CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen bij Economisch Koersdocument Waddinxveen 2021-2026.pdf

Besluitvormende raadsvergadering 2 juni 2021, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: RV.RB Economisch Koersdocument Waddinxveen 2021-202610.597 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Utrecht maakt volop gebruik van het feit dat er veel ZZP’ers of micro-ondernemers wonen, die veel tijd willen steken in het runnen van een vereniging in hun buurt. Dat maakt dat fijnmazig netwerk mogelijk. Toch lijkt het erop dat in Waddinxveen de zaak versplinterd is. De huidige trekkingsrechten zien er als volgt uit: Trekkingsgerechtigden Distripark Coenecoop Vereniging bedrijven A12 Detailhandel Zuid Noord Onderwijs Agrarisch Sport Horeca Nuts Ongebouwd Overig Totaal

Opbrengst 2020 € 29.193 € 17.080 € 10.434 € 8.587 € 7.192 € 6.960 € 3.996 € 3.821 € 2.554 € 1.086 € 510 € 121 € 8.471 € 100.000

Het verdient overweging om:

27 Bijlagen Economisch Koersdocument

• • •

Diverse trekkingsrechten te clusteren, om versnippering te voorkomen Retail en wijkeconomie gebiedsgericht te clusteren (horeca en winkels samen) Een dekkend overzicht te creëren zonder restcategorieën.

Als we deze indeling uitwerken met de 50 euro per ton woz-waarde als uitgangspunt, dan zouden de trekkingsrechten er aldus uit gaan zien: Trekkingsgerechtigden Bedrijventerreinen • Distripark • Coenecoop • Noord-Zuid • Vereniging bedrijven A12 Retail en wijkeconomie • Gouweplein • Sleutelkwartier • Waddinxveen-Noord • Zuidplas Sectoraal Maatschappelijk (onderwijs, sport, zorg) Agrarisch en poldergebied Totaal

Opbrengst 2020 € 251.158 € 97.292 € 59.121 € 49.741 € 45.004 € 47.807 € 18.421 € 10.689 € 10.743 € 7.955 € 42.148 € 27.542 € 14.607 € 341.113

NB Dit is een voorlopige opsomming op basis van niet-officiële cijfers

28 Bijlagen Economisch Koersdocument

In een kaart ziet deze gesuggereerde trekkingsrechtensystematiek er als volgt uit.

A B C D E F G H I

A12 Bedrijvenvereniging Distripark Coenecoop Noord-Zuid Gouweplein Sleutelkwartier Groenswaard Zuidplas Polder

4.6. Gemeentebreed De trekkingsrechtensystematiek is in 2005 ontwikkeld in Leiden, het oudste fonds. Idee was om de bestedingen zo dicht mogelijk bij de ondernemers te laten plaatsvinden. Overigens heeft Leiden bijna 20 gebieden. Waarvan de twee grootsten – binnenstad en sciencepark – gezamenlijk tweederde van het areaal uitmaken. In de loop der jaren zijn in Leiden drie trends duidelijk geworden: •

•

•

Kleine gebieden zijn zinvol, omdat ze de lokale problematiek goed kunnen aanspreken. Met parkmanagement werkt dat meestal goed. Maar ze stuiten snel op een grens, als de vraagstukken wat ingewikkelder worden en bijvoorbeeld over gezamenlijke inkoop gaan. Klein is goed, maar dan wel met de mogelijkheid om direct op te schalen. Leiden heeft inmiddels een federatie van negen terreinen op poten gezet. De negen betalen die federatie vanuit hun trekkingsrecht. Het is moeilijk om een systematiek waar mensen eenmaal aan gewend zijn, weer te veranderen. Dat is begrijpelijk, maar wel jammer. De economie verandert razendsnel. Om bij het voorbeeld van Leiden te blijven: als de structuur in 2020 vanuit een blanco situatie getekend zou moeten worden, zou hij er zeker anders uit zien dan nu het geval is. In alle fondsen is het zaak om periodiek met elkaar te kijken of er nog voldoende dynamiek in de gebieden zit. Er is een groeiende behoefte aan ‘stadsbreed’. Veel vraagstukken hebben geen link met een specifiek terrein. Met stip op 1 staat in dit opzicht de belangenbehartiging: overal in het land neemt de behoefte toe aan een bekwame en professionele persoon die de belangen van de ondernemers analyseert, onder woorden brengt en behartigt bij de overheid. En voorts aan een persoon die organisatiekracht toevoegt aan de verenigingen van ondernemers.

Leiden heeft met veel moeite een aandeel van 10% ’stadsbreed’ vrijgemaakt. Daaruit wordt een stichting gefinancierd voor belangenbehartiging, naast enkele projecten rondom ondernemerschap in met name de techniek.

29 Bijlagen Economisch Koersdocument

De Drentse gemeente Westerveld heeft bij het begin gekozen voor een aandeel van 80% gemeentebreed (minus de landbouw, die een sectoraal trekkingsrecht heeft). De wens was daar om de oude dorpenstructuur te doorbreken en ondernemers in de hele gemeente met elkaar te laten praten. Dat is goed gelukt. Bij een evaluatie bleek er een enorme dynamiek van het fonds uit te gaan. Voor Waddinxveen zou de suggestie zijn om 30% van het fonds voor gemeentebrede acties te bestemmen. Dat zou dus betekenen dat van de bovengenoemde bedragen 30% niet meer in gebieden of sectoren besteed wordt, maar gemeentebreed. Deze suggestie heeft te maken met de inschatting dat er de komende karen heel veel gemeentebrede kwesties op tafel gaan komen. De opsomming van thema’s die uit de interviews voor de economische agenda komt, duidt daar al op. Waddinxveen heeft met het OPW een goed platform om vorm te geven aan die gemeentebrede inzet. Het OPW wordt nu al breed gedragen en beschikt over relevante contacten, met de gemeente en met de regio. Het OPW bestaat uit Waddinxveense ondernemers, het is redelijk dat het OPW een eigen trekkingsrecht krijgt. Maar er moet gewaakt worden voor samenhang tussen de acties van het OPW en de trekkingsrechten van de gebieden. De kracht van de gebiedsgewijze trekkingsrechten is dat de ondernemers het als hun geld beschouwen, waar ze verantwoordelijkheid voor nemen.

Die lijn moet worden doorgezet naar het OPW. De oplossing zou kunnen zijn dat het OPW en het bestuur van het fonds gezamenlijk een werkplan met de bestedingen uit gemeentebreed opstellen en dat voorleggen aan het ambassadeursberaad. Dat zorgt voor een goede verankering, zonder de slagkracht van ‘gemeentebreed’ aan te tasten. Overigens zit in het verhaal over ‘gemeentebreed’ de boodschap verpakt dat het ondernemersfonds moet investeren in professionele capaciteit. De vragen waar ondernemend Waddinxveen voor staat, vergen deskundigheid en organisatiekracht.

4.8. Afstand gemeente Deze discussienotitie is geschreven vanuit de ‘mainstream practice’ bij de andere ondernemersfondsen. Een sterke regel uit die andere fondsen luidt: houdt de gemeente op afstand. De concrete gedaante van een ondernemersfonds is een financiële positie om te investeren in gezamenlijke belangen. Maar de abstracte gedaante is net zo belangrijk. Dan gaat het om een zelfstandige kennis- en onderhandelingspositie van de georganiseerde ondernemers ten opzichte van de overheid, om zelfbestuur, om emancipatie zo u wilt. De achtergrond van deze gedachte is vrij simpel: het lokaal bestuur is steeds instabieler, met snelle wisselingen van wethouders en ambtenaren, met wisselende verkiezingsuitslagen. Het heeft niet zoveel zin om daar over te klagen. De beste remedie is jezelf toerusten met kennis, organisatie en geld, om zelf stabiliteit en vernieuwing mogelijk te maken in het vestigingsklimaat. De ervaring is dat gemeentebesturen deze positie ook begrijpen en de autonomie van ‘voor en door ondernemers’ van harte accepteren. Er bestaat hier en daar vrees dat de gemeente zich wil bemoeien met de uitgaven uit het fonds. Maar voor een gemeente is het fonds in financieel opzicht van ondergeschikt belang. Zelfs en omvangrijk fonds is maar een fractie van wat een gemeente kan investeren.

Het gemeentelijk belang zit niet in het geld, maar in het voorhanden zijn van een goede gesprekspartner. Bijna overal in het land hebben ondernemersfondsen gezorgd oor een verbetering van de sfeer tussen ondernemers en gemeente, omdat de ondernemers zelf een agenda op tafel kunnen leggen, initiatieven kunnen nemen en acties kunnen starten. Er is veel meer gelijkwaardigheid in het speelveld.

30 Bijlagen Economisch Koersdocument

Voor Waddinxveen betekent dit dat er een nieuw convenant komt, waarin tenminste twee principes worden vastgelegd: •

•

Het ‘non-interventie beginsel’. Dat wil zeggen dat de gemeente zich niet bemoeit met de uitgaven uit het fonds, ook niet met de reservevorming of met andere kwesties. Het is helemaal aan de ondernemers. Het ‘non-substitutie beginsel’. Dat wil zeggen dat de gemeente toezegt niet te zullen proberen eigen uitgaven bij het fonds onder te brengen, of te bezuinigen op de eigen uitgaven voor het economisch klimaat omdat het fonds er al in actief is.

Overigens laat het non-interventie beginsel onverlet dat fonds en gemeente zullen streven naar samenwerking. In de praktijk kost een goed functionerend de gemeente het nodige geld, omdat er een partner is die goede plannen maakt. De verenigingen in het ondernemersfonds kunnen goed functioneren als kanaal voor overheidsuitgaven. Daar wordt iedereen beter van. Het non-interventiebeginsel laat verder onverlet dat de financiering van het fonds formeel bestaat uit een subsidie uit de publieke middelen. Het budget van het fonds blijft juridisch publiek geld. Daarom moet het fonds zich beijveren om snel en transparant rekening en verantwoording af te leggen. En de gemeente heeft te allen tijde het recht – zelfs de plicht – om in te grijpen bij malversaties. Dat hoef je niet in een convenant vast te leggen. De wet geeft daar afdoende ruimte voor.

4.9. Governance Het Ondernemersfonds Waddinxveen is een stichting met een bestuur vergezeld van een ambassadeursberaad. Daarmee volgt Waddinxveen de ‘mainstream’. Ondernemersfondsen zijn bijna altijd een stichting, de partijen die gebruik maken van een fonds zijn meestal verenigingen. Een stichting heeft het voordeel van slagkracht, een vereniging heeft het voordeel van toegankelijkheid. Maar het verschil is niet meer principieel. Belangrijk is wel dat behalve het stichtingsbestuur er een tweede platform is in het fonds. Elders is dat een adviesraad, in Waddinxveen dus het ambassadeursberaad. Het idee is tweeledig: ten eerste moet in een democratisch klimaat ook een stichtingsbestuur tegen iemand praten, verantwoording afleggen. Ten tweede moet er een platform zijn waar alle partijen met trekkingsrecht elkaar tegenkomen en informatie kunnen delen. De governance van Ondernemersfonds Waddinxveen is zo bezien in orde, maar is op dit moment topzwaar in het licht van het beperkte bedrag. Positiever gezegd: de huidige governance is geschikt om een groei van het fonds te begeleiden. Nog twee detailopmerkingen: •

•

De vuistregel is dat een fonds met een omvang van om en nabij de twee ton of meer een vorm van professionele capaciteit nodig heet. Dat kan gaan om administratieve capaciteit, plus enige capaciteit om een aanjaagrol te vervullen, de verenigingen met trekkingsrecht te helpen, de communicatie te verzorgen en dergelijke. Mocht besloten worden tot een herontwerp van het fonds, dan is ook een check-up van de btw-positie en de statuten geboden.

4.10. Slot Bestuur en ambassadeursberaad van Ondernemersfonds Waddinxveen hebben om deze notitie gevraagd. Vanuit het ambitieniveau dat keer op keer blijkt te bestaan in ondernemend Waddinxveen

31 Bijlagen Economisch Koersdocument

en vanuit de vergelijking met de ‘mainstream’ van de fondsen in Nederland, is er veel voor te zeggen om te komen tot een reconstructie van het fonds. We suggereren daarbij de volgende route: 1. Bestuur en ambassadeurs peilen met deze notitie in de hand de gevoelens in de diverse werkgebieden. Waar nodig, leiden de reacties tot een bijstelling van de voorstellen in deze notitie. 2. De notitie en de uitkomsten van de discussie in de werkgebieden worden ter kennis gebracht van de Gemeente Waddinxveen. De gemeente wordt verzocht af te zien van een evaluatie van het fonds in 2021 en in plaats daarvan mee te doen aan het herontwikkelplan. 3. Bij een voorspoedige uitkomst van de discussie kan de tarifering in twee jaarschijven (2022 en 2023) verhoogd worden naar 50 euro per ton WOZ-waarde.

32 Bijlagen Economisch Koersdocument

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10061719/1