CConstaterende datWageningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bevindingenrapport

Overige evenementen 22 november 2022, gemeente WageningenBij agendapunt: Scenario's visie bebouwde kom15.865 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bevindingenrapport

Rapportage participatie en inventarisatiefase visie bebouwde kom

Hoe zie jij de toekomst van Wageningen?

Versie november 2022 1

VISIE BEBOUWDE KOM

4 THEMA’S VAN WAGENINGEN

ONDERZOEK NAAR DE

KWALITEITEN & AMBITIES VAN WAGENINGEN

WONEN EN JE BUURT

SOCIAAL, LEEFBAAR EN GEZOND

ECONOMIE, CULTUUR EN BELEVING

KLIMAAT, BIODIVERSITEIT EN MOBILITEIT

Woningbouwopgave

Spelen & bewegen

Kennisecosysteem

Groen en biodiversiteit

Wijkvoorzieningen

Leefbaarheid

Beleving en culturele voorzieningen

Klimaatadaptatie

Gezonde voeding Geluid- en luchtkwaliteit

2

Bedrijven

Energietransitie en duurzaamheid

Horeca, detailhandel en binnenstad

Mobiliteit en bereikbaarheid Parkeren

Inhoudsopgave Inleiding

4

Aanpak participatie- en inventarisatiefase

6

Wonen en je leefomgeving

8

Woningbouw

10

Wijkvoorziening

12

Sociaal, leefbaar en gezond

14

Spelen & bewegen

16

Leefbaarheid

18

Gezonde voeding

20

Geluid- en Luchtkwaliteit

22

Economie, cultuur en beleving

24

Kennisecosysteem

26

Beleving en culturele voorzieningen

28

Bedrijven

30

Horeca en detailhandel

32

Binnenstad

34

Groen, duurzaamheid en mobiliteit

36

Groen, biodiversiteit en klimaatadaptatie

38

Energietransitie en duurzaamheid

42

Mobiliteit en Bereikbaarheid

46

Parkeren

50

3

Inleiding Wageningen maakt een visie voor de bebouwde kom. Dat doen we op basis van de Startnotitie die op 1 juni 2021 door de gemeenteraad is vastgesteld. En dat doen we samen met inwoners en organisaties uit de stad. De eerste fase van dit proces is nu afgerond: de participatie- en inventarisatiefase. In de afgelopen maanden hebben we veel mensen uit Wageningen gesproken. Dat deden we op verschillende manieren: • kleine teams van inwoners (met enkele ambtenaren) gingen met een opvallende fietskar de straat op/wijk in om in gesprek te gaan met andere inwoners • online konden inwoners meedenken via stemvan.wageningen • in bijeenkomsten met stakeholders zijn we meer de diepte ingegaan op de thema’s • we hebben schetssessies gehouden, waarin we met externe en interne specialisten de kaart van Wageningen hebben bekeken en kansen en dilemma’s hebben benoemd. Parallel aan de participatie hebben we visies buiten de gemeentegrenzen bestudeerd (boven-lokale visies), die richting geven aan nationaal en provinciaal beleid: de Nationale omgevingsvisie, de omgevingsvisie van de Provincie Gelderland en de Blauwe omgevingsvisie van het Waterschap. Tot slot hebben wij afstemming gezocht met de inhoud van de Verstedelijkingsstrategie die ook in ontwikkeling is. Alle opgehaalde informatie is nu samengevat in dit document: het bevindingenrapport.

Dit rapport heeft als doel om u een beeld te geven van alle ideeën, wensen, kansen en dilemma’s die zijn ingebracht op de hoofdvraag “Wat voor stad willen we zijn in 2045 – Wat zie je voor je?”.

4

Wat is dit rapport niet? • Dit rapport bevat geen analyse van de opbrengsten van de participatie, en dus ook geen conclusies. Het rapport geeft niet de mening van de gemeente weer. Op basis van de bevindingen worden scenario’s gemaakt. Dat zijn mogelijke toekomstbeelden van Wageningen. Die worden in een apart document aan de gemeenteraad voorgelegd. • Het bevindingenrapport is geen compleet beleidsoverzicht. In dit rapport vindt u wel verwijzingen naar documenten, maar geen opsommingen van beleid of van ambities uit het Coalitieakkoord. Zoals afgesproken met de Startnotitie wordt recent vastgesteld beleid in principe als kader meegenomen bij de ontwikkeling van de visie, waarbij de gemeente open staan voor nieuwe of aanvullende ideeën. Dit betekent onder andere dat de recente raadsbesluiten met betrekking tot de woningbouwopgave een gegeven vormen voor de visie bebouwde kom.

Leeswijzer Na deze inleiding vindt u eerst een samenvatting van de participatieen inventarisatiefase. Hoe hebben wij de inwoners en ondernemers in Wageningen bevraagd en met welke doel? In de daarop volgende hoofdstukken geven wij per thema een beeld van de opbrengsten uit de participatie en van de analyse van de boven-lokale beleidsdocumenten. Voor de opbrengsten uit de participatie wordt het woord ‘deelnemers’ gebruikt. Daarmee wordt bedoeld: deelnemers aan het straatonderzoek, het digitale onderzoek en de stakeholdersessies (zie de volgende paragraaf). In enkele gevallen wordt specifiek verwezen naar een van deze groepen. Onder elk thema zijn quotes opgenomen van deelnemers. Er is gekozen voor quotes die een afspiegeling zijn van wat er aan ideeën is ingebracht, en waarin de diversiteit van de inbreng kan worden herkend. Elk thema heeft een eigen kleur. Per (sub)thema vindt u kaarten met het huidige beeld van het thema, en kaarten die meer ingaan op specifieke aandachtspunten of kansen/wensen. Bij de kansen/wensen gaat het overigens om de gedachte, en niet om de exacte locatie. In elk hoofdstuk vindt u icoontjes, zie hiernaast. N.B. Het rapport is voor het overzicht verdeeld in een aantal thema’s. Die thema’s hebben wij ook gebruikt om de vragen aan de stad in te kunnen delen. Maar natuurlijk staat alles met elkaar in verband.

De onderlinge verbanden, meer-opbrengsten, uitdagingen en consequenties brengen wij in de scenario’s naar voren.

i Info: in de informatiebox staat belangrijke informatie over dit thema, bijvoorbeeld over een onderzoek dat is uitgevoerd of een leuk weetje.

d Dilemma: in de dilemma box staat omschreven waar binnen het thema, of in relatie met een ander thema een dilemma wordt gesignaleerd.

Beleid: in dit documentenbox ziet u het relevante beleid voor het thema.

Feit

In deze circkels staat een percentage of ander getal.

5

Aanpak participatie- en inventarisatiefase In deze eerste fase van de ontwikkeling van de visie bebouwde kom hebben we ideeën opgehaald. De hoofdvraag daarbij was “Wat voor stad willen we zijn in 2045 – Wat zie jij voor je?”. Daarnaast hebben we de boven-lokale visies over de fysieke leefomgeving bestudeerd. Wij zijn hierbij begeleid door de bureaus Afdeling Buitengewone Zaken en Planterra. Afdeling Buitengewone Zaken heeft haar expertise in participatief onderzoek ingezet. Planterra heeft de inhoudelijke ondersteuning verleend. Ook voor het vervolg maken wij gebruik van de inhoudelijke deskundigheid van Planterra.

Participatief onderzoek De ontwikkeling van de visie bebouwde kom doen we participatief. Dat houdt in dat wij deze visie samen met de mensen uit de stad maken: inwoners, ondernemers en organisaties. We gaan daarbij niet voor draagvlak of ‘voor wat de meerderheid vindt’. Immers: ook al hebben we ons best gedaan zoveel mogelijk doelgroepen te betrekken, je bereikt nooit iedereen. Doel van de participatiefase was om bij zoveel mogelijk verschillende groepen uit de Wageningse samenleving ideeën op te halen. Daarvoor hebben we verschillende ingangen gebruikt: laagdrempelig in wijk en straat, digitaal en via verdiepende bijeenkomsten. Deze aanpak leidt niet tot volledige representativiteit van alle groepen. Dat is ook niet noodzakelijk. We hebben gemerkt dat deze aanpak dusdanig uitvoerig is, dat dezelfde ideeën vaker terugkwamen. Er was als het ware sprake van verzadiging van de ideeënstroom. Alle verzamelde ideeën uit de stad en ambities uit beleid gaan we de komende periode verwerken tot scenario’s voor de toekomst van Wageningen.

Straatonderzoek: fietskar

Digitaal: stem van Wageningen

Van april tot en met juli zijn vijf zogenaamde participatieteams de wijken in gegaan om inwoners te vragen naar hun mening. De teams bestonden uit inwoners en enkele ambtenaren. De teams werden begeleid door Afdeling Buitengewone Zaken (A/BZ), het bureau dat de straatparticipatie heeft vormgegeven. Als voorbereiding hebben alle teams workshops gehad van A/BZ. Als participatiemiddel is een fietskar ontworpen. Op en rond de fietskar konden diverse gespreksmiddelen worden gebruikt.

Van april tot en met augustus zijn drie vragenlijsten op stemvan.wageningen gezet. Inwoners zijn op diverse manieren op de vragenlijsten gewezen: via berichten op de gemeentepagina in Stad Wageningen, via posters in Abri’s, via A3-posters op diverse publieke plekken en via sociale media. Er is een filmpje gemaakt over de fietskar met wethouder Bijleveld dat via sociale media is gedeeld.

De teams hebben in vier ronden vragen gesteld aan inwoners aan de hand van vragen over de diverse thema’s. De teams hebben 16 keer in Wageningen gestaan, in de volgende gebieden: Kortenoord, Midden-Noord, Nude, Tarthorst, WageningenHoog, Veluvia Hamelakkers, Midden-Zuid, Binnenstad, Stadsbrink en NoordWest. In september heeft een team op de Campus gestaan. Er zijn 267 gesprekken aan de fietskar gevoerd en 387 inwoners hebben zelf ideeën op stickers geschreven en stemmen uitgebracht op stellingen. De participatieteams hebben na elk wijkbezoek de inbreng samengebracht. Na iedere ronde is alle inbreng geanalyseerd door Planterra: per thema zijn overeenkomende reacties bij elkaar gezet. Daardoor is een overzichtelijk beeld ontstaan van de ingebrachte ideeën. De meest voorkomende of juist in het oog springende ideeën uit het straatonderzoek zijn in dit bevindingenrapport verwerkt.

Aan de hand van de antwoorden op de eerste vragenlijst hebben we in de tweede vragenlijst meer verdiepende vragen gesteld. We hebben antwoorden ontvangen van 162 mensen, uit alle buurten van Wageningen. Vooral de leeftijdsgroep van 30-69 was goed vertegenwoordigd. In de derde vragenlijst hebben we de opbrengst van de tweede ronde verwerkt tot samenvattingen. Daarbij hebben we gevraagd of mensen zich daarin herkenden en of ze nog opmerkingen hadden. Aan deze ronde hebben 189 mensen meegedaan, uit alle buurten van Wageningen. De leeftijdsverdeling was redelijk evenwichtig. Alleen in de categorie 60-69 jaar is sprake van een duidelijke extra interesse (57 deelnemers). Onder de verschillende thema’s in dit rapport zijn de samenvattingen uit de derde vragenlijst verwerkt. Daarnaast zijn in het oog springende aanvullende ideeën, ingebrachte dilemma’s en ‘tegengeluiden’ vermeld.

De participatiefase is onderverdeeld in drie deelfasen voor het digitale onderzoek en voor het straatonderzoek. Daarbij zijn we van algemene vragen over waarden (‘wat vind je belangrijk als het gaat over..’) naar steeds meer verdieping gegaan. Door elke nieuwe vragenlijst te baseren op de antwoorden op de vorige vragenlijst, kon direct een toets plaatsvinden of de inbreng herkenbaar was verwerkt. Na de toetsvraag (“herkent u zich hierin”) volgden verdiepingsvragen. Naast de vragen online en op straat, vonden er drie bijeenkomsten met verschillende stakeholders plaats. Ook organiseerden we schetssessies met interne en externe deskundigen.

Foto gemaakt door Marieke van Odekerken

6

De eerste vragenlijst bestond uit vragen over wat inwoners belangrijk vinden in de fysieke leefomgeving. Voor deze vragenlijst hebben we gewerkt met stellingen, om het meedoen zo eenvoudig mogelijk te maken. Aan deze vragenlijst hebben 351 mensen meegedaan, uit alle buurten van Wageningen. Alle leeftijdscategorieën waren vertegenwoordigd, met uitzondering van de categorie onder 20 jaar (4 deelnemers).

Stakeholdersessies

Schetssessies

Boven-lokale beleidsanalyse

Van mei tot en met juli zijn drie bijeenkomsten georganiseerd voor stakeholders. Elke bijeenkomst kende eigen thema’s. De uitnodiging voor deze sessies is verstuurd naar een lijst met ruim 400 stakeholders, zoals samengesteld door inhoudelijk betrokken ambtenaren op de diverse thema’s. Aan elke sessie hebben tussen de 20 en 30 stakeholders deelgenomen. Elke sessie kende dezelfde werkwijze: in kleine groepjes werden gesprekken gevoerd over subthema’s, waarbij aan de deelnemers werd gevraagd welke ambities, kansen en bedreigingen zij zagen. De bijeenkomsten zijn alle drie in een heel positieve sfeer verlopen.

Van april tot en met september zijn 17 schetssessies georganiseerd. Interne en externe deskundigen lieten weten waar zij kansen en dilemma’s zagen op de kaart van Wageningen. De sessies zijn georganiseerd aan de hand van thema’s als bodem/lucht/geluid/water, openbare ruimte, sociaal, groen, kennis, mobiliteit, energie/duurzaamheid, wonen, ecologie, afval en economie. Op basis van hun specifieke kennis hebben er ook sessies plaatsgevonden met jeugdconsulenten en met collega’s van de Veiligheidsen gezondheidsregio Gelderland-Midden. Tot slot organiseerden we in augustus en september sessies met de WUR, de Woningstichting, Idealis en met een aantal ondernemers.

Parallel aan de participatiefase heeft een analyse plaatsgevonden van de boven-lokale omgevingsvisies. Deze analyse is uitgevoerd door Planterra. Gekeken is welke onderdelen uit de visies betrekking hebben op de bebouwde kom van Wageningen. De visies die zijn onderzocht zijn:

De inbreng uit de schetssessies is in dit rapport in de teksten en deels in de kaarten verwerkt. Inbreng uit de interne schetssessies is opgenomen onder de kopjes ‘aanvullende ambtelijke ideeën’.

Onder elk thema is een opsomming te vinden wat er hierover is opgenomen in de boven-lokale visiedocumenten.

De ingebrachte ideeën van de stakeholders zijn deels verwerkt op de kaarten bij de thema’s en deels in de teksten opgenomen. Soms waren ideeën aanvullend en/of anders ten opzichte van het straat- en digitale onderzoek. Dan is vermeld dat die ideeën afkomstig zijn van stakeholders.

-

De Nationale omgevingsvisie (NOVI)

-

De Provinciale omgevingsvisie (POVI)

-

De Blauwe omgevingsvisie van het Waterschap (BOVI)

Ook zijn de documenten van de Verstedelijkingsstrategie bestudeerd.

7

Wonen en je leefomgeving 8

» Woningbouw » Wijkvoorzieningen 9

Woningbouw Wat vinden de inwoners en stakeholders (deelnemers online/offline/ stakeholdersessies) Door de deelnemers aan de participatiefase wordt aangegeven dat er grote behoefde is aan andere type woningen. Hierbij denken zij bijvoorbeeld aan kleinere woningen of woongroepen. Er is vanuit verschillende bevolkingsgroepen behoefte aan passende en betaalbare huisvesting: studenten, starters, kenniswerkers, tijdelijke woningzoekers, senioren. Maar ook in het duurdere segment is er behoefte aan meer woningen.

“Hou de menselijke maat vast, Wageningen is kleinschalig, hou dat zo”

Deelnemers hebben verschillende ideeën om meer woonplekken te maken en de stad toch groen te houden. Bijvoorbeeld door hoger bouwen, bepaalde functies ondergronds bouwen, woningen maken in leegstaande (kantoor)gebouwen, bestaande woningen splitsen in meerdere woningen of woningen bouwen op bedrijventerreinen.

“In en rond de binnenstad alleen hoogbouw, geen laagbouw” Bij het bouwen van woningen vinden inwoners het gebruik van duurzame materialen belangrijk. Maar woningen moeten wel betaalbaar zijn. Inwoners noemen verschillende mogelijkheden om verduurzaming van huizen en panden aantrekkelijk te maken. Onder andere: subsidies, ontzorgen, gezamenlijke initiatieven op wijkniveau en het verplichten van woningcorporaties om te verduurzamen. Daarnaast vinden zij het belangrijk dat duurzame materialen worden gebruikt en dat de bebouwing groen wordt aangekleed. Bijvoorbeeld door geveltuinen en sedumdaken. Ook lijkt het ze een goed idee om de resultaten van de verduurzaming in Wageningen zichtbaar te maken. Zo kan iedereen zien wat er is bereikt.

d 0

100

200

300 400m

Overzichtskaart huidige ontwikkellocaties Ontwikkellocaties woningbouw Ontwikkellocaties studentenhuisvesting

10

• Bouwen binnen of buiten de bebouwde kom? Een meerderheid van de deelnemers aan het participatieproces heeft een voorkeur voor bouwen binnen de bebouwde kom. • Door het toevoegen van woningen kan het karakter en de leefbaarheid van een wijk veranderen. • “In bomen kun je niet wonen”: aandacht voor groen en duurzaamheid versus behoefte aan meer woningen.

Deelnemers en stakeholders maken zich zorgen over de processen die worden doorlopen. Sommigen roepen de gemeente op om minder eisen te stellen, omdat dit ontwikkeling te moeilijk maakt. Anderen willen meer daadkracht en initiatief van de gemeente als het gaat over gebiedsontwikkeling.

Aanvullende ideeën ambtelijk • Er worden kansen gezien om met het toevoegen van woningen door herstructurering en transformatie de woonkwaliteit en het leefklimaat van diverse buurten en wijken te verbeteren.

Boven-lokale visie op woningbouwopgave

3500 tot 3800 (prognose) extra huishoudens tot 2040

2000

Woningen zitten al in de huidige planvoorrraad (zowel harde als zachte plannen)

“Divers woningaanbod met verschillende leefvormen. Ecowijken, tiny houses, knarrehofjes etc. Er is behoefte bij ouderen aan kleiner wonen, maar dan wel ook socialer.” “Stop met die saaie standaardbouw, gebruik kleur, wees creatief”

Om te voorzien in de grote behoefte aan woningen ligt bij provincie en regio de voorkeur om zoveel mogelijk te bouwen in de bebouwde kom. Denk aan hergebruik van leegstaande gebouwen en compacter en hoger bouwen. Uitbreiding doe je dan alleen als er geen andere mogelijkheden meer zijn. Dit sluit aan bij de inbreng vanuit de deelnemers aan het participatieproces. Vanuit het rijk en de provincie wordt de ambitie meegegeven voor een divers aanbod aan woningen en woonmilieus, aansluitend op huidige en toekomstige woonbehoeften.

Nationale omgevingsvisie – ambities • Een kwalitatief goede woningvoorraad, die regionaal aansluit op de woonbehoefte van alle groepen en met groen in de directe nabijheid. • Wonen, werken, natuur, openbare ruimte en voorzieningen zijn veel meer met elkaar verweven. • Er is meer dichtheid, minder leegstand en verval, meer groen en water. Er is aandacht voor het historische karakter. • Er wordt gebouwd daar waar de vraag is en naar de behoefte van verschillende doelgroepen, waaronder starters. • Er is een woningvoorraad die aansluit op de huidige en toekomstige woonbehoefte van mensen. Provinciale omgevingsvisie Gaaf Gelderland – ambities • Een divers aanbod aan woningen en woonmilieus en duurzame en circulaire nieuwbouw. • Uitgangspunt is het bouwen binnen bestaand verstedelijkt gebied. Het landschap is open en groen en het voorzieningenniveau blijft op peil waardoor leegstand voorkomen wordt. • Voorkeur ligt bij bet benutten van bestaande gebouwen, concentraties van bebouwing en pas uitbreiding als er geen andere mogelijkheden zijn.

• Woningmarktstrategie met als belangrijke focus betaalbaar bouwen (link) • Woningbouwlocatie onderzoek (link) • Aanwijzing grootschalige woningbouwlocatie FoodValley (link)

• Inzet op een goede balans tussen de vraag en aanbod van woningen in verschillende prijscategorieën voorop, ook voor specifieke doelgroepen. • Er is zorg en aandacht voor de woonbehoeften van alle Gelderlanders; voor ieder een passende, duurzame woning. Blauwe omgevingsvisie (Waterschap Vallei en Veluwe) – ambities • Stedelijke ontwikkeling: verdichting en ontwikkeling rond mobiliteitsknooppunten Verstedelijkingsstrategie – ambities • Mixen van wonen en werken, om onnodige mobiliteit te beperken. • Belang van een grotere variatie aan woonmilieus van (hoog) stedelijk tot landelijk en van betaalbaar tot duurdere woningen. • Woon- en werklocaties en voorzieningen zoveel mogelijk binnenstedelijk realiseren (verdichting). • Streven: ten minste 50% van de nieuwe woningen wordt in het sociale segment en middensegment gerealiseerd.

i • De Woningstichting heeft als doel om tot 2030 800 tot 1000 nieuwe sociale huurwoningen te realiseren. • De sociale woningbouw in Wageningen is op het moment zeer geclusterd, in enkele wijken. • De grootste groei van de huishoudensprognoses wordt veroorzaakt door vergrijzing • Idealis heeft als doel om nog 800 studentenkamers toe te voegen tot 2030

Aantal woningen per hectare Kans voor verdichting Kans uitbreiding bebouwde kom wanneer noodzakelijk

Kansenkaart woningbouwopgave Wens: woningen voor scenioren in de wijk (locatie indicatief) Bedreiging – vergrijzing van inwoners

11

Wijkvoorziening Wat vinden de inwoners en stakeholders (deelnemers online/offline/ stakeholdersessies) Onder ‘wijkvoorzieningen’ worden diverse soorten voorzieningen verstaan. Voor ieder is het anders welke voorzieningen op een dagelijkse basis nodig zijn om prettig te kunnen leven in de wijk. Deelnemers aan de participatiefase hebben het liefst de supermarkt, de school en de huisarts dicht bij hun woning. Studenten gaven duidelijk aan voorkeur te hebben voor beperkte voorzieningen dicht in de buurt, in plaats van een groter cluster voorzieningen op afstand. Andere belangrijke voorzieningen vinden deelnemers het buurthuis, speeltuinen, horeca en goede fietsverbindingen. Ook worden genoemd: de aanwezigheid van groen, voorzieningen in de vorm van bankjes/zitplekken en andere ontmoetingsmogelijkheden voor alle leeftijden (binnen en buiten), veilige en goede stoepen, voldoende en goed onderhouden (natuurlijke) speelplekken en autoluwe straten. In Wageningen zijn voorzieningen veelal niet geclusterd, maar verspreid over de stad. Kleine clusters met enkele basisvoorzieningen zijn wel te vinden in de wijken Noord-West en Tarthorst. Deelnemers uit deze wijken benoemen dit als goede aspecten van hun buurt. Er is bij de deelnemers geen grote behoefte aan het clusteren van andere voorzieningen in de wijk.

Aanvullende ideeën ambtelijk • Er liggen kansen in het clusteren van voorzieningen en in het verdichten van wijken rond dergelijke clusters. Zo kunnen onderwijsinstellingen als basisschool en kinderdagverblijf worden samengevoegd in zogenaamde kindcentra. • Een goede afstand tot voorzieningen draagt bij aan de beweegvriendelijkheid van de wijk (zie de kernindicator ‘beweegvriendelijke omgeving’ van het Mulier Instituut).

8

supermarkten zijn er in Wageningen

17

basisscholen zijn er in Wageningen

5

huisartspraktijken zijn er in Wageningen

0

100

200

i

300 400m

Overzichtskaart bestaande voorzieningen Voortgezet onderwijs

Supermarkten

Basisscholen

Medisch

Verplaatsing schoolgebouw

Sportcomplexen

Kinderopvang

12

Bij de ontwikkeling van nieuwe woonwijken worden er met verschillende voorzieningen rekening gehouden. Zo wordt er bij iedere ontwikkeling minimaal 10% groen bijgedragen. Ambtelijk wordt er bij grote ontwikkelingen aangestuurd op een ruimtelijke verhouding van 50%/50% openbare en privé ruimte. Hiermee wordt dan voldoende ruimte gewaarborgd om voorzieningen in de openbare ruimte te kunnen maken.

d In de straatgesprekken werd het dilemma voorgelegd of een woonwijk slechts is om te wonen of dat hier ook kleinschalige horeca en detailhandel moet zijn. Hierover waren de meningen zeer verdeeld, evenals over de vraag of er kleine clusters aan voorzieningen dichtbij of grotere clusters voorzieningen op afstand moeten zijn.

Boven-lokale visie op woonvoorzieningen Verstedelijkingsstrategie – ambities • Woningen bouwen op fiets- en loopafstand tot werkgebieden, voorzieningen en scholing. • Mixen van functies voor het maken van een leefomgeving (geen monofunctionele locaties). • Nieuwbouw concentreren en inzetten op functiemenging

In het Kwaliteitshandboek Wageningen, 2017 staat dat goede voorzieningen bereikbaar moeten zijn voor iedereen in de wijk, zodat het langer zelfstandig wonen mogelijk is.

Bevinding: clusters van voorzieningen Bereikbaarheid binnen 400m

Kansenkaart voorzieningen

13

Sociaal, leefbaar en gezond 14

» » » »

Spelen en Bewegen Leefbaarheid Gezonde voeding Geluid- en Luchtkwaliteit 15

Spelen & bewegen Wat vinden de inwoners en stakeholders? (deelnemers online/offline/ stakeholdersessies) Deelnemers zijn vrijwel unaniem van mening dat er ruimte moet zijn in de stad om te bewegen. Een groot aantal deelnemers vindt zelfs dat ruimte voor spelen en buiten zijn in woonstraten belangrijker is dan ruimte voor verkeer of parkeren. In het straatonderzoek gaf een ruime meerderheid aan liever een speeltuin te willen dan een parkeerplaats. Naar mening van sommige deelnemers is het in woonstraten vaak te druk om kinderen te laten spelen. Er is behoefte aan meer (groene) speelgelegenheden en veilige speeltuinen voor jonge gezinnen. Er is veel steun voor autoluwe en veilige wijken waarin het aantrekkelijk, veilig en makkelijk is om te spelen, te wandelen of te fietsen. Met minder last van autoparkeren en meer buitensportmogelijkheden. De bestaande wandel- en fietspaden in de stad worden veel gebruikt. Om nog meer te kunnen bewegen wordt de wens geuit om meer aandacht te hebben voor wandelen en fietsen. Ook wordt het versterken van verbinding tussen verschillende locaties en tegengaan van versnippering genoemd als stimulans voor meer gebruik van wandel- en fietsroutes. De wens is om van Wageningen niet alleen een fietsvriendelijke stad, maar ook loopvriendelijke stad te maken.

Daarvoor is meer aandacht nodig voor het stimuleren van lopen en het wegnemen van belemmeringen zoals het ontbreken van trottoirs, te smalle stoepen of ontoegankelijkheid voor mensen met beperkingen. Veel deelnemers vinden het belangrijk dat de campus van de universiteit groen blijft en aantrekkelijk om te wandelen. Veel deelnemers hebben behoefte aan meer sportvoorzieningen voor volwassen en ouderen. Als idee wordt bijvoorbeeld een openbare jeu de boulesbaan genoemd. Voor jongeren is een skeelerbaan een wens. “

“Het is ook in woonstraten vaak te druk om kinderen te laten spelen. Leuke uitdagende speelveldjes is beter, en kijk eens naar het drukke gebruik van de skatebaan in NoordWest. Misschien kan op een andere plek in de stad een tweede baan komen” 0

100

200

Overzichtskaart van speelplaatsen

16

openbaar toegankelijke speelplekken

68%

van kinderen (4-12) beweegt minimaal 1 uur per dag

d Ruimte om te spelen en bewegen concurreert met ruimte voor verkeer, parkeren en woningbouw.

i

300 400m

Buitenspeelplaatsen

19

Zwembad

Openbare beweegplekken

Hardlooproutes

Sportvelden

Recreatieve fietsroutes

Stadsboerderij

Recreatieve wandelroutes

Buitenspelen bevordert probleemoplossend gedrag en logisch denken. Kinderen en jongeren die zelfstandig buitenspelen, leren de weg te vinden. Zij ontwikkelen een sterk oriëntatievermogen en leren afstanden schatten. (bron: Handboek spelen met Ruimte, VNG

“Zorg voor goede, veilige en comfortabele fiets- en wandelverbindingen.”

Aanvullende ideeën ambtelijk • Er is behoefte aan meer aanbod voor oudere jeugd en jongeren. Dit beeld wordt ook bevestigd door de nieuwe kinderburgemeesters die in september zijn aangesteld. Zij geven aan meer avontuurlijke dingen voor oudere kinderen te willen. De jongerenraad geeft aan dat er in de buitenruimte meer plekken moeten zijn voor jongeren om elkaar te ontmoeten.

“Spelen is fijn voor kinderen, zij zijn de toekomst.”

• De vergroening die noodzakelijk is voor het tegengaan van hittestress biedt mooie kansen voor het creëren van buitenspeelruimte. • De spreiding van de sportcomplexen in de gemeente is niet ideaal voor het gymonderwijs. Doordat de binnensportcomplexen soms verder van de school gelegen zijn, kiezen sommige scholen ervoor om minder bewegingsonderwijs aan te bieden. Daarnaast is er een groeiende behoefte aan buitensportvoorzieningen. • Een aantal bewoners van de Nude maakte een plan om de leefbaarheid in de wijk te versterken. Zij stellen voor om de buitenruimte zo in te richten dat bewegen en ontmoeten voor jongeren en ouderen samengaat. Bijvoorbeeld door te volleyballen en het spelen van jeu de boule. En doordat ouders van jonge kinderen elkaar kunnen ontmoeten bij een picknickbank terwijl de kinderen samen spelen. • Bij het inrichten van speelplekken moet erop worden gelet dat ze goed toegankelijk zijn voor kinderen met een beperking.

Boven-lokale visie op spelen en bewegen Nationale omgevingsvisie – ambities • In onze steden bewegen we ons in 2050 nog gemakkelijker en efficiënter met de fiets, te voet en met het (voor iedereen toegankelijke) openbaar vervoer. • De leefomgeving is zodanig ingericht dat de gezondheid van mensen bevorderd wordt. De leefomgeving verleidt mensen tot bewegen, spelen, ontspannen en het ontmoeten van anderen. Provinciale omgevingsvisie Gaaf Gelderland - ambities • Stimuleren van alternatieve vormen van vervoer, in het bijzonder de fiets.

Kans recreatie met water • Samen Wageningen, Beleidskader Sociaal Domein (link) • Regiovisie Publieke Gezondheidszorg Gelderland Midden 20212025 (link) • Lekker in je Vel, Wageningse JOGG aanpak (link)

Kans recreatieplassen % Mensen met beperking in beweging

Kansenkaart bewegen

17

Leefbaarheid Wat vinden de inwoners en stakeholders? (deelnemers online/offline/ stakeholdersessies) Ontmoeting

“Mensen zien elkaar in

Breed gedragen is het belang dat deelnemers Wageningen staan” hechten aan het ontmoeten van elkaar. Daarvoor vindt een groot aantal deelnemers het wenselijk dat de buitenruimte nog aantrekkelijker wordt gemaakt om in te verblijven. Bijvoorbeeld door meer groen, het plaatsen van bankjes en te zorgen voor veilige speelplekken. Ook wordt gedacht aan meer sociale ontmoetingsruimten in buurten waar je zo kunt binnenlopen. Denk aan buurthuizen, openbare moestuinen en de bibliotheek. Of plekken in wijken die inwoners voor verschillende doelen kunnen gebruiken, zoals samen kunst maken. Als idee voor het stimuleren van ontmoeting wordt ook genoemd het creëren van ontmoetingsplekken in en rond hoogbouw. Deelnemers geven aan elkaar ook te ontmoeten op laagdrempelige plekken als hondenuitlaatveldjes en sportclubs.

“Ik vind het fijn, in onze wijk kent iedereen elkaar en ik laat de deur open”

Sommige deelnemers ervaren een tekort aan ontmoetingsplaatsen, vooral voor jongeren en jongvolwassenen. Ook uitgaansfaciliteiten wordt voor deze groepen gemist. De campus blijkt voor veel studenten een prettige sfeer te bieden om elkaar te ontmoeten.

12%

(18-64 jaar) geeft aan zich ernstig eenzaam te voelen

79%

van volwassen geeft een 7 of hoger voor groen in de buurt

In een ideale buurt zijn er volgens deelnemers ontmoetingsplekken voor eenzame mensen, is er meer sociale samenhang en betrokkenheid en zijn er betere gezamenlijke voorzieningen, bijvoorbeeld gezamenlijke tuinen.

i

0

100

200

300 400m

Overzichtskaart ontmoetingsvoorzieningen Buurthuizen Jongeren ontmoetingsplekken Buurtgroen Bankjes Openbare watertappunten

18

• In samenwerking met jongeren wordt in de Nude een nieuwe ontmoetingsplek ontwikkeld. • Het Hooilandplein wordt vergroend in het kader van Wageningen aantrekkelijk, daarbij is er ook extra aandacht voor het faciliteren van ontmoeting. • Volgens de leefbaarheidsmonitor is eenzaamheid in de Nude erg hoog. Dit is één van de aanleidingen dat een aantal bewoners van de Nude een plan maakte de leefbaarheid in hun gebied te versterken. Een onderdeel hiervan is dat men het water op het Schaepmanplein terug wil brengen en wil verbinden met de dichtbijgelegen vijver. Aan het water worden bankjes geplaatst en komt er ruimte voor kleine activiteiten, zoals verhalen vertellen. En ook muziek maken is mogelijk. De tegels van het Schaepmanplein worden vervangen door cultuur en ontmoeten aan het water.

Veel deelnemers geven aan het belangrijk te vinden om te blijven investeren in inclusiviteit en diversiteit. Wageningen is weliswaar divers, maar verschillende groepen leven soms naast elkaar heen. Deelnemers denken dat er meer ontmoeting mogelijk is tussen geboren Wageningers, nieuwe Wageningers en studenten. Ze hebben verschillende ideeën genoemd, zoals: gezamenlijke activiteiten als burendagen, (cultuur)evenementen, gedeelde sportcomplexen en andere voorzieningen en een gecombineerde woonvorm voor ouderen en studenten. Maar ook zien deelnemers op dit vlak meerwaarde in goede fietsverbindingen tussen campus en stad en gezamenlijke projecten op het gebied van voedsel (voedselbossen of pluktuinen). Er zijn ook deelnemers die aangeven moeite te hebben met het maken van onderscheid tussen geboren Wageningers, nieuwe Wageningers en studenten. Naar hun mening houdt het benadrukken van de verschillen het bestaan van deze verschillen juist in stand. Een aantal deelnemers vindt dat de WUR zichzelf te veel teruggetrokken heeft op de campus, waardoor er minder ontmoeting is. Er zijn ook deelnemers die niet willen dat de campus/WUR en het aantal studenten groeit.

Deelnemers benoemen het Centrum, Noordwest en de Boven-en Benedenbuurt als aandachtswijken als het gaat om het faciliteren van meer ontmoeting, onder andere vanwege het ontbreken van voldoende groen en zitplekken in de openbare ruimte.

67

meldingen ontvangen bij meldpunt discriminatie en pesten (2020)

• Samen Wageningen, (link) Beleidskader Sociaal Domein • Beleidsplan Veiligheidsregio 2020-2023 • Integraal Huisvestingsplan Onderwijs (IHP)

d

Woonomgeving Deelnemers willen graag wonen in de buurt van groen en plekken waar je kunt ontspannen. Daarbij vinden ze goede wandel en fietsverbindingen erg belangrijk. De autobereikbaarheid van met name nieuwe woningen wordt het minst belangrijk gevonden.

• Groen in de stad wordt door vrijwel alle deelnemers als belangrijk en prettig ervaren, het biedt ontspanning en stimuleert om te bewegen. Soms wordt dezelfde groene plek ’s avonds als onveilig ervaren wanneer het donker is. • Hoe krijgen we een goede balans tussen de stad en de universiteit, zodat het voor studenten een fijne plek blijft om te wonen en inwoners niet het gevoel hebben dat de WUR te veel invloed heeft op de stad.

Veiligheid Hoewel de meeste wijken in Wageningen worden omschreven als rustig en veilig voelt het niet voor elke deelnemer veilig of prettig om een rondje te lopen. Deelnemers geven aan zich soms onveilig te voelen op afgelegen plekken. Ook rondom hangplekken waar drugs gebruikt worden, voelt niet iedere deelnemer zich veilig. Gevraagd wordt om handhaving, bredere fietspaden, goede verlichting en minder hoge aanplant met daarbij meer verbinding met de omgeving. Ook horeca in wijken wordt als idee geopperd om het gevoel van veiligheid te vergroten. Niet alle ideeën worden breed gedeeld. Verlichting wordt door sommige deelnemers ook als storend ervaren en hoge aanplant helpt de insecten. Ook wordt het belang genoemd van voldoende hangplekken voor jongeren.

Aanvullende ideeën ambtelijk • Er liggen kansen om meer te doen met water, bijvoorbeeld in Noordwest

Boven-lokale visie op leefbaarheid Nationale omgevingsvisie – ambities

“Ideeën zoals een gecombineerde woonvorm voor ouderen en studenten hebben een zekere potentie. Dè student en dè oudere bestaan niet. Er zijn manieren om op basis van gelijkgestemde interesses en karaktereigenschappen tot succesvolle initiatieven te komen.”

• Belang van een aantrekkelijke en herkenbare woon- en leefomgeving met een goede verbondenheid tussen stad en land, een kwalitatief goede woningvoorraad, die regionaal aansluit op de woonbehoefte van alle groepen en met groen in de directe nabijheid • Steden en dorpen zijn inclusieve en sociale gemeenschappen, geschikt voor iedereen (jong en oud) en met voldoende mogelijkheden voor interactie. • Wonen, werken, natuur, openbare ruimte en voorzieningen zijn veel meer met elkaar verweven. • Er is meer dichtheid, minder leegstand en verval, meer groen en water. Er is aandacht voor het historische karakter. Regionale verstedelijkingsstrategie – ambities • De woningbouwopgave inzetten om het karakter en de kwaliteit van de groene metropool (natuur, klimaat en gezondheid) te vergroten en daarmee onderscheidend te zijn.

Meer ontmoetingsplekken in de wijk (locatie indicatief) Verbinding buitengebied wordt steeds belangrijker Beleefbaar maken van de Rijn

Kansenkaart leefbaarheid

!

Ervaren onveilige plekken

19

Gezonde voeding Wat vinden de inwoners en stakeholders? (deelnemers online/offline/ stakeholdersessies) Meer dan de helft van de deelnemers vindt het belangrijk om minder aanbod van snackbars en fastfood te hebben. De keuze voor gezond eten zou volgens hen makkelijker worden als er minder reclame aanwezig is in de openbare ruimte voor ongezond voedsel. Zij zien voedsel uit eigen buurt als goede manier om voor een gezonder eetpatroon te zorgen. Zij denken hierbij aan moestuinen of openbare fruitbomen en pluktuinen. Maar ook op de lokale markt en in de supermarkt moeten er volgens deelnemers genoeg mogelijkheden zijn voor het kopen van gezonde en lokale voeding. Aangegeven wordt dat de wachttijden voor moestuinen nu vaak groot zijn. Sommige deelnemers pleiten voor het inzetten op gezamenlijke moestuinen en verwijzen daarbij naar het concept van herenboeren. Ook zou de gemeente buurtinitiatieven actief moeten ondersteunen.

80%

van de kinderen in Wageningen eet 6 of 7 d/w groente

“Ik zou graag meer ruimte willen voor alternatieve woonvormen en pluktuinen/voedselbossen binnen wijken. Om zo gezonde voeding dichter bij de mensen te krijgen.” Sommige deelnemers vragen zich af of lokaal geproduceerd voedsel en gezond eten in het algemeen wel betaalbaar is voor alle Wageningers. Ook denken deelnemers dat er inwoners zijn die meer gemak willen. Zij zullen niet zo snel actief gebruik maken van moes- of pluktuinen en voor hen zijn dus andere dingen nodig om een gezond eetpatroon te stimuleren. Een aantal deelnemers noemt de WUR als bron van kennis om het voedselaanbod gezonder en duurzamer te maken.

“We moeten mensen duidelijk maken dat hoogwaardige voeding een link heeft met je gezondheid.”

0

100

200

300 400m

Overzichtskaart gezonde voeding Moestuinen en pluktuinen Plukbomen Streekwaar markt

20

i Duurzaamheid gaat een steeds belangrijkere rol spelen voor consumenten. Mensen vinden rechtvaardigheid, diervriendelijkheid, milieuvriendelijkheid en begrippen als transparantie, natuurlijk en regionaal belangrijker dan ooit als het om voedsel op hun bord gaat. Bron: Agrifoodmonitor 2021

Deelnemers zien veel kansen om pluktuinen of moestuinen te realiseren in Wageningen. Bestaande parken zoals Noord West, Torckpark, Duivendaal of groenstroken in de stad worden hiervoor geopperd. Ook de gronden en proefvelden van de WUR worden genoemd. In de stad zien deelnemers kansen om nieuwe groenstroken aan te leggen door tegels of asfalt te verwijderen op plekken waar deze niet nodig zijn. Met enige creativiteit kan volgens deelnemers op veel plekken een kleinschalige strook voor moestuinen, fruitbomen of pluktuinen gemaakt worden. Als voorbeeld wordt het voedselbos in de Pomona genoemd. Voor sommige deelnemers mag eetbaar groen voorrang hebben op ander ruimtegebruik zoals bedrijventerreinen (Nudepark) of woningbouw (op locaties in de stad waar plannen zijn voor nieuwbouw). Eetbaar groen in de stad draagt volgens deelnemers bij aan een beter stadsklimaat en biedt kansen voor ontspanning, ontmoeting en recreatie.

• Wageningen eet duurzaam, gezond en samen. De Wageningse Voedselagenda 2021-2030 (link) Wageningen heeft in 2020 de Wageningse voedselagenda 20212030 vastgesteld. De ambitie is om in 2030 een gezonde, duurzame en inclusieve stad te zijn met een sterke sociale samenhang, waarin we samen werken aan een gezonde voedselomgeving met toegang tot gezond en duurzaam eten van dichtbij voor iedereen.

i Op 16 oktober 2021, Wereldvoedseldag, heeft Wageningen de City Deal Gezonde en Duurzame Voedselomgeving ondertekend. Een gezond en duurzaam voedselaanbod moet voor iedereen lokaal haalbaar en betaalbaar zijn. Lokaal haalbaar: uit de buurt of regio. Betaalbaar: óók of júist voor mensen met een lager inkomen. Dat is de afspraak die partijen in deze City Deal met elkaar hebben gemaakt. Naast de gemeente Wageningen doen ook Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Haarlem, Utrecht, Almere en Ede mee – allen koplopers op het gebied van stedelijk voedselbeleid.

Boven-lokale visie op gezonde voeding Gezonde voeding komt als apart thema niet terug in de boven-lokale visies. Wel is gezond leven een thema in de Nationale omgevingsvisie. Nationale omgevingsvisie – ambities • Steden en dorpen zijn inclusieve en sociale gemeenschappen, geschikt voor iedereen (jong en oud) en met voldoende mogelijkheden voor interactie. • De leefomgeving is zodanig ingericht dat de gezondheid van mensen bevorderd wordt. De leefomgeving verleidt mensen tot bewegen, spelen, ontspannen en het ontmoeten van anderen.

“De WUR is de landbouwuniversiteit. Ze hebben een voedselbos voor onderzoek. Het zou ontzettend cool zijn als de WUR samen met inwoners kleine community voedselbossen en/of pluktuinen opzet, zodat bewoners in hun eigen wijk makkelijk toegang tot vers gezond eten hebben.”

Stimuleren lokaal geproduceerd voedsel in en nabij de stad % Ernstig overgewicht

Kansenkaart gezonde voeding

21

Geluid- en Luchtkwaliteit Wat vinden de inwoners en stakeholders? (deelnemers online/ offline/stakeholdersessies)

< 45 db 46 - 50 db 51 - 55 db

Hoewel geluid en luchtkwaliteit een van de belangrijkste veroorzakers zijn van gezondheidsschade lijkt het thema niet echt te leven in de gesprekken op straat met inwoners van de stad. Niet alle deelnemers blijken wensen te hebben ten aanzien van de verbetering van de luchtkwaliteit. Deelnemers die wel wensen hebben, geven aan dat minder houtstook en minder vervuilend autoverkeer kunnen bijdragen aan een schonere lucht. Ook hier wordt de bijdrage van groen aan gezondheid benoemd. Meer behoud en aanplant van groen draagt bij aan de filtering van lucht. Duidelijk is ook dat vrijwel iedereen het erover eens is dat de bestaande normen voor geluid- en luchtkwaliteit in ieder geval gehaald moeten worden. Sommige deelnemers zijn er ook voorstander van om strengere eisen te stellen dan de huidige normen, zoals bijvoorbeeld de advieswaarden van de WHO.

56 - 60 db

“Geluidsniveau van brommers en auto’s (inclusief de geluidsinstallatie) controleren en handhaven.”

61 - 65 db 66 - 70 db > 71 db 0

100

200

300 400m

Geluidsoverlast van wegen (db)

Meest genoemde overlast als het gaat om luchtkwaliteit is houtstook. De oplossingen die hiervoor benoemd worden verschillen. Van het aan banden leggen van houtstook, het onderscheid maken naar kachels tot focus op het weren van houtskool, houtkachels, open haarden, barbecues en vuurkorfen.

Blootstelling aan luchtverontreiniging (2019) is lager dan voorgaande jaren

d Zonnevelden zijn van belang voor het duurzaam opwekken van energie, tegelijkertijd produceren de transformatoren geluid, wat tot overlast zou kunnen leiden.

Veel deelnemers vinden het over het algemeen leuk dat Wageningen een levendige stad is. Om evenementen en ontmoeting mogelijk te maken mag er wat hen betreft op bepaalde plekken meer geluid zijn. Bijvoorbeeld in de binnenstad, bij een evenement of bij sportaccommodaties. Anderen geven aan juist een voorkeur te hebben voor stilte en ervaren geluid als storend. Veel mensen willen buiten de bebouwde kom stilte ervaren.

10 - 12 NO2 μg/m3

• Geluidsvisie campus en omgeving 2021

12 - 14 N02 μg/m3 14 - 16 NO2 μg/m3 16 - 18 NO2 μg/m3 18 - 20 NO2 μg/m3 Richtwaarde geur* Streefwaarde geur* Zonering luchtkwaliteit 100m* 0

100

200

300 400m

Uitstoot van stikstof (NO2) in microgram per m3 22

*Het bestand bevat de geurcontouren van bedrijven of inrichtingen waarvoor de provincie Gelderland de milieuvergunningen verleent. In het bestand zijn de provinciale (industriële) bedrijven opgenomen, waarvan bekend is dat zij geurrelevant zijn. De geurzones zijn gebaseerd op de vergunde emissies van een bedrijf. De geurzones geven dus niet de werkelijke geurkwaliteit aan, maar de toegestane belasting. De gemeentelijke bedrijven zijn niet opgenomen. RICHTWAARDE: Waarde waar naar wordt gestreefd om overlast te beperken STREEFWAARDE: Zo klein mogelijke belasting

Om geluid te verminderen wordt gedacht aan meer handhaving op gemotoriseerd verkeer, snelheidsverlaging en het plaatsen van geluidsschermen. Deze laatsten worden door sommige deelnemers als storend in het landschap ervaren; beplanting of de inzet van kunst kan dit bezwaar wegnemen. Ook andere oplossingen worden genoemd: het tegengaan van sluip-en vrachtverkeer, het bevorderen van elektrisch autovervoer en evenementen zonder versterkte muziek.

Boven-lokale visie op geluid en luchtkwaliteit Nationale omgevingsvisie – ambities • Verbetering gezondheid (bijvoorbeeld betere luchtkwaliteit) en veiligheid in steden en dorpen. Inzet op een leefomgeving die zoveel mogelijk vrij is van vervuiling door het wegverkeer. • Extra aandacht voor CO2 uitstoot op plekken waar wonen, werken en productie samengaan. Ook vermindering van geluidsoverlast en stankhinder Provinciale omgevingsvisie Gaaf Gelderland - ambities • Een gezonde leefomgeving met schone en frisse lucht, een schoon milieu, een niet vervuilde bodem, voldoende schoon en veilig (drink) water, bescherming van onze flora en fauna.

“Gemeente moet ervoor zorgen dat inwoners rustig in hun huizen kunnen wonen zonder overlast en lawaai (van bijv. jeugd, studenten, sporters.”

i

Ervaren geluidsoverlast

Wageningen heeft zich in 2021 aangesloten bij het Schone Lucht Akkoord (SLA). Het doel van het SLA is om de luchtkwaliteit in Nederland permanent te verbeteren. Het is een akkoord tussen Rijk, provincies en een groot aantal gemeenten. Samen streven de deelnemende partijen naar een gezondheidswinst van minimaal 50 procent in 2030 ten opzichte van 2016. Inmiddels hebben alle 12 provincies en al bijna 90 gemeenten het akkoord getekend. Aandacht voor de schadelijke effecten van houtstook speelt in het SLA een belangrijke rol.

8 – 10% inwoners dat ernstige geluidshinder ervaart van buren Kans stil asfalt Kans vrijhouden van toekomstige woningbouw Kans emissie vrije zone binnenstad Kans electrificering van de Haven

Kansenkaart geluid- en luchtkwaliteit

23

Economie, cultuur en beleving 24

» Kennisecosysteem » Beleving en culturele voorzieningen » Bedrijven » Horeca, detailhandel » Binnenstad 25

Kennisecosysteem Wat vinden de inwoners, ondernemers en stakeholders? (deelnemers online/offline/stakeholdersessies) Campus De meeste deelnemers aan de participatiefase zien de band tussen stad en universiteit, maar de campus voelt voor hen als een stukje ander stad. Een groot deel van de deelnemers wil een betere verbinding tussen universiteit en de stad. Daarbij gaat het over de fysieke verbinding, zoals een veilige en uitnodigende fietsverbinding tussen campus en binnenstad. Maar ook over het organiseren van activiteiten op de campus die voor alle Wageningers toegankelijk zijn. Het project Beter Bereikbaar Wageningen wordt voor de fysieke verbinding als een bedreiging gezien. De inrichting van de campus biedt volgens deelnemers kansen. Bijvoorbeeld als park met eetbaar groen, een beweegparcours en barbecues, (muziek)podia, bankjes en openbare toiletten. Of juist door het toevoegen van collectieve, gemixte woonvormen.

185

Kennisintensieve bedrijven

9400 Kenniswerkers

“Er is geen overlast door de WUR en studenten, stop met verschil uitvergroten” Deelnemers die ook gebruikers zijn van de campus ervaren de campus als groen en gezellig. Zij hebben wel behoefte aan een veiligere omgeving (beperken overlast en vandalisme en schoonhouden), met meer aandacht voor fietsers. Ook is er behoefte aan meer sportvelden en een snellere en betere verbinding met station Ede-Wageningen.

11.650 Werknemers in zakelijke dienstverlening en onderwijs

Verbinding

i 0

100

200

300 400m

Overzichtskaart kennisecosysteem Kennisas Hotspots Kennisgebied

26

• Het kennisecosysteem heeft 3 locaties (hotspots) die elkaar aanvullen; BSPW (productontwikkeling), WUR (onderzoek en onderwijs) en WFC in Ede (innovatieve foodbedrijven). • Ede, Wageningen en de provincie Gelderland hebben bestuurlijke afspraken gemaakt. Die staan in de Ambitieschets Kennishart. Het gemeenschappelijke doel is om het kennishart Ede-Wageningen te laten groeien en bloeien als thuisbasis van het mondiale kennisecosysteem voor agro & food.

De meeste deelnemers waarderen de universiteit, maar sommigen vinden dat studenten in beleid worden voorgetrokken op senioren en starters, bijvoorbeeld bij woningen. Enkele deelnemers vinden dat de ontwikkeling van de universiteit en studentenhuisvesting uit de hand loopt en dat het wat minder mag.

“Er zijn helemaal geen voordelen van de WUR voor Wageningen.” “Groei WUR lijkt me juist van levensbelang voor de stad en haar voorzieningenniveau.” Veel deelnemers zien kansen om actief gebruik te maken van de verbinding tussen de Universiteit en Wageningen. Geopperd wordt om de Universiteit haar onderzoek in Wageningen te laten doen (bijvoorbeeld naar de grachten). En dat de kennis van de WUR en de bedrijven die op de campus gevestigd zijn beter ingezet kan worden ten behoeve van Wageningen. Zoals het doen van pilots, experimenten of onderzoek ten behoeve van leefbaarheid en duurzaamheid.

16.510 Hoger opgeleide beroepsbevolking (50% van totaal)

40% van de werknemers van de WUR woont in Wageningen

De meningen zijn verdeeld over de mate waarin de WUR aansluiting moet zoeken bij de stad. Sommige deelnemers vinden het prettig dat de WUR op de campus blijft en niet verder groeit. Anderen vinden het belangrijk dat de WUR verbinding zoekt en houdt met de stad. Door bijvoorbeeld goede fietsverbindingen tussen de WUR en de binnenstad, en door het aanbod van horeca op de campus zelf te beperken. Of door gezamenlijke warmtevoorzieningen en het delen van kennis. NB. Onder het thema Leefbaarheid wordt ook ingegaan op de verbinding tussen WUR en Wageningen. Bedrijven Ondernemers zien kansen in het invullen van leegstaande panden met tijdelijke activiteiten, gericht op kennisontwikkeling. Zij zien ook noodzaak om meer ruimte te geven aan startups. Grote gemene deler is de wens om bij ontwikkelingen niet te kiezen voor standaard bedrijven, maar bedrijven uit te zoeken die passen bij een groen en duurzaam profiel. Daarbij wordt de kanttekening gemaakt dat niet alle grote multinationals duurzaam zijn en willen meewerken aan het oplossen van de voedselproblematiek. Een deel van de deelnemers erkent dat de universiteit zorgt voor dynamiek en diversiteit in de stad. Maar vinden ook dat er meer kennisinstellingen in de stad zijn die kunnen bijdragen aan een groene stad. Studenten Studenten geven aan dat zij de kleinschaligheid van Wageningen waarderen.

Zij zien Wageningen als groene gemoedelijke stad. Compact bouwen in het groen past daarbij. Extra studentenwoningen en appartementen voor starters worden gemist. De wooncampus aan de Haarweg wordt als voorbeeld genoemd. Studenten vinden de fietsbereikbaarheid prima, al kan de bewegwijzering beter. Een groot knelpunt vinden zij de bereikbaarheid met openbaar vervoer, daarbij worden de verbindingen naar (station) Rhenen en Arnhem expliciet genoemd.

Kennisecosysteem Stakeholders en ondernemers vinden dat er een grote kans ligt in het meer onder de aandacht brengen van Wageningen als universiteitsstad. Dit gebeurt nu te weinig. Ze willen dat het kennisecosysteem wordt versterkt en er ruimte wordt gemaakt voor organisaties die daarvoor nodig zijn. Een kennisecosysteem bestaat uit verschillende organisaties uit onderwijs en bedrijfsleven die samenwerken. Zo kun je samen onderzoek doen en kennis delen om (maatschappelijke) opgaven te helpen oplossen. In het huidige kennisecosysteem missen nog belangrijke verbindingen naar bedrijven op het gebied van duurzaamheid, Agritech en IT. Ook worden met name niet-overheidsorganisaties (ngo’s) gemist op de campus. Via ngo’s kunnen de sociale opbrengsten van de WUR wetenschap makkelijker bij de mensen komen. Stakeholders en ondernemers geven aan dat er locaties nodig zijn met verschillende uitstraling en die elkaar qua functies aanvullen. Er zijn in Wageningen te weinig hulpmiddelen voor startende bedrijfjes. Daarnaast vinden de groeiende ondernemers niet de juiste ruimte en financiering. Ook moet de verbinding tussen het Business & Science Park Wageningen (BSPW) en de Wageningen Campus beter. Het BSPW wordt zelfs genoemd als Campus West. Voorwaarde is wel dat de uitstraling van het gebied verbeterd.

Boven-lokale visie op kennis-economie Verstedelijkingsstrategie – ambities • Inzet op ontwikkeling van de internationale clusters en campuslocaties op het gebied van Food, Health, Hightech en Energy en de verbindingen daartussen. Ontwikkelen van campussen (bijv. WUR) tot brandpunten van innovatie. • Inzet op verbinding werklocaties en kennisclusters. • Economische clustervorming: bedrijventerreinen verdichten. • Ambitieschets Kennishart: samen met Ede en Gelderland het kennis ecosysteem versterken.

“Wageningen in de toekomst is een gemoedelijke internationale en inclusieve stad met internationaal gerenommeerd innovatief en duurzaam kenniscluster”

Versterken poort van Wageningen Versterken kennisgebied Doortrekken Kennisas

Kansenkaart kennisecosysteem

d Welke bedrijvigheid gaan we aantrekken? Reguliere bedrijvigheid of focus op research en development binnen het kennisecosysteem?

Kans NS treinstation Kans versterken relatie WUR/ Centrum Aandachtspunt barrière BBW Wens lightrail/ trein verbinding Verbinding Born Oost met Campus

27

Beleving en culturele voorzieningen Wat vinden de inwoners en stakeholders? (deelnemers online/offline/ stakeholdersessies) Deelnemers aan de participatiefase geven aan cultuur belangrijk te vinden en dichtbij huis cultuurvoorzieningen te willen hebben. Cultuur draagt volgens deelnemers bij aan een bruisende en vitale stad en zorgt voor een aantrekkelijk woon- en werkklimaat. Ze vinden het van belang dat de evenementen en festivals passen bij de behoefte en de uitstraling van Wageningen en relevant en aantrekkelijk zijn voor de inwoners.

“Meer aandacht voor het historische verhaal van Wageningen en het water.” Deelnemers vinden het belangrijk dat er voldoende culturele voorzieningen zijn, zoals (vaste) oefenruimten en werkruimtes. En dat optimaal gebruik wordt gemaakt van de openbare ruimte en bestaande (culturele) infrastructuur voor cultuuruitingen. Het delen en gebruik maken van elkaars voorzieningen en ruimten onderling vindt de meerderheid van groot belang. Dat geldt vooral voor de buurten, om elkaar te ontmoeten en samen kunst te maken. Hierbij denken deelnemers aan het openstellen van (basis)scholen voor culturele activiteiten, maar ook aan locaties waar iets te beleven valt, zoals de markt. Deelnemers geven aan dat de binnenstad – de markt – van groot belang is voor de beleving van festivals en culturele activiteiten. Dat versterkt de levendigheid en uitstraling van Wageningen.

“Wageningen heeft een stadspark nodig.”

d • Wageningse evenementen zoals Bevrijdingsfestival versus de menselijke maat. • (Inter)nationale projecten in Wageningen versus projecten stimuleren die bijdragen aan de lokale culturele beleving. 0

100

200

Deelnemers vinden het van belang dat evenementen en de culturele samenwerking tussen organisaties worden gestimuleerd en ondersteund. Dit om de bruisende en levendige stad te versterken. Zo wordt geopperd om in het havengebied een urban art spot (plek voor straatkunst) te ontwikkelen.

Evenementen

300 400m

Overzichtskaart culturele voorzieningen

28

De meerderheid van de deelnemers geeft aan behoefte te hebben aan projecten en evenementen die van waarde zijn voor de lokale culturele beleving. Die dragen volgens hen bij aan ontmoeting, verbinding en leefbaarheid van de stad. Vooral als ze zijn ontwikkeld met inwoners, instellingen, makers en partijen uit de gemeente, regio en/of bovenregionaal.

Evenementen locaties

Carnavalsvereniging de berggeit

Musea

International Club Association

Theater

De bblthk

Filmhuis/ bioscoop

Culturele locaties

V.B.K het Gelders Palet

De Vlijt

Deelnemers vinden het belangrijk dat bij grote evenementen, zoals rond de 5 mei viering, de menselijke maat behouden blijft. Er is behoefte aan evenementen die passen bij het karakter en de omvang van Wageningen. Deelnemers denken daarbij aan laagdrempelige en toegankelijke festivals, maar ook evenementen gericht op jongeren en ouderen. De meerderheid van de deelnemers vindt evenementen en ontmoeting in de binnenstad belangrijk. Ze vinden dat op bepaalde plekken in de binnenstad meer ruimte moet worden gegeven aan de horeca om daarop in te kunnen spelen.

95.000 Bezoekers in 2022 aan het Bevrijdingsfestival

“Wageningen mag als gemeente iets meer experimenteren met activiteiten. Zorgen dat er een basis is voor de organisatie van mooie evenementen en zorgen dat er ook een cultuur ontstaat dat mensen bereid zijn te betalen voor mooie initiatieven”

• Cultuuractieplan: Cultuur Verbindt 2021-2024, (2021) • Stedelijke cultuurregio Ede Wageningen Cultuurvisie, (2019) • Amateurkunstbeleid • Evenementenbeleid • Waarom Wageningen? Beleidsplan Recreatie en Toerisme, Gemeente Wageningen, 2008

Deelnemers vinden dat voor jongeren meer (culturele) activiteiten moeten worden ontwikkeld en er aandacht moet zijn voor uitgaansgelegenheden en evenementen voor diverse doelgroepen.

Toerisme

“Ik mis een gemeenschappelijk cultureel centrum in Wageningen voor bijvoorbeeld het maken van muziek en theater, internationale cursisten en docenten”

Een meerderheid van de deelnemers vindt een goede toegankelijkheid van Wageningen van belang. Dat draagt volgens hen bij aan een aantrekkelijke stad voor bijvoorbeeld dagbezoekers. Als voorbeeld wordt genoemd om interessante (aan) looproutes naar het centrum te ontwikkelen. Deelnemers vinden het voor de beleving van Wageningen van belang om meer aandacht te besteden aan de historie van Wageningen. Als idee is genoemd om wandelroutes langs de ‘parels’ van Wageningen te maken, zoals Hotel de Wereld en monumentale panden die de stad rijk is. Door bordjes met een toelichting te plaatsen kan meer bewustzijn en betrokkenheid ontstaan voor het historische karakter van Wageningen. Tijdens het straatonderzoek hebben deelnemers aangegeven dat het verhaal van Wageningen meerwaarde geeft aan de beleving en uitstraling van de stad. Zij stellen voor om gebruik te maken van kunst en cultuur om het verhaal van Wageningen te vertellen en te presenteren.

i • De Hel van Wageningen is het grootste eendaagse toerfietsevenement van Midden Nederland en een van de vijf populairste fietstochten in Nederland. • Elk jaar vindt de 5 mei viering plaats en wordt het nationale vrijheidsvuur ontstoken in Wageningen • Jaarlijks worden diverse evenementen in Wageningen georganiseerd, zoals Woetstok en de Molenmarkt. • Wageningen was een van de eerste steden in de negentiende eeuw die een VVV had.

Deelnemers zien als kans om in promotie en marketing van Wageningen in te zetten op het water dat de stad rijk is. Deelnemers zijn van mening dat water een belangrijk element is waarmee Wageningen zich als een aantrekkelijke en onderscheidende stad kan presenteren. Voorbeelden die worden genoemd zijn het uitlichten van de stadsgracht en de stad meer verbinden met het buitengebied, zoals de uiterwaarden.

Kans openstellen schoolgebouwen voor multifunctioneel (cultureel) aanbod Kans ontwikkeling stadspark Kans ontwikkeling Urban Art spot

Kansenkaart culturele voorzieningen

Ambtelijke kans: herontwikkeling Theekoepel

29

Bedrijven Wat vinden de inwoners, ondernemers en stakeholders? (deelnemers online/offline/stakeholdersessies) Werkgelegenheid De meeste deelnemende inwoners missen geen bedrijven in Wageningen. Zij hebben wel behoefte aan meer verschil in het aanbod, zoals creatieve of ambachtelijke bedrijven. En aan vakmensen als loodgieters en schilders. Deelnemers vinden dat er meer aandacht moet zijn voor het middenen kleinbedrijf (MKB). Daarbij wordt een lokale of regionale focus gewaardeerd. Ook wensen inwoners meer internationale bedrijven als versterking van het kenniscluster.

“Ik mis duurzame bedrijven in de maaksector met veel werkgelegenheid.” Bedrijventerreinen De helft van de deelnemende inwoners geeft de voorkeur aan het slopen en nieuw bouwen van bedrijventerreinen boven het behouden van de bestaande terreinen. Een grote meerderheid ziet toekomstige bedrijventerreinen als multifunctionele gebieden waarin wonen en werken gecombineerd wordt. Een enkeling spreekt zijn zorgen uit over de hoeveelheid personen- en vrachtverkeer die hoort bij de bedrijvigheid. Ondernemers zien in toenemende mate dat werknemers meer naar buiten gaan. Er is behoefte aan een groene omgeving van bedrijventerreinen die ruimte geeft aan duurzaamheid en ontmoeting.

“Ik mis personeel. Groot tekort aan personeel.” Ondernemers vinden dat het BSPW bedrijventerrein moet blijven, en zien kansen voor uitbreiding op het weiland achter het BSPW. Zij zien graag dat de kwaliteit van het BSPW concurrerend blijft met Born Oost. Zij zien geen kansen voor mengen van woningbouw en bedrijven.

d 0

100

200

300 400m

Overzichtskaart bedrijventerreinen Bedrijventerreinen Regionale afspraken bedrijventerreinen Wijzigingsbevoegdheid van bedrijven naar wonen (onderzoek werken/ wonen)

30

• Type werkgelegenheid in relatie tot overlast van bedrijven • Regionale bedrijventerreinen versus lokale ambities • Bedrijventerreinen verdichten versus dubbel gebruik als park voor omwonenden en klimaatbestendige/biodiverse/groene inrichting • Gemengde woon/werkgebieden (vooral goed voor kantoren) versus overlast voor omwonenden of beperkte mogelijkheden bedrijven

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://wageningen.raadsinformatie.nl/document/12050412/2