Gewaarmerkte Jaarstukken ODMH 2021
Tekst van het document
Jaarstukken 2021
Versienummer: 1.0 Datum: 21 maart 2022
ValidSigned door W. Kalkman RA op 14-04-2022 Publieke Sector Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden Behorende bij de controleverklaring d.d. 14 april 2022 met kenmerk 312017010.22.117
Productnummer Omschrijving Status Datum Opdrachtgever Opgesteld door
Jaarstukken 2021 Versie 1.0 21 maart 2022 Aangesloten gemeenten Midden-Holland en provincie Zuid-Holland Jaqueline Vos
Jaarstukken 2021, Omgevingsdienst Midden-Holland
2 van 64
Jaarstukken 2021, Omgevingsdienst Midden-Holland
3 van 64
Inhoudsopgave 1
Voorwoord ........................................................................................................................................6
2
Rekening in één oogopslag ..............................................................................................................7
3
2.1
Resultaat 2021 ............................................................................................................ 7
2.2
Resultaatbestemming ................................................................................................. 7
2.3
Toelichting kosten- en opbrengstensoorten ................................................................ 9
Jaarverslag .................................................................................................................................... 10 3.1 3.1.1
Programma milieu ......................................................................................................... 10
3.1.2
Programma bouw- en woningtoezicht ........................................................................... 15
3.1.3
Overhead, vennootschapsbelasting en onvoorzien ...................................................... 18
3.1.4
Algemene dekkingsmiddelen ........................................................................................ 21
3.2
4
Programmaverantwoording ....................................................................................... 10
Paragrafen................................................................................................................. 22
3.2.1
Lokale heffingen ............................................................................................................ 22
3.2.2
Weerstandsvermogen en risicobeheersing ................................................................... 22
3.2.3
Onderhoud kapitaalgoederen ........................................................................................ 25
3.2.4
Financiering ................................................................................................................... 26
3.2.5
Bedrijfsvoering ............................................................................................................... 29
3.2.6
Verbonden partijen ........................................................................................................ 31
3.2.7
Rechtmatigheid .............................................................................................................. 31
Jaarrekening .................................................................................................................................. 33 4.1
Balans per 31 december 2021 .................................................................................. 34
4.2
Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling ................................................. 36
4.2.1
Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening ................................... 36
4.2.2
Vaste activa ................................................................................................................... 37
4.2.3
Vlottende activa ............................................................................................................. 38
4.2.4
Voorzieningen ................................................................................................................ 39
4.2.5
Vaste schulden .............................................................................................................. 39
4.2.6
Vlottende passiva .......................................................................................................... 39
4.2.7
Waarderingsgrondslagen WNT ..................................................................................... 39
4.3
Toelichting op de balans per 31 december 2021 ...................................................... 40
ACTIVA .......................................................................................................................................... 40 4.3.1
Materiële vaste activa .................................................................................................... 40
4.3.2
Vlottende activa ............................................................................................................. 41
Jaarstukken 2021, Omgevingsdienst Midden-Holland
4 van 64
PASSIVA ....................................................................................................................................... 44 4.3.3
Vaste passiva ................................................................................................................ 44
4.3.4
Vlottende passiva .......................................................................................................... 46
4.3.5
Niet uit de balans blijkende verplichtingen .................................................................... 48
4.4
5
Overzicht van baten en lasten .................................................................................. 50
4.4.1
Toelichting op het overzicht van baten en lasten 2021 ................................................. 50
4.4.2
Verschillenanalyse overzicht baten en lasten ............................................................... 51
4.4.3
Onvoorzien .................................................................................................................... 52
4.4.4
Structurele mutaties in de reserves ............................................................................... 52
4.4.5
Incidentele baten en lasten ........................................................................................... 52
4.5
Structureel begrotingssaldo ...................................................................................... 54
4.6
Wet Normering Topinkomens ................................................................................... 54
4.7
Taakvelden ................................................................................................................ 56
4.8
SiSa 2021 .................................................................................................................. 57
Vaststelling jaarrekening 2021 ...................................................................................................... 58
Bijlagen .................................................................................................................................................. 59 Bijlage 1
Bijdragen jaarprogramma’s 2021 .......................................................................... 60
Bijlage 2
Provinciale bijdragen 2021 ..................................................................................... 61
Bijlage 3
Restitutie resultaat 2021 ......................................................................................... 62
Bijlage 4
Informatie voor verbonden partijen ...................................................................... 63
Bijlage 5
Controleverklaring .................................................................................................. 64
Jaarstukken 2021, Omgevingsdienst Midden-Holland
5 van 64
1
Voorwoord
Het boekjaar 2021 vormde het tweede jaar van de Corona-pandemie. Waar bij de uitbraak in het voorjaar van 2020 nog de hoop werd gekoesterd dat de impact zich zou beperken tot dat eerste jaar, bleek de bijzondere situatie in heel 2021 door te lopen. Ondanks alle restricties en aanpassingen bleef de productie van de ODMH op niveau. Uiteindelijk werd een volume van boven de begrote 100% gerealiseerd. Vanwege het effect van de pandemie op de kosten werd daarnaast bovendien een positief resultaat gerealiseerd. In deze jaarrekening wordt uitgebreid ingegaan op de productie en de exploitatie. In 2021 heeft de ODMH, net als veel andere organisaties, de balans moeten zoeken tussen thuiswerken en op locatie werken. Dit was soms lastig, maar dwong ook om op een andere manier naar het werk te kijken. Voor de lange termijn heeft dit nuttige inzichten opgeleverd. In het vergadercircuit is een doelmatigheidsslag gemaakt door het organiseren van digitale bijeenkomsten. Daarnaast is door de nieuwe flexibiliteit ruimte ontstaan om aanvullende functies toe te kennen aan het Midden-Hollandhuis. In 2021 heeft het Programma Veenweiden Krimpenerwaard van de Provincie Zuid-Holland haar intrek genomen in een deel van het pand van de ODMH. Naar verwachting zal dit programma anderhalf jaar vanuit het Midden-Hollandhuis invulling geven aan zijn opdracht.
In de toekomst wil de ODMH kritisch blijven kijken naar het doelmatig gebruik van zijn pand. Daarom valt niet uit te sluiten dat meer gasten in de toekomst van de faciliteiten gebruik zullen gaan maken. In 2021 bereidde de ODMH zich verder voor op een aantal veranderingen die aanstaande zijn. Wat lastig was, was de onzekerheid over de invoering van de Omgevingswet. Zeker omdat de invoering van deze wet implicaties heeft voor bijvoorbeeld de ICT, moest met verschillende scenario’s rekening worden gehouden. Vooralsnog wordt er vanuit gegaan dat de Omgevingswet op 1 januari 2023 wordt ingevoerd. De impact van de digitalisering op het dagelijkse werk van de omgevingsdienst is groot. De twee belangrijkste systemen zullen in 2022 worden vervangen. Om die reden stond 2021 voor een deel in het teken van de voorbereiding daarvan. Naast het primair processysteem wordt ook het document managementsysteem vervangen. Beide pakketten lopen naar het einde van hun levensduur. Ondanks het vele werk dat in 2021 verricht werd ten gevolge van deze operaties, kon het operationele werk gewoon zonder storing of vertraging worden voortgezet. In 2021 is veel werk gemaakt van het ‘VIPE’-traject. Dit cultuurtraject was gericht op het verhogen van de kwaliteit van de dienstverlening.
Door middel van workshops, trainingen, intervisie en persoonlijke gesprekken is een impuls gegeven aan het bewust handelen van de ODMH medewerkers, die werken in het belang van de stakeholders. De letters VIPE staan voor verwachtingenmanagement, integraliteit, proactief werken en empathie. Bewustzijn omtrent het belang van deze gedragskenmerken verhoogt de kwaliteit van de dienstverlening. Het resultaat over 2021 bedroeg uiteindelijk € 365.608. Dit resultaat is in lijn met de afgelopen jaren. De ODMH heeft een stabiele financiële basis met een solide vermogen en hanteert een strakke planning & controlcyclus om (tijdig) te sturen op zowel de productie als de financiën.
Jaarstukken 2021, Omgevingsdienst Midden-Holland
6 van 64
2
Rekening in één oogopslag
2.1
Resultaat 2021
De jaarrekening 2021, waarvoor op de volgende pagina’s een voorstel is geformuleerd, sluit met een positief exploitatieresultaat van € 365.608. Het exploitatieresultaat van 2021 per kostensoort is als volgt opgebouwd, waarbij ter vergelijking de cijfers van de begroting 2021 (inclusief begrotingswijzigingen) zijn weergegeven. ODMH 2021 Kostensoort Contractuele bijdragen Overige bijdragen Projectbaten Onttrekking reserves Totaal Baten Personeelskosten Apparaatskosten Directe productkosten Projectlasten Financieringslasten Dotatie reserves Totaal Lasten Totaal baten en lasten
Milieu Realisatie Begroting -13.365.313 -13.168.265 -117.080 -103.248 -1.526.102 -1.419.585 0 0 -15.008.494 -14.691.098 8.334.006 8.340.369 234.069 267.369 117.862 134.066 1.526.102 1.419.585 0 0 9.404 9.404 10.221.443 10.170.793 -4.787.051 -4.520.305
Bouw- en Overhead ODMH Woningtoezicht Realisatie Begroting Realisatie Begroting Realisatie Begroting -7.004.875 -6.903.078 0 0 -20.370.188 -20.071.343 -31.342 -28.500 -493.481 -470.587 -641.902 -602.335 -109.606 -60.484 0 0 -1.635.707 -1.480.069 0 0 -46.543 -106.543 -46.543 -106.543 -7.145.823 -6.992.061 -540.024 -577.130 -22.694.340 -22.260.290 4.761.300 5.042.836 4.660.580 4.314.865 17.755.885 17.698.070 108.527 132.039 2.344.928 2.421.267 2.687.524 2.820.675 11.344 7.000 0 0 129.206 141.066 109.606 60.484 0 0 1.635.707 1.480.069 0 0 111.005 111.005 111.005 111.005 0 0 0 0 9.404 9.404 4.990.776 5.242.359 7.116.513 6.847.137 22.328.732 22.260.290 -2.155.047 -1.749.702 6.576.489 6.270.007 -365.608 0
NB In alle overzichten worden de baten weergegeven met een negatief bedrag en de lasten met een positief bedrag.
Het positieve resultaat is het resultaat van de twee programma’s milieu en bouw- en woningtoezicht (BWT) en van de overhead tezamen. De mutaties in de reserves betreffen de reguliere onttrekkingen ter dekking van de kapitaallasten van de verbouwing van het Midden-Hollandhuis, de jaarlijkse dotatie aan de reserve bodemkwaliteitskaarten voor de actualisatie van de kaarten. De begrote onttrekking aan de bestemmingsreserve ontwikkeling was bedoeld ter dekking van implementatiekosten van de Omgevingswet. Door het verdere uitstel van de inwerkingtreding naar 1 januari 2023 worden deze kosten pas in 2022 gemaakt en wordt ook de onttrekking een jaar opgeschoven. Voor een nadere specificatie van de mutaties van de reserves wordt verwezen naar de toelichting op de balans. Voor een compleet overzicht van de lasten en baten verwijzen wij naar de recapitulatie van de baten en lasten met toelichting in hoofdstuk 4.4 Overzicht van baten en lasten. Voor een toelichting op de diverse kosten en opbrengsten per kostensoort verwijzen wij naar hoofdstuk 2.3 Toelichting kostenen opbrengstensoorten.
2.2
Resultaatbestemming
Het totale resultaat van 2021 bedraagt € 365.608 positief.
Jaarstukken 2021, Omgevingsdienst Midden-Holland
7 van 64
Resultaatbestemming Omschrijving Algemene reserve - Aandeel milieu - Aandeel BWT Subtotaal algemene reserve Bestemmingsreserve Automatisering Bestemmingsreserve Bodemkwaliteitskaarten Bestemmingsreserve Verbouwing Bestemmingsreserve Digitalisering Bestemmingsreserve Externe Veiligheid Bestemmingsreserve Ontwikkelingen Bestemmingsreserve Meerjaren onderhoud Subtotaal bestemmingsreserves Totaal reserves Te restitueren aan deelnemers Restitutie Totaal
Stand 31-12-2021 voor bestemming 746.987 655.513 1.402.500 78.971 125.147 428.592 97.500 87.307 60.000 0 877.517 2.280.017
Stand 31-12-2021 na bestemming
Resultaat 2021
0
0 0 365.608 365.608 365.608
746.987 655.513 1.402.500 78.971 125.147 428.592 97.500 87.307 60.000 0 877.517 2.280.017
Voorgesteld wordt om bij de resultaatbestemming het exploitatieresultaat ad € 365.608 te restitueren aan de deelnemende organisaties. De verdeling van de restitutie is als bijlage 3 toegevoegd aan de jaarstukken.
Jaarstukken 2021, Omgevingsdienst Midden-Holland
8 van 64
2.3
Toelichting kosten- en opbrengstensoorten
In de tabellen van hoofdstuk 2.1 worden de baten en lasten weergegeven in diverse kosten- en opbrengstensoorten. Hierna volgt per soort een korte uiteenzetting van de kosten en opbrengsten, die onder deze posten worden verantwoord. Baten • Algemene bijdragen: Contractuele bijdragen conform de jaarprogramma’s voor zowel milieu als BWT • Overige bijdragen: Overige inkomsten en doorberekende bijdragen; • Projectbaten: Projectopbrengsten, deze maken in het algemeen geen onderdeel uit van het exploitatieresultaat; Lasten • Personeelskosten: Salarislasten van personeel van de ODMH, inclusief ingehuurd personeel en bijkomende personeelslasten, zoals studiekosten; • Apparaatskosten: Diverse kosten, zoals leaseauto’s, automatiseringskosten, huisvestingslasten en kapitaallasten; • Directe productkosten: Algemene kosten, zoals werkbudgetten; • Projectlasten: Projectlasten, deze maken in het algemeen geen onderdeel uit van het exploitatieresultaat; • Financieringslasten: Rentelasten van de langlopende geldlening. Mutatie reserves • Onttrekking reserves: onttrekkingen aan de reserves worden onder andere gedaan ter dekking van afschrijvingslasten; • Dotatie reserves: Toevoegingen aan reserves.
Jaarstukken 2021, Omgevingsdienst Midden-Holland
9 van 64
3
Jaarverslag
3.1
Programmaverantwoording
In dit onderdeel van het jaarverslag geven we inhoudelijk toelichting over de ontwikkelingen in 2021. Via de programmaverantwoording en de paragrafen leggen wij verantwoording af over het gerealiseerde beleid in 2021. De programmaverantwoording is uitgesplitst in programma milieu (paragraaf 3.1.1) en programma bouw- en woningtoezicht (paragraaf 3.1.2).
3.1.1 Programma milieu Wat wilden we bereiken? De ODMH draagt bij aan een veilige, duurzame en gezonde leefomgeving. Voor het programma milieu doen wij dit door milieutaken in de hele regio uit te voeren in opdracht van de aangesloten gemeenten en de provincie Zuid-Holland. Daarnaast voeren wij de wettelijke zwemwatertaak uit in de gehele provincie Zuid-Holland. We voeren namens de gemeente de wettelijke taken uit op het gebied van milieu. Hierbij zoeken we aansluiting bij de gemeentelijke doelen en visies, verwoord in de eigen documenten zoals het collegeprogramma, beleidsdocumenten en uitvoeringsprogramma’s. Naast de wettelijk opgedragen taken, vormen de coalitieakkoorden en de programmabegroting 2021-2024 de inhoudelijke uitgangspunten voor dit jaarprogramma. Hierbij streven wij ernaar een professionele, betrouwbare en vertrouwde organisatie te zijn. Wat realiseerden we? De hierna volgende tabel geeft de totale productie voor het programma milieu weer. Linksboven staat de totale productie per deelnemer. Voor alle deelnemers realiseerden wij een productie tussen de 98,2% en 111,3%. Drie van de zeven deelnemers bleven niet binnen de zogenoemde 2%-marge (conform paragraaf 3.4 van de Nota Planning & Control 2020-2023). De productie boven de 102% van Krimpenerwaard, Waddinxveen en Zuidplas brachten wij apart in rekening.
De totale productie (in uren) voor milieu in 2021 ziet er als volgt uit: Organisatie Alphen aan den Rijn * Bodegraven Reeuwijk Gouda Krimpenerwaard * Provincie Zuid-Holland Waddinxveen Zuidplas Eindtotaal
Organisatie Alphen aan den Rijn Bodegraven Reeuwijk Gouda Krimpenerwaard Provincie Zuid-Holland Waddinxveen Zuidplas Eindtotaal
ODMH Totaal geleverd begroot 32.990 33.581 14.461 14.291 16.137 16.200 22.332 20.066 33.329 33.292 9.911 9.672 16.422 16.022 145.582 143.124
% 98,2% 101,2% 99,6% 111,3% 100,1% 102,5% 102,5% 101,7%
Toezicht en Handhaving geleverd begroot 13.250 12.608 5.177 4.570 5.467 5.527 7.842 7.619 11.594 11.848 3.601 3.810 6.056 6.329 52.986 52.311
% 105,1% 113,3% 98,9% 102,9% 97,9% 94,5% 95,7% 101,3%
Vergunningverlening geleverd begroot 2.794 3.162 797 1.212 1.093 1.185 2.426 1.878 1.817 1.895 1.034 1.010 1.994 1.414 11.955 11.756
Algemeen geleverd 3.474 896 1.322 2.049 2.310 606 969 11.626
% 104,0% 100,0% 100,0% 93,6% 100,0% 100,0% 100,0% 99,9%
Bodem en Archeologie geleverd begroot 4.184 3.954 2.405 2.332 1.439 1.306 3.167 2.786 12.678 12.294 1.222 1.047 2.147 2.135 27.244 25.854
% 105,8% 103,1% 110,2% 113,7% 103,1% 116,7% 100,6% 105,4%
Geluid, Lucht, Ec. en Veiligheid geleverd begroot % 2.740 3.462 79,2% 1.946 1.997 97,4% 2.298 2.323 98,9% 2.407 1.669 144,2% 477 502 95,0% 1.374 976 140,8% 1.476 1.413 104,4% 12.719 12.342 103,1%
begroot 3.341 896 1.322 2.188 2.310 606 969 11.632
Jaarstukken 2021, Omgevingsdienst Midden-Holland
10 van 64
% 88,4% 65,8% 92,2% 129,2% 95,9% 102,3% 141,0% 101,7%
Organisatie Alphen aan den Rijn Bodegraven Reeuwijk Gouda Krimpenerwaard Provincie Zuid-Holland Waddinxveen Zuidplas Eindtotaal
ROM geleverd 3.001 1.090 1.190 1.275 2.180 812 1.360 10.909
begroot 3.189 1.239 936 1.010 2.003 823 1.285 10.485
% 94,1% 88,0% 127,2% 126,2% 108,8% 98,7% 105,9% 104,0%
Juridisch geleverd 856 280 509 773 1.013 323 464 4.218
begroot 1.076 272 577 541 1.140 355 442 4.403
% 79,6% 102,9% 88,2% 142,9% 88,8% 91,0% 105,0% 95,8%
Duurzaamheid geleverd begroot 2.690 2.789 1.870 1.773 2.817 3.024 2.393 2.375 1.260 1.300 939 1.045 1.957 2.035 13.927 14.341
% 96,5% 105,5% 93,2% 100,8% 96,9% 89,8% 96,1% 97,1%
* inclusief asbesttaken
Toezicht en handhaving We controleren namens de aangesloten gemeenten en de provincie Zuid-Holland of bedrijven binnen de regio zich houden aan de (milieu)wet- en regelgeving. Fysieke en administratieve controles We controleren voor aangesloten gemeenten omgevingsvergunningen en meldingen. Tijdens fysieke controles houden we toezicht op de impact van bedrijven op de veiligheid en de milieubelasting. Bedrijven met de grootste impact op de veiligheid of de milieubelasting krijgen de meeste aandacht. We plannen de bedrijfscontroles risicogericht in, waarbij we rekening houden met de ervaringen bij de bedrijven in de afgelopen jaren. Afhankelijk van onder andere het naleefgedrag, klachten en bedrijfsmeldingen voeren we extra toezicht uit waar dit nodig is. Naast de fysieke controles houden we ook administratief toezicht en onderzoeken we de juistheid en betrouwbaarheid van de door bedrijven beschikbaar gestelde informatie. Hierbij werken we nauw samen in de keten met andere handhavingspartners voor de optimalisering van het toezicht. Bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhaving Wanneer er sprake is van een overtreding, zetten we een optimale mix van bestuursrechtelijke en strafrechtelijke instrumenten in om de overtreding ongedaan te maken. De basis hiervoor is de landelijke handhavingsstrategie.
De ernst van de overtreding (milieu, veiligheid, gezondheid) en het gedrag van de overtreder (pro-actief, onverschillig, calculerend bewust, structureel negatief) zijn bepalend voor de te kiezen instrumenten. Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden (Whvbz) Namens Gedeputeerde Staten is de ODMH gemandateerd voor de handhaving in het kader van de Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden (Whvbz) van de hele provincie Zuid-Holland. In het kader hiervan controleren wij jaarlijks 345 bad- en zweminrichtingen op hygiëne en veiligheid. Tijdens het zwemseizoen (1 mei – 1 oktober) controleren wij de buitenlocaties. Vergunningverlening Voor het thema Vergunningverlening binnen het onderdeel milieu behandelen we aanvragen voor een omgevingsvergunning. Ook actualiseren we deze vergunningen als dat nodig is. Een vergunning biedt rechtszekerheid aan ondernemers en beschermt daarnaast omwonenden tegen onaanvaardbare milieuhinder. De vergunningprocedure geeft omwonenden bovendien de gelegenheid inspraak uit te oefenen en kennis te nemen van de inhoud van de vergunning. Vergunningen voor vergelijkbare activiteiten verlenen we op vergelijkbare wijze, zodat sprake is van rechtszekerheid en rechtsgelijkheid voor de ondernemers.
Daarnaast behandelen we ook meldingen van bedrijven die milieurelevante activiteiten uitvoeren maar daarvoor geen vergunning nodig hebben.
Jaarstukken 2021, Omgevingsdienst Midden-Holland
11 van 64
Specialistische taken We voeren alle milieutaken uit inclusief in- en externe advisering op het gebied van bodem, archeologie, geluid, lucht, ecologie en externe veiligheid. Ook voeren wij werkzaamheden uit die gericht zijn op het realiseren van een duurzame leefomgeving in de regio Midden-Holland. Bodem en archeologie We leveren adviezen en ondersteuning op het gebied van bodem en archeologie. Dat leidt ertoe dat, naast het inrichten en beheer van de openbare ruimte, de aspecten bodem en archeologie worden meegewogen en meegenomen in de besluitvorming bij wettelijke taken. Zo zorgen we ervoor dat niet wordt gebouwd op ernstig verontreinigde grond, zien we toe op het verantwoord toepassen van grond, stimuleren we hergebruik van grond, bieden we bodemonderzoek tegen een scherpe prijs aan en beschermen we de archeologische waarden. Geluid, Lucht, Ecologie en Externe Veiligheid (GLEV) Voor het thema GLEV ondersteunen en adviseren we onze opdrachtgevers daar waar geluid, luchtkwaliteit, externe veiligheid of ecologie van belang zijn. Dit kan zowel vergunningverlening, toezicht en handhaving betreffen. Door deze expertises in een zo vroeg mogelijk stadium in te schakelen, kunnen opdrachtgevers de veiligheid en leefbaarheid in de regio Midden-Holland verbeteren.
Met betrekking tot externe veiligheid brengen we de plaatselijke risico’s voor de omgeving tijdens de verschillende productiefases van gevaarlijke stoffen (produceren, behandelen of vervoer) in kaart. We objectiveren de risico’s waarna de adviezen in het planvormingsproces van de regionale gemeenten worden meegenomen. Ruimtelijke Ordening en Milieu (ROM) Het team ROM adviseert en ondersteunt op milieugebied bij ruimtelijke plannen in de regio. Hiermee verhogen we de leefbaarheid en duurzaamheid in de regio en kunnen ruimtelijke processen doorgang vinden. In een zo vroeg mogelijk stadium brengen we de benodigde randvoorwaarden in kaart om ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk te maken. Daarnaast hebben we aandacht voor kansen om de kwaliteit van de leefomgeving en duurzaamheid te verhogen. Duurzaamheid Het team duurzaamheid ondersteunt bij de uitvoering van duurzaamheidsprogramma’s van onze gemeenten. Wij doen dit door particulieren te stimuleren hun bestaande woning energetisch te verbeteren of de verduurzaming van de eigen organisatie en het maatschappelijk vastgoed te stimuleren. Daarnaast laat de ODMH, ondersteund door ons regionale Centrum voor Natuur- en Milieueducatie De Zwanebloem, kinderen in het basisonderwijs kennis maken met natuureducatie. Tevens bestaat de mogelijkheid voor buitenlessen op een locatie vlakbij school.
Juridische taken De juridische taken van de ODMH bestaan uit juridische ondersteuning op de diverse vakgebieden van milieu. Daarnaast behandelen we bezwaar- en beroepzaken op deze vakgebieden. Algemeen Binnen de algemene werkzaamheden vallen de beleidsmatige activiteiten van de ODMH. Zo bereiden we ons op dit moment voor op de veranderingen die de Omgevingswet met zich meebrengt. Daartoe werken we in pilots met een nieuwe werkwijze die past bij de modernere overheid en de vereisten van de Omgevingswet (van “nee, tenzij…” naar “ja, mits…”). De Omgevingswet brengt ook een verdere Jaarstukken 2021, Omgevingsdienst Midden-Holland
12 van 64
digitalisering met zich mee. Om de veranderingen tijdig en goed op te vangen, gaan we door met digitalisering op basis van wat nu landelijk bekend is. Wat heeft het gekost? Over het gehele jaar bedraagt het bruto positieve resultaat van het programma milieu € 4.787.051. Na verdeling van de overhead (gebaseerd op de hoogte van de bijdragen) bedraagt het netto positieve resultaat € 331.249.
Programma Milieu
Baten/Lasten Baten
Totaal Baten Lasten
Mutatie reserves
Totaal Lasten Baten Totaal Baten Lasten Totaal Lasten
Kostensoort Contractuele bijdragen Overige bijdragen Projectbaten Personeelskosten Apparaatskosten Directe productkosten Projectlasten Onttrekking reserves Toevoeging reserves
Totaal Milieu
2020 Realisatie -12.660.860 -117.393 -1.475.991 -14.254.244 7.860.897 283.894 81.706 1.475.990 9.702.487 0 0 9.091 9.091 -4.542.666
2021 Begroting -13.168.265 -103.248 -1.419.585 -14.691.098 8.340.369 267.369 134.066 1.419.585 10.161.389 0 0 9.404 9.404 -4.520.305
Realisatie -13.365.313 -117.080 -1.526.102 -15.008.494 8.334.006 234.069 117.862 1.526.102 10.212.039 0 0 9.404 9.404 -4.787.051
Algemene bijdragen De algemene bijdragen zijn gebaseerd op de jaarprogramma’s van het jaar 2021. De gemeentelijke en provinciale bijdragen voor milieu bedragen ruim 12,6 miljoen. De bijdragen worden berekend op basis van productfinanciering. Hiervoor zijn afspraken met de gemeenten en de provincie vastgelegd in jaarprogramma’s. De werkelijke bijdragen zijn hoger dan de begrote bijdragen. In 2021 zijn conform de P&C-nota 20202023 aanvullende rekeningen gestuurd voor de productie boven 102%. De gemeenten Krimpenerwaard, Waddinxveen en Zuidplas hebben respectievelijk een productie van 111,3%, 102,5% en 102,5% geleverd gekregen. Deze aanvullende bijdragen waren in totaal goed voor ruim € 187.000 aan extra inkomsten. De stijging ten opzichte van boekjaar 2020 wordt veroorzaakt door de indexering in 2021 (3,44%) en door de stijging in de productie met ongeveer 1.700 uur. Voor een uitgebreider overzicht van de bijdragen wordt verwezen naar de bijlage 1 van deze jaarstukken. Overige bijdragen De overige bijdragen zijn betreffen vooral de detachering van een medewerker. Deze medewerker wordt tegen salarislasten uitgeleend aan de Unie van Waterschappen. Ook zijn er een paar kleine opdrachten voor derden uitgevoerd. Personeelskosten De personeelskosten zijn conform de begroting.
Ondanks uitval door ziekte, waardoor vervangende inhuur noodzakelijk was, is het gelukt om binnen de begroting te blijven.
Jaarstukken 2021, Omgevingsdienst Midden-Holland
13 van 64
Apparaatskosten De apparaatskosten worden met name gevormd door de kosten voor het functioneel applicatiebeheer. Deze kosten worden evenredig verdeeld over BWT en milieu. De verdeling vindt plaats op basis van de opbrengsten. Directe productkosten Onder de directe productkosten vallen diverse onderzoekskosten. Ook de bestedingen voor de Zwanebloem, het inhuren van de Watersnip voor educatielessen, de milieuvluchten en de kosten voor de meldkamer bij de DCMR worden hier weergegeven. De bestedingen zijn lager dan vooraf geraamd en maar hoger dan het voorgaande jaar. De lagere bestedingen zijn vooral het gevolg van de coronapandemie, waardoor de lessen van de Zwanebloem en dus ook de bijbehorende kosten minder waren. Projectbaten en -lasten De projectbaten en –lasten zijn in 2021 net als in ander jaren gelijk. Zowel de werkelijke baten als de werkelijke lasten zijn hoger dan begroot. In 2021 zijn diverse subsidies ontvangen voor geluidsmaatregelen aan woningen. De uitvoering van de bijbehorende werkzaamheden heeft deels in 2021 plaatsgevonden. In 2022 wordt daar een vervolg aan gegeven. Over deze subsidies leggen wij verantwoording af via de SiSa-verantwoording, die in hoofdstuk 4.8 is weergegeven. Mutatie reserves De toevoeging aan de reserves in 2021 is conform de begroting.
Dit betreft de jaarlijkse dotatie aan de bestemmingsreserve bodemkwaliteitskaarten ter grootte van 100 uur.
Jaarstukken 2021, Omgevingsdienst Midden-Holland
14 van 64
3.1.2 Programma bouw- en woningtoezicht Sinds 1 januari 2013 voert de ODMH, naast milieutaken, ook taken op het gebied van bouw- en woningtoezicht en ruimtelijke ordening (BWT-taken) uit in een deel van de regio Midden-Holland. Wat wilden we bereiken? De ODMH draagt bij aan een veilige, duurzame en gezonde leefomgeving. Voor het programma bouw- en woningtoezicht (BWT) doen wij dit door BWT-taken uit te voeren in opdracht van de gemeenten Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Waddinxveen en Zuidplas en de provincie Zuid-Holland. De afdeling BWT van de ODMH heeft daarbij een duidelijke missie: BWT ziet namens de aangesloten gemeenten toe op veilige bouw en het toegestane gebruik van gronden en bouwwerken. Wij doen dat door vergunningverlening, toezicht, handhaving en advisering op het gebied van bouwregelgeving. Die taken vertalen we waar mogelijk naar de speerpunten van onze opdrachtgevers. Regelmatig komen de regievoerders van onze gemeenten en de accounthouders van de ODMH samen om de voorgenomen planning te monitoren en al dan niet bij te stellen. Naast de wettelijke taken, voeren we ook taken uit waarbij meer beleidsruimte is. Dat biedt ons de mogelijkheid om een programma op maat te maken. Hierbij zoeken wij aansluiting bij de gemeentelijke doelen en visies. Met de uitvoering van het jaarprogramma dragen we actief bij aan het bereiken van de gemeentelijke doelstellingen en ambities.
Wat realiseerden we? De volgende tabel geeft de totale productie voor het programma BWT weer. Linksboven staat de totale productie per deelnemer. Voor de deelnemers realiseerden wij een productie tussen de 99,6% en 119,1%. Drie deelnemers bleven niet binnen de zogenoemde 2%-marge (conform paragraaf 3.4 van de Nota Planning & Control 2020-2023). De productie boven de 102% van Gouda, Waddinxveen en Zuidplas brachten wij apart in rekening. De totale productie (in uren) voor BWT in 2021 ziet er als volgt uit: Gemeente Bodegraven Reeuwijk Gouda Waddinxveen Zuidplas Eindtotaal
Gemeente Bodegraven Reeuwijk Gouda Waddinxveen Zuidplas Eindtotaal
ODMH Totaal geleverd begroot 17.292 17.365 23.022 21.091 14.449 12.964 18.131 15.225 72.897 66.645
Toezicht % geleverd 99,6% 4.459 109,2% 6.719 111,5% 5.596 119,1% 5.466 109,4% 22.240
Juridische aspecten geleverd begroot 1.512 1.928 2.817 1.708 1.029 852 1.749 1.665 7.108 6.153
Handhaving % geleverd begroot 78,4% 1.762 2.186 164,9% 1.541 1.346 120,8% 672 698 105,1% 967 1.578 115,5% 4.942 5.808
begroot 4.880 6.684 5.455 3.886 20.905
Vergunningverlening % geleverd begroot 91,4% 8.122 7.115 100,5% 9.812 9.149 102,6% 6.309 5.017 140,7% 8.390 5.631 106,4% 32.634 26.912
% 114,2% 107,2% 125,8% 149,0% 121,3%
Diversen % geleverd 80,6% 1.437 114,5% 2.133 96,3% 844 61,3% 1.559 85,1% 5.972
% 114,4% 96,8% 89,6% 63,2% 87,0%
begroot 1.256 2.204 942 2.465 6.867
Vergunningverlening Voor het thema Vergunningverlening binnen het onderdeel BWT behandelen we aanvragen voor een omgevingsvergunning voor bouwen. Voor de gemeenten Bodegraven-Reeuwijk, Waddinxveen en Zuidplas verzorgen wij ook de BWT frontoffice. Een omgevingsvergunning kan betrekking hebben op meerdere activiteiten waaronder bouwen, slopen, kappen en reclame. Een vergunning biedt Jaarstukken 2021, Omgevingsdienst Midden-Holland
15 van 64
rechtszekerheid aan de aanvrager. De vergunningprocedure geeft omwonenden bovendien de mogelijkheid inspraak uit te oefenen en kennis te nemen van de inhoud van de vergunning. Vergunningen voor vergelijkbare activiteiten verlenen we op éénduidige wijze, zodat sprake is van rechtszekerheid en rechtsgelijkheid voor iedereen. Naast het werken met een standaard voorschriftenpakket, leveren we ook maatwerkproducten. Toezicht en handhaving We houden toezicht op verleende omgevingsvergunningen voor bouwactiviteiten. Het uitgangspunt hierbij zijn de beleidsplannen en uitvoeringsplannen. Mede aan de hand van deze plannen en de gemeentelijke criteria, bepalen we per verleende omgevingsvergunning of activiteit welk toezichtniveau nodig is. Daarnaast beschikt de afdeling BWT over een wachtdienst die 24x7 uur paraat staat voor situaties waarbij de constructieve veiligheid van panden in het geding is of waarbij asbest vrijkomt. Anders dan bij de wachtdienst Milieu, reageert de wachtdienst BWT niet op klachten en meldingen van inwoners, maar op oproepen van de hulpdiensten. Naast toezicht, voeren we ook handhaving uit en beschikken we over bestuursrechtelijke handhavingstrajecten. Het gaat om het toepassen van al dan niet spoedeisende bestuursdwang of het opleggen van een dwangsom. Het opleggen van een dwangsom doen wij uitsluitend na overleg met de betreffende gemeente.
Voorafgaand aan een handhavingstraject proberen wij in veel gevallen de kwestie via een minnelijk traject genaamd pre-mediation op te lossen. Hiermee voorkomen wij met regelmaat een langlopend, juridisch traject. Uitzonderingen daargelaten, want soms is het wenselijk om een overtreding aan te pakken door een bestuurlijke strafbeschikking. De afdeling BWT heeft een beëdigde bijzondere opsporingsambtenaar (BOA). Ook ondersteunen we bij de aanpak van ondermijning. Zo nemen we deel aan gerichte acties zoals integrale controles met ketenpartners als de politie, Stedin en het RIEC. Juridische aspecten Bezwaar- en beroepschriften en overige procedures die te maken hebben met BWT-taken handelen wij af. De ODMH beschikt over een juridisch team dat het voortouw neemt in bestuursrechtelijke handhavingstrajecten. Dit team stelt verweerschriften op en vertegenwoordigt onze opdrachtgevers tijdens hoorzittingen in bezwaar- en beroepzaken. Diversen Onder “diversen” vallen taken waaraan alle teams een bijdrage leveren. Het gaat om diverse gebiedsgerichte of thematische (handhavings)projecten, beleidsadvisering, delen van gebiedskennis, minnelijk traject bij handhavingszaken en bezwaarprocedures inclusief mediation, advisering over bestemmingsplannen, helpdesk en tenslotte datamanagement en ontsluiting.
Daarnaast bestaat altijd de mogelijkheid om in overleg afspraken te maken over projecten die niet onder een specifiek product vallen, maar die wel onder het vakgebied BWT vallen. Aanvullende bijdrage Provincie Zuid-Holland In 2021 is een aanvullende bijdrage van de provincie ad € 50.000 ontvangen voor de BRIKS-taken. Ten aanzien van deze taken kan het volgende opgemerkt worden: • Het uitvoeren van de BRIKS-taak door de ODMH is vanwege het geringe aantal provinciale bedrijven waar wij deze taak voor uitvoeren, kleinschalig van opzet. Jaarstukken 2021, Omgevingsdienst Midden-Holland
16 van 64
• •
•
Conform afspraak hielden wij over 2021 een tijdsregistratie bij voor de BRIKS-regietaak en de BRIKS-adviestaak. Voor alle aanvragen om vergunning/meldingen geldt dat deze zijn vergund, dan wel in procedure zijn. Alle vergunningen en meldingen zijn onder de aandacht gebracht van de toezichthouders. De werkelijke besteding van het budget bedroeg € 27.170. Het teveel ontvangen budget is terugbetaald.
De bestedingen van alle aanvullende bijdragen van de provincie zijn weergegeven in bijlage 2. Wat heeft het gekost? Over het gehele jaar bedraagt het bruto positieve resultaat van het programma BWT € 2.155.047. Na verdeling van de overhead (gebaseerd op de hoogte van de bijdragen) bedraagt het netto positieve resultaat € 34.359.
Programma BWT
Baten/Lasten Baten
Totaal Baten Lasten
Totaal Lasten Baten Totaal Baten Lasten Totaal Lasten Totaal Bouw- en woningtoezicht Mutatie reserves
Kostensoort Algemene bijdragen Overige bijdragen Projectbaten Personeelskosten Apparaatskosten Directe productkosten Projectlasten Onttrekking reserves Toevoeging reserves
2020 Realisatie -6.361.708 -102.410 -56.284 -6.520.402 4.518.869 133.733 10.590 56.284 4.719.476 0 0 0 0 -1.800.926
2021 Begroting -6.903.078 -28.500 -60.484 -6.992.062 5.042.836 132.039 7.000 60.484 5.242.359 0 0 0 0 -1.749.703
Realisatie -7.004.875 -31.342 -109.606 -7.145.823 4.761.300 108.527 11.344 109.606 4.990.776 0 0 0 0 -2.155.047
Algemene bijdragen De algemene bijdragen omvatten de bijdragen van de gemeenten Bodegraven Reeuwijk, Zuidplas, Gouda en Waddinxveen. De bijdragen zijn gebaseerd op productfinanciering. Hiervoor zijn voorafgaand aan het jaar afspraken gemaakt in de jaarprogramma’s. Een nadere specificatie is beschikbaar in bijlage 1 van deze jaarrekening. De werkelijke bijdragen zijn hoger dan de begrote bijdragen. In 2021 zijn conform de P&C-nota 20202023 aanvullende rekeningen gestuurd voor de productie boven 102%. De gemeenten Gouda, Waddinxveen en Zuidplas hebben respectievelijk een productie van 109,2%, 111,5% en 119,1% geleverd gekregen. Deze aanvullende bijdragen waren in totaal goed voor bijna € 502.000 aan extra inkomsten. In de 2e managementrapportage werd al uitgegaan van een overproductie, die € 400.000 op zou leveren, waardoor de gerealiseerde algemene bijdragen ruim € 101.000 groter zijn dan de begrote algemene bijdragen. De stijging ten opzichte van 2020 kent 2 oorzaken. De indexering van 3,44% in 2021 en de stijging van de productie. In 2021 zijn bijna 4.000 uur extra geleverd binnen de jaarprogramma’s. Overige bijdragen De overige bijdragen zijn lager dan in 2020. Het verschil wordt veroorzaakt door het wegvallen van de detacheringsinkomsten. De medewerker die gedetacheerd werd ging eind 2020 met pensioen, waarmee naast de inkomsten ook de salarislasten weggevallen zijn.
Jaarstukken 2021, Omgevingsdienst Midden-Holland
17 van 64
Personeelskosten Voor de extra productie in 2021 was extra inzet van ingehuurd personeel noodzakelijk. Deze is zo beperkt mogelijk gehouden, zodat uiteindelijk minder kosten gemaakt zijn dan vooraf gedacht. Binnen de afdeling BWT is ter voorbereiding op de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) een flexibele schil opgebouwd, zodanig dat bij een afname van de productie na de invoering van de wet het personeelsbestand eenvoudig teruggebracht kan worden naar de gewenste omvang. Ten opzichte van 2020 waren de personeelskosten hoger. Vooral de cao-verhoging is daarvan de oorzaak. Apparaatskosten De apparaatskosten worden met name gevormd door de kosten voor het functioneel applicatiebeheer. Deze kosten worden evenredig verdeeld over BWT en milieu. De verdeling vindt plaats op basis van de opbrengsten. Directe productkosten Onder de directe productkosten vallen onder andere onderzoekskosten en kosten van de meldkamer, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de BWT-taken. De ODMH heeft in 2021 iets meer kosten gemaakt dan vooraf begroot. Projectbaten en -lasten De projectbaten en – lasten zijn in 2021 gelijk. Voor een deel betreft dit de BRIKS-adviestaken van de provincie. Daarnaast zijn er zeer beperkt buiten de jaarprogramma’s om opdrachten uitgevoerd voor de gemeenten. In 2021 was dit minder dan in het voorgaande jaar.
3.1.3 Overhead, vennootschapsbelasting en onvoorzien In het vernieuwde BBV wordt overhead gedefinieerd als 'alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces'. Kort samengevat omvat de overhead: - Leidinggevenden primair proces, exclusief coördinatoren in het primair proces; - Financiën, toezicht en controle gericht op de eigen organisatie; - Human Resource; - Inkoop (incl. aanbesteding en contractmanagement); - Interne en externe communicatie m.u.v. klantcommunicatie (KCC); - Juridische zaken, voor zover het bedrijfsvoering betreft; - Bestuursondersteuning; - Informatievoorziening en automatisering (ICT), exclusief functioneel beheer ten behoeve van primaire proces systemen; - Facilitaire zaken en Huisvesting; - DIV; - Managementondersteuning primair proces. Specifiek voor de ODMH zijn de volgende conclusies getrokken: - De afdeling Bedrijfsvoering wordt toegerekend aan de overhead met uitzondering van het cluster Functioneel Applicatiebeheer (FAB), welke de systemen van het primair proces in beheer heeft; Jaarstukken 2021, Omgevingsdienst Midden-Holland
18 van 64
-
De huisvestingslasten zijn overhead met uitzondering van de kosten die gemaakt worden voor de Zwanebloem; Alle loonkosten van MT-leden en teamleiders van de afdelingen milieu en BWT behoren tot de overhead; Alle loonkosten van de bedrijfskundige en communicatiemedewerkers behoren tot de overhead; De juristen op het gebied van milieu en BWT behoren tot het primair proces. Juristen op het gebied van P&O behoren tot de overhead; Beleidsadvisering op het gebied van milieu en BWT behoort tot het primair proces.
Vennootschapsbelasting Per 1 januari 2016 is de Wet Modernisering Vennootschapsbelastingplicht Overheidsondernemingen in werking getreden. Ondersteund door een fiscalist van Deloitte heeft de ODMH onderzocht welke gevolgen deze wet heeft voor de dienst. Geconcludeerd is dat de ODMH aangemerkt wordt als ondernemer in de zin van de wet voor een beperkt aantal van haar aanvullende taken. Niet voor de primaire taken voor milieu en BWT. Omdat op deze aanvullende taken geen winst behaald wordt, is de ODMH volledig vrijgesteld van aangifte én van de administratieve rompslomp die daarbij komt kijken. Om ook in de toekomst gevrijwaard te blijven van aangifte, moet de ODMH deze en eventuele nieuwe taken blijven monitoren. Onvoorzien De ODMH houdt in de begroting geen rekening met een post onvoorzien. Wat heeft het gekost? Over het gehele jaar bedraagt het negatieve resultaat van de overhead € 6.576.489.
Programma Overhead
Baten/Lasten Baten Totaal Baten Lasten
Mutatie reserves
Totaal Lasten Baten Totaal Baten Lasten Totaal Lasten
Kostensoort Contractuele bijdragen Overige bijdragen Personeelskosten Apparaatskosten Financieringskosten Onttrekking reserves Toevoeging reserves
Totaal Overhead
2020 Realisatie 0 -468.203 -468.203 4.435.506 2.913.109 117.937 7.466.552 -806.972 -806.972 0 0 6.191.377
2021 Begroting 0 -470.587 -470.587 4.314.865 2.421.267 111.005 6.847.137 -106.543 -106.543 0 0 6.270.007
Realisatie 0 -493.481 -493.481 4.660.580 2.344.928 111.005 7.116.513 -46.543 -46.543 0 0 6.576.489
Overige bijdragen De overige bijdragen in de begroting bestaan voornamelijk uit opbrengsten voor geleverde diensten aan de RDOG. RMH en het Streekarchief en voor de verhuur van het pand aan de RDOG. De werkelijke inkomsten zijn circa € 170.000 groter dan de geraamde inkomsten. Dat komt doordat sinds het laatste kwartaal ook werkplekken verhuurd worden aan een provinciaal projectbureau. Personeelskosten De personeelskosten van de overhead betreffen het management, zijn ondersteuning, alle teamleiders en vooral de afdeling bedrijfsvoering. De uitzondering hierop is het cluster FAB. Dit cluster
Jaarstukken 2021, Omgevingsdienst Midden-Holland
19 van 64
behoort niet tot de overhead, maar wordt toegerekend aan de programma’s milieu en BWT. De kosten zijn als gevolg van de nieuwe cao gestegen ten opzichte van 2020. In deze kostenpost zijn ook incidentele kosten geboekt, die vooraf niet begroot waren, waardoor een begrotingsoverschrijding is opgetreden is van ruim € 345.000. Deze overschrijding van het budget is deels toe te rekenen aan de coronapandemie, deels aan de nieuwe cao en deels aan kosten die verband houden met de uitdiensttreding van enkele medewerkers. Het coronavirus heeft een forse impact gehad op de medewerkers van de ODMH. Het virus heeft er voor gezorgd dat enkele medewerkers langdurig ziek geworden zijn. Ook heeft het virus invloed gehad op verlof van de medewerkers. In 2020 is een verlofstuwmeer ontstaan. Gehoopt en misschien ook wel verwacht was dat zowel het langdurig ziekteverzuim als het verlofstuwmeer zouden afnemen in 2021. Het verlofstuwmeer is echter nog verder gegroeid. Om een dreigend financieel probleem te voorkomen na 2021 zijn het bovenmatige verlof en bovenmatig ziekteverzuim per einde 2021 nogmaals gekwantificeerd en is voor het verlof aanvullend € 48.000 opgenomen als nog te betalen post. Van de voorziening voor het ziekteverzuim is € 6.000 vrijgevallen. Respectievelijk zijn voor bovenmatig ziekteverzuim en voor bovenmatig verlof nu € 111.000 en € 154.000 gereserveerd.
Onderdeel van de nieuwe cao is een eenmalige uitkering van € 1.200 per fte aan alle medewerkers. Een deel daarvan (€ 300) was bedoeld als onkostenvergoeding voor bijvoorbeeld het thuiswerken in coronatijd. Omdat de cao pas op 27 januari 2022 definitief werd en deze onkostenvergoeding daardoor pas in 2022 uitbetaald kon worden, mochten we om fiscale redenen niet meer de vrije ruimte van de werkkostenregeling 2021 gebruiken voor deze kosten, maar moeten deze ten laste van de vrije ruimte van 2022 gebracht worden. Dit zorgt voor een verwachte overschrijding van de vrije ruimte in 2022, waarover naheffing van de loonbelasting betaald zal moeten worden. De kosten van de naheffing ad € 41.000 zijn als nog te betalen post in 2021 verwerkt. Ook de kosten van de eenmalige uitkering en de cao-verhoging van 1,5% per 1 december 2021 zijn als nog te betalen post opgenomen. Apparaatskosten De apparaatskosten bestaan uit alle kosten voor de bedrijfsvoering van de ODMH. Hier vallen dus alle algemene lasten onder zoals de huisvestinglasten, de ICT-kosten, de administratiekosten en de afschrijvingslasten. Uitzondering zijn de kosten voor het functioneel onderhoud en beheer, dat onder verantwoording van het cluster FAB valt. Deze kosten behoren volgens het vernieuwde BBV tot het primaire proces en komen dus ten laste van de programma’s milieu en BWT.
De gerealiseerde kosten zijn lager dan begroot. Als gevolg van de coronapandemie zijn posten als kantinekosten en reiskosten lager uitgevallen. De forse verlaging ten opzichte van 2020 betreft de incidentele storting in dat jaar in de voorziening meerjaren onderhoud van het Midden-Hollandhuis. Financieringskosten De enige financieringskosten van de ODMH zijn de rentelasten voor de langlopende lening die afgesloten is voor het pand. Dit betreft een annuïtaire lening, zodat de rentelasten jaarlijks verminderen. Mutaties reserves De mutaties in de reserves zijn deels (€ 46.543) ter dekking van de afschrijvingslasten. Hiervoor zijn jaren geleden bestemmingsreserves aangemaakt. De geraamde onttrekking ad € 60.000 aan de bestemmingsreserve Ontwikkeling is niet uitgevoerd. Als gevolg van het verdere uitstel van de Jaarstukken 2021, Omgevingsdienst Midden-Holland
20 van 64
invoering van zowel de Ow als de Wkb schuift deze onttrekking door naar 2022, ter dekking van de gemaakte kosten ter voorbereiding op de inwerkingtreding van de genoemde, nieuwe wetten.
3.1.4 Algemene dekkingsmiddelen In de programmaverantwoording moet ook het overzicht Algemene dekkingsmiddelen worden gegeven. Voor onze gemeenschappelijke regeling interpreteren wij dit als de bijdragen, die de deelnemende gemeenten en provincie betalen aan de ODMH (hoewel dit volgens het BBV niet als zodanig kwalificeert). De algemene bijdragen worden verantwoord in de programma’s milieu en BWT en worden ook weergegeven in de bijlagen 1 en 2 van deze jaarstukken. Financieringsfunctie Met ingang van 2014 zijn deze rentebaten bijna geheel weggevallen door de invoering van het schatkistbankieren. Door deze invoering is de ODMH, net als andere lagere overheden, verplicht overtollige middelen weg te zetten bij het rijk. De rentevergoeding die hier tegenover staat is vooralsnog nihil. Wel kent de ODMH sinds 2015 rentelasten. Bij de overname van het Midden-Hollandhuis is ook de geldlening van het ISMH bij de BNG overgenomen. Voor deze lening, die ultimo 2021 € 2,97 miljoen bedroeg, was de rentelast over het jaar 2021 € 111.005.
Jaarstukken 2021, Omgevingsdienst Midden-Holland
21 van 64
3.2
Paragrafen
Artikel 26 van het BBV schrijft voor dat in het jaarverslag dezelfde paragrafen opgenomen moeten worden als die in de begroting opgenomen zijn. Op advies van het Ministerie van Binnenlandse Zaken is een extra paragraaf toegevoegd: de corona-paragraaf. In deze paragraaf zijn de gevolgen van de Covid-19 op de begroting en de getroffen maatregelen weergegeven.
3.2.1 Lokale heffingen De paragraaf betreffende de lokale heffingen is voor de ODMH niet van toepassing.
3.2.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing De paragraaf weerstandsvermogen dient te omvatten: a. Een inventarisatie van de weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de ODMH beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken; b. Een inventarisatie van de risico's, waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Hierbij dient bijvoorbeeld te worden gedacht aan risico’s in het kader van organisatieontwikkelingen, rechtmatigheid, garantieverplichtingen, voldoen aan formele voorschriften met betrekking tot de uitvoering van regelingen door de ODMH; c. Het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risicobeheersing. Weerstandsvermogen: Het weerstandsvermogen is in artikel 11 van het BBV gedefinieerd als “De relatie tussen de weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken, en alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie.” Het weerstandsvermogen weerspiegelt de mate waarin de ODMH in staat is middelen vrij te maken om de risico’s, die zich in de praktijk voordoen, op te vangen, zonder dat dit betekent dat het beleid gewijzigd dient te worden.
Het vermogen om het beleid door te zetten is afhankelijk van de omvang van de weerstandscapaciteit. Er zijn geen algemeen geldende normen voor de gewenste omvang van het weerstandsvermogen. Iedere gemeenschappelijke regeling moet zelf invulling geven aan de gewenste omvang, gelet op haar eigen situatie en context. De omvang van het weerstandsvermogen moet in verhouding staan tot de risico’s die de organisatie loopt en die niet kunnen worden opgevangen door stuur- en beheersmaatregelen en ook niet financieel kunnen worden afgedekt door voorzieningen. Weerstandscapaciteit Onder weerstandscapaciteit wordt verstaan: het geheel aan beschikbare en vrij aanwendbare financiële middelen om mogelijke “resterende” risico’s met financieel gevolg op te kunnen vangen. Met “resterende” risico’s worden bedoeld: de risico’s die onvoldoende “in control” zijn of kunnen worden gehouden door stuur- en beheersmaatregelen en/of waarvoor (nog) geen specifieke voorzieningen zijn of kunnen worden getroffen. Bij de weerstandscapaciteit wordt een onderverdeling gemaakt naar: 1. Stille reserves: Materiële en financiële vaste activa In de materiële en financiële vaste activa van de ODMH komen geen stille reserves voor. Jaarstukken 2021, Omgevingsdienst Midden-Holland
22 van 64
2.
3.
Vrije deel passiva: Reserves en voorzieningen Bij het bepalen van het vrije deel van de reserves en voorzieningen moet voorzichtigheid betracht worden. Criterium is of het algemeen bestuur de betreffende reserve in geval van een calamiteit kan vrijmaken zonder dat hierdoor een exploitatietekort ontstaat. Van de reserves is alleen de algemene reserves aan te merken als beschikbare weerstandscapaciteit. Overige componenten In de gemeenschappelijke regeling is opgenomen dat de deelnemende gemeenten en provincie als achtervang dienen. Zij dienen derhalve in hun risicoparagrafen, naar rato van hun aandeel in de gemeenschappelijke regeling, rekening te houden met de weerstandscapaciteit van de ODMH.
Op grond van voorgaande kan gesteld worden dat het weerstandsvermogen van de ODMH slechts gevormd wordt door de algemene reserves. Kenmerken van een algemene reserve zijn: • Algemene reserve is eigen vermogen • Het totaal van de algemene reserve dient als dekkingsmiddel • Bedragen zijn vrij besteedbaar • Het algemeen bestuur besluit over de vorming en besteding van de algemene reserve. • Toevoegingen en onttrekkingen verlopen via de exploitatie (maar blijven buiten resultaatbepaling) De algemene reserve bestaat uit de componenten van het eigen vermogen waaraan het algemeen bestuur geen ‘bepaalde’ bestemming heeft gegeven. De algemene reserve heeft als belangrijkste functie het dienen als een buffer voor financiële tegenvallers. Het exploitatieresultaat van de jaarrekening (zowel voordelig als nadelig) komt in principe ten gunste respectievelijk ten laste van de algemene reserve en bepaalt dus in beginsel de werkelijke hoogte van de algemene reserve. Omvangbepaling van het weerstandsvermogen De omvangbepaling van het weerstandsvermogen vindt plaats op basis van een risico-inventarisatie. Jaarlijks wordt deze risico-inventarisatie geactualiseerd. De werkelijk beschikbare weerstandscapaciteit Wanneer een risico zich voordoet, welke niet kan worden opgevangen in de reguliere exploitatie, zal in eerste instantie een beroep gedaan worden op de weerstandscapaciteit.
In de navolgende tabel is een overzicht van de reserves opgenomen die tot de weerstandscapaciteit worden gerekend. De hoogte van de weerstandscapaciteit op basis van de stand per 31-12-2021 in de jaarrekening 2021 (vóór resultaatbestemming): Vrij aanwendbare reserves behorend tot weerstandscapaciteit Algemene reserve Totaal weerstandscapaciteit
Bedrag in € 1.402.500 1.402.500
Risico-inventarisatie Nadat in 2017 de risicoanalyse volgens de methodiek van het Nederlands Adviesbureau Risicomanagement (NAR) uitgevoerd is, is de risicoanalyse begin 2022 volgens diezelfde methodiek geactualiseerd. Om aan te sluiten bij algemeen aanvaarde grondslagen wordt hiervoor gebruik Jaarstukken 2021, Omgevingsdienst Midden-Holland
23 van 64
gemaakt van NARIS, de methodiek van het NAR. De uitkomsten van de risicoanalyse in 2017 zijn meegenomen in de Nota Weerstandsvermogen & Risicomanagement 2018. Deze nota is vastgesteld op 21 juni 2018. De uitgevoerde risico-inventarisatie inclusief kwantificering is een logische basis voor het bepalen van het gewenste weerstandsvermogen. Bij de actualisatie van begin 2022 is nogmaals extra aandacht besteed aan de mogelijke gevolgen en risico’s van de coronapandemie. Hoewel zowel in 2020 als in 2021 de impact van het virus op de productie en op de financiën van de ODMH beperkt is gebleven, heeft het virus wel grote invloed gehad op de bedrijfsvoering. Vóór de pandemie werd voornamelijk in of vanuit het Midden-Hollandhuis gewerkt. Na de uitbraak was thuiswerken plotseling het nieuwe normaal. Ook waren bezoeken aan bedrijven niet continu mogelijk. Hoewel het einde van de pandemie lijkt te naderen, is nog niet te voorspellen, wanneer dit einde precies zal zijn. Tot die tijd gedraagt het virus zich nog grillig en loopt de ODMH risico’s in zijn bedrijfsvoering. Ten aanzien van ICT-risico’s zijn diverse maatregelen getroffen om die te verkleinen. Die maatregelen betreffen met name de back-up en de beveiliging van alle systemen. De uitgevoerde actualisatie van de risico-inventarisatie leidt daarom tot een kleiner totaal aan risico’s dan in voorgaand jaar.
Ook het gewenste weerstandsvermogen is daarom afgenomen ten opzichte van vorig jaar. De in NARIS uitgevoerde risicosimulatie op basis van de geactualiseerde inventarisatie levert de volgende tabel met de bij de zekerheidspercentages behorende bedragen voor het benodigde weerstandsvermogen op:
Zekerheidspercentage 10% 25% 50% 75% 80% 90% 95% 99%
Bedrag € 451.650 € 656.324 € 938.007 € 1.297.960 € 1.399.781 € 1.693.201 € 1.955.192 € 2.502.932
Uitgaande van het door het NAR geadviseerde zekerheidspercentage van 90% voor het totaal aan risico’s wordt het gewenste weerstandvermogen (streefhoogte van de algemene reserve) op basis van deze risico-inventarisatie bepaald op € 1.693.201 (in 2020: € 1.804.895). Conform de wens van het algemeen bestuur om het weerstandsvermogen van de ODMH te compartimenteren in een BWT- en een milieudeel, wordt het weerstandsvermogen in 2 delen gesplitst. Voor deze splitsing wordt de verhouding in risico’s tussen BWT en milieu als verdeelsleutel gehanteerd: 13% voor BWT en 31% voor milieu. Ook de overheadrisico’s van in totaal 56% worden in die verhouding verdeeld. Het gewenste gecompartimenteerde weerstandvermogen ziet er dan als volgt uit:
Gewenst weerstandvermogen: Aandeel BWT Aandeel milieu Totaal
€ 500.264 € 1.192.937 € 1.693.201
Jaarstukken 2021, Omgevingsdienst Midden-Holland
24 van 64
Het streefsaldo van het weerstandsvermogen bedraagt dus € 1.693.201. De aanwezige weerstandscapaciteit bedraagt per 31 december 2021 € 1.402.500. Geconcludeerd kan worden dat de berekende aanwezige weerstandscapaciteit 82,8% (in 2020: 77,7%) van het gewenste weerstandvermogen bedraagt. Kengetallen Op grond van een ministeriële regeling moeten jaarlijks de volgende financiële kengetallen weergegeven worden.
Kengetallen: netto schuldquote netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen solvabiliteitsratio structurele exploitatieruimte grondexploitatie belastingcapaciteit
Verloop van de kengetallen Verslag 2020 17,7% 17,7% 22,1% -2,2% n.v.t. n.v.t.
Begroting 2021 14,7% 14,7% 20,0% -0,6% n.v.t. n.v.t.
Verslag 2021 12,4% 12,4% 21,7% 1,1% n.v.t. n.v.t.
De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de medeoverheid ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Normaliter ligt de netto schuldquote tussen 0% en 90%. Pas bij 100% wordt de kritische norm bereikt. De ODMH voldoet dus ruim aan de norm. Het corrigeren voor alle verstrekte leningen wijzigt de netto schuldquote niet. De ODMH verstrekt immers geen leningen. Solvabiliteit gaat over de vraag of een organisatie in staat is om aan alle financiële verplichtingen te voldoen. De solvabiliteit van de ODMH is stabiel. De structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een organisatie heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Uit de resultaten blijkt dat de structurele baten van de ODMH maar beperkt lager zijn dan de structurele lasten, hetgeen een financieel gezonde situatie weergeeft. De kengetallen voor de grondexploitatie en de belastingcapaciteit zijn niet van toepassing op de ODMH.