Visie Sociaal Domein 2024
Tekst van het document
41 Visie Sociaal Domein 2024-2028
doelgroepen waar onze consulenten zich op richten. Meer informatie hierover in hoofdstuk 3.2. In een overzicht: Preventie 1. Universeel 2. Selectief 3. Geïndiceerd 4. Zorg & Hulp
Wmo/Jeugdhulp 1. Preventie 2. Groen 3. Oranje 4. Rood
Participatiewet 1.Snel bemiddelbaar 2.Bemiddelbaar met extra ondersteuning 3.Met veel ondersteuning 4.Niet bemiddelbaar
42 Visie Sociaal Domein 2024-2028
4. Lokale belangen regionaal versterken In dit hoofdstuk geven we aan welke onderwerpen de komende periode met name voor ons van lokaal belang zijn en die we, zonder samenwerking in de regio, onvoldoende verder kunnen ontwikkelen.
4.1.
Werken en leren
Waddinxveen is een vrij kleine gemeente. Het heeft voordeel om regionaal samen te werken in regionale programma’s. Waddinxveen heeft ook relatief weinig mensen in de uitkering. Daarom wordt er gekozen voor een persoonlijke aanpak. Belangrijk is dat wij onze inwoners kennen en dat de inwoner weet wie zijn of haar contactpersoon bij de gemeente is. Hierdoor blijft het contact laagdrempelig en kennen wij de meeste van onze inwoners die ondersteuning gebruiken. Hierdoor kan maatwerk worden toegepast, want elk persoon is anders en heeft vaak iets anders nodig. Wij zetten niet in op grootschalige reintegratie trajecten, maar kijken juist wat per persoon nodig is en zoeken daar het juiste re-integratie traject bij. Er wordt natuurlijk eerst gekeken wat al aanwezig is zoals bijvoorbeeld dienstverlening via het WSP of Promen. Als dit niet kan, dan wordt verder gekeken wat nodig is. Dit kan bijvoorbeeld een opleiding zijn of vrijwilligers werk. Ook worden hier lokale initiatieven bij betrokken zoals JobHulpMaatje.
4.1.1. Wat willen we?
Meedoen met relevante regionale programma’s
4.2.
Wonen en begeleiding
Vanuit VWS is er de opdracht om in de regio te komen met een plan voor alternatieve woonvormen. Hierbij moet ook de doorstroom gestimuleerd worden. Van beschermd wonen naar beschut wonen, preventieve zorg en begeleiding thuis Wij hebben in 2019 besloten geen Waddinxveense inwoners in Beschermd Wonen of de Daklozenopvang te willen. In de afgelopen periode hebben wij gemerkt dat wij dit besluit bij moeten stellen, op basis van de realiteit. Wij willen dat inwoners met een psychische kwetsbaarheid zo zelfstandig mogelijk in een voor hun vertrouwde omgeving kunnen wonen met de juiste ondersteuning. Zo weinig mogelijk mensen maken gebruik van een beschermde woonvorm. Er zijn mensen die tijdelijk niet meer zelfstandig kunnen wonen en tijdelijk 24-uurs toezicht nodig hebben. Aan deze mensen wordt een beschermde woonvorm geboden met ondersteuning die erop gericht is om mensen zo snel mogelijk weer zelfstandig te laten wonen met ondersteuning (van beschermd wonen naar een beschermd thuis). Wij willen dat mensen niet dakloos raken. We investeren daarom in voorzieningen op alle leefgebieden, waaronder preventie en nazorg van hulp-op-maat. Er is een tekort aan woningen (lokaal), die we wel moeten realiseren voor specifieke doelgroepen. Daarnaast is van belang dat er voldoende en vooral passende begeleiding is voor de specifieke doelgroepen.
Dit is ook in de woonzorgvisie vastgesteld (december 2022). Dat is een punt waar we regionaal en lokaal alert op moeten zijn en aandacht voor moeten blijven vragen. Het tekort aan woningen en voorzieningen speelt ook bij de ambitie om jeugdigen niet meer in een 24uursvoorziening te plaatsen (van JeugdzorgPlus naar meer ambulantisering). In de cijfers van Jeugdhulp zien wij overigens deze gewenste ontwikkeling terug.
43 Visie Sociaal Domein 2024-2028
We voldoen aan onze taakstelling voor contingentwoningen (8). We voldoen op dit moment nog niet aan onze taakstelling op het gebied van beschut wonen (10 woningen) en maken daarom gebruik van beschut wonen in de regio. De regio Midden-Holland heeft in november 2022 een uitgebreide analyse naar wonen met zorg afgerond. De doelgroepen van de analyse zijn ouderen met een (toekomstige) lichte of zware zorgbehoefte en mensen met een lichamelijke, verstandelijke en psychische beperking. We willen de analyse verder uitwerken tot een regionale woonzorgvisie met uitvoeringsafspraken voor de regio en per gemeente. Er is een projectleider Wonen en een projectleider Zorg aangetrokken om als duo deze opdracht op te pakken. Naar verwachting wordt de regionale woonzorgvisie in het tweede kwartaal van 2024 opgeleverd. 4.2.1. Wat moeten we / willen we?
Wij willen dat mensen niet dakloos raken. We investeren daarom in voorzieningen op alle leefgebieden, waaronder preventie en nazorg van hulp-op-maat. We willen woningen realiseren voor specifieke doelgroepen met passende begeleiding.
4.3.
Veilig opvoeden / jeugdbescherming
Waddinxveen heeft relatief gezien veel kinderen Onder Toezicht (OTS). Daarnaast worden de kosten voor het product JB/JR jaarlijks hoger. Dit betekent dat we bij dit onderwerp extra moeten opletten. In 2023 is voor het project Samen Veilig Opgroeien een Plan van Aanpak voorgelegd waarbij wordt aangesloten op het Landelijke Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming. De beweging om verder te ontwikkelen gaan we regionaal ondersteunen, waarbij positioneren van de Jeugdbeschermingstafel, de aanpak huiselijk geweld, kindermishandeling en complexe scheidingen in de nieuwe ketensamenwerking een plek krijgt. 4.3.1. Wat moeten we / willen we?
Ervoor zorgen dat zoveel mogelijk kinderen kunnen opgroeien bij hun ouder(s) of in een pleeggezin. Samenwerking met de veiligheidsketen in de ontwikkeling naar het Toekomstscenario. Hierbij positioneren van de Jeugdbeschermingstafel, de aanpak huiselijk geweld, kindermishandeling en complexe scheidingen.
4.4.
Passend onderwijs
We willen dat alle kinderen in Waddinxveen het onderwijsaanbod krijgen dat ze nodig hebben. Scholen en kinderopvang willen een onderwijsaanbod dat aansluit bij de behoeften. Dit gebeurt in samenwerking met de gemeente, jeugdzorg- en maatschappelijke organisaties. Via samenwerking tussen gemeenten en onderwijs en samengevoegde middelen per school wordt het zorgaanbod betaalbaarder (efficiency). Bovendien ontstaat zo inzicht in de omvang van de vraagbehoefte en de mogelijk onderliggende verklaringen. Dit vindt plaats in overleg en afstemming met de lokale beleidsadviseurs passend onderwijs en de samenwerkingsverbanden passend onderwijs in onze regio. Voor het inzicht en input voor de juiste inzet op school wordt gebruik gemaakt van het dashboard jeugdhulp-passend onderwijs. Iedere partij heeft hiervoor gegevens aangeleverd.
44 Visie Sociaal Domein 2024-2028
Jeugdhulp op school (JOS) zal in 2024 geëvalueerd worden zodat bijtijds besloten kan worden over het vervolg vanaf 2026 Wat ondersteunend werkt zijn de landelijke ontwikkelingen. Het Rijk maakt bijvoorbeeld een landelijke norm voor de basisondersteuning in het kader van Passend onderwijs. De norm wordt ontwikkeld in verschillende stappen, waarbij de eerste een ontwikkeling op drie ondersteuningsgebieden is (lezen/spellen en dyslexie, meer- en hoogbegaafdheid, en leergedrag).
4.4.1. Wat moeten we / willen we?
We willen de beweging maken van passend naar inclusief onderwijs. We werken onze ambities verder uit in de Lokale Educatieve Agenda (LEA), in samenwerking met de onderwijspartners.
45 Visie Sociaal Domein 2024-2028
5. Monitoring In het onderzoek dat AEF eind 2020 heeft uitgevoerd adviseren ze ook om monitoring op beleidsdoelen te versterken. “Het van belang dat verschillende sturingsinstrumenten onderling consistent zijn en gebaseerd zijn op een duidelijke visie. Daarnaast is het alleen mogelijk om sturing verder te ontwikkelen als zicht is op de effecten van het gekozen beleid, zowel financieel als inhoudelijk.” In het collegeprogramma hebben wij aangegeven dat het belangrijk is dat de zorg betaalbaar blijft. Dit om ervoor te zorgen dat ook in de toekomst noodzakelijke zorg geboden kan worden. Een rechtvaardige en tegelijk zorgvuldige aanpak in het sociaal domein vraagt om een stevige sturing. Om ervoor te zorgen dat de verschillende taken binnen het sociaal domein effectief worden en er gestuurd kan worden op het behalen van de gestelde doelen binnen de daarvoor beschikbare middelen is het noodzakelijk dat gemeenten een doordachte en systematische monitoring ontwikkelt en implementeert. Daarnaast is goede monitoring ook noodzakelijk voor het afleggen van verantwoording en om na te gaan of de gedane inspanningen de gewenste resultaten oplevert. In dit hoofdstuk wordt in grote lijnen uiteengezet wat monitoring in het sociaal domein is en welke uitgangpunten wij hanteren voor onze monitoringsaanpak.
5.1 Wat is monitoring Monitoring is het systematisch volgen, observeren en verzamelen van gegevens, informatie of metingen om de voortgang, status, prestaties of veranderingen van een proces, project, systeem of situatie te bewaken. Het doel van monitoring is om tijdig inzicht te krijgen in hoe iets verloopt, zodat eventuele problemen, afwijkingen of trends kunnen worden opgemerkt en aangepakt. Monitoring is dus nadrukkelijk geen eenmalige activiteit, maar een continu proces. Monitoring draait daarnaast niet alleen om het verzamelen van gegevens, maar ook om het ordenen, beheren en het regelmatig interpreteren en analyseren van die gegevens en het zo nodig nemen van gerichte acties op basis van de bevindingen. Voor het analyseren van onze gegevens hebben we een aantal meetinstrumenten tot onze beschikking: - Monitor Sociaal Domein - Monitor RDS (regionaal) - Dashboard beschikkingen (bedrijfsvoering). - Cliënttevredenheidsonderzoeken Wmo, Jeugdhulp en Participatiewet. Daarnaast wordt de komende periode gewerkt aan meer inzicht in de inzet van preventieve activiteiten.
5.2 Uitgangspunten voor monitoring Onze aanpak voor monitoring binnen het sociaal en maatschappelijk domein bestaat uit de volgende uitgangspunten: 1. We gaan uit van doelen, structurele taken en middelen Het monitoren van taken binnen het sociaal domein begint met het duidelijk definiëren van waar de inzet van de gemeente toe moet leiden. Dit zijn de gewenste maatschappelijke effecten en de (strategische) doelen die de gemeente zichzelf stelt voor het sociaal domein. Die doelen zij in de eerste plaats terug te vinden in dit document. Daarnaast worden ook regionaal doelen bepaald.
46 Visie Sociaal Domein 2024-2028
Deze doelstellingen moeten meetbaar en zo specifiek mogelijk zijn, zodat ze kunnen worden vertaald naar concrete indicatoren. Een indicator is wat we daadwerkelijk meten. We bepalen de indicatoren het liefst nog voordat we de doelen vaststellen. Zo voorkomen we dat we doelen bepalen die achteraf niet, niet regelmatig genoeg, of alleen met onvoorziene extra inzet, gemeten kunnen worden. Naast duidelijke doelen is er een overzicht nodig van de verschillende structurele taken die een gemeente heeft binnen het sociaal domein. Sommige taken voeren we uit, omdat we dit moeten doen van de rijksoverheid. Een duidelijke doelstelling bij de taak ontbreekt dan, terwijl er met de taak wel kosten gemoeid zijn en/of de taak wel degelijk bijdraagt aan een (impliciet) beleidsdoel. Ook hier geldt dat we de indicatoren het liefst bepalen nog voordat we beginnen met het uitvoeren van de taken. Incidentele taken zijn minder geschikt om op te nemen in de monitoring. Natuurlijk is wel van belang dat deze ook worden uitgevoerd, maar hierover rapporteren we meestal in tekst (de actie is uitgevoerd), en niet in cijfers. Naast doelen en taken kijken we ook naar de kosten die met die taken gemoeid zijn. Zo krijgen we een duidelijke koppeling tussen inhoud en financiën. 2. We bewaken de continuïteit van onze metingen Cijfers gaan spreken als ze een verschil laten zien.
Een verschil tussen twee wijken, of tussen doelgroepen. Of een verschil tussen de eigen gemeente en andere, vergelijkbare gemeenten. Maar ook verschil in tijd. Bijvoorbeeld dat jongeren steeds minder roken. Een verschil in tijd kun je pas zien als je steeds hetzelfde meet en dat steeds op dezelfde manier doet. Het is daarom van belang dat we ons bewust zijn van welke metingen we gebruiken en dat we ons realiseren dat het stoppen of wijzigen van met een meting ervoor kan zorgen dat we niet meer goed kunnen nagaan hoe de uitvoering verloopt en of we onze doelen behalen. 3. Monitoring werk allen met regelmatige gegevensanalyse Gegevensanalyse is altijd onderdeel van monitoring. Zonder gegevensanalyse is er namelijk geen sprake van monitoring, maar slechts van dataverzameling. Door de gegevens te interpreteren verkrijgen we de benodigde inzichten in wat wel en niet werkt en waar eventuele aanpassingen nodig zijn. Monitoring vereist dus dat verzamelde data regelmatig bekeken en geanalyseerd wordt. Maar hoe vaak doe je dat? Moderne technieken maken realtimemonitoring mogelijk: zo kun je elk moment zien hoe het ervoor staat. Maar sommige dingen veranderen niet zo snel, of worden maar eens per zoveel jaar gemeten. Daarom is het soms voldoende of zinnig om slechts een keer per jaar te kijken hoe het staat met een doelgroep of de cliëntervaring.
Daarnaast geeft hoogfrequenter monitoren actuelere informatie, maar brengt het ook meer belasting met zich mee. 4. Monitoring doe je samen Een effectieve monitoring van taken binnen het sociaal en maatschappelijk domein vereiste betrokkenheid van verschillende belanghebbenden, zoals maatschappelijke organisaties en zorgaanbieders. Zij voeren, namens, of gefinancierd door de gemeente, taken uit en dragen zo bij aan het behalen van de beleidsdoelen van de gemeente. Van hen verwachten we dan ook vaak dat zij aan ons gegevens aanleveren over wat zij doen. Vaak hebben deze partijen ook hun eigen monitoringssystemen. Deze partijen ervaren echter ook problemen, omdat verschillende gemeenten verschillende gegevens van ze vragen. Uitvoerders zien daarnaast dagelijks hoe het gaat in het sociaal domein. Daarmee zijn ze een waardevolle bron van informatie uit de praktijk en kunnen ze als geen ander kleuring geven aan cijfers.
47 Visie Sociaal Domein 2024-2028
5.3 Programma sturen op kosten In 2019 zijn beheersmaatregelen opgesteld voor het programma Sturen op Kosten. Op basis van de ontwikkelingen en monitoring van maatregelen wordt dit programma jaarlijks bijgesteld. Eén van de maatregelen is bijvoorbeeld het niet- gecontracteerd aanbod. In 2023 is een regionale analyse gemaakt op het niet-gecontracteerde aanbod. Waddinxveen heeft extra ingezet op het beperken van dit aanbod en / of afspraken te maken op basis van het regionale gangbare tarief. Dit in het kader van het programma Sturen op kosten. Het gaat hierbij vooral om meer inzicht in de uitgaven van Wmo en Jeugdhulp en hoe we eventueel kunnen bijsturen. Onze inzet wordt regionaal ondersteund. Het regionale uitgangspunt is om alleen in specifieke uitzonderingsgevallen over te gaan tot de inzet van niet-gecontracteerd zorgaanbod. Van belang is dat wordt gekeken naar het zorgaanbod dat eventueel ontbreekt of te weinig aanwezig is en dat de kwaliteitstoetsing is geborgd.
5.4 Contractmanagement (regionaal) Via regionaal contractmanagement sturen we op de kwaliteit van het zorgaanbod. Dit wordt onder andere gedaan door bij signalen een uitvraag te doen die betrekking heeft op kwaliteitseisen, Het gaat dan om certificering, diploma’s, VOG (Verklaring Omtrent Gedrag), gebruik van methodieken, gezinsen toekomstplannen en verantwoorde werktoedeling. Daarnaast vinden er contractgesprekken plaats. Ook wordt geïnvesteerd in de samenwerking in de vorm van een overlegtafel met grotere aanbieders. Tot slot wordt door het verdelen van het zorggebruik, data-gedreven werken, partnerschap en maatschappelijke zorg gewerkt aan het beheersen van en sturen op kosten van het zorgaanbod in Midden-Holland.
5.5 Regionaal Toezicht Recent is door het ministerie een brief naar de tweede Kamer gestuurd met een nieuw beleidskader Wmo toezicht. Dit beleidskader gaat uit van een aanscherping van de Wmo op het gebied van toezicht. Concreet gaat het bijvoorbeeld om het verplicht organiseren van toezicht op regionaal niveau. En een verplichting tot het vaststellen van een beleidskader door de raad. Bovendien moeten de rapporten openbaar gemaakt worden. Tot slot moet de onafhankelijke positie van de toezichthouder gegarandeerd zijn. De termijn van deze actiepunten is nog niet duidelijk.
5.6 Wat willen we?
We willen inzicht in hoeverre we onze beleidsdoelen halen en wat de onderlinge verhouding is. We analyseren deze gegevens samen met onze partners. We willen meer inzicht in redenen voor stijging van onze uitgaven. En acties uitvoeren die hierin verandering kunnen brengen. We voeren o.a. een eigen bijdrage in op basis van juridische mogelijkheden.
48 Visie Sociaal Domein 2024-2028
6. Bronvermelding -
Beleidskader Sociaal Domein 2019 – 2023.
-
Uitvoeringsprogramma Sociaal Domein 2019 – 2023.
-
Collegeprogramma Thuis in Waddinxveen, 2022 – 2026.
-
Regionaal inkoopkader Jeugdhulp en Wmo.
-
Preventiewerkplan Wadwijzer 2020.
-
Rapport Rekenkamercommissie uitvoering Participatiewet.
-
Regiovisie Scherper aan de Wind.
-
Stelsel in Groei, een onderzoek naar financiële tekorten in de Jeugdzorg, AEF, 15 december 2020.
-
Maatregelen financiële beheersbaarheid Jeugdwet. Stuurgroep Maatregelen financiële beheersbaarheid Jeugdwet 8 april 2021.
-
Jeugdzorg: een onderwerp van aanhoudende zorg. Uitspraak en advies van de arbitragecommissie inzake het geschil tussen Rijk (ministerie van VWS) en gemeenten (VNG) over de structurele financiering van de jeugdzorg. 18 mei 2021.
-
Hoofdlijnenbrief toekomst Wmo, Tweede Kamer, staatssecretaris Van Ooijen, 4 november 2022.
-
Hervormingsagenda 8.0, april 2023.
-
Samenvatting Integraal Zorgakkoord, 16 september 2022.
-
Monitor Sociaal domein 2022.
-
Het programma Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen (WOZO), 2 juli 2022.
-
WOZO, brief aan de tweede kamer, 4 juli 2022, minister van langdurige zorg en sport. Conny Helder.
-
Jaarprogramma Regio Midden-Holland, 2024.
-
Woonzorgvisie Waddinxveen 2035.
-
Monitor GGD Midden-Holland, een gezonder Hollands Midden.
-
Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). www.cbs.nl
-
Website Wadwijzer / Wadwijzer.info
49 Visie Sociaal Domein 2024-2028