CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Triangel Zuid-Oost_Toelichting.pdf

Besluitvormende raadsvergadering 23 juni 2021, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: RV.RB Vaststellen bestemmingsplan Triangel Zuid-Oost22.467 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

bestemmingsplan Triangel Zuid-Oost Gemeente: Waddinxveen

Opdrachtgever: Gemeente Waddinxveen

Organisatie

Telefoon

Documentnummer

Lievense Milieu BV

+31 (0)88 910 20 00

SLM012996

Adres

Geatano Martinolaan 50 6229 GS Maastricht

Versie Datum

NL.IMRO.0627.BPTriangelzuidoost-0401

Colofon Rapporthistorie Voorontwerp .. ..... 2020 Ontwerp 2 november 2020 Vastgesteld .. ..... 2020 Onherroepelijk .. ..... 2020 Contactgegevens D. Boer telefoon_werknemer dboer@lievense.com

Autorisatie Documentnummer

Versie

Status

SLM012996

NL.IMRO.0627.BPTriangelzuidoost-0401

vastgesteld

Opgesteld door

Functie

Datum

Paraaf

R. Bouman

Adviseur Stedelijke Ontwikkeling

2 november 2020

Geverifieerd door

Functie

Datum

Paraaf

Akkoord projectleider

Functie

Datum

Paraaf

D. Boer

Senior jurist omgevingsrecht

3/70 - v astgesteld - NL.IMRO.0627.BPTriangelzuidoost-0401 -

Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 4

Hoofdstuk 5

Hoofdstuk 6

Hoofdstuk 7

2 Inleiding

5

1.1

Aanleiding en doelstelling

5

1.2

Ligging plangebied en begrenzing plangebied

7

1.3

Het geldende bestemmingsplan

9

1.4

De bij het plan behorende stukken

11

1.5

Opzet van de toelichting: leeswijzer

11

Planbeschrijving

12

2.1

Bestaande situatie

12

2.2

Nieuwe situatie

15

Relevant beleidskader

20

3.1

Rijksbeleid

20

3.2

Provinciaal/regionaal beleid

24

3.3

Gemeentelijk beleid

27

Water

32

4.1

Inleiding

32

4.2

Water in Park Triangel

34

Milieu- en andere aspecten

37

5.1

Milieueffectrapportage

37

5.2

Geluid

39

5.3

Luchtkwaliteit

44

5.4

Bedrijven en milieuzonering

47

5.5

Externe veiligheid

50

5.6

Bodem

55

5.7

Archeologie

58

5.8

Ecologie

60

5.9

Provinciaal belang

64

Juridische planopzet

65

6.1

Inleiding

65

6.2

Opbouw van de regels

66

Uitvoerbaarheid

70

7.1

Economische uitvoerbaarheid

70

7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

70

4/70 - v astgesteld - NL.IMRO.0627.BPTriangelzuidoost-0401 -

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1

Aanleiding en doelstelling

Aan de zuidzijde van Waddinxveen wordt de nieuwe woonwijk 'Park Triangel' gerealiseerd. Het voornemen is om in dit gebied, globaal gelegen tussen Beijerincklaan/Tweede Bloksweg, de spoorlijn Gouda/Alphen en de A12, circa 2.700 nieuwbouwwoningen te realiseren. Doel van Park Triangel is het opheffen van het bestaande lokale tekort aan nieuwbouwwoningen en voor een belangrijk deel van de woningbehoefte in de grotere regio te voorzien. In 2003 heeft de provincie Zuid-Holland in een wijziging van het streekplan het gebied aan de zuidzijde van Waddinxveen aangewezen als nieuwbouwlocatie voor de gemeente. Voor de ontwikkeling van Park Triangel heeft de gemeente Waddinxveen een masterplan opgesteld, waarin de stedenbouwkundige randvoorwaarden en uitgangspunten voor de ontwikkeling van de wijk zijn verwoord. De gemeente heeft op 24 september 2008 het uit te werken bestemmingsplan Triangel vastgesteld, om de ontwikkeling van Park Triangel in lijn met dit masterplan juridisch-planologisch te borgen. Op grond van diverse uitwerkingsplannen (ex artikel 3.6 Wro) wordt de ontwikkeling van de woonwijk gefaseerd mogelijk gemaakt. Inmiddels zijn al diverse uitwerkingsplannen vastgesteld in het gebied en zijn woningen gebouwd.

5/70 - v astgesteld - NL.IMRO.0627.BPTriangelzuidoost-0401 -

Afbeelding - overzicht deelgebieden park Triangel (bron: stedenbouwkundig plan) Dit plan gaat over een deel van het deelplan G3. Voor deze ontwikkeling is een bestemmingsplan noodzakelijk, omdat het plangebied (in de bovenstaande afbeelding met blauwe stippellijn aangeduid) niet binnen de uit te werken woondoeleinden van het bestemmingsplan Triangel valt, maar binnen een uit te werken bedrijfsbestemming. 6/70 - v astgesteld - NL.IMRO.0627.BPTriangelzuidoost-0401 -

In het plangebied wil men gestapelde woningen en multifunctioneel gebouw met een gemengde bestemming realiseren. Het doel van het voorliggende bestemmingsplan ' Triangel Zuid-Oost' is dan ook om de beoogde ontwikkeling planologisch-juridisch te borgen. 1.2

Ligging plangebied en begrenzing plangebied

Het plangebied Triangel is gelegen aan de zuidzijde van de bestaande bebouwing van Waddinxveen en is gelegen tussen de Beijerincklaan/Tweede Bloksweg, de spoorlijn Alphen/Gouda en de Zuidelijke Rondweg. In het uiterste zuiden raakt de punt van het plangebied de rijksweg A12. In de navolgende afbeelding zijn de ligging van Park Triangel en de contouren van het de nieuwe woonwijk weergegeven.

Afbeelding - globale ligging Park Triangel

7/70 - v astgesteld - NL.IMRO.0627.BPTriangelzuidoost-0401 -

Afbeelding - globale begrenzing Park Triangel Park Triangel is onderverdeeld in verschillende deelgebieden, die gefaseerd mogelijk worden gemaakt. Het plangebied van dit uitwerkingsplan Triangel Zuid-Oost, gelegen aan de zuidzijde van Park Triangel vormt een logische afsluiting van Waddinxveen.

8/70 - v astgesteld - NL.IMRO.0627.BPTriangelzuidoost-0401 -

Afbeelding - globale begrenzing plangebied (blauwe stippellijn) 1.3

Het geldende bestemmingsplan

Op het perceel Park Triangel Zuid-oost, deelgebied G3 is het bestemmingsplan 'Park Triangel' van kracht, zoals vastgesteld op 24 september 2008.

9/70 - v astgesteld - NL.IMRO.0627.BPTriangelzuidoost-0401 -

Afbeelding - uitsnede geldend bestemmingsplan 10/70 - v astgesteld - NL.IMRO.0627.BPTriangelzuidoost-0401 -

Aangezien binnen de uit te werken bedrijfsbestemming geen woningbouw is toegestaan is een bestemmingsplan gemaakt om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken. 1.4

De bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan 'Triangel Zuid-Oost' met identificatienummer NL.IMRO.0627.BPTriangelzuidoost-0401 bestaat, naast deze toelichting, uit de volgende stukken: verbeelding; planregels. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende plan en kunnen enkel in samenhang met elkaar 'gelezen' worden. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plangebied begrepen gronden aangegeven. Aan deze bestemmingen zijn regels om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. De toelichting is niet juridisch bindend, maar is niettemin een belangrijk document bij het bestemmingsplan. De toelichting geeft aan wat de beweegredenen en achtergronden zijn die aan het plan ten grondslag liggen en doet verslag van het onderzoek dat aan het bestemmingsplan vooraf is gegaan. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. 1.5

Opzet van de toelichting: leeswijzer

De toelichting is als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 1 heeft de inleiding van het plan plaatsgevonden. In Hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de gewenste ontwikkeling van het plangebied Hoofdstuk 3 bevat een bespreking van de planologische beleidskaders die een rol hebben gespeeld bij de totstandkoming van dit bestemmingsplan. Hoofdstuk 5 behandelt de voor het plangebied relevante milieutechnische aspecten. In Hoofdstuk 6 komten de planstukken aan de orde en tenslotte is in Hoofdstuk 7 de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan beschreven.

11/70 - v astgesteld - NL.IMRO.0627.BPTriangelzuidoost-0401 -

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving In voorliggend hoofdstuk wordt de bestaande, feitelijk aanwezige situatie binnen het plangebied beschreven. 2.1

Bestaande situatie

2.1.1 Historie Waddinxveen is ontstaan als lintdorp op de kruising van wegen tussen Gouda, Alphen aan den Rijn, de poldergebieden aan de westzijde van Gouda en de brug over de Gouwe. Het plangebied, gelegen ten zuiden van de oude kern van Waddinxveen, is een diepgelegen polder waar in het verleden veen is gewonnen. Met de wegen als dragers, werden de omliggende polders via een typische slagenverkaveling drooggelegd. Deze slagen zijn ook vandaag nog terug te zien in het landschap. Door de deklaag van klei is inzijging van regenwater in de bodem moeilijk, hetgeen het noodzakelijk maakte een dicht stelsel van sloten en tochten aan te leggen om het gebied droog en bewerkbaar te houden.

12/70 - v astgesteld - NL.IMRO.0627.BPTriangelzuidoost-0401 -

Afbeelding - bestaande situatie (bron: Bing Kaarten) Het plangebied maakt deel uit van de Zuidplaspolder. De ontginning van dit gedeelte vond plaats vanaf de Noordelijke Plasweg. Als grote afwatering werd de Zuidelijke Dwarstocht aangelegd. Typisch genoeg staan de slagen haaks ten opzichte van de slagen in de omliggende polders. De Zuidelijke Dwarstocht is ook nog aanwezig in het plangebied. Vanaf de tijd van drooglegging is het plangebied gebruikt als agrarisch gebied, waarbij voornamelijk sprake is van gebruik als weiland. Dit gebruik heeft zich tot voor kort doorgezet.

13/70 - v astgesteld - NL.IMRO.0627.BPTriangelzuidoost-0401 -

Afbeelding - bestaande situatie (bron: stedenbouwkundig plan) De Zuidplaspolder is thans doorsneden door grote infrastructurele elementen. De rijksweg A12 ligt aan de zuidzijde van het plangebied en de spoorlijn Gouda/Alphen aan de oostzijde van het plangebied. In de omgeving van het plangebied heeft daarnaast een zeer sterke verstedelijking plaatsgevonden, waarbij meest recentelijk de woonwijk Zuidplas aan de westzijde van het plangebied en het industrieterrein Coenecoop aan de oostzijde van het plangebied zijn opgeleverd. 2.1.2

Ruimtelijke en functionele structuur

Afbeelding - bovenaanzicht: met linksboven in de hoek het plangebied G3 en rechtsboven deelgebied G1-2 Het projectgebied Park Triangel vormt een (voormalig) agrarisch groene driehoek in een verstedelijkt landschap, ingeklemd door spoorwegen, stedelijke bebouwing (het bedrijventerrein Coenecoop en de woonwijk Zuidplas) en een agrarisch gebied. Het projectgebied ligt in de noordelijkste punt van de droogmakerij Zuidplaspolder. Het verkavelingspatroon wordt gekenmerkt door een regelmatige verkaveling met smalle, langwerpige kavels gescheiden door smalle, ondiepe sloten. Woningen Er was, voordat het gebied als nieuwbouwlocatie werd aangewezen, sprake van veehouderij, akkerbouw en glasopstanden. Op dit moment wordt het gebied met name gekarakteriseerd 14/70 - v astgesteld - NL.IMRO.0627.BPTriangelzuidoost-0401 -

door woningen, het centrale park en braakliggend terrein. De afgelopen jaren is het gebied in snel tempo ontwikkeld: er zijn vele woningen gebouwd, de hoofdinfrastructuur en het centrale park zijn aangelegd. Ook is het treinstation Waddinxveen Triangel gerealiseerd. Ontsluiting Het plangebied wordt voor het autoverkeer via de N453 (Beijerincklaan) ontsloten vanaf de A12 (Den Haag-Utrecht) en via de N453 (Beijerincklaan) en de N456 (Bredeweg) vanaf de A20 (Gouda-Rotterdam). In oostelijke richting wordt Park Triangel via de Zuidelijke Rondweg, de N454 (Kanaaldijk), N207 (Coenecoopbrug) en N452 (Goudse Poort) eveneens ontsloten vanaf de A12. In noordelijke richting vindt de ontsluiting via de N454 (Kanaaldijk) en Kerkweg-oost plaats vanaf de N207. Groen De groenstructuur in het plangebied is sterk verweven met de waterstructuur. De brede taluds en groengebieden langs de verschillende waterpartijen dragen sterk bij aan het groene karakter van de wijk en de ecologische waarde van het gebied. Het brede, doorgaande groenelement dat tevens een belangrijke ecologische waarde heeft is de spoorzone. Park Triangel dankt haar naam aan het grote park dat het groene hart vormt van de wijk. Op 28 mei 2016 is dit park geopend met onder andere een junglebos, speelveldjes voor diverse sporten en een vis- en aanlegsteiger.

Water In de huidige situatie is er een belangrijke hoofdwatergang, de Zuidelijke Dwarstocht, die langs het plangebied loopt. Rondom het gebied lopen de bestaande watergangen langs het spoor en de Tweede Bloksweg. De verschillende waterlopen worden op verschillende plaatsen verbonden, waardoor een netwerk van water ontstaat en op bijna elk punt van de wijk het water ervaarbaar wordt. Deze dooradering met water legt een duidelijke relatie met het oorspronkelijke polderlandschap. 2.2

Nieuwe situatie

Het doel van voorliggend bestemmingsplan is het bieden van een juridisch-planologisch kader voor de ontwikkeling van de gronden in het plangebied. In deze paragraaf wordt ingegaan op de uitgangspunten die zijn gehanteerd voor het gebied en voor dit bestemmingsplan. 2.2.1 Stedenbouwkundige uitgangspunten Bij de start van de totale wijk Park Triangel is een Integraal Ontwikkelingsplan (zie ook Bijlage 1) opgesteld, bestaande uit vijf onderdelen: 1. het Stedenbouwkundig Plan met het bijbehorende functionele programma; 2. het Kwaliteitsinstrumentarium, de beschrijving van de te bereiken product- en proces kwaliteit; 3. het globale Bestemmingsplan als het vigerende juridisch planologisch kader; 4. de Grondexploitatie van de door de gemeente Waddinxveen en Bouwfonds Ontwikkeling op te richten GEM; 5. de Samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeente Waddinxveen en Bouwfonds Ontwikkeling, waarin partijen hun afspraken over de samenwerking bij de ontwikkeling van park Triangel hebben vastgelegd. Voor wat betreft de ruimtelijke kaders zijn het Stedenbouwkundig Plan en het Kwaliteitsinstrumentarium van belang. Het Stedenbouwkundig plan richt zich met name op het planontwerp van de totale wijk op hoofdlijnen. 15/70 - v astgesteld - NL.IMRO.0627.BPTriangelzuidoost-0401 -

Het Kwaliteitsinstrumentarium richt zich hoofdzakelijk op de plan- en beeldkwaliteit van de beoogde woongebieden, voorzieningen, bedrijvigheid en openbare ruimte in Park Triangel. Voor de woonbebouwing en de voorzieningen geldt dat de cottage-stijl, een Engelse landelijke stijl, het uitgangspunt is voor de beeldtaal van de bouwvolumes. Dat uit zich ook in de architectuur van de woningen die inmiddels opgeleverd, in aanbouw of in verkoop zijn. Het belangrijkste uitgangspunt voor het plangebied is het behoud en de versterking van de ruimtelijke structuur en de herkenbaarheid van de verschillende woongebieden met hun eigen bebouwingskenmerken. Om dit te bereiken is de bebouwing, daar waar de woningen reeds zijn gerealiseerd, gedetailleerd bestemd. Ook de waterlopen, de belangrijkste groenelementen en de infrastructuur zijn volgens de huidige situatie bestemd. In het plangebied wordt een woongebied en een multifunctioneel gebouw met een gemengde bestemming gerealiseerd. De karakters van de woongebieden in Park Triangel verschillen onderling op basis van de eerder genoemde stedenbouwkundige uitgangspunten. 2.2.2 Deelgebied G3 Deelplan G3 is één van de sluitstenen van Park Triangel. De randen van het deelgebied zijn zeer divers begrenst.

Aan de noord-westzijde ligt de HIS (hoofdinfrastructuur) van Park Triangel met grondgebonden woningen van deelplan (G1-2) Parkweide aan de overzijde van de straat. De zuid-west zijde wordt begrenst door de Zuidelijke Rondweg met daarachter het meest zuidelijke puntje van het toekomstige recreatie- en natuurgebied van de Vredenburghzone en de A12 met parallelbaan (N451). Langs de oostzijde loopt het spoor de RijnGouwelijn.

Afbeelding - stedenbouwkundig opzet deelgebied G3 (bron; Stedenbouwkundig plan)

16/70 - v astgesteld - NL.IMRO.0627.BPTriangelzuidoost-0401 -

Afbeelding - verbeelding plangebied Visie en ruimtelijk concept Het voorliggend plangebied is gelegen op gronden die in het huidige bestemmingsplan de bestemming 'uit te werken bedrijfsbestemming'. In het Plan Triangel waren deze gronden bedoeld om bedrijven op te vestigen. In het Plan Triangel, Paragraaf Wonen van 5 maart 2009 is onder paragraaf 3.4 echter ook opgenomen dat "De marktomstandigheden kunnen de komende jaren in positieve of negatieve zin wijzigen. Daarom is het van belang om steeds zorgvuldig te monitoren welk bouwprogramma aansluit bij de behoefte uit de markt en zo nodig het bouwprogramma te herijken. De gemeente en samenwerkende partijen moeten daarin gezamenlijk optrekken". 17/70 - v astgesteld - NL.IMRO.0627.BPTriangelzuidoost-0401 -

Uit de marktwerking is gebleken dat er op dit moment meer vraag is naar woningbouw dan naar bedrijfsbebouwing. Daarom is besloten om voor een deel van de 'uit te werken bedrijfsbestemming' de bestemming te wijzigen naar 'Wonen' en 'Gemengd'. Binnen dit spanningsveld is daarom er voor gekozen de HIS te begeleiden met een enkele voorziening en woningbouw en een multifunctioneel gebouw met een gemengde bestemming. De appartementen en het multifunctioneel gebouw worden verder van de woningen aan de Parklaan gerealiseerd dan de mogelijke bedrijfsgebouwen. In het moederplan 'Triangel' (vastgesteld 24 september 2008) is geregeld dat binnen de hele bestemming 'uit te werken Bedrijfsgebied' gebouwen op te kunnen richting voor bedrijven met milieucategorie 1 en 2. Deze gebouwen mogen een maximale bouwhoogte van 15,0 meter hebben. De grens van de bestemming 'uit te werken Bedrijfsgebied' is op 15 meter van de woningen aan de Parklaan gelegen. Op basis van het moederplan 'Triangel' moet dit gebied gezien worden als een gemengd gebied, zoals opgenomen in de publicatie bedrijven en milieuzonering'. Dit door de in het gebied opgenomen bestemmingen wonen, gemengde voorzieningen en bedrijven. Daarnaast is het gebied gelegen naast een belangrijke toegangsweg voor Waddinxveen.

Voor dergelijke 'gemengd gebieden' is in de publicatie 'bedrijven en milieuzonering' opgenomen dat voor milieucategorie 2 een afstandsnorm van 10 meter geldt. Met de in het moederplan Triangel opgenomen afstand van 15 meter wordt hier dus ruimschoots aan voldaan. De appartementen (middeldure huur) en een multifunctioneel gebouw complementeren de woningbouw aan de overkant van de Parklaan worden op 27,20 meter en 28,40 meter van de woningen aan de Parklaan gerealiseerd. Er zitten namelijk verspringen in de gevels van de appartementen om meer variatie in de gevel te krijgen. Hiermee wordt de afstand van de nieuw te realiseren bebouwing ten opzichte van de bestaande woningen aan de Parklaan met respectievelijk 12,2 meter en 13,4 meter vergroot ten opzichte wat in het moederplan reeds mogelijk is. Daarbij komt dat in het bestemmingsplan Triangel Zuid-Oost 1/3 deel van de bestemming Wonen een hoogte van maximaal 16 meter (accent bij de entree aan de Zuidelijke Rondweg) heeft. De appartementen die het accent bij de entree aan de Zuidelijke Rondweg vormen zullen met een bouwhoogte van maximaal 16 meter worden gerealiseerd. De rest van de woningen krijgt een hoogte van maximaal 13 meter. Een groot deel van de geplande woningen is daarom lager dan de 15 meter van de uit te werken bedrijvenbestemming.

Het deel dat 1,0 meter hoger is zal door de vergrote afstand van 27,20 meter en 28,40 meter minder impact hebben dat bedrijfsbebouwing van 15 meter hoog op een afstand van 15 meter. Binnen de afstand van 27,20 meter en 28,40 meter zullen 3 bomenrijen en groen worden aangebracht. Deze bomenrijen zullen in volgroeide toestand ongeveer 15 meter hoog zijn. Daarnaast is er sprake van een zeer ruim wegprofiel met in feite 3 groenstroken en een parkeerstrook. Vanuit ruimtelijk oogpunt is dit daarmee een goed passende situatie. Het bovenstaande is grafisch weergegeven in de onderstaande situatietekening en sfeerimpressies die tevens zullen worden opgenomen in paragraaf 2.2 van de toelichting.

18/70 - v astgesteld - NL.IMRO.0627.BPTriangelzuidoost-0401 -

Afbeelding - situatietekening afstand appartementen tot woningen

Afbeelding - impressies van bedrijfshal vs. appartementencomplex

19/70 - v astgesteld - NL.IMRO.0627.BPTriangelzuidoost-0401 -

Hoofdstuk 3 Relevant beleidskader 3.1

Rijksbeleid

3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012) De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), die op 13 maart 2012 door de minister is vastgesteld, vormt de nieuwe, overkoepelende rijksstructuurvisie voor de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland tot 2028, met een doorkijk naar 2040. In de SVIR ‘Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig’ is de inhoud van een groot aantal beleidsstukken, waaronder de Nota Ruimte, de Nota Mobiliteit en diverse planologische kernbeslissingen, opgenomen. Het rijksbeleid richt zich op het versterken van de internationale positie van Nederland en het behartigen van de nationale belangen, zoals de hoofdnetwerken voor personen- en goederenvervoer, energie, natuur, waterveiligheid, milieukwaliteit en bescherming van het werelderfgoed. Het beleid met betrekking tot verstedelijking, groene ruimte en landschap laat het Rijk, onder het motto ‘decentraal wat kan, centraal wat moet’, over aan provincies en gemeenten. Gemeenten krijgen daarbij de ruimte voor kleinschalige natuurlijke groei en voor het bouwen van huizen die aansluiten bij de woonwensen van mensen. Alleen in de stedelijke regio’s rond de mainports Amsterdam en Rotterdam maakt het Rijk afspraken met decentrale overheden over de programmering van verstedelijking.

Overige sturing op verstedelijking, zoals afspraken over binnenstedelijk bouwen, rijksbufferzones en doelstellingen voor herstructurering, laat het Rijk los. Er is enkel nog sprake van een ‘ladder’ voor duurzame verstedelijking (gebaseerd op de ‘SERladder’), die is vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening. In het mobiliteitsbeleid komt de gebruiker centraal te staan en wordt de samenhang tussen de verschillende modaliteiten en tussen ruimtelijke ontwikkeling en mobiliteit versterkt. Het Rijk streeft naar een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland, doormiddel van een krachtige aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Om dit doel te bereiken, werkt het Rijk samen met andere overheden. In de SVIR zijn ambities tot 2040 en doelen, belangen en opgaven tot 2028 geformuleerd. Het Rijk heeft drie hoofddoelen geformuleerd: het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur; het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid, waarbij de gebruiker voorop staat; het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.

In totaal zijn dertien onderwerpen van nationaal belang benoemd, die bijdragen aan het realiseren van de drie hoofddoelen. Het betreft onder meer het borgen van ruimte voor de hoofdnetwerken (weg, spoor, vaarwegen, energievoorziening, buisleidingen), het verbeteren van de milieukwaliteit, ruimte voor waterveiligheid, ruimte voor klimaatbestendige stedelijke ontwikkeling, ruimte voor behoud van unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten en ruimte voor een nationaal netwerk voor natuur. Voor de Zuidvleugel/Zuid-Holland geldt daarnaast nog een grote woningbouwopgave: tot 2040 moeten nog circa 280.000 woningen worden bijgebouwd en ongeveer 220.000 woningen worden vervangen. De SVIR bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. De Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) is de ministeriële regeling. Op 30 december 2011 zijn het Barro en de Rarro in werking getreden. 20/70 - v astgesteld - NL.IMRO.0627.BPTriangelzuidoost-0401 -

3.1.2 Nationale Omgevingsvisie (ontwerp) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) komt voort uit de Omgevingswet, die naar verwachting in 2021 in werking treedt. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen we in gebieden komen tot betere, meer geïntegreerde keuzes. In juni 2019 is het ontwerp van de NOVI naar de Tweede Kamer gestuurd en gelanceerd. Naar verwachting wordt de NOVI begin 2020 vastgesteld. Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering, zoals zeespiegelstijging, hogere rivierafvoeren, wateroverlast en langere perioden van droogte. Nederland is in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt maatregelen in de leefomgeving, bijvoorbeeld voldoende groen en ruimte voor wateropslag in onze steden. Voordeel is dat daarmee tegelijk de leefomgevingskwaliteit verbeterd wordt en het kansen biedt voor natuur. In 2050 heeft Nederland een duurzame energievoorziening. Dit vraagt ruimte, onder meer voor windmolens en zonnepanelen. Wind op zee heeft de voorkeur, maar ook op land zijn windmolens nodig.

Door deze zoveel mogelijk te clusteren, voorkomen we versnippering over het landschap en benutten we de ruimte zo efficiënt mogelijk. Voorwaarde is steeds dat bewoners echt goed betrokken zijn en invloed hebben op het gebruik, en waar dat kan meeprofiteren in de opbrengsten. De aanleg van zonneparken in het landschap moeten we zoveel mogelijk beperken. Het Rijk plaatst bij voorkeur eerst zoveel mogelijk zonnepanelen op daken en gevels. Het Rijk zet zich in voor het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Dit vraagt goede verbindingen via weg, spoor, lucht, water en digitale netwerken en een nauwe samenwerking met onze internationale partners, zowel met onze directe buren als met andere landen in Europa en over de wereld, ook op defensieterrein. We zetten in op een sterk en innovatief vestigingsklimaat met een goede quality of life: een leefomgeving die de inwoners volop voorzieningen biedt op het gebied van wonen, bewegen, recreëren, ontmoeten en ontspannen. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam, en circulair.

We zetten in op het gebruik van duurzame energiebronnen en op verandering van productieprocessen, zodat we niet langer afhankelijk zijn van eindige, fossiele bronnen. 3. Sterke en gezonde steden en regio’s Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Tegelijk willen we de leefbaarheid en klimaatbestendigheid in steden en dorpen verbeteren. Schonere lucht, voldoende groen en water en genoeg publieke voorzieningen waar mensen kunnen bewegen (wandelen, fietsen, sporten, spelen), ontspannen en samenkomen. Daarbij hoort een uitstekende bereikbaarheid en 21/70 - v astgesteld - NL.IMRO.0627.BPTriangelzuidoost-0401 -

toegankelijkheid, ook voor mensen met een handicap. We zorgen dat de leefomgevingskwaliteit en – veiligheid verder toeneemt. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd. Niet alleen groei heeft onze aandacht. Ook in gebieden met bevolkingsdaling versterken we de vitaliteit en leefbaarheid. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. Dit levert ook een noodzakelijke positieve bijdrage aan het verbeteren van de biodiversiteit. Bodemdaling moet worden aangepakt. Verhoging van het waterpeil is in bepaalde veenweidegebieden op termijn noodzakelijk. Met de betrokken regio’s en gebruikers wordt afgesproken waar en hoe dit zorgvuldig zal gebeuren. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde.

Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI zoeken we naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. 3.1.3

Besluit ruimtelijke ordening

Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro) Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen neemt het Rijk enkel nog de 'Ladder' voor duurzame verstedelijking op. Hierdoor neemt de bestuurlijke drukte af en ontstaat er ruimte voor regionaal maatwerk. Dit betekent dat in de toelichting van een bestemmingsplan een beschrijving wordt opgenomen van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Doel van de ladder is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De ladder is als een procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening en ook in de provinciale omgevingsverordening (zie paragraaf 3.2.2). In het Besluit ruimtelijke ordening is de verplichting opgenomen om in het geval van nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak 22/70 - v astgesteld - NL.IMRO.0627.BPTriangelzuidoost-0401 -

van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. De treden van de ladder worden in artikel 3.1.6, lid 2 Bro als volgt omschreven: de toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling, en; indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. De gemeenten moeten plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken motiveren volgens de nieuwe laddersystematiek. Het doel van de Ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De Ladder geeft daarmee invulling aan het nationaal ruimtelijk belang gericht op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten. Nieuwe stedelijke ontwikkeling De voorliggende ontwikkeling wordt in het kader van het voorliggende bestemmigsplan beschouwd als een nieuwe stedelijke ontwikkeling.

Uit jurisprudentie blijkt dat bij het vaststellen van een uitwerkingsplan artikel 3.1.6, tweede lid, Bro in acht genomen zal moeten worden als het uitwerkingsplan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, Bro (uitspraak van 18 mei 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1295 (Zevenaar)). Onderbouwing ladder voor duurzame verstedelijking Park Triangel De gemeente Waddinxveen heeft vanwege een actualisatie van het bestemmingsplan een onderbouwing van het woningbouwprogramma aan de Ladder voor Duurzame Verstedelijking opgesteld. Er dient aangetoond te zijn dat er een regionale behoefte is aan woningen, kantoren en bedrijvigheid. De actualisatie van het betreffende bestemmingsplan is uiteindelijk niet doorgezet. Het opgestelde rapport wordt nu wel gebruikt voor de onderbouwing van het voorliggende uitwerkingsplan. Het rapport 'Onderbouwing ladder voor duurzame verstedelijking Park Triangel' is bijgevoegd in Bijlage 3. In het rapport wordt met betrekking tot de behoefte aan woningen het volgende geconcludeerd: Binnen de regio bestaat een kwalitatieve behoefte aan 2.710 sociale huurwoningen. De bereikbare huurwoningen die in Park Triangel deelplan G3 zijn voorzien passen hier ruimschoots binnen. Door het grote tekort aan plancapaciteit in de zuidvleugel, is er tevens een grote behoefte aan grondgebonden woningen en appartementen.

Rekening houdend met de bovenregionale vraag, is er een kwantitatieve behoefte aan 22.340 woningen. Tevens is er een kwalitatieve behoefte aan 6.090 grondgebonden woningen en 16.250 appartementen. Geconcludeerd wordt dat de in Park Triangel Zuid-oost/G3 geplande woningen, zowel regionaal als bovenregionaal, ruimschoots passen in de actuele behoefte. Na het opstellen van dit rapport zijn is voor de Regio Midden-Holland twee actuelere rapporten opgesteld, te weten: 'Naar een bedrijven-terreinenstrategie voor Midden-Holland' en 'Kantorenstrategie Midden-Holland 2019 t/m 2024' opgesteld. Voor deze twee onderdelen is dat dus actueler beleid. Het voorliggend plan maakt echter geen realisatie van bedrijven en/of kantoren mogelijk en is een toetsing aan het beleid derhalve niet aan de orde. Bestaand stedelijk gebied In het rapport is aangegeven dat zowel Rijk als provincie de locatie Park Triangel als bestaand 23/70 - v astgesteld - NL.IMRO.0627.BPTriangelzuidoost-0401 -

stedelijk gebied beschouwen. Op grond van de provinciale omgevingsvisie valt voorliggende deelgebied echter net buiten de het BSD (bestaand stads- en dorpsgebied). In onderhavig geval is sprake van een geplande uitbreiding in aansluiting op bestaand stads- en dorpgebied (BSD). Het betreft een woongebied dat al in afronding is met een goede fiets- en verkeersontsluiting voor omliggende voorzieningen en doorgaande snelwegen. Ook is op zeer korte afstand de treinhalte Waddinxveen Triangel (sprinters) aanwezig. Door de provincie is Park Triangel dan ook als een van de woningbouwlocaties aangegeven op de zogeheten '3 ha kaart' en de bijbehorende tabel. Dit betekent dat de provincie op hoofdlijnen geen ruimtelijk bezwaar heeft tegen de betreffende ontwikkeling. In het voorliggende geval staat de voorliggende locatie niet meer ter discussie. Conclusie Gelet op de regionale- en bovenregionale woningbehoefte en de daarmee gepaard gaande huishoudensgroei die een extra vraag naar zorg (huisartsen, fysiotherapeuten, tandartsen en verloskundigen), maatschappelijke voorzieningen (jongerencentra, kinderopvang, maatschappelijk werkers en (buiten)sportvoorzieningen) met zich mee brengt, kan worden geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling past binnen de kaders van de Ladder voor duurzame verstedelijking. 3.1.4 Conclusie Met deze planontwikkeling zijn geen specifieke rijksbelangen gemoeid.

De beoogde ontwik keling is ook niet in strijd met het rijksbeleid. 3.2

Provinciaal/regionaal beleid

3.2.1 Omgevingsbeleid Zuid-Holland Het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland is per 1 april 2019 in werking getreden en omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. Daarnaast zijn in het Omgevingsbeleid operationele doelstellingen opgenomen, zodat zichtbaar is hoe de provincie zelf invulling geeft aan de realisatie van haar beleid. Deze operationele doelstellingen maken onderdeel uit van verschillende uitvoeringsprogramma’s en –plannen, zoals het programma Ruimte en het programma Mobiliteit. Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Hieraan geeft de provincie richting door het maken van samenhangende beleidskeuzes, die volgen uit de provinciale opgaven. Deze beleidskeuzes werken door naar uitvoeringsprogramma’s en naar regels in de verordening. Het geheel aan bestaande beleidskeuzes, inclusief de doorwerking naar programma’s en verordening, vormt het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Programma ruimte Het Programma ruimte bevat een nadere invulling en operationalisering van ruimtelijk relevante onderdelen van de Omgevingsvisie.

In het programma Ruimte is Park Triangel als een van de nog te ontwikkelen woningbouwlocaties buiten het bestaand stads- en dorpsgebied (BSD) aangegeven met een bruto oppervlak van 100 hectare. Dat betekent dat de de provincie op hoofdlijnen geen ruimtelijk bezwaar heeft tegen de betreffende ontwikkeling. Dit neemt niet weg dat de gemeente bij de verdere detaillering van de betreffende ontwikkeling (in het kader van het bestemmingsplan) nog wel rekening moet houden met specifieke onderdelen van het provinciaal beleid, bijvoorbeeld het beleid voor ruimtelijke kwaliteit.

24/70 - v astgesteld - NL.IMRO.0627.BPTriangelzuidoost-0401 -

3.2.2 Omgevingsverordening Om het provinciaal ruimtelijk beleid uit te voeren heeft de provincie in het vervolg op het omgevingsbeleid de verordening vastgesteld. De Omgevingsverordening is per 1 april 2019 in werking getreden. De omgevingsverordening bevat alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving. De omgevingsvergunning vervangt bestaande verordeningen zoals de Verordening Ruimte, de milieuverordening en dergelijke. Stedelijke ontwikkelingen (artikel 6.10) Ten aanzien van stedelijke ontwikkelingen wordt in de verordening aangegeven dat: in de toelichting ingegaan wordt op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking zoals verwoord in het Besluit ruimtelijke ordening (zie paragraaf 3.1.3); wanneer in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte. Ten opzichte van het voorgaande bestemmingsplan Triangel (2008) worden geen nieuwe mogelijkheden geboden. In totaal is het woningbouwprogramma op sommige aspecten zelfs fors verkleind. Ten aanzien van het gewijzigde woningbouwprogramma is voor geheel Triangel recentelijk een laddertoets uitgevoerd. In paragraaf 3.1.3 is verder ingegaan op de resultaten van dit onderzoek.

3.2.3 Regionale Agenda Wonen Het doel van de Regionale Agenda Wonen (RAW) is om voor de regio een actuele, kwalitatieve en toekomstbestendige woonagenda en een werkbare programmeringsmethodiek te krijgen, die zorgen voor een goed functionerende woningmarkt op lokaal en regionaal niveau; een agenda die kan rekenen op draagvlak bij gemeenten, provincie, woningcorporaties, zorgaanbieders en marktpartijen. Het is belangrijk dat de woonagenda ruimte biedt aan versterking van de kwaliteiten van de woonmilieus in verschillende delen van de regio; aansluitend bij de behoefte. De RAW is opgebouw rondom vijf thema's, te weten: 1. Kracht van de regio: diversiteit in kwaliteiten; binnen de regio behoud van aanvullende kwaliteiten en eigen identiteiten; 2. Duurzame ontwikkeling; 3. Wonen met zorg/ langer thuiswonen / wonen voor kwetsbare groepen; 4. Betaalbaarheid/ toegankelijkheid 5. Beschikbaarheid In de agenda zijn de volgende opgaven opgenomen: 1. 2. 3. 4. 5.

Gevarieerd woon- en leefklimaat Duurzaamheid Wonen en Zorg Betaalbaarheid en toegankelijkheid Beschikbaarheid

Voor Waddinxveen is in de diverse onderdeel specifiek in de agenda opgenomen: 1. Gevarieerd woon- en leefklimaat In het Marktonderzoek regio Midden-Holland (Fakton 2017) is de verdeling van deze woonmilieus over de regio weergegeven. De woonprofielen zijn opgedeeld tot een hoofdindeling van vier kenmerkende subregio's: Stedelijk: Gouda 25/70 - v astgesteld - NL.IMRO.0627.BPTriangelzuidoost-0401 -

Middelgroot: Bodegraven, Nieuwerkerk, Schoonhoven, Waddinxveen Dorps: Bergambacht, Gouderak, Moerkapelle, Moordrecht, Ouderkerk, Lekkerkerk, Krimpen a/d Lek, Oud-Verlaat, Reeuwijk-Brug, Stolwijk, Zevenhuizen Landelijk: overige kernen/overig gebied Waddinxveen is sinds de jaren '80 uitgegroeid van een dorpskern langs de Gouwe naar een middelgrote gemeente met de daarbij behorende voorzieningen. De ligging langs de A12 Utrecht – Den Haag is daarvoor belangrijk. Daarnaast heeft Waddinxveen drie treinstations aan een hoogwaardig openbaar vervoersnetwerk. Aan de zuidwestzijde van de oude dorpskern is een nieuw centrum gerealiseerd. Zuidelijk daarvan is de woonwijk Park Triangel in aanbouw. Waddinxveen kent veel laagbouw, met aan de zuidrand een dorps en soms luxer woonmilieu. Het luxe woonmilieu is een onderscheidend aanbod, dat verder grotendeels ontbreekt in de regio.

De RAW gaat uit van een herbevestiging van de bestaande bestuurlijke afspraken met de provincie Zuid-Holland over de bovenregionale woonbehoefte. Midden-Holland heeft al sinds 2004 een taakstelling waar het gaat om de bovenregionale woonbehoefte. Deze is in 2006 vastgelegd in het Intergemeentelijk Structuurplan (ISP) Zuidplaspolder waarin naast andere ruimtelijke ontwikkelingen ook de woningbouwbehoefte is vastgelegd. In 2016 is die behoefte in een gezamenlijk bestuurlijk overleg met Provincie, Rotterdam, Zuidplas, Gouda en Waddinxveen nader bepaald op 15.000 woningen, in een volgtijdelijkheid van 7.000 woningen tot 2030 (waarvan 1.300 tot 2020) en in het decennium daarna nog eens 8.000 woningen. Waddinxveen kent qua omvang een beperkte eigen woningmarkt, maar de ligging langs de A12 maakt het voor nieuwe inwoners toch interessant. Belangrijk is te sturen op de bestaande voorraad: nieuwbouw is aantrekkelijk, maar een deel van de bestaande voorraad behoeft aandacht. Strategische toevoegingen aan de bestaande voorraad zijn meergezinswoningen en huur-eengezinswoningen, in de ontspannen woonmilieus: rustige stadwijk, woonwijk met hoogen laagbouw en in het centrum-dorps woonmilieu. 5. Beschikbaarheid Naar verwachting zal het aantal huishoudens in de regio stijgen van ruim 95.000 in 2015 naar bijna 106.000 in 2025 (+11.000) en 110.000 in 2030 (+4.000).

In 2016 tellen we bijna 100.000 huishoudens in de regio, wat maakt dat we nog een groei verwachten van zo'n 10.000 huishoudens tot 2030. Een deel van de groei van de huishoudens valt te verklaren door vergrijzing en individualisering. De groei vindt grotendeels plaats in de gemeenten Zuidplas, Waddinxveen, Gouda en Bodegraven-Reeuwijk (marktonderzoek regio Midden-Holland, Fakton).

Binnen deze behoefteprognose zien we behoefte aan een netto uitbreiding van de voorraad met 2.500 sociale huurwoningen vanaf 2015 tot 2030. De gemeenten spreken de volgende verdeling over de vijf gemeenten af: 26/70 - v astgesteld - NL.IMRO.0627.BPTriangelzuidoost-0401 -

Bodegraven-Reeuwijk 350 woningen Gouda 1.010 woningen Krimpenerwaard 300 woningen Waddinxveen 370 woningen Zuidplas 440 woningen De gemeenten rapporteren jaarlijks de voortgang van de realisatie van deze aantallen en spreken elkaar aan als de realisatie achterblijft. Voor Waddinxveen is het uitgangspunt dat de voorraad bereikbare huurwoningen gelijke tred houdt met de omvang van de doelgroep. Bij nieuw op te starten projecten (na 2018) wordt ingezet op 30% sociale huur. Echter zijn voor het plan Triangel middels de Paragraaf Wonen (5 maart 2009) reeds andere afspraken gemaakt met de Provincie. De gestelde primaire beleidsdoelen voor het plan Triangel zijn: Minimaal 20% bereikbare woningen Verhoging van % bereikbaar tot ca 24-26% door MGE op middeldure koop (Koopgarant, 15-25% korting op VON prijs) Koppeling met de bestaande woningvoorraad: oplossen van goedkoop scheefwonen in bestaande bereikbare huurwoningen door bevordering van doorstroming naar bereikbare koop in Triangel. Bestaande huurwoningen komen vrij voor nieuwe toewijzing. Waardoor het volkshuisvestingsbeleid effectief wordt. In de onderstaande tabel van de gemeente Waddinxveen is een overzicht van de woningvoorraad voor het plan Triangel, waaronder ook deelgebied G3, opgenomen:

Deze cijfer liggen in de lijn van behoefteprognoses zoals deze zijn opgenomen in de Regionale Agenda Wonen en de primaire beleidsdoelen van het plan Triangel. De ontwikkeling van Park Triangel zorgt voor kwalitatief goede huisvestingsmogelijkheden voor verschillende soorten huishoudens en draagt op deze manier bij aan de vitaliteit binnen de regio Midden-Holland. Gelet hierop voldoet het plan aan de uitgangspunten van de Reginoale Agenda Wonen. 3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1 Structuurvisie Waddinxveen 2030 (2012) Op 3 oktober 2012 is de Structuurvisie Waddinxveen 2030 vastgesteld door de gemeenteraad. De structuurvisie schetst de ruimtelijke koers van de gemeente tot en met 2030 en vormt een integrale visie en een toetsingskader voor nieuwe initiatieven. Op basis van trends en ontwikkelingen, het bestaande gemeentelijke beleid en de projecten die spelen binnen de planperiode zijn de belangrijkste opgaven in beeld gebracht, verdeeld over vijf thema’s. In de structuurvisie zijn vier strategische keuzes gemaakt: versterken van de economische structuur, zowel door versterking van bestaande werkmilieu's als door het bieden van ruimte voor nieuwe bedrijven; versterken van de bereikbaarheid, onder meer door het versterken van de regionale wegenstructuur en het beperken van extern verkeer door de bebouwde kom van 27/70 - v astgesteld - NL.IMRO.0627.BPTriangelzuidoost-0401 -

Waddinxveen; inzetten op een passend woningaanbod (toevoegen van 4.250 woningen tot 2030) en voorzieningenniveau; versterken van de ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid, onder andere in het gebied van station tot hefbrug. Op de integrale structuurvisiekaart is het plangebied van voorliggend bestemmingsplan aangeduid als 'wonen bestaand' en 'concentratiegebied winkels en voorzieningen centrumgebied'. De centrumzone van Waddinxveen vormt een strategisch project in de structuurvisie. Het nieuwe centrum geeft de kern een sterk en uitgebreid voorzieningenniveau voor de toekomst, terwijl het gebied rond de Kerkweg-Oost wordt versterkt door bestaande ontwikkellocaties op een hoogwaardige manier te benutten. Het doel is om van het historische hart van Waddinxveen weer een aantrekkelijk verblijfsgebied te maken. Binnen het thema 'wonen en voorzieningen' is aangegeven dat ruimtelijke kwaliteit het belangrijkste uitgangspunt is voor het gemeentelijke woningbouwprogramma, dat uitgaat van de toevoeging van 4.250 woningen tot 2030. Ontwikkelingen moeten bijdragen aan de toekomstige woon-, leef- en werkkwaliteit van Waddinxveen, waarbij een goede balans tussen inbreiding en uitbreiding van groot belang is. Er wordt onder meer ingezet op het (her)ontwikkelen van bestaande locaties in de bebouwde kom.

3.3.2 Woonvisie De gemeenteraad heeft op 13 december 2017 de Woonvisie Waddinxveen 2018-20122 vastgesteld. Het doel van deze woonvisie is richting te geven aan het beleid rondom wonen en de woningmarkt in Waddinxveen. Die richting bestaat uit een hoofddoelstelling, vier pijlers en een woningbouwprogramma. Hoofddoelstelling: prettig wonen voor iedereen Waddinxveen ligt op het grensvlak van stad en platteland. Het voorzieningenniveau is goed, de sociale cohesie is sterk, er is werkgelegenheid en de gemeente heeft een rijk verenigingsleven. Waddinxveen is goed bereikbaar. Dat maakt Waddinxveen een aantrekkelijke woongemeente. Iedereen die dat wil moet op een prettige, geschikte manier kunnen wonen in Waddinxveen. Daarom moet de woningvoorraad zo goed mogelijk aansluiten bij de markt en moeten mensen die hulp nodig hebben bij het vinden van passende huisvesting worden ondersteund. De vier pijlers Pijler 1: beschik baarheid en betaalbaarheid Er moet variatie zijn in het woningaanbod, zodat iedereen een geschikte woning kan vinden in Waddinxveen. De gemeente wil dan ook kwaliteit en diversiteit bieden, zowel qua woning als qua woonomgeving. Voor alle doelgroepen moeten voldoende woningen beschikbaar zijn.

Pijler 2: wonen, zorg en welzijn Prettig wonen hangt voor een groot deel ook samen met contact hebben met anderen en verzorgd worden wanneer dat nodig is en wonen in een geschikte woning. Pijler 3: duurzaamheid Duurzaamheid is een belangrijk thema in zowel de bestaande voorraad als nieuwbouw. Door duurzaam te bouwen of woningen te verduurzamen, wordt bijgedragen aan een beter woon- en leefklimaat. Pijler 4: leefbaarheid Prettig wonen hangt voor een belangrijk deel samen met leefbaarheid. Iedereen moet zich prettig en veilig kunnen voelen in de eigen directe woonomgeving. In Waddinxveen is de leefbaarheid goed. Doel is om dit zo te houden. Woningbouwprogramma Waddinxveen heeft veel ruimte om woningbouwplannen te realiseren. Naast de uitbreidingslocaties Park Triangel en 't Suyt zet de gemeente in op binnenstedelijke 28/70 - v astgesteld - NL.IMRO.0627.BPTriangelzuidoost-0401 -

herontwikkeling en transformatie van vastgoed. Voor Park Triangel hanteren we als uitgangspunt dat 40% van Park Triangel gebouwd wordt voor de lokale en regionale behoefte en 60% voor de bovenregionale behoefte. Deze bovenregionale behoefte komt voornamelijk voort uit de verhuisrelatie die Waddinxveen heeft met Rotterdam en Den Haag. Vanwege deze actualisatie van het bestemmingsplan heeft de gemeente Waddinxveen een onderbouwing van het woningbouwprogramma aan de Ladder voor Duurzame Verstedelijking opgesteld. Deze is opgenomen in paragraaf 3.1.3. 3.3.3 Mobiliteitsplan Het Mobiliteitsplan 2013-2020 is op 26 juni 2013 door de gemeenteraad vastgesteld. Het mobiliteitsplan vervangt de verkeersvisie uit 2006. In het mobiliteitsplan staan ambities: een optimaal bereikbaar Waddinxveen, verkeersveiligheid voor alle verkeersdeelnemers, stimuleren van het fietsgebruik en het optimaal benutten van het openbaar vervoer. Het doel van het mobiliteitsplan is om deze vier ambities te realiseren. Hiervoor is een routeboek opgesteld. Dit routeboek bestaat uit beleidskaders die gebruikt worden bij diverse (integrale) ontwikkelingen en maatregelen waarmee de grootste knelpunten aangepakt kunnen worden. Tijdens het opstellen van het mobiliteitsplan is veelvuldig gebruik gemaakt van kennis en kunde van inwoners, het bedrijfsleven en diverse maatschappelijke organisaties van Waddinxveen.

Het mobiliteitsplan is een sectorale uitwerking van de voornoemde “Structuurvisie Waddinxveen 2030”. In het mobiliteitsplan staan geen detailuitwerkingen. Hiervoor worden, waar relevant, aparte plannen gemaakt. In het Mobiliteitsplan is rekening gehouden met de nieuwe woonwijk Park Triangel. 3.3.4 Masterplan Triangel/IOP In het Masterplan zijn de ruimtelijke kaders voor de ontwikkeling van het gebied aangegeven. Na het Masterplan zijn diverse uitwerkingen opgesteld, zoals visies en ontwikkelingsprogramma's waaronder het Integraal OntwikkelingsPlan (IOP). In februari 2010 heeft de gemeenteraad van Waddinxveen het IOP voor Park Triangel vastgesteld. Dit plan bestaat uit vijf onderdelen: 1. het Stedenbouwkundig Plan met het bijbehorende functionele programma; 2. het Kwaliteitsinstrumentarium, de beschrijving van de te bereiken product- en proces kwaliteit; 3. het Bestemmingsplan Triangel als het vigerende juridisch planologisch kader; 4. de Grondexploitatie van de door de gemeente Waddinxveen en BPD (Voorheen Bouwfonds Ontwikkeling) op te richten GEM; 5. de Samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeente Waddinxveen en BPD (voorheen Bouwfonds Ontwikkeling), waarin partijen hun afspraken over de samenwerking bij de ontwikkeling van Park Triangel hebben vastgelegd. Op 22 januari 2014 heeft de gemeenteraad het IOP bevestigd.

Ten behoeve van de stedenbouwkundige kaders zijn voor verschillende delen van Triangel stedenbouwkundige visies en plannen opgesteld: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Visie inpassing Tweede Bloksweg en Tuinbouwweg; Kwaliteitsinstrumentarium, IOP Park Triangel; Park Triangel - Waddinxveen, Stedenbouwkundig plan fase 1a; Voorlopig ontwerp Centrale Park; Stedenbouwkundig plan Lint Tuinbouwweg; Visie inpassing Tweede Bloksweg en Tuinbouwweg.

29/70 - v astgesteld - NL.IMRO.0627.BPTriangelzuidoost-0401 -

3.3.5 Parapluplan Archeologie en Parkeren Het archeologiebeleid is gemeentebreed vertaald in het bestemmingsplan 'Parapluplan Archeologie en Parkeren. Uit dit paraplubestemmingsplan blijkt dat het voorliggend plangebied valt in een gebied met een lage archeologische verwachting en volgens de beleidsadvieskaart zijn gebieden met een lage verwachting vrijgesteld van archeologische dubbelbestemming en een onderzoeksplicht. Het gemeentelijk parkeerbeleid is eveneens vertaald in het parapluplan vertaald. De regels met betrekking tot parkeren zijn eveneens overgenomen. Parkeren/parkeerplaatsen en parkeernorm In het voorliggend bestemmingsplan zijn de regels van het paraplubestemmingplan 'Archeologie en Parkeren' (vastgesteld 19 september 2018) overgenomen. De relevante parkeernormen uit de CROW, die van toepassing zijn op de betreffende bebouwing is: Functie wonen (huur-etage-midden/goedkoop): 1,4 parkeerplaatsen per woning Functie gemengd: te bepalen indien invulling (aanwezige functies) bekend is. Het appartementengebouw voorziet in maximaal 100 woningen. Derhalve dienen hiervoor minimaal 140 parkeerplaatsen te worden gerealiseerd. Achter de het appartementengebouw zijn 141 parkeerplaatsen voorzien. Hiermee wordt voor de woningen voorzien in voldoende parkeerplaatsen.

Bij het indienen van de omgevingsvergunning voor het multifunctioneel gebouw, moet aangetoond worden dat hiervoor daadwerkelijk kan worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Verkeersbeweging/verkeersoverlast In de CROW zijn kencijfers voor verkeersgeneratie opgenomen. In de onderstaande tabel zijn de voor het plan relevante kencijfers weergegeven (appartementen vs. bedrijvigheid).

Tabel - verkeersgeneratie per functie (bron: CROW 317 Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie) Op basis van cijfers moet worden geconcludeerd dat de functie 'wonen' minder (weg)verkeer en daarmee geen extra geluidsbelasting genereert dan de eerder geplande functie 'bedrijven'. Uitgaande van woningen met een bvo van ca. 100 m2, is te zien dat de verkeersgeneratie van een werkfunctie een factor 2 tot bijna 4 hoger is dan die van woningen. De verkeersgeneratie van de woningen is tevens opgenomen in het Regionale Verkeersmodel Midden Holland. 3.3.6 Beleidsnota externe veiligheid De gemeente Waddinxveen heeft op 3 oktober 2012 de Beleidsnota externe veiligheid vastgesteld. In de beleidsnota zijn de volgende veiligheidsambities geformuleerd: woongebieden worden zo veilig mogelijk ingericht; de vestiging van nieuwe risicobedrijven in woongebieden is niet toegestaan; binnen het 100% letaliteitsgebied van risicobronnen zijn nieuwe bestemmingen voor verminderd zelfredzame personen niet toegestaan; 30/70 - v astgesteld - NL.IMRO.0627.BPTriangelzuidoost-0401 -

de vestiging van nieuwe risicobedrijven op bedrijventerrein Coenecoop is uitsluitend toegestaan onder strikte voorwaarden; de vestiging van nieuwe risicobedrijven is toegestaan op Distripark Doelwijk en op het nog te ontwikkelen bedrijventerrein A12 Noord; nieuwe woon- en verblijfsgebouwen worden standaard uitgevoerd met afschakelbare ventilatie; routering gevaarlijke stoffen; aardgasleidingen. Voor de uitvoering van deze ambities zijn planologische kaders opgenomen, waaraan bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen kan worden getoetst. Om de uitvoering te borgen wordt deze beleidsnota externe veiligheid gekoppeld aan de nieuwe Structuurvisie Waddinxveen 2030 (zie paragraaf 3.3.1) en wordt bij het opstellen van dit bestemmingsplan rekening gehouden met de geformuleerde ambities.

31/70 - v astgesteld - NL.IMRO.0627.BPTriangelzuidoost-0401 -

Hoofdstuk 4 W ater 4.1

Inleiding

4.1.1 Nationaal Waterplan 2016 – 2021 Op 10 december 2015 is door de Minister van Infrastructuur en Milieu en de staatssecretaris van Economische Zaken het Nationaal Waterplan 2016 - 2021 (NWP) vastgesteld. Het NWP vervangt het Nationaal Waterplan 2009 - 2015 en geeft de hoofdlijnen, principes en richting weer van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016 - 2021, met een vooruitblik richting 2050. Het NWP bevat de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de daarbij behorende aspecten van het nationale ruimtelijke beleid voor de komende 6 jaar met een vooruitblik richting 2050. Met dit Nationaal Waterplan zet het kabinet een volgende ambitieuze stap in het robuust en toekomstgericht inrichten van ons watersysteem, gericht op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart. Het kabinet streeft naar een integrale benadering, door natuur, scheepvaart, landbouw, energie, wonen, recreatie, cultureel erfgoed en economie zo veel mogelijk in samenhang met de wateropgaven te ontwikkelen.

Onderdeel van het Nationaal Waterplan zijn: de Deltabeslissingen (waterveiligheid, zoetwatervoorziening en ruimtelijke adaptatie) de Beleidsnota Noordzee de verankering van afspraken die betrekking hebben op water vanuit het Energieakkoord de Natuurvisie de Internationale Waterambitie de geactualiseerde plannen en maatregelenprogramma's om te voldoen aan de Europese eisen voor waterkwaliteit, overstromingsrisico's en het mariene milieu. Conclusie Het voorliggend plan is in overeenstemming met het Nationaal Waterplan.

32/70 - v astgesteld - NL.IMRO.0627.BPTriangelzuidoost-0401 -

4.1.2 Waterbeheerplan 2016 – 2021 Het beleid van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (verder HHSK) is vastgelegd in het waterbeheerplan 2016-2021, de Keur van Schieland en de Krimpenerwaard, peilbesluiten en de leggers. Het algemeen bestuur van het HHSK heeft op 29 juni 2016 het Waterbeheerplan 2016-2021 'Met mensen en water' (WBP) vastgesteld. Het WBP geeft de visie en ambities weer op het waterbeheer voor de lange termijn. Het plan bepaalt de koers: het geeft richting aan het handelen van het HHSK en biedt burgers, bedrijven, partners en andere betrokkenen zicht op wat zij van het HHSK kunnen verwachten. Het HHSK staat voor een doelmatig en duurzaam waterbeheer in directe verbinding met de omgeving. HHSK streeft er naar haar taken tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten uit te voeren, bij te dragen aan de leefbaarheid van het gebied en de toekomstbestendigheid en duurzaamheid van het watersysteem te vergroten. Zo benoemt het waterbeheerplan concrete doelen om de impact van klimaatverandering (adaptatie) en de omvang van de klimaatverandering (mitigatie) te beperken. Een mogelijke aanscherping van doelen zal binnen de planperiode plaatsvinden. Het streven is het watersysteem zo goed mogelijk geschikt te houden voor alle functies. Daarnaast is er aandacht voor de aantrekkelijkheid van het woon- en leefgebied voor alle gebruikers.

Ambities zijn uitgewerkt binnen verschillende thema's: a. b. c. d.

veilig en bewoonbaar (waterveiligheid) voldoende, schoon en aantrekkelijk water (watersysteem) gezuiverd water (afvalwaterketen en emissies) veilige wegen

Conclusie Het voorliggend plan voldoet aan het Waterbeheerplan van het Hoogheemraadschap. 4.1.3 Waterplan Boskoop en Waddinxveen Het gemeentelijke beleid is vastgelegd in het Waterplan Boskoop en Waddinxveen (februari 2010). Dit Waterplan is gezamenlijk door de gemeenten Waddinxveen en Boskoop, het hoogheemraadschap van Rijnland en het HHSK opgesteld om knelpunten in het watersysteem aan te pakken en kansen op verbeteringen te benutten. Een opgave voor het Waterplan is te voorzien in de lokale implementatie van het nieuwe waterbeleid (Kaderrichtlijn Water, Nationaal Bestuursakkoord Water). Ook willen de gemeenten en de hoogheemraadschappen zorgen voor een optimale, gezamenlijke aanpak van de wateropgaven. Het waterplan focust op de maatregelen in het bebouwde gebied. Het waterplan heeft tot doel een integrale visie op te stellen over alle aspecten van het water (met uitzondering van drinkwater en zwembaden) en het implementeren van duurzaam waterbeleid in het bebouwd gebied van beide gemeenten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10222569/1