Bijlage - Eindrapport Groene Hart Rekenkamer onderzoek Duurzaamheid Wveen - NvB - 12 mei definitief
Tekst van het document
Naast vaste gesprekken is de gemeente ’redelijk creatief’ in he betrekken van de samenleving. Er is een wethouder samenleving. Het beleid is gereed voor initiatieven uit de samenleving.
De gemeente organiseert zelf activiteiten voor de samenleving, zoals de Duurzaamheidsvierdaagse.
Hierin was een dag over aardgasvrij. De gemeenten had daar nog lang niet alle antwoorden maar kon wel aangeven wat er speelt. Bewoners en partijen vinden deze openheid fijn. Recent was er een
‘meet&match’ om goede ideeën uit de samenleving met elkaar te verbinden, zodat deze gerealiseerd worden. De gemeente heeft hierin vooral een verbindende rol, zodat initiatieven verder kunnen of schaalbaar zijn.
Ook zijn er initiatieven uit de samenleving, zoals de energiecoöperatie, of de gemeente biedt bewoners de mogelijkheid zoals ‘eigen beheer groen in de openbare ruimte’ .
| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Waddinxveen
27
Het ondernemersfonds werkt volgens de gemeente goed. Bedrijven geven aan dat het zo complex in
elkaar zit dat je er nauwelijks gelden uit kan halen voor overkoepelende zaken.
Dit neemt niet weg dat de participatie door gemeente en samenleving anders beleefd kan worden.
Vaak worden inwoners en bedrijven wel betrokken bij de beleidsontwikkeling, maar zien zij het beleid uiteindelijk niet. En dan is het lastig om als partij je rol te pakken. Voor de energietransitie moeten we komen tot 49% energiebesparing, daartoe moet iedereen zijn best doen. Dit is nog niet iets dat als zodanig leeft bij de bedrijven of bewoners. Duurzaam Bouwloket, RRE-subsidie 5 en de
Duurzaamheidsvierdaagse helpen daarbij wel. Mogelijke steunzenders zoals de Fairtrade werkgroep of
voetbalvereniging Be Fair voelen zich nog onvoldoende gezien en hebben nog nauwelijks een rol in de realisatie van het duurzaamheidsbeleid.
De participatie loopt goed, maar kan beter. Bedrijven en bewoners kunnen meer doen. Omgekeerd
voelen bewoners en bedrijven zich niet altijd voldoende op de hoogte door wisselende ambtenaren, wijzigend beleid, de veelheid aan beleid.
Ten aanzien van onderwijs valt op dat de gemeenten via natuur- en milieueducatie (NME) investeert in duurzaam onderwijs. In de duurzaamheidsacties 2018-2019 is specifiek verwoord dat duurzaamheid een plek moet krijgen in het curriculum bij scholen:
Rol van de gemeente In Figuur 1 is het model van de NSOB 6 opgenomen met de sturende rollen die gemeenten kunnen
innemen. Uit het onderzoek komt naar voren dat Waddinxveen al een participatiecultuur heeft. In het NSOB model in figuur 1 kan Waddinxveen ingedeeld worden op de grens van kwadrant 3 (samenwerkende overheid) en kwadrant 4 (ondersteunende, responsieve overheid).
De gemeente communiceert frequent met stakeholdersgroepen in de samenleving en organiseert daar activiteiten voor. Dit gebeurt ook als nog niet alles is uitgekristalliseerd. Zo krijgt de samenleving wel de kans zich mede-eigenaar te voelen. Groepen in de samenleving zijn redelijk goed georganiseerd, vooral het bedrijfsleven in Waddinxveen is goed georganiseerd. Vanuit de samenleving is de
bereidheid en de energie om samen te werken en zij kennen de bestuurlijke routes goed. Vanuit de 5 6
Regeling reductie energiegebruik Nederlandse school voor openbaar bestuur
| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Waddinxveen
28
gemeente is er voldoende nieuwsgierigheid en experimenteerdurf. De nieuwe generatie medewerkers vindt zo’n houding min of meer vanzelfsprekend.
De gemeente werkt vanuit randvoorwaarden naar resultaten: de gemeente bepaalt de kaders en de benodigde acties en zoekt van daar uit naar aansluiting bij de samenleving.
Figuur 1 Verschillende vormen van overheidssturing (bron: ‘Sedimentatie in sturing, Systeem brengen in netwerkend werken door meervoudig organiseren’, NSOB-publicatie 2015)
Rol van partijen in de samenleving De samenleving is redelijk goed georganiseerd, zodat er voldoende betrokkenheid is bij duurzaamheidsvraagstukken. Het bedrijfsleven is met het ondernemersplatform en
duurzaamheidsplatform goed georganiseerd. Dit zorgt ervoor dat gemeenten en ondernemers regulier met elkaar gesprekken voeren en (duurzaamheids)vraagstukken kunnen bespreken.
Een goede samenwerking is er ook met de vier wijkplatforms, maatschappelijke organisaties (zoals WaddGroen, Energiecoöperatie Groen Waddinxveen, Fairtrade werkgroep, sport). Naast reguliere overleggen weten deze partijen de weg naar college en raad te vinden.
Aan de transitietafel zitten naast de ondernemersverenigingen ook woningbouwcorporatie
Woonpartners, netbeheerder, Hoogheemraadschap, wijkplatforms. Inwoners maken deel uit van het Kernteam en de Koplopersgroep.
Woningbouwcoöperatie Woonpartners wil mede invulling geven aan de energietransitie. Zij werken
toe naar label B voor hun woningen. Daarbij lopen zij tegen bekende knelpunten aan zoals de baten die bij de huurder komen terwijl de corporatie de investering moet doen. 2/3 van de woningen zijn sociale huurwoningen. In maart 2020 is er een informatieavond over het nationaal energiebespaarfonds.
| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Waddinxveen
29
Andere overheden Er is een intensieve samenwerking met de omgevingsdienst (ODMH) en de Hoogheemraadschappen
op klimaatadaptatie en waterbeheer en met de provincie op onder meer groen en openbare ruimte en inpassing duurzame energieopwekking.
CNME de Zwanebloem te Gouda (verbonden met de ODMH) verzorgt natuur- en milieueducatie voor de basisscholen in de gemeenten. Centraal staan de thema’s natuur, grondstoffen (circulaire
economie), duurzame energie (incl. mobiliteit) en science. Het aanbod wordt zoveel mogelijk
gekoppeld aan gemeentelijk duurzaamheidsbeleid en is gericht op scholen. Het CNME zoekt actief de samenwerking met diverse organisaties.
| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Waddinxveen
30
Bijlage 1. Onderzoeksverantwoording B1.1 Interviews In de interviews zijn antwoorden op de deelvragen achterhaald. Daarbij is gebruik gemaakt van het toetsingskader dat vooraf met de Groene Hart Rekenkamer is afgestemd. De interviews zijn
opgenomen en de geluidsopnamen kunnen geraadpleegd worden bij SME. Van de interviews met raadsleden en met het college van B&W zijn beknopte verslagen gemaakt die voor akkoord zijn voorgelegd aan geïnterviewden en beschikbaar gesteld aan de Rekenkamercommissie.
Gemeente Waddinxveen 1.
Gemeenteraadsleden (Weerbaar Waddinxveen, CDA, Protestantse Combinatie Waddinxveen, D66,
2.
Wethouder Duurzaamheid
VVD)
3.
Ambtenaren Duurzaamheid
5.
Inwoners(organisaties)
4. 6.
7.
Ambtenaren beleidsvelden die raakvlakken hebben met duurzaamheid Bedrijven(vertegenwoordigers)
Maatschappelijke organisaties en vrijwilligersinitiatieven
Overig 8. 9.
NME Centrum De Zwanebloem
Projectorganisatie Regionale Energiestrategie (RES)
10. Omgevingsdienst Midden Holland (duurzaamheidsambtenaren)
B1.2 Geraadpleegde documenten Gedurende het onderzoek is gebruik gemaakt van de volgende bronnen: o o
o
Gemeentelijke DuurzaamheidsIndex (www.gdi.databank.nl) Nationale monitor duurzame gemeenten
Duurzaamheidsvisie 2015-2025. Waddinxveen voor de mensen van nu en hierna.
o
Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid 2016-2019
o
Afval en Grondstoffenplan Waddinxveen
o
Groenstructuur en Groenbeleid Waddinxveen (2016)
o
Gemeentelijk rioleringsplan 2017-2020 (vGRP)
o
Mobiliteitsplan Waddinxveen 2013-2020
o
Natuurwaardenkaart
o
Uitvoeringsplan groen (2016)
o
Beleidsregels Openbare oplaadpalen voor elektrische voertuigen (2016)
o
o
Leidraad Beheer groenvoorzieningen Waddinxveen (2010)
Visie Beheer Openbare Ruimte (actualisatie 2017)
o
Collegeprogramma 2018-2022. Vernieuwing in uitvoering.
o
Programmabegroting 2019-2022
o
o
Website gemeente Waddinxveen
Beheerplan inrichting openbare ruimte 2017-2020
| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Waddinxveen
31
o o
Structuurvisie Waddinxveen 2030
Woonvisie Waddinxveen 2018-2022
B1.3 Toetsingskader Deelvraag 1 (kaders): Hoe is het duurzaamheidsbeleid inhoudelijk en procesmatig vormgegeven? Toetsingscriterium Beschrijving van hoe het duurzaamheidsbeleid inhoudelijk is vormgegeven. 1.2 Welke lokale ambities en doelstellingen zijn er, wat is het beoogde effect daarvan en met welke maatregelen wil de gemeente invullingen geven aan de doelstellingen? - Welke duurzaamheidsthema’s komen aan bod, zijn deze ladingdekkend? - Is per thema de link gelegd met landelijke en regionale kaders? - zijn naast de gemeente ook andere partijen betrokken bij opstellen & uitvoeren? Beschrijving van hoe het duurzaamheidsbeleid procesmatig is vormgegeven: 1.5 Wie zijn er betrokken geweest bij het opstellen van het duurzaamheidsbeleid? - Betrokkenen - Partijen die niet betrokken zijn maar wel betrokken hadden kunnen worden 1.6 Wie zijn er betrokken bij de uitvoering van het duurzaamheidsbeleid? - Betrokkenen - Partijen die niet betrokken zijn maar wel betrokken hadden kunnen worden 1.7 Werken duurzaamheidsdoelstellingen integraal door in andere beleidsterreinen? - Programmabegroting 2019 (/2020 indien beschikbaar) Is de uitvoering effectief? 1.3 In hoeverre draagt het lokale beleid bij aan het bereiken van de landelijke en regionale doelen? - aansluiting doelstellingen lokaal <---> doelstellingen landelijk/regionaal (aansluiting qua thema’s en aansluiting qua ambitieniveau) 1.4
Zijn de gekozen maatregelen realistisch en is het aannemelijk dat hiermee de beoogde (eigen, lokale) doelstellingen worden behaald? - inschatting haalbaarheid capaciteit / budget / doorlooptijd - inschatting juiste richting en grootte (voldoende inzet van middelen)
Deelvraag 2 (inhoudelijke prestaties), Waar staat de gemeente met betrekking tot de realisatie van doelen en ambities? Toetsingscriterium Waar staat de gemeente? 2.1 Hoe staat de gemeente er in de landelijke benchmarks en op basis van al uitgevoerde (recente) evaluaties voor op de thema’s klimaat, energie, mobiliteit, biodiversiteit en circulaire economie? Welke resultaat is bereikt op elk thema? - resultaten benchmark per thema (GDI, NMDG, klimaatmonitor) - resultaten recente evaluaties per thema 2.2
Waar liggen inhoudelijk de uitdagingen voor de komende periode? - het te overbruggen verschil tussen de landelijke/regionale/lokale doelen enerzijds en de resultaten benchmarks/recente evaluaties anderzijds - welke minder zichtbare uitdagingen vermelden betrokkenen (inhoudelijk)
| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Waddinxveen
32
Deelvraag 3 (proces), Op welke manier wordt intern en extern samengewerkt aan de realisatie van
doelen en ambities? Welke rol hebben de gemeenteraad, de gemeente en partijen in de samenleving? Toetsingscriterium Op welke manier wordt intern samengewerkt aan de realisatie van doelen en ambities? 3.5 Hoe verloopt de samenwerking intern (gemeenteraad <--> college van B&W <--> ambtelijke organisatie)? Wordt er integraal gewerkt of zitten er tegenstrijdigheden in het werk van verschillende beleidsterreinen? - is er draagvlak voor het duurzaamheidsbeleid bij raad, college en ambtelijke organisatie? - hebben raad, college en ambtenaren dezelfde speerpunten? - hoe wordt door raad, college en ambtenaren omgegaan met strijdige belangen (duurzaamheid versus een ander belang)? Op welke manier wordt extern samengewerkt aan de realisatie van doelen en ambities? 3.6 Hoe verloopt de samenwerking tussen gemeente en samenleving? - Hoe word de samenwerking ervaren door elke partij? (productief, stroef, anders…) Welke rol heeft de gemeenteraad? 3.1 Op welke wijze is aan de kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraad invulling gegeven in het behalen van beoogde effect en doelstellingen (incl.
evalueren / bijstellen van beleid)? - op welk(e) moment(en) heeft de raad kaders gesteld - op welke manier(en) heeft de raad kaders gesteld (bijvoorbeeld: controleren of de juiste expertise betrokken is geweest bij het ontwerp, zelf inhoudelijk reageren op een voorstel of in een vroeg stadium zelf mee ontwerpen in bijvoorbeeld een creatieve sessie) - op welk(e) moment(en) heeft de raad de voortgang gecontroleerd - op welke manier(en) heeft de raad de voortgang gecontroleerd (bijvoorbeeld: actief zelf op zoek naar informatie of zich baseren op wat wordt aangeboden) - zijn kaders bijgesteld gedurende de looptijd van het duurzaamheidsbeleid (en zo ja: wat is er veranderd aan de kaders en wat was de aanleiding voor bijstelling) 3.2 Hoe en in hoeverre wordt de gemeenteraad geïnformeerd over de voortgang van uitvoering van de beleidsdoelstellingen? - welke / welk type / hoeveel informatiemomenten zijn er geweest Welke rol heeft de gemeente? 3.3 Welke rol heeft de gemeente (college van B&W / ambtelijke organisatie) in de uitvoering? Daarbij kan gedacht worden aan de rol van kenniscentrum (bewustwording creëren in de samenleving), duurzame dienstverlener, maatschappelijke facilitator en/of zichtbare koploper die het goede voorbeeld geeft.
- in welk kwadrant van het NSOB-model (zie schema hieronder) bevindt de gemeente zich Welke rol hebben partijen in de samenleving? 3.4 Welke rol hebben inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties in de uitvoering? - gaat de samenleving in op uitnodigingen van de gemeente tot samenwerking - neemt de samenleving zelf duurzame initiatieven - betrekt de samenleving de gemeente
| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Waddinxveen
33
Bijlage 2. Landelijke en regionale kaders Voor de vijf onderzochte duurzaamheidsthema’s in dit onderzoek zijn de kaders en doelstellingen
grotendeels op (inter)nationaal of provinciaal niveau bepaald. In dit hoofdstuk zijn kort een aantal voor gemeentelijk duurzaamheidsbeleid relevante beleidskaders genoemd.
B2.1(Inter)nationale kaders Energietransitie In 2015 is in het internationaal Klimaatakkoord Parijs afgesproken de opwarming van de aarde te
beperken tot maximaal 2 graden ten opzichte van het pre-industriële niveau, met het streven een
maximale temperatuurstijging van anderhalve graad. In onder andere het Energieakkoord (2013), de
Klimaatwet (2019) het Klimaatakkoord (2019) wordt de Nederlandse ambitie – energieneutraal en aardgasloos in 2050 – verder uitgewerkt. Het Nederlands Klimaatakkoord is de invulling van de Klimaatwet en is een vervolg op het Energieakkoord dat in 2020 afloopt. Inzetten op enerzijds
energiebesparing en anderzijds opwekking van duurzame energie gaan daarbij hand in hand. Belangrijke landelijke ambities zijn: o
2050: Energieneutraal en aardgasloos
o
2030: 49% minder broeikasgassen dan in 1990
o
14 % hernieuwbare energie 2020 en 16% in 2023
o
2050: 95% minder broeikasgassen in 2050 dan in 1990
o
1,5% energiebesparing per jaar
Klimaatadaptatie Ook al gaat het ons lukken de opwarming van de aarde tot een maximum van 2 graden te beperken, dan nog zullen we ons moeten voorbereiden op de gevolgen van een onvermijdelijke klimaat-
verandering (zoals wateroverlast, hittestress, droogte en de gevolgen van overstromingen). In het Nationaal Deltaprogramma 2015 zijn de nationale Deltabeslissingen opgenomen: o o
in 2050 is Nederland zo klimaatbestendig als mogelijk ingericht.
In de deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie is vastgelegd dat 'klimaatbestendig en waterrobuust inrichten uiterlijk in 2020 onderdeel is van het beleid en handelen’ van overheden.
De implementatie van deze plannen zijn nadrukkelijk een gezamenlijke verantwoordelijkheid van Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten.
In het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie is het tijdpad opgenomen: uiterlijk in 2019 moesten de
kwetsbaarheden in beeld gebracht zijn via een stresstest. Aansluitend wordt een risicodialoog gevoerd
met stakeholders om te komen tot een uitvoerings- en investeringsagenda. Deze moet uiterlijk in 2020 klaar zijn.
Circulaire Economie Het streven naar een circulaire economie draagt bij aan de bescherming van natuurlijke hulpbronnen en het beperken van klimaatverandering. In een circulaire economie worden producten en
grondstoffen na gebruik weer ingezet om nieuwe waarden te genereren. Op landelijk niveau zijn
ambities gesteld in o.a. het Rijksbrede programma Circulaire Economie en het Grondstoffenakkoord.
Concreet zijn de doelstellingen: o
2050 Nederland volledig circulair in 2050 en in 2030 50% minder gebruik van primaire grondstoffen
| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Waddinxveen
34
o
2020: 75% bronscheiding van het huishoudelijk afval en maximaal 100 kg restafval per inwoner per
o
2025: maximaal 30 kg restafval per inwoner per jaar in 2025. Afvalscheiding moet uiteindelijk
o
Duurzaam inkopen door overheden
jaar. (Inzameling van bedrijfsafval is geen gemeentelijke verantwoordelijkheid. Vereisten daarvoor
zijn opgenomen in de Wet Milieubeheer.)
richting de 100%.
Biodiversiteit De Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn vormen het Europese kader voor bescherming van biodiversiteit in
de Europese Unie. Ze vereisen dat EU-lidstaten bepaalde handelingen die schadelijk zijn voor vogels en andere aangewezen dier- en plantensoorten verbieden. De Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn
schrijven voor dat lidstaten beschermingszones aanwijzen ten behoeve van het Europese Natura 2000-
netwerk, het netwerk van beschermde natuurgebieden dat moet zorgen voor de bescherming van de
biodiversiteit in de EU. Nederland heeft de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn geïmplementeerd in de
wetgeving. In Nederland is sinds 1 januari 2017 is de nieuwe Wet Natuurbescherming in werking
getreden. Die verplicht iedereen zorg te dragen voor alle (inheemse) planten en dieren in Nederland.
In (naar verwachting) 2021 gaat de Wet natuurbescherming op in de Omgevingswet. Daarmee biedt de Omgevingswet straks mogelijkheden om regels te stellen en maatregelen te treffen voor de bescherming van de natuur.
De Wet milieubeheer (Wm) is de belangrijkste milieuwet en bepaalt welk wettelijk gereedschap kan
worden ingezet om het milieu te beschermen. Nog niet alle milieuwetten zijn in de Wet milieubeheer
ondergebracht. De belangrijkste 'losse' wetten zijn: de Wet Geluidhinder, de Waterwet, de Wet
bodembescherming en de Meststoffenwet. Deze wetten zullen net zoals de Wet natuurbescherming en de Wet milieubeheer opgenomen worden in de Omgevingswet.
In de natuurambitie ‘Nederland Natuurpositief’ (2019) beschrijft het kabinet in grote lijnen het
natuurbeleid voor de komende jaren, tot 2025. Een belangrijke omslag in het denken daarin is: natuur hoort midden in de samenleving thuis en niet enkel in beschermde natuurgebieden. Daarnaast wordt
de ambitie uitgesproken om natuurbeleid te verbinden met andere grote maatschappelijke opgaven
van dit moment. Denk bijvoorbeeld aan kringlooplandbouw, energietransitie, uitbreiding van woongebieden, ontwikkeling van infrastructuur en minder uitstoot van stikstof. Duurzame mobiliteit
Gemeenten hebben te maken met verschillende duurzaamheidsaspecten van mobiliteit. Denk
bijvoorbeeld aan het stimuleren van (duurzaam) elektrisch vervoer, het stimuleren van fietsgebruik en het verduurzamen van mobiliteitsgedrag (makkelijk switchen tussen modaliteiten, reistijden, zuinige rijstijl, minder reizen, etc).
In het Klimaatakkoord zijn voor het thema mobiliteit de volgende voor gemeenten relevante afspraken gemaakt: o
Duurzame inkoop eigen wagenpark (lichte voertuigen emissieloos in 2030, zware voertuigen
o
Duurzame inkoop doelgroepenvervoer (zoveel mogelijk emissieloos in 2025, uiterlijk in 2030
o
emissieloos vervoer uiterlijk in 2030 als voorwaarde bij inkoop van opdrachten
zoveel mogelijk emissieloos in 2030)
zonder emissies)
Daarnaast zijn in de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL) afspraken gemaakt over de uitrol van
publieke laadinfrastructuur, waarvoor gemeenten in 2020 plaatsingsbeleid moeten hebben vastgesteld.
| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Waddinxveen
35
B2.2 Regionale kaders Energietransitie In de energiestrategie van de Provincie Zuid-Holland zijn de volgende provinciale ambities vastgelegd: o
9% van de energieconsumptie in Zuid-Holland wordt duurzaam opgewekt.
o
20 petajoule benutting van restwarmte, aardwarmte en WKO (warmte- en koudeopslag) in de
o
735,5 megawatt wind op land; komt overeen met 6,6 petajoule bruto eindverbruik.
o
o
7,8 petajoule besparing en transitie in de industrie en gebouwde omgeving.
glastuinbouw en steden.
1,5 petajoule zonne-energie.
In de provincie Zuid-Holland wordt in 7 regio’s een Regionale Energiestrategie (RES) ontwikkeld.
Waddinxveen behoort tot de RES-regio Midden-Holland. Op 1 juni 2020 7 moet een concept-RES
gereed zijn. Het zoveel mogelijk toepassen van beschikbare restwarmte, aardwarmte en aquathermie zijn (concept-)uitgangspunten voor de RES’sen in Zuid-Holland.
In het provinciaal coalitieakkoord is afgesproken de plaatsingsvisie voor windmolens aan te passen. De voorkeur ligt daarvoor bij lijnopstellingen langs infrastructuur en grote open wateren en niet bij het Groene Hart, Hoeksche Waard, Midden-Delfland en natuurgebieden. Klimaatadaptatie De provincie Zuid-Holland heeft in de “Klimaatadaptatiestrategie Provincie Zuid-Holland (2018)” de ambitie opgenomen om in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust ingericht te zijn en zich voor te
bereiden op weersextremen en bodemdaling. In 2020 is klimaatadaptatie integraal onderdeel van het provinciaal handelen en beleid. De provincie heeft zich hard gemaakt om ook het aspect
‘bodemdaling’ landelijk hoger op de agenda te krijgen. De klimaatadaptatiestrategie richt zich op de
volgende deelthema’s: o
Toekomstbestendige bebouwing
o
Een groene leefomgeving (Natuur en groen)
o
Robuuste infrastructuur
o
Zoet water en drinkwater
o
o
Een adaptieve economie en landbouw
Veerkracht bij weersextremen
In het Convenant Klimaatadaptief Bouwen (2019) is de ambitie vastgelegd dat nieuwbouwlocaties in Zuid-Holland zoveel mogelijk klimaatadaptief worden gebouwd, zodat ze bestand zijn tegen weersextremen als gevolg van klimaatverandering. Circulaire economie Een volledig circulaire economie in 2050; dat is de ambitie van de Provincie Zuid-Holland. Biodiversiteit In de Beleidsvisie Duurzaamheid en Milieu 2013-2017 (BvDM) staat hoe de provincie omgaat met
duurzaamheid bij ontwikkeling op diverse terreinen als economie en natuur. Ook staat erin hoe de
provincie invulling geeft aan haar wettelijke milieutaken en de uitvoering daarvan. De Beleidsvisie is verlengd tot en met mei 2019.
7
Deadlines zijn na uitvoering van het onderzoek enkele maanden uitgesteld vanwege de Corona-crisis.
| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Waddinxveen
36
In het coalitieakkoord van de provincie Zuid-Holland zijn onder andere de volgende punten opgenomen: o
We willen de doelen behalen van het Natuurpact uit 2013 en de Kaderrichtlijn Water (KRW) en
o
We behouden en beschermen de Natura2000-gebieden. Wij willen hier geen ontwikkeling of
Natuurnetwerk Nederland (NNN).
uitbreiding van (recreatie)huizen of bedrijfshuisvesting.
Duurzame mobiliteit Voor mobiliteit is in het coalitietakkoord van de provincie het streven opgenomen dat goede
bereikbaarheid duurzaam wordt met energieneutrale infrastructuur en duurzaam/circulaire aanleg en
beheer. Slimme oplossingen voor bus en trein gaan daarbij samen met fiets en wandel voorzieningen,
met oplaadplekken e-bikes. Geïnvesteerd wordt in OV hubs en versterken drukke trajecten van bus en trein Ook wordt ingezet op schone binnenvaart en transport over water.
Omgevingsdienst Midden-Holland (ODMH) De Omgevingsdienst handhaaft het activiteitenbesluit milieubeheer, waarbij grotere instellingen (gebruik van meer dan 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m3 aardgas (equivalent) per jaar)
energiebesparende maatregelen moeten treffen met een terugverdientijd van 5 jaar of minder. Sinds 2019 hebben de instellingen een informatieplicht.
| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Waddinxveen
37
Bijlage 3. Lokaal Duurzaamheidsbeleid De beleidsdoelstellingen op het gebied van duurzaamheid zijn door het college van B & W
vastgelegd. Onder andere in de duurzaamheidsvisie 2015 -2025. De gemeenteraad heeft het uitvoeringsprogramma Duurzaamheid 2016-2019 vastgesteld. Klimaatadaptatie In de duurzaamheidsvisie is als ambitie opgenomen dat Waddinxveen in 2025 een leefomgeving heeft die gezond is en het welbevinden van mensen positief beïnvloedt. Dit gebeurt in samenhang met de
klassieke ‘grijze milieuthema’s’ (lucht, geluid, licht, geur en externe veiligheid) en alle overige thema’s, zoals energie, water, klimaatbestendigheid, afval, groen, sociale aspecten.
In de duurzaamheidsvisie is als ambitie opgenomen dat Waddinxveen in 2025 een leefomgeving heeft die gezond is en het welbevinden van mensen positief beïnvloedt. De stresstesten zijn met ondersteuning van de omgevingsdienst Midden-Holland (ODMH) uitgevoerd. In de
duurzaamheidsvisie is aangegeven dat Waddinxveen water opvangt in waterpartijen en de inrichting van de openbare ruimte klimaatbestendig en waterrobuust wordt.
De Omgevingsdienst Midden-Holland helpt de gemeente bij de klimaatstresstesten en de inrichting van de openbare ruimte om klimaatbesteding en waterrobuust te worden. Maatregelen worden in samenhang door provincie, waterschap, regio, woningbouwcorporaties en wijkteams getroffen Waddinxveen had de uitvoering van de klimaatstress test gepland voor 2018 (Bron VGRP). De
klimaatstresstest en risicodialoog is inmiddels uitgevoerd, samen met Hoogheemraadschap en wijkraden..
Waddinxveen heeft een Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (2017-2020). In de riolering, met een lengte van 165 km, wordt gemengd afvalwater, vuilwater en hemelwater getransporteerd. Er wordt minder schoon regenwater naar de afvalwaterzuivering afgevoerd door af te koppelen waar en
wanneer dit kan. Renovatie of vervangen van riolering wordt gedaan met het oog op de verwachte
klimaatverandering, verwachte levensduur of hergebruikt van restwarmte . In het toekomstbeeld staat:
Hemelwater wordt opgevangen in waterpartijen. Op plaatsen waar nauwelijks ruimte is voor water
vinden we innovatieve oplossingen zoals groene daken en/of waterpleinen. Het systeem is niet ingericht
op de grote regenval in korte tijd zoals door de klimaatverandering gebeurt.
Gemeenten wil op dat moment de maatschappelijke schade zoveel mogelijk beperken. Daarom
anticipeert de gemeente op het veranderende neerslaggedrag en houdt daar rekening bij met de
inrichting van de bovengrondse én ondergrondse openbare ruimte. Enkele denkrichtingen hiervoor zijn:
• • • •
Het ontharden van openbaar gebied en creëren van meer groen en water;
Water via oppervlakkige afstroming wegleiden van huizen en winkels; Water vasthouden in de ondergrond; Het stimuleren van particulier groen.
Energie Er is geen separaat energiebeleid aangetroffen, dit is/wordt opgenomen in de duurzaamheidsvisie en de regionale energiestrategie Midden-Holland (RES). In het collegeprogramma staat: ”aardgasvrij
maken van bebouwde omgeving en de overgang naar duurzame energieopwekking zijn belangrijke vraagstukken. We willen in 2025 CO2-neutraal zijn en minimaal 25% van de energie duurzaam
| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Waddinxveen
38
opwekken.” Onderzoek wordt gedaan naar geschikte locaties voor duurzame energieopwekking. In
2019 wordt beleid voor openbare verlichting opgesteld waarbij minimaal voldaan wordt aan de doelen uit het SER Energieakkoord.
In de duurzaamheidsvisie 2015-2025 (vastgesteld 2016) is de ambitie openomen dat Waddinxveen in 2025 CO2-neutraal is en minimaal 25% van haar energie duurzaam opwekt. (landelijk doel: 2050
energieneutraal). •
De gemeente geeft in de visie het voorbeeld met CO2-neutrale bedrijfsvoering en 2% besparing per jaar op energiegebruik en gemeentelijk vastgoed dat energieneutraal is in 2025.
• •
De CO2 uitstoot door mobiliteit moet in 2025 30% gedaald zijn.
Bij de bouw gelden hogere eisen dan het bouwbesluit, in 2025 moeten de niet-gemeentelijke gebouwen energieneutraal zijn, waarbij o
•
o
de bestaande bouw minimaal 50% zuiniger is dan in 2012 en nieuwbouw minimaal energieneutraal is.
In 2025 is minimaal 25% van de mogelijkheden voor duurzame energieopwekking gerealiseerd om te voldoen aan duurzaam energievraag in 2025, waaronder biomassa.
Regionaal wordt de regionale energiestrategie Midden Holland (RES) opgesteld. Voor de transitievisie warmte is de gemeente Waddinxveen een participatietraject gestart.
In een ruimtelijke verkenning door Bosch & Van Rijn zijn de mogelijkheden en ruimtelijke
belemmeringen voor wind- en zonne-energie in Waddinxveen in kaart gebracht. Door CE Delft en
Merosch is een warmteanalyse uitgevoerd die inzichtelijk maakt welke alternatieve warmtebronnen voor aardgas per buurt beschikbaar zijn. Circulaire economie In de duurzaamheidsvisie is één van de drie ambities: “Grondstofcycli zijn in 2025 voor 50% gesloten
op een zo laag mogelijk schaalniveau.“ Voor bedrijven en organisaties is als doel aangegeven dat zij in
2025 minimaal 50% van grondstofstromen circulair gebruiken.
Concreet is voor huishoudelijk afval het volgende doel geformuleerd: ‘In 2020 is het restafval per
inwoner gedaald naar 100 kilo, het scheidingspercentage van inwoners is gestegen naar 75%, recycling is verhoogd naar 85% en hergebruik is 60%. Deze percentages zijn in 2025 elk nog eens 5 procent
verbeterd.’ (Landelijke doelen voor huishoudelijk afval zijn 75% bronscheiding en 100 kg grof en fijn restafval/inwoner/jaar in 2020 en 30 kg in 2025). De acties die zijn ingezet zijn succesvol geweest en
hebben een positief effect gehad op afvalscheiding en bewustwording bij inwoners: de afvalscheiding is gestegen van 44% (2015) naar 70% (2018). In 2018 was er 119 kg. restafval per inwoner met een scheidingspercentage van 70%. Voor 2019 is de prognose dat er 116 kg. restafval overblijft per
inwoner. Over het scheidingspercentage is nog niks te zeggen.Er is nog geen plan voor bedrijfsafval, wel is dat er voor groenafval van bedrijven.
De gemeente zelf koopt 100% duurzaam in, dit is een landelijke afspraak die sinds 2015 geldt. In de duurzaamheidsvisie is aangegeven dat dit in de praktijk op knelpunten stuit.
Waddinxveen heeft het landelijke Manifest Maatschappelijk Verantwoord Inkopen ondertekend. Een van de acties in het actieplan MVI is: ‘Vanaf 2de helft 2019 een tweetal aanbestedingen
uitvoeren met als uitgangspunt circulair inkopen. De uitkomsten van deze twee pilot
aanbestedingen gebruiken als input voor de verdere doorontwikkeling van circulair inkopen in de praktijk.’
| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Waddinxveen
39
Duurzame Mobiliteit Er is een regionaal verkeer- en vervoersplan (RVVP) en een mobiliteitsplan Waddinxveen 2013-2020. In het RVVP is een speerpunten het bewaken van een ‘groene, leefbare en ook veilige regio’, bij het plan hoort een uitvoeringsagenda, lobby-agenda en een samenwerkingsagenda. Duurzaam reisgedrag wordt bevorderd door ICT evenals deelgebruik. In het mobiliteitsplan zijn de ambities optimale
bereikbaarheid, verkeersveiligheid, stimuleren van de fiets en optimaal benutten van OV opgenomen. Het huidig beleid voldoet, maar de omgeving verandert. Bij het actualiseren van het mobiliteitsplan krijgt duurzaamheid een prominentere plek, in afstemming met het Omgevingsplan.
Waddinxveen heeft beleidsregels opgesteld aangaande elektrische laadpalen, met daarin een beoordelingskader. Er is geen beleid gevonden om er laadpalen in de gemeente te krijgen Biodiversiteit Waddinxveen heeft aan groenbeleid: o
een vrij recent Groenstructuur en groenbeleidsplan (2016). In dit plan staat de groenstructuur
beschreven aan de hand van een zevental thema’s (cultuurhistorie, groene entrees, grote
groengebieden, (sport) parken en begraafplaatsen, groene verbindingen, wijken en bijzondere bomen). Per thema worden de groene kwaliteiten, structuren en gebieden kort toegelicht; o o
een uitvoeringsplan groen 2016-2018;
een beheerplan inrichting openbare ruimte 2017-2020 en een leidraad inrichting Openbare ruimte, maar deze is niet openbaar beschikbaar. Op de website van de gemeente staat: “De LIOR is via de website http://dali.waddinxveen.nl beschikbaar. Een gebruikersnaam en wachtwoord is desgewenst op te vragen bij de afdeling Ruimte, cluster Projecten.” ;
o o
een Visie beheer openbare ruimte (2017);
Of de natuurwaardenkaart uit 2011 sindsdien geactualiseerd is, is onduidelijk. Op de website van de gemeente is deze niet aangetroffen.
In de duurzaamheidsvisie 2015-2015 is een brede lijst van wetgeving opgenomen met daarbij een
toelichting. Dit is overzichtelijke en relevante informatie voor belanghebbenden. Onder andere worden
genoemd: natuurwet, wet algemene bepalingen omgevingswet, wet bodembescherming, wet geluidhinder, wet luchtkwaliteit, wet milieubeheer.
| Rekenkameronderzoek Duurzaamheid Waddinxveen
40