CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Waddix _Toelichting

Besluitvormende raadsvergadering 26 maart 2025, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: Bijlage 219.068 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Waddix Oudedreef Bestemmingsplan voor vaststelling (versie 29 januari 2025)

Waddix Oudedreef

Inhoudsopgave

Toelichting

3

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Omgevingswet 1.3 Ligging plangebied 1.4 Vigerend bestemmingsplan 1.5 Leeswijzer

3 3 3 3 4 5

Hoofdstuk 2 Bestaande situatie 2.1 Bestaande situatie plangebied en omgeving

6 6

Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1 Uitgangspunten ontwikkeling 3.2 Nieuwe situatie 3.3 Verkeer en parkeren

8 8 8 9

Hoofdstuk 4 Ruimtelijk beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Gemeentelijk beleid 4.4 Conclusie

15 15 16 20 29

Hoofdstuk 5 Water 5.1 Inleiding 5.2 Beleidskader rijk en provincie 5.3 Beleid gemeente 5.4 Beleid hoogheemraadschap van Schieland en Krimpenerwaard 5.5 Waterhuishouding

30 30 30 31 32 33

Hoofdstuk 6 Milieu en omgevingsaspecten 6.1 Milieu 6.2 Archeologie en cultuurhistorie 6.3 Flora en fauna 6.4 Duurzaamheid 6.5 Explosieven 6.6 Overige realiserings- en uitvoeringsaspecten

35 35 45 47 49 49 49

Hoofdstuk 7 Juridische planbeschrijving 7.1 Algemeen 7.2 Verbeelding 7.3 Regels

50 50 50 50

Hoofdstuk 8 Uitvoerbaarheid 8.1 Economische uitvoerbaarheid 8.2 Maatschappelijke betrokkenheid

53 53 53

2

Waddix Oudedreef

Toelichting Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Initiatiefnemer is van plan om aan de zuidrand van het nieuwe centrum van Waddinxveen een woongebouw met maximaal 65 appartementen te realiseren. Hiervoor is ook al een overeenkomst gesloten met de gemeente. Dit voornemen past niet geheel binnen de kaders van het bestemmingsplan Centrum, zodat voor de realisatie van het voornemen een nieuw bestemmingsplan als toetsingskader voor vergunningverlening vastgesteld moet worden. Het nu voorliggende bestemmingsplan voorziet hierin.

1.2

Omgevingswet

Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft op een beroep tegen een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarvan het ontwerp vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd, het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip, van toepassing tot het bestemmingsplan onherroepelijk is. Het ontwerpbestemmingsplan is op 8 juli 2022 ter inzage gelegd. Dat betekent dat op deze bestemmingsplanprocedure onder meer de Wet ruimtelijke ordening, zoals die gold vóór 1 januari 2024, van toepassing blijft.

1.3

Ligging plangebied

Het plangebied bevindt zich aan de zuidrand van het winkelcentrum van Waddinxveen, aan de Oudedreef en heeft betrekking op het perceel, kadastraal bekend als Gemeente Waddinxveen, sectie D, nummer 3605 (gedeeltelijk ter grootte van 800 m2). In de volgende afbeelding zijn de ligging en begrenzing van het plangebied indicatief weergegeven.

3

Waddix Oudedreef

Afbeelding: ligging en begrenzing plangebied (indicatief)

1.4

Vigerend bestemmingsplan

Tot vaststelling van het onderhavige bestemmingsplan geldt ter plaatse van het plangebied het bestemmingsplan 'Centrum', vastgesteld op 17 februari 2010.

Afbeelding: uitsnede verbeelding bestemmingsplan 'Centrum'

Het onderhavige plangebied is hier bestemd als 'Centrum'. Ter plaatse zijn maatschappelijke doeleinden

4

Waddix Oudedreef en kantoren toegestaan. Vanaf de 2e bouwlaag zijn tevens woningen toegestaan. In totaal mogen binnen de bestemming maximaal 390 woningen gebouwd worden. De bouwhoogte bedraagt maximaal 21 meter. Daarnaast geldt hier het parapluplan Archeologie en Parkeren. Hierdoor geldt er voor het oostelijke deel van de locatie een onderzoeksplicht voor bodemingrepen groter dan 100 m2 en dieper dan 30 cm. Het oppervlak binnen de grenzen van dit bestemmingsplan is niet groter dan 50 m2, zodat deze regeling hier niet relevant is. Daarnaast worden ontwikkelingen met het parapluplan gekoppeld aan het parkeerbeleid van de gemeente Waddinxveen.

Afbeelding: uitsnede verbeelding parapluplan Archeologie en Parkeren

Het nu voorliggende plan voorziet ook in woningen op de begane grond en heeft een maximum bouwhoogte van 24 meter. Dit past niet binnen het vigerende bestemmingsplan 'Centrum', zodat het nodig is om een nieuw bestemmingsplan op te stellen.

1.5

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige situatie en hoofdstuk 3 geeft een planbeschrijving van de nieuwe toestand. In hoofdstuk 4 wordt het beleidskader uiteengezet. Hierin wordt het voor dit bestemmingsplan relevante rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid beschreven. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de waterparagraaf. Hoofdstuk 6 omvat de omgevingsaspecten. Ook uitvoeringsaspecten worden hier beschreven. In hoofdstuk 7 wordt de keuze voor de planmethodiek nader toegelicht. Hoofdstuk 8 is gewijd aan de economische uitvoerbaarheid en wordt tenslotte ingegaan op de uitkomsten van de het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening, de participatie en de zienswijzen.

5

Waddix Oudedreef

Hoofdstuk 2 2.1

Bestaande situatie

Bestaande situatie plangebied en omgeving

In de huidige situatie is het plangebied van dit bestemmingsplan aan de zuidrand van het nieuwe centrum van Waddinxveen onbebouwd.

Afbeelding: huidige situatie plangebied

De locatie is voor het grootste deel bedekt met een aantal kleine cipressen en met kleine maagdenpalm als bodembedekker. In het midden van het projectgebied is een bestrate uitrit van de parkeergarage van het winkelcentrum aanwezig. Direct ten zuiden bevindt zich de ontsluiting van het winkelcentrum, de Oudedreef.

6

Waddix Oudedreef

Afbeelding: parkeerplaatsen huidige situatie

In het zuidoostelijk deel van het projectgebied is een aantal parkeerplekken gelegen. Het gebouw dat tegen het projectgebied aan gelegen is, heeft geen openingen (ramen) die gericht zijn op het plangebied. Op deze muur zijn reclameborden bevestigd. Bovenop staat de naam van het winkelcentrum 'Centrum Waddinxveen' in verlichte letters. Direct ten oosten van de locatie bevindt zich een brede trap, één van de hoofdtoegangsroutes voor voetgangers naar het winkelcentrum. Het winkelcentrum is in november 2014 geopend. Centrum Waddinxveen bestaat in totaal uit meer dan 19.000 m² detailhandel. Naast de winkels bevinden zich hier 260 woningen en omvat het centrumplan ook het sociaal cultureel centrum. Hierin zijn de Bibliotheek de Groene Venen, kunst- en cultuurorganisatie De Vonk, Stichting Vrijwilligerswerk Waddinxveen en een theaterzaal gevestigd. De woningen in het gebied bevinden zich vooral boven winkels. Daarnaast bevindt zich hier ook een daktuin boven de winkels. De daktuin is hoogwaardig ingericht en is een van de grootste van Nederland. In 2014 is het centrum niet volledig voltooid. Bij het onderhavige plangebied gaat het om een van de nog te ontwikkelen locaties. De planlocatie zelf oogt daarom onaf en tijdelijk. De blinde muur lijkt op een achterkant. Dat is zeker niet de bedoeling, omdat het hier gaat om een bijzondere locatie bij een van de ingangen tot het centrum.

7

Waddix Oudedreef

Hoofdstuk 3 3.1

Planbeschrijving

Uitgangspunten ontwikkeling

Voor de realisatie van het nieuwe centrum is in 2005 een Beeldkwaliteitsplan (BKP) opgesteld. Hierin zijn (stedenbouwkundige) uitgangspunten en randvoorwaarden geformuleerd voor ontwikkelingen in het centrum. Voor het perceel behorende tot de rand van het centrum van Waddinxveen zijn de volgende (stedenbouwkundige) uitgangspunten en randvoorwaarden geformuleerd met in achtneming van het BKP: Op de kop van het plangebied langs de Dreef en aan het Polderplein is plaats voor meer individuele expressie. Basis materiaal is metselwerk in de kleur oranjerood tot bruinrood. Lommerrijke moderne voorkant en entree van het centrum. Accentueren van het centrum aan de hand van een hoger gebouw. Een verhoogde plint Bij uitwerking van de bouwplannen wordt er rekening gehouden met de bovenstaande punten. Op de kop van het plangebied langs de Dreef en aan het Polderplein is plaats voor meer individuele expressie en hier zal het centrum zonder aan de omgeving te refereren een eigen gezicht krijgen. De Dreef en het Polderplein zijn de 'voorkant' van het centrum. De binnenwereld van het nieuwe centrum komt hier naar buiten en maakt van het plein een entree met een uitnodigend modern uiterlijk. Verschillende verkeerssoorten komen hier het centrum binnen.

Er zijn entrees voor de parkeergarage, fietsenstalling, woningen en woondekken en aan dit plein ligt de helling en trappen die toegang geven tot de rest van het centrum. Er is ruimte voor het stallen van fietsen en auto's onder de bomen op het maaiveld. De gebouwen zijn als individuele verticale eenheden herkenbaar en hebben een moderne detaillering. De hogere hoekgebouwen aan de Kanaaldijk en het spoor accentueren het centrum al van een grotere afstand en omsluiten het plein. De dakbeëindigingen van de hoekgebouwen verwijzen op een moderne manier naar het verleden en hebben een rijke detaillering. De verbinding tussen het Polderplein en het hoofdwinkelgebied is opgelost door middel van een trap en een hellingbaan. Voor mindervaliden is het niveauverschil ook te overbruggen met een openbare lift. Het bestemmingsplan is gebaseerd op deze uitgangspunten. Bij uitwerking van bouwplannen wordt rekening gehouden met deze richtlijnen.

3.2

Nieuwe situatie

Het bestemmingsplan voorziet in de realisatie van een woongebouw. Het appartementencomplex wordt geplaatst tegen de bestaande bebouwing aan waar nu een parkeerplaats en de uitrit van de parkeergarage is gelegen. De uitrit wordt in het nieuwe plan geïntegreerd.

Bouwmassa, bouwhoogte en bebouwingsdichtheid De locatie vraagt om een hoogwaardig gebouw om de ingang van het winkelcentrum te markeren. De locatie dient een uitstraling te krijgen van een voorkant. Het is daarom gewenst om hier een hoogteaccent te realiseren. Het gebouw dient dan ook hoger te zijn dan de andere bebouwing in de omgeving. Het gebouw zal het hele bouwvlak in beslag nemen en heeft een footprint met een omvang van rond de 800 m2. Het gebouw zal uit maximaal 8 bouwlagen bestaan met een bouwhoogte van maximaal 24 meter, zonder liftopbouwen of andere technische ruimten en installaties. Hiervoor voorziet dit

8

Waddix Oudedreef bestemmingsplan in een afwijkingsbevoegdheid. De bebouwing sluit direct aan op de huidige bebouwing van het winkelcentrum. Ter plaatse van de uitrit van de parkeergarage van het winkelcentrum wordt in het gebouw een onderdoorgang geïntegreerd.

Functionele indeling In het gebouw worden maximaal 65 woningen gerealiseerd. Het woningaantal is afhankelijk van het aantal beschikbare eigen parkeerplaatsen en kan dus ook nog lager uitvallen. De woningen bevinden zich op alle bouwlagen van het gebouw en variëren in grootte van circa 40 tot 90 m2. Uitgangspunt is dat hier vrije sector huur en/of koopwoningen worden gerealiseerd. Bij de doelgroep gaat het om starters, stellen, jonge gezinnen, alleenstaanden, ouderen en 'empty nesters'. Op de begane grond bevindt zich naast de woningen ook een gemeenschappelijke fietsenberging met circa 200 fietsplekken voor bewoners. Er wordt aansluiting gezocht bij de Amsterdamse Bouwbrief. Op het moment is niet bekend in hoeverre aangesloten kan worden op de aantallen die hierin zijn genoemd, aangezien het programma nog niet volledig is uitgekristalliseerd. Verder bevinden zich op de begane grond ook technische ruimten en de hoofdentree van het gebouw. Deze bevindt zich aan de oostkant, waar zich ook de toegang tot het winkelcentrum via een brede trap bevindt. Tevens bevindt zich op de begane grond ook de onderdoorgang ten behoeve van de in-/uitrit van de parkeergarage van het winkelcentrum.

3.3

Verkeer en parkeren

Verkeer Het centrum ligt zeer gunstig voor alle vervoersvormen en is goed bereikbaar voor de auto, de fiets, de bus en zelfs per trein. Voor automobilisten is het centrum vanaf de zuidkant bereikbaar via de Kanaaldijk en de Dreef. Langs het spoor en op het plein bevinden zich parkeerplaatsen op maaiveld. De meeste parkeerplaatsen bevinden zich in de overdekte parkeervoorziening onder het centrum, buiten het plangebied van dit bestemmingsplan. Het plan ligt aan een doorgaande fietsverbinding. Er zijn twee doorgaande fietsverbindingen van noord naar zuid langs het centrum. Langs het spoor is de route vormgegeven als volledig vrijliggend fietspad in twee richtingen. De noord-zuid hoofdwinkelroute door het centrum is niet ingericht als fietsroute. In oost-west richting blijft een fietsverbinding via de Dreef mogelijk. In het gebied bevinden zich diverse fietsstallingen. Binnen het plangebied van dit bestemmingsplan zijn dat circa 200 fietsplekken voor bewoners. Dit aantal staat nog niet vast, omdat het programma nog niet volledig is uitgekristalliseerd. Het hele centrumgebied is vormgegeven als voetgangersgebied. Vanaf de Dreef is het gebied via een trap en een flauwe hellingbaan bereikbaar. Op een aantal plaatsen in het plan zijn grote hoogteverschillen overbrugd door trappen. Direct naast het onderhavige bestemmingsplangebied bevindt zich zo'n trap.

Het toepassen van hellingbanen is hier niet wenselijk vanwege het grote hoogteverschil (3,5 m). Een hellingbaan zou hierdoor te steil zijn. De locatie is goed te bereiken. In de ontwikkeling van het centrum is ook rekening gehouden met de ontwikkeling van de onderhavige locatie met stedelijke functies. De nu voorziene woningen zullen niet voor significant meer verkeer zorgen dan nu planologisch toegestaan is. De bestaande wegen kunnen de verkeersproductie goed en veilig afwikkelen.

Parkeren auto In januari 2025 heeft bureau Spark een parkeeronderzoek uitgevoerd met een onderbouwing van de parkeerkencijfers, als ook de te hanteren loopafstanden voor de beoogde bewoners (zie Bijlage 1).

9

Waddix Oudedreef

Te hanteren parkeernormen Het parkeerbeleid van Waddinxveen is in 2014 en 2017 vastgesteld. De gemeente heeft hierin geen eigen normen opgenomen en verwijst hiervoor naar de parkeerkencijfers van het CROW. De gemeente heeft in haar Commissie Ruimte + Infrastructuur d.d. 22 maart 2023 aangegeven dat het huidige parkeerbeleidskader onvoldoende actueel is om het benodigd aantal parkeerplaatsen bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen te beoordelen. Voor de onderhavige ontwikkeling heeft de gemeente er daarom voor gekozen om van de parkeernormering af te wijken. Onderstaand is deze afwijking voor de ontwikkeling Waddix uitgewerkt. Stedelijk heidsgraad De stedelijkheidsgraad van de gemeente Waddinxveen is gestegen tussen 2014 en 2024, daarom wordt uitgegaan van sterk stedelijk in plaats van matig stedelijk. Dit is conform de huidige adressendichtheid die het CROW hanteert om de stedelijkheidsgraad van een gemeente te bepalen. Zone Waddix is onderdeel van het centrumplan van Waddinxveen. Het betreft een ontwikkeling op de locatie van Hoofdwinkelcentrum Gouweplein met veel voorzieningen (in het winkelcentrum zijn meerdere winkels voor dagelijkse boodschappen, zorg, etc.). Daarnaast bevindt zich op minder dan 500 meter van de beoogde ingang van het complex het treinstation Waddinxveen. Daarom is uitgegaan van zone centrum in plaats van rest bebouwde kom.

Positie op de bandbreedte Het CROW biedt per zone een bandbreedte aan bij haar parkeerkencijfers. Deze bandbreedte maakt het mogelijk om lokaal maatwerk te bieden bij het bepalen van de parkeervraag. Het gemeentelijk parkeerbeleid gaat in eerste aanleg uit van het midden van de bandbreedte. De gemeente heeft aangegeven dat er onder voorwaarden sprake kan zijn van een uitlegbare afwijking van deze positie. Een drietal mogelijkheden die potentieel aanleiding geven om af te wijken van het midden van de bandbreedte zijn: 1. Beoogde doelgroep van de ontwikkeling; 2. Stimuleren van fiets, voetgangers of gebruik van openbaar vervoer; 3. Vergelijkbare ontwikkelingen in de direct omgeving (alleen betrekking op economische functies). Voor Waddix wordt beroep gedaan op de 2e motivatie voor afwijking: het gebruik van de fiets. Als voorbeeld van een stimulans geeft de gemeente 'een aantrekkelijke, veilige fietsenstalling die dichterbij is gelegen dan de parkeerplaats voor de auto'. Omdat de fietsenstalling van Waddix zich in het gebouw bevindt en de autoparkeerplaatsen op maximaal 400 meter loopastand zijn gelegen is het de verwachting dat bewoners sneller de fiets dan de auto zullen pakken, zeker nu zij woonachtig zijn in het centrum waardoor zij voor hun dagelijkse boodschappen e.d. geen grote afstanden hoeven af te leggen.

In het ontwerp van Waddix is daarom een comfortabele, inpandige fietsenstalling voorzien die uitnodigt tot het gebruik van de fiets als dagelijks vervoermiddel. Het betreft een gemeenschappelijke, gelijkvloerse berging op maaiveldniveau die kan worden afgesloten. Het gebouw wordt zo ontworpen dat de stalling direct is te benaderen vanuit de centrale hal met lift. De stalling wordt ingericht met inachtneming van de kwaliteitseisen uit de Leidraad Fietsparkeren (CROW-publicatie 291, hoofdstuk 6), met specifieke aandacht voor toegankelijkheid, bereikbaarheid, inrichting en bruikbaarheid, waarbij grotendeels wordt aangesloten op de Amsterdamse Bouwbrief voor fietsenstallingen. Binnen dit kader wordt een gemeenschappelijke fietsenberging(en) gerealiseerd die: 1. afsluitbaar; 2. gelijkvloers; 3. met een loopafstand tot de in-/uitgang voor fietsers van het te bouwen gebouw als bedoeld onder 4.2.1 van maximaal 50 meter, met dien verstande dat als de gemeenschappelijke fietsenberging(en) zich bevindt beneden peil:

10

Waddix Oudedreef het hoogteverschil wordt overbrugd door een lift die geschikt is voor het meenemen van fietsen; de gemeenschappelijke fietsenberging(en) vanuit de lift bereikbaar is via 1 deur; en de loopafstand tussen de gemeenschappelijke fietsenberging(en) en de lift maximaal 25 meter bedraagt; 4. met een capaciteit die geschikt is voor minimaal het als volgt te berekenen aantal fietsparkeerplaatsen: 3 fietsplaatsen per woning ingeval van 'appartement, < 75 m² gbo'; 4 fietsplaatsen per woning ingeval van 'appartement, 75-100 m² gbo'; en 5 fietsplaatsen per woning ingeval van 'appartement, > 100 m² gbo'; 5. de hart op hart afstand tussen twee fietsparkeerplaatsen minimaal 0,50 m. Binnen deze richtlijnen is enige flexibiliteit mogelijk, zodat de stalling optimaal kan worden afgestemd op de specifieke situatie en het uiteindelijke ontwerp. Het wordt reëel geacht, dat gezien bovengenoemde uitwerking van de fietsparkeeroplossing, een lagere parkeernorm van toepassing is voor alle beoogde woning categorieën van Waddix. Ten opzichte van het midden is dit 0,1 minder. Bezoekersparkeren De gemeente Waddinxveen hanteert – conform de CROW richtlijnen voor het bezoekersparkeren (publicatie 744) een norm van 0,1.

Parkeerbehoefte van Waddix Het programma zal naar verwachting bestaan uit een mix van voornamelijk appartementen variërend van 0 tot 75 m², 75 tot 100 m² en een beperkt aantal appartementen van circa 100 m².

Soort appartement

Woninggrootte (m2 BVO)

parkeernorm (exclusief bezoekers)

Koop

0-75

0,8

Koop

75-100

0,9

Koop

>110m

1,0

Tabel Woningtype en te hanteren normen na maatwerk correctie

Omdat het uitsluitend om woningen gaat is dubbelgebruik niet aan de orde. Wanneer als uitgangspunt wordt genomen dat er maximaal 46 parkeerplaatsen in de parkeergarage beschikbaar zijn voor de parkeerbehoefte van de eigen bewoners, dan zijn de volgende gemaximaliseerde scenario's mogelijk: Scenario maximaal Koop > 100m2 m2 BVO

NORM

aantal woningen

p.pl behoefte

Koop

0-75

0,8

0

Koop

75-100

0,9

0

Koop

>100

1,0

Totaal

46

6

46

46

Max

46

Scenario maximaal Koop 75-100 m2 m2 BVO

Norm

Aantal woningen

Koop

0-75

0,8

p.pl behoefte 0

11

Waddix Oudedreef

Koop

75-100

0,9

51

Koop

>100

1,00

Totaal

46 0

51

Max

46 46

Scenario maximaal Koop 0-75 m2 m2 BVO

Norm

Aantal woningen

p.pl behoefte

58

46

Koop

0-75

0,8

Koop

75-100

0,9

0

Koop

>100

1,00

0

Totaal

58

Max

46 46

Er zijn voldoende parkeergelegenheden aanwezig voor maximaal 46-58 woningen, afhankelijk van de woningtype. Indien er in meer autoparkeerplaatsen voor bewoners kan worden voorzien, dan kunnen ook meer woningen worden gerealiseerd tot maximaal 65 woningen. Voor bezoekers van de woningen zijn er voldoende parkeerplaatsen beschikbaar in de het openbare deel van de parkeergarage. Loopafstanden De beschikbare parkeerplaatsen zijn verdeeld over twee al gerealiseerde privé garages. De garages zijn gelegen aan de westelijke en oostelijke zijde van het centrum Gouweplein en worden gescheiden door de openbare parkeergarage die (aangrenzend) tussen de bewonersgarages in ligt. De ontwikkeling van de woningen bevindt zich aan het zuidelijke uiteinde van de westelijke garage (zie volgende afbeelding). Hierdoor liggen de parkeerplaatsen in deze garage op een minimale afstand van de woningen. De aangewezen parkeerplaatsen in de oostelijke garage liggen verder weg op minder dan 400 meter werkelijke loopafstand.

12

Waddix Oudedreef

Afbeelding: Verwachte loopafstanden door de winkelstraten

Voor het project Waddix gelden een aantal redenen waardoor een langere loopafstand voor deze specifieke woningen acceptabel is. Zoals beschreven in publicaties van het CROW is de beleving en acceptatie van een looproute grotendeels afhankelijk van de kwaliteit van deze route. De routes die de toekomstige bewoners van Waddix gaan belopen zijn van een hoge kwaliteit. De eerste mogelijke route leidt door de levendige en autoluwe winkelstraten van het centrum. De tweede mogelijkheid is zo goed als volledig overdekt en leidt door de openbare parkeergarage. Hierdoor zullen de bewoners bij slecht of koud weer droog, schoon en behaaglijk bij hun auto arriveren. Beide routes maken daarnaast gebruik van voor het publiek afgesloten trappenhuizen, waardoor het gevoel van veiligheid wordt versterkt. Naast de kwaliteit van de looproute betreft het ook dedicated parkeerplekken. Er is dus voor de parkeerder een gegarandeerde parkeerplek waarvoor hij niet hoeft te zoeken. En waar de auto droog en veilig geparkeerd zal staan. De ligging van de woning binnen de gemeente is van belang bij de acceptatie van de loopafstand van parkeerplaats tot voordeur. Hoe hoger de bebouwings- en voorzieningsdichtheid hoe hoger de maximaal acceptabele loopafstand wordt. Een reden hiervoor is dat bij een hogere voorzienings-dichtheid de afhankelijkheid van een auto lager wordt.

Zodra bijvoorbeeld een supermarkt binnen loopafstand ligt zal het niet meer nodig zijn om voor de boodschappen de auto te pakken. Dit betekent dat er minder met de auto gereisd hoeft te worden en dat de loopafstand tot die auto minder belangrijk wordt. Een loopafstand van 400 meter betekent slechts een extra reistijd van 4-5 minuten. Concluderend kan worden gesteld dat verruiming van de loopafstanden tot maximaal 400 meter een reële oplossing is voor een goed functionerend parkeerconcept van Waddix. Hierbij speelt voornamelijk het karakter en de kwaliteit van de omgeving een belangrijke rol. Het betreft een centrumlocatie waarin

13

Waddix Oudedreef een grote verscheidenheid aan voorzieningen wordt geboden. Hiervoor zullen de bewoners beperkt gebruik hoeven maken van hun auto waardoor het aantal korte verplaatsingen met de auto wordt geminimaliseerd. Ook de route naar de auto is van veilig en comfortabel. Conclusie Concluderend kan worden gesteld dat op basis van bovengenoemde uitgangspunten voor parkeren de ontwikkeling Waddix voorziet in haar eigen parkeerbehoefte. Dat is ook vastgelegd in de regels van het bestemmingsplan.

14

Waddix Oudedreef

Hoofdstuk 4

Ruimtelijk beleidskader

Dit hoofdstuk geeft een overzicht van het voor het plangebied relevante ruimtelijke beleidskader. De ontwikkeling is in overeenstemming met het rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid.

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

Op 11 september 2020 is de NOVI naar de Tweede Kamer gestuurd. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan grote opgaven waardoor Nederland de komende 30 jaar verandert. Het gaat hierbij om: de bouw van ongeveer 1 miljoen nieuwe woningen; meer duurzame energie gebruiken; aanpassen aan klimaatverandering; de ontwikkeling van een circulaire economie; omschakeling naar kringlooplandbouw. Bij de opgaven wordt altijd rekening gehouden met een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. In de NOVI zijn 21 nationale belangen opgenomen. Het gaat hierbij om voornamelijk het bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland, het zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften, een betrouwbare, betaalbare en veilige CO2-arme energievoorziening, waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid en het waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat. Samen met de NOVI is ook de Uitvoeringsagenda opgeleverd. De Uitvoeringsagenda beschrijft hoe er concreet uitwerking gegeven gaat worden aan de NOVI als één overheid, samen met de samenleving. Naast de instrumenten van de Omgevingswet worden een aantal nieuwe instrumenten en (nationale) programma's ingezet.

Instrumenten zoals de Omgevingsagenda's, NOVI-gebieden en regionale verstedelijkingsstrategieën zorgen voor een doorvertaling van de NOVI naar een regionale aanpak. Voorbeelden van programma's zijn het Programma Energiehoofdstructuur, Programma Gezonde Leefomgeving en Nationaal Programma Landelijk Gebied. Het voorliggende bestemmingsplan heeft geen directe raakvlakken met de nationale belangen en past binnen het beleid van het rijk.

4.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Het Barro stelt niet alleen regels omtrent de aangewezen nationale belangen, maar stelt ook regels die in bestemmingsplannen moeten worden opgenomen. De in dit bestemmingsplan beoogde ontwikkelingen hebben geen raakvlakken met het Barro.

4.1.3

Besluit ruimtelijke ordening

Teneinde een zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren dient op grond van artikel 3.1.6 Bro bij het mogelijk maken van een nieuwe stedelijke ontwikkeling gemotiveerd te worden dat de voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte. Om deze vraag te beantwoorden is de gewenste ontwikkeling aan de “ladder voor duurzame verstedelijking” getoetst. Deze is sinds 1 juli 2017 vereenvoudigd. Toetsing initiatief aan ladder voor duurzame verstedelijking Het doel van de ladder is een zorgvuldige ruimtelijke ordening, in termen van optimale benutting van de ruimte in het stedelijk gebied. Met de ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd.

15

Waddix Oudedreef

Er dient aangetoond te worden dat er een behoefte bestaat aan de nieuwe invulling van de projectlocatie en dat hiervoor beschikbare gronden in bestaand stedelijk gebied kunnen worden benut. In het per 1 oktober 2012 aangevulde Besluit ruimtelijke ordening (Bro), is een artikel lid aan artikel 3.1.6 Bro toegevoegd. Dit artikel lid is in 2017 gewijzigd. In artikel 3.1.6, tweede lid, van Bro is voorgeschreven dat indien bij een bestemmingsplan 'een nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk wordt gemaakt, in de toelichting van het bestemmingsplan een verantwoording daarvan moet plaatsvinden. Dit is de 'ladder voor duurzame verstedelijking' dat een instrument is voor efficiënt ruimtegebruik.

Artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro luidt: "De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” Bepaald moet worden of er sprake is van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' zoals bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro: “Ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Het plan voorziet in maximaal 65 woningen binnen het centrum van Waddinxveen. Het eerder vastgestelde bestemmingsplan voorzag ter plaatse al in de mogelijkheid om woningen te realiseren. Alleen op de begane grond waren woningen niet toegestaan. Voor het centrum werd al voorzien in 390 woningen. Het in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakte appartementencomplex wordt daarom niet aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject. Een toets aan de ladder is daarom in principe niet aan de orde. Daarnaast zijn de woningbouwplannen en aantallen woningen voor het Centrum opgenomen in de Regionale Projectenlijst Woningbouw Midden-Holland (RPW 2024).

Hierdoor is dit plan regionaal is afgestemd. Gedeputeerde Staten heeft de RPW 2024 op 12 maart 2024 aanvaard. De aanvaarding van de projectenlijst betekent dat de woningbouwplannen de eerste trap in de Ladder voor duurzame verstedelijking hebben doorlopen. 4.1.4

Conclusie Rijksbeleid

De in dit bestemmingsplan voorziene woningbouw is niet in strijd met het rijksbeleid.

4.2

Provinciaal beleid

Op 1 april 2019 zijn de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening van de provincie Zuid-Holland in werking getreden. Het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening.

4.2.1

Omgevingsvisie Zuid-Holland (geconsolideerde versie 2021)

De Omgevingsvisie geeft op hoofdlijnen sturing aan de ruimtelijke ordening en maatregelen op het gebied van verkeer en vervoer, energie, landschap en bodem en water. Zuid-Holland staat voor de opgave om de komende jaren een fors aantal woningen te realiseren en om de woningvoorraad te verduurzamen. Opgaven die in Zuid-Holland om ingrijpende keuzes vragen. Daarvoor zijn sturende ruimtelijke concepten nodig. De uitdaging is om de stap te maken naar een gezonde, sociale en duurzame samenleving. De metropolitane ontwikkeling moet op die manier vorm krijgen. Om die vitale samenleving te realiseren is meer nodig dan woningbouw alleen. Het economisch potentieel kan beter benut worden door de steden met hun afzonderlijke kwaliteiten te verbinden tot één metropolitaan gebied. Het leef- en vestigingsklimaat daarin kan versterkt worden door stad en land goed te verbinden, door ruimte te bieden voor groen en water in de stad, door een evenwichtige

16

Waddix Oudedreef woningvoorraad en passende werklocaties. De vitaliteit van de stad is ook gebaat bij cultuur, kenniscentra en aantrekkelijke binnensteden.

Opgaven omgevingskwaliteit Voor het realiseren van de maatschappelijke belangen werkt de provincie vanuit de zes vernieuwingsambities en vanuit opgaven in het gebied. Voor het realiseren van een goede omgevingskwaliteit werken we vanuit twaalf samenhangende opgaven van het omgevingsbeleid, die we van provinciaal belang achten. Ten aanzien van wonen heeft de provincie de opgaven 'Wonen' en 'Ruimte en verstedelijking' opgesteld. Onderstaande beleidskeuzes zijn relevant voor de voorgenomen ontwikkeling.

Verstedelijking en wonen De provincie voorziet op regionaal niveau, samen met gemeenten, marktpartijen en woningbouwcorporaties, in voldoende en passende woningen voor de verschillende doelgroepen, waaronder de doelgroepen van het huurbeleid. Hierbij gaat de voorkeur uit naar nieuwe woningbouw binnen bestaand stads- en dorpsgebied en georiënteerd op hoogwaardig openbaar vervoer. De provincie is terughoudend over het toevoegen van nieuwe woningbouwlocaties buiten bestaand stads- en dorpsgebied en vragen om de bodemdalingsgevoeligheid van een gebied expliciet mee te wegen. De provincie heeft de ambitie om alle woningen in Zuid-Holland in 2035 CO²-neutraal en vóór 2050 klimaatrobuust ingericht en ingepast te laten zijn. Nieuwe woningen dragen bij aan een aantrekkelijke woon- en leefomgeving in Zuid-Holland. Nieuwe woningen zijn energieneutraal of leveren energie en zijn toegerust op de gevolgen van klimaatverandering (heftige regenbuien, perioden van droogte en hittestress) en bodemdaling. Gemeenten maken in samenspraak met de provincie regionale woonvisies en regionale woningbouwprogramma's waarin bovengenoemde doelstellingen zijn uitgewerkt. In paragraaf 4.3 wordt hierop nader ingegaan.

Stedelijk e ontwikkelingen binnen bestaand stads- en dorpsgebied In lijn met de maatschappelijke behoefte zet de provincie in op het beter benutten van het bestaand stads en dorpsgebied. Beter benutten van de bebouwde ruimte krijgt ruimtelijk invulling door verdichting, herstructurering en binnenstedelijke transformatie. Indien een gemeente een ruimtelijke ontwikkeling wil realiseren, wordt de Ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen. De Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in nationale wet- en regelgeving Toepassing is van provinciaal belang, daarom is in de verordening een verwijzing opgenomen naar de rijksladder. Uitgangspunt van de Ladder is dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte en in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Het doel is een zorgvuldig gebruik van de ruimte. De provincie wil bevorderen dat de ladder op (sub)regionaal niveau wordt toegepast en dat samenwerkende gemeenten een gezamenlijk beeld ontwikkelen van de ontwikkelmogelijkheden binnen en buiten bestaand stads- en dorpsgebied. De gemeenten stemmen de geplande opgave met behulp van actuele regionale visies voor in ieder geval wonen en kantoren af met andere gemeenten in de regio.'

Risico's van Klimaatverandering De provincie Zuid-Holland streeft naar een klimaatbestendig en waterrobuuste provincie in 2050. De provincie wil dan voorbereid zijn op de gevolgen van klimaatverandering in de vorm van wateroverlast door overvloedige neerslag, hittestress, verdroging en verzilting en het beperken van de gevolgen van overstromingen. Daarnaast voert de provincie actief beleid om de maatschappelijke kosten van bodemdaling zoveel mogelijk te beperken. Dit heeft direct gevolgen voor locatiekeuze, ontwerp en inrichting van openbare ruimte en gebouwde omgeving. In de Omgevingsvisie is vastgelegd dat de provincie ernaar streeft om bij (nieuwe) ruimtelijke ontwikkelingen betrokken partijen de uitkomsten uit de klimaatstresstesten expliciet mee te laten wegen bij de locatiekeuze en inrichting van het gebied. Dit geldt voor alle risico's die gepaard gaan met klimaatverandering (in ieder geval wateroverlast door

17

Waddix Oudedreef overvloedige neerslag, overstroming, hitte, en droogte). Deze risico's hebben naast lokale ook regionale aspecten.

Toetsing aan de Omgevingsvisie Zuid-Holland Voorliggende ontwikkeling voorziet in de realisatie van maximaal 65 woningen in bestaande bebouwd gebied in de kern van Waddinxveen. Het eerder vastgestelde bestemmingsplan voor de ontwikkeling van het nieuwe centrum voorzag ter plaatse al in bebouwing met onder andere ook woningen. In paragraaf 4.1.3 is al naar voren gekomen dat dit voornemen niet is aan te merken als een stedelijke ontwikkeling, zodat een toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking niet aan de orde is. De ontwikkeling voldoet aan de wettelijke eisen die worden gesteld aan lucht, geluid, externe veiligheid, bodem en klimaatverandering zie hiervoor ook Hoofdstuk 6.

4.2.2

Omgevingsverordening Zuid-Holland (geconsolideerde versie 2023)

De Omgevingsverordening Zuid-Holland is vastgesteld in samenhang met de Omgevingsvisie en het Programma Ruimte. De visie bevat de hoofdzaken van het ruimtelijk beleid van de provincie Zuid-Holland. Het ruimtelijk beleid is uitgewerkt in het Programma Ruimte. De verordening is vastgesteld met het oogmerk van juridische doorwerking van een deel van het ruimtelijk beleid en bevat daarom regels voor bestemmingsplannen en daarmee gelijkgestelde ruimtelijke plannen. In samenhang met de omgevingsvisie en het Programma Ruimte is de Omgevingsverordening opgesteld. De regels in deze verordening zijn bindend en werken door in gemeentelijke bestemmingsplannen. Voor de ontwikkeling van het plangebied is onderstaand artikel van toepassing:

Artikel 6.9 Ruimtelijke kwaliteit Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: 1. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); 2. als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: a. zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en; b. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid; c.

als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen zoals bedoeld in het derde lid. Lid 2 is niet relevant omdat de locatie niet ligt in een gebied met een beschermingscategorie. Een bestemmingsplan dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt als bedoeld in het eerste lid bevat een beeldkwaliteitsparagraaf, waarin het effect van deze ontwikkeling op de bestaande kenmerken en waarden wordt beschreven en waaruit blijkt dat de ruimtelijke kwaliteit ten minste gelijk blijft, voor zover het gaat om een ruimtelijke ontwikkeling: a. waarbij de richtpunten van de kwaliteitskaart in het geding zijn; of b. die is gelegen op gronden binnen een beschermingscategorie als bedoeld in het tweede lid, onder a en b.

18

Waddix Oudedreef

Toetsing aan artikel 6.9 Ruimtelijke Kwaliteit uit de Omgevingsverordening Zuid-Holland Op de Kwaliteitskaart, waarnaar in artikel 6.9 lid 1 sub a wordt verwezen, is het plangebied aangeduid als 'steden en dorpen'. De kwaliteitskaart is opgebouwd uit vier lagen: de laag van de ondergrond, de laag van de cultuur- en natuurlandschapen, de laag van de stedelijke occupatie en de laag van de beleving. Het plangebied is op de laag van de stedelijke occupatie aangemerkt als 'steden en dorpen'. Als richtpunten wordt onder andere het volgende aangehouden: Ontwikkelingen dragen bij aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp. Hoogteaccenten (waaronder hoogbouw) vallen zoveel mogelijk samen met centra (zwaartepunten) en interactiemilieus in de stedelijke structuur. Daar waar hoogbouw niet samenvalt met “zwaartepunten” in de stedelijke structuur geeft een beeldkwaliteitsparagraaf inzicht in de effecten, invloed en aanvaardbaarheid van hoogbouw op de (wijde) omgeving. Ontwikkelingen dragen bij aan versterking van de stedelijke groen- en waterstructuur. Een nieuwe uitbreidingswijk bouwt voort op het bestaande stads- en dorpsgebied en versterkt de overgangskwaliteit van de stadsrand (zie stads- en dorpsranden).

Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en stedenbouwkundige patronen worden behouden door ze waar mogelijk een functie te geven die aansluit bij de behoeften van deze tijd. Het eigen karakter van het historisch centrum wordt versterkt. Historische centra en kernen blijven ervaarbaar vanuit het omringende gebied. Bij bedrijventerreinen krijgt de beeldkwaliteit van de randen, een goede ontsluiting en de samenhang met de omgeving extra aandacht. Bij de in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkelingen wordt rekening gehouden met bovenstaande richtpunten. Gelet op de huidige gebiedsidentiteit is sprake van inpassen. Waarbij de nieuwbouw aansluit op het stedenbouwkundig kader (zie ook paragraaf 3.1). De ontwikkeling voorziet in de realisatie van een woongebouw op een binnenstedelijk gebied waarbij maximaal 65 woningen worden gerealiseerd. De nieuwe woningen sluiten aan op de stedenbouwkundige identiteit en schaal van het gebied.

Artikel 6.10 Stedelijke ontwikkelingen Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 ha nodig is, wordt gebruikgemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma Ruimte. Gedeputeerde Staten kunnen bij de aanvaarding van een regionale visie aangeven in hoeverre de ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau geheel of gedeeltelijk is doorlopen. In de toelichting van het bestemmingsplan kan in dat geval worden verwezen naar de regionale visie bij de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling, als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. Gedeputeerde Staten kunnen een regionale visie voor wonen of bedrijventerreinen vaststellen. Een bestemmingsplan bevat geen bestemmingen die in strijd zijn met de door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale visie.

Toetsing aan artikel 6.10 Stedelijke ontwikkelingen uit de Omgevingsverordening Zuid-Holland Zoals in paragraaf naar voren is gekomen voorziet dit bestemmingsplan niet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een ladderonderbouwing is daarom niet aan de orde. Daarnaast betreft het een

19

Waddix Oudedreef binnenstedelijke ontwikkeling en is de ontwikkeling kleiner dan 3 ha. Gelet hierop is er geen strijdigheid met de provinciale belangen. De locatie bevindt zich binnen bestaand stads- en dorpsgebied (bestaand stedelijk gebied als bedoeld in artikel 1.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening). De in dit bestemmingsplan voorziene ontwikkelingen zijn niet in strijd met het beleid van de provincie.

4.2.3

Conclusie provinciaal beleid

Het voornemen past binnen de kaders van het provinciaal beleid.

4.3

Gemeentelijk beleid

4.3.1

Omgevingsvisie Waddinxveen 2050

Op 12 oktober 2022 heeft de gemeenteraad de Omgevingsvisie Waddinxveen 2050 vastgesteld. De visie is sinds 8 december 2022 in werking. In de omgevingsvisie is de koers voor de hele gemeente voor de periode tot 2050. De bestaande kwaliteiten vormen het vertrekpunt bij het uitzetten van de koers. Waddinxveen is in de afgelopen jaren flink gegroeid. Er wonen nu met meer dan 31.000 mensen in de gemeente. Tot 2050 wordt er (vanwege de lopende nieuwbouwprojecten) een flinke groei van de bevolking verwacht ten opzichte van 2020. Dit betekent nog al wat. Er zijn voldoende passende, betaalbare en toekomstbestendige woningen nodig. Om niet in de knel te komen met de maatschappelijke voorzieningen (zoals onderwijs, sport en zorg) of te maken te krijgen met vastlopend verkeer, is het van belang om goed na te denken over hoe Waddinxveen er in de toekomst uit moet zien. Tegelijkertijd wil de gemeente de natuur en biodiversiteit beschermen en herstellen terwijl we blijven recreëren in het landschap. Ook heeft de gemeente een grote klimaatopgave waar zij zich hard voor wil maken. Daarnaast veranderen de maatschappelijke verhoudingen en de rol van de overheid. Inwoners en bedrijven nemen steeds vaker zelf het initiatief om maatschappelijke en economische vraagstukken op te pakken. De vraagstukken zijn groot en kunnen niet los van elkaar gezien worden.

Ze vragen samen meer ruimte dan zomaar beschikbaar is. De koers hiervoor wordt uitgezet in de omgevingsvisie. Ambities voor de toekomst De ontwikkeling van Waddinxveen heeft zich altijd gekenmerkt door een krachtdadige houding ten opzichte van de omstandigheden van haar omgeving. De historie laat zien dat het landschap van Waddinxveen altijd is veranderd door - en naar de hand is gezet van - haar inwoners, om in te spelen op de ontwikkelingen die op haar afkwamen. Ook nu komen er grote ontwikkelingen op haar af. En ook nu moet de gemeente, net als in het verleden, de moed hebben om ingrijpende keuzes te maken. Zo kan de brug (tegen wil en dank toch medebepalend voor de identiteit van Waddinxveen) worden geslagen tussen verleden en toekomst, tussen stad en land, tussen landschappen (hoog en laag, nat en droog) en tussen mensen onderling. Het credo 'Waddinxveen; bruggen bouwen richting de toekomst' wordt verder uitgewerkt langs drie pijlers: 'Veelzijdig polderlandschap', 'Goed leven tussen stad en land' en 'Innovatieve knoop aan de Gouwe'. De belangrijkste ruimtelijke ingrepen zijn weergegeven op de integrale visiekaart Waddinxveen 2050 (zie volgende afbeelding). De arceringen en icoontjes op de kaart zijn indicatief en de locaties liggen nog niet overal vast.

20

Waddix Oudedreef

Afbeelding: Integrale visiekaart Waddinxveen 2050

Wonen De druk op de woningmarkt stijgt in heel Nederland. Dit geldt ook voor Waddinxveen. De bevolking groeit hier namelijk flink door, ook doordat mensen ouder worden. Daardoor wordt ook het aantal huishoudens groter. Bovendien zijn de huizenprijzen sterk gestegen en blijft de doorstroming achter. Starters vinden op deze manier moeilijk hun weg naar een koopwoning. De grootte van huishoudens neemt af, terwijl het aantal huishoudens toeneemt. Volgens de huishoudensprognose komen er vooral meer eenpersoonshuishoudens bij, waarvan een groot deel alleenwonende ouderen.Dat levert een hogere woningbehoefte op doordat huishoudens kleiner worden. Het aantal mensen dat zelfstandig woont en een zorgvraag heeft, groeit snel. Er moeten voldoende woningen beschikbaar zijn waarin mensen met een zorgvraag zelfstandig kunnen wonen, zowel in de bestaande voorraad als nieuwbouw. Deze is idealiter gelijkvloers en goed toegankelijk met rolstoel of rollator. Dit voldoet ook aan de vraag naar woningen die geschikt zijn voor het huisvesten van de groeiende groep ouderen. Langer zelfstandig wonen vraagt daarnaast om aanpassingen van de woon- en leefomgeving. Ook deze moet toegankelijk zijn met rolstoel of rollator. Dagelijkse voorzieningen zijn bij voorkeur op loopafstand aanwezig. De energietransitie vraagt om aanpassingen in onze gebouwde omgeving.

Om te zorgen dat de energievraag lager wordt en we de benodigde energie op duurzame manier opwekken, vraagt nogal wat. Nieuwe woningen zijn sinds 2018 standaard aardgasvrij en energie-efficiënt, maar bestaande woningen zijn dat vaak niet. Deze moeten van het aardgas afgekoppeld worden en hiervoor moeten alternatieven voor het koken en verwarmen op aardgas gevonden worden. Woningen dienen geïsoleerd te worden, voorbereid te worden op alternatieve warmtevoorzieningen en zoveel mogelijk uitgerust met zonnepanelen. Koers per deelgebied Op basis van de algemene koers, die voor de gemeente als geheel geldt, is per specifiek deelgebied een koers beschreven. Hierbij worden de gewenste gebiedskwaliteiten benoemd en zoveel mogelijk concrete ontwikkelingen. Waar relevant geeft de gemeente aan of kleinere locaties in dat deelgebied nog een afwijkende opgave hebben. De volgende deelgebieden worden onderscheiden: Woonwijken (Woonkern); Gouweplein centrum Waddinxveen en Sleutelkwartier (Woonkern);

21

Waddix Oudedreef Bedrijventerreinen (Bedrijvigheid); Glastuinbouwgebieden (Bedrijvigheid) Polders Achterof en Zuidplas; Veenweidegebied: Polder Bloemendaal & de Voorofsche polder); Recreatiegebieden Bentwoud, Gouwebos en 't Weegje (Buitengebied). Het plangebied bevindt zich aan de zuidrand van het Gouweplein centrum Waddinxveen. Op de visiekaart bevindt zich hier een aanduiding voor potentiële woningbouwlocaties. Toetsing aan de Structuurvisie Waddinxveen 2050 Hoewel de voorgenomen ontwikkeling niet concreet is benoemd kan worden gesteld dat deze planontwikkeling in overeenstemming is met de omgevingsvisie. In de visie wordt een groot behoefte aan woningen geconstateerd. Dit bestemmingsplan voorziet juist in woningen en het beoogde woningbouw past binnen het centrumgebied. Aangezien ingespeeld wordt op een lokale behoefte qua type woning en sprake is van een inbreidingslocatie. De nieuwbouwontwikkeling levert een bijdrage aan de gewenste ruimtelijke kwaliteit van de ontwikkeling en draagt bij aan de toekomstige woon-, leef-, en werkkwaliteit in Waddinxveen. Conclusie De visie heeft een hoog abstractieniveau, waarin geen uitspraken worden gedaan op perceelsniveau. Vanuit planologisch oogpunt is bouw van woningen goed inpasbaar binnen het centrumgebied. Het eerder vastgestelde bestemmingsplan voorzag hier ook al in een gebouw met onder andere woningen.

De nieuwbouw is niet in strijd met de uitgangspunten van het gemeentelijk beleid. Dit bestemmingsplan is daarom in overeenstemming is met de Omgevingsvisie. 4.3.2

Woonzorgvisie Waddinxveen 2035 en het uitvoeringsprogramma 2023-2027

Woonzorgvisie Waddinxveen 2035 De Woonzorgvisie Waddinxveen 2035 is een nadere uitwerking - een programma - van het thema 'Wonen' van de Omgevingsvisie. De woonzorgvisie is tot stand gekomen met de verschillende stakeholders op het gebied van wonen. De woonzorgvisie gaat in op de duurzame huisvesting van de huidige en toekomstige inwoners van Waddinxveen, de vraag en het aanbod en de bestaande en gewenste woningvoorraad. Het doel is om de vraag en aanbod zoveel mogelijk bij elkaar te brengen zodat iedereen die dat wil prettig kan wonen in Waddinxveen. Om dit doel te realiseren is de woonzorgvisie opgebouwd uit vier pijlers. De eerste pijler is beschikbaarheid en betaalbaarheid. Deze pijler gaat over passende huisvesting voor diverse doelgroepen. De tweede pijler gaat over wonen, zorg en welzijn. Een belangrijk thema is duurzaamheid, daarom gaat de derde pijler over dit thema. De vierde pijler gaat ten slotte over leefbaarheid. Het gaat hier zowel over de woningen zelf als over de woonomgeving. Naast de pijlers wordt er in het uitvoeringsprogramma, wat bij de woonzorgvisie hoort, ingegaan op het gewenste woningbouwprogramma voor Waddinxveen en de manier waarop de gemeente met 'partners in wonen' samenwerkt.

Hieronder volgt een uiteenzetting van de pijlers uit het uitvoeringsprogramma: Pijler 1: Beschikbaarheid en betaalbaarheid: De gemeente blijft doorgaan met het bouwen van voldoende, passende en kwalitatieve woningen die passend bij het dorp. Hierbij geeft de gemeente prioriteit aan betaalbare (huur)woningen en levensloopgeschikte woningen in alle wijken, waarbij gefocust wordt op nieuwbouwwoningen die de doorstroming binnen Waddinxveen bevorderen: middeldure huurwoningen conform de Verordening middenhuurwoningen Waddinxveen, betaalbare koopwoningen en appartementen. Verder wordt met de specifieke wensen van de verschillende doelgroepen zoals arbeidsmigranten, statushouders, woonwagenbewoners, jongeren, starters, woningenzoekenden met een sociaal inkomen, middeninkomens en ouderen rekening gehouden. Pijler 2: Wonen, zorg en welzijn: Prettig wonen hangt voor een groot deel samen met contact hebben met anderen en verzorgd worden wanneer dat nodig is. Dit gebeurt steeds vaker in de eigen woning. Er moeten voldoende woningen beschikbaar zijn waarin dit kan, zowel in de bestaande voorraad als nieuw. Samenwerking met de samenleving en andere partners, zoals zorginstellingen, welzijnsorganisaties en scholen staat hierbij voorop. Pijler 3: Duurzaamheid: Duurzaamheid wordt in de 'Koers naar Duurzaam Waddinxveen' uitgewerkt in

22

Waddix Oudedreef vier transities, namelijk: energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie en biodiversiteit. Deze vier transities moeten in zowel bestaande als nieuwbouw doorgevoerd worden. Pijler 4 Leefbaarheid: Prettig wonen hangt voor een belangrijk deel samen met leefbaarheid. Iedereen moet zich prettig en veilig kunnen voelen in de eigen directe woonomgeving. In Waddinxveen is de leefbaarheid goed, maar in sommige wijken staat dit onder druk. Doel is om de leefbaarheid te behouden en op wijk- en buurtniveau in te zetten op de punten waar verbetering nodig is. Hierbij staan de kwaliteit van de buitenruimte, gezondheid en sociale cohesie en veilligheid centraal. Toetsing aan de Woonzorgvisie Waddinxveen 2035 en uitvoeringsprogramma 2023-2027 De Waddix is opgenomen in de bijlage van het uitvoeringsprogramma 2023-2027 met 54 woningen. Dit aantal is indicatief en niet in beton gegoten.

Tabel Overzicht woningbouwplannen Waddinxveen 2022-2030

Het woningbouwprogramma van maximaal 65 appartementen is in overeenstemming met de Woonzorgvisie. Zo wordt o.a. ingezet op betaalbare huur/koopwoningen. De ontwikkeling levert een bijdrage aan de opgave om voldoende woningen te realiseren voor de doelgroep starters, stellen, jonge gezinnen, alleenstaanden, ouderen en 'empty nesters'. Bij uitwerking van de bouwplannen dient rekening gehouden met de ambitie om duurzame woningen te realiseren zoals ook opgenomen is in de duurzaamheidsvisie. De woningbouwplannen en aantallen woningen voor het Centrum zijn opgenomen in de Regionale Projectenlijst Woningbouw Midden-Holland (RPW 2024). Hierdoor is dit plan regionaal is afgestemd. Gedeputeerde Staten heeft de RPW 2024 op 12 maart 2024 aanvaard. De aanvaarding van de projectenlijst betekent dat de woningbouwplannen de eerste trap in de Ladder voor duurzame verstedelijking hebben doorlopen. 4.3.3

Mobiliteitsplan 2013-2020

De gemeenteraad heeft op 26 juni 2013 het Mobiliteitsplan Waddinxveen 2013-2020 vastgesteld. Het mobiliteitsplan vervangt de verkeersvisie Waddinxveen uit 2006 en de second opinion uit 2007. In het mobiliteitsplan staan ambities: een optimaal bereikbaar Waddinxveen, verkeersveiligheid voor alle verkeersdeelnemers, stimuleren van het fietsgebruik en het optimaal benutten van het openbaar vervoer. Het doel van het mobiliteitsplan is om deze vier ambities te realiseren. Hiervoor is een routeboek opgesteld. Dit routeboek bestaat uit beleidskaders die gebruikt worden bij diverse (integrale) ontwikkelingen en maatregelen waarmee de grootste knelpunten aangepakt kunnen worden. Het mobiliteitsplan is een sectorale uitwerking van de in oktober 2012 vastgestelde “Structuurvisie Waddinxveen 2030”. In het mobiliteitsplan staan geen detailuitwerkingen. Hiervoor worden, waar relevant, aparte plannen gemaakt.

23

Waddix Oudedreef

Conclusie De Oudedreef kan worden aangemerkt als gebiedsontsluitingswegen in de bebouwde kom. Met een ontwikkeling op de onderhavige uitgeefbare kavel is al rekening gehouden bij het opstellen van het bestemmingsplan Centrum. De toename van het aantal verkeersbewegingen als gevolg van de bouw van het appartementencomplex is relatief gering. De wegcapaciteit is hierop berekend. 4.3.4

Welstandsbeleid

In de door de gemeenteraad op 6 oktober 2015 vastgestelde Welstandsnota is onderscheid gemaakt tussen verschillende welstandsregimes. Ten behoeve hiervan is een welstandskaart opgesteld, waarin is aangegeven welk welstandsregime van toepassing is. De keuze voor een gebiedsindeling is gemaakt om vooral op welstand te toetsen in gebieden die beeldbepalend zijn, van groot openbaar belang zijn of cultuurhistorisch waardevol zijn voor Waddinxveen. Op de welstandskaart is het gebied aangeduid met een regulier welstandsregime (zie volgende afbeelding).

Afbeelding: Welstandskaart Waddinxveen

Bij een regulier welstandsregime wordt het gebouw / bouwwerk niet alleen in haar omgeving maar ook als zelfstandig object getoetst, de architectonische benadering. Op dit niveau doet ook een beeldkwaliteitsplan uitspraken over de uitstraling en verschijningsvorm van de bebouwing, zonder de architectuur geheel vast te leggen. Een regulier welstandsregime neemt ook de volgende aspecten mee: de geleding van het bouwvolume: verschillende bouwhoogten, accenten zoals torens of grote openingen de vormgeving en kleurgebruik van de gevel: verticale, horizontale, neutrale of onregelmatige geleding de keuze van de dakvorm: plat, hellend vlak of kap, zoals lessenaars-, zadel-, schilddak of mansardekap het gebruik van compositorische middelen: erkers, luifels, balkons, loggia’s het gebruik van decoratieve middelen: (uitkragende) daklijsten, raamlijsten, gevelbanden

24

Waddix Oudedreef

4.3.5

Beeldkwaliteitsplan

In het kader van de realisatie van het nieuwe centrum is in 2005 het Beeldkwaliteitsplan (BKP) Nieuw Centrum voor Waddinxveen opgesteld. Met het beeldkwaliteitplan worden richtlijnen opgesteld met als doel de integrale kwaliteit van het te ontwikkelen gebied te waarborgen. De richtlijnen hebben zowel betrekking op de architectuur van de gebouwen als de inrichting van de openbare ruimte. Met deze richtlijnen wordt niet alleen de kwaliteit van individuele gebouwen en straten gewaarborgd, maar wordt vooral ook de eenheid binnen het plan zeker gesteld. De richtlijnen fungeren als leidraad voor de ontwerpers die in het plangebied de verschillende projecten zullen uitwerken. Het beeldkwaliteitplan beschrijft niet alleen randvoorwaarden en uitgangspunten, maar geeft tevens inzicht in het proces om de kwaliteit tot stand te brengen. Het is niet alleen zaak de kwaliteit bij de totstandkoming van het plan te verzekeren, maar deze kwaliteit ook in de toekomst te kunnen garanderen. Conclusie De in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkeling passen binnen de uitgangspunten en randvoorwaarden van het BKP (zie paragraaf 3.1). Op 8 maart 2022 is het VO formeel in het Q-team overleg goedgekeurd. 4.3.6

Parkeerbeleid

De gemeenteraad van Waddinxveen heeft op 9 juli 2014 het Parkeerbeleid vastgesteld. Dit beleid is opgesteld, omdat er tot nu toe geen volledig beeld van de parkeersituatie was in Waddinxveen. De gemeente streeft naar een goede en eerlijke parkeersituatie, waarvoor duidelijke uitgangspunten worden opgesteld. De uitgangspunten geven aan: wat wordt verstaan onder een goede parkeersituatie; wat is het bereik van de verantwoordelijkheid van de gemeente. Het parkeerbeleid heeft betrekking op de (toekomstige) bebouwde kom van Waddinxveen. De basis hiervoor is de regeling zoals opgenomen in het 'Parapluplan Archeologie en Parkeren' (2018) en aanvullend de richtlijnen van CROW-publicatie 317, 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie' (2012). Het CROW maakt onderscheid in de stedelijkheidsgraad en de locatie. Waddinxveen ging eerder uit van van 'matig stedelijk' als stedelijkheidsgraad voor de hele gemeente, maar de stedelijkheidsgraad van de gemeente Waddinxveen is tussen 2014 en 2023 gestegen. Daarom wordt nu uitgegaan van sterk stedelijk in plaats van matig stedelijk. Dit is conform de huidige adressendichtheid die het CROW hanteert om de stedelijkheidsgraad van een gemeente te bepalen. Afhankelijk van de betreffende locatie wordt gekozen voor 'centrum', 'schil centrum', 'rest bebouwde kom' of 'buitengebied', waarin per locatie de bandbreedte wordt bepaald.

Toetsing aan het Parkeerbeleid In paragraaf 3.3 heeft de nadere toetsing plaatsgevonden aan het parkeerbeleid. Er zijn altijd voldoende parkeerplaatsen beschikbaar voor de in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkeling. Dit is ook in de regels van dit bestemmingsplan vastgesteld.

4.3.7

Koers naar Duurzaam Waddinxveen

Op 8 december 2021 heeft de gemeente Waddinxveen de duurzaamheidsvisie vastgesteld. Met deze visie wil de gemeente de opgaven waar men voor staat kwantitatief inzichtelijk maken. Daarnaast wil men de wettelijke en (inter) nationale doelen vertalen naar de opgaven voor Waddinxveen en hoe deze bereikt kunnen worden. De visie beschrijft de samenhang tussen de opgaven, de doelen, de tastbare resultaten, de uitvoering (op hoofdlijnen), wat iedereen zelf kan doen en de (gemeentelijke proces-) kosten van de uitvoering hiervan. Deze 'Koers naar Duurzaam Waddinxveen' is gebaseerd op de omgevingsvisie. De thema's in de omgevingsvisie gaan over de vier veranderingen van deze duurzaamheidskoers. Deze

25

Waddix Oudedreef duurzaamheidskoers is daarom ook te beschouwen als een nadere uitwerking van de omgevingsvisie.

Afbeelding: De inbedding van de 4 duurzaamheidstransities in de omgevingsvisie

Met dit koersdocument willen de gemeente het volgende bereiken. Een aanzet geven voor een duurzaamheidskompas waarmee bestaande en nieuwe initiatieven en beleid vormgegeven kan worden in de richting van een duurzame samenleving Een integraal en samenhangend overzicht geven van de vraagstukken waaraan Waddinxveen de grootste bijdrage kan leveren De samenhang weergeven tussen de omgevingsvisie en onderliggende beleidsdocumenten voor duurzaamheid 'Slechts' de puzzel beschrijven: wat heeft iedereen (inwoners, ondernemers en gemeentelijke organisatie) te doen; en niet alleen wat de gemeentelijke organisatie te doen heeft Werken vanuit 'de opgave'; deze wordt zo veel mogelijk kwantitatief inzichtelijk gemaakt voor Waddinxveen Vertaling van wettelijke en (inter)nationale doelen en kaders naar tastbare te behalen resultaten in Waddinxveen; die resultaten als eerste verdeling uitzetten in de tijd over de gehele transitieperiode tot 2050 Formuleren van de kaders die beschrijven hoe de gemeente tegen deze transities aankijkt Men wil de opgave en doelen koppelen aan een uitvoeringsagenda op hoofdlijnen De uitvoeringsagenda op hoofdlijnen koppelen aan de globale proceskosten die de gemeente daarvoor moeten gaan maken. En tot slot: het is een oproep tot actie. Een ieder is uigenodigd om zijn of haar bijdrage te doen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15129300/2