CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

BP Plasweg 24 24a 41 en Polderweg 2 Toelichting regels en bijlagen

Commissie Ruimte + Infrastructuur 16 februari 2022, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: RV.RB. Vaststellen bestemmingsplan Plasweg 24, 24a, 41 en Polderweg 228.433 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

NL.IMRO.0627.BPPlasweg2424aen41-0401

Plasweg 24/24a, 41 en Polderweg 2 VASTGESTELD

26 januari 2022

REDACTIONELE GEGEVENS Gemeente Waddinxveen

STATUS Concept: Voorontwerp: Ontwerp: Vastgesteld:

DATUM 14 maart 2018 13 december 2019 6 juli 2021 26 januari 2022

VERSIE 3e versie 3e versie 3e versie 1e versie

bestemmingsplan Plasweg 24/24a, 41 en Polderweg 2

Inhoudsopgave Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerende bestemmingsplannen 1.4 Leeswijzer

7 7 7 8 9

Hoofdstuk 2 Bestaande situatie 2.1 Ruimtelijke en functionele structuur

11 11

Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1 Beleidsmatige ontwikkelingen 3.2 Randvoorwaarden en uitgangspunten 3.3 Nieuwe situatie 3.4 Verkeer en parkeren 3.5 Beeldkwaliteit

13 13 13 14 15 17

Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Regionaal beleid 4.4 Gemeentelijk beleid 4.5 Conclusie

19 19 21 28 30 34

Hoofdstuk 5 Water 5.1 Inleiding 5.2 Beleidskader rijk en provincie 5.3 Beleid gemeente 5.4 Beleid hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard 5.5 Waterhuishouding

35 35 35 36 36 37

Hoofdstuk 6 Milieu en omgevingsaspecten 6.1 Milieu 6.2 Archeologie en cultuurhistorie 6.3 Landschap 6.4 Flora en fauna 6.5 Overige realiserings- en uitvoeringsaspecten

41 41 52 54 55 58

Hoofdstuk 7 Juridische opzet 7.1 Algemeen 7.2 Verbeelding 7.3 Regels 7.4 Handhaving bestemmingsplan

59 59 59 59 61

Hoofdstuk 8 Economische uitvoerbaarheid 8.1 Financiële haalbaarheid

63 63

3

bestemmingsplan Plasweg 24/24a, 41 en Polderweg 2

Hoofdstuk 9 Maatschappelijke betrokkenheid 9.1 Resultaten overleg ex artikel 3.1.1 Bro 9.2 Communicatie 9.3 Zienswijzen

65 65 65 65

Bijlagen toelichting

67

Bijlage 1

Landschapsplan Vredenburghlaan Waddinxveen

68

Bijlage 2

M.e.r.-beoordelingsbesluit

76

Bijlage 3

Verkennend en nader milieukundig bodemonderzoek

81

Bijlage 4

Eco effectscan

134

Bijlage 5

Notitie onderzoek steenuil

158

Bijlage 6

Nota van beantwoording zienswijzen

162

Regels

167

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

168 168 174

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8

Bestemmingsregels Agrarisch Bedrijf Groen Tuin Water Wonen

175 175 177 179 180 181 182

Hoofdstuk 3 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels

185 185 186 187 188 189

Hoofdstuk 4 Artikel 14 Artikel 15

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

190 190 191

Bijlagen regels

193

Bijlage 1

Staat van Bedrijfsactiviteiten

194

Bijlage 2

Beplantingsplan

197

4

Inhoudsopgave

bestemmingsplan Plasweg 24/24a, 41 en Polderweg 2

Toelichting

Toelichting

5

bestemmingsplan Plasweg 24/24a, 41 en Polderweg 2

6

Toelichting

bestemmingsplan Plasweg 24/24a, 41 en Polderweg 2

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Om realisatie van de Vredenburghlaan mogelijk te maken heeft de provincie Zuid-Holland de gronden met opstallen aan de Plasweg 18/18a aangekocht van Hoogendoorn Beheer B.V.. De loods was in gebruik als bedrijfsverzamelgebouw. In verband hiermee zijn de mogelijkheden onderzocht om de bestaande bedrijfsactiviteiten te verplaatsen. Hiervoor is een geschikte locatie gevonden op het perceel aan de Plasweg 41 en Polderweg 2, waar twee voormalige agrarische bedrijfswoningen staan. In noordwestelijke richting is voldoende ruimte voor twee vervangende bedrijfsverzamelgebouwen, welke qua oppervlakte overeenkomen met de oppervlakte van de bebouwing op de achterlaat locatie en de te slopen bebouwing op de deellocatie Polderweg 2. Deze bedrijfsbebouwing in een lichte milieucategorie ligt in een overgangsgebied naar het in ontwikkeling zijnde bedrijventerrein (Glasparel+) waar bedrijven zijn toegestaan in hogere milieucategorieën. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken is een herziening van het bestemmingsplan nodig. Gelijktijdig wordt een vergroting van het agrarisch bouwvlak van de paardenhouderij annex paardenpension aan de Plasweg 24/24a mogelijk gemaakt om een vergunde, doch niet gerealiseerde agrarische schuur achter het perceel Plasweg 18a buiten het huidige bouwvlak te kunnen realiseren. Hierdoor kan de agrarische bedrijfsvoering van de paardenhouderij worden verbeterd.

Dit bestemmingsplan maakt de bedrijfsverplaatsing naar de vervangende locatie aan de Plasweg 41 en Polderweg 2 (ook wel te noemen deelgebied Plasweg 41 en Polderweg 2) en een vergroting van het agrarisch bouwvlak aan de Plasweg 24/24a (verder ook als deelgebied Plasweg 24/24a aangeduid) juridisch planologisch mogelijk. Het bestaande bouwvlak wordt hierin meegenomen, waarbij de vergunde bedrijfsbebouwing tevens het maximum is aan toegestane bebouwing.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Deelgebied Plasweg 41 en Polderweg 2 Dit deelgebied ligt op de hoek van de Plasweg en de Polderweg in het westelijk buitengebied van Waddinxveen. Het deelgebied ten noordwesten van de Plasweg maakt onderdeel uit van het bedrijvenlandschap Glasparel+ in de Zuidplaspolder. In noordoostelijke richting aan de overzijde van de Polderweg ligt aan de Polderweg 1 een pluimveehouderijbedrijf, dat in oktober 2016 door brand is verwoest. In oostelijke richting ligt de woonwijk Zuidplas 1990. Aan de overzijde van de Plasweg in zuidelijke richting ligt de Vredenburghzone. Deelgebied Plasweg 24/24a De paardenhouderij en het paardenpension liggen schuin aan de overzijde van de Plasweg 41 en Polderweg 2 in de Vredenburghzone. Ten noordoosten van het plangebied staat een woning met hiernaast een glastuinbouwbedrijf. In zuidwestelijke richting stonden twee woningen (nummer 18) met daarachter een bedrijfsloods (nummer 18a), welke inmiddels zijn gesloopt ten behoeve van aanleg van de Vredenburghlaan. Een situatietekening van beide deelgebieden is opgenomen in figuur 1.

Toelichting

7

bestemmingsplan Plasweg 24/24a, 41 en Polderweg 2

Figuur 1: Situering twee deelgebieden (rode rechthoek) en omgeving.

1.3

Vigerende bestemmingsplannen

Voor het plangebied gelden de volgende bestemmingsplannen: Bestemmingsplan “Zuidplas Noord" "Parapluplan Archeologie en Parkeren"

Raadsbesluit 26 juni 2013 19 september 2018

Uitspraak ABRvS 9 juli 2014 n.v.t.

Deelgebied Plasweg 41 en Polderweg 2 De percelen Plasweg 41 en Polderweg 2 zijn in het bestemmingsplan Zuidplas Noord voorzien van een bouwvlak voor een agrarisch bedrijf (figuur 2) met twee bedrijfswoningen. In de regels is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om vervolgfuncties naar 'Bedrijf' en 'Wonen' mogelijk te maken. Aan de hierin gestelde voorwaarden kan niet worden voldaan, omdat een nieuw (te verplaatsen) bedrijfsontwikkeling mogelijk wordt gemaakt. Mitsdien is de planontwikkeling hiermee in strijd. Deelgebied Plasweg 24/24a Het perceel Plasweg 24/24a is bestemd voor 'Agrarisch' met de aanduiding 'Specifieke vorm van agrarisch - paardenhouderij annex -pension'. De uitbreiding van de bedrijfsbebouwing vindt buiten het bouwvlak plaats, zodat vergroting van het bouwvlak nodig is. Om te vermijden dat het bestaande bouwvlak volledig wordt bebouwd - in de bouwregels is opgenomen dat het bouwvlak voor volledig mag worden bebouwd - wordt vastgelegd dat de bestaande vergunde situatie de maximum oppervlakte aan bebouwing is. Om aan beide planinitiatieven medewerking te verlenen is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk.

8

Toelichting

bestemmingsplan Plasweg 24/24a, 41 en Polderweg 2

Figuur 2: Uitsnede plankaart bestemmingsplan Zuidplas Noord (deelgebieden gearceerd met rode lijn).

1.4

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige situatie en hoofdstuk 3 geeft een planbeschrijving van de nieuwe toestand. In hoofdstuk 4 wordt het beleidskader uiteengezet. Hierin wordt het voor dit bestemmingsplan relevante rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid beschreven. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de waterparagraaf. Hoofdstuk 6 omvat de milieuaspecten. Ook uitvoeringsaspecten worden hier beschreven. In hoofdstuk 7 wordt de keuze voor de planmethodiek nader toegelicht. Hoofdstuk 8 is gewijd aan de economische uitvoerbaarheid. In hoofdstuk 9 wordt tenslotte ingegaan op de uitkomsten van de gehouden inspraak en het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening.

Toelichting

9

bestemmingsplan Plasweg 24/24a, 41 en Polderweg 2

Luchtfoto plangebied en omgeving.

10

Toelichting

bestemmingsplan Plasweg 24/24a, 41 en Polderweg 2

Hoofdstuk 2 2.1

Bestaande situatie

Ruimtelijke en functionele structuur

Deelgebied Plasweg 41 en Polderweg 2 Het plangebied is afgerond circa 1 hectare. Tot voor enkele jaren geleden maakte het perceel onderdeel uit van een akkerbouwbedrijf. Naast de leegstaande boerderij met aangebouwde stal op nummer 39 staat er een half open schuur. De boerderij genaamd "Geertruida hoeve" heeft een vloeroppervlakte van ca. 317 m². De naastgelegen werktuigenloods heeft een oppervlakte van circa 300 m². Deze was in gebruik voor opslag van agrarisch materieel. In het zuidwestelijke deel langs de Plasweg staat een tweede bedrijfswoning op nummer 41. Tussen beide woningen ligt een verhard erf. Het agrarisch bouwperceel wordt ontsloten vanaf de Polderweg. Via de inrit zijn beide woningen en de veldschuur toegankelijk. Langs de noordwestelijke grens van het plangebied staat een bomenrij. Plangebied vanaf Plasweg.

Links de woning op nr. 39 en rechts nr. 41.

Verhard erf met links de half open veldschuur.

De bomenrij langs de noordwestelijke erfgrens.

Deelgebied Plasweg 24/24a Hier is een paardenhouderij annex paardenpension gevestigd met daaraan ondergeschikt het geven van instructie aan derden met gebruik van paarden en/of pony's, welke wordt geëxploiteerd door P. Hoogendoorn. Naast de bedrijfswoning staan hier diverse stallen en schuren en buitenrijbak op een bouwvlak groot afgerond 5.670 m³. De oppervlakte aan vergunde bedrijfsbebouwing is 2.386 m². Ten zuidwesten van het bouwvlak staan een stapmolen en longeerbak. Voorts ligt hier een mestplaat. De paardenhouderij heeft maximaal 47 paarden op stal. De paardenhouderij wordt ten zuidwesten van het bouwvlak ontsloten via een eigen uitrit op de Plasweg.

Toelichting

11

bestemmingsplan Plasweg 24/24a, 41 en Polderweg 2

Het plangebied Plasweg 24a.

De uitrit vanaf de Plasweg.

Paardenbak op het agrarisch bouwperceel.

De stapmolen en longeerbak in het plangebied.

12

Toelichting

bestemmingsplan Plasweg 24/24a, 41 en Polderweg 2

Hoofdstuk 3 3.1

Planbeschrijving

Beleidsmatige ontwikkelingen

Het plangebied maakt onderdeel uit van het ruimtelijk beleid van de Zuidplaspolder, zoals beschreven in het Intergemeentelijk Structuurplan Zuidplas (ISP). Het gebied ten noordwesten hiervan maakt onderdeel uit van de gebiedsontwikkeling van de Zuidplaspolder dat wordt getransformeerd tot een bedrijvenlandschap (Glasparel+). Een bestemmingsplan hiervoor heeft de gemeenteraad van Waddinxveen op 9 juli 2014 gewijzigd vastgesteld, waarin de ontwikkeling van een glastuinbouwgebied, logistiek- en distributiepark en woningen mogelijk wordt maakt. Bij uitspraak van 6 mei 2015 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het plandeel met de bestemming 'Bedrijventerrein 1' van dit bestemmingsplan vernietigd, maar heeft bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde raadsbesluit tot vaststelling van het bestemmingsplan 'Glasparel+' voor zover daarbij het plandeel met de bestemming "Bedrijventerrein - 1" is vastgesteld, in stand blijven. Ten zuidwesten van het plangebied wordt de Vredenburghlaan aangelegd als onderdeel van de Corridorstudie N207. Deze wordt in eerste instantie doorgetrokken tot de Polderweg/ Zesde Tochtweg om het nieuwe bedrijventerrein 'Glasparel+' te kunnen ontsluiten. Het bestemmingsplan 'Vredenburghlaan' heeft de gemeenteraad op 31 januari 2018 vastgesteld. Later wordt de Bentwoudlaan doorgetrokken richting Beethovensingel en Hogeveenseweg.

Hiervoor loopt een M.E.R.-procedure. De bestemmingsplanprocedure zal later worden gestart. In figuur 3 is het (voorlopig) tracé opgenomen.

Figuur 3: Tracé Vredenburghlaan/ Bentwoudlaan.

3.2

Bestemmingsplangebied Vredenburghlaan.

Randvoorwaarden en uitgangspunten

De gemeente heeft de navolgende uitgangspunten en ruimtelijke randvoorwaarden opgesteld. Als basis voor de regeling geldt de ruimtelijke kwaliteitswinst als doelstelling. Basisuitgangspunten De volgende uitgangspunten worden gehanteerd: Vervolgfuncties in de vorm van twee bedrijfsverzamelgebouwen zijn mogelijk in verband met sloop van de agrarische groothandel aan Plasweg 18a als gevolg van aanleg van bovenlokale infrastructuur (Vredenburghlaan).

Toelichting

13

bestemmingsplan Plasweg 24/24a, 41 en Polderweg 2

Het bebouwd oppervlak aan (agrarische) bedrijfsbebouwing mag niet meer bedragen dan a. de oppervlakte van de te slopen loods aan de Plasweg 18a (1.500 m²) en b. de oppervlakte van de te slopen werktuigenschuur op het perceel Polderweg 2 (300 m²). De invloed op de omgeving dient bij inpassing de twee bedrijfsverzamelgebouwen gewaarborgd te zijn. Hierbij is vooral het milieutechnische aspect van belang, de inpassing, inclusief verkeersafwikkeling, mag geen belemmeringen opleveren voor omliggende (agrarische) bedrijvigheid en woningen. Uitbreiding van het agrarisch bouwvlak met een overkapping aan de Plasweg 24/24a is mogelijk in plaats van de vergunde, niet gerealiseerde agrarische schuur achter de Plasweg 18a. Per saldo mag niet meer bebouwing plaatsvinden, dan is vergund, te weten 770 m². De uitbreiding ten zuidwesten van het bouwvlak mag pas plaatsvinden vanaf de achterzijde van de bestaande woonboerderij op nummer 16a. De bestaande en vergunde bebouwing op het huidige bouwvlak aan de Plasweg 24/24a mag niet verder worden uitgebreid. Inpassingskaders Deelgebied Plasweg 41 en Polderweg 2 Voor de inpassing van twee bedrijfsverzamelgebouwen aan de Plasweg 41 en Polderweg 2 gelden de volgende uitgangspunten: De bestaande watergangen en zichtlijnen dienen behouden te blijven. Er dient aandacht te worden besteed aan de maat, de schaal en de richting van het landschap.

De bouwvolumes dienen landschappelijk te worden ingepast waarbij sprake is van groenverbetering. De 2 bedrijfsverzamelgebouwen mogen geen grotere oppervlakte hebben dan 1.800 m² met een bouwhoogte van maximaal 7 m. (De 1.800 m² is als volgt tot stand gekomen: 1.500 m² te slopen loods op Plasweg 18a, 300 m² te slopen schuur op Polderweg 2). Voor de twee bestaande woningen zijn de bouw- en gebruiksregels van het bestemmingsplan Zuidplas Noord onverminderd van toepassing. Deelgebied Plasweg 24/24a Voor het vergroten van het bouwvlak van het agrarisch bouwperceel aan de Plasweg 24/24a gelden de volgende uitgangspunten. De agrarische bedrijfsbebouwing mag worden vergroot met een overkapping voor opslag en het overdekken van de bestaande longeerbak en stapmolen (totaal maximaal 770 m², zijnde de vergunde, doch niet gerealiseerde agrarische bebouwing achter Plasweg 18a). Binnen het bestaande agrarische bouwvlak is de oppervlakte aan bedrijfswoning en vergunde bedrijfsgebouwen 2.386 m². In de bouwregels dient te worden vastgelegd dat de bedrijfsbebouwing in het bestaande bouwvlak niet meer mag bedragen dan afgerond 2.400 m².

3.3

Nieuwe situatie

Deelgebied Plasweg 41 en Polderweg 2 Op basis van genoemde beleidskaders is een plan ontwikkeld voor het oprichten van 2 bedrijfsverzamelgebouwen van ieder 900 m². De bouwhoogte van de gebouwen is bepaald op 7 meter. Ten zuidwesten van het plangebied is een 5 meter groene strook opgenomen om het plangebied landschappelijk in te passen. Hier wordt ook een waterpartij gegraven. Tussen de woningen en de bedrijfsbestemming wordt minimaal een afstand van 15 m aangehouden. Achter de bedrijfsbebouwing wordt beplanting aangelegd, zodat een 'groene wand' ontstaat. De bouwregels van het geldende bestemmingsplan Zuidplas Noord zijn van toepassing voor de twee bestaande woningen. In figuur 4 is een situatietekening opgenomen van de nieuwe toestand. Deelgebied Plasweg 24/24a Een uitbreiding (verbreding) van het bouwvlak is nodig om de bedrijfsgebouwen en overige bouwwerken, zoals een stro- en hooischuur, overkapping over een bestaande stapmolen en longeerbak te kunnen realiseren, zodat de bedrijfsvoering op het terrein kan worden geoptimaliseerd. Ten behoeve hiervan wordt een uitbreiding van het bouwvlak voorgestaan van afgerond 2.700 m². In deze vergroting van het bouwvlak wordt maximaal 770 m² toegestaan voor een overkapping waar nu al een stapmolen en

14

Toelichting

bestemmingsplan Plasweg 24/24a, 41 en Polderweg 2

longeerbak staan. Deze uitbreiding is passend, nu er al een paardenhouderij is gevestigd en het gebied aan de randzone van het dorp ligt. Daarbij komt dat de maximum oppervlakte van het totale bouwvlak na vergroting ruim onder de 1 ha blijft (afgerond 5.670 m² + 2.700 m² = 8.370 m²). De overkapping wordt op minimaal 55 m uit de rand van de Plasweg gerealiseerd naast bestaande bedrijfsbebouwing. De maat van de bebouwing is passend, omdat er in de nabijheid meer grotere gebouwen staan en er op deze kavel voldoende ruimte is. De voorgenomen aanpassing heeft geen consequenties voor het aantal bezoekers dat gelijk blijft, omdat het aantal te houden paarden niet toeneemt. Een nieuwe terreinsituatie is opgenomen in figuur 4. Om te vermijden dat er nog meer bedrijfsbebouwing wordt gerealiseerd dan thans mogelijk is op grond van het vigerende bestemmingsplan Zuidplas wordt in de regels en op de verbeelding vastgelegd dat de vergunde bedrijfsbebouwing van 2.386 m² niet meer mag toenemen op het huidige bouwvlak. In de regels en op de verbeelding wordt daarom vastgelegd dat de bedrijfsbebouwing maximaal 2.400 m² mag bedragen. Het toegestane bebouwingspercentage in het bestaande bouwvlak van 5.670 m² neemt hierdoor ten opzichte van het geldende bestemmingsplan af van 100% naar 42%.

Figuur 4: Verkavelingstekening plangebied (indicatief).

3.4

Verkeer en parkeren

Verkeer Deelgebied Plasweg 41 en Polderweg 2 De twee bedrijfsverzamelgebouwen worden ontsloten via een nieuw aan te leggen uitrit op de Polderweg. De weg is ter plaatse een 60 km uur zone. De Polderweg wordt in noordelijke richting via de nieuwe rotonde ontsloten op de regionale infrastructuur van waaruit ook het bedrijvenpark Glasparel+ bereikbaar is. Via deze nieuwe bovenlokale weg zijn de A12 en A20 aan te rijden. De Zesde Tochtweg zelf heeft voldoende capaciteit om deze functiewijziging op te vangen, temeer daar de verkeersintensiteit van de Zesde Tochtweg zeer laag is. De woning Plasweg 41 wordt via een uitrit ontsloten op de Plasweg. De woonboerderij aan de Polderweg 2 behoudt haar uitrit op de Polderweg. Vanaf deze wegen is de woonkern van Waddinxveen uitstekend bereikbaar.

Toelichting

15

bestemmingsplan Plasweg 24/24a, 41 en Polderweg 2

De gesloopte loods en woning aan Plasweg 18a.

De Plasweg.

De Polderweg.

Huidige inrit naar Polderweg 2.

Deelgebied Plasweg 24/24a De paardenhouderij annex -pension wordt ontsloten via de bestaande uitrit op de Plasweg. In de nieuwe situatie is dat niet anders. Parkeren Ieder plan dient te voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen erf. De vraag hoe wordt bepaald of er sprake isWatw van voldoende parkeergelegenheid wordt beantwoord in het parkeerbeleid van de gemeente Waddinxveen. In juli 2014 heeft de gemeente Waddinxveen Parkeerbeleid vastgesteld, zoals dat later is opgenomen in het paraplubestemmingsplan voor parkeren. Dit betekent dat moet worden voldaan aan de parkeernorm van de richtlijnen van het CROW 2012 (Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water-, en Wegenbouw en de Verkeerstechniek, publicatie 317). De regels voor parkeren zijn opgenomen in artikel 13.1 Parkeerregeling, waarbij de regels van het parapluplan zijn overgenomen. Bij uitwerking van nieuwe bouwplannen dient te worden aangetoond dat hieraan kan worden voldaan. De parkeernormen zijn opgenomen in tabel 3.1. Tabel 3.1 Parkeernormen Functies Woning, vrijstaand Bedrijf arbeidsextensief/ bezoekersextensief Bedrijfsverzamelgebouw

Norm buitengebied, matig stedelijk 2,8 per woning min. 0,8 pp per 100 m² max. 1,3 pp per 100 m² min. 1,7 pp per 100 m² max. 2,2 pp per 100 m²

Aandeel bezoekers waarvan 0,3 per woning 5% -

Deelgebied Plasweg 41 en Polderweg 2 De twee bedrijfsverzamelgebouwen hebben een oppervlakte van totaal 1.800 m². Hiervoor kan de minimum norm worden aangehouden, omdat dit segment vergelijkbaar is met arbeids- en

16

Toelichting

bestemmingsplan Plasweg 24/24a, 41 en Polderweg 2

bezoekersextensieve bedrijven. Dit betekent bij een minimum norm dat er (1,7 x 18 =) 30,6 pp dienen te worden gerealiseerd. Op het open terrein zullen 35 parkeerplaatsen worden aangelegd. Voor de twee bestaande woningen zijn op eigen terrein minimaal drie parkeerplaatsen per woning aanwezig, zodat kan worden voldaan aan de parkeerbehoefte. Deelgebied Plasweg 24/24a Voor een paardenhouderij annex paardenpension zijn er geen richtlijnen van het CROW. Het CROW benoemt alleen een parkeernorm voor een manege (0,3 pp per box bij een bezoekersaandeel van 90%). Het benodigde aantal parkeerplaatsen wordt dan bepaald aan de hand van praktijkcijfers (tellingen). Met behulp van praktijkcijfers en de normen is bepaald dat er maximaal 10 parkeerplaatsen (voor 2 personeelsleden en bezoekers) nodig zijn. Dit komt overeen met het huidige aantal verkeersbewegingen dat door het huidige bedrijf wordt gegenereerd. De parkeerplaatsen zijn nabij de bestaande paardenstallen al aanwezig. Bij uitwerking van bouwplannen dient te worden aangetoond dat kan worden voldaan aan de parkeernorm. In artikel 13.1 (parkeerregels) van het bestemmingsplan wordt dit geborgd.

3.5

Beeldkwaliteit

Een bestemmingsplan dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt bevat op grond van de Verordening ruimte een motivering, bij voorkeur vervat in een beeldkwaliteitsparagraaf, waaruit blijkt dat de ruimtelijke kwaliteit ten minste gelijk blijft. Deze paragraaf voorziet hierin. Landschappelijke hoofdstructuur omgeving en ruimtelijke relaties Het plangebied grenst aan Glasparel+ in de Zuidplaspolder. In dit gebied wordt een combinatie van wonen, glastuinbouw en bedrijven mogelijk gemaakt. Het is als het ware de proeftuin van de Zuidvleugel, waarin duidelijk wordt wat er mogelijk is binnen moderne gebiedsontwikkeling. De verschillende onderdelen in dat plan hebben op meerdere manieren een onderlinge relatie. Dit betekent dat wonen, werken en recreëren in dit plan hand in hand gaan. De herontwikkeling van het plangebied aan de Plasweg 41 en Polderweg 2 levert hieraan een bijdrage met een kleinschalige bedrijvenontwikkeling achter het bebouwingslint. De landschappelijke identiteit van het gebied wordt bepaald door polderlinten, tochten en een laan. Het gaat hier om de Bredeweg en de Plasweg als (echte) polderlinten, de Vijfde en Zesde Tocht als tocht en de Beijerincklaan als de ‘oprijlaan’ van Waddinxveen. De Plasweg is te typeren als de ruimtelijke ‘ruggengraat’ van het gebied. Het is een karaktervolle polderweg, waar veelvuldig recreatief gebruik van wordt gemaakt.

Langs de linten wordt gewoond en gewerkt. Kenmerkend voor deze linten zijn de veelal grote kavelstructuur op de aanliggende percelen. De inrichting van deze kavels bestaat uit een combinatie van woningen en schuren op het achtererf. Naarmate de linten dichter bij de bebouwde omgeving van Waddinxveen komen, wordt de bebouwing intensiever. Doordat de lanen en linten een beplantingstructuur hebben, vaak in de vorm van laanbeplantingen en kavelbeplantingen, vormen deze ‘lijnen in het landschap’ de kenmerkende grootschalige blokstructuur die ook op de kaart goed leesbaar is. Belangrijke ruimtelijke consequenties voor het naastgelegen plangebied van de Glasparel+ is de aanleg van een nieuwe provinciale weg aan de zuid- en westkant van Waddinxveen. Aan de zuidkant heet deze weg de Vredenburghlaan en gaat hij over in de Bentwoudlaan aan de westzijde van Waddinxveen. Deze weg komt ten zuidwesten en noordwesten van het plangebied aan de Plasweg 41 en Polderweg 2 te liggen (zie figuur 3 van deze plantoelichting). In de visie van de provincie is er aan de zuidzijde van Waddinxveen ruimte voor een ecologische en recreatieve verbindingszone, de zogenaamde Vredenburghzone. Deze ecologische verbindingszone moet het Bentwoud verbinden met het Moordrechtse Veld en het toekomstige Ringvaartpark.

Inpassing bedrijfsverzamelgebouw Het is van belang hierbij het samenspel tussen beplanting, al dan niet structuur dragend, en architectuur op esthetisch verantwoorde wijze uit te voeren, zodat de gewenste beeldkwaliteit gaat ontstaan. Hierbij is het van belang de juiste balans te creëren tussen groenbeleving en architectuur. Tevens is het van belang als ontwerpuitgangspunt dat zichtbaar en voelbaar wordt dat zodra je het gebied passeert je realiseert dat het gebied in een overgangszone ligt tussen het bedrijvenlandschap van Glasparel+ en de cultuurhistorische Plasweg. Om deze reden is gekozen voor een bebouwing met een maximum hoogte

Toelichting

17

bestemmingsplan Plasweg 24/24a, 41 en Polderweg 2

van 7 meter, een oriëntatie van het bedrijfsverzamelgebouw richting de nieuwe Bentwoudlaan en het in ontwikkeling zijnde bedrijvenlandschap met een ontsluiting vanaf de Polderweg. De bestaande elzenrij zal verjongen, waarbij selectief een aantal waardevolle esdoorns blijven behouden. Langs de 6 meter brede ontsluitingsweg wordt voorzien in langsparkeren. met aan weerszijden van het gebouw nog twee parkeerstroken om te kunnen voldoen aan de parkeerbehoefte. In zuidwestelijke richting zal de bosschage worden verdicht, zodat het gebouw vanaf de nieuwe Bentwoudlaan nagenoeg niet zichtbaar is. Voorts zal hier de wateropgave worden gerealiseerd door de sloot te verbreden, zodat het perceel ook vanaf de Plasweg landschappelijk wordt ingepast. Bij de entree aan de Polderweg zullen de bestaande bomen zoveel mogelijk worden behouden, zodat de parkeerplaatsen en gebouw enigszins 'verdekt' worden opgesteld vanaf de Polderweg. Tenslotte zal tussen het bedrijfsgebouw en de woningen een 3,5 m brede plantstrook (boomsingel) worden aangebracht met onderbeplanting, bestaande uit streekeigen soorten ter afscherming van het bedrijfsverzamelgebouw. Aanleg hiervan is geborgd door het opnemen van een een voorwaardelijke verplichting in artikel 5.3.2 overeenkomstig het hierbij behorende inrichtingsplan. Het landschapsinrichtingsplan is opgenomen in figuur 5.

Figuur 5: Landschapsinrichtingsplan.

18

Toelichting

bestemmingsplan Plasweg 24/24a, 41 en Polderweg 2

Hoofdstuk 4 4.1

Beleidskader

Rijksbeleid

4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (2020) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' vastgesteld. De visie bevat hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities van het rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving met bijbehorende opgaven geformuleerd. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen.

De vier prioriteiten De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. Dat zijn complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Politieke en maatschappelijke keuzes zijn vooral daar nodig, om op deze prioriteiten voortgang te boeken op een manier die draagvlak heeft en bijdraagt aan de kwaliteit van de leefomgeving. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. Het gaat hier om de volgende prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Drie afwegingsprincipes Doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: ‘(a) bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften’.

Deze dubbele doelstelling uit de Omgevingswet is vertaald in een omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving: ontwikkeling van de leefomgeving gaat samen met versterking van te beschermen waarden als gezondheid, landschap, waterveiligheid, natuur, cultureel erfgoed, leefomgevingskwaliteit en milieukwaliteit. Veiligheid, gezondheid en duurzaamheid zijn basale randvoorwaarden voor alle maatschappelijke activiteiten zoals bedrijfsmatige activiteiten, de energietransitie en de woningbouw. Om aan het afwegingsproces en de omgevingsinclusieve benadering richting te geven, gebruikt het rijk in het omgevingsbeleid drie afwegingsprincipes. Deze zijn: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen.

Toelichting

19

bestemmingsplan Plasweg 24/24a, 41 en Polderweg 2

4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (afgekort Barro) bevat een beperkt aantal beslissingen van wezenlijk belang uit de Structuurvisie. Deze algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en de hierbij behorende ministeriële regeling zijn op 30 december 2011 in werking getreden. Deze hebben betrekking op de volgende onderwerpen: Project Mainportontwikkeling Rotterdam; Kustfundament; Grote rivieren; Waddenzee en waddengebied; Defensie. Op 1 oktober 2012 is het besluit aangevuld met voorschriften voor andere beleidskaders uit de SVIR, het Nationaal Waterplan en het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening. Het gaat hierbij om: Rijksvaarwegen; Hoofdwegen en landelijke spoorwegen; Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; Elektriciteitsvoorziening; Natuurnetwerk Nederland; IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde.

In de derde tranche, vastgesteld op 1 februari 2014 zijn de volgende twee nationale belangen toegevoegd: Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen; Ruimtereservering parallelle Kaagbaan. Door de (14) nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. 4.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (2017) Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro) Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen neemt het Rijk enkel nog een 'Ladder' voor duurzame verstedelijking op. Hierdoor neemt de bestuurlijke drukte af en ontstaat er ruimte voor regionaal maatwerk. Dit betekent dat in de toelichting van een bestemmingsplan een beschrijving wordt opgenomen van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Doel van de ladder is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De ladder is als een procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening.

Hierna wordt de planontwikkeling getoetst aan de Ladder, zoals deze vanaf 1 juli 2017 geldt. Toetsing initiatief aan Ladder voor duurzame verstedelijking De belangrijkste motiveringsplichten van de nieuwe Ladder, namelijk dat de behoefte aan een nieuwe ontwikkeling moet worden aangetoond en dat moet worden toegelicht – als de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd – waarom het bestaand stedelijk gebied niet geschikt is voor de nieuwe ontwikkeling, vloeien voort uit andere wettelijke normen en jurisprudentie. Ook in het geval er geen sprake is van een formele 'nieuwe stedelijke ontwikkeling', moet toch het nut en de noodzaak aan die ontwikkeling en de uitvoerbaarheid daarvan worden aangetoond. Toetsing initiatief aan Ladder voor duurzame verstedelijking Deelgebied Plasweg 41 en Polderweg 2 Dit bestemmingsplan maakt een kleinschalige bedrijfsontwikkeling mogelijk van twee bedrijfsverzamelgebouwen met een bebouwd oppervlak van 1.800 m². Feitelijk is hier sprake van verplaatsing van een bestaande functie schuin aan de overzijde van het plangebied (Plasweg 18a),

20

Toelichting

bestemmingsplan Plasweg 24/24a, 41 en Polderweg 2

omdat voortzetting op laatstgenoemde locatie niet mogelijk is in verband met aanleg van de Vredenburghlaan. Per saldo vindt er geen uitbreiding plaats, zodat kan worden gesteld dat er geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling (ABRvS 24 augustus 2016, nr. 201506151). Samenvattend kan worden gesteld dat de gebruiksmogelijkheden van de twee bedrijfsverzamelgebouwen in milieucategorie 2 met een bebouwd oppervlakte van maximaal 1.800 m² te kleinschalig zijn om onder het regime van artikel 3.1.6 lid 2 Bro te vallen, waarin de Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen. Een verdere bespreking is dan ook niet nodig. Deelgebied Plasweg 24/24a Sprake is van een geringe uitbreiding van een bestaand agrarisch bouwperceel ten behoeve van een paardenhouderij annex -pension. Deze uitbreiding betreft geen nieuwe stedelijke ontwikkeling, zodat een laddertoets achterwege kan blijven. Overigens past deze ontwikkeling in een recreatiegebied in en rond de stad. 4.1.4 Conclusie Rijksbeleid Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het initiatief raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. De functiewijziging betreft geen stedelijke ontwikkeling, zodat de Ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing is.

Vanuit rijksbeleid zijn er geen beperkingen aan deze planontwikkeling.

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Op 20 februari 2019 hebben Provinciale Staten van Zuid-Holland de Omgevingsvisie Zuid-Holland en de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Het gehele Omgevingsbeleid is alleen redactioneel gewijzigd, de beleidsinhoud is niet veranderd. Op 1 augustus 2020 is de geconsolideerde versie van de Omgevingsvisie in werking getreden. De provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. Deze nevengeschikte ambities staan niet op zichzelf. Ze zijn geworteld in de historie, ligging en economische structuur van Zuid-Holland en gekoppeld aan de strategische uitdagingen waar deze regio voor staat. De ambities zijn de kaders waarbinnen de provincie ruimte geeft. Die ruimte kan per opgave verschillen. Door in te zetten op de zes ambities draagt de provincie bij aan het sterker maken van Zuid-Holland. Bij de zes ambities is een aantal opgaven geïdentificeerd. De opgaven zijn vanuit provinciale optiek en op een zeker abstractieniveau geformuleerd zonder een beoogde eindsituatie te schetsen.

Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. Het betreft de volgende ambities: 1. Naar een klimaatbestendige delta 2. Naar een nieuwe economie: the next level 3. Naar een levendige meerkernige metropool 4. Energievernieuwing 5. Best bereikbare provincie 6. Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving In het programma Ruimte zijn de instrumenten opgenomen waarmee de doelen en ambities uit de Omgevingsvisie uitgevoerd gaan worden. Omgevingskwaliteit Verbetering omgevingskwaliteit Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Daarbij streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Met het provinciaal omgevingsbeleid wordt aangesloten op de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet: het doelmatig benutten van de fysieke leefomgeving

Toelichting

21

bestemmingsplan Plasweg 24/24a, 41 en Polderweg 2

voor maatschappelijke opgaven en het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. Met het samenvoegen van al het bestaande beleid voor de fysieke leefomgeving heeft de provincie een eerste stap gezet richting een meer integrale sturing op omgevingskwaliteit. Een nadere uitwerking van het provinciale beleid voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit is weergegeven in de 'kwaliteitskaart' en de 'richtpunten ruimtelijke kwaliteit', behorende bij zowel de Omgevingsvisie als de Omgevingsverordening. Voor het realiseren van een goede omgevingskwaliteit werkt de provincie vanuit twaalf samenhangende opgaven van het omgevingsbeleid die zij van provinciaal belang acht. De 12 opgaven zijn: landschap en cultuurhistorie, gezondheid en veiligheid, natuur en recreatie, ruimte en verstedelijking, wonen, bodem en ondergrond, cultuurparticipatie en bibliotheken, klimaatadaptatie, zoetwater en drinkwater, bereikbaarheid, regionale economie en energievoorziening. Kwaliteitskaart Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening. De kwaliteitskaart is voor de provincie een belangrijk instrument om ruimtelijke ontwikkelingen zodanig te sturen dat ze een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit.

De kaart geeft een beschrijving van de gebiedskenmerken en kwaliteiten van Zuid-Holland, waar rekening mee gehouden dient te worden in de planvorming. Deelgebieden Plasweg 24/24a, 41 en Polderweg 2 In de Laag van de ondergrond maken beide deelgebieden onderdeel uit van een 'Veencomplex - Oude zeeklei'. De ondergrond in deze droogmakerijen varieert van venig tot (oude zee)klei. Uit de Laag van cultuur- en natuurlandschappen valt af te leiden dat droogmakerijen zijn ontstaan uit natuurlijke meren en uit verveningen. Ze hebben een duidelijke begrenzing door een ringdijk, ringvaart of oude hoge oeverlanden. Het landschap is visueel open (tenzij het is verstedelijkt), grootschalig en ligt gemiddeld enkele meters lager dan de omgeving. De droogmakerij kent een aangelegd watersysteem met hoofdtochten, gemaal en een regelmatige basisverkaveling. Ontginningsboerderijen liggen op regelmatige afstand langs de ontginningsweg. Elke droogmakerij heeft haar eigen ordening en maat; kavelgrootte en lengte-breedte-verhouding zijn uniek. Deze typerende opbouw is bepalend voor de manier van inpassing van nieuwe ontwikkelingen.

Als richtpunt voor droogmakerijen (klei) geldt dat nieuwe ontwikkelingen worden vormgegeven als eigentijdse objecten aan de ontginningslijnen, passend bij de schaal en het patroon van de rechthoekige verkaveling, met strakke groene omzoming en behoud van doorzichten.Voorts liggen beide deelgebieden aan een polderlint. De bebouwing ligt op één niveau met de omgeving. Dit biedt ruimte voor plaatselijke verbreding van het profiel door differentiatie in kaveldiepte. Er liggen hier kansen voor ontwikkeling, mits rekening wordt gehouden met de overige karakteristieken van het lint. Linten blijven linten als onderscheidende bebouwingsvorm in het gebied. Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van een lint richtinggevend. Richtpunten zijn onder andere: Linten blijven linten als onderscheidende bebouwingsvorm in het gebied. Linten behouden hun lineaire karakter, waarbij de achterzijde van de bebouwing een direct contact met het landschap heeft en de voorzijde aan de openbare weg of waterloop grenst. Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van een lint richtinggevend. Op de Laag van de stedelijke occupatie ligt het Deelgebied Plasweg 41 en Polderweg 2 in een rand van het glastuinbouwgebied.

Als richtpunt geldt onder andere dat ontwikkelingen aan de rand van een glastuinbouwgebied bijdragen aan het realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit (front, contact of overlap). Daarnaast is de in aanleg zijnde provincialeweg (Vredenburghlaan) als zodanig opgenomen. Op de Laag van de beleving ligt Deelgebied Plasweg 41 en Polderweg 2 ten zuidoosten van de ecologische hoofdstructuur van Natuurnetwerk Nederland. Het Deelgebied Plasweg 24/24a ligt in de aanduiding Recreatie.

22

Toelichting

bestemmingsplan Plasweg 24/24a, 41 en Polderweg 2

Figuur 6: Links Laag van de cultuur en natuurlandschappen en rechts uitsnede Laag van de stedelijke occupatie en rechts uitsnede van Laag van de beleving. Toetsing aan kwaliteitskaarten Deelgebied Plasweg 41 en Polderweg 2 Deze planontwikkeling maakt een herbestemming mogelijk van een (voormalig) agrarisch bedrijfscomplex. De bedrijfsbebouwing sluit aan op het noordwestelijk (in voorbereiding zijnde) bedrijvenlandschap, de aanleg van de Vredenburghlaan en de in het bestemmingsplan Glasparel+ mogelijk gemaakte woningen en werken/ wonen (bestemming Gemengd) in het lint van de Plasweg ten zuidwesten van het plangebied. In het bestemmingsplan Zuidplas Noord zelf is voorts al een wijzigingsbevoegdheid opgenomen naar Wonen en niet-agrarische functies (waaronder bedrijven in milieucategorie 1 en 2), waarmee Gedeputeerde Staten eerder hebben ingestemd. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen de Ecologische Hoofdstructuur, wordt niet aangetast, omdat deze zone in de Omgevingsverordening is verlegd ten noordwesten van het plangebied (figuur 7).

Deze bestemmingswijziging geeft vanuit landschappelijk oogpunt een duurzame kwaliteitsverbetering van dit lint dat onderdeel vormt van een heldere lijn tussen Zevenhuizen en Waddinxveen, terwijl hierdoor aanleg van bovenlokale infrastructuur mogelijk wordt gemaakt, omdat de aan de Plasweg 18a gelegen bebouwing wordt verplaatst naar onderhavig plangebied. Deelgebied Plasweg 24/24a Dit deelgebied lig in een 'Recreatiegebied'. Recreatieterreinen liggen veelal op de overgang van de stedelijke dynamiek naar het luwe buiten. De kwaliteit van deze overgangen kan versterkt worden door het vergroten van de robuustheid, continuïteit, beleefbaarheid en aantrekkingskracht van zowel de recreatie- als de natuurgebieden. Een wezenlijk kenmerk van de recreatiegebieden is het openbaar parkkarakter. De inrichting van de gebieden is gebaseerd op de ligging ten opzichte van het stedelijk weefsel, de recreatievraag, de landschappelijke kenmerken ter plaatse en de ligging ten opzichte van andere stedelijk groen. Het aanbod wordt hierdoor specifieker en sterker verbonden met de Zuid-Hollandse kwaliteiten. Als richtpunten worden o.a. gehanteerd: Ontwikkelingen vergroten de diversiteit in ruimtelijke inrichting en programma tussen de verschillende recreatie- en groengebieden.

Ontwikkelingen dragen bij aan het verbeteren van de kwaliteit ter plaatse en de samenhang tussen het binnenstedelijk en buitenstedelijk groen. (Her)inrichting van recreatiegebieden is gebaseerd op de ligging ten opzichte van het stedelijk weefsel, de recreatievraag, de landschappelijke kenmerken ter plaatse en de ligging ten opzichte van andere stedelijk groen. Sprake is van een bestaande paardenhouderij annnex -pension. Een geringe uitbreiding van het bouwvlak is in overeenstemming met de provinciale richtpunten, omdat deze recreatie-activiteit een bijdrage levert aan de verdere ontwikkeling van de Vredenburghzone. Een geringe uitbreiding van het bouwvlak, dat niet in totaal groter wordt dan 1 hectare, valt onder de noemer inpassing.

Toelichting

23

bestemmingsplan Plasweg 24/24a, 41 en Polderweg 2

Conclusie Beide ontwikkelingen vallen onder de noemer inpassing, omdat dit bestemmingsplan enerzijds een herontwikkeling binnen een bestaand bouwvlak mogelijk maakt van een agrarisch bedrijfscomplex naar twee kleinschalige bedrijfsverzamelgebouwen (Deelgebied Plasweg 41 en Polderweg 2) en anderzijds een uitbreiding van een agrarisch bouwvlak voor een bestaande paardenhouderij (Deelgebied Plasweg 24/24a). Deze functiewijziging/ -uitbreiding valt onder de noemer gebiedseigen ontwikkeling, die past bij de schaal en de maat van bestaande kenmerken van het gebied. De bestaande structuur en kwaliteiten van het gebied veranderen hierdoor nauwelijks, waarbij de richtpunten worden gerespecteerd. Het plan is niet in stijd met de provinciale Omgevingsvisie. 4.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Ladder voor duurzame verstedelijking De in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in artikl 6.10 de Omgevingsverordening. Op grond van dit artikel dient een bestemmingsplan waarin een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt te voldoen aan artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening.

Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte. In lid 2 is bepaald dat Gedeputeerde Staten bij de aanvaarding van een regionale visie kunnen aangeven in hoeverre de Ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau geheel of gedeeltelijk is doorlopen. In de toelichting van het bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid, kan in dat geval worden verwezen naar de regionale visie bij de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling, als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. Deelgebied Plasweg 41 en Polderweg 2 Dit bestemmingsplan maakt een kleinschalige bedrijfsontwikkeling mogelijk van twee bedrijfsverzamelgebouwen met een bebouwd oppervlak van 1.800 m². Feitelijk is hier sprake van verplaatsing van een bestaande functie schuin aan de overzijde van het plangebied (Plasweg 18a), omdat voortzetting op laatstgenoemde locatie niet mogelijk is in verband met aanleg van de Vredenburghlaan. Per saldo vindt er geen uitbreiding plaats, zodat kan worden gesteld dat er geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling (ABRvS 24 augustus 2016, nr. 201506151).

Samenvattend kan worden gesteld dat de gebruiksmogelijkheden van de twee bedrijfsverzamelgebouwen in milieucategorie 2 met een bebouwd oppervlakte van maximaal 1.800 m² te kleinschalig zijn om onder het regime van artikel 3.1.6 lid 2 Bro te vallen, waarin de Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen. Een verdere bespreking is dan ook niet nodig. Deelgebied Plasweg 24/24a Sprake is van een geringe uitbreiding van een bestaand agrarisch bouwperceel ten behoeve van een paardenhouderij annex -pension. Deze uitbreiding betreft geen nieuwe stedelijke ontwikkeling, zodat een laddertoets achterwege kan blijven. Overigens past deze ontwikkeling in een recreatiegebied in en rond de stad. Ruimtelijke kwaliteit Op grond van artikel 6.9, lid 1 van de Omgevingsverordening (Ruimtelijke kwaliteit) kan een bestemmingsplan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); b. als de ruimtelijke ontwikkeling qua aard of schaal niet past binnen het gebied (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: 1.

zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en 2. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen zoals bedoeld in het derde lid. c. als de ruimtelijke ontwikkeling qua aard en schaal niet past binnen het gebied (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door:

24

Toelichting

bestemmingsplan Plasweg 24/24a, 41 en Polderweg 2

1. een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gebied ook aandacht is besteed aan de overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en 2. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen zoals bedoeld in het derde lid. Toetsing aan ruimtelijke kwaliteit Gelet op het uitgangspunt dat de ruimtelijke kwaliteit als gevolg van ontwikkeling per saldo niet afneemt, dient de toetsing aan ruimtelijke kwaliteit een integraal onderdeel te vormen van de planvorming en afweging. Voor ruimtelijke ontwikkelingen die niet passen bij de aard en/of de schaal van het gebied zijn ontwerpoptimalisaties, inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen nodig om de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te verbeteren. Deelgebied Plasweg 41 en Polderweg 2 De planontwikkeling ligt in de aanduiding glastuinbouwgebied. Concentratiegebieden voor glastuinbouw kunnen qua belevingswaarde worden beschouwd als bedrijventerrein. Als richtpunt wordt onder meer aangehouden dat ontwikkelingen aan de rand van een glastuinbouwgebied bijdragen aan het realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit (front, contact of overlap).

Sprake is van bestaande (voormalige) agrarische bebouwing, waarbij gezocht is naar een passende vervolgfunctie met behoud van de bestaande (boerderij)woningen. De bestaande woningen passen binnen de aanwezige lintstructuur. De wijziging van een agrarisch bouwvlak naar twee bedrijfsverzamelgebouwen is landschappelijk inpasbaar, omdat hiermee een (nieuwe) zichtlocatie wordt opgewaardeerd. De nieuwe bebouwing past qua aard en schaal bij wat er al is in de nabije omgeving. Ten opzichte van de nabij gelegen te slopen bebouwing aan de Plasweg 18a is sprake van een kleinschalige ontwikkeling die nagenoeg geen ruimtelijke impact heeft op de gebiedskwaliteiten. Hierdoor kan tevens regionale infrastructuur worden aangelegd, omdat de locatie aan de Plasweg 18a wordt gesaneerd. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen de Ecologische Hoofdstructuur, wordt evenmin aangetast, omdat de ecologische hoofdstructuur is verlegd op kaart 7 van de Omgevingsverordening (figuur 7). De landschappelijke dynamiek achter de Plasweg verandert door aanleg van de Vredenburghlaan en het bedrijvenpark Glasparel+. De twee kleinschalige bedrijfsverzamelgebouwen worden landschappelijk ingepast, zodat per saldo er sprake is van een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit aan weerszijden van de nieuwe bovenlokale weg.

Voor linten zijn de volgende richtpunten relevant: Linten blijven linten als onderscheidende bebouwingsvorm in het gebied. Linten behouden hun lineaire karakter, waarbij de achterzijde van de bebouwing een direct contact met het landschap heeft en de voorzijde aan de openbare weg of waterloop grenst. Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van een lint richtinggevend. De lintbebouwing wijzigt niet, omdat tussen de twee bestaande woningen geen nieuwe ontwikkelingen plaatsvinden. De historische gaafheid van het lint wordt gerespecteerd, waarbij rekening wordt gehouden met cultuurhistorische kwaliteiten van zowel het lint als geheel, als van de individuele bebouwing. Dit betekent dat sprake is van ‘inpassing’, zodat aanvullende maatregelen op het vlak van ruimtelijke kwaliteit niet nodig zijn voor deze onderdelen van het plan.

Natuurnetwerk Nederland (NNN) In artikel 6.24, lid 1 is opgenomen dat een bestemmingsplan voor gronden binnen Natuurnetwerk Nederland, onderverdeeld in bestaande en nieuwe natuur, waternatuurgebied en ecologische verbinding, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op ‘Kaart 7 Natuurnetwerk Nederland’, geen bestemmingen aanwijst die de instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van deze gebieden significant beperken, of leiden tot een significante vermindering van de oppervlakte, kwaliteit of samenhang van die gebieden. Het bouwen van de bedrijfsverzamelgebouwen ligt buiten het NNN-gebied op grond van de recentelijk aangepaste Omgevingsverordening (figuur 7). Hiervoor heeft de provincie eerder een landschapsplan opgesteld in verband met de effecten van de aan te leggen Vredenburghlaan op NNN-verbindingszones. Er worden nieuwe verbindingszones gerealiseerd, waardoor de verbindingszone in het plangebied is komen te vervallen. Het is daarom niet noodzakelijk een compensatieplan op te stellen specifiek voor dit

Toelichting

25

bestemmingsplan Plasweg 24/24a, 41 en Polderweg 2

bestemmingsplan. In het landschapsplan zijn de concrete inpassingsmaatregelen uitgewerkt. In paragraaf 6.4 wordt dit beschreven. Het Landschapsplan is ter informatie opgenomen in Bijlage 1.

Figuur 7: Omgevingsverordening; Links uitsnede Kaart 7 Natuurnetwerk Nederland en rechts Kaart 14, ruimtelijk e kwaliteit en beschermingscategorieën. Deelgebied Plasweg 24/24a De planontwikkeling is op Kaart 14 (ruimtelijke kwaliteit en beschermingscategorieën) van de Omgevingsverordening aangeduid als recreatiegebied met beschermingscategorie 2 (figuur 7). Op grond van artikel 6.9, lid 2 onder a is inpassing en aanpassing toegestaan. De vergroting van een agrarisch bouwvlak blijft ruim onder 1 ha. Deze uitbreiding past qua aard en schaal bij wat er al is in dit deelgebied, zodat sprake van inpassing en de richtpunten niet in het geding zijn. Conclusie Deelgebied Plasweg 41 en Polderweg 2 De (te verplaatsen) bedrijfsbebouwing in een lichte milieucategorie 1 en 2 is kleinschalig van opzet aan de rand van nieuwe bovenlokale infrastructuur waar een bedrijvenlandschap in ontwikkeling is (Glasparel+). Gesteld kan worden dat deze bestemmingswijziging qua aard en schaal en de maat van de bestaande kenmerken van het gebied past bij wat er al is in de directe omgeving zonder dat de bestaande structuur en kwaliteit van het gebied wijzigen. Dit betekent dat sprake is van 'inpassing', zodat aanvullende maatregelen op het vlak van ruimtelijke kwaliteit niet nodig zijn voor deze onderdelen van het plan.

Onderhavige ontwikkeling levert een bijdrage aan de ambities van de Omgevingsvisie om de ruimtelijke kwaliteit te verbeteren. De bruikbaarheid, duurzaamheid én belevingswaarde van dit belangrijke lint krijgt een kwaliteitsimpuls. Het Natuurnetwerk Nederland (de voormalige EHS) wordt door deze planontwikkeling niet aangetast, omdat de herontwikkeling buiten de nieuwe NNN ligt. Deelgebied Plasweg 24/24a Op grond van artikel 6.18, lid 1 van de Omgevingsverordening dient agrarische bebouwing te worden geconcentreerd op een agrarisch bouwperceel dat een maximale omvang heeft van 2 hectare. Na uitbreiding blijft het bouwvlak van de paardenhouderij onder 1 ha. De bestaande structuren en kwaliteiten veranderen niet tot nauwelijks. Eveneens wordt voldaan aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart. Resumé Resumerend kan worden geconcludeerd dat: het plan in overeenstemming is met artikel 6.10 lid 1 van de Omgevingsverordening Zuid-Holland (Ladder); het plan in overeenstemming is met artikel 6.9 lid 1 sub a (inpassen) en lid 4 van de

26

Toelichting

bestemmingsplan Plasweg 24/24a, 41 en Polderweg 2

Omgevingsverordening Zuid-Holland (ruimtelijke kwaliteit); het plan niet strijdig is met artikel 6.24 van de Omgevingsverordening Zuid-Holland (NNN), omdat de ontwikkeling buiten de NNN ligt. Wezenlijke kenmerken en waarden van het plangebied worden niet significant beperkt, dan wel leiden tot een significante vermindering van de oppervlakte, kwaliteit of samenhang van het plangebied. Gelet hierop is er geen strijdigheid met de provinciale belangen. 4.2.3 Gebiedsprofiel Bentwoud-Rottemeren-Zuidplas De provincie Zuid-Holland heeft voor Bentwoud, Rottemeren en Zuidplas een gebiedsprofiel opgesteld. Een gebiedsprofiel omvat een beschrijving van karakteristieken (wat is er), ontwikkeling (wat speelt er), kwaliteiten (wat is waardevol) en ambitie (wat willen we) van het landschap van het betreffende gebied. Het gebiedsprofiel is in samenwerking met gemeenten en andere overheden en gebiedspartners opgesteld als gezamenlijke basis voor de ruimtelijke kwaliteit van dit gebied. Gedeputeerde Staten stellen het gebiedsprofiel vast als bevestiging van dit gezamenlijke vertrekpunt en tegelijk als uitgangspunt voor provinciale plannen. Dit gebiedsprofiel is op 16 december 2014 vastgesteld. Het gebiedsprofiel is een handreiking om de kwaliteit van plannen en ontwikkelingen te stimuleren om zo de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te versterken.

Het gebiedsprofiel bevat een schat aan informatie die gebruikt kan worden om te bepalen met welke kwaliteiten het wenselijk is rekening te houden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het gebiedsprofiel is de basis voor het plannen met kwaliteit. Elke ontwikkeling vraagt uiteindelijk om maatwerk. Ontstaansgeschiedenis In de 19e eeuw werd de Zuidplas drooggelegd. De drooglegging startte met de aanleg van de 23 kilometer lange, U-vormige ringvaart. Maar liefst 30 molens en twee stoomgemalen werden ingezet om de Zuidplas leeg te malen, via de ringvaart naar de Oude IJssel. De Zuidplaspolder werd ruimtelijk ingedeeld volgens een gridpatroon met een raster van 800 x 800 meter. Dit grid werd verder verfijnd aan de hand van een rationeel verkavelingspatroon met kavels van 40 x 800 meter. Het rechthoekige netwerk van wegen, tochten en kavels is georiënteerd op de lijn tussen de kerken van Moerkapelle en Moordrecht. De polder wordt begrensd door de Kleikade in Waddinxveen en een U-vormige ringvaart. De dorpen liggen aan de ringvaart. Overige bebouwing is van oorsprong gekoppeld aan de linten. Deze vormen ook nu nog belangrijke structuurdragers, maar voor het huidige gebruik zijn ze vaak te krap gedimensioneerd. Grofweg tussen de A12 en A20 bevindt zich een complex van kreekruggen waarvan het reliëf nog zichtbaar is.

De Zuidplaspolder is strategisch gelegen in de Randstad en staat onder grote ontwikkelingsdruk. Dit uit zich in stedelijke uitbreiding van de dorpen, ontwikkeling van bedrijventerreinen en glastuinbouw, doorsnijdende infrastructuur en een toenemende versnippering. Project Zuidplaspolder In het project Zuidplaspolder is in een gezamenlijk gebiedsproces gewerkt aan een integrale ontwikkeling van de Zuidplas. In paragraaf 4.3.1 wordt hierop nader ingegaan. De nieuwe ontwikkelingen moeten aansluiten op de bestaande structuren en cultuurhistorische waarden. Er wordt ruimte gegeven aan een mix van functies, gestuurd op landschappelijke inpassing. De gebiedspartijen hebben in 2008 de ruimtelijke en milieutechnische ambities voor de gebiedsontwikkeling vastgelegd in het Handboek Kwaliteit Zuidplaspolder, dat in 2014 geactualiseerd is in het Ambitiedocument Kwaliteit Zuidplaspolder. Ambities De onderliggende verkavelingsstructuur van agrarische landschap met zeer rationeel verkavelingspatroon vormt de basis voor de ambities van het gebied. De restanten nog open polderlandschap brengen openheid en rust en vormen zo een bijzondere kwaliteit die gekoesterd zou moeten worden. Daarnaast vormt het verkavelingspatroon met zijn verschillende richtingen, maat en schaal de logica van het landschap.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11092384/1