CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen bij Economisch Koersdocument Waddinxveen 2021-2026.pdf

Besluitvormende raadsvergadering 2 juni 2021, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: RV.RB Economisch Koersdocument Waddinxveen 2021-202610.597 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Inhoudsopgave

Bijlage 1: Respondenten ......................................................................................................................... 3 Bijlage 2: Het economisch DNA van Waddinxveen................................................................................. 4 2.1

DNA van Waddinxveen ........................................................................................................... 5

2.2

Waddinxveen groeigemeente................................................................................................. 6

2.3

Waddinxveen MKB-gemeente ................................................................................................ 7

2.4

Speelveld in beweging ............................................................................................................ 8

Bijlage 3: De economie van Waddinxveen in cijfers en trends ............................................................. 10 3.1

Waddinxveen in de Corona-recessie .................................................................................... 10

3.2

Werkgelegenheid en aantal banen ....................................................................................... 12

3.3

Sectorale opbouw economie ................................................................................................ 13

3.4

Reisbewegingen tussen gemeenten ..................................................................................... 15

3.5

Opleidingsniveau, arbeidsparticipatie, bevolking ................................................................. 16

3.6

Zzp’ers en zelfstandigen........................................................................................................ 16

3.7

Bedrijventerreinen ................................................................................................................ 17

3.8

Glastuinbouw ........................................................................................................................ 19

3.9

Detailhandel .......................................................................................................................... 21

Bijlage 4: Blaauwberg-notitie Ondernemersfonds (ter informatie bijgevoegd) ................................... 23 4.1 Aanleiding ................................................................................................................................... 23 4.2. Omvang van het fonds ............................................................................................................... 24 4.3. Onderwerpen ............................................................................................................................. 25 4.5. Trekkingsrechten........................................................................................................................ 27 4.6. Gemeentebreed ......................................................................................................................... 29 4.8. Afstand gemeente...................................................................................................................... 30 4.9. Governance ................................................................................................................................ 31 4.10. Slot ........................................................................................................................................... 31

2 Bijlagen Economisch Koersdocument

Bijlage 1: Respondenten

Ton van Oosterom Riccardo Vitali Albert Blaauw Peter Stijkel Peter Brugmans Ton Vreeburg Peter de Graaf Peter van den Berg Rob den Boer Jac Bost Apo Yilmaz Leon van der Horst Martine Hooftman Fred van Noort Nico Heijmen Marten Jan van Olphen Marijke Roseboom Bernard Oosterom Egbert Jan Blonk Ramon Looije

Eltacon Eltacon Jumbo / Gouweplein Eosta / Logistiek Park A12 ZZP-commissie / Sleutelkwartier ZZP-commissie Alecs Boere Machinefabriek Toyota / VBC DPMH - duurzaamheidsplatform Easy Diner Boxspring Specialist Hooftman Auto’s Van Noort Infinity Repair STO Rijnstreek RO-AD Ondernemersfonds Ondernemersfonds SPB Bouwacademie

3 Bijlagen Economisch Koersdocument

Bijlage 2: Het economisch DNA van Waddinxveen

Waddinxveen heeft een bijzondere economie. De meeste werkgelegenheid is in de detail– en groothandel: daar zit 35,1% van de werkgelegenheid van Waddinxveen. Landelijk is dat nog geen 18% (zie bijlage 2). Een kleiner deel van de werkgelegenheid is in de landbouw, met de glastuinbouw en de bedrijven die een onderdeel zijn van het cluster van de Greenport Boskoop. Waddinxveen heeft met 84 banen per 100 leden van de beroepsbevolking voor een nietcentrumgemeente ook een relatief grote economie. In veel andere kenmerken (zoals aantal en economische positie van zelfstandigen, koopstromen en arbeidsparticipatie) - wijkt Waddinxveen bijna niet af van de landelijke cijfers. Tabel 1 Overzichtstabel van de economie van Waddinxveen Gegevens 2019 tenzij anders vermeld

Waddinxveen

Aantal banen (inclusief zelfstandigen)

13.340

Banen (werknemers) per 100 leden beroepsbevolking

84

77 (regio Midden-Holland)

Banen (inclusief zelfstandigen) per 1.000 inwoners

636

677 (Nederland)

Aantal banen in de handel en logistiek

35,1%

17,5% (Nederland)

Aantal banen in de landbouw

5,5%

2,6% (Nederland)

Aantal banen in de collectieve sector

15,3%

29,7% (Nederland)

Werkloosheid (2018)

3,3%

3,9% (Nederland)

Hoogopgeleiden (in de beroepsbevolking) (2018)

29%

31% (Nederland)

Arbeidsparticipatie (2018)

70%

68% (Nederland)

ZZP-ers t.o.v. het totaal aantal banen (2018)

11,9%

11,4% (Nederland)

Inkomen zelfstandigen (2017)

€ 38.900

€ 37.100 (Nederland)

ZZP-ers met laag inkomen (tot € 15.000) (2017)

9,6%

10,7% (Nederland)

Koopkrachtbinding dagelijkse artikelen (2018)

84%

82% (vergelijkbare gem. Randstad)

Koopkrachtbinding niet-dagelijkse artikelen (2018)

34%

31% (verg. gem. Randstad)

385 m2

350 m2 (verg. gem. Randstad)

1.214 m2

1.135 m2 (verg. gem. Randstad)

Winkelmeters per 1.000 inw. dagelijkse artikelen (2018) Winkelmeters per 1.000 inw. niet-dagelijkse art. (2018) Rapportcijfer waardering winkelvoorzieningen (2018)

7,7

Vergelijking

7,7 (verg. gem. Randstad)

Bronnen: CBS StatLine, waarstaatjegemeente.nl, Randstad Koopstroomonderzoek 2018

Tabel 1 geeft een overzicht van een aantal belangrijke kenmerken van de economie van Waddinxveen. In bijlage 3 werken we dat verder uit in een overzicht in cijfers en trends. In dit

4 Bijlagen Economisch Koersdocument

hoofdstuk gaan we - op basis van deze cijfers en enkele aanvullingen - in op het DNA van de economie van Waddinxveen. In combinatie met te verwachten trends en ontwikkelingen leidt dat tot een visie op de economische ontwikkeling.

2.1

DNA van Waddinxveen In zijn boek ‘Slimme streken’ benoemt de Twentse sociaalgeograaf Gertjan Hospers een aantal voorbeelden van regio’s die het op het eerste gezicht niet zo goed getroffen hebben: ze liggen geïsoleerd, er zijn weinig opleidingsfaciliteiten en weinig beeldbepalende, grote bedrijven. En toch gaat het best goed in die ‘slimme streken’. Er wordt hard gewerkt en veel geïnnoveerd. Hospers haalt zijn voorbeelden vooral uit Oost-Nederland en wijst vooral als succesfactoren op de goede samenwerking tussen bedrijven, op de maatschappelijke rol die de veel aanwezige familiebedrijven op zich nemen en op de actieve opstelling van de overheid. Die ’zachte’ factoren staan ook wel bekend als het DNA van een plaats of streek: het immateriële erfgoed dat niet direct zichtbaar is maar toch het vestigingsklimaat ook bepaalt. Wat is het DNA van Waddinxveen? Wie nu vraagt wat Waddinxveen is - een stad of een dorp of iets ertussenin- krijgt meestal als antwoord: een dorp. Maar dat is in 2020 niet helemaal zeker. Zelfs als we ver teruggaan in de tijd was het dat al niet. In 1947 schreef de Winkler Prins Encyclopedie dat de toen 9.000 Waddinxveners hun brood verdienden “landbouw, veeteelt (kaas) en industrie (meubelen, speelgoed, carrosseriebouw, chemische producten, cementsteen, tabak)”. Dat is eerder een kleinstedelijk dan een dorps rijtje.

De echte dorpen in de Randstad - de voormalige verzorgingscentra voor landbouwgebieden hebben het moeilijk. De landbouw is niet het grootste deel meer van de lokale economie. De dorpen vergrijzen en voorzieningen verdwijnen. Het worden slaap- of toeristische dorpen, zoals we die aan de Zeeuwse kust al langer kennen. De economische veelzijdigheid en maatschappelijke levendigheid is er verdwenen. Waddinxveen heeft een hele andere ontwikkeling doorgemaakt. De enorme bevolkingsgroei in de Randstad is voor een deel opgevangen door een ring van dorpen rondom de grote steden: een proces van suburbanisering, die veel dorpen tot voorsteden heeft gemaakt, zoals Leiderdorp, Capelle aan de IJssel en Rijswijk. Een andere uiting van de groei in de Randstad zijn de ‘new towns’, zoals Zoetermeer. Waddinxveen is weer een ander type, dat wat we ‘verlengde suburbanisering’ noemen. Geen voorstad als onderdeel van een agglomeratie, maar ook geen ‘new town’, omdat ze meer organisch zijn gegroeid. Vergelijkbare gemeenten zijn Zuidplas, Pijnacker-Nootdorp en Lansingerland. Wat de voorsteden, de ‘new towns’ en de verlengde suburbanisering-gemeenten delen is een functie die op het eerst gezicht ruimtelijk en economisch ondergeschikt is aan stedelijke centra.

Functies waar in de stad geen ruimte meer voor is (zoals grote suburbane woonwijken, logistieke bedrijvigheid en milieucategorie 4 bedrijven), komen in de omgeving rondom die stad terecht. Maar bij een uitgebreider onderzoek heeft Waddinxveen ook een gelijkwaardige lijn in z’n ontwikkeling. Veel beeldbepalende economische activiteiten - zoals de meubelindustrie - is verdwenen, maar er is andere, moderne midden- en kleinbedrijf (hierna MKB) -industrie voor

5 Bijlagen Economisch Koersdocument

teruggekomen. De verschillende soorten bedrijvigheid is groter geworden. Die is voor een deel geïmporteerd: bedrijven van buiten kwamen af op de centrale ligging. Maar voor een ander deel is het ook ‘eigen kweek’: Waddinxveen is een ondernemersgemeenschap. Het grote aandeel van de eigen kweek zie je in een bloeiende ondernemersvereniging en in ondernemers die zich verantwoordelijk voelen voor ‘hun’ Waddinxveen. Waddinxveen is een voorbeeld van ‘verlengde suburbanisering’ in relatie tot de grote steden; maar het kan ook een Randstedelijk voorbeeld zijn van een ‘slimme streek’. Dat is onderdeel van het sociaal kapitaal, waar op kan worden voortgebouwd.

2.2

Waddinxveen groeigemeente Vanaf 2015 groeit de bevolking van Waddinxveen met ongeveer duizend inwoners per jaar. Daarmee hoort Waddinxveen tot één van de snelste groeiers van het land. De verwachting is dat de stijging nog even blijft. De laatste voorspelling van het CBS plaatst Waddinxveen in de top 15 van groeigemeenten tot 2035, net achter Amsterdam. Op economisch vlak is de groei bijna even uitzonderlijk groot geweest, zowel het aantal banen als het aantal bedrijven (zie tabel 2). Dat heeft te maken met twee dingen:

• •

‘Traditionele’ groei, aan de hand van de uitgifte van nieuwe bedrijventerreinen; de opkomst van de ‘nieuwe economie’: zelfstandige zonder personeel (hierna ZZP’ers) en andere zelfstandigen.

Tabel 2 Procentuele banen- en bedrijvengroei tussen 2015 en 2019 Banengroei 2015 – 2019

Bedrijvengroei 2015 – 2019

Waddinxveen

+ 11.4%

+ 42.5%

Oost-Zuid-Holland 1

+ 10.8%

+ 39.8%

Nederland

+ 8.1%

+ 17.1%

1 Corop-regio Oost-Zuid Holland: Alphen aan den Rijn, Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard,

Nieuwkoop, Waddinxveen. Bron: LISA.

Waddinxveen groeit in de hoogconjunctuur van 2015-2019 harder dan het landelijk gemiddelde en dan de regio. De groei van het aantal bedrijven is spectaculair: Bijna de helft meer ondernemingen erbij in slechts vier jaar. Tussen al die nieuwe bedrijven zitten veel ZZP’ers. Waddinxveen groeit daarmee naar het landelijk gemiddelde van twaalf procent van de beroepsbevolking dat zelfstandig werkt, ‘eigen baas’ is. Waddinxveen volgt het landelijke patroon ook als het gaat om de activiteiten van de zelfstandigen en ZZP’ers. Er is geen piek in een bepaalde sector te zien onder de ZZP’ers in Waddinxveen. De groei van het aantal zelfstandigen is er in het hele land. Die trend zorgt op veel plekken voor de werkgelegenheidsgroei niet goed zichtbaar is. In kennissteden als Leiden, Amsterdam en Utrecht neemt het aantal banen snel toe. En dat terwijl deze steden propvol zitten. Er is vrijwel geen bedrijfskavel meer uit te geven. Er is sprake van ‘ruimteloze groei’: door verdichting van bestaande werkplekken en vooral door het toenemend aantal zelfstandigen dat vanuit huis werkt.

6 Bijlagen Economisch Koersdocument

In Waddinxveen hing de werkgelegenheidsgroei in de afgelopen jaren sterk samen met de beschikbare ruimte. Waddinxveen telt ongeveer 85 m2 bedrijventerrein per inwoner. Dat is een stuk hoger dan het landelijke cijfer van 51 m2. Het grote aantal bedrijventerreinen zijn in de loop van decennia opgebouwd. Aan de Noord- en Zuidkade langs de Gouwe bestaat al de negentiende eeuw bedrijvigheid en vanaf de jaren tachtig zijn de eerste percelen op het Coenecoop-terrein uitgegeven. Na de eeuwwisseling is de uitgifte van bedrijventerrein in een stroomversnelling gekomen met de komst van het Distripark, het Logistiekpark A12, Businesspark Vredenbrugh en Coenecoop III. Door deze ontwikkelingen staat Waddinxveen landelijk op de derde plek op het punt van bedrijventerreinen uitgifte tussen 2008 en 2017 (tabel 3). Opvallend is dat met Krimpenerwaard en Zuidplas er nog twee andere gemeenten uit Midden-Holland in de top 6 staan. Tabel 3 Top 6 gemeenten uitgegeven hectares bedrijventerrein tussen 2008 en 2017 1. Lansingerland 67,4 hectare 2. Dordrecht

35,5 hectare

3. Waddinxveen

28,9 hectare

4. Westland

27,3 hectare

5. Krimpenerwaard

25,6 hectare

6. Zuidplas

21,3 hectare

Bron: CBS Statline

2.3

Waddinxveen MKB-gemeente Veel nieuwe zelfstandige ondernemers en uitbreiding van grote bedrijventerreinen zijn belangrijke kenmerken van de groei. Maar toch is vooral het midden- en kleinbedrijf (minimaal 10 en maximaal 250 werknemers) de motor van de economie van Waddinxveen. In 2011 was het MKB (midden- en klein bedrijf) goed voor ongeveer 62 procent van de banen in Waddinxveen (CBS Statline). Het ‘grootbedrijf’ (meer dan 250 banen) zorgde voor 7% van de werkgelegenheid. Ter vergelijking: in Gouda zorgde het MKB voor 50% en het grootbedrijf voor 25% van alle banen. En ook landelijk lag het aandeel van het MKB in de werkgelegenheid onder de 50%. Waddinxveen kent geen groot bedrijf dat bij iedereen bekend is, zoals veel andere voorstedelijke gebieden in de Randstad dat wel hebben. Zoeterwoude heeft Heineken, Velsen heeft Tata Steel, Papendrecht heeft Boskalis en in Capelle zit een aantal grote dienstverleners bij elkaar bij de snelweg. Waddinxveen moet het hebben van de vele soorten in het MKB. Dat zie je ook in tabel 4.

Tabel 4 Aantal vestigingen in Waddinxveen naar grootte 2011 en 2019

7 Bijlagen Economisch Koersdocument

ZZP’ers en microbedrijven 1 – 9 banen

Midden-kleinbedrijf 10 – 250 banen

2011

1.486

219

2019

2.255

225

Bron: UWV Arbeidsmarkt in Zicht

In Waddinxveen zijn er zes MKB-bedrijven bijgekomen. Dat lijkt niet veel, maar in Gouda is het aantal MKB-bedrijven over dezelfde periode gedaald met 36, in de Krimpenerwaard met 32. In heel Zuid-Holland was de daling 4%. In de directe omgeving doet alleen groeigemeente Zuidplas het nog beter met 15 nieuwe MKB-vestigingen.

2.4 Speelveld in beweging De groei van de bedrijvigheid heeft Waddinxveen veel gebracht: • Er zijn banen bij gekomen; • Men doet investeringen; • De belastingbasis is verbreed; • Er zijn weer nieuwe plannen en innovatie. De uitgifte van nieuw bedrijvenareaal was daar de drager voor. Het speelveld is echter in beweging. Nog los van de Corona-recessie gaat het om 4 ontwikkelingen. 1. Waddinxveen begint tegen de ruimtelijke grenzen aan te lopen. Weliswaar zijn er nog enkele kavels uit te geven, maar waarschijnlijk is het direct uitgeefbare terrein op korte termijn echt op. Over de bestemming van de nog braakliggende bedrijvengrond boven de A12 bestaat nog geen overeenstemming. Vanuit de logistieke sector bestaat belangstelling, maar de vraag is of de laatste restjes uitgeefbare grond voor dit doeleind bestemd moet worden. In de regionaal economische visie is al opgenomen dat kwaliteit in de sector boven kwantiteit moet gaan. En dat de regio niet op voorhand inzet op meer logistieke bedrijven. 2. De aandacht verschuift van uitbreiding naar verdichting, mixen van functies, specifiekere inkleuring en herontwikkeling. In de planvorming is het debat daarover al langer gaande: Noordkade is al sinds 2006 aangewezen als te transformeren bedrijventerrein. Die geplande transformatie zal anders uitpakken dan in 2006 is bedacht.

De ambitie was al om - naast de ontwikkeling van woningen de werkfunctie deels intact te laten. In de Structuurvisie 2030 is nadrukkelijker ruimte gelaten voor behoud van bedrijfsruimten aan de westzijde van de Noordkade. Daarbij gaat het niet per se om behoud van wat er al is. Maar vooral ook stimuleren van initiatieven die passen bij het profiel van een modern woon-werkgebied. De vergelijking met de Haagse Binckhorst is snel gemaakt, waar een verouderd bedrijventerrein wordt herontwikkeld tot een industrieel woonwerkgebied met ruimte voor startups en jonge ondernemende mensen. In het geval van de Noordkade ligt er niet een duidelijk eindbeeld. Dat lijkt op zich verstandig. Waddinxveen is geen Den Haag. En het is belangrijk in deelgebieden te denken en in te spelen op kansen en creatieve initiatieven. Tegelijk is een visie op het gebied wel nodig. We komen daar in hoofdstuk 3 op terug.

8 Bijlagen Economisch Koersdocument

Een ander interessant zoekgebied voor verdichting is het Sleutelkwartier - het ‘van station tot brug’ gebied, dat inmiddels in ontwikkeling is. In afwachting van toekomstige woningbouwinvesteringen is er een kantoorverzamelgebouw gevestigd met werkplekken voor ZZP’ers en andere micro-ondernemingen. Het gaat voorlopig nog om een tijdelijk initiatief. Maar dat er ondanks de ongelukkige start (februari 2020, net voor de Corona-uitbraak) al een toename is te zien, geeft aan dat er vraag is. Het gaat dus om het zoeken naar een meer specifieke, meer onderscheidende invulling van de kleinschaliger werklocaties. Dat geldt ook voor de detailhandel, bijvoorbeeld op het Gouweplein (we gaan daar in paragraaf 3.3 verder op in). 3. Er zijn veel signalen dat de vestigingsvoorkeuren van bedrijven veranderen. De bedrijventerreinen aan de zuidkant van het dorp zijn ontwikkeld vanuit bekende ‘harde vestigingsvoorwaarden’: autobereikbaarheid, ruimte, parkeren, afstand tot woonwijken. Voor veel bedrijven blijft dat belangrijk, maar er komen voorwaarden bij. En bij dienstverlenende bedrijven worden die belangrijker dan de meer traditionele voorwaarden van ruimte en autobereikbaarheid: • • • • • •

Beschikbaarheid van gekwalificeerd personeel (al enige jaren de belangrijkste internationale vestigingsvoorwaarde voor grote bedrijven); Kwaliteit van het verblijfsklimaat: groen, daghoreca, verbinding met andere voorzieningen, levendigheid; Ov-bereikbaarheid; Organiserend vermogen onder ondernemers: netwerkmogelijkheden, innovatie-initiatieven, samenwerking met overheid en rond start-ups; Kwaliteit van de woonomgeving: beschikbaarheid van woningen, voorzieningenniveau (cultuur, sport, werkplekken, levendigheid); Mogelijkheden om je te verbinden aan duurzaamheidsinitiatieven.

4. De economische groei heeft geleid tot meer arbeidsmigranten. Dat heeft veel te maken met de soort bedrijvigheid: veel logistiek en glastuinbouw met vraag naar flexibele arbeid waar weinig Nederlandse werknemers op solliciteren. Waddinxveen heeft deze nieuwe werknemers hard nodig. Daarmee komen wel nieuwe vraagstukken op het dorp af rondom huisvesting, verwelkoming, meertaligheid en de duurzaamheid van het werk gezien robotisering en automatisering. We komen in hoofdstuk 3 in meer detail terug op deze ontwikkelingen.

9 Bijlagen Economisch Koersdocument

Bijlage 3: De economie van Waddinxveen in cijfers en trends

We verkennen in dit hoofdstuk in iets meer detail de staat van de economie van Waddinxveen in cijfers en trends. We maken gebruik van openbare bronnen, met zo actueel mogelijke cijfers. We starten met een overzicht van de geschatte impact van de crisis voor Waddinxveen en regio. Daarna beschrijven we met data die meer ingaan op de structuur van de economie – en ondanks de stevige conjuncturele 1 dip relatief stabiel zullen blijven.

3.1

Waddinxveen in de Corona-recessie De impact van de Corona-crisis is vooral groot door het samenvallen van 2 oorzaken:

1. Uitval en productiviteitsverlies aan de aanbodzijde door gedwongen contactbeperkingen. In de lichte variant gaat het om aanpassingsproblemen door de noodzaak om thuis te werken, een verhoogd ziekteverzuim en/of een tijdelijk lagere bezettingsgraad in de productie. In de meest heftige gevallen gaat het om gedwongen (al dan niet gedeeltelijke) sluiting op last van de overheid, het onmogelijk worden van het aanbod (de reisbranche), ernstige voorraadproblemen of het wegvallen van noodzakelijke arbeidskrachten door de terugkeer van arbeidsmigranten naar het land van herkomst. 2. Vraaguitval in binnen- en buitenland door gesloten grenzen, onzekerheid over inkomens, snel teruglopende liquiditeitsposities van bedrijven en productieproblemen elders in de wereld. Deze combinatie zorgt voor een teruglopende omzet in bijna alle economische sectoren, maar de pijn is niet gelijk verdeeld. De nood in de horeca en in de cultuur is van een andere aard dan die in de bouw of de zorg. De lokale impact van de Corona-recessie is daarom vooral afhankelijk van de samenstelling van verschillende sectoren van de werkgelegenheid. Een gemeente die erg afhankelijk is van toerisme en detailhandel, zal zwaarder getroffen worden dan een centrum van zakelijke dienstverlening of technologie. We kunnen 4 categorieën sectoren onderscheiden. 1.

Zeer crisisgevoelige sectoren op korte en middellange termijn: Vooral consumentgerichte bedrijvigheid zoals de horeca, detailhandel (exclusief supermarkten en webwinkels), cultuur, kappers en contactberoepen, reisbureaus en de evenementenbranche. Daaronder veel bedrijven met minimale reserves, weinig thuiswerkmogelijkheden en beperkte inhaalvraag.

1

Economische veranderingen op de korte termijn

10 Bijlagen Economisch Koersdocument

2. Sectoren met een conjuncturele dip in de lockdown en gedaalde omzetverwachtingen op middellange termijn. In principe minder gevoelig voor contactbeperkingen dan consumentsectoren en met hogere reserves. Zorgen zijn er over ziekteverzuim, bezettingsgraad, vraaguitval en logistieke beperkingen. Het gaat voornamelijk om de industrie, tuinbouw, logistiek, groothandel en uitzendbureaus. 3. Laat-cyclische sectoren: Relatief sterk in de lockdownperiode, met redelijk hoge reserves en flexibele mogelijkheden (zoals thuiswerken). Op middellange termijn gedaalde omzetverwachtingen door vraaguitval. Veelal zakelijke dienstverlening. Daarnaast de bouw, met de kanttekening dat de reserves in deze sector vaak een stuk lager zijn. 4. Sectoren die zowel nu als op middellange termijn relatief robuust zijn. Ofwel door stevige publieke financiering en toegenomen publiek belang (zorg, onderwijs, overheid), of door een toegenomen vraag naar producten en diensten (ICT, farmaceutische industrie, supermarkten, webwinkels, postorderbedrijven). Voor de economie van Waddinxveen ziet dat er als volgt uit.

Tabel 1 Sectorale corona-impact Waddinxveen naar arbeidsplaatsen (Lisa, bewerking Blaauwberg)

1.192 5.198

In % totale werkgelegenheid Waddinxveen 8.9% 39.0%

2.385 4.559 13.334

17.9% 34.2% 100%

Aantal arbeidsplaatsen Waddinxveen (2019) 1. Zeer crisisgevoelige sectoren 2. Crisisgevoelige maar weerbare sectoren 3. Laat cyclische sectoren 4. Weerbare sectoren Totaal

We vergelijken de cijfers van Waddinxveen met die van de regio Midden-Holland en het landelijk gemiddelde.

Tabel 2 Sectorale corona-impact Waddinxveen, Midden-Holland en Nederland (Lisa, bewerking Blaauwberg)

1. Zeer crisisgevoelige sectoren 2. Crisisgevoelige maar weerbare sectoren 3. Laat cyclische sectoren 4. Weerbare sectoren Totaal

Waddinxveen 8.9% 39.0%

Midden-Holland 11.4% 27.1%

Nederland 14.3% 26.3%

17.9% 34.2% 100%

23.0% 38.6% 100%

20.4% 39.9% 100%

Het beeld in Waddinxveen is dubbel. Enerzijds ligt het aantal direct crisisgevoelige banen met 8,9% laag. Waddinxveen heeft niet zoveel werkgelegenheid in recreatie, toerisme en horeca. Daar staat tegenover dat 39% van de werkgelegenheid zit in de tweede ring: ‘crisisgevoelige, maar weerbare’ sectoren. Dat is een stuk hoger dan het landelijk en in Midden-Holland. Het is

11 Bijlagen Economisch Koersdocument

ook duidelijk waar dit aan ligt: veel logistiek en industrie, plus een modern stuk glastuinbouwgebied. De kwetsbaarheid van de lokale economie zit dus vooral in de grote tussencategorie 2. Daar zijn de effecten van de crisis zeker merkbaar. Veel bedrijven weten met behulp van overheidssteun en eigen financiële reserves de zaak draaiende te houden. Het stilvallen van de logistieke stromen is voor deze voornamelijk industrie- en handelsbedrijven een belangrijke oorzaak van het omzetverlies geweest. Herstel van het internationale goederenverkeer is een belangrijke stap voor deze bedrijven op weg naar herstel. Als we het gebruik van het steunmaatregelenpakket bekijken het vermoeden bevestigen dat de ondernemers in Waddinxveen harder zijn geraakt in de crisis in vergelijking met de andere regiogemeenten. Tabel 3 Steun NOW 1.0 en 2.0 in Midden-Holland (UWV via NOW-dashboard, dec 2020, bewerking Blaauwberg)

Waddinxveen Gouda Zuidplas Krimpenerwaard Bodegraven-Reeuwijk

3.2

Aantal bedrijven met toegekende NOW-aanvraag

Totale NOW-steun via voorschot verstrekt

339 582 505 471 420

17.32 mln. 24.18 mln. 22.64 mln. 15.94 mln. 16.85 mln.

NOW-bedrag per 10 arbeidsplaatsen (afgerond op 100tallen) € 12.900 € 6.700 € 12.300 € 7.600 € 10.200

Werkgelegenheid en aantal banen De regio Midden-Holland heeft geen grote werkgelegenheidsfunctie. Het is een bekende structuurzwakte, die in regionaal verband goed is beschreven. De grote werkgebieden – Rotterdam, Den Haag, zelfs de randen van Utrecht – bevinden zich binnen dertig minuten autorijden. En in het herstel van de vorige crisis heeft de regio banen verloren aan deze omliggende regio’s. Waddinxveen heeft binnen Midden-Holland dan weer een behoorlijke werkgelegenheid: 89 banen per 100 leden van de beroepsbevolking. In een ideale situatie beweegt dit aantal zich ergens tussen de 90 en de 110. Te veel werk is niet handig, omdat het een groot aantal inkomende reizigers veronderstelt en veel verstoppingen oproept. Dat is bijvoorbeeld in Rotterdam het geval, met een quote van 117. Te weinig werk is ook niet goed, omdat dat wil zeggen dat je vooral een slaapstad bent. Dat is bijvoorbeeld het geval in Nissewaard (Spijkenisse), met een quote van 48. Waddinxveen komt dicht in de buurt van de meest gewenste verhouding van 90 tot 110. Daarmee lijkt het dorp dezelfde ‘werkpaarden’ in de provincie zoals Alblasserdam (91), Dordrecht (94), Capelle a/d IJssel (100) en Barendrecht (101).

12 Bijlagen Economisch Koersdocument

Tabel 4 Aantal banen en werkgelegenheidsquote Midden-Holland gemeenten (LISA, CBS 1 januari 2020).

Waddinxveen Midden-Holland, waarvan …

Aantal banen (incl. zelfstandigen)

Aantal banen per 100 leden van de beroepsbevolking (2019)

13.330

84

105.280

83

Gouda

36.090

93

Krimpenerwaard

20.980

70

Bodengraven-Reeuwijk

16.470

87

Zuidplas

18.410

77

Het wordt een ander verhaal wanneer we de hoeveelheid arbeid koppelen aan de daarvoor bestemde gronden. In dat geval blijkt Waddinxveen een zeer uitzonderlijk hoog gebruik kent van bedrijfsgrond: veel hectares, met naar verhouding weinig arbeidsplaatsen. En dat is nog exclusief de hectares glastuinbouw gerekend. Indien we deze meenemen komt het aantal banen per hectare nog lager uit (36 banen per hectare). Gouda is in onderstaande opstelling de tegenpool van Waddinxveen met een hoge dichtheid. Het kan nog extremer: Leiden zit op 180 banen per hectare, Den Haag zelfs op 218. Tabel 5 Banen per hectare bedrijvengrond (LISA, CBS, bewerking Blaauwberg) Aantal banen per hectare bedrijvengrond (incl. winkels, horeca, publieke voorzieningen)

3.3

Waddinxveen

55 banen per hectare

Midden-Holland, waarvan …

83 banen per hectare Gouda

129 banen per hectare

Krimpenerwaard

74 banen per hectare

Bodengraven-Reeuwijk

89 banen per hectare

Zuidplas

68 banen per hectare

Sectorale opbouw economie Veel van de werkgelegenheid in Waddinxveen zit in de handel en weinig in de collectieve sector (overheid, zorg, onderwijs) en de zakelijke dienstverlening. De grote handelssector in Waddinxveen bestaat voor bijna de helft uit werkgelegenheid in de groothandel. Verder vallen de relatief grote omvang van de sectoren ‘vervoer en opslag’ (met name logistiek) en de landbouw (vrijwel uitsluitend glastuinbouw) op. Tabel 6 Sectorale werkgelegenheid Waddinxveen (Lisa, 2020)

13 Bijlagen Economisch Koersdocument

Aantal banen Waddinxveen

In % totale werkgelegenheid Waddinxveen

Landelijk gemiddelde in %

Landbouw

740

5.5%

2.6%

Industrie incl. nutsvoorzieningen

1.360

10.2%

10.6%

Bouwnijverheid

797

6.0%

5.6%

Groothandel

2.866

21.5%

6.2%

Detailhandel + horeca

2.120

15.9%

16.4%

Vervoer en opslag

1.072

8.0%

5.1%

Zakelijke dienstverlening (incl. financieel)

2.344

17.6%

26.4%

Publieke diensten (overheid, onderwijs, zorg) Bron: waarstaatjegemeente.nl

1.852

13.9%

27.1%

Als we specifiek kijken naar de groothandel, als grootste lokale sector, dan gaat het in hoge mate om de handel in consumentartikelen, en dan vooral foodproducten. Tabel 7 Werkgelegenheid in groothandel Waddinxveen (Lisa, 2020) Groothandel in…

Aantal banen

1. Voedings- en genotmiddelen

1.168

2. Consumentenartikelen (non-food) 3. Machines, apparaten en toebehoren voor industrie

803 160

Tot slot werpen we nog een blik op de industrie. Die is om meerdere redenen interessant. Ten eerste brengt industrie relatief veel toegevoegde waarde en maakt ze vaak deel uit van internationale economische ketens van afzet- en toeleveranties. Bovendien is moderne industrie voor een groot deel kennisintensief werk geworden, met veel innovatie en investeringen. Dat is voor de veelzijdigheid en verdienkracht van je economie interessant. De technologische clustering in de regio Brainport Eindhoven (één van de grote groei-aanjagers in de Nederlandse economie van de afgelopen 10 jaar) is misschien het meest aansprekende voorbeeld. Ten tweede is techniek in de het onderwijs in Waddinxveen een speerpunt, zowel voor vmbo (Sterk Techniekonderwijs) als het mbo (het CIV Smart Industry). Waddinxveen heeft echter geen duidelijk kennisindustrieel of ambachtelijk speerpunt. Inderdaad is de vroegere sterke meubelindustrie nog in de cijfers terug te vinden. Maar met 174 banen in 2019 is dat te weinig om te spreken van een kennis- of industrieel cluster. Feitelijk is de glastuinbouw – formeel geen industrie dus niet in de tabel- met 589 arbeidsplaatsen het grootste kennisindustriële cluster van Waddinxveen. En dat is vooral een uitloper van een regionaal cluster, zo telt alleen Zuidplas al bijna drie keer zoveel arbeidsplaatsen in de glastuinbouw.

Tabel 8 Top drie werkgelegenheid industrietakken in Waddinxveen (Lisa, 2020)

14 Bijlagen Economisch Koersdocument

Aantal banen

3.4

Vervaardiging van …

2010

2014

2018

2019

1. Overige machines en apparaten 2

304

290

264

289

2. Vervaardiging van meubels

176

134

170

174

3. Vervaardingen van voedingsmiddelen

134

151

168

160

Reisbewegingen tussen gemeenten Waddinxveen is geen centrumgemeente en dus forensen veel inwoners, vooral naar Gouda en Alphen aan de Rijn (tabel 9). Dat zijn ook de belangrijkste gemeenten als het gaat om de inkomende reisbewegingen.

Tabel 9 Top vijf woon-werkgemeente in december 2018 (CBS) Woont in Waddinxveen en werkt in:

Werkt in Waddinxveen en woont in:

Waddinxveen

2.700

Waddinxveen

2.700

1. Gouda

1.800

1. Gouda

1.200

2. Alphen aan den Rijn

1.000

2. Alphen aan den Rijn

900

3. Rotterdam

900

4. Den Haag

800

4. Zuidplas

Rotterdam

900 700

Zuidplas

800

5. Zoetermeer

500

We kijken specifiek nog eens wat de invloed van de werkgelegenheidsgroei op de pendel is. Die groei uit zich tot nog toe enkel in een toename van de pendel, meer werknemers uit met name de Rotterdamse regio. De bewoners van Waddinxveen trekken nadrukkelijker naar de steden toe voor het werk.

Tabel 10 Top drie toename inkomende en uitgaande arbeid 2014 – 2018 (CBS) Werkt in Waddinxveen en woont in..

Toename inkomende pendel 2014 - 2018

Waddinxveen 1. Rotterdam Gouda 3. Capelle a/d IJssel

- 100 + 300 + 200 + 100

Woont in Waddinxveen en werkt in…

Toename uitgaande pendel 2014 - 2018

Waddinxveen 1. Gouda 2. Bodegraven-Reeuwijk 3. Den Haag Utrecht Dordrecht

- 100 + 300 + 300 + 200 + 200 + 200

2 Motoren, turbines, pompen, compressoren, appendages en drijfwerkelementen; machines en werktuigen voor

de land- en bosbouw; gereedschapswerktuigen; overige machines, apparaten en werktuigen voor specifieke doeleinden (toeleveranciers voor specialistische industrie)

15 Bijlagen Economisch Koersdocument

3.5

Opleidingsniveau, arbeidsparticipatie, bevolking De arbeidsmoraal van de Waddinxveense inwoners is groot: de werkloosheid is laag, de arbeidsparticipatie hoog. Wel is 33% hoogopgeleiden aan de lage kant. In een economie waar het geld steeds meer wordt verdiend met kennis is dat een echte structuurzwakte. Tabel 11 Opleidingsniveau en arbeidsparticipatie Waddinxveen en Midden-Holland (CBS, 2019) Netto Hoogopgeleiden Laagopgeleiden arbeidsparticipatie Werkloosheid 3

Waddinxveen

33%

20%

71.4%

2.7%

Nederland

38%

21%

68.8%

3.4%

Gouda

36%

23%

68.9%

3.7%

Zuidplas

42%

21%

73.2%

2.7%

BodengravenReeuwijk Krimpenerwaard

37%

21%

71.4%

2.6%

30%

23%

70.1%

2.6%

Voor een technisch georiënteerde MKB-gemeente als Waddinxveen geldt natuurlijk dat er ook een grote behoefte is aan praktisch geschoolde vakmensen. Op de arbeidsmarkt blijkt dat we het dan hebben over mensen met minimaal een diploma van mbo2 niveau. In statistische termen: de middelbaar opgeleiden. Met de kanttekening dat niveau 2 gediplomeerden vooral vertegenwoordigd zijn in flexibele arbeidsplaatsen rond personeelsbestanden. Vaste aanstellingen beginnen bij niveau 3 of beter nog een niveau 4 diploma (de klassieke vakman of vakvrouw). Het statistische begrip ‘laagopgeleid’ staat voor een diploma van een niveau 1 opleiding als hoogst behaalde diploma. Dat is dus minder dan de het nationale ‘startbewijs’ voor de arbeidsmarkt. Laag opgeleid betekent in ons land feitelijk ‘te laag opgeleid’. Een werkgever die een jongere met hoogstens niveau 1 aanneemt, doet aan ‘groenpluk”: zo’n jongere is te laag opgeleid en hoort op school te zitten. Doorleren is noodzakelijk om een fatsoenlijke positie op de arbeidsmarkt te bemachtigen. Vaste, duurzame aanstellingen voor een beloning die voldoende is om een gezin te onderhouden, komen bij de niveaus 1, 2 en zelfs 3 maar heel weinig voor.

3.6

ZZP’ers en zelfstandigen We zagen eerder al dat het aantal bedrijven in Waddinxveen flink toenam, vooral door een groei van het aantal zelfstandigen. Er lijkt een inhaalslag te zien, Waddinxveen nadert het landelijk en regionaal gemiddelde.

3 Aandeel werkenden binnen volwassen populatie (15 tot 75 jaar, excl. institutionele huishoudens)

16 Bijlagen Economisch Koersdocument

Tabel 12 Aantal zelfstandigen in Waddinxveen en Midden-Holland (VNG, 2019)

Waddinxveen

Totaal aantal met hoofdinkomen uit zelfstandige arbeid

In % werkzame beroepsbevolking

1.400

11%

Nederland

12%

Gouda

3.600

11%

Zuidplas

2.500

13%

Bodengraven-Reeuwijk

2.400

15%

Krimpenerwaard

3.500

14%

Ook gaat het hier nog alleen om de personen waarvan zelfstandige arbeid de hoofdinkomensbron is. Landelijk is juist ook een stijging van het aantal parttime zelfstandigen zichtbaar: naast loonarbeid nog een eigen zaak. Het gemiddelde inkomen van de zelfstandige in Waddinxveen ligt net iets hoger dan landelijk, bijna €41.000 per jaar ten opzichte van bijna €39.000. De samenstelling van de zelfstandigen in Waddinxveen is divers. Er zijn geen uitschieters in bepaalde sectoren.

Tabel 13 Zelfstandigen naar sector (CBS, 2017)

Aantal Zakelijke dienstverlening Handel Bouw Gezondheids- en welzijnszorg Overige dienstverlening Landbouw Industrie Transport Horeca ICT Overheid en onderwijs Cultuur, sport en recreatie

3.7

Waddinxveen

Zuid-Holland

Nederland

1.800

241.800

1.223.500

24% 16% 12% 12% 8% 4% 4% 4% 4% 4% 4% 4%

27% 13% 12% 12% 6% 4% 3% 3% 4% 4% 7% 5%

25% 13% 10% 13% 6% 7% 3% 3% 4% 4% 6% 5%

Bedrijventerreinen Waddinxveen heeft de afgelopen jaren fors uitgebreid, met Logistiekpark A12, Businesspark Vredenbrugh, Coenecoop III en op Distripark. Door deze ontwikkelingen staat Waddinxveen landelijk op de derde plek van meest uitgegeven meters bedrijventerrein tussen 2008 en 2017 (zie tabel paragraaf 2.2).

17 Bijlagen Economisch Koersdocument

In onderstaande matrix geven we een overzicht van omvang, kwaliteit, ruimtevragen en opgaven per terrein. 4 Oppervlak (netto)

Waarvan uitgeefbaar

Distripark A12 (Doelwijk)

74

4.4

Hoogwaardig, modern terrein voor logistieke bedrijvigheid.

Logistiek Park A12

34 ha.

2,6

Locatie voor grootschalige logistiek. Recent opgerichte ondernemersvereniging.

Plasweg

3,5

3,5

Coenecoop I, II en III/ West

40

1

Kleinschalige bedrijvigheid achter Logistiek Park A12. September 2020 besluit vrijgave ruimte. Gemengd terrein, hoge arbeidsdichtheid. Uitgifte deel III loopt voorspoedig.

Noordkade

19

-

Zuid

8.4

-

Kouwehoek

8.7

-

Terrein

Opgaven/ ambities

Status quo

Gedateerd terrein, grote ingrepen nodig voor revitalisering. Inzet is gemengd woon-werkgebied Vrachtverkeer is problematisch. Voorlopig behoud werkfunctie, op termijn transformatie bespreekbaar Verzakking N454 (Kanaaldijk) problematisch voor ontsluiting zuidoost zijde terrein.

Schoon, heel, veilig Infra en parkeren Duurzaamheid Duurzaamheid Landschappelijke inpassing Infra en parkeren Invulling Landschappelijke inpassing Schoon, heel, veilig Parkeren Duurzaamheid Transformatie

Infra

Ontsluiting Verkeersveiligheid

Op de drie grote terreinen is de basis op orde. De terreinen liggen er goed bij, het is er veilig, de ondernemers zijn georganiseerd en de bereikbaarheid is goed op orde. De verkoop van de laatste kavels lijkt een kwestie van tijd te zijn. De grote opgave voor Waddinxveen ligt bij de oudere werkterreinen, en vooral de Noordkade. Al enkele jaren wordt er gesproken over transformatie naar een gemengd woon-werkgebied. Dat moet een organisch proces zijn waarbij de gemeente open staat voor marktinitiatieven. Die initiatieven komen steeds meer los, maar de beweging is nog eenzijdig. Alle plannen gaan over omvorming van bedrijfspand naar woningen. Op het eerste gezicht logisch maar zonder toevoeging van nieuwe bedrijvigheid zullen de werkfuncties steeds meer afnemen. Hoe meer de Noordkade op een reguliere woonwijk begint te lijken, des te minder interessant wordt het gebied voor bedrijven en start-ups. De Kouwehoek functioneert nog vrij goed, al vraagt de infrastructurele situatie aan de zuidzijde om een oplossing. De provinciale weg zakt ieder jaar een paar centimeter. De enige

4 Diverse bronnen waaronder: Naar een bedrijventerreinstrategie voor Midden-Holland (Stec Groep, 26 februari 2020), Monitor bedrijventerreinen Zuid-Holland, Bestemmingsplan Glasparel+ e.a., websites ondernemersverenigingen

18 Bijlagen Economisch Koersdocument

ontsluitingsbrug van een rij kavels aan de oostzijde kan het groeiende diepteverschil bijna niet meer overbruggen. Aan de hand van een in 2020 uitgebrachte bedrijvenmonitor van de Provincie Zuid-Holland kunnen we dit beeld verder aanvullen met cijfermateriaal. Logistiek Park A12 is in dit overzicht nog niet meegenomen. 5

Aantal banen

Aantal banen per hectare

Toegevoegde waarde in miljoen euro

2.442

35

246 mln.

Aandeel werkenden woonachtig in eigen gemeente (2015) 18%

2.372

64

340 mln.

29%

703 274 240

36 40 29

66 mln. 40 mln. 21 mln.

44% 40% 36%

Distripark A12 (Doelwijk) Coenecoop I, II en III/ West Noordkade Kouwehoek Zuid

De Waddinxveense terreinen hebben, met enige uitzondering van Coenecoop, een vrij lage arbeidsdichtheid. Oftewel, weinig banen op veel hectares bedrijvengrond. Ter vergelijking: diverse terreinen in Midden-Holland zitten op 70 tot ruim 80 banen per hectare. De koplopers (Zoutman in Bodegraven-Reeuwijk en diverse Goudse terreinen) zelfs ver boven de 100. Enige nuance is wel op zijn plaats, het aantal banen op Doelpark gaat waarschijnlijk nog wat stijgen bij verdere ontwikkeling. Maar 80 banen per hectare wordt het waarschijnlijk niet. In dezelfde monitor wordt nog een aandachtspunt geformuleerd: Het gebrek aan voorzieningen. Voorzieningen en groen die het verblijfsklimaat versterken zijn inmiddels een echte concurrentiefactor geworden. De Waddinxveense terreinen doen het nog niet zo goed op dit gebied (behalve bedrijventerrein Coenecoop). Belangrijke vraag is uiteraard ook hoe Waddinxveen wil omgaan met eventuele toekomstige ruimtevragen vanuit de logistiek en distributie. Dat is ook echt een regionaal (af te stemmen) vraagstuk. Waddinxveen is partner in de logistieke samenwerking A12-corridor. Binnen dat kader trekken gemeenten en grote bedrijven met elkaar op om het profiel van de logistiek hotspot te versterken. Naast het investeren in marketing gaat het nadrukkelijk om afstemming en kwaliteitsverbetering.

In Midden-Holland verband heeft Waddinxveen zich daarnaast verbonden aan het triple helix project om van de regio een ‘best practice’ te maken. Beide regionale kaders zijn ook toepasselijk voor Waddinxveen, en zijn samen te vatten als terughoudend zijn met de uitgifte van logistieke bedrijventerreinen (verdozing tegengaan) en ‘kwaliteit boven kwantiteit’. De enige bestaande afspraak over ruimtegebruik waar Waddinxveen zich aan heeft verbonden is het afronden van de kaveluitgifte voor Logistiek Park A12.

3.8

Glastuinbouw

5 Vitaliteit bedrijventerreinen 2020 – onderzoek met microdata CBS en LISA

19 Bijlagen Economisch Koersdocument

De glastuinbouw, samengebracht in de zuidwesthoek van de gemeente, is een uitloper van het grotere regionale cluster Oostland. Het Werkboek Oostland presenteert een ruimtelijke koers voor de toekomst van de glastuinbouw en gaat daarbij uiteraard ook in op de toekomstmogelijkheden voor de Waddinxveense locaties: Bredeweg/ Glasparel+ en de Van Dort Kroonweg (nr. 15 en 16 op onderstaande kaart). Figuur 1 Glastuinbouwgebieden in Waddinxveen (en Zuidplas) volgens Werkboek Oostland

We maken het volgende op uit dit werkboek. •

•

De Bredeweg/Glasparel+ is een modern glastuinbouwgebied, met middelgrote tot grote kavels en bedrijven. Er is nog ruimte voor uitbreiding (30 hectare), en er zijn kansen voor collectieve energie- en watervoorzieningen. Het toekomstperspectief voor de Van Dordt Kroonweg is beperkter. De kavels zijn kleinschaliger en er zijn weinig mogelijkheden voor collectieve voorzieningen. Modernisering van het terrein is lastig door de ondiepe kavelstructuur. Enkele gevestigde bedrijven kunnen nog even vooruit in de huidige situatie met slechts beperkte schaalvergroting.

De opgave lijkt neer te komen op twee zaken: 1. Versterking van het cluster Glasparel+; 2. Een heroriëntatie op de functie-invulling van de Van Dordt Kroonweg in samenspraak met de gebruikers van het gebied.

20 Bijlagen Economisch Koersdocument

3.9

Detailhandel Tot slot de detailhandel. We kunnen dat overzicht beperkt houden. In 2019 is een nieuwe detailhandelsstructuurvisie vastgesteld met een eigen programma. Er is geen noodzaak om daar nu al veranderingen in aan te brengen. Waddinxveen telt verhoudingsgewijs veel winkels, vooral uiteraard na de komst van het Gouweplein. Met relatief veel (wijk)winkelcentra en winkelmeters (ziet tabel 3.1) is de Waddinxveense detailhandel wel kwetsbaar voor overaanbod en leegstand. Het wordt spannend hoeveel impact de Corona-crisis gaat hebben. Aan de andere kant neemt de bevolking van Waddinxveen nog flink toe door de nieuwbouw in Triangel. De recente Detailhandelsstructuurvisie 2019-2030 verwacht daarom dat het overaanbod verdwijnt. Dat was uiteraard wel voor Corona. De structuurvisie constateert een mogelijke uitdaging op langere termijn vanwege de verspreiding van de kleinere winkellocaties (Passage/ Sleutelkwartier, Zuidplas, Koningin Wilhelminaplein, Groensvoorde, Luifelbaan, Ieplaan, Dorpstraat en grootschalige detailhandel). Dat wordt belangrijker, omdat de winkelfunctie in Waddinxveen lokaal sterk is, maar een beperkte regionale functie lijkt te hebben. Het Koopstromenonderzoek Randstad liet over 2018 zien dat de koopkrachtbinding voor niet-dagelijkse goederen wat hoger ligt dan voor gemeenten van vergelijkbare grootte (34 versus 31 procent, zie figuur 3).

Maar dat de koopkrachtbinding van buiten Waddinxveen (de toevloeiing) beperkt blijft tot 33 procent, tegen 45% voor de vergelijkingsgemeenten. En ook voor dagelijkse goederen ligt dat met 14% iets lager dan de andere gemeenten die meegenomen zijn in het onderzoek (figuur 2). Figuur 2 Koopkrachtbinding en afvloeiing dagelijkse goederen (I&O Research, Randstad Koopstromenonderzoek)

Figuur 3 Koopkrachtbinding en afvloeiing dagelijkse goederen (I&O Research, Randstad Koopstromenonderzoek)

21 Bijlagen Economisch Koersdocument

22 Bijlagen Economisch Koersdocument

Bijlage 4: Blaauwberg-notitie Ondernemersfonds (ter informatie bijgevoegd)

In de loop van het traject voor het Economisch Koersdocument heeft Blaauwberg voor het bestuur van het Ondernemersfonds een gespreksnotitie opgesteld, met het oog op de mogelijkheden voor de doorontwikkeling van het Ondernemersfonds. Daarna heeft het Ondernemersfonds een eigen evaluatie laten uitvoeren. In de loop van 2021 komt het Ondernemersfonds met een eigen voorstel over de toekomst. Onderstaande gespreksnotitie is ter informatie opgenomen. Gespreksnotitie over toekomst van Ondernemersfonds Waddinxveen Blaauwberg, 19 oktober 2020

4.1 Aanleiding Het Ondernemersfonds Waddinxveen heeft zich een vaste plek verworven in de lokale economie. Het bestuur en de ambassadeurs hebben een ‘governance’ op poten gezet die het vertrouwen geniet van de ondernemers en zorgt voor een goede informatie-uitwisseling. De partijen met trekkingsrecht op het fonds, zijn gaan hechten aan hun investeringsmogelijkheden. Maar er zijn ook flinke twijfels. Daaronder: •

•

• •

Het is een financieel zeer beperkt fonds, met jaarlijks een voeding van 50.000 euro uit de opbrengst van de ozb voor niet-woningen en met een tijdelijke bijdrage uit de vrije middelen van de gemeente van nog eens 50.000. Deze bijdrage gaat vervallen. In relatie tot die omvang, is de governance structuur nogal zwaar. Het aantal trekkingsgerechtigden is groot en de afbakening is niet helemaal logisch. Een gevolg is dat de bedragen per partij zeer beperkt zijn. Zo beperkt, dat het soms niet eens de moeite waard is om plannen te gaan maken. Dat leidt dan tot de paradoxale situatie dat er geld overblijft Gemeentebrede en regionale kwesties passen niet goed in de huidige opzet van het fonds, terwijl daar wel vraag naar is De verhouding met de Gemeente Waddinxveen is te complex. Een Ondernemersfonds is ’voor en door ondernemers’, maar met de gemeente in de rol van medefinancier is de bemoeienis soms te groot.

In ondernemend Waddinxveen en bij het fonds zelf is de behoefte gebleken om naar de toekomst van het fonds te kijken. Met de gemeente is een evaluatie afgesproken in de loop van 2021, maar eigenlijk is al bekend hoe de bestuurlijk verantwoordelijke personen in ondernemend Waddinxveen ernaar kijken. Het fonds is een gewaardeerd instrument, maar het moet anders. De inspiratie daarvoor komt zeker ook uit de fondsen bij de buren in Gouda en Bodegraven-Reeuwijk. Op dit moment wordt gewerkt aan het opstellen van een economische agenda voor de Gemeente Waddinxveen. Ondernemers zijn daar nauw bij betrokken, zowel via hun organisaties als het OPW als individueel, via een uitvoerige interviewronde langs bedrijven. Het gevoelen is dat dit een goed kader is voor een discussie over de toekomst van het fonds. De uitkomst van die discussie zou kunnen zijn een herontwerp van het fonds. De evaluatie van 2021 zou dan beperkt kunnen zijn of zelfs geschrapt kunnen worden, waarbij de consequenties van de huidige discussie in 2022 hun beslag krijgen.

23 Bijlagen Economisch Koersdocument

Op 29 september 2020 hebben bestuur en ambassadeurs van het fonds – met steun van het OPW besloten deze discussie aan te gaan en terug te gaan naar hun werkgebieden. Deze notitie bevat een voorstel op hoofdlijnen, waarmee bestuur en ambassadeurs de discussie kunnen structureren. De oorzaak van problemen in het fonds hebben zeker te maken met de totstandkoming van het fonds. Die is vrij geïsoleerd verlopen, zonder gebruik te maken van de ‘mainstreamkennis’ die er al was over een ondernemersfonds. In die zin zijn het weeffouten. Het isolement blijkt bijvoorbeeld ook uit de afwezigheid van Waddinxveen in het Landelijk Platform Ondernemersfondsen, een plek waar de ruim 40 fondsen die er in het land zin, gezamenlijk tot ‘best practices’ komen en ‘tips & tricks’ uitwisselen. De inzet van de discussie is daarmee niet het uitvinden van een geheel nieuw wiel. De inzet is om Waddinxveen geleidelijk meer in de ‘mainstream’ te brengen en enkele leereffecten van die mainstream in praktijk te gaan brengen. Tot slot van deze inleiding: deze discussienotitie is opgesteld door bureau Blaauwberg, dat op dit moment de Gemeente Waddinxveen ondersteunt bij het opstellen van de economische agenda. Het gesprek met en over het ondernemersfonds is onderdeel van deze opdracht, met de kanttekening dat de gemeente zich niet met de inhoud bemoeit en ook niet op voorhand gecommitteerd is aan de uitkomst.

4.2. Omvang van het fonds Een groot verschil tussen Waddinxveen en ‘mainstream’ is de omvang. Wanneer ergens een nieuw fonds op poten wordt gezet, is het voor de initiatiefnemers zaak een inschatting te maken van het ambitieniveau. Gaat het alleen om het financieren van een aantal basisvoorzieningen, zoals de feestverlichting in winkelgebieden en parkmanagement of beveiliging op een bedrijventerrein? In dat geval kan gekozen worden voor een beperkt fonds, of mogelijk zelfs voor een veel meer plaatsgerichte aanpak via een BIZ of een reclamebelasting. Maar is de ambitie om het ondernemingsklimaat in de hele gemeente een ‘boost’ te geven, dan kom je bij een groter fonds uit. Dat ‘ambitieniveau’ staat nog los van de feitelijke plannen. Er zijn tal van voorbeelden in het land waar helemaal geen probleeminventarisaties waren, gewoon omdat er toch geen middelen waren om eventuele voorstellen te financieren. Het denken over plannen komt pas goed op gang wanneer een mogelijkheid bestaat dat ze ook echt uitgevoerd gaan worden. De ambities moeten worden afgewogen tegen de inschatting over de draaglijkheid van de meerlasten. Uiteindelijk wordt een fonds gevoed uit en ozb-verhoging. In de praktijk kiest het overgrote deel van de fondsen voor een jaarlijkse voeding van 50 tot 60 euro per 100.000 euro WOZ-waard.

Er zijn enkele uitschieters naar boven, het ruimst gefinancierde fonds werkt op basis van 84 euro per ton WOZ-waarde. In Waddinxveen is gekozen voor een fonds van 50.000 euro, met een verdubbeling voor een aantal jaren uit de reguliere middelen van de gemeente tot 100.000 euro. Mocht destijds gekozen zijn voor een inzet op basis van het ‘mainstreambedrag’ van 50 euro, dan zou het fonds in 2019 omstreeks 340.000 euro alleen uit de ozb-verhoging hebben ontvangen. Dat is een groot verschil. De klacht over de zwaarte van de governance van het fonds is in dit licht goed verklaarbaar: de governance is zeer reëel bij een bedrag van 340.000, maar topzwaar bij een bedrag van 50.000 (plus 50.000). De vraag is of ondernemend Waddinxveen iets wil doen aan dit verschil. Met 340.000 zou Waddinxveen in de pas gaan lopen met het ambitieniveau van de collega-fondsen (behalve in Bodegraven-Reeuwijk en Gouda, ook in onder meer Pijnacker-Nootdorp, Leiden, Katwijk, Delft, Den Helder, Groningen, Leeuwarden, Assen, Meppel, Utrecht, Heerlen en Helmond).

24 Bijlagen Economisch Koersdocument

Het beantwoorden van deze vraag is een zaak van inschatting van enerzijds de ambitie, anderzijds de draaglijkheid van de benodigde ozb-verhoging. Daar zijn nog twee praktische opmerkingen bij te maken: •

•

Gevreesd moet worden dat er sowieso een discussie over een hogere ozb aan zit te komen. Het is heel lang rustig geweest op het terrein van de lokale lasten, maar de coronacrisis heeft het lokaal bestuur zo verzwakt, dat belastingverhogingen weer in beeld komen. Mochten de ondernemers in Waddinxveen besluiten hun fonds te vergroten, dan trekken ze de regie in de discussie over de ozb en kunnen ze een generieke verhoging wellicht beperkt houden. Je kunt maar beter aan tafel zitten wanneer er over geld gesproken wordt. Hoewel een voeding van 50 euro alleszins draaglijk is gebleken op tal van plaatsen, blijft het een lastenverhoging. Er zou nagedacht kunnen worden over een groei naar het beoogde eindbedrag in twee of drie jaar, zodat de tariefsverhoging geleidelijk wordt doorgevoerd. Zo ontstaat ook de tijd om plannen te maken die bij het hogere ambitieniveau horen.

4.3. Onderwerpen Waddinxveen is van oudsher een hechte gemeenschap, met goede gespreksverhoudingen tussen de ‘stakeholders’. Dat blijkt ook uit de ambitie om met elkaar vraagstukken op te pakken. Zoals eerder opgemerkt, worden op dit moment ondernemers in Waddinxveen bevraagd op hun aspiraties om gezamenlijk bij te dragen aan de nieuwe economische agenda. Daar komt een imposante lijst van ambities uit. Hieronder treft u een greep aan. Technisch onderwijs. De bestaande bouwacademie uitbreiden van mbo 2 en 3 voor metselen en timmeren uitbreiden met installatietechniek en tegelen. Aanhaken bij de Campus Goud aanhaken bij de campus Gouda, daarmee ook losse modules uit het mbo- en hbo-aanbod naar Waddinxveen halen. De campus zelf is op dit moment gericht op techniek in de zorg en wil stageplaatsen in regio aanbieden. De plannen verschaffen de mogelijkheid om, zonder zelf nieuw onderwijs op te starten, een kennisinjectie naar Waddinxveen halen. Van de bedrijven wordt vooral verwacht dat ze zich goed organiseren. Woon-werk locaties. Waddinxveen heeft nog maar beperkt uitgeefbaar terrein voor bedrijven. Groei van de economie zal voor een groot deel moeten komen van benutting van bestaand areaal en van inbreiding. De broedplaats voor ambachtelijke activiteiten Sleutelkwartier is een goed voorbeeld van werkruimte in een hoge dichtheid, goed ingepast in de omgeving.

Werkfuncties in de wijken en verdichting in de woonwijken zullen aan de orde komen. Dat vergt een ondernemer gedreven manier van naar de ruimtelijke ordening kijken. Duurzaamheid. Gezamenlijk beheer van afvalstromen, een windmolen plaatsen of aardwarmte benutten. De eisen aan het energielabel van bedrijfsgebouwen gaan de komende jaren veel strenger worden. De Regionale Energie Strategie (RES) gaat uit van minimaal energielabel B, het gros van de gebouwen heeft nu nog een label C. Het zijn allemaal beproefde technieken, maar ze gaan de spankracht van een enkel bedrijf meestal te boven. Door schaal te maken zijn per bedrijf zeer forse kostenreducties mogelijk. Dat is vooral een zaak van organisatie en ‘vraagbundeling’. Circulariteit. Bij de bouw van nieuwe gebouwen rekening houden met hergebruik van alle materialen bij afbraak. Er zijn verschillende keurmerken, bijvoorbeeld BREEAM. Alweer: er is organiserend vermogen nodig voor schaalwinst.

25 Bijlagen Economisch Koersdocument

Regionale samenwerking. Waddinxveen is te klein om alle opgaven alleen op te pakken. De RES is een voorbeeld van een regionale aanpak. Zuidplas heeft al parksharing (on line marktplaats voor uitwisseling van afvalstromen, goederen, apparatuur, personeel). Waddinxveense ondernemers zijn hier ook in geïnteresseerd. Bodemdaling. Midden-Holland is het epicentrum van de bodemdaling. Er gaat een hausse aan investeringen komen, sommige uitgesproken innovatief, zoals drijvende gebouwen en infrastructuur. Lokale architecten, aannemers en toeleveranciers moeten hier een kennis- en marktpositie in verwerven. Bovendien is expertise omtrent bodemdaling een exportproduct: er zijn veel deltagebieden in de wereld die voor vergelijkbare uitdagingen staan. De academische kennis zit in Delft en andere steden, de laboratoriumfunctie zit hier. Ook die positie vraagt om verwaarding. Retail. De winkelleegstand en de coronacrisis vragen om een retailstrategie. Er zijn weldegelijk nieuwe formules – beleving en service, wellness, vintage en hergebruik, cross-overs met dienstverlening en cultuur, nieuwe horeca – maar die moeten actief aangejaagd worden. Arbeidsmigranten. Er moet rekening gehouden worden met een permanente behoefte aan de inzet van arbeidsmigranten. Een deel van hen zal heen en weer blijven reizen. Voor hen is goede huisvesting nodig. Andere zullen hier blijven en hun gezinnen meenemen.

Voor hen zijn integratietrajecten nodig. MiddenHolland is tot nu toe gespaard gebleven voor misstanden zoals in het Westland. Maar Waddinxveen, Bodegraven-Reeuwijk en Zuidplas staan gezamenlijk voor de opgave om een ‘best practice’ te scheppen.

Luifelbaan. De Luifelbaan geldt vanuit de winkelplanologie als niet-toekomstbestendig. Maar de Luifelbaan bestaat nog steeds. Er is een besluit nodig en een plan om weer te gaan investeren, in gevelonderhoud en andere maatregelen om kwaliteit en levendigheid terug te krijgen.

Gebiedsmanagement. Coenecoop financiert vanuit het ondernemersfonds cameratoezicht. Het gebied is toe aan een eigen vorm van parkmanagement, maar daar is geen geld voor. Communicatie en verbondenheid. Er wordt vaak opgemerkt dat de dat de ondernemers in Waddinxveen zelf niet weten welke bedrijven er allemaal zijn en wat ze doen. Dat geldt ook voor de inwoners. Ondanks de hechtheid van de gemeenschap, zijn er inspanningen nodig om de thuismarkt goed te organiseren en te etaleren. Het gaat om koopkrachtmobilisatie en onderlinge toelevering, maar ook om gezamenlijk (technisch) personeel werven en interesseren voor werk in Waddinxveen.

Tot zover deze groslijst. Bijna alle onderwerpen hebben gemeenschappelijk dat de ‘out of pocket’ kosten in eerste instantie beperkt zijn. Het gaat niet om de aanschaf van hardware. Het gaat steeds om ‘organiserend vermogen’, getalenteerde capaciteit om een goed plan te maken. En het gaat ook vaak om lange termijn doelen, niet een enkel project voor de korte termijn. Er zit visie achter. In dat verband is het interessant om te kijken hoe het bestedingspatroon zich in andere fondsen ontwikkelt. Daar zijn globaal drie generaties in te onderscheiden: •

In de eerste generatie gaat het om ‘acute noden’, dingen die al lang hadden moeten gebeuren en waar nu eindelijk structureel geld voor is. Het standaardvoorbeeld is de Sinterklaasintocht, in combinatie met de feestverlichting in winkelgebieden. Dat zijn bijna noodzakelijke voorzieningen, maar de financiering werd steeds meer een probleem. Na de komst van het fonds is dat anders. Op bedrijventerreinen heeft ‘acute nood’ vaak betrekking op beveiliging.

26 Bijlagen Economisch Koersdocument

•

•

In de tweede generatie gaat het vaak om het planmatig uitbouwen van zaken uit de eerste generatie. Een winkelgebied gaat van een promotieactie over naar meerjarige marketing, een bedrijventerrein breidt de beveiliging uit met parkmanagement en gezamenlijke inkoop. In de derde generatie komen de bestedingen los van ‘wat de hand te doen vindt’. Het gaat steeds meer om bestedingen waar echt een plan achter zit, een creatieve agendasetting door de ondernemers.

In deze termen bezien, denkt ondernemend Waddinxveen sterk aan die ‘derde generatie bestedingen’. Er lijkt ruimte te zijn voor een schaalsprong van het fonds.

4.5. Trekkingsrechten Alle ondernemersfondsen – ook Waddinxveen – werken met een trekkingsrechtensystematiek. Dat wil zeggen dat de middelen door een centrale kas beheerd worden, maar dat gebieden of sectoren een trekkingsrecht hebben op die kas al naar gelang hun inleg via de belastingheffing. Met dit systeem worden twee zaken gecombineerd: ten eerste heeft iedereen en eigen financiële positie, ten tweede staat die positie in een context: er moet met anderen overlegd worden. Het is de balans tussen autonomie en samenwerking. Het aantal trekkingsgerechtigden verschilt zeer per fonds. Er zijn geen ‘voorschriften’: het is steeds weer kijken hoe de ondernemers aankijken tegen samenhang en ambities. Zo heeft Groningen slechts zes partijen: vier grote verenigingen in de stad, de vereniging in het buitendorp Ten Boer en de kennisinstellingen. Binnen die grote gebieden zijn er weer onderverdelingen. Groningen heeft verder een aandeel van 25% gecreëerd voor ‘stadsbreed’, kwesties die niet in een enkel gebied spelen maar verspreid zijn, zoals ICT, cultuur en politieke belangenbehartiging. Utrecht – dubbel zo groot als Groningen – werkt met maar liefst 70 gebieden. Daar hoort de kanttekening bij dat enkelen daarvan (binnenstad, Uithof, Lage Weide) zeer groot zijn, maar toch.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10061719/1