CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage I: IHP Waddinxveen 2025-2029

Besluitvormende raadsvergadering 16 april 2025, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: Integraal Huisvestingsplan (IHP) 2024-202921.091 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

IHP Waddinxveen

2025-2029

Opdrachtgever Gemeente Waddinxveen Datum 3 maart 2025 Referentie 1575404-0061.0.1 Auteur(s) Michel Drenth - HEVO B.V. Roxanne America - HEVO B.V.

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

Statenlaan 8

5223 LA 's-Hertogenbosch

T 073 - 6 409 409

info@hevo.nl

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

KvK Brabant 16029774

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

Burg. Roelenweg 40

8021 EW Zwolle

T 038 - 4 258 101

ISO 9001-gecertificeerd

BTW 0011.60.461.B01

Inhoudsopgave 1. 1.1. 1.2. 1.3. 1.4. 1.5.

Inleiding Landelijke Context Lokale Context Doelstelling Aanpak Leeswijzer

4 4 4 4 5 5

2. 2.1. 2.2. 2.3.

Aanbod onderwijs en kinderopvang Primair onderwijs Voortgezet onderwijs Kinderopvang

6 6 6 7

3. 3.1. 3.2. 3.3. 3.4.

Beleid en Visie Landelijk Beleid Lokaal Beleid Visie op onderwijs en kinderopvang Visie op Onderwijshuisvesting

8 8 8 9 10

4. 4.1. 4.2. 4.3. 4.4. 4.5.

Methodiek Capaciteitsanalyse Onderwijs Capaciteitsanalyse Kinderopvang Kwaliteitsanalyse Onderwijs Duurzaamheidsanalyse Onderwijs CO2-analyse Onderwijs

16 16 16 17 17 17

5. 5.1. 5.2. 5.3. 5.4. 5.5.

Analyse en opgave Capaciteit Onderwijs Capaciteit Kinderopvang Kwaliteit Onderwijs: Quickscans Duurzaamheid Onderwijs Reflectie op de opgave

18 18 20 22 23 23

6. 6.1.

Scenario’s Scholenlandschap Gemeente

24 24

Referentie: 1575404-0061.0.1.

6.2. 6.3.

Scenario’s Onderwijs Scenario’s Kinderopvang

24 28

7. 7.1. 7.2. 7.3. 7.4. 7.5. 7.6. 7.7.

Financiële vertaling en CO2-reductie IHP Kwaliteit Verdeling Kwaliteit Kosten Financiële Uitgangspunten Overzicht investeringskosten Onderwijs Status IHP Kosten CO2-reductie

29 29 29 30 32 34 40 40

8. 8.1. 8.2. 8.3. 8.4.

Vervolg IHP Aansluiten bij Uitvoeringsprogramma Maatschappelijke Voorzieningen Opstellen haalbaarheidsonderzoeken Procesafspraken uit het IHP Disclaimer

41 41 41 41 42

Bijlage I: Wettelijke en beleidskaders

43

Bijlage II: Energieprestaties

45

Bijlage III: Kwaliteitsadvies Frisse Scholen

45

Bijlage IV: Herkomstanalyse

46

Bijlage V: Lokalenstudie Primair Onderwijs

51

Bijlage VI: Duurzaamheidsscans

54

Bijlage VII – Tijdelijke Huisvesting

55

Pagina 2 van 56

Afkortingenlijst IHP Integraal Huisvesting Plan PO Primair Onderwijs VO Voortgezet Onderwijs (I)KC (Integraal) Kindcentrum VNG Vereniging van Nederlandse Gemeenten KDV Kinderdagverblijf KOV Kinderopvang BSO Buitenschoolse Opvang (V)SO (Voortgezet) Speciaal Onderwijs VVE Voor- en Vroegschoolse Educatie LEA Lokaal Educatieve Agenda JOS Jeugdhulp Op School OOGO Op Overeenstemming Gericht Overleg BENG Bijna Energieneutraal Gebouw ENG Energieneutraal Gebouw OV Openbaar Vervoer TCO Total Cost of Ownership MJOP Meerjarenonderhoudsplan BVO Bruto Vloeroppervlak

Referentie: 1575404-0061.0.1.

Pagina 3 van 56

1. Inleiding De gemeente Waddinxveen heeft samen met de schoolbesturen voorliggend Integraal Huisvestingsplan (IHP) opgesteld voor de onderwijshuisvesting van het Primair Onderwijs (PO) en Voorgezet Onderwijs (VO). In dit plan worden de kaders bepaald waarbinnen de gemeente de schoolbesturen samenwerken aan goede, toekomstbestendige onderwijshuisvesting. Goede onderwijshuisvesting is een randvoorwaarde voor goed onderwijs. De noodzaak tot samenwerking komt voort uit de gedeelde verantwoordelijkheid voor onderwijshuisvesting: de gemeente heeft een zorgplicht voor onderwijshuisvesting voor onder andere nieuwbouw en uitbreiding en schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor onderhoud en exploitatie. In dit IHP worden beide verantwoordelijkheden op elkaar afgestemd. Kinderopvang maakt steeds vaker deel uit van onderwijshuisvesting in Integrale Kindcentra (IKC’s). Ondanks dat de gemeente geen formele verantwoordelijkheid heeft voor de huisvesting van kinderopvang zijn zij een belangrijke schakel in de ontwikkeling van kinderen. De kinderopvangorganisaties zijn daarom, mede op verzoek van de gemeenteraad, ook betrokken bij de totstandkoming van dit IHP.

1.1. Landelijke Context Het IHP sluit aan op de landelijke context. Door nu een strategisch IHP te ontwikkelen spelen gemeente, schoolbesturen en kinderopvangorganisaties in op, onder andere, de volgende landelijke ontwikkelingen:  De wettelijke status van IHP’s en renovatie (naar aanleiding van het wetsvoorstel van VNG, VO-raad en PO-raad).  De verbeterslag die gemaakt dient te worden op het gebied van de kwaliteit van onderwijshuisvesting.  De duurzaamheidsambities die voortvloeien uit de afspraken binnen het Klimaatakkoord.  De druk die is ontstaan op de bekostiging van onderwijshuisvesting.

Referentie: 1575404-0061.0.1.

1.2. Lokale Context Waddinxveen is relatief één van de snelst groeiende gemeente van Nederland. In de gemeente worden jaarlijks 300 tot 400 woningen gerealiseerd, waardoor het aantal inwoners naar verwachting groeit naar 40.000 inwoners in 2029 en naar 44.000 inwoners in 2034. Hierna wordt een stabilisatie onder de 45.000 inwoners verwacht mits geen aanvullende nieuwe woningbouwplannen worden uitgevoerd. Het onderwijslandschap in Waddinxveen staat reeds voor een forse uitbreidingsopgave. Zowel meerdere PO-locaties als de VO locatie in Waddinxveen ondervinden in de huidige situatie ruimtegebrek. Door de voorziene groei van het inwoneraantal neemt de uitbreidingsbehoefte van het onderwijs in de toekomst nog verder toe. Vanuit het voorgaande IHP uit 2016 is een groot deel van de scholen voorzien van nieuwbouw. Het restant van de scholen is levensduurverlengend gerenoveerd. Daarmee heeft de gemeente, zeker in verhouding tot de rest van Nederland, een goed gebouwenbestand. Echter zijn de gerenoveerde gebouwen nog niet voorbereid op de steeds strengere eisen die worden gesteld aan de energieprestatie van de gebouwen. Er is daarom ook sprake van een verduurzamingsopgave.

1.3. Doelstelling Het IHP is een strategisch plan waaraan gemeente, schoolbesturen en kinderopvangorganisaties zich conformeren. Gezamenlijk wordt toegewerkt naar een toekomstbestendig opgroeiklimaat met bijbehorende huisvesting voor onderwijs en kinderopvang. In tegenstelling tot de werkwijze (uitsluitend) op basis van de Verordening Onderwijshuisvesting (in het vervolg ‘verordening’), wordt in het IHP uitgegaan van een proactief onderwijshuisvestingsbeleid binnen de gestelde financiële kaders. Het IHP:  Sluit aan op de beleidskaders van de gemeente op het gebied van onderwijs.  Geeft aan op welke wijze de gemeente zij haar zorgplicht wenst in te vullen.  Stelt de gemeente en schoolbesturen in staat om op korte en lange termijn toekomstbestendige keuzes te maken en proactief beleid te voeren.  Stelt de kaders waarbinnen de gemeente, samen met de schoolbesturen, investeert in de onderwijshuisvesting.  Biedt een meerjarenperspectief waarop het eigen (investerings-)beleid van de gemeente en schoolbesturen kan worden afgestemd;  Vormt het beleidskader voor onderwijshuisvesting voor vijf jaar (2025-2029) en geeft een doorkijk voor de langere termijn van 15 jaar (2030-2044). Het IHP wordt elke vijf jaar herijkt, zodat het IHP blijft aansluiten bij de vragen en behoeften van dat moment. Pagina 4 van 56

De verankering van het IHP kan verdeeld worden over het strategisch, tactisch en operationeel niveau. Dit IHP is daarin het strategisch kader. Na vaststelling van het IHP wordt een uitvoeringsplan opgesteld waarin de eerste termijn van het IHP wordt uitgewerkt. Dit is het tactisch niveau (zie ook H8). De uitvoering van de projecten is onderdeel van het operationeel niveau.

Beleid

1.5. Leeswijzer Na dit eerste inleidende hoofdstuk beschrijft hoofdstuk 2 het onderwijslandschap van de gemeente. Hoofdstuk 3 gaat in op de gezamenlijke visie en uitgangspunten. Hoofdstuk 4 introduceert de gehanteerde methoden voor de analyse van de opgave die in hoofdstuk 5 worden gepresenteerd. Hoofdstuk 6 beschrijft de scenario’s die invulling geven aan de opgave. Hoofdstuk 7 voorziet de scenario’s uit hoofdstuk 6 van financiële uitgangspunten en een financiële vertaling. In hoofdstuk 8 is, tot slot, het vervolgproces na het IHP omschreven.

Strategisch IHP

Tactisch Uitvoeringsplan

Operationeel Projecten

1.4. Aanpak Het IHP is samen met gemeente, schoolbesturen en kinderopvangorganisaties ontwikkeld. Daarbij zijn gezamenlijk de volgende stappen doorlopen: 1. Om te komen tot een gezamenlijke visie zijn in diverse bijeenkomsten met de gemeente en de schoolbesturen uitgangspunten gedefinieerd. Deze visie is vervolgens gedeeld met de kinderopvangorganisaties en met hen besproken en aangescherpt. 2. Er heeft een uitgebreide analyse plaatsgevonden van de onderwijsgebouwen in de gemeente. Er is onder andere gekeken naar capaciteit, kwaliteit en duurzaamheid. Aan de hand van de analyse is de opgave in beeld gebracht. 3. Op basis van de gezamenlijke visie en de uitkomsten van de analyse zijn de scenario’s die invulling geven aan de opgave in interactieve sessies geformuleerd en is toegewerkt naar een programmering. 4. De scenario’s zijn financieel vertaald incl. CO2 reductie. 5. De vijf bovenstaande deelproducten zijn samengevoegd in voorliggend IHP, waarbij tevens de vervolgstappen zijn benoemd. Referentie: 1575404-0061.0.1.

Pagina 5 van 56

2. Aanbod onderwijs en kinderopvang

Onderstaande afbeelding 1 geeft het scholenlandschap van Waddinxveen weer op de kaart.

Dit hoofdstuk biedt inzicht in het onderwijs- en kinderopvangaanbod in de gemeente.

2.1. Primair onderwijs Het PO in de gemeente wordt verzorgd door vijf schoolbesturen. De schoolbesturen bieden in 2024 onderwijs aan 2.881 leerlingen (leerlingprognose xxllnc Sociaal, 2024), verdeeld over tien basisscholen. Schoolbestuur

Sector

Schoolnaam

NHS Waddinxveen

PO

Bethelschool

NHS Waddinxveen

PO

Rehobothschool

LEV-WN

PO

Kleurrijk

De Vier Windstreken

PO

TOV Koning WillemAlexanderschool Theo Thijssenschool

Aantal leerlingen per 1-10-‘24

%

294

9%

333

11%

118

4%

388

13%

248

8%

Openbaar

359

12%

Denominatie Protestant Christelijk Protestant Christelijk Protestant Christelijk Protestant Christelijk Protestant Christelijk

De Vier Windstreken

PO

Stichting Klasse

PO

Stichting Klasse

PO

Dick Bruna

Openbaar

724

23%

Stichting Klasse

PO

De Gouwe

Openbaar

6

0%

De Groeiling

PO

Kardinaal Alfrinkschool

Katholiek

390

13%

De Groeiling

PO

De Regenboog

Katholiek

Totaal

237

8%

3.091

100%

Tabel 1: Overzicht PO.

2.2. Voortgezet onderwijs Het VO in de gemeente wordt verzorgd door één schoolbestuur. Dit schoolbestuur biedt in 2024 onderwijs aan 1.080 leerlingen (leerling prognose xxllnc Sociaal, 2024). Schoolbestuur Stichting Scala College & Coenecoop college

Sector

Schoolnaam

Denominatie

Aantal leerlingen

VO

Coenecoop College

Openbaar

1.080

% 100%

Tabel 2: Overzicht VO.

Afbeelding 1: Scholenlandschap Waddinxveen

Referentie: 1575404-0061.0.1.

Pagina 6 van 56

2.3. Kinderopvang Kinderopvang (KDV) en buitenschoolse opvang (BSO) in de gemeente wordt verzorgd door zeven kinderopvangorganisaties. De kinderopvangorganisaties bieden 1.032 kindplaatsen, verdeeld over 14 locaties. Daarnaast worden, ten tijde van het opstellen van dit IHP, 3 nieuwe en 2 uitbreidingslocaties toegevoegd. In onderstaand overzicht zijn deze reeds meegenomen als zijn de onderdeel van de voorraad. Hiermee komt het aantal kindplaatsen op 1.305, verdeeld over 17 locaties. Deze locaties bestaan uit combinaties van BSO/KDV of een locatie die slechts een van beide varianten aanbiedt. Opmerking: er zijn nog twee andere mogelijke kinderopvanglocaties die in de nabije toekomst worden geopend (Heggewinde en Plasweg). De aantallen hiervan zijn nog niet bekend. Kinderopvangorganisatie – locaties Kinderdagverblijf Julikids Stichting Quadrant

1

Aantal locaties

Aantal kindpl.

%

1

48

7%

5

253

38%

Stichting Kind & Co Ludens

2

48

7%

To Be Kind B.V.

1

38

6%

Kinderdagverblijf Kwiebus

1

64

10%

IJgenweis BSO B.V.

3

154

23%

Partou Kinderopvang

1

64

10%

Totaal

13

669

100%

1

Tabel 3: Overzicht KDV. Kinderopvangorganisatie – Locaties Buitenschoolse Opvang Stichting Quadrant

1

Aantal locaties

Aantal kindpl.

%

5

370

58%

Stichting Kind & Co Ludens

1

99

16%

To Be Kind B.V.

1

33

5%

Ijgenweis BSO B.V.

3

112

18%

Gro-up Kinderopvang B.V.

1

22

3%

Totaal

11

636

100%

Tabel 4: Overzicht BSO.

Afbeelding 2: Scholenlandschap inclusief Kinderopvanglocaties

Afbeelding 2 geeft de kinderopvanglocaties in Waddinxveen weer op de kaart. 1

De aankomende uitbreidingen van Quadrant aan de Oranjelaan en Parklaan en de nieuwe locatie van Partou als onderdeel van de nieuwbouw aan de Zuidelijke Rondweg zijn reeds meegenomen in dit overzicht maar betreffen nog

Referentie: 1575404-0061.0.1.

inschattingen van het aantal kindplaatsen. Quadrant totaal 96 kindplaatsen naar schatting. Partou 4 groepen met in totaal 64 kindplaatsen naar schatting.

Pagina 7 van 56

3. Beleid en Visie De gemeente, de schoolbesturen en kinderopvangorganisaties streven gezamenlijk naar een toekomstbestendig opgroeiomgeving. Het doel is om kinderen in de gemeente de best mogelijke kansen te bieden in hun ontwikkeling en voor te bereiden op hun toekomst. Daarbij is het van belang dat het onderwijs- en kinderopvangaanbod toegankelijk, divers en goed gespreid is en aansluit op de vraag van de maatschappij. Dit hoofdstuk behandelt landelijk en lokaal beleid en de visie op onderwijs en kinderopvang en onderwijshuisvesting. Onderwijshuisvesting omvat daarbij ook eventuele ruimte voor KDV en BSO in schoolgebouwen.

3.1. Landelijk Beleid De voorzieningen in de huisvesting waarvoor de gemeente verantwoordelijk is, zijn vastgelegd in de wetgeving. Daarbij gaat het onder andere om (vervangende) nieuwbouw, uitbreiding, constructiefouten en eerste inrichting. Hiervoor ontvangt de gemeente een algemene uitkering uit het gemeentefonds. De verantwoordelijkheid voor instandhouding (onderhoudskosten aan binnen- en buitenkant) en de exploitatie (o.a. energie- en schoonmaakkosten) van schoolgebouwen ligt bij de schoolbesturen, tenzij hiervan is afgeweken. Hiervoor ontvangen de schoolbesturen een lumpsumvergoeding vanuit het Rijk. Het huidige stelsel vertoont diverse tekortkomingen. Deze zijn onder andere benoemd in het Interdepartementaal Beleidsonderzoek 2 . Er zijn bijvoorbeeld geen eenduidige eisen voor onderwijshuisvesting, er is een gebrek aan koppeling tussen bouwkosten en budgetten, er is onvoldoende expertise bij schoolbesturen en gemeenten en het ontbreekt aan een gesloten beleidscyclus door met name een gebrek aan toezicht, monitoring en evaluatie. Daarnaast worden strengere eisen aan schoolgebouwen gesteld, zoals eisen aan energieneutraliteit en Frisse Scholen. In het klimaatakkoord is wettelijk vastgelegd dat de CO2 reductie van de schoolgebouwen met 55% gereduceerd dient te worden ten opzichten van 1990 in 2030 en 95% in 2050.

Ondanks deze ontwikkelingen blijft de indexering van zowel het gemeentefonds als de lumpsumvergoeding achter op de marktontwikkelingen (bouw- en exploitatiekosten).

Op 15 december 2016 hebben de PO-raad, de VO-raad en de VNG een gezamenlijk voorstel gestuurd aan toenmalig staatssecretaris Sander Dekker om de tekortkomingen in het huidige stelsel voor onderwijshuisvesting op te lossen. Dit voorstel wordt naar verwachting in 2025 ingevoerd. Het uitgangspunt van dit voorstel is dat gemeenten en schoolbesturen een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor de (kwaliteit van de) huisvesting van scholen. Belangrijke elementen uit het voorstel zijn: 1. Gemeenten en schoolbesturen worden verplicht om een IHP op te stellen. 2. De mogelijkheid om renovatie als volwaardig alternatief voor vervangende nieuwbouw in te kunnen zetten. 3. Het investeringsverbod voor het PO en (V)SO wordt opgeheven. Voor meer informatie zie bijlage I.

3.2. Lokaal Beleid Voor dit IHP zijn enkele lokale beleidskaders relevant. Deze worden hier kort toegelicht.

3.2.1 Coalitieakkoord Het Coalitieakkoord ‘Groeien aan de Gouwe’ richt zich op de thema’s duurzaamheid, sociaal domein, wonen en financiën. Ieder van deze thema’s zijn verbonden met of hebben invloed op onderwijshuisvesting. Belangrijke uitgangspunten uit het coalitieakkoord voor onderwijshuisvesting zijn ‘Ruimte voor iedereen’ en ‘Duurzame Gemeente’. Met het eerste uitgangspunt wordt gedoeld op het laten meegroeien van de voorzieningen met de groei van de gemeente, onderwijs speelt hierbij een cruciale rol. De belangrijke rol van dit IHP wordt dan ook expliciet benoemd. Met het tweede uitgangspunt geeft Waddinxveen aan dat zij bereid is concrete maatregelen te treffen op het gebied van de energie en warmte transitie.

3.2.2 Visie Maatschappelijke Voorzieningen Onderwijs staat niet op zich zelf, maar verhoudt zich tot alle andere maatschappelijke voorzieningen in de gemeente. Met de Visie Maatschappelijke Voorzieningen heeft de gemeente antwoord gegeven op de vraag hoe de maatschappelijke voorzieningen in Waddinxveen zich zouden moeten ontwikkelen rekening houdend met de groei van het

2

IBO Onderwijshuisvesting funderend onderwijs, Een vak apart - Een toekomstbestendig onderwijshuisvestingsstelsel (2021) Referentie: 1575404-0061.0.1.

Pagina 8 van 56

aantal inwoners. Daarbij gaat het om Onderwijs, Kinderopvang, Zorg en Welzijn en Sport en Bewegen. Er zijn enkele opgaven voor dit IHP benoemd: 1. Het toekomstige benodigde aanbod en de spreiding van onderwijshuisvesting dient bepaald te worden. Dit wordt omschreven in H5 en H6. 2. Bij het indelen en inrichten van scholen dient zorggedragen te worden voor het efficiënt gebruik van ruimten en flexibiliteit. Hier wordt in dit hoofdstuk op ingegaan, gebouwen dienen aan te sluiten bij onderwijsconcepten, maar ook maximaal flexibel te zijn. Dit is ook vertaald naar het kwaliteitskader in H7 (financiën). 3. Het laten aansluiten van scholen bij de (geloofs-)overtuiging van verschillende gezinnen. Dit verder een rol gaan spelen bij de nieuwbouw van scholen in de Noordkade. In dit IHP is aangegeven dat hier ruimte is voor drie leerlijnen van ca. 8 groepen op de lange termijn. In het vervolg na het IHP dient nader bepaald en geanalyseerd te worden wat de behoefte is van de ouders in de nieuwe wijk. Ten aanzien van de rol van de gemeente op het gebied van onderwijshuisvesting wordt in de visie aangegeven dat de gemeente zich houdt aan de wettelijke taak. Het initiatief voor het realiseren van nieuwe scholen is gelegen bij de onderwijsinstanties. Door de intensieve samenwerking met de schoolbesturen in dit IHP richt de gemeente zich op het proactief invullen van deze wettelijke taak.

Ten aanzien van de rol van de gemeente op het gebied van kinderopvang heeft de gemeente aangegeven dat zij een faciliterende rol wil innemen. In dit IHP is (mede door een motie van de gemeenteraad) kinderopvang intensief betrokken en is er, ondanks dat de gemeente geen zorgplicht geeft voor kinderopvang, een visie geformuleerd op de gezamenlijke huisvesting van deze partijen (zie dit hoofdstuk). Bovendien is de capaciteitsbehoefte, mede op basis van de uitgangspunten uit de visie maatschappelijke voorzieningen, verder uitgewerkt (zie H5 en H6). Dit legt de basis voor het verder invullen van de faciliterende rol.

3.3. Visie op onderwijs en kinderopvang De gemeente Waddinxveen, de schoolbesturen en de kinderopvangorganisaties streven gezamenlijk naar toekomstbestendig onderwijs. In de Lokaal Educatieve Agenda 20242028 wordt ingezet op drie hoofdthema’s om deze ambitie kracht bij te zetten. Het betreft de volgende thema’s:

Referentie: 1575404-0061.0.1.

1. 2. 3.

Onderwijskansen Inclusief Onderwijs Opleiden voor de toekomst

3.3.1 Onderwijskansen “Elk kind in Waddinxveen krijgt de kans om zich naar vermogen te ontwikkelen en op te groeien tot een zelfstandig inwoner. Scholen, kinderopvang, maatschappelijke organisaties en de gemeente zetten zich in om alle kinderen gelijke kansen te kunnen bieden.” In de gemeente Waddinxveen zijn diverse initiatieven opgezet om de ontwikkelingskansen van kinderen te verbeteren. Bijvoorbeeld mentortrajecten voor kinderen die moeite hebben met de overgang naar de middelbare school. Daarnaast wordt het VVE-aanbod uitgebreid en wordt er onderzocht of er een groep voor kinderen met een extra ondersteuningsvraag kan worden opgericht. De gemeente zet ook in op de ontwikkeling van (Integrale) Kindcentra, ((I)KC) waar verschillende voorzieningen samenkomen voor kinderen van 0-12 jaar. Ook wordt de mogelijkheid onderzocht om de Brede schoolaanpak te faciliteren, waardoor verschillende voorzieningen binnen de muren van de school worden geïntegreerd voor een meer integrale aanpak. Dit alles met het doel de ontwikkelkansen van de kinderen te vergroten.

3.3.2 Inclusief Onderwijs “Alle kinderen in Waddinxveen krijgen het onderwijsaanbod dat ze nodig hebben. Scholen en kinderopvang streven er in samenwerking met de gemeente, jeugdzorg- en maatschappelijke organisaties naar om een onderwijsaanbod te creëren dat aansluit bij de behoeften van kinderen.” In de periode 2019-2022 heeft de gemeente Waddinxveen, in samenwerking met haar partners, aanzienlijke vooruitgang geboekt in de verdere ontwikkeling van passend onderwijs. Verder wordt het contact tussen leerplicht en het onderwijs versterkt om het aantal thuiszitters te minimaliseren, terwijl de gemeente onderzoek doet naar collectieve financiering van zorg in onderwijstijd. Daarnaast wordt gewerkt aan een visie op lokaal inclusief onderwijs, waarbij regionale samenwerking wordt gezocht.

Pagina 9 van 56

3.3.3 Opleiden voor de Toekomst “Er is een duurzame aansluiting op de arbeidsmarkt en vervolgonderwijs voor alle jongeren. Elk kind in Waddinxveen maakt kennis met techniek en de instroom in techniekprofielen blijft ten minste gelijk.” De scholen in Waddinxveen zetten hun techniekonderwijs voort en overwegen uitbreiding van dit aanbod, bijvoorbeeld een samenwerking met De Bouwacademie Groene Hart. Deze academie biedt trainingen en opleidingen op verschillende niveaus, geeft voorlichting op basisscholen en verzorgt lessen voor leerlingen op het Coenecoop College. Samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven staat centraal op de Bouwacademie. Er wordt onderzocht hoe techniekonderwijs aantrekkelijker kan worden gemaakt. Er wordt daarnaast gekeken naar de mogelijkheid van een gezamenlijke docentenpool voor techniek, om het tekort aan gekwalificeerd personeel op te vangen. Verder wordt ingezet op het creëren van een doorgaande technische leerlijn, beginnend op de basisschool. Het Coenecoop College werkt, tot slot, samen met MboRijnland aan een geïntegreerde leerroute die vmbo-basis leerlingen in 5 jaar een startkwalificatie biedt.

realisatie van onderwijshuisvesting is kostbaar en complex en vraagt veel van de gemeente en de schoolbesturen. Samenwerking is het sleutelwoord. De gemeente en de schoolbesturen hebben de onderwijsvisie en de Visie Maatschappelijke Voorzieningen vertaald naar een onderwijshuisvestingsvisie. Deze is geconcretiseerd in vier thema’s die zijn verankerd in bouwstenen voor beleid: 1. Beleid & Regie 2. Kwaliteit & Duurzaamheid 3. Samenwerking & (I)KC-vorming 4. Spreiding & Inrichting Onderwijslandschap Het zijn beleidsuitgangspunten op verschillende thema’s. De visie vormt samen met de bouwstenen een belangrijke basis voor het IHP. Het IHP is erop gericht om, binnen de randvoorwaarden van de gemeente (financieel, ruimtelijk, onderwijsinhoudelijk en organisatorisch) en schoolbesturen (onderwijsinhoudelijk, financieel, organisatorisch), deze uitgangspunten zoveel als mogelijk te realiseren. De bouwstenen geven richting aan het IHP en daarmee kan er worden gestuurd op een toekomstbestendig onderwijslandschap.

3.4. Visie op Onderwijshuisvesting De visie op onderwijs uit de LEA van de gemeente, de schoolbesturen en de kinderopvangorganisaties stelt ook eisen aan de onderwijshuisvesting. Daarnaast heeft de gemeente een Visie Maatschappelijke Voorzieningen opgesteld waarin is onderzocht hoe er bij de groei van de gemeente Waddinxveen goed invulling kan worden gegeven aan een goed aanbod en gebruik van de maatschappelijke voorzieningen. Beide beleidsdocumenten bieden aanknopingspunten voor de hier geformuleerde visie op onderwijshuisvesting. Veranderingen in leerlingenaantallen, onderwijsvisies, concepten en samenwerking maakt dat er steeds meer flexibiliteit wordt gevraagd van onderwijsgebouwen. Bovendien leidt de maatschappelijke noodzaak om te verduurzamen tot hogere prestatie-eisen. Daarbij gaat duurzaamheid voor de gemeente en de schoolbesturen zeker niet alleen over energie en CO2-besparing, maar ook over een integrale visie op duurzaamheid waarbij gezondheid en functionaliteit een rol spelen. Tegelijkertijd ligt er een behoorlijke financiële en organisatorische uitdaging bij de realisatie van de plannen uit het IHP. Het traject om te komen van initiatieffase tot

Referentie: 1575404-0061.0.1.

Pagina 10 van 56

3.4.1 Bouwsteen 1: Beleid & Regie

5.

Het IHP vervangt voor de eerste vijf jaar de aanvraagprocedure voor nieuwbouw en overige voor blijvend of voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen (artikel 2.a lid 1 t/m lid 8 van de verordening). Aanvragen voortkomend uit het IHP worden impliciet geacht een aanvraag te zijn op grond van de verordening. Dit wordt ook op deze wijze in de verordening vastgelegd. Uitzonderingen zijn de nieuwbouw voor een nieuw te stichten school, kosten voor eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair (artikel 2.a lid 1, lid 6 en lid 7 van de verordening).

6.

Voor spoedaanvragen of andere zaken die buiten het IHP vallen door onvoorziene omstandigheden (zoals constructiefouten of onvoorziene tijdelijke huisvesting) blijft de aanvraagprocedure van kracht. Op dergelijke onvoorziene omstandigheden na, is de afspraak dat er geen gebruik wordt gemaakt van de route via de verordening. Gemeenten en schoolbesturen zullen in overleg bepalen of een situatie een spoedaanvraag vereist.

7.

Na vaststelling van het IHP wordt een uitvoeringsplan opgesteld voor een termijn van vijf jaar. Dit houdt in dat er na vaststelling van het IHP direct vervolg wordt gegeven aan de uitvoering. In het uitvoeringsplan worden afspraken gemaakt over de samenwerking op programma- en projectniveau. Binnen deze afspraken worden ook de organisatorische aspecten van een dergelijk opgave besproken. Belangrijk is dat er concrete afspraken gemaakt worden t.b.v. het in gesprek blijven met elkaar om zodoende te leren van elkaars processen en onderzoeken.

8.

Per project verleent de Raad definitief het krediet. Zodra het project actueel wordt zal het project getoetst worden aan de gehanteerde randvoorwaarden uit het IHP. Een dergelijke toets wordt gedaan middels een haalbaarheidsstudie, ook wel businesscase genoemd. Vervolgens worden de randvoorwaarden uit het IHP indien nodig geactualiseerd en wordt het definitieve krediet bij de raad aangevraagd. Er kan een budgettaire afwijking zitten tussen het aangevraagde krediet en de budgetten zoals benoemd in financiële hoofdstuk van het IHP. Het is immers mogelijk dat er nog aanvullende tussentijdse (onvoorziene) kosten gesignaleerd worden door de diverse onderzoeken. Deze kredietaanvraag is niet afhankelijk van bijvoorbeeld de 1 februari deadline uit de verordening of de financiële cyclus van de gemeente zoals de voorjaarsnota. De exacte wijze waarop en wanneer budgetten worden toegekend wordt in het financiële hoofdstuk nader uitgewerkt.

Deze bouwsteen geeft aan hoe gemeente en schoolbesturen met elkaar samenwerken op het gebied van onderwijshuisvesting. Het zegt iets over het beleid dat zij willen vastleggen in het Integraal Huisvestingsplan en hoe ze hier uitvoering aan willen geven. Alle onderstaande onderdelen hebben te maken met de status van het IHP. 1.

2.

3.

4.

De gemeente en de schoolbesturen voeren samen de regie op schoolgebouwen. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor adequate onderwijshuisvesting door o.a. nieuwbouw en uitbreidingen. De schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor het onderhoud en de exploitatie van schoolgebouwen. De schoolbesturen voeren de regie op het onderwijsaanbod en de diversiteit daarvan. In het IHP en het OOGO vindt de afstemming van deze regie plaats. Het IHP is in lijn met het voorstel van PO-raad, VO-raad en VNG om IHP’s in de wetgeving te verankeren. In de geest van de nieuwe wet wordt het IHP vastgesteld als korte- en langetermijnplan waar gemeente en schoolbesturen zich aan committeren. Schoolbesturen en gemeente spreken af enkel af te wijken van de afspraken in het IHP als daar een zwaarwegende motivatie onder ligt. Vaststelling en looptijd van het IHP. Het IHP komt tot stand in een apart project met de schoolbesturen en kinderopvangorganisaties. Het OOGO, het College van Burgemeesters en Wethouders en de Raad stellen het IHP vast voor de eerste vijf (2025-2029) jaar met een doorkijk tot aan 2044. Het IHP wordt elke vier jaar herijkt. Het actualiseren van het IHP duurt immers ca. een jaar. Het IHP is het investeringskader voor de onderwijshuisvesting en geeft voor de komende 20 jaar een indicatie van benodigde investeringen. Tevens wordt de prioritering van de projecten opgenomen.

Er wordt rekening gehouden in de gemeentelijke begroting voor het financieren van de projecten in de eerste 5 jaar (het uitvoeringsplan, zie punt 7). In de basis wordt niet afgeweken van de overeengekomen prioritering en planning. Alleen in overleg met de schoolbesturen kan een wijziging van de plannen doorgevoerd worden.

Referentie: 1575404-0061.0.1.

Pagina 11 van 56

9.

Per project wordt de maatschappelijke functie van de school en gymzalen onderzocht: Bij de realisatie van nieuwe schoolgebouwen wordt voordat gestart wordt met de haalbaarheidsstudie (businesscase) wordt breed onderzocht welke (maatschappelijke) voorzieningen in het gebouw gerealiseerd kunnen worden, of met welke partijen samengewerkt kan worden en wat dit betekent voor de bruto vloeroppervlakte van het gebouw. Denk hierbij aan alle partijen die zijn genoemd bij bouwsteen 3 (samenwerking). Scholen worden ook betrokken bij de realisatie van andere maatschappelijke voorzieningen.

b.

c. 10. Een vastgestelde leerlingenprognose vormt het uitgangspunt voor het IHP. Een prognose geeft het vermoedelijk verloop aan van het leerlingenaantal, in het IHP is op basis van ervaring en verwachting van gemeente en schoolbesturen ruimte voor nuance. Bij significante verschillen gaan gemeente en schoolbesturen in gesprek. Het is de wens en ambitie van de gemeente om de prognosecijfers van de gemeente te toetsen bij de schoolbesturen op basis van hun eigen gegevens, ervaringen en verwachtingen.

d.

3.4.2 Bouwsteen 2: Kwaliteit & Duurzaamheid Deze bouwsteen duidt de kwaliteit en duurzaamheid van onderwijshuisvesting waar de gemeente, schoolbesturen en kinderopvangorganisaties naar streven. Deze uitgangspunten zijn het uitgangspunt bij nieuwbouw. Bij vernieuwbouw en renovatie wordt beoogd om deze kwaliteit zo veel mogelijk te realiseren. 1.

Een brede definitie van kwaliteit en duurzaamheid. De gemeente en schoolbesturen zien het realiseren van kwalitatief goede en duurzame huisvesting als een maatschappelijke verantwoordelijkheid. Een kwalitatief goed en duurzaam gebouw heeft een positief effect op het onderwijs én op het leefklimaat voor de toekomstige generaties. Gemeente en schoolbesturen willen duurzaamheid dan ook breder definiëren dan alleen energiebesparing en CO2-reductie: duurzaamheid gaat ook over goed onderwijs, een gezond leer- en leefklimaat, een gezonde financiële exploitatie, circulariteit en toekomstbestendigheid. Bij nieuwbouw en renovatie wordt rekening gehouden met de volgende duurzaamheidsambities: a. Ten behoeve van goed onderwijs gaat het om onderwijskundige functionaliteit. Het gebouw dient zo goed als mogelijk aan te sluiten bij het onderwijsconcept van de school. Wanneer kindpartners (zoals kinderopvang, jeugdzorg en

Referentie: 1575404-0061.0.1.

e.

dergelijke) ook in het gebouw gehuisvest worden, dienen deze goed gefaciliteerd te worden. Voor toekomstbestendigheid wordt ingezet op maximale flexibiliteit. Gebouwen kunnen op deze manier meebewegen met groei en krimp van scholen en kunnen toekomstige onderwijsconcepten faciliteren. Het gaat zowel om interne flexibiliteit, als om transformatiemogelijkheden van het gebouw. De bouw/installatietechnische kwaliteit van de schoolgebouwen is uitstekend en onderhoudsvriendelijk. Dit zorgt ervoor dat gebouwen lang mee gaan. Voor gezondheid wordt rekening gehouden met de Frisse Scholen-thema’s (naast energie): lucht, temperatuur, licht en geluid om een prettig en gezond klimaat voor kinderen en medewerkers te realiseren. Voor de Frisse Scholen thema’s wordt gekozen voor een slimme mix van eisen per subonderdeel, waarbij lucht en temperatuur minimaal klasse B scoren (bijlage II). De energieprestatie van schoolgebouwen sluit aan op de doelstellingen die zijn geformuleerd in het landelijke klimaatakkoord en de sectorale routekaart: 50% CO2 reductie in 2030, en 95% CO2 reductie in 2050. Middels het IHP willen de gemeente en de schoolbesturen invulling geven aan de verduurzamingsopgave voor het onderwijs. a. Nieuwbouw: de ambitie is om in het geval van nieuwbouw energieneutrale (ENG) schoolgebouwen te realiseren.

Daarbij wordt een hogere ambitie uitgesproken dan het Bouwbesluit per 1 januari 2021. b. Renovatie: Het streven is om een kwaliteit te realiseren die vergelijkbaar is met nieuwbouwkwaliteit. BENG en de Frisse Scholen Klasse op Lucht, Temperatuur en Geluid zijn een ondergrens (bijlage II). c. Bestaande bouw: voor 5 bestaande gebouwen die de afgelopen jaren gerenoveerd zijn wordt een duurzaamheidsscan uitgevoerd om zo de huidige status qua duurzaamheid en/of binnen klimaat te inventariseren. Middels een haalbaarheidsstudie wordt, in een latere fase, verkend of het betreffende gebouw in aanmerking komt voor (versnelde) verduurzaming. Indien gebouwen nog relatief nieuw zijn kan er verkend worden of deze gebouwen voor de afschrijftermijn al verduurzaamd kunnen worden (middels een vooruitgeschoven renovatie). De buitenruimte wordt bio divers en klimaat adaptief ingericht, denk aan groenblauwe schoolpleinen. Dit zijn schoolpleinen waar veel groen is geïntegreerd en Pagina 12 van 56

f.

2.

3.

waar extra aandacht wordt besteed aan (regen)water-infiltratie. Scholen bevinden zich bij voorkeur in een groene omgeving, dus nabij publiek groen. Ten aanzien van inclusiviteit: schoolgebouwen in Waddinxveen kenmerken zich als een inclusieve omgeving. Dit heeft ook een weerslag op de huisvesting, bijvoorbeeld extra ruimte voor ondersteuning en toegankelijkheid. Ook kan worden gedacht aan meer samenwerking tussen onderwijs en partners, zoals speciaal onderwijs en zorg- of wijkvoorzieningen. Voor de kwaliteit van de schoolgebouwen leidt dit mogelijk tot extra kwaliteitseisen die de gemeente en de schoolbesturen in het vervolgtraject van dit IHP nader willen concretiseren.

Renovatie en vernieuwbouw als extra voorzieningen. Het IHP is in lijn met het voorstel van PO-raad, VO-raad en VNG om renovatie op te nemen als voorziening door de gemeente. a. In de huidige situatie zijn gemeenten alleen verantwoordelijk voor vervangende nieuwbouw wanneer een gebouw aan het einde van zijn levensduur is (onder andere artikel 2 verordening). Door renovatie en vernieuwbouw op te nemen als voorziening ontstaat de mogelijkheid om bij een gebouw dat aan het einde van zijn levensduur is ook renovatie of vernieuwbouw toe te passen. b. Bij Nieuwbouw wordt uitgegaan van totale vervanging van het bestaande gebouw op een nader te bepalen plaats. De levensduur van het nieuwe pand dient 40 jaar te zijn. c. Vernieuwbouw is een levensduur verlengende ingreep voor 40 jaar en ten minste 25 jaar. Hierbij wordt het bestaande gebouw vernieuwd a.d.h.v. de uitgangspunten cf. nieuwbouw. Een verlenging van de levensduur betekent niet enkel de verlenging van de bouwkundige/kwalitatieve levensduur. Het betreft ook de functionele levensduur. Per situatie wordt een afweging gemaakt (bijvoorbeeld in een haalbaarheidsonderzoek) of nieuwbouw of renovatie de beste oplossing is. Daarbij worden de volgende aspecten meegenomen: a. Er worden alleen gebouwen gerenoveerd die ook na de renovatie goed bezet zijn. b.

Er wordt bij renovatie rekening gehouden met de onderwijskundige functionaliteit van de gebouwen. c. Er wordt bij renovatie rekening gehouden met de culturele en maatschappelijke waarde van de gebouwen (monumentale status of architectonische waarde).

Referentie: 1575404-0061.0.1.

d.

De kosten en mogelijkheden voor tijdelijke huisvesting worden meegenomen in de afweging voor nieuwbouw of renovatie (renovatie op huidige locatie, nieuwbouw op huidige locatie en nieuwbouw elders).

4.

Multifunctioneel gebruik: de gebouwen dienen tevens optimaal gebruikt te worden. Multifunctioneel gebruik leidt tot een hogere bezetting en daarmee een duurzaam gebruik van de gebouwen. Dit vraagt wel om aandacht over afspraken ten aanzien van beheersvorm, eigendomsverhouding, samenwerkingsafspraken, exploitatie en financiële geldstromen. Dergelijke afspraken dienen te volgen uit de inhoudelijke afspraken die aan de samenwerking ten grondslag liggen. Met name het faciliteren van functies voor (I)KC’s is een belangrijk onderdeel van de gebouwkwaliteit.

5.

Ruimte sport en bewegen is ook onderdeel van de kwaliteit van onderwijshuisvesting. Het uitgangspunt is het multifunctioneel inzetten van gymzalen voor o.a. (sport) verenigingen, onderwijs en cultuur. De behoefte aan klokuren sport en bewegen wordt getoetst aan de beschikbaarheid en kwaliteit van de aanwezige gymvoorzieningen.

6.

Een goede schoollocatie. In het algemeen geldt dat een groene, veilige omgeving met goede infrastructuur belangrijk is. Ook kan gekeken worden naar situering nabij voorzieningen waarbij het onderwijs aansluiting kan vinden, zoals sport- of wijkfuncties of de reeds gevestigde kinderopvang of BSO. a. Voor het primair onderwijs geldt aanvullend dat de school zich in de wijk bevindt waar kinderen leeftijdsgenoten ontmoeten. Kinderen kunnen veilig te voet of met de fiets naar school. b. Voor het voorgezet onderwijs zijn toegankelijke fietspaden en een goede OV verbinding belangrijk. De schoollocatie moet goed bereikbaar zijn voor het regionale voedingsgebied. VO scholen zijn bij voorkeur ook in de nabijheid van bedrijven, instellingen (zorg, cultuur, sport) en partners gesitueerd. c. De doelgroep van de school is bepalend voor de geldende locatie-eisen. Per project zal ingezoomd worden op de doelgroep, om te bepalen aan welke eisen de locatie voor deze doelgroep moet voldoen. d. Om te bepalen wat een goede locatie van een schoolgebouw is, wordt ook gekeken naar huidige samenwerkingen en de impact die een potentiële verplaatsing van een school zou hebben.

Pagina 13 van 56

7.

Investeren in kwaliteit. Schoolbesturen financieren mogelijk (en binnen de wettelijke mogelijkheden) een deel van de stichtingskosten van een nieuwbouw- of renovatieopgave. Deze investering komt de duurzaamheid van het gebouw op het gebied van onderhoud en exploitatie ten goede. Voorwaarde is dat het gebouw voldoet aan de kwaliteitseisen zoals geformuleerd binnen dit IHP. In het IHP wordt met elkaar verkend welke methode geschikt is om uiteindelijk per project deze berekeningen te maken.

3.4.3 Bouwsteen 3: Samenwerking & (I)KC-vorming Deze bouwsteen gaat in op samenwerking en (I)KC-vorming. Dit houdt in dat scholen gebouwen delen, met elkaar of met partners zoals kinderopvang, jeugdzorg en buurtvoorzieningen. Samenwerking kan zowel inhoudelijk als gebouwelijk worden vormgegeven. Inhoudelijke samenwerking biedt voordelen op het gebied van kennisuitwisseling. Gebouwelijke samenwerking kan de inhoudelijke samenwerking faciliteren omdat men elkaar ook daadwerkelijk tegenkomt en biedt exploitatievoordelen (door bijvoorbeeld het delen van ruimten). Het onderwijs staat daarbij centraal en daarmee is een gebouwelijke samenwerking geen verplichting, maar een verkenning. Deze bouwsteen richt zich met name op de gebouwelijke kant van de samenwerking en (I)KC-vorming. Dit heeft deels vorm gekregen in de LEA, en in de Visie Maatschappelijke Voorzieningen en is hier op onderdelen verder uitgewerkt. Primair onderwijs 1.

Samenwerking tussen Basisonderwijs onderling: schoolbesturen en gemeente zien clustering van scholen als een mogelijkheid: samen in één gebouw. Dit biedt flexibiliteit en toekomstbestendigheid: groei en krimp van scholen kan deels onderling worden opgelost. Voorwaarden bij clustering zijn: a. Clustering bij voorkeur met twee scholen. Eventueel kan er op basis van een specifiek (te ontwikkelen) samenwerkingsconcept gekozen worden voor het clusteren van meer scholen. b. Er worden vooraf heldere afspraken gemaakt over beheer, eigendom, ruimten en samenwerking. c. In de planvorming wordt rekening gehouden met de verkeersveiligheid van de leerlingen.

Referentie: 1575404-0061.0.1.

2.

Samenwerking tussen primair onderwijs en kinderopvangorganisaties. Schoolbesturen en kinderopvang zetten in op het behouden, versterken en waar nodig uitbreiden van samenwerking tussen het PO en kinderopvang, peuteropvang en buitenschoolse opvang. De samenwerking richt zich op de afstemming van de pedagogiek en didactiek van beide partijen. Gezamenlijke huisvesting van scholen en kindpartners is het uitgangspunt. a. Gemeente en schoolbesturen bouwen bij voorkeur conform de (I)KC gedachte. Een (I)KC bestaat ten minste uit één primair onderwijs school en een kinderopvang. Deze samenwerking kan een doorlopende leerlijn waarmaken voor kinderen tussen de 0 en 12 jaar oud. Zij doorlopen hun ontwikkeling in één gebouw of in een netwerk van voorzieningen. Bij het vormen van een (I)KC wordt op voorhand goed nagedacht over samenwerkingsvormen en partners. Het meest voorkomend is om per school met één opvangorganisatie in een schoolgebouw samen te werken. b. Op het moment dat projecten voor (I)KC’s van start gaan is het raadzaam om bij de planvorming rekening te houden met prognoses van de kinderopvangorganisaties en te anticiperen op de mogelijkheid dat kinderopvang in de toekomst meer toegankelijk zal zijn. c. Bij realisatie van (I)KC ruimten in schoolgebouwen gaan gemeente, schoolbesturen en kinderopvangorganisatie in gesprek over: a.

Capaciteit: wat is exclusief gebruik en wat is volgtijdelijk gebruik (medegebruik)? b. Financiering: is de gemeente bereid tot voorfinancieren of financiert de kinderopvangorganisatie de m2’s zelf? c. Tariefstelling: indien de gemeente voorfinanciert, hoe wordt de huurprijs berekend (bijv. kostendekkend of marktconform)? d. Eigendom: hoe wordt omgegaan met de eigendomsverhoudingen in het (I)KC? Daarbij dient aandacht te zijn voor de consequenties van het Didam-arrest. d. Bij ruimtetekorten in bestaande schoolgebouwen met kinderopvang gaan gemeente, schoolbesturen en kinderopvangorganisatie in gesprek over hoe wordt omgegaan met het ruimtetekort. Er wordt in eerste instantie onderzocht of de kinderopvang zelf in alternatieve huisvesting kan voorzien (faciliterende rol gemeente) indien dit niet mogelijk blijkt gaan partijen in gesprek over hoe de continuïteit van de kinderopvang in het schoolgebouw gewaarborgd kan blijven, mogelijk door toch aanvullende huisvesting te realiseren (regisserende rol gemeente). Pagina 14 van 56

wordt. Het VO en PO verkennen op welke wijze de huisvesting een rol kan spelen in de versterking van de onderlinge samenwerking en doorlopende ontwikkellijn. Mogelijke richtingen hierin zijn de ontwikkeling van een (I)KC van 0-16 jaar waarbij de samenwerking tussen PO en VO gebouwelijk wordt vormgegeven.

Op 26 november 2021 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in de zaak Didam. Dit arrest heeft betrekking op een casus in de gemeente Montferland omtrent (onderhandse) verkoop van onroerend goed. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de gemeente, als ze een onroerende zaak wil verkopen, aan potentiële gegadigden de mogelijkheid moet bieden om mee te dingen. Dat moet vanuit objectieve, toetsbare en redelijke criteria plaatsvinden.

3.4.4 Bouwsteen 4: Inrichting & Spreiding Onderwijslandschap

Dit heeft ook gevolgen voor IKC’s. Indien de gemeente het juridisch eigendom van de ruimten

Deze bouwsteen gaat in op de gewenste spreiding & inrichting van het onderwijslandschap in de gemeente Waddinxveen. In deze bouwsteen ligt een tevens een belangrijke relatie met de Visie Maatschappelijke Voorzieningen.

voor kinderopvang behoudt (en dus niet overdraagt aan het schoolbestuur zoals in de reguliere situatie) is een aanbesteding mogelijk noodzakelijk. Dit kan onwenselijk zijn omdat schoolbesturen reeds samenwerkingen hebben met bestaande kinderopvangorganisaties

1.

Voldoende Capaciteit in Toekomstperspectief: het IHP dient te anticiperen en te sturen op voldoende huisvestingscapaciteit voor de leerlingen in Waddinxveen. Tegelijkertijd dient het IHP vooruit te kijken naar een situatie voorbij de groei, waarbij er mogelijk minder locaties en/of capaciteit nodig zijn voor het onderwijs.

2.

Evenwichtige Spreiding: ondanks dat Waddinxveen één stad is, zijn ouders en kinderen in het PO met name op hun eigen wijkschool georiënteerd. De gemeente en schoolbesturen streven daarom naar voldoende onderwijsaanbod op wijkniveau en een evenwichtige spreiding van scholen over de gemeente. Uitzonderingen zijn er wanneer er specifiek wordt gekozen voor een onderwijsconcept, denominatie of bijvoorbeeld speciaal (basis)onderwijs. Er dient in de spreiding rekening gehouden te worden met deze voorkeuren en onderwijsbehoeften.

3.

Bereikbaarheid: uit een inwonersenquête komt naar voren dat onze inwoners het belangrijk vinden dat basisscholen goed bereikbaar zijn in Waddinxveen en dat deze door ouders en kinderen bij voorkeur lopend of op de fiets bereikbaar moeten zijn. Gemeente en schoolbesturen onderschrijven daarom het belang van goede bereikbaarheid van (nieuwe) schoollocaties.

4.

Toekomstbestendige schoolgrootte: hoewel er geen ‘ideale schoolgrootte’ bestaat geven schoolbesturen van het PO aan dat het wenselijk is om te denken in schoolgroottes van één of meerdere keren 225 leerlingen (8 klassen): 225, 450, 675, 900. Daarbij kan bij (I)KC vorming worden nagedacht over de juiste omvang van kinderopvangvoorzieningen bij de omvang van een PO school. Dit creëert een goede bedrijfsvoering op locaties. In de praktijk is het uiteraard lastig om te sturen op dergelijke aantallen vanwege keuzevrijheid van ouders, maar bij nieuwbouw of bij een allocatiesysteem kan hier mogelijk nader op worden gestuurd.

waarbij de pedagogiek en didactiek op elkaar is afgestemd.

3.

Samenwerking met overige partners. Er wordt door gemeente en schoolbesturen per concreet project gezocht naar samenwerking tussen het onderwijs en overige partners. Er wordt daarbij tegemoet gekomen aan de sociaal-maatschappelijke rol van een school voor de wijk. Voorbeelden van mogelijke samenwerkingspartners zijn:  Wadwijzer;  Consultatiebureau;  Fysiotherapeut;  Logopedie;  Jeugdzorg;  Bibliotheek;  Sportverenigingen;  Maatschappelijke ambitie: de school kan ook een plek zijn waar gezinnen/ouders terecht kunnen voor ondersteuning en hulp (bijv. voorlichting en/of hulp bij schulden).;  Cultuur- & Natuureducatie of Techniekonderwijs, het verrijken van het onderwijs en de (buitenschoolse) opvang;

Primair Onderwijs en Voortgezet Onderwijs 4. Een actieve samenwerking tussen PO en VO draagt bij aan een soepel verloop. De overgang van primair naar voortgezet onderwijs wordt als belangrijk moment beschouwd. De doorlopende ontwikkellijn loopt hier idealiter zo soepel mogelijk over, waarbij het ontstaan van een ‘knip’ in de leerlijn zoveel als mogelijk voorkomen Referentie: 1575404-0061.0.1.

Pagina 15 van 56

4.2. Capaciteitsanalyse Kinderopvang

4. Methodiek Dit hoofdstuk behandelt opgaveformulering.

de

gehanteerde

methoden

voor

de

analyse

en

4.1. Capaciteitsanalyse Onderwijs Voor alle schoolgebouwen is de beschikbare capaciteit voor het onderwijs geanalyseerd. De capaciteitsanalyse maakt het ruimtetekort of -overschot per gebouw inzichtelijk. De ruimtebehoefte van het onderwijs wordt bepaald door de leerlingentelling en de prognose te vertalen naar ruimtebehoefte (op basis van de criteria in de verordening). Voor het PO is dit bijvoorbeeld 5,03m2 per leerlingen en 200m vaste voet per school. In het VO en (V)SO gelden, afhankelijk van het onderwijsniveau, andere aantallen m2 per leerling (verordening onderwijshuisvesting gemeente Waddinxveen). Deze ruimtebehoefte wordt vergeleken met het aantal vierkante meters dat beschikbaar is: de brutovloeroppervlakte (bvo). Opmerking: dit is een genormeerde ruimtebehoefteberekening. In de praktijk zijn er efficiënte en minder efficiënte gebouwen. Wanneer een school bijvoorbeeld veel gangen heeft, of een grote aula, kan er een genormeerd ruimteoverschot zijn, terwijl dit niet zo wordt ervaren. Er is relatief immers minder effectieve onderwijsruimte. Ook wordt in de praktijk gebruik gemaakt van de mogelijkheid tot medegebruik of verhuur van ruimten. Vanwege het beleidsrijke karakter van het IHP is hiermee ruimte geboden voor nuance op de resultaten uit de ruimtebehoefteberekeningen.

De capaciteit voor kinderopvang is op gemeente niveau geanalyseerd.  KDV: op basis van de leerlingenprognose voor kinderen in de leeftijd van 4 tot 11 jaar (en 30% van de 12 jarigen) is er een prognose gemaakt voor kinderen in de leeftijd van 0 tot 4 jaar: 50% van de leerlingenprognose op t-4 (vier jaar terug). Om tot een aantal kindplaatsen te komen is uitgegaan van een belangstellingstellingspercentage van 54%3 en twee kinderen per kindplaats. Er is een scenario toegevoegd waarbij is gerekend met 10% extra belangstelling.  BSO: de leerlingenprognose voor kinderen in de leeftijd tot 4 tot 11 jaar (en 29% van de 12 jarigen) is gehanteerd. Om tot een aantal kindplaatsen te komen is uitgegaan van een belangstellingstellingspercentage van 30% en twee kinderen per kindplaats. Er is een scenario toegevoegd waarbij is gerekend met 10% extra belangstelling. De berekende capaciteit is afgezet tegen het aantal kindplaatsen zoals geregistreerd in het Landelijk Register Kinderopvang om de (mis)match in aanbod inzichtelijk te maken. Opmerking: in deze analyse is geen rekening gehouden met eventueel wijzigend overheidsbeleid op het gebied van toegankelijkheid van kinderopvang. Dit kan grote invloed hebben op deze cijfers.

Naast het inzichtelijk maken van eventuele ruimtetekorten is de capaciteitsanalyse van belang omdat een eventueel ruimteoverschot de schoolbesturen geld kost voor exploitatie en onderhoud. Schoolbesturen ontvangen een vergoeding voor materiële instandhouding op basis van het aantal leerlingen en niet op basis van het aantal m² in een school. Bovendien vormen ruimteoverschotten een risico voor de gemeente. Wanneer een gebouw geheel leeg komt te staan, zal de eigenaar (het schoolbestuur) dit terug willen geven aan de gemeente. Daarnaast dient de gemeente (op basis van de verordening) te voorzien in oplossingen voor ruimtetekorten, waarmee kan worden verwezen naar leegstand.

3

Landelijk is dit 54% voor KDV en 29% voor BSO in 2022. Bron: Belastingdienst (toeslagen) en CBS gegevens over kinderen van 0 tot 4 en 4 tot 12. Referentie: 1575404-0061.0.1.

Pagina 16 van 56

4.3. Kwaliteitsanalyse Onderwijs Op basis van de verordening is alleen de bouwkundige staat een formeel toetsingscriterium. Voor het IHP is het echter niet alleen de vraag of een pand een goed gebouw is, maar of een pand een goed schoolgebouw is. In de beoordeling van het gebouwenbestand is daarom naast de bouwkundige staat ook gekeken naar onderwijskundige functionaliteit, binnenmilieu, veiligheid, exploitatie en uitstraling van de schoolgebouwen. Dit zijn thema’s voor strategisch vastgoedbeleid.

De Quickscanscores zijn input voor de scenario’s. Bij het besluit tot vervanging middels (ver)nieuwbouw/renovatie is bij de scenario’s ook gekeken naar andere overwegingen (H5). Partijen kunnen ook besluiten om op elementniveau (bijvoorbeeld binnenmilieu) los van het natuurlijke vervangingsmoment te investeren.

4.4. Duurzaamheidsanalyse Onderwijs Er zijn voor een deel van de gebouwen duurzaamheidsscans uitgevoerd. Dit zijn uitgebreide onderzoeken door experts van HEVO waarbij per locatie exact is onderzocht wat het verduurzamingspotentieel is. Op basis van documentatie is het energielabel berekend (NTA berekening). Vervolgens is de locatie vakkundig bekeken en zijn aan de hand van de schouw en de basisinformatie (indien van toepassing) diverse scenario’s voor verduurzaming doorgerekend en gemodelleerd: a. Frisse Scholen klasse B voor ventilatie en temperatuur, energielabel A b. Frisse Scholen klasse B voor ventilatie en temperatuur, BENG en gasloos

Figuur 2: Elementen van quickscan-beoordelingsmethodiek.

Op basis van de door HEVO ontwikkelde ‘Quickscan’ zijn alle gebouwen op deze criteria beoordeeld en voorzien van een gewogen score, die inzicht geeft in de vervangingstermijn. De totaalscore geeft op uniforme wijze richting aan de mate van urgentie tot een levensduurverlengende ingreep in relatie tot de gebouwkwaliteit:  Bij < 57 punten: binnen 0-5 jaar (rood).  Bij 57 - 63 punten: binnen 5-10 jaar (oranje).  Bij 63 - 69 punten: binnen 10-20 jaar (lichtgroen).  Bij 69 > punten: over meer dan 20 jaar (donkergroen).

Per scenario zijn de investeringskosten berekend en is het effect op de exploitatiekosten in beeld gebracht. Er wordt ook gekeken naar de relatie met het MJOP. Op basis van terugverdientijd en inzicht in de kosten die reeds zijn opgenomen in het MJOP ontstaat zicht op de benodigde investering.

4.5. CO2-analyse Onderwijs Deze analyse brengt de CO2-reductie van het IHP in beeld. De analyse is erop gericht om te toetsen of de klimaatdoelstellingen (50% reductie CO2 in 2030 en 95% reductie in 2050) worden behaald en om bij te sturen indien nodig. HEVO heeft de kennis die zij heeft opgedaan bij de ondersteuning bij het opstellen van de landelijke routekaarten PO, VO en MBO/HBO hiervoor ingezet.

De Quickscan leidt tot een advies voor de vervangingstermijn, ofwel het ‘natuurlijke vervangingsmoment’ van een schoolgebouw. Daarbij zijn de verantwoordelijkheden van de gemeente en de schoolbesturen afgestemd. Het natuurlijke vervangingsmoment voor schoolgebouwen is cruciaal omdat het van belang is dat bij ingrepen ((ver)nieuwbouw of renovatie) alle thema’s integraal aangepakt kunnen worden. Immers, bijvoorbeeld een energieneutraal gebouw dat onderwijskundig niet geschikt is, is een ongeschikt schoolgebouw. Referentie: 1575404-0061.0.1.

Pagina 17 van 56

5. Analyse en opgave In dit hoofdstuk worden de uitkomsten van de analyse gepresenteerd en worden de opgaven geformuleerd.

5.1. Capaciteit Onderwijs De basis voor de behoefte aan capaciteit zijn de huidige en toekomstige leerlingenaantallen in de gemeente. Er wordt eerst stilgestaan bij de ontwikkeling van de prognose, alvorens een overzicht te geven van de totale capaciteit. Leerlingenprognose Primair Onderwijs In de grafieken in deze paragraaf zijn de leerlingenprognoses van de gemeente te zien voor respectievelijk het PO en VO. De grafieken geven een beeld van hoe de leerlingenaantallen zich in de komende jaren naar verwachting gaan ontwikkelen. Bij het lezen van de grafieken moet opgelet worden dat de verticale schaal per grafiek verschilt. In dit IHP zijn door HEVO een tweetal correcties doorgevoerd op de uitkomsten van het leerlingenprognoses van het PO voor de nieuwbouwwijken Noordkade en Park Triangel. 1. In de leerlingenprognose van het PO is voor het aandeel leerlingen dat verwacht wordt vanuit de nieuwbouwwijken Noordkade en Park Triangel rekening gehouden met 0,1 kind per woning extra ten opzichte van de prognose. Hierdoor is gerekend met een gemiddelde van 0,5 kind per woning in plaats van een gemiddelde van 0,4 kind per woning. Dit leidt tot gemiddeld 27% extra leerlingen, wat neerkomt op ca. 75 extra kinderen voor Park Triangel en 150 extra leerlingen voor de Noordkade. Dit is gebaseerd op benchmarks van nieuwbouwwijken van omliggende gemeentes (o.a. Zuidplas, Rotterdam en Gouda).

2. In de leerlingenprognose van het PO is voor het aandeel leerlingen dat wordt verwacht vanuit de nieuwbouwwijken Noordkade en Park Triangel rekening gehouden met een belangstellingspercentage van 95%, in plaats van de in de prognose gehanteerde 85%. Het percentage 85% is gebaseerd op het totaal van Waddinxveen, vanuit de nieuwbouwwijken wordt een hoger percentage verwacht.

Referentie: 1575404-0061.0.1.

Basis Basis + C1 Basis + C1&C2

2026

2028

2030

2032

2034

2036

2038

2040

2042

2044

3.321 3.354 3.368

3.734 3.804 3.838

4.035 4.116 4.170

4.248 4.335 4.411

4.310 4.391 4.471

4.318 4.395 4.478

4.290 4.369 4.451

4.218 4.303 4.381

4.153 4.244 4.318

4.085 4.481 4.251

De leerlingenprognose van het PO in Waddinxveen toont een gestage groei met een piek in 2035 en 2036 waarna de leerlingenaantallen iets teruglopen richting het einde van de prognose in 2044. De sterke groei tot 2035 is te verklaren door de forse nieuwbouw opgave van de woningbouw in Waddinxveen. Leerlingenprognose Voortgezet Onderwijs De leerlingenprognose van het VO is aangescherpt op basis van hetgeen zich in de praktijk (heeft ge-)uit. De leerlingenaantallen die volgens de prognose worden verwacht in 2025 zijn reeds in 2024 behaald. Dit in combinatie met de verwachtte groei aan leerlingenaantallen in 2025 en 2026 toont een gemiddelde groei in leerlingaantal van 6,5% meer dan de prognose voorziet. Dit percentage is verwerkt in de getoonde cijfers in onderstaande tabel. Het VO in Waddinxveen ervaart nu en in de toekomst een sterke groei in leerlingenaantallen. In de prognose tot 2044 is nog geen piek en vervolgens een terugloop in leerlingenaantallen te zien. Gelet op de piek in de leerlingenprognose van het PO in 2036 is het mogelijk dat de leerlingenaantallen in het VO stabiliseren dan wel enigszins teruglopen vanaf 2044 (zijnde 2036 + 8 jaar).

Pagina 18 van 56

In Bijlage V bij dit rapport is een lokalenstudie opgenomen. Deze lokalenstudie dient als aanvullende informatie op het hiernaast weergegeven normatieve ruimtebehoefte/overschot en geeft meer duiding aan een eventuele inefficiëntie van gebouwen die niet blijkt uit de normatieve ruimtebehoefteberekening. Primair Onderwijs

Basis Basis + 6,5%

Bruto ruimtetekort / overschot in 2036

152m2

327

1.845m2

-160 m2

2.315 m2

204m2

395

2.187m2

+128 m2

118

1.168 m

2

199m

2

132

864m

388

2.549 m2

461m2

512

2.767m2

-228 m2

248

1.467 m2

Zie toelichting5

260

1.519m2

-52 m2

1.170 m2

80m2

435

2.401m2

-1.231 m2

700 m2

n.v.t.

Met inachtname Kerkstraat 13

3.966 m2

n.v.t.

BVO Schoolgebouw

Bethelschool4

294

1.685 m2

Rehobothschool

333

2028

2030

2032

2034

2036

2038

2040

2042

2044

Kleurrijk

1.080 1.159

1.235 1.315

1.309 1.394

1.385 1.475

1.454 1.549

1.520 1.619

1.563 1.665

1.596 1.700

1.608 1.713

1.616 1.721

CBS TOV (nieuwbouw) Koning WillemAlexander-school De Theo Thijssenschool Kerkweg oost 230 De Theo Thijssenschool Kerkstraat 13 Dick Bruna Parklaan 3-7 Dick Bruna Parklaan 11

Opmerkingen:  In de capaciteitsanalyse is reeds rekening gehouden met de uitbreiding die ontstaat door nieuwbouw van CBS TOV. De in de tabel opgenomen m2’s voor Dick Bruna zijn inclusief de huidige meters die CBS TOV gebruikt.  In de capaciteitsberekening van de Theo Thijssenschool is nog geen rekening gehouden met de geplande uitbreiding van vier lokalen.  In de capaciteitsberekening van het Coenecoop college is rekening gehouden met één vaste voet van 980 m2.  De ruimteoverschotten bij de Rehoboth en Kleurrijk zijn in de praktijk minder groot of niet aanwezig door de kinderopvang die gebruik maakt van ruimten in het gebouw (zie BVO in gebruik kinderopvang).

Normatieve ruimtebehoefte in 2036

Leerlingenaantal 2024

2026

Capaciteitsanalyse De tabel in deze paragraaf geeft een overzicht van de ruimtetekorten- en overschotten per schoolgebouw. Deze analyse is gebaseerd op de leerlingenprognose en de verdeling van deze leerlingen over de verschillende scholen in Waddinxveen. De analyse laat de normatieve ruimtebehoefte zien o.b.v. de prognose.

Leerlingenaantal op piek prognose 2036

Schoolnaam

956 724

Referentie: 1575404-0061.0.1.

1.040 m2 1.140 m deels in gebruik

Dick Bruna Kanaaldijk 7

+304 m2

n.v.t.

-531 m2

4.993m2

-1.044 m2

Met inachtname Parklaan 11

-4 m2

2

Kardinaal Alfrinkschool

390

2.352 m2

250m2

446

2.443m2

-91 m2

De Regenboog

237

1.608 m2

Zie toelichting4

280

1.619m2

-11 m2

Nieuwe scholen Noordkade

0

n.t.b.

n.t.b.

734

4.294m2

n.t.b.

De Gouwe

6

n.t.b.

n.t.b.

225 - 250

1.332 - 1.458

n.t.b.

Voortgezet Onderwijs Schoolnaam

Bouwacademie CCC

door de Bethelschool, in samenwerking met en ter huisvesting van KOV IJgenweis. Deze m2 zijn niet meegenomen als onderwijsfunctie in dit IHP en daarom in mindering gebracht bij het getoonde bvo.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15320554/3