Visie Sociaal Domein 2024
Tekst van het document
1.2.5.
Beschermd Wonen
Het aantal indicaties voor beschermd wonen blijft in de regio redelijk stabiel. In 2021 hebben mensen die hun leven lang intensieve geestelijke gezondheidszorg (GGZ) nodig hebben toegang gekregen tot de Wlz. Hiermee is ook een aantal plekken beschermd wonen Wmo verandert naar Wlz-plekken. Het aantal plekken Beschermd Wonen is hiermee gehalveerd. In januari 2020 makten 200 mensen uit de regio gebruik van Beschermd Wonen. In mei van dit jaar waren dat er 109. Om de beweging van beschermd wonen naar een beschermd thuis te maken, is vanaf 2021 beschut wonen als nieuw product vastgesteld door de vijf regiogemeenten, waardoor deze woonvorm ook niet langer onder beschermd wonen valt. Inmiddels zijn in de regio 51 plekken beschut wonen gerealiseerd. Waddinxveen heeft toegezegd tien plekken voor beschut wonen te realiseren. Deze hebben nog geen definitieve locatie gekregen. Inwoners die voor beschut wonen in aanmerking komen, worden op dit moment buiten Waddinxveen geplaatst. Op dit moment maken 3 inwoners uit Waddinxveen gebruik van beschut wonen (mei 2023). 1.2.6.
Participatiewet
Over de afgelopen 10 jaar is het percentage personen met een bijstandsuitkering ten opzichte van de totale bevolking van Waddinxveen stabiel gebleven (tussen de 2,7 en 3,3%). De groei van de gemeente Waddinxveen betekent dus geen groei in het aantal verstrekte uitkeringen. Dit heeft voor een deel te maken met het woningaanbod. Voor inwoners met een uitkering is het kopen van en woning geen optie. Zij zijn aangewezen op het aanbod van sociale huurwoningen. Van het totale woningaanbod in de gemeente Waddinxveen is 27% sociale huur[1]. Er zijn geen grote schommelingen in het aantal verstrekte uitkeringen in de gemeente Waddinxveen. Het percentage blijft relatief laag en stijgt niet boven het landelijke gemiddelde. Wel zien we over de afgelopen periode een stijging van het aantal uitkeringen. Dit komt door de verhoogde taakstelling voor statushouders die gemeenten opgelegd krijgen. Doordat Waddinxveen relatief weinig inwoners met een bijstandsuitkering heeft zijn er de afgelopen jaren geen tekorten op het budget voor uitkeringen geweest. 14 Gebaseerd op cijfers CBS cliënten Wmo en aantal inwoners van 18 jaar en ouder. [1] https://eengezonderhollandsmidden.nl/dashboard/kwetsbaren/sociale-huurwoningen
19 Visie Sociaal Domein 2024-2028
1.2.7.
Maatschappelijk domein
Voor het maatschappelijk domein is met name gekeken naar de meest relevante onderwerpen en meest recente cijfers in de monitor van de GGD. Uit de cijfers (2021-2022) blijkt dat er vier onderwerpen zijn die in Waddinxveen extra aandacht vragen. Het gaat hierbij om: 1. Veiligheid – volwassenen en jeugd. 2. Psychosociale gezondheid – 65-plussers en volwassenen. 3. Eenzaamheid – 65-plussers en volwassenen. 4. Gewicht en bewegen – 65-plussers en jeugd (bewegen). Ouderen (65-plus) 42% van de 65-plussers in Waddinxveen geeft aan een langdurige aandoening te hebben. Dit is iets lager dan het percentage in de regio Midden-Holland. De GGD geeft aan dat meer ouderen in Waddinxveen zich eenzaam voelen. Ook de psychosociale gezondheid is verslechterd, 13% van de 65-plussers geeft aan psychische klachten te hebben. In de regio is dit aandeel gelijk. 9 % van de 65-plussers geeft aan zich ernstig eenzaam te voelen. In 2009 was dit nog 4%. 66% van de ouderen in Waddinxveen voelt zich (zeer) gezond. Dit is hetzelfde percentage als in de regio en vergelijkbaar met het aandeel in 2012. Dit is een daling ten opzichte van 2020. 34% van de 65plussers in Waddinxveen voldoet aan de beweeglijn en sport wekelijks. Dit ten opzichte van 40% in de regio. Bij 59% van de ouderen in Waddinxveen is sprake van overgewicht en bij 16% is sprake van ernstig overgewicht. In de regio is dit iets lager.
Concluderend kunnen we stellen dat voor deze leeftijdsgroep met name eenzaamheid en psychosociale gezondheid, maar ook bewegen en gewicht aandacht vragen. Wat eenzaamheid en psychosociale gezondheid betreft gaat het in Waddinxveen niet slechter dan in de regio, maar dit zijn belangrijke indicatoren voor het welbevinden van mensen. Zeker gezien de stijgende lijn moeten we hier tijdig aandacht aan besteden. Volwassenen (18-64 jaar). 28% van de volwassenen in Waddinxveen heeft een langdurige aandoening. In Midden-Holland is dit hetzelfde percentage. Meer volwassenen in Waddinxveen geven aan eenzaam te zijn. De psychosociale gezondheid, ook ten opzichte van de regio, en veiligheid zijn lager dan in voorgaande jaren. 16% van de volwassenen in Waddinxveen geeft aan zich ernstig eenzaam te voelen. In 2009 was dit nog 4%. 16% geeft aan weleens aan suïcide gedacht te hebben. In 2009 was dit nog 5%. In Hollands Midden is dit percentage 12%. Bij 8 op de 1.000 huishoudens is er in Waddinxveen sprake van een melding huiselijk geweld. In de regio is dit 7 op de 1.000 huishoudens. In Waddinxveen is het aantal meldingen in 2022 vergelijkbaar met dat in 2019. Na een daling vanaf 2020 is er nu weer sprake van een stijgende lijn. De positieve beleving van gezondheid is lager geworden. 72% in Hollands Middel geeft aan zich gezond te voelen. In Waddinxveen is dit 69%.
Er is sprake van een dalende trend. In 2012 was dit aandeel nog 89%. De GGD geeft aan dat de situatie rondom inkomen en schulden bij volwassenen in Waddinxveen minder is geworden. Uit de cijfers van de monitor blijkt dat 10% van de volwassenen in Waddinxveen een uitkering heeft. In de regio is dit 8%. Er is sprake van een stijgende trend in Waddinxveen. In de regio is er sprake van een dalende trend. In 2012 was dit andersom. Dit is het aandeel mensen dat via het UVW een uitkering ontvangen. Dit is niet iets waar de gemeente invloed op heeft, maar loopt via de 20 Visie Sociaal Domein 2024-2028
werkgevers en betreft dus een ander percentage dan het aandeel uitkeringsgerechtigden. Het percentage van 10% is een lager percentage dan het gemiddelde in Nederland. Dat is namelijk 11%. Concluderend kunnen we stellen dat voor deze leeftijdsgroep, net zoals voor ouderen, met name eenzaamheid en psychosociale gezondheid aandacht vraagt. Maar ook de meldingen bij veilig thuis vragen aandacht. Dit gezien de stijgende lijn. Jeugd In vergelijking met Hollands Midden hebben we een lagere score op Goede Start en Bewegen. Wat bewegen betreft geeft 66% van de jeugd aan wekelijks te sporten. In de regio is dit 76%. 50% geeft aan meer dan 5 dagen in de week 1 uur te bewegen. In de regio is dit aandeel iets lager. Daarnaast zijn er relatief gezien minder jeugdigen die zichzelf te zwaar vinden (14% ten opzichte van 16% in MiddenHolland). De lage score op Goede Start heeft te maken met het aantal vroeggeboortes en/of te laag geboortegewicht. Dit is hoger ten opzichte van Midden-Holland en slechter ten opzichte van voorgaande jaren. 78% van de jeugd in Waddinxveen ervaart geen psychische klachten. Voor Hollands Midden is dit cijfer 72%. Bijna 7% van de jeugdigen in Waddinxveen heeft weleens suïcidale gedachten. In Midden-Holland is dit hoger, namelijk 10%. Daarnaast blijft dit percentage vanaf 2013 nagenoeg gelijk.
Het aandeel jeugdigen 15/16 jaar dat vertrouwen heeft in de toekomst is echter dalend (van 92% in 2019, naar 84% in 2021 – vergelijkbaar met 2018). 83% van de jeugdigen voelt zich meestal gelukkig (ten opzichte van 77% in de regio) en 84% ervaart de gezondheid als goed. Voor sociale contacten is onder ander gevraagd of men zich weleens eenzaam heeft gevoeld in de afgelopen 12 maanden. Voor de regio geeft 12% aan dat dit het geval is. (Tter vergelijking: voor de regio Holland Rijnland is dit hetzelfde) Wat betreft veiligheid zijn de meldingen van Veilig thuis opvallend. In Waddinxveen zijn er 228 meldingen bij Veilig Thuis (peiljaar 2022). Dit waren er 176 per 10.000 huishoudens. In de regio was het aantal meldingen gemiddeld 155 per 10.000 huishoudens. Dit terwijl 98% van de ouders aangeeft zich zeker te voelen over de opvoeding (peiljaar 2022). 1,9% van de jeugdigen maakt een scheiding van de ouders mee, 16 % heeft een scheiding mee gemaakt. Uitvoerende organisaties geven aan dat ze merken dat dit steeds vaker voorkomt (2023). Concluderend kunnen we stellen dat voor deze leeftijdsgroep met name veiligheid, Goede Sart en bewegen aandacht vraagt. Het percentage jeugdigen dat geen psychische klachten ervaart is hoger dan in de regio. Dat is positief. Wel zien we dat het aantal meldingen voor psychische ondersteuning bij hulp-op-maat stijgende is.
Hieruit concluderen we dat aandacht nodig blijft. Ook omdat het aandeel jeugdigen dat vertrouwen heeft in de toekomst dalende is. Daarnaast is het belangrijk om tijdig aandacht te besteden aan jeugdigen die (vecht-)scheidingen meemaken.
1.2.8.
Woonzorgvisie 2035
Vanwege de steeds groter wordende groep ouderen, uitstroom uit de maatschappelijk opvang, de doordecentralisatie van beschermd wonen, de ontwikkeling van beschut wonen en de behoefte aan huisvesting voor jongvolwassenen, heeft de gemeente Waddinxveen ervoor gekozen om een woonzorgvisie op te stellen. De woonzorgvisie bevat de ambities en doelstellingen voor wonen (met zorg) voor de periode van 2023 tot 2035. Dit op basis van onze ambitie: een geschikte woning voor iedereen. In deze visie is rekening gehouden met onder andere het Programma Een thuis voor iedereen en Programma Wonen en zorg voor ouderen. Bij de woonzorgvisie hoort het uitvoeringsprogramma 2023-2027. Dit uitvoeringsprogramma bevat maatregelen waarmee we op de kortere termijn uitvoering willen geven
21 Visie Sociaal Domein 2024-2028
aan de gestelde doelen uit de langetermijnvisie. De lokale acties uit de regionale woonzorgvisie (zie 4.2.) worden hierin ook meegenomen. 1.2.9.
Normalisering
Normalisering vraagt onze aandacht. Niet alleen omdat dit noodzakelijk is geworden om de hulp en ondersteuning toegankelijk en betaalbaar te houden. Maar ook vanwege de meer gedragsmatige opvoedvragen die bij het preventieteam terecht komen. Vaak is sprake van opvoedvraagstukken die veel ouders tegen komen en eigenlijk heel normaal zijn in de ontwikkelingsfasen van kind naar volwassene. Meestal zijn twee gesprekken voldoende voor dit soort vragen, maar het vraagt wel inzet. Duidelijkheid over wat wel en niet tot de jeugdhulp hoort is ook één van de maatregelen uit de hervormingsagenda. De Jeugdwet zal een beter kader hiervoor geven. Omdat het van groot belang is hier aandacht aan te besteden maken wij hier zelf al een start mee. Belangrijke vragen zijn: Wat kan gezien worden als een normale ontwikkelingssituatie bij jeugdigen bijvoorbeeld? En wat kan van ouders verwacht worden in de opvoeding? Dit punt nemen wij ook mee in onze samenwerking met huisartsen, Gecertificeerde Instellingen (GI’s) en scholen. Ook leggen wij onze aandacht niet meer op duurzaam herstel. De ervaring leert dat wij dit niet kunnen waarmaken. Niet alle problemen zijn namelijk op te lossen en niet alles is een probleem. En dat vraagt ook van ons om los te durven laten.
Dit betekent ook dat er voldoende aanbod moet zijn binnen de preventieve en lichte ondersteuning en een verbeterde samenwerking tussen het sociaal team en het preventieteam. Zie hoofdstuk 3. In de rapportage ‘maatregelen financiële beheersbaarheid van de Jeugdwet’ (Stuurgroep, 8 april 2021) wordt dit ook genoemd. Het in samenhang brengen van vroegsignalering en normaliseren zijn belangrijke factoren. Dit in relatie tot een kwalitatief goede toegangsfunctie. Dit om te voorkomen dat te snel wordt doorverwezen naar specialistische zorgvormen. Uit het onderzoek van AEF (december 2020) blijkt dat twee thema’s van belang zijn voor effectieve preventie en vroegsignalering: een sterke basis en effectieve interventies. Bij de sterke basis gaat het bijvoorbeeld om aanwezigheid in de natuurlijke omgeving, verstevigen van de samenwerking tussen onder andere onderwijs en het lokaal team, en het monitoren en analyse van jeugdhulpgebruik om de gerichte inzet te verbeteren. Daarnaast gaat het ook over de effectiviteit van de inzet. “Immers de meest duurzame vorm van zorg is het voorkomen van zorg en het niet leveren van niet-zinnige zorg (gepast gebruik)”.15 . Wij doen dit door de komende periode in te zetten op monitoring en het meten van de inzet op preventie (zie monitoring).
Graag zouden we onze kosten voor Jeugdhulp verlagen door, net zoals bij hulp bij het huishouden, rekening te houden met het inkomen van de aanvrager. Dit is wettelijk gezien niet mogelijk. Bij het opstellen van de hervormingsagenda is hier wel naar gekeken, maar het risico voor kinderen (voor niet gebruik, terwijl dit wel noodzakelijk is) wordt hierbij te groot geacht. We gaan wel na wat de mogelijkheden zijn.
1.2.10. Integrale toegang In al deze ontwikkelingen neemt ons sociaal team en het preventieteam een belangrijke plaats in. Zij zijn essentieel in de kwaliteit en de doeltreffendheid van de in te zetten jeugdzorg. Van alle 2.861 geregistreerde vragen bij het preventieteam in 2022, is 56% direct afgesloten (geen hulp / ondersteuning nodig). Daarnaast is 10% van de vragen intern verwezen naar een specialist binnen Wadwijzer voor kortdurende begeleiding. De overige 34% is doorgezet naar het sociaal team.16
15 Bron: Integraal Zorg Akkoord 2023. Ministerie van VWS, september 2022 16 De toegang tot Beschermd Wonen verloopt via de regio.
22 Visie Sociaal Domein 2024-2028
Het aantal begeleidingstrajecten dat door Wadwijzer wordt uitgevoerd, neemt jaarlijks toe. Om hulpvragen van inwoners zo vroeg mogelijk op te lossen is Wadwijzer in 2022 uitgebreid met drie soorten vormen van lichte ondersteuning: de sociaal raadsman/ombudsfunctie, steunouders en jeugdhulpexpertise binnen de kinderopvang en het basisonderwijs. Wij zetten het merendeel van succesvolle factoren17 die door AEF worden genoemd al in. Het gaat hierbij om een combinatie van de volgende factoren: Langdurige samenwerking met maatschappelijke partners in het voorveld; 18 Een toegang die altijd ook zelf licht ambulante ondersteuning biedt; Een toegang georganiseerd dichtbij vindplaatsen als huisartsen en scholen; Een toegang in een netwerkmodel samen met specialistische hulp en met korte lijnen (in de hervormingsagenda wordt met name gesproken over GGZ, ook voor volwassenen); Er werken beroepskrachten die samen generalistisch kunnen werken. Specialisten die zoveel mogelijk oplossingen in de directe leefomgeving van kind en gezin zoeken, waardoor ze onnodige doorverwijzingen naar duurdere hulp weten te voorkomen; en Investeren in preventie en vroegsignalering samen met de maatschappelijke partners in het voorveld (POH, school (maatschappelijk werk), sportverenigingen, JGZ. In Waddinxveen zien we ook kansen voor verbetering in de samenwerking met huisartsen (incl.
POH) en een netwerk met specialistische hulp met korte lijnen. Daarnaast kan de samenwerking tussen het sociaal team en het preventieteam nog verbeterd worden. Het gaat om een samenhang in visie, inrichting en sturing op onze lokale situatie. Dit is verder uitgewerkt in hoofdstuk 3.
1.2.11. Wat willen we? Jeugdhulp en Wmo Heldere kaders aangeven, onder andere over jeugdhulp en onderwijs. Zie ook hoofdstuk 4.4 Meer inzicht in redenen voor stijging van onze uitgaven En acties uitvoeren die hierin verandering kunnen brengen, zoals een verbeterde monitoring van verwijzingen en het verbeteren van de kwaliteit van maatwerk via een PGB. Zie ook hoofdstuk 1.3 en 4.3.
We verbeteren de schakel van preventie naar maatwerk en weer terug. Zie hoofdstuk 3. Geen stapeling van maatregelen: nieuw voor oud.
Maatschappelijke domein: sociale basis (zie ook hoofdstuk 3) Een gezonde leefstijl stimuleren voor alle leeftijden. Het mentaal welbevinden van onze inwoners verbeteren. Een daling van het aantal meldingen Veilig Thuis en OTS.
17 Rapportage maatregelen financiële beheersbaarheid van de jeugdwet, Stuurgroep Maatregelen financiële
beheersbaarheid Jeugdwet 8 april 2021 18 Preventie en lichte ondersteuning
23 Visie Sociaal Domein 2024-2028
1.3.
Waddinxveen in de samenwerking
In dit hoofdstuk beschrijven we de belangrijke partijen waarmee wij samenwerken in het sociaal domein. Hierbij gaan we ook kort in hoe de taakverdeling is. Het gaat hierbij met name om hulp-op-maat. Daarnaast worden relevante ontwikkelingen beschreven. 1.3.1.
Partners in re-integratie
Waddinxveen is een vrij kleine gemeente en daarom vinden wij het belangrijk om de verbinding te zoeken met de regio. We werken steeds vaker regionaal samen voor het begeleiden van inwoners op en naar de arbeidsmarkt. Vanuit de wet SUWI 19 wordt dit door de rijksoverheid ook verplicht. De werkgevers- en werknemersdienstverlening wordt uitgevoerd via het regionale werkbedrijf Midden Holland. Vanuit Waddinxveen hebben wij bij het werkgeverservicepunt Midden Holland een accountmanager gedetacheerd. Typisch voor Waddinxveen is dat deze accountmanager alle kandidaten in Waddinxveen spreekt die een uitkering komen aanvragen en klaar zijn om te werken. Kunnen zij aan het werk dan wordt er vaak ook snel een baan gevonden en wordt een uitkering voorkomen. Voor inwoners die niet gelijk aan het werk kunnen, wordt een andere route gekozen. Daarnaast hebben wij voor inwoners die niet of nog niet aan het werk kunnen het sociale werkbedrijf Promen. Dit is een gemeenschappelijke regeling waarbij verschillende regiogemeenten zijn aangesloten. Hier kunnen mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt weer werkervaring opdoen en in een veilige omgeving werknemersvaardigheden leren. Zie ook 1.3.4.
1.3.2.
Afstemming met huisartsen en jeugdartsen
Naast de gemeente zijn er nog andere belangrijke (autonome) verwijzers naar maatwerkvoorzieningen. Dat zijn vooral de Gecertificeerde instellingen (GI), voor Jeugdbescherming en Jeugdreclassering en de medisch specialisten, zoals huisartsen en jeugdartsen. Er is een bestuurlijk overleg met huisartsen. Daarnaast is er een overleg met de zorgmanager. Jeugdartsen zijn onderdeel van de inzet van het Centrum voor Jeugd en Gezin (zie hoofdstuk 3.2. Sociale basis).
1.3.3.
Inwoner- en cliëntbetrokkenheid
Vanuit de Wet zijn wij verplicht om een adviesraad Sociaal Domein te hebben. In Waddinxveen is dat de PAR, de Participatie Adviesraad Waddinxveen. Het doel van deze raad is ons vanuit een onafhankelijke positie gevraagd en ongevraagd advies te geven over onderwerpen die gaan over het sociaal domein. Wij willen hiermee bereiken dat: Inwoners zich betrokken voelen bij wat er zich voordoet in hun gemeente en in de gelegenheid worden gesteld voorstellen voor het beleid te doen; De collectieve belangen van uitkeringsgerechtigden worden behartigd; Er sprake is van een actieve en betrokken gemeenschap (civil society); De sociale samenhang in en leefbaarheid van wijken en buurten wordt bevorderd. De PAR is in feite de belangenbehartiger van onze inwoners. Daarnaast vragen we inwoners die gebruik maken / hebben gemaakt van onze maatwerkvoorzieningen wat hun ervaringen zijn. Dit gebeurt via 19 Wet Structuur Uitvoeringsorganisatie Werk en Inkomen:
https://wetten.overheid.nl/BWBR0013060/2023-01-01 24 Visie Sociaal Domein 2024-2028
jaarlijkse cliëntervaringsonderzoeken. Tot slot hebben wij in Waddinxveen de mogelijkheid om gebruik te maken van het digitale participatieplatform Waddsup.
1.3.4.
(Boven)regionaal
Naast lokale onderwerpen met lokale verantwoordelijkheid zoeken wij actief de samenwerking met andere gemeenten/regio’s. Waddinxveen is voor de inkoop van de Jeugdhulp en de Wmo onderdeel van de regio Midden-Holland. Deze regio bestaat uit de gemeenten Bodengraven- Reeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard, Waddinxveen en Zuidplas. In totaal wonen hier ruim 244.000 mensen. Waar de organisatiekracht van de regio te klein is, wordt aangesloten bij andere samenwerkingsverbanden. In onderstaand overzicht wordt aangegeven hoe de verschillende onderwerpen zijn verdeeld.
lokaal
Onderwerpen Schuldhulpverlening Uitkering, bijstand, regelingen minima Sociale en pedagogische basis Ondersteuning vrijwilligers en mantelzorgers Afstemming met huisartsen en jeugdartsen Toegang tot maatwerk Jeugd, Wmo, participatie en beschut wonen. Inwoner en cliëntbetrokkenheid Toegang tot regeling leerlingenvervoer en gehandicaptenparkeerkaart.
Regionaal
Naast de onderwerpen die in de tabel genoemd worden is er ook een Samenwerking Gedeelde Zorg. Ook werken we samen in de regio in het Taalpact. Dit gericht op de aanpak van laaggeletterdheid. Gedeelde Zorg is een initiatief van de Vereniging Gezondheidsregio Midden-Holland. De vereniging is op 1 januari 2022 opgericht en werkt onder de noemer Gedeelde Zorg aan drie programma’s om de zorg voor de inwoners van de regio Midden-Holland toegankelijk te houden. Het gaat hierbij om het voorkomen van zorg, netwerkzorg dichtbij de burger en de integrale organisatie van de acute zorg. Het gaat hierbij onder andere om het bevorderen van de mentale gezondheid en de multidisciplinaire aanpak van kwetsbare ouderen.
Onderwerpen Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen Re-integratie (AMR Midden-Holland): Werkgeverservicepunt LeerWerkLoket Mobiliteitsteams Complexe casuïstiek jeugd: Experttafel Centrale toegang verblijfszorg jeugd Coördinatie gesloten jeugdhulp Zorgbemiddeling Jeugdhulp op school (JOS) Overleg met samenwerkingsverbanden onderwijs Beleid, inkoop, contractmanagement, beheer en toezicht (kwaliteit en rechtmatigheid) van maatwerkvoorzieningen Jeugdhulp, Wmo, Jeugdbescherming en Jeugdreclassering. Gedeelde belangen (lobby ZVW)
25 Visie Sociaal Domein 2024-2028
Bovenregionaal
Toekomstgerichte opgaven: ambulantisering, maatschappelijke zorg, jeugdigen beter beschermen in samenwerking met Wlz/Zvw, hervormingsagenda Jeugdbeschermingstafel Social Return on Investment (SROI). Financiële alliantie veilig ouder worden Onderwerpen Hollands-Midden: RDOG/Veilig thuis Regionaal samenwerkingsprotocol Raad voor de Kinderbescherming Zuidwest (provincie ZH) Expertise netwerk transformatie Jeugdzorg plus Samenwerking Gecertificeerde Instellingen Haaglanden en Hollands Midden: ketenveldnorm levensloopfunctie en centrum voor seksueel geweld Samenwerking met accounthoudende regio’s voor bovenregionale aanbieders.
In de Hervormingsagenda staat dat er een wettelijke plicht komt voor een Gemeenschappelijke Regeling voor een deel van de jeugdtaken. Hier is al rekening mee gehouden door de vorming van een werkorganisatie per 1 januari 2024. Ook het IZA wordt binnen de regio uitgevoerd. Vanaf 2024 wordt het regioplan uitgevoerd en wordt de voortgang gemonitord. In 2024 moeten ook de ketenaanpakken regionaal uitgevoerd worden. Het regionale preventieplan wordt in 2025 vastgesteld. Daarnaast zijn er meer onderdelen van de Hervormingsagenda Jeugd (zie 1.2.3.) die regionaal uitvoering moeten krijgen. Denk aan de toekomstscenario’s kind – en gezinsbescherming en de eisen die gesteld worden aan inkoop (meer landelijke uniformiteit).
26 Visie Sociaal Domein 2024-2028
2. Werken vanuit de inwoner; het cliëntperspectief In dit hoofdstuk wordt uitgewerkt welke uitgangspunten en strategische doelstellingen wij hanteren. Daarnaast wordt dit concreet uitgewerkt, ook hoe wij de samenwerking tussen het sociaal en maatschappelijk domein zien. Dit op basis van de volgende ambitie.
Waddinxveen wil, ook als groeigemeente, de inwoners die zorg nodig hebben kunnen ondersteunen. We willen dat iedereen die echt zorg nodig heeft, die zorg ook krijgt. Nu en in de toekomst.
Om dit mogelijk te maken is het belangrijk dat de zorg betaalbaar blijft. Ook om in de toekomst de noodzakelijke zorg te kunnen blijven bieden. Dit vraagt om een rechtvaardige en tegelijk zorgvuldige aanpak in het sociaal domein.
2.1. Doelstellingen In hoofdstuk 1 is vermeld met welke ontwikkelingen we rekening moeten houden, inhoudelijk en kwantitatief. Op basis hiervan zetten wij een koers uit voor onze gemeente. Belangrijke doelstellingen hierin zijn: We willen dat iedereen tot zijn recht komt en zichzelf kan redden in de samenleving Als er hulp en ondersteuning nodig is vindt deze zoveel mogelijk thuis plaats en/of in de eigen woon- en leefomgeving Normaliseren in plaats van medicaliseren of ‘labelen’. Hierin zit ook een fasering: zelf verantwoordelijk, dan samen met netwerk, eventueel met lichte ondersteuning. Als dit allemaal niet werkt en mensen lopen vast, dan is er de mogelijkheid voor hulp-op-maat, eventueel in combinatie met vormen van lichte ondersteuning. Passende zorg – Het gaat om de effectiviteit en tegelijkertijd ook om betaalbaarheid. Duurzaam (gericht op de toekomst). Daarnaast willen we ook inzetten en denken vanuit onze inwoners. Dit is de basis van ons handelen en nemen wij mee in de overwegingen die wij moeten nemen. 2.1.1. Normalisering Normalisering staat bij ons hoog op de agenda. Wij hebben hierbij een houding van niet te snel etiketten opplakken, maar juist in het gewone leven weer ruimte creëren voor wie we zijn. En daar horen leuke, gekke en soms minder fijne dingen bij.
Kortom, situaties of omstandigheden die eigenlijk heel normaal zijn ook heel normaal mee om te gaan. Als een kind veel energie heeft, wil dit niet altijd zeggen dat hij/zij ADHD heeft. We willen weer een samenleving waarbij een situatie niet meteen als een probleem wordt gezien. Iedereen voelt zich weleens somber, onzeker of angstig en van fouten leer je vaak nog meer dan als alles goed gaat. Onze hulp-op-maat is alleen bedoeld voor mensen die zonder deze hulp echt vastlopen. Onze uitgangspunten voor normalisering zijn als volgt: Verschillen worden niet uitvergroot; Voorop staat het leren omgaan met de situatie, niet het recht op zorg; We gaan uit van wat iemand kan in plaats van wat iemand niet kan; Als dat nodig is, bieden wij als gemeente hierop een aanvullende oplossing of ondersteuning; Hierbij werken wij zoveel mogelijk integraal samen;
27 Visie Sociaal Domein 2024-2028
En maken gebruik van methodes die bewezen effectief zijn en daarvoor gekwalificeerde beroepskrachten.
Wat verwachten we dan van ouders? Ouders zijn als eerste verantwoordelijk voor de opvoedings- en verzorgingstaken van hun kinderen, ook bij een scheiding of éénouder gezin. De ouder(s) zorgt voor een beschermende woonomgeving (fysiek en sociaal veilig), een passend pedagogisch klimaat, verzorging en begeleiding. Van ouders verwachten wij dat zij hiervoor, indien noodzakelijk, vergaande aanpassingen doen. Dit kan betekenen dat een ouder de eigen carrière of financiële situatie bij moet stellen om beschikbaar te zijn voor zijn/haar kind(eren) om de noodzakelijke zorg te kunnen bieden.
2.2. Uitgangspunten Onze inzet in Waddinxveen is dan ook gebaseerd op de volgende uitgangspunten. Deze uitgangspunten geven tegelijkertijd de niveaus weer waarin wij werken, van individu en (eigen) netwerk, van geen hulp tot aan individuele maatwerkvoorziening(en): 1 Eigen leven, eigen verantwoordelijkheid Belangrijkste uitgangspunt is dat wij ervan uitgaan dat iedereen zelf verantwoordelijk is voor de keuzes die in het leven worden gemaakt. Wij stimuleren en activeren dat mensen zelf verantwoordelijkheid nemen voor de manier waarop zij wonen, financiën op orde hebben, opvoeden en verzorgen, sociale contacten onderhouden en hun welzijn en gezondheid op peil houden. Soms zijn er geen keuzes, zoals al je ziek wordt of als je kindje (of meerdere kinderen) een beperking heeft of als je zelf een beperking hebt. Maar, ook dan is hulp-op-maat vanuit de gemeente niet altijd noodzakelijk. 2 Iedereen kan, op zijn eigen niveau, meedoen Wij gaan er dan ook vanuit dat iedereen die dat kan en wil zichzelf kan redden, We willen dat iedereen in onze gemeente tot zijn recht komt en zichzelf kan redden in de samenleving. Dat iedere inwoner er mag zijn met alle bijzonderheden, uitdagingen en minder leuke kanten die het leven óók heeft. Wij maken dit mogelijk door een aanbod aan en informatie over vrij toegankelijke voorzieningen.
Daarnaast bieden wij extra voorzieningen en ondersteuning aan de kwetsbare inwoners die onvoldoende of niet zelfredzaam zijn. 3 Samenredzaamheid Ons uitgangspunt is dat iedereen, mede door het aanbod aan vrij toegankelijke voorzieningen, zichzelf kan redden in de samenleving. Maar, niet iedereen is zelfredzaam. Daar houden wij rekening mee. Juist dan is het belangrijk dat inwoners toch blijven deelnemen aan de samenleving. Wij verwachten hierin van inwoners dat ze elkaar ook een handje helpen. Daarom werken wij ook aan het versterken van de omgeving rondom een persoon die extra ondersteuning nodig heeft. Dat kan het eigen netwerk zijn, maar ook inwoners die aangeven steunouder te willen zijn bijvoorbeeld. Er blijven altijd inwoners die niet mee willen doen, om wat voor reden dan ook. Wij respecteren deze keuze als hier verder geen risico’s zijn voor de inwoner zelf of de omgeving. 4 Inzet op preventie We signaleren problemen zo vroeg mogelijk en lossen deze op met zo licht mogelijke vormen van ondersteuning. Dit doen wij door in te zetten op preventie. Het beschermen en bevorderen van de kwaliteit van leven op het gebied van welzijn en gezondheid en het vergroten van kansen om het ontstaan, terugkeren of verergeren van problemen of achterstanden te voorkomen. Hierin onderscheiden wij 4 vormen (zie paragraaf 3.2.1.): a. Universele preventie b. Selectieve preventie c.
Geïndiceerde preventie d. Zorg & Hulp gerelateerde preventie 5 Integraliteit in maatwerk Een probleem of uitdaging in het leven staat meestal niet op zichzelf. We kijken breder naar een hulpvraag en sluiten zo goed mogelijk aan op de leefwereld van inwoners. Waar dat nodig is bieden 28 Visie Sociaal Domein 2024-2028
6
wij hulp en ondersteuning in de vorm van hulp-op-maat. Eerst gaan wij na welke specifieke hulp nodig is. Dit gebeurt zoveel mogelijk en zo snel mogelijk door één aanspreekpunt waarbij aandacht wordt besteed aan alle leefgebieden. (ZelfredzaamheidsMatrix (ZRM) of Gezamenlijk Inschatten van Zorgbehoeften (GIZ)). Inwoners kunnen daarbij ook gebruik maken van onafhankelijke cliëntondersteuning. Iedereen die een 5 of lager ‘scoort’ op 2 of meer leefgebieden (o.a. werk, onderwijs, sociale contacten) van de ZRM heeft de mogelijkheid op ondersteuning via hulp-op-maat. Wij zorgen ook dat deze hulp en ondersteuning niet te lang duurt. We doen wat noodzakelijk is en stoppen zodra het kan. Dit is hoe wij inhoud geven aan doen wat nodig is en passende en meest effectieve oplossing, zoals dit in de Jeugdwet wordt verwoord. Duurzaam omgaan met de situatie Als hulp en ondersteuning nodig is, dan kijken we hoe dit zo duurzaam mogelijk kan. We willen dat oplossingen toekomstbestendig zijn en er ruimte is voor nazorg. Ons aanbod is niet alleen gericht op de problematiek zelf, maar voor een belangrijk deel op het vinden van een structurele verbetering of, op zijn minst, stabilisatie van de situatie. Daarom vragen we ook op alle leefdomeinen hoe het gaat. Soms is verbetering van de situatie niet mogelijk, dan richten wij ons op stabilisatie en/of acceptatie van de situatie.
We evalueren hoe het gaat tot het moment dat we kunnen loslaten. En soms betekent het dat we nog ondersteunen via preventieve ondersteuning.
2.3. Maatschappelijk en Sociaal Domein Wij werken vanuit het idee dat een probleem of uitdaging in het leven meestal niet op zichzelf staat. En kijken dan ook naar de individuele mens en zijn leefwereld in al zijn facetten. Bij noodzakelijke financiële ondersteuning doen we net ietsje meer dan wij volgens de participatie- en schuldhulpverleningswet moeten. Wij hanteren al jaren de ruimere grens van 130% voor onze minima en uit onderzoek blijkt dat een gemiddeld gezin rond moet kunnen komen van onze regelingen. Wel staat eigen initiatief en verantwoordelijkheid op de voorgrond. We bieden dan ook zoveel mogelijk aan via algemeen toegankelijke voorzieningen. Als dit niet voldoende is, kijken we eerst naar het eigen netwerk of lichte vormen van ondersteuning. Hulp-op-maat bieden wij alleen aan als dit noodzakelijk is. Hierbij gaat de voorkeur uit naar ambulante hulp; zo thuis mogelijk. Bij ontvangst van een uitkering richten wij ons op duurzame uitstroom via werk. Soms ook in combinatie met begeleiding. En als werken niet mogelijk is, richten wij ons op de belemmeringen die er zijn en/of een andere waardevolle bijdrage aan de samenleving. Doel van onze inzet is verbeterde zelfredzaamheid, stabilisatie en/of acceptatie van de situatie. Met als resultaat een duurzame toekomst in een situatie die verbeterd is of op zijn minst niet verslechterd.
29 Visie Sociaal Domein 2024-2028
collectieve voorzieningen, sociale cohesie, leefbaar & veilig (0-lijn)
preventie & lichte ondersteuning (1e lijn)
Preventieteam
Sociaal Team Huisarts GI (JB/JR)
maatwerk (2e lijn)
2.3.1.
Collectieve voorzieningen, preventie en lichte ondersteuning
Vanuit de Wmo heeft de gemeente de opdracht te zorgen voor een goede sociale basis; een gemeente waar het leefbaar en veilig is om te wonen. Wij werken hierin vanuit de 6 dimensies van positieve gezondheid20. Gebaseerd hierop zorgen wij ervoor dat iedereen mee kan doen in de samenleving. Dat betekent dat wij inwoners ondersteuning bieden waar nodig. Want als alles goed gaat met iemand, dan is er weinig tot geen ondersteuning nodig. Dan hebben mensen voldoende aan het eigen netwerk en de collectieve voorzieningen die via de gemeente worden aangeboden. Daarnaast realiseren wij een aanbod op het gebied van preventie en basishulp, hierbij wordt een lichte vorm van ondersteuning aangeboden die vrij toegankelijk is (zonder indicatie). Hierbij maken wij een onderscheid in vier vormen. Meer informatie hierover in hoofdstuk 3.1 en hoofdstuk 1.3.4. 2.3.2.
Maatwerk; hulp en ondersteuning als je vastloopt
Een deel van de inwoners heeft echter te maken met meer complexe problematiek. Dan is er de mogelijkheid voor hulp-op-maat21. Dit loopt via verwijzing van ons sociaal team, de Huisarts/jeugdarts of rechterlijke macht (Gecertificeerde Instellingen, rechters). Het preventieteam is hierin een belangrijke schakel. Wij willen meer samenwerking met de Gecertificeerde Instellingen (GI) en huisartsen. Hierbij gaat het niet alleen om het sturen op uitgaven, maar ook om meer inzet van arrangementen (bijvoorbeeld lichte ondersteuning in combinatie met specialistische GGZ) en tijdig afbouwen van zware ondersteuning naar lichte ondersteuning. Het gaat hierbij ook om de relatie met normalisering; zo thuis mogelijk. Daarnaast willen wij met de huisartsen bespreken hoe wij efficiënter en effectiever samen kunnen werken. Hierbij willen wij ook ons brede aanbod meer bekendheid geven. 20 Positieve Gezondheid is een bredere kijk op gezondheid, uitgewerkt in zes dimensies. Met die bredere
benadering draag je bij aan het vermogen van mensen om met de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen in het leven om te gaan. Én om zo veel mogelijk eigen regie te voeren. De grondlegger van dit gedachtengoed is Machteld Huber (1951). 21 Het betreft: Participatiewet, Expertisecentra Onderwijs, Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE), Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo, inclusief Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang) en Jeugdwet (inclusief leerlingenvervoer).
30 Visie Sociaal Domein 2024-2028
Wij worden hierbij ondersteund door de landelijke ontwikkelingen vanuit de hervormingsagenda, o.a. door brede invoering van POH- GGZ Jeugd, actualisatie van de leidraad samenwerken huisartsen en gemeenten rond jeugd door VNG en LHV en de ontwikkeling Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. Hierin wordt uitgegaan van een nieuwe manier van werken tussen lokale wijkteams, Veilig Thuis, Gecertificeerde instellingen en de Raad voor de Kinderbescherming in samenwerking met aanbieders en ervaringsdeskundigen.
31 Visie Sociaal Domein 2024-2028
3. Lokale uitvoering: Wadd’s special 3.1.
Waddinxveense specials
In dit hoofdstuk wordt uitgewerkt hoe we onderstaande onderdelen in Waddinxveen (willen) uitvoeren: 1. Sociale Basis a. Collectieve voorzieningen b. Preventie en Basishulp 2. Hulp en ondersteuning via hulp-op-maat 3. Informele Zorg 4. Participeren in de samenleving Deze onderdelen zijn uitgewerkt volgens de lokale uitgangspunten: eigen leven, eigen verantwoordelijkheid, iedereen kan, op zijn eigen niveau, meedoen, samenredzaamheid, inzet op preventie, integraliteit in maatwerk en duurzaam omgaan met de situatie.
3.2.
Sociale Basis, drie varianten
Om kansrijk op te groeien, op te voeden en om langer thuis te kunnen blijven wonen is een stevige sociale en pedagogische basis belangrijk. De sociale basis raakt aan álle aspecten van het dagelijkse leven. Voorzieningen in de sociale basis zijn gericht op ontmoeten en ondersteunen, ontplooien en ontspannen, zodat mensen prettig met elkaar samenleven en kunnen blijven meedoen. We onderscheiden drie varianten22: Persoonlijk: eigen netwerk Gemeenschappelijk: formele en informele netwerken van inwoners in de lokale samenleving. Denk bijvoorbeeld aan de inzet vanuit religieuze en vrijwilligersorganisaties. Institutioneel: collectieve voorzieningen en lichte ondersteuning (preventie en basishulp) waar inwoners vrij toegankelijk gebruik van kunnen maken Een stevige sociale en pedagogische basis helpt bij: Het versterken van het gewone leven en de (zelf)redzaamheid van inwoners. Het voorkomen dat zorgvragen ontstaan of toenemen (via het algemeen toegankelijke aanbod). Het (eerder) signaleren en bespreken van problemen, zodat lichte ondersteuning volstaat. Het (eerder) afschalen van hulp en het vasthouden van de resultaten (opbrengst traject). Het beschikbaar houden van hulp-op-maat voor inwoners die dit nodig hebben.
22 Britt, A., Kwakernaak, M., de Meere, F. et al. (2022). Leren, sturen en verantwoorden in de sociale basis.
Verwey Jonker, Utrecht.
32 Visie Sociaal Domein 2024-2028
institutioneel
gemeenschappelijk
persoonlijk
3.2.1. Institutioneel: Collectieve voorzieningen, preventie en basishulp Als gemeente hebben wij vooral invloed op de institutionele basis. Deze vloeit voort uit de Wmo. Onze opdracht hierin is: Bevorderen van de sociale samenhang, de mantelzorg en vrijwilligerswerk, de toegankelijkheid van voorzieningen, diensten en ruimten voor mensen met een beperking. Daarnaast bevorderen van de veiligheid en leefbaarheid in de gemeente. En het voorkomen van huiselijk geweld. In Waddinxveen maken wij bovenstaande waar volgens de 6 dimensies van positieve gezondheid. Want, zoals de Rijksoverheid in het Integraal Zorgakkoord terecht aangeeft: “Gemeenten hebben een (wettelijke) taak in het bieden van passende ondersteuning in de zelfredzaamheid van mensen en het bevorderen van een gezond en actief leven. Daarmee leveren gemeenten ook een belangrijke bijdrage aan het bereiken van een gezonde samenleving.”
33 Visie Sociaal Domein 2024-2028
In de aandacht voor deze zes dimensies van positieve gezondheid hebben we onszelf subdoelen gesteld. Deze zijn specifieker uitgewerkt in verschillende beleidsterreinen. Het spinnenweb maakt ook zichtbaar dat alle dimensies relaties met elkaar hebben. Waar de sociale basis onvoldoende is, bieden wij mogelijkheden voor een maatwerkvoorziening. Dit op basis van de Jeugdwet, de Participatiewet en de Wmo, maar ook via de regelingen voor voor- en vroegschoolse Educatie (VVE), Expertisecentra onderwijs en het leerlingenvervoer. Hoe wij dit inzetten is verder uitgewerkt in Hoofdstuk 3.3.
34 Visie Sociaal Domein 2024-2028
Een totaalbeeld in onderstaand overzicht. Dimensies 1. Lichaamsfuncties
2. Mentaal welbevinden
Subdoelen a) Terugdringen van gezondheidsachterstanden b) Gezonde fysieke leefomgeving c) Gezonde leefstijl d) Versterken mentale gezondheid e) Basishulp aanbieden
3. Zingeving
f) Een leven lang leren g) Bruisend W’veen
4. Kwaliteit van leven
h) Vitaal ouder worden i) Gezond en veilig opgroeien
5. Meedoen
j) Versterken sociale basis k) Iedereen kan meedoen
6. Dagelijks functioneren
l)
Iedereen een zinvolle dagbesteding m) Leven met voldoende middelen
Beleidsterrein / Visie / Wet Sociale basis: Sport Sociale Basis: Minima Maatwerk: Wmo/Jeugdhulp Maatwerk: Verslavingszorg Sociale Basis: Sport Sociale Basis: Leefstijlplan Sociale Basis: Kunst & Cultuur Maatwerk: Wmo/Jeugdhulp Sociale Basis: Kunst & Cultuur Sociale Basis: Onderwijs Sociale Basis: VVE Sociale Basis: Formeel en informeel netwerk Maatwerk: Leerlingenvervoer Sociale Basis: Minima Sociale Basis: Leefstijlplan Sociale Basis: Veiligheid/meldpunt MHK Sociale Basis: Jeugd Maatwerk: BW en MO Maatwerk: Veilig opgroeien Maatwerk: Jeugdbescherming Sociale Basis: Minima Sociale Basis: Leefstijlplan Sociale Basis: Passend Onderwijs Sociale basis: Jeugd Sociale Basis: Vrijwilligers Sociale Basis: Formeel en informeel netwerk Sociale Basis: Kunst & Cultuur Sociale Basis: Laaggeletterdheid Maatwerk: Wmo/Jeugdhulp Maatwerk: Leerlingenvervoer Sociale Basis: Minimabeleid Sociale Basis: Schuldhulpverlening Sociale Basis: Veiligheid Sociale Basis: Mantelzorg Sociale Basis: Woonvisie Sociale Basis: Leefstijlplan Maatwerk: Participatiewet Maatwerk: Wmo
Als gemeente zorgen wij dat er collectieve voorzieningen zijn. Deze voorzieningen zijn vrij toegankelijke voorzieningen, zoals scholen, speeltuinen, parken, de bibliotheek, het theater, de sporthal en het buurtcentrum. Daarnaast zorgen wij voor vrij toegankelijke voorzieningen op het gebied van preventie en lichte ondersteuning (denk bijvoorbeeld aan het consultatiebureau, de telefonische dienst en 35 Visie Sociaal Domein 2024-2028
informatiewebsite van Wadwijzer). Bij kinderopvang hebben wij de taak om de kwaliteit te controleren. Ook zijn er initiatieven vanuit de landelijke overheid die lokaal worden ingezet. Denk bijvoorbeeld aan het Informatiepunt Digitale Overheid (IDO) bij de bibliotheek. Hier kan je terecht als je vragen hebt over hoe je de websites van de Rijksoverheid kunt gebruiken. De gemeente Waddinxveen zet zich, samen met uitvoerende organisaties, al jaren in om onze inwoners bewust te maken van een gezonde leefstijl. Hetzelfde geldt voor het bevorderen van maatschappelijke participatie, zodat iedereen mee kan doen in de samenleving. Daarnaast worden middelen en menskracht ingezet. Dit gebeurt door subsidiëring van organisaties en instellingen. Dit is verder uitgewerkt in de Algemene Subsidie Verordening (ASV) en de verschillende beleidskaders (zie overzicht en hoofdstuk 6). Voor onderwijs is dit verder uitgewerkt in de Lokaal Educatieve Agenda (LEA). Daarnaast hebben wij verschillende minimaregelingen. Een voorbeeld is De Regeling Bijdrage Maatschappelijke Activiteiten (RBMA)-extra. Hiermee kunnen inwoners tot en met 17 jaar een sportabonnement per jaar vergoed krijgen. Ook zwemles is mogelijk. Dit geldt ook voor volwassenen met een beperking of chronische ziekte. Veel gebeurt op initiatief van partijen zelf, zoals het valpreventienetwerk.
Dit netwerk bestaat uit huisartsen, praktijkondersteuners (POH), thuiszorg, fysio- en oefentherapeuten, ergotherapeuten, diëtisten en Palet Welzijn. Hierin is samen gewerkt om bij de oudere inwoner van Waddinxveen te inventariseren op mogelijk valrisico. Om het gebruik van de basis te versterken zijn in Waddinxveen verschillende makelaars actief. De komende periode gaan wij deze functies evalueren en werken wij toe naar een meer integrale functie. Dit is ook een onderdeel van ons plan van aanpak voor het Gezond Actief Leven Akkoord (GALA).
3.2.2. Preventie en basishulp Preventie Het beschermen en bevorderen van de kwaliteit van leven gericht op welzijn en gezondheid. En het vergroten van kansen om het ontstaan, terugkeren of verergeren van problemen of achterstanden te voorkomen. Gelukkig gaat het met de meeste mensen goed en volstaat het persoonlijk en gemeenschappelijk netwerk, men maakt gebruik van theater en bibliotheek en sport vaak genoeg om gezond te blijven. Soms is er, om verschillende redenen, behoefte aan hulp en ondersteuning waarbij dit alles niet voldoende is. Dan bieden we als gemeente mogelijkheden via hulp-op-maat. Voor de Participatiewet betekent dit dat wij voordat een uitkering is toegekend aan de slag gaan met de inwoner. Als iemand kan werken wordt gelijk gekeken of er een passende vacature is. Hiermee wordt voorkomen dat er alsnog een uitkering wordt toegekend en blijft de inwoner actief aan het werk Het preventieteam in Waddinxveen is hierin een belangrijke eerste schakel. Hier wordt een eerste verbinding gelegd en worden alle leefgebieden uitgevraagd waar eventueel hulp nodig is. Van daaruit wordt een doorverwijzing gedaan naar de instantie of organisatie die de inwoner kan helpen. In 2018 is gestart met de netwerkorganisatie Wadwijzer. Een belangrijke schakel voor gemeente en inwoners.
In die schakel gaat het vooral om de volgende onderdelen: - Informatie en advies - Lichte kortdurende ondersteuning - Toegang tot sociaal team en dus hulp-op-maat (triage)
36 Visie Sociaal Domein 2024-2028
Inwoners van alle leeftijden kunnen bij het preventieteam terecht met vragen over zorg, welzijn, wonen, werk en inkomen. Dit kan zijn voor een korte vraag, maar ook voor lichte ondersteuning. Bij Wadwijzer kunnen inwoners terecht voor maatschappelijke, psychische, sociaal-juridische ondersteuning en mantelzorgondersteuning. Ook wordt hulp geboden bij administratieve vragen en eventuele schulden. Daarnaast is er inzet op school, via het schoolmaatschappelijk werk. Ouderen kunnen terecht bij de ouderenadviseur. Ook de dienstverlening van het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) is op de locatie van Wadwijzer ondergebracht. Met een breed aanbod aan cursussen, workshops, webinars en andere collectieve preventieve activiteiten. Dit aanbod is onderverdeeld in 4 verschillende vormen van preventie: 1. Universele preventie Gericht op alle inwoners en hun omgeving. Zij worden geïnformeerd en gemotiveerd om zich voor te bereiden op algemene kansen om zo de kwaliteit van het leven te behouden of verbeteren. 2. Selectieve preventie Gericht op bepaalde doelgroepen en hun omgeving. Zij worden geïnformeerd en gemotiveerd om zich voor te bereiden op de specifieke kansen om hun kwaliteit van het leven te behouden of verbeteren. 3. Geïndiceerde preventie Gericht op de individuele inwoners en hun directe omgeving.
Gericht op vroegtijdig en persoonlijk informeren en motiveren om zich voor te bereiden op de specifieke kansen om hun kwaliteit van het leven te behouden of verbeteren. 4. Zorg & Hulp gerelateerde preventie Gericht op individuele inwoners en hun directe omgeving vroegtijdig en persoonlijk te informeren en motiveren om ondanks verzorging en hulp te anticiperen op de kansen om hun kwaliteit van het leven te accepteren, te behouden of verbeteren. We zetten in op effectieve preventie. Dat betekent dat we preventie niet als doel op zich zien, maar dat we laten zien hoe preventie kan helpen bij lichtere, veilige zorg. We zijn inmiddels 5 jaar verder. Dat vraagt om na te gaan of de keten nog voldoende werkt en of de huidige vorm nog passend is. Dit ook in relatie tot de groei van de gemeente. Het gaat hierbij ook om de samenwerking met de gemeente, meer specifiek het sociaal team. Dit ook op basis van de eisen die de Rijksoverheid in de Hervormingsagenda heeft gesteld. 3.2.3. Wat willen we?
We willen dat helder is waar inwoners terecht kunnen voor wat De sociale basis in Waddinxveen voldoende is voor een gemeente van onze grootte en samenstelling. Dat sprake is van een passend afgestemd aanbod door verschillende organisaties binnen het preventieteam met één aanspreekpunt voor de gemeente. Dat sprake is van een doorlopende schakel van voorzieningen van preventie en lichte ondersteuning naar maatwerk en nazorg.
.
37 Visie Sociaal Domein 2024-2028
3.3.
Hulp en ondersteuning via hulp-op-maat
Zoals eerder aangegeven bieden wij zorg en ondersteuning in de vorm van hulp-op-maat als lichte ondersteuning niet genoeg blijkt. De inkoop van dit aanbod wordt regionaal georganiseerd (zie hoofdstuk 1.3). De toegang tot dit aanbod is lokaal georganiseerd. 3.3.1. Uitgangspunten
Voorop staan de (on)mogelijkheden binnen de persoonlijke situatie, niet het recht op zorg. Hulp en ondersteuning worden doelmatig en integraal ingezet. We bieden alleen hulp en ondersteuning als dit de meest effectieve en passende oplossing is. Hulp en ondersteuning worden aangeboden in de leefomgeving van de inwoner, waar kan in de eigen omgeving. Hulp en ondersteuning versterken de thuisomgeving en het netwerk van de inwoner en/of zorgen voor het stabiel houden en/of stabiel krijgen van de situatie. Hulp en ondersteuning moeten zoveel mogelijk passen bij de persoonlijke situatie van de inwoner. Wij zorgen dat inwoners niet onnodig lang en/of te intensief gebruik maken van hulp en ondersteuning via hulp-op-maat
3.3.2. Onze basishouding
Wij werken vanuit de één-loket gedachte. Op het moment dat een inwoner met een vraag bij ons komt wordt gekeken vanuit alle wetten in het sociaal domein die wij uitvoeren (inclusief minima-regelingen). Er wordt niet weer naar een ander loket verwezen. Op het moment dat een inwoner bij de gemeente terecht komt, is duidelijk dat deze vorm van ondersteuning nodig is. Wij hanteren een consistente integrale werkwijze. Onze manier van werken is uitgewerkt in één integraal werkproces, zodat iedereen op dezelfde manier wordt geholpen. Het verzoek wordt op een objectieve manier beoordeeld. Hierbij kijken we naar de mate van zelfredzaamheid. Dit doen we voor volwassenen op basis van de ZelfredZaamheidsMatrix (ZRM). Voor jeugd is dat de GIZ (gezamenlijke inschatting zorgbehoefte). Per leefdomein wordt gekeken of er ondersteuning nodig is en welke. Dit kan bijvoorbeeld betekenen dat naast het ontvangen van een uitkering begeleiding wordt ingezet. We gaan hierbij uit van wat iemand kan in plaats van wat iemand niet kan. En we luisteren naar wat de inwoner inbrengt. We zijn duidelijk over wat er gaat komen Bij hulp-op-maat is niet altijd helder voor een inwoner hoe processen werken, wanneer er duidelijkheid komt of hoe hulp-op-maat er in de praktijk uitziet. Voor de inwoner moet duidelijk zijn wat hem/haar te wachten staat.
Bijvoorbeeld dat leerlingenvervoer een marge heeft van vijf kwartier. Wij zorgen voor deze heldere communicatie. We zetten generalisten in met een specialisatie. We kunnen niet in alles goed zijn, vandaar dat we voor de uitvoering van de Wmo, Jeugdhulp en Participatiewet uitgaan van de specialisatie die onze consulenten hebben. Wel vinden we dat iedereen in staat moet zijn om alle inwoners te kunnen ondersteunen. Zij werken, samen met de procesregisseurs, in dienst van de gemeente. Sinds 2018 is het sociaal team onderdeel van de ambtelijke organisatie. Dit blijven wij doen, omdat dit het beste werkt. Wij kiezen ervoor om te werken met procesregisseurs omdat zij via korte lijnen intern en extern met elkaar verbinden, processen organiseren en wijzigen indien nodig. Dit gebeurt vanuit signalen en/of een inhoudelijke analyse. Het sociaal team richt zich op jeugd én volwassenen. 38
Visie Sociaal Domein 2024-2028
Wij hebben hiervoor gekozen omdat wij niet in hokjes, maar systemisch denken. Kinderen worden volwassen en een huishouden bestaat vaak uit volwassene(n) en kind(eren). Vanuit de hoofdvraag wordt een consulent aan de inwoner verbonden. Soms is er ondersteuning nodig op meerdere leefdomeinen. Wel is er meestal één hoofdvraag. Vanuit deze hoofdvraag wordt gekeken wie het beste de inwoner kan ondersteunen bij de gestelde vraag/ vragen. Deze consulent houdt contact met de inwoner en is bekend met de persoonlijke situatie. De consulent geeft hierbij ook blijk van dossierkennis en heeft een proactieve houding. Wij zijn geen hulpverlener, wij zijn routebegeleider. Hierbij staan wij zoveel mogelijk naast de inwoner. Een route ziet er minimaal als volgt uit: gesprek, toekomstplan (met helder doel en eindresultaat. Voor jongeren vanaf 16 jaar richten wij ons in ieder geval op de big 523), tussentijds gesprek(ken), evaluatie (inclusief eventuele nazorg). Bij het bepalen van de ondersteuning gaan wij ook na of de hoogte van de kosten passend is, vergeleken met de problematiek. We luisteren goed en richten ons zoveel mogelijk op een systemische aanpak. Als de situatie bijvoorbeeld wordt veroorzaakt door geldzorgen bij de ouders, wordt geen jeugdhulp ingezet, maar zal eerst worden gewerkt aan de stressvorming bij de ouders.
Wij kiezen er bewust voor om in specifieke situaties af te wijken, bijvoorbeeld om administratieve lasten te verminderen. Bij complexe situaties werken wij met buddy’s. Soms is een situatie zo ingewikkeld dat het goed is, voor inwoner en consulent, om te werken met een duo. Hierdoor is het mogelijk om met elkaar te overleggen. Daarnaast is er, bij mogelijke uitval, nog iemand die bekend is met deze situatie. Gericht op bestaanszekerheid. Zoveel mogelijk zelfstandig wonen in hun eigen woonomgeving en werken. Basis is werk of opleiding en wonen. Uit onderzoek blijkt dat zelfredzaamheid begint met een dak boven je hoofd en het hebben van geld. Is er sprake van een aanvraag binnen de Participatiewet? Dan vindt er altijd een gesprek plaats met de regionale accountmanager WerkgeverServicePunt. Als iemand in staat is om te werken of dat vrij snel kan, vindt er directe bemiddeling plaats naar werk. Als iemand niet in staat is om te werken, wordt eerst gekeken naar ondersteuning om dit uiteindelijk wel mogelijk te maken. Onze ondersteuning is tijdelijk en dus eindig. Wij stellen een maximum aan onze ondersteuning. Als blijkt dat toch nog langer ondersteuning nodig is, dan kiezen we voor een andere vorm van ondersteuning. Er zijn ook inwoners die hun leven lang begeleiding nodig hebben. Doel is dan niet het verbeteren van een situatie, maar het behouden van de bestaande situatie.
Soms betekent het ook loslaten en dat is lastig. Dat gaan we wel meer doen. Dit laatste geldt met name bij participatie. We gaan meer begeleiden naar werk of zinvolle dagbesteding. Wij werken met een brede gereedschapskist waar uit de verschillende wetten ondersteuning mogelijk is.
3.3.3. Wat willen we?
We willen dat helder is waar inwoners terecht kunnen voor wat. We willen de duur van de zorg niet langer door laten lopen dan nodig. Waarborgen objectieve houding en duidelijke communicatie We willen integraal werken zo ver mogelijk doorvoeren. We willen de administratieve lasten verminderen We willen dat iedere cliënt een consulent krijgt toegewezen, ook bij hulpmiddelen. We willen de samenwerking tussen sociaal team en preventieteam optimaliseren
23 Support, Wonen, School en werk, Inkomen en Welzijn.
39 Visie Sociaal Domein 2024-2028
3.4.
Informele zorg
Informele zorg is alle zorg die Nederlanders gratis en op vrijwillige basis aan andere inwoners met een gezondheidsbeperking verlenen. Deze vorm van zorg staat tegenover professionele zorg die vanuit een betaald beroep wordt verleend. Informele zorg gaat verder dan gebruikelijke zorg die men van inwoners mag verwachten. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de opvoeding van kinderen door hun ouders of de kortdurende zorg die iemand verleent aan een ziek familielid. Informele zorg is in te delen in twee verschillende vormen, namelijk mantelzorg en vrijwilligerszorg. Deze vorm van ondersteuning heeft een directe relatie met ons uitgangspunt van samenredzaamheid. Wanneer de zelfredzaamheid van onze inwoners tijdelijk of langdurig in de knel komt, verwachten wij dat zij zo veel mogelijk kunnen rekenen op de vrijwillige hulp en steun van anderen. Dit collectieve vermogen noemen we samenredzaamheid. Mantelzorgers en zorgvrijwilligers leveren hieraan een belangrijke bijdrage. We vinden het daarom van groot belang dat inwoners hun vrijwillige zorgtaken - naar vermogen - willen en kunnen blijven vervullen. De gemeente activeert en ondersteunt inwoners hierin. Hoe wij dit doen wordt verder uitgewerkt in de beleidsvisie Informele Zorg.
3.4.1. Wat willen we?
3.5.
We willen een visie op Informele Zorg.
Participeren in de samenleving
3.5.1. Een nuttige dagbesteding De gemeente vindt het belangrijk dat alle inwoners duurzaam, naar vermogen mee kunnen doen in de lokale samenleving. Meedoen is een middel om een hogere kwaliteit van bestaan te realiseren. De elementen van kwaliteit van bestaan zijn dezelfde voor alle mensen, los van de aard en ernst van mogelijke beperkingen. Participatie is betekenisvol als de vormen van actieve participatie: bijdragen aan persoonlijke ontwikkeling, tot doel hebben anderen te helpen of bijdragen aan de maatschappij als geheel zoals: o betaalde arbeid; o opleiding; o (betekenisvolle) sociale contacten buiten werk, school of eigen huishouden; o inzet voor de kwaliteit van de leefomgeving; o burenhulp; o sociale steun aan een buurtgenoot in een zorgwekkende situatie; o mantelzorg; o vrijwilligerswerk; o actieve deelname aan het verenigingsleven. Een vorm van participatie is duurzaam wanneer deze aansluit bij de ambities en mogelijkheden van de inwoner, en de behoefte van omgeving (gezin, buurt, arbeidsmarkt). Dat betekent niet dat iemand de zekerheid op een baan heeft, maar wel een bepaalde mate van werkzekerheid en het vertrouwen dat als omstandigheden veranderen de inwoner ondersteuning kan krijgen in de vorm van inkomen en
40 Visie Sociaal Domein 2024-2028
begeleiding24. Binnen de Participatiewet geldt dat alle arbeid passend is. Maar dit betekent niet dat deze arbeid ook duurzaam is. Om een duurzame uitstroom uit de uitkering te bevorderen, wordt meer gekeken naar talenten, competenties en wensen van inwoners. Hierbij wordt ook gekeken naar wat haalbaar is.
3.5.2. Leven met voldoende middelen Om inwoners naar de arbeidsmarkt te begeleiden is een goed netwerk met ondernemers nodig. Om dit te bereiken versterken we de samenwerking met het regionale Werkgeversservicepunt (WSP) en lokale ondernemers. We kijken naar de mate van afstand tot de arbeidsmarkt. Iemand die op korte termijn een baan kan krijgen bieden we kortdurende trajecten aan die daarop zijn gericht, waar mogelijk via het WSP. Als het langer gaat duren om werk te krijgen zetten we in op trajecten die dit sneller mogelijk maken. Bijvoorbeeld een proefplaats, trainingen en cursussen of trajecten via ons regionale sociale werkbedrijf Promen. Als iemand geen startkwalificatie heeft is een traject dat leidt tot een Praktijkverklaring belangrijk. Als iemand niet kan werken en geen uitzicht heeft op een baan, zetten we in op een nuttige dagbesteding. Vaak is er dan verbinding nodig met andere dienstverlening binnen het sociale domein. We hebben aandacht voor statushouders. Om mee te kunnen doen zetten we in op het verbeteren van het beheersen van de taal en participatie in de samenleving. Wij willen hier zo snel mogelijk mee starten. Voor het uitzicht op werk sluiten we aan bij de verworven competenties in het land van herkomst. Ook is het belangrijk om de dienstverlening af te stemmen op inwoners met een arbeidsbeperking.
Herkenning en het bieden van een specifieke benadering zorgt voor meer uitzicht op werk. Inwoners die door een beperking niet het minimumloon kunnen verdienen kunnen mogelijk wel werken in een garantiebaan, een beschutte werkplek of kunnen via dagbesteding participeren. De gemeente Waddinxveen draagt hier zelf ook aan bij door budget beschikbaar te stellen om mensen met een arbeidsbeperking bij de gemeente in dienst te nemen.
3.5.3. Wat willen we?
Duurzame uitstroom verbeteren. Als werken (tijdelijk) niet mogelijk is, zorgen wij voor een passende dagbesteding
3.6.
Een schakel van interventies, afhankelijk van de situatie
In hoofdstuk 3 is uitgelegd welke verschillende voorzieningen er zijn en is onderscheid gemaakt in collectieve voorzieningen, preventie, basishulp en hulp-op-maat. In dit complete aanbod zijn verschillende interventies mogelijk waarmee we hulp en ondersteuning bieden aan onze inwoners. Onze preventieve ondersteuning wordt aangeboden op vier niveaus, afhankelijk van de zwaarte van ondersteuning. Hetzelfde geldt voor onze hulp-op-maat. Dit is afhankelijk van de complexiteit en zwaarte van de problematiek die op de voorgrond treedt. Op deze manier hebben wij specifieke casuïstiek c.q.
24Dit raakt aan de definitie van Van der Klink en anderen uit 2010 in opdracht van ZonMW met betrekking tot duurzame
inzetbaarheid voor werk: ”Duurzame inzetbaarheid betekent dat werknemers in hun arbeidsleven doorlopend over daadwerkelijk realiseerbare mogelijkheden alsmede over de voorwaarden beschikken om in huidig en toekomstig werk met behoud van gezondheid en welzijn te (blijven) functioneren. Dit impliceert een werkcontext die hen hiertoe in staat stelt, evenals de attitude en motivatie om deze mogelijkheden daadwerkelijk te benutten.".