CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Vredenburghzone fase 3_Bijlagen bij de toelichting

Besluitvormende raadsvergadering 26 maart 2025, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: Bijlage 114.736 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

bestemmingsplan Vredenburghzone fase 3 Gemeente: Waddinxveen

Opdrachtgever: naam_opdrachtgever

Organisatie

Telefoon

wsp

+31 (0)88 910 20 00

Documentnummer

Adres

Datum

Versie

NAW_vestiging Lievense

datum_oplevering document NL.IMRO.0627.BP85217-0401

NAW_vestiging Lievense

Colofon Rapporthistorie Voorontwerp dd-mm-jjjj Ontwerp dd-mm-jjjj Vastgesteld dd-mm-jjjj Onherroepelijk dd-mm-jjjj Contactgegevens naam_werknemer telefoon_werknemer mail_werknemer

Autorisatie Documentnummer

Versie

Status

NL.IMRO.0627.BP85217-0401

vastgesteld

Opgesteld door

Functie

Datum

naam_opsteller

functie_opsteller

datum_akkoord_opsteller

Geverifieerd door

Functie

Datum

naam_review

functie_review

datum_akkoord review

Akkoord projectleider

Functie

Datum

Naam_projectleider

functie_projectleider

datum_akkoord projectleider

Paraaf

Paraaf

Paraaf

Bijlagen bij de toelichting

3/67 - v astgesteld - NL.IMRO.0627.BP85217-0401 - datum_oplev ering document

4/67 - v astgesteld - NL.IMRO.0627.BP85217-0401 - datum_oplev ering document

Inhoudsopgave Bijlagen bij de toelichting

3

Bijlage 1

M.e.r. beoordelingsbesluit

6

Bijlage 2

Gebiedsvisie Vredenburghzone

10

Bijlage 3

Quickscan flora en fauna

31

5/67 - v astgesteld - NL.IMRO.0627.BP85217-0401 - datum_oplev ering document

Bijlage 1 M.e.r. beoordelingsbesluit

6/67 - v astgesteld - NL.IMRO.0627.BP85217-0401 - datum_oplev ering document

Bijlage M.e.r.-beoordelingsbesluit Park Vredenburgh fase 3 1

Aanleiding

In verband met de voorgenomen ontwikkeling van de gemeente Waddinxveen hebben wij beoordeeld of een milieueffectrapportage (MER) moet worden opgesteld in het kader van het vaststellen van een plan bedoelt in artikel 3.8, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening. De voorgenomen ontwikkeling heeft betrekking op de realisatie van natuur en recreatiebestemmingen voor Park Vredenburgh fase 3. Op grond van de aanmeldnotitie m.e.r. beoordelen wij of, voorafgaand aan de besluitvorming het plan, een milieueffectrapport moet worden opgesteld.

2

Besluit

Wij besluiten, gelet op de overwegingen die zijn opgenomen in dit besluit, dat bij de voorbereiding van het plan voor hierboven genoemde ontwikkeling door de gemeente Waddinxveen geen milieueffectrapport hoeft te worden opgesteld. De toelichting van het plan ‘Vredenburghzone fase 3’ maakt onderdeel uit van dit besluit.

3

Rechtsmiddelen

Op grond van artikel 6:3 van de Algemene wet bestuursrecht is deze beoordeling een voorbereidingsbesluit waarop geen bezwaar en beroep mogelijk is, tenzij aangetoond kan worden dat dit besluit belanghebbende rechtstreeks treft. In de bestemmingsplanprocedure kan door een ieder zienswijzen over het ontwerpbestemmingsplan naar voren worden gebracht. De zienswijzen kunnen ook betrekking hebben op dit voorbereidingsbesluit.

4

Procedure

De voorbereiding van het m.e.r.-beoordelingsbesluit heeft plaatsgevonden overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 7.6 van de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage. De aanmeldnotitie en de daarbij gevoegde bescheiden voldoen aan de eisen die het Besluit milieueffectrapportage daaraan stelt.

5

Overwegingen

De volgende inhoudelijke overwegingen liggen aan dit besluit ten grondslag:

5.1 Toetsingskader De aangevraagde activiteit komt niet voor in onderdeel C van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage. Hierdoor is geen directe plicht om een milieueffectrapport op te stellen. De aangevraagde activiteit komt wel voor in onderdeel D van de bijlage van het Besluit milieueffectrapport, namelijk onder D9. Een landinrichtingsproject dan wel een wijziging of uitbreiding daarvan.’ In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op 1°. een functiewijziging met een oppervlakte van 125 hectare of meer van water, natuur, recreatie of landbouw of 2°. vestiging van een glastuinbouwgebied of bloembollenteeltgebied van 50 hectare of meer. Op grond van het Besluit milieueffectrapportage moet het bevoegd gezag, ook voor activiteiten die beneden de m.e.r-beoordelingsdrempel liggen, bepalen of de activiteit daadwerkelijk geen belangrijke nadelige milieugevolgen heeft en of al dan niet een MER opgesteld dient te worden. Dit dient te gebeuren aan de hand van de criteria genoemd in bijlage III bij de EG-richtlijn milieueffectbeoordeling (2011/92/EU en 2014/52/EU).

Deze criteria omvatten: - de kenmerken van het project (onder andere omvang en cumulatie); - de locatie van het project (de kenmerken van het plangebied in relatie met kwetsbaarheid omgeving); - soort en kenmerken van het potentiële effect (mogelijke effecten van de activiteit, onder andere bereik, waarschijnlijkheid en omkeerbaarheid). Als uitgangspunt geldt dat alleen een MER hoeft te worden opgesteld, indien het bevoegd gezag van oordeel is dat dit noodzakelijk is vanwege belangrijke nadelige gevolgen die de activiteit voor het milieu kan hebben. 5.1.1 De kenmerken van het project De omvang van het project De omvang van het project betreft de realisatie van een natuur- en recreatiegebied in de Vredenburghzone op agrarische grond. De ontwikkeling ligt ruim onder de verplichting m.e.r.beoordelingsdrempel van 125 hectare. De cumulatie met andere projecten Cumulatieve effecten met andere projecten zijn niet aanwezig. Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen Aspecten als gebruik van natuurlijke hulpbronnen, productie van afvalstoffen en risico van ongevallen spelen hier niet of maar in zeer beperkte mate. Verontreiniging en hinder Het project zorgt niet voor hinder op de omgeving. Risico van ongevallen Niet van toepassing 5.1.2 De plaats van het project Het bestaande grondgebruik Agrarisch grasland

Rijkdom aan en kwaliteit en regeneratieve vermogen natuurlijke hulpbronnen van het gebied Het plangebied ligt in een gebied met deels een middelhoge archeologische verwachtingswaarde. Het grootste deel kent geen archeologische verwachting. Voor de voorgenomen natuurontwikkeling (met graafwerkzaamheden) is geen verder archeologisch onderzoek meer nodig. De verstorende werking van het realiseren van een natuur- en recreatiegebied is naar verwachting echter gering. Het opname vermogen van het natuurlijke milieu De functiewijziging naar ‘natuur en recreatie’ zal een positieve bijdrage leveren aan de biodiversiteit binnen het gebied, omdat het gebied aantrekkelijker wordt gemaakt voor zowel flora als fauna. Tijdens de werkzaamheden voor het ontwikkelen van dit gebied zullen maatregelen getroffen worden om de Wet natuurbescherming niet te overtreden. 5.1.3 Kenmerken van het potentiële effect Bereik van het effect (Geografisch en grootte getroffen bevolking) Er zal geen sprake zijn van potentiële aanzienlijke effecten, zoals in het vorenstaande is aangetoond. Grensoverschrijdend karakter Niet van toepassing Orde van grootte en complexiteit effect Niet van toepassing Duur, frequentie en omkeerbaarheid effect Niet van toepassing 5.2 Conclusie Gelet op bovenstaande overwegingen kan worden uitgesloten dat de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu heeft.

Het opstellen van een milieueffectrapport is daarom niet nodig.

Burgemeester en wethouders van de gemeente Waddinxveen.

Bijlage 2 Gebiedsvisie Vredenburghzone

10/67 - v astgesteld - NL.IMRO.0627.BP85217-0401 - datum_oplev ering document

GEBIEDSVISIE VREDENBURGHZONE WADDINXVEEN 30 APRIL 2019

PLANGEBIED

TOEKOMSTIGE CONTEXT

Stijlgroep landschap en stedelijke ruimte Piekstraat 33 3071 EL Rotterdam Postbus 50511 3007 JA Rotterdam T 010 413 8020 F 010 213 3738 www.stijlgroep.nl mail@stijlgroep.nl

2

51823-S-BO02-01 | 30 APRIL 2019

CONTEXT

PROCES EN PARTICIPATIE

OPBOUW VAN DE GEBIEDSVISIE

De zuidrand van Waddinxveen is in ontwikkeling. Met de aanleg van de parallelwegstructuur van de snelweg A12 en de realisatie van Distripark A12 en de Glasparel aan weerszijden van de snelweg tussen de afslagen Zevenhuizen en Waddinxveen, transformeert dit deel van het open polderlandschap naar een distributie- en glastuinbouwgebied in het hart van de Randstad.

De gebiedsvisie is tot stand gekomen in een open proces waarbij naast de gemeente ook de grondeigenaren en andere betrokkenen zijn meegenomen in het proces: van inventarisatie van de kansen en ambities via verschillende verkenningen en scenario’s naar uiteindelijk een zorgvuldig afgewogen gebiedsvisie.

De gebiedsvisie is opgebouwd uit een aantal “lagen”. Deze lagen volgen de doelstellingen die aan de voorzijde zijn meegegeven en in het participatieproces verder zijn verfijnd:

Niet alleen langs de A12 verandert de omgeving: ook de bestaande stedelijke contour is in snel tempo in ontwikkeling door de bouw van de nieuwe woonwijk Park Triangel tussen de bestaande woonwijk Zuidplas en de spoorlijn Gouda Alphen aan den Rijn.

Om het proces vorm te geven en belanghebbenden en geïnteresseerden te betrekken in elke stap van inhoud, richting en besluitvorming, is het volgende participatieplan gevolgd: •

Om de bestaande wegen van Waddinxveen te ontlasten wordt door de provincie een nieuwe randweg aangelegd rond Waddinxveen, waarvan een deel - de Vredenburghlaan - door het resterend open gebied tussen de woonen werkgebieden loopt. De gemeente heeft besloten om parallel aan deze gebouwde ontwikkelingen, de ontwikkeling van de Vredenburghzone te agenderen. Een duurzame, recreatieve natuurontwikkeling van het gebied tussen de bestaande en nieuwe woonwijken en de Vredenburghlaan, opgespannen tussen de A12 en de Plasweg. Voor deze landschappelijke groene “bufferzone” die onderdeel kan worden van doorgaande ecologische hoofdstructuren, zijn de volgende doelstellingen meegegeven: • • • • •

Een toegankelijk recreatief gebied Het behoud en de versterking van de natuurfunctie en ecologische waarde in het gebied Een bijdrage leveren aan een gezonde leefomgeving Het optimaal benutten van groen De landschappelijke inpassing van de Vredenburglaan

Het is bewust niet de bedoeling de Vredenburghzone de komende jaren in één keer te realiseren. Voor de duurzame transformatie van dit gebied is gekozen voor een zorgvuldig meerjarig ontwikkelingsproces, waarin bewoners in het gebied en de directe omgeving, initiatiefnemers, grondeigenaren en de gemeente een open samenwerking en participatie aan gaan om toe te werken naar een organische ontwikkeling van alle meegegeven doelstellingen in het gebied van bijna 40 hectare.

Een brede informatie-avond voor alle belanghebbenden en geïnteresseerden. Tijdens deze avond is met name informatie uitgewisseld, input opgehaald en de participatiegroep voor het vervolgproces samengesteld.

•

Een drietal werkateliers met de participatiegroep. o werkatelier 1: bepalen van de uitgangspunten en richting o werkatelier 2: bespreken van de diverse voorstellen en keuzen o werkatelier 3: bespreken van het voorkeursscenario en verdiepen

•

Een brede informatie-avond voor alle belanghebbenden en geïnteresseerden. Tijdens deze avond is de gebiedsvisie door de gemeente en de klankbordgroep gedeeld met de brede omgeving.

• • • • • •

Behoud van bestaande kwaliteit en identiteit Het verbeteren van de toegankelijkheid en bereikbaarheid Het versterken en uitbreiden van natuurwaarden als katalysator van ontwikkeling van ecologisch landschap De landschappelijke inpassing van de Vredenburghlaan Het behoud van bestaande waardevolle functies en toevoegen van extensief recreatief gebruik Het sturen op gebruik door middel van toegankelijkheid

Alle lagen over elkaar heen vormen de bouwstenen voor de duurzame transformatie van de Vredenburghzone. Ze zijn een ruimtelijke en programmatische uitwerking van de verschillende ambities op het gebied van natuur, ecologie, toegankelijkheid, recreatievormen en functies, en een gezonde leefomgeving, die in de Vredenburghzone kunnen of moeten landen.

In een periode van ongeveer vijf maanden is in een interactief proces met de verschillende partijen een gedragen visiedocument ontwikkeld. Een visie waarin de input van de omgeving en de doelstellingen van de gemeente integraal samen komen in kwalitatieve ruimtelijke en programmatische kaders voor de bestaande en toekomstige ontwikkelingen in het gebied. Kaders waarover binnen de participatiegroep consensus is bereikt en die zich niet alleen tot het directe plangebied beperken, maar ook de randen met de omgeving bij ontwikkelingen, kansen en ambities betrekken.

De eerste stap in de realisatie van de ambities voor de groene buffer van de Vredenburghzone is het opstellen van een gebiedsvisie voor het gebied. Deze gebiedsvisie is nadrukkelijk geen ontwerp of blauwdruk, maar een breed gedragen ambitiedocument. De gebiedsvisie Vredenburghzone heeft tot doel om de ruimtelijke en kwalitatieve kaders te bieden voor de toekomstige ontwikkelingen en die ontwikkelingen ook daadwerkelijk effectief, duurzaam en toekomstbestendig te realiseren met alle betrokken en belanghebbende partijen.

WERKATELIER (foto: Erik van leeuwen)

WADDINXVEEN - GEBIEDSVISIE VREDENBURGHZONE

3

GEBIEDSVISIE VREDENBURGHZONE

4

51823-S-BO02-01 | 30 APRIL 2019

BEHOUD EN BEREIKBAARHEID CULTUURHISTORISCH LANDSCHAP Het huidige beeld van de Vredenburghzone heeft een duidelijk herkenbare identiteit en kwaliteit. Het oorspronkelijke slagenlandschap, haaks op de ontginningslinten van de Plasweg en de parallelstructuur van de Beijerincklaan, is nog steeds leesbaar in de ondergrond. Beide ontginningslinten lopen door tot diep in de bestaande woonwijk Zuidplas en Park Triangel dat nu in aanleg is. De verschijningsvorm van de linten, die de lintbebouwing en het achterliggende agrarisch landschap ontsluiten, is een bestaande kwaliteit en hoort bij de cultuurhistorie van dit deel van het Zuidhollands landschap. Deze kwaliteit vormt de basis voor de toekomstige ontwikkelingen en is ruimtelijk uitgangspunt voor de inpassing van de functies en activiteiten.

BEHOUD VAN HET KARAKTER VAN DE LINTEN De bebouwing langs het lint maakt onlosmakelijk onderdeel uit van het landschap en de identiteit van de Vredenburghzone. Veel van de bestaande opstallen zijn (voormalige) boerderijwoningen langs de weg en met stallen of loodsen verder op het erf. Deze opstallen horen qua verschijningsvorm en schaal bij het oorspronkelijk agrarisch landschap en kunnen uitstekend worden ingepast in het toekomstig beeld van de Vredenburghzone als groene recreatieve bufferzone. Hierbij valt te denken aan kleinschalig agrarisch gebruik, landelijk (agrarisch) wonen, transformatie naar infopunt of activiteitencentrum of zelfs een kleine horecavoorziening. De koppeling van een woning op de kavel in combinatie met een andere functie sluit goed aan bij de wens om via de lintbebouwing betrokkenheid, verantwoordelijkheid en eigen initiatief te verbinden met de ontwikkelingen in de Vredenburghzone en het beheer daarvan.

TOEGANKELIJKHEID EN BEREIKBAARHEID De Vredenburghzone is op dit moment bereikbaar via de Plasweg, de IJsermanweg en Tweede Bloksweg. Dit zijn bestaande linten die vanuit de cultuurhistorie toegang geven tot het gebied. Een derde as is onderdeel van Park Trangel en biedt in de toekomst ook de mogelijkheid om het gebied te ontsluiten vanuit de nieuwe wijk. Alle drie de assen bieden de mogelijkheid om nu en in de toekomst de bereikbaarheid en toegankelijkheid van het gebied te vergroten. Daarbij is het uitgangspunt dat het met name om fietsers en voetgangers uit de directe omgeving gaat en het niet de bedoeling is om vanuit de wijde regio verkeersbewegingen naar dit gebied te trekken. De toegang tot het gebied is op dit moment summier, mede vanwege de private kavels langs de bestaande linten. Het is mogelijk om in overleg met de bestaande gebruikers toegang te verschaffen tot (delen) van de achterliggende kavels, zeker wanneer het gebruik met toegankelijkheid kan worden gecombineerd. Daarnaast kan de gemeente op eigen gronden of via grondruil / grondaankoop ook zelfstandig aan de slag met het verbeteren van de toegang. Dit geldt niet alleen vanaf de linten, maar ook vanuit de bestaande woonwijken Zuidplas en Park Triangel. Specifiek aandachtspunt is de oversteekbaarheid van de Zuidelijke Rondweg.

WADDINXVEEN - GEBIEDSVISIE VREDENBURGHZONE

5

NATUURONTWIKKELING - WATER De gemeentelijke doelstelling om in de Vredenburghzone in te zetten op natuur als onderdeel van een gezonde leefomgeving wordt gedragen door de betrokken bewoners vanuit de omliggende wijken. Ook instanties als het waterschap en de provincie onderschrijven het belang van natuurontwikkeling in en nabij stedelijk gebied. KANSEN VOOR WATERGEBONDEN NATUURONTWIKKELING Met name watergebonden natuurontwikkeling wordt gezien als een toevoeging in het bestaande gebied. Dit heeft enerzijds te maken met de mate van verstedelijking en daarmee verhard oppervlak in de Randstad (en dus ook hier) en de kansen die water gerelateerde natuur biedt voor klimaatadaptie, hittestress, waterkwaliteit en waterberging.

6

51823-S-BO02-01 | 30 APRIL 2019

VERSTERKEN VAN HET SLAGENLANDSCHAP

TOEVOEGEN VAN DIVERSITEIT EN VERSCHEIDENHEID

Binnen de Vredenburghzone en direct daaraan grenzend liggen een aantal waterrijke gebieden, waaronder de afrit 10 van de A12 en de woonwijken Zuidplas en Park triangel. Ten zuiden van de Zuidelijke Rondweg is door de gemeente een waterrijk gebied gemaakt, dat het beeld van het omliggende slagenlandschap volgt. Met een peilwijziging kan dit watergebied een veel rijkere natuurwaarde krijgen.

Met het verbeteren en versterken van bestaande watergangen in de Vredenburghzone wordt een grote stap gezet in de waterkwaliteit en het toevoegen van extra habitat voor bestaande en oorspronkelijke flora en fauna. Het gebied is groot genoeg om in aanvulling op de bestaande watergangen nieuwe waterrijke biotopen te kunnen toevoegen. Men kan daarbij denken aan bijvoorbeeld natgraslanden, moerasgebieden en rietlanden; gebiedseigen landschapstypen die hun oorsprong kennen in deze omgeving en opnieuw kunnen worden geïntroduceerd in het gebied. Een dergelijke verscheidenheid aan verschillende waterrijke landschappen dragen bij aan de robuustheid van het gebied en de biodiversiteit. Juist deze diversiteit biedt mens en dier een veelheid aan gebruik, nestelgelegenheid en foerageergebied.

Het slagenlandschap wordt enerzijds gedefinieerd door de lange agrarische kavels, anderzijds door de sloten aan weerszijden van die kavels. Het onderhoud en beheer van de sloten ligt bij de grondeigenaren. Door middel van toepassing van het juiste waterpeil, onderhoud en profielverbreding met natuurvriendelijke oevers en plasbermen, ligt binnen het bestaande dna van het gebied een grote kans voor een algehele verbetering van de natte natuurwaarden.

NATUURONTWIKKELING - GROEN Naast de waterrijke natuurmilieus biedt het gebied ook gelegenheid voor versterking van groene en meer bomenrijke natuurontwikkeling. LANDSCHAPPELIJKE INPASSING VAN DE VREDENBURGHLAAN Het toepassen van doorgaande bomenrijen benadrukt de aanwezigheid van lange lijnen in het landschap. Tegelijkertijd maskeert het met de aanwezigheid van doorgaande groenstructuren de visuele vervuiling, die met bijvoorbeeld drukke wegen wordt veroorzaakt. De Vredenburghlaan wordt door de provincie aangelegd met een bomenrij aan de zuidzijde van de weg. Aan de zijde van de Vredenburghzone heeft de gemeente eigendommen aangrenzend aan de weg tussen de Beijerinkclaan en de Plasweg. Door het graven van water en de vrijgekomen grond langs de weg als een landschappelijke wal terug te plaatsen, kan de gemeente met een gesloten grondbalans een groene wal met onderbeplanting, struikgewas en bomenrijen maken, die het verkeer op de weg vanuit het gebied en Zuidplas onzichtbaar maken. Een vergelijkbare landschappelijke inpassing van de weg met onderbeplanting en een bomenrij is ook mogelijk in het verlengde - tussen de Beijericklaan en de parallelweg van de A12 - maar dan in overleg met de desbetreffende grondeigenaar.

COMPOSITIE VAN HET COULISSENLANDSCHAP

HABITAT VOOR FLORA, FAUNA EN DE MENS

Voor een goede landschappelijke inpassing van de Vredenburghlaan kan gebruik gemaakt worden van de gehele diepte van de Vredenburghzone. Door het gebruik van verschillende bomenrijen in het gebied, die de richting van het slagenlandschap versterken, ontstaat een organische diversiteit aan lange en korte bomenlijnen in het gebied, die elkaar overlappen in de diepte en zorgen voor een enscenering, die bekend staat als het coulissenlandschap: een agrarisch landschap met stroken houtgewas die het daarachter gelegen open land aan het oog onttrekken.

De afwisseling van open en dicht landschap - typerend voor het coulissenlandschap - biedt een diversiteit aan lijnen, velden en zichten die de maat en schaal van de bufferzone verkleinen en de beleving vergroten. Bomenrijen worden gevormd door verschillende gebiedseigen boomsoorten en dienen als foerageergebied voor vleermuizen en roofvogels. Houtwallen en struikgewas bieden een biotoop voor verschillende kleine zoogdieren en laantjes met knotwilgen zijn productiebos voor wilgentenen die weer als natuurlijke schuttingen of erfafscheidingen worden toegepast. Het scala aan mogelijkheden voor gebruik en beheer zijn legio. Bomenrijen kunnen op de randen van bestaande graslanden voor paarden geplaatst worden waar de dieren beschutting en schaduw genieten. Agrarische gronden kunnen beschut door de boomstructuren veranderen in bijvoorbeeld boomgaarden. Elke toevoeging kan bestaande functies en gebruik versterken of nieuwe waarde toevoegen aan het groeiend palet van natuurwaarden van de Vredenburghzone.

WADDINXVEEN - GEBIEDSVISIE VREDENBURGHZONE

7

NATTE NATUUR

8

51823-S-BO02-01 | 30 APRIL 2019

DROGE NATUUR

WADDINXVEEN - GEBIEDSVISIE VREDENBURGHZONE

9

IN GOEDE BALANS MET FLORA & FAUNA

TOEVOEGEN VAN EXTENSIEVE RECREATIEVE VOORZIENINGEN

GESCHIKT VOOR ALLE LEEFTIJDEN EN DOELGROEPEN

STUREN OP GEBRUIK MIDDELS TOEGANKELIJKHEID 10

51823-S-BO02-01 | 30 APRIL 2019

RECREATIEF GEBRUIK EEN GEZONDE LEEFOMGEVING

IN BALANS MET HET LANDSCHAP

DOELGROEPEN

Een groene Vredenburghzone met veel ruimte voor natuur en een variatie aan biotopen voor flora en fauna draagt bij aan een gezondere leefomgeving. Het openen van het gebied voor de omgeving met toegangen vanaf de linten en de woonwijken, maakt het gebied toegankelijk en onderdeel van die leefomgeving.

Voor alle bestaande en toekomstige functies in het gebied geldt dat het gebruik aansluit bij de overige thema’s van de Vredenburghzone: gezonde leefomgeving, natuurontwikkeling en goede toegankelijkheid van het gebied.

De Vredenburghzone staat open voor alle doelgroepen. Er is ruimte is voor mensen in elke leeftijdscategorie en leefomstandigheid. Dat betekent een diversiteit in aanbod: voor jong en oud, actief en rustig, aantrekkelijk en educatief.

De verwevenheid met de omgeving neemt toe als de overgangen van de woonwijken naar het gebied ook mee worden genomen in de ontwikkeling van bestaande en nieuwe relaties. Verbindingen vanuit de wijk naar de Vredenburghzone worden aangelegd of versterkt.

Het landschap is de belangrijkste waardegenerator in de Vredenburghzone en daarmee uitgangspunt voor elke vervolgactiviteit. Dat betekent ook een keuze voor gebieden waar meer of minder de nadruk kan komen te liggen op andere functies en toegankelijkheid om juist daar de natuur de volle ruimte te geven. EXTENSIEVE VORMEN VAN RECREATIE

BEHOUD EN VERSTERKING VAN BESTAANDE FUNCTIES EN INITIATIEVEN Kleinschalige agrarische bedrijvigheid, wonen langs het lint, paarden in de wei; Bestaande gebruiksfuncties die naadloos aansluiten bij de ambities voor het gebied als groene bufferzone tussen woonwijk en de Vredenburghlaan. In enkele gevallen schuurt bestaand gebruik qua locatie of het ruimtebeslag met de ambities op het gebied van natuurontwikkeling, toegankelijkheid en recreatief (mede-)gebruik. In het vervolgproces dient aandacht te zijn op welke wijze aanwezige initiatieven vanuit vanuit de grondeigenaren aansluiten en een plek kunnen krijgen in de verdere ontwikkeling van het gebied.

Qua recreatief gebruik is de focus gelegd op extensieve vormen van recreatie, omdat die beter passen bij de identiteit van het landschap, de toekomstige natuurwaarden en de bestaande functies. Nadrukkelijk wordt intensieve recreatie of recreatie, die grote aantallen of overlast qua geluid en snelheid met zich meenemen, uitgesloten.

STUREN OP GEBRUIK - TOEGANKELIJKHEID Door zorgvuldig te kiezen voor bepaalde vormen van toegankelijkheid kan richting worden gegeven aan de wijze en mate van gebruik. Een brug laat zien waar het gebied toegankelijk is (en dus waar het wenselijk is om het gebied te betreden). Sommige functies laten zich wel inpassen maar niet mengen, waardoor het verstandig is om ze ruimtelijk te isoleren. Bijvoorbeeld een hondenlosloopzone. Sommige gebieden kunnen intensiever worden gebruikt dan andere gebieden. Door daar het padennetwerk en de toegangen te intensiveren, kan worden gestuurd op die plekken in het gebied waar meer of minder recreatief gebruik wenselijk is.

WADDINXVEEN - GEBIEDSVISIE VREDENBURGHZONE

11

12

51823-S-BO02-01 | 30 APRIL 2019

HET PERSPECTIEF VAN DE VREDENBURGHZONE Rennend op haar trailschoenen over de onverharde paden herinnert de jonge vrouw het zich nog goed. Het was meer dan tien jaar geleden dat zij naar de bijeenkomst voor schoolgaande kinderen was gegaan. Op aandringen van haar vader. In een aantal workshops had zij met haar buurtgenoten mee mogen denken en werken aan de inrichting van het gebied waar zij nu twee keer in de week ‘s ochtends vroeg voor dag en dauw doorheen rent. Vanuit haar huis aan de rand van het speeleiland in Park Triangel en dan via één van de groene wiggen over de Zuidelijke rondweg zo de natuur in. Ongestoord, omringd door het coulissenlandschap van de Vredenburghzone. Elk seizoen ziet het gebied er weer anders uit, maar altijd weer verrassend en op een manier ook rustgevend. Vaak loopt zij alleen, maar soms komt ze op de terugweg de eerste hondenliefhebbers tegen. Ook zij hebben er duidelijk zin in: de honden weten dat ze bijna bij het gebied zijn dat hun speeldomein is, duidelijk afgebakend en ingepast tussen de watergangen direct na de eerste brug. Een slimme keuze: op die manier kunnen de dieren hun gang gaan zonder andere dieren in het gebied te verstoren. De uil in de dode holle boom verderop in het gebied stoort zich niet aan de activiteiten op afstand. Het is een succesvolle jacht geweest.

Sinds de mensen het gebied hebben ingeplant met bosschages en struikgewas is het hier goed jagen op kleine dieren. Ook de bomenlanen, die gebruikt worden door de vleermuizen om te foerageren, bieden voldoende voedsel door de dieren die op het waterrijke en daarmee voedselrijke gebied afkomen. Ook deze lente zullen het nest zich weer vullen en zeker twee drie jongen uitvliegen om hun heil elders te zoeken. Kinderen verzamelen zich bij het kruispunt om samen op te fietsen naar school. Vandaag is het zover: vanmiddag met de klas naar de Vredenburghzone: veldklas! Op zoek naar de eerste kikkerdril, bomen herkennen aan de eerste bladeren, misschien zijn de eerste libellen al uit de waterplas bij de “veerpont” gekomen. De veerpont… bijna net zo populair als speelplek voor de kinderen als de natuurspeelplaats verderop. Of de boomgaard aan de andere zijde van de sloot. Ongetwijfeld dat de gezinnen uit de buurt elkaar daar weer treffen aan het einde van de zomer - net voor het nieuwe schooljaar - voor de jaarlijkse appelpluk en de eerste ciderproeverij. In het weiland staat een groepje paarden bij elkaar. Rustig grazend zien ze de zon gedurende de dag richting het hoogste punt rijzen. Wanneer zij weer daalt en verdwijnt achter de rij elzen, weten ze dat het tijd is dat de mensen van hun werk langs komen voor hun dagelijkse ritje over de ruiterpaden door het gebied.

Verder voelt voor hun de omgeving nog onveranderd. Behalve de extra bomen voor beschutting. En het schonere water met lekkere planten langs de oevers.

OP WEG NAAR ONTWIKKELINGSSTRATEGIE Over tien jaar ziet de Vredenburghzone er anders uit dan nu. Het is een half volgroeid coulissenlandschap met stukken ecologisch gebied met veel water waar veel wordt gevist en afwisselend rietlanden, weilanden, ruige gronden en blauwgraslanden. Door de afwisselende diversiteit aan natte en droge natuur is de biodiversiteit enorm toegenomen. Een gebied dat in samenwerking en participatie met gemeente en belanghebbenden is gerealiseerd. De organische ontwikkeling van de Vredenburghzone kan worden gestart met het zogenaamde “laaghangend fruit”: het toegankelijk maken van het gebied vanuit de diverse routes in de wijk en de aanleg van de landschappelijke buffer langs de Vredenburghzone op het stuk tussen de IJsermanweg en de Plasweg. Dit geldt ook voor de waterkwaliteitverbetering in het gebied en de verbetering van de bestaande routes vanuit de woonwijken naar het gebied. DOORGAAND PROCES VAN SAMENWERKING EN PARTICIPATIE De uitwerking van visie naar ontwerp is opgesplitst in fasen. Fasen in tijd en in gebied. De klankbordgroep is een belangrijke groep. Niet alleen in de verschillende deelontwerpen maar ook in voorbereiding en uitvoering. De Vredenburghzone heeft de potentie om echt met grondeigenaren en bewoners verder vorm te geven en hen te betrekken in de ontwikkeling en realisatie.

Dat kan door gesprekken te voeren over de wijze waarop gemeente, grondeigenaren en andere belanghebbenden elkaar kunnen versterken. Centraal in deze gesprekken staan de gezamenlijke ambities en initiatieven die kunnen landen of blijven in het gebied. Grondgebruik, grondruil en grondaankoop zijn hierbij een middel om die ambities mogelijk te maken. Zeker niet het doel van deze gebiedsvisie en/of het vervolg. Veel van de bestaande functies kunnen worden ingepast in het gebied en vormen juist een aanleiding voor de verdere ontwikkeling Nogmaals: de gebiedsvisie heeft niet de intentie een getekende blauwdruk van de toekomstige ontwikkelingen te zijn, maar vooral een verbeelding van de gewenste en na te streven stip op de horizon. De gebiedsvisie dient daarmee als een vast te stellen ruimtelijk en programmatisch afwegingskader voor de realisatie van de Vredenburghzone. Een toekomstig leidraad voor de te nemen keuzen en de te realiseren kansen, op basis van de vervolgstappen in het proces, dat wederom met de omgeving wordt vormgegeven.

WADDINXVEEN - GEBIEDSVISIE VREDENBURGHZONE

13

14

51823-S-BO02-01 | 30 APRIL 2019

BIJLAGEN

WADDINXVEEN - GEBIEDSVISIE VREDENBURGHZONE

15

PROFIEL 1 HOUTWAL

VREDENBURGHLAAN

LANDSCHAPPELIJKE INPASSING

RIETLAND

NATTE NATUUR

BOMENRIJ

NATTE FLORA & FAUNA

AVONTUURLIJK SPELEN

STRUINPAD

NATUURVRIENDELI

RECREATIEPLAS

PROFIEL 2 GRONDWAL MET STRUWEEL

LANDSCHAPPELIJKE INPASSING

16

51823-S-BO02-01 | 30 APRIL 2019

BLOEMRIJK GRASLAND

NATUURVRIENDELIJKE OEVER

WATERGANG

WEILAND

NATUURVRIENDELIJKE OEVER

KNOTWILGLAANTJE

RECREATIE WEIDE

BOSSTRUWEEL

IJKE OEVER

1

2

1

2

BOOMGAARD

ZUIDPLAS

DUBBELE BOMENRIJ

FOERAGEERROUTE

RILLEN VOOR KRUIDEN

RUITERPAD

NATUURVRIENDELIJKE OEVER

KNOTWILGLAANTJE

GRASLAND

BOMENRIJ

NATUURLIJKE SPEELAANLEIDING

WANDELPAD

NATUURVRIENDELIJKE OEVER

HONDENLOSLOOPGEBIED

WADDINXVEEN - GEBIEDSVISIE VREDENBURGHZONE

FIETSPAD

17

PROFIEL 3 GRONDWAL MET STRUWEEL

NATTE BIOTOPEN

LANDSCHAPPELIJKE INPASSING

MOERASLANDSCHAP

GRASLAND

DOORGAAND VLONDERPAD

SCHELPENPAD

PROFIEL 4 GRONDWAL MET STRUWEEL

VOORBURGHLAAN

18

LANDSCHAPPELIJKE INPASSING

51823-S-BO02-01 | 30 APRIL 2019

NATTE BIOTOPEN

RIETLANDSCHAP

STRUWEEL

KNOTWILGENLAANTJE

STADSLANDBOUW

BOMENRIJ

HOUTWAL

NATTE BIOTOPEN

WATERPLAS

BOSSTRUWEEL

FOERAGEERGEBIED

DROGE BIOTOPEN

BOSSTRUWEEL

NATUURLIJKE OEVER

WATERPLAS

4

3

4

NATUURLIJKE OEVER

DOORGAAND SCHELPENPAD

NATTE BIOTOPEN

RIETLANDEN

3

WATERPLAS

BOMENRIJ

STRUINAKKER

PARK TRIANGEL

NATTE BIOTOPEN

RIETLANDEN

WADDINXVEEN - GEBIEDSVISIE VREDENBURGHZONE

19

Bijlage 3 Quickscan flora en fauna

31/67 - v astgesteld - NL.IMRO.0627.BP85217-0401 - datum_oplev ering document

Quickscan flora en fauna

Park Vredenburgh fase 3 te Waddinxveen

In opdracht van: Omgevingsdienst Midden-Holland 1 februari 2024

Colofon © 2024 Laneco / Omgevingsdienst Midden-Holland Tekst en samenstelling: Ing. A. Borgers Tweede lezer:

Ir. D. van Pijkeren

Projectnummer:

159.23.01

In opdracht van:

Omgevingsdienst Midden-Holland

Wijze van citeren:

Borgers, A (2024). Quickscan flora en fauna Park Vredenburgh, fase 3 te Waddinxveen. Voorthuizen, Nederland: Laneco.

Laneco is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus, brancheorganisatie voor kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging van ecologisch advies en onderzoek.

Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd, gewijzigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van scanning, internet, druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever hierboven aangegeven en Laneco. Noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd. Laneco is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Laneco. De opdrachtgever vrijwaart Laneco voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing.

INHOUD 1

INLEIDING .................................................................................................... 4

1.1 1.2 2

GEBIEDSBESCHRIJVING EN BEOOGDE INGREPEN ................................................................................... 6

TOETSING .................................................................................................... 10

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 3

AANLEIDING ................................................................................................................................. 4

ONDERZOEKSMETHODIEK .............................................................................................................. 10 NATUURNETWERK NEDERLAND ...................................................................................................... 11

OMGEVINGSWET – ONDERDEEL NATURA2000-ACTIVITEITEN .............................................................. 12 OMGEVINGSWET – BESCHERMING HOUTOPSTANDEN......................................................................... 13 OMGEVINGSWET – FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT .............................................................................. 13 SPECIFIEKE ZORGPLICHT ................................................................................................................ 22

CONCLUSIE .................................................................................................. 24

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7

NATUURNETWERK NEDERLAND ...................................................................................................... 24

OMGEVINGSWET – ONDERDEEL NATURA2000-ACTIVITEITEN .............................................................. 24 OMGEVINGSWET – ONDERDEEL HOUTOPSTANDEN............................................................................. 25 OMGEVINGSWET – ONDERDEEL FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEITEN .......................................................... 25 CONSEQUENTIES ......................................................................................................................... 28 ALGEMENE VOORWAARDEN .......................................................................................................... 29 AANBEVELINGEN NATUURINCLUSIEF ONTWERPEN .............................................................................. 29

BIJLAGE 1

WETTELIJK KADER ...................................................................... 31

BIJLAGE 2

LITERATUURLIJST ....................................................................... 35

1

INLEIDING 1.1 AANLEIDING Het plangebied ‘Park Vredenburg fase 3’ ligt in Waddinxveen, in de gelijknamige gemeente Waddinxveen (provincie Zuid-Holland). Het plangebied bestaat uit bestaat uit onder andere agrarische percelen met omliggende sloten en bebouwde percelen. De gemeente Waddinxveen is voornemens om een aantal percelen ten westen van de bebouwde kom van Waddinxveen om te vormen naar een natuur- en recreatiegebied. Daarbij is de gemeente voornemens om o.a. de volgende activiteiten uit te voeren: •

Een deel van de sloten dempen;

•

Nieuwe watergangen graven;

•

Mogelijke kap van enkele bomen;

•

Mogelijk enkele opstallen slopen;

•

Wandelpaden, bruggen, duikers, banken, prullenbakken en hekwerken aanleggen;

•

Bomen en beplanting aanplanten.

Het plangebied is globaal op te delen in 2 delen, gescheiden van elkaar door de N453 Beijerincklaan. Deel 1 van het plangebied betreft het noordwestelijke gedeelte (zie Figuur 1). Dit eerste deel bestaat uit (delen van) de percelen: 2000, 5557 en 5560.

Deel 1

Figuur 1 Globale ligging gedeelte plangebied deel 1 (gele contour) (PDOK, 2024)

LANECO 4

a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e

Quickscan flora en fauna Park Vredenburgh fase 3 te Waddinxveen

Deel 2 van het plangebied betreft het zuidoostelijke gedeelte (zie Figuur 2). Dit tweede gedeelte bestaat uit (delen van) de percelen: 310, 575, 685, 768, 1742, 1905, 1906, 4183, 5947, 6030 en 6704.

Deel 2

Figuur 2 Globale ligging plangebied deel 2 (gele contour) (PDOK, 2024) In deze quick scan zijn de habitatgeschiktheid van beschermde planten- en diersoorten en de verwachte effecten op deze soorten beoordeeld op basis van een gebiedsanalyse (ruimtelijk ecologisch), beschikbare soortgegevens en een eenmalige veldverkenning. Dit resulteert in conclusies en aanbevelingen. Deze quickscan is uitgevoerd op basis van de momenteel geldende uitwerking en interpretatie van beleid en wetgeving. In beide deelgebieden maakt de eerste vijftien meter vanaf de weg (inclusief de daar aanwezige bebouwing) geen onderdeel uit van dit onderzoek.

LAN ECO Quickscan flora en fauna Park Vredenburgh fase 3 te Waddinxveen

a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e

5

1.2 GEBIEDSBESCHRIJVING EN BEOOGDE INGREPEN 1.2.1 Plangebied deel 1 Deel 1 van het plangebied ligt ten westen van de woonwijk ‘Zuidplas 90’ van Waddinxveen. Het plangebied ligt buiten de bebouwde kom van de gemeente Waddinxveen. Ten zuiden van het plangebied ligt de N453 Beijerincklaan. Ten westen van het plangebied ligt de N457 Vredenburghlaan. Aan de noordwestzijde liggen een aan agrarisch bedrijf en een tuinbouwbedrijf. De percelen binnen het plangebied worden voornamelijk agrarisch gebruikt. Het gaat om graslanden met veelal een monocultuur van engels raaigras (Lolium perenne). De graslanden worden omsloten door verschillende watergangen, de brede watergang aan de zuidoostzijde betreft een primaire watergang. De overige sloten in het plangebied worden op de legger van het waterschap aangeduid als overige watergangen. De watergangen en sloten hebben veelal steile taluds en fungeren als ontwatering van de percelen. De percelen zijn afgerasterd door middel van houten palen en schriklint voor paarden. De percelen liggen in een veelal open landschap met aan de noordwestkant een aantal volwassen bomen. Een impressie van deel 1 van het plangebied tijdens het veldbezoek op 14 december 2023 is weergegeven in Figuur 3.

LANECO 6

a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e

Quickscan flora en fauna Park Vredenburgh fase 3 te Waddinxveen

Figuur 3 Foto's veldbezoek 14-12-2023 in deel 1 plangebied (Laneco, 2023)

1.2.2 Plangebied deel 2 Deel 2 van het plangebied ligt ten westen van de woonwijk Triangel. Het plangebied ligt buiten de bebouwde kom van de gemeente Waddinxveen. Ten noorden van het plangebied ligt de N453 Beijerincklaan. Ten westen van het plangebied ligt de N457 Vredenburghlaan. Ten zuiden van het plangebied ligt de N451 met het naastgelegen fietspad met de naam Moerkapellepad. Aan de oostzijde ligt een waterrijk natuurgebied in pioniersfase met een aantal kleine bosschages. In deze bosschages staan ook naaldbomen. Aan de noordzijde van het plangebied liggen een drietal woningen, waarvan twee stuks binnen het plangebied. In de quickscan is het uitgangspunt dat de gebouwen in stand worden gehouden. De derde woning net buiten het plangebied betreft een agrarisch bedrijf met paarden. De percelen binnen het plangebied worden voornamelijk agrarisch gebruikt. Ongeveer op 1/3 van het zuiden van het plangebied ligt een primaire watergang. De percelen ten zuiden van deze primaire watergang zijn verruigd met een kruidenrijke vegetatie. De percelen ten noorden van de primaire watergangen zijn voornamelijk om graslanden met veelal homogeen engels raaigras (Lolium perenne). Eén van de percelen is gebruikt voor het verbouwen van mais. De percelen worden omsloten door verschillende watergangen.

De brede watergang op 1/3 van het zuiden en de brede watergang aan de noordzijde van het plangebied zijn primaire watergangen. Deze watergangen hebben steile strakke taluds met rechte lijnen. De overige sloten in het plangebied worden op de legger van het waterschap aangeduid als overige watergangen. De sloten in het zuidelijke gedeelte van het plangebied hebben een natuurlijk karakter met afwisselende taluds, verlandende oevers. De taluds zijn afgewisseld met vegetatie en open plekken. De percelen zijn veelal niet afgerasterd, behoudends de meest noordelijke percelen waar de afrastering bestaat uit houten palen met een draad. De percelen liggen in een veelal open landschap. Aan de noordwestkant van het plangebied staat een aantal volwassen bomenrijen langs de percelen met soorten als zwarte els (Alnus glutinosa) en wil (Salix spec.). Aan een aantal bomen hangen vleermuiskasten nabij het perceel van Tweede Bloksweg 48.

LAN ECO Quickscan flora en fauna Park Vredenburgh fase 3 te Waddinxveen

a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e

7

Een impressie van deel 2 van het plangebied tijdens het veldbezoek op 14 december 2023 is weergegeven in Figuur 4.

LANECO 8

a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e

Quickscan flora en fauna Park Vredenburgh fase 3 te Waddinxveen

Figuur 4 Foto's veldbezoek 14-12-2023 in deel 2 plangebied (Laneco, 2023) Rij 1, 2 en 3 betreft foto’s ruige terrein ten zuiden van primaire watergang Rij 4, 5 en 6 betreft foto’s van noordelijke percelen en bomenrijen incl. tijdelijke nestkasten vleermuizen

LAN ECO Quickscan flora en fauna Park Vredenburgh fase 3 te Waddinxveen

a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e

9

2

TOETSING 2.1 ONDERZOEKSMETHODIEK Via de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF, 2014 t/m 2024) en de module Besi kan een indruk worden verkregen van de beschikbaarheid van soortengegevens. De gegevens

geven

echter

alleen

een

indicatie.

Daarom

zijn

ook

andere

verspreidingsbronnen geraadpleegd (zie literatuurlijst in bijlage 2). De meeste gegevens betreffen relatief globale verspreidingsgegevens. Omdat deze gegevens vrij globaal zijn is de beoordeling in de quickscan vooral gebaseerd op een veldbezoek door een ecoloog. De aanwezigheid van soorten in een gebied is bepaald bij een reikwijdte van 5 kilometer rondom het plangebied. Wanneer er naar de directe omgeving wordt gerefereerd, betreft het een straal van circa 100 meter rondom het plangebied. Op 14 december 2023 hebben twee ecologen van Laneco het plangebied en de directe omgeving verkend. Het doel van het veldbezoek was om een indruk te krijgen van de biotopen ter plaatse en de geschiktheid van habitat voor de verschillende soortgroepen te beoordelen. Dit veldbezoek heeft nadrukkelijk niet de status van een volledige veldinventarisatie en geeft slechts een globaal beeld van aanwezige soorten en habitats op basis van een momentopname. Het veldbezoek is uitsluitend uitgevoerd vanaf openbaar terrein, de betreffende perceeleigenaren verleenden geen toegang tot de betreffende percelen. Dit betekend dat het veldonderzoek uitsluitend vanaf de randen van het plangebied is uitgevoerd door visuele waarnemingen op afstand. In het onderzoek wordt onderscheid gemaakt tussen plangebied deel 1 en 2 zover dit nodig is om de natuurwaarde specifiek te omschrijven.

Als het totale plangebied wordt beschreven dan wordt daarmee bedoelt zowel plangebied deel 1 als 2.

LANECO 10

a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e

Quickscan flora en fauna Park Vredenburgh fase 3 te Waddinxveen

2.2 NATUURNETWERK NEDERLAND Het totale plangebied ligt niet binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het dichtstbijzijnde NNN-gebied ligt op circa 270 meter afstand van het plangebied, zie Figuur 5. Door het uitvoeren van de werkzaamheden gaat geen oppervlakte aan NNNgebied verloren.

Figuur 5 Globale ligging plangebied (rode kader) ten opzichte van het dichtstbijzijnde NNN gebied (groene vlak) (Atlas leefomgeving, 2024)

Gezien de aard van de ingreep en de al aanwezige agrarische activiteiten kunnen negatieve effecten op het NNN-gebied worden uitgesloten. 2.2.1 Overige beleidskaders Er zijn geen andere beleidskaders uit het Natuurbeleidsplan (NBP) van toepassing in het plangebied. Voor de voorgenomen ontwikkeling zijn er in het kader van het NBP dan ook geen consequenties te verwachten.

LAN ECO Quickscan flora en fauna Park Vredenburgh fase 3 te Waddinxveen

a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e

11

2.3 OMGEVINGSWET – ONDERDEEL NATURA2000-ACTIVITEITEN Het plangebied ligt op ongeveer 7,8 kilometer afstand van het Natura 2000-gebied ‘Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein’ (Atlas voor de leefomgeving, 2024). Door de voorgenomen ingreep gaat geen oppervlakte aan Natura 2000-gebied verloren.

Figuur 6 Globale ligging plangebied (rode kader) ten opzichte van het dichtstbijzijnde N2000 gebied (blauwe vlak) (Atlas leefomgeving, 2024) Voor de meeste externe invloeden van de werkzaamheden, zoals geluid, licht, menselijke aanwezigheid en trilling, kunnen gezien de afstand en de reeds aanwezige bedrijvigheid, effecten op het Natura 2000-gebied worden uitgesloten. De bestemming van het plangebied en mogelijk de gebruiksintensiteit wijzigen als gevolg van de ontwikkeling. De geplande ontwikkeling kan hiermee leiden tot een dermate verhoogde verkeersintensiteit dat effecten kan worden verwacht op Natura 2000-gebieden. In de bouwfase kan de uitstoot tijdelijk verhoogd zijn met mogelijk negatieve effecten op Natura 2000-gebieden. Een AERIUS berekening is volgens het meest recente stikstofbesluit, nodig om dit definitief te bepalen voor de diverse planfasen tenzij middels een voortoets negatieve effecten kunnen worden uitgesloten.

LANECO 12

a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e

Quickscan flora en fauna Park Vredenburgh fase 3 te Waddinxveen

2.4 OMGEVINGSWET – BESCHERMING HOUTOPSTANDEN Het plangebied ligt buiten de bebouwingscontour houtkap en daarmee binnen het toepassingsgebied

voor

de

bescherming

van

houtopstanden.

Het

onderdeel

houtopstanden van de Omgevingswet is hier om die reden van toepassing. Indien er tot het verwijderen van bomen wordt overgegaan dient rekening te worden gehouden met de bepalingen uit de omgevingswet ten aanzien van het kappen en/of vellen van bomen uit een houtopstand.

2.5 OMGEVINGSWET – FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT In het kader van de Omgevingswet flora- en fauna-activiteit moet worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op (potentiële) verblijfplaatsen of (potentieel) leefgebied van beschermde planten en dieren.

2.5.1 Vaatplanten Het plangebied bestaat voornamelijk uit graslanden met veelal een homogene grasmat van engels raaigras (Lolium perenne). Aan de zuidoostzijde van plangebied deel 2 ligt een aantal verruigde percelen met een voedselrijke kruidenrijke vegetatie. Beschermde soorten vaatplanten zijn over het algemeen gebonden aan specifieke standplaatsen in natuurgebieden, op schrale (graan)akkers of andere bijzondere groeiplaatsen. Deze habitats komen binnen het relatief voedselrijke plangebied niet voor. De aanwezigheid van beschermde vaatplanten binnen het plangebied is uitgesloten. 2.5.2 Grondgebonden zoogdieren Om een goed beeld te krijgen van de te verwachten soorten grondgebonden zoogdieren in de directe omgeving van en binnen het plangebied zijn de volgende bronnen geraadpleegd: Atlas van de Nederlandse zoogdieren (Broekhuizen et al., 2016) en Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF, 2014 t/m 2024). Nationaal beschermde soorten met provinciale vrijstelling Binnen het plangebied en in de directe omgeving van het plangebied kunnen verschillende

nationaal

beschermde

zoogdiersoorten

voorkomen,

zoals

bunzing

(Mustela putorius), egel (Erinaceus europaeus), haas (Lepus europaeus), hermelijn (Mustela erminea), konijn (Oryctolagus cuniculus), ree (Capreolus capreolus), vos (Vulpes vulpes), wezel (Mustela nivalis) en verschillende algemeen voorkomende soorten muizen en spitsmuizen. Voor deze soorten geldt in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling een vrijstelling voor het aantasten van vaste rust- en verblijfplaatsen, mits de zorgplicht in acht wordt genomen (zie bijlage 1).

LAN ECO Quickscan flora en fauna Park Vredenburgh fase 3 te Waddinxveen

a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e

13

Niet-vrijgestelde nationale en Europees beschermde soorten Van de niet-vrijgestelde beschermde zoogdiersoorten is volgens bovengenoemde bronnen in de ruime omgeving van het plangebied het voorkomen bekend van bever (Castor fiber), boommarter (Martes martes), damhert (Dama dam), otter (Lutra lutra), steenmarter (Martes foina), noordse woelmuis (Alexandromys oeconomus) en waterspitsmuis (Neomys fodiens) in de omgeving. De bever en otter komen voor in moerassen, beken, rivieren of kanalen. Daarbij is de aanwezigheid van bomen en struiken op de oever van belang voor de bever. Het plangebied bevat open water, maar dit open water is te kleinschalig voor een bever. Daarnaast is het landschap in het plangebied veelal open met weinig tot geen bomen en struiken aan de oevers. De aanwezigheid van bever en otter in het plangebied wordt uitgesloten. De boommarter is een boombewonende soort die leeft op rustige plaatsen in aaneengesloten bos en een nest maakt in oude spechtholen of eekhoornnesten. Het plangebied is een veelal open landschap met een aantal bomenrijen van zwarte els en wilg die niet voldoende robuust zijn als leefgebied. Geschikte gaten voor boommarter zijn niet in het plangebied aangetroffen. De aanwezigheid van boommarter in het plangebied wordt uitgesloten. Darmhert leeft voornamelijk in uitgestrekte bossen, graslanden en uiterwaarde van rivieren.

De soorten zijn vaak mensschuw en hebben hun leefgebied niet binnen de bebouwde kom. Het plangebied ligt aan de rand van de bebouwde kom van Waddinxveen. Daarnaast geldt voor damhert een nulstandsbeleid buiten de Veluwe. De aanwezigheid van damhert in het plangebied wordt daarom uitgesloten. De steenmarter komt zowel binnen als buiten de bebouwde kom voor. Het territorium varieert van 80 tot 700 hectare, afhankelijk van de geschiktheid en het voedselaanbod. Deze martersoort leeft voornamelijk in bebouwing, en heeft een voorkeur voor gebieden met kleinschalige landbouw. De steenmarter jaagt waar hij kan op kleine prooien. Binnen het plangebied staat bebouwing en er zijn kleinschalige landschapselementen in de

omgeving

aanwezig.

Tijdens

het

veldbezoek

zijn

er

geen

sporen

en/of

toegangsmogelijkheden tot de bebouwing aangetroffen in het plangebied. De bestaande gebouwen konden niet geïnspecteerd worden, omdat er tijdens het veldbezoek geen toestemming was verleend voor het betreden van deze percelen. Hierdoor is op voorhand niet uit te sluiten dat er steenmarter aanwezig is in één van de gebouwen. Het plangebied is geschikt als foerageergebied gelet op de mogelijke aanwezigheid van voedsel voor de steenmarter. Daarentegen is er weinig tot geen dekking aanwezig in het plangebied in de vorm van struwelen en houtwallen. Dit maakt het plangebied suboptimaal voor steenmarter. Omdat er in de quickscan vanuit wordt gegaan dat de huidige gebouwen blijven staan en het toekomstige park beter geschikt wordt als leefgebied is nader onderzoek naar steenmarter niet benodigd.

LANECO 14

a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e

Quickscan flora en fauna Park Vredenburgh fase 3 te Waddinxveen

Het habitat van de noordse woelmuis bestaat uit natte drassige hooi- en rietlanden, moeras en vochtige duinvalleien. Belangrijk voor de noordse woelmuis is de afwezigheid van concurrentie met andere woelmuizen. Waar soorten als veldmuis en aardmuis voorkomen, wordt de noordse woelmuis weg geconcurreerd. De planlocatie is gezien de vrij droge randen wel geschikt voor andere soorten woelmuizen. Ook zijn de wat ruigere en nattere oeverzones voor deze grote woelmuizensoort erg smal. Natte rietlanden en moerasachtige zones komen in het plangebied niet voor. Aanwezigheid van noordse woelmuis kan dan ook worden uitgesloten. De waterspitsmuis is te vinden langs beken, rivieren, sloten en plassen. Binnen een straal van 500 meter dient schoon water aanwezig te zijn, met een goed ontwikkelde watervegetatie en begroeide flauwe oevers met voldoende schuilmogelijkheden. De sloten in het zuidoostelijke deel van plangebied deel 2 bieden geschikt waterbiotoop. De smalle oeverzones zijn geschikt als landbiotoop. Wanneer er werkzaamheden binnen twee meter van de oever worden uitgevoerd, kunnen negatieve effecten op waterspitsmuis niet worden uitgesloten. Conclusie Op

basis

van

de

verspreidingsgegevens

en

biotoopinschattingen

tijdens

de

veldverkenning wordt de aanwezigheid van vaste rust- of verblijfplaatsen van de beschermde soorten grondgebonden zoogdieren bever, boommarter, damhert, otter , steenmarter en noordse woelmuis binnen het plangebied uitgesloten. Wanneer binnen twee meter van de oevers van de sloten in het zuidoostelijke deel van plangebied deel 2 ingrepen worden uitgevoerd, kunnen negatieve effecten voor waterspitsmuis niet worden uitgesloten. Van de algemeen voorkomende zoogdiersoorten mogen de verblijfplaatsen bij ruimtelijke ingrepen en wijzigingen van beheer op basis van een provinciale vrijstelling worden aangetast. Hiervoor geldt wel de algemene zorgplicht. 2.5.3 Vleermuizen Om inzicht te krijgen in de aanwezige soorten vleermuizen in de directe omgeving van en binnen het plangebied zijn de volgende bronnen geraadpleegd: Atlas van de Nederlandse vleermuizen (Limpens et al., 1997), Atlas van de Nederlandse zoogdieren (Broekhuizen et al., 2016) en Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF, 2014 t/m 2024). Vleermuizen zijn vliegende zoogdieren die aan de hand van echolocatie hun positie bepalen. Deze nachtdieren verblijven overdag in besloten ruimtes. Vleermuizen worden globaal onderverdeeld in gebouwbewonende soorten en boombewonende soorten. Er zijn ook soorten die van beide elementen gebruik maken. Ook is er onderscheid te

LAN ECO Quickscan flora en fauna Park Vredenburgh fase 3 te Waddinxveen

a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e

15

maken in de zomer- en winterverblijfplaatsen van de verschillende soorten. Een groot aantal soorten overwintert in bunkers, grotten en kelders. Dit geldt ook voor sommige soorten die ’s zomers in boomholten verblijven. Andere soorten vleermuizen verblijven het gehele jaar in gebouwen (spouwmuren, achter gevelbetimmeringen en dergelijke) of bomen (in holten of achter de bast). Alle vleermuissoorten, hun verblijfplaatsen en belangrijke onderdelen van het leefgebied zijn beschermd in Omgevingswet (artikel 11.46 van deze wet en bijlage IV van de Habitatrichtlijn). Volgens de verspreidingsgegevens uit bovengenoemde bronnen komen in de omgeving van het plangebied verschillende soorten vleermuizen voor zoals gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus), laatvlieger (Eptesicus serotinus), meervleermuis (Myotis dasycneme), rosse vleermuis (Nyctalus noctula), ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii). Van deze soorten is de rosse vleermuis overwegend een boombewonende soort. De ruige dwergvleermuis verblijft in zowel gebouwen als in bomen en de gewone dwergvleermuis, laatvlieger en meervleermuis zijn overwegend gebouwbewonend. Verblijfplaatsen Het plangebied bestaat uit graslanden in agrarisch gebruik met omliggende sloten. Daarnaast zijn er een aantal bomen(rijen) en gebouwen aanwezig in het plangebied.

Tijdens het veldbezoek was het niet mogelijk om de percelen te betreden en de bomen en gebouwen gedetailleerd te onderzoeken. Het is niet bekend of er holtes en/of spelen in bomen aanwezig zijn of anderzijds de gebouwen toegankelijk zijn voor vleermuizen. In plangebied deel 2 zijn tijdelijke vleermuiskasten aangetroffen in bomenrijen aan de noordoostzijde van het plangebied nabij Tweede Bloksweg 48. De aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen in de bomen en gebouwen kan niet worden uitgesloten. Als er bebouwing wordt gesloopt of bomen worden gekapt is vervolgonderzoek noodzakelijk. Vliegroutes en foerageergebied Van vleermuizen is bekend dat zij lijnelementen, zoals bomenrijen of bebouwing, gebruiken als vliegroute van en naar foerageergebieden en verblijfplaatsen. Rondom het plangebied zijn verschillende lijnelementen aanwezig. In plangebied 1 ligt aan de westzijde van het plangebied een brede watergang parallel aan de watergangen. In plangebied 2 liggen aan de noordwestzijde diverse bomenrijen en aan de westzijde van het plangebied ligt een brede watergang parallel aan het plangebied. Aan de zuidoostzijde van plangebied 2 ligt een brede watergang haaks op het plangebied. Deze lijnelementen zijn potentieel geschikt als foerageergebied en als vliegroute en vormen mogelijk een essentieel onderdeel van het functionele leefgebied van vleermuizen.

Als deze watergangen deels worden gedempt; of de invloed van verlichting op deze watergangen neemt toe, dan zijn effecten op vliegroutes niet uit te sluiten.

LANECO 16

a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e

Quickscan flora en fauna Park Vredenburgh fase 3 te Waddinxveen

Conclusie Als er bij de voorgenomen ontwikkeling gebouwen en/of bomen worden gekapt is een nadere inspectie naar mogelijke holtes, spleten en invliegopeningen noodzakelijk met mogelijk vervolgonderzoek naar verblijfplaatsen van gebouw bewonende en/of boombewonende vleermuizen noodzakelijk. Als er bij de voorgenomen ontwikkelingen bomenrijen en watergangen worden gedempt welke zijn aangeduid als mogelijk essentieel leefgebied voor vleermuizen, is nader onderzoek naar vliegroutes en/of foerageergebieden van vleermuizen noodzakelijk. Indien gebouwen, bomen, bomenrijen en brede watergangen behouden blijven in de voorgenomen ontwikkeling, kunnen negatief effecten op vleermuizen en/of essentiële functies

worden

uitgesloten.

Nader

onderzoek

naar

vleermuizen

is

dan

niet

noodzakelijk. Bij werkzaamheden dient wel rekening te worden gehouden met de zorgplicht, door bijvoorbeeld overdag te werken en verstoring door licht te voorkomen. 2.5.4 Vogels Alle vogels zijn strikt beschermd in de Omgevingswet (Artikel 11.37 en artikel 11.38 uit het Bal). Aantasting van actief gebruikte nesten is niet toegestaan. Van een aantal vogelsoorten zijn de nesten en nestlocaties (verblijfplaatsen en leefgebied) het gehele jaar door beschermd. Deze jaarrond beschermde vogelsoorten zijn onderverdeeld in vier categorieën: 1. Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats (voorbeeld: steenuil (Athene noctua)). 2. Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden (voorbeeld: huismus (Passer domesticus)). 3. Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders (voorbeeld: kerkuil (Tyto alba) en slechtvalk (Falco peregrinus)). 4. Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen (voorbeeld: ransuil (Asio otus)). De vogels uit deze categorieën zijn meestal zeer honkvast of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar.

Door de leefwijze van deze soorten is het niet mogelijk om bij directe verstoring van de nesten te voldoen aan de bepalingen uit de Wet natuurbescherming. De lijst van jaarrond beschermde vogels is in september 2009 door het ministerie van LNV gepubliceerd. Ook is er een lijst vogels aangewezen waarvan alleen bij effecten op populatieniveau maatregelen nodig zijn; de zogenaamde categorie 5. In het plangebied en de ruime omgeving komen volgens de verspreidingsgegevens de soorten steenuil (Athene noctua), kerkuil (Tyto alba), ransuil (Asio otus), sperwer (Accipiter nisus), slechtvalk (Falco peregrinus), boomvalk (Falco subbuteo), buizerd

LAN ECO Quickscan flora en fauna Park Vredenburgh fase 3 te Waddinxveen

a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e

17

(Buteo buteo), havik (Accipiter gentilis), wespendief (Pernis apivorus), ooievaar (Ciconia ciconia), roek (Corvus frugilegus), grote gele kwikstaart (Motacilla cinerea), huismus (Passer domesticus), gierzwaluw (Apus apus) en zwarte wouw (Milvus migrans) voor. Gierzwaluw is een soort die in Nederland broedt in bebouwing, bijvoorbeeld onder dakpannen. Ze broeden graag in kolonies en hebben minimaal 3 meter vrije ruimte onder de nestlocatie nodig om weg te kunnen vliegen. De huismus leeft in en nabij menselijke bebouwing, zowel binnen als buiten de bebouwde kom. Het dier bouwt zijn nest in of tegen bebouwing (bijvoorbeeld in een dichte klimop of onder een dakpan). Er moet altijd voldoende voedsel, schuilgelegenheden (dichte bosschages) en zandbaden nabij de nestplaats aanwezig zijn. De gebouwen en de omgeving van de gebouwen in plangebied deel 2 en aan de rand van deel 1 vormen potentieel geschikt habitat voor huismus

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15153769/2