Nota van beantwoording zienswijzen.pdf
Tekst van het document
Nota van beantwoording zienswijzen Naar aanleiding van de tervisielegging van het ontwerp bestemmingsplan ‘Triangel Zuid-Oost G3’ in Waddinxveen
Gemeente Waddinxveen Datum: 19 mei 2021 Versie: 04.2
Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Triangel Zuid-Oost G3, versie 19-05-2021
1
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding Het bestemmingsplan maakt de realisatie van een appartementencomplex voor maximaal 100 huurwoningen en een multifunctioneel gebouw aan de Parklaan in het plan Triangel mogelijk. Zienswijzen Het ontwerp bestemmingsplan ‘Triangel Zuid-Oost’ heeft met ingang van donderdag 28 januari 2021 tot en met donderdag 11 maart, gedurende zes weken ter inzage gelegen. Tevens is het ontwerpbestemmingsplan gedurende deze periode digitaal raadpleegbaar geweest op www.ruimtelijkeplannen.nl (NL.IMRO.0627.BPTriangelzuidoost-0301). Eenieder is daarbij in de gelegenheid gesteld om naar aanleiding van het ontwerp wijzigingsplan mondeling of schriftelijk - een zienswijze in te dienen. Gedurende de termijn van terinzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan zijn 6 schriftelijke zienswijzen ontvangen, waarvan 1 zienswijzen door meerdere reclamanten is ondertekend.
1.2 Ontvankelijkheid zienswijzen Ten aanzien van de ontvankelijkheid: Tijdens de zienswijzetermijn zijn 6 zienswijzen ingediend en ontvangen. Zienswijze 1, 3 en 6 zijn aan het college van burgemeester en wethouders gericht. Zienswijze 2, 4 en 5 zijn aan de gemeenteraad gericht in plaats van burgemeester en wethouders. Deze brieven zijn overeenkomstig het bepaalde in artikel 2.3 van de Algemene wet bestuursrecht doorgeleid naar het college. De zienswijzen zijn allemaal ontvankelijk. De Omgevingsdienst Midden-Holland (ODMH) heeft tijdens de inzage termijn ook een advies afgegeven. Dit advies wordt niet aangemerkt als een zienswijze, maar zal in de ambtshalve wijzigingen worden meegenomen. Ten aanzien van de inhoud: De ingekomen zienswijzen naar aanleiding van het ontwerp bestemmingsplan zijn samengevat en beantwoord in hoofdstuk 2. Per onderdeel van de zienswijze is aangegeven of deze al dan niet gegrond is en of het plan naar aanleiding van de zienswijze wordt gewijzigd.
1.3 Algemene Verordening Persoonsgegevens In deze Nota beantwoording zienswijzen zijn de NAW-gegevens (naam, adres, woonplaats) van bepaalde indieners van zienswijzen weggelaten. Dit weglaten, de ‘anonimiseringsverplichting’, vloeit voort uit de Algemene verordening persoonsgegevens (AVG). Daarin is bepaald dat NAW-gegevens van natuurlijke personen niet elektronisch beschikbaar mogen zijn. Dit geldt niet voor ondernemingen die behoren tot een rechtspersoon (bijvoorbeeld en B.V. of een v.o.f.) en voor personen die beroepsmatig betrokken zijn bij de procedure. De NAW-gegevens van de indieners zijn wel bekend bij de gemeente. Wel valt uit de Nota beantwoording zienswijzen ter herleiden op welke locatie de zienswijze betrekking heeft. Dit heeft er mee te maken dat de locatie benodigd is voor een goede beantwoording van de zienswijze en het daarmee samenhangende af te wegen belang.
1.4 Overige wijzigingsvoorstellen In hoofdstuk 3 zijn de ambtshalve wijzigingen voor het ontwerpbestemmingsplan beschreven, die niet het gevolg zijn van ingediende zienswijzen. In dit hoofdstuk is ook het advies van de ODMH meegenomen.
Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Triangel Zuid-Oost G3, versie 19-05-2021
2
Hoofdstuk 2 Beantwoording zienswijzen 1. Hoogheemraadschap van Schieland en Krimpenerwaard (hierna HHSK) (kenmerk D2021-02-001783). Zienswijze 1.1 De waterparagraaf ontbreekt, het Hoogheemraadschap verzoekt de Gemeente om een waterparagraaf op te nemen.
Reactie gemeente In de toelichting van het plan ontbreekt de Waterparagraaf. De onderstaande waterparagraaf zal daarom in de toelichting van het plan worden opgenomen. ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- ----------Hoofdstuk 4 Water 4.1 Inleiding 4.1.1 Nationaal Waterplan 2016 – 2021 Op 10 december 2015 is door de Minister van Infrastructuur en Milieu en de staatssecretaris van Economische Zaken het Nationaal Waterplan 2016 - 2021 (NWP) vastgesteld. Het NWP vervangt het Nationaal Waterplan 2009 - 2015 en geeft de hoofdlijnen, principes en richting weer van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016 - 2021, met een vooruitblik richting 2050. Het NWP bevat de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de daarbij behorende aspecten van het nationale ruimtelijke beleid voor de komende 6 jaar met een vooruitblik richting 2050. Met dit Nationaal Waterplan zet het kabinet een volgende ambitieuze stap in het robuust en toekomstgericht inrichten van ons watersysteem, gericht op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart.
Het kabinet streeft naar een integrale benadering, door natuur, scheepvaart, landbouw, energie, wonen, recreatie, cultureel erfgoed en economie zo veel mogelijk in samenhang met de wateropgaven te ontwikkelen. Onderdeel van het Nationaal Waterplan zijn: • • • • • •
de Deltabeslissingen (waterveiligheid, zoetwatervoorziening en ruimtelijke adaptatie), de Beleidsnota Noordzee de verankering van afspraken die betrekking hebben op water vanuit het Energieakkoord de Natuurvisie de Internationale Waterambitie de geactualiseerde plannen en maatregelenprogramma’s om te voldoen aan de Europese eisen voor waterkwaliteit, overstromingsrisico's en het mariene milieu.
Conclusie: Het voorliggend plan is in overeenstemming met het Nationaal Waterplan. 4.1.2 Waterbeheerplan 2016 – 2021 Het beleid van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (verder HHSK) is vastgelegd in het waterbeheerplan 2016-2021, de Keur van Schieland en de Krimpenerwaard, peilbesluiten en de leggers. Het algemeen bestuur van het HHSK heeft op 29 juni 2016 het Waterbeheerplan 2016-2021 'Met mensen en water' (WBP) vastgesteld. Het WBP geeft de visie en ambities weer op het waterbeheer voor de lange termijn. Het plan bepaalt de koers: het geeft richting aan het handelen van het HHSK en biedt burgers, bedrijven, partners en andere betrokkenen zicht op wat zij van het HHSK kunnen verwachten.
Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Triangel Zuid-Oost G3, versie 19-05-2021
3
Het HHSK staat voor een doelmatig en duurzaam waterbeheer in directe verbinding met de omgeving. HHSK streeft er naar haar taken tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten uit te voeren, bij te dragen aan de leefbaarheid van het gebied en de toekomstbestendigheid en duurzaamheid van het watersysteem te vergroten. Zo benoemt het waterbeheerplan concrete doelen om de impact van klimaatverandering (adaptatie) en de omvang van de klimaatverandering (mitigatie) te beperken. Een mogelijke aanscherping van doelen zal binnen de planperiode plaatsvinden. Het streven is het watersysteem zo goed mogelijk geschikt te houden voor alle functies. Daarnaast is er aandacht voor de aantrekkelijkheid van het woon- en leefgebied voor alle gebruikers. Ambities zijn uitgewerkt binnen verschillende thema's: • • • •
veilig en bewoonbaar (waterveiligheid) voldoende, schoon en aantrekkelijk water (watersysteem) gezuiverd water (afvalwaterketen en emissies) veilige wegen
Conclusie: Het voorliggend plan voldoet aan het Waterbeheerplan van het Hoogheemraadschap. 4.1.3 Waterplan Boskoop en Waddinxveen Het gemeentelijke beleid is vastgelegd in het Waterplan Boskoop en Waddinxveen (februari 2010). Dit Waterplan is gezamenlijk door de gemeenten Waddinxveen en Boskoop, het hoogheemraadschap van Rijnland en het HHSK opgesteld om knelpunten in het watersysteem aan te pakken en kansen op verbeteringen te benutten. Een opgave voor het Waterplan is te voorzien in de lokale implementatie van het nieuwe waterbeleid (Kaderrichtlijn Water, Nationaal Bestuursakkoord Water). Ook willen de gemeenten en de hoogheemraadschappen zorgen voor een optimale, gezamenlijke aanpak van de wateropgaven. Het waterplan focust op de maatregelen in het bebouwde gebied. Het waterplan heeft tot doel een integrale visie op te stellen over alle aspecten van het water (met uitzondering van drinkwater en zwembaden) en het implementeren van duurzaam waterbeleid in het bebouwd gebied van beide gemeenten. Het waterplan resulteert uiteindelijk in een maatregelenpakket om te komen tot: • • • • • •
een veilig en robuust watersysteem; het voorkomen van wateroverlast en watertekort; een goede waterkwaliteit en een ecologisch gezond watersysteem; het benutten van mogelijkheden voor beleving en recreatie; het optimaliseren van beheer en onderhoud; het optimaliseren van communicatie binnen en tussen partijen.
In het kader van het bestemmingsplan Park Triangel is uitgebreid aandacht besteed aan water. Ook in de toelichting van het voorliggend bestemmingsplan wordt aangegeven op welke wijze met de waterafspraken (zie paragraaf 4.2) wordt omgegaan. Conclusie: Het voorliggend plan voldoet aan het Waterplan Boskoop en Waddinxveen. 4.2 Water in Park Triangel In het kader van het bestemmingsplan Triangel is uitvoerig op het thema water ingegaan en zijn ook afspraken gemaakt met de waterbeheerders over de wijze hoe de waterbelangen in het plan worden opgenomen, zoals waterberging, veiligheid en waterkwaliteit. Op basis van voorgaande uitwerkingsplannen voor Triangel zijn aandachtspunten naar voren gebracht door het HHSK. Deze aandachtspunten zijn in de navolgende onderdelen opgenomen. Veiligheid en voorkomen van wateroverlast Door de aanleg van Park Triangel treedt functieverandering op in de Zuidplaspolder. Daardoor neemt mogelijke schade bij een dijkdoorbraak toe. De vraag is dan of de schadeklasse van de boezemkades moet worden verhoogd. Maatgevend hierbij is een doorbraak van de waterkering langs de Gouwe. De boezemkade langs de Gouwe heeft als normering schadeklasse V. Dit is de zwaarste klasse. Het verzwaren van de boezemkades is dan ook voor Park Triangel niet relevant.
Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Triangel Zuid-Oost G3, versie 19-05-2021
4
In december 2005 is in opdracht van de provincie een onderzoek uitgevoerd naar de gevolgen van een overstroming voor de Zuidplaspolder. Onder andere voor plangebied Park Triangel zijn de maximaal optredende waterstanden berekend. Deze waterstand ligt 15 cm lager dan het beoogde vloerpeil van toekomstige woningen (dit was aanvankelijk NAP -5,05 m en voor nieuwe woningen recentelijk verhoogd naar NAP -4,85 m). Deze waterstand treedt op bij een dijkdoorbraak langs de Gouwe tussen Waddinxveen en de A12. Door provincie en HHSK is geconcludeerd dat gezien de geringe waterdiepte, de verwaarloosbare stroomsnelheden van het water en de beschikbare evacuatietijd geen aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn. Het bruto oppervlak van de ontwikkeling bedraagt 106 ha. Wanneer er van uit wordt gegaan dat 50% van het gebied verhard wordt dan moet voor 53 ha. waterberging gecompenseerd worden. Binnen het gebied is al 15 ha. verhard, waardoor de waterbergingsopgave geldt voor 53-15 = 38 ha. Voor dit oppervlak geldt dat conform de eisen van het HHSK waterberging gerealiseerd moet worden. De te realiseren waterberging bedraagt dan 19.400 m3. Deze bergingshoeveelheid dient gevonden te worden tussen het peil van -5.92 m. NAP en -6.25 m. NAP (toets hoogte voor grasland). De plannen voor de inrichting van het plangebied Triangel in Waddinxveen zijn echter in de loop van de jaren gewijzigd.
Daarom is in 2018 een actualisatie van de waterhuishouding Park Triangel uitgevoerd. Deze actualisatie is als bijlage 10 opgenomen bij de toelichting. Hierbij wordt, in afstemming met het waterschap, voor de wateropgave binnen het plan Triangel uitgegaan van een peilstijging van 0,33 m. Dit is de peilstijging ten opzichte van het streefpeil. In overleg met het hoogheemraadschap is overeengekomen dat het oppervlak open water uitgebreid dient te worden met 15,5 % van de toename van het verhard oppervlak. In het bestaande inrichtingsplan is in het hele gebied 51,4 ha aan verhard oppervlak gepland en 7,84 ha aan open water voorzien. Het verhard oppervlak in de oorspronkelijke situatie was 17,8 ha en het bestaand wateroppervlak 7,46 ha. De toename verhard oppervlak wordt dan (51,4 - 17,8 =) 33,6 ha. Dit betekent dat de benodigde uitbreiding open water als compensatie van de toename verhard oppervlak (0,155 x 33,6 ha =) 5,20 ha is. De totale bergingsopgave is dan (7,46 + 5,20 =) 12,66 ha. Omdat er 7,84 ha water wordt voorzien, is er een tekort van (12,66 - 7,84 =) 4,82 ha. Met een peilstijging van 0,33 m, wordt het tekort (4,82 ha x 0,33 m =) 15.908 m3. De nieuwe wateropgave is (bij een peilstijging van 0,33 m) 12,766 ha of 41.783 m3. Er is in totaal 7,84 ha wateroppervlak voorzien. Dit betekent, dat er een bergingstekort is van 4,82 ha.
Het bergingstekort (berekend in de vorige wateropgave) was 2,73 ha. Dit betekent, dat het bergingstekort ruim 2 ha is toegenomen. Het verschil is voor het grootste deel te verklaren door de afname van voorzien wateroppervlak en voor een klein deel door toename van verhard oppervlak. In het vorige plan was er 9,78 ha aan water voorzien. In het huidige plan is er slechts 7,84 ha aan water voorzien. Gelet op het bovenstaande zal in 2021 binnen de Vredenburghzone nog een waterberging met een oppervlak van 5,2 ha ten behoeve van het plan Park Triangel worden gerealiseerd. Om de waterberging van 5,2 ha optimaal te benutten moeten de watergangen die de aan te leggen waterberging voeden, van voldoende capaciteit zijn. Waterkwantiteit Als het bestemmingsplan (parkeer)kelders mogelijk maakt, dienen deze om overlast te voorkomen waterdicht zijn, zodat geen grondwater kan binnentreden. Daarnaast moet bij het ontwerp rekening worden gehouden met mogelijk peilstijgingen van het oppervlaktewater. Om wateroverlast bij forse peilstijgingen te voorkomen is het verstandig om eventuele inritten, ramen en ventilatieopeningen van de (parkeer)kelders ruim boven het maximale waterpeil aan te leggen. Hier zal in de omgevingsvergunning voor het bouwen rekening mee gehouden worden. Voorkomen van grondwateroverlast In het plangebied zullen de bestaande zomer- en winterpeilen gehandhaafd worden.
Het toekomstige wegpeil in het plangebied wordt dusdanig gekozen dat de minimale drooglegging is gewaarborgd. De drooglegging, het verschil tussen het wegpeil en het waterpeil, voor het waterrijke plangebied met zettingsgevoelige bodem die is overeengekomen met HHSK en gemeente bedraagt 0,9 m. Hiermee wordt de nodige veiligheid geboden tegen grondwateroverlast.
Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Triangel Zuid-Oost G3, versie 19-05-2021
5
Het watersysteem van Park Triangel zal zo worden ingericht dat het geen belemmering vormt voor het in de toekomst instellen van het genoemde peil in het gehele peilgebied waarbinnen Park Triangel valt. Dit betekent dat er bij het bepalen van de drooglegging en aanleghoogtes al rekening is gehouden met een peil van NAP -6,15 m. Vooralsnog zal echter worden aangesloten bij het huidige zomer- en winterpeil in het betreffende peilgebied, zijnde NAP -6,32/-6,42 m (peilbesluit Hoogheemraadschap Van Schieland en Krimpenerwaard, 4 december 2012). Tegengaan bodemdaling veengebied Voorafgaand aan de bouw en bewoning (gebruiksfase) zal het plangebied bouwrijp gemaakt worden. Hierbij zal gedurende 8 maanden tot 3 jaar de bodemdaling (zetting) kunstmatig worden versneld (door bijvoorbeeld de toepassing van verticale drainage, eventueel in combinatie met een extra bovenbelasting bestaande uit een grondlichaam en/of het afgraven van zettingsgevoelige bodemlagen zoals klei en veen en het terugbrengen van zand) om gedurende de gebruiksfase de bodemdaling te beperken tot acceptabele waarden (norm). De norm die hiervoor gehanteerd wordt is dat een restzetting van 10 cm wordt geaccepteerd ter plaatse van wegen en riolering. Ter plaatse van tuinen wordt voorzien in een restzetting van 20 cm per 30 jaar.
De nadere uitwerking hiervan, zoals de systeemkeuze van de versnelde consolidatie, dient in overleg met het HHSK tot stand te komen. Het HHSK heeft wel de toename van kwel als aandachtspunt benoemd. Riolering en waterkwaliteit In het gebied wordt een verbeterd gescheiden stelsel aangelegd waarbij, waar mogelijk, afstromend hemelwater van schone oppervlakken direct wordt afgevoerd naar het oppervlaktewater. Het afkoppelen geschiedt met inachtneming van de daarvoor bij het HHSK geldende richtlijnen. Voorbeelden van oppervlakken die relatief schoon zijn, zijn onder andere daken en verkeersluwe wegen. Hiermee wordt voorkomen dat schoon hemelwater afgevoerd wordt naar de afvalwaterrioolzuiveringsinstallatie. Verder zal het Nationaal Pakket Duurzaam Bouwen toegepast worden, en ook niet-uitlogende en milieuvriendelijke beschoeiing en betuining. Hiermee wordt verontreiniging van het afstromende hemelwater beperkt. Omwille van de waterkwaliteit, worden in het plangebied geen doodlopende watergangen aangelegd, hetgeen de doorspoelbaarheid gunstig beïnvloedt. Inrichting en ecologie In het plangebied zijn de oevers ter plaatse van de openbare ruimte natuurvriendelijk ingericht. Een natuurvriendelijke oeverinrichting bestaat uit oevers met een flauw talud, zodat de waterdiepte geleidelijk afneemt. Hiermee wordt een variatie aan vegetatietypen gestimuleerd.
Door een inrichting van het watersysteem met een waterdiepte van minimaal 1 m wordt een robuust watersysteem gerealiseerd. De natuurvriendelijke oevers dragen bij aan de doelstellingen van de Kaderrichtlijn Water (KRW). Het plangebied is gesitueerd in een gebied met wateraanvoer waardoor de doorspoeling goed is. In combinatie met de aanstaande sanering van lozingen van de glastuinbouw zal de waterkwaliteit naar verwachting verbeteren. Beheer en onderhoud Alle hoofdwatergangen zijn in beheer en in onderhoud bij het HHSK. De gemeente is in principe verantwoordelijk voor het onderhoud van de overige watergangen en het beheer en onderhoud van de riolering en hemelwaterafvoer en de daarmee samenhangende kosten. De gemeente en het HHSK hebben afgesproken dat het dagelijks en buitengewoon onderhoud van alle watergangen bij wijze van pilot zal worden uitgevoerd door het HHSK. Voorwaarde hierbij is dat alle watergangen vanaf de kant bereikbaar dienen te zijn voor onderhoud en dat een obstakelvrije onderhoudsstrook (breedte 5 m) aanwezig is over de volle lengte van de watergangen. Daarnaast dienen de kruisingen met wegen doorvaarbaar te zijn voor varend onderhoudsmaterieel.
Ook dienen de bewoners te worden ingelicht over de plichten, geboden en verboden met betrekking tot het onderhoud en activiteiten ter plaatse van het aangrenzende open water (de toepassing van geschikte bouwmaterialen, de eisen ten aanzien van bebouwing en steigers etc.). In dit opzicht is de aanwezigheid van bomen en grote struiken langs de oevers in algemene zin niet gewenst omdat dit leidt tot te veel beschaduwing en overmatige bladval in het water.
Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Triangel Zuid-Oost G3, versie 19-05-2021
6
Bouwen langs of in de hoofdwatergang is niet toegestaan omdat dan de bereikbaarheid voor het onderhoud wordt belemmerd. Daarnaast zal de benodigde transportcapaciteit van de hoofdwatergang ontoelaatbaar worden beperkt indien bebouwing plaatsvindt. Opgemerkt wordt dat voor aanpassingen aan het bestaande waterhuishoudingsysteem vergunning dient te worden aangevraagd bij het HHSK op grond van de "Keur" (ex artikel 77 en 80 van de Waterschapswet). In de keur is ook geregeld dat "beschermingszone" voor watergangen in acht dienen te worden genomen. Het komt erop neer dat binnen de beschermingszone vanaf de insteek van de watergang (bovenkant talud) enkele meters niets gebouwd en opgeslagen mag worden. De laatstgenoemde bepaling beoogt te voorkomen dat de stabiliteit van het profiel wordt aangetast, de aan- en/of afvoer en/of berging van water wordt gehinderd dan wel het onderhoud wordt gehinderd. Voor het afkoppelen en direct lozen op het oppervlaktewater dient bij het HHSK een vergunning te worden aangevraagd in het kader van de Waterwet. Conclusie: Aan de door HHSK gestelde randvoorwaarden is voldaan in het bestemmingsplan en bij de inrichting van het plangebied. ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- -----------
Conclusie Zienswijze 1 is gegrond en leidt tot een aanpassing van het plan. De toelichting van het plan zal worden aangevuld met de waterparagraaf zoals opgenomen in de gemeentelijke reactie.
Zienswijze 1.2 In het plangebied ligt een toekomstige hoofdwatergang. Aan weerszijden van de hoofdwatergang ligt een onderhoudsstrook. Deze strook heeft een breedte van vijf meter, gemeten vanuit de boveninsteek van de watergang. De boveninsteek is het punt waarop het talud van de watergang overgaat in het horizontale maaiveld. Het Hoogheemraadschap verzoekt de gemeente de hoofdwatergang en onderhoudsstrook op de plankaart de bestemming water en/of dubbelbestemming ‘Waterstaatswerk’ te geven. En de onderhoudsstrook en de hierboven genoemde criteria te benoemen in de toelichting en de planregels, dat mag ook binnen de in het ontwerpbestemmingsplan aanwezige bestemming ‘Groen’.
Reactie gemeente De genoemde hoofdwatergang is reeds aanwezig in het plangebied. Het HHSK heeft vergunningen verleend voor de aanleg van de betreffende hoofdwatergang en deze in de legger opgenomen. Ter plaatse van de hoofdwatergang wordt de bestemming ‘Water’ opgenomen en in de regels en verbeelding toegevoegd. Tevens wordt in de regels en de verbeelding een dubbelbestemming opgenomen ter bescherming van deze hoofdwatergang De regels van het ontwerpbestemmingsplan worden derhalve als volgt gewijzigd: ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------1. In de regels wordt artikel 6 Water opgenomen ten behoeve van de aanwezige hoofdwatergang. Artikel 6 Water 6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f.
(hoofd)watergangen en waterpartijen; waterhuishouding, waterbeheersing en watergeleiding; bermen, taluds, oeverbeschoeiingen en groenvoorzieningen; extensief recreatief medegebruik; bruggen en kunstwerken; nutsvoorzieningen.
Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Triangel Zuid-Oost G3, versie 19-05-2021
7
6.2 Bouwregels 6.2.1 Algemeen Op of in de gronden mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd ten dienste van de bestemming. 6.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde geldt de volgende bepaling: a. oeverbeschoeiingen duikers, bruggen ter verbinding van de aangrenzende gronden met een maximale bouwhoogte van 3 m; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 2 m. c. voordat een omgevingsvergunning wordt verleend horen burgemeester en wethouders het waterschap, hoogheemraadschap of derde, welke verantwoordelijk is voor (het beheer van) de waterloop schriftelijk. 6.3 Specifieke gebruiksregels Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor woonschepen en drijvende woningen als ligplaats. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- -----2. In de regels wordt artikel 8 Waterstaat – Waterstaatkundige functie opgenomen ten behoeve van de beschermingszone van de hoofdwatergang. Artikel 8 Waterstaat - Waterstaatkundige functie 8.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waterstaat - Waterstaatkundige functie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), primair bestemd voor het beheer van de aanwezige waterstaatsdoeleinden.
8.2 Bouwregels Ter plaatse van de in deze bestemming bedoelde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de bestemming, en voorts met inachtneming van de volgende regels: a. uitsluitend toegestaan zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de waterstaatsdoeleinden; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag maximaal 6 m bedragen; 8.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 8.2 met inachtneming van de volgende regels: a. afwijken is uitsluitend toegestaan voor bouwwerken, voor zover deze zijn toegelaten op grond van de regels van de andere bestemmingen, waarmee de dubbelbestemming samenvalt; b. voordat een omgevingsvergunning wordt verleend horen burgemeester en wethouders het waterschap, hoogheemraadschap of derde, welke verantwoordelijk is voor (het beheer van) de waterloop schriftelijk. 8.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden, is het verboden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: 1. het ontginnen, bodem verlagen, afgraven, ophogen of egaliseren van gronden; 2.
het aanleggen of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; 3. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur;
Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Triangel Zuid-Oost G3, versie 19-05-2021
8
4. het aanleggen of aanbrengen van oeverbeschoeiingen, aanlegplaatsen of verhardingen ten behoeve van de watersport. b. Het in sub a bedoelde verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen of die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het bestemmingsplan. c. De in sub a bedoelde omgevingsvergunning wordt geweigerd indien door de uitvoering van de in sub a bedoelde werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen het normaal functioneren van de waterloop wordt of kan worden aangetast. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------3. Gelet op de wijziging/aanvulling in de regels moeten ook worden aangepast: - de verbeelding; - de toelichting: ‘Hoofdstuk 5 Juridische planopzet’. ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Conclusie Zienswijze 2 is gegrond en leidt tot een aanpassing van het plan. De toelichting, de regels en de verbeelding van het plan worden gewijzigd/aangevuld zoals in de reactie gemeente is verwoord. Dit betekent samengevat dat: • • •
In de regels wordt hoofdstuk 6 (enkelbestemming) ‘Water’ opgenomen; in de regels wordt hoofdstuk 8 (dubbelbestemming) ‘Waterstaat – Waterstaatkundige functie’ opgenomen; de verbeelding wordt aangepast conform de aanpassingen in de Regels.
Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Triangel Zuid-Oost G3, versie 19-05-2021
9
2. ProRail (kenmerk LJV/MH/25022021-2) 25-02-2021 Zienswijze 2.1 Hoewel er geen wettelijke normen bestaan voor trillinghinder in dit soort situaties acht ProRail het gewenst dat er in de planvorming wel aandacht voor is. In het kader van de goede ruimtelijke ordening en de zorgvuldige voorbereiding van besluiten raadt ProRail de gemeente aan om het aspect trillinghinder af te wegen, zoals door Kenniscentrum InfoMil wordt aanbevolen. In dit kader verwijst ProRail u naar de Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen. Als aandachtspunt geeft Prorail de gemeente mee dat voor het uitvoeren van werkzaamheden in de nabijheid van de spoorbaan een melding of vergunningplicht geldt.
Reactie gemeente In opdracht van de gemeente heeft Fugro NL Land B.V. op 13 december 2018 de rapportage ‘Trillingsonderzoek Park De Triangel’ uitgevoerd ten behoeve van de uitwerkingsplannen Park Triangel J en G1+G2. Binnen deze plannen zijn woningen op een kortere afstand van het spoor gelegen dan de woningen uit het voorliggend plan. In het rapport worden de onderstaande conclusies getroffen:
Kortste afstand van multifunctioneel gebouw tot spoor is circa 20 meter en de kortste afstand van de appartementen tot de spoor is circa 40 meter. Gelet op de afstanden van de woningen uit dit plan tot het spoor wordt voor dit plan ook niet verwacht dat noch risico op schade nog hinderbeleving zal optreden.
Conclusie Gelet op het bovenstaande is de zienswijze van ProRail ongegrond. Wel zal op basis van de zienswijze de bovenstaande motivatie in paragraaf 5.2.3 van de toelichting worden opgenomen.
Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Triangel Zuid-Oost G3, versie 19-05-2021
10
3. Veiligheidsregio Hollands Midden/Brandweer (kenmerk D2021-02-000205) 28-01-2021 Zienswijze 3.1 Vanwege de overschrijding van de opkomsttijd van de brandweer (reeds bekend) wordt geadviseerd om extra rookmelders in de diverse verblijfsruimten te plaatsen. Dit in het kader van een snelle alarmering bij een beginnende brand en daarmee de verkleining van de kans op slachtoffers. Ook kan overwogen worden om woningsprinklers aan te leggen. Deze zijn in de bouw relatief goedkoop en eenvoudig te realiseren.
Reactie gemeente Deze zienswijze geeft deels aanleiding tot aanpassing van het voorliggend plan. Het advies om extra rookmelders in de diverse verblijfsruimten te plaatsen wordt overgenomen. Hierover zal tijdens de aanvraag omgevingsvergunning overleg worden gevoerd met de Veiligheidsregio. Voor het overige leidt de zienswijze niet tot aanpassing van het voorliggend plan.
Conclusie De zienswijze is deels gegrond en leidt tot aanpassing van het plan. Het advies om extra rookmelders in de diverse verblijfsruimten te plaatsen zal als voorwaardelijke verplichting in de regels worden opgenomen.
Zienswijze 3.2 Het handelingsperspectief van de aanwezigen personen is bij een toxische wolk geborgd. In het bestemmingsplan is opgenomen dat voor het gehele plangebied (dus ook de woningen) geldt dat het toxisch scenario relevant is. Gebouwen waar mensen verblijven moeten worden voorzien van de mogelijkheid om de mechanische ventilatie met één druk op de knop uit te schakelen. Deze maatregel zal in de omgevingsvergunning (Activiteit Bouwen) worden opgenomen.
Reactie gemeente In de Regels van het plan is onder artikel ‘6.4 Omgevingsvergunning voor het bouwen’ opgenomen: Een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt uitsluitend verleend indien bij de aanvraag is aangetoond dat wordt voldaan aan de eis dat een afschakelbare ventilatie in de woning aanwezig is ter voorkoming van het naar binnen zuigen van toxische gassen. Dit artikel zal ook worden opgenomen in artikel ‘3.4 Omgevingsvergunning voor bouwen’ voor de gemengde voorzieningen.
Conclusie De zienwijze is gegrond en leidt tot aanpassing van het plan. In de regels zal artikel 3.4 worden opgenomen conform artikel 6.4.
Zienswijze 3.3 In geval van een calamiteit (fakkelbrand) met de hogedruk aardgasleiding dient er vanuit de bouwwerken gevlucht te kunnen worden naar veilig gebied. Voor de ontvluchting vanuit de objecten is het dan ook wenselijk om minimaal één (nood)uitgang van de aardgasleiding af te richten en in voldoende mate aan te laten sluiten op de reeds bestaande infrastructuur in de omgeving. Daarnaast wordt aanbevolen om de bouwwerken zodanig te ontwerpen dat mensen hier voorlopig kunnen schuilen tegen de hittestraling die vrijkomt bij het scenario fakkelbrand. De bouwwerken dienen dan ook beschermd te zijn tegen branddoorslag en brandoverslag (WBDBO) als gevolg van een fakkelbrand. Hierbij kan voor de gevels, gericht naar de aardgasleiding, gedacht worden aan blinde gevels of het beperken van het glasoppervlak.
Reactie gemeente Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het voorliggend plan. Bij het ontwerpen en de realisatie van de woningen zal hiermee wel rekening worden gehouden.
Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Triangel Zuid-Oost G3, versie 19-05-2021
11
Conclusie De zienswijze is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het plan.
Zienswijze 3.4 Investeer in risicocommunicatie. Door te communiceren over de mogelijke scenario’s in een gebied worden mensen zich meer bewust van wat ze moeten doen bij het scenario fakkelbrand en toxische wolk. Voor het multifunctionele gebouw geldt dat aanvullend wordt geadviseerd om de gebruikers de betreffende scenario’s op te nemen in de bedrijfsnoodplannen.
Reactie gemeente De gemeente kent zelf geen Brandpreventiebeleid. De Veiligheidsregio Midden-Holland heeft wel een ‘beleid minimum (brand) veiligheidsniveau bestaande bouw’. Omdat in het voorliggend plan geen sprake is van bestaande bouw is dit beleid niet van toepassing op het voorliggend plan. Indien voor het multifunctioneel gebouw een gebruiksvergunning noodzakelijk is, dient risicocommunicatie te worden opgenomen in de bedrijfsnoodplannen. Deze zienswijze geeft verder geen aanleiding tot aanpassing van het voorliggend plan.
Conclusie De zienswijze is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het plan.
Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Triangel Zuid-Oost G3, versie 19-05-2021
12
4. Bewoners Parklaan (29 ondertekeningen) 23-02-2021 Zienswijze 4.1 Het plangebied was op basis van het bestemmingsplan in 2008 niet geschikt voor woningen: te veel verkeerslawaai (A12 en N451) en fijnstof. Daarbij wordt gesteld dat de aanleg van geluidswallen en stiller asfalt het laatstgenoemde niet oplossen.
Reactie gemeente In de toelichting van het bestemmingsplan Triangel Zuid-Oost G3 is voor alle relevante milieuaspecten nagegaan of realisatie van deze woningen mogelijk is. Dit heeft onder meer ook betrekking op geluid en luchtkwaliteit. Op basis van de uitgevoerde onderzoeken en de in het bestemmingsplan opgenomen toelichting blijkt dat er sprake is van een ‘goede ruimtelijke ordening’ wanneer deze woningen conform bestemmingsplan gerealiseerd worden. De gemeente onderschrijft de mening van de omwonenden, dat het plangebied niet geschikt zou zijn voor woningen, derhalve niet. Zo blijkt uit het geluidsonderzoek (bijlage 6 bij de toelichting), dat er sprake is van geluidswaarden waarvoor de gemeente een besluit hogere grenswaarden kan nemen. Dit ontwerpbesluit heeft tegelijk met het ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegen en hierover zal een besluit genomen worden voor vaststelling van dit bestemmingsplan. Met het nemen van dit besluit is er sprake van een situatie die voldoet aan wet- en regelgeving. Aan het hogere waarden besluit zullen voorwaarden worden verbonden om ten einde een goed woon- en leefklimaat in de woningen te garanderen. Deze voorwaarden zullen, middels de ambtshalve wijzigingen, ook in het bestemmingsplan worden opgenomen. Voor fijnstof is een rekenpunt op de kruising van de Zuidelijke Rondweg en het spoor genomen.
Dit punt is gelegen aan de rand van het plangebied (en dus nog dichter bij de emissiebron dan de woningen). De berekende concentraties op dit punt liggen ruim onder de grenswaarden en hiermee is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Daarnaast heeft de gemeenteraad ook een onderzoek laten uitvoeren waarin inzichtelijk is gemaakt wat de bijdrage is van wegverkeer, intensieve veehouderij, huishoudens, geplande biomassacentrales, tuinbouwbedrijven, industrie en scheepvaart op de luchtkwaliteit. Het onderdeel luchtkwaliteit, en daarmee ook het aspect fijnstof voldoet aan de gestelde eisen om een goed woon- en leefklimaat te kunnen garanderen.
Conclusie De zienswijze is ongegrond en zal niet leiden tot aanpassing van het plan.
Zienswijze 4.2 In het nieuwe plan wordt de bouw van appartementen mogelijk gemaakt op kortere afstand van de woningen aan de Parklaan dan de bedrijven die er eerst zouden komen (24,5 i.p.v. 30) op basis van het huidige bestemmingsplan met een maximale hoogte 15 m.
Reactie gemeente De appartementen en het multifunctioneel gebouw worden verder van de woningen aan de Parklaan gerealiseerd dan de mogelijke bedrijfsgebouwen. In het moederplan ‘Triangel’ (vastgesteld 24 september 2008) is geregeld dat binnen de hele bestemming ‘uit te werken Bedrijfsgebied’ gebouwen op te kunnen richting voor bedrijven met milieucategorie 1 en 2. Deze gebouwen mogen een maximale bouwhoogte van 15,0 meter hebben. De grens van de bestemming ‘uit te werken Bedrijfsgebied’ is op 15 meter van de woningen aan de Parklaan gelegen. Op basis van het moederplan ‘Triangel’ moet dit gebied gezien worden als een gemengd gebied, zoals opgenomen in de publicatie bedrijven en milieuzonering’. Dit door de in het gebied opgenomen bestemmingen wonen, gemengde voorzieningen en bedrijven. Daarnaast is het gebied gelegen naast een belangrijke toegangsweg voor Waddinxveen. Voor dergelijke 'gemengd gebieden' is in de publicatie ‘bedrijven en milieuzonering’ opgenomen dat voor milieucategorie 2 een afstandsnorm van 10 meter geldt. Met de in het moederplan Triangel opgenomen afstand van 15 meter wordt hier dus ruimschoots aan voldaan.
Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Triangel Zuid-Oost G3, versie 19-05-2021
13
De in het bestemmingsplan Triangel Zuid-Oost G3 opgenomen gebouwen, zijnde woningen en een multifunctioneel gebouw worden op 27,20 meter en 28,40 meter van de woningen aan de Parklaan gerealiseerd. Er zitten namelijk verspringen in de gevels van de appartementen om meer variatie in de gevel te krijgen. Hiermee wordt de afstand van de nieuw te realiseren bebouwing ten opzichte van de bestaande woningen aan de Parklaan met respectievelijk 12,2 meter en 13,4 meter vergroot ten opzichte wat in het moederplan reeds mogelijk is. Daarbij komt dat in het bestemmingsplan Triangel Zuid-Oost 1/3 deel van de bestemming Wonen een hoogte van maximaal 16 meter (accent bij de entree aan de Zuidelijke Rondweg) heeft. De rest van de woningen krijgt een hoogte van maximaal 13 meter. Een groot deel van de geplande woningen is daarom lager dan de 15 meter van de uit te werken bedrijvenbestemming. Het deel dat 1,0 meter hoger is zal door de vergrote afstand van 27,20 meter en 28,40 meter minder impact hebben dat bedrijfsbebouwing van 15 meter hoog op een afstand van 15 meter. Binnen de afstand van 27,20 meter en 28,40 meter zullen 3 bomenrijen en groen worden aangebracht. Deze bomenrijen zullen in volgroeide toestand ongeveer 15 meter hoog zijn. Daarnaast is er sprake van een zeer ruim wegprofiel met in feite 3 groenstroken en een parkeerstrook.
Vanuit ruimtelijk oogpunt is dit daarmee een goed passende situatie. Het bovenstaande is grafisch weergegeven in de onderstaande situatietekening en sfeerimpressies die tevens zullen worden opgenomen in paragraaf 2.2 van de toelichting.
Afbeelding - situatietekening afstand appartementen tot woningen
Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Triangel Zuid-Oost G3, versie 19-05-2021
14
Afbeelding - impressies van bedrijfshal vs. appartementencomplex
Conclusie Deze zienswijze is ongegrond. De zienswijze zal daarom inhoudelijk niet leiden tot aanpassing van het plan. Wel zullen de motivatie, de situatietekening en de sfeerimpressies worden opgenomen in paragraaf 2.2 van de toelichting om te verduidelijken hoe de situatie zal wijzigen.
Zienswijze 4.3 Door het toestaan van appartementen in plaats van bedrijven ontstaat er minder privacy voor de woningen aan de Parklaan. Bedrijven hebben geen balkons en de balkons kunnen de hele dag door worden gebruikt. Hierdoor ontstaat inkijk in woningen en enkele tuinen. De geplande bomenrij zal niet hoog genoeg zijn als inkijkwering.
Reactie gemeente Op dit moment is de vraag naar woningen veel groter dan de vraag naar bedrijfsgebouwen. Daarom is ervoor gekozen om voor een deel van de 'uit te werken bedrijfsbestemming' de bestemming te wijzigen naar 'Wonen' en 'Gemengd'. Er is sprake een van bebouwde omgeving, waarin appartementengebouwen bestaande uit meerdere bouwlagen met het oog op het zuinige ruimtegebruik veel voorkomen. Dit is een maatschappelijk geaccepteerd uitgangspunt. Bij het vormgeven van de appartementen is en wordt ingespeeld op de lokale situatie. Zo is de afstand van de woningen tot het appartementengebouw 12,2 meter en 13,4 meter groter dan de afstand tussen de woningen en de bedrijfsbebouwing die het moederplan ‘Triangel’ mogelijk maakt. Binnen deze afstand zal de openbare ruimte worden ingevuld met een zeer ruim wegprofiel met dubbelzijde trottoirs, aan de zijde van de appartementen een dubbele groenstrook en aan de zijde van de bestaande woningen ook nog een groenstrook. Ook zullen er in dit profiel in totaal drie bomenrijen worden aangeplant, die in volwassen toestand ongeveer 15 meter hoog zullen zijn. Hierdoor zal veel zicht over en weer worden weggenomen.
De gemeente vindt de afstand van 27,20 meter en 28,40 meter tussen de voorgevels, samen met de aan te planten bomen, vanuit het oogpunt van goede ruimtelijke ordening zeer goed passend en daarmee geen afbreuk doen aan een goed woon- en leefklimaat. Daarom is er geen sprake van een onacceptabele of ongebruikelijke situatie op grond waarvan afgezien moet worden van de voorgestelde nieuwbouw.
Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Triangel Zuid-Oost G3, versie 19-05-2021
15
Tevens blijkt uit meerdere jurisprudentie dat, voor zover in het voorliggend plan hier al sprake van is, er geen ‘recht op vrij uitzicht’ bestaat. Er geldt immers een bepaald maatschappelijk risico. Als indiener van de zienswijze van mening is dat hij in een planologisch nadeligere situatie is komen te verkeren na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan dan kan hij een verzoek om planschade indienen. Deze regeling is bedoeld voor gevallen waarin een gewenste stedenbouwkundige ontwikkeling toch onverhoopt tot schade voor derden mocht leiden.
Conclusie Het plan voldoet aan een goede ruimtelijke ordening en doet geen afbreuk aan een goed woon- en leefklimaat. De zienswijze is ongegrond en zal daarmee niet leiden tot aanpassing van het plan.
Zienswijze 4.4 Het argument dat de appartementen functioneren als geluidbuffer voor de woningen aan de parklaan houdt geen stand. Dit zou immers ook bij bedrijven aan de orde zijn geweest.
Reactie gemeente De gemeente acht deze zienswijze gegrond. Door de ODMH is in het verleden een berekeningen uitgevoerd ter bepaling of gebouwen binnen G3 enige afscherming kunnen bieden binnen het plan en binnen G1 en G2. Dit is niet het geval. Dit komt voornamelijk doordat de A12 op hoogte ligt ten opzichte van Park Triangel, waardoor alleen zeer hoge gebouwen, heel lokaal effect als geluidsbuffer kunnen hebben. De A12 ligt daarom ongunstig ten opzichte van Triangel en is de zichthoek (woningen richting weg) groot. Uiteindelijk is derhalve gekozen voor het plaatsen van een geluidsscherm langs de A12. Eventuele bedrijfsbebouwing net even min als geluidbuffer functioneren als de appartementen. Het argument zal daarom uit het plan worden verwijderd.
Conclusie De zienwijze is gegrond. Het argument ‘dat de appartementen functioneren als geluidbuffer voor de woningen aan de parklaan’ zal uit de toelichting van het plan worden verwijderd. Wel zal de bovenstaande motivatie in de toelichting worden opgenomen.
Zienswijze 4.5 In het nieuwe bestemmingsplan wordt uitgegaan van een parkeernorm van 1,5 auto per huishouden. Vele huishoudens hebben echter meer auto’s en krijgen ook bezoek. Dit betekent extra parkeerdruk voor de woningen aan de Parklaan. In het huidige plan wordt uitgegaan 50 tot 80 verkeersbewegingen per dag. Door het wijzigen van het bestemmingsplan gaat dit naar minimaal 200 per dag, veroorzaakt door de appartementen. Deze verkeersbewegingen genereren extra geluidsbelasting ten opzichte van het huidige bestemmingsplan.
Reactie gemeente Parkeren/parkeerplaatsen en parkeernorm In het voorliggend bestemmingsplan zijn de regels van het paraplubestemmingplan 'Archeologie en Parkeren' (vastgesteld 19 september 2018) overgenomen. De relevante parkeernormen uit de CROW, die van toepassing zijn op de betreffende bebouwing is: • •
Functie wonen (huur-etage-midden/goedkoop): 1,4 parkeerplaatsen per woning Functie gemengd: te bepalen indien invulling (aanwezige functies) bekend is.
Het appartementengebouw voorziet in maximaal 100 woningen. Derhalve dienen hiervoor minimaal 140 parkeerplaatsen te worden gerealiseerd. Achter de het appartementengebouw zijn 141 parkeerplaatsen voorzien. Hiermee wordt voor de woningen voorzien in voldoende parkeerplaatsen. Bij het indienen van de omgevingsvergunning voor het multifunctioneel gebouw, moet aangetoond worden dat hiervoor daadwerkelijk kan worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid.
Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Triangel Zuid-Oost G3, versie 19-05-2021
16
Verkeersbeweging/verkeersoverlast In de CROW zijn kencijfers voor verkeersgeneratie opgenomen. In de onderstaande tabel zijn de voor het plan relevante kencijfers weergegeven (appartementen vs. bedrijvigheid).
Tabel - verkeersgeneratie per functie (bron: CROW 317 Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie) Op basis van cijfers moet worden geconcludeerd dat de functie ‘wonen’ minder (weg)verkeer en daarmee geen extra geluidsbelasting genereert dan de eerder geplande functie ‘bedrijven’. Uitgaande van woningen met een bvo van ca. 100 m2, is te zien dat de verkeersgeneratie van een werkfunctie een factor 2 tot bijna 4 hoger is dan die van woningen. De verkeersgeneratie van de woningen is tevens opgenomen in het Regionale Verkeersmodel Midden Holland.
Conclusie Het plan voldoet aan de uitgangspunten uit de CROW en daarmee aan de gestelde parkeernorm. Daarbij is de verkeersstructuur van de wegen die Park Triangel ontsluiten van voldoende capaciteit om het autoverkeer te verwerken. Hiermee is deze zienswijze ongegrond en geeft geen aanleiding tot inhoudelijke aanpassing van het voorliggend plan. Wel zal deze motivatie worden overgenomen in paragraaf 3.3.5 van de toelichting.
Zienswijze 4.6 Op basis van het huidige plan kan er tussen 6 en 9 uur overlast ontstaan als gevolg van de lichte industrie (verkeer/werk of laad- en losgeluiden). In het nieuwe plan komen er 100 huishoudens bij waardoor het mogelijk wordt dat er vanwege feesten/verjaardagen meer overlast ontstaat door muziek en geschreeuw. Daarnaast neemt het risico toe op vandalisme en schade zoals ook de verwaarlozing van het straatbeeld.
Reactie gemeente In het algemeen kan gesteld worden dat in een bebouwde omgeving niet voorkomen kan worden dat buurtbewoners elkaar horen. Dit is inherent aan het wonen in een woonwijk. Dit is geen reden om af te zien van het realiseren van appartementen binnen een nieuw te ontwikkelen woonwijk. Bovendien zal door het toevoegen van woningen er juist meer sociale controle dan bij de aanwezigheid van bedrijven. De kans op vandalisme en verloedering van de openbare ruimte zal daarom kleiner worden. Daarnaast is de ruimtelijke opzet van dit initiatief zo, mede door de grote afstand tussen de bestaande en nieuwe bebouwing, dat er sprake is van een ruimtelijk goed passende situatie. Tevens gelden er regels en normen voor alle bewoners van Nederland ten aanzien van het veroorzaken van overlast en hinder. Als deze regels en normen en regels worden overschreden kan hiertegen handhavend worden opgetreden. Ten slotte is op basis van het huidige plan bedrijvigheid toegestaan met milieucategorie 2. Een milieucategorie legt geen beperking op aan een avond- of nachtperiode, waardoor ook avond- en nachtactiviteiten mogen worden uitgevoerd. Dit betekent dat er in dat geval ook overlast tussen 21.00 en 06.00 uur zou kunnen optreden.
Conclusie De nieuwbouw strekt tot het realiseren van woningen en multifunctioneel gebouw in de bebouwde kom van Waddinxveen en leidt niet tot een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat. Deze zienswijze is daarom ongegrond en zal niet leiden tot aanpassing van het voorliggend plan.
Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Triangel Zuid-Oost G3, versie 19-05-2021
17
Zienswijze 4.7 Door de toegestane bebouwing op basis van het nieuwe plan ontstaat er een nadelige invloed op de bezonning van de woningen aan de Parklaan. De nieuwe woningen zorgen, door een kortere afstand ten opzichte van de voorgevel van de woningen aan de Parklaan, voor een latere bezonning hetgeen een nadelige invloed heeft op het rendement van de zonnepanelen aan de voorzijde van de woning. Hierdoor wordt de indiener van de zienswijze geconfronteerd met financieel nadeel.
Reactie gemeente Gelet op de argumenten met betrekking tot de afstand en bouwhoogte van het plan wordt verwezen naar de beantwoording van zienswijze 2 en zienswijze 3. Om de effecten op de bezonning goed te kunnen bepalen moet gekeken worden naar de maximale bouwmogelijkheden die op basis van het huidige bestemmingsplan al mogelijk zijn. De indiener van de zienswijze geeft immers aan dat als gevolg van het nieuwe plan er een nadelige invloed ontstaat op het rendement van de zonnepanelen. Artikel 7 ‘uit te werken bedrijfsgebied’ van het vigerend bestemmingsplan Triangel gaat uit van een maximale bouwhoogte van 15 meter. Eventuele verminderde bezonning door het nieuwe plan ten opzichte van de eerder geplande bedrijvigheid, kan enkel optreden bij de bebouwing die conform het nieuwe bestemmingsplan hoger dan 15 meter mag zijn. Dat is enkel bij het zuidelijk deel van het plangebied waar het bouwblok maximaal 16 meter hoog mag zijn. Ook hier geldt echter dat de bebouwing 12,2 meter en 13,4 meter verder van de bestaande woningen wordt gerealiseerd ten opzichte van wat mogelijk was op basis van het moederplan. Dit zorgt ervoor dat de bezonning zeker niet negatief beïnvloed wordt ten opzichte van de situatie die mogelijk is op basis van het moederplan Triangel.
Conclusie In vergelijking met de mogelijkheden van het huidige bestemmingsplan zal door de realisatie van het appartementencomplex geen nadelige invloed op de bezonning van de woningen aan de Parklaan ontstaan en zal het rendement van de zonnepanelen hierdoor ook niet afnemen. Deze zienswijze is daarom ongegrond en zal niet inhoudelijk niet leiden tot aanpassing van het voorliggend plan.
Zienswijze 4.8 De wijk is opgezet en ‘verkocht’ als een ruime en groene wijk terwijl op grond van het nieuwe bestemmingsplan dat appartementen toelaat dicht op de andere woningen. Hierdoor wordt voorbijgegaan aan de genoemde uitgangspunten. Deze bouwverdichting doet geweld aan de opzet van de wijk en het verwachte woongenot van de kopers van de eengezinswoningen aan de Parklaan.
Reactie gemeente De voorliggende ontwikkeling is ontworpen conform het ‘Integraal Ontwikkelingsplan Park Triangel Kwaliteitsinstrumentarium’. Het Park Triangel bestaat uit diverse architectuurstijlen in de Engelse Landschapssfeer. Tudor is er hier één van. In Park Triangel zijn en worden tevens diverse appartementengebouwen gerealiseerd. Ook deze appartementengebouwen zijn passend binnen deze bouwstijl. Het appartementengebouw uit het voorliggend plan completeert hiermee de woningbouw aan de Parklaan. Deze stedenbouwkundige opzet is door het Qteam (kwaliteitsteam en vervangende welstandscommissie) van de gemeente Waddinxveen akkoord bevonden. Zowel de gemeente als het Q team ervaart deze wijziging juist als positief ten opzichte van een bedrijventerrein. De onder zienswijze 2 toegevoegde impressies van de appartementen voldoen daarbij volgens het Qteam tevens aan redelijke eisen van welstand. Deze impressies zijn afgewogen tegen de ook in zienswijze 2 toegevoegde impressies van indicatieve bedrijfsgebouwen.
Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Triangel Zuid-Oost G3, versie 19-05-2021
18
De openbare ruimte tussen de woningen wordt ingevuld met een ruim wegprofiel. Tevens zal er openbaar groen en drie bomenrijen worden aangeplant. De bomen zullen in volwassen toestand ongeveer 15 meter hoog worden. Gelet op het bovenstaande is er sprake is van een ruime en groene wijk en wordt dit ruime en groene karakter door de wijziging van bedrijven naar wonen op een grotere afstand van bestaande bebouwing juist versterkt.
Conclusie De gemeente is van oordeel dat er sprake is van een ruime en groene wijk en dat dit karakter door de voorgenomen ontwikkeling juist versterkt wordt. De zienswijze is ongegrond en zal niet leiden tot een inhoudelijke aanpassing van het plan.
Zienswijze 4.9 De bewoners van de Parklaan hebben nooit redelijke inspraak gehad over deze wijzigingen. De gemeente heeft te weinig oog voor de belangen van de indiener van de zienswijze.
Reactie gemeente Voor de gemeente is het eerste wettelijke communicatie moment het ter inzage leggen van een ontwerpbestemmingsplan. Zo ook voor dit bestemmingsplan. Het besluit tot ter inzage leggen van het plan is middels een officiële publicatie in de Staatscourant, op de gemeentelijke website en in een huis-aan-huisblad gecommuniceerd. Park Triangel heeft daarnaast de toekomstige bewoners van de woningen aan de Parklaan actief geïnformeerd over het voorliggend plan via de gebruikelijke mediakanalen. Zo heeft Park Triangel middels een bericht op Facebook (10 november 2020) de voorgenomen wijziging binnen het plangebied bekend gemaakt. Op deze bekendmaking is uiteenlopend gereageerd door bewoners, toekomstige bewoners en mogelijk geïnteresseerden in de woningen die middels het voorliggend plan mogelijk worden gemaakt. Park Triangel heeft de reacties, met de op dat moment beschikbare informatie, zo goed en uitvoerig mogelijk beantwoord.
Conclusie Deze zienswijze is daarom ongegrond en zal niet leiden tot aanpassing van het plan.
Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Triangel Zuid-Oost G3, versie 19-05-2021
19
5. Brief bewoner Parklaan 03-02-2021 Zienswijze 5.1 De wijk/directe omgeving voorziet in onvoldoende speelvoorzieningen, kinderdagopvang en mogelijkheden tot het volgen van basisonderwijs.
Reactie gemeente Het plan Park Triangel is opgesteld in samenwerking met de gemeente Waddinxveen. De gemeente dient voor voldoende (basis)voorzieningen in Park Triangel en de directe nabijheid daarvan te zorgen. De ontwikkelingen die mogelijk worden gemaakt in dit bestemmingsplan, worden meegenomen in het totaalbeeld van de wijk voor wat betreft de benodigde voorzieningen. Op deze manier zijn er in de wijk voldoende speelvoorzieningen, kinderopvang en basisscholen aanwezig.
Conclusie Er zijn voldoende speelvoorzieningen, kinderdagopvang en mogelijkheden tot het volgen van basisonderwijs in de wijk zelf of de directe omgeving aanwezig. Deze zienswijze is daarom ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het voorliggend plan.
Zienswijze 5.2 De ontsluiting wijk en verkeersoverlast wordt nog groter.
Reactie gemeente Voor deze zienswijze wordt inhoudelijk verwezen naar de beantwoording van zienswijze 4.5.
Conclusie Het plan voldoet aan de uitgangspunten uit de CROW en daarmee aan de gestelde parkeernorm. Daarbij is de verkeersstructuur van de wegen die Park Triangel ontsluiten van voldoende capaciteit om het autoverkeer te verwerken. Hiermee is deze zienswijze ongegrond en geeft geen aanleiding tot inhoudelijke aanpassing van het voorliggend plan. Wel zal de motivatie worden overgenomen in paragraaf 3.3.5 van de toelichting.
Zienswijze 5.3 Milieu wordt nog meer belast.
Reactie gemeente In de toelichting van het bestemmingsplan en alle uitgevoerde onderzoeken is duidelijk gemaakt dat er op alle relevante milieuaspecten voldaan wordt aan de geldende wet- en regelgeving. Bij het opstellen hiervan is ook de Omgevingsdienst Midden-Holland (hierna: ODMH) betrokken. Er is derhalve sprake van een goede ruimtelijke ordening. Daarnaast zorgt het realiseren van 100 woningen tot minder milieubelasting dan het volledig bebouwen van dit gebied ten behoeve van bedrijvigheid.
Conclusie Uit de uitgevoerde onderzoeken/rapporten blijkt dat het voorliggend plan geen onevenredige belasting voor het milieu met zich meebrengt. Daarnaast is het realiseren van woningen minder belastend voor het milieu dan de realisatie van bedrijven. Daarom leidt deze zienswijze niet tot aanpassing van het voorliggend plan.
Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Triangel Zuid-Oost G3, versie 19-05-2021
20
Zienswijze 5.4 Er komt een nog grotere vraag naar basisvoorzieningen.
Reactie gemeente Het plan Park Triangel is opgesteld in samenwerking met de gemeente Waddinxveen. De gemeente heeft de verantwoordelijkheid voor voldoende basisvoorzieningen in het Park Triangel en de directe nabijheid daarvan zorgen. De basisvoorzieningen worden deels aan de hand van behoeften ingevuld, lees door het aantal inwoners en deels door de marktwerking. Dit betekent dat deze voorziening binnen een bepaalde afstand van het plan, bijvoorbeeld in het centrum van Waddinxveen, gelegen kunnen zijn. Door de realisatie van het voorliggend plan zullen er meer inwoners komen maar deze leiden niet direct tot het vergroten van het aanbod van basisvoorzieningen. De gemeente Waddinxveen heeft namelijk een aantal jaar geleden een nieuw winkelcentrum met diverse supermarkten laten realiseren. Verdere basisvoorzieningen zoals scholen, kinderopvang, een huisarts en tandarts zijn reeds in de wijk gevestigd.
Conclusie Er zijn voldoende basisvoorzieningen in de wijk zelf of de directe omgeving aanwezig. Deze zienswijze is daarom ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het voorliggend plan.
Zienswijze 5.5 Hoogbouw van 4 tot 5 lagen zou bijdragen aan het terugdringen van geluidsoverlast. Reclamant twijfelt hier zeer aan. Het aanbrengen van geluidswallen is volgens het bestemmingsplan op grond van landschappelijke bezwaren niet mogelijk. Ook zou dit niet doelmatig zijn. Dit is onjuist. Er zijn goede natuurlijke geluidswallen te realiseren die het landschap niet verstoren. Reclamant geeft in overweging hiernaar nader onderzoek te doen en deze natuurlijke geluidswallen breed om de wijk aan te brengen om zoveel mogelijk geluid van, met name de wegen, te weren.
Reactie gemeente De gemeente acht het deel van de zienswijze waarbij het aantal bouwlagen zou bijdragen aan het terugdringen van geluidsoverlast gegrond. Voor de inhoudelijke beantwoording van dit deel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording van zienswijze 4.4. Het overige deel van de zienswijze onderschrijft de gemeente de mening van de reclamant niet. In de toelichting van het bestemmingsplan Triangel Zuid-Oost G3 is namelijk voor alle relevante milieuaspecten nagegaan of realisatie van deze woningen mogelijk is. Dit heeft ondermeer ook betrekking op geluid. Op basis van de uitgevoerde onderzoeken en de in het bestemmingsplan opgenomen toelichting blijkt dat er sprake is van een ‘goede ruimtelijke ordening’ wanneer deze woningen conform bestemmingsplan gerealiseerd worden.
Conclusie De zienswijze is deels gegrond. Dit deel van de zienswijze zal leiden tot aanpassing van het plan. Het argument ‘dat de appartementen functioneren als geluidbuffer voor de woningen aan de parklaan’ zal uit de toelichting van het plan worden verwijderd. Het overige deel van de zienswijze is ongegrond en zal daarom niet tot aanpassingen van het plan leiden.
Zienswijze 5.6 U gaat in het bestemmingsplan er van uit dat er slechts sprake is van een kleine toename van verkeer. Echter de verkeersdruk in de wijk is al te hoog. Bovendien is het al lastig om tijdens de spitstijden een goede doorstroom van het verkeer te bevorderen, mede door verkeersdrukte/filevorming op de rijkswegen.
Reactie gemeente Deze zienswijze is reeds in zienswijze 5.2 beantwoord. Inhoudelijk wordt daarom ook naar zienswijze 4.5 verwezen.
Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Triangel Zuid-Oost G3, versie 19-05-2021
21
Conclusie Het plan is opgesteld conform de theoretische uitgangspunten uit de CROW. Daarbij is de verkeersstructuur van de wegen die Park Triangel ontsluiten van voldoende capaciteit om het autoverkeer te verwerken. Hiermee is deze zienswijze ongegrond en geeft geen aanleiding tot inhoudelijke aanpassing van het voorliggend plan. Wel zal de motivatie worden overgenomen in paragraaf 3.3.5 van de toelichting.