IBOR 2026-2030
Tekst van het document
IBOR 2026-2030 Definitief
Pagina 50 van 49 leuningen, conserveren, herstellen van metselwerk, reinigen en ophalen van aansluitende verharding. Op die manier kan het groot onderhoud worden uitgesteld en kunnen kosten en stremming worden beperkt. Groot onderhoud is gericht op het borgen van de functionaliteiten, veiligheid en de instandhouding van het kunstwerk door middel van relatief zware werkzaamheden. Dit kan dan onder andere inspectie en onderzoek, vervanging van slijtlagen, herstellen van betonschades en deels vervangen van het dek, leuning en constructieve onderdelen inhouden. Met betrekking tot de ernst en de omvang van de defecten, moet bij groot onderhoud worden afgewogen of herstel zinvol is of dat een gehele vervanging van de onderdelen nodig is en is dus afhankelijk van welke maatregelen er uit de inspectie komen. Kleine werkzaamheden (zoals het vervangen van een losse dek-plank) doet de onderhoudsdienst zelf. Grote werkzaamheden (zoals leuningen o.i.d. verven) besteden we uit aan derden. Vervangingswerkzaamheden proberen we ook te combineren en dan in één keer aan te besteden. Vervangingen worden uitgevoerd als het kunstwerk niet meer door jaarlijks of groot onderhoud in de gewenste conditie is te brengen. De vervanging heeft dan betrekking op het gehele kunstwerk, niet slechts onderdelen ervan.
Dit kan bijvoorbeeld besloten worden omdat de functie niet meer bij het object past of omdat de technische kwaliteit (zwaar) onvoldoende is en veilig gebruik onmogelijk is. Het vervangen van Civieltechnische kunstwerken wordt bij voorkeur in de integrale projecten meegenomen. Daarnaast vindt er per beheercyclus één disciplinaire vervangingsronde plaats om ons areaal op orde te houden.
Afbeelding 10: Voorbereidende werkzaamheden voor het plaatsen van loopbrug
IBOR 2026-2030 Definitief
Pagina 1 van 49
Bijlage: Uitvoering en beheer Speel- en sportplekken 2026-2030
IBOR 2026-2030 Definitief
Pagina 2 van 49
Inhoudsopgave Inhoudsopgave ........................................................................................................................................ 2 1
2
3
Inleiding en aanleiding ...................................................................................................................... 3 1.1
Ambities beleid ‘Samen beslissen, samen spelen’ .................................................................... 3
1.2
Scope.......................................................................................................................................... 3
1.3
Toekomstbestendig plan ............................................................................................................ 3
Budgetten beleid en onderhoud 2026-2040 ..................................................................................... 4 2.1
Budgetten ................................................................................................................................... 4
2.2
Planning en kosten vervangingen korte en lange termijn .......................................................... 4
2.3
Toelichting berekening vervangingsopgave 2026-2040 ............................................................. 5
2.4
Kosten voor jaarrond onderhoud speel- en sportplekken .......................................................... 8
Uitvoeringsprogramma 2026-2030 ................................................................................................... 9 3.1
Uitgangspunten voor uitvoering – vanuit beleid en ‘Samen Beslissen’ ...................................... 9
3.2
Uitvoeringsprogramma 2026-2030 ............................................................................................. 9
3.3
Uitvoeringskaarten 2026-2030 ................................................................................................. 10
3.4
Aanpak uitvoering speelruimte ................................................................................................. 10
3.5
Uitvoeringsprogramma lange termijn ....................................................................................... 11
Bijlage 1. Kaders voor uitvoering en inrichting ...................................................................................... 12 B.1.1 Integrale aanpak ....................................................................................................................... 12 B.1.2. Inrichting en verdeling speelplekken ....................................................................................... 12 B.1.3 Inrichting en verdeling sportplekken ......................................................................................... 13 B.1.4 Criteria en kaders klimaat, inclusie en nieuwbouw .................................................................. 13 B.1.5 Type locaties ............................................................................................................................ 15 Bijlage 2. Kaders voor beheer en onderhoud ....................................................................................... 17 B.2.1 Wettelijk kader .......................................................................................................................... 17 B.2.2 Takenpakket en onderhoudskosten ......................................................................................... 17 B.2.3 Jaarplanning onderhoudswerkzaamheden ..............................................................................
21 Bijlage 3 – Kaartmateriaal uitvoeringsprogramma ................................................................................ 22
IBOR 2026-2030 Definitief
Pagina 3 van 49
1. Inleiding en aanleiding Dit uitvoeringsplan hoort bij het nieuwe speelbeleid ‘Samen Beslissen, Samen Spelen’, dat in 2025 is opgesteld door inwoners; ondersteund door de gemeente en begeleid door bureau Speelplan. Vanuit het beleidstraject ‘Samen beslissen’ zijn duidelijke beleidsambities opgesteld voor een uitnodigende speelruimte. Dit uitvoeringsplan geeft in hoofdstuk 2 inzicht in de kosten voor uitvoering van het beleid, betreft de ambities, de reguliere vervangingen en het beheer van de speelruimte. In hoofdstuk 3 is een vertaalslag gemaakt naar een uitvoeringsplanning. In de bijlagen zijn de kaders voor uitvoering en beheer te vinden.
1.1. Ambities beleid ‘Samen beslissen, samen spelen’ De ambities vanuit het beleidstraject ‘Samen beslissen’ worden verder geconcretiseerd in dit uitvoeringsplan: 1. Uitdagende en diverse speelruimte 2. Sporten en bewegen voor jong en oud 3. Een groene, duurzame en klimaatbestendige openbare speelruimte 4. Een inclusieve openbare speelruimte 5. Samen werken aan de speelruimte
1.2. Scope Gemeente Waddinxveen beheert 108 openbare sport- en speelplekken met totaal 575 speel- en sporttoestellen. De vervangingsopgave en het uitvoeringsplan wordt hierop gebaseerd. Daarnaast zijn er 3 speeltuinverenigingen in eigen beheer van een vereniging/stichting. Beheer van schoolpleinen valt niet binnen deze uitvoeringsopgave. De gegevens in dit uitvoeringsplan zijn gebaseerd op de bekende beheerdata, de resultaten uit de inspectieronde van oktober 2024, de bevindingen uit het ondernomen veldonderzoek in 2024 en de input vanuit de samenleving die is opgehaald in het traject ‘Samen beslissen’. De ambities en verbeteradviezen uit het beleid worden in dit uitvoeringsplan vertaalt naar concrete ingrepen en een planning. Het uitvoeringsplan geeft een doorkijk van 15 jaar. Het uitvoeringsprogramma is opgesteld voor een periode van 5 jaar.
1.3. Toekomstbestendig plan Het wordt aangeraden het uitvoeringsplan elke vijf jaar te evalueren en bij te stellen naar de actuele situatie. Verwacht vervangjaren die tijdens de inspecties worden ingeschat zijn +/- 2 jaar accuraat en moeten in de tussentijd worden geüpdatet. In 2030 wordt het plan voor de periode 2031-2035 bijgesteld en voorbereid voor uitvoering.
IBOR 2026-2030 Definitief
Pagina 4 van 49
2. Budgetten beleid en onderhoud 2026-2040 2.1. Budgetten Om het speelareaal te vervangen volgens het beleid en goed te onderhouden is jaarlijks totaal €611.000,- nodig. In dit hoofdstuk staat toegelicht hoe de kosten zijn opgebouwd. 2.1.1 Onderhoudskosten jaarlijks De jaarlijkse onderhoudskosten zijn berekend op € 280.000, zie toelichting bij paragraaf 2.4. 2.1.2 Reguliere vervangingen Het benodigde budget voor het uitvoeren van reguliere vervangingen komt neer op €4.455.000 voor de periode 2026-2040. Deze bedragen zijn gebaseerd op financiële doorrekeningen, zie toelichting paragraaf 2.3. In dit budget zijn de vervanging van grote wijkspeeltuinen (Jungelbos Triangel en Wijkplek Zuidplas) meegenomen net als de vervanging van de inrichting van de drie speeltuinverenigingen. 2.1.3 Kosten uitvoering beleid De kosten voor uitvoering van het beleid met de benodigde verbeteringen en veranderingen komt neer op €4.960.000,- in de periode 2026-2040, jaarlijks gemiddeld €331.000,Het budget dat nodig is voor uitvoering van het beleid ligt hoger dan de vervangingsopgave. Enkel de vervangingsopgave uitvoeren geeft weinig ruimte tot verbetering/verandering. Vanuit het ‘Samen Beslissen’ traject met inwoners zijn in het beleid ambities opgesteld voor verbetering van de speelruimte. In het uitvoeringsplan zijn deze ambities vertaald naar concrete ingrepen.
2.1.4 Toelichting beleid en benodigd budget In het uitvoeringsplan is €575.000,-opgenomen voor ingrepen die voortkomen vanuit het speelbeleid, over de vervangingstermijn van 15 jaar. De opheffing/omvormingen leveren een besparing op van €70.000 euro, welke al is verrekend in het totaal van de €575.000,In de periode van 2026 t/m 2030 gaat het om €507.500,- aan ingrepen ter verbetering/verandering van de speelruimte.; zoals het uitbreiden, opwaarderen van 6 centrale locaties en opheffingen/omvorming van 2 locaties. Het grootste deel van het budget, €375.000,- is bestemd voor de aanschaf van urban sporttoestellen in de periode 2026-2030.
2.1.5 Terugblik budget t/m 2024 Tot en met 2024 was er jaarlijks een budget beschikbaar van € 139.000 voor de jaarlijkse vervangingen. Dit bedrag was te laag, blijkt uit de financiële doorrekening in 2024. Dit heeft geresulteerd in een achterstand in de vervanging/vernieuwing van speelplekken, die komende jaren moet worden ingehaald. Belangrijk: Vervanging van een speeltuin-inrichting brengt altijd meer kosten met zich mee dan enkel de (geïndexeerde) waarde van de toestellen en ondergronden.
2.2. Planning en kosten vervangingen korte en lange termijn 2.2.1 Vervangingspieken 2026, 2030-2031 en 2033 In deze jaren komt het benodigde budget voor uitvoering flink hoger uit dan het gemiddeld jaarlijks begrote vervangingsbudget van €330.600,-, zie tabel 1. Dit komt door de beleidsmatige ingrepen die hogere kosten met zich meebrengen in de periode 2026 t/m 2030 in combinatie met verwachte (reguliere) vervangingspieken in 2030 t/m 2033.
IBOR 2026-2030 Definitief
Pagina 5 van 49 2.2.2 Oorzaken en oplossingsrichtingen vervangingspieken De reden voor de vervangingspieken is omdat in die perioden veel toestellen ouder zijn dan de verwachte levensduur van 15 jaar. Het gaat om meerdere grote speel- en sportlocaties die relatief veel vervangingskosten met zich meebrengen. Als er onvoldoende budget beschikbaar is voor de opgave, moeten er keuzes worden gemaakt. Vanuit het beleid is aangegeven dat verdere versobering van de speelruimte zoveel mogelijk moet worden gepoogd te voorkomen. Manieren om de piek op te vangen of af te vlakken: 1. Uitstel naar periode >2034: Toestellen of locaties die technisch nog voldoen langer laten staan en pas later vervangen als er financiële ruimte is (gaat vaak tijdelijk ten koste van aantrekkelijkheid van speelruimte). 2. Vermindering: Toestellen of locaties die niet meer veilig zijn verwijderen zonder te vervangen ( gaat ten koste van hoeveelheid speelruimte) 3. Lagere inrichtingsbudgetten: Minder toestellen/ inrichting terugplaatsen (versobering/minder uitdaging) 4. Incidenteel extra budget aanvragen: om te voorkomen dat speelplekken versoberen/verdwijnen
2.3. Toelichting berekening vervangingsopgave 2026-2040 2.3.1 Berekening huidige areaalwaarde en totale vervangingsopgave De (geschatte) areaalwaarde in 2024 van de toestellen is € 2.332.150, inclusief 15% indexatie. Dit bedrag is gebaseerd op de som van aanschafwaardes van de huidige toestellen (€ 2.027.961. ) + indexatie met 15%*( prijspeil van 2025). Dit is enkel de waarde van de toestellen, niet van ondergronden en overig werk dat nodig is bij herinrichting. Om een reële inschatting te maken van benodigde budgetten voor vervanging, is gewerkt met (geïndexeerde) richtbedragen per locatietype, zie tabel 2 hieronder. Op basis van de berekening met richtbedragen komt de uiteindelijke vervangingsopgave uit op € 4.455.000,-. De richtbedragen per type speel- en sportplek zijn gebaseerd op actuele marktontwikkelingen en prijzen/ De bedragen omvatten inrichting met toestellen en ondergronden en ook dekking van bijkomende kosten. Om een juiste richting te kunnen kiezen is het belangrijk om 2029 de vervangingsopgave tegen het licht te houden en de verwachte vervangjaren opnieuw te berekenen.
IBOR 2026-2030 Definitief
Pagina 6 van 49
Tabel 1: Verwachte vervangingsopgave 2026-2040 + ingrepen beleid
Vervangjaar/ jaar ingreep
Aantal kosten beleid + locaties vervanging regulier
waarvan impulsen/verbeteringen vanuit 'Samen Beslissen'
2026*
5
€ 715.000 € 410.000
2027
8
€ 350.000
2028
8
€ 312.500 € 50.000
2029
7
€ 332.500 €12.500
2030
12
€ 587.500 € 35.000
2026 – 2030
40
€ 2.297.500
2031
8
€ 445.000
2032
8
€ 347.500 €40.000
2033
11
€ 435.000
2034
6
€ 200.000 €15.000
2035
5
€ 177.500
2031-2035
38
€ 1.605.000
2036
2
€ 95.000
2037
4
€ 142.500
2038
11
€ 320.000
2039
8
€ 260.000
2040**
5
€ 240.000 €12.500
2034 – 2037
30
Totaal 2026-2040 Gemiddelde kosten per jaar (15-jaarlijkse cyclus)
€ 1.057.500 € 4.960.000 €575.000 € 330.667
*€375.000,- van het budget is bestemd voor aanschaf urban sporttoestellen. **De locaties die in 2025 al worden opgepakt krijgen automatisch het toekomstige vervangjaar 2040.
IBOR 2026-2030 Definitief
Pagina 7 van 49
Tabel 2. Richtbedragen per type ingreep Herinrichten kleine speelplek
€ 35.000,-
Herinrichten buurtplek
€ 60.000,-
Herinrichten grote (wijk)speelplek ()
€100.000,-/€150.000,-
Herinrichten sportplek (2)
€ 20.000,-
Herinrichten speelhoekje
€ 12.500,-
Omvormen speelplek
€ 10.000,-
Opheffen speelplek
€ 5.000,-
Speeltuinvereniging
€ 100.000,- /€ 150.000,-
Urban sportlocatie /toestellen
€ 100.000,- /€ 375.000,-
[1] Dit is het minimale bedrag dat nodig is om een wijkoverstijgende locatie te realiseren. Vaak zijn dergelijke locaties, waaronder ook de speeltuinen vallen, groots van opzet en valt de waarde vaak hoger uit. In de uitvoeringsprogrammering is hier maatwerk op toegepast. [2] Sportplekken zijn er in velerlei soorten en maten. Dit bedrag is minstens nodig om een grotere sportlocatie passend in te richten op de sportbehoeften. Afhankelijk van de grootte dan wel functie van de plek, kunnen de realisatiekosten voor sportplekken lager of hoger uitvallen. Onder de noemer ‘sportplek’ worden ook de kleinere sportvoorzieningen geschaard (zoals trapveldjes). De kosten voor deze plekken vallen in de regel lager uit dan bij grotere voorzieningen.
2.3.2. Bijkomende kosten Binnen deze richtbedragen ook rekening gehouden met de bijkomende kosten voor het aanleg van de speel- en sportlocaties en de projectkosten voor het uitvoeren van de participatie en het ontwerpen van de locaties, zoals: •
•
Werk op locatie – Het herinrichten van speelruimte en/of het vervangen van speelobjecten gaat samen met locatiegebonden uitvoeringswerkzaamheden. De aanleg van de locaties; het grondwerk; de manuren en de aan- en afvoer van materialen zijn omvat in deze extra kostenpost. Projectleidingskosten (VAT) – Naast het daadwerkelijke werk op locatie, zijn er ook ‘nietzichtbare’ werkzaamheden met betrekking tot zaken als communicatie, ontwerp, participatie en projectleiding. Hierbij is uitgegaan van 10% van het budget per locatie.
2.3.2. Fulltime-equivalent (FTE) gemeente Op het moment zijn er voor coördinatie, beheer, beleid en uitvoering van de speel- en sportplekken 1,8 FTE beschikbaar binnen de gemeente Waddinxveen. In de huidige situatie worden met deze capaciteit al het onderhoud en beheer verricht voor 108 locaties en de directievoering voor (her)inrichting van 3 tot 6 locaties per jaar. Het aantal speel- en sportlocaties zal komende jaren niet veel veranderen. Echter komt er wel een forse piek aan in de uitvoering in de periode tot en met 2033. Gemiddeld worden er in die periode 8,3 locaties per jaar uitgevoerd. Om dit op te kunnen vangen en uitvoering te geven aan het beleid is het noodzakelijk dat de Fte’s worden verhoogd. Gemiddeld is, 100 uur per locatie aan interne inzet nodig. Met 0,12 fte per jaar extra is de piek op vangen. Functie fte Beheerderspelen (schaal 10) 0,5 Specialist spelen (Schaal 7) 1 Directievoerder spelen (schaal 9) 0,32 Extra benodigde Fte’s om vervangingspiek op te vangen 0,12 Totaal 1,94
IBOR 2026-2030 Definitief
uur/jaar 936 1872 600 230 3638
Pagina 8 van 49
2.4. Kosten voor jaarrond onderhoud speel- en sportplekken 2.4.1. Beschikbaar versus benodigd budget De benodigde kosten voor het jaarrond onderhouden van de toestellen en (valdempende) ondergronden, het gebruiken van een beheerprogramma inclusief de licenties en het uitvoeren van de jaarlijkse inspecties bedragen € 279.500 op jaarbasis, gebaseerd op 6% van de waarde van de huidige vervangingsopgave. De (geschatte) areaalwaarde in 2024 van de toestellen is € 2.332.155, inclusief 15% indexatie. Onderhoudskosten worden hierop gebaseerd, zie tabel 3. Dit bedrag valt lager uit dan het bedrag berekend op basis van de werkelijke vervangingsopgave. Echter vanwege het verouderde toestellenbestand is naar verwachting fors meer onderhoud noodzakelijk tot einde vervangingspiek na 2033.
Tabel 3: Benodigde jaarlijkse onderhoudskosten percentages op basis van huidige (geïndexeerde) areaalwaarde a
€ 2.332.155
Planbaar onderhoud toestellen Preventief / regulier onderhoud - á 3% toestellenareaal
€ 69.965
Operationeel onderhoud - á 3% toestellenareaal Levensduurverlengend onderhoud - á 1% toestellenareaal
€ 69.965 € 2.332
Niet-planbaar onderhoud toestellen Calamiteitenzorg en vandalisme á - 1,5 % toestellenareaal
€ 34.982
Onderhoudskosten valdempende ondergronden (op basis van geschatte oppervlakte) – zie tabel 4 bijlage 2 Reparatie, inzanden, vervangen, schoonmaken
€ 79.571
Jaarlijkse inspectiekosten en beheersoftware Veiligheidsinspecties 4x per jaar
€ 20.700
Licenties en gebruik beheerprogramma
€ 2.000
Totaalkosten onderhoud
€ 279.515
In Bijlage 2 is een overzicht te vinden van hoe de onderhoudskosten zijn opgebouwd
IBOR 2026-2030 Definitief
Pagina 9 van 49
3. Uitvoeringsprogramma 2026-2030 3.1. Uitgangspunten voor uitvoering – vanuit beleid en ‘Samen Beslissen’ De beleidsambities en kaders voor uitvoering zijn terug te vinden in het uitvoeringsprogramma. In bijlage 1 is het beleid verwerkt in de kaders voor uitvoering en inrichting. De belangrijkste basisuitgangspunten voor de uitvoering zijn: • De meeste locaties blijven behouden in dezelfde functie (buurtplek, kleine plek, etc.) • In buurten waar het aanbod achterblijft, wordt bij de uitvoering gekeken naar de mogelijkheid en de behoefte vanuit de inwoners om speelruimte anders te organiseren en in te richten. • Plekken met een beperkte speelwaarde, vaak speelhoekjes en kleine speelplekken met enkele toestellen, kunnen worden omgevormd naar bespeelbaar groen of speelpleintjes met kleine speelaanleidingen. Hier komen geen toestellen terug. • Groene richtlijnen voor ontwerp: Bij het ontwerpen van speelplekken krijgen bomen meer ruimte zodat er minder last is van wortelopdruk, maar ook dat de glijbaan niet richting de zon staan wegens verhitting. Verstopplekken creëren door kindvriendelijke beplanting te plaatsen • In het kader van inclusie en diversiteit werken we met thema’s in speeltuinen en een variatie aan verschillende soorten bankjes.
3.2. Uitvoeringsprogramma 2026-2030 In het uitvoeringsprogramma is per wijk aangegeven welke speelplekken per periode aan vervanging toe zijn. Keuzes om plekken te vervangen of juist niet, worden gemaakt op basis van de technische vervangingsopgave en beschikbare budgetten in combinatie met de uitgangspunten vanuit het speelbeleid dat is opgesteld samen met inwoners. 3.2.1 Aantal locaties In 2026 t/m 2030 zijn volgens de vervangingsopgave 40 locaties toe aan vervanging/vernieuwing. Op 8 locaties is extra budget beschikbaar voor een impuls ter verbetering van het aanbod. Dit is inclusief de aanschaf van urban sporttoestellen (Calisthenics, Fitness e.d.). Dit bedrag staat in 2026 geraamd, maar zal gespreid over de periode 2026-2030 worden Op 5 locaties wordt omvormen overwogen. Omvormen betekent dat er geen speeltoestellen terug komen, maar de ruimte wel beschikbaar blijft voor vrij spel. Dit is altijd een dialoog met de omwonenden. Op initiatief van de buurt kunnen we eenvoudige speelaanleidingen worden geplaatst. Andere locaties worden volgens de vervangingsopgave heringericht passend bij het type plek en richtbedrag, conform speelbeleid en uitvoeringskaders van dit plan. 3.2.2 Communicatie Voor eenduidige communicatie is het belangrijk dat het uitvoeringsprogramma voor de korte termijn van 2 tot 5 jaar wordt vastgelegd, bijvoorbeeld in een wijkspeelplan of de gemeentewebsite.
Op basis daarvan kan duidelijk naar inwoners kan worden gecommuniceerd wat er gaat veranderen.
IBOR 2026-2030 Definitief
Pagina 10 van 49
3.3. Uitvoeringskaarten 2026-2030 In de bijlage 3 zijn alle uitvoeringskaarten te vinden met daarop de locaties en vervangjaren. De locaties die momenteel in de opgave voor 2025 zijn opgenomen zijn op de kaart niet apart aangemerkt. Deze zijn geen onderdeel van het programma 2026 – 2029.
3.4. Aanpak uitvoering speelruimte Om te zorgen dat vernieuwing en veranderingen in de speelruimte goed en zorgvuldig verlopen is het belangrijk om een aantal uitgangspunten mee te nemen in de aanpak. Deze uitgangspunten komen ook voort uit het ‘Samen beslissen’ beleidstraject met inwoners. 3.4.1. Technische staat Op basis van inspecties en de technische staat van de inrichting wordt jaarlijks de lijst bijgesteld van locaties die toe zijn aan een andere inrichting. Zo wordt voorkomen dat er toestellen worden vervangen die nog in prima staat zijn. Ook kan het zijn dat uit de constateringen van de inspectie blijkt dat herinrichting/vervanging nodig is om grote kosten voor onderhoud te voorkomen. 3.4.2. Meldingen van inwoners Als er meldingen of verzoeken worden gedaan om locaties op te pakken dan beoordeeld de gemeente deze aan de hand van het speelbeleid. Meldingen over gebreken of vandalisme op speelplekken worden altijd z.s.m. opgepakt, meestal los van een herinrichtingstraject. 3.4.3. Clustering werkzaamheden In het uitvoeringsplan worden vervangingen waar mogelijk geclusterd. Door de (her)inrichting van speelplekken zoveel mogelijk te clusteren kunnen de inrichting en budgetten van verschillende locaties aan elkaar worden gekoppeld. Zo is het mogelijk om in een keer met omwonenden te participeren over meerdere speelplekken in de buurt.
Zo kunnen bewoners goed meedenken over een herinrichting en is het ook makkelijker om aanpassingen in het speelvoorzieningenaanbod door te voeren als daar reden voor is. Daarnaast is het duidelijker voor omwonenden dat naast speelplekomvormingen ook geïnvesteerd wordt in de renovatie van speelplekken. Tenslotte bieden clusteringrepen ruimte om werkzaamheden tegen lagere kosten uit te voeren. Wel kan het zijn dat toestellen net iets eerder of later dan gepland worden vervangen. Om kapitaalvernietiging te voorkomen, moet daarom per plek worden beoordeeld of de aanwezige toestellen elders nog herplaatsbaar zijn, opgenomen kunnen worden in de herinrichting, richting een depot kunnen worden gebracht voor tijdelijke stalling of beter kunnen worden afgeschreven. 3.4.4.Communicatie en participatie Bij (her)inrichtingstrajecten van formele speel-en sportvoorzieningen worden de direct omwonenden betrokken. In eerste instantie de kinderen, maar ook volwassenen, worden intensief betrokken en kunnen meedenken en –beslissen over de inrichting. Als in een bepaalde periode meerdere locaties in een wijk worden opgepakt, kan het maken van een wijkspeelplan helpen om de veranderingen van te voren helder naar inwoners te communiceren. Bij de inrichting van de grotere (sport-) plekken worden ook de gebruikers betrokken.
Zij kunnen het beste aangeven waar een goed functionerende voorziening uit bestaat en wat nodig is om volwaardig te kunnen sporten. Omdat participatie binnen het speelruimtebeleidsplan en de uitvoering daarvan veel kansen biedt voor participatie (ook op grote thema’s) wordt participatie meegenomen in de checklist voor een integrale
IBOR 2026-2030 Definitief
Pagina 11 van 49 aanpak. Daarmee wordt geborgd dat alle betrokken partijen (o.a. de dorpsraden) en doelgroepen (bijv. jongeren of juist ouderen) worden geraadpleegd.
De participatie m.b.t. speelruimte moet worden uitgevoerd conform speelbeleid en in lijn met de participatieverordening van de gemeente, hier te vinden: Participatieverordening gemeente Waddinxveen 2024 Vanuit de beleidsambities en het ‘Samen beslissen’-traject m.b.t. participatie • Samen werken aan invulling: We zorgen voor een goede samenwerking met bewoners. De gemeente bepaalt de functie en het doel van plekken én geeft duidelijke budgetkaders aan. Bewoners mogen vervolgens meedenken over de invulling van een plek. Openheid in beleid en uitleg over het budget zorgen onder bewoners voor meer begrip voor bepaalde keuzes.
•
Partijen betrekken: Organisaties, partijen en bewoners voor wie de speelplek relevant is, worden betrokken bij het participatietraject. Voor de participatie maken we gebruik van ontwerptools zowel op locatie als online enquêtes.
•
Stem van de gebruiker: De doelgroep waarvoor de plek bestemd is, wordt intensief betrokken bij het participatieproces. Voor sportplekken gaan we bijvoorbeeld in gesprek met sporters, sportgroepen en sportverenigingen. Bij wijkplekken geldt juist dat heel Waddinxveen mag meedenken. We gebruiken hiervoor het platform Waddsup. Omwonenden van de wijkplek worden explicieter benaderd per brief en stellen kaders voor de wijkplek op. Bij kleine plekken worden alleen omwonenden betrokken.
3.4.5.Ontwikkelingen in een buurt of wijk De gemeente zet in op passende speelruimte in de buurt. Hierbij is aandacht voor alle speel- en sportlocaties, maar zal ook meer worden ingezet op centrale locaties. Deze locaties vormen de spil in de buurt. Dit betekent niet dat de kleinere locaties niet uit het oog worden verloren. Wel is het zo dat op deze kleinere locaties niet altijd met speeltoestellen zal worden gewerkt. Soms volstaat een (natuurlijke) invulling met speelaanleidingen. Daarnaast wordt er gekeken naar de wensen en verwachtingen vóór en uit de buurt. Hoewel de onderhoudsstaat van het areaal een leidende factor blijft, wordt er ook gekeken naar de wensen van omwonenden rond het inrichten van de speel- en sportruimte op (speel)buurtniveau. Voorts spelen ontwikkelingen in de buurt eveneens een rol. Bij het faciliteren van passende speelruimte in Waddinxveen zet de gemeente in op een aantal uitgangspunten. Deze vormen de leidraad ten aanzien van de vervangingen, herinrichtingen en nieuwe realisaties rondom de speelvoorzieningen. In de volgende paragrafen worden deze uitgangspunten meer uitgelicht.
3.5. Uitvoeringsprogramma lange termijn De vervangingsopgave is niet in beton gegoten. Op de ene locatie gaan toestellen langer mee dan gepland en op een andere plek, bij intensief gebruik, korter. Om die reden wordt aangeraden, afhankelijk van de vervangingsopgave, het uitvoeringsplan elke twee tot vier jaar te evalueren en bij te stellen naar de actuele situatie. In 2030 moet het plan voor de periode 2031-2035 worden bijgesteld en voorbereid voor uitvoering.
IBOR 2026-2030 Definitief
Pagina 12 van 49
Bijlage 1. Kaders voor uitvoering en inrichting Voor een compleet uitvoeringsplan is het van belang dat er rekening wordt gehouden met enkele kaders voor uitvoering. Deze kunnen sterk bijdragen aan de kwaliteit van de openbare ruimte, maar zijn net zo goed van invloed op de financiële kaders rondom vervangingsinvesteringen (en onderhoud). In dit hoofdstuk worden deze kaders meer uitgelicht.
B.1.1 Integrale aanpak Belangrijk bij de uitvoering, maar zeker bij verbetering van de speelruimte is een integrale aanpak. Hierdoor is het veel makkelijker om tijdig kansen te signaleren (en te benutten) en bijvoorbeeld werk met werk te maken. Als er aan de slag gegaan wordt in een wijk met de riolering is het bijvoorbeeld handig om direct ook de speelplek mee te nemen die in dezelfde straat ligt. Als een sportplek wordt opgepakt, is het handig om met de betreffende sportaanbieders of buurtsportcoach te schakelen om te kijken of met simpele toevoegingen leuke activiteiten kunnen worden georganiseerd voor de buurt. Een integrale aanpak werkt het makkelijkst door jaarlijks een overzicht te maken van de op te pakken speelplekken (voor het komende jaar) en een gezamenlijk overleg te organiseren met de verschillende uitvoeringspartners (groen, infra, wijkbeheer, sport etc.). Dit wordt met name aanbevolen bij de grotere speelvoorzieningen.
B.1.2. Inrichting en verdeling speelplekken •
Goede verdeling speelplekken: Het streven is voor elke 3 kleine plekken, één grotere plek (buurtplek). In wijken waar veel speelplekken dichter dan 200 m op elkaar liggen worden plekken omgevormd tot speelplek / groen ruimte zonder toestellen. Dit gebeurt altijd in samenspraak met de bewoners.
•
Meer Diversiteit: Er wordt ingezet op een mix van traditioneel spel (speeltoestellen), en meer natuurlijk spel, dit vinden kinderen uit de werkgroep het leukst. Dit houdt in: veel bomen, klimbomen, hoog gras, heuvels, kleine paadjes, zandspel, waterspel en divers struikgewas. Dit vergroot ook de biodiversiteit. Qua toestellen zorgen we voor een zo breed mogelijke mix. Voorbeelden van combinaties zijn variatie in de schommels, glijbanen, wippen en klimtoestellen. Verder wordt de mogelijkheid te werken met thema’s in de speeltuinen verkend.
•
Meer uitdaging voor 9+: We zorgen voor meer uitdaging voor de doelgroep vanaf 9 jaar. Dit is vooral nodig in oudere buurten, de nieuwbouwbuurten bieden deze uitdaging wel. Voorbeelden van toestellen met uitdaging zijn moeilijke of hoge klimrekken, een klimparcour op hoogte of ruimtenetten. Het toevoegen van uitdaging mag echter niet afdoen aan het aanbod voor jongere kinderen. Specifieke wensen vanuit het samen beslissen traject: graag 2 schommels naast elkaar voor samenspel, en brede schommels waarop ouders mee kunnen schommelen. Opties verkennen voor interactief spel met telefoon.
•
Extra wijkplekken: Naast de grote Wijkplek in Triangel, ook wel junglebos/eiland genoemd, komen er nog twee grote wijkplekken*. Groene ruimte en inclusie moeten hierin extra aandacht krijgen. Deze plekken komen in het noorden en midden van Waddinxveen, de exacte locatie moet nog verkend worden. *Een goede plek voor het noorden van Waddinxveen zou bij het Zuiveringspad kunnen zijn, maar deze blijkt niet meer beschikbaar. Een andere goede optie is het uitbreiden van de speelplekken in het Gouwebos. Hiervoor gaan we in gesprek met de groenalliantie die het Gouwebos beheert. Daarnaast is er de mogelijkheid tot uitbreiding van de Mozartlaan of optie in het nieuwbouw gebied Noordkade. Voor midden Waddinxveen zijn er opties van het verbreden
IBOR 2026-2030 Definitief
Pagina 13 van 49 van de doelgroep bij speeltuinvereniging de Paddestoel of het aanvullen van speelgelegenheid in het Warnaarplantsoen.
•
Faciliteiten op alle wijkplekken: We onderzoeken de mogelijkheid voor het plaatsen van zonnebrandpalen en waterpunten op wijkplekken. Deze verhogen de verblijfswaarde.
•
JOP: We leggen minimaal één ontmoetingsplek voor jongeren aan. Deze heeft zitgelegenheid onder een afdakje en er wordt gekeken of er een sportvoorziening aan toegevoegd kan worden. De precieze wensen moet blijken uit de participatie met de jongeren waarvoor nu een traject plaatsvind.
B.1.3 Inrichting en verdeling sportplekken •
Meer Diversiteit: We zorgen voor een verdeling van traditioneel en urban sporten. Ongeveer 70% van het sportaanbod blijft de traditionele sportinvulling (bijv. voetbal, basketbal, tafeltennis) en 30% Urban sporten. Daarnaast zorgen we voor meer Urban sporten opties zoals een pumptrack, skatebaan en mountainbikeroute.
•
Sport combineren met spel/andere sporten: Op wijk- en buurtplekken waar nu nog geen sportvoorziening is, gaan we deze aanleggen. We zetten ook in op sportplekken waar meerdere sporten beoefend kunnen worden. Zoals een combinatieveld voor voetbal en basketbal.
•
Communicatie over sportaanbod: Om het gebruik te stimuleren zetten we in op het bekender maken van de bestaande beweegroutes en de activiteiten in de gemeente en het Gouwebos. Hiervoor gebruiken we kanalen zoals de krant ‘Hart van Holland’, plaatsing in wijkwhatsappgroepen, posters in Anne Frank en Petteflat, gebruik van social media (Instagram /Facebook/ Linkedin /Tiktok – danwel via partners) en inloopmomenten waarbij er een instructie wordt gegeven over bepaalde toestellen. We verkennen de mogelijkheid om dit in samenwerking met Gro-Up te organiseren. Daarnaast proberen we ook scholen, verenigingen en bootcampclubs te betrekken om in samenspraak activiteiten te bedenken en organiseren.
•
Spreiding in het sportaanbod: In iedere speelbuurt moet tenminste één sportplek zijn. We zetten in op een breed sportaanbod, waarbij veel verschillende sporten worden aangeboden in de openbare ruimte, voor jong en oud. Voetbal is een populaire sport in Waddinxveen. We zorgen voor een variatie aan voetvoorzieningen met een combinatie van trapveldjes, pannavelden en voetbalkooien van verschillende grootte (dit kunnen ook multisportkooien zijn) en met verschillende typen ondergronden.
B.1.4 Criteria en kaders klimaat, inclusie en nieuwbouw Klimaat adaptief en circulair spelen • Meer groene speelruimte: Minimaal 50% van een speelplek moet groen worden ingericht. Het merendeel hiervan moet bestaan uit bespeelbaar groen. Ook werken we meer met natuurlijke speelaanleidingen zoals speelheuvels, klimbomen of hoge bosjes om in te verstoppen. Waar mogelijk gebruiken we speeltoestellen van natuurlijk materiaal.
•
Natuurlijke ondergronden: Waar mogelijk wordt er met natuurlijke ondergronden gewerkt (bijv. zand of gras). Op plekken met een hoge speeldruk maken we gebruik van kunstondergronden met een natuurlijke uitstraling.
IBOR 2026-2030 Definitief
Pagina 14 van 49
•
Hergebruik: We kijken aan het einde van de levenscyclus van een toestel, ondergrond en de speelplek altijd of de vrijgekomen materialen voor circulair hergebruik in aanmerking komen. Wanneer hiervan sprake is, zoeken we naar een nieuwe bestemming voor deze materialen. We proberen hierbij rekening te houden met demografie, zodat wanneer een speeltoestel niet meer aansluit in de buurt, herplaatst wordt.
•
Meer schaduw op speelplekken: Veel speelplekken hebben weinig schaduw waardoor het er op warme dagen erg heet kan worden. Speelplekken krijgen daarom meer bomen en hoge struiken waarbij we uitgaan van minimaal één boom per speelplek. We streven ernaar om 3 à 4 bomen per speelplek te plaatsen. We kijken hierbij naar snelgroeiende soorten zodat deze zo snel mogelijk voor schaduw kunnen zorgen.
•
Huttenbouw: Kinderen vinden hutten bouwen heel erg leuk en vinden het jammer dat deze nu weggehaald worden. We onderzoeken de mogelijkheid om huttenbouw gecontroleerd te faciliteren in het Gouwebos en in de wijk Triangel.
Inrichting inclusieve speelruimte • Elke buurt inclusief: In iedere buurt komt een speeltuin met speelmogelijkheden voor gebruikers met een lichamelijke en/of geestelijke beperking.
•
Samenspeel-zone: Op de wijkplekken richten we een zone in met inclusieve speeltoestellen. Deze toestellen richten zich zoveel mogelijk op samenspel. Het bij elkaar plaatsen van deze toestellen zorgt ervoor dat deze makkelijk te vinden en te bereiken zijn.
•
Goede toegankelijkheid: (Bijna) alle speelplekken moeten toegankelijk en bereikbaar zijn. Denk hierbij aan de toegankelijkheid van trottoirs rondom speelplekken en makkelijk te openen toegangshekjes. Daarnaast is het belangrijk dat er altijd verharde paden zijn zodat toestellen bereikbaar zijn voor bewoners met een motorische of visuele beperking.
•
Meer bankjes: Bij elke speelplek komen bankjes voor ouderen en ouders. Bij voorkeur een bankje in de zon en één in de schaduw. De bankjes moeten een rugleuning hebben en er is de wens dat er bij grotere speeltuinen, zoals de natuurspeeltuinen, een picknicktafel komt.
•
Bekendheid geven: Inclusieve speel- en sportplekken moeten bekender worden. We vergoten de bekendheid door gebruik te maken van kanalen zoals de buitenspeelkaart, de krant en social media. Daarnaast komt er uitleg hoe sommige toestellen gebruikt moeten worden, en worden de mogelijkheden verkend voor een speel- en speurkaart voor Waddinxveen.
Nieuwbouw Om ervoor te zorgen dat de openbare speel-, beweeg- en ontmoetingsruimte ook in de nieuwbouwwijken goed wordt ingericht, stellen wij kaders op voor o.a. het ontwerp, planning en de participatie. Projectontwikkelaars zijn verplicht om zich aan deze kaders te houden. Enkele belangrijke aandachtspunten hierbij zijn: • •
De beheerder van speelvoorzieningen moeten tijdens alle fases van het nieuwbouwproject betrokken worden. Bij inbreidingsprojecten moet, in overleg met de beheerder van speelvoorzieningen, worden bepaald of het noodzakelijk is dat er een nieuwe speelplek komt of dat de speelplekken in de omliggende wijken uitgebreid moeten worden om de verhoogde speeldruk op te vangen.
IBOR 2026-2030 Definitief
Pagina 15 van 49 •
• •
•
Participatie met (toekomstige) inwoners is verplicht. Organisatie van participatie gebeurt in overleg met de beheerder speelvoorzieningen Hier worden de participatiekaders uit het speelbeleid/ dit uitvoeringsplan en de gemeentelijke participatieverordening gevolgd. Speelplekken in nieuwbouwwijken worden ingericht conform geldende inrichtingskaders voor speelplekken in het beleid en uitvoeringsplan. Na oplevering worden de speelplekken overgedragen aan de beheerder speelvoorzieningen. De beheerkosten worden de eerste 5 jaar gedekt vanuit de grex en bedragen 1,5% van de aanlegwaarde. De nieuwe locaties worden opgenomen in de vervangingsopgave van de gemeente. Er wordt gerekend met een afschrijftermijn van 15 jaar.
B.1.5 Type locaties Niet elke speelplek heeft immers de zelfde grootte of vorm en dezelfde waarde binnen een buurt. Voor de herinrichting van speelplekken gelden de volgende richtlijnen: De kleine speelplek Bereik: Direct omwonenden Doelgroep: 0-8 jaar Locaties: Aanvulling op buurtplekken. 1 op maximaal 200 meter (5 minuten lopen) van iedere woning. Ruimte: 500 - 1.000 m2 (inclusief omliggende vrije speelruimte) Functie: Spelen Spelen: Toestellen voor 0 t/m 8 jaar, toestelaanbod in de speelbuurt moet afwisselend zijn Richtbudget: Voor de inrichting is € 30.000,- gereserveerd Participatie: Herinrichting met de omliggende buurt en herinrichting met direct omwonenden van de speelplek. Beleidsteam Infra & Beheer maakt programma van eisen (kaders). Hierin wordt goed rekening gehouden met de buurt en de schijf van 5. Buurt kan daarbinnen ideeën en wensen aangeven en daarna keuze maken uit 2 of 3 ontwerpvoorstellen Buurtplekken Bereik: Gehele buurt Doelgroep: 0-15 jaar Locaties: 1 op maximaal 400 meter (5-10 minuten lopen) van iedere woning.
Ruimte: 2.000 - 3.000 m2 (inclusief omliggende vrije speelruimte) Functie: Spelen, bewegen en ontmoeten Spelen: Uitdagende toestellen voor 0 t/m 12 jaar gericht op samenspel Beweging: Minimaal één goede voorziening zoals een trapveld met mididoelen of 3x3 basketbalveld Ontmoeten: Zitgelegenheid in de schaduw en de zon Inclusiviteit: Brede ingang, verharde paden en ondergronden, voldoende zitgelegenheid Richtbudget: Voor de inrichting is € 60.000,- gereserveerd Samen beslissen, samen spelen 22 Participatie: Herinrichting met de omliggende buurt en gemeentelijke partners (zoals jongerenwerkers van Welstad). Direct omwonende krijgen een eerste stem in het opstellen van het programma van eisen (PvE) voor de plek (wat mag wel, wat kan absoluut niet), maar de hele buurt mag vervolgens meedenken of stemmen over 2 of 3 ontwerpvoorstellen
IBOR 2026-2030 Definitief
Pagina 16 van 49 Centrale wijk- of dorpsplek Bereik: Gehele kern of wijk Doelgroep: Alle leeftijden Locaties: 1 per kern Ruimte: 5.000 - 10.000 m2 (inclusief omliggende vrije speelruimte) Functie: Spelen, bewegen en ontmoeten Spelen: Uitdagende toestellen voor 0 t/m 12 jaar gericht op samenspel Beweging: Voorzieningen die zich richten op een brede leeftijdsgroep en een hoge druk aankunnen Ontmoeten: Veel zitgelegenheid in een aantrekkelijke omgeving Inclusiviteit: Brede ingang, verharde paden en ondergronden, (deels) toegankelijke toestellen, voldoende zitgelegenheid Richtbudget: Voor de inrichting is € 120.000,- benodigd. Participatie: Herinrichting met de gehele kern en gemeentelijke partners. Direct omwonenden krijgen een eerste stem in het opstellen van het programma van eisen (PvE) voor de plek (wat mag wel, wat kan absoluut niet), maar de hele kern mag vervolgens meedenken en/of stemmen over 2 of 3 ontwerpvoorstellen.
Sportplekken Bereik: Omliggende buurt Doelgroep: 0-8 jaar (kleine sportplek) 9-99 (grote sportplek) Locaties: Afhankelijk van sportaanbod in de speelbuurt of kern Ruimte: 1.000 - 3.000 m2 (inclusief omliggende vrije ruimte) Functie: Sporten Beweging: Kleine sportplek: traditionele sportvormen Grote sportplek: traditioneel of moderne sportvormen, afhankelijk van aanbod in de wijk en vraag vanuit bewoners Richtbudget: Voor de inrichting is € 30.000,- gereserveerd. Participatie: Participatie met omwonenden, vervolgens wordt met gebruikers (jongeren/sporters) en gemeentelijke partners gekeken naar de inrichting van de sportplek. Omvormplek Bereik: Direct omwonenden Doelgroep: 0-4 jaar Locaties: In speelbuurten met een hoge dichtheid aan speelplekken Ruimte: Wisselend Functie: Spelen en/of ontmoeten Spelen: Een flexibele inrichting zonder speeltoestellen. Eventueel met (natuurlijke) speelaanleidingen. Ontmoeting: Een alternatieve inrichting is ook mogelijk. Bijvoorbeeld om ontmoeting te stimuleren (buurtmoestuin, groene ontmoetingsplek, etc.) Richtbudget: voor de inrichting is € 10.000,- gereserveerd. Overig: Deze locaties zijn ook geschikt voor adoptie door de buurt. Participatie: herinrichting met direct omwonenden van de speelplek. Buurt kan ideeën aandragen en krijgt de mogelijkheid tot adoptie.
IBOR 2026-2030 Definitief
Pagina 17 van 49
Bijlage 2. Kaders voor beheer en onderhoud Het onderhouden van het speelareaal kent verschillende maatregelen. In de regel is het meeste werk planbaar en van cyclische aard. De werkzaamheden komen in de regel jaarlijks terug en zijn ingepland op vaste momenten in het jaar. Deze werkzaamheden hebben een preventief en operationeel karakter. Daarnaast onderscheiden we binnen het planbare onderhoud ook het levensduurverlengende onderhoud. Dit betreft vooral tussentijds verbeterwerk om toestelvervanging te rekken. Daarmee kan worden geanticipeerd op een te forse verwachting rondom herinrichtingen.
B.2.1 Wettelijk kader Het voorzien in formele speelplekken is bovenal een aanbeveling om buitenspelen te faciliteren en te stimuleren. Een gemeente is vrij om hier invulling aan te geven. Voor de inrichting van de formele speelplekken is wel specifieke wetgeving vastgesteld in de vorm van het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen (WAS). Hierin komen de volgende zaken onder andere aan bod: • • •
• •
Taakverantwoordelijkheid – Iedereen die te maken heeft met de ontwikkeling, het beheer of de (veiligheid) inspecties van speelruimte en -toestellen moet zich aan het WAS houden. Veiligheidsverplichtingen – In het WAS staat dat speelplekken en de toestellen veilig moeten zijn, bij plaatsing en in beheer. Normen – Hierbij wordt verwezen naar de Europese normen voor speeltoestellen (o.a. EN 1176). Als een toestel voldoet aan de gestelde normen, wordt verondersteld dat het toestel veilig is. Een producent of beheerder kan ook op een andere wijze voldoen aan het vereiste veiligheidsniveau (bijvoorbeeld door een risicoanalyse uit te laten voeren). Dit dient dan wel te worden geregistreerd. Periodieke inspectieplicht – Om tijdens de levensduur van een speelplek te voldoen aan het WAS moeten speeltoestellen periodiek geïnspecteerd en goed onderhouden worden. Registratieplicht – Van elke speelplek en elk speeltoestel moet een (digitale of fysieke) registratie bijgehouden worden van de inspecties en het onderhoud maar ook van bijvoorbeeld reparaties en ongevallen.
B.2.2 Takenpakket en onderhoudskosten Door vakkundig en regelmatig onderhoud, blijft de openbare speelruimte van goede kwaliteit. De speelen sportruimte in de gemeente wordt planmatig beheerd. Dit houdt in dat inspectierondes op vaste momenten plaatsvinden en dat naar aanleiding van constateringen operationeel onderhoud wordt uitgevoerd om de veiligheid van de voorzieningen te waarborgen. B.2.2.1 Typen onderhoud Om het areaal goed te onderhouden zijn er verschillende manieren van werken. In de regel onderscheiden we hierbij planbaar onderhoud en niet-planbaar onderhoud zoals vandalisme. Voor onderhoud worden indicatieve percentages berekend op basis van de totale waarde van het toestellenareaal. •
Preventief onderhoud – 3% van de totale toestelwaarde Het preventieve of reguliere onderhoud is gericht op het voorkomen van onveilige situaties en van belang voor de duurzaamheid van de speeltoestellen. Bij dit onderhoud gaat het bijvoorbeeld om: aanbrengen van een beschermende laklaag bij speeltoestellen ter voorkoming van graffiti; behandeling van paalkoppen; reinigen van speeltoestellen en ondergronden zodat slijtage door bijv. algenaanslag voorkomen wordt.
IBOR 2026-2030 Definitief
Pagina 18 van 49 Aanbevolen wordt om dit preventieve onderhoud op regelmatige basis uit te voeren. Zo wordt voorgesteld om jaarlijks, bij aanvang van het speelseizoen (april) en gekoppeld aan de veiligheidsinspectie, een grondige onderhoudsronde te houden inclusief het schoonspuiten van de speeltoestellen en gelijktijdig met het verschonen van de losse ondergronden. Hierdoor is de speelplek bij aanvang van het speelseizoen in goede staat. •
Levensduurverlengend onderhoud – 1% van de totale toestelwaarde Een andere vorm van preventief onderhoud is levensduurverlengend onderhoud. Met een ouder wordend speelareaal en het mogelijk uitstellen van toestelvervangingen en/of het herinrichten van speelplekken zal er steeds meer rekening gehouden moeten worden met extra onderhoud. Levensverlengend onderhoud is noodzakelijk om toestellen in een goede en veilige conditie te houden als de levensduur van een toestel is verstreken. Het bestaat uit het preventief uitvoeren van extra onderhoud (bijvoorbeeld smeren van lagers) en het vervangen van grotere onderdelen, zoals staanders, bordessen en delen van een ondergrond. Hiermee kunnen kostbare ingrepen worden uitgesteld met enkele jaren. Aanbevolen wordt dit niet zonder grondige inspectie en risicoafweging toe te passen op oude speeltoestellen (ouder dan 15 jaar) i.v.m. veiligheidsrisico’s. Ook wordt het sterk afgeraden om levensduurverlengend onderhoud toe te passen op toestellen met een enkele staander (one-post equipment).
•
Operationeel onderhoud – 3% van de totale toestelwaarde Het operationele onderhoud heeft betrekking op het onderhoud dat nodig is zodat de speeltoestellen goed functioneren. Hierbij moet bijvoorbeeld gedacht worden aan: controle en zo nodig het aandraaien van bouten/moeren, controle en zo nodig vervangen van scharnieren, verwijderen van splinters. Dit gebeurt gedurende het gehele jaar a.d.h.v. meldingen en de periodieke inspecties. De meeste werkzaamheden worden in de regel door de eigen dienst uitgevoerd. Meer specialistische taken worden vooral uitgevoerd middels afspraken met de leveranciers.
•
Niet-planbaar onderhoud, onvoorzien onderhoud/Calamiteitenzorg – 1,5% van de totale toestelwaarde Wanneer er onverwachts een melding wordt gemaakt van schade of een gevaarlijke situatie, welke dan direct of op korte termijn hersteld dient te worden om de veiligheid te waarborgen. Vandalisme, stormschade, onverwachte snelle slijtage of andere externe fastoren kunenen de oorzaak zijn.
B.2.2.2. Beheer en kosten ondergronden Goed beheer en onderhoud van (valdempende) ondergronden is noodzakelijk om de veiligheid en functionaliteit van de ondergrond, en daarmee de speelplek, te waarborgen. De wijze van onderhoud van de ondergronden is afhankelijk van het type materiaal en de ambities op beeldkwaliteitsniveau van de gemeente. Op basis van deze beschikbare data is een inschatting gemaakt van het aantal oppervlakte aan valdempende ondergrond per speelplek. Dit heeft geleid tot een totaalaantal vierkante meter per in de gemeente toegepaste type valdempende ondergrond. Hiermee kan een totaaloppervlakte worden ingeschat. In tabel 4 staan is een berekening te zien van de kosten van de ondergronden in Waddinxveen. Onderhoud van Gras is hier in niet meegenomen 1
1 Het grasonderhoud op de speelplekken is in de regel vaak belegd bij groenbeheer. Onderling kunnen er tussen de beheerder(s)
Spelen en Groen domeinoverstijgend afspraken worden gemaakt over eventuele extra werkzaamheden, zoals extra maairondes en/of grasonderhoud op hoger beeldkwaliteitsniveau. De enige meer aan het domein Spelen grasgerelateerde werkzaamheden betreffen vooral onderhoudstaken rondom doorgroeimatten. Deze werkzaamheden zijn vaak gelieerd aan de toestellen waaronder doorgroeimatten liggen (veelal dynamische toestellen) en zijn derhalve omvat in de planbare kosten voor deze toestellen.
IBOR 2026-2030 Definitief
Pagina 19 van 49
Tabel 4: Jaarlijkse onderhoudskosten valdempende ondergronden (indicatief) Ondergrond Bestrating
Oppervlakte schatting
Onderhoudskosten
(m2)
per m2
totaal
3.830
€ 1,00
€ 3.830,00
600
€ 4,50
€ 2.700,00
5.585
€ 6,50
€ 36.302,50
Rubbersnippers
655
€ 5,00
€ 3.275,00
Rubbergietvloer
1.172
€ 8,00
Rubbertegelvloer
1.406
€ 4,25
€ 9.376,00 € 5.975,50
Zandvloer
3.295
€ 5,50
€ 18.112,50
Houtsnippers/Boomschors Kunstgras
Totaalkosten ondergronden
€ 79.571,00
Op basis van de in de gemeente aanwezige ondergronden, adviseren wij onderhoudsmethoden voor twee typen ondergronden: losse en vaste ondergronden. Voor vaste ondergronden: •
•
•
Kunstgras – Kunstgras wordt veelal gebruikt als valdempende ondergrond bij slijtagegevoelige (druk bezochte) speelplekken of op sportvelden. Dit dient tenminste eenmaal per jaar opgeborsteld en bezand te worden met een infill van kwartszand. Hierdoor blijft het kunstgras functioneren, blijft stabiliteit gewaarborgd en wordt slijtage van de vezels vertraagd. Bij toepassing van kunstgras met een aansluiting op gazon wordt aanbevolen een opsluitband met maaitegel (30x30) rondom het kunstgrasveld te plaatsen. Dit voorkomt maaischade aan het kunstgrasveld en voorkomt eventuele zodenvorming op het kunstgrasveld. Als er gebruik wordt gemaakt van verschillende kleuren of vlakken kunstgras, wordt aanbevolen de naden tussen de vlakken niet op slijtagegevoelige punten te plaatsen (onder de schommel, duikelrek of bij de uitloop van een glijbaan). Rubber – Rubbergietvloeren en rubbertegels dienen ten minste één keer per jaar schoongespoten te worden om te voorkomen dat er te veel vuil en alg ophoopt in de openingen in het rubber. Schoonspuiten voorkomt slijtage en bevordert de toegankelijkheid van de ondergrond. Bij een boomrijke plek is rubber geen ideale ondergrond omdat de vloer hier snel vuil en glad wordt. Bij naadvorming van rubbertegels dienen deze tijdig herplaatst te worden om onwenselijke en onveilige situaties te voorkomen.
Bij het opkrullen van tegels dienen deze tijdig verwijderd en vervangen te worden. Aanbevolen wordt om rubbervloeren niet direct naast een zandondergrond of zandbak te plaatsen. Dit voorkomt dichtslibbing van de poriën in het rubber en vroegtijdige slijtage. Bestrating – Bestrating heeft geen valdempende waarde en wordt zodoende niet toegepast bij speeltoestellen. Wel is het geschikt voor sportvelden of speelaanleidingen. Vaste verhardingen vragen relatief weinig investering en ook het onderhoud is qua kosten beperkt. Onderhoud van vaste verhardingen bestaat voor het overgrote deel uit het onkruidvrij houden en vegen van de verharding en het herstellen/herstraten van de verharding. Herstraten gebeurt wanneer het terrein toe is aan vernieuwing vanwege gebruik of wortelgroei. In de regel wordt gemiddeld 1% van het oppervlak elk jaar opnieuw bestraat of hersteld. Het herstraten en herstellen van betontegels zal voor een gedeelte onder het algehele (wegen)onderhoud vallen of er grotendeels mee overlappen.
Voor losse ondergronden: •
Zand – Valdempend zand dient regelmatig gereinigd te worden van aanwezig afval of ontlasting. Ook is het van belang ongewenste kruiden te verwijderen wanneer deze aanwezig zijn. Dit kan namelijk van invloed zijn op de valdempende waarde van de ondergrond en tevens de uitstraling van de plek. Omdat zand gauw een bron van vuil vormt en een grote
IBOR 2026-2030 Definitief
Pagina 20 van 49 aantrekkingskracht op katten heeft, is het wenselijk om dit regelmatig te verversen. Ook is het nodig om met regelmaat zand aan te vullen.
•
Door een regelmatige visuele controle (zie ook inspecties en overige onderhoudswerkzaamheden) kan voorkomen worden dat een ondergrond te vies wordt om in te spelen. Zandondergronden en zandbakken worden bij voorkeur niet in de buurt van een straatkolk geplaatst. Dit verhoogt weliswaar de speelwaarde, maar resulteert ook in onwenselijke situaties. Houtsnippers – Houtsnippers vormen een goede ondergrond voor ongewenste kruiden. Deze dienen daarom regelmatig verwijderd te worden. Dit kan namelijk van invloed zijn op de valdempende waarde van de ondergrond en tevens de uitstraling van de plek. Omdat snippers organisch materiaal zijn beginnen deze na verloop van tijd te composteren. Het is daarom noodzakelijk de snippers om de snippers ten minste eens per 3 jaar te vervangen of jaarlijks aan te vullen als dit nodig is.
Verder halen losse ondergronden hun valdempende vermogen uit de toegepaste laagdikte. Bij deze ondergronden wordt ten alle tijden voorgeschreven om tenminste 100 mm bovenop de benodigde laagdikte aan te brengen in verband met het wegspelen en/of het inklinken van het losse materiaal. Belangrijk is tevens dat er zorg wordt gedragen voor het egaal houden van de opvangzone. B.2.2.4 Inspecties, controles en kosten Speeltoestellen moeten regelmatig geïnspecteerd worden. Met de resultaten van deze inspecties moet ook beoordeeld worden welke acties ondernomen moeten worden voor het veilig houden van het toestel. Ook voor de uit te voeren inspecties is in beeld wat jaarlijks nodig is om de toestellen veilig te houden. Hier wordt uitgegaan van vier inspectierondes, zoals voorgeschreven in de WAS. De jaarlijkse kosten zijn weergegeven in tabel 3: Tabel 5: Jaarlijkse onderhoudskosten inspecties (indicatief) Inspectietype
Stuks per toestel
Kosten
St
Per /st
totaal
Operationele inspectie (3x)
1.725
€ 8,00
€ 13.800
Veiligheidsinspectie (1x)
575
€ 12,00
€ 6.900
Totaalkosten inspecties
€ 20.700
Typen inspecties Om de kosten van onderhoud te beperken en om te voldoen aan de wettelijke verplichting te allen tijde zorg te dragen voor de veiligheid van speelvoorzieningen, is het belangrijk de speelvoorzieningen regelmatig te inspecteren. De norm (NEN-EN 1176-7:2008) schrijft de volgende drie vormen van inspectie voor: •
•
Visuele inspectie – Met routinematige visuele inspectie kunnen gevaren als gevolg van vandalisme, gebruik of weersomstandigheden worden geïdentificeerd, bijvoorbeeld gevaren door defecte onderdelen, stormschade of gebroken flessen (glasscherven). De visuele inspectie is een vrij snelle oppervlakkige controle om na te gaan of er mogelijk een risico is ontstaan. De controle vindt meestal plaats op speelplekniveau. Indien er iets aan de hand lijkt te zijn wordt er melding gemaakt en kan vervolgens passend gehandeld worden. Bij speelplaatsen waar sprake is van intensief gebruik of vandalisme, kan het nodig zijn deze inspectie wekelijks of zelfs dagelijks uit te voeren. Dit type inspectie vindt hoofdzakelijk plaats door de eigen dienst, externe beheerders of bewoners. Veel bevindingen komen via de MOR-meldingensystemen van de gemeente dan bij de betreffende beheerder terecht. Operationele inspectie – Tijdens de operationele inspecties wordt de werking van de toestellen gecontroleerd. Op basis hiervan wordt operationeel onderhoud uitgevoerd. Tijdens
IBOR 2026-2030 Definitief
Pagina 21 van 49
•
de operationele inspecties wordt ook gecontroleerd of eerdere, voorgeschreven reparaties aan toestellen juist en duurzaam zijn uitgevoerd. De operationele inspectie vindt minimaal één keer per jaar plaats. Geadviseerd wordt om de operationele inspectie elk kwartaal uit te voeren. Het is een meer gedetailleerde inspectie om de functionaliteit en stabiliteit van het speeltoestel te controleren, in het bijzonder op slijtage. Veiligheidsinspectie – Jaarlijks vindt een grote veiligheidsinspectie plaats van de openbare speelvoorzieningen en de speeltuinen. Deze inspectie wordt uitgevoerd volgens de norm NENEN 1176 en NEN-EN 1177. De jaarlijkse hoofdinspectie wordt uitgevoerd om het algehele veiligheidsniveau van speeltoestellen, funderingen en oppervlakken vast te stellen. Met inbegrip van eventueel aangebrachte wijzigingen als gevolg van de beoordeling van veiligheidsmaatregelen), weersinvloeden, aanwezigheid van houtrot of corrosie en eventuele veranderingen in het veiligheidsniveau van de speeltoestellen. Het laatste als gevolg van uitgevoerde reparaties, of het toevoegen of vervangen onderdelen. Bijzondere aandacht behoort te worden gegeven aan onderhoudsvrije (sealed-for-life) onderdelen. De jaarlijkse veiligheidsinspectie vervangt één van de vier operationele inspectierondes.
B.2.3 Jaarplanning onderhoudswerkzaamheden In tabel 5 zijn de onderhoudsposten uitgezet over een kalenderjaar. Hierin vallen de visuele inspecties en het operationeel onderhoud op als voortdurende posten.
Tabel 5. Jaaroverzicht onderhoud
Jan
Feb
Mrt
Apr
Mei
Jun
Jul
Aug
Sep
Okt
Nov
Dec
x x x
x x x
x
x
Preventief onderhoud:
- schoonmaken speeltoestellen - smeren lagers - vervangen onderdelen zoals staanders, liggers, etc. - lassen slechte/beschadigde verbindingen Operationeel onderhoud:
- vervangen kleine onderdelen - bijwerken beschadigingen - vastzetten bevestigingsmiddelen Onderhoud valondergronden:
- houtschors en -snippers (incl. aanvullen) - kunstgras - rubbertegels Visuele inspectie (kan door vrijwillgers/scholen/bewoners):
Ogen goed de kost geven. Voornamelijk bedoeld om mankementen die eenvoudig zijn te constateren (defecte onderdelen, beschadigingen, etc.) op te merken.
x x x x x x x
x x x x x x x
x x x
x x x x
x x x
x x x x x x x
x x x
x x x x
x
x
x x x
x x x x x x x
x x x
x x x x
x
x
x x x x x x
x
x
x
Operationele inspectie:
Gedetailleerde inspectie op functionaliteit en stabiliteit van de speeltoestellen. Tevens aandacht voor beschadigingen, scherpe of uitstekende delen, ontbrekende delen etc.
x
Veiligheidsinspectie (hoofdinspectie):
Controle op algehele veiligheid speeltoestellen, funderingen en oppervlakten. Tevens aandacht voor houtrot, corrosie en aandachtspunten uit visuele en operationele inspecties.
x
IBOR 2026-2030 Definitief
x
x
Pagina 22 van 49
Bijlage 3 – Kaartmateriaal uitvoeringsprogramma
IBOR 2026-2030 Definitief
Pagina 23 van 49
IBOR 2026-2030 Definitief
Pagina 24 van 49
IBOR 2026-2030 Definitief
Pagina 25 van 49
IBOR 2026-2030 Definitief
Pagina 26 van 49
IBOR 2026-2030 Definitief
Pagina 27 van 49
IBOR 2026-2030 Definitief
Pagina 28 van 49
IBOR 2026-2030 Definitief