg in de stempel). Linksonder de parkeerhavens die achter het kantoorgebouw werden aangelegd.

Erg fijn is dat er in het archief ook detailtekeningen aangetroffen zijn van de bestrating van het terrein. Hieruit kunnen we opmaken dat de bestrating van de wegen moest worden aangelegd met dubbele straatklinkers in keperverband. De gebogen en verhoogde eindstukken werden bestraat met rijnformaat straatklinkers in halfsteens verband, opgesloten tussen betonnen stoepranden met daarin rioolputten. De parkeerhavens met een breedte van 246 centimeter hart op hart, werden uitgevoerd met koperslakkeien (216 centimeter breed), ingesloten door ook hier dubbele straatklinkers, maar dan in halfsteens verband. Ook de koperslakkeien werden in halfsteens verband aangebracht.

Het oudste deel van het parkeerterrein in huidige toestand.

Cultuurhistorische verkenning

82

Detailtekening waarop onder andere materiaalgebruik en bestratingsverbanden zijn aangegeven.

Wanneer we de tekeningen van het parkeerterrein in de huidige toestand projecteren over de ontwerptekeningen uit begin jaren zestig, dan tekenen zich de veranderingen die aan het terrein zijn doorgevoerd, duidelijk af. Het eerste dat gesignaleerd moet worden, is dat de parkeerplaatsen voor motoren en de parkeerhavens daarnaast zijn verdwenen. Dat gebeurde begin jaren zeventig al, toen aan de zijde van de Wassenaarseweg de tuin moest wijken ten gunste van een langgerekte uitbreiding van de parkeerplaats. Vergelijking toont ook aan dat de enkele stroken met parkeervakken onderhanden zijn genomen door, ten koste van de breedte van de geluste buitenrijbaan, parkeerplaatsen toe te voegen. Dat is op de meest pragmatische wijze gedaan door de af te snoepen ruimte zo efficiënt mogelijk te gebruiken (zoveel mogelijk auto’s kwijt te kunnen). Het voornaamste effect daarvan is dat van een eenduidige parkeerrichting geen enkele sprake meer is, wat weer ten koste gaat van de beleving van het parkeerterrein (voor zover beleving bij een parkeerterrein überhaupt mogelijk is). Alleen bij de middelste, dubbele parkeerstrook is de situatie sinds 1961 vrijwel onveranderd. Dat geldt vermoedelijk ook voor de bestrating daar. Dat die bestrating een keer conform het oorspronkelijke plan vernieuwd is, is niet waarschijnlijk vanwege een detail: het fabricaat van de roosterputdeksels.

Deze zijn vervaardigd in Weert, door de firma N.V. v/h Nering Bogel. De oorspronkelijkheid van deze deksels, maken wij op uit het feit dat hun fabricaten ook te vinden zijn in de natuurstenen vloer in de rotonde. Bij de meest recente uitbreiding van de parkeerplaats (zijde Van Alkemadelaan) is Globe uit Tegelen de producent, terwijl we bij de uitbreiding uit de jaren zeventig (zijde Wassenaarseweg) deksels zien van de T.B.S. uit Soest. Het meest in het oog springende element op de parkeerplaats is de vlaggenmast die centraal voor de entree van de rotonde is geplaatst. De mast stamt uit de bouwtijd en heeft een opvallende driehoekige doorsnede. Die driehoek lijkt nu volstrekt willekeurig, maar uit oude foto’s en ontwerptekeningen is op te maken dat aan het begin van de parkeerplaats in een driehoek nóg drie vlaggenmasten

83

gestaan hebben (waar nu het carillon te vinden is) én dat er aanvankelijk een portiersloge (op hexagonale grondslag) was uitgevoerd onder een driehoekig dak. Die drie- en zeshoekvorm kwamen aan de zijde van de Van Alkemadelaan terug in het tuinontwerp van Boer.

Detailtekening met links de mastzone met gelintpalen.

Opname vermoedelijk direct na voltooiing van het parkeerterrein. Geleiding van het verkeer middels symboolbord (rechts) en inrijverbodsbord (links). Op het terrein geen enkele ruimte voor groen. Het werd waarschijnlijk ook niet gemist omdat het terrein als geheel was ingebed in gazons (behalve aan de zijde van de rotonde uiteraard).

De centrale vlaggenmast is op gesteld in het hart van een cirkel, zoals op ontwerptekeningen en onder andere de luchtfoto uit 1976 is te zien. De tekening laat zien dat hier bedacht was om onder een luifel fietsen te parkeren. Waarschijnlijk is van dat plan afgezien. Op de foto uit 1976 zien we een bestrate cirkel met een patroon van elementen. Volgens tekening gaat het hier om zogenaamde gelintpalen (van beton), zoals langs de gevel van het kantoorgebouw zijn opgesteld maar dan rond in grondvorm (passend bij de cirkel

Cultuurhistorische verkenning

84

van het terreintje). De huidige aankleding van het gebied om de mast gaat in ieder geval niet terug tot in tijd van de oprichting van de mast.

Ontwerptekening voor de vlaggenmast met luifel ten behoeve van fietsenstalling.

In het archief van Berghoef is ook een tekening van de N.V. Bronswerk voor een twintig meter hoge mast zonder luifel bewaard gebleven. Vermoedelijk werd het oorspronkelijke plan met stalling voor fietsen terzijde geschoven. Van deze firma zijn ook tekeningen aangetroffen voor de tuimelbare lantaarnpalen. In enkele uitvoering 19 stuks, 6 stuks met een dubbele arm.

Tekeningen voor vlaggenmast en lantaarnpalen door firma Bronswerk.

Een interessant aspect aan de parkeerplaats in de huidige toestand, is dat tijdens de verkenning rekening werd gehouden met de mogelijkheid dat een deel van het groen nog wel eens uit de tijd van aanleg kon dateren. Naïef misschien, niet zozeer op grond van de overlevingskans van het groen, als wel op grond van het oorspronkelijke karakter dat werd nagestreefd. Groen werd in het ontwerp vooral gebruikt om kaders voor de parkeergelegenheid te vormen. Op de parkeerplaats zelf was er aanvankelijk weinig plaats voor ingeruimd. Op een ongedateerde opname die moet dateren van vóór de realisatie van het tweede kantoorgebouw, zien we alleen solitaire aanplant tussen de stootbanden van de

85

parkeerplaatsen in de middenzone bestemd. We zien dit al op vroege foto’s, maar niet in de tekeningen van Berghoef en Boer. Op de foto hieronder zien we wel de stootbanden, maar geen spoor van de genoemde solitairen. Er moet dus rekening mee worden gehouden, dat groen pas werd toegevoegd ná uitvoer van het ontwerp. Uit correspondentie tussen ANWB en Berghoef/Boer is op te maken dat het bestuur kort na oplevering al graag solitairen ziet toegevoegd, vermoedelijk omdat men het geheel (dus ook de tuin) te kaal vindt. (Boer reageert hier overigens op door erop te wijzen dat de tuin tijd nodig heeft en doet daarbij de suggestie om een sterkere grassoort in te zaaien.)

Parkeerterrein in aanleg. Vlaggenmast zonder fietsenluifel en de lantaarnpalen van de firma Bronswerk al opgericht. Prominent bij inrijden een grote wegwijzer van de ANWB.

Zicht op een deel van het parkeerterrein, het deel vóór de rotonde, is nog goeddeels oorspronkelijk in opzet en bestrating. Parkeervakken waar de wegenwachtauto’s staan, zijn van latere datum, evenals de vakken met laadpalen pal aan de voorgevel van het kantoorgebouw.

Cultuurhistorische verkenning

86

Deel met oorspronkelijke aanleg van het parkeerterrein, rechts de middenzone met latere aanplant van heesters en een recente lantaarn.

Van oudsher schuine parkeervakken (evenwijdige vakken daarachter dus secundair), klinkerbestrating in keper- en halfsteensverband én koperslakkeien in halfsteens verband.

9.2

De eerste uitbreiding

Omdat niet al het fotomateriaal waarover wij beschikken gedateerd is, is niet met zekerheid te zeggen wanneer de zone aan de zijde van de Clingendaelweide is omgevormd tot parkeergelegenheid. Stukken in het archief van Berghoef wijzen erop dat hier aanvankelijk éénzijdig geparkeerd kon worden in schuin aangelegde vlakken. Het kan welhaast niet anders dan dat deze ruimte uitsluitend bestemd was voor de gebruikers van het nabij gelegen wegenwachtgebouw, dat thans niet meer bestaat. De parkeerstrook is op ontwerptekeningen en de oudste foto’s met een gazon gescheiden van het parkeerterrein voor bezoekers en kantoorpersoneel. Al heel snel gaat dit gebied op de schop en wordt het geheel als parkeerterrein ingericht. Het wegenwachtpersoneel beschikt dan niet langer over een eigen parkeerplaats, al is het natuurlijk wel denkbaar dat voor hen plaatsen waren gereserveerd. Het is ook

87

mogelijk dat de capaciteit voor wegenwachtpersoneel, dat per definitie niet zonder auto kan, aanvankelijk te laag was ingeschat.

Opname uit 1964 met rechts onderin al schuine parkeerhavens, middels een gazon met daarop enkele jonge bomen, gescheiden van de rest van het parkeerterrein. De opname toont ook bijzonder goed de tuinaanleg naar ontwerp van Wim Boer met forse gazons.

Opname uit vermoedelijk 1966 waarop het bovenstaande gazon bij de Clingendaelweide is verdwenen en alle auto’s haaks op de straat zijn geparkeerd. Dit wijst op gehele herziening van dit deel van het terrein. Dat het terrein bij het wegenwachtgebouw bijna bezet is, en op de voorgrond weinig auto’s staan, kan een aanwijzing zijn dat de parkeercapaciteit voor wegenwachters aanvankelijk te bescheiden was ingeschat.

Op bovenstaande foto zien we ook langs de tuin al een verandering, namelijk haaks aangelegde parkeervakken die op de ontwerptekeningen niet te zien zijn. Zonder twijfel gaat het hier ook om een vroege aanpassing/uitbreiding.

Cultuurhistorische verkenning

88

9.3

De tweede uitbreiding

Het parkeerterrein werd al spoedig uitgebreid. De uitbreiding die in de jaren zeventig aan de zijde van de Wassenaarseweg werd uitgevoerd, dus na de wederopbouwperiode, had ingrijpende gevolgen. Waar op de bovenstaande foto het terrein nog een zekere beslotenheid heeft doordat de rotonde het eindfront vormt en het kantoorgebouw als het ware een geleiding is van de parkeerstroken, ontstaat in de jaren zeventig een situatie waarbij de parkeerruimte de schaal van de bebouwing bijna te boven gaat. De uitbreiding wordt voorlangs de rotonde gebracht, die nu alleen aan de Van Alkemadelaan nog in een groenstructuur is ingebed. De uitbreiding geeft duiding aan de toename van het autogebruik, maar vooral aan de groei van de ANWB die tot realisatie van een tweede kantoorgebouw noopte. Van Balen en Berghoef rekenden midden jaren vijftig op arbeidsplaatsen voor 350 medewerkers, dat aantal zou in de loop van de jaren zestig (in 1965 werd het initiatief tot uitbreiding genomen) of anders begin jaren zeventig zijn verdubbeld.

Opname uit 1976 met de kort daarvoor gerealiseerde parkeergelegenheid aan de zijde van de Wassenaarseweg en links de eerste kantooruitbreiding.

Bij de uitbreiding werd voor wat betreft materialisering aangesloten bij de bestaande parkeergelegenheid. Ook nu werden de vakken bestraat met koperslakkeien. De vakken werden haaks op de rijbaan aangelegd, wat wel een duidelijk verschil is met de oudere aanleg. De luchtfoto uit 1976 laat zien dat de parkeercapaciteit vermoedelijk meer dan verdubbeld is. Aan de kant van de Wassenaarseweg is een lange parkeerlus tot stand gebracht, met waar mogelijk parkeerplaatsen aan weerszijden van de straat. De enige plek die niet kon worden opgeofferd, is het groen voor de luifel van de personeelsingang, omdat hier twee uitlaten voor de technische installaties in het gebouw staan opgesteld. De uitbreiding van de parkeerplaats is niet los te zien van het tweede kantoorgebouw. Vermoedelijk ook al ten tijde van de bouw van het tweede kantoor, werd aan de zijde van de Clingendaelweide parkeergelegenheid gecreëerd. Ook hier zien we op luchtfoto’s parkeervakken haaks op de straat. Parkeervakken zien we ook langs de voorgevel van het oorspronkelijke kantoorgebouw aangelegd.

89

9.4

De laatste uitbreiding

Vermoedelijk in de tijd dat aan de zijde van de Van Alkemadelaan tegen de rotonde nieuwe ruimten voor de Alarmcentrale werden aangebouwd, werd aan deze kant ook het parkeerterrein uitgebreid. Het laatste stukje van het aanvankelijk uitgevoerde tuinontwerp van Wim Boer ging daarbij teloor.

De meest recente uitbreiding in betonklinkers, aansluitend op de lus (aangepaste bestrating ter plaatse) van de uitbreiding uit omstreeks 1973.

9.5

De huidige opluistering

Wanneer we kijken naar de oudste foto’s die van het parkeerterrein beschikbaar zijn, van kort na de oplevering, dan valt op dat het parkeerterrein met de omliggende tuin als gemene deler heeft dat beide, beschouwd vanuit de huidige toestand, als ruimtelijk (of ‘kaal’) gekarakteriseerd kunnen worden. Het contrast met tegenwoordig is in ieder geval uitermate groot. Er heeft toevoeging van groen plaatsgevonden, onder andere door bestrating aan de uiteinden van de parkeerbanen te verwijderen en hier perkjes aan te leggen. Dat is ook gedaan rondom de vlaggenmast.

Het parkeerterrein staat vol toevoegingen, waaronder vrijwel al het groen dat in de plaats is gekomen van bestrating. Hier gezien vanaf het bordes voor de rotonde.

Cultuurhistorische verkenning

90

Er is ook kleur toegevoegd. Het is een contrasterende gele kleur die om aandacht schreeuwt. Stoepbanden zijn geel gemaakt ter voorkoming dat er auto’s worden geparkeerd, afvalbakken zijn geel van kleur om werknemers en bezoekers te motiveren om hun afval niet achteloos op de grond te gooien. In dat opzicht kan gesproken worden van functioneel geel. Ook laadpalen, een pomppaal en markeringen waarin het ANWB-geel van belang is geacht, trekken aandacht op het parkeerterrein. De recente fietsenstalling is een voorbeeld. Het enige positieve dat over deze stalling kan worden gesteld, is dat hij functioneel is en nabij de toegang tot de rotonde te vinden is. Van enige kwaliteit is geen sprake, wat vooral opvalt bij en door de gele markering van het laadpunt voor elektrische fietsen. Datzelfde geldt voor de laadpalen voor scooters, die voor de gevel van de rotonde zijn geplaatst.

Verrommeling van het oorspronkelijke karakter door gefaseerde aanpassingen, toevoegingen van borden en met de bebouwing contrasterende kleur (geel).

Toevoegingen vallen zelden weg. Vrijwel overal schreeuwen ze om aandacht en lijkt het ontwerp louter met dat doel tot stand gekomen te zijn.

91

Een reeks ‘schreeuwerige’ laadpalen waarvan blijkbaar gedacht wordt dat ze nog verduidelijking behoeven door er een signaalbord onder te hangen en een paal in de (recentere) tuin te plaatsen. Het positieve dat er over gesteld kan worden, is dat ze een uiting zijn van (veranderende) mobiliteit heden ten dage.

Tuin en toevoegingen verhouden zich meer dan eens slecht tot elkaar, zoals hier een laadpaal pontificaal in een pad geplaatst.

Cultuurhistorische verkenning

92

Bandenpomp op het terrein, voor een toegevoegde verhoogde border en met een zonnepaneel dat vooral uiting geeft aan de huidige tijd. Rechts een sterk in verval geraakte bloembak die niet uit de tijd van aanleg zal dateren.

In het uitzicht over het parkeerterrein vallen vooral de gele afvalbakken op (vier stuks op de foto) en de maskering van een deel van het terrein door groen, met name rond de vlaggenmast.

93

Rokersruimte en een de nodig geachte signaleringen. Rechts palenrijen voor verdwenen signaalborden aan de terreingrens aan de zijde van de Clingendaelweide.

Oorspronkelijk gazon met een aantal parkeerplaatsen voor wegenwachters, nu geheel parkeren waarbij de ‘restruimte’ is volgeplempt (gedacht vanuit het oorspronkelijke concept) met groen.

Cultuurhistorische verkenning

94

Gefaseerde aanpassingen hebben niet geleid tot versterking van structuren, waarbij vooral voetgangers er hier en daar nogal bekaaid vanaf komen, wat weer heeft geleid tot toevoeging van belijningen. De dynamiek die zo is ontstaan is niet per definitie verkeerd, maar hier wel volledig in strijd met de opvattingen zoals die golden in de periode van wederopbouw.

Het parkeerterrein is, waar mogelijk, gelardeerd met groen. Dat heeft ervoor gezorgd dat het karakter van het parkeerterrein sterk gewijzigd is. De huidige toestand staat in dat opzicht ver af van het open terrein dat we kennen van later gewijzigde ontwerpen én de toestand zoals die begin jaren zestig tot stand werd gebracht. In eerste ontwerpen geniet de automobilist veel vrijheid, nu is alles tot in detail ingekaderd.

95

Het aantal prikkels voor de automobilist is op het parkeerterrein heel sterk toegenomen, door wegwijzers, laadpalen, bossages (die het overzicht niet groter maken, maar wel helpen om de automobilist te leiden) maar ook door aanpassingen die met het oog op verkeersveiligheid zijn gedaan in de bestrating.

Grootste aantasting van het karakter van het oorspronkelijke gedeelte van het parkeerterrein, vormt de aanplant van bosschages en heggen. Deze maken geen deel uit van de oorspronkelijke planopzet. Visueel zorgen ze op sommige plekken (zoals op de foto) voor een onderbreking tussen terrein en gebouwen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=bcaced57-94d9-4fe5-b9b0-beec97c515f3